Gevleugelde insecten met 4 poten?

advertisement
Gevleugelde insecten met 4 poten?
Alle Schriftaanhalingen komen uit de Statenvertaling (HSV).
M.V. 17-3-2012.
De Bijbel spreekt in de Mozaïsche spijswetten van “gevleugelde insecten die vier poten hebben”
(HSV), of “kruipend gevogelte dat vier voeten heeft” (SV 1977), of “flying creeping things, which
have four feet” (KJV). Maar insecten, vliegend of niet, hebben naar ons hedendaagse classificeringssysteem 6 poten, en vogels 2 poten. Is er dan sprake van een entomologische1 fout? Atheïsten
grijpen dit als argument aan om te spotten met de Bijbel. Maar de Bijbel is niet fout, zoals zal blijken uit volgende bespreking.
De geviseerde passage staat in de Mozaïsche spijswet:
Leviticus 11:20-23, HSV:
Alle gevleugelde insecten die op vier [poten] gaan, zijn voor u iets afschuwelijks. 21 Maar deze
mag u [wel] eten van alle gevleugelde insecten die op vier [poten] gaan [en] die naast hun poten
een stel springpoten hebben om daarmee over de grond te springen. 22 Daarvan mag u de volgende eten: elke soort veldsprinkhaan, elke soort sabelsprinkhaan, elke soort krekel en elke
soort doornsprinkhaan. 23 Maar alle gevleugelde insecten die vier poten hebben, zijn voor u iets
afschuwelijks.
Het Hebreeuwse woord, hier vertaald met “insecten”, is sherets. Het betreft hier, in deze spijswet,
principieel alle springende, gevleugelde sherets, met 4 looppoten en 2 springpoten, waarvan slechts
bepaalde specifiek opgegeven sprinkhanen gegeten mogen worden.
Alle “sherets” in de grondtekst opzoeken:
Strong’s
Number
8318
Name
Pronunciation
sherets
sheh’-rets
Strong’s
Number
8318
Description
from ‘sharats’ (8317); a swarm, i.e. active mass of minute animals:--creep(-ing thing),
move(-ing).
Name
sherets
Hebrew Text and Scripture
CREATURE: Gen 1:20.
CREEP: Lev 11:20.
MOVE: Lev 11:10
THING: Gen 7:21; Lev 11:21; 11:41; 11:43; 11:44; 22:5; Deu 14:19.
THINGS: Lev 5:2; Lev 11:23; 11:29; 11:42.
De algemene definitie van “sherets” is “kleine diertjes, in water of op de aarde, die wemelen of
zwermen, kruipen of schuiven, die soms kunnen vliegen en soms kunnen springen”.
De betekenis van “sherets” in de teksten:
Schriftplaats
Betekenis van “Sherets”
Genesis 1:20:
20 En God zei: Laat het water WEMELEN (= sharats) van wemelende levende
WEZENS (= sherets); en laten er VOGELS (= owph) boven de aarde vliegen,
langs het hemelgewelf!  owph = wat vliegt, wat vleugels heeft
1
Kleine dieren die in het water wemelen.
Entomologie is die tak van de zoölogie (dierkunde) die zich bezighoudt met de studie van insecten. (Wiki).
1
Genesis 7:21:
21 En alle vlees dat zich op de aarde bewoog, gaf de geest: de vogels, het vee,
de wilde dieren en alle KRUIPENDE (= sharats) DIEREN (= sherets), die over de
aarde kropen, en alle mensen.
Kleine dieren die op de aarde kruipen.
Leviticus 5:2:
2 Of als een persoon ook maar iets onreins aanraakt – het kadaver van een
onrein wild dier, of het kadaver van een onrein stuk vee, of het kadaver van
een onrein KRUIPEND DIER (= sherets) – ook al is het voor hem verborgen
gebleven, dan is hij toch onrein en schuldig.
Klein dier dat kruipt op de aarde.
Leviticus 11:10:
10 Maar alles wat geen vinnen of schubben heeft in de zeeën en in de beken,
van alles wat in het water WEMELT (= sherets) en van alle levende WEZENS (=
nephesh) die in het water leven, die zijn voor u iets afschuwelijks.
Kleine dieren die in het water wemelen.
Leviticus 11:20-23:
20 Alle GEVLEUGELDE (= owph) INSECTEN (= sherets) die op VIER (= arba)
[poten] GAAN (= halak), zijn voor u iets afschuwelijks.
21 Maar deze mag u [wel] eten van alle GEVLEUGELDE (= owph) INSECTEN (=
sherets) die op VIER (= arba) [poten] GAAN (= halak) [en] die naast hun POTEN (= regel) een stel SPRING (= nathar) POTEN (= kara) hebben om daarmee
over de grond te springen.
Gevleugelde kleine dieren die op vier
poten gaan en twee springpoten hebben.
Daarvan mogen enkel deze gegeten
worden:
veldsprinkhaan
sabelsprinkhaan
22 Daarvan mag u de volgende eten: elke soort veldsprinkhaan (= arbeh), elke
krekel
soort sabelsprinkhaan (= colam), elke soort krekel (= chargol) en elke soort
doornsprinkhaan
doornsprinkhaan (= chagab).
23 Maar alle GEVLEUGELDE (= owph) INSECTEN (= sherets) die VIER (= arba)
POTEN (= regel) hebben, zijn voor u iets afschuwelijks.
Vergelijk met het parallelle vers in
Deuteronomium 14:19:
Ook alle GEVLEUGELDE (= owph) INSECTEN (= sherets) zijn voor u onrein; ze
mogen niet gegeten worden.
Leviticus 11:29-44:
29 Van de KRUIPENDE (= sharats) DIEREN (= sherets) die zich over de aarde
voortbewegen, zijn deze voor u onrein: de mol, de muis, elke soort pad, 30 de
gekko, de varaan, de hagedis, de skink en de kameleon. 31 Onder al de KRUIPENDE (= sharats) DIEREN (= sherets) zijn die onrein voor u. Al wie ze aanraakt als ze dood zijn, is onrein tot de avond. … 41 Verder moeten alle KRUIPENDE (= sharats) DIEREN (= sherets) die zich over de aarde voortbewegen,
iets afschuwelijks zijn. Ze mogen niet gegeten worden. 42 Alles wat zich op
de BUIK (= gachown) voortbeweegt, en alles wat op VIER (= arba) poten gaat,
tot alles wat VELE (= rabah) poten heeft, van alle KRUIPENDE (= sharats)
DIEREN (= sherets) die zich over de aarde voortbewegen, mag u niet eten, want
ze zijn iets afschuwelijks. 43 U mag uzelf niet tot een afschuw maken met al
die KRUIPENDE (= sharats) DIEREN (= sherets) die zich zo voortbewegen, en u
mag zich daarmee niet verontreinigen zodat u daardoor verontreinigd wordt.
44 want Ik ben de HEERE, uw God. U moet u heiligen en heilig zijn, want Ik
ben heilig. U mag uzelf niet verontreinigen met al de KRUIPENDE DIEREN (=
sherets) die zich over de aarde VOORTBEWEGEN (= ramas).
Kleine dieren die over de aarde kruipen:
mol
muis
pad
gekko
varaan
hagedis
skink
kameleon
Alle kleine dieren die zich op de buik
voortbewegen of schuiven.
Leviticus 22:5:
5 Of iemand die welk KRUIPEND DIER (= sherets) dan ook aanraakt waardoor
hij onrein wordt, of [die] een mens [aanraakt] waardoor hij onrein wordt, welke onreinheid hij ook heeft.
Kleine dieren die op de aarde kruipen.
Bespreking
Zoals u ziet zijn er enkele verzen in onze bijbels, meer specifiek in Leviticus 11:20-23, die lijken
aan te geven dat insecten vier poten zouden hebben.
2
In werkelijkheid is het Hebreeuwse woord sherets, vertaald met “insect”, helemaal niet zo specifiek
als de term “insect” voor ons impliceert.
De Bijbel gebruikt een andere indeling. Sherets verwijst daar naar zwemmende of kruipende diertjes (die al dan niet kunnen vliegen zoals de sprinkhaan) en die ertoe neigen samen te zwermen.
Voorbeelden: In Genesis 1:20 verwijst sherets naar wemelende zeediertjes, en in het zondvloedverslag van Genesis 7 verwijst sherets naar kleine diertjes die over de aarde kruipen, zoals knaagdieren. Dat zijn dus duidelijk geen insecten. In Leviticus verwijst sherets naar schaaldieren, insecten,
knaagdieren, en reptielen2.
De term sherets was nooit bedoeld als een biologisch classificatiesysteem. Als men dan zegt dat
sherets “insecten” zijn, dan is dat erg bedrieglijk.
Wat al die genoemde dieren gemeen hebben is dat zij relatief korte poten hebben en dat ze dikwijls
in troepen of zwermen samen bewegen of reizen. De Bijbel definieert sherets als “kruipend op hun
buik” en “alles wat op VIER poten gaat, tot alles wat VELE poten heeft” (Leviticus 11:42)
Wisten de bijbelschrijvers in Leviticus 11:20-23 niet dat insecten, zoals de sprinkhaanfamilie, ZES
poten hebben? Deze vraag kan onnozel lijken, maar atheïsten beweren dit zo. Maar, dit gewraakte
Schriftgedeelte geeft in de vers 21 duidelijk aan dat deze “vierpotige” insecten wel degelijk zes poten hebben: “die naast hun POTEN (= regel) een stel SPRING (= nathar) POTEN (= kara) hebben”. Het
Hebreeuws gebruikt hier twee verschillende woorden voor “poten”: regel en kara. Het vers zegt dat
deze insecten op vier regel lopen (hun voorste vier poten), met bovendien twee extra kara die gebruikt worden om te springen. Daarmee zijn alle zes poten beschreven.
Er wordt enkel een verschil gemaakt tussen looppoten en springpoten. Het laatste paar poten van
veel gevleugelde insecten zijn speciaal ontworpen om te springen, waardoor ze een andere functie
hebben dan de andere vier poten. Zie enkele foto’s hieronder (Cercopoidea):
Zelfs de honingbij heeft achterste poten met een andere functie en structuur, zoals je hierna kan
zien:
Alhoewel deze achterpoten gebruikt worden om te lopen zijn ze in hun functie en verschijning duidelijk en sterk verschillend. U zal kunnen begrijpen dat de Hebreeën net zo goed in staat waren die
achterpoten te zien als anders dan bij andere vliegende insecten, zodat enkel de eerste vier poten
aanzien werden als regel, terwijl de andere een aparte naam kregen, zoals kara in Leviticus 11:21:
“naast hun POTEN (= regel) een stel SPRING (= nathar) POTEN (= kara)”.
Wij definieerden het woord “insect” om een diertje te beschrijven dat zes poten heeft. In de tijd van
de Tora, duizenden jaren geleden, deed men het anders.
[email protected] - www.verhoevenmarc.be - Nieuwste Artikelen
2
De reptielen (Reptilia) of kruipdieren vormen een klasse van koudbloedige, gewervelde dieren. (Wiki).
3
Download