© Oorlog in mijn Buurt 2015
Minka Bos en Monique Wijbrands
[email protected]
www.oorloginmijnbuurt.nl
Dit boek is van
OORLOGSONDERZOEK 1:
Hallo, dit is jouw onderzoeksschrift:
hiermee onderzoek je de oorlogsgeschiedenis van jouw huis en buurt. Als je dit
hele boekje hebt gemaakt heb je je eigen historische boekwerkje ontwikkeld over de
oorlogshistorie van jouw huis.
Jij weet straks wie er in jouw huis woonden tijdens de oorlog, hoe jouw huis
en straat eruitzagen vroeger, of er Joodse mensen in jouw straat woonden die
gedeporteerd zijn, en of er granaten vielen in jouw straat. Veel succes!
DE OORLOG IN
JOUW BUURT
In dit onderzoek denk je alleen of met de klas na over de
oorlog in jouw wijk, en onderzoek je online de oorlog in
jouw buurt. Wat gebeurde er bij jou om de hoek tijdens de
oorlog? In de supermarkt, jouw straat of in het park? Praat
erover met je klasgenoten en research op internet oude foto’s
van jouw wijk, en oude oorlogskaarten.
PRAAT EROVER
Ken jij oorlogsverhalen en oorlogsmonumenten uit jouw buurt?
Schrijf ze hier op, en teken ze aan op de kaart.
OORLOG IN
MIJN BUURT
4
OORLOG IN
MIJN BUURT
5
Wanneer?
Kijk nu op de historische kaart waarop de Joodse bevolking in Amsterdam in 1941
staat aangegeven in stipjes. Dit is een beruchte kaart.
Denk na over de volgende vragen:
RESEARCH
Maps.amsterdam.nl:
Historische oorlogskaarten van jouw buurt
Op de website maps.amsterdam.nl vind je kaarten van Amsterdam in de Tweede
Wereldoorlog. Ga naar de site en scroll naar ‘historische kaarten’. Klik erop.
Je vindt kaarten met de plekken waar granaten en bommen invielen.
Schrijf op wat je hebt gevonden:
Wie heeft deze kaart gemaakt? En waarom?
Hoe werd deze kaart gebruikt? Door wie?
Wat betekenen die stipjes op de kaart? Kan je daar meer over vinden online?
Welke buurt had veel Joodse inwoners en welke bijna geen?
Staan er veel stipjes in jouw buurt?
Wat betekende dit?
Als er een bom of granaat viel in jouw wijk,
kan je online daar meer verhalen over vinden?
Hoe gebeurde dat?
Hoeveel Joodse inwoners wonen er nu in jouw wijk?
OORLOG IN
MIJN BUURT
6
OORLOG IN
MIJN BUURT
7
OUDE FOTO’S VAN JOUW HUIS EN STRAAT
Schuif met je mede-onderzoekers achter de computer en vul in:
www.beeldbank.amsterdam.nl.
Vervolgens vul je rechts bovenin jouw straat in. Wat vind je? Foto’s, tekeningen? Maak ze
groter. En wat als je nu ook nog zoekt op jouw adres met jouw huisnummer? Valt je iets op
aan de oude foto’s? Is je straat nog hetzelfde gebleven? Wat is er veranderd? Zitten dezelfde
winkeltjes er nog, in de winkelstraat bij jou om de hoek? Zoek eens op?
Locatie:
Jaartal:
Wat zit er nu op die plek?
Print en plak:
een foto of foto’s van jouw huis, vroeger
Lukt het je om dezelfde foto
te maken van je huis nu?
Plak die foto hier
OORLOG IN
MIJN BUURT
8
OORLOG IN
MIJN BUURT
9
OORLOGSONDERZOEK 2:
WIE WOONDEN
ER IN JOUW
HUIS OF STRAAT
TIJDENS
DE OORLOG?
PRAAT EROVER
Weet jij wie er tijdens de oorlog in jouw huis woonden?
Wat verwacht je daarover te kunnen vinden in het Stadsarchief?
Ben je daar wel eens geweest?
En wat is een archief eigenlijk?
Zouden jouw gegevens ook ergens in een archief opgeslagen zijn?
Weet jij waar? Waar wordt het voor gebruikt? En zou iedereen het in mogen kijken?
RESEARCH
Wie woonden er in jouw huis of straat tijdens
de oorlog? Weet jij dat? In deze les gaan we dat
bespreken en onderzoek doen op de website van
het Amsterdamse Stadsarchief. In het Amsterdamse
Stadsarchief zijn alle gegevens in te zien van
inwoners uit Amsterdam van 1924 tot 1989.
Het Stadsarchief
Met hulp van de website www.stadsarchief.amsterdam.nl kan je uitvinden wie er
van 1924 tot 1989 in jouw huis woonden, en wie deze mensen waren.
Benodigdheden: computer met internet connectie, inlogcode en credits voor
het inzien van gedigitaliseerde archieven. (Docent of ouder schrijft zich online in
bij het archief en betaalt een klein bedrag aan credits voor het inzien van
de digitale archieven).
Ga naar: de archiefbank op de site en klik op ‘inloggen’
–in klein grijze letters links boveninhttp://stadsarchief.amsterdam.nl/archieven/archiefbank/
introductie/index.nl.html).
Het opzoeken en bekijken van informatie is in het Stadsarchief zelf trouwens
gratis! Het archief is een bezoekje waard. Adres: Vijzelstraat 32, ‘De Bazel’.
OORLOG IN
MIJN BUURT
10
OORLOG IN
MIJN BUURT
11
DE WONINGKAART VAN JOUW HUIS
Op de woningkaart vind je de namen van mensen die in jouw huis woonden tijdens
de oorlog. Er zijn twee soorten woningkaarten: een getypte en een handgeschreven
kaart. Kies de handgeschreven kaart daarop staan de bewoners die in de
oorlogsjaren in jouw huis woonden.
Ga naar de site www.stadsarchief.amsterdam.nl
Klik op: ‘archieven’, dan op ‘archiefbank’, en dan op ‘indexen’:
daar vind je, onderaan de lijst: ‘woningkaarten’. Klik aan. Vul je adres in.
Wat vind je? Als het goed is zie je kleine ‘thumbnails’ van één of twee woningkaarten
van jouw huis. Wil je ze groter zien? Dat kan ook. Let op: Voor het inzien van je
woningkaart moet je betalen, en je moet je inschrijven bij het Stadsarchief.
Je docent of ouders kunnen je daarbij helpen.
Wat valt je op?
Als iemand tijdens de oorlog is vertrokken: waarom is iemand weggegaan denk je?
Of is hij of zij er in een oorlogsjaar komen wonen?
Verder zoeken?
persoonskaarten en archiefkaarten
Nog meer uitzoeken over de mensen die in jouw woonden?
Schrijf op wat je gevonden hebt op de woningkaart:
Namen:
Om nog meer uit te vinden over de mensen die tijdens de oorlog in jouw huis woonden
zoeken we op de site van het Stadsarchief naar
de ‘persoonskaarten’ en ‘archiefkaarten’.
Ga weer naar de ‘indexen’ lijst, en klik in de lijst op
‘persoonskaarten’ en ‘archiefkaarten’.
Vul de naam van het ‘gezinshoofd’ in die je vond op de woningkaart van jouw huis.
Wat vind je nu?
Gezinshoofd:
Datum van aankomst in het huis:
Datum van vertrek uit het huis:
OORLOG IN
MIJN BUURT
12
OORLOG IN
MIJN BUURT
13
OORLOG IN
MIJN BUURT
14
OORLOG IN
MIJN BUURT
15
Kijk goed naar de originele woningkaart hierboven. Maak nu je eigen woningkaart van jouw huis. Probeer alles in te vullen,
bijvoorbeeld: wie er in jouw huis wonen, wat jullie verwantschap is, en vanaf welke data jullie in het huis wonen.
OORLOGSONDERZOEK 3:
JOODSE MENSEN
UIT JOUW
STRAAT DIE IN
DE OORLOG ZIJN
GEDEPORTEERD.
Woonden er Joodse mensen in jouw huis, die tijdens de
oorlog zijn vermoord? Dit kun je vinden op de website:
www.joodsmonument.nl
Dit is niet zomaar een website. Hier vind je alle
Joodse mensen die vermoord zijn in de oorlog.
Soms zijn er uit heel veel huizen in dezelfde straat
mensen weggehaald in de oorlog. Het is verschrikkelijk
en onvoorstelbaar...
RESEARCH
Nu ga je je eigen straat zoeken op de site
Rechts bovenin op de site www.joodsmonument.nl vul je de straatnaam in.
Let op dat je hem goed spelt, anders vind je niks.
Kom je je eigen huisnummer niet tegen? Misschien vind je wel een ander
huisnummer vlakbij, waar vroeger Joden hebben gewoond.
Zie je dat huis van je buren voor je?
Klik erop. En bekijk wie er toen woonden.
Een vader, moeder, kinderen?
Hoe oud werden de ouders, en de kinderen?
Wat voor werk deed de vader? Ken jij mensen die nu nog zulk werk doen?
Wat valt je nog meer op?
Ken je de plek waar ze zijn omgebracht?
En valt je iets op aan de datum waarop ze zijn vermoord?
Kijk maar verder op de site en laat hem aan je klasgenootjes zien.
Deze site geeft een schrikwekkend en duidelijk beeld van hoeveel mensen
we nog altijd missen in onze stad.
OORLOG IN
MIJN BUURT
16
OORLOG IN
MIJN BUURT
17
PRAAT EROVER
Praat in je klas over wat je hebt gevonden op de site. En hoe de deportatie van
zoveel Joodse mensen uit Amsterdam zomaar plaats kon vinden.
Wat viel je op? Waar zijn de families die jij vond omgebracht?
Adres:
Voornaam en achternaam:
Werk:
Geboren, locatie en datum:
Hoe werden de mensen weggehaald uit hun huizen?
Omgekomen, locatie en datum:
Leeftijd:
Hoe zag Amsterdam eruit voor de Tweede Wereldoorlog, toen er nog 80.000 Joodse
mensen leefden in de stad?
Adres:
Hoeveel Joodse mensen leefden er na de oorlog in Amsterdam?
Voornaam en achternaam:
Werk:
Geboren, locatie en datum:
Omgekomen, locatie en datum:
Leeftijd:
In mijn huis of straat woonde deze Joodse familie:
Adres:
Adres:
Voornaam en achternaam:
Voornaam en achternaam:
Werk:
Werk:
Geboren, locatie en datum:
Geboren, locatie en datum:
Omgekomen, locatie en datum:
Omgekomen, locatie en datum:
Leeftijd:
Leeftijd:
OORLOG IN
MIJN BUURT
18
OORLOG IN
MIJN BUURT
19
OORLOGSONDERZOEK 4:
DE OORLOGS-­
GESCHIEDENIS VAN
JOUW SCHOOL
In dit hoofdstuk ga je onderzoeken wat er op jouw
school gebeurden tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Op sommige scholen zaten veel Joodse kinderen die
werden weggehaald uit de klas. Of zat je in de
klas naast je vriendjes die opeens verschenen in
een pakje van de Jeugdstorm (de jeugdclub van de
nationalistische NSB), en durfde meester niet meer
Oranje Boven te roepen. En soms zaten op scholen zelfs
mensen ondergedoken.. moet je voorstellen hoe stil en
goed verstopt je dan moet zijn overdag om de hele dag
ongehoord en ongezien te blijven..
PRAAT EROVER
Wat gebeurde er op jouw school tijdens de oorlog? Werd er gewoon elke dag les
gegeven? Werd er in de klas gesproken over de oorlog? Of kon dat niet? Omdat je dan
misschien verraden kon worden als je bijvoorbeeld tegen de Duitsers was?
Zaten er Joodse kinderen in de klas?
En werden die uit de klas weggehaald? Hoe ging dat?
RESEARCH
Online gaan we uitzoeken hoe jouw school vroeger heette. We zoeken foto’s van toen
en misschien kunnen we zelfs iemand vinden die tijdens de oorlog op jouw school
heeft gezeten.
De naam van je school
Zoek op stadsarchief.amsterdam.nl de woningkaart van jouw school
(zie ook onderzoek 2). Schrijf op:
Naam van mijn school nu:
Naam van mijn school vroeger, gevonden op de woningkaart:
Oude foto’s van je school
Op beeldbank.amsterdam.nl vind je oude foto’s van jouw school.
En op www.schoolbank.nl Op deze website vind je mensen die nu en
vroeger op jouw school hebben gezeten. En vaak ook klassefoto’s van
toen of vroeger.
Plak hier:
Een klassenfoto van een klas op jouw school tijdens de oorlog
(zie schoolbank.nl)
of
Een oude foto van jouw school (beeldbank.amsterdam.nl)
OORLOG IN
MIJN BUURT
20
OORLOG IN
MIJN BUURT
21
Zoek nu verder op www.schoolbank.nl met als zoekterm de oude naam van jouw school.
Gevonden? Op de tijdbalk in de site kan je zoeken naar mensen die tussen 1940 en
1945 op jouw school zaten. Dit zijn jouw oude schoolgenoten!
Wie vind je?
Namen
Woonden er Joodse mensen, mensen uit het
verzet of anderen die door toedoen van de oorlog
omkwamen tijdens de oorlog in jouw huis?
Zou je deze mensen kunnen contacteren? Zoek met google een aantal namen uit je
lijstje. Wat vind je dan? Kan je contactgegevens achterhalen? Probeer contact op te
nemen en vraag je oude schoolgenoot of jullie hem of haar zouden mogen interviewen
in de klas. Laat je leraar je hierbij helpen. Succes!
Naam:
Zat op mijn school in het jaar:
Op google gevonden informatie:
Contactgegevens:
Naam:
Zat op mijn school in het jaar:
Op google gevonden informatie:
Contactgegevens:
OORLOG IN
MIJN BUURT
22
Of weet je iets over bewoners uit het huis
van buren in je straat?
Vul deze poster in,
en plak hem op je raam,
of geef aan je buren, op 4 en 5 mei!
Geboren:
Omgekomen:
Naam:
Geboren:
Omgekomen:
Naam:
Geboren:
Omgekomen:
Naam:
Hier woonden
in de oorlog:
Adres:
OORLOGSONDERZOEK 5:
MAAK EEN
STAMBOOM
In de oorlog was je stamboom heel belangrijk omdat
het je leven kon redden. Sommige Jododse mensen konden hun
familie redden met hulp van de familiestamboom. Zo redde de
15-jarige Amsterdamse Beppie Da Costa haar vader,
doordat ze dankzij hun familiestamboom kon bewijzen dat
zijn voorouders oorspronkelijk uit Portugal kwamen.
Wat weet jij over jouw voorfamilie?
Dat zoeken we uit in dit hoofdstuk.
OORLOG IN
MIJN BUURT
27
PRAAT EROVER
overgrootouders
overgrootouders
Wat is je voornaam?
Ben je genoemd naar iemand in je familie?
Wat is je achternaam?
Weet jij wanneer jouw grootouders zijn geboren?
Maakten zij de Tweede Wereldoorlog mee?
opa
oma
opa
oma
En waar woonden zij toen?
Heb je er wel eens verhalen over gehoord van je ouders?
Of vertellen je grootouders er wel eens over?
je vader
je moeder
RESEARCH
Probeer nu een stamboom te maken van jouw familie. Stel hierover vragen aan je
ouders en je grootouders: hoe heetten hun ouders en grootouders en waar kwamen
ze vandaan? Als je weet waar jouw familie oorspronkelijk vandaan komt, kun je hun
namen ook opzoeken in de archieven van die steden of regio’s. Wie weet vind je dan
nog meer bijzondere informatie over jouw voorouders, online!
Hoe heten jouw ouders?
En je grootouders?
En hun ouders?
jij
Wat waren de achternamen
van je oma’s en moeders?
Waar kwam je familie
vandaan?
En de grootouders van
je grootouders?
OORLOG IN
MIJN BUURT
28
OORLOG IN
MIJN BUURT
29
OORLOGSONDERZOEK 6:
HET INTERVIEW
Nu je de historie van je huis, straat en eigen familie hebt
onderzocht gaan we ons onderzoek verbreden naar de mensen in je
buurt: op zoek naar oorlogsverhalen.
We gaan interviewen! Probeer een oudere te vinden die tijdens de oorlog in de buurt
van je school woonde. Dan verzamel je nog meer verhalen over jouw wijk. Lukt dat
niet? Stap dan eens op je oude buurvrouw of buurman af en vraag haar of hem of je
vragen zou kunnen stellen over de oorlog.
Best spannend. Hoe pak je dat aan? We gaan aan de slag!
RESEARCH
De voorbereiding
Voordat je interview plaats vindt moet je je goed voorbereiden. Dit doe je door
zoveel mogelijk te weten te komen over de persoon die je gaat interviewen en over
het onderwerp waarover je vragen wilt stellen. Via internet kan je mogelijk meer
te weten komen over de persoon die je gaat interviewen. En zorg daarbij dat je je
basiskennis over de Tweede Wereldoorlog paraat hebt, anders weet je niet wat je kan
vragen. (lees de begrippenlijst nog eens door voordat je naar je gesprek gaat).
Wie is de persoon die je gaat interviewen?
Voornaam, achternaam:
Zoek eens online met google of je iets vindt op zijn/haar naam?
PRAAT EROVER
Laten we het eerst eens hebben over wat dat eigenlijk is,
een interview. Is het een gesprek?
Wat was zijn / haar adres in de oorlog?
Zoek eens op joodsmonument.nl of er Joodse mensen
gedeporteerd zijn in zijn/haar straat, misschien kende hij/zij hen wel?
Hoe zou jij een interview omschrijven?
Heb je zelf wel eens iemand geïnterviewd?
Wie?
Hoe oud was hij/zij toen de oorlog begon?
Waarover ging het?
Hoe had je je voorbereid?
Wat was zijn/haar religie of overtuiging?
OORLOG IN
MIJN BUURT
30
OORLOG IN
MIJN BUURT
31
Bedenk vragen voor het interview,
op basis van deze gevonden informatie.
Mijn vragen:
DOMME VRAGEN BESTAAN NIET!
- Stel korte vragen, niet te ingewikkeld, en 1 vraag tegelijk.
- Je kunt gesloten vragen stellen, maar daarop krijg je alleen een ‘ja’ of ‘nee’ als
antwoord. Voorbeeld van een gesloten vraag: ‘Bent u gelukkig?’’
-O
pen vragen kunnen helpen om de geïnterviewde te laten vertellen, gebruik de vijf w’s
(en 1 h): wie / wat / waar/ wanneer / waarom / hoe. ‘Wat heeft u toen gedaan?’
- Maar, let op, te open vragen, werken dan weer niet.
Bijvoorbeeld: ‘Vertel eens iets over uzelf.’
Vergeet je opnameapparaatje
of telefoon niet mee te nemen
naar het interview!
OORLOG IN
MIJN BUURT
32
OORLOG IN
MIJN BUURT
33
HET INTERVIEW!
Problemen tijdens het interview...
Je gaat bij een oudere dame of heer op bezoek. Je spreekt hem of haar aan
met ‘u’ (tenzij hij of zij zelf aangeeft dit anders te willen).
Bij binnenkomst geef je een hand en stel je jezelf voor en na afloop bedank je voor
het gesprek. Neem iets mee als dank voor het gesprek (chocolaatjes bijvoorbeeld).
Biedt de buurvrouw of buurman iets te drinken aan? Neem het aan! Hij of zij heeft
misschien wel speciaal voor jou iets in huis gehaald. En samen even limonade
drinken maakt de sfeer ook ontspannen: belangrijk, want de oudere buur kan het
best spannend vinden om je te ontvangen en zomaar over zo’n zwaar onderwerp te
moeten gaan vertellen.
Om de sfeer gemakkelijk te maken kun je, voordat
het interview begint, kort over koetjes en kalfjes praten,
(bijvoorbeeld: het weer, de buurt).
Begin je gesprek niet meteen met de gevoeligste onderwerpen. Bouw het langzaam
op. Je kunt bijvoorbeeld met feiten beginnen: ‘Woonde u nog thuis in de oorlog?
Met wie? Met ouders, broers, zussen? Waar woonde u?’
Neem de juiste interviewhouding aan: je kijkt de ander aan, wees oprecht
geïnteresseerd en héél nieuwsgierig. Als je alleen maar naar je vragenlijstje
kijkt en niet let op de houding van de geïnterviewde, dan mis je misschien nét de
mooie verhalen die voorbijkomen.
Als het goed is heb je een paar vragen op papier staan, waar je zeker
antwoord op wilt hebben. Probeer die niet meteen na elkaar te stellen.
Maar probeer vooral goed te luisteren.
Interviewen = luisteren en doorvragen.
Luisteren is: je concentreren op wat iemand
vertelt, zonder alvast te denken aan de volgende
vraag. Als je goed luistert naar wat iemand vertelt
dan ontstaat er bij jou vanzelf een nieuwe vraag.
OORLOG IN
MIJN BUURT
34
OH JEE, DE BUURMAN WEIDT UREN UIT OVER ANDERE ONDERWERPEN. EN NU?
Doorbreek beleefd zijn lange verhalen en ga terug naar je onderwerp. Zeg bijvoorbeeld: “Ik vind het
interessant wat u vertelt, maar ik ga toch nog even terug naar de vorige vraag. Ik wil toch nog even
weten...” Dan herhaal je de vraag waarop je antwoord wil hebben.
OH JEE, DE BUURVROUW BEPERKT ZICH TOT ZEER KORTE ANTWOORDEN. EN NU?
Probeer haar, haar ervaringen te laten beschrijven, en ga daarbij in op de details:
‘Kunt u beschrijven hoe dat eruitzag? Wie waren erbij? Hoe rook het? Hoe klonk het? Hard geluid?
Hoe hard? Wat voelde u toen?’
DE UITWERKING: KIEZEN EN SCHRAPPEN!
Heb je aantekeningen / audio opname / filmopname gemaakt?
Bekijk, lees of luister die terug.
Begin met het opschrijven van de feiten:
naam, geboortedatum, adres, gezinssamenstelling.
En ga dan in je aantekeningen of opname op zoek naar die delen
van het interview, die echt belangrijk of bijzonder zijn.
Neem een marker en teken de bijzondere stukken aan.
Wat maakt een verhaal bijzonder?
De persoonlijke verhalen maken een interview bijzonder.
Veel mensen hebben in de oorlog ongeveer hetzelfde meegemaakt, die verhalen
hoef je niet nog een keer te vertellen. Zoek bij jouw interview naar stukken die
echt iets zeggen over de persoon zelf. Wat heeft hij of zij meegemaakt?
En wat heeft hem of haar echt geraakt?
En heeft hij of zij bijzondere verhalen verteld over de oorlog in jouw buurt?
Schrijf hieronder op wat je bijzonder vond of wat je is bijgebleven.
Wat vond jij van het interview?
Schrijf hieronder op wat je bijzonder vond of wat je is bijgebleven.
Wat heb je onthouden?
OORLOG IN
MIJN BUURT
36
OORLOG IN
MIJN BUURT
37
Wat viel je op?
Ben je klaar?
Mail jouw verhaal naar: [email protected]
OORLOG IN
MIJN BUURT
38
OORLOG IN
MIJN BUURT
39
BEGRIPPENLIJST
FEBRUARISTAKING
woedend! Om Nederland te straffen leggen ze
het treinverkeer helemaal stil. Er komt geen
voedsel en brandstof voor kachels het westen
van Nederland meer binnen.
Op 25 februari 1941 komen heel veel
Amsterdammers in opstand tegen de bezetter.
Hoe? Door te staken. Iedereen stopt met
werken. De trams rijden niet meer, winkels
gaan dicht en zelfs scholieren gaan niet naar
school. Waarom? In de dagen daarvoor zijn
Joden met veel geweld weggevoerd naar
concentratiekampen. Door te staken laten
de Amsterdammers zien dat ze woedend zijn
over wat de nazi’s de Joden aandoen. Deze
staking heet de Februaristaking. Het is de
grootste verzetsactie tegen de nazi’s in heel
Europa. Na twee dagen stoppen de Duitsers
de Februaristaking met veel geweld. Hierbij
vallen negen doden en er worden veel mensen
gevangengenomen.
HONGERTOCHTEN
Op zoek naar eten trekken kinderen en
volwassenen in de winterkou naar streken
buiten de stad. Vaak naar het noorden of
oosten van Nederland. Want de boeren in die
gebieden hebben nog wel genoeg voedsel.
Deze tochten worden de ‘hongertochten’
genoemd. Bij de boeren ruilen de stedelingen
hun kleding, servies, speelgoed of andere
bezittingen voor eten. De tocht naar het
platteland zit vol obstakels. De hongerige
mensen gaan door de kou met karren of
fietsen met houten banden! Mensen zijn soms
weken op pad. Dagelijks trekken duizenden
mensen uit de stad naar het platteland.
HONGERWINTER
In de winter van 1944-1945 hebben veel
stedelingen in Nederland geen eten meer. Ook
raakt de brandstof voor de kachels op. Terwijl
de oorlog dan al bijna voorbij is! Tijdens deze
winter is het heel koud. Uiteindelijk sterven
er 9739 mensen aan ondervoeding en kou.
De meesten hiervan zijn jonge kinderen en
ouderen.
Waarom krijgen de mensen geen eten meer?
De geallieerde soldaten bevrijden het zuiden
van ons land. Bij de Nederlandse Spoorwegen
wordt gestaakt. Hierdoor kan het Duitse leger
geen goederen transporteren. De nazi’s zijn
JODENVERVOLGING
Als de Duitsers Nederland bezetten stellen ze
allerlei nieuwe regels op voor Joden. Waarom?
De nazi’s vinden dat Joden niet dezelfde
rechten hebben als andere mensen. Ze willen
ze uitsluiten van het normale leven. Joden
moeten zich vanaf 1941 laten registreren
en mogen sommige beroepen niet meer
uitoefenen.
OORLOG IN
MIJN BUURT
40
VERBODEN VOOR JODEN
van de NSB lijken op die van de nazi’s. Partijleider
van de NSB is Anton Mussert. Ongeveer 100.000
mensen zijn lid van de NSB. Alle politieke partijen
worden door de Duitsers verboden tijdens de
oorlog, behalve de NSB. Na de oorlog is de NSB
verboden. Leden van de NSB worden opgepakt
en sommige partijleiders gefusilleerd.
In alle openbare ruimtes, zoals: zwembaden,
bioscopen, parken, markten en speeltuinen
komen bordjes te hangen met ‘verboden voor
joden’. De Joden mogen de tram niet meer
gebruiken, en vanaf 1942 moeten Joden altijd
een gele ster op hun kleding dragen, met
daarop het woord ‘Jood’.
SS
RAZZIA’S
De SS, Schutzstaffel, (beschermingsafdeling),
is in de oorlog de elite-eenheid van Adolf
Hitler. Na de oorlog wordt de SS omschreven
als een ‘misdadige organisatie’. In 1940 wordt
de Nederlandse SS opgericht. Niet iedereen
kan er lid van worden. Mannen worden
geselecteerd op basis van ras, levenshouding,
persoonlijkheid en lichamelijke conditie.
De Duitsers beginnen in 1942 met het wegvoeren
van Joden. Hele wijken worden afgesloten en
Joodse mensen worden door de Duitsers uit hun
huizen gehaald en weggevoerd. Deze massale
arrestaties worden razzia’s genoemd.
CONCENTRATIEKAMPEN
Waar worden alle opgepakte Joden naartoe
gebracht? De Amsterdamse Joden worden
naar de ‘Hollandsche Schouwburg’ gebracht,
een schouwburg aan de Plantage Middenlaan
in Amsterdam. Vandaaruit worden de mensen
gestuurd naar ‘doorgangskampen’, zoals kamp
Westerbork en kamp Vught. In die kampen
worden de meeste mensen op transport gezet
naar vernietigings- of concentratiekampen in
Duitsland en Polen, zoals Sobibor en Auschwitz.
In deze vernietigingskampen wordt het
grootste deel van de gevangenen bij aankomst
meteen vermoord in gaskamers. Voor de
oorlog woonden ongeveer 140.000 Joden in
Nederland. In de oorlog zijn ongeveer 104.000
Joden omgekomen. Daarvan kwamen ongeveer
62.000 uit Amsterdam.
DOLLE DINSDAG
Dinsdag 5 september 1944 bereiken de mensen
in Nederland berichten dat de bevrijding nabij
is! Er heerst een opgewonden stemming en veel
NSB-leden vluchten halsoverkop naar Duitsland.
VERZET
Als je verzet pleegt tegen de Duitse nazi’s dan
laat je zien dat je het niet met hen eens bent.
Dit kan op veel verschillende manieren. Zo
verven mensen de letters ‘OZO’ op muren in de
stad. Deze staan voor ‘Oranje Zal Overwinnen’.
Of mensen steken een lucifer in hun knoopsgat
met het oranje kopje omhoog. Dit betekent:
‘Oranje Boven’. Deze vormen van verzet zijn
niet zo ernstig. Als een Duitse soldaat je hierop
betrapt kreeg je een boete. Het is moeilijk te
zeggen hoeveel mensen er bij het verzet in
Nederland hebben gezeten. Waarschijnlijk zijn
het er rond de 100.000.
NSB
In 1931 wordt de politieke partij NSB (NationaalSocialistische Beweging) opgericht. De ideeën
OORLOG IN
MIJN BUURT
41
ILLEGALE KRANTEN
600 ton voedsel droppen de geallieerden op
vier plekken in het westen van Nederland.
In illegale verzetskranten staan kritische
artikelen over de Duitse bezetter en artikelen
om het Nederlandse volk aan te zetten tot
verzet.
Bekende illegale kranten zijn: Het Parool,
Vrij Nederland en Trouw. Het is in de oorlog
gevaarlijk om die kranten te maken en te
verspreiden: 80 medewerkers van Het Parool
hebben de oorlog niet overleefd.
DE BEVRIJDING
Op 5 mei 1945 is heel Nederland bevrijd. De
geallieerde soldaten bevrijden Amsterdam. Via de
Berlagebrug rijden tanks met Canadese soldaten
Amsterdam in. De oorlog is eindelijk voorbij.
VERDER ZOEKEN
ARCHIEF:
SHOAH FOUNDATION,
IN HET JOODS
HISTORISCH MUSEUM
ONLINE ARCHIEF
JOODS AMSTERDAM
Op www.joodsamsterdam.nl kan je gebouwen,
straten en plekken opzoeken in jouw buurt. Kijk
onder ‘straten’ en klik op ‘Rivierenbuurt’. Welke
joodse verhalen uit De Rivierenbuurt kom je
tegen?
Zoek meer oorlogsverhalen over de buurt
in het grote interviewproject van de Shoah
Foundation. In het kenniscentrum van het
Joods Historisch Museum zijn interviews,
met overlevers van de Tweede Wereldoorlog
en verzetsmensen te bekijken.
Ga naar www.jhm.nl en zoek op:
‘Tweeduizend Getuigen Vertellen.
De Nederlandse verhalen uit het Shoah
Visual History Archief’
ONDERDUIK
Sommige mensen helpen Joden met
onderduiken. Ze verstoppen de Joodse mensen
op zolders, kelders of in geheime kamers. Zo
kunnen de Duitsers hen niet vinden.
GEWAPEND VERZET
In het gewapend verzet gebruiken de
verzetsleden geweld tegen de nazi’s. Ze
schieten bijvoorbeeld hoge Duitse officieren
dood, of ze steken kantoren van de nazi’s in
brand. Ze doen alles om het de bezetter zo
moeilijk mogelijk te maken.
SPOORZOEKEN IN DE BUURT
In de Rivierenbuurt vonden bewoners sporen
uit de oorlog op straat: met verf geschreven
huisnummers op de muren. Vind jij die ook in
jouw buurt? Die geschilderde huisnummers
werden op de muren gezet zodat de nummers
ook ’s nachts goed zichtbaar bleven. (’s Nachts
was het zo donker in Amsterdam, omdat alle
straatlampen uit waren en de huizen verduisterd).
Zie: www.spoorzoekeninderivierenbuurt.nl
OUDE SCHOOLVERHALEN ONLINE
Wil je ook leerlingen vinden die tijdens de
oorlog op jouw school hebben gezeten?
Zoek eens op www.schoolbank.nl daar vind je
veel oude verhalen en foto’s van oud-leerlingen
van jouw school.
VOEDSELDROPPINGS
April 1945. Amsterdam is nog steeds in
handen van de Duitse soldaten. Er sterven
nog altijd veel mensen aan de hongerdood.
Dan valt er opeens eten uit de lucht!
De geallieerde soldaten, (ondermeer:
Amerikanen, Canadezen, Engelsen), willen
de hongerige Nederlanders helpen. Ze gaan
praten met de nazi’s. Er moet hulp komen!
Engelse en Amerikaanse vliegtuigen mogen
boven Nederland eten uitstrooien. In plaats
van bommen vallen er nu pakketten met meel,
vlees, melkpoeder en chocola naar beneden.
WALLY VAN HAL
Website over de bankier van het verzet: Wally
van Hal. Een monument voor hem staat op het
Frederiksplein. www.walravenvanhall.nl
ONLINE BUURTARCHIEF
GEHEUGEN VAN.NL
MEER WEBSITES
Heel verhalen van vroeger zijn opgenomen
in online archieven ‘Het Geheugen van...’
(Zuid, Noord, Oost, West). Bewoners van
buurten in Amsterdam delen op die sites
hun herinneringen aan hun buurt.
www.geheugenvanplanzuid.nl
www.geheugenvanoost.nl
www.geheugenvanwest.nl
OORLOG IN
MIJN BUURT
42
www.hetillegaleparool.nl
www.deoorlog.nps.nl
www.schooltv.nl
www.jhm.nl
www.13indeoorlog.nps.nl
www.verlatenhotel.nl
www.verzetsmuseum.org
OORLOG IN
MIJN BUURT
43
AANTEKENINGEN
Heb je oorlogsverhalen gevonden in jouw
buurt? Mail ons! Dan voegen we die toe aan
het Oorlog in mijn Buurt archief:
[email protected]
Of voeg je onderzoek of interview toe aan
onze Facebook pagina:
www.facebook.com/oorlogbuurt
www.oorloginmijnbuurt.nl
OORLOG IN
MIJN BUURT
44
OORLOG IN
MIJN BUURT
45