toespraak_geert_bourgeois_10nov2011

advertisement
Toespraak door Geert bourgeois, viceminister-president en Vlaams minister van Bestuurszaken, Binnenlands
Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand ter gelegenheid van de officiële lancering van de herdenking
van 100 jaar Groote Oorlog (2014-’18)
De Warande, Brussel, 10 november 2011
•
Ook voor mij is het een bijzonder genoegen u, aan de vooravond van 11
november, in dit fraaie kader van De Warande te kunnen ontmoeten.
Morgen herdenken wij voor de 93ste keer het einde van de Eerste Wereldoorlog,
de Groote Oorlog, “de oercatastrofe” van de twintigste eeuw, zoals de
Amerikaanse historicus en diplomaat George F. Kennan hem noemde.
De loopgravenoorlog van het Westfront is voor een groot deel uitgevochten in
het zuidwesten van Vlaanderen, achter de IJzerrivier, in wat wij de Westhoek
noemen en wat wereldwijd bekend is als Flanders Fields.
Alleen al in Flanders Fields zijn meer dan 500.000 soldaten gestorven. Ze
kwamen uit de vier windstreken, ze hadden bijna veertig verschillende
nationaliteiten. We kunnen, mogen en zullen hen nooit vergeten. Wij dragen hen
en alle andere slachtoffers van de Groote Oorlog in ons hart en onze herinnering.
Daarom wil Vlaanderen, zoals minister-president Kris Peeters al zei, de
honderdste verjaardag van de Groote Oorlog op passende wijze herdenken.
We willen hiervoor de krachten bundelen en dat samen doen met de andere
betrokken naties. Daartoe hebben wij een humanitair en internationaal gericht
herdenkingsproject ontwikkeld.
Het is een project dat verschillende beleidsdomeinen van de Vlaamse overheid
omvat: onroerend erfgoed, cultuur, onderwijs, media, internationaal beleid,
toerisme, … De Vlaamse regering heeft mij de coördinatie ervan toevertrouwd.
Centraal in ons project staan de oorlogsrelicten, de sporen van de Eerste
Wereldoorlog die in Vlaanderen en vooral in de Westhoek nog talrijk aanwezig
zijn. De honderdste verjaardag van de Groote Oorlog is een unieke gelegenheid
om dat oorlogserfgoed duurzaam te bewaren voor de komende generaties
en verder te ontsluiten voor binnenlandse en buitenlandse bezoekers. Door
dat te doen, houden wij op een respectvolle manier de herinnering aan de
oorlogsslachtoffers levend.
De Vlaamse regering heeft 15 miljoen euro vrijgemaakt in een ’Impulsfonds
100 jaar Groote Oorlog‘ voor infrastructurele projecten. Tientallen openbare
besturen en particuliere verenigingen hebben mijn oproep beantwoord
om projecten in te dienen die voor subsidiëring in aanmerking komen. Het
bewijst dat de herinnering aan de Groote Oorlog nog altijd leeft en er voor de
herdenking een breed draagvlak is.
Van de 69 ingediende projecten zijn er eind vorig jaar 44 geselecteerd die voor
steun in aanmerking komen. Het zijn projecten die belangrijke oorlogsrelicten
valoriseren, vernieuwen of uitbreiden, en ontsluiten, zodat binnen- en
buitenlandse bezoekers ze in optimale omstandigheden kunnen zien en beleven.
De 44 projecten vertegenwoordigen een investering van ruim 50 miljoen euro.
Vijf ervan beschouwen wij als strategische projecten. Ze belichten elk één aspect
van het oorlogsverhaal. Ze hebben elk hun eigen invalshoek.
In Ieper wordt het In Flanders Fields Museum vernieuwd en heringericht, met
als centraal thema ‘mens en landschap’.
- 1 -
‘Leven en dood’, het medische verhaal, komt aan bod in onder meer het
Lijssenthoek Military Cemetery en het Talbot House in Poperinge.
In Zonnebeke, in de buurt van het Tyne Cot Cemetery, breiden wij het
Passchendaele Memorial Park uit. Het vertelt het militaire verhaal, met de Slag
van Passendale als brandpunt.
Een nieuw bezoekerscentrum in Nieuwpoort, aan de Vlaamse Kust, belicht de
inundatie van de IJzervlakte, die het verloop van de stellingenoorlog in grote
mate bepaald heeft.
Ten slotte is er de actualisering van het IJzertorenmuseum en de IJzertorensite
in Diksmuide, dat de ontwikkeling van de Vlaamse Beweging tijdens de oorlog en
’nooit meer oorlog‘ als thema heeft.
De 39 andere projecten die op steun uit het Impulsfonds kunnen rekenen,
zijn innovatieve projecten in steden en streken die zwaar onder de oorlog te
lijden hadden, zowel in de frontzone achter de IJzer als in het bezette deel van
Vlaanderen.
Om de honderdste verjaardag van de Groote Oorlog te herdenken, zullen wij in
heel Vlaanderen ook tal van evenementen organiseren. Voor de jaren 2014 en
2015 is daarvoor een subsidiebudget van 5 miljoen euro beschikbaar.
Het is de bedoeling om enerzijds een aantal topevenementen met een ruim
internationaal bereik te ondersteunen, en om anderzijds evenementen te
subsidiëren die zich in hoofdzaak tot onze eigen bevolking richten, maar met een
bovenlokaal belang.
De oorlogsherdenking bestrijkt, zoals ik al zei, alle domeinen waar de Vlaamse
overheid bevoegd voor is. Sta mij toe al enkele elementen te vermelden van deze
horizontale aanpak.
De openbare omroep bereidt verschillende programma’s over de Eerste
Wereldoorlog voor, onder meer een fictiereeks ’In Vlaamse velden‘ – In Flanders
Fields.
Met steun van het Vlaams Audiovisueel Fonds, hadden in Vlaanderen, van
10 oktober tot 22 oktober, opnames plaats voor de vijfdelige prestigieuze
Brits-Amerikaanse reeks Parade’s End. Het is een liefdesgeschiedenis die zich
afspeelt tegen de achtergrond van de Eerste Wereldoorlog. De Vlaamse openbare
omroep, die een van de partners is in het project, zal de reeks in het najaar 2012
uitzenden.
De Vlaamse scholen zullen in de periode 2014-2018 bijzondere aandacht hebben
voor de oorlog, en niet alleen in de geschiedenislessen. Vredesopvoeding neemt
eveneens een prominente plaats in.
Over het internationale aspect heeft minister-president Kris Peeters al
gesproken.
- 2 -
Het is mijn vaste overtuiging dat al onze inspanningen een draagvlak zullen
creëren om samen met de landen die u hier vertegenwoordigt, de ‘Groote Oorlog’
en zijn miljoenen slachtoffers te herdenken.
Ik zou in dat verband nog even willen terugkomen op ons oorlogserfgoed dat,
zoals ik zei, een sleutelpositie in ons herdenkingsconcept inneemt.
Heel wat oorlogsrelicten zijn al beschermd, onder meer 161 militaire
begraafplaatsen en tal van gedenktekens. We zetten de thematische bescherming
voort.
Waar dat nodig is, ondersteunen we de restauratie van belangrijke relicten of
voeren we andere beheerswerken uit.
Ten slotte streven we naar de erkenning van de meest relevante delen van het
frontgebied in de Westhoek als unesco-Werelderfgoed. Wij hebben al contacten
gelegd met Wallonië en Frankrijk om daar samen voor te ijveren, want het
oorlogsfront strekte zich ook op hun grondgebied uit.
Onze kandidatuur zal niet zozeer gebaseerd zijn op de historische slagvelden,
maar veeleer op de hedendaagse herinneringslandschappen en -sites, de
lieux de mémoire die eruit zijn ontstaan, en op de universele waarden die het
herinneringslandschap uitdraagt.
Het herinnerings- en herdenkingslandschap dat op de slagvelden van de Eerste
Wereldoorlog is ontstaan, is immers een uniek en waardevol gegeven. Het
is het gevolg van een oorlog zonder voorgaande die het wereldbeeld grondig
heeft hertekend. Het is gecreëerd en wordt gedeeld door een internationale
gemeenschap, door soldaten en hun familie uit de vijf continenten. Het
draagt een universele boodschap van ‘nooit meer oorlog’ uit, een oproep tot
internationale verstandhouding en duurzame vrede.
Die verstandhouding en die vrede wil en zal Vlaanderen blijven nastreven, net
als en samen met de landen en de organisaties die u vertegenwoordigt.
- 3 -
Download