Hoofdstuk 12 Internationale betrekkingen en globalisering

advertisement
Hoofdstuk 12 Internationale betrekkingen en globalisering
12.1 Het idealisme
o
o
o
o
De theorie vd int betrekkingen w beheerst door een fundamentele tegenstelling tss idealistische en
realistische benaderingen.
 Idealisme: int betrekkingen moeten leiden tot vrede en samenwerking
 Realisme: er wordt vooral gestreefd naar veiligstellen van eigen nationale belangen
Idealistische benadering verwacht dat de betrekkingen tss staten zullen verlopen volgens vastgestelde
morele principes en juridische normen.
Thomas van Aquino: stelt criteria op om van een ‘rechtvaardige’ oorlog te knn spreken
 Respect vr menselijk leven staat centraal in christelijke ideologie, vloeit hier een
radicaal pacifisme uit?  in een aantal omstandigheden kan een oorlog wel als
rechtvaardig en geoorloofd wdn beschouwd
 1. Oorlog moet een rechtvaardig doel hebben (bv verdedigen tegen
vijandige aanval)
- Veroveringsoorlog is nooit rechtvaardig, maar gebieden proberen
te heroveren is wel een legitimering voor oorlogen
 2. Kan alleen uitgeroepen worden door een legitieme autoriteit (een
usurpator: iemand die de troon onrechtmatig bezit kan geen rechtvaardige
oorlog voeren, ook als hij aan eerste voorwaarde voldoet!)
 3. Moet gevoerd worden met de moreel juiste intenties (streven om bv het
goede te laten zegevieren over het kwade, dus omwille van morele
overtuiging en NT om de materiële belangen van een land)
 Geleidelijk aan is lijstje aangevuld met drie bijkomende eisen
- 4. Redelijke kans op succes (leidt anders alleen maar tot lijden en
bloedvergieten)
- 5. Zekere proportionaliteit in oorlogsinspanning (een kleine aanval
mag nt beantwoord worden met een allesvernietigende
tegenaanval bv)
- 6. Er mag pas in laatste instantie naar gegrepen worden (eerst
andere middelen aangewend om conflict op te lossen)
  in deze gevallen kan een oorlog moreel rechtvaardig worden genomen,
ondanks principiële veroordeling van gebruik geweld
Grotius (Hugo de Groot, 1583, 1645)
 Een vd grondleggers van idee dat staten zich moeten houden aan de rechtsregels
 Als afzonderlijke staten volledig vrij zijn in hun beleid leidt dit tot chaos en anarchie
 Werk over ‘vrijheid vd zee’: Grotius  claim van Engeland, Spanje dat zij eigenaar waren v
delen van de oceanen omdat zij die militair konden controleren  de zee is van iedereen en
in principe heeft iedereen recht van vrije doorgang op de wereldzeeën
 Grotius verwacht dat staten bij eventuele conflicten eerst zullen onderhanden, daarna mogen
ze toevlucht nemen tot geweld
 Oorlog kan alleen rechtvaardig zijn omwille v
- Zelfverdediging
- Verdediging v eigen grondgebied
- Om zware misdaden te knn bestraffen
 Er moeten duidelijke regels gelden bij het oorlogvoeren
- Starten met een duidelijke oorlogsverklaring
- Legers mtn zich inspannen om burgerbevolking te sparen
o
o
- Tegen het gebruik van gifwapens
- Zekere mate v terughoudendheid bij doden v tegenstanden
- Eindigen met duidelijk verdrag tss partijen
 Introduceert 2 belangrijke thema’s ih internationaal recht
 1. Gemeenschappelijk bezit v sommige gebieden vd aarde (knn nt geclaimd w door
één land)
 2. Landen moeten eerst onderhandelen en conflicten eventueel voorleggen aan een
arbitrageorgaan (1899: Den Haag, internationaal Arbitragehof)
 3. Duidelijke regels in gevolg van oorlog
  internationaal oorlogsrecht (Verdragen v Genève) dus laat gevolg van Grotius’
werk
Immanuel Kant (1724-1804)  een rechtvaardige oorlog zal in praktijk bijna alleen voorkomen in
geval v zelfverdediging  als alle landen dit principe zouden toepassen zou er nooit meer oorlog
voorkomen.
 Zum ewigen Frieden(1795): dictators zullen alleen een oorlog starten, in democratie respect
voor rechtsregels (en een democratische machthebber zal dat nt alleen toepassen bnn eigen
lande, ook voor de relaties tss landen.
 Theorie van de ‘democratische vrede’ = democratische landen zullen nt geneigd zijn militaire
conflicten met elkaar uit te vechten.
 Hoe meer democratieën, hoe minder oorlogen tss landen en zouden op den duur
verdwijnen
 Meer cynische interpretatie: democratische heersers zn bang om een oorlog te
beginnen, ze moeten verantwoording afleggen aan publieke opinie (veel makkelijker
voor dictator om publ opinie zwijgen op te leggen)
 Discussie bnn pol wetenschap of theorie v Kant juist of fout is?
 Rijke democratieën beschikken nl vaak over andere middelen om hun wil op te
leggen (bv weigeren lening kwijt te schelden)
 VS is in verleden nl een aantal militaire conflicten aangegaan, soms zelfs zonder
mandaat vd VN-veiligheidsraad
 Dus: democratische vrede gaat niet altijd en in alle omstandigheden op (
Invloed v idealistische stroming op uitbouw vd internationale organisaties in 20e E:
 Verenigde Naties
 Zn nt in alle omstandigheden tegen geweld gekant maar
 Verbinden heel strikte voorwaarden aan gebruik v militair geweld en v lidstaten
wordt verwacht dat ze hun conflicten op een andere manier beslechten
 Handvest vd VN (zie p 249!)
12.2 De realistische benadering
o
o
o
Realistische benadering stelt dat we ons door de realiteit moeten laten leiden: landen zullen hun
buitenlands beleid ontwikkelen om dat ze hun eigen belangen willen verdedigen of veiligstellen (nt dat
ze ineens hoge idealen zullen nastreven)
 Dubbelzinnigheid: ze zouden hun enkel bezighouden met beschrijven en analyseren vd wkh,
maar risico is dat realisme ook normatieve consequenties zullen hebben (kan gebruikt wdt
om geweld te legitimeren)
Uitgangspunt: soevereiniteit vd natiestaat = naties zijn op een volstrekte en absolute manier
autonoom en zijn daarom aan niemand verantwoording schuldig.
Jean Bodin, De la souveraineté (1579)
 De heerser kan nooit ondergeschikt zijn aan iemand anders, maar oefent een absoluut en
soeverein gezag uit.
o
o
o
o
 Gezag = tijdloos en aan geen enkele beperking onderhevig
 Verdediging vd absolutistische staat
Carl von Clausewitz (was militair in Pruisisch leger)

staten zullen zich nt laten leiden door hoge idealen
 Oorlog zal er altijd zijn en wat belangrijk is: de juiste strategie ontwikkelen om die te winnen
 Oorlog = politiek instrument dat de staat kan gebruiken om doel te bereiken
 Citaat zie p250!
 Clausewitz is bezig met strategische vraag: Hoe slaag je erin een oorlog te winnen?
  proportionaliteitsleer: er moet een juiste verhouding zijn tss oorzaak vd oorlog en
gebruikte geweld
 Clausewitz zegt dat het conflict dan zal blijven aanslapen
 Aanbeveling = streven naar een totale overwinning, waardoor de tegenstander
helemaal wdt uitgeschakeld.
Carl Schmitt (1888-1985)
 Oorlog is onvermijdelijk, want politiek komt altijd neer op strijd
 We moeten bnn de nationale politiek niet streven naar consensus, maar de ideologische strijd
volop voeren
 Op int vlak: Schmitt  beeld dat er zou bestaan als goed nabuurschap: landen knn alleen
maar vijanden of bondgenoten zijn, er is geen tussenoptie
 Hij kant zich ook tegen initiatieven om oorlog te voorkomen, politiek is altijd strijd met
vijanden en wie die strijd onmogelijk maakt, maakt daarmee ook een einde aan de politiek
Bnn realistische benadering: meer begrip voor een unilaterale opvatting vd internationale
verhoudingen = landen voorbehouden zich het recht om eenzijdig, op eigen houtje, allerlei initiatieven
te nemen in buitenlandse betrekkingen. (bv handelsmaatregelen of militair ingrijpen)
 In VS als argument gebruikt
 Multilateralisme = landen gaan eerst met elkaar overleggen, en eventueel gezamenlijk zullen
handelen als er internationale conflicten opduiken.
 In Europese landen
 Geloven sterk in waarde v internationaal overleg
Realisme kan gebruikt worden om een unilaterale visie op int betrekkingen te legitimeren (soevereine
landen hebben recht in hun eentje initiatieven te nemen)
 idealisme: naties moeten zo’n maatregelen beperken en zich meer richten op internationaal
overleg.
12.3 De Verenigde Naties
o
Soevereiniteit blijft eerste norm: elk land doet in principe wat het wil(betekent dat landen hun ook nt
moeien met interne zaken ve ander land)
 Maar dit principe is afgelopen eeuw sterk begrensd
 Staten dienen zich ook te houden ad internationale rechtsregel
 Na WOI: poging om een dergelijke internationale orde uit te bouwen met
Volkenbond
 1. Volkenbond
o Bleef een machtloos orgaan (omdat de VS bv weigerde lid te wdn)
o Bleek niet in staat te zorgen voor een regime v vrede en veiligheid
o Japan, Dts en Italië stapten in j30 uit de Volkenbond, konden dus
gewoon verder gaan met militaire plannen
 2. Tijdens WOI: plannen om een nieuwe int orde op te richten
Cruciaal: proces v Neurenberg(1945-1946)  eerste keer dat een
internationaal tribunaal bevestigde dat humanitaire principes
zwaarder wegen dan de soevereiniteit van elk land
3. Na WOII: oprichting Verenigde Naties(24 oktober 1945)
o Bedoeling tweede mislukking te voorkomen
o Tweeledige structuur om te voorkomen dat grootmachten nt
zouden lid worden:
 Algemene vergadering: alle lidstaten hebben één stem
(komt elk jaar samen, symbolisch karakter: gn
instrumenten om beslissingen te laten uitvoeren)
 Veiligheidsraad van de VN: directe impact
 15 leden (10 gekozen door Algemene
Vergadering)
 5 permanente leden: VS, Rusland, VK, Frankrijk
en China  hebben vetorecht(knn elk voorstel
blokkeren)
 = sleutel voor succes van Veiligheidsraad (anders
zouden de grootmachten nooit geneigd zijn
bevoegdheden te delegeren aan de VN, ze
stemmen alleen in met ruimere bevoegdheden
voor de VN omdat ze elk voorstel knn
tegenhouden)
 Nt toevallig: dit zijn de vijf overwinnaars van
WOII  hebben ook atoomwapens ontwikkeld in
vroeg stadium
 Maar machtsverhoudingen zn ondertss wel
veranderd, stemmen om structuur aan te passen
(bv Duitsland en Japan willen ook vetorecht)
maar moeilijk om dit te doen  delicaat
evenwicht: als aantal vetogerechtigden nog
uitbreid zou er bijna nooit nog een beslissingen
knn gemaakt worden
 Bevoegdheden Veiligheidsraad:
 Kan handelsembargo opleggen
 Verregaande beslissingen inzake oorlog en
veiligheid
 Eigen troepenmacht op de been brengen
 Militaire campagnes voeren (bv Korea 1950,
Koeweit 1991)
 Toestemming geven om geweld te gebruiken (en
dan knn lidstaten actie ondernemen) (bv 2003:
VS en GB krijgen VN-mandaat voor optreden
tegen Irak)
 Oorspronkelijk bedoeling om over eigen
troepenmacht te beschikken: maar is er nt van
gekomen door onenigheid tss grootmachten (VN
moet nu beroep doen op lidstaten, secretarisgeneraal vraagt aan de lidstaten of ze militairen
willen inzetten als VN-blauwhelmen)
o

o
o
Kritiek:



Maar:



Te veel bureaucratie
Gebrek aan krachtdadige besluitvorming
VN bleek machteloos in oorlog tegen Irak
Bestaat nog altijd, en bijna elk land wil er deel v uitmaken
Grootmachten knn het nt permitteren om VN links te
laten liggen
Gespecialiseerde instellingen vd VN die op hun terrein elk
verdienstelijk werk verrichten:
 Wereldgezondheidsorganisatie (met UNAIDS)
 Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen
12.4 De grenzen van de soevereiniteit
o
o
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (10 december 1948)  nationale soevereiniteit
mag nt gebruikt worden om een inbreuk op deze rechten te maken, maar weliswaar: VN had weinig
middelen om deze universele principes af te dwingen (Mensenrechtencommissie had maar zeer
beperkte invloed)
Tijdens j90: bereidheid om die principes id praktijk toe te passen:
 1. Doctrine van de ‘humanitaire interventie’ uitgebreid
 Grootschalige schending vd mensenrechten in Somalië, Bosnië, … besef dat
internationale gemeenschap zou moeten ingrijpen = uitbreiding v vroegere mandaat
omdat het telkens ging om intern conflict dt geen onmiddellijke bedreiging vormde
voor internationale vrede
 Maar internationale gemeenschap mag nt machteloos toekijken als mensenrechten
zo geschonden worden
 Maar dit principe blijft omstreden, sommigen streven voor selectiviteit,
vrees dat grootmachten zich met elk probleem zouden knn gaan bemoeien
onder het mom van mensenrechten
 2. Effectieve bestraffing van schendingen vd mensenrechten
 Soms op initiatief van afzonderlijke staten (tss 1999 en 2000: België genocidewet:
iemand die v volkerenmoord werd beticht, waar dan ook ter wereld, zou voor
Belgische rechter moeten verschijnen)
 1993: speciaal gerechtshof opgericht door Veiligheidsraad voor voormalig
Joegoslavië, in Den Haag
 Internationaal Strafhof(in Den Haag) in werking getreden vanaf juli 2002  bevoegd
misdaden tegen de menselijkheid te vervolgen die na die datum gepleegd zijn (effect
dat VN beoogd: dictators moeten leren dat ze zich ooit voor de rechter zullen
moeten verantwoorden voor hoe ze zijn omgesprongen met de mensenrechten)
12.5 Globalisering
o
Het internationale niveau speelt een steeds belangrijk rol id hedendaagse sl = proces v globalisering
(algemeen gezien) (omstreden begrijp: wat betekent het precies? Wt zn de normatieve gevolgen?)
 In eerste instantie: (gevolgen voor pol systeem) territorialiteit en afstand gaan een minder
belangrijke rol spelen in het pol en mts’lijk gebeuren
 Nationale grenzen functioneren nt meer als duidelijke scheidingslijnen
 Sommige beslissingen zullen nu op internationaal niveau genomen wdn
o
o
o
Maar ook ivm culturele inhoud: vrees dat nationale culturen zullen moeten ruimen voor een
gestandaardiseerde eenheidscultuur (bv McDonald’s, eetgewoonten, muziek, …)
  anti-globaliseringsacties  vrees = globaliseringprocessen zullen leiden tot een verarming
vd culturele diversiteit op aarde, en dat de overblijvende cultuur de Amerikaanse of Europese
zal zijn
 Globalisering = versterken vd culturele hegemonie vh Westen over de rest vd wereld  Het
‘centrum’ verwerft zo een steeds grotere groep op de ‘periferie’
Gevolgen: ook geen consensus over
 Voor sommige problemen: wenselijk dat er wdt aan gewerkt op internationaal niveau (bv
leefmilieu, vluchtelingenproblematiek, …)  belangrijk dat er meer internationaal overleg
komt (bv Kyoto protocol van 1997, want typisch mondiaal probleem
 Maar ook vrees dat globalisering zal leiden tot minder democratische besluitvorming:
 Controle ontbreekt op internationaal vlak (beslissingen van bv het IMF worden id
praktijk enkel genomen door beperkt aantal rijke landen en publieke opinie kan nt
veel doen om die te beïnvloeden)
 Voor multinationale ondernemingen wdn het gemakkelijker de productie v goederen
over te plaatsen nr landen waar de kosten lager zn, of waar de soc bescherming vd
werknemers minder goed is uitgebouwd  zal leiden tot een vedergaande delocatie
vd productie en algemene verslechtering vd arbeidsomstandigheden
 Globaliseringprocessen gaan van een liberale economische logica uit: economie zal het beter
doen op wereldschaal als er minder handelingsbelemmeringen zijn  nationale regeringen
mogen nt meer bepalen welke goederen wel of nt mogen ingevoerd wdn  internationale
vrije concurrentie  maar staten mogen dan in principe ook nt weigeren goederen te
importeren waartegen ze bezwaren hebben v principiële aard (+ vrees dat nationale
bedrijven zullen wdn weggecijferd door multinationals)
‘Machtigden der aarde hebben de neiging om elkaar op te zoeken’
 Wereld Economisch Forum (sinds 1971)
 In Davos (Zwitserland)
 Exclusief clubje: je moet ah hoofd van een flinke multinational staan
 Grote mate v vertrouwelijkheid (knn vrijuit spreken want er wdt nooit iets naar de
pers gelekt)
 Beweert zelf: dat het bijdraagt aan een sfeer van internat samenwerking door
decision makers samen te brengen in een ongedwongen omgeving
  Kritiek: daar zouden de echte beslissingen genomen wdn voor het econ beleid op
aarde zonder enige vorm v democratische controle (geslotenheid draagt natuurlijk
bij tot negatieve beeldvorming
 Wereld Sociaal Forum (sinds 2001)
 Opgericht door andersglobalisten
 In Porto Alegre (Brazilië)
 Bedoeling = platform bieden waar de meest diverse groepen elkaar knn ontmoeten
 Allemaal hebben ze de vrees dt globalisering uiteindelijk zal leiden tot een
machtsgreep vd economisch-liberaal denken van enkele grote multinationals
 Economie onttrekt zich aan alle vormen v sociale correctie (bv
drinkwatervoorziening p 258)
 Maar: geen overeenstemming over welk alternatief er dan wel wil komen
voor de econ wereldordening
12.6 Globalisering en multiculturalisme
o
Andere uiting v globalisering = toename vd migratiestromen
 Betekent dat natiestaten in een snel tempo hun etnische of culturele homogeniteit verliezen
 Trend van multiculturalisme: diverse culturen mtn samenleven en hiervoor moet een
compromis gevonden worden
 Assimilatiemodel: etnische-culture minderheden verliezen eigenheid en gaan op in
de ‘ontvangende cultuur’
 Multiculturele model: dialoog tss diverse culturen nt altijd makkelijk en kan voor
problemen zorgen
 Will Kymlicka (1995)  stelt dat tijden vd homogene natiestaat definitief voorbij zijn
 Moeten wennen aan pol sl waarbnn diverse groepen hun plaats moeten vinden
 Pleit voor erkennen v groepsrechten = elke gemeenschap heeft recht om eigen cult
identiteit te bewaren, zonder te hoeven opgaan in een groter geheel
 Maar kritiek: dit zou alleen maar leiden tot een verdere versnippering vd sl
waarbij versch groepen gewoon naast elkaar leven (en hoe moeten we
omgaan met groepen die nt overtuigd zijn vh belang van een correcte
toepassing vd mensenrechten? Bv vrouwenbesnijdenis)
 Ideologisch debat over wenselijkheid v multiculturele sl
 Sommigen stellen dat sl’en nt kunnen functioneren als er te veel verschil bestaan tss
de bevolkingsgroepen
 Maar: de diversiteit vd Europese sl zal alleen maar toenemen
 Gevolg v demografische verschillen
 Gevolg v economische factoren (bv arbeid)
o Ook hoger onderwijs (denk aan Erasmus-programma) en Bolognaverklaring v 1999  men wil één Europese ruimte creëren voor
hoger onderwijs  schaalvergroting: concurrentie met VS beter
aan kunnen (naar aanleiding van deze verklaring is Vlaanderen bv
overgeschakeld op een bachelor-masterstructuur)
o
Resultaat van al deze ontwikkelingen: de multiculturele sl is al een realiteit, zeker voor diegenen die
hoger onderwijs volgen.  volgens Martha Nussbaum: een vd kernopdrachten vh hoger onderwijs =
voorbereiden op een meer intensief contact en samenwerking met andere culturen (citaat zie p 160!)
Download