Wat betekent een Brexit voor het Nederlandse

advertisement
Wat betekent een Brexit voor het
Nederlandse bedrijfsleven?
Samenvatting en conclusies










Omdat het VK een belangrijke economische partner is van Nederland, heeft een
Brexit een negatief effect op de Nederlandse economie als op termijn
handelsbarrières ontstaan tussen het VK en de EU.
Bij een stem vóór een Brexit zal de Britse overheid een uittredingsprocedure in gang
moeten zetten die waarschijnlijk tenminste twee jaar duurt. In die periode blijft het
VK lid van de EU en zal er waarschijnlijk niets veranderen aan de tarifaire en nontarifaire handelsbarrières tussen het VK en de EU.
Als de Britten kiezen voor een Brexit, zal het Nederlandse bedrijfsleven op korte
termijn vooral last hebben van de onzekerheid over de toekomstige handelsrelatie
met het VK. Daarnaast zal een zwakkere pond Sterling, een eventuele
groeivertraging in het VK en onzekerheid over de toekomstige vrijhandel tussen het
VK en de EU de Nederlandse export kunnen schaden.
Na de uittredingsperiode is de mate van vrijhandel afhankelijk van de nieuw af te
sluiten overeenkomsten tussen het VK en de EU en het VK en de landen waar de EU
een handelsverdrag mee heeft. Alle handelsverdragen met deze landen vervallen
namelijk voor het VK na een Brexit.
De handel tussen ons land en het VK zal na een Brexit niet geheel verdwijnen. Het
VK blijft waarschijnlijk een belangrijke handelspartner. De uiteindelijke macroeconomische schade zal dan beperkt blijven.
De delfstoffenwinning, de maakindustrie en de landbouwsector zijn de sectoren in
Nederland die het meest afhankelijk zijn van de rechtstreekse export naar het VK.
Binnen de maakindustrie zijn bedrijven in de leer-, schoenen- en textielindustrie en
in de elektrische en optische apparatenindustrie relatief sterk afhankelijk van de
Britse vraag.
De Nederlandse delfstoffenwinning en maakindustrie zijn de sectoren die wat
import betreft het meest afhankelijk zijn van het VK.
Een Brexit kan vanwege mogelijke handelsverlegging ook kansen bieden voor
Nederlandse bedrijven, met name in de financiële en zakelijke dienstverlening.
Na een Brexit is ons land goed gepositioneerd om directe investeringen vanuit het
buitenland aan te trekken die nu nog naar het VK gaan.
Rabobank
1
8 juni 2016
Tabel 1: Grootste impact van Brexit op export van landbouw, delfstoffenwinning en
maakindustrie sectoren
Sectoren
Landbouw, bosbouw en visserij
Delfstoffenwinning
Maakindustrie
Leer en schoenen
Textiel en textielproducten
Elektrische en optische apparatuur
Transportmiddelenindustrie
Machine-industrie
Rubber- en plasticindustrie
Chemische industrie
Voedingsmiddelenindustrie
Olie-industrie
Metaalindustrie
Papierindustrie
Hout- en kurkindustrie
Elektriciteit, gas en water
Bouwnijverheid
Handel
Groothandel
Detailhandel
Autohandel
Vervoer en opslag
Horeca
Post en telecommunicatie
Financiële dienstverlening
Zakelijke dienstverlening
Overheidsdiensten
Mate van impact
Groot
Matig
Beperkt
Impact
Doordat de sector Doordat de sector Door export naar
exporteert naar importeert uit het VK op het BBP
het VK
VK
Groot
Beperkt
Beperkt
Groot
Matig
Beperkt
Groot
Matig
Matig
Groot
Beperkt
Beperkt
Groot
Beperkt
Beperkt
Groot
Matig
Beperkt
Groot
Matig
Beperkt
Groot
Matig
Beperkt
Groot
Matig
Beperkt
Groot
Matig
Beperkt
Groot
Beperkt
Beperkt
Matig
Groot
Beperkt
Beperkt
Beperkt
Beperkt
Beperkt
Beperkt
Beperkt
Beperkt
Beperkt
Beperkt
Beperkt
Matig
Beperkt
Beperkt
Beperkt
Beperkt
Beperkt
Beperkt
Beperkt
Matig
Beperkt
Matig
Matig
Beperkt
Matig
Beperkt
Beperkt
Beperkt
Matig
Matig
Beperkt
Beperkt
Beperkt
Beperkt
Beperkt
Matig
Beperkt
Beperkt
Matig
Beperkt
Matig
Matig
Matig
Beperkt
Beperkt
Beperkt
% van de omzet
dat naar het VK
wordt
geëxporteerd
>8
>3<8
<3
Legenda
% van de totale
Export naar het
inkoopwaarde dat VK % van het BBP
uit het VK komt
>8
>3<8
<3
>1
> 0,3 < 1
< 0,3
Bron: Rabobank op basis van data van WIOT en OECD
Rabobank
2
8 juni 2016
Het VK is een belangrijke handelspartner van Nederland
Op 23 juni 2016 zal de Britse bevolking in een referendum stemmen of het Verenigd
Koninkrijk (VK) lid blijft van de Europese Unie (EU). Omdat het VK een belangrijke
handelspartner is van Nederland, heeft een Brexit (uittreden van het VK uit de EU) impact
op Nederlandse bedrijven die handelen met het VK. Tussen EU-leden is sprake van vrij
verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen. Deze vrijheden verdwijnen als het VK
uit de EU stapt. In hoeverre soortgelijke vrijheden in nieuwe verdragen worden ingesteld,
valt nog maar te bezien. Van de totale Nederlandse export (in toegevoegde waarde) heeft
8% het VK als bestemming (figuur 1) en dit draagt 2,3% bij aan het Nederlandse BBP1.
Nederland importeert 11% van de totale import in toegevoegde waarde vanuit het VK.
Het relatief grote aandeel directe buitenlandse investeringen (DBI) weerspiegelt tevens de
sterke economische band tussen het VK en Nederland. In 2015 stond 11% van de totale
Nederlandse directe investeringen in het buitenland uit in het VK. Hiervan kwam 26% uit de
voedings- en genotmiddelenindustrie en 23% uit de delfstoffenwinning. In 2015 kwam 6%
van de directe buitenlandse investeringstand in Nederland uit het VK. Hiervan kwam 63%
voor rekening van het bank- en verzekeringswezen en 15% voor rekening van de voedingsen genotmiddelenindustrie. Ook opvallend is dat 31% van de totale binnenkomende DBI in
de sector transport, opslag en communicatie uit het VK komt. Omdat het VK waarschijnlijk
ook na een Brexit een op internationale handel gerichte economie zal blijven, zijn
kapitaalrestricties niet waarschijnlijk. Wel worden de rechten voor buitenlandse
investeerders mogelijk anders gewaarborgd na een Brexit.
Een beperking van het vrije verkeer van personen als gevolg van een Brexit kan eveneens
impact hebben op de Nederlandse economie. Meer dan de helft van alle Britse emigranten
die naar de EU-15-landen waaronder Nederland vertrekt, doet dit namelijk vanwege een
aan werk gerelateerde reden. Van alle immigranten die in Nederland vanuit de EU
arriveerden in 2013, kwam 7,6% uit het VK. Dit was 0,04% van de totale Nederlandse
beroepsbevolking.
1
Berekend op basis van TIVA-data van de OESO uit 2011. Deze data verschilt van de totale export, omdat hier
alleen rekening wordt gehouden met de waarde die in Nederland wordt toegevoegd. De waarde van het
productieproces dat wordt geïmporteerd, is niet meegenomen in deze data. Deze data zijn relatief oud omdat
er veel berekeningen moeten worden uitgevoerd om het beeld in toegevoegde waarde te kunnen schetsen,
maar zij geven een beter beeld van het belang van het VK voor onze economie dan de meer recente, reguliere
handelsdata.
Rabobank
3
8 juni 2016
Figuur 1: VK derde belangrijkste exportpartner van Nederland
Nederlandse export in
toegevoegde waarde naar
land van bestemming als
percentage van de totale
Nederlandse export in
toegevoegde waarde
8%
33%
16%
7%
3%
9%
5%
20%
Verenigd Koninkrijk
Duitsland
Frankrijk
België
Rest van de EU
Verenigde Staten
China
Rest van de wereld
Bron: OESO (2011 data)
Gevolgen van een stem vóór een Brexit voor Nederland
Als de Britse bevolking vóór een Brexit stemt, zal de Britse overheid een
uittredingsprocedure in gang moeten zetten. Naar verwachting zetten zij dit proces snel na
het referendum in werking. De uittredingsprocedure duurt twee jaar en in die periode blijft
het VK lid van de EU en blijven alle bestaande regelingen van kracht. Als alle overgebleven
EU-leden en het VK instemmen, kan de uittredingsperiode zelfs worden verlengd. Voor
Nederlandse bedrijven betekent dit, dat gedurende de uittredingsprocedure de tarifaire en
non-tarifaire handelsbarrières tussen het VK en de EU waarschijnlijk niet zullen veranderen.
Hoewel het VK in die periode lid blijft van de EU, is het nog onduidelijk in hoeverre het zal
deelnemen aan verdere Europese integratie en eventuele nieuw te sluiten
handelsakkoorden (zoals TTIP). Een meer directe impact op de handel tussen de EU en het
VK na een Brexit-stem zal waarschijnlijk komen van een verwachte depreciatie van het pond
ten opzichte van de dollar en de euro. Daarnaast kunnen onzekerheid over de toekomstige
vrijhandel met het VK en de verwachte negatieve impact op de Britse economie de
Nederlandse export schaden. Tot slot kan een Brexit een grote impact hebben op de
politiek in Europa en het VK.
Rabobank
4
8 juni 2016
Na de uittredingsperiode is de mate van onderlinge vrijhandel afhankelijk van de
overeenkomst tussen het VK en de EU en het VK en de landen waar de EU een
handelsverdrag mee heeft. De handelsverdragen met deze landen vervallen namelijk voor
het VK na een Brexit. De alternatieve handelsverdragen met de EU zijn grofweg in drie
varianten in te delen. Ten eerste een handelsverdrag op basis van de Europese Economische
Ruimte (EER) waar onder andere Noorwegen lid van is. Dit verdrag geeft de deelnemende
landen bijna volledige toegang tot de interne markt van de EU en vice versa. De enige
belemmeringen die Nederlandse ondernemers zouden merken, zijn tarieven op landbouwen visproducten en extra kosten vanwege douanecontroles. Een tweede optie is een
bilateraal vrijhandelsverdrag tussen het VK en de EU, zoals dat met Zwitserland of Canada.
Waarschijnlijk geeft zo’n verdrag minder toegang tot de Europese interne markt dan EERlidmaatschap en zullen de handelsbelemmeringen zich concentreren in de (financiële)
dienstensectoren (naast de douanecontroles en tarieven op landbouw- en visproducten).
Het meest ongunstige scenario voor Nederlandse bedrijven is dat er geen handelsverdrag
wordt gesloten. Dat betekent dat er handel wordt gedreven op basis van het Most Favoured
Nations (MFN) regime van de Wereldhandelsorganisatie (WHO), waar ook de handel met de
VS onder valt. Onder dit regime zijn importtarieven gereguleerd, wat betekent dat op de
Europese invoer van Britse producten en op de Europese uitvoer naar het VK tarieven
kunnen worden geheven. De hoogte van de tarieven is afhankelijk van de productgroep.
Daarnaast zullen er barrières met een non-tarifaire aard ontstaan, zoals regelgeving en
productstandaarden, zeker als standaarden tussen de EU en het VK in de loop der tijd van
elkaar gaan verschillen.
Impact van een Brexit op Nederlandse sectoren
Als een Brexit leidt tot de invoering van handelsbelemmeringen kan dit Nederlandse
bedrijven schaden die naar het VK exporteren of vanuit het VK importeren. Dit komt
doordat handelsbelemmeringen, tarifair of non-tarifair, de kosten van een product
opduwen. Een belangrijke kanttekening is dat de handel tussen ons land en het VK na een
Brexit zeker niet geheel zal verdwijnen. Het VK blijft een belangrijke handelspartner. De
uiteindelijke schade zal dus beperkt blijven. Geschat wordt dat het Nederlandse reële
inkomen per hoofd van de bevolking ten opzichte van het basispad structureel in
neerwaartse richting kan afwijken met 0,1% tot 0,7%. Het uiteindelijke effect is afhankelijk
van de toekomstige handelsrelatie tussen de EU en het VK (zie Aichele & Felbermayr, 2015;
Dhingra et al., 2016).
Rabobank
5
8 juni 2016
Vooral delfstoffenwinning en maakindustrie afhankelijk van rechtstreekse export naar VK
De delfstoffenwinning, de maakindustrie en de landbouwsector zijn de sectoren in
Nederland die het meest afhankelijk zijn van de vraag vanuit het VK (figuur 2). Van de
productie van de delfstoffenwinning wordt 16% rechtstreeks naar het VK geëxporteerd. Dit
bestaat voornamelijk uit aardgas. De verkoop hiervan is relatief nieuw. In 2008 is namelijk
een pijpleiding aangelegd tussen Nederland en Engeland die de export van aardgas tussen
deze landen mogelijk maakt. Gezien het verlaagde productieplafond van aardgas zal dit
gedeeltelijk worden vervangen door de doorvoer van gas via Nederland naar het VK. De
landbouwsector exporteert 6% van de productie rechtstreeks naar het VK. Driekwart van
deze export bestaat uit landbouwproducten die al af zijn en door Britse consumenten
worden geconsumeerd. Het overige deel bestaat uit halffabricaten of diensten die Britse
bedrijven gebruiken voor hun productie.
Gemiddeld wordt 8% van de productie van de Nederlandse maakindustrie rechtstreeks
geëxporteerd naar het VK. Binnen de maakindustrie zijn bedrijven in de leer-, schoenen- en
textielindustrie en de elektrische en optische apparatenindustrie het meest afhankelijk van
de vraag vanuit het VK (figuur 3). Zo verdient de leer- en schoenenindustrie gemiddeld 17%
en de textielindustrie gemiddeld 15% van haar omzet door de export naar het Verenigd
Koninkrijk. Het merendeel van deze export betreft eindproducten2. Nederlandse bedrijven
in deze branches zijn gemiddeld genomen voor een groot deel van hun omzet afhankelijk
van de Britse vraag en kunnen dus relatief zwaar worden getroffen bij een Brexit. Voor de
Nederlandse economie als geheel is de export vanuit de textiel-, leer- en schoenenindustrie
minder van belang, omdat het kleine sectoren betreft (tabel 2). Bedrijven in de optische en
elektrische apparatenindustrie verdienen gemiddeld 14% van hun omzet door de Britse
vraag. De export van deze sector naar het VK bestaat voor ongeveer de helft uit
halffabricaten en voor de helft uit eindproducten. Voorbeelden van producten of
halffabricaten van deze sector zijn onder meer brillenglazen en microscopen, maar ook
computers en wasmachines.
2
Eindproducten zijn producten die al af zijn. Consumenten of de overheid schaffen deze eindproducten aan.
Rabobank
6
8 juni 2016
Figuur 2: Delfstoffenwinning, maakindustrie en landbouw meest afhankelijk van het
VK…
Delfstoffenwinning
Maakindustrie
Landbouw, bosbouw en visserij
Zakelijke dienstverlening
Vervoer en opslag
Overige dienstverlening
Post en telecommunicatie
Handel
Aandeel van de sectorale
productie dat rechtstreeks naar
het VK wordt geëxporteerd
Financiële dienstverlening
Bouwnijverheid
Elektriciteit, gas en water
Overheidsdiensten
Horeca
Onderwijs
Onroerend goed
Gezondheidszorg
%
0
2
4
6
8
10 12 14 16 18
Productie naar intermediaire gebruikers in het VK
Productie naar eindgebruikers in het VK
Bron: World Input-Output Database (2011 data), Rabobank
Figuur 3: … Maar afhankelijkheid branches in de maakindustrie loopt uiteen
Leer- en schoenenindustrie
Textiel en textielproducten
Elektrische en optische apparatuur
Transportmiddelenindustrie
Machine-industrie
Rubber- en plasticindustrie
Chemische industrie
Voedingsmiddelenindustrie
Cokes- en aardolieverwerking
Aandeel van de productie
dat rechtstreeks naar het VK
wordt geëxporteerd
Metaalindustrie
Papierindustrie
Hout- en kurkindustrie
%
0
2
4
6
8
10 12 14 16 18
Productie naar intermediaire gebruikers in het VK
Productie naar eindgebruikers in het VK
Bron: World Input-Output Database (2011 data), Rabobank
Rabobank
7
8 juni 2016
Tabel 2: Sectorale export naar het VK draagt beperkt bij aan het Nederlandse BBP
Export naar het
Sectoren
VK als % van het
BBP
Landbouw, bosbouw en visserij
0,09
Delfstoffenwinning
0,16
Maakindustrie
0,53
Chemische industrie
0,13
Voedings- en genotmiddelenindustrie
0,11
Machine-industrie
0,06
Metaalindustrie
0,05
Papierindustrie
0,04
Cokes- en aardolieverwerking
0,03
Elektrische en optische apparatuur
0,03
Transportmiddelenindustrie
0,02
Rubber- en plasticindustrie
0,02
Textiel, leer en schoenen
0,01
Hout- en kurkindustrie
0,00
Bouwnijverheid
0,03
Groot- en detailhandel
0,38
Vervoer en opslag
0,12
Horeca
0,03
Post en telecommunicatie
0,06
Financiële dienstverlening
0,13
Zakelijke dienstverlening
0,56
Overheidsdiensten
0,08
Bron: OESO, 2011 data
Indirecte export naar het VK: Nederland afhankelijker van Britse vraag
Nederlandse bedrijven kunnen afhankelijk zijn van de Britse vraag door rechtstreekse
export, maar ook doordat zij indirect producten en diensten exporteren naar het VK. Het
buitenland kan namelijk gebruik maken van een Nederlands halffabricaat voor het maken
van een eindproduct en dit eindproduct exporteren naar het VK. Britse consumenten en de
Britse overheid maken dan gebruik van producten en diensten waarvoor Nederlandse
halffabricaten zijn gebruikt. Deze indirecte handelsstromen kunnen worden aangetast door
handelsbarrières als i) het ‘tussenland’ een ander EU-lid is of ii) het ‘tussenland’ momenteel
een handelsverdrag heeft met de EU (dat verdrag vervalt namelijk voor het VK na een
Brexit).
Uiteindelijk consumeren de Britten meer Nederlandse halffabricaten, eindproducten en
diensten dan de rechtstreekse exportcijfers naar het VK doen vermoeden. Voor de
Rabobank
8
8 juni 2016
afzonderlijke branches in Nederland is dit beeld wisselend. Voor sommige sectoren,
waaronder de landbouw, de groothandel, de detailhandel en de zakelijke dienstverlening,
wordt in het VK uiteindelijk een hoger percentage van de productie geconsumeerd dan
alleen uit de rechtstreekse export (figuur 4)3. Waar de Nederlandse groothandel en
detailhandel met respectievelijk 1% en 0,2% slechts beperkt afhankelijk zijn van
rechtstreekse export naar het VK, verandert dit beeld als we kijken naar het deel van de
Nederlandse productie dat uiteindelijk door de Britse eindgebruikers wordt geconsumeerd.
Uiteindelijk verdient zowel de Nederlandse detail- als de groothandel afgerond 4% van de
omzet door de Britse consumptie van hun producten. Dit betekent dat de producten van de
Nederlandse detailhandel en groothandel nauwelijks direct naar het VK worden
geëxporteerd, maar wel via bedrijven in andere landen hun weg vinden naar het VK. Veruit
het grootste deel van de producten van de Nederlandse detail- en groothandel bereiken het
VK via producten en diensten uit andere EU-landen. Deze handel kan na een Brexit dus ook
te maken krijgen met verhoogde handelsbarrières. Slechts een klein deel van de producten
van de detail- en groothandel wordt verwerkt door landen buiten de EU. Afhankelijk van de
huidige handelsafspraken tussen de EU en die landen (en de toekomstige afspraken tussen
het VK en die landen) heeft dit impact op de Nederlandse export.
Ook gaat dit op voor de grootste sector in Nederland, de zakelijke dienstverlening. Onder
deze sector vallen onder meer reclamebureaus, leasingbedrijven en de uitzendbranche,
maar ook accountancy- en consultancybedrijven. Nederlandse bedrijven in de zakelijke
dienstverlening verdienen gemiddeld 5% van hun omzet doordat Britse consumenten (of de
overheid) gebruik maken van hun diensten. Ook voor deze sector geldt dat een aanzienlijk
deel van de diensten het VK bereikt via producten en diensten die worden gemaakt in
andere EU-landen.
De delfstoffenwinning exporteert rechtstreeks bijna 16% van de productie naar het VK,
terwijl dit land uiteindelijk slechts 12% daarvan gebruikt. Dit betekent dat een kwart van de
export naar het VK wordt gebruikt voor producten die het VK weer exporteert.
3
Het betreft hier de waarde van de Nederlandse productie die in Britse eindproducten of diensten worden
verwerkt. Deze Nederlandse productie kan het VK via rechtstreekse export of via andere landen bereiken.
Eindproducten worden geconsumeerd door consumenten of de overheid, of zijn investeringen van
consumenten, overheid of bedrijven.
Rabobank
9
8 juni 2016
Figuur 4: Detail- en groothandel meer afhankelijk van het VK via indirecte handel
Leer- en schoenenindustrie
Textiel en textielproducten
Elektrische en optische apparatuur
Delfstoffenwinning
Voedingsmiddelenindustrie
Landbouw, bosbouw en visserij
Transportmiddelenindustrie
Rubber- en plasticindustrie
Machine-industrie
Chemische industrie
Cokes- en aardolieverwerking
Metaalindustrie
Zakelijke dienstverlening
Papierindustrie
Groothandel
Detailhandel
%
0
2
4
6
8
10 12 14 16 18
Aandeel van de productie dat rechtstreeks naar het VK wordt geëxporteerd
Aandeel van de productie dat uiteindelijk door het VK wordt verbruikt
Bron: World Input-Output Database (2011 data), Rabobank
Delfstoffenwinning en de maakindustrie importeren het meest uit het VK
Handelsbarrières tussen de EU en het VK kunnen de kosten van importen uit het VK
verhogen en daarmee Nederlandse ondernemingen schaden. De Nederlandse
delfstoffenwinning en maakindustrie zijn de Nederlandse sectoren die wat import betreft
het meest afhankelijk zijn van het VK (figuur 5). De import van de delfstoffenwinning betreft
voornamelijk aardgas. Deze invoer heeft een praktische achtergrond. Het aardgas uit het
VK wordt namelijk gewonnen uit velden die dicht bij het Nederlandse deel van de Noordzee
liggen en daarom via Nederlandse pijpleidingen ingevoerd (CBS, 2015).
Binnen de maakindustrie importeren bedrijven in de cokes- en aardolie-industrie en de
chemische industrie het grootste deel van hun inkoopwaarde uit het VK (figuur 6).
Gemiddeld komt 16% van de totale waarde van de producten en diensten die bedrijven in
de cokes- en aardolie-industrie gebruiken voor hun productie uit het VK. Voor de chemische
industrie is dit 7%.
Rabobank
10
8 juni 2016
Figuur 5: Het verbruik van Britse input verschilt per sector
Delfstoffenwinning
Maakindustrie
Financiële dienstverlening
Elektriciteit, gas en water
Zakelijke dienstverlening
Post en telecommunicatie
Vervoer en opslag
Handel
Overige dienstverlening
Overheidsdiensten
Gezondheidszorg
Onderwijs
Landbouw, bosbouw en visserij
Onroerend goed
Bouwnijverheid
Horeca
%
0
1
2
3
4
5
6
7
Aandeel van de inkoopkosten dat aan producten en diensten uit het VK wordt besteed
Bron: World Input-Output Database (2011 data), Rabobank
Figuur 6: Cokes- en aardolie-industrie importeert relatief veel uit het VK
Cokes- en aardolieverwerking
Chemische industrie
Rubber- en plasticindustrie
Elektrische en optische apparatuur
Transportmiddelenindustrie
Machine-industrie
Papierindustrie
Textiel en textielproducten
Leer- en schoenenindustrie
Metaalindustrie
Hout- en kurkindustrie
Voedingsmiddelenindustrie
%
0
2
4
6
8
10 12 14 16
Aandeel van de inkoopkosten dat aan producten en diensten uit het VK wordt besteed
Bron: World Input-Output Database (2011 data), Rabobank
Rabobank
11
8 juni 2016
Handelsverlegging: kansen voor Europese en Nederlandse bedrijven
Behalve bedreigingen kan een Brexit ook kansen bieden aan individuele bedrijven in
Europa. Dit betreft met name bedrijven die producten en diensten aanbieden die de EU
momenteel uit het VK importeert. Na uittreding uit de EU zal de toegang tot de Europese
interne markt waarschijnlijk beperkter zijn voor Britse exporteurs. Zij kunnen bijvoorbeeld
te maken krijgen met importtarieven op bepaalde producten of belemmeringen via
regelgeving. Onder dat laatste vallen bijvoorbeeld productstandaarden, kwaliteitseisen of
extra kosten door douanecontroles. Het ontstaan van handelsbelemmeringen maakt Britse
importen vanuit de EU waarschijnlijk duurder en verbetert dientengevolge de
concurrentiepositie van Europese bedrijven ten opzichte van hun Britse concurrenten. Het
gevolg hiervan zou zijn dat er gedeeltelijk handelsverlegging plaatsvindt binnen de EU,
bijvoorbeeld omdat Nederlandse exporteurs een deel van het marktaandeel van hun Britse
concurrenten afsnoepen. De mate waarin de Britse exporteurs handelsbelemmeringen
kunnen ondervinden, is afhankelijk van de toekomstige handelsafspraken tussen de EU en
het VK.
De kansen voor Europese en dus Nederlandse bedrijven liggen voornamelijk in de zakelijke
en financiële dienstverlening. Dit zijn de Britse sectoren waarvan de Europese Unie het
meest importeert (figuur 7). Als deze import gedeeltelijk wegvalt omdat Britse bedrijven
minder concurrerend worden na het verlies van hun functie als toegangspoort tot de EU,
dan kunnen andere Europese bedrijven dit vrijgekomen marktaandeel opvullen. Nederland
is na een Brexit goed gepositioneerd om directe investeringen vanuit het buitenland aan te
trekken die nu nog naar het VK gaan. Nederland is namelijk een logische en relatief
aantrekkelijke toegangspoort tot Europa vanwege Schiphol als mainport, de kwalitatief
goede (ICT) infrastructuur, de gunstige geografische ligging binnen Europa en de
hoogopgeleide beroepsbevolking.
Nederlandse of Europese importeurs van Britse producten zullen waarschijnlijk wel schade
ondervinden van handelsbarrières op Britse producten, omdat ze op zoek moeten naar
alternatieven die duurder zijn of waar hun voorkeur minder naar uit gaat (anders hadden ze
die producten immers al eerder gekocht).
Rabobank
12
8 juni 2016
Figuur 7: Brexit biedt mogelijk kansen voor Europese zakelijke en financiële
dienstverlening
mrd €
mrd €
40
35
30
25
20
15
10
5
0
40
35
30
25
20
15
10
5
0
De waarde van EU-import uit de Britse sectoren
Bron: World Input-Output Database (2011 data), Rabobank
Rabobank
13
8 juni 2016
Literatuur
Aichele, R. & Felbermayr, G. (2015). Costs and benefits of a United Kingdom exit from the
European Union. Center for International Economics.
Briegel, F. (2016). Politieke ontwikkelingen in Europa: toekomst van EU op de proef gesteld.
Rabobank Special.
CBS (2015). De invloed van aardgaswinning op de Nederlandse economie.
Dhingra, S., Ottatviano, G., Sampson, T., & van Reenen, J. (2016). The consequences of
Brexit for UK trade and living standards. Centre for Economic Performance.
Auteurs
Carlijn Prins
Lisette van de Hei
Kennis en Economisch Onderzoek
Econoom
030 21 60033
[email protected]
Kennis en Economisch Onderzoek
Econoom
030 21 52052
[email protected]
Rabobank
14
8 juni 2016
Disclaimer
Deze informatie dient uitsluitend ter informatie en mag niet worden opgevat als een aanbod,
beleggingsadvies of enige andere financiële dienst.
De verstrekte informatie is ontleend aan bronnen die betrouwbaar mogen worden geacht, maar
voor de juistheid en volledigheid daarvan kan niet worden ingestaan. De verstrekte informatie is
uitsluitend indicatief en kan op ieder moment zonder verdere aankondiging worden gewijzigd.
Aan de informatie kunnen geen rechten worden ontleend. Voor zover toegestaan onder relevante
wetgeving aanvaardt Rabobank geen enkele aansprakelijkheid voor de verstrekte informatie noch
voor enige schade die het gevolg is van (het afgaan op) de in de informatie opgenomen gegevens.
Afnemer van de informatie is zelf verantwoordelijk voor de keuze en het gebruik van de informatie.
De informatie mag uitsluitend door de afnemer zelf worden gebruikt. Afnemer mag de informatie
niet overdragen, verveelvoudigen, bewerken en/of verspreiden. Afnemer is verplicht aanwijzingen
van Rabobank omtrent het gebruik van de informatie op te volgen. Ten aanzien van de inhoud van
deze website bestaat geen overnemingsvrijheid; alle auteursrechten, ook die bedoeld in art.15
Auteurswet worden voorbehouden.
Nederlands recht is van toepassing.
Rabobank is een handelsnaam van de Coöperatieve Rabobank U.A.
Rabobank staat ingeschreven in het Handelsregister van de Kamers van Koophandel onder nummer
30046259.
Rabobank
15
8 juni 2016
Download