BOSSEN EN NATUURLIJKE RIJKDOMMEN

advertisement
BOSSEN EN NATUURLIJKE RIJKDOMMEN
Ongeveer een derde van onze aarde is bedekt met bossen. In Zuid-Amerika is dat ongeveer de helft. Voor
Vlaanderen bedraagt de bebossingsindex slechts iets meer dan 10%. We zijn direct of indirect afhankelijk van
de vele producten en diensten die de natuur ons levert. Dit worden ecosysteemdiensten genoemd.
1.
2.
3.
Ecosystemen..................................................................................................................................... 3
1.1.
De streken van Ecuador............................................................................................................ 3
1.2.
Ecosystemen in de Sierra ......................................................................................................... 4
1.3.
De Amazone ............................................................................................................................. 5
Niet-houtige bosproducten .............................................................................................................. 5
2.1.
Vezels........................................................................................................................................ 6
2.2.
Geneeskrachtige planten ......................................................................................................... 7
2.3.
Bamboe .................................................................................................................................... 9
2.4.
Latex en gommen ..................................................................................................................... 9
2.5.
Palmproducten ....................................................................................................................... 10
Ecosysteemdiensten ....................................................................................................................... 12
3.1.
Biodiversiteit .......................................................................................................................... 13
3.2.
Productiediensten .................................................................................................................. 14
3.3.
Regulerende diensten ............................................................................................................ 17
3.4.
Culturele diensten .................................................................................................................. 20
3.5.
Ondersteunende diensten ..................................................................................................... 20
2
1.
Ecosystemen
1.1.
De streken van Ecuador
Ecuador wordt over het algemeen ingedeeld in vier streken, volgens hun geografische en natuurlijke
eigenheid: de Sierra of Andesregio centraal in het land, de Oriente of het Amazonegebied in het
Oosten, de Costa of het kustgebied in de westelijke helft, en de Galápagoseilanden op zo’n 1000
kilometer van de kust.
De Andes is een bergketen van 7000 kilometer lang die het Westen van Latijns-Amerika van Noord
naar Zuid doorkruist. Omwille van de grote hoogteverschillen en de bergen die zich uitstrekken over
de hele lengtegraad, varieert het klimaat enorm, van een koel klimaat met zeer hoge neerslag tot een
woestijnklimaat in bijvoorbeeld Noord-Chili. De Andes herbergt daarom zeer verscheidene
vegetatietypen, zoals ecologisch waardevolle bossen en de typische páramo.
Het Ecuadoraanse gebergte bestaat uit twee parallelle ketens van vulkanen, met enkele dwarse
verbindingen. De Chimborazo (6.278 m) en de Cotopaxi (5.978 m) zijn de hoogste besneeuwde
pieken. De rijke, vruchtbare vallei tussen de twee systemen staat bekend als de “Corridor van de
Vulkanen”.
Het Amazonegebied strekt zich uit over 9 landen in het Noorden van Zuid-Amerika. Het regenwoud is
het grootste op aarde en herbergt dan ook één op tien gekende planten- en diersoorten. Het
Amazonebekken is dus van onschatbare ecologische waarde, niet alleen omwille van de biodiversiteit,
maar ook voor de watervoorziening, CO₂-opslag, medicinale planten,…
Het gebied wordt echter ook bedreigd. Meer dan 1/5 van het woud is al verdwenen, onder meer
door kleinschalige landbouwactiviteiten en pastos, en de internationale houtindustrie. Ook de
olieontginning zorgt voor nefaste gevolgen, zoals ontbossing, vervuiling en verstoring. Daarnaast zijn
tal van menselijke activiteiten in het woud en de gevolgen van klimaatverandering belangrijke
uitdagingen voor het behoud van het Amazonegebied in de nabije toekomst.
3
In het Noorden van de Ecuadoraanse kustregio is er ook tropisch regenwoud, de rest bestaat uit een
gemengd droog-nat moessonklimaat, met kleine delen moeras en zelfs woestijn.
1.2.
Ecosystemen in de Sierra
De omgeving in de Andes wordt al minstens 7000 jaar lang door mensen veranderd, maar de schaal
waarop veranderingen van landgebruik en landbedekking plaatsvinden, is de laatste 50 jaar sterk
toegenomen. In Peru en Ecuador zijn de meeste bergbossen verdwenen, wat overblijft is beschermd
gebied en nationaal park.
Op de buitenste hellingen van de ketens vind je de zogenaamde trans-Andesbossen. Langs de kleine
stroombekkens tussen de twee bergketens spreekt men van inter-Andesbossen. Het zijn die laatste
die grotendeels verdwenen zijn ten voordele van irrigatielandbouw en eucalyptusplantages. Door de
snelle groei trekt eucalyptus heel veel water uit de grond, waardoor naburige gronden lijden onder
een tekort. Ook de chemicaliën die gebruikt worden op de plantages hebben meestal een
verwoestende impact op de ecosystemen rondom. De meeste bergbossen zijn op dit moment
gesitueerd op de oostelijke keten, vooral tussen 2100 en 3500 m boven zeeniveau. Boven deze
hoogte verandert de vegetatie in páramo, een amalgaam van vochtige graslanden en veen, struiken
en bosjes, en één van de biodiversiteitshotspots1 van onze planeet met tal van plant- en diersoorten
die alleen hier voorkomen. Er worden verschillende soorten páramo onderscheiden, de houtige,
grassige, vanaf 4.000 m hoogte de struikpáramo en nog 500 m hoger boven zeeniveau
woestijnpáramo, waar vegetatie schaars is.
Onderzoek in de Centrale en Noordelijke Andes heeft duidelijk gemaakt dat tropische bergbossen
gekapt worden voor diverse redenen, waaronder commerciële houtkap, brandhout, landbouw
(grazers, voedselproductie en plantages) en niet-houtige producten. Deze bossen worden top down
en bottom up bedreigd. Het cultiveren van de lagere páramo heeft de grens van bos en páramo
verlaagd ten voordele van graaslanden,… In lager gelegen gebieden is het de landbouw die geleidelijk
aan opschuift naar boven. Dit maakt dat de ruimte voor bos in de Andes gekneld zit tussen ander
landgebruik en steeds kleiner wordt. Met de menselijke activiteit zijn ook meer en meer wegen
1
Om erkend te worden als een biodiversiteit hotspot, moet de regio minstens 1500 soorten endemische planten herbergen en 70% van het
oorspronkelijke habitat behouden hebben. Endemische soorten zijn inheemse soorten die enkel in een bepaald gebied voorkomen, typisch
zijn voor een vegetatietype, omgeving of biotoop.
4
gekomen in deze voorheen ontoegankelijke gebieden. Hierdoor kan meer gebruik worden gemaakt
van hulpbronnen zoals hout en kunnen nog makkelijker gebieden ontgonnen worden.
1.3.
De Amazone
Het Amazonegebied in Ecuador begint op de oostelijke flanken van de Andes op ongeveer 1000 meter
boven zeeniveau. Het woud kent dus verschillen in vegetatie naargelang de hoogte. De gebieden die
langs de Andes liggen, worden gekenmerkt door veel sneller stromende rivieren, terwijl door lager
gelegen stukken brede en rustige rivieren stromen.
Een andere indeling die men hanteert is die van primair en secundair woud. Dat eerste wordt ook
wel oerbos genoemd, hier is het regenwoud intact en dat zie je het best aan de woudreuzen en aan
de grote diversiteit aan planten. Secundair woud is bos dat hersteld is van een grote verstoring, die
kan natuurlijk zijn, maar ook herbebossing na menselijke ingrepen hoort hierbij. Vaak zijn het wouden
van enkele decennia oud, waar de natuurlijke dynamiek opnieuw kan werken, maar waar de
overvloed nog minder is dan in het primaire woud.
Ook vegetatiekundig is het Amazonewoud in verschillende stukken te verdelen, zoals regenwoud,
vochtig, bladverliezend bos, savanne, loofbos, vloedbos, enzovoort. Deze indeling komt aan bod in
het hoofdstuk over Bos, hout en klimaat.
2.
Niet-houtige bosproducten
Naast hout, dat elders in dit pakket ruim aan bod komt, levert het bos ook andere, niet-houtige
producten die allerlei toepassingen hebben. Het belang ervan is nog niet volledig gekend en wordt
daarom vaak onderschat. Onder meer kleurstoffen, veevoeder, siervoorwerpen, voedsel, cosmetica,
medicijnen, brandstoffen en bouwmaterialen worden uit het bos gewonnen.
Inheemse gemeenschappen zijn de belangrijkste verzamelaars en verbruikers van niet-houtige
bosproducten. Maar ook de internationale markt voor natuurlijke producten, plantaardige
5
medicijnen, ambachtelijke gebruiksvoorwerpen en decoratie groeit. Voor gemeenschappen kunnen
hieruit kleinschalige commerciële inkomsten voortkomen zonder hun omgeving al te veel te belasten.
Niet-houtige bosproducten zijn met andere woorden verbonden met zowel culturele processen als
met duurzame ontwikkeling. Ze zijn vaak fundamenteel voor de opbouw van identiteit, spiritualiteit
en de culturele uitdrukking van gemeenschappen. Daarnaast kunnen ze ook economische voordelen
inhouden. Dit zijn twee redenen om de producten van het woud op een duurzame manier te
ontginnen.
Hier komen een aantal niet-houtige bosproducten aan bod. Ook in de Bosdoos vind je heel wat
voorwerpen en materialen van natuurlijke oorsprong.
2.1.
Vezels
Natuurlijke vezels kunnen een dierlijke of plantaardige oorsprong hebben. Door ze te bewerken of te
spinnen, worden het lange draden of strengen. We geven hier het voorbeeld van één plantaardige en
één dierlijke vezel die van belang is in de Ecuadoraanse context.
Agave is een geslacht van planten met dikke,
vlezige bladeren meestal bezet met doornen.
Uit de bladeren kan sisal gehaald worden, een
vezel die vooral gebruikt wordt voor touw,
borstels en vloerbedekking. De Ecuadoraanse
Quichua maken een soort sandalen van de
agave-vezels die ze Alpargatas noemen. Het
sap van de agave kan ook als zeep gebruikt
worden.
In de hoogste delen van de Andes kom je steevast alpaca’s tegen. Deze dieren, die tot de lamafamilie
behoren, worden gekweekt voor hun wol. Vooral in Peru en Bolivia produceren en exporteren grote
hoeveelheden alpacawol. In Ecuador was het tot voor kort een verdwenen economische activiteit,
maar sinds 10 jaar hebben de alpaca’s opnieuw hun plaats ingenomen in de Ecuadoraanse Andes en
6
zorgen ze voor inkomsten voor de rurale bevolking, met name veel inheemsen. De wol wordt vooral
gebruikt voor breiwerk. Ook de internationale markt is geïnteresseerd omwille van de lichtheid en het
grote isolatievermogen van het materiaal.
2.2.
Geneeskrachtige planten
Veel Ecuadoranen doen voor genezing niet enkel beroep op artsen zoals wij die kennen, maar ook
sjamanen, genezers en eigen medicijnen hebben een plaats in de geneeskunde, dit werd trouwens
ook officieel bevestigd in de grondwet van 1998. Heel de gemeenschap, vooral de vrouwen, kent heel
wat medicijnen voor allerlei kwaaltjes. De ernstige ziekten, zowel fysiek als mentaal, worden
aangepakt door de sjamaan.
Dit is niet verwonderlijk, het tropisch regenwoud wordt niet voor niets “ ‘s werelds grootste
apotheek” genoemd. Het leeuwendeel van de medicijnen in de moderne geneeskunde vindt zijn
oorsprong in het regenwoud of in de natuur, net als vele cosmetica- en verzorgingsproducten die
vandaag in onze badkamer staan.
De traditionele geneeswijzen gaan uit van een holistische visie op gezondheid, waarin de mens een
ondeelbaar geheel is en verbonden met de natuurlijke en bovennatuurlijke omgeving. Elke ziekte
heeft dus zowel fysieke, bovennatuurlijke, sociale, psychische, natuurlijke en magische oorzaken.
Gezondheid daarentegen betekent de perfecte balans tussen al deze factoren.
Een van de beruchte geneeskrachtige planten is de ayahuasca, “de Liaan van de Zielen”. Die heeft
allerlei, uiteenlopende toepassingen. De ayahuasca wordt samen met andere planten gekookt, het
resultaat is een bruin sap. De sjamaan gebruikt het als remedie tegen fysieke ongemakken, zoals
verkoudheden. Maar het bekendst is natuurlijk zijn hallucinerende werking. Tijdens een avondlijk
ritueel wordt ayahuasca gedronken. Het is daarbij de bedoeling om een belangrijke vraag of
bezorgdheid te formuleren. De sjamaan begeleid het ritueel met gezangen en hij zuivert elke persoon
met planten. De ervaring duurt meerdere uren.
De Quichua uit de Oriente en de Tscháchila van de Costa worden aanzien als de beste genezers van
Ecuador, ze behandelen dan ook zieken uit het hele land. We nemen dan ook de Amazone-Quichua
en hun visie op geneeskunde als voorbeeld voor hoe met geneeskrachtige planten omgegaan wordt.
7
De Quichua voelen zich een integraal en dynamisch deel van het regenwoud, dit woud is de bron van
hun overleven, daarom mogen ze het evenwicht niet verstoren. Na eeuwen van experimenteren
hebben ze een medische en botanische kennis opgedaan die in de hele regio geroemd wordt. In
tegenstelling tot de westerse geneeskunde, bekijken de Quichua gezondheid en ziekte niet enkel
vanuit een fysiek oogpunt, maar integreren ze in een net van relaties met alles waarmee het individu
en de gemeenschap samenleeft.
Ziekte en gezondheid zijn daarom twee zijden van dezelfde munt, door middel van de interactie
tussen lichaam en geest blijft het evenwicht behouden. Ziekte ligt tussen het leven en de dood, en
wordt gekenmerkt door een gebrek aan harmonie tussen verschillende factoren, zowel binnenin het
individu, in de natuur en bij andere personen. Als men gezond is, wordt dan ook de uitdrukking “estar
completo”, compleet zijn, gebruikt.
De aya is een concept dat vergelijkbaar is met wat wij “ziel” noemen, het is het element dat het leven
schenkt en houdt zich op in verschillende delen van het lichaam. Vrouwen hebben naast een eigen
aya ook één voor elk kind dat ze gebaard hebben. Wanneer de vrouw sterft, keert de ziel terug naar
het kind. Na de dood houdt de aya zich op in het woud en wordt deel van de mythische wereld.
De Quichua delen ziektes in naargelang de krachten die ze veroorzaken. Ungui zijn het gevolg van
blootstelling aan natuurlijke elementen, paju zijn semi-bovennatuurlijk en worden veroorzaakt door
een ontmoeting met een mythisch wezen of een natuurlijk element. Chontapala of biruti zijn ziektes
die een bovennatuurlijke oorsprong hebben, door rituele manipulatie of niet-natuurlijke krachten.
Tot slot zijn er ziektes van de ziel die onrust en fysieke ongemakken veroorzaken. De planten die ze
gebruiken pakken dus niet de symptomen aan, maar de oorzaak ervan.
In de Quichua samenleving zijn er verschillende groepen ontstaan, die elk gespecialiseerd zijn in een
kwaal. De meeste volwassenen kennen 400 geneeskrachtige planten die ingeburgerd zijn voor
dagelijks gebruik. De vrouwen hebben daarbij middeltjes die ze angstvallig geheim houden,
bijvoorbeeld anticonceptiva.
De mal aire (slechte lucht) is een ziekte die veroorzaakt wordt door de aanwezigheid van een persoon
die recent gestorven is. Door zijn nabijheid, dat kan zowel fysiek als sentimenteel zijn, oefent die een
slechte invloed uit. Vermits de doden vrij ronddwalen, kan die eender wie overkomen, ze zijn een
8
soort wind. De mal viento (slechte wind) is een gelijkaardige ziekte die optreedt wanneer je in de
vroege ochtend, zonder kaars of wierook, buiten gaat. Als je dan het pad kruist van een dode geest,
moet je onmiddellijk overgeven. Symptomen van deze ziektes zijn gebrek aan energie en wil, een
koude, (maag)pijn,… De diagnose wordt gesteld door takken van de chivo struik op het lichaam te
leggen, als de bladeren verdorren, heeft de patiënt mal aire. De genezing bestaat uit een combinatie
van gebeden en geneeskrachtige planten. Ze worden gezien als hardnekkige ziektes die heel moeilijk
te genezen zijn.
2.3.
Bamboe
Hoewel bamboe eerder geassocieerd wordt met het Oosten, zijn ook in Ecuador 42 soorten inheems.
Ze groeien zowel in het Amazonewoud als hoog in de bergen. Bamboe wordt vooral gebruikt als
bouwmateriaal en is ook een belangrijk exportproduct van het land. Er zijn aanwijzingen dat bamboe
al gebruikt werd om huizen te bouwen omstreeks 3500 voor Christus. Een typische techniek is
bahareque, waarbij de muren gemaakt worden van bamboestengels, klei en stro. Dit
constructiesysteem wordt tot op vandaag gebruikt. Bamboe als vervangproduct voor hout wordt
gezien als een economisch en ecologisch interessant alternatief, gezien de groeisnelheid en de
duurzaamheid van het materiaal.
Bamboe wordt eveneens gebruikt voor matten, stellingen, palen, multiplex, panelen, vloeren,
meubels,…
Een typisch Andes-product uit bamboe is natuurlijk de panfluit. In Ecuador is de stad Otavalo bekend
om zijn muziek en muzikanten. Veel Otavaleños reizen de wereld rond met hun panfluit en andere
instrumenten. Je komt ze ook tegen in vele Belgische steden.
2.4.
Latex en gommen
Latex of rubber wordt gewonnen uit de caucho of siringa, bij ons ook bekend als de Braziliaanse
rubberboom. Deze soort is afkomstig uit het amazonebekken, maar wordt nu ook elders ter wereld
aangeplant in plantages. De Braziliaanse rubberboom levert ongeveer 95% van alle natuurlijke
rubber. Latex is een wit melksap, opgeslagen in vaten net onder de bast. Door in de bast te kerven of
9
dunne stroken schors te verwijderen, kan men het melksap aftappen. Al na 5 à 6 jaar kan de eerste
keer latex geoogst worden.
De Azteken en de Maya’s waren de eersten om de toepassing van rubber te ontdekken, ze gebruikten
het product om rubberen ballen, waterdichte kledij en zelfs schoenen te maken. Nu kan het voor
inheemse groepen een substantiële bron van inkomsten betekenen.
Natuurlijke gommen kunnen de viscositeit van een stof veranderen. In voedsel worden ze als additief
aangeduid met de nummers E400 tot en met E499. Gommen kunnen een verschillende oorsprong
hebben, maar het leeuwendeel komt uit de houtige onderdelen of zaden van planten.
Inheemsen kauwden al langer op gom uit bomen, op smaak gebracht met kruiden, voordat de
kauwgom op de markt kwam. Het dikke sap van bepaalde boomsoorten wordt rubberachtig wanneer
het tussen de handpalmen gerold wordt.
2.5.
Palmproducten
Palmbomen vormen een familie van bijna 4000 soorten. Hoewel ze er alle schijn van hebben, zijn
palmen geen bomen. De stam is in feite een enkele stengel die, in tegenstelling tot bomen, geen
secundaire diktegroei vertoont. Er zijn vele, sterk uiteenlopende toepassingen van palmproducten.
Eerst en vooral zijn er de eetbare producten: dadels, kokosnoten en tal van andere vruchten groeien
aan palmbomen; de suikerpalm levert zoetstof; palmharten, een “groente” die uit de binnenste kern
van bepaalde soorten wordt gehaald; palmolie; enzovoort.
Van de bladeren kunnen vezels gemaakt worden als grondstof voor hoeden, riemen, tassen, manden
en andere gebruiksvoorwerpen. Rotan wordt van de stam van bepaalde palmsoorten gemaakt.
Tagua is de steenachtige pit van een palmsoort en wordt ook wel eens “vegetarisch ivoor” genoemd.
De structuur van tagua is immers vergelijkbaar met die van ivoor. In een jaar produceert één
palmboom evenveel “ivoor” als een vrouwelijke olifant. Dit maakt het een diervriendelijk en
ecologisch alternatief. De noten hebben ongeveer de grootte van een walnoot. Als de rijpe noten op
de grond vallen, worden de gedurende 4 tot 8 weken gedroogd, dan harden ze uit. Tagua wordt
onder meer gebruikt voor het maken van knopen, schaakstukken en siervoorwerpen.
10
11
3.
Ecosysteemdiensten
Met de term ecosysteemdiensten wil men het geheel van diensten dat door een bepaald ecosysteem,
bijvoorbeeld het bos, aan de mens/maatschappij verschaft wordt. Het gaat om de meest
uiteenlopende zaken: concrete hulpbronnen, noodzakelijke structuren en systemen, maar ook meer
abstracte voordelen, zoals het stabiliseren van klimaat en verhinderen van erosie. Hiermee wordt
verwezen naar de multifunctionele waarde van natuurlijke systemen en het maatschappelijke belang
ervan. De mens staat niet buiten de complexe relaties tussen organismen en de omgeving. Ook wij
zijn voor vele zaken afhankelijk van de natuurlijke omgeving en hebben er dus alle belang bij dat deze
in evenwicht blijft. Met het idee van ecosysteemdiensten kan dit geconcretiseerd worden
Ecosysteemdiensten worden vaak in vier categorieën opgedeeld:
-
Producerende of toevoerdiensten: deze bestaan uit alle producten die ecosystemen leveren,
denk maar aan voedsel, hout, water, geneeskrachtige planten, grondstoffen als gommen,
vezels,… Enkele van deze producten werden in de vorige paragraaf behandeld.
-
Regulerende diensten: alle voordelen die voortkomen uit het reguleren van processen, zoals
bodemfixatie, klimaatregulatie, waterzuivering, bestuiving,… Dit wordt ook wel de
ecologische functie genoemd.
-
Culturele diensten: zij bevatten de niet-materiële voordelen, zoals esthetiek, culturele
meerwaarde, religie, toerisme, educatie en dergelijke meer. Dit thema komt uitgebreider aan
bod in het hoofdstuk Cultuur en cultuurbeleving.
-
Ondersteunende diensten: alle processen die het functioneren van ecosystemen
onderhouden, zoals nutriëntencycli, water- en voedselkringlopen, zuurstofopslag, enzovoort.
Ook wel de milieubeschermingsfunctie genoemd.
Bossen bieden de maatschappij vele voordelen, maar het is meestal zo dat slechts voor enkele van
hen, zoals de houtopbrengst, betaald wordt. De natuur levert deze diensten gratis, maar toch mogen
ze niet als een evidentie gezien worden. Internationaal wordt daarom nu de vraag gesteld hoe en in
welke mate diensten vermarkt kunnen of moeten worden. Het is een moeilijk vraagstuk waarin men
12
op zoek moet naar de balans tussen valoriseren en waarderen van wat de natuur ons biedt, maar niet
te ver te gaan met een prijs te zetten op natuurlijke systemen, het uitputten of beschadigen van deze
systemen is immers vaak onherstelbaar.
Een groep onderzoekers heeft in 1997 de waarde van ecosysteemdiensten geschat op 16 tot 54
triljoen US dollar. Het mondiaal Bruto Nationaal Product bedroeg op dat moment 18 triljoen US
dollar.
In dit hoofdstuk komen verschillende ecosysteemdiensten aan bod met telkens enkele voorbeelden.
3.1.
Biodiversiteit
Misschien lijkt het vreemd om de biodiversiteit te bekijken in het kader van ecosysteemdiensten, toch
is dit niet zo, biodiversiteit is geen dienst op zichzelf maar is verbonden met elke van de vier
hoofdcategorieën. Het is de eerste voorwaarde om van de verschillende bosfuncties te kunnen
genieten.
De biodiversiteit van een gebied is het geheel van levende wezens die er voorkomen, omdat ze er de
habitats en niches vinden om zich te voeden, zich voort te planten, zich te verschuilen.
Een grote variatie aan ecosystemen en habitats, en een zo groot mogelijke structuurdiversiteit binnen
een ecosysteem geeft de beste garantie op een grote biodiversiteit die bovendien gebufferd is tegen
onvoorziene omstandigheden, zoals ziektes, verstoring en dergelijke. Hieruit volgt dat soortenrijke
ecosystemen stabieler zijn en wellicht ook meer diensten kunnen leveren, verschillende
wetenschappelijke studies staven dit vermoeden.
Bepaalde gebieden zijn van uitermate groot belang omwille van hun rijkdom aan fauna en flora. De
belangrijkste en meest gekende is uiteraard het regenwoud. Daarnaast heeft ook de páramo in de
Andes een bijzondere biodiversiteitsfunctie. Het worden daarom biodiversiteitshotspots genoemd.
13
3.2.
Productiediensten
Voedsel
Dat het bos een bron van voedsel is, zal niemand verbazen. Vele gewassen komen oorspronkelijk uit
het bos. Ook vruchten, noten, paddenstoelen en kruiden kunnen we gewoon in het bos gaan plukken.
En er is de jacht op dieren.
Voor sommige volkeren is het jagen en verzamelen nog een belangrijke bron van voeding.
Water
Eerst en vooral nemen bomen water uit de grond op en laten een deel van dat water weer
verdampen door de stomata of huidmondjes, poriën aan de onderzijde van de bladeren. Dit heet
transpiratie. Daarnaast is er een tweede proces waarbij een deel van het regenwater opgevangen
wordt door de oppervlaktes van de bladeren en takken en vervolgens verdampt. Deze twee
processen samen noemt men evapotranspiratie.
In het Amazonegebied wordt de regenval intern gerecycleerd, waarbij ongeveer de helft van het
regenwater afkomstig is van waterdamp door evapotranspiratie van het bladerdak en slechts de helft
van verdamping van de oceaan.
Ontbossing wordt vaak verantwoordelijk geacht voor een afname van de regenval in de vochtige
tropen. Wanneer de vegetatie verwijderd is, neemt de bodem minder water op, vindt er meer erosie
plaats en is er een grotere afstroming, waardoor er bij hevige regenval meer overstromingen
plaatsvinden en tijdens droge perioden minder water in de rivieren staat. Toch is deze bevinding
omstreden: sommige studies beweren dat het effect van bossen op regenval minimaal is, andere
beweren dan weer dat ontbossing net kan zorgen voor een hoger waterpeil van de rivieren.
Bomen kunnen meer water opnemen dan andere vegetatietypes, maar hoeveel juist hangt af van
veel verschillende factoren. Naaldbomen verbruiken over het algemeen meer water dan loofbomen.
Doordat het bladerdak van bossen een deel van het regenwater opvangt en doordat bosgrond veel
water kan vasthouden (het ‘sponseffect’), dacht men lange tijd dat bossen overstromingen helpen
voorkomen. Recente inzichten wijzen erop dat de rol van bossen bij het voorkomen van grote
overstromingen echter kleiner is dan gedacht.
Bossen hebben ook een waterzuiverende functie: ze fungeren als ‘levende filters’ en vangen
vervuilende stoffen in het water op. Daarnaast houden de wortels de bodem vast zodat waterlopen
14
niet vervuild wordt door erosie. Bossen zorgen ook voor schaduw, en hebben dus een verkoelend
effect op de watertemperatuur, wat soorten als de forel ten goede komt.
Ook in de Andes is water van cruciaal belang. Hier zijn het de wetlands2 die het regenwater capteren
en geleidelijk aan vrijgeven. Vele stadsbewoners in lager gelegen gebied zijn afhankelijk van de
watervoorraden die hogerop worden geaccumuleerd. Ook de Ecuadoraanse staat rekent op de
sponswerking van haar gebergte voor het opwekken van energie via waterkrachtcentrales. Omwille
van de ontginning van deze ecosystemen kan minder water opgenomen worden, de oppervlakte aan
wetland-vegetatie is simpelweg kleiner geworden. Dit zorgt ervoor dat er meer regenwater
rechtstreeks afvloeit, waardoor de bodem verdroogt, eventueel kunnen ook erosie en
bodemdegradatie het gevolg zijn.
Mineralen
Ecosystemen zijn verantwoordelijk voor de cycli van een aantal belangrijke nutriënten, zoals stikstof,
fosfor en kalium. Mineralen bewegen doorheen ecosystemen in een cyclus van productie en
consumptie. Groene planten onttrekken de stoffen aan de bodem en gebruiken ze voor hun groei. Na
een paar rondjes “eten en gegeten worden”, wordt de dode plant of het dode dier afgebroken door
detrivoren, bacteriën en schimmels. Daarbij worden de voedingsstoffen opnieuw vrijgesteld en
komen in de bodem terecht.
In bossen zijn het strooisel en de humus organisch van aard, de afbraak is dus nog niet volledig.
Daaronder zit de minerale bodem, waarin het afgebroken magnesium, zwavel,… zich bevindt.
De mineralen fosfor en kalium zijn heel belangrijk voor de groei van planten en worden in de
landbouw via meststoffen aan de gewassen voorzien.
Energie
De meeste energiebronnen die we vandaag gebruiken, worden ons geleverd door een ecosysteem.
Van biomassa, in welke vorm dan ook, wordt het meest gebruik gemaakt. Meer dan 2.5 miljard
mensen zijn afhankelijk van biomassa om elke dag te koken en te verwarmen. Turf, biobrandstoffen
en plantaardige oliën zijn voorbeelden, maar hout blijft natuurlijk de absolute koploper.
2
Wetland is de Engelse term voor ‘drasland’ of ‘waterrijk gebied’, een gebied op de grens tussen land en water. Moerassen,
overstromingsgebieden, mangrovebossen, páramo, het zijn allemaal voorbeelden van situaties die afwisselend onder water staan en droog
vallen.
15
Olie is miljoenen jaren geleden afgestorven plantaardig materiaal dat door verschillende processen
een energierijk goedje geworden is waar onze maatschappij nu volop op teert. Het werd dus ook
geproduceerd dankzij een ecosysteem.
Andere
-
Vele medicijnen, biocides, voedseladditieven, biologische materialen, chemische en
industriële producten worden geleverd door ecosystemen. Natuurlijke geneesmiddelen
kwamen uitgebreid aan bod in de voorgaande paragrafen. Net als enkele andere producten,
zoals rubber en gommen, die in de industrie gebruikt worden.
-
Vezels als katoen, hennep, hout, zijde en wol.
-
Genetische bronnen kunnen gebruikt worden voor het kweken van planten en dieren en voor
biotechnologische toepassingen
-
Verschillende plantaardige en dierlijke producten worden gebruikt als versiering, artisanale
voorwerpen, sierraden,…
16
3.3.
Regulerende diensten
Koolstof
Koolstof is aanwezig in alle levende organismen, in de lucht als koolstofdioxide, in fossiele
brandstoffen en in dode organische materie zoals humus. De koolstofcyclus is de bekendste
biogeochemische kringloop en beschrijft alle processen waarmee koolstof door de aarde circuleert.
Bossen stoten koolstof uit en nemen koolstof op. Via huidmondjes aan de onderzijde van de bladeren
nemen bomen CO2 op. In combinatie met water, dat ze via hun wortels uit de grond halen, en onder
invloed van zonlicht vindt er fotosynthese plaats: de omzetting van CO2 en H2O in suikers (voor de
opbouw van andere vitale stoffen, zoals cellulose) en zuurstof.
CO2  H 2 O zonlicht
(CH 2 O) n  O2
17
Die zuurstof wordt door de boom weer vrijgegeven aan de atmosfeer. Een deel van de suikers wordt
gebruikt voor de opbouw van biomassa (wortels, stam, takken, bladeren), de rest wordt als CO2 weer
vrijgegeven door respiratie, het omgekeerde proces van fotosynthese.
Bij een volwassen boom zit 15 à 20% van de koolstof in wortels, 75% à 80% in stammen en takken en
minder dan 5% in bladeren. Het aandeel koolstof (C) in levende biomassa is zeer constant in de
natuur en bedraagt 50%. Een bos met 200 ton levende biomassa bevat dus ongeveer 100 ton
koolstof.
Naast levende biomassa is er in een bos ook dode biomassa. Regelmatig stoten bomen immers
bladeren, bloemen, vruchten, twijgen en takken af. En ondergronds sterven er elk jaar bijna evenveel
haarwortels af als er bijgroeien. Al dat dood organisch materiaal wordt afgebroken door de
bodemorganismen, ofwel tot de basisbouwstenen CO2 en water (mineralisatie), ofwel tot humus
(humificatie). Humus heeft een koolstofgehalte van 58% en kan heel lang in de bodem bewaard
blijven.
De koolstofvoorraad van een bos bestaat enerzijds uit levende biomassa en anderzijds uit dood
organisch materiaal. Bossen bevatten veel meer levende biomassa dan weiden of akkers. Hoe groter
het houtvolume op stam, hoe meer koolstof er in het bos opgeslagen zit. Bossen bevatten ook veel
bodemkoolstof, minstens evenveel als permanente weilanden en veel meer dan akkers. Alles samen
zijn bossen na venen de ecosystemen met de hoogste koolstofopslag.
In jonge opgroeiende bossen (de meeste Europese bossen horen daartoe) wordt er netto CO2
opgeslagen in verschillende delen van het ecosysteem. Er bestond lange tijd onduidelijkheid of oude
bossen zorgen voor een netto-opslag van koolstof of eerder koolstofneutraal zijn. Recente studies
wijzen erop dat mature bossen wel degelijk koolstof blijven opslaan.
Bijna een derde van het aardoppervlak bestaat uit bos, waarvan de helft zich in de tropen en de
subtropen bevindt. In totaal slaan de bossen van de wereld ongeveer 638 gigaton koolstof op. Men
schat dat bossen wereldwijd een derde van de uitstoot door fossiele brandstoffen opnemen
(2,4 gigaton per jaar). Tropische bossen zijn in dit opzicht extra belangrijk omdat ze tot 50% meer
koolstof opnemen dan bossen in andere streken.
18
Lucht en water
Ecosystemen, met name bossen, interageren met de atmosfeer. Door het opnemen en afgeven van
stoffen, zoals zuurstof en koolstof, beïnvloeden ecosystemen de samenstelling van de lucht. Ook fijn
stof en andere luchtverontreiniging wordt opgenomen of gefilterd door planten. Bossen dragen dus
op verschillende manieren bij aan de luchtkwaliteit.
Ecosystemen kunnen organisch afval uit het water halen en afbreken. Bodemprocessen kunnen
schadelijke stoffen verwerken en ontgiften, zo kunnen metalen afgezet worden in de bodem.
Bacteriën en andere micro-organismen kunnen stoffen afbreken. Bossen kunnen en overschot aan
nutriënten en polluenten verwerken en opslaan. Op die manier verandert ook de waterkwaliteit.
De timing en de omvang van waterafvoer en van overstromingen, de watervoerende lagen in de
bodem, dit alles wordt sterk beïnvloed door de bodembedekking en vegetatie. Zo kunnen wetlands
en moerassen enorme hoeveelheden water vasthouden. Ook bossen staan erom bekend water te
capteren in natte periodes, om het vervolgens vrij te geven wanneer het droger wordt.
Omgekeerd kan het ontbreken van vegetatie dramatische gevolgen hebben voor de bodem. Die
wordt dan immers niet gefixeerd en kan eroderen, daarmee spoelen ook voedingsstoffen weg, wat
de bodem verarmd, in het ergste geval doen er zich grondverschuivingen voor.
Andere
Ecosystemen zorgen voor de aanwezigheid en efficiëntie van bevruchters, zoals bijen. Ook de
bestuiving van onze landbouwgewassen is hiervan afhankelijk. 60 tot 80% van de planten heeft dieren
nodig voor de bevruchting.
Ecosystemen reguleren ziektes en plagen en zorgen ervoor dat die geen problematische omvang
aannemen.
19
3.4.
Culturele diensten
Cultuur en spiritualiteit
De vervlechting tussen cultuur en de natuurlijke omgeving komt uitgebreid aan bod in het hoofdstuk
Cultuur en Cultuurbeleving.
Recreatie en landschappelijke waarde
In Vlaanderen is de landschappelijke waarde van bos een zeer belangrijke factor. In onze sterk
gemanipuleerde natuurlijke omgeving is recreatie bijvoorbeeld één van de drie pijlers van
multifunctioneel bosgebruik, naast de ecologische en de economische functie. In het Zuiden is het
gebruik van het woud en de natuurlijke rijkdommen complexer. Ook grote internationale spelers,
lokale gemeenschappen die van hun omgeving afhankelijk zijn, overlevingslandbouwers, migranten
en tal van andere spelers hebben belangen in het gebruik van het bos, die vaak moeilijk te verzoenen
zijn.
Op het eerste zicht zijn er dus bekommernissen genoeg zonder zich druk te maken over de
landschappelijke waarde van de natuurlijke omgeving. Toch is er een belangrijke toepassing:
ecotoerisme.
3.5.
Ondersteunende diensten
Fotosynthese
Fotosynthese en – daaraan gekoppeld – zuurstofproductie wordt gezien als een ondersteunende
dienst. Het is immers onontbeerlijk voor het bestaan van alle andere diensten. De impact ervan op
ons dagelijks leven is niet concreet voelbaar en loopt over lange termijn, toch is het van essentieel
belang voor al het leven op aarde.
Nutriëntencycli, watercyclus
Er zijn ongeveer 20 voedingsstoffen die essentieel zijn voor leven, zoals nitraat en fosfor.
Verschillende, complexe cycli zorgen ervoor dat de nutriënten zich doorheen het ecosysteem
20
bewegen. Groene planten spelen hier een belangrijke rol in, vermits ze voedingsstoffen vanuit de
bodem opnemen en omzetten in biomassa.
Ook water beweegt zich voort doorheen het ecosysteem, eerder werd al ingegaan op deze cyclus.
Primaire productie
Primaire productie is het verschil tussen de productie van energie, voornamelijk door hogere planten,
en de energie die ze gebruiken voor hun eigen bestaan. Het is met andere woorden de energie die de
planten gebruiken om reserves op te bouwen, om te groeien en te reproduceren.
Dankzij primaire productie kan de voedselketen, met planteneters, vleeseters en opruimers, in stand
gehouden worden. Het zorgt ervoor dat de voorraad aan natuurlijk kapitaal op peil blijft en de
ecosysteemdiensten dus geleverd kunnen worden.
Netto primaire productie is recht evenredig met vele productie- en regulerende diensten. Het is
logisch dat ecosystemen die veel energie opslaan ook meer voedsel, hout, vezels en andere
producten kunnen voortbrengen dat minder productieve systemen. Er wordt bijvoorbeeld ook meer
koolstof gecapteerd wanneer er meer primaire productie is. Het is ook positief gecorreleerd met
culturele diensten, er is blijkbaar meer recreatie en ecotoerisme in hoogproductieve ecosystemen.
Bodem en bodemopbouw
Planten en bomen hebben een invloed op de bodemvorming. De organische bodem is het bovenste
deel van de ondergrond dat bestaat uit levende organismen en restanten van dode organismen in
verschillende stadia van afbraak. Mineralen worden opgenomen door planten, dode plantenresten
worden door bodemorganismen afgebroken tot onder meer fosfor, koolstof en stikstof, dit proces
heet mineralisatie. Voedingsstoffen kunnen dus vrij gemaakt, vast gehouden en doorgegeven
worden.
Op deze manier wijzigen de biotische elementen, waaronder planten en dieren, de opbouw en
structuur van de ondergrond. Vocht, temperatuur, doorluchtbaarheid, al deze elementen kunnen
beïnvloed worden door het leven boven- en ondergronds.
21
Een gezonde bodem heeft een zelfreinigend vermogen, dit wil zeggen dat bacteriën en schimmels in
zekere mate verontreinigingen kunnen wegwerken, bijvoorbeeld oliën en bestrijdingsmiddelen.
Erosiebestrijding
Erosie heeft het verlies van het vruchtbare bovenste deel van de bodem tot gevolg. Dit zet processen
van landdegradatie en zelfs verwoestijning in gang.
Wind, water en ijs zijn de belangrijkste oorzaken van erosie. Plantengroei of bodembedekking
beschermt de bodem tegen de inwerking van deze elementen. Daarbij houden de wortels de
ondergrond vast, zodat die niet zomaar wegspoelt.
22
Download
Random flashcards
Create flashcards