Milieu - Europa EU

advertisement
DE EUROPESE
UNIE IN HET
KORT
Milieu
Een gezond en
duurzaam
milieu voor de
huidige en
toekomstige
generaties
Mil ieub es c her m ing en
c o nc ur r en t iever m o gen
gaan hand in hand
2
D E
E U R O P E S E
U N I E
I N
H E T
K O R T
INHOUD
Waarom een milieubeleid? ���������� 3
DE EUROPESE UNIE IN
HET KORT
Deze publicatie maakt deel uit van een reeks brochures
waarin wordt uitgelegd wat de EU doet
op verschillende beleidsterreinen,
waarom de EU daar een rol speelt,
en wat de resultaten zijn.
Hoe het milieubeleid van de EU
tot stand komt ������������������������������ 5
Wat doet de EU? ���������������������������� 8
Hoe het verder moet ������������������ 14
Meer informatie �������������������������� 16
U vindt deze brochures op de volgende website:
http://europa.eu/pol/index_nl.htm
http://europa.eu/!Pr64nF
Hoe werkt de Europese Unie?
Europa in 12 lessen
Europa 2020: Europa’s groeistrategie
De grondleggers van de EU
Bankwezen en financiën
Begroting
Belastingen
Buitenlands en veiligheidsbeleid
Concurrentie
Consumenten
Cultuur en audiovisuele media
De Economische en Monetaire Unie (EMU) en de euro
Digitale agenda
Douane
Energie
Fraudebestrijding
Grenzen en veiligheid
Handel
Humanitaire hulp en civiele bescherming
Internationale samenwerking en ontwikkeling
Interne markt
Justitie, grondrechten en gelijkheid
Klimaatbescherming
Landbouw
Maritieme zaken en visserij
Migratie en asiel
Milieu
Ondernemingen
Onderwijs, opleiding, jeugd en sport
Onderzoek en innovatie
Regionaal beleid
Uitbreiding
Vervoer
Voedselveiligheid
Volksgezondheid
Werkgelegenheid en sociale zaken
De Europese Unie in het kort: Milieu
Europese Commissie
Directoraat-generaal Communicatie
Publieksvoorlichting
1049 Brussel
BELGIË
Manuscript voltooid in november 2014
Foto's op de omslag en bladzijde 2: © Jupiter Images
16 blz. — 21 × 29,7 cm
ISBN 978-92-79-42645-2
doi:10.2775/91692
Luxemburg: Bureau voor publicaties van de Europese
Unie, 2014
© Europese Unie, 2014
Reproductie toegestaan. Voor overname of reproductie
van afzonderlijke foto's hebt u toestemming van de
rechthebbenden nodig.
3
M ilieu
Waarom een milieubeleid?
Het milieu houdt zich niet aan grenzen, niet aan
politieke, niet aan juridische en niet aan andere door de
mens gestelde grenzen. Daarom moeten de EU‑landen
met elkaar en met de rest van de wereld samenwerken
om gemeenschappelijke problemen aan te pakken. Die
problemen variëren van droogtes en overstromingen tot
milieuvervuiling en aantasting van Europa’s
biodiversiteit.
Het uiteindelijke doel is een beter milieu, bescherming
van de volksgezondheid, een verstandig en rationeel
gebruik van natuurlijke hulpbronnen en meer
internationale maatregelen tegen regionale of
wereldwijde milieuproblemen. Een gecoördineerde
aanpak in de hele EU biedt extra voordelen en is goed
voor de samenhang. Omdat milieuvoorschriften grote
gevolgen kunnen hebben voor het bedrijfsleven, is het
belangrijk dat overal dezelfde regels gelden en dat de
interne markt niet wordt ondermijnd.
De effecten van onze activiteiten op het milieu bepalen voor
een groot deel hoe de wereld er voor toekomstige generaties
zal uitzien.
Veel mensen hebben een grenzeloos vertrouwen in de
veerkracht van de aarde, maar de druk op het milieu en
de grondstoffen wordt steeds groter. We moeten er
alles aan doen om de mensen daarop te wijzen,
grondstoffen efficiënter te gebruiken en schadelijk en
verspillend gedrag te stoppen. Anders dreigen
toekomstige generaties niet meer te krijgen wat hun
toekomt. Om dit te voorkomen moeten de EU, de
nationale, regionale en lokale overheden, het
bedrijfsleven, ngo’s en gewone burgers de handen
ineenslaan.
De druk van een groeiende vraag
Ons gedrag stelt de planeet erg op de proef. In de
loop van de twintigste eeuw is het gebruik van
fossiele brandstoffen wereldwijd met een factor 12
toegenomen en worden er 34 keer zoveel andere
grondstoffen ontgonnen. De vraag naar voedsel,
diervoeder en vezels zal tegen 2050 met zo’n 70 %
stijgen. Als we zo doorgaan, zullen we meer dan
twee planeten nodig hebben om in onze behoeften
te voorzien.
Een beleid in ontwikkeling
© iStockphoto.com/eva serrabassa
De milieuproblemen waar Europa mee te maken heeft
zijn niet meer hetzelfde als in de begindagen van het
Europees milieubeleid. In de jaren 1970 en 1980 lag de
nadruk op traditionele onderwerpen zoals bescherming
van de soorten en beperking van vervuilende emissies.
Nu wordt uitgegaan van een meer systematische
benadering, waarbij rekening wordt gehouden met
onderlinge verbanden en de wereldwijde dimensie.
Voorkomen is beter dan genezen.
Daarom moet nu ook op andere beleidsterreinen, zoals
landbouw, energie, vervoer, visserij, regionale
ontwikkeling, onderzoek, innovatie en buitenlandse hulp
systematisch rekening worden gehouden met de
milieueffecten van beleid en financiering. Zo’n
benadering vergroot de samenhang en het effect van
de aanpak van milieuproblemen.
4
Doordat de EU al meer dan veertig jaar een milieubeleid
voert, wordt een groot deel van ons milieu beschermd
door Europese wetgeving. Maar de uitvoering van dat
beleid blijft voor problemen zorgen. Die problemen
moeten worden opgelost zodat iedereen de vruchten
van die wetgeving kan plukken. Het nieuwe
milieuactieprogramma van de EU moet hier een
oplossing voor bieden (zie onder „Hoe het verder moet”).
Milieu en economie kunnen hand in hand
gaan
Milieu- en economische overwegingen zijn
complementair, net als twee zijden van dezelfde
medaille. Door de economie milieuvriendelijker te
maken, gaan de milieukosten omlaag omdat er zuiniger
met grondstoffen wordt omgesprongen. Groene
technologie zorgt tegelijkertijd voor nieuwe banen,
economische ontwikkeling en meer
concurrentievermogen.
De Europese Commissie geeft het goede voorbeeld met
de Europa 2020-strategie, de groeistrategie van de EU
voor de komende tien jaar. Het efficiënt gebruik van de
eindige natuurlijke hulpbronnen is een van de zeven
vlaggenschipinitiatieven. Het milieubeleid kan helpen de
strategische doelstellingen van slimme, duurzame en
inclusieve groei te halen en Europa om te vormen tot
een op kennis gebaseerde economie die spaarzaam
omgaat met grondstoffen.
Het EU‑milieubeleid kan bijvoorbeeld de veerkracht
vergroten van onze ecosystemen, die voor voedsel,
drinkwater, grondstoffen en andere voorzieningen
zorgen. Daarnaast verhoogt het de productiviteit en de
levenskwaliteit en maakt het de gezondheidszorg
goedkoper.
© iStockphoto.com/Robert Churchill
Milieubescherming en economische ontwikkeling kunnen
elkaar aanvullen.
D E
E U R O P E S E
U N I E
I N
H E T
K O R T
Over de grenzen heen
Het milieu stopt niet aan de rand van de EU. De lucht,
het water, de zee en de wilde flora en fauna hebben
geen weet van grenzen. Als de EU erin slaagt ook
naburige landen — en in het ideale geval zelfs de hele
wereld — ervan te overtuigen om haar strenge normen
te hanteren, is dat dus ook goed voor haar eigen milieu.
De EU werkt samen met haar buurlanden om die ervan
te overtuigen ook de EU‑normen te hanteren. Verder
speelt ze een actieve rol bij internationale besprekingen
over duurzame ontwikkeling, biodiversiteit en
klimaatverandering. Duurzame ontwikkeling is een
langetermijndoelstelling van de EU en ook een van de
millenniumontwikkelingsdoelstellingen van de VN.
Steun vanuit de samenleving
Er is brede steun vanuit de bevolking voor wat de EU
allemaal doet voor het milieu. Bij een enquête in heel
Europa bleek medio 2014
dat het milieu meer dan 95 % van de ondervraagden na
aan het hart ligt. Bijna drie kwart is het ermee eens dat
milieubescherming de economische groei kan
stimuleren, en meer dan drie kwart vindt EU‑wetgeving
noodzakelijk om het milieu in hun land te beschermen.
De meeste zorgen maken mensen zich over lucht- en
waterverontreiniging, de groeiende afvalberg en het
opraken van de grondstoffen.
5
M ilieu
Hoe het milieubeleid van de EU tot stand
komt
Van beleid naar praktijk
Marktwerking
Sinds de jaren '70 heeft de EU meer dan 200
wetsteksten aangenomen ter bescherming van het
milieu. Maar wetgeving alleen is niet genoeg. Zonder
een goede toepassing en handhaving ervan haalt het
allemaal weinig uit. Daarom moeten we er nu vooral
voor zorgen dat de bestaande afspraken worden
nagekomen. Dat is geen eenvoudige zaak omdat er
allerlei instanties bij de uitvoering zijn betrokken: van
nationale inspecteurs en rechtbanken tot ngo’s en
burgers die gebruikmaken van hun inspraakrecht.
De markt is een kosteneffectieve manier om het milieu
te beschermen en de druk op de schaarse middelen te
verminderen. Belastingen en subsidies kunnen namelijk
worden gebruikt om bedrijven en consumenten te
overtuigen milieuvriendelijker keuzes te maken. Dat
gebeurt nu al op grote schaal, bijvoorbeeld voor het
kappen van bomen of het storten van afval. De
Europese Commissie zou graag zien dat bepaalde
subsidies voor industrie, vervoer, landbouw en energie
die verontreinigende of energieverslindende producten
en processen in de hand werken, geleidelijk worden
afgeschaft.
Maar als de EU‑regels niet worden nageleefd, heeft dat
allerlei negatieve gevolgen. Het kan de
basisdoelstellingen van het milieubeleid ondermijnen,
een gevaar voor de volksgezondheid vormen en tot
rechtsonzekerheid voor de industrie leiden omdat de
normen niet overal in de EU op dezelfde manier worden
toegepast. Een goede handhaving kan daarentegen juist
financiële voordelen opleveren. Als de EU‑voorschriften
voor afval geheel correct worden toegepast, levert dat
400 000 banen op en een netto kostenbesparing van
72 miljard € per jaar.
De Europese Commissie kan via het Europees Hof van
Justitie juridische stappen zetten tegen een EU‑land dat
de wetgeving niet correct toepast. Dergelijke procedures
— waarbij het milieu vaker dan enig ander onderwerp
centraal staat — zijn niet alleen gênant voor de
regering van zo’n land. Uiteindelijk kan het zelfs tot een
boete komen.
Maar een juridische procedure is een laatste redmiddel.
De Europese Commissie vindt het belangrijker om de
EU‑landen te helpen de regels goed uit te voeren. Zij
zorgt voor capaciteitsopbouw en financiële steun en
beschikt over meer kennis over de toestand van het
milieu en de manier waarop de lidstaten hun
EU‑verplichtingen in de praktijk nakomen. Zij heeft hun
aangeraden om elk een onafhankelijke nationale
instantie, bijvoorbeeld een ombudsman, met de
behandeling van milieuklachten te belasten.
Het beleid moet berusten op feitelijke gegevens over
oorzaken en effecten van veranderingen in het milieu,
zodat de juiste aanpak en strategie kunnen worden
bepaald. Veel van die gegevens zijn afkomstig van
nationale instanties, aangevuld met datasets uit heel
Europa. Ze worden geanalyseerd door het Europees
Milieuagentschap, dat de gegevens levert voor het
EU‑milieubeleid.
De EU heeft verschillende programma’s ontwikkeld om
te stimuleren dat betrouwbare en nauwkeurige
gegevens worden verzameld die op grote schaal kunnen
worden uitgewisseld. Zo combineert het
Copernicus‑programma gegevens van
waarnemingsstations op het land, op zee en in de lucht
met gegevens van aardobservatiesatellieten. Het doel is
allerlei gegevensverzamelingen samen te stellen die
nuttig kunnen zijn voor de ontwikkeling en uitvoering
van het milieubeleid.
6
D E
E U R O P E S E
U N I E
I N
H E T
K O R T
Het Europees Milieuagentschap
Eco‑innovatie
Het Europees Milieuagentschap (EMA) in
Kopenhagen verzamelt gegevens van de EU‑landen
om Europese datasets samen te stellen. Sinds 1994
houdt het indicatoren bij en brengt het verslag uit
over de toestand van het milieu.
Eco‑innovatie is elke vorm van innovatie die gericht
is op of resulteert in significante en aantoonbare
vooruitgang in de richting van het doel van
duurzame ontwikkeling door het beperken van
milieueffecten, het vergroten van de draagkracht
van het milieu of het bereiken van een efficiënter en
verantwoordelijker gebruik van natuurlijke
hulpbronnen.
© iStockphoto.com/Henrik Jonsson
Het EMA heeft de taak de EU en haar lidstaten te
helpen om op basis van objectieve gegevens
beslissingen te nemen over de verbetering van het
milieu en over de milieuaspecten van het
economisch beleid met de bedoeling dit beleid
duurzaam te maken. Het moet daarnaast het
Europees milieu‑informatie en -observatienetwerk
coördineren.
Belastingen en subsidies
kunnen dienen als drijfveer
of afschrikmiddel om
bedrijven en consumenten te
bewegen milieuvriendelijker
keuzes te maken.
7
M ilieu
Bewustmaking
Meer innovatie
De Europese Commissie probeert op allerlei manieren
mensen bewust te maken van het belang van een
gezond milieu. Een jaarlijks terugkerend hoogtepunt is
de Groene week in Brussel, waarop duizenden
deelnemers vier dagen lang over een belangrijke
milieukwestie spreken, zoals biodiversiteit of water.
Milieutechnologie neemt al een belangrijke plaats in de
Europese economie in. Maar behalve in de sector
duurzame energie, is eco‑innovatie nog onvoldoende
doorgedrongen op de markten. Een knelpunt is dat
milieukosten en -voordelen onvoldoende tot uitdrukking
komen in de marktprijzen en dat verspillende praktijken
en starre economische structuren nog te vaak worden
gestimuleerd en gesubsidieerd.
Een ander belangrijk middel zijn wedstrijden. Met de
titel Groene hoofdstad bekroont de EU de zorgzaamheid
en inventiviteit van Europese steden op milieugebied.
Elk jaar wordt de concurrentie om de prestigieuze titel
groter. Verder zijn er prijzen voor de bijdragen van
bedrijven, overheden en individuele projecten aan het
milieu.
Groene hoofdstad
Om de titel Groene hoofdstad te krijgen, moet een
stad strenge milieunormen naleven, duurzame
ontwikkelingsdoelstellingen onderschrijven en een
rolmodel voor anderen vormen.
Winnaars:
—— 2010: Stockholm
—— 2011: Hamburg
—— 2012: Vitoria‑Gasteiz
—— 2013: Nantes
—— 2014: Kopenhagen
—— 2015: Bristol
—— 2016: Ljubljana
http://www.europeangreencapital.eu
In een actieplan beschrijft de EU hoe we eco‑innovatie
kunnen stimuleren en waarom het soms niet aanslaat.
Er is financiële steun voor onderzoek, innovatie en
eco‑innovatieve bedrijven. Om groene technologie op
grotere schaal ingang te laten vinden, stimuleert de EU
„groene” overheidsopdrachten, productkostenberekening
over de totale levenscyclus en milieu‑etikettering.
8
D E
E U R O P E S E
U N I E
I N
H E T
K O R T
Wat doet de EU?
Onze economie en ons milieu zijn afhankelijk van
natuurlijke hulpbronnen. Maar de tijden van
onuitputtelijke voorraden van goedkope grondstoffen, die
in de afgelopen tweehonderd jaar zo’n grote rol hebben
gespeeld in de economische vooruitgang, zijn voorbij.
Door de groeiende wereldbevolking en de toenemende
welvaart is de vraag gestegen. Dat heeft geleid tot
hogere prijzen en schaarste van grondstoffen waarvan
we afhankelijk zijn, zoals metalen, mineralen en
voedingsmiddelen. Iedere dag groeit de wereldbevolking
met 200 000 mensen. Vóór het einde van het volgende
decennium komen er in de ontwikkelingslanden twee
miljard mensen in de middenklasse bij die veel zullen
consumeren.
Vraag en aanbod lopen steeds verder uiteen. Blijven we
onze grondstoffen in het huidige tempo opmaken, dan
kan onze aarde tegen 2050 niet eens meer de helft
opbrengen van wat we nodig hebben en blijft voor
miljoenen het betere leven waar ze op hopen,
onbereikbaar.
© J. Toland
Recycling vermindert de druk op de grondstoffenvoorraden.
Efficiënt gebruik van energie en
grondstoffen
Om de problemen aan te pakken heeft de Europese
Commissie het efficiënt gebruik van energie en
grondstoffen aangewezen als een van haar
vlaggenschipinitiatieven in de Europa 2020-strategie.
Dat betekent dat we op een duurzame manier en met
minder grondstoffen producten met een hogere waarde
kunnen maken en die efficiënter kunnen beheren
gedurende de hele levenscyclus. Daarvoor is innovatie
nodig, moeten productie- en consumptiepatronen op de
helling en moeten de juiste signalen worden gegeven
via subsidies en prijzen.
Eind 2011 hebben de EU‑regeringen het Stappenplan
voor efficiënt hulpbronnengebruik in Europa
goedgekeurd. Het wijst op de noodzaak van een
omwenteling in het economisch, politiek en persoonlijk
gedrag. Het definieert ook stappen voor verschillende
beleidsterreinen die binnen 40 jaar moeten leiden tot
een Europese economie die een hoge levensstandaard
met een veel geringere impact op het milieu
combineert.
9
© European Union
M ilieu
Het Natura 2000-netwerk bestrijkt bijna 18 % van de
oppervlakte van de EU en beschermt soorten en hun
natuurlijke habitats.
Onze hulpbronnen zijn niet onuitputtelijk en daarom
moet er bij alle EU‑beleid op worden gelet dat er
efficiënter gebruik wordt gemaakt van die hulpbronnen.
Om particulieren aan te sporen hun gedrag te
veranderen, is de Europese Commissie een
voorlichtingscampagne gestart in het najaar van 2011.
Bovendien heeft de Commissie een panel benoemd van
gerenommeerde nationale, Europese en internationale
beleidsmakers, industriële ondernemers en deskundigen
op economisch en milieugebied die in het voorjaar van
2014 een reeks aanbevelingen hebben gedaan.
Efficiënt gebruik van energie en
grondstoffen
Door efficiënter om te gaan met hulpbronnen
proberen we economische groei te bereiken zonder
dat er meer grondstoffen nodig zijn. De economie
wordt gestimuleerd om meer te doen met minder.
Zij moet dus met minder middelen producten met
een hogere waarde produceren en grondstoffen op
duurzame wijze gebruiken met zo min mogelijk
gevolgen voor het milieu.
10
E U R O P E S E
U N I E
I N
H E T
K O R T
© Albrecht Föhl, of LIFE07 NAT/D/000236
LIFE Streuobstwiese Albvorland
D E
Gezonde ecosystemen zijn onmisbaar voor de biodiversiteit in Europa.
Biodiversiteit
Een goed beheerd netwerk als Natura 2000 kan een
belangrijke bijdrage leveren voor de milieudoelstellingen
van de EU. Zo wil de EU voor 2020 een ommekeer
brengen in het verlies aan biodiversiteit (de rijkdom van
alle planten- en diersoorten en de genetische variatie in
de natuur) en ecosystemen.
Die zijn op zichzelf natuurlijk al van groot belang, maar
daarnaast staat zij ook in voor essentiële zaken zoals
voedsel, vezels, brandstoffen en medicijnen, en voor
onmisbare functies zoals klimaatregeling,
overstromingspreventie, waterzuivering, bestuiving en
bodemvorming. Dit zijn belangrijke ingrediënten voor
onze economische welvaart, veiligheid, gezondheid en
levenskwaliteit.
In 2011 heeft de EU haar biodiversiteitsstrategie
aangepast aan de ambitieuze wereldwijde agenda die
enkele maanden eerder in de Japanse stad Nagoya was
afgesproken. Waar het allemaal om draait is dat het
verlies aan biodiversiteit en de aantasting van
ecosystemen in de EU tegen 2020 moeten worden
gestopt.
M ilieu
11
Beschermde gebieden
Omdat de natuur zich nu eenmaal niet aan
nationale grenzen houdt, heeft de EU een strenge
natuurbeschermingswetgeving ontwikkeld.
Uiteindelijk leidde dit tot de oprichting van
Natura 2000, een Europees netwerk van gebieden
waar bepaalde soorten en hun natuurlijke
leefomgeving worden beschermd. Dit netwerk van
meer dan 26 000 locaties is het grootste ter wereld.
Het is nu bijna compleet en beslaat bijna 18 % van
het totale grondgebied van de EU, ofwel een gebied
zo groot als Duitsland, Polen en Tsjechië samen.
De EU‑milieubeschermingswetgeving ging in 1979
goed van start met de Vogelrichtlijn. Deze
beschermt alle wilde vogels in de EU (ongeveer 500
soorten) en verplicht de EU‑landen om belangrijke
plaatsen aan te wijzen en te beschermen.
De tweede mijlpaal was de Habitatrichtlijn. Hierbij
werden de EU‑landen verplicht bedreigde plant- en
diersoorten en habitats te beschermen. Inmiddels
zijn zo’n 1 500 zeldzame en bedreigde planten en
dieren beschermd, naast ongeveer 230 waardevolle
habitattypes, zoals hooilanden, heidegebieden en
kwelders, bouwstenen voor hele ecosystemen.
Natura 2000 erkent dat de mens integraal deel
uitmaakt van de natuur en dat de twee maar beter
kunnen samenwerken. Het is niet de bedoeling
economische activiteiten te verbieden, maar wel om
er grenzen aan te stellen zodat waardevolle soorten
en habitats beschermd worden. De EU financiert dit
vanuit verschillende beleidsterreinen. Het
belangrijkste daarvan is landbouw, en dan met
name de plattelandsontwikkeling met haar
gecombineerde landbouw- en milieumaatregelen en
haar bosbouwmaatregelen. Ook het cohesiebeleid
speelt een belangrijke rol bij investeringen, met
name in de nieuwe lidstaten.
Natura 2000 koestert gezonde ecosystemen die
onmisbaar zijn voor de drinkwatervoorziening, de
afvang van kooldioxide en de bescherming tegen
overstroming en kusterosie. De waarde van deze
diensten samen wordt op 200 tot 300 miljard € per
jaar geschat en dat is aanzienlijk meer dan de
6 miljard € die elk jaar nodig zijn voor het beheer
van het netwerk.
© iStockphoto.com/Steve Debenport
De EU-economie gebruikt per persoon en per jaar 16 ton
materiaal, waarvan zes ton als afval overschiet.
12
Andere belangrijke resultaten van de EU
De EU zet zich niet alleen in voor efficiënt gebruik van
hulpbronnen en bescherming van de biodiversiteit,
uiterst belangrijke beleidsterreinen, maar ook voor
andere specifieke milieukwesties.
CHEMISCHE STOFFEN: Chemische stoffen spelen een
belangrijke rol in ons dagelijks leven. Maar soms zijn zij
ook erg schadelijk voor de gezondheid of gevaarlijk
wanneer zij niet op de juiste manier worden gebruikt.
Om te zorgen dat chemische stoffen veilig zijn, om het
milieu te beschermen en om het concurrentievermogen
van een van Europa’s belangrijkste industrieën te
stimuleren, beschikt de EU over de meest geavanceerde
wetgeving ter wereld: REACH (Registration, Evaluation,
Authorisation and restriction of CHemicals).
Alle in de EU geproduceerde of ingevoerde chemische
stoffen moeten worden geregistreerd door het Europees
Agentschap voor chemische stoffen in Helsinki. In 2018
moeten alle chemische stoffen die in de EU worden
gebruikt, aan deze wetgeving voldoen. Anders mogen zij
niet in de EU worden verkocht. Voor de allergevaarlijkste
stoffen gelden uiterst strenge eisen.
De bedrijven zijn verantwoordelijk voor het beoordelen
en beheersen van de risico’s van de chemische stoffen
die zij in de EU gebruiken of verkopen. Zij moeten hun
klanten ook de nodige veiligheidsinstructies geven zodat
zij weten hoe zij met de producten moeten omgaan.
AFVAL: De EU‑economie gebruikt per persoon en per
jaar 16 ton materiaal. Uiteindelijk blijft er zes ton afval
over, waarvan de helft op het stort belandt. Omdat
afval niet helemaal te vermijden valt, streeft de
Europese Commissie ernaar het zoveel mogelijk te
hergebruiken, te recyclen of terug te winnen als
bruikbare grondstof. Stortingsheffingen en
gedifferentieerde tarieven voor afval kunnen daarbij
helpen. In sommige EU‑landen wordt al meer dan 80 %
van het afval gerecycleerd en nauwelijks nog iets
gestort. Andere hebben nog een hele weg te gaan.
Er bestaat al wetgeving voor specifiek afval zoals
afgedankte elektrische en elektronische apparaten,
verpakkingen, batterijen en accu’s, en afgedankte auto’s.
Dat leidt tot een efficiënter gebruik van grondstoffen.
D E
E U R O P E S E
U N I E
I N
H E T
K O R T
LUCHT: In de afgelopen 20 jaar is de EU erin geslaagd
de luchtvervuiling voor een aantal stoffen te verlagen.
De emissie van lood is bijvoorbeeld met ongeveer 90 %
gedaald. Ondanks deze vooruitgang blijft de
luchtvervuiling een groot milieuprobleem in Europa,
waardoor veel mensen te vroeg overlijden. De EU heeft
nog een lange weg te gaan om de luchtvervuiling terug
te brengen tot niveaus die geen merkbare schadelijke
effecten of risico’s hebben voor de volksgezondheid of
het milieu.
In 2013 heeft de Commissie, in het licht van de stand
van de wetenschap en omwille van de
kosteneffectiviteit „Schone lucht” gepresenteerd, een
pakket maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren
door de bestaande wetgeving aan te passen en
schadelijke uitstoot van industrie, verkeer,
elektriciteitscentrales en landbouw terug te dringen,
allemaal om de impact op de volksgezondheid en het
milieu te verminderen.
WATER: In de afgelopen decennia heeft de EU een
omvangrijk beleid ontwikkeld om de waterkwaliteit in
Europa te garanderen. In het begin gebeurde dat vooral
om de gezondheid te beschermen. Daarna kwamen er
ook maatregelen om iets te doen tegen de effecten op
het milieu van grote waterverbruikers zoals de
landbouw, de industrie en de huishoudens.
Het belangrijkste onderdeel van die wetgeving, de
kaderrichtlijn Water, eist dat alle rivieren, meren,
kustwateren en grondwaterbronnen tegen 2015 schoon
zijn. De EU‑landen moeten de toestand van het water in
hun land controleren en schoonmaakplannen daarvoor
opstellen.
Een ander onderdeel van de Europese wetgeving is de
kaderrichtlijn Mariene strategie, waarin een
gecoördineerde aanpak is vastgelegd voor het beheer
van activiteiten van de mens die het mariene milieu
aantasten. Deze richtlijn bepaalt dat de EU‑landen
vanaf 2015 met nationale maatregelen moeten
voorkomen dat het kust- en zeemilieu door zwerfvuil
wordt aangetast, en dat zij dit milieu tegen 2020 weer
gezond moeten maken.
Een plan van de Europese Commissie om de Europese
wateren tot 2020 en daarna te beschermen, moet de
EU helpen haar doelstellingen te bereiken. Dit plan dient
als een soort gereedschapskist voor een beter
watermanagement zodat hier ook op andere
beleidsterreinen rekening mee wordt gehouden.
M ilieu
Zwemwater
Het jaarlijkse verslag over het zwemwater in Europa
geeft een actueel beeld van de toestand op meer
dan 22 000 zwemlocaties, aan de kust en in
rivieren en meren in de 28 EU‑landen, Zwitserland
en Albanië.
Het verslag bevestigt dat de kwaliteit van het
zwemwater in de EU sinds 1990 over het geheel
genomen aanmerkelijk is verbeterd. In dat jaar
voldeed 9,2 % van de badplaatsen aan de kust en
11,9 % van die in het binnenland niet aan de eisen
van de EU‑wetgeving. In 2013 zijn die cijfers
gedaald tot respectievelijk 1,9 % en 2,4 %.
Iedereen kan nu eenvoudig nagaan hoe het staat
met de waterkwaliteit op de plek waar hij of zij wil
gaan zwemmen. De rubriek zwemwater van het
Waterinformatiesysteem voor Europa (WISE) kan
worden geraadpleegd op de EER‑website voor het
zwemwater. Met de applicatie „Eye on Earth – Water
Watch” kun je inzoomen op een deel van de kust,
een rivieroever of een meer, zowel op straatniveau
als van bovenaf gezien.
http://www.eea.europa.eu/themes/water/interactive/
bathing/state‑of‑bathing‑waters-1
© iStockphoto.com/Christian Martínez Kempin
Het verslag bevestigt dat de kwaliteit van het zwemwater in
de EU sinds 1990 over het geheel genomen aanmerkelijk is
verbeterd.
13
LAWAAI: Lawaaihinder wordt in verband gebracht met
allerlei gezondheidsproblemen. Lawaai kan ook
schadelijk zijn voor de natuur. De EU heeft daarom
grenzen gesteld aan de lawaaihinder van verschillende
bronnen, zoals autoverkeer, treinen en buitenshuis
gebruikte apparatuur. Volgens de in 2002 ingevoerde
EU‑richtlijn over omgevingslawaai moeten de lidstaten
de lawaainiveaus in de grotere steden en rond
hoofdwegen, spoorverbindingen en luchthavens in kaart
brengen. Ook moeten zij plannen opstellen voor de
aanpak van het probleem.
BOSSEN: Over de hele wereld worden de bossen in een
alarmerend tempo gekapt. De EU heeft een oproep
gedaan om de ontbossing wereldwijd uiterlijk in 2020
te halveren en uiterlijk in 2030 tot staan te brengen. Zij
werkt samen met diverse hout exporterende landen om
het beheer van de bossen te verbeteren. De
EU‑wetgeving reduceert het risico dat in de EU illegaal
gekapt hout wordt verkocht, al tot een minimum.
BODEM: Er is geen specifieke EU‑wetgeving voor de
bodem, maar allerlei bodemproblemen vallen onder de
maatregelen die specifiek op water, afval, chemische
stoffen, industriële verontreiniging, natuurbescherming
en bestrijdingsmiddelen zijn afgestemd. De EU heeft
wel een strategie ontwikkeld die specifiek is gericht op
verschillende bedreigingen voor de bodemkwaliteit, met
name in de landbouw en de industrie. In 2012 heeft de
Europese Commissie richtsnoeren opgesteld die wijzen
op het gevaar van de bedekking van de bodem met
ondoorlatende materialen zoals beton en ook duurzame
alternatieven aanreiken.
14
D E
E U R O P E S E
U N I E
I N
H E T
K O R T
Hoe het verder moet
De duurzaamheid van het milieu, het behoud van onze
natuurlijke rijkdommen, ook die van de zee, zijn de
belangrijkste beleidsdoelstellingen op alle niveaus.
Milieubescherming en concurrentievermogen gaan hand
in hand en het milieubeleid speelt ook een centrale rol
bij het creëren van werkgelegenheid en het stimuleren
van investeringen. De Europese economie moet worden
hervormd om met minder materiaal producten van
hogere waarde te maken. Ook de consumptiepatronen
moeten veranderen. Een beleid dat onderzoek
stimuleert, eco‑innovatie naar de markt brengt en de
consument milieubewuster maakt, kan een bijdrage
leveren aan zo’n hervorming.
Het EU‑milieuactieprogramma tot 2020
In het algemene milieuactieprogramma tot 2020 heeft
de EU een milieustrategie voor de langere termijn
uitgestippeld, die flexibel genoeg moet zijn om in te
spelen op de talrijke problemen en systeemrisico’s die
nog in het verschiet liggen.
Het gaat om een totaalaanpak voor het milieu, die de
koers uitzet voor een milieuvriendelijke en
concurrerende economie die onze natuurlijke
hulpbronnen en gezondheid nu en in de toekomst kan
beschermen.
© R. Scholtz
De vraag naar voedsel, diervoeder en vezels zal tegen 2050
met zo’n 70 % zijn gestegen. Als we zo doorgaan, zullen we
meer dan twee planeten nodig hebben om in onze behoeften
te voorzien.
15
M ilieu
De EU heeft een goed ontwikkeld milieubeleid met een
compleet en solide juridisch kader, dat nu moet worden
uitgevoerd Naast de aanzienlijke winst voor gezondheid
en milieu, levert dat drie grote voordelen op: alle
marktdeelnemers hebben gelijke kansen op de interne
markt, innovatie wordt gestimuleerd, en Europese
bedrijven kunnen door vooruitstrevende maatregelen in
tal van sectoren een koppositie veroveren. De kosten die
ontstaan als de wetgeving niet goed wordt uitgevoerd
zijn daarentegen aanzienlijk, en kunnen grofweg worden
geschat op ongeveer 50 miljard € per jaar, met inbegrip
van kosten met betrekking tot inbreukzaken. Bovendien
sturen Europese burgers de Commissie allerlei klachten
die ze beter in eigen land of streek kunnen laten
behandelen. De komende jaren is het dan ook een
prioriteit om ervoor te zorgen dat de EU‑landen de
bestaande milieuwetgeving beter toepassen.
Brede aanpak
Meer dan ooit ligt in het milieubeleid tot 2020 de
nadruk op de voordelen van de overgang naar een
groenere, meer circulaire economie. Dit is de snelste
remedie voor allerlei ernstige problemen zoals ziekten,
milieuschade en werkloosheid. Bovendien levert het
economische groei op. Door eco‑design, afvalpreventie,
recycling en hergebruik kunnen bedrijven in de EU
jaarlijks wel 600 miljard € besparen, en kan tegelijk de
uitstoot van broeikasgassen in de EU omlaag.
Inmiddels wordt algemeen aanvaard dat het milieu niet
beter wordt van milieubeleid alleen, en dat de
milieudoelstellingen moeten worden geïntegreerd in
andere beleidsterreinen. Om bijvoorbeeld de
doelstellingen van de EU om het biodiversiteitsverlies in
de EU nog voor 2020 een halt toe te roepen, moet de
bescherming van biodiversiteit en ecosystemen een
integraal onderdeel worden van ander EU‑beleid, met
name voor landbouw en visserij. Economische
voorspoed, groei en welzijn kunnen niet duurzaam zijn
tenzij we beter voor de natuurlijke rijkdommen op aarde
zorgen. Die zijn tenslotte onmisbaar voor veel bedrijven
en economische sectoren.
Uitdagingen
Het is overduidelijk dat Europa en het milieu in Europa
voor grote wereldwijde uitdagingen staan. Denk
bijvoorbeeld aan de toenemende wereldbevolking, de
groeiende middenklasse met zijn hoger consumptiepeil,
de snelle economische groei in opkomende economieën,
de steeds grotere vraag naar energie en de steeds
grotere run op grondstoffen. Op de meeste zaken
hebben wij niet direct invloed, maar wel kan Europa
andere landen helpen naar een meer duurzame
ontwikkeling te evolueren door wereldwijd een beter
milieubeheer te promoten.
Er kan ook veel worden gedaan om het Europese milieu
beter bestand te maken tegen toekomstige risico’s. We
hebben ongeëvenaarde informatiebronnen en
-technologieën, nieuwe manieren om grondstoffen te
beheren, en een cultuur waarin we gewend zijn
voorbereidingen te treffen en problemen te voorkomen.
Ook hebben we „de‑vervuiler‑betaalt” hoog in het
vaandel staan en is er een lange traditie van
schadeherstel aan de bron. Het milieubeheer kan
effectiever worden door een bredere inzet op
monitoring en snelle opsporing van vervuiling en afval,
op basis van de meest actuele informatie en
technologieën. Bestaand beleid beter toepassen helpt
de doelstellingen van de EU en geeft het bedrijfsleven
meer zekerheid.
Visie
Alles moet er uiteindelijk toe bijdragen dat de inwoners
van de EU tegen 2050 in een veilige en gezonde
natuurlijke omgeving kunnen leven die beheerd wordt
met respect voor de veerkracht van het milieu. De visie
voor 2050 in het algemene milieuactieprogramma van
de EU kan ons helpen om te beslissen wat we in de
periode tot 2020 en daarna moeten doen:
„In 2050 leiden we een goed leven, binnen de
ecologische grenzen van de planeet. Onze welvaart en
onze gezonde natuurlijke omgeving zijn te danken aan
een innovatieve kringloopeconomie waarin niets wordt
verspild en waarin natuurlijke hulpbronnen duurzaam
worden beheerd en de biodiversiteit beschermd, naar
waarde geschat en hersteld wordt op manieren die de
veerkracht van onze samenleving versterken. Onze
koolstofarme groei is al lang losgekoppeld van het
gebruik van hulpbronnen en geeft de toon aan voor een
veilige en duurzame mondiale samenleving.”
D E
E U R O P E S E
U N I E
I N
H E T
K O R T
Meer informatie
XX Voor een overzicht van het EU‑milieubeleid: http://ec.europa.eu/environment/index_nl.htm
XX Voor informatie over het Europees Milieuagentschap: http://www.eea.europa.eu
XX Voor informatie over registratie, beoordeling en autorisatie van en beperkingen ten aanzien van
chemische stoffen (REACH): http://echa.europa.eu
XX Vragen over de Europese Unie? Europe Direct kan u helpen:
00 800 6 7 8 9 10 11 http://europedirect.europa.eu
ISBN 978-92-79-42645-2
doi:10.2775/91692
NA-04-14-868-NL-C
16
Download