Als je meerdere veren naast elkaar zet geldt: Cnp = n ∙ C1 (C is de

advertisement
Natuurkunde Samenvatting
1 Krachten
Kracht = F
Vervormen
Elastisch = keert terug in oorspronkelijke staat
Plastisch = het voorwerp wordt blijvend vervormd
Veerkracht = Fv
Spierkracht = Fsp
Zwaartekracht = Fz
Eenheid van kracht = N
Fz = m ∙ 9,8 (Fz in N, m in kg)
Krachten teken je met een vector ( ----------->)
1 de richting
2 de plaats waar je de vector laat beginnen, het aangrijpingspunt.
3 lengte, geeft aan hoe groot de kracht is, bv. 1 cm ^= 50 N ( = krachtenschaal)
De zwaartekracht werkt op alle punten van het voorwerp. Als vereenvoudiging kies je echter één
punt, het massamiddelpunt Z.
Meestal werken er meer krachten tegelijk op een voorwerp. De kracht die hetzelfde gevolg heeft als
alle krachten samen, noem je de nettokracht of resultante.
Je kunt de resultante berekenen met de parallellogram-methode of met de kop-staartmethode.
Kop-staartmethode
Parallellogram-methode
2 Zwaartekracht, gewicht en stabiliteit
De zwaartekracht werkt op het meisje. Het gewicht werkt
op de balk.
Elk voorwerp heeft een zwaartepunt (of
massamiddelpunt). Als je het evenwicht
wil bepalen moet je ook weten wat het
steunvlak is. Je kunt de stabiliteit groter
maken door het steunvlak te vergroten of
ervoor zorgen dat het zwaartepunt lager komt te liggen.
3 Krachten meten
Krachten meet je met een krachtmeter (of veerunster).IJken is het aanbregen van een juiste
schaalverdeling. Bij een normale veer is de uitrekking recht evenredig. Het verband tussen kracht en
uitrekking noem je dan ook een recht evenredig verband. De veerconstante geeft de stugheid van
een veer aan: hoe groter de veerconstante is, des te stugger is de veer.
C = F/u (F in N, u in cm of m, C in N/cm of N/m)
C = 1/hellingsgetal (h/v) (als je F langs de x-as uitzet en u langs de y-as.)
Als je meerdere veren naast elkaar zet geldt: Cnp = n ∙ C1 (C is de totale veerconstante, n is het aantal
veren, C1 is de veerconstante van 1 veer (als alle veren gelijk zijn, zo niet dan moet je ze gewoon
allemaal bij elkaar optellen).
4 Hefbomen
Iets is in evenwicht al de momenten aan beide kanten van het draaipunt even groot zijn. De afstand
tussen kracht F en het draaipunt heet de arm d van de kracht.
Kracht x arm (linksom) = kracht x arm (rechtsom (met de klok mee!!))
F ∙ d (lo) = F ∙ d (ro)
F ∙ d wordt ook wel het moment M genoemd. De officele regel is: E is evenwicht als de som van
allemomenten linksom even groot is al de som van alle momenten rechtsom.
5 Druk
P = F/A (F in N, A in m2, p in N/m2)
De maximale druk die een materiaal kan verdragen, heet de druksterkte. Om aan te geven wanneer
een materiaal breekt als eraan wordt getrokken, heeft men de treksterkte ingevoerd.
Formule
Fz = m ∙ 9,8
C = F/u
C = 1/hellingsgetal
F ∙ d (lo) = F ∙ d (ro)
P = F/A
Waarvoor?
De zwaartekracht op een
voorwerp.
Veerconstante of de stugheid
van een veer.
Veerconstante
Moment
Druk
Welke eenheid?
Fz in N, m in kg
F in N, u in cm of m, C in N/cm
of N/m
C in N/m of N/cm
F in N, d in cm of m
F in N, A in m2, p in N/m2
Download
Random flashcards
fff

2 Cards Rick Jimenez

Create flashcards