Thema 1 : Anders zijn, ontmoeting 1 - vanin

advertisement
Thema 1: Anders zijn, ontmoeting 1
Leerplandoelen
De kinderen:
- ontdekken dat er verschillen zijn tussen mensen.
- vergelijken de manier waarop mensen omgaan met het anders zijn van zichzelf en
van anderen.
- ontdekken hoe men in de Bijbel omgaat met mensen die meestal als ‘anders’ of
‘vreemd’ worden gezien.
- voelen zich uitgenodigd om zelf de verscheidenheid van mensen als een rijkdom te
beleven.
Kernlessen
Titel
Welkom in het
derde leerjaar!
Iedereen is
anders.
In het spoor van
Jezus
Wat kiezen wij:
ontmoeten of
uitsluiten?
Elementen van de kern
De kinderen:
- ervaren dat ze zelf gelijken op anderen en verschillen van
anderen.
- spreken eigen gevoelens uit bij de ervaring dat ze
verschillen van anderen (verbazing, vreugde, angst, trots,
weerstand, …).
- voelen aan dat verscheidenheid aan rijkdom met zich mee
kan brengen.
De kinderen:
- luisteren naar anderen over hun gevoelens bij de ervaring
van anders zijn.
- gaan te midden van alle verschillen op zoek naar elementen
van overeenkomst.
- ervaren hoe mensen reageren op het anders zijn van
mensen.
- ontdekken hoe Jezus met ‘anderen’ omgaat en over hen
spreekt: in het verhaal van de barmhartige Samaritaan (Lc
10, 25-37).
De kinderen:
- ontdekken dat christelijk omgaan met anderen inhoudt dat
men kiest voor ontmoeten in plaats van uitsluiten, in het
verhaal van Cornelius (Hand 10).
- weten dat christenen proberen te leven vanuit het geloof dat
alle mensen Gods kinderen zijn.
De kinderen:
- zien dat er altijd een spanning is tussen gelijkheid en
verschil.
- erkennen de waarde en de waardigheid van elke mens.
- leren omgaan met de moeilijkheden die kunnen voorkomen
bij verschillen tussen mensen.
- maken kennis met concrete vormen van ontmoeting,
uitsluiten, negeren, samenwerken, tegenwerken,
verdraagzaamheid onverdraagzaamheid.
1
Uitbreidingslessen
Titel
In het joodse
spoor.
Het grote spel:
één tegen allen.
Elementen van de uitbreiding
De kinderen:
- gaan dieper in op de joodse godsdienst en cultuur als basis
voor het christendom.
- hebben aandacht voor andere culturen en godsdiensten.
De kinderen:
- ontdekken al spelend da verschillen uitnodigen tot
samenwerken.
2
Lezenderwijs: Op stap met Jozef
Leerplandoelen
De kinderen:
- leven zich in in de personages van het verhaal.
- kunnen de symbolische betekenis vatten van situaties die voorkomen in het
verhaal.
- begrijpen de tekst als uitdrukking van geloof, hoop en liefde, door te ontdekken wat
er gezegd wordt over de relatie tussen God en mens en tussen mens en wereld.
- vinden in de tekst een oproep tot geloof, hoop en liefde.
- brengen hun indrukken over een verhaal tot expressie: in woord, drama, muzische
expressie, … .
- reflecteren op het gods- en Jezusbeeld dat spreekt uit de verhalen.
- reflecteren op de betekenis van het verhaal voor mensen van vroeger en nu en
denken erover na hoe aspecten van de bijbelse boodschap een invloed kunnen
hebben op hun eigen manier van denken, zijn en doen.
- kunnen de relatie zien tussen de onderwerpen die in de loop van het jaar aan bod
komen en aspecten ervan die in de verhalenreeks ter sprake komen
- kunnen aspecten van de boodschap van een verhaal actualiseren en in verband
brengen met verschillende relatievelden in hun eigen bestaan. Voor de tweede
cyclus ligt hierbij het accent vooral op het relatieveld ‘jij – ik –jij’.
Kernlessen
Titel
Elementen van de kern
Jozef, een jongen De kinderen:
met bijzondere
- leven zich in in de personages van het verhaal ‘Op stap met
dromen
Jozef’.
- brengen hun indrukken over het verhaal ‘Op stap met Jozef’
tot expressie: in woord.
- kunnen de symbolische betekenis vatten van situaties die
voorkomen in het verhaal ‘Op stap met Jozef’.
Weg ermee, hij is De kinderen:
onze broer niet
- kunnen de symbolische betekenis vatten van voorwerpen en
meer!
situaties die voorkomen in het verhaal ‘Op stap met Jozef’.
- brengen hun indrukken over het verhaal ‘Op stap met Jozef’
tot expressie: in muzische expressie.
- kunnen de relatie zien tussen de onderwerpen die in de loop
van het jaar aan bod komen en aspecten ervan die in de
verhalenreeks ter spraken komen.
Uit het thema ‘Conflicten’ (element van de kern):
- lezen in de bijbel hoe er op verschillende manieren met
conflicten omgegaan wordt: Jozef en zijn broers (Gen 37 en
43-45).
Uit het thema ‘Verbondenheid in verdriet’ (element van de
uitbreiding):
- ontdekken de betekenis van de uitdrukking ‘in de put zitten’
in het verhaal van Jozef (Gen 37, 18-24).
In de gevangenis De kinderen:
- vinden in de tekst ‘Op stap met Jozef’ een oproep tot geloof,
hoop en liefde.
- brengen hun indrukken over het verhaal ‘Op stap met Jozef’
3
tot expressie: in woord.
reflecteren op het godsbeeld dat spreekt uit het verhaal ‘Op
stap met Jozef’.
- kunnen aspecten van de boodschap van een verhaal
actualiseren en in verband brengen met verschillende
relatievelden in hun eigen bestaan. In de tweede graad licht
het accent vooral op het relatieveld ‘jij – ik – jij’.
De kinderen:
- begrijpen de tekst ‘Op stap met Jozef’ als uitdrukking van
geloof, hoop en liefde, door te ontdekken wat er gezegd
wordt over de relatie tussen God en mens en tussen mens
en wereld.
- brengen hun indrukken over het verhaal ‘Op stap met Jozef’
tot expressie: in muzische expressie.
- reflecteren op het godsbeeld dat spreekt uit het verhaal ‘Op
stap met Jozef’.
Uit het thema ‘Symbolen’ (element van de uitbreiding):
- ontdekken in het Jozefverhaal de betekenis van de zeven
vette en de zeven magere jaren (Gen 41).
De kinderen:
- kunnen de symbolische betekenis vatten van voorwerpen en
situaties die voorkomen in het verhaal ‘Op stap met Jozef’.
- begrijpen de tekst ‘Op stap met Jozef’ als uitdrukking van
geloof, hoop en liefde, door te ontdekken wat er gezegd
wordt over de relatie tussen God en mens en tussen mens
en wereld.
- reflecteren op het godsbeeld dat spreekt uit het verhaal ‘Op
stap met Jozef’.
- reflecteren op de betekenis van het verhaal ‘Op stap met
Jozef’ voor mensen van vroeger en nu en denken erover na
hoe aspecten van de bijbelse boodschap een invloed kunnen
hebben op hun eigen manier van denken, zijn en doen.
Uit het thema ‘Symbolen’ (element van de uitbreiding):
- ontdekken in het Jozefverhaal de betekenis van de zeven
vette en de zeven magere jaren (Gen 41).
De kinderen:
- brengen hun indrukken over het verhaal ‘Op stap met Jozef’
tot expressie: in woord.
- reflecteren op de betekenis van het verhaal ‘Op stap met
Jozef’ voor mensen van vroeger en nu en denken erover na
hoe aspecten van de bijbelse boodschap een invloed kunnen
hebben op hun eigen manier van denken, zijn en doen.
- kunnen aspecten van de boodschap van een verhaal
actualiseren en in verband brengen met verschillende
relatievelden in hun eigen bestaan. In de tweede graad licht
het accent vooral op het relatieveld ‘jij – ik – jij’.
Uit het thema ‘Conflicten’ (element van de kern):
- lezen in de bijbel hoe er op verschillende manieren met
conflicten omgegaan wordt: Jozef en zijn broers (Gen 37 en
43-45).
De kinderen:
- - reflecteren op de betekenis van het verhaal ‘Op stap met
Jozef’ voor mensen van vroeger en nu en denken erover na
4
-
Dromen hebben
een betekenis.
Jozef is wijs en
redt …
Jozef ziet zijn
broers terug en
maakt zich
bekend.
Welkom in
Egypte!
hoe aspecten van de bijbelse boodschap een invloed kunnen
hebben op hun eigen manier van denken, zijn en doen.
- kunnen aspecten van de boodschap van een verhaal
actualiseren en in verband brengen met verschillende
relatievelden in hun eigen bestaan. In de tweede graad licht
het accent vooral op het relatieveld ‘jij – ik – jij’.
Uit het thema ‘Vergeving en verzoening’ (element van de kern):
- leven zich in in het verhaal over de verzoening tussen Jozef
en zijn broers (Gen 45).
Uit het thema ‘Conflicten’ (element van de kern):
- lezen in de bijbel hoe er op verschillende manieren met
conflicten omgegaan wordt : Jozef en zijn broers: Gen 37 en
43-45.
Op stap met Jozef De kinderen:
- leven zich in in de personages van het verhaal ‘Op stap met
Jozef’.
- brengen hun indrukken over het verhaal ‘Op stap met Jozef’
tot expressie: in muzische expressie.
- kunnen aspecten van de boodschap van een verhaal
actualiseren en in verband brengen met verschillende
relatievelden in hun eigen bestaan. In de tweede graad licht
het accent vooral op het relatieveld ‘jij – ik – jij’.
Uitbreidingslessen
Titel
Dromen kunnen
iets betekenen
Jozef in Egypte,
het land van de
farao
Joesoef of Jozef
in de koran
Elementen van de uitbreiding
Element van de kern (herhaling)
De kinderen:
- kunnen de symbolische betekenis vatten van situaties die
voorkomen in het verhaal ‘Op stap met Jozef’.
Element van de kern (herhaling)
De kinderen:
- leven zich in in de personages van het verhaal ‘Op stap met
Jozef’.
- kunnen de symbolische betekenis vatten van voorwerpen en
situaties die voorkomen in het verhaal ‘Op stap met Jozef’.
- kunnen aspecten van de boodschap van een verhaal
actualiseren en in verband brengen met verschillende
relatievelden in hun eigen bestaan. In de tweede graad licht
het accent vooral op het relatieveld ‘jij – ik – jij’.
Uit het thema ‘Anders zijn, ontmoeting’ (element van de
uitbreiding)
De kinderen:
- bespreken dat in de koran ook verteld wordt over Jakob en
Jozef maar dat de koran en de bijbel hen een verschillende
betekenis geven.
5
Kerkelijk Jaar: Allerheiligen
Leerplandoel
De kinderen kennen Allerheiligen en Allerzielen als dagen van verbondenheid met
heiligen en met mensen die gestorven zijn.
Kernlessen
Titel
Allerheiligen, het
feest van alle
heiligen
Heiligen, mensen
om na te volgen
Elementen van de kern
De kinderen:
- leren ‘heiligen’ kennen als christenen van vroeger, die nu
ook nog als voorbeeld kunnen gesteld worden.
- kennen Allerheiligen (1 november) als dag van
verbondenheid met heiligen.
De kinderen:
- leren ‘heiligen’ kennen als christenen van vroeger, die nu
ook nog als voorbeeld kunnen gesteld worden.
- kennen Allerheiligen (1 november) als dag van
verbondenheid met heiligen.
Uitbreidingslessen
Titel
Mahatma Gandhi,
een hindoe om na
te volgen.
Elementen van de uitbreiding
De kinderen:
- brengen waardering op voor Mahatma Gandhi, een
inspirerend figuur uit het hindoeïsme.
- zien in dat grote figuren in andere godsdiensten (het
hindoeïsme) mensen kunnen inspireren, net zoals de
heiligen in de katholieke traditie.
6
Thema 2: Verbondenheid in verdriet
Leerplandoelen
De kinderen:
- ervaren verdriet als een deel van het (en hun) leven.
- ontdekken hoe verbondenheid, nabijheid en luisterbereidheid helpen bij verdriet.
- ontdekken hoe christenen in verdriet steun zoeken in verbondenheid met God en
met elkaar.
- ontdekken in bijbelverhalen hoe mensen bij God kracht vinden om hun verdriet te
dragen en te verwerken.
Kernlessen
7
Titel
Allerzielen, wij
gedenken onze
doden.
Elementen van de kern
De kinderen:
- brengen het verdriet dat ze rondom zich zien, onder
woorden.
- kunnen samen stil worden en/of bidden in een situatie van
verdriet.
- ontdekken dat er verdriet is wanneer zij afscheid moeten
nemen (soms ook een kort afscheid) van mensen met wie
ze erg verbonden zijn, of wanneer zij iemand of iets
verliezen (een mens, speelgoed, een huisdier).
Het feest van de
De kinderen:
doden in Mexico
- ontdekken hoe mensen in verschillende culturen en
godsdiensten met verdriet omgaan.
Woorden over
De kinderen:
dood en verdriet
- ontdekken hoe christenen steun vragen én vinden bij God
voor het verwerken van verdriet.
- verkennen situaties waarin christenen door handelingen,
woorden, symbolen en rituelen hun geloof in Gods nabijheid
uitdrukken: uitvaart, ziekenzalving, Allerheiligen, Goede
Vrijdag en Pasen, bedevaarten, … .
Sta op en leef!
De kinderen:
- ontdekken dat Jezus verdriet had in bepaalde
omstandigheden: Jezus’ verdriet om Lazarus (Joh 11).
- bespreken het verhaal over het dochtertje van Jaïrus (Mc 5,
21-24.35-43).
Verdriet kan veel De kinderen:
oorzaken hebben. - ontdekken dat verdriet ook kan ontstaan in situaties van
conflict, eenzaamheid, angst, jaloersheid, mislukking,
onmacht, echtscheiding, discriminatie, dood, armoede,
ziekte, oorlog, alleen-zijn, onbegrip, … .
- zien dat wenen, iets uitschreeuwen, niet spreken, niet eten,
lusteloos zijn, ziek worden, … uitingsvormen van verdriet
kunnen zijn.
- hebben er weet van dat verdriet ook verborgen en
weggestopt kan zijn.
Als je ouders gaan De kinderen:
scheiden …
- kunnen vertellen wie en wat hen helpt als ze verdrietig zijn.
- bespreken wat het betekent als mensen zeggen: “Dat ik er
met iemand over kan praten, lucht al op.”.
- lezen verhalen (bv. uit kinderboeken) over mensen die
elkaar helpen om verdriet te uiten en te verwerken.
Gedeeld verdriet
De kinderen:
doet minder pijn. - beluisteren verhalen van christenen die zich - individueel of
als groep - inzetten om mensen in verdriet bij te staan. Bv.
ziekenzorg, vormingswerk voor weduwen, vormingswerk
voor echtscheidingen, religieuze gemeenschappen.
Viering en
De kinderen:
evaluatie
- lezen enkele eenvoudige gebeden bij verdrietsituaties.
Uitbreidingslessen
Titel
Elementen van de uitbreiding
8
Mijn en jouw
verdriet.
De kinderen:
- gaan dieper in op situaties van verdriet, afhankelijk van wat
in de klas ter sprake komt of van gebeurtenissen uit de
actualiteit.
- drukken hun eigen verdriet – als ze dat wensen – uit in
tekeningen, boetseerwerk, een tekst, … .
Verder leven, over De kinderen:
de dood heen.
- ontdekken dat niet alleen christenen, maar ook moslims en
hindoes geloven in een leven na de dood.
Ik maak dit voor
De kinderen:
jou.
- laten op een of andere manier blijken dat ze verbonden zijn
met mensen in hun verdriet.
9
Kerkelijk Jaar: Advent
Leerplandoelen
De kinderen verkennen Advent en Kerstmis als een groeien naar licht en leven.
Kernlessen
Titel
De adventskrans
Welzijnszorg
brengt licht.
Elementen van de kern
De kinderen:
- zien het groen van de adventskrans als een verwijzing naar
hoop op leven.
- koppelen de vier adventskaarsen aan de vier zondagen voor
Kerstmis.
De kinderen:
- zien het groeiende licht van de vier kaarsen als een groei
naar het feest van de geboorte van Jezus, het Licht in de
wereld.
- leren de adventscampagne Welzijnszorg kennen als een
actie die licht wil brengen in het leven van mensen van de
‘vierde wereld’.
Uitbreidingslessen
Titel
Welzijnszorg:
getuigenis en
inzet
Elementen van de uitbreiding
De kinderen:
- beluisteren een getuigenis van iemand die zich inzet voor
mensen van de ‘vierde wereld’.
- zetten zich met de klas in voor een project van
Welzijnszorg.
10
Kerkelijk Jaar: Kerstmis
Leerplandoelen
De kinderen verkennen Advent en Kerstmis als een groeien naar licht en leven.
Kernlessen
Titel
Sem, de herder
Jezus als ‘Licht
voor de wereld’,
ook voor de
herders
Elementen van de kern
De kinderen:
- leren de herders uit het kerstverhaal kennen als mensen in
de marge, vergelijkbaar met de ‘armen’ van vandaag.
- leren Jezus kennen als ‘Licht voor de wereld’(via verhalen,
kunstwerken, afbeeldingen).
De kinderen:
- leren de herders uit het kerstverhaal kennen als mensen in
de marge, vergelijkbaar met de ‘armen’ van vandaag.
- leren Jezus kennen als ‘Licht voor de wereld’(via verhalen,
kunstwerken, afbeeldingen).
Uitbreidingslessen
Titel
Een
kerstbezinning
voor de tweede
graad
Elementen van de uitbreiding
De kinderen:
- dramatiseren het kerstverhaal.
- staan vierend en bezinnend stil bij het kerstverhaal.
11
Thema 3: Stilte en gebed, ontvankelijkheid
Leerplandoelen
De kinderen:
- kunnen zich bezinnen.
- ontdekken hoe mensen zich in hun gebed richten tot God.
- ontdekken wat bidden voor mensen betekent.
- waarderen elkaars wijze van bezinning of gebed.
Kernlessen
12
Titel
Stilte en lawaai
Elementen van de kern
De kinderen:
- worden stil bij een tekst, een beeld, een foto, muziek.
- spreken uit wat er in hen omgaat wanneer ze stil worden en
zich bezinnen.
- ontdekken dat ze bij stilte en bezinning open komen voor
wat in hun leven belangrijk is.
Daar word ik stil
De kinderen:
van …
- worden stil bij een tekst, een beeld, een foto, muziek.
- staan stil bij een gebeurtenis uit hun leven.
- dragen bij tot sfeer, stilte, houdingen,… die bezinning
mogelijk maken.
Elementen van de uitbreiding:
- werken actief mee aan het creëren van een sfeervol hoekje
in de klas waarin ze stil kunnen worden bij een beeld, een
symbool, voorwerpen uit de natuur, foto’s, … .
Vier je mee? We
De kinderen:
maken tijd voor
- hebben waardering voor mensen die stil worden en zich
elkaar.
bezinnen.
- komen in de klas tot bezinning of gebed, elk volgens de
eigen levensbeschouwing of geloof.
- dragen bij tot sfeer, stilte, houdingen,… die bezinning
mogelijk maken.
Elementen van de uitbreiding:
- vinden een gepaste houding om zich te bezinnen of om te
bidden.
- laten zich helpen door voorwerpen, symbolen, muziek, …
om tot bezinning of gebed te komen.
Mozes en Jezus
De kinderen:
bidden.
- weten dat bidden voor gelovige mensen betekent: vertoeven
in Gods aanwezigheid.
- ontdekken in de bijbel hoe Mozes bidt: Ex 15, 1-18.
- gaan na wanneer, waarom, waar en hoe Jezus bidt: in Lc
11, 1-8.
Christenen
De kinderen:
bidden.
- weten dat bidden voor gelovige mensen betekent: vertoeven
in Gods aanwezigheid.
- hebben waardering voor mensen die bidden.
- ontdekken dat bidden kan betekenen: danken, vragen,
smeken, loven, klagen, aanklagen, … .
- ontdekken dat mensen zowel samen als alleen kunnen
bidden.
- leren verscheidene gebedshoudingen kennen: knielen,
handen vouwen, buigen, … .
- ervaren een sfeer van eerbied wanneer mensen bidden.
- luisteren naar getuigenissen van mensen over hun bidden.
Christenen bidden De kinderen:
op veel
- ontdekken dat christenen ook bidden tot Maria en tot
verschillende
heiligen als voorsprekers bij God.
manieren.
- luisteren naar getuigenissen van mensen over hun bidden.
- ervaren en bespreken hoe christenen samen bidden in de
liturgie en in sacramentele vieringen.
13
Onze buren
bidden.
Synthese en
evaluatie, een
gebedsviering
De kinderen:
- zien hoe mensen in verscheidene godsdiensten bidden.
- leren verscheidene gebedshoudingen kennen: knielen,
handen vouwen, buigen, … .
- ontdekken dat bidden kan betekenen: danken, vragen,
smeken, loven, klagen, aanklagen, … .
- ontdekken dat mensen zowel samen als alleen kunnen
bidden.
- ervaren een sfeer van eerbied wanneer mensen bidden.
- hebben waardering voor mensen die bidden.
Elementen van de uitbreiding:
- gaan na welke voorwerpen in verscheidene godsdiensten
een hulp zijn bij het bidden: een kruisbeeld, een icoon, een
meditatiedoek, een gebedenboek, een beeld, een
rozenkrans, gebedsriemen, een gebedssnoer, kaarsen,
wierook, … .
- laten zich helpen door voorwerpen, symbolen, muziek, …
om tot bezinning of gebed te komen.
De kinderen:
- hebben waardering voor mensen die bidden.
Elementen van de uitbreiding:
- vinden een gepaste houding om zich te bezinnen of om te
bidden.
- proberen enkele vormen van expressie uit die kunnen
helpen bij bezinning of gebed: dans, muziek, zang,
beeldende expressie, … .
Uitbreidingslessen
Titel
Bewogen mens,
bewogen gebed.
Speciale plaatsen
om te bidden.
Op bezoek in een
gebedshuis
Elementen van de uitbreiding
De kinderen:
- gaan dieper in op wat bidden is, aan de hand van het
bijbelverhaal 1 Kon 19 (Elia).
- beseffen dat bidden niet vrijblijvend is, maar uitnodigt tot
inzet.
De kinderen:
- gaan na op welke speciale plaatsen mensen samenkomen
op te bidden: kerk, moskee, synagoge, tempel, kapel,
heilige plaatsen (Lourdes, de Ganges, Mekka, …).
- maken kennis met plaatselijke gebruiken waarbij mensen
bidden: bedevaart, heiligenverering, Mariaverering,
processie, … .
Element van de kern: herhaling:
- verkennen situaties waarin christenen (en andersgelovigen)
door rituelen hun geloof in Gods nabijheid uitdrukken:
bedevaarten.
De kinderen:
- gaan na op welke speciale plaatsen mensen samenkomen
om te bidden: kerk, moskee, synagoge, tempel, kapel,
heilige plaatsen, … .
14
Kerkelijk Jaar: Veertigdagentijd
Leerplandoel
De kinderen verkennen de veertigdagentijd als een periode van inkeer en solidariteit.
Kernlessen
Titel
Veertig dagen
lang op weg naar
Pasen
Veertig dagen is
… 4 maal 10, 20
plus 20, lang
wachten, voorbereiden, dromen,
loslaten, ...
Elementen van de kern
De kinderen:
- leren de symboliek van het askruisje kennen.
- zien het verband tussen de bedoeling van de
veertigdagentijd en de concrete actie i.v.m. Broederlijk
Delen.
Element van de uitbreiding
- vinden voor zichzelf een manier om soberder te leven.
De kinderen:
- kennen het getal 40 als symbool voor tijd van voorbereiding,
bezinning, verwachting, loslaten (40 jaren/dagen in de
woestijn).
Uitbreidingslessen
Titel
Veertig dagen tijd
voor … inkeer en
actie
Elementen van de uitbreiding
De kinderen:
- krijgen extra kansen tot bezinning in klasverband.
- doen actief mee met een project voor Broederlijk Delen dat
door de school is opgezet.
15
Thema 4: Vergeving en verzoening
Leerplandoelen
De kinderen:
- ontdekken wat vergeving en verzoening in de Bijbel inhouden.
- ontdekken hoe christenen vergeving en verzoening beleven en uitdrukken.
- voelen aan en begrijpen wat vergeving is.
- voelen aan en begrijpen wat verzoening is.
Kernlessen
16
Titel
In de bijbel … (1)
Elementen van de kern
De kinderen:
- leven zich in in het verhaal over de verzoening tussen Jozef
en zijn broers (Gen 45).
- vatten de betekenis van de regenboog in het
zondvloedverhaal (Gen 9, 9-17).
- beseffen vanuit die verhalen dat God steeds vergeving wil
schenken.
- beseffen dat verzoening betekent: opnieuw vrede en
vriendschap sluiten.
In de bijbel … (2) De kinderen:
- begrijpen Jezus’ oproep tot verzoening in de gelijkenis van
de Vader en de twee zonen (Lc 15, 1-2.11-32).
- beseffen vanuit die verhalen dat God steeds vergeving wil
schenken.
- voelen aan dat vergeving een uiting is van ‘intens
liefhebben’.
Dat is zonde!
De kinderen:
- verwoorden dat ruzies en conflicten soms heel wat pijn
veroorzaken.
- komen tot het besef dat een ruzie die blijft aanslepen niet
bijdraagt tot het geluk van de betrokkenen.
- beseffen dat vergeving is: een fout niet langer meer
aanrekenen en met de ander opnieuw willen beginnen.
Deleten of
De kinderen:
vergeven?
- erkennen dat vergeving vragen niet gemakkelijk is.
- erkennen dat vergeving schenken niet gemakkelijk is.
- erkennen dat ‘een stap naar verzoening’ niet gemakkelijk is;
- kunnen tekens van verzoening stellen: een handdruk, een
zoen, een verontschuldiging, … .
- spreken hun machteloosheid uit wanneer de ander geen
vergeving wil schenken.
- spreken hun machteloosheid uit wanneer een ander zich
niet met hen wil verzoenen.
Christenen
De kinderen:
schenken
- ontdekken in verhalen en getuigenissen dat christenen
vergeving …
steun vinden in hun geloof in God, die van alle mensen
houdt en steeds bereid is vergeving te schenken.
- ontdekken in verhalen en getuigenissen dat christenen zich
laten inspireren door Jezus om zelf ook bereid te zijn te
vergeven en zich te verzoenen.
- ontdekken in verhalen en getuigenissen hoe liefde de basis
is voor vergeving en verzoening.
- beseffen dat ook voor christenen vergeving en verzoening
niet gemakkelijk en vanzelfsprekend zijn.
Jezus vergeeft … De kinderen:
- voelen Jezus’ vergevingsgezindheid aan in het verhaal over
een zondige vrouw (Lc 7, 36-49).
- beseffen vanuit dit verhaal dat God steeds vergeving wil
schenken.
17
Christenen vragen De kinderen:
vergeving aan
- ontdekken dat in het sacrament van vergeving en
God.
verzoening God vergeving schenkt en mensen zich met
elkaar verzoenen.
- onderscheiden de elementen van het sacrament van
vergeving en verzoening: schuldbelijdenis, woord van
vergeving (absolutie), mogelijk herstellen van wat fout was.
- beseffen dat ook voor christenen vergeving en verzoening
niet gemakkelijk en vanzelfsprekend zijn.
Terugblik en
De kinderen:
evaluatie, het
- voelen aan en ervaren in hun eigen leven als waardevol de
feest van de
mogelijkheid van vergeving( vragen, krijgen en geven).
verzoening
- voelen aan en ervaren in hun eigen leven als waardevol de
bereidheid tot verzoening.
- krijgen de kans om vergeving te vragen en verzoening te
vieren in een celebratie of in het sacrament van de
verzoening.
Uitbreidingslessen
Titel
Elementen van de uitbreiding
Tot 7 maal 70 maal De kinderen:
- vatten de betekenis van ‘7 maal 70 maal vergeven’ in Jezus’
antwoord aan Petrus (Mt 18).
Desmond Tutu,
De kinderen:
een (Anglicaanse) - leren figuren uit de actualiteit en de geschiedenis kennen
christen die
die verzoenend optreden.
verzoenend
- beseffen dat vergeving een ommekeer (bekering)
optreedt
veronderstelt.
- beseffen dat mensen soms geen vergeving willen schenken.
- ontdekken hoe onverzoenbaarheid tussen mensen en
groepen situaties uitzichtloos maakt.
- beseffen dat mensen soms niet tot verzoening bereid zijn.
Vergeving in de
De kinderen:
eucharistie
- weten waarom de schuldbelijdenis in de eucharistie
voorkomt.
- voelen de betekenis aan van de woorden ‘vergeef ons onze
schuld, gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren’.
- beseffen dat vergeving een ommekeer (bekering)
veronderstelt.
18
Kerkelijk Jaar: De Goede Week en Pasen
Leerplandoelen
De kinderen:
- ontdekken de Goede Week als herinnering aan de laatste dagen van Jezus.
- ontdekken de paastijd als een vieren van het leven van Jezus Christus.
Kernlessen
Titel
Jezus komt in
Jeruzalem aan.
Jezus in
Jeruzalem
Elementen van de kern
De kinderen:
- verkennen de symboliek van Palmzondag.
- zien de voetwassing als beeld van de dienstbaarheid van
christenen (Goede Week).
Uit het thema ‘Conflicten’:
- onderzoeken hoe Jezus reageert in conflictsituaties: Joh 2,
13-17.
De kinderen:
- leren belangrijke symbolen uit de paaswake kennen als
tekens van leven en verrijzenis.
- herkennen moeilijke situaties in het leven van Jezus: door
Judas verraden (Lc 22, 3-4), doodsangst en door Zijn
leerlingen in de steek gelaten (Lc 22, 39-46).
Uitbreidingslessen
Titel
Een paasgedicht
Elementen van de uitbreiding
De kinderen:
- gaan op een creatieve manier om met symbolen van Pasen:
licht, kaarsen, eieren, klokken.
- zingen het paaslied dat aansluit bij de dagen van de Goede
Week.
19
Thema 5: Aarde en vruchtbaarheid
Leerplandoelen
De kinderen:
- ervaren de rijkdom van de vruchten van de aarde.
- zien dat mensen in verschillende levensbeschouwingen en godsdiensten geboeid
worden door het wonder van de vruchtbare aarde.
- lezen in het Paradijsverhaal van de Bijbel (Gen 2, 4b-25) een gelovige duiding van
het wonder van de vruchtbaarheid van de aarde.
- ontdekken hoe Jezus beelden van de vruchtbare aarde gebruikte om Zijn
boodschap over het Rijk Gods te brengen.
Kernlessen
20
Titel
De aarde geeft
ons zoveel!
Elementen van de kern
De kinderen:
- verkennen hoe ze dagelijks leven van de vruchten van de
aarde: voeding, grondstoffen, energie, nabijheid van
mensen, dieren, … .
Een verhaal vol De kinderen:
wonderlijke
- lezen het Paradijsverhaal (Gen 2, 4b-25) en ontdekken
dingen
daarin de betekenis van het beeld dat de mens geboetseerd
is ‘uit stof van de aarde’.
- worden zich ervan bewust dat alles – ook de mens – aarde
is en van de aarde voortkomt.
- ontdekken in het bijbelverhaal (Gen 2, 4b-25) een sterke
verwantschap tussen de mens en de vruchtbare aarde.
- lezen hoe in dat verhaal verteld wordt over de nabijheid van
God bij de mens en over de nabijheid tussen mensen.
- lezen in dat verhaal hoe de vruchten van de schepping
bestemd zijn voor de mens, dit betekent: elke mens.
Het is toch echt De kinderen:
knap! Dank je
- worden gevoelig voor het wonder van de vruchtbaarheid in
wel!
het vele dat de aarde biedt.
- kunnen hun dankbaarheid voor de vruchtbare rijkdom van
de aarde tot expressie brengen.
Velen vinden het De kinderen:
knap.
- vernemen dat volkeren van alle tijden zich hebben
verwonderd over de vruchtbare aarde.
- vernemen dat volkeren van alle tijden uitdrukking hebben
gegeven aan hun verwondering door verhalen, beelden,
rituelen, dansen, … .
- ontdekken dat volkeren hun verwondering op zeer
verschillende manieren hebben beleefd en uitgedrukt.
Voor wie is al
De kinderen:
dat moois?
- ontdekken dat alle levensbeschouwingen en godsdiensten
nadenken over de bestemming van de vruchten van de
aarde.
Jezus vertelt … De kinderen:
- ontdekken wat Jezus bedoelde met het Rijk Gods in de
gelijkenissen van het zaak: de gelijkenis van het zaaien (Mc
4, 1-20).
Soms is het
De kinderen:
begin klein,
- ontdekken wat Jezus bedoelde met het Rijk Gods in de
maar …
gelijkenissen van het zaad: de gelijkenis van het
mosterdzaadje (Mc 4, 30-33) en de gelijkenis van de boer
die slaapt (Mc 4, 26-29).
De aarde geeft
De kinderen:
ons zoveel:
- danken in een vieringsmoment (samen met de leerkracht)
synthese en
voor de vruchten die de aarde ons geeft.
viering
21
Uitbreidingslessen
Titel
Dicht bij de
aarde
Knutselen met
natuurmaterialen.
Kijk maar naar
kunst!
Elementen van de uitbreiding
De kinderen:
- ervaren dat bezig zijn met de aarde allerlei gevoelens kan
oproepen (aangename en onaangename), bv. spelen met
zand, planten van bloembollen, in de modder vallen, … .
De kinderen:
- kunnen op een creatieve manier hun waardering uitdrukken
voor de vruchtbaarheid van de aarde, vooral gebruik
makend van elementen uit de schepping (klei, bloemen,
bladeren, vruchten, …).
De kinderen:
- kunnen de betekenis van de gelijkenissen terugvinden in
allerlei kunstwerken (beeldende kunst, liederen, gedichten
…).
22
Kerkelijk Jaar: Onze-Heer-Hemelvaart
Leerplandoel
De kinderen ontdekken de paastijd als een vieren van het leven van Jezus Christus.
Kernlessen
Titel
Een heel oud
wereldbeeld
Afscheid van
Jezus
Elementen van de kern
De kinderen:
- leren belangrijke symbolen in het verhaal van Hemelvaart
(wolk, berg en engel) kennen als verwijzingen naar Jezus’
leven in Gods nabijheid.
De kinderen:
- leren belangrijke symbolen in het verhaal van Hemelvaart
(wolk, berg en engel) kennen als verwijzingen naar Jezus’
leven in Gods nabijheid.
(uit het thema ‘Symbolen’)
- ontdekken dat symbolen de werkelijkheid waarnaar ze
verwijzen ook dichterbij brengen.
Uitbreidingslessen
Titel
Het oude
Wereldbeeld
Elementen van de uitbreiding
De kinderen:
- kunnen op een creatieve manier duidelijk maken hoe hun
‘engel’ eruitziet.
23
Thema 1: Anders zijn, ontmoeting 2
Leerplandoelen
De kinderen:
- ontdekken dat er verschillen zijn tussen mensen.
- vergelijken de manier waarop mensen omgaan met het anders zijn van zichzelf en
van anderen.
- ontdekken hoe men in de Bijbel omgaat met mensen die meestal als ‘anders’ of
‘vreemd’ worden gezien.
- voelen zich uitgenodigd om zelf de verscheidenheid van mensen als een rijkdom te
beleven.
Kernlessen
Titel
Er zitten geen 2
dezelfden in
onze klas.
Ruth, een
bijzondere
vrouw in de
bijbel
Een
regenboogkerk
Ook in onze
klas: van
vreemde tot
vriend …
Elementen van de kern
De kinderen:
- verkennen vormen van ‘anders zijn’ van mensen waarmee
ze geconfronteerd worden.
- stellen vragen over het anders zijn van anderen.
- worden er zich van bewust dat ze keuzes moeten maken in
het omgaan met de verschillen bij anderen.
- ontdekken waarom het anders zijn van mensen niet door
iedereen op dezelfde manier benoemd wordt, bv.
gehandicapten, andere culturen, … .
(element van de uitbreiding)
De kinderen:
- hebben aandacht voor mensen met een handicap (vooral
als die in de eigen klas aanwezig zijn).
De kinderen:
- ontdekken hoe God in de Bijbel mensen inspireert in het
omgaan met anderen (het verhaal van Ruth).
De kinderen:
- ontdekken waarom het anders zijn van mensen niet door
iedereen op dezelfde manier benoemd wordt, bv.
gehandicapten, andere culturen, … .
- leren kerkelijke initiatieven kennen waarbij men oproept tot
ontmoeting met mensen die als ‘anders’ beschouwd worden.
De kinderen:
- ervaren dat ze zelf gelijken op anderen en verschillen van
anderen.
- ervaren hoe mensen reageren op het anders zijn van
mensen.
- zien dat er altijd een spanning is tussen gelijkheid en
verschil.
- erkennen de waarde en de waardigheid van elk mens.
Uitbreidingslessen
Titel
De rechten van
Elementen van de uitbreiding
De kinderen:
24
het kind
-
-
ondersteunen respect voor de waardigheid van elke mens
met enkele artikelen uit de ‘Universele verklaring van de
rechten van het kind’.
gaan in op de invloed van thuis, school, media, sport, vrije
tijd, in het kijken naar ‘anderen’.
25
Download