Onderzoeksopdracht biologie "De paddo"

advertisement
Onderzoeksopdracht biologie "De paddo"
Naam:
Ex.nr.
Docent:
Voorbereiding:
In veel landen worden paddestoelen gegeten. Van de ongeveer 100.000 soorten paddestoelen die
voorkomen, zijn er slechts ongeveer 50 eetbaar. Eén van die eetbare paddestoelen is de champignon.
Paddestoelen zijn de vruchtlichamen van schimmels. In de vruchtlichamen zitten de sporen. Met de
sporen planten schimmels zich voort. Bij de champignons zitten de sporen op zwarte plaatjes aan de
onderkant van de hoed. Wanneer een spore op een plaats terechtkomt waar de omstandigheden
gunstig zijn, kiemt de spore. Uit de spore groeit een netwerk van schimmeldraden, het mycelium.
Het mycelium van de champignon voedt zich met resten van dode planten. Wanneer een mycelium
groot genoeg is, vormt het weer champignons met daarin sporen en begint alles van voren af aan.
(2p) 1
Leg uit of een schimmel een consument, een producent of een reducent is.
Vroeger werden champignons gekweekt in grotten, tegenwoordig kweekt men ze in schuren in het
donker.
(2p) 2
Leg uit waarom voor het kweken van champignons geen licht nodig is.
Andor en Monique vinden champignons erg lekker, ze besluiten ze zelf te gaan kweken. Ze halen
een mengsel van stro en mest om de schimmel op te kweken. Uit een rijpe champignon halen ze
sporen.
De temperatuur waarbij ze de champignons het best kunnen kweken, weten ze niet. Ze besluiten een
onderzoek te doen naar een juiste kweektemperatuur voor de champignon-schimmel.
(1p) 3
Voorspel wat de uitslag van het onderzoek van Andor en Monique zal zijn. Zo’n voorspelling noem
je een hypothese.
(3p) 4
Beschrijf een werkplan voor een onderzoek waarmee Andor en Monique kunnen nagaan bij welke
temperatuur de champignon-schimmel het best gekweekt kan worden.
(2p) 5
Op je tafel vind je een verse champignon. Snij de champignon in de lengte doormidden. Maak een
tekening van de lengtedoorsnede. De tekening moet aan de volgende eisen voldoen:
- maak je tekening minstens 5 cm groot;
- benoem de volgende onderdelen: hoed, steel, plaatjes.
In cellen kunnen verschillende celdelen voorkomen.
(3p) 6
Welke van de volgende delen komen voor bij een cel van een schimmel, zoals de champignon:
bladgroenkorrels, celkern, celwand, celmembraan en celplasma?
Zet een kruisje op de juiste plaats in onderstaand overzicht.
Ja
Nee
Bladgroenkorrels
Celkern
Celwand
Celmembraan
Celplasma
Je gaat nu sporen van de champignon onder de microscoop bekijken. Hiervoor gebruik je een (stuk)
rijpe champignon.
-
(4p) 7
Doe een druppel water op een objectglaasje.
Haal met een pincet een klein stukje van één van de plaatjes af.
Veeg het stukje een paar maal door de druppel water.
Haal het stukje weg en leg een dekglaasje op het preparaat.
Leg het preparaat met sporen onder je microscoop en stel de microscoop scherp op een spore.
Gebruik bij het bekijken de grootste vergroting.
Waarschuw je docent om het preparaat te controleren.
Vergroting juist
Beeld scherp
Sporen zichtbaar en
geen water
Totale score
Bekijk de spore goed en vergelijk hem met onderstaande tekeningen van sporen van verschillende
paddestoelen.
(1p) 8
Met welke tekening komt de spore onder je microscoop overeen? Noteer het juiste nummer.
Gebruik de onderstaande opzoektabel om de Latijnse naam van de champignon te vinden.
OPZOEKTABEL VOOR PADDESTOELEN
stap
1 a
b
2 a
b
3 a
b
4 a
b
(1p) 9
de Latijnse naam is
de spore heeft de vorm van een draad
de spore heeft geen draad-vorm
de spore heeft een gladde buitenkant
de spore heeft kleine ribbels
de spore heeft een hoekige vorm
de spore is niet hoekig
de spore heeft geen stekels
de spore heeft wel stekels
Wat is de Latijnse naam van champignons?
ga naar
2
3
Coriolus versicolor
Gomphus clavatus
Thelephora terrestris
4
Agaricus bisporus
Laccaria laccata
Veel mensen eten bij de warme maaltijd vlees, omdat vlees veel eiwitten bevat. De groenteboer
beweert dat champignons in een maaltijd goede vleesvervangers zijn. Gebruik bij de volgende
vragen de voedingsmiddelentabel hieronder.
Cantharellen, gekookt
Champignons, gebakken
Champignons, in blik/glas
Champignons, rauw
Runder, doorregen lappen
Runderbaklappen
Runderbiefstuk
Runderentrecote
Runderklapstuk
Runderlever
Runderlever, vleeswaar
Runderpoelet
Runderriblappen
Runderrollade
kJ
85
218
102
68
1.163
822
588
792
1.110
775
559
822
1.110
704
Kcal
20
52
24
16
279
196
139
189
266
185
133
196
266
167
hoeveelheden per 100 gram
energieleverende
overige
eiwit vet
koolhy- choles- vezels water
totaal draten terol
g
g
g
mg
g
g
3
0
2
0
3
90
3
4
1
0
4
88
3
0
3
0
4
92
3
0
1
0
3
90
31
17
1
0
52
31
8
1
33
0
59
27
3
1
40
0
70
26
9
1
77
0
66
34
14
0
0
50
28
7
2
0
64
20
5
2
300
0
71
31
8
1
33
0
59
34
14
0
0
50
28
6
1
55
0
67
(2p) 10 Heeft de groenteboer gelijk? Gebruik bij je antwoord de voedingsmiddelentabel.
Piet eet op een dag ongeveer 100 gram runderbiefstuk.
(3p) 11 Bereken met behulp van de gegevens uit de voedingsmiddelentabel hoeveel gram champignons hij
moet eten om ongeveer hetzelfde aan eiwitten binnen te krijgen als bij 100 gram runderbiefstuk.
Schrijf je berekening op.
Je gaat twee onderzoeken inzetten met de champignon: Onderzoek 1 en Onderzoek 2.
Van Onderzoek 2 moet je een verslag schrijven.
Onderzoek 1
Champignons bevatten veel water. Je gaat van een champignon het percentage water bepalen. Ga als
volgt te werk:
-
Weeg de verse champignon.
Noteer het gewicht hieronder, dit is versgewicht A.
Snijd de champignon in dunne reepjes/ plakjes.
Doe de reepjes in een open schaaltje en roep de docent. (de docent zet dit weg op een warme
plaats)
Versgewicht A: …………. gram.
Dit was een oefening om met de weegschaal te leren werken
Lever het schaaltje met de dunnen plakjes champignon in bij je docent in!
Paraaf docent:
Opmerking:…………………………………………………………………………………………………
De verse champignon is vervolgens in kleine plakjes en in een open schaaltje in de broedstoof of in de
zon achter glas gezet.
Je krijgt nu het schaaltje met de gedroogde champignons van de docent terug.
Je gaat nu de gedroogde champignon wegen dit noem je het drooggewicht B.
Het versgewicht van deze champignons voordat ze gedroogd werden lees je op het bekertje en noem je
versgewicht C!
Gebruik versgewicht C: ………… gram om verder te rekenen
Weeg nu ook de gedroogde champignon.
Drooggewicht B: …………….gram.
(3p) 12 Bereken hoeveel procent water de champignon bevatte.
Vergelijk je gegevens met de voedingsmiddelentabel.
(1p) 13 Leg uit of het watergehalte, dat je berekend hebt, in overeenstemming is met de gegevens uit de
tabel.
Marcel heeft zijn champignons een week laten liggen. Net als de champignon in je onderzoek zijn ze
gedroogd.
- “Die eet ik vanavond lekker op”, zegt Marcel, “want dat drogen maakt voor de voedingswaarde
niets uit.”
- “Jawel”, zegt Piet, “de voedingswaarde is minder geworden door dat drogen.”
- “Welnee”, bemoeit Andor zich ermee, “die is juist hoger geworden door dat drogen.”
(2p) 14 Leg uit wie er met zijn bewering over de voedingswaarde van de gedroogde champignons gelijk
heeft.
Onderzoek 2
Je moet van dit onderzoek een verslag schrijven. Hoe je dat moet doen staat verderop in de toets
aangegeven. In het volgende stuk van de toets staat soms het teken *V gevolgd door een opdracht of
een vraag. Je moet dan tijdens je onderzoek ergens op letten of gegevens bewaren omdat je er in je
verslag aandacht aan moet besteden.
Champignons worden onder andere gekweekt op compost. Compost bestaat uit een mengsel van stro
en mest. Bij het volgende onderzoek ga je champignons niet kweken op compost maar op een
speciale voedingsbodem met koolhydraten. Op de voedingsbodem liggen vier graankorrels met
daarin mycelium van de champignon.
In dit onderzoek ga je na of het mycelium van de champignon op de voedingsbodem harder groeit
als je een beetje kunstmest (Substral) toevoegt. Substral bevat extra voedingszouten. Veel groene
planten groeien sneller en beter als je een beetje kunstmest (Substral) toevoegt.
Voor de proef heb je de volgende materialen nodig:
-
twee petrischalen met voedingsbodem
graankorrels
vloeibare Substral;
spuitfles met water;
druppelpipetjes;
aluminiumfolie.
Lees het volgende voorschrift eerst helemaal door voordat je met de uitvoering gaat beginnen.
- Zet je naam (of afkorting van je naam) op de zijkant van de petrischaal.
- Zet op één schaal een v (voedingsbodem) en op de andere een v + k (voedingsbodem +
kunstmest) (op de zijkant).
- Doe nu 4 graankorrels in iedere petrischaal
- Open de schaal v + k een beetje en voeg snel 5 druppels Substral toe rondom de graankorrels,
niet erop! Sluit de schaal snel.
- Maak de schaal v op dezelfde manier vochtig met 5 druppels water, rondom de graankorrels,
niet erop!
- Verpak de schalen in aluminiumfolie om uitdroging te voorkomen.
(1p) 15 Waarom moet je de schalen snel sluiten?
Het mycelium van de champignon is geënt (ingebracht) in een graankorrel.
Een graankorrel bevat voedingsstoffen. Het mycelium gebruikt deze voedingsstoffen als brandstof
en als bouwstof.
(1p) 16 Welk voedingsstoffen uit de graankorrel gebruikt het mycelium als brandstof bij zijn eerste groei?
De volgende handelingen zijn door de TOA verricht
De schalen zijn een paar dagen in een broedstoof bij 25 ºC of onder een warme lampgeplaatst.
Het resultaat van de myceliumgroei ga je nu bekijken.
Lever je schaaltjes bij de TOA of je docent in en vraag om de schaaltjes die in de broedstoof
gestaan hebben.
Laat de petri schaaltjes controleren en ga verder met de opdracht.
Paraaf docent:………………………..
Opmerking:…………………………………………………………………………………………
Je gaat nu verder met het onderzoek naar de groei van het mycelium op de voedingsbodem met en
zonder kunstmest (Substral). Dit onderzoek is een een paar dagen geleden ingezet. Het doel van dit
ingezette onderzoek is om na te gaan of het mycelium van de champignon harder groeit door
toevoeging van een beetje kunstmest (Substral). Kunstmest bevat vooral voedingszouten.
In de volgende tekst staat soms het teken *V gevolgd door een vraag of een opdracht.
Je moet dan tijdens je onderzoek ergens op letten of gegevens bewaren omdat je er
later in je verslag aandacht aan moet besteden.
Een paar dagen geleden zijn er twee petrischalen met voedingsbodem weggezet. In beide schalen
waren vier graankorrels met mycelium gelegd. Aan de ene schaal is Substral toegevoegd en aan de
andere schaal evenveel druppels water. De schalen hebben een week in de broedstoof bij 25 ºC of
onder een warme lamp gestaan.
*V Leg uit waarom je aan de schaal zonder Substral evenveel druppels water toevoegt als er druppels
Substral zijn toegevoegd aan de eerste schaal.
_____________________________________________________________________________
_____________________________________________________________________________
*V Meet de doorsneden van het mycelium in centimeters in beide schalen bij alle vier de graankorrels.
Zet deze waarden in een overzichtelijke tabel op de bijlage. Bereken de gemiddelde doorsnede van
de myceliums in beide schalen en noteer deze gemiddelden in dezelfde tabel.
_____________________________________________________________________________
*V Maak van de gemiddelde doorsneden een staafdiagram op het grafiekpapier op de bijlage.
Je hebt nu mycelium gekweekt op een voedingsbodem waar onder andere koolhydraten in zaten. Je
kunt dit mycelium ook op plantaardige resten kweken.
*V Denk je dat je mycelium ook op zuiver zand kunt kweken? Leg je antwoord uit.
_____________________________________________________________________________
______________________________________________________________________________
Je zou de proefopzet van je onderzoek kunnen veranderen of uitbreiden waardoor je onderzoek
verbeterd wordt.
*V Noteer een verandering of uitbreiding waardoor de kwaliteit van je onderzoek verbetert.
_____________________________________________________________________________
(14p) 17 Schrijf op proefwerkpapier een verslag van je onderzoek. Doe dit volgens de onderstaande richtlijn:
- Breng in het verslag een onderverdeling aan en voorzie de verschillende onderdelen van kopjes.
- Gebruik hiervoor de volgende kopjes:
(3p) Doel van het onderzoek: dit moet je zelf onder woorden brengen.
(2p) Werkwijze: wat je hebt gedaan.
(7p) Resultaten en waarnemingen: wat je hebt gezien en gemeten.
(2p) Conclusie: afgeleid uit het resultaat van het onderzoek.
Verwerk in je verslag ook de met *V gemerkte onderdelen
Einde van de toets
Bijlage bij verslag onderzoek 2 DE PADDO
Naam:
Petrischaal V
Doorsnede (cm)
Mycelium 1
Mycelium 2
Mycelium 3
Mycelium 4
gemiddeld
Petrischaal V + K
Doorsnede (cm)
Download