Basis de Baas: Negatieve Getallen

advertisement
Basis de Baas Negatieve getallen
Opdracht 1 
a.
Het Romeinse rijk bestond van 500 voor
Ja, en dan?
Christus tot 1500 na Christus. Hoelang
10,9,8,7,6,5,4,
3,2,1,0, ......
heeft het Romeinse rijk bestaan?
b.
Het wiel is werd 3000 jaar voor Christus
uitgevonden. Hoeveel jaar geleden was
dat?
Opdracht 2 
a.
Overdag is het 7 graden boven nul.
’s Nachts is het 10 graden kouder.
Hoeveel graden onder nul in het ‘s nachts?
b.
In Siberië is het in de winter heel koud.
Het eerste
experiment
met het wiel.
Overdag is het er 20 graden onder nul.
’s Nachts is het er nog 9 graden kouder.
Hoe koud is het ‘s nachts in Siberië?
Opdracht 3 
a.
Gisteren was het 2 graden onder nul. Hoeveel graden Celsius was het gisteren?
b.
Vandaag is het 11 graden warmer dan gisteren. Hoeveel graden Celsius is het vandaag?
Opdracht 4 
In de getallenrijen hieronder zit regelmaat. Hoe gaat het verder?
Neem de rijen over in je schrift en vul de volgende drie getallen aan.
5, 4, 3, 2, 1, 0, ..., ... , ...
e.
2, 1 21 , 1, 21 , 0, ... , ... , ...
b.
-7, -5, -3, ... , ... , ...
f.
3 21 ,  21 , ... , ... , ...
c.
-11, -8, -5, ..., ..., ...
g.
21,  11,  1, ... , ... , ...
h.
3 41 ,  2,  34 , ... , ... ,...
a.
d.
-9, -6, -3, ..., ..., ...
1
0
Opdracht 5 
Zet de onderstaande temperaturen op volgorde van koud naar warm
-3
-4
-2,5
6
3,7
4,2
38,1
37 -2,3
-0,75 -20,7
Het “pijltje” wijst
Opdracht 6 
Neem de getallen over en vul op de stippen > of < in.
a.
3 ... -1
f.
-0,75 .... -1
b.
-1 ... 3
g.
-2 21 ... -3
c.
-6 ... -5
h.
2 21 ... 3
d.
-5 ... -6
i.
0,2 ... 0,9
e.
-1 ... 1
j.
0,01 ... -0,1
altijd naar het
“koudste” getal.
-25 < 20
Opdracht 7 
Kijk naar de uitleg hiernaast
Het tegengestelde van 9 is ....
Het tegengestelde van
Het tegengestelde van 4,346 is ....
Het tegengestelde van 10 is -10
Het tegengestelde van -2 is ...
Het tegengestelde van -11 is 11
Het tegengestelde van -3928 is ...
2
7 is -7
Rekenen met negatieve getallen
Opdracht 8 
De heksen van de TV serie Charmed hebben een ketel waarin
ze de temperatuur regelen met warme blokjes +1 en met koude
blokjes −1 . Als er evenveel warme als koude blokjes in de ketel
zitten is het 0 graden Celsius.
Als ze er 6 koude blokjes in doen, dan daalt de temperatuur.
Het wordt dan -6 graden.
a.
Het is -6 graden in de ketel. De heksen doen er 10
warme blokjes bij. Hoeveel graden wordt het dan?
b.
Wat gebeurt er met de temperatuur in de ketel als er
warme blokjes uit gehaald worden?
c.
Wat gebeurt er met de temperatuur als er koude
begin
blokjes uitgehaald worden?
d.
0
Op een zeker moment is het -5 graden in de ketel. Ze
5   3   8
doen er 3 koude blokjes bij. Hoeveel graden wordt het dan
in de ketel?
e.
eind
Het is nu -8 graden in de ketel. De temperatuur moet toch
weer 3 graden omhoog, maar de heksen hebben geen
erbij
begin
warme blokjes om er bij te doen. Wat kunnen ze doen?
3 koude blokjes
eind
8   3   5
eruit
Opdracht 9 
3 koude blokjes
Volgens het grote toverboek moet het volgende recept worden gevolgd. In het begin is
de ketel leeg. Daarna moeten er steeds blokjes bij en uit.
In de tabel hieronder is bijgehouden wat er met de temperatuur gebeurt.
De tabel is niet helemaal compleet. Maak de tabel af.
doe er 10 warme blokjes in
doe er 11 koude blokjes in
haal er 6 warme blokjes uit
0
+
10
=
10
10
+
-11
=
-1
-1
=
haal er 4 koude blokjes uit
=
doe er 3 warme blokjes bij
+
3
=
Opdracht 10 
a.
4–6=
f.
-4 + 4=
k.
-17– 5 =
b.
5 − -6 =
g.
0−9=
l.
-17– -5 =
c.
-4 − -9 =
h.
-107 − 103 =
m. -13– -13=
d.
-3 − 4 =
i.
3− 19=
n.
4– -9=
Je mag
e.
24 -24=
j.
-2 – -2=
o.
77−38=
+ – vervangen door –
– – vervangen door +
Opdracht 11 
Maak met behulp van de regels hierboven de onderstaande sommen.
a.
2 21 + -3 =
e.
5– -3 21 =
b.
9 – 9 21 =
f.
0– -7 21 =
c.
-13 21 + 7=
g.
8 21 – - 1=
d.
-4 21 – 5 21 =
h.
3 21 – 0 =
Opdracht 12 
Neem het schema over en vul de lege plekken in het schema in.
-22
-26
-18
+4
-16
-28
−6
4
-28
Opdracht 13 ■
Hiernaast zie je een tovervierkant. Als je in een tovervierkant de getallen uit
één rij of uit één kolom optelt, dan komt er steeds hetzelfde getal uit. Dat
getal wordt het sleutelgetal genoemd. Wat is het sleutelgetal van de
tovervierkant hiernaast?
8
-2
12
10
6
2
0
14
4
Opdracht 14 ■
a.
Neem de vierkanten hieronder over in je schrift.
Maak van de vierkanten hieronder tovervierkanten. (werk met potlood!!!!)
-4
-18
-8
-5
-6
-12
-1
-2
-1
4
2
0
1
b.
▲ Maak een tovervierkant met de getallen 1 tot en met 9. (Hint: zet de 5 in het midden)
c.
▲ Maak een tovervierkant met de getallen -4, -3, -2, -1, 0, 1, 2, 3, 4.
Opdracht 15 
a.
Bereken -2 + -2 + -2 =
b.
Bereken 3 x -2 =
c.
Waarom zijn de antwoorden van a. en b. gelijk?
0
Opdracht 16 
De “tafels” van 4 , -7 en -12 . Neem over in je schrift en bereken.
Tafel van 4
Tafel van -7
Tafel van -12
4x4=
4 x -7 =
4 x -12 =
3x4=
3 x -7 =
3 x -12 =
2x4=
2 x -7 =
2 x -12 =
1x 4 =
1x -7 =
1x -12 =
0x4=
0 x -7 =
0 x -12 =
-1 x 4 =
-1 x -7 =
-1 x -12 =
-2 x 4 =
-2 x -7 =
-2 x -12 =
-3 x 4 =
-3 x -7 =
-3 x -12 =
-4 x 4 =
-4 x -7 =
-4 x -12 =
5
Opdracht 17 
a.
-5 x -6 =
f.
-6 x -7 =
k.
-5 x 6 =
b.
8 x -5 =
g.
10 x –0,5 =
l.
8 x 90 =
c.
-12 x 3=
h.
-12 x 4 21 =
m. -3 x -12=
d.
-8 x -8 =
i.
7x9=
n.
0 x -11 =
e.
-6 x
j.
-6 x 0 =
o.
-4 x 12 21 =
1
2
=
Opdracht 18 
a.
-33 : 3 =
d.
-24 : 4 =
b.
-2000 : 100 =
e.
-15 : 45 =
c.
36 : -9 =
f.
1: -
Opdracht 19 
1
2
=
Zet het juiste getal op de open plek
a. 4 x ... =12
e. ... x -2 = 8
b. 2 x ...= -8
f.
c.
g. -4 x ... = 1
...x -3= -6
d. ... x 5 = -5
-2 x ... = -8
h. ... x 10 = -5
6
Test jezelf Negatieve getallen.
Opdracht 1 
In de getallenrijen hieronder zit regelmaat. Hoe gaat het verder?
Neem de rijen over in je schrift en vul de volgende drie getallen aan.
a.
10, 8, 6, 4, …, …, …
c.
b.
-14, -11, -8, -5, …, …, …
d.
1
1
 2 ,  2 ,  1 ,  1 , …, …, …
2
2
1 2 3
3 , 2 , 1 , , …, …, …
4 4 4
Opdracht 2 
Neem de getallen over in je schrift en vul op de stippen > of < in.
a.
2 ... -2
d.
0,56 … 0,58
b.
-2 ... -3
e.
-0,32 … -0,30
c.
-7 ... -5,5
f.
2
1
3
… 2
2
4
Opdracht 3 
Neem over in je schrift en bereken.
a.
-3 – 5 =
c.
5 + -2 =
e.
13 + - 23 =
b.
2–7=
d.
-3 – - 6 =
f.
- 47 – 28 =
Opdracht 4 
Neem over in je schrift en zet het juiste getal op de open plek.
a.
4 – … = -8
c.
…+3=1
e.
2
5 +… = 6
6
b.
… + -3 = -5
d.
… – - 7 = 12
f.
2
5 +… = - 6
6
Opdracht 5 
Neem over in je schrift en bereken.
a.
-6x-4=
c.
- 24 : - 8 =
e.
2: 
b.
-12 : 3 =
d.
36 x - 4
f.
-2
1
=
2
1 1
x =
4 6
Opdracht 6 
Neem over in je schrift en zet het juiste getal op de open plek.
a.
4 x … = -8
c.
… : 4 = 11
e.
… x 3 = -1
b.
… x -3 = 15
d.
… : 7 = -9
f.
2 : … = -4
7
BdB Negatieve getallen
Opdracht 1
a.
2000 jaar
b.
dit jaar + 3000
Opdracht 2
a.
3 graden onder nul
b.
-29 graden
Opdracht 3
a.
-2℃
b.
9℃
doe er 10 warme blokjes in
0
+
10
=
10
doe er 11 koude blokjes in
10
+
-11
=
-1
Haal er 6 warme blokjes uit
-1
6
=
-7
Haal er 4 koude blokjes uit
-7
-4
=
-3
doe er 3 warme blokjes bij
-3
3
=
0
Opdracht 4
a.
5, 4, 3, 2, 1, 0, -1, -2, -3
b.
-7, -5, -3, -1, 1, 3
c.
-11, -8, -5, -2, 1, 4
d.
-9, -6, -3, 0, 3, 6
e.
2, 1 21 , 1, 21 , 0,  21 , 1, 1 21
f.
3 21 ,  21 , 2 21 ,5 21 ,8 21
g.
21,  11,  1, 9,19,29
h.
3 41 ,  2,  34 , 21 ,1 34 ,3
Opdracht 5
-20,7 -4
-3
-2,5 -2,3
-0,75
3,7
4,2 6 37 38,1
Opdracht 6
a.
3 > -1
f.
-0,75 > -1
b.
-1 < 3
g.
-2 21 > -3
c.
-6 < -5
h.
2 21 < 3
d.
-5 > -6
i.
0,2 < 0,9
e.
-1 < 1
j.
0,01 > -0,1
Opdracht 7
Het tegengestelde van 9 is -9
Het tegengestelde van 4,346 is -4,346
Het tegengestelde van -2 is 2
Het tegengestelde van -3928 is 3928
8
+
Opdracht 8
a.
4 graden
b.
De temperatuur daalt, het wordt kouder
c.
Dan wordt het warmer!
d.
-8 graden
e.
Er 3 koude blokjes uithalen.
Opdracht 9
Opdracht 10
a.
4 – 6 = -2
b.
5 − -6 = 11
c.
-4 − -9 = 5
d.
-3 − 4 = -7
e.
24 -24 = 0
f.
-4 + 4 = 0
g.
0−9 = -9
h.
-107 − 103 = -210
i.
3− 19 = -16
j.
-2 – -2 = 0
k.
-17– 5 = -22
l.
-17– -5 = -12
m.
-13– -13 = 0
n.
4– -9 = 13
o.
77−38 = 39
Opdracht 11
9
a.
2 21 + -3 = - 21
e.
5– -3 21 = 8 21
b.
9 – 9 21 =- 21
f.
0– -7 21 =7 21
c.
-13 21 + 7=-6 21
g.
8 21 – - 1=9 21
d.
-4 21 – 5 21 =-10
h.
3 21 – 0 =3 21
Opdracht 12
-4
-10
-16
-22
-28
-8
-14
-20
-26
-32
-12
-18
-24
-30
-36
-16
-22
-28
-34
-40
Opdracht 13
18
Opdracht 14
Puzzel zelf tot je het vindt! Of vraag
hulp aan een klasgenoot of docent.
Opdracht 15
a.
Bereken -2 + -2 + -2 = -6
a.
Bereken 3 x -2 = -6
b.
Overtuig jezelf!
Opdracht 16
Tafel van 4
Tafel van -7
Tafel van -12
4 x 4 = 16
4 x -7 = -28
4 x -12 = -48
3 x 4 = 12
3 x -7 = -21
3 x -12 = -36
2x4=8
2 x -7 = -14
2 x -12 = -24
1x 4 = 4
1x -7 = -7
1x -12 = -12
0x4=0
0 x -7 = 0
0 x -12 = 0
-1 x 4 = -4
-1 x -7 = 7
-1 x -12 = 12
-2 x 4 = -8
-2 x -7 = 14
-2 x -12 = 24
-3 x 4 = -12
-3 x -7 = 21
-3 x -12 = 36
-4 x 4 = -16
-4 x -7 = 28
-4 x -12 = 48
Opdracht 17
a.
-5 x -6 = 30
h.
-12 x 4 21 = -54
b.
8 x -5 = -40
i.
-5 x 6 = -30
c.
-12 x 3= -36
j.
8 x 90 = 720
d.
-8 x -8 = 64
k.
-3 x -12= 36
e.
-6 x
1
2
l.
0 x -11 = 0
f.
-6 x -7 = 42
m.
-4 x 12 21 = -50
g.
10 x –0,5 = -5
= -3
10
Opdracht 18
Opdracht 19
a.
-33 : 3 = -11
d.
-24 : 4 = -6
b.
-2000 : 100 = -20
e.
-15 : 45 = - 31
c.
11
a.
36 : -9 = -4
4 x 3 =12
e.
f.
1: -4 x -2 = 8
b.
2 x -4= -8
f.
-2 x 4 = -8
c.
2 x -3= -6
g.
-4 x -1 = 1
d.
-1 x 5 = -5
h.
1
- 2 x 10 = -5
1
2
= -2
Download
Random flashcards
Rekenen

3 Cards Patricia van Oirschot

hoofdstuk 2 cellen

5 Cards oauth2_google_c110ae80-d7f3-4403-b521-4d3d8bb0f63c

Test

2 Cards peterdelang

Create flashcards