Gene expression in chromosomal Ridge domains - UvA-DARE

advertisement
UvA-DARE (Digital Academic Repository)
Gene expression in chromosomal Ridge domains : influence on transcription, mRNA
stability, codon usage, and evolution
Gierman, H.J.
Link to publication
Citation for published version (APA):
Gierman, H. J. (2010). Gene expression in chromosomal Ridge domains : influence on transcription, mRNA
stability, codon usage, and evolution
General rights
It is not permitted to download or to forward/distribute the text or part of it without the consent of the author(s) and/or copyright holder(s),
other than for strictly personal, individual use, unless the work is under an open content license (like Creative Commons).
Disclaimer/Complaints regulations
If you believe that digital publication of certain material infringes any of your rights or (privacy) interests, please let the Library know, stating
your reasons. In case of a legitimate complaint, the Library will make the material inaccessible and/or remove it from the website. Please Ask
the Library: http://uba.uva.nl/en/contact, or a letter to: Library of the University of Amsterdam, Secretariat, Singel 425, 1012 WP Amsterdam,
The Netherlands. You will be contacted as soon as possible.
UvA-DARE is a service provided by the library of the University of Amsterdam (http://dare.uva.nl)
Download date: 19 Jul 2017
8
Nederlandse Samenvatting
8
154
Nederlandse samenvatting
Nederlandse Samenvatting
Chromosomen zijn de lange DNA moleculen waarop onze genen liggen. Een gen
is een stuk DNA van een chromosoom, dat door speciale eiwitten wordt ‘afgelezen’
om RNA moleculen te maken, die op hun beurt weer worden afgelezen om eiwitten
te maken (dit hele proces heet expressie). Deze eiwitten worden gebruikt als
bouwstenen voor ons lichaam, of ze sturen weer andere biochemische processen
aan (bv. in de vorm van enzymen).
Het DNA van elk gen codeert voor een eiwit, maar bevat ook extra stukken DNA code
die herkend worden door activerende en represserende moleculen die de expressie
van het gen ‘reguleren’, de zogenaamde transcriptiefactoren. Elk gen wordt door
vele transcriptiefactoren gereguleerd, zodat expressie op de juiste plaats (het type
cel), de juiste tijd (in welke levensfase) en de juiste hoeveelheid (hoe meer eiwitten,
hoe meer activiteit) plaatsvindt.
Dit welbekende systeem van genregulatie staat toe dat genen op willekeurige plekken
van een chromosoom liggen: transcriptiefactoren bewegen immers vrij rond in de
celkern, waar alle chromosomen liggen. Tot voor kort werd dan ook verondersteld
dat dit voor de meeste genen het geval was. Ons lab ontdekte echter dat de
chromosomale positie van genen niet willekeurig was: Chromosomale domeinen
van soms wel honderden genen, waren verrijkt voor hoge expressie genen. Deze
‘Regions of IncreaseD Gene Expression’ werden afgekort ‘Ridges’ genoemd.
Tegelijk werd ontdekt dat er ook chromosomale domeinen waren die juist veel lage
expressie genen hadden, de zogenaamde anti-Ridges. In dit proefschrift hebben we
de hypothese onderzocht dat deze chromosomale domeinen, naast de bestaande
regulatie door transcriptiefactoren, zelf ook invloed uitoefenen op de expressie van
hun genen.
In Hoofdstuk 2 hebben we bovenstaande vraag onderzocht door menselijke cellen
met een virus te infecteren dat zijn DNA op een willekeurige plek in een chromosoom
inbouwt. Dit DNA bevat een gen dat een lichtgevend eiwit aanmaakt, wat makkelijk
meetbaar is. Cellen met virus DNA in een Ridge bleken gemiddeld 4 tot 8 keer
meer lichtgevende eiwitten te maken dan cellen met virus DNA in een anti-Ridge.
Chromosomale Ridge domeinen verhogen dus zèlf de expressie van hun genen.
DNA bestaat uit vier types nucleotiden (de ‘bouwstenen’): A, T, C en G. DNA in Ridges
bevat relatief meer G en C nucleotiden dan in anti-Ridges (d.w.z. ze zijn ‘GC rijk’).
Genen die in een Ridge belanden, worden na verloop van tijd automatisch GC rijker.
Omdat G en C een chemisch stabielere binding vormen dan A en T, onderzochten
we in Hoofdstuk 3 of RNA moleculen van Ridge genen hierdoor stabieler waren.
RNA moleculen uit Ridges bleken 1,5–2 uur langer mee te gaan dan die van antiRidges. Dit betekent dat als een gen eenmaal in een Ridge belandt, de expressie na
verloop van tijd ook verhoogd wordt: De toename van G en C nucleotiden maakt RNA
stabieler en vermindert de afbraak van RNA. Er blijven dus meer RNA moleculen
over om eiwit mee te maken.
155
8
In Hoofdstuk 4 analyseren we het effect van Ridges op eiwitvertaling. Eiwitten zijn
lange ketens van aminozuren (de bouwstenen van eiwitten). De volgorde van de
RNA nucleotiden bepaalt welke aminozuren geselecteerd moeten worden. Er zijn 64
verschillende combinaties van telkens 3 RNA nucleotiden (de codons), die elk voor
een bepaald aminozuur coderen. Er zijn echter maar 20 verschillende aminozuren.
Er zijn daarom meerdere codons die voor hetzelfde aminozuur gebruikt worden,
zoals GTT en GTG. Proefondervindelijk is er veel bewijs dat per aminozuur, de
codons met veel G en C nucleotiden vaak efficiëntere eiwitproductie geven: GTG is
efficiënter dan GTT. Wij laten zien dat Ridge genen vaker dit soort ‘efficiënte codons’
gebruiken. Dit suggereert dat een Ridge gen, als het eenmaal GC rijk is geworden,
een nog verdere verhoging van zijn expressie ondergaat, door een betere vertaling in
eiwitten. De resultaten van Hoofdstuk 2, 3 en 4 tezamen suggereren een belangrijke
functie voor Ridges: de opeenstapeling in Ridges van stimulerende effecten op
drie verschillende expressie niveaus dienen om de hoge expressie van belangrijke
genen te vergemakkelijken.
Kanker ontstaat als gevolg van defecten in (de regulatie van) genexpressie.
Recentelijk is in kankercellen gevonden dat genen in chromosomale domeinen
collectief ontregeld worden. Dit gebeurt o.a. door het gen enhancer of zeste homolog
2 (EZH2). In Hoofdstuk 5 onderzoeken we de rol van EZH2 in de kinderkanker
neuroblastoma, waar EZH2 hoog tot expressie komt. Neuroblastoma patiënten met
een hoge EZH2 expressie blijken een slechtere prognose te hebben. Door EZH2
uit te schakelen in neuroblastoma cellen, laten we zien dat EZH2 belangrijk is voor
neuroblastoma celdeling en groei.
8
In Hoofdstuk 6 presenteren we een evolutionair model voor het ontstaan en
functioneren van Ridges. Wij stellen voor dat algemene transcriptiefactoren door
Ridge genen onderling gedeeld kunnen worden. Dit zou mogelijk gemaakt kunnen
worden door zogenaamde CpG eilanden: GC rijke stukken DNA die vaak zijn bezet
met algemene transcriptiefactoren en 5–20 keer frequenter zijn in Ridges dan er
buiten. CpG eilanden komen alleen voor in gewervelde dieren zoals de mens.
Doordat in Ridges genen ook dichter op elkaar zitten, kunnen ze makkelijker gebruik
maken van elkaars transcriptiefactoren.
De kans om de expressie van een gen te verhogen door (een opeenvolging
van) willekeurige DNA veranderingen is erg klein. Natuurlijke selectie kan zulke
onwaarschijnlijke gebeurtenissen wel afdwingen in bv. bacteriën, die populaties van
biljarden hebben. Maar voor gewervelde dieren, met hun relatief kleine aantallen, is
de kans op het gebeuren van ‘de juiste mutaties’ te klein en is natuurlijke selectie
minder efficiënt. Ridges bieden genen de mogelijkheid om relatief gemakkelijk hun
expressie te veranderen door zich in of uit een Ridge te verplaatsen. Door hun
directe sterke effect op genexpressie, spelen Ridges dus mogelijk een belangrijke
rol in de evolutie van de mens.
156
Download
Random flashcards
Create flashcards