praktische toepassing van de nieuwe reglementering zowel

advertisement
HET NIEUWE
ARTIKEL 30BIS VAN DE WET VAN 27 JUNI
1969 EN DE GEVOLGEN VOOR DE
OPDRACHTGEVER
Infosessie VVSG- juni 2008
DEFERM Jacques
Adviseur
PRINCEN Patrick
Adviseur
Inhoud van deze uiteenzetting
I.
Waarom deze wijziging/
registratienummer
II. De wetgeving tot 31.12.07
III. De wetgeving vanaf 01.01.08 en het
begrip sociale schulden.
IV. Voorbeelden
V. Werkmeldingen
VI. Vragen en contactgegevens
I. Algemeen (Het waarom van deze
aanpassing)
1.
Arrest van het Hof van Justitie van 9 november 2006.
Het arrest stelde dat de inhouding en hoofdelijke
aansprakelijkheid (fiscaal) niet meer automatisch,
preventief en algemeen mocht zijn
2.
De rechtszekerheid dat als de opdrachtgever of aannemer
de inhoudingsplicht nageleefd heeft er nooit een sanctie en
een eventueel hieraan verbonden hoofdelijke
aansprakelijkheid kan volgen.
I. 1. Het registratienummer
( art 30 bis §2 en Hoofdstuk II art. 2 tot
18 van het K.B.27.12.07)
Het registratienummer blijft behouden maar
heeft geen enkele invloed meer op de
inhoudingsplicht en of hoofdelijke
aansprakelijkheid (sociaal en fiscaal)voor de
contracten gesloten en facturen die betaald
worden na 01.01.08
I. 2. a. Het registratienummer en
openbare aanbestedingen
Steden en gemeenten die een overheidsopdracht voor
aanneming van werken uitschrijven, moeten beroep doen op
een ERKENDE aannemer (Wet 20 maart 1991 houdende
regeling van de erkenning van aannemers van werken). Ook de
onderaannemer die een deel van de opdracht uitvoert moet
over de gepaste erkenning beschikken.
In de voorwaarden om een erkenning te verkrijgen, is ook
vermeld: "5° als aannemer geregistreerd zijn bij de Federale
Overheidsdienst Financiën". (zie website fod economie)
Een erkende aannemer is dus in beginsel steeds een
geregistreerde aannemer.
I. 2. b. Het registratienummer en
openbare aanbestedingen
Uitzondering:
Indien de waarde van de werken beneden een bepaalde drempel ligt (Voor werken
van een categorie lager dan 75.000 EUR en van een ondercategorie lager dan
50.000 EUR), is de erkenning als dusdanig niet vereist, en is het dus mogelijk dat
hij niet geregistreerd is.
Maar er moeten wel volgende voorwaarden voldaan zijn:
1° van Belgische nationaliteit zijn of uit hoofde van nationaliteit ressorteren onder
een andere Lidstaat van de Europese Gemeenschappen, en gevestigd zijn binnen
deze Gemeenschappen; indien het een vennootschap betreft, moet deze opgericht
zijn in overeenstemming met de Belgische wetgeving of met die van een andere
Lidstaat van de Gemeenschappen, en haar hoofdbestuur of haar hoofdvestiging
binnen de Gemeenschappen hebben, of er haar maatschappelijke zetel hebben op
voorwaarde dat haar werkzaamheden daadwerkelijk en duurzaam verband houden
met de economie van een Lidstaat;
I. 2. c. Het registratienummer en
openbare aanbestedingen
4°
a) (niet, bij een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan veroordeeld zijn voor :
- deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 2, § 1, van het
Gemeenschappelijk Optreden 98/773/JBZ van de Raad;
- omkoping als bedoeld in artikel 3 van het besluit van de Raad van 26 mei 1997 en
in artikel 3, § 1, van het Gemeenschappelijk Optreden 98/742/JBZ van de Raad;
- fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming
van de financiële belangen van de Gemeenschap;
- witwassen van geld als bedoeld in artikel 1 van Richtlijn 91/308/EEG van de Raad
van 10 juni 1991 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het
witwassen van geld;
- elk ander misdrijf dat door zijn aard de beroepsmoraal van de aannemer aantast.)
<W 2006-06-15/57, art. 77, 007; Inwerkingtreding : 15-02-2007>
b) niet uitgesloten zijn van overheidsopdrachten op basis van artikel 19, § 3, van
deze wet;
7° aan zijn sociale en fiscale verplichtingen voldaan
hebben.
Attest openbare aanbestedingen
Voorbeelden van attesten voor openbare
aanbestedingen
II. 1.Wetgeving tot 31.12.2007
Los van de wetgeving op de openbare aanbesteding moest op
het ogenblik van het afsluiten van een contract door de
opdrachtgever nagekeken worden of dit gebeurde met een
geregistreerde aannemer.
Als er toch een contract werd gesloten met een aannemer die
geen registratienummer had was de opdrachtgever ongeacht de
grote van het contract hoofdelijk aansprakelijk voor de sociale
schulden van deze aannemer.
Deze hoofdelijke aansprakelijkheid was beperkt tot 50% van
de betaalde werken waarvoor geen inhoudingen gebeurden.
II.2.Sanctie bij niet inhouding
Wetgeving tot 31.12.2007
In de oude wetgeving was ook het ogenblik van
betaling van de facturen zeer belangrijk. Indien de
aannemer op dat ogenblik een registratienummer had
diende er geen inhouding te gebeuren
Had de aannemer geen registratienummer diende er
15% op de facturen te worden ingehouden voor de
RSZ en 15% voor de bedrijfsvoorheffing.
Deed de opdrachtgever die inhouding niet dan was er
naast die 15% inhouding een sanctie verschuldigd van
15% (samen dus 30%)
Schema in hoofde van de
opdrachtgever-bouwheer
wetgeving tot 31.12.07
overeenkomst
met
toestand bij
betaling
hoofdelijke aansprakelijkheid
inhoudingsplicht ongeacht
het werken
waren die
vielen onder PC
124 of niet
sanctie bij niet
inhouding
1. geregistreerd
aannemer
Geregistreerd
Neen
Neen
-
2. geregistreerd
aannemer
niet-geregistreerd
Neen
ja – 15 %
15 %
3. niet-geregistreerd
aannemer
Geregistreerd
Ja (50%)
Neen
-
4. niet-geregisteerd
aannemer
niet-geregistreerd
Ja (50%)
ja – 15 %
15 %
III. De nieuwe wetgeving vanaf
01.01.08
Principe: De opdrachtgever dient vanaf
01.01.08 bij de betaling van de facturen
te kijken of de aannemer waaraan hij
betaalt op dat ogenblik sociale schulden
heeft (portaalsite RSZ) (cfr arrest Hof van
Justitie)
Zo ja dan moet de opdrachtgever 35 %
inhouden en doorstorten aan de RSZ.
III. De nieuwe wetgeving vanaf
01.01.08
Voor alle activiteiten die vallen onder het
toepassingsgebied van de bouw. Dit zijn alle
werken die beoogd zijn in art. 20 §2 van KB nr.1
van 29.12.1992 (BTW) (zie ook lijst in bijlage bij
de documentatie)
Let op:


Voor 31.12.07 diende er voor een niet geregistreerde
aannemer naast de 15% voor de RSZ ook 15%
ingehouden te worden voor de Bedrijfsvoorheffing.
Vanaf 01.01.08 dient er enkel 35% voor de RSZ
ingehouden. Voor de fiscus zal de voorziene
inhouding van 15% pas dienen te gebeuren vanaf
01.01.09
III. A. .BESTAAN VAN SOCIALE SCHULDEN
Wat betreft de R.S.Z.
 De onderneming heeft de nodige aangiftes, tot en
met deze met betrekking tot het voorlaatste
vervallen kwartaal, niet overgemaakt.
En/of

De onderneming is een som verschuldigd aan de
R.S.Z. hoger dan 2.500,00 € aan bijdragen,
bijdrageopslagen, forfaitaire vergoedingen,
verwijlinteresten of gerechtskosten.
Voor wat betreft het PDOK (Fonds voor
Bestaanszekerheid van de werklieden uit het
Bouwsector)
 De onderneming die ressorteert onder het Paritair
Comité van de Bouw (CP 124)
 Voor diegene waarvoor de gegevens betreffende
de brutowedde van de werknemers tot en met het
voorlaatste vervallen kwartaal niet ter beschikking
zijn van het fonds PDOK ;
En/of
- Die meer dan 70,00 € verschuldigd is aan bijdragen
voor de regeling van de getrouwheidszegels en
weerverletzegels
Nazicht en in rekening nemen van de correcte betaling van de
voorschotten verschuldigd in uitvoering van artikel 34Bis van
het koninklijk besluit van 28 november 1969.
En/of
• Nazicht en in rekening nemen van de onbetaalde sommen in
toepassing van de solidaire aansprakelijkheid. Dit laat toe dat
de solidaire aansprakelijkheid in kettingvorm niet langer kan
toegepast worden en vermijdt het bestaan van 'lege dozen'
bestemd voor de ketting te breken.
SCHULD I.V.M. DE HOOFDELIJKE
AANSPRAKELIJKHEID
Aangegane hoofdelijke aansprakelijkheid
Aangetekende brief van ingebrekestelling
Gevraagde bedrag te betalen binnen de 30 dagen
Indien niet inhouding op factuur
BEDRAG VAN DE INHOUDING / ATTEST RSZ
Principe: Bij vermelding inhoudingsplicht: Ja op de portaalsite
dient 35% bij betaling van de factuur ingehouden te worden en
doorgestort te worden aan de RSZ.
Mogelijkheid om de inhouding te beperken tot het bedrag van
de reële schulden van de aannemer of de onderaannemer ten
opzichte van de RSZ en/of de PDOK indien de te betalen
factuur hoger is dan 7143,00 Euro
Attesten te vragen aan de RSZ


door de aannemer die vermeld wordt op de portaalsite met
inhoudingsplicht
voor te leggen aan de opdrachtgever die de inhouding zal moeten doen
Portaalsite RSZ
http://www.socialsecurity.be
Voorbeelden van attesten die een
aannemer kan tonen om de inhouding te
beperken tot de werkelijk openstaande
sociale schulden in de gevallen dat de te
betalen facturen meer dan 7143,00 Euro
bedragen.
III.B.1 Sanctie bij niet inhouding
Net zoals bij de vorige wetgeving voorziet art.
30 bis §5 dat bij niet naleving van de
verplichte inhouding voorzien in art. 30 bis §4
er zowel voor de opdrachtgever als aannemers
naast het bedrag van de inhouding (35%) een
bijslag verschuldigd is gelijk aan dit bedrag
(dus + 35%)
Let op!!! Vroeger was dit voor de opdrachtgever
maar 15%
III. B.2. Hoofdelijke aansprakelijkheid
vanaf 01.01.08
Enkel voor de opdrachtgever of aannemer indien zij een
contract afsloten met respectievelijk een aannemer of
onderaannemer die op dat ogenblik sociale schulden had
(portaalsite RSZ) (art. 30 bis §3, 1e en 2e lid) en bij betaling
van facturen niet de nodige inhoudingen (35%) deed en
overmaakte aan de RSZ.( Op ogenblik van betaling was er ook
inhoudingsplicht)
De Hoofdelijke aansprakelijkheid (HA)is beperkt tot 100%
van de totale prijs (vroeger 50%)van de werken toevertrouwd
aan de aannemer of onderaannemer (exclusief BTW) (art. 30
bis §3, 4e lid)
De HA wordt ook verminderd met de bedragen die reeds
gedeeltelijk werden ingehouden overeenkomstig art. 30bis §4,
5e lid
III.B.3. Hoofdelijke aansprakelijkheid
vanaf 01.01.08
Bevrijdingsclausule: Indien je als opdrachtgever of aannemer
toch gecontracteerd hebt met een medecontractant die sociale
schulden had op het ogenblik van het sluiten van het contract
en je doet bij betaling van de facturen de nodige inhoudingen
(35%) zoals voorzien in art. 30 bis, § 4, 1e en 2e lid dan zal de
voorziene hoofdelijke aansprakelijkheid van art. 30 bis §3 niet
toegepast worden.(rechtszekerheid)
De hoofdelijke aansprakelijkheid wordt ook beperkt tot 65%
van het bedrag van de werken, indien de fiscus op basis van
art. 402, §4 W.I.B. de HA heeft toegepast in hoofde van
dezelfde opdrachtgever of aannemer.
III.B.4. Vrijstelling sanctie bij niet
inhouding
Vrijstelling van deze bijslag (enkel de bijslag
van 35 % niet van de inhouding van 35% en
ook niet de eventuele hoofdelijke
aansprakelijkheid) is mogelijk voor:


100% indien de aannemer geen schuldenaar meer
is van bijdragen voor sociale zekerheid. (Art. 28,1e
lid KB 27.12.2007)
50% indien de niet betaling een gevolg is van
uitzonderlijke omstandigheden (Art. 28, 2e lid
K.B. 27.12.2007)
PRAKTISCHE TOEPASSING VAN DE NIEUWE
REGLEMENTERING ZOWEL VOOR DE
OPDRACHTGEVER ALS AANNEMER
Overeenkomst
afgesloten met de
aannemer of
onderaannemer
Toestand op
ogenblik
afsluiten
contract
(website)
Toestand op
ogenblik
betaling van de
factuur
(website)
Inhouding
(juiste
Aannemer /
onderaannemer
Geen sociale
schuld
Geen sociale
schuld
Neen
Aannemer /
onderaannemer
Geen sociale
schuld
Sociale
schulden
Ja 35%
(beperkt)
Aannemer /
onderaannemer
Sociale
schulden
Geen sociale
schulden
Neen
Aannemer /
onderaannemer
Sociale
schulden
Sociale
schulden
Ja 35%
(beperkt)
inhouding
is
bevrijdend)
Sanctie
(enkel bij
niet
inhouding)
bijslag 35%
Hoofdelijke
aansprakelijk
heid 100% en
bijslag 35%
IV.1.Concrete voorbeelden
Besluit
Bij betaling van facturen aan een aannemer
steeds de portaalsite van de RSZ controleren.
 Zo er inhoudingsplicht is 35% van de te
betalen factuur inhouden en doorstorten aan
de RSZ.
 Let op het registratienummer blijft belangrijk
voor de openbare aanbestedingen.
 Attest openbare aanbestedingen zonder RSZschuld zegt niet noodzakelijk dat er geen
inhoudingsplicht is.
V.1.Werkmelding art. 30 bis §7 en §8
Wie moet melden?
Tot 31 mei 2009 moet de aannemer op wie de opdrachtgever
beroep heeft gedaan voor werken die vallen onder het PC 124
aan de RSZ alle meldingen doen zoals voorheen. (bijlage
1)(via portaalsite of formulier ADII 30bis/1)
Vanaf 1 juni 2009 dient dit te gebeuren voor alle werken die
beoogd zijn in art. 20 §2 van KB nr.1 van 29.12.1992 (BTW)
( bijlage 1 en 2) (enkel elektronisch)
Uitzondering : niet van toepassing op de aannemers die geen
beroep doen op een onderaannemer, voor werken, waarvoor
het totale bedrag, (excl. BTW) lager is dan 25.000 Euro.
V.2.Werkmelding art. 30 bis §7 en §8.
Let op wat is er veranderd?
Met aannemer wordt gelijkgesteld, eenieder die de
beoogde werken zelf uitvoert of laat uitvoeren voor
eigen rekening om daarna het onroerend goed
geheel of gedeeltelijk te vervreemden.
= de bouwpromotor.
V.3.Werkmelding art. 30 bis §7 en §8
Wanneer melden?
Voorafgaandelijk
het werk moet gemeld voor het aanvatten van de werken
de onderaannemers moeten gemeld worden voor ze beginnen
te werken.
Wat melden?
De aard
De belangrijkheid
Alle onderaannemers in welke stadium dan ook (dus ook
nieuwe die in een latere fase tussenkomen)
Brieven aan de opdrachtgever
Voorbeelden van brieven die de
opdrachtgever (steden en gemeenten)
ontvangen indien de aannemer het werk
gemeld heeft.
V.5.Sanctie niet Werkmelding art. 30 bis §8
Bij niet naleving van de verplichtingen voorzien in
art. 30 bis §7 1e lid dient de aannemer een sanctie te
betalen van 5% van het totaal bedrag van de werken
(exclusief BTW) dat niet gemeld werd aan de RSZ.
Dit bedrag kan verminderd worden met de sommen
die de onderaannemer betaald heeft omdat hij de
aannemer niet tijdig en schriftelijk de juiste
inlichtingen heeft verstrekt overeenkomstig art. 30 bis
§7 2e lid.
VI.Vragen suggesties en bemerkingen
Nuttige contacten
Attest openbare aanbestedingen.
Tel.02/509.32.79 of tel. 02/509.32.80
Inhoudingsplicht. Tel.02/509.31.87 of tel.
02/509.31.85
Hoofdelijke aansprakelijkheid. Tel.
02/509.91.25 of tel. 02/509.91.29
Werkmeldingen. Tel. 02/509.31.84 of tel.
02/509.32.41
Download