Dan ben je oud en krijg je geen water

advertisement
illustratie sebe emmelot
Laten versterven in Nederland moet anders. Maar Engeland is geen voorbeeld.
Dan ben je oud en krijg je geen water
Nederland heeft de mond vol over euthanasie, maar is heel wat minder
zorgvuldig als het gaat om versterven. Vaak weten patiënt en familie van niets.
‘Silently killing’, zegt Guus van Schöll.
Door Guus van Schöll
ZATERDAG 26 APRIL 2014
Uit betrouwbare bron ken ik de zaak van een oude man in een verzorgingshuis die, zonder
zijn instemming en tegen de wil van een deel van de naaste familie, water werd onthouden.
Gelukkig gaf een familielid hem na anderhalve dag een glas water.
Sowieso was de hele procedure gehuld in mist. Zo had de verpleging een week eerder, in
overleg met de contactpersoon van de familie, besloten dat de man terminaal was, en hem
daarom op ‘comfortabelbeleid’ te zetten. De overige familieleden werden niet op de hoogte
gebracht. Die hoorden het pas veel later. En, ook opvallend, de verpleging mocht de man dan
wel terminaal vinden, hij had geen kanker of andere fatale ziekte. Wel concludeerde de
verpleging dat hij „heel erg zwak” was. Dat was weer niet zo vreemd, want de man had net
een virusinfectie gehad. Maar er was niets gedaan om zijn conditie te verbeteren,
bijvoorbeeld door hem via een infuus vocht en voedsel toe te dienen of hem medicinale
voeding te geven.
Het is uiteraard niet vast te stellen of een dergelijke ingreep tot herstel had geleid. Wel rest de
vraag: mag je iemand afschrijven als er met eenvoudige middelen nog kans op herstel is?
Nederland zet dan wel een hoge pet op als het gaat om euthanasie, maar is heel wat minder
scrupuleus als het gaat om het laten versterven door het onthouden van zorg. Zo wordt in
zieken- en bejaardenhuizen grote druk uitgeoefend op personen boven de zeventig om af te
zien van reanimatie.
Dat nu, vindt men in het buitenland vreemd. In Frankrijk bijvoorbeeld, waar artsen strenge
wetten voor euthanasie hanteren, maar waar ze bij patiënten in de stervensfase royaal
morfine mogen toedienen. En in Engeland. Een Nederlandse verpleegster aldaar, die had
nagelaten te reanimeren en haar handelen afdeed met de opmerking „dood is dood bij ons”,
veroorzaakte veel ophef.
Nog verder gaat het als artsen en verplegers patiënten van voeding via het infuus afhalen, of
überhaupt geen water en voedsel meer geven. Met andere woorden; als men de patiënt laat
versterven. Op papier zijn er protocollen, die allerlei waarborgen bieden. Maar papier is
geduldig.
Illustratief is de situatie in Engeland. Daar is allang een protocol voor palliatieve zorg, de
Liverpool Care Pathway for the Dying Patient (LCP). Hierin is ook de mogelijkheid
opgenomen om de patiënt te laten versterven, omgeven met allerlei garanties, zoals overleg
met en instemming van patiënt en familieleden en de aanwezigheid van een gespecialiseerde
arts. Dat protocol is ingevoerd in de jaren negentig.
Al jaren echter, zijn er onthutsende krantenartikelen over misbruik. De krant Daily
Mail bijvoorbeeld, drukte de waarnemingen van een aantal topartsen-hoogleraren af: dat de
Liverpool Care Pathway werd gebruikt als een Death Pathway, als het „equivalent of
euthanasia of the elderly”. Zo werden patiënten nogal lichtvaardig op de LCP geplaatst.
Daarbij gingen artsen of verplegers af op hun persoonlijke inschatting van de kwaliteit van
leven of de kans op goed herstel.
Ook andere motieven speelden een rol. Zo werden patiënten op de LCP geplaatst omdat zij
lastig waren, veel zorg vereisten of eenvoudig om elders bedden vrij te maken.
Jaarlijks werden zo 130.000 patiënten op de LCP geplaatst. In de helft van de gevallen
gebeurde dat zonder instemming van de patiënt of familie – soms werden zij niet eens op de
hoogte gebracht. Eenmaal op de LCP was het een kwestie van self-fulfilling prophecy.
Gemiddeld stierven patiënten 33 uur na hun komst op de LCP. Waarschijnlijk veel ouderen
die nog aanzienlijk langer konden leven, werden gedood door de LCP.
Vorig jaar bracht barones Neuberger een officieel rapport over de LCP uit. Daarin werd
bovenstaand beeld bevestigd. In de Britste krant The Guardian wees Neuberger op „het
gebrek aan zorg en compassie, de afwezigheid van goed getraind personeel en het ontbreken
van toegang tot goede palliatieve zorg buiten kantooruren”. Ze adviseerde dan ook om de LCP
grondig te hervormen.
Wie denkt dat dergelijke toestanden alleen in Engeland mogelijk zijn, maakt zich te veel
illusies. Ook in Nederland worden patiënten in pleeg- en verzorgingshuizen nogal makkelijk
terminaal verklaard. Dan wordt er bijvoorbeeld niets meer gedaan om de conditie op peil te
houden, of laat men de patiënt versterven. Dat kan zonder overleg met of instemming van de
patiënt. En de naaste familie wordt overdonderd door een arts die zegt dat hij de patiënt laat
versterven. En ja, „de dokter zal het toch wel weten”.
Soms dringt een familielid aan om het overlijden wat te bespoedigen. Een bijzondere
omstandigheid is dat veel, en misschien wel alle, verzorgings- en verpleeghuizen maar met
één lid van de familie, de contactpersoon, te maken willen hebben. De rest van de familie kan
volkomen onwetend worden gelaten.
De man in het verzorgingstehuis die geen water meer kreeg, is niet de enige. Vergelijkbaar is
het verhaal van een man die in korte tijd erg verzwakte. De verpleegarts kon daar niets aan
doen. „Het kaarsje gaat langzaam uit”, was de diagnose. Maar dankzij een diëtiste die hem,
ondanks tegenwerking van de arts, flesjes medicinale voeding gaf was hij binnen de kortste
keren weer op de been. En nu, drie jaar later, brandt het kaarsje nog steeds.
Bij de LCP kregen Engelse ziekenhuizen een substantiële bonus als zij mensen op de LCP
plaatsten. In Nederland bestaat zoiets niet. Maar er zijn natuurlijk wel andere materiële
prikkels om de verzorging van zieke bejaarden stop te zetten. Immers, een bedlegerige
patiënt in een verzorgingstehuis doet een veel groter beroep op de verpleging. Verwaarlozing
hoeft ook geen bewuste keus te zijn. Door onderbezetting is er vaak geen duidelijke grens
tussen overmacht en onwil om verder te verzorgen. In diverse Engelse ziekenhuizen zijn er
wantoestanden. Door onderbezetting worden patiënten verwaarloosd. Volgens een onderzoek
bij elf slecht functionerende ziekenhuizen zijn er tussen 2001 en 2010 50.000 patiënten meer
gestorven dan normaal zou zijn.
In Nederland kunnen we, door de draconische maatregelen in de bejaardenzorg,
vergelijkbare toestanden verwachten. Verzorgingshuizen worden massaal gesloten, de
thuiszorg wordt gedecimeerd, verzorgenden worden massaal ontslagen.
Mantelzorg moet die weggevallen zorg opvangen. Ongeschoolde familieleden, vaak met een
drukke baan of flink op leeftijd, moeten het werk van geschoolde verzorgers (met hun
collega’s en hulpmiddelen) overnemen.
Dat gelooft toch niemand! Participatiemaatschappij is gewoon een groot Vals Woord. Dat
wordt een ramp! Ouderen zullen voortijdig overlijden door het onthouden van zorg – bewust,
uit onverschilligheid of uit overmacht. Hordes familieleden die tot mantelzorg worden
verplicht, raken gestresst. En deze ramp voltrekt zich in betrekkelijke stilte.
Dat is geen toeval. De voornaamste spelers bij de zorgverlening komen regelmatig bij elkaar
in een aangenaam oord in Zuid-Frankrijk of Turkije. Daar zitten de top van het ministerie, de
staatssecretaris, Wouter Bos namens KPMG, André Rouvoet namens ZN, zorgverzekeraars,
directies van ziekenhuizen en de toezichthouder ver verheven boven de harde realiteit en
afgeschermd van verslaggevers.
Hun gesprekken zijn niet openbaar. Maar het ligt voor de hand dat er ook gediscussieerd
wordt over de vraag hoe te bezuinigen op de ouderenzorg. Ik heb een donkerbruin
vermoeden dat zij daar, met de benen op tafel, filosoferen over de vraag hoeveel ze nog willen
besteden aan ouderen met een vlekje. Twijfelaars zijn in zo’n sfeer meer geneigd zich te
conformeren.
Het stemt ook niet tot groter vertrouwen dat deze seances werden georganiseerd en mede
gefinancierd door maatschappijen als Achmea en Pfizer. Pfizer betaalt weliswaar een klein
deel, maar dat toont des te meer het gebrek aan zelfrespect bij de deelnemende instanties. Als
u denkt aan de bekentenis van een Amerikaanse tycoon: „Het verbaasde me niet dat
senatoren om te kopen waren, het verbaasde me dat ze zo goedkoop waren”, dan hoort u de
schaterlach van Pfizer.
De staatssecretaris kan gerust allerlei garanties geven dat de ouderen niet in de steek zullen
worden gelaten. Het maakt niet uit. Hij heeft nu al weinig zeggenschap over
verzorgingshuizen. Het zijn Achmea en andere zorgverzekeraars die de verzorgingshuizen
bekostigen met geld van de rijksoverheid.
De regering wil de ouderenzorg overhevelen naar gemeenten en vooral, en misschien wel
helemaal, naar de zorgverzekeraars. De ouderen worden afhankelijk van Achmea en nog een
paar grote maatschappijen.
Vooruitlopend op de wetgeving worden al huizen gesloten en verzorgenden ontslagen.
Achmea heeft aangekondigd binnen drie jaar de bekostiging van verzorgingshuizen te
stoppen. Bewoners van een verzorgings- en verpleeghuis in Rotterdam kregen een brief met
de mededeling dat hun zorgwoning binnenkort een huurwoning wordt. Een deel van de
verpleging is al verdwenen. De verpleegafdeling is al omgebouwd. Maar aan de paniek onder
duizenden bejaarden besteden de media geen aandacht. Wat zich voltrekt in de ouderenzorg,
blijft voor het grote publiek verborgen. Maar weet: voor de ouderen geen softly killing, maar
silently killing.
Guus van Schöll is gepensioneerd leraar geschiedenis.
Download