Stage 2e jaar onderdeel praktijkleren

advertisement
1.
(VOORBEREIDING OP) DE STAGE (ERVARINGS-REFLECTIE LEERLIJN)
Op BB vinden jullie het “format” Prakijkleerplan. Deze blauwdruk gebruiken jullie als voorbereiding.
Zoals je ziet is aan alles gedacht, van jezelf voorstellen aan je praktijkbegeleiders tot aan het
uitwerken van jouw persoonlijke leerdoelen, en de competentiegerichte leerdoelen. Ook is er ruimte
voor een korte en bondige uitwerking van de voorbereidingsopdrachten (zie hieronder, achter de
praktijkopdrachten) en voor een opzetje voor je 2 praktijkopdrachten. Het is de bedoeling dat je dit
plan van aanpak in de eerste weken van je stage aanlevert aan je stagebegeleider(s) en aan school.
Hieronder de hoofdonderdelen voor de stage: de competenties en de opdrachten:
In deze stage wordt aan de volgende competenties gewerkt, waarbij tevens aangegeven het vereiste
beheersingsniveau:
Nr.
1.1
1.2
1.3
2.1
2.2
4.1
4.2
5.1
1
Competentie
Zorgverlener
Om de last van ziekte, handicap of sterven te verlichten, verleent de hboverpleegkundige op een professioneel verantwoorde wijze verpleegkundige
zorg op maat.
Alle competenties op niveau 2 behalen. In overleg met de
opleidingsfunctionaris bepalen welke deelcompetenties op niveau 3
uitgewerkt kunnen worden.
Zorgverlener
Om de risico’s voor de gezondheid en complicaties van onderzoek en
behandeling te verminderen, past de hbo-verpleegkundige primaire,
secundaire en tertiaire preventie toe.
Niveau
Zorgverlener
Om een gezonde leefstijl bij patiënten en hun familieleden te bevorderen
geeft de hbo-verpleegkundige op basis van een programmatische aanpak
informatie, voorlichting en advies aan individuen en groepen.
Regisseur
Om de zorg te laten verlopen als een continu en integraal proces dat
gericht is op het welzijn van de zorgvrager coördineert de hboverpleegkundige de zorg.
2
Regisseur
Om te zorgen dat de doelen van een preventieprogramma worden
gerealiseerd, coördineert de hbo- verpleegkundige de afgesproken
activiteiten
Coach
Om de doelen van het verpleegbeleid en de zorgprogramma’s te realiseren
kan de verpleegkundige andere verpleegkundigen en verzorgenden helpen
en steunen bij het uitvoeren van vastgestelde taken en functies.
Coach
Om stagiaires en collega- verpleegkundigen en –verzorgenden te steunen
in hun professionele identiteit, staat de verpleegkundige de collega met
raad en daad terzijde.
Beroepsbeoefenaar
Om het beroep van verpleegkundige te ontwikkelen tot een professie die
aansluit bij maatschappelijke ontwikkelingen van de 21-ste eeuw, vervult
de hbo- verpleegkundige een actieve rol in de vernieuwing van het beroep
en het bevorderen van het beroepsbewustzijn.
2
2/31
2/3
2
2
2
3
Met 2/3 wordt bedoeld dat minimaal 50% van de deelcompetenties behaald dienen te zijn op niveau 3, de
overige deelcompetenties mogen nog op niveau 2 in.
1
5.2
Beroepsbeoefenaar
Om de kwaliteit van het verpleegkundig beroep op het vereiste peil te
houden zodat het kan voldoen aan de maatschappelijke criteria, werkt de
hbo-verpleegkundige actief mee aan de bevordering van de deskundigheid
van de beroepsgroep.
3
Inderdaad ontbreekt de rol van ontwerper, die komt later aan de orde. Zoals je in het format ziet,
specificeer je bovenstaande kerncompetenties in minimaal 2 concrete leerdoelen, zo blijft je stage,
naast het werken aan de prakijkopdrachten, “behapbaar”.
Naast het werken aan het behalen van bovenstaande competenties, maak je tijdens de stage 2
praktijkopdrachten:
OPDRACHT 1: HET VERPLEEGPLAN (GEDURENDE DE EERSTE 5 WEKEN VAN DE STAGE)
Door middel van de onderstaande opdracht ga jij tijdens de stage werken aan de volgende rollen en
competenties;
Rol van zorgverlener:
 Competentie 1.1: Om de last van ziekte, handicap of sterven te verlichten, verleent de hboverpleegkundige op een professioneel verantwoorde wijze verpleegkundige zorg op menselijke
maat.
 Competentie 1.2: om risico’s voor de gezondheid en complicaties van onderzoek of behandeling
te verminderen, past de hbo-verpleegkundige primaire, secundaire en tertiaire preventie toe.
 Competentie 1.3: Om een gezonde leefstijl bij patiënten en hun familieleden te bevorderen geeft
de hbo-verpleegkundige op basis van een programmatische aanpak informatie, voorlichting en
advies aan individuen en groepen.
Beschrijving
Voor één van de zorgvragers, die jij tijdens je stage gaat verplegen, maak je een verpleegplan. Het
verpleegplan bestaat uit twee verpleegkundige diagnoses waarbij één diagnose een relatie heeft met
competentie 1.1 (zorg voor zieken, stervenden en gehandicapten) en de andere met competentie 1.2
(individuele preventie).
Het verpleegplan wordt opgezet aan de hand van de methodiek zoals die behandeld is tijdens de
werkcolleges methodiek in het eerste jaar. Bij het opstellen van het verpleegplan maak je gebruik van
verschillende bronnen die je ook tijdens de werkcolleges methodiek hebt gebruikt. Zorg er wel voor
dat de diagnoses en interventies gericht zijn op jouw patiënt. Zo vertaal je de algemene interventies
uit ‘de boeken’ naar jouw specifieke patiënt.
Tijdens het stagelopen zul je merken dat er in de praktijk ook gewerkt wordt met andere
verpleegplannen dan jij op school geleerd hebt. Onderdeel van de opdracht is het vergelijken van de
plannen uit de praktijk en de verpleegplannen zoals die volgens de methodiek van school worden
opgesteld. Doel hiervan is het herkennen van voor- en nadelen van beide systemen en het vormen
van een eigen mening hierover.
Nadat je het plan hebt geformuleerd, werk je minimaal twee weken aan het behalen van de
zorgresultaten.
De uitwerking van de opdracht lever je in bij je SLB. Het verslag is getekend naar ‘waarheid’ door je
werk-of praktijkbegeleider (zie BB).
Het verslag bestaat uit de onderstaande onderdelen en voldoet aan de criteria zoals deze zijn
opgenomen in het beoordelingsformulier Verpleegplan ( zie BB).
1
2
3
4
2
beschrijving van de patiënten-casus incl. ziektebeeld;
twee, volgens de PES, geformuleerde diagnoses. Bij elke diagnose is er minimaal 1 zorgresultaat
vermeld en zijn interventies beschreven. Ook worden evaluatiecriteria en momenten beschreven;
een verantwoording van de gemaakte keuzes: waarom is er voor die diagnose gekozen en op
basis waarvan is er tot de geformuleerde resultaten en interventies gekomen?
beschrijving van de evidence based onderbouwing van twee interventies van het verpleegplan;
5
6
7
8
9
twee Engelstalige samenvattingen van de twee meest relevante artikelen die je hebt gebruikt in je
onderbouwing.
verslag hoe je de (evidence based) interventies hebt voorbereid, hoe je hierover hebt overlegd
met de patiënt en hoe je de interventies hebt uitgevoerd;
een verslag hoe er tijdens de stage aan het behalen van de resultaten is gewerkt en wat het
(voorlopige) resultaat is;
een vergelijking tussen het eigen verpleegplan en dat van de instelling met daarin van elk
verpleegplan twee voordelen en twee nadelen.
een door de begeleider ondertekend formulier “op waarheid gecontroleerd” zie BB
De opdrachten wordt beoordeeld door de SLB’ er. Wanneer de opdrachten zijn beoordeeld met een
onvoldoende kan de student de opdracht herkansen conform het OER.
Te gebruiken literatuur:
- Albersnagel, E.(2003) Diagnosen, resultaten en interventies, Wolters Noordhoff, Groningen,
ISBN 9001035337.
- Gordon. M., Handleiding verpleegkundige diagnostiek, Utrecht, Reed Business Inf., ISBN 90 352
17446
- Johnson, M., M. Maas, Verpleegkundige zorgresultaten, Utrecht, Reed Business Inf,ISBN 90 352
1983 x.
- Leistra, e.a. (1999). Beroepsprofiel van de verpleegkundige. Utrecht: NIZW,LCVV,Elsevier/ De
tijdstroom. (plp 1/2/3/4) ISBN 90 352 2230 X / 90 5050 764 6.
- Pool, A, e.a. (2001). Met het oog op de toekomst. Utrecht: NIZW ISBN 90 5050 8820.
- Sassen, B.(2010), Gezondheidsvoorlichting en preventie: Leidraad voor verpleegkundigen,
Utrecht, Reed Business Inf., ISBN 90 352 2715 8
 Wilkinson, M (2008)., Kritisch denken binnen het verpleegkundig proces, Pearson Education
Benelux
Engels:
samenvattingen in het Verpleegplan
Om een gedegen evidence-based verpleegplan te schrijven is leesvaardigheid ( en in het bijzonder
Engelse leesvaardigheid) essentieel. Het is niet alleen belangrijk om de juiste bronnen te vinden om
je interventies mee te onderbouwen, maar ook om deze bronnen effectief te gebruiken en de meest
relevante informatie uit deze bronnen te gebruiken. In de opdracht Verpleegplan in deze periode en
de opdracht Kwaliteit in de volgende periode ga je deze vaardigheid verder ontwikkelen door een
aantal samenvattingente schrijven van de Engelstalige bronnen die je gebruikt in je evidence-based
onderbouwing van je eind product. In deze periode is de beoordeling maar een klein onderdeel van
de beoordeling van je gehele opdracht, maar in de volgende periode moet je samenvatting voldoende
zijn om een voldoende voor de hele opdracht te halen. Uiteraard is er dan onderwijs om je op weg te
helpen en te ondersteunen bij het schrijven.
In de opdracht Verpleegplan maak je twee samenvattingen van twee Engelstalige artikelen. Nadat je
artikelen hebt gezocht, markeer je zelfstandig de informatie die jij het meest relevant vindt. Zorg dat je
je alleen op de grote lijnen van het artikel focust en alle hoofdpunten duidelijk weergeeft in je
markering. Op basis van deze markering schrijf je in je eigen woorden een Engelstalige samenvatting
van 200-300 woorden per artikel. Houd in je hoofd, dat deze samenvatting in de eerste plaats
beoordeeld wordt op leesvaardigheid ( staat alle belangrijke informatie er in en laat je zien dat je
begrijpt wat je gelezen hebt?) en niet op schrijfvaardigheid ( is het Engels perfect?).
In de SLB les ga je deze artikelen en samenvattingen onder begeleiding van je SLB er bespreken met
je klasgenoten. Op basis van het peerfeedback formulier (zie blackboard) beoordeelt je SLB er aan
de hand van je samenvatting of je je artikelen goed hebt begrepen.
3
OPDRACHT 2: OPDRACHT COÖRDINATIE VAN ZORG/ COMPLEXITEIT (GEDURENDE DE
LAATSTE 5 WEKEN VAN DE STAGE)
In deze opdracht werk je aan de competenties van de rol van regisseur.
De rol van regisseur wordt uitgevoerd in de domeinspecificatie zorg voor zieken, gehandicapten en
stervenden, aangevuld met individuele/collectieve preventie of GVO. Hiermee leer je in praktijk
brengen wat je blok 2 over complexiteit en continuïteit hebt geleerd.
Toelichting
In de rol van regisseur staat het (leren) nemen van de verantwoordelijkheid voor de zorg van de
individuele zorgvrager in de context van zijn omgeving centraal. De verleende zorg wordt steeds
beargumenteerd vanuit de verpleegkundige diagnostiek, het beoogde resultaat, de gekozen
interventies en het bepalen van de complexiteit. Afhankelijk van de omstandigheden op een afdeling
of werkeenheid en de mate van complexiteit zal de verpleegkundige de zorg zelf uitvoeren of geheel
of gedeeltelijk toewijzen aan een ander deskundigheidsniveau. Bij het toewijzen van zorg maakt de
verpleegkundige een juiste inschatting aan wie wordt gedelegeerd. De verpleegkundige houdt hierbij
de regie.
De zorg voor een zorgvrager wordt veelal niet alleen door één verpleegkundige uitgevoerd, maar
gebeurt in mono- en multidisciplinair verband. Aandacht voor afstemming en continuering van zorg is
daarom noodzakelijk. Daarbij is het perspectief van de zorgvrager steeds het uitgangspunt.
Coördineren van het integrale zorgproces en een juiste regie voeren, vraagt van de student o.a.:
- Kennis van andere relevante vakgebieden
- Vaardigheid om te communiceren over (toegevoegde) waarde van beroep-specifieke interventies
- Vaardigheden om sturing en ondersteuning te geven aan collega’s
- Kunnen evalueren van de zorgverlening met zorgvragers en collega’s
- Verantwoorden van beslissingen vanuit een eigen professionaliteit
Deze opdracht leert je in toenemende mate eigen verantwoordelijkheid te nemen voor het handelen
op basis van verworven kennis en vaardigheden.
Elke verpleegsituatie heeft zijn eigen kenmerken. In een extramurale setting voert de verpleegkundige
de regie voor meerdere individuele zorgvragers los van elkaar. In de intramurale setting kan het zijn,
dat de verpleegkundige de regie voert voor één of meerdere zorgvragers en dat deze tijdens de
dienst ook de dagelijkse zorg van meerdere zorgvragers coördineert. Hierbij is het van belang een
goede werkplanning te maken, prioriteiten te stellen en het overzicht over de werkzaamheden te
houden.
Beide aspecten:
- Regie voeren voor de totale zorg van een individuele zorgvrager
- Coördineren van de dagelijkse zorg van meerdere zorgvragers tegelijk
maken deel uit van de rol van regisseur en komen in deze opdracht aan de orde.
Beschrijving opdracht rol regisseur
Voer de rol van regisseur uit in een gekozen zorgsituatie.
De volgende stappen kunnen onderscheiden worden:
1. Maak een keuze voor een specifieke zorgsituatie in de domeinspecificatie zorg voor zieken,
gehandicapten en stervenden. Dit mag de zorgsituatie zijn die je in je verpleegplan hebt
uitgewerkt, maar het mag ook een andere zorgsituatie zijn.
2. Overleg met je begeleider in de praktijk of de gekozen zorgsituatie geschikt is voor jouw
opdracht
3. Stel de complexiteit vast m.b.v. de theorie over Complexiteit uit periode 1 c.q. een
complexiteitsschaal.
4. Beargumenteer welke onderdelen van de zorg volgens jou door niveau 2, resp. niveau 3, resp.
niveau 4 resp. niveau 5 uitgevoerd zou moeten worden. Gebruik hiervoor de theorie over
patiëntentoewijzing uit periode 1.
Houdt hierbij rekening met de volgende deelcompetentie:
o Zorg toewijzen aan het gewenste deskundigheidsniveau.
5. Breng in kaart met welke andere disciplines deze zorgvrager te maken heeft. (Multidisciplinaire
afstemming)
6. Formuleer duidelijk de doelen die deze disciplines nastreven
7. Breng in kaart op welke wijze je als verpleegkundige dit proces coördineert.
8. Leg hierbij een relatie met klinisch pad en/of zorgprogrammering. (3, 4, 5, 6: complexiteit vanuit
vraagzijde)
4
9. Breng in kaart welke activiteiten vallen onder de zorginhoudelijke regievoering.
Beschrijf de uitvoering van (een gedeelte van) de rol van regisseur. Overleg dit met je
praktijkbegeleider. Je reflecteert op je keuzes en verantwoordt deze vanuit de literatuur. Tevens
reflecteer je op de uitvoering van de activiteiten en beschrijf je tot welke leervragen dit leidt.
Te gebruiken literatuur:
- Leistra, e.a. (1999). Beroepsprofiel van de verpleegkundige. Utrecht: NIZW,LCVV,Elsevier/ De
tijdstroom. (plp 1/2/3/4) ISBN 90 352 2230 X / 90 5050 764 6.
- Pool, A, e.a. (2001). Met het oog op de toekomst. Utrecht: NIZW ISBN 90 5050 8820.
 Schoemaker E (2003). “ Regie van het primaire proces”. Groningen,Noordhoff.
 Blokboek Ketenzorg, Zorgprogrammering en Collectieve Preventie met documenten op BB
 Wilkinson, M (2008)., Kritisch denken binnen het verpleegkundig proces, Pearson Education
Benelux
Voorbereidingsopdrachten
Hieronder staan de voorbereidingsopdrachten, versterkt vanuit de Haagse Hogeschool. Het is
mogelijk, dat ook jouw stageinstelling en voorbereidings- of inwerkopdracht heeft, die mogelijk
overlapt met de onderstaande voorbereidingsopdracht. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat je
dubbel werk hoeft te doen. Overleg dan even met je praktijkopleider welke opdrachten je maakt.
Onderdeel A en B worden voorafgaand aan de stage gemaakt. Onderdeel C, D en E worden
opgestart voorafgaand aan de stage en afgerond in de eerste twee weken van de stage.
A: Informatie uitzoeken over de instelling
Voordat je start met je praktijkleerperiode is het belangrijk om een beeld te hebben van de setting
waarin deze plaatsvindt. Zoek antwoord op de volgende vragen:
- Is het een particuliere of een overheidsinstelling?
- Valt de instelling onder een stichting/koepelorganisatie?
- Welke functie heeft de instelling in deze regio?
- Welke doelgroep kun je verwachten?
- Wat is het doel van de instelling (behandelen, revalideren, wonen, preventie)?
- Wat is de visie van de instelling?
- Hoeveel zorgvragers worden bediend? Hoeveel, bedden, behandelplaatsen, wooneenheden?
- Hoeveel locaties telt de instelling?
- Hoe is de samenstelling van het verplegend personeel (helpenden,verzorgenden,
verpleegkundigen, gespecialiseerde verpleegkundigen, nurse practitioner) ?
De informatie kun je op de volgende manieren verkrijgen:
- opzoeken op internetsites (website SBBL (www.sbbl.nl)
- opzoeken in folders van je instelling en afdeling
- navragen in een kennismakingsgesprek met je begeleider in de instelling
Verzamel de informatie en maak hiervan een overzichtelijk verslag dat je opneemt in je
praktijkleerplan. Benoem wat jij belangrijk vindt bij het verplegen van de doelgroep van je werkplek
(max. 3 pagina’s).
B. Relevante ontwikkelingen in de gezondheidszorg
Politieke besluiten of tendensen binnen de gezondheidszorg kunnen invloed hebben op de
vormgeving van de zorg binnen de instelling. Ga op zoek naar vraagstukken, die op dit moment van
invloed zijn op de setting waar jij werkt. Denk hierbij bv. aan ziekenhuizen die zich steeds meer
specialiseren, de DBC’s, ontwikkelingen in de AWBZ, de BOPZ in de GGZ etc.etc. Gebruik hiervoor
tijdschriften, kranten of internet. Beschrijf de relevante ontwikkelingen, die van toepassing zijn, in een
kort, overzichtelijk verslag (max. 2 pagina’s), voeg minimaal één artikel toe en neem het geheel op in
je praktijkleerplan.
C. Organisatie van de begeleiding op de praktijkleerplaats
Breng in kaart hoe de begeleiding op de praktijkleerplaats is georganiseerd.
Punten die van belang zijn:
5
-
Hoe wordt de begeleiding vormgegeven?
Wie geeft de begeleiding (werkbegeleider, praktijkbegeleider, alle medewerkers van de afdeling)?
Hoe zijn de taken tussen de verschillende begeleiders verdeeld en wie is waarvoor
verantwoordelijk?
- Welke rol verwacht de begeleiding van jou in je rol van HBOV- student?
- Wie wordt op de hoogte gesteld van ziekte of het niet kunnen nakomen van afspraken m.b.t. het
leerproces?
- Wie kan als rolmodel dienen voor jou als HBOV- student?
- Hoe kun jij je leerproces zichtbaar maken (schriftelijk, mondeling, dag evaluatie, aangeven van
leerdoelen per dag)?
Neem de afspraken die je met je begeleiders hebt gemaakt, op in je praktijkleerplan (max. 1 pagina).
D. Algemene oriëntatie op de afdeling
Als je optimaal wilt functioneren op een afdeling, dan is kennis van en inzicht in de organisatie van
groot belang. Gebruik de eerste twee weken van de praktijkleerperiode om informatie te zoeken over
de afdeling door het stellen van vragen, door informatie op de afdeling te lezen, medewerkers te
observeren en mee te lopen met je begeleider.
De volgende punten zijn van belang om te weten:
- Hoe is de afdeling georganiseerd, hoe is de besluitvormingsprocedure, welke
verantwoordelijkheden hebben de verschillende functionarissen?
- Welke disciplines zijn erop de afdeling en wat zijn hun taken?
- Welke diensten hebben verpleegkundigen en welke draai jij als student?
- Vanuit welke visie wordt verpleegd en hoe wordt dit zichtbaar in het zorgorganisatiemodel?
- Hoe is de afdeling ingedeeld en welke procedures zijn van belang (ruimten,
telefoon/oproepsysteem, alarmsysteem, overlegmomenten, opnameprocedures,
ontslagprocedures, logistiek)?
- Hoe vindt de personeelsplanning plaats en door wie (units, diensten, roosters, pauzes,
coördinatie)?
- Hoe ziet de dagindeling eruit (welke werkzaamheden, wanneer, door wie en met welk doel)?
- Hoe is het verpleegdossier opgebouwd (welke ordening/structuur wordt gehanteerd bij het
verpleegplan, verslaglegging)?
- Welke werkprocedures, protocollen en richtlijnen zijn aanwezig en hoe wordt de
actualiteit/kwaliteit hiervan bewaakt?
- Met welke disciplines, afdelingen wordt samengewerkt (bv. polikliniek, geriater, huisarts,
fysiotherapie, activiteitenbegeleidster, diëtist, psycholoog, arbeidstherapeut) ?
Inventariseer punten die je aanspreken, zijn opgevallen en die je moeilijk vindt en twee punten die
volgens jou beter of anders kunnen. Bespreek deze punten aan het eind van de eerste twee weken
met je begeleider. Bespreek hierbij ook je eigen leerhouding in de eerste twee weken wat betreft
initiatief nemen, vragen stellen en observeren. Maak een verslag van de resultaten van dit gesprek,
laat dit ondertekenen door je begeleider en neem het op in je praktijkleerplan als kritisch bewijs
(max.1 pagina)
E: Oriëntatie op de zorgcategorie
Tegelijkertijd met het kennismaken met de afdeling begin je je een beeld te vormen over de
zorgcategorie. Om de zorgvrager goed te kunnen verplegen en begeleiden heb je kennis nodig over
ziektebeelden en behandeling, zowel vanuit het medische als verpleegkundige domein. Verdiep je
hierin en sla je studieboeken uit het eerste jaar er op na.
De volgende informatie is minimaal nodig:
- Kennis van de meest voorkomende ziektebeelden/gezondheidsverstoringen (minimaal 5), die van
belang is voor het observeren en uitvoeren van de zorg aan de toegewezen zorgvragers
Maak hiervoor gebruik van de bijlage MBZ (Blackboard)
- Dossiers toegewezen zorgvragers lezen: onbekende begrippen opzoeken en onduidelijkheden
navragen
- Welke zorg geboden wordt (meest voorkomende verpleegkundige diagnoses en interventies,
verpleegtechnische vaardigheden, communicatieve vaardigheden)
- Kennis van medicatie toegewezen zorgvrager(werking, bijwerking, observatie)
6
-
Hoe vindt informatie-uitwisseling over de zorgvrager plaats ( overdrachtsmomenten, visites,
overleggen)?
Activiteiten van andere bij de zorg van de toegewezen zorgvrager betrokken disciplines
(onderzoek, therapie, gesprekken, ingrepen, dieetvoorschriften, behandelvoorschriften)
Maak een verslag van de verzamelde resultaten en voeg dit toe aan je praktijkleerplan (max. 5
pagina’s). De beoordelingscriteria van de opdracht zijn te vinden op BB.
Met bovenstaande informatie moet het je lukken om je praktijkplan op tijd aan te leveren en geef je
blijk van een serieuze, professionele voorbereiding.
Begeleiding tijdens de stage
Introductie
Je krijgt tijdens de praktijkperiode begeleiding vanuit de opleiding en de zorginstelling. Hierdoor wordt
de integratie theorie en praktijk bevorderd en het reflecteren op het verpleegkundig handelen en het
leerproces gestimuleerd. Hieronder wordt de begeleiding toegelicht en komen de onderdelen
evaluatie en de bewaking van continuïteit van het leerproces aan de orde.
Begeleiding vanuit de opleiding tijdens SLB bijeenkomsten
Binnenschools word je tijdens de SLB- bijeenkomsten begeleid door je docent/ SLB ‘er. Tijdens deze
bijeenkomsten zal de SLB’er samen met jou en je groepsgenoten aandacht besteden aan het
stagelopen en de ervaringen die je daarbij opdoet. Centraal staat de manier waarop je ervaringen
kunt gebruiken bij je groei als professional.
Begeleiding in de instelling
Binnen de instelling krijg je begeleiding van een werkbegeleider en een praktijkopleider (die laatste
begeleidt op afstand en is verantwoordelijk voor de leervoorwaarden op een afdeling). De
werkbegeleider is je eerste aanspreekpunt bij vragen en onduidelijkheden. De begeleider zorgt er op
die manier voor dat je kunt werken aan het behalen van je (persoonlijke) doelen en de opdrachten.
Contact stage-instelling en De Haagse Hogeschool
Wanneer de praktijkopleider tijdens de praktijkleerperiode problemen of vragen heeft, neemt deze, na
overleg met jou, contact op met je SLB’ er. Vermeld, zoals het format voorschrijft, daarom altijd de
namen en telefoonnummers van je SLB’ er en praktijkopleider op je praktijkleerplan.
De SLB’ er neemt in de periode rondom tussen - en eindevaluatie contact op met de begeleider in de
praktijk om zich op de hoogte te stellen van de voortgang.
Beoordeling praktijkleerperiode 3
Jouw functioneren in de praktijk wordt aan de hand van de competentiekaart (zie BB) beoordeeld
door je praktijkopleider. Het vereiste eindniveau is 2 of 3. Wanneer van toepassing kan er een start
worden gemaakt met niveau 3.
Halverwege de praktijkleerperiode (na 5 weken) vindt een tussenbeoordeling plaats.
Criteria voor de tussenbeoordeling
Om voor een voldoende tussenbeoordeling in aanmerking te komen dient de student:
- het definitieve praktijkleerplan uiterlijk in week 3 afgerond en ingeleverd te hebben bij de
begeleider en SLB’ er;
- te kunnen verwoorden welke resultaten bereikt zijn m.b.t. het behalen van persoonlijke leerdoelen
en het vereiste competentieniveau en toegelicht met concrete voorbeelden waaruit groei blijkt.
De studiepunten voor de praktijkleerperiode 3 worden toegekend, indien aan de volgende
voorwaarden is voldaan:
- Het functioneren in de praktijk is met een voldoende beoordeeld.
- De competentiekaart met de eindbeoordeling is ingeleverd bij de SLB’ er ( eind week 10).
- Voldoende aanwezigheid van en actieve participatie tijdens de SLB- bijeenkomsten.
- De praktijkopdrachten zijn door de docent met een voldoende beoordeeld.
Herkansing
7
De herkansing vindt plaats conform de regels van het tentamenreglement, die zijn beschreven in het
vigerende OER
SAVE THE DATE: start stage week 1 p 3. Inleveren praktijkleerplan: binnen 2 weken. Deadline
opdrachten: zie OER. Competentiekaart: z.s.m. na eindbeoordeling.
8
Download