Hoofdstuk 6 paragraaf 4

advertisement
Hoofstuk 6
VMBO 2 ECONOMIE
OVERHEID OVERBODIG?
Wat moet je doen?
 In deze PowerPoint vind je de theorie, welke uitgelegd wordt middels verschillende
voorbeelden.
 Neem dit goed door voordat je vragen gaan maken.
 Dit is ook heel handig om nog eens te bekijken voor je een proefwerk krijgt.
 Er zijn dingen die je moet overschrijven in je schrift.
 Dit herken je aan het volgende teken:
 Je moet deze dingen overschrijven, zodat je dingen beter onthoudt en zodat je een mooie samenvatting
van het hoofdstuk krijgt.
 Er zijn opdrachten die je moet maken of doen.
 Dit herken je aan het feit dat de vraag een groene rand heeft en er staat bij: DOEN, zoals hieronder.
?
Paragraaf 6.4
Waar geeft de overheid het geld aan uit?
Wat leer je deze paragraaf?
De overheid heft veel belastingen, dus je zou denken dat er
wel genoeg geld is. Toch hoor je vaak op het nieuws dat er
bezuinigd moet worden. Hoe dat zit, leer je in deze
paragraaf. Ook leer je wat een begroting is.
Kijk onderstaand filmpje
Middels dit filmpje leer je wat Prinsjesdag is en wat de rijksbegroting
en miljoenennota zijn.
https://youtu.be/GWFhslG00wo
Extra:
Vind je het leuk om hier meer over te weten te komen? Klik dan ook op onderstaande video.
https://youtu.be/gg9OX56o7aQ
Een begroting
Omdat de overheid heel erg veel inkomsten en ook heel erg veel uitgaven heeft,
maakt de overheid ieder jaar een begroting.
Een begroting is een overzicht van de te verwachten inkomsten en uitgaven.
Deze begroting is openbaar. Iedereen kan zo zien waar de overheid het
ontvangen belastinggeld aan uit geeft.
Omdat het Rijk, de provincies en de gemeenten allemaal hun eigen uitgaven
doen, maakt ieder niveau van de overheid hun eigen begroting.
Inkomsten
Uitgaven
€…
€…
€…
€…
Rijksbegroting & miljoenennota
De rijksbegroting is de begroting die de rijksoverheid ieder jaar maakt.
Hierin staan alle verwachte inkomsten en verwachte uitgaven van het Rijk.
Het ministerie van financiën maakt de rijksbegroting.
In de miljoenennota wordt de rijksbegroting toegelicht.
Beide worden op Prinsjesdag gepresenteerd.
Paragraaf 6.4
Vraag 1.
Noteer bij elke overheidstaak de juiste uitgave.
Taak overheid
Uitgave
a. Criminaliteitsbestrijding.
1 Aanleg van nieuwe tunnel: € 335.000
b. Infrastructuur
2 Auto’s verkeerspolitie: € 225.000
c. Ordehandhaving
3 Noodlokalen voor een school: € 45.000
d. Onderwijs
4 Loon gevangenisbewaker: € 31.500
Paragraaf 6.4
Vraag 2.
In welke begroting horen de volgende uitgaven thuis?
Kies uit: gemeentebegroting – provinciale begroting – rijksbegroting
a. Nieuwe vuilniswagens
b. Controle van het rampenplan
c. Investeringsplan van de GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst)
d. Universiteitsgebouwen
Paragraaf 6.4
Vraag 3.
Wat is juist?
1. In de rijksbegroting staan alleen uitgaven die al gedaan zijn.
2. Door de rijksbegroting kun je de uitgaven en de inkomsten van de overheid vergelijken.
A. geen van beide
B. alleen 1
C. alleen 2
D. beide
Te weinig geld… wat nu ?!?!
Als de overheid verwacht dat uitgaven groter zullen
zijn dan de inkomsten, dan heeft men een tekort.
Dit noemen we het begrotingstekort.
De overheid kan dan drie dingen doen om dit op te lossen:
- bezuinigen: minder uitgeven aan sommige zaken
- belasting verhogen: de mensen en bedrijven meer belasting laten betalen
- lenen: geld lenen (nadeel is wel dat hier rente over betaald moet worden)
Vergrijzing
In Nederland is de bevolking aan het vergrijzen.
Dat wil zeggen dat er meer ouderen zijn.
Omdat ouderen meer behoefte hebben aan
verzorgingstehuizen en zorg zal dit voor meer
uitgaven van de overheid gaan zorgen. Als er meer
ouderen zijn, moet de overheid ook meer AOW
betalen.
Paragraaf 6.4
Vraag 32+33+34+35
Open het boek Pincode op je IPad.
Maak vraag 32+33+34+35
Let op! bij vraag 33b moet je doen:
Wat : Waarvan x 100 %
DOEN:
Als je klaar bent met alle dia’s maak je de herhalingsvragen van
paragraaf 6.4 (blz. 194 Pincode) behalve H37, H39, H42 en H45.
Snap je iets niet?
 Zoek het op in de PowerPoint of op internet.
 Overleg zachtjes met je klasgenoot.
 Begrijpen jullie het niet? Steek dan je vinger op.
 Dan komt de docent jullie helpen.
Download