Criteria for optimality

advertisement
Karush-Kuhn-Tucker voorwaarden (boek H 12.7)
Als de afgeleide in een punt 0 is en de tweede afgeleide is
positief-definiet, dan is het punt lokaal optimaal.
Met beperkingen worden deze voorwaarden een stuk
ingewikkelder omdat een optimum ook op de rand van gebied
kan liggen zonder dat de afgeleide 0 is.
We bekijken nu het volgende niet-lineaire
optimaliseringsprobleem met niet-lineaire beperkingen:
Max
z.d.d.
en
f(x)
gi(x)  bi voor alle i = 1, …, m
xi  0 voor alle i = 1, …, n
x* kan een locaal optimale oplossing zijn, precies dan als er
getallen u1, …, um zijn zodat:
m
1.
2.
3.
4.
5.
6.
f ( x )   u i g i ( x * )  0
*
i 1
m
 f

g
*

x
( x )   u i i ( x * )   0 voor alle j = 1, …, n
 x

x j
i 1
 j

*
j
gi(x*)  bi voor alle i = 1, …, m
ui(gi(x*)-bi) = 0 voor alle i = 1, ..., m
x*  0.
ui  0.
De getallen ui, die elk bij een constraint horen, heten de
Lagrange multiplicatoren. Ze zijn niet-negatief en kunnen
alleen positief zijn (4.) als de bijbehorende constraint actief is,
d.w.z., als gi(x*) = bi, x* ligt op de rand van het gebied dat wordt
bepaald door deze constraint.
3. en 5. zijn gewoon de eisen voor toelaatbaarheid:
De bovenstaande Karush-Kuhn-Tucker (KKT) voorwaarden
karakteriseren de lokaal optimale oplossingen van een
optimaliseringsprobleem met randvoorwaarden.
Je kunt ze gebruiken om van een punt te controleren
(bewijzen) of een punt optimaal is, en in principe zou je zelfs
hiermee de optimale oplossingen kunnen bepalen, hoewel dat
vaak erg lastig is.
Wat volgt hieruit in het ééndimensionale geval?
Max
z.d.d.
en
f(x)
xb
x0
x* is een locaal optimale oplossing, precies dan als er een
getal getallen u is zodat:
1.
2.
3.
4.
5.
6.
f’(x*) – u  0
x*(f’(x*)-u) = 0
x*  b
u(x*-b) = 0
x*  0.
u  0.
Hieruit volgt dat één van de volgende situaties geldt:
1.
x* = 0 en f’(0)  0
2.
x* = b en f’(b)  0
3.
0  x*  b en f’(x*) = 0
Een randextreem links, een randextreem rechts of een
extreem inwendig.
Voorbeeld:
Max
z.d.d.
en
f(x1, x2) = log(x1+1) + x2
2x1 + x2  3
x1, x2  0
De KKT voorwaarden zijn nu:
1a
1
 2u1
x1  1
1b u1  1
2a
2b
3
4
5
6
 1


x1 
 2u1   0
 x1  1

x2 1  u1   0
2x1  x2  3
u1 2x1  x2  3  0
x1 , x2  0
u1 , u2  0
Volgens 1b is u1  1 en omdat x1 niet-negatief is (5), is
1
 2u1  1  2  0 .
x1  1
Uit 2a volgt dus dat x1 = 0.
Uit 4 volgt dan dat x2 = 3
Uit 2b volgt dat u1 = 1.
Het is nu eenvoudig in te zien dat x1 = 0, x2 = 3, u1 = 1 voldoet
aan alle KKT condities, dus (0,3) is de optimale oplossing van
het probleem en de doelwaarde is f(0, 3) = 3.
Download
Random flashcards
Create flashcards