Oorlogsvoering in het klassieke Griekenland

advertisement
Oorlogsvoering in het klassieke Griekenland
Belangrijkste oorlogen in het klassieke Griekenland werden gevoerd in de vijfde en vierde
eeuw voor Christus. Elke staat / polis in Griekenland had zijn eigen leger.
Men zorgde zelf voor een wapenuitrusting en geen enkele polis had echte beroepssoldaten.
Uitgezonderd Sparta, want hier waren alle burgers tegelijk zwaarbewapende
beroepssoldaten.
Welke slagen waren er nou precies? (in kader = Perzische oorlogen)
-490
Slag bij Marathon - Miltiades vs Darius (perzische koning)
-480
Slag bij Thermopylae - Themistocles vs Xerxes (zoon Darius) (+Leonidas)
Slag bij Salamis - Perzen vs Atheners met de vloot
-479
Slag bij Plaetaeae - Perzen vs Atheners op het land
-430/-404
Slag bij Mantineia - Sparta vs Athene (o.l.v Pericles)
-338
Slag bij Chaeroneia - Griekse poleis vs Philippus van Macedonië
Sommige Griekse staten bezaten een vloot, waarvan die van Athene de grootste was. Roeiers
waren vooral de arme burgers omdat zij dit werk tegen een dagverdgoeding deden. Tactiek
was het rammen met de met brons beslagen voorsteven.
Oorlogsvoering in de tijd van Homerus ging met strijdwagens, zo beschrijft hij in zijn Ilias,
de oorlog tussen Grieken en Trojanen. Strijdwagens dienden hier als vervoer naar het slagveld
voor koningen en helden, in Homerus’ tijd was het voor wagenrennen. Een enkele keer werd
er gevochten vanuit een strijdwagen, dat was dan met een speer. Dit was echter helemaal niet
praktisch, dus later werd dat door de Grieken ook niet meer gedaan.
Oorlogsvoering op het land was het meest doorslaggevend. De Grieken vochten in een
speciale slagorde: de Falanx. Strijdwijze was het recht op de vijand afgaan en steken met
speren en duwen met schilden. Het Griekse leger bestond uit hoplieten: zwaarbewapende
infanteristen die officieel tussen de 18 en 60 jaar moesten zijn. Zij droegen als
wapenuitrusting:
-helm met kam, vanaf 5e eeuw zonder
-bronzen kuras (borststuk), vanaf 5e eeuw leer of lagen linnen
-bronzen scheenplaten, vanaf 5e eeuw niet meer
-speer met ijzeren punt om te steken
-kort zwaard voor nood
-rond schild
Voor de 4e eeuw v.Chr vocht men volgens een ridderlijke oorlogsmoraal: geen hinderlagen
of krijgsgevangenen doden of tot slaven maken. De oorlog leek veel op een wedstijd: na het
begin van het gevecht raakten er in de voorste gelederen veel mannen gewond of gedood en
na korte tijd vluchtte een van de legers of werd de slagorde verbroken. Er was dan een korte
achtervolging want de soldaten konden niet makkelijk bewegen. Daarna vroeg de verliezer
om een wapenstilstand om de doden te kunnen begraven en tegelijk richtte de overwinnaar
een tropiaon (zegeteken) op: een paal met wapens van de tegenstander.
Vanaf de 4e eeuw v. Chr verdween de moraal door nieuwe tacktiek en
belegeringswerktuigen. Geld kreeg hierdoor meer betekenis, want met geld kon een klein
staatje huurlingen betalen om een groot leger te vormen.
In de loop van de 5e eeuw werd er gebruik gemaakt van meerdere troepen zoals een
cavalerie (ruiterij voor rijke burgers) en er kwam training voor soldaten. Deze training gold
vooral voor de epheben (jongens in opleiding voor -lichte- militaire dienst). De vorming van
de groep die getraind moest worden, ging heel democratisch, dat paste goed bij de
staatsvorm van Athene: na een keuring van de jongens komen diens vaders in de fylen
(districten) bijeen en kiezen per district 3 mannen boven de 40. Zij moeten toezicht houden op
de jongens. De volksver-gadering benoemt één man tot groepsleider, die ook voor eten zorgt.
Dan kan de opleiding beginnen met de training, met als eerste een ronde langs de
heiligdommen.
Daarbij gold een democratische controle van de groepsleider op de epheben omdat men
vreesde voor een staatsgreep.
De training bestond uit boogschieten, speerwerpen, katapult, manoeuvres in een
hoplietengevecht. In Sparta werden jongens al op hun 7e weggehaald bij hun moeder en
opgevoed tot harde soldaten. Hierna moesten zij ook dienen in het Spartaanse leger, als
beroepssoldaat. In Athene was je maar part-time soldaat, alleen in tijden van oorlog.
Over de oorlogen werden ook verhalen geschreven:
Aeschylus
De Perzen
tragedie
Herodotus
Historien
geschiedenis
Thucydides
Pelopponesische Oorlog
geschiedenis
Euripides
Trojaanse Vrouwen
tragedie
Aristophanes
Lysistrata
komedie
Aeschylus De Perzen
Atossa droomt over twee vogels die de nederlaag van de Perzen in oorlog tegen de Grieken
voorspelt. De arend staat voor de Perzen, zij verliezen. De buizerd staat voor de Atheners, zij
winnen. Dit lijkt Atossa onwaarschijnlijk, omdat je met een democratie minder snel kunt
beslissen. De functie van strateeg was de enige die je langer dan een jaar kon hebben.
De staatsinrichting van de Perzen kende een alleenheerser, die van Athene een democratie die
positief wordt gekarakteriseerd door de koorleider.
Bewapening van de Perzen waren de bevreesde boogschutters, die van Athene waren
hoplietenlegers met lans en schild.
De Perzische nederlaag wordt verzacht door de bode doordat hij zegt dat Athene hulp heeft
gekregen van een godheid, en dat ze in de meerderheid waren dus hadden moeten winnen.
Dit verhaal wijkt af van een modern oorlogsverslag: het is meer poëtisch, meer gevoel en het
is vooral niet-zakelijk. De stof van de tragedie kwam vooral uit mythologische verhalen en
heldenverhalen. De Perzen van Aeschylus is daar een uitzondering op, aangezien die
gebaseerd is op feiten, het is een geschiedenis-verhaal.
Herodotus Historien
Gaat over de geschiedenis van Griekenland, waarin ook andere volkeren uitvoerig aan de orde
komen. Perzische oorlogen spelen een grote rol. Het stuk in Oorlog en Vrede gaat over de
slag bij Salamis en dus de list van de Themistokles. Themistokles was een overgelopen
Atheense strateeg die de list verzint waarover de bode spreekt: hij wil de Griekse vloot
dwingen zich naar buiten te vechten door de baai af te sluiten. Dit staat in het verhaal van
Herodotus. Wat Herodotus schrijft valt allemaal terug te vinden in de tekst van Couperus,
alleen heeft Couperus hieraan gesprekken, een reis en gedachten aan toegevoegd om het
leuker te maken.
Euripides Trojaanse Vrouwen
Het verhaal speelt zich af op de dag van de inname van Troje. Hieruit blijkt dat vrouwen aan
belangrijke eigenschappen moesten voldoen zoals trouw zijn, zorgen voor het huishouden,
niet roddelen, stil zijn in het bijzijn van de man. Ook Andromache moet hieraan voldoen,
maar ze ziet zich voor een dilemma geplaatst: trouw aan Hektor of trouw aan haar nieuwe
man. Ze kiest voor Hektor, omdat hij toch wel de perfecte man voor haar was.
Dit ondanks het feit dat Hecuba haar aanraadt voor haar nieuwe man te gaan. Wanneer ze dat
doet zal Andromache hun zoontje Astyanax namelijk op kunnen voeden tot later de nieuwe
koning van Troje. Echter, Talthybius spreekt ervan dat Astyanax als zoon van Hektor als
gevaar wordt gezien en hij moet van de muren gegooid worden. Hij spreekt hier wel vol
medelijden over. Andromache wordt verdrietig over het lot van haar zoontje, boos op Helena
(oorzaak van de oorlog) en boos op de Grieken, want zij hebben dit besloten. Dan wordt ze
cynisch over Astyanax’ lot.
Aristophanes
Lysistrata
Hierin wordt ook de oorlog belachelijk gemaakt. Mannen druipen af als de vrouwen winnen,
de oorlog wordt vergeleken met een bol wol. In de vergelijking met de bol wol bevinden zich
politieke adviezen: vorm een eenheid en maak een verbond met alle kleine stadstaten, en wol
moet gezuiverd worden, klop dus het schorem eruit.
De oorlog zou juist voor de vrouwen erg moeten zijn omdat zij thuis alleen zitten wanneer
man en zonen weg zijn. Als een vrouw dan weduwe werd, kon ze geen nieuwe man meer
krijgen. Uit de passage ‘weg met de oorlog’ blijkt de man-vrouw verhouding. Deze is dat
vrouwen in het openbaar ondergeschikt zijn aan mannen. Zij moesten het huishouden regelen,
kinderen opvoeden en handwerken. Aristophanes overdrijft de situaties, draait ze om en geeft
(in)directe verwijzingen naar seks. Macho-gedrag van mannen wordt bespot doordat ze
boodschappen gaan doen op de markt met hun legeruitrusting aan.
Kunst in het klassieke Griekenland
Archaïsche tijd  650 - 490 v.Chr
Klassieke tijd  490 - 323 v.Chr
Hellenistische tijd  323 - 27 v.Chr
symmetrisch, vuist gebald, één been naar voren
kouroi (jongemannen)
contraposto, ideaal
realistisch, overdreven, emotie, natuurlijk, andere
onderwerpen
Grieks Toneel
Vroeger
- ter ere van de Goden (Dionysus/Bacchus)
- open lucht in de buurt v.e heiligdom
- duurde 5x 1 uur
- alleen mannen die maskers droegen en ook
vrouwenrollen speelden
exodus
skene
peripetie
parados
orchestra
stasimon
tragedie
episode
Nu
- amusement
- theater of schouwburg
- duurt +- 2 uur
- nu mannen en vrouwen, inclusief zichtbare
gezichtsuitdrukking
laatste bedrijf vanaf laatste koorlied
toneelgebouw (scène)
omslag
toegang
dansplaat (orkest)
koorlied
treurspel
bedrijf
Download