Herring/Whale

advertisement
Groepen en interacties
NGC 80 groep
in Andromeda
NGC 4631 (Sc)
Herring/Whale
NGC 4567 & NGC 4568
Siamese twins in Virgo
AM 0644+741
Ring rond stelsel
na interactie
300 miljoen lj
Tadpole galaxy
Stephan’s quintet in Pegasus
Merger van Melkweg en M31
Bulge & Groepen
• Oppervlaktehelderheidsverdeling bulge :



I
(
R
)

I
exp

R
/R
0

1
/n
0
(formule van Sersic)
• Voor n = 1  exponentiele wet spiraalstelsel
n = 4  de Vaucouleurs wet voor elliptische stelsels
• Kern van spiraalstelsel bevat zwart gat
• Sommige stelsels vertonen een central starburst
• De meeste melkwegstelsels komen in groepen en clusters
voor (doorsnede ~ 1 Mpc). Clusters zijn de dichtste en
rijkste structuren (> 50 heldere stelsels; groepen zijn
lossere associaties.
Elliptische stelsels
Deze stelsels zien er allemaal simpel uit, maar dat
zijn ze niet.
• Licht is gelijkmatig verdeeld
• Geen jonge sterhopen, noch gas of stofbanden
• In tegenstelling tot S0 stelsels bevatten elliptische
stelsels geen schijf
• Groot verschil in helderheid, lichtconcentratie naar
het centrum, rotatie
• Helderdere stelsels hebben vaker een drie-assige
geometrie, roteren sneller en zijn sterke
rontgenbronnen
• Zoals elk melkwegstelsel, zijn elliptische stelsels
niet gerelaxeerd  complexe sterbanen
Ellipticiteit
a
b
b
  1
a
n  10
Type En
M59 in Virgo (d~20 Mpc)
E5
Lengte assen gemeten op dezelfde isophotal magnitude.
M87 (E1)
in Virgo
cD stelsel
M49 (NGC 4472) in Virgo (E4)
M89 in Virgo
(E0)
Helderheidsverdeling




I
(
R
)

I
(
R
)
exp

b
R
/
R
1
e
1
/
n
e
waarbij de constante b zo gekozen wordt dat de straal
Re (effectieve straal) de helft van het licht bevat dat
door het stelsel wordt uitgezonden.
Voor n > 1, b ~ 1.999n – 0.327
Voor n = 4 is dit de wet van de Vaucouleurs
Oppervlakte helderheidsverdeling in magnituden per vierkante
boogseconde voor het E4 stelsel NGC 1700
R1/4 wet van de Vaucouleurs
• Elliptische stelsels met verschillende geintegreerde
helderheden verschillen in de waarden van de
parameters Re en I(Re)
• cD stelsels hebben duidelijk een extra halo van sterren
gesuperponeerd op de R1/4 verdeling. Dit is waarschijnlijk
het gevolg van merging collisions in de cluster waarvan
zij het centrale stelsel vormen (“kannibalisme”)
Gemiddelde helderheidsverdeling elliptische stelsels met
verschillende visuele helderheden (gebaseerd op 261 stelsels)
Oppervlakte helderheidsverdeling cD stelsel Abell 1413
Sterbanen
• In tegenstelling tot spiraalstelsels volgen de sterren
in elliptische stelsels geen geordende banen rond
het centrum van het stelsel; de meeste kinetische
energie zit in chaotische beweging, niet in rotatie.
• Net als bij spiraalstelsels is de lichtkracht van een
elliptisch stelsel gekoppeld aan de mate van rotatie:
de lichtkrachtigere stelsels vertonen een grotere
snelheidsdispersie 
• Elliptische stelsels roteren langzaam ( ~ 25 – 50 km/s)
 stersysteem nog lang niet niet gerelaxeerd
 informatie over oorsprong stelsel nog aanwezig
In kaart brengen snelheids velden
Voorbeeld resultaat van SAURON
ontkoppelde kern
Nog fijner kijken: OASIS
Fundamental plane
Net als bij spiraalstelsels bewegen de sterren in
lichtkrachtigere elliptische stelsels sneller.
Faber – Jackson relatie:
LV
 



10
210 L0  200km/s

4
Een andere veelgebruikte relatie is het vlak (fundamental
plane) in een drie-dimensionale parameter ruimte:
Re 1.24Ie0.82
Tussen , effectieve straal Re en oppervlakte helderheid
Ie = I(Re).
Sterpopulatie
E4
Een elliptisch stelsel bevat geen jonge zware (blauwe)
sterren.
Clusters
• Binnen de centrale Mpc van een cluster bevinden zich
typisch tenminste 50 – 100 lichtkrachtige stelsels
(L > L* ~ 2 x 1010 L0).
• In de Abell catalogus staan 4073 rijke clusters
Virgo cluster
Hercules cluster
Rijke clusters
De meest spectaculaire clusters zijn rijke clusters die
duizenden melkwegstelsels bevatten. De meest nabije
bevinden zich op zo’n 15 – 20 Mpc in de sterrenbeelden
Virgo en Fornax. De totale lichtkracht van deze clusters
is L  1.3 x 1012 Lo.
De Coma en Perseus cluster staan verder weg, maar zijn
nog rijkere clusters dan de Virgo cluster.
Het grootste deel van de lichtgevende materie in clusters
bestaat niet uit sterren of gas in de stelsels, maar uit
heet gas in de clusterkern dat rontgenstraling produceert:
T ~ 107 - 108 K, M ~ 5 x 1013 Mo
Perseus cluster; linksboven het midden cD stelsel
NGC 1275 (optisch, KPNO)
H
3.2’
WIYN
Heet gas in
centrum Perseus
cluster in
rontgenstraling
(ROSAT).
Contouren geven
radio emissie
weer.
Massa van een cluster
De massa van een cluster kan op verschillende manieren
worden bepaald:
• Meten van snelheden van stelsels in de cluster (typische
snelheidsdispersie 1000 km/s). Met het viriaaltheorema
2
14
volgt voor de clustermassa M
Mo

3
r
/
G

4
.
5

10
c
rc
(voor de Virgo cluster).
• Afleiden van de massa van het hete gas door de
hoeveelheid rontgenstraling te meten die het produceert.
• Meten van de afbuiging (afbeelding) van het licht van
melkwegstelsels die zich achter de cluster bevinden.

Voor de Virgo cluster vindt men een massa-lichtkracht
verhouding M/L ~ 350  donkere materie
Gravitatielensen
Volgens de algemene relativiteitstheorie van Einstein
wordt licht door massa afgebogen (het “volgt” de
gekromde ruimte). De hoek  waarover het licht wordt
afgebogen als het massa M passeert op afstand b wordt
gegeven door:

2
R
4
GM
2
GM
s
2 met
R
2 de Schwarzschild straal
s
bc
b
c
Een puntbron precies achter de lens wordt afgebeeld
als een ring met straal E (Einstein straal).
Download