NVVP intervisie

advertisement
Richtlijn Intervisie
1-1-2017
1. Richtlijnen
Intervisie is een vorm van geregelde intercollegiale samenkomsten waarin sprake is van een
systematische aanpak van nadenken over het professionele handelen van de betrokkenen. De
reflectie kan betrekking hebben op zowel de indicatiestelling, de behandeling en het persoonlijk
functioneren van de behandelaar.
Aantal leden: de intervisiegroep bestaat uit minimaal 3 en maximaal 6 leden.
Niveau van de leden: de intervisieleden zijn BIG-geregistreerde eerstelijns/gz-psychologen en/of
psychotherapeuten / klinisch (neuro) psychologen en/of psychiaters.
Duur: Iedere professional moet minimaal 18 uur per jaar aan intervisie doen. Dit kan in één of
meerdere intervisiegroepen.
Frequentie: de intervisie dient geregeld plaats te vinden: er is deelgenomen aan minimaal 6
intervisiebijeenkomsten per jaar. In uitzonderlijke gevallen kan een lid via skype deelnemen.
Werkwijze: van de intervisiebijeenkomsten dient een agenda en presentielijst* gemaakt te worden
of een intervisieformulier (zie bijlage). Uit de agenda of intervisieformulier dient minimaal te blijken
welk deel (tijd) van de intervisie betrekking heeft op patiëntgebonden werkzaamheden en wie van de
aanwezige leden casuïstiek inbrengt. Naast de algemene items die het vak betreffen kan onderscheid
gemaakt worden in de aard van de reflectie: welk deel betreft indicatiestelling (zie punt 2), welk deel
lopende behandelingen en welk deel persoonlijk functioneren. Aanbevolen wordt om een verslag te
maken van de intervisie met een beschrijving van de vraagstelling, besluiten en aanbevelingen plaats.
De deelnemers aan een intervisiegroep dragen zorg voor een evenredige inbreng van de leden.
* voor klinisch psychologen is een agenda en presentielijst verplicht.
Visitatie: iedere behandelaar houdt met het oog op de eigen inbreng een dossier bij van de
intervisiebijeenkomsten. Dit dossier bevat of de : intervisieagenda en presentielijsten, of de
intervisieverslagen. Tevens dienen de aanbevelingen uit de intervisie terug te vinden zijn op een
centrale plaats1 in het dossier van de patiënt. Dit maakt deel uit van de visitatie.
2. Indicatiestellingen bespreken
Ieder LVVP-lid schrijft voor elke behandeling van een patiënt een indicatiestelling, die in het dossier
aanwezig is. Daarnaast vindt de LVVP het belangrijk dat haar leden in intervisieverband
indicatiestellingen bespreken met collega’s en dat men elkaar feedback geeft. Ofwel dat men elkaar
intercollegiaal toetst. In intervisieverband worden ook casussen besproken, maar dan gaat het
meestal om patiënten waarvan de behandeling al enige tijd bezig is. Bij de indicatiestelling gaat het
1
Niet alleen in de decursus.
1
juist om het beginstadium waarin alle informatie gebundeld wordt, en hoe men tot een diagnose en
behandelplan komt. Er is een formulier indicatiestelling beschikbaar dat zowel voor de gb-ggz als de
g-ggz gebruikt kan worden. Hieronder worden de minimale vereisten voor het bespreken van de
indicatiestellingen weergegeven:
1. Het bespreken van de indicatiestelling in intercollegiaal verband kan drie vormen hebben:
• in groepspraktijk;
• in intervisiegroep;
• in een voor dit doel geformeerde (toets)groep
Hierna wordt gesproken over intervisiegroep, ongeacht de vorm.
 Indien indicatiestellingen besproken worden buiten de reguliere intervisiegroep wordt hier
een aparte agenda en presentielijst of intervisieformulier van bijgehouden, behalve als er
gewerkt wordt met toetsingsverslagen. Gedurende de visitatie worden de agenda en
presentielijst, intervisieformulieren of de toetsingsverslagen bekeken.
 De intervisiegroep bepaalt zelf welke vorm wordt gekozen en legt de uitwerking ervan
(inclusief het aantal te bespreken indicatiestellingen per jaar) schriftelijk vast.
2. Aantal Indicatiestellingen dat besproken moet worden
Ieder LVVP-lid is om bij een aantal patiënten de behandelindicatie met collega’s te bespreken. Het
aantal verplichte indicatiestellingen dat per jaar besproken moet worden hangt af van het aantal
patiënten dat men gemiddeld per week ziet:
 Gb-ggz: 3 indicatiestellingen per jaar ongeacht de praktijkgrootte;
 G-ggz: 25% van het gemiddelde aantal cliënten per week, tussen de 3 en 10
indicatiestellingen per jaar.
 Aanbevolen wordt om met name voor complexe patiënten te kiezen;
 Voor sommige collega’s in de g-ggz is het niet mogelijk om het vereiste aantal toetsingen per
jaar te halen, omdat ze onvoldoende nieuwe indicaties hebben. Dan is het verplicht om bij
het heropenen van een DBC in ieder geval deze vervolgindicaties te laten toetsen (hiervoor
gelden dezelfde criteria als bij het starten van een behandeling).
3. Formulier voor bespreking indicatiestelling
Voor iedere behandeling wordt een indicatieformulier ingevuld. Of dit daadwerkelijk gebeurt, wordt
steekproefsgewijs gecontroleerd bij de visitatie.
Het Indicatieformulier (bijlage 2) bestaat uit:
1. Beschrijving van aanmeldingsklachten, hulpvraag, eerste indruk, leef- en werksituatie,
relevante persoons-en ontwikkelgegevens, eerdere en huidige hulpverlening , medicatie, en
visie van de problematiek (eventueel psychologisch onderzoek, ROM-uitkomsten);
2. Diagnose;
3. Behandelplan, inclusief doelstellingen. Het is de bedoeling om een beknopte omschrijving te
geven van het plan van aanpak (waarbij ook de behandeldoelen en gekozen therapievorm
wordt aangegeven);
4. Is er een multidisciplinaire richtlijn/ generieke module of zorgstandaard voor de GGZ van
toepassing? Zo ja, wordt deze gevolgd? Zo nee: wat is de motivatie om van de richtlijn af te
wijken?;
5. Is het behandelplan met de patiënt besproken?;
6. Is de indicatiestelling besproken met collega’s?.
2
 In plaats van het indicatieformulier kan ook een brief aan de huisarts of een ander document
of format gebruikt worden, mits de onderdelen van het hierboven genoemde formulier aan
bod komen.
 De indicatiestelling voor de gb-ggz zal over het algemeen korter zijn dan die voor de g-ggz.
4. Bespreekcriteria
Ten aanzien van de feitelijke bespreking worden -aan de hand van het indicatieformulier- de
volgende criteria gehanteerd:
1. Alle rubrieken zijn ingevuld;
2. Er is sprake van problematiek waarvoor psychologische behandeling en/of psychotherapie
geïndiceerd is;
3. Het indicatieformulier is intern consistent, dat wil zeggen:
a. sluit aan bij de diagnose (DBC/gb-ggz-prestatie);
b. te verwachten is dat de behandeldoelen met het voorgestelde plan van aanpak worden
gerealiseerd.
 Elk lid van de intervisiegroep is verantwoordelijk voor een volledige en juiste aanlevering van
de gegevens over zijn of haar patiënt minimaal één week voor de bespreking of zoals dit in
de intervisiegroep wordt afgesproken.
 Het lid van wie een indicatiestelling is besproken, noteert de feedback in het dossier.
 Facultatief: de intervisiegroep kan besluiten om een toetsingsverslag in te vullen bij elke
indicatiestelling. De toetsers accorderen de toetsing en voorzien deze van schriftelijke
feedback. Dit verslag maakt, evenals het formulier indicatiestelling, deel uit van het dossier.
Toetsing kan dan ook per beveiligde mail of telefoon plaatsvinden. De behandelaar houdt
een overzicht bij van de plaatsgevonden toetsingen, waarin wordt vermeld: datum, code
cliënt, namen toetsers en aanbevelingen.
3.Registratie van intervisie
Intervisie gericht op diagnostiek, indicatiestelling en behandeling van een patiënt kan geregistreerd
worden in de DBC of gb-ggz prestatie van die patiënt, mits de aanbevelingen uit de intervisie in het
dossier van de betreffende patiënt terug te vinden zijn. Alleen tijd die de intervisant zelf besteedt
aan de intervisie van zijn eigen cliënt, mag hij/zij registreren in diens DBC of gb-ggz prestatie.
Intervisie wordt voor de g-ggz geregistreerd op de DBC onder ‘extern overleg met derden’.
Voor de gb-ggz kan de intervisie worden geregistreerd onder de behandelcomponenten:
Intake, diagnostiek, ROM en verslaglegging.
Aanbevelingen uit de intervisie moeten terug te vinden zijn in het dossier van de patiënt.
3
Bijlage 1
Intervisieformulier LVVP
Datum:
Aanwezige deelnemers:
Casuïstiek ingebracht door:
Reflectie op:
o
Indicatiestelling
o
Lopende behandeling
o
Persoonlijk functioneren
o
Behandelresultaten.
Tijdsduur:
Casuïstiek ingebracht door:
Reflectie op:
o
Indicatiestelling
o
Lopende behandeling
o
Persoonlijk functioneren
o
Behandelresultaten.
Tijdsduur:
Casuïstiek ingebracht door:
Reflectie op:
o
Indicatiestelling
o
Lopende behandeling
o
Persoonlijk functioneren
o
Behandelresultaten.
Tijdsduur:
Algemene items:
o
o
o
o
o
Congressen
Vakliteratuur
Praktijkvoering
Routine Outcome Monitoring
Suïcide
4
Bijlage 2
Formulier voor indicatiestelling
Initialen voornamen:
Initialen achternaam:
Geslacht:
Postcode:
Geboorte datum:
Datum eerste afspraak:
Aanmeldingsklacht(en), acuut/niet acuut, symptomen, luxerende factor:
Hulpvraag:
Eerste indruk van de cliënt:
Huidige leef- en werksituatie:
Relevante persoons- en ontwikkelingsgegevens:
Eerdere hulpverleningsvormen en huidige vormen van hulp:
Medicatie en medische gegevens die van belang zijn:
Visie op de problematiek, eventueel inclusief psychologisch onderzoek:
Diagnose:
DSM IV/5 classificatie:
AS I:
AS II:
AS III:
AS IV:
AS V:
Behandeling in de gb-ggz / g-ggz
Indicatie voor psychologische behandeling / psychotherapie:
BEHANDELPLAN, inclusief doelstellingen voor de psychotherapie/psychologische behandeling:
Is er een multidisciplinaire richtlijn, generieke module of zorgstandaard van toepassing?
Zo ja, wordt deze gevolgd?
Zo nee, wat is uw motivatie om hiervan af te wijken?
Behandelplan besproken met cliënt d.d.:
5
Indicatiestelling intercollegiaal besproken: ja/nee
Zo ja, datum :
N.B. Opmerkingen vanuit de bespreking dienen apart aan het dossier toegevoegd te worden.
Datum:
6
Download