Sterke chemiesector meerjarig onder druk

advertisement
Sectorvisie Chemie
ING Economisch Bureau
Sterke chemiesector
meerjarig onder druk
Nederland kent goede positie binnen Europa
De Nederlandse chemie presteerde in 2012, ondanks
de zwakke economische omstandigheden in Europa,
sterk. De productie nam toe met ruim 5%, terwijl de
Europese chemie kromp met 1,5%. Deze prestatie
vasthouden wordt moeilijk, zo niet onmogelijk: de
vraag vanuit Europa krimpt dit jaar en ontwikkelt zich
de komende jaren naar verwachting zwak tot matig.
Voor de Nederlandse chemie wordt voor 2013 een productiekrimp van 3% verwacht en een stabilisatie in
2014. Bovendien staat de concurrentiepositie van de
Europese chemie onder druk. De overheersende factor
hierin is de beschikbaarheid van goedkoop schaliegas
in de VS. Positief voor de Nederlandse chemie op
(middel)lange termijn is de sterke positie (geclusterd
en vanuit logistiek oogpunt gunstig gelegen) binnen
Europa, waardoor de Nederlandse chemie binnen Europa marktaandeel kan winnen.
Figuur 1 Ontwikkeling productie chemische industrie
naar regio (€ mld.)
Stand van zaken
Chemie wereldwijd: China grootste producent
De productie van de mondiale chemische industrie bedroeg
in 2012 circa € 2.750 miljard. China is de grootste producent
met € 570 miljard. Europa als geheel is qua productiewaarde
nog wat groter, maar verliest duidelijk terrein. Het marktaandeel van Europa is de laatste tien jaar gedaald van 32% naar
25%. De groei van het Chinese marktaandeel weerspiegelt
vooral de investerings- en consumptiegroei in die regio. Het
effect van productieverplaatsing van Europa naar China is
hierin beperkt.
De Nederlandse productie in 2012 bedroeg ongeveer € 59
miljard, een groei van bijna 9% ten opzichte van 2011 (zowel
prijs als volumetoename). ‘Dure’ inkoop zorgde ervoor dat
winstmarges niet zijn gestegen: de winst voor belasting ten
opzichte van de omzet daalde van 7,4 naar 7,2% (cijfers inclusief raffinage en kunststofindustrie).
Sterke clusters zorgen voor groei Nederlands marktaandeel in Europese productie
Hoewel Europa marktaandeel in de wereld verliest, heeft de
chemie in Europa wel weten te profiteren van de groeiende
wereldeconomie. Het productievolume is circa een kwart
gegroeid ten opzichte van tien jaar geleden. De chemie in
Noordwest-Europa1 is dominant met een stabiel aandeel van
62% in de Europese chemie. Het Nederlands aandeel in de
productie in Noordwest-Europa is de afgelopen tien jaar toegenomen van 11 naar 14%.
1
Ned, Dui, Bel, Fra, VK, Zwi
3000
2500
2000
500
378
312
43
177
328
46
188
244
256
166
176
207
433
436
2002
2003
53
203
301
66
236
61
226
364
339
536
539
72
252
77
263
428
82
264
399
378
67
207
383
514
473
434
1500
1000
657
629
281
330
371
241
480
541
583
609
631
2004
2005
2006
2007
290
102
95
300
309
450
435
502
570
592
683
680
2010
2011
2012
418
328
474
0
Europa
China
VS
Japan
2008
2009
Zuid-Korea
Rest vd wereld
Bron: ING Economisch Bureau o.b.v. CBS, Oxford Economics
Figuur 2 Marktaandelen in chemie Noordwest-Europa
Productie € 268 mld.
(62% van Europese
productie)
100%
80%
7%
8%
11%
Productie € 421 mld.
(62% van Europese
productie)
6%
12%
Zwitserland
14%
Frankrijk
11%
60%
België
13%
22%
18%
40%
Nederland
VK
Duitsland
20%
41%
37%
2002
2012
0%
Bron: ING Economisch Bureau o.b.v. CBS, Oxford Economics
Figuur 3 Basischemie neemt leeuwendeel Nederlandse chemie-omzet voor haar rekening
productiewaarde € mld.
80
70
aantal banen, x 1.000
70
60
60
50
50
40
40
30
30
20
20
10
10
0
2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012
Basischemie*
Fijnchemie**
* o.a. petrochemie, kunstmeststoffen, polymeren
** o.a. landbouwchemicaliën, verf, zeep, harsen, wasmiddelen, cosmetica
Bron: berekeningen ING Economisch Bureau o.b.v. CBS
Basischemie drijvende kracht achter succes
De basischemie is veruit de belangrijkste tak binnen de Nederlandse chemische industrie. Ruim 80% van de
productiewaarde komt voor rekening van de basischemie2
(2012: € 49,6 miljard). De fijnchemie kende in 2012 een productiewaarde van rond de € 9,5 miljard. De in Europees perspectief sterke concurrentiepositie van de basischemie, in het
bijzonder rond de regio Rotterdam en in Limburg, heeft gezorgd voor een forse groei van de basischemie de afgelopen
tien jaar.
Deze omzetgroei is niet alleen het gevolg van oliegerelateerde prijsstijgingen, maar ook van een forse volumetoename.
Het productievolume van de Nederlandse basischemie lag in
2012 40% hoger dan in 2002. De productie van de fijnchemie
lag in 2012 echter 6% onder het niveau van 2002. Van een
verschuiving van basischemie naar fijnchemie, waar vaak
over wordt gesproken, is qua economische activiteit geen
sprake. De fijnchemie, hoewel ‘slechts’ circa 20% van de omzet, is wel van groot belang voor de werkgelegenheid. De
meerderheid van de arbeidsplaatsen in de chemie zit in deze
branche (figuur 4).
Vooruitzichten
Chemiesector in divers krachtenveld
De komende jaren zullen voor de chemiesector in Nederland
zeer uitdagend zijn. De economische vooruitzichten voor
Europa zijn niet rooskleurig, de concurrentiepositie is in het
geding door de beschikbaarheid van goedkoop schaliegas in
Noord-Amerika en de verdere implementatie van REACH
vraagt bij sommige bedrijven nog om de nodige aandacht.
2
Figuur 4 Fijnchemie belangrijk voor directe werkgelegenheid
o.a. petrochemie, kunstmeststoffen, polymeren (sbi-klasse 20.1+20.6)
Sectorvisie Chemie 2
0
2002
2003
2004
2005
2006
Basischemie
2007
2008
2009
2010
Fijnchemie
Bron: berekeningen ING Economisch Bureau o.b.v. CBS, laatst beschikbaar gegevens = 2010
Ten slotte zijn er zorgen over het investeringspeil, zowel in
vaste activa als research & development die de Nederlandse
positie op termijn kan verzwakken.
Macro-economische vooruitzichten
VS herstelt, Europa blijft achter
De chemiesector is sterk afhankelijk van de economische
groei in de wereld. De snelgroeiende economieën, China
voorop, zorgen ervoor dat de wereldeconomie de komende
jaren in een redelijk tempo groeit (basisscenario 2013-2015
+3,5%). ’s Werelds grootste economie, de VS, zal vanaf 2014
naar verwachting weer ruim boven de 2% per jaar groeien.
Dichterbij huis blijft de economische groei beperkt en als
gevolg daarvan stijgt de vraag naar chemieproducten nauwelijks. In 2013 zal de economie van de eurozone krimpen, in
2014 volgt een verwachte groei van 0,9% en de jaren daarna
naar verwachting niet veel meer. Deze ontwikkelingen zijn
bepalend hoe de afzetmarkt voor chemische producten zich
de komende jaren ontwikkelt. De groei ligt in Azië. Niet alleen de Chinese, maar ook de (import)vraag van Japan en
Zuid-Korea groeit de komende jaren naar verwachting aanzienlijk, net als die van kleinere Aziatische economieën. In die
markten is er ruimte voor een inhaalslag van Nederlandse
bedrijven. De exportgroei naar die landen is de laatste jaren
duidelijk achtergebleven bij de marktgroei (zie tabel 2).
Tabel 1 Verwachting economische groei
2013
2014
Wereld
2,7%
3,3%
Eurozone
-0,6%
0,9%
VS
1,6%
2,3%
China
7,8%
7,8%
Nederland
-0,7%
0,7%
Bron: ING Economisch Bureau
Box 1 EUR/USD naar 1,20
De groeivooruitzichten voor de Amerikaanse economie zijn
beter dan die van de eurozone. Hiermee samenhangend zullen de verschillen in monetair beleid tussen de Amerikaanse
en Europese Centrale Bank geleidelijk aan toenemen. Het
beleid in de VS zal minder ruim worden, terwijl die in de
eurozone eerder lijkt te worden verruimd. Beide ontwikkelingen maken een verzwakking van de euro ten opzichte van
de Amerikaanse dollar (wisselkoers 23/4 1.30) waarschijnlijk.
Figuur 5 Gasprijzen Europa en VS lopen vanaf medio
2010 uiteen
index, $ per eenheid
200
180
160
140
120
100
Bron: ING Econ. Bureau, maandbericht Internationale Economie, april ‘13
80
60
Hoewel Nederland van deze wereldwijde vraag kan profiteren, staat de concurrentiepositie, in het bijzonder ten opzichte van de VS door het aanbod van goedkoop schaliegas, onder grote druk.
Schaliegas
Beschikbaarheid in VS drukt kostprijs sterk
Schaliegas, enkele jaren geleden al aangeduid als ‘game
changer’, begint haar impact te hebben. Van het gewonnen
aardgas in de VS bestond in 2000 1% uit schaliegas, inmiddels ruim 35%. Sinds medio 2010 maken de gasprijzen in de
VS en Europa hierdoor een uiteenlopende beweging (figuur
5). Voor de Noord-Amerikaanse chemiesector vormt het
goedkope schaliegas een belangrijke bron van energie én
het fungeert als grondstof (feedstock). Het schaliegas vormt
de basis voor onder meer ethyleen, wat weer terugkomt in
allerlei producten, van harsen, shampoo en coatings tot
Tabel 2 Vraag naar chemische producten: import
Europa
Duitsland (€106 mld.*)
Frankrijk (€ 67 mld.)
België (€ 68 mld.)
Italië (€ 52 mld.)
VK (€ 49 mld.)
Rusland (€ 19 mld.)
Turkije (€ 18 mld.)
Azië
China (€ 122 mld*.)
Japan (€ 39 mld.)
Z-Korea (€ 31 mld.)
India (€ 30 mld.)
Taiwan (€ 27 mld.)
Thailand (€ 17 mld.)
Vietnam (€ 10 mld.)
Amerika’s
VS (€ 95 mld.)
Brazilië (€ 35 mld.)
Jaarl. import-
Jaarlijkse
Jaarlijkse
groei vanuit NL,
importgroei
importgroei
‘05-‘11
2005-2011
2012-2018**
10%
10%
7%
7%
4%
13%
7%
10%
6%
7%
6%
5%
16%
12%
3%
2%
2%
2%
2%
9%
8%
14%
6%
2%
4%
-9%
3%
16%
14%
11%
12%
18%
10%
12%
19%
11%
7%
8%
13%
9%
10%
12%
7%
12%
6%
19%
5%
6%
*Importwaarde 2011 IIII = NL wint in aandeel, IIII = NL verliest in aandeel
Bron: UNCTAD, ** raming ING Economisch Bureau
Sectorvisie Chemie 3
40
20
0
08
09
10
Europa
11
12
VS Henry Hub
13
Bron: EcoWin
oplossingsmiddelen en diverse kunststoffen/polymeren. De
productiekosten van ethyleen bedragen in de VS inmiddels
ca. $ 500 per ton en komt daarbij in de buurt van de prijzen in
het Midden-Oosten. Voor West-Europa geldt een kostprijs
van circa $ 1200. Ook voor de productie van stikstof dat terugkomt in kunstmest vormt gas een zeer belangrijke component (circa 70% van de verkoopprijs). Productie van bijvoorbeeld ureum (box 2) is hierdoor veel goedkoper geworden in de VS dan in Europa.
Investeringen chemie nu vooral gericht op VS
De realiteit is dat de grote chemiebedrijven hierdoor hun
pijlen veel meer richten op de VS dan op Europa, zeker als
het gaat om investeringen. Grote bedrijven zoals Dow, Shell,
LyondellBasell, Chevron en ExxonMobil heropenen fabrieken
en plannen forse uitbreiding. Amerikaanse chemiebedrijven
hebben voor ca. $ 40 miljard aan investeringsplannen op
Amerikaanse bodem3. De meeste van deze uitbreidingsinvesteringen worden opgeleverd in de periode 2016-2018.
Europese branchevereniging CEFIC schat de extra capaciteit
in de VS op 35 tot 50% van de Europese vraag.
Box 2 Ureum-productie
Ureum is een meststof voor de bemesting van planten. Het
wordt geproduceerd uit methaan, zuurstof en water. Eerst
wordt aardgas gekraakt om waterstofgas te produceren.
Vervolgens wordt hiermee met stikstofgas uit de lucht ammoniak gemaakt. Het ammoniak wordt in een volgende productiestap omgezet in ureum door een reactie van ammoniak
met koolzuur.
Bron: Wikipedia
3
American Chemistry Council
Doemscenario doemt op, maar er zijn dempende factoren
Dit creëert het beeld van een concurrentieverschil dat de
Europese chemie zwaar zal treffen, maar er zijn factoren die
de komende jaren (en samenvallen met het in gebruik nemen
van de nieuwe capaciteit in de VS) het negatieve effect dempen.
1)
Allereerst is er de import van vloeibaar gas (LNG), vanuit
goedkope productielanden als Qatar en Nigeria die zal
toenemen. De export van deze landen naar de VS daalt
fors. Daarnaast is het waarschijnlijk dat export van gas
vanuit de VS naar Europa zal stijgen. Rapporten van onder meer het Amerikaanse Ministerie van Energie zien
hierin vooral economische voordelen. Datzelfde ministerie dient toestemming te verlenen aan olie- en gasmaatschappijen voor LNG-exportprojecten, waarbij de nodige infrastructuur moet worden aangebracht. Daarnaast
stijgt ook de export van afgeleide producten zoals ethaan, waarvoor bedrijven met krakers in Europa nu langjarige contracten afsluiten met Amerikaanse partners
(box 3).
2)
Een ander, weliswaar meer onzeker aspect, is de ontwikkeling van de olieprijs. Ten opzichte van het meest
recente hoogtepunt van 120 dollar begin februari 2013)
is de prijs van Brent olie gedaald met 17% (stand 20 april
2013), gunstig voor de op oliegebaseerde chemie. Diverse instituten verwachten geen sterke stijging van de
olieprijs de komende jaren.
3)
Wat aan het eind van dit decennium de wereld van de
Europese chemie weer in een ander licht kan zetten, is
de ontwikkeling van schaliegas in Europa zelf. Landen als
Polen en Spanje zetten nadrukkelijk stappen om te komen tot de productie van schaliegas, al dient gezegd te
worden dat het tempo waarin dit zich voltrekt laag is. De
omvang van schaliegasproductie zoals we in de VS zien
zal het niet krijgen in Europa, maar gecombineerd met
de andere factoren kan het het concurrentienadeel ten
opzichte van de VS helpen verkleinen.
Box 3 INEOS Europe sluit 15-jarig contract voor ethaantransport VS-Europa
Petrochemiebedrijf INEOS heeft een 15-jarige overeenkomst
met Evergas gesloten voor het transport van ethaan van de
VS naar Noorwegen. Deze overeenkomst volgt op eerder
gesloten overeenkomsten met andere partijen over de levering van ethaan en gebruik van infrastructuur. Daarnaast
bouwt INEOS in Noorwegen een nieuwe opslagtank voor
ethaan. De nieuwe schepen worden specifiek voor dit project
gebouwd en staan gepland om te varen in 2015. Met deze
investeringen zorgt INEOS ervoor dat een significant deel
van relatief goedkoop ethaan uit de VS kan worden gebruikt
in Europese krakers. Hiermee wil INEOS de lange termijn
toekomst voor de Europese vestigingen veiligstellen.
Bron: INEOS Europe, persbericht 23 januari 2013
restwarmte of CO2-uitstoot. Dergelijke efficiënte constructies
zorgen voor een sterke concurrentiepositie waarbij de kostenverschillen (met bijvoorbeeld de VS) in het begin van de
keten uiteindelijk sterk gereduceerd worden. Zeker voor de
afzet binnen Europa winnen deze clusters het van geïmporteerde alternatieven.
Het voorgaande laat onverlet (vooral vanwege de zwakke
Europese vraag) dat de Europese chemie moeilijke jaren
tegemoet gaat met lage marges, zeer beperkte omzetgroei
en herstructurering. Kleinere, niet-geclusterde fabrieken met
relatief hoge aan- en afvoerkosten van materialen zijn hierbij
het meest kwetsbaar. De productiewaarde van de Europese
chemie als geheel groeit de komende jaren (gemiddeld) beperkt. In 2018 bedraagt het Europese aandeel in de mondiale
productie naar verwachting 18%, tegen 25% in 2012 en vertegenwoordigt een productiewaarde van iets minder dan €
700 miljard (zie figuur 6).
Figuur 6 Verwachte productiewaarde mondiale chemische industrie, 2012, 2015, 2018
4500
4000
3500
4)
5)
Tegen de tijd dat de Amerikaanse capaciteit maximaal is
(waarschijnlijk vanaf 2018) is ook de mondiale vraag naar
chemieproducten weer verder gegroeid. Met een verwachte economische groei van 2,5% vanaf 2014 in de VS
en ook vrij hoge groeicijfers in bijvoorbeeld LatijnsAmerika zal een deel van de extra capaciteit gebruikt
worden voor lokale afzet en export naar Latijns-Amerika
en mogelijk Azië en Afrika. Er blijft derhalve capaciteit in
Europa nodig, ondanks hogere productiekosten.
Chemiebedrijven zijn in toenemende mate geclusterd,
met andere chemiebedrijven, schakels direct erna in de
keten en/of met bedrijven die gebruik maken van de.
Sectorvisie Chemie 4
880
3000
760
2500
657
2000
102
300
1500
450
1000
570
500
125
347
149
391
638
521
822
1095
680
664
694
2012
2015
2018
0
Europa
China
VS
Japan
Bron: CBS, ING Economisch Bureau
Zuid-Korea
Rest vd wereld
Verwachte productiewaarde Nederlandse chemie
2018: € 62 miljard
Nederland is niet immuun voor de druk die de Europese
chemie ondervindt, zoals recent nog bleek uit de reorganisatieplannen van SABIC. De positie van Nederland is Europees
gezien echter relatief sterk. Dit is met name te danken aan de
geografisch gunstig gelegen clusters met relatief veel capaciteit. Dit maakt een verdere stijging van marktaandeel van de
Nederlandse chemie in de Europese productie de komende
jaren waarschijnlijk.
2013 wordt een echter een krimpjaar door de recessie in de
eurozone. Het productievolume van de chemie daalt naar
verwachting met 3%, de prijzen zijn gemiddeld stabiel tot
licht dalend. Voor 2014 wordt een stabilisatie van de productie verwacht en vooralsnog wordt gerekend op beperkte
groei in de periode erna.
Groei wordt vaak verwacht vanuit de export, maar verdere
groei van Nederlandse chemieproducten is geen vanzelfsprekendheid. De chemie is traditioneel wel een zeer exportgerichte sector, maar de laatste tien jaar groeide de binnenlandse afzet sneller. De exportmarkten waar de Nederlandse chemie in aandeel wist te groeien, zijn nu krimpende
of langzaam groeiende markten als Frankrijk en Italië. Tweederde van de export gaat naar West-Europa, naar Azië circa
8%. Juist daar kan nog groei gerealiseerd worden.
Figuur 7 (Verwachte) productie-ontwikkeling Nederlandse chemie, 2011-2015
6%
60
5.4%
4%
58
2%
56
0.0%
0%
0.8%
54
-1.8%
-2%
52
-3.0%
-4%
50
2011
2012
2013*
Volumegroei (L-as, % j-o-j)
2014*
2015*
Waarde (R-as, € mld.)
Bron: CBS, ING Economisch Bureau
Investeringen Nederland
Dalende investeringsquote punt van zorg
Hoewel de Nederlandse chemiesector er relatief goed voor
staat, is het investeringspeil een punt van zorg. De investeringsquote van de chemie daalt in rap tempo. Een daling an
sich is geen probleem (en zien we economie-breed), maar
een daling van bijna 20% naar iets meer dan 10% is erg fors
Sectorvisie Chemie 5
Figuur 8 Investeringsquote* chemie daalt snel
30%
25%
20%
15%
10%
5%
0%
2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011
Economie totaal
Industrie excl. chemie
Chemie
* Investeringen in vaste activa t.o.v. toegevoegde waarde
Bron: CBS, ING Economisch Bureau
en beduidend groter dan de daling binnen de rest van de
Nederlandse industrie (figuur 8). Het dalende cijfer past bij
het hiervoor geschetste beeld dat de grote chemiebedrijven,
waarvan er veel goed vertegenwoordigd zijn in Nederland,
hun pijlen richten op Amerika en Azië.
Dalende R&D-investeringen?
Het feit dat de investeringen in vaste activa teruglopen, is een
indicatie dat de marktverwachtingen over toekomstige volumegroei niet al te positief zijn. Groei van de toegevoegde
waarde van de chemie zal vooral moeten voortvloeien uit
innovatie. De laatst beschikbare investeringscijfers over R&D
geven echter een negatieve tendens. Wanneer we kijken
naar 2008 en 2010, voor en na crisisjaar 2009, is er een daling
van R&D-uitgaven ten opzichte van de omzet van 1,7 naar
1,6%. Het R&D-percentage van de grootste chemiebedrijven
ligt gemiddeld op circa 3% (tabel 3).
Ook het percentage chemiebedrijven in Nederland dat eigen
R&D heeft, daalt, van 50 naar 46%. Dit is overigens nog altijd
hoog in vergelijking met twee andere belangrijke sectoren
binnen de Nederlandse industrie, de voeding en hightech,
maar in die sectoren is de ontwikkeling wel positief. De chemie staat nog altijd te boek als een innovatieve sector, maar
van belang is dat de trend die de R&D-cijfers van de laatste
jaren tonen, niet doorzet.
Figuur 9 R&D-inspanningen voeding, chemie en hightechsector voor en na crisisjaar 2009
60%
50%
50%
46%
40%
41%
37%
30%
20%
R&D / omzet
2008
Hightech
Chemie
Voeding
Hightech
Voeding
0%
13%15%
1.7%1.6% 3.8%4.0%
0.4%0.6%
Chemie
10%
% bedrijven met eigen
R&D
Tabel 3 Omzet en R&D-uitgaven grootste chemiebedrijven, 2011
Omzet,,mld. € R&D, % van
de omzet
1. BASF
73,5
2,2%
2. Dow Chemical
46,4
2,7%
3. SABIC
39,1
0,4%
4. LyondellBasell
36,7
0,4%
5. Bayer
36,5
8,3%
6. Mitsubishi
31,9
4,3%
7. DuPont
29,3
5,2%
8. Sumitomo
19,4
6,3%
9. Toray
15,8
3,2%
10. Akzo Nobel
15,7
2,1%
21. DSM
9,2
4,1%
Bron: Europese Commissie
2010
Bron: CBS, ING Economisch Bureau
REACH
REACH vraagt nog om aandacht
Naast de uitdagingen die er voor de chemische industrie liggen als gevolg van de matige economische vooruitzichten in
Europa en het concurrentievoordeel dat de VS geniet, is er
ook nog de verdere implementatie van REACH, de Europese
wetgeving voor de registratie en evaluatie van chemicaliën.
REACH is sinds juni 2007 in werking, waarbij chemieimporteurs en/of producenten verplicht zijn gesteld om aangekochte chemische stoffen met een gewicht boven de 1000
ton per jaar te registreren. Per 1 juni 2013 moeten stoffen in
hoeveelheden van 100 ton per jaar geregistreerd worden,
per 1 juni 2018 boven de 1 ton.
Extra druk, vooral op MKB
De implementatie van de scherpere normering betekent dat
ook de fijnchemische branche meer te maken gaat krijgen
met REACH. Zeker bij kleinere hoeveelheden kunnen de directe dossier- en registratiekosten, maar ook eventuele kennisinhuur, tot een substantiële prijsverhoging leiden van het
verhandeld product. Daarnaast vraagt de implementatie om
de nodige tijd en inspanning tot op directieniveau. Deze
energie kan niet in extra verkoopinspanningen worden gestopt, terwijl dat in de huidige tijd van vraagdruk wel wenselijk is. Ook de Europese Commissie constateert in een recente evaluatie dat het MKB een punt van zorg is. Niet alleen
vanuit kostenoogpunt maar ook vanuit het feit dat een deel
van het MKB onvoldoende bewust is van de impact van de
regulering. In een recent onderzoek geeft het MKB aan dat
REACH tot de meest belastende EU-regelgeving behoort.
Toch zal REACH hoogstwaarschijnlijk verder ingevoerd worden zoals al gepland omwille van verdere bescherming van
gezondheid en milieu en harmonisatie van de Europese
markt. Dit laatste aspect is een zeer belangrijk winstpunt.
Sectorvisie Chemie 6
Concluderend
Het mag duidelijk zijn dat de Nederlandse chemiesector uitdagende jaren tegemoet gaat. De groei zal de komende periode beperkt zijn en de druk op winstmarges aanzienlijk.
Deze transitieperiode zal gepaard gaan met herstructuringen
binnen de Europese chemie, waar ook Nederland de effecten
van zal voelen. In 2013 daalt de productie en de jaren erna
kan deze licht groeien. De positie van Nederland binnen Europese (basis)chemie is echter relatief goed, dankzij haar
gunstige ligging en geclusterde chemische sector. Voor de
fijnchemie zijn blijvende R&D-inspanningen vereist. De meest
recente R&D-cijfers wijzen echter de verkeerde kant op.
Wanneer deze trend doorzet, zal toekomstige groei van de
fijnchemie onder druk komen te staan.
Meer weten?
Kijk op ING.nl/zakelijk
Of bel met
Jurjen Witteveen,
Sectoreconoom Industrie
06 8363 5786
Rindert Ekhart,
Sectormanager Industrie
06 1506 6104
Wilt u nieuwe publicaties per e-mail ontvangen?
Ga naar ING.nl/kennis
Disclaimer
De informatie in dit rapport geeft de persoonlijke mening weer van de analist(en) en geen enkel deel van de beloning van de
analist(en) was, is, of zal direct of indirect gerelateerd zijn aan het opnemen van specifieke aanbevelingen of meningen in dit
rapport. De analisten die aan deze publicatie hebben bijgedragen voldoen allen aan de vereisten zoals gesteld door hun nationale toezichthouders aan de uitoefening van hun vak. Deze publicatie is opgesteld namens ING Bank N.V., gevestigd te Amsterdam en slechts bedoeld ter informatie van haar cliënten. ING Bank N.V. is onderdeel van ING Groep N.V. Deze publicatie
is geen beleggingsaanbeveling noch een aanbieding of uitnodiging tot koop of verkoop van enig financieel instrument. ING
Bank N.V. betrekt haar informatie van betrouwbaar geachte bronnen en heeft alle mogelijk zorg betracht om er voor te zorgen
dat ten tijde van de publicatie de informatie waarop zij haar visie in dit rapport heeft gebaseerd niet onjuist of misleidend is.
ING Bank N.V. geeft geen garantie dat de door haar gebruikte informatie accuraat of compleet is. De informatie in dit rapport
kan gewijzigd worden zonder enige vorm van aankondiging. ING Bank N.V. noch één of meer van haar directeuren of werknemers aanvaardt enige aansprakelijkheid voor enig direct of indirect verlies of schade voortkomend uit het gebruik van (de
inhoud van) deze publicatie alsmede voor druk- en zetfouten in deze publicatie. Auteursrecht en rechten ter bescherming van
gegevensbestanden zijn van toepassing op deze publicatie. Overneming van gegevens uit deze publicatie is toegestaan, mits
de bron wordt vermeld. In Nederland is ING Bank N.V. geregistreerd bij en staat onder toezicht van De Nederlandsche Bank
en de Autoriteit Financiële Markten.
De tekst is afgesloten op 23 april 2013
Download