Lesbrief Middeleeuwen

advertisement
Waterlands Archief, lesbrief Middeleeuwen
Lesbrief Middeleeuwen in Waterland
Inleiding
aar denk je aan bij de Middeleeuwen? Kastelen, ridders, jonkvrouwen, wapens,
toernooien, veldslagen en mooie, maar ‘vreemde’ letters? Dan zit je goed!
Want dat zijn inderdaad onderwerpen uit de Middeleeuwen. Maar… er zijn er veel
meer! Onderwerpen waar je misschien niet direct bij stil staat zijn bijvoorbeeld het
landschap, boeren, de stad, kerken, kloosters, scholen, geld, en zelfs stank en herrie.
Want ook dát hoort bij de Middeleeuwen. Genoeg onderwerpen om veel over te
vertellen en… leuke opdrachten over te maken.
W
Wanneer waren de Middeleeuwen?
Tot de Middeleeuwen rekent men de periode van ongeveer 500 na Christus tot
ongeveer 1500 na Christus. Zo’n duizend jaar dus. Dat lijkt lang geleden. En daarmee
lijkt het ook ver van ons af te staan. Maar, bedenk bijvoorbeeld dat…
… de natuur om ons heen. Veel weilanden en sloten in onze omgeving hebben rond
het jaar 1000 die vorm gekregen;
… de kerk tijdens de Middeleeuwen veel macht kreeg en belangrijk was in het
dagelijks leven;
… veel feesten van vandaag de dag, zoals, Kerstmis, Pasen en Pinksteren uit de
Middeleeuwen dateren. En wat dacht je trouwens van de kermis? Inderdaad, ook
oorspronkelijk middeleeuws;
… onze taal zich in de Middeleeuwen ontwikkelde;
… het onderwijs vorm kreeg, en ook de universiteiten ontstonden;
… de geschiedenis van ons parlement terug gaat tot in de Middeleeuwen.
Dat zijn zomaar enkele zaken uit het dagelijks leven met een lange geschiedenis.
Ontstaan van het landschap
O
nze omgeving, het gebied Waterland, is ‘gemaakt’. Dat klinkt gek, maar het is
wel zo. Stel je voor, ruim duizend jaar geleden werd hier nog niet gewoond. Dat
was onmogelijk. De natuurlijke omgeving zag er uit als een moerassig gebied.
1
Waterlands Archief, lesbrief Middeleeuwen
Veenriviertjes stroomden richting het IJsselmeer, dat eerst het Almere heette, later
Zuiderzee. Die oude riviertjes zijn er nog steeds. Het lijken brede sloten, maar schijn
bedriegt! Want het zijn meestal sloten met onregelmatige bochten. Wil je er een
paar weten? Bijvoorbeeld het Die of de Ye die vanuit het noorden richting de Grote
Kerk in Edam stroomt. Vanuit de toren kun je dat mooi zien. Of de Draai die ten
zuiden van Kwadijk tussen de Beemster en Purmer stroomt. Of de Waterlandse Die bij
Holysloot. Langs die veenriviertjes groeiden moerasbossen waar bomen als wilgen en
berken groeiden. Daar is weinig meer van over. Op de hoger gelegen delen
groeiden geen bomen. Voor alle duidelijkheid: er waren toen dus nog geen steden
en dorpen!
Hiernaast zie je een afbeelding van het
Kwadijkervlot in Kwadijk. Stel je maar eens voor
dat onze omgeving er in de Middeleeuwen
ongeveer zo heeft uitgezien.
Heitje van Katham
Langs de Zeddeweg, tussen Motel Katwoude en Volendam ligt het Heitje van
Katham, een natuurgebiedje. Het is één van de oudste stukjes veenheide van
Nederland. Dit bijzondere stukje natuur ontstond door verlanding van de sloot en
werd opgebouwd door veenmossen. Er groeien vier soorten hei, waaronder
lavendelheide en varens. Dit kleine stukje natuur, geeft heel aardig de
Middeleeuwse situatie weer. Je kunt het heitje alleen vanaf de weg bekijken want
het is niet toegankelijk.
Maar toen… kwamen de ontginners!
Zo rond het jaar 900, 1000 kregen de mensen behoefte aan nieuwe woonplaatsen.
De belangrijkste oorzaak was dat de bevolking toenam en daarmee de
voedselbehoefte. Maar het werd ook droger, de temperaturen gingen omhoog.
Daardoor werd het drassige land beter begaanbaar. Mensen gingen op zoek naar
nieuwe woonplaatsen. Op zoek naar nieuwe woonplaatsen zagen mensen kans het
moerassige gebied te ontginnen. Dat was een hele zware klus waar men jarenlang
mee bezig was. Zij groeven sloten om het moeras te ontwateren. Brede sloten en
heel veel smalle sloten. De oude, bestaande veenriviertjes voerden het water af
richting de zee. Zo ontstond het weidelandschap zoals we dat vandaag de dag nog
kennen.
De eerste bewoners: boeren
De mensen die het landschap ontgonnen noemen we kolonisten. Om in hun nieuwe
woongebied te wonen en te werken bouwden zij boerderijen. Uit archeologisch
2
Waterlands Archief, lesbrief Middeleeuwen
onderzoek weten we hoe deze boerderijen er waarschijnlijk hebben uitgezien. Ze
werden gebouwd met ‘bouwmateriaal’ dat voorhanden was zoals bepaalde
bomen (bijvoorbeeld wilg, iep en els), riet, klei, leem en veenplaggen. Voordat de
Middeleeuwer aan de bouw van zijn huis begon wierp hij eerst een terpje
(kunstmatig heuveltje) op. Dat deed hij omdat het land regelmatig overstroomde. Er
waren namelijk nog geen dijken of ze stelden weinig voor. De zee had dus vrij spel
op het land.
Op Marken zijn nog altijd grote terpen waar meerdere huizen op staan. Er zijn in onze
omgeving veel meer terpen geweest, maar dan veel kleiner.
Wellicht stonden er in de Middeleeuwen dit soort
boerderijen in onze omgeving.
Kerken en kloosters
Christendom
n het begin van de Middeleeuwen beleefden de mensen hun geloof op een
andere manier dan later. Zij kenden allerlei gebruiken die zij deels van volken
zoals de Germanen en Vikingen hadden overgenomen. Daar waren zij aan
gewend. Maar daar kwam verandering in want rond 800 werd Noord-Holland
gekerstend. Engelse en Ierse predikers brachten het Christendom. Een van de
bekendste predikers was Willibrordus. Toen de kerk belangrijk werd nam de kerk
bepaalde oude gebruiken gewoon over, maar veranderde deze een beetje. De
kolonisten namen het nieuwe geloof mee Waterland in maar hielden soms oude
gebruiken. Deze kolonisten waren al Christenen.
I
Joelfeest
De Germaanse volken vierden tussen 25 december en 6 januari het Joelfeest. Het
hoogtepunt was op 1 januari, dat gevierd werd met grote vuren, lekker eten en
drinken en het brengen van dierenoffers. Herken je de data? De christelijke kerk nam
dit feest over, maar in gewijzigde vorm. Zo ontstond Kerstmis op 25 en 26 december,
Nieuwjaar op 1 januari en Driekoningen op 6 januari. Oude feesten dus, in een nieuw
jasje!
Kerken
In hun nieuwe dorpen bouwden de kolonisten de eerste kapellen en kerkjes. Eerst
van hout, later van steen. Die oudste kerken zijn allemaal verdwenen. Maar
verschillende huidige kerken staan op dezelfde plek als de Middeleeuwse
voorgangers. Alle Waterlandse (dorps-)kerken vielen onder het gezag van het
bisdom Utrecht.
3
Waterlands Archief, lesbrief Middeleeuwen
In de steden waren de kerken veel groter. Zoals de Grote- of Sint Nicolaaskerk van
Monnickendam en de gelijknamige kerk te Edam. Die staan er nog steeds. Door
latere uitbreidingen zijn de gebouwen niet volledig middeleeuws.
Kloosters
Naast de kerk waren er kloosters. Daar woonden en werkten monniken en nonnen.
Zij hielden zich bijvoorbeeld bezig met landbouw, onderwijs en ziekenzorg. Sommige
kloosters waren rijk en machtig. Dat was bijvoorbeeld het geval met het klooster van
Egmond. Dat werd rijk door de vele giften van edelen. Ook in onze omgeving had
dat klooster verschillende bezittingen waaronder veel landerijen.
In Waterland stonden enkele kleine kloosters in of bij Monnickendam, Edam en
Purmerend.
Een heel oude tekening uit 1543. Je ziet links de
parochiekerk van St Nicolaas en daarnaast het
klooster Mariengaarde te Monnickendam. Het
klooster werd gesticht vòòr 1403 en gesloopt in
1612.
In de Middeleeuwen konden de meeste mensen nog niet lezen en schrijven. Die
kunst beheersten alleen priesters en monniken. Dat was belangrijk want zij moesten in
de kerk uit de Bijbel en andere kerkelijke boeken voorlezen. Gelukkig leerden tegen
het eind van de Middeleeuwen steeds meer mensen lezen en schrijven, vooral de
mensen uit de stad.
De boeken werden eerst nog met de hand geschreven. Ken je het gezegde: “Wat
een monnikenwerk!”? Dat slaat op het werk van de monniken die hele boeken
overschreven, oftewel handmatig kopieerden. Een enorm (monniken-)werk! Toen in
de 15e eeuw de boekdrukkunst werd uitgevonden werd het voor een steeds breder
publiek mogelijk om onder andere de Bijbel te lezen.
Een oud boek met preken die werden gebruikt
door de monniken in het klooster Galilea Minor dat
bij Monnickendam heeft gestaan. Het is een van de
oudste boeken uit de bibliotheek van het
Waterlands Archief.
4
Waterlands Archief, lesbrief Middeleeuwen
Legenden en volksverhalen
Legenden en volksverhalen zijn er genoeg over Waterland. Ze zijn echter lastig te
dateren maar er zijn er vast bij die al in de Middeleeuwen zijn ontstaan. Bijvoorbeeld
de legende van de Middeleeuwse Grote- of Sint Nicolaaskerk te Edam: De Edammer
kerkmeesters waren het niet eens over de locatie waar de kerk gebouwd moest
worden. Besloten werd om een stier los te laten en op de plaats waar de stier lekker
zou gaan grazen zou de kerk worden gebouwd. Aldus geschiedde!
Wandtapijten
Middeleeuwse gebouwen zoals grote kerken, burchten en kastelen hadden dikke
muren die veel kou afgaven. Ter versiering en tegen de kou werden vaak enorme
tapijten gemaakt en opgehangen. Ze werden versierd met bijvoorbeeld bijbelse- of
jachttaferelen.
Het oudste stripverhaal ter wereld
Een bijzonder wandtapijt is het tapijt van Bayeux in Frankrijk over de verovering van
Engeland door de Normandische hertog Willem de Veroveraar. Het tapijt is zo’n 70
meter lang en wordt wel eens het oudste stripverhaal ter wereld genoemd. Het is
ongeveer negenhonderd jaar oud. Het verhaal had niets met Waterland te maken,
maar dit soort verhalen werd heel veel doorverteld. Ridders waren er dol op.
Misschien is het wel op één van de Waterlandse kastelen verteld!
5
Waterlands Archief, lesbrief Middeleeuwen
Kastelen
D
e rijkste en machtigste mensen woonden in kastelen. Ook in Waterland. Het
oudste kasteel was de Swaensborch. Het was het kasteel van de Heren van
Persijn (dat waren ridders) en stond waarschijnlijk ergens in de buurt van
Monnickendam, maar… er zijn geen
sporen van gevonden!
Het bekendste Waterlandse kasteel
is Purmersteijn, dat in Purmerend
heeft gestaan. Willem Eggert mocht
van de Hollandse Graaf Willem VI
rond 1410 een eigen kasteel
bouwen. Het heeft er een paar
honderd jaar gestaan en werd rond
1740 gesloopt omdat het zeer
bouwvalling was geworden.
Hiernaast zie je een maquette van
kasteel
Purmersteijn
dat
in
Purmerend heeft gestaan. De
maquette is van het Purmerends
Museum.
De stad
S
teden ontstonden in de late Middeleeuwen.
In onze omgeving hebben we het dan over
Edam, Monnickendam en Purmerend. In de 14e
en 15e eeuw kregen zij het zogeheten stadsrecht.
Monnickendam kreeg het van graaf Willem V als
eerste in 1356 en is daarmee de oudste stad van
de drie. Edam volgde in 1357, inderdaad ook van
graaf Willem V. En Purmerend tenslotte kreeg in
1410 het stadsrecht van Willem Eggert. De steden
hadden hun eigen rechtspraak, zij mochten
markten houden, tol heffen en met stadsmuren
hun stad veiliger maken. In sommige plaatsen
vind je hier nog restanten van.
De stadsmensen woonden in simpele houten
huizen en hutten die natuurlijk erg brandgevaarlijk
waren. Later werden de huizen steeds beter en
bouwde men van steen.
Helaas… houten Middeleeuwse huizen zijn er niet meer in onze omgeving. Maar in
Edam staat nog een laatmiddeleeuws huis uit 1530. Het is grotendeels van hout
gebouwd. Je ziet het huis hiernaast.
De graaf benoemde de schout. Schout en schepenen zorgden voor de rechtspraak.
De schout was ook de baas van de politie. Je kunt zijn functie wel een beetje
vergelijken met die van de sheriff in Amerikaanse westerns!
Misdadigers werden door hen veroordeeld. De straffen waren niet mals. Een dief
werd de hand afgehakt, een brandstichter werd gebrandmerkt en een moordenaar
opgehangen of onthoofd. Zij bepaalden ook de plaatselijke wetten, die noemde
6
Waterlands Archief, lesbrief Middeleeuwen
men toen keuren. Burgemeesters en vroedschap zorgden voor het dagelijks bestuur.
Burgemeesters zijn te vergelijken met de wethouders van nu, en de vroedschap met
de gemeenteraad.
Het lokale bestuur werd gevormd door mannelijke ingezetenen die zitting hadden in
de vroedschap. Zij werden tijdens een bijzondere vergadering gekozen uit de
aanwezigen. Er ging een zak rond met daarin veertig bonen. Zeven daarvan waren
zwart. Alle mannen kozen een boon. Degenen die een zwarte boon hadden geloot,
namen plaats in de vroedschap.
Handel en bedrijf
O
p het platteland woonden de boeren, in de steden hadden de mensen een
ander beroep. Men was bijvoorbeeld koopman, bakker, smid, kleermaker,
wever, (scheeps-)timmerman of spinster. Grote beroepsgroepen vormden
zogeheten gilden. Dat waren een soort vakverenigingen. Zij stelden hun eigen regels
samen op het gebied van de prijzen en kwaliteit van hun producten. Ook legden zij
de werktijden vast.
Een belangrijke groep vormden de kooplieden. Zij haalden producten als hout,
graan en zout uit verre landen. En zij verkochten daar kaas, boter of vis dat hier
vandaan kwam. Hierdoor werd de scheepvaart en scheepsbouw belangrijk. Veel
Waterlanders verdienden zo hun brood.
Beroepen die minder voorkwamen maar wel belangrijk waren zijn bijvoorbeeld de
chirurgijn, vroedvrouw, schoolmeester of pastoor.
Dagelijks leven
Middeleeuws menu
at aten onze Middeleeuwse voorouders? In onze ogen aten zij eenvoudig. Dat
wil niet zeggen: onbekend. Want uit gevonden zaden, pitten en botmateriaal
blijkt dat er op het middeleeuws menu al heel wat voedsel stond dat we vandaag
de dag nog steeds eten. Bijvoorbeeld (rogge-)brood, peulvruchten (linzen, erwten,
duivebonen (dat zijn kleine tuinbonen)), fruit (appel, peer, kers, pruim, aardbei,
braam, bosbes), rund, schaap, varken, eend, gans, kip en vis. En wat een heleboel
mensen vast niet weten… ook de pannenkoek stond al op het menu!
W
Middeleeuws servies
Een archeoloog is iemand die de bodem
onderzoekt. Hij speurt naar sporen van
vroegere menselijke activiteiten. Dus waar en
hoe de mensen woonden en werkten. Een
groot deel van wat men in de bodem aan
oude sporen kan vinden bestaat uit
aardewerk scherven. Vaak lelijke stukjes scherf,
restant van iets dat ooit werd gebruikt.
Bijvoorbeeld om in te koken of om uit te eten.
Soms zijn die scherven prachtig bewerkt of
beschilderd; soms zien ze er lelijk uit, gemaakt
van donker aardewerk. Je kunt je er dan niet veel bij voorstellen. Toch kunnen
scherven ons soms veel vertellen. Over het gebruik en de herkomst bijvoorbeeld. Het
7
Waterlands Archief, lesbrief Middeleeuwen
oudste aardewerk in Waterland is vaak ter plaatse door de bevolking in de
Middeleeuwen gemaakt. Simpele potjes, soms met een handvat, soms met een
standring (die ook wel een knijpvoet(je) wordt genoemd). Maar er worden ook veel
scherven van voorwerpen gevonden die oorspronkelijk ergens anders zijn gemaakt.
Bijvoorbeeld in Duitsland of België. Deze potten werden op een draaischijf gemaakt
en hadden soms simpele versieringen. Dat soort potten zie je op de afbeelding
hiernaast.
Hoera, afval!
Middeleeuwers stortten hun afval in zogeheten beerputten en drooggevallen
waterputten. Bij een opgraving op die plekken kan je dus van alles tegenkomen:
aardewerkscherven, kleding(resten), schoeisel, maar ook onverteerde voedselresten
zoals botjes, graten en pitten. Uit een dergelijke opgraving kan je dus een aardig
beeld krijgen van wat er in een bepaalde periode werd gegeten.
Kruiden en ziekenzorg
In de Middeleeuwen werden kruiden gebruikt bij het koken en in de geneeskunde.
Maar kruiden werden ook op kleding gedragen. Bijvoorbeeld in de kerk waar het
vaak stonk omdat er mensen begraven werden. Kloosters en kastelen hadden hun
eigen kruidentuin.
De oudste ziekenzorg was in handen van kloosters. In Purmerend bijvoorbeeld,
stonden aan het einde van de vijftiende eeuw twee kloosters. Aan de Nieuwe
Koestraat stond het eind 14e eeuw gestichte klooster van de Heilige Ursula; aan de
Weeshuisburgwal stond het klooster Bethlehem, gesticht omstreeks 1400. Beide
kloosters hadden een afdeling voor ziekenverzorging ingericht. Voorlopers van het
ziekenhuis dus!
Kamille
Kamille werd in de Middeleeuwen gebruikt als geneesmiddel, bijvoorbeeld tegen
verkoudheid. Het werd ook op vloeren gestrooid omdat het lekker rook.
Zieken- en armenzorg
Oorspronkelijk namen de kloosters de ziekenzorg voor hun rekening. Maar door de
uitbraak van allerlei ernstige ziektes was dat uiteindelijk niet meer toereikend en
werden door de lokale overheid gasthuizen ingericht. Ook burgers in goeden doen
lieten zich niet onbetuigd en hielden zich bezig met zieken- en armenzorg. En ook de
kerk droeg z’n steentje bij in de armenzorg.
De Zwarte dood
De pest was de meest gevreesde ziekte in de Middeleeuwen die met name in de
14e eeuw huis hield in heel Europa en heel veel slachtoffers maakte. Tussen 1347 en
1351 bijvoorbeeld, stierf naar schatting maar liefst een derde van de Europese
8
Waterlands Archief, lesbrief Middeleeuwen
bevolking. De meest voorkomende varianten
waren de long- en de builenpest. Pestlijders,
mensen die ziek waren door de pest, werden
ondergebracht in zogenoemde pesthuizen.
Als je in een pesthuis terecht kwam, was het
niet best.
Het 17e eeuwse weeshuis in Monnickendam
(afbeelding hiernaast) is gebouwd op de
locatie van het vroegere pesthuis. Het stond
op een eiland, het zogenoemde Pesteiland,
later Weezeneiland genoemd. Nderhand
werd het gebouw ingericht als Latijnse
school.
Geuren, kleuren en herrie
De Middeleeuwer had zijn eigen geuren, kleuren en geluiden. Qua geuren kun je
denken aan de stank van mest en de geuren die bepaalde bedrijven voortbrachten
zoals bijvoorbeeld de smid met zijn smederij of de bakker met vers brood. Maar ook
de stank van de mens zelf, want heerlijke zeepjes en douchefris, om nog maar te
zwijgen van eau de toilet, kende men niet. Zeker ‘de gewone man’, de burger niet.
De adel echter kende wel reukwater. Maar ook de geur van ziekte en dood hing op
straat.
Dan de kleuren. Die waren er natuurlijk al. In kleding, wapens, tapijten,
gebrandschilderde kerkramen bijvoorbeeld, zie je al de mooie kleuren die wij zo
gewoon vinden.
Meermin en meerman
Er zijn prachtige verhalen bekend over zowel een
meermin als meerman die hier in de buurt zouden
zijn gevangen. Hiernaast zie je de meermin die rond
1400 in de Purmer is gevangen. De Purmer, waar nu
een woonwijk is, was toen nog een groot meer. Dit
Groenwyf, zoals ze ook wel werd genoemd, is
afgebeeld op een van de kerkramen van de
Grote- of Sint Nicolaaskerk te Edam.
Ten
slotte geluid. Allesoverheersend waren de kerkklokken die
zeer regelmatig werden geluid, zeker in de steden. Men herkende aan de luidwijze
wat de boodschap was. Bijvoorbeeld de zogeheten marktklok die aankondigde dat
er markt was. Of de doodsklok die werd geluid als er iemand was overleden.
Mode
Mannen droegen in de Middeleeuwen een lang tuniek met riem en een (strakke)
broek, laarzen en een helm. De vrouwen droegen lange jurken.
De Middeleeuwer versleet door de jaren heen heel wat schoenen, gemaakt van
leer. Minstens tien paar per jaar, waarschijnlijk veel meer schoenen dan jij verslijt!
Oude schoenen belandden bij het huisafval en vormden eeuwen later dankbare
vondsten voor archeologen. Men liep ook al op klompen, maar hout vergaat snel,
dus daar vind je niets van terug in de bodem.
9
Waterlands Archief, lesbrief Middeleeuwen
Tijdens
de
stadsfeesten
van
Monnickendam in 2005 liepen veel
Monnickendammers
in
middeleeuwse kleding. Let eens op
de vrolijke kleuren! (Bron: De magie
van
Monnickendam
door
Ria
Houweling-Bouwman, e.a.)
Onderwijs
Je kunt het onderwijs in de Middeleeuwen
niet vergelijken met dat van nu. Tot zeven
jaar werd er nog weinig aan onderwijs
gedaan. Vanaf die leeftijd kregen
sommige kinderen onderwijs. In veel
Nederlandse
steden
waren
scholen.
Oorspronkelijk
werd
het
onderwijs
georganiseerd
door
de
kerk.
Dat
veranderde in de 14e eeuw toen
stadsbesturen zich met het onderwijs
gingen bemoeien. De Latijnse scholen, zo
genoemd
omdat
er
Latijn
werd
onderwezen, stonden onder leiding van
een rector. Hij gaf les, organiseerde het onderwijs, verzorgde zanglessen, hield
toezicht en handhaafde de tucht. Een klas was niet gebonden aan leeftijd. De
Latijnse scholen werden alleen bezocht door kinderen uit de midden- en hogere
klasse. Ook in de Waterlandse steden waren Latijnse scholen, maar dat was pas na
de Middeleeuwen. In de Edamse Grote- of St Nicolaaskerk is in de zogeheten Librije
de Latijnse school bewaard gebleven. De Latijnse school bevond zich op de eerste
etage van het gedeelte van de kerk dat je hiernaast op de afbeelding ziet. De
schoolbankjes zijn er nog, maar de boeken zijn verdwenen…
10
Waterlands Archief, lesbrief Middeleeuwen
Tekst op perkament uit 1322, schenking van een stuk land,
genaamd Catwoude door Jan van Henegouwen.
Ontspanning en vermaak: botjesschieten, dopperen en kietelen
De Middeleeuwer kende vele vormen van ontspanning en vermaak. Enkele
voorbeelden: valkerij, schermen, kruisboogschieten en acrobatiek. Ook de nar en
minstreel waren populair. Sporten die werden beoefend waren onder andere:
steenwerpen, kolven en kaatsen.
Sommige spelletjes die we nog steeds spelen, komen uit de Middeleeuwen en zijn
dus al heel oud. Er zijn ook veel spelletjes verdwenen.
Enkele voorbeelden van Middeleeuwse spelletjes waar je er vast wel enkele van
herkent zijn: steentje keilen over het water (noemde men vroeger: stipstappen,
botjesschieten, dopperen, keilen en kietelen), bikkelen, buitelspelen, tollen,
hoepelen, Jonas in de Walvis, haasje-over, steltlopen, knikkeren, eierdans,
kringspelen en peil en boog.
Jaarmarkt
Jaarlijks hoogtepunt was de kerkmis en de jaarmarkt met een processie (rondgang)
met priesters, gildebroeders en andere mensen die vaandels en beelden door de
straten droegen. Er werd ook gefeest, dat gebeurde vooral in de herbergen. Uit de
kerkmis kwam de kermis voort. De jaarmarkt trok veel publiek want er viel veel te
beleven. De bezoekers kwamen niet alleen vanuit de stad maar ook van het
platteland.
11
Download