verplichte bijlage psychosociale risico`s

advertisement
Bijlage bij het arbeidsreglement
PREVENTIE VAN PSYCHOSOCIALE RISICO’S OP HET
WERK, WAARONDER STRESS, GEWELD, PESTERIJEN EN
ONGEWENST SEKSUEEL GEDRAG OP HET WERK
1.
Doelstelling
De werkgever verbindt zich ertoe om psychosociale risico’s op het werk zoveel als mogelijk te
beperken door middel van het voeren van een actief preventiebeleid.
De werkgevers, de werknemers1 alsmede andere personen op de arbeidsplaats2, die in contact
komen met werknemers bij de uitvoering van hun werk, zijn ertoe gehouden zich te onthouden van
iedere daad van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk.
Een werknemer die bij de uitvoering van het werk het slachtoffer zou worden van dergelijke feiten,
gepleegd door een of meerdere collega's of door een of meerdere derden, kan voor advies, bijstand,
opvang of klacht terecht bij de preventieadviseur en/of een vertrouwenspersoon.
1. Bevoegde preventieadviseur: de bevoegde preventieadviseur wordt aangeduid door de
werkgever, na het voorafgaand akkoord van alle leden-vertegenwoordigers van de
personeelsleden binnen het Comité voor Preventie en Bescherming op het werk en is deskundig
op het vlak van de psychosociale aspecten van het werk.
Als preventieadviseur treedt op: ………………………………………………………………………
Hij/zij is als volgt te bereiken: ………………………………………………………………………….
2. Vertrouwenspersoon: de vertrouwenspersoon is de persoon die de bevoegde preventieadviseur
bijstaat en belast is met het verlenen van hulp aan slachtoffers van geweld, pesterijen of het
ongewenst seksueel gedrag op het werk.
Als vertrouwenspersoon treedt op:…………………………………………………………………..
Hij/zij is als volgt te bereiken: …………………………………………………………………………
2.
Begrippen
Moet worden verstaan onder:

Psychosociale risico's op het werk: de kans dat een of meerdere werknemers psychische
schade ondervinden die al dan niet kan gepaard gaan met lichamelijke schade, ten gevolge
van een blootstelling aan de elementen van de arbeidsorganisatie, de arbeidsinhoud, de
arbeidsvoorwaarden, de arbeidsomstandigheden en de interpersoonlijke relaties op het werk,
waarop de werkgever een impact heeft en die objectief een gevaar inhouden.
1
Worden gelijkgesteld met werknemers:
de personen die, anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst, arbeid verrichten onder het gezag van een ander
persoon;
de personen die een beroepsopleiding volgen waarvan het studieprogramma voorziet in een vorm van arbeid die al
dan niet in de opleidingsinstelling wordt verricht;
de personen verbonden door een leerovereenkomst;
de stagiairs;
de leerlingen en studenten die een studierichting volgen waarvan het opleidingsprogramma voorziet in een vorm van
arbeid die in de onderwijsinstelling wordt verricht.
2
Iedere persoon die in contact treedt met de werknemers bij de uitvoering van hun werk, inzonderheid klanten, leveranciers,
dienstverleners, leerlingen en studenten en personen die uitkeringen genieten.
Preventie van psychosociale risico's op het werk, waaronder stress,
geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk
p. 1 / 9
3.

Geweld op het werk: elke feitelijkheid waarbij een werknemer of een andere persoon,
psychisch of fysiek wordt lastiggevallen, bedreigd of aangevallen bij de uitvoering van het
werk. Bijvoorbeeld: gedragingen van fysieke of verbale agressie zoals scheldwoorden,
beledigingen of pesterijen.

Pesterijen op het werk: meerdere gelijkaardige of uiteenlopende onrechtmatige gedragingen,
buiten of binnen de onderneming of instelling, die plaats hebben gedurende een bepaalde tijd,
die tot gevolg hebben dat:
o ofwel de persoonlijkheid, de waardigheid of de fysieke of psychische integriteit van
een werknemer of een andere persoon bij de uitvoering van het werk wordt aangetast;
o ofwel dat zijn betrekking in gevaar wordt gebracht;
o ofwel dat een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende
omgeving wordt gecreëerd.

Ongewenst seksueel gedrag: elke vorm van ongewenst verbaal, niet-verbaal of lichamelijk
gedrag van seksuele aard waarvan degene die zich er schuldig aan maakt weet of zou
moeten weten dat het afbreuk doet aan de waardigheid van vrouwen en mannen op het werk.
Risicoanalyse en preventiemaatregelen
A. Risicoanalyse
In het kader van een risicoanalyse identificeert de werkgever de situaties die aanleiding kunnen geven
tot psychosociale risico’s op het werk. Hierbij wordt rekening gehouden met:
- de situaties die aanleiding kunnen geven tot stress of burn-out veroorzaakt door het werk of
tot schade aan de gezondheid die voortvloeit uit conflicten verbonden aan het werk of uit
geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk;
- de gevaren verbonden aan de elementen van de arbeidsorganisatie, de arbeidsinhoud, de
arbeidsvoorwaarden, de arbeidsomstandigheden en de interpersoonlijke relaties op het werk.
Op grond van de risicoanalyse treft de werkgever ten aanzien van de specifieke arbeidssituatie de
geschikte collectieve en individuele preventiemaatregelen.
De werkgever houdt bij de risicoanalyse en het bepalen van de preventiemaatregelen rekening met
onder meer de verklaringen van de werknemers die opgenomen zijn in het register van feiten van
derden. Dit register wordt bijgehouden door de vertrouwenspersoon of de preventieadviseur
psychosociale aspecten.
B. Preventiemaatregelen
Volgende preventieve maatregelen worden in de onderneming vastgesteld om de werknemer te
beschermen tegen psychosociale risico’s waaronder geweld, pesterijen en ongewenst seksueel
gedrag bij de uitvoering van het werk:




...................................................................................
...................................................................................
...................................................................................
...................................................................................
De werkgever evalueert deze maatregelen minstens eenmaal per jaar. Bij elke wijziging die de
blootstelling van werknemers aan psychosociale risico's op het werk kan beïnvloeden worden de
maatregelen gerevalueerd.
4.
Verzoek tot psychosociale interventie door de werknemer
De werknemer die meent het voorwerp te zijn van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag
op het werk heeft de mogelijkheid om:
 ofwel de “interne procedure in de onderneming” toe te passen
 ofwel om zich te wenden tot de (regionale) directie Toezicht op het Welzijn op het Werk
Preventie van psychosociale risico's op het werk, waaronder stress,
geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk
p. 2 / 9

ofwel een vordering in te stellen voor het bevoegde rechtscollege
Indien mogelijk wordt voorrang gegeven aan de interne procedure.
Een werknemer van een externe onderneming die doorlopend activiteiten uitvoert binnen de
onderneming en meent het voorwerp te zijn van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op
het werk door een werknemer van de onderneming, kan een beroep doen op de hieronder
beschreven interne procedure.
Wanneer er individuele preventiemaatregelen moeten getroffen worden ten aanzien van een
werknemer van een onderneming van buitenaf, legt de werkgever in wiens inrichting permanent
werkzaamheden worden uitgevoerd de nuttige contacten met de werkgever van de onderneming van
buitenaf, opdat deze maatregelen daadwerkelijk zouden kunnen getroffen worden.
A. Interne procedure
De werknemer die meent schade te hebben geleden ten gevolge van psychosociale risico’s op het
werk, wendt zich in de eerste plaats tot de werkgever, een lid van de hiërarchische lijn, een lid van het
comité of en vakbondsafgevaardigde.
Indien de werknemer geen gehoor vindt bij voormelde personen of indien de werknemer deze
personen niet wenst aan te spreken, kan deze zich wenden tot de vertrouwenspersoon of de
preventieadviseur psychosociale aspecten.
Uiterlijk tien kalenderdagen na het eerste contact hoort de vertrouwenspersoon of de
preventieadviseur psychosociale aspecten de werknemer en informeert hij hem over de
mogelijkheden tot interventie3.
De werknemer kiest het type interventie waarvan hij gebruik wenst te maken:
I.
hetzij een informele psychosociale interventie
II.
hetzij een formele psychosociale interventie
I.
Informele psychosociale interventie
De informele psychosociale interventie bestaat erin om op een informele wijze te zoeken naar een
oplossing door middel van:
- gesprekken die het onthaal, het actief luisteren of een advies omvatten;
- een interventie bij een andere persoon van de onderneming, inzonderheid bij een lid van
de hiërarchische lijn;
- een verzoening tussen de betrokken personen voor zover zij hiermee akkoord gaan.
Het type informele psychosociale interventie gekozen door de verzoeker wordt opgenomen in een
document dat wordt gedateerd en ondertekend door de tussenkomende partij en door de
verzoeker die daarvan een kopie ontvangt.
II.
Formele psychosociale interventie
Indien de werknemer geen gebruik wenst te maken van de informele psychosociale interventie of
indien deze niet tot een oplossing heeft geleid, kan de werknemer tegenover de preventieadviseur
psychosociale aspecten zijn wil uitdrukken om een verzoek tot formele psychosociale interventie
in te dienen.
Dit houdt in dat de werknemer aan de werkgever vraagt om de gepaste collectieve en/of
individuele maatregelen te nemen op basis van een analyse van de specifieke arbeidssituatie en
op basis van de voorstellen van maatregelen, die worden gedaan door de preventieadviseur
psychosociale aspecten.
3
Indien deze raadpleging plaatsvindt tijdens een persoonlijk onderhoud overhandigt de tussenkomende partij aan de
werknemer, op diens vraag, een document ter bevestiging van dit persoonlijk onderhoud.
Preventie van psychosociale risico's op het werk, waaronder stress,
geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk
p. 3 / 9
A. Een verplicht persoonlijk onderhoud
De werknemer heeft een verplicht persoonlijk onderhoud met de preventieadviseur
psychosociale aspecten alvorens zijn verzoek in te dienen. Dit onderhoud vindt plaats binnen
een termijn van tien kalenderdagen volgend op de dag waarop de werknemer zijn wil heeft
uitgedrukt om zijn verzoek in te dienen4.
B. Opmaak van een officieel verzoek
Het verzoek tot formele psychosociale interventie wordt opgenomen in een door de verzoeker
gedateerd en ondertekend document. Dit document bevat de beschrijving van de
problematische arbeidssituatie en het verzoek aan de werkgever om passende maatregelen te
treffen.
Het verzoek tot formele psychosociale interventie voor feiten van geweld, pesterijen of
ongewenst seksueel gedrag wordt ingediend, bevat de volgende gegevens:
- de nauwkeurige beschrijving van de feiten die volgens de werknemer constitutief zijn
voor geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk;
- het ogenblik en de plaats waarop elk van deze feiten zich hebben voorgedaan;
- de identiteit van de aangeklaagde;
- het verzoek aan de werkgever om geschikte maatregelen te nemen om een einde te
maken aan de feiten.
C. Overhandiging van het verzoek aan de preventieadviseur of EPBW
Het verzoeksdocument wordt bezorgd aan de preventieadviseur psychosociale aspecten of
aan de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk waarvoor de
preventieadviseur zijn opdrachten vervult. Hij ondertekent een kopie van het verzoek en
bezorgt deze aan de verzoeker. Deze kopie geldt als ontvangstbewijs 5.
D. Weigering of aanvaarding van het verzoek

Weigering - De preventieadviseur psychosociale aspecten kan de indiening van het
verzoek tot formele psychosociale interventie (voor feiten van geweld, pesterijen of
ongewenst seksueel gedrag op het werk) weigeren wanneer de situatie die de verzoeker
beschrijft kennelijk geen psychosociale risico's op het werk inhoudt.
De kennisgeving van de weigering of de aanvaarding van het verzoek gebeurt uiterlijk
tien kalenderdagen na de inontvangstneming van het verzoek.

Aanvaarding - Bij gebrek aan een kennisgeving van weigering binnen voormelde termijn,
wordt het verzoek geacht te zijn aanvaard na afloop van deze termijn.
Indien het verzoek wordt aanvaard zal, afhankelijk van het individuele of collectieve
karakter van het verzoek, een van volgende procedures worden gevolgd:
- Procedure 1: het verzoek heeft een hoofdzakelijk collectief karakter
- Procedure 2: het verzoek heeft een hoofdzakelijk individueel karakter

Procedure 1: Verzoek met een hoofdzakelijk collectief karakter
In dit geval wordt het verzoek in hoofdzaak behandeld door de werkgever zelf. De
preventieadviseur psychosociale aspecten en de vertegenwoordigingsorganen binnen de
onderneming spelen voornamelijk een adviserende rol.
4
De werknemer en de preventieadviseur psychosociale aspecten zorgen er voor dat deze termijn wordt gerespecteerd. De
preventieadviseur psychosociale aspecten bevestigt in een document dat het verplicht persoonlijk onderhoud heeft plaats
gevonden en overhandigt hiervan een kopie aan de werknemer.
5
Indien het verzoek werd verzonden bij aangetekende brief, wordt zij geacht te zijn ontvangen de derde werkdag na de
verzendingsdatum.
Preventie van psychosociale risico's op het werk, waaronder stress,
geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk
p. 4 / 9
1. Inlichten van betrokken partijen
De preventieadviseur psychosociale aspecten brengt de volgende personen zo snel mogelijk
schriftelijk op de hoogte :
 de werkgever :
- van het feit dat een verzoek tot formele psychosociale interventie met een
hoofdzakelijk collectief karakter werd ingediend;
- van het feit dat dit verzoek wordt behandeld;
- van de risicosituatie die beschreven werd door de verzoeker zonder de identiteit
van de verzoeker mee te delen;
- van de datum waarop de werkgever zijn beslissing moet treffen betreffende de
gevolgen die hij aan het verzoek geeft.
 de verzoeker :
- van het feit dat zijn verzoek hoofdzakelijk betrekking heeft op risico's met een
collectief karakter;
- van het feit dat dit verzoek wordt behandeld;
- van de datum waarop de werkgever zijn beslissing moet treffen betreffende de
gevolgen die hij aan het verzoek geeft.
2. Beslissen welke preventiemaatregelen worden genomen
De werkgever neemt een beslissing betreffende de gevolgen die hij aan het verzoek geeft.
In de ondernemingen waar een comité of een vakbondsafvaardiging bestaat, neemt de werkgever
een beslissing overeenkomstig de volgende procedure :
hij deelt het document/verzoek mee aan het comité of aan de vakbondsafvaardiging;
hij vraagt hun advies over de wijze waarop het verzoek zal behandeld worden;
in voorkomend geval, deelt hij hen de resultaten mee van de risicoanalyse die uitsluitend
anonieme gegevens bevatten;
hij vraagt hun advies over de gevolgen die aan het verzoek worden gegeven.
Indien nodig, deelt de preventieadviseur psychosociale aspecten, onmiddellijk en in elk geval
voor het verstrijken van de termijn, schriftelijk aan de werkgever voorstellen voor
preventiemaatregelen mee, die een bewarend karakter kunnen hebben, om te voorkomen dat
de gezondheid van de verzoeker ernstig wordt aangetast.
3. Meedelen van de uit te voeren preventiemaatregelen
Binnen een termijn van maximum 3 maanden 6 vanaf de mededeling van het verzoek aan de
werkgever, deelt deze schriftelijk zijn gemotiveerde beslissing mee betreffende de gevolgen
die hij aan het verzoek geeft :
- aan de preventieadviseur psychosociale aspecten die de verzoeker ervan op de
hoogte brengt;
- aan de preventieadviseur belast met de leiding van de interne dienst voor preventie en
bescherming op het werk wanneer de preventieadviseur psychosociale aspecten deel
uitmaakt van een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk;
- aan het comité of aan de vakbondsafvaardiging.
4. Uitvoering van de preventiemaatregelen
De werkgever voert, na de mededeling ervan aan de betrokken partijen, zo snel mogelijk de
voorziene maatregelen uit.
5. Gedwongen tussenkomst van de preventieadviseur psychosociale aspecten
Wanneer de werkgever geen risicoanalyse heeft uitgevoerd of wanneer deze analyse niet
werd uitgevoerd samen met de preventieadviseur psychosociale aspecten, behandelt de
6
Wanneer de werkgever een risicoanalyse uitvoert, mag deze termijn verlengd worden met maximum 3 maanden.
Preventie van psychosociale risico's op het werk, waaronder stress,
geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk
p. 5 / 9
preventieadviseur psychosociale aspecten het verzoek zoals hieronder beschreven in ‘verzoek
met een hoofdzakelijk individueel karakter’, voor zover de verzoeker hiertoe zijn geschreven
akkoord geeft, in de volgende gevallen:
 de werkgever deelt zijn gemotiveerde beslissing niet mee binnen de voorziene termijn;
 de werkgever beslist om geen preventiemaatregelen te treffen;
 de verzoeker meent dat de preventiemaatregelen niet aangepast zijn aan zijn
individuele situatie.
De preventieadviseur psychosociale aspecten brengt er de werkgever zo snel mogelijk
schriftelijk van op de hoogte en deelt deze laatste de identiteit van de verzoeker mee.
De termijn waarbinnen de preventieadviseur zijn advies verstrekt begint te lopen vanaf de
datum van het document waarin de verzoeker zijn akkoord meedeelt.

Procedure 2: Verzoek met een hoofdzakelijk individueel karakter
1. Inlichten van de werkgever
De preventieadviseur psychosociale aspecten brengt de werkgever schriftelijk op de hoogte
van het feit dat een verzoek tot formele psychosociale interventie werd ingediend en dat dit
verzoek een hoofdzakelijk individueel karakter heeft. Hij deelt hem de identiteit van de
verzoeker mee.
In geval het om een verzoek tot formele psychosociale interventie voor feiten van geweld,
pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk gaat, brengt de preventieadviseur
psychosociale aspecten, van zodra het verzoek werd aanvaard, de werkgever op de hoogte
van het feit dat de verzoeker die dit verzoek heeft ingediend een ontslagbescherming geniet
vanaf de datum waarop het verzoek in ontvangst werd genomen.
2. Onderzoek van het verzoek door de preventieadviseur
De preventieadviseur psychosociale aspecten onderzoekt op volledig onpartijdige wijze de
specifieke arbeidssituatie rekening houdend met de informatie overgemaakt door de personen
die hij nuttig acht te horen.
In het kader van een verzoek tot formele psychosociale interventie voor feiten van geweld,
pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk, zal de preventieadviseur psychosociale
aspecten:
- zo spoedig mogelijk aan de aangeklaagde de feiten meedelen die hem worden ten
laste gelegd;
- de personen, getuigen of anderen, die hij nuttig oordeelt horen en het verzoek op
volledig onpartijdige wijze onderzoeken;
- onmiddellijk de werkgever op de hoogte brengen van het feit dat de werknemer die
een getuigenverklaring heeft afgelegd een bijzondere bescherming geniet en hem de
identiteit van de getuige meedelen.
De aangeklaagde en de getuigen ontvangen een kopie van hun gedateerde en ondertekende
verklaringen.
Bewarende maatregelen
Indien de ernst van de feiten het vereist, stelt de preventieadviseur bewarende
maatregelen voor aan de werkgever alvorens zijn advies te overhandigen.
De werkgever deelt in dit geval zo snel mogelijk en schriftelijk aan de
preventieadviseur psychosociale aspecten zijn gemotiveerde beslissing mee
betreffende de gevolgen die hij aan de voorstellen voor bewarende maatregelen zal
geven.
3. Meedelen van het advies
Preventie van psychosociale risico's op het werk, waaronder stress,
geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk
p. 6 / 9
Het advies van de preventieadviseur psychosociale aspecten wordt binnen een termijn van
maximum 3 maanden7 vanaf de aanvaarding van het verzoek, meegedeeld:
 aan de werkgever;
 met het akkoord van de verzoeker, aan de vertrouwenspersoon wanneer die op
informele wijze in dezelfde situatie is tussengekomen.
De preventieadviseur psychosociale aspecten deelt zijn advies mee aan de werkgever, zelfs
indien de verzoeker niet langer deel uitmaakt van de onderneming of de instelling tijdens het
verloop van de interventie.
De preventieadviseur psychosociale aspecten brengt de verzoeker en de andere rechtstreeks
betrokken persoon zo snel mogelijk schriftelijk op de hoogte van:
 de datum waarop hij zijn advies aan de werkgever heeft overhandigd;
 de voorstellen van preventiemaatregelen en hun verantwoording, voor zover deze
verantwoording hen toelaat de situatie gemakkelijker te begrijpen en de afloop van de
procedure gemakkelijker te aanvaarden.
Gelijktijdig brengt de preventieadviseur psychosociale aspecten, wanneer hij deel uitmaakt
van een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, de preventieadviseur
belast met de leiding van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk
schriftelijk op de hoogte van de voorstellen van preventiemaatregelen en hun verantwoording,
voor zover deze verantwoording de preventieadviseur van de interne dienst toelaat zijn
coördinatieopdrachten uit te voeren.
Betreft het een verzoek tot formele psychosociale interventie voor feiten van geweld,
pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk dan deelt de preventieadviseur
psychosociale aspecten het advies ook mee aan het Centrum voor gelijkheid van kansen en
voor racismebestrijding en aan het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen,
wanneer deze instellingen hierom schriftelijk verzoeken en voor zover de werknemer over dit
verzoek schriftelijk zijn akkoord heeft gegeven, evenwel zonder dat het Centrum en het
Instituut het advies mogen overmaken aan de werknemer.
4. Beslissing van de werkgever
Op basis van het advies van de preventieadviseur neemt de werkgever een beslissing inzake
de te nemen preventiemaatregelen.
Indien de werkgever overweegt individuele maatregelen te nemen ten aanzien van een
werknemer deelt hij dit voorafgaand en schriftelijk mee aan de werknemer, uiterlijk één maand
na het advies te hebben ontvangen.
Indien deze maatregelen de arbeidsvoorwaarden van de werknemer wijzigen, deelt de
werkgever aan deze laatste een afschrift van het advies mee en hoort hij deze werknemer die
zich tijdens dit onderhoud kan laten bijstaan door een persoon naar zijn keuze.
5. Meedelen van de uit te voeren preventiemaatregelen
Uiterlijk twee maanden na het advies te hebben ontvangen, deelt de werkgever schriftelijk zijn
gemotiveerde beslissing mee betreffende de gevolgen die hij aan het verzoek geeft :
 aan de preventieadviseur psychosociale aspecten;
 aan de verzoeker en aan de andere rechtstreeks betrokken persoon;
 aan de preventieadviseur belast met de leiding van de interne dienst voor preventie en
bescherming op het werk wanneer de preventieadviseur psychosociale aspecten deel
uitmaakt van een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk.
7
Deze termijn kan worden verlengd met een termijn van maximum drie maanden, voor zover de preventieadviseur
psychosociale aspecten deze verlenging kan rechtvaardigen en de redenen hiervoor schriftelijk meedeelt aan de werkgever,
aan de verzoeker en aan de andere rechtstreeks betrokken persoon.
Preventie van psychosociale risico's op het werk, waaronder stress,
geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk
p. 7 / 9
6. Uitvoering van de preventiemaatregelen
De werkgever voert zo snel mogelijk de maatregelen uit die hij beslist heeft te nemen.
B. Externe procedure
1) Sociale inspectie
De werknemer-slachtoffer kan zich wenden tot de inspectie van de algemene directie voor het
Toezicht op het Welzijn op het Werk teneinde de stopzetting van de feiten te verkrijgen en/of de
betaling van een schadevergoeding.
2) Gerechtelijke procedure
Elke persoon die een belang kan aantonen kan een rechtsvordering instellen bij het bevoegde
rechtscollege om de regelgeving betreffende geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het
werk te doen naleven en de toekenning van een schadevergoeding te eisen.
In principe kan die procedure pas worden gestart na de toepassing van de bestaande interne
procedure.
De persoon die verklaart het voorwerp te zijn van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op
het werk heeft ook de mogelijkheid om aan de voorzitter van de arbeidsrechtbank te vragen dat een
einde wordt gesteld aan de feiten.
Wanneer de werknemer van plan is een rechtsvordering in te stellen, bezorgt de werkgever hem een
afschrift van het advies van de bevoegde preventieadviseur (met uitzondering van de voorstellen van
collectieve maatregelen).
De getuige in rechte deelt zelf aan de werkgever mee dat een ontslagbescherming op hem van
toepassing is, en dit vanaf het ogenblik van de oproeping of de dagvaarding om de getuigen in rechte.
C. Klachtenregister
De verklaringen van de werknemers die menen het voorwerp te zijn geweest van geweld, pesterijen of
ongewenst seksueel gedrag op het werk veroorzaakt door derden, worden gedurende 5 jaar vanaf de
dag waarop ze werden opgetekend, bewaard in een zogenaamd “klachtenregister”.
D. Sancties
De persoon die zich schuldig heeft gemaakt aan geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op
het werk, kan één van volgende sancties worden opgelegd:
 een schriftelijke aanmaning;
 een boete van …… EUR;
 een schriftelijke ingebrekestelling.
Onverminderd een ontslagmaatregel en sancties die kunnen resulteren uit een burgerrechtelijke en/of
strafrechtelijke rechtsvordering, kan op elke werknemer die, duidelijk met het oog op misbruik, een
klacht indient, één van volgende sancties worden opgelegd:
 een schriftelijke aanmaning;
 een boete van ….. EUR;
 een schriftelijke ingebrekestelling.
Deze sancties gelden onverminderd een ontslagmaatregel en sancties die kunnen voortvloeien uit een
burgerlijke en/of strafrechterlijke rechtsvordering.
De werknemer heeft het recht om beroep aan te tekenen bij de ondernemingsraad of het comité voor
preventie en bescherming op het werk of, bij ontstentenis hieraan, bij de vakbondsafvaardiging of het
ondernemingshoofd.
Preventie van psychosociale risico's op het werk, waaronder stress,
geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk
p. 8 / 9
Bescherming tegen ontslag
De werknemer die een klacht of een rechtsvordering heeft ingediend, geniet een bescherming tegen
ontslag. Werknemers die optreden als getuigen in geschillen van deze aard genieten deze
bescherming tegen ontslag.
De werkgever kan enkel een einde stellen aan de arbeidsovereenkomst omwille van redenen die
vreemd zijn aan de klacht of rechtsvordering.
De beschermingsperiode eindigt 12 maanden na het indienen van de klacht of het afleggen van de
getuigenverklaring of 3 maanden na de datum waarop het vonnis een definitief karakter krijgt.
Verzoek tot re-integratie
Binnen 30 dagen volgend op de datum van kennisgeving van het ontslag kan de werknemer bij
aangetekende brief een verzoek tot re-integratie indienen. De werkgever moet zich binnen de 30
dagen volgend op de kennisgeving van de brief over het verzoek uitspreken.
Opgesteld te ............................... op .............................. ,
Handtekening werkgever
Preventie van psychosociale risico's op het werk, waaronder stress,
geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk
p. 9 / 9
Download