Lijst van monumentale bomen en houtopstanden

advertisement
B&W-nr.: 06.0628 d.d. 23-05-2006
Onderwerp
Overdracht taken commissie voor monumentale en bijzondere
bomen
BESLUITEN
Behoudens advies van de commi ssie R O WR
1.
in vervolg op het raadsbesluit 04.0101 van 29 juni 2004 te besluiten dat de Adviescommissie
Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) de taken van de commissie voor monumentale en bijzondere bomen ex
artikel18 en 19 lid 3 van de Bomenverordening 1996 zal uitvoeren.
2.
te publiceren in de gemeenteberichten van het Leids Nieuwsblad het raadsbesluit 04.0101 van 29 juni
2004 onderdeel 2.1. met betrekking tot de intrekking op de verordening regelende de instelling, taak en
werkwijze van de commissie voor monumentale en bijzondere bomen , vastgesteld bij raadsbesluit
96.0075, juli 1996.
3.
het besluit ter kennis te brengen van de raad.
Samenvatting
Met betrekking tot de commissie voor monumentale en bijzondere bomen heeft de Raad in 2004 besloten de
verordening op de commissie voor monumentale en bijzondere bomen in te trekken.
Voorgesteld wordt de taken ex artikel 18 en 19 lid 3 van de Bomenverordening 1996 uit te laten voeren door de
Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK). De daarvoor gewenste deskundigheid op landschappelijk,
stedenbouwkundig, cultuurhistorisch, ecologisch en/of juridisch gebied is grotendeels bij de leden van de ARK
aanwezig. Indien noodzakelijk wordt de ARK geadviseerd om op boomtechnisch gebied extern advies in te
winnen bij de Landelijke Bomenstichting.
Raadsaanbiedingsformulier
Rv nr.
Opsteller
Naam:
Dienst:
Telefoon:
M. van der Ven; C. Gerritsma
Milieu en Beheer
7625; 7621
Verantwoordelijk portef.houder: J. Steegh;
B&W-besluit d.d: 23-05-2006
wethouder Verkeer en Milieu
Meningsvormend
Besluitvormend
Informatief (t.k.n.)
Naam Programma + onderdeel:
Omgevingskwaliteit, Bomennota
Onderwerp:
Overdracht taken commissie voor monumentale en bijzondere bomen
Voorgenomen besluit:
Kennis te nemen van het besluit van B&W om in vervolg op het raadsbesluit 04.0101 van 29 juni 2004
de taken van de commissie voor monumentale en bijzondere bomen ex artikel 18 en 19 lid 3 van de
Bomenverordening 1996 neer te leggen bij de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit
INHOUD
Aanleiding:
Doel:
Kader:
Overwegingen:
Procedure:
Financiën:
Bijgevoegde informatie:
OVERIGEN
Communicatie:
Evaluatie:
In te vullen door de griffie:
Raadsbesluit
Raadsvoorstelnr.
Onderwerp:
De raad van de gemeente Leiden,
Besluit:
1.
2.
3.
4.
Gedaan in de openbare raadsvergadering van ……
Voorzitter raad, griffier,
Advies van de commissie ……
is:
Hamerstuk
Hamerstuk met stemverklaring van de fracties van
Kort bespreekpunt
Uitgebreide discussie
Het besluit van de raad is:
Ongewijzigd aanvaard
Gewijzigd aanvaard
Verworpen
Aanvaarde
moties/amendementen:
P.86
BOMENVERORDENING 1996
Vastgesteld bij raadsbesluit van 9 juli 1996, nr. 96.0075.
Bekend gemaakt op 12 juli 1996.
In werking getreden op 24 juli 1996.
HOOFDSTUK 1
HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
1.
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.
boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van
minimaal 10 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. In het kader van een herplant- of
instandhoudingsplicht kunnen voorschriften gesteld en maatregelen genomen worden
voor bomen kleiner dan 10 cm dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven maaiveld;
b.
houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van
heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen;
c.
hakhout: één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld opnieuw op de stronk
uitlopen;
d.
bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1,
vijfde lid, van de Boswet;
e.
boomwaarde: het getal dat, overeenkomstig de Verbeterde Methode Raad, wordt
gevonden door het produkt van de factoren:
de oppervlakte in cm² van de dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven het maaiveld;
de geïndexeerde eenheidsprijs per cm²;
de standplaatswaarde;
de conditiewaarde;
de waarde van de plantwijze;
f.
monumentale boom of houtopstand: een boom of houtopstand die als zodanig is
aangewezen op een door burgemeester en wethouders vast te stellen lijst van
monumentale bomen en houtopstanden, als bedoeld in hoofdstuk 3 van deze verordening;
g.
bijzondere of waardevolle boom, boomgroep of houtopstand: een boom, boomgroep of
houtopstand die als zodanig door burgemeester en wethouders is gemerkt;
h.
bomenfonds: een fonds waaruit burgemeester en wethouders een bijdrage kunnen
verlenen in de kosten van maatregelen, die noodzakelijk zijn voor het duurzaam
instandhouden van monumentale bomen of houtopstanden, bijzondere of waardevolle
bomen of houtopstanden, beeldbepalende boomgroepen of bomen, boomgroepen of
houtopstanden waarvoor een kapvergunning is geweigerd dan wel voor bomen, boomgroepen of houtopstanden waarvoor een instandhoudingsplicht is opgelegd.
2.
In deze verordening wordt onder vellen verstaan het rooien, met inbegrip van het verplanten,
alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige
(vorm)-beschadiging of ernstige ontsiering van een boom, een boomgroep of een houtopstand ten
gevolge kunnen hebben.
Artikel 2
Kapverbod
1.
Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een boom of houtopstand te
vellen of te doen vellen.
2.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstanden, die op bosbouwkundige of
bedrijfs-economische wijze worden geëxploiteerd, indien het betreft:
a.
populieren en wilgen als wegbeplantingen en éénrijige beplantingen op of langs
landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot;
b.
fruitbomen en windschermen om boomgaarden;
c.
fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als
kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;
d.
kweekgoed;
e.
houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen is binnen een bebouwde kom tenzij de houtopstand een
zelfstandige eenheid vormt en, in geval van rijbeplanting, gerekend over het totale aantal
rijen, niet meer bomen omvat dan 20;
f.
houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een
aanschrijving op last van burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het bepaalde
in artikelen 7 en 10 van deze verordening.
Artikel 3
Aanvraag vergunning
1.
De vergunning moet schriftelijk en onder opgave van de reden(en), onder bijvoeging van tenminste
een gemaatvoerde schets van de huidige en de toekomstige situatie, alsmede de gewenste
kapdatum, worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degenen, die
krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is
over de boom of de houtopstand te beschikken.
2.
Wanneer de directeur Natuur, Bos, Landschap en Fauna van het Ministerie van Landbouw,
Natuurbeheer en Visserij aan burgemeester en wethouders een afschrift heeft toegezonden van de
ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2. van de Boswet, beschouwen burgemeester en
wethouders dit afschrift mede als vergunningaanvraag.
Artikel 4
Weigering ex lege
De vergunning wordt geacht te zijn geweigerd, indien geen beslissing is genomen binnen twaalf weken
van ontvangst van de aanvraag.
Artikel 5
Weigeringsgronden
1.
Onverminderd het bepaalde in artikel 6 van deze verordening weigeren burgemeester en
wethouders een vergunning indien de aanvraag betrekking heeft op een monumentale boom of
houtopstand als bedoeld in hoofdstuk 3 van deze verordening.
2.
Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning weigeren dan wel onder voorschriften
verlenen in het belang van:
a.
natuur- en milieuwaarden;
b.
landschappelijke waarden;
c.
cultuurhistorische waarden;
d.
waarden van stadsschoon;
e.
waarden voor recreatie en leefbaarheid;
f.
dendrologische waarden;
g.
kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte door het verplaatsen of verwijderen van
bomen en houtopstanden.
3.
Bij de beslissing op een aanvraag verwijzen burgemeester en wethouders zoveel mogelijk naar
gemeentelijke bestemmings-, groen-, bo-men- of landschapsplannen.
Artikel 6
Spoedeisende gevallen
Burgemeester en wethouders kunnen toestemming geven tot direct vellen, indien sprake is van grote
gevaarzetting, waaronder mede begrepen het gevaar voor besmettelijke ziekten.
Artikel 7
Voorschriften
1.
Aan een vergunning kan het voorschrift worden verbonden dat van de vergunning geen gebruik
mag worden gemaakt dan nadat zes weken na de bekendmaking van de vergunning zijn verstreken, danwel indien gedurende deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend en
door de President van de Rechtbank een beslissing is genomen op dit verzoek.
2.
Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een
bepaalde termijn en overeenkomstig de door burgemeester en wethouders te geven aanwijzingen
moet worden herplant. Indien een gemeentelijk bestemmings-, bomen-, groen-, of landschapsplan
de te vellen houtopstand direct of indirect als bijzonder of waardevol omschrijft, wordt in beginsel
een herplantplicht opgelegd.
3.
Wordt een voorschrift als bedoeld in het tweede lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden
bepaald binnen welke termijn na de herplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet
worden vervangen.
4.
Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften behoort het verbod om gedurende het
broedseizoen gebruik te maken van de vergunning, tenzij burgemeester en wethouders om
zwaarwegende redenen van dit voorschrift afwijken. Voorts kunnen overige voorschriften ter
bescherming van flora en fauna aan de vergunning worden verbonden.
5.
Wanneer een vergunning als bedoeld in artikel 2 wordt aangevraagd ter realisering van een
bouwplan kan aan de vergunning het voorschrift worden verbonden dat van de vergunning geen
gebruik mag worden gemaakt totdat de beslissing op de aanvraag van een bouwvergunning
onherroepelijk is geworden.
Artikel 8
Bekendmaking
Indien een vergunning wordt verleend of geweigerd, wordt deze beslissing of mededeling zo spoedig
mogelijk bekendgemaakt in een lokaal dag- of nieuwsblad.
Artikel 9
Vervaltermijn
De vergunning vervalt, indien daarvan niet binnen maximaal één jaar na het onherroepelijk worden
daarvan gebruik is gemaakt.
Artikel 10
Herplant-/instandhoudingsplicht
1.
Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing
is, zonder vergunning van burgemeester en wethouders is geveld, dan wel op andere wijze teniet is
gegaan, kunnen burgemeester en wethouders aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop
zich de houtopstand bevond, dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, verplichten tot herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven
aanwijzigingen binnen een door hen te stellen termijn dan wel verplichten tot het betalen van een
financiële compensatie.
2.
Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden
bepaald binnen welke termijn na herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet
worden vervangen.
3.
Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing
is in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kunnen burgemeester en wethouders aan de zakelijk
gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt, dan wel aan degene die uit andere
hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig
de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen,
waardoor die bedreiging wordt weggenomen.
4.
Indien burgemeester en wethouders van de in het derde lid genoemde bevoegdheid gebruikmaken
kunnen zij daarbij bepalen dat de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand
bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, in
aanmerking komt voor een bijdrage uit het Bomenfonds.
Artikel 11
Schadevergoeding
Burgemeester en wethouders beslissen op een verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 17,
juncto artikel 13, vierde lid, van de Boswet.
Artikel 12
Afstand van de erfgrenslijn
De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en
op nihil voor heggen en heesters.
HOOFDSTUK 2
DE BESTRIJDING VAN BESMETTELIJKE ZIEKTEN
Artikel 13
Begripsomschrijving
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. iepeziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau;
b. iepespintkever: het insekt, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytys
(F.) en Scolytus multistratus (Marsch) en Scolytus pygmaeus.
Artikel 14
Verbod
1.
Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te
vervoeren.
2.
Het verbod is niet van toepassing op geheel ontbast iepehout en op iepehout met een doorsnede
kleiner dan 4 centimeter.
3.
Burgemeester en wethouders kunnen slechts ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde
verbod ten behoeve van het transport van gevelde iepen of delen daarvan. Aan een ontheffing
kunnen voorschriften worden verbonden.
Artikel 15
Aanschrijving
1.
Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het oordeel van burgemeester en
Wethouder gevaar opleveren van verspreiding van de iepeziekte of voor vermeerdering van de
iepespintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door burgemeester en wethouders is
aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen voorwaarden:
a. indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;
b. de iepen te ontbasten en de bast te vernietigen;
c. de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat
verspreiding van de iepeziekte wordt voorkomen.
2.
Indien gevaar voor besmetting door andere ziekten zulks noodzakelijk maakt kunnen
burgemeester en wethouders de rechthebbende verplichten tot het treffen van bij aanschrijving
vast te stellen maatregelen.
HOOFDSTUK 3
MONUMENTALE, BIJZONDERE OF WAARDEVOLLE BOMEN en HOUTOPSTANDEN
Artikel 16
Lijst van monumentale bomen en houtopstanden
1.
Burgemeester en wethouders stellen een lijst van monumentale bomen en houtopstanden vast en
kunnen daarin ambtshalve of op verzoek wijzigingen aanbrengen.
2.
Burgemeester en wethouders kunnen een boom of een houtopstand van tenminste 50 jaar oud
op de lijst plaatsen indien deze als monumentaal worden aangemerkt, omdat:
a. de boom of houtopstand van een in Leiden zeldzame soort, van een zeldzaam type of van een
hoge leeftijdsklasse is, of
b. de boom of houtopstand onderdeel is van - en van vitale betekenis is voor - een biotoop van
een (in de omgeving van Leiden) schaars voorkomende planten- of diersoort dan wel indien de
boom of houtopstand anderszins van meer dan een normale ecologische betekenis is.
3.
Burgemeester en wethouders leggen een voorgenomen besluit tot plaatsing op de lijst zonodig
om advies voor aan de Commissie voor monumentale en bijzondere bomen.
4.
De lijst vermeldt tenminste een voor een ieder goed herkenbare omschrijving, de standplaats, het
kadastrale perceelsnummer, de eigenaar en/of zakelijk gerechtigde en de reden van plaatsing van
iedere boom, boomgroep of houtopstand. Zo nodig worden de onderdelen waarop de bescherming is gericht met name genoemd.
Artikel 17
Bekendmaking
Een besluit tot plaatsing op de lijst wordt onverwijld meegedeeld aan de eigenaar en/of zakelijk
gerechtigde en voorts aan degenen die om plaatsing hebben verzocht. Van een besluit tot plaatsing op
de gemeentelijke lijst doen burgemeester en wethouders voorts openbare kennisgeving.
Artikel 18
Wijziging van de lijst
1.
Burgemeester en wethouders kunnen besluiten tot het afvoeren van een monumentale boom of
houtopstand van de lijst indien:
a. de boom of houtopstand in een onomkeerbare slechte conditie verkeert;
b. sprake is van dreigend gevaar of schade voor derden;
c. de reden om tot plaatsing op de lijst over te gaan niet meer aanwezig is;
d. zwaarwegende belangen op het terrein van de volkshuisvesting, de ruimtelijke ordening of
milieubeheer dit vereisen.
2.
Aan een besluit als bedoeld in het eerste lid kunnen voorschriften worden verbonden.
3.
Een besluit tot wijziging van de lijst wordt, behoudens het bepaalde in artikel 6 van deze
verordening, niet eerder genomen dan na advies van de Commissie voor monumentale en
bijzondere bomen.
Artikel 19
Bijzondere of waardevolle bomen, boomgroepen of houtopstanden
1.
Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve of op verzoek bomen of houtopstanden als
bijzonder of waardevol aanmerken wanneer de boom of houtopstand:
a. beeldbepalend is voor het karakter van de omgeving, of
b. een onderdeel vormt van een houtopstand die als zodanig is aangemerkt in de
hoofdstructuurkaart in de Bomennota en die karakteristiek is voor stad en/of landschap, of
c. ter gelegenheid van een belangrijke maatschappelijke gebeurtenis is geplant (een
gedenkboom), of
d. bijzonder is door zijn uitzonderlijke hoogte, dikte, snoeiwijze of anderszins.
2.
Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve of op verzoek een boomgroep als bijzonder of
waardevol aanmerken wanneer deze op zichzelf of vanwege de stedebouwkundige ligging of
vanwege de samenhang met de gebouwde omgeving beeldbepalend is.
3.
Indien een boom, boomgroep of houtopstand als bijzonder of waardevol is aangemerkt kunnen
burgemeester en wethouders daarvoor slechts op zwaarwegende gronden en na advies van de
Commissie voor monumentale en bijzondere bomen een kapvergunning verlenen en steeds onder
de voorwaarde dat een nader door burgemeester en wethouders te bepalen financiële
compensatie in het Bomenfonds wordt gestort.
Artikel 20
Bomenfonds
1.
Er is een bomenfonds voor het onderhoud en de instandhouding van monumentale, bijzondere of
waardevolle bomen, boomgroepen of houtopstanden, of bomen, boomgroepen of
houtopstanden waarvoor een kapvergunning is geweigerd dan wel voor bomen, boomgroepen of
houtopstanden waarvoor een instandhoudingsplicht is opgelegd, alsmede voor de uitbreiding van
aantallen bomen, boomgroepen of houtopstanden.
2.
Burgemeester en wethouders stellen nadere regels vast voor storten van een bijdrage in en het
toekennen van een bijdrage uit het bomenfonds.
HOOFDSTUK 4
STRAF- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 21
Strafbepaling
1.
Degene aan wie een voorschrift als bedoeld in artikel 7, eerste of tweede lid, of artikel 18, tweede
lid, of artikel 19, tweede lid, is gegeven, onderscheidenlijk een verplichting als bedoeld in artikel 10
of artikel 15, eerste of tweede lid, is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is gehouden
dienovereenkomstig te handelen.
2.
Hij die handelt in strijd met artikel 2, eerste lid, of artikel 14, eerste lid, dan wel een voorschrift
onderscheidenlijk een verplichting als bedoeld in het vorige lid niet nakomt, wordt gestraft met
hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie.
Artikel 22
Opsporing
Met de opsporing van de in deze afdeling strafbaar gestelde feiten zijn, behalve de ambtenaren,
genoemd in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering, belast de daartoe door burgemeester en
wethouders aangewezen ambtenaren.
Artikel 23
Betreden van gebouwen en terreinen
Zo dikwijls de zorg voor de naleving van enig voorschrift van deze afdeling dit vereist, wordt hierbij aan
hen die met de zorg voor de naleving daarvan zijn belast of daaraan moeten meewerken, de last
verstrekt gebouwen, niet zijnde woningen, en terreinen te betreden, desnoods tegen de wil van de
rechthebbende.
Artikel 24
Slot- en overgangsbepalingen
1.
Deze verordening kan worden aangehaald als: Bomenverordening 1996.
2.
Zij treedt in werking acht dagen na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt. Op die datum
vervalt de Kapverordening 1983 met dien verstande dat:
a. vergunningen die op grond van de Kapverordening 1983 zijn verleend geacht worden te zijn
verleend op grond van deze verordening;
b. aanvragen om een kapvergunning die voor de inwerkingtreding van deze verordening zijn
ingediend behandeld worden overeenkomstig het bepaalde in de Kapverordening 1983;
c. aanvragen om een kapvergunning die na de inwerkingtreding van deze verordening worden
ingediend, maar die noodzakelijk zijn voor de realisering van bouwplannen waarvoor vóór de
inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag bouwvergunning is ingediend, behandeld
worden overeenkomstig het bepaalde in de Kapverordening 1983.
Download