Geluid Muziek Muziek en filmvorm

advertisement
Geluid
Muziek
Muziek en filmvorm
Muziek in titel- en creditsequenties
De omkadering van titel- en creditsequenties is één van de meest opvallende functies van filmmuziek. Deze
sequenties maakten door de jaren een substantiële evolutie door, maar hun primaire rol blijft nog steeds die van
buffer tussen de realiteit en wereld van het verhaal. Muziek speelde en speelt nog steeds een rol van betekenis in
het vervullen van deze functie. Indien de middelen het toelieten, werd een vertoning in de periode van de stille film
voorafgegaan door een ouverture, een praktijk die werd overgenomen uit het muziektheater. De orkestrale muziek
waaruit deze ouvertures doorgaans bestonden, evolueerde in de geluidsfilm naar de openingsmuziek die de
titelsequentie begeleidde. De grootsheid die deze muziek in de regel kenmerkte, maakte duidelijk dat wat volgde de
hoofdfilm op het programma zou zijn. In sommige gevallen, voornamelijk in musicals, werden de begintitels vergezeld
van een popnummer. In elk geval kwam het in de klassieke Hollywoodfilm vaak voor dat de muziek een brug vormde
tussen de begintitels en de eerste scène - doorgaans wel in combinatie met andere kunstgrepen zoals een
proloogtekst of verschillende ‘establishing shots’ van de setting die als achtergrond voor de titels werden gebruikt.
Tegen het einde van de jaren 1930 had zich in Hollywood een conventionele structuur voor openingsmuziek
gevormd, bestaande uit drie of vier delen en twee muzikale thema’s. De muziek opent met een zeer dramatisch stuk
dat snel een muzikaal thema aankondigt wiens begin samenvalt met het verschijnen van de titel van de film, hierop
volgt een korte overgang naar een meer lyrisch en doorgaans stiller thema en een langere overgang naar een
dramatisch einddeel dat tenslotte afgewikkeld wordt in een proloog of een ‘establishing shot’. Het einde van de
openingsmuziek valt in regel samen met de eerste dialoog of het eerste geluidseffect van belang. De combinatie van
een dramatisch en een lyrisch thema werd doorgaans voorbehouden voor films met een groot budget. Voor B-films
was het daarentegen gebruikelijk om voor de openingsmuziek slechts één thema te componeren.
Door de jaren heen zijn titelsequenties en de bijbehorende muziek op tal van uiteenlopende manieren aangepakt.
Vanaf de jaren 1960 werd de ouverture functie van de openingstitels in sommige gevallen achterwege gelaten ten
voordele van een begin in medias res. Orkestrale begeleiding bleef en blijft nog steeds een belangrijke conventie,
zeker in drama’s en romantische komedies, maar openingstitels werden vanaf de jaren 1960 regelmatig vergezeld
door popmuziek of geluidseffecten.
De conventie van begeleidende muziek is zo sterk dat het ontbreken ervan een specifiek effect creëert. In een
klassieke Hollywoodfilm roepen openingstitels zonder geluid een sfeer op van statigheid, ernst en kilte. Hetzelfde
geldt voor eindcredits. In de beginjaren van de geluidsfilm bestonden deze enkel uit een korte castlijst en was de
muziek niet afgestemd op de film. De eindcredits werden steeds langer en hun muzikale begeleiding is tegenwoordig
zeer divers, gaande van popmuziek tot composities gebaseerd op het muzikale thema van de film.
Muziek in performancescènes en montagesequensen
Zowel performancescènes (zijnde scènes waarin een muzikaal nummer wordt opgevoerd) als montagesequensen
worden net zoals titelsequenties gekenmerkt door een distinctieve vorm, die hen van de rest van de film
onderscheidt. In een diëgetische performancescène kunnen film- en muziekvorm samenvallen - de structuur van het
muzikale nummer bepaalt de structuur van de scène. In vele gevallen blijft de narratieve actie tijdens het nummer
voortduren, zeker indien de muziek op de achtergrond wordt geplaatst, maar zelfs dan vallen de structuur van muziek
en scène vaker wel dan niet samen. Muzikale performances die op de voorgrond worden geplaatst zijn een
essentieel onderdeel van musicals, maar ze komen ook geregeld in dramatische films voor. Terwijl de vertelling in
musicals gewoonlijk stopt tijdens een performancescène - de kijker leert niks of zeer weinig bij over de personages of
de plot - moeten performancescènes in dramatische films in de regel de aandacht van de kijker delen met één of
andere narratieve actie, die al dan niet in de performance ligt besloten.
Een goed voorbeeld is de ‘Am I Blue?’ scène uit To Have and
Have Not (1944). De scène vangt aan enkele ogenblikken voor
de performance begint. Harry Morgan (Humphrey Bogart) zit aan
een tafeltje in een hotelbar; de muziek begint ‘offscreen’. In het
volgende shot zien we barpianist Cricket verder spelen; dan volgt
een ‘cut’ naar het tafeltje waar Slim (Lauren Bacall) vergezeld
wordt door een man die duidelijk in haar is geïnteresseerd. Er
wordt steeds afgewisseld tussen Cricket, die ondertussen is
beginnen zingen, en de twee tafeltjes. Het wordt duidelijk dat
Slim de aandacht van Harry probeert te trekken - ze staat op en
wandelt naar de piano en neemt de zangpartij over. De tekst van
het nummer alludeert op de aantrekking tussen Slim en Harry.
to have and have not - still
Het einde van de performance is ook zeer duidelijk het einde van het scènesegment. De camera is opnieuw op Harry
gericht als de hotelmanager op hem toe komt gestapt om hun conversatie van de vorige dag voort te zetten. Het
muzikale nummer en Slims poging om de aandacht van Harry te trekken lopen synchroon, wat betekent dat de
muziek in dit geval de narratieve actie vorm geeft en ze dus zeker niet stop zet, in tegenstelling tot wat gebruikelijk is
bij een musicalnummer. De mate waarin muzikale vorm filmvorm bepaalt, is afhankelijk van het belang van de
personages die optreden en van de mate waarin de performance op de voorgrond wordt geplaatst. In het geval van
een muzikaal nummer dat ‘onscreen’ wordt opgevoerd met zo weinig mogelijk narratieve onderbrekingen, zal het
beeld vaak op het ritme van de muziek gemonteerd zijn.
citizen kane - still
Muziek speelt eveneens een belangrijke structurerende rol in
montagesequensen. Montagesequensen bestaan uit een
opeenvolging korte shots, vaak afgewisseld met ‘inserts’ of
grafische beelden, die thematisch met elkaar verwant zijn of die
het verhaal snel laten vooruitgaan door de tijd samen te drukken.
Dit soort sequenties maakt vaak gebruik van niet-diëgetische
muziek om de kloof in narratieve tijd te overbruggen. De fameuze
ontbijtscène uit Citizen Kane (1941) beeldt de groeiende afstand
binnen Kane’s eerste huwelijk uit en wordt begeleid door variaties
op hetzelfde muzikaal thema, net zoals we in elk shot een
gelijkaardige compositie kunnen terugvinden. Door middel van
deze twee kunstgrepen wordt de discontinuïteit van de sequentie
tegelijkertijd overbrugd en afgebakend. Dit soort montagetechniek
wordt af en toe ook voor droomsequenties gebruikt. Ook in dit
geval zorgt de muziek tegelijkertijd voor een specifiek ritme en
een indruk van samenhang die met beeld alleen niet zou kunnen
verkregen worden.
Download