Een gesprek met Daniel Dennett

advertisement
'Zonder de wetenschappen staat de filosofie nergens'
Daniel C. Dennett over het bewustzijn, Darwin en de combinatie daarvan.
Over Daniel C. Dennett kijk je letterlijk en figuurlijk niet gemakkelijk heen.
Met zijn standaardwerk Het bewustzijn verklaard (1991) en de opvolger Darwins
gevaarlijke idee (1995) toonde de imposante Amerikaan zich een van de
belangwekkendste filosofen van het moment.
Van onze medewerkster Griet Vandermassen
Dennett louter omschrijven als filosoof betekent hem tekortdoen. De man is evenzeer
thuis in wijsbegeerte als in neurowetenschappen, linguistiek, artificiële intelligentie,
computerwetenschap en psychologie.
Hij knutselt aan een robothondje, Cog genaamd, en staat in zijn werk een verklaring
van het bewustzijn in puur fysiologische termen voor. Daarnaast hamert hij erop dat
we het bewustzijn alleen kunnen doorgronden binnen een evolutionair kader. We
moeten het met andere woorden bestuderen vanuit het perspectief van evolutie door
natuurlijke selectie, de door Darwin ontwikkelde theorie die Dennett omschrijft als
'Darwins gevaarlijke idee' in zijn gelijknamige boek. Hierin zet hij de aard en de
gevolgen van de darwinistische revolutie uiteen. Weinig filosofen beheersen zoveel
kennisdomeinen, reden waarom hij wel eens de nieuwe Bertrand Russell wordt
genoemd.
Daniel C. Dennett:
"Ik ben nog altijd filosoof, maar ik spendeer inderdaad veel meer tijd aan
wetenschap. Ik vind dat je vandaag aan wijsbegeerte moet doen door haar te
verrijken met de methoden en gegevens van de wetenschappen. Als ik een
filosofische bijeenkomst bijwoon, leer ik daar meestal niets. Filosofen die in
een feitelijk vacuûm werken, neigen ertoe te overschatten wat ze doen, namelijk
louter voortgaan op hun intructies en voorzichtig argumentaties ontvouwen.
"Het opbouwen van argumentaties is natuurlijk een essentieel onderdeel van
het werk van een filosoof, maar je moet eveneens je empirische basis verrijken.
De denkers uit het verleden gingen meestal op die manier te werk. De
zelfisolatie van de wijsbegeerte van de rest van de wetenschappen is een
negentiende-eeuwse en dus vrij recente ontwikkeling. Hume en Kant waren
bijvoorbeeld sterk betrokken op de wetenschappelijke ontwikkelingen van hun
tijd. Ze richtten zich niet alleen tot filosofen. Vandaag is dat vaak wel het
geval, wat een slechte zaak is. Daar staat tegenover dat de wetenschap in het
verleden nog niet veel zinnigs te melden had over kwesties als de menselijke
natuur en het bewustzijn. Die ontwikkelingen zijn heel recent."
Hoe verklaart u de antiwetenschappelijke houding van veel hedendaagse
filosofen?
"Dat is een ongelukkige vorm van zelfselectie. In het filosofiedepartement
bevinden zich veel mensen die uit het wetenschappelijke veld verdreven zijn,
omdat ze er ideeën op nahouden die in de wetenschappelijke wereld niet
ernstig genomen worden. Ze gaan op zoek naar geestesverwanten en belanden
zo in de filosofieafdeling. Ook daar vormen zich weer kleine gemeenschappen
die intuïties in verband met een bepaald onderwerp delen.
Dat is gevaarlijk, want de leden van zo'n gemeenschap sterken elkaar in hun
opvattingen, terwijl die van dubieuze wetenschappelijke waarde zijn.
"Aangezien het om ongefundeerde theorieën gaat, zouden ze op termijn moeten
verdwijnen. Die termijn kan helaas lang uitlopen. Vaak betreft het immers
uiterst intelligente mensen, met op hun beurt heel intelligente studenten die
zich van een goede job aan de universiteit verzekerd zien. Zo zet het probleem
zichzelf verder. Binnen de filosofie ontwikkelen zich dan heuse industrieën, met
geïnitieerden en niet-geïnitieerden. Als je geïnitieerd bent, verwaarloos je de
rest van je intellectuele ontwikkeling, want je raakt gespecialiseerd in theorie
A. Op een dag ben je veertig jaar oud en ontdek je dat niemand theorie A nog
ernstig neemt, terwijl dat domein het enige is wat je beheerst. Je dan nog
intellectueel heruitrusten is een zware opdracht.
"Ik vertoef al lang genoeg in de academische wereld om te kunnen getuigen
van verschillende van dergelijke grootschalige intellectuele ommeslagen. Het
behaviorisme van Skinner, dat al het mentale en al het leren verklaart als een
vorm van conditionering, bleek bijvoorbeeld veel te simpel. Ook Freuds
theorieën vielen door de mand. Er bevinden zich veel jonge fossielen in
academische kringen. Elke student zou bang moeten zijn voor die val."
Hoe staat u tegenover de evolutionaire psychologie, de discipline die onze
mentale vaardigheden en ons gedrag bestudeert vanuit een darwinistisch
perspectief?
"Ik meen dat de evolutionaire psychologie soms het risico dreigt te lopen dat ik
net beschreef. In dat domein wordt excellent werk verricht, maar er heerst
soms een teveel aan enthousiasme en aan vijandigheid van de critici.
Polarisering is nooit goed. Het antagonisme van velen buiten het veld leidt tot
een defensieve houding, waardoor men tweederangswerk binnen de eigen kring
niet graag bekritiseert. Toch is interne kritiek nodig, zo niet zullen anderen
zich graag van die taak kwijten en de hele discipline naar de prullenmand
verwijzen. Een evolutionaire benadering binnen de psychologie is een
noodzaak, we kunnen de mens pas helemaal begrijpen als we hem beschouwen
als een product van de evolutie. Dat die benadering er komt, staat vast, maar
misschien zal ze een lange omweg van minderwaardige theorievorming vragen.
"Mijn tegenstanders noemen mij een ultradarwinist, omdat ik natuurlijke
selectie als de belangrijkste motor van de evolutie beschouw, ook van de
evolutie van onze mentale vermogens. Die opvatting bevat echter niets 'ultra';
ze sluit perfect aan bij de manier waarop de meeste hedendaagse
evolutiebiologen Darwins theorie interpreteren. Alleen degenen die het
menselijk brein willen vrijwaren van een darwinistische benadering vinden dat
extreem."
Toch noemt u het darwinisme een universeel zuur, wat niet echt gematigd
klinkt.
"Daarmee bedoel ik dat de idee van evolutie door natuurlijke selectie al onze
gevestigde overtuigingen over de natuur, het leven en de mens aantast, net
zoals een universeel zuur alles aanvreet. Dat beeld kan inderdaad de
polarisering versterken, maar die was er toch al. Ik geef ze alleen een naam.
De fundamentele bedoeling van mijn boek Darwins gevaarlijke idee was aan te
tonen dat volgens ons, darwinisten, alle menswetenschappen consistent dienen
te worden gemaakt met of op zijn minst geïnformeerd door een darwinistisch
perspectief. Voor mij spreekt dat vanzelf, want het alternatief is een soort van
onzinnig dualisme tussen lichaam en geest. Tegelijk wilde ik de aandacht
richten op de belachelijk grote angst die de debatten over dat onderwerp
vervormt. Ik wil aantonen hoe een darwinistisch perspectief in feite die zaken
helpt bewaren die mensen vrezen erdoor kwijt te spelen, zoals moraliteit en
vrije wil.
"Velen wantrouwen een theorie die op zoveel tegelijk van toepassing is, zowel
op het ontluikende blad aan een boom als op het complexe menselijke gedrag.
Niemand zal echter ontkennen dat alles, ook de mens, onderhevig is aan de
wetten van de zwaartekracht. Op een gelijkaardige manier gehoorzamen alle
levende organismen aan de wetten van evolutie door natuurlijke selectie. Het
materialisme, de opvatting dat de eigenschappen van levende organismen in
principe in fysische en chemische termen beschrijfbaar zijn, heeft vandaag het
pleit gewonnen. Toch geloven mensen nog altijd graag dat, zelfs als de fysica
ons brein regeert en brein en bewustzijn in zekere zin samenvallen, de wetten
van onze geest niet tot fysica te herleiden zijn, uit angst hun gevoel van vrije
wil te verliezen. Momenteel werk ik aan een boek over de evolutie van de
menselijke vrijheid, precies om aan te tonen dat een evolutionair perspectief
geen opponent van vrijheid is, maar het begrijpen daarvan betekent. Het toont
hoe onze vrijheid zich evolutionair ontwikkelde."
Een darwinistisch perspectief impliceert evenmin dat de mens inherent
slecht is, zoals de populaire opvatting luidt.
"Inderdaad. Het darwinisme stelt niet dat we immoreel zijn, maar evenmin dat
we niet verantwoordelijk zijn. In dat opzicht verschillen we radicaal van
andere soorten. Wij denken over hen als levend in een wereld waarop de
menselijke moraliteit niet van toepassing is. We beschouwen vleesetende dieren
niet als moordenaars. Anders dan wij bezitten dieren niet de conceptuele
ruimte om verantwoordelijk gehouden te kunnen worden. Ik wil tonen hoe die
morele ruimte in de loop van de evolutie ontstond.
"Volgens sommige critici van de evolutionaire psychologie, waaronder
paleontoloog Stephen Jay Gould, zijn vele specifiek menselijke mentale
vermogens, waaronder moraliteit, louter een bijproduct van onze grote
hersenen en ontwikkelden ze zich dus niet door natuurlijke selectie. Dat is
ofwel mystiek, ofwel betekent het dat je toegeeft geen verklaring te hebben. Op
die manier zou onze intelligentie ook een bijproduct van onze grote teen
kunnen zijn. Natuurlijk lijkt het zinniger de verklaring ervoor in ons brein te
zoeken, maar waarom is dat zo? Naar het toeval verwijzen betekent dat je niet
helder denkt. Wie wil uitleggen hoe onze hersenen aan de basis van onze
specifieke intelligentie liggen, moet met een evolutionaire verklaring voor de
dag komen, die licht werpt op de manier waarop ons brein functioneert.
"Mensen kunnen niet geloven dat een mechanisch proces als natuurlijke
selectie in staat zou zijn tot het scheppen van iets als ons vermogen tot
creativiteit. Ze aanvaarden wel een darwinistische verklaring voor het ontstaan
van de nachtegaal, maar niet voor de 'Ode aan een nachtegaal' van John
Keats. Menen ze dan dat dat laatste zoveel wonderbaarlijker is dat men het niet
door een zelfde soort proces kan verklaren? Wat een hoogmoed!"
Denkt u dat onze ethische waarden een objectieve basis in de realiteit
kunnen krijgen?
"Zeker. Ik meen dat alleen een naturalistische benadering tot een objectieve
ethiek kan leiden. Met de term naturalisme bedoel ik een visie op mensen en
andere dieren als biologische wezens met soorteigen noden en behoeften; het is
een breder begrip dan darwinisme. Elke niet-naturalistische opvatting van
ethiek is volgens mij vals of relativistisch.
Er zijn sterke, niet-imperialistische argumenten aan te voeren voor de
universaliteit van de mensenrechten, net als voor de morele superioriteit van
de positie van de vrouw in het westen tegenover die in sommige traditionele
culturen.
"Postmodernen stellen dat wat mensen als moreel ervaren alleen een kwestie
van culturele traditie is. Dàt vind ik pas een aanstootgevende opvatting. Even
verwerpelijk acht ik de postmoderne bewering dat wetenschap gewoon het
zoveelste vertoog is, niet te verkiezen boven enig ander. Het postmodernisme is
een sociaal schadelijke ideologie, die talloze tegenstellingen bevat en
nauwkeurig onderzoek niet overleeft. Het is lui denken en zoiets heeft altijd
ongelukkige gevolgen."
'Volgens postmodernen is wat mensen als moreel ervaren alleen een kwestie
van culturele traditie. Dat vind ik pas een aanstootgevende opvatting'
De Morgen, 2001 Uitgeverij De Morgen n.v.
Griet Vandermassen 3 november 2001
De evolutie als staartdeling Uit NRC Handelsblad
DANIEL C. DENNETT: Darwin's Dangerous Idea. Evolution and the
Meanings of Life
Blijkbaar hebben veel mensen er grote moeite mee om toe te geven dat we
maar een ondeelbaar ogenblik van de geschiedenis van het leven aanwezig zijn
geweest en zijn we, volgens de evolutiebioloog Stephen Jay Gould, niet bereid
de overtuiging prijs te geven “dat we boven aan de ladder staan, en daarom
met recht de wereld beheersen, of dat we op zijn minst het eindprodukt
zijn van een voorspelbaar proces dat is bedoeld om ons voort te brengen”.
Van oudsher redeneerden filosofen als John Locke en David Hume daarom
vanuit het 'argument from design': de menselijke geest is zoiets ongelofelijks,
dat die wel door iemand ontworpen en geconstrueerd moet zijn.
De evolutieleer is niet alleen daarom al jarenlang een omstreden theorie. Er
bestaan nog altijd controversen over de manier waarop zij bepaalde
verschijnselen verklaart. Het is dan ook niet verwonderlijk dat tegenstanders
dergelijke discussies tussen evolutiebiologen over bepaalde aspecten van de
theorie volledig uit hun verband plegen te trekken.
Daarnaast is de theorie - helaas ook door voorstanders - vaak verkeerd
geïnterpreteerd. Neem het beroemde begrip 'survival of the fittest', dat al in
1864 door een fervente aanhanger van Darwin, Herbert Spencer, werd
verzonnen. Het is natuurlijk een regelrechte tautologie, want wie zijn immers
het sterkste? Degenen die overleven, en wie overleven? De sterksten: 'the
survivors survive'. Het is een vaak gebruikt argument tégen de
evolutietheorie, maar berust op een verkeerde interpretatie.
Natuurlijke selectie
Het grote probleem blijft wel dat de evolutietheorie eenvoudig niet te bewijzen
is, en alleen maar aannemelijk gemaakt kan worden.
Dat was ook precies wat Karel van 't Reve ertegen bleek te hebben toen hij aan
het eind van de jaren zeventig een felle discussie voerde met Dick Hillenius en
Maarten 't Hart: als de giraffe door zijn lange nek de strijd om het bestaan
kon winnen, omdat hij beter bij de hoogste blaadjes kon komen, waarom
heeft de zebra dan niet verloren? Bestaat er eigenlijk wel een biologische
eigenschap die geen voordeel oplevert?
Hoe amusant vragen als deze ook mogen zijn, ze versluieren toch waar het echt
om gaat, en dat is Darwins fundamentele inzicht van evolutie door
natuurlijke selectie. Dat principe, Darwin's Dangerous Idea, staat, na bijna
honderdvijftig jaar lang fervent te zijn aangevallen, nog altijd als een rots
overeind. Het grijpt volgens de Amerikaanse filosoof Daniel Dennett “dieper
in het stelsel van onze meest fundamentele overtuigingen in dan veel van
zelfs zijn meest geraffineerde voorstanders zich hebben gerealiseerd”. Het is
niet verwonderlijk dat juist Dennett zich in zijn nieuwe boek opwerpt als zo'n
'sophisticated apologist'. Al jarenlang is hij de grote voorvechter van de
Kunstmatige Intelligentie (KI), de tak van de cognitieve psychologie die ervan
uitgaat dat een goed geprogrammeerde computer met de juiste input en output
een menselijke geest kan hebben.
Dennett ziet de evolutie dan ook niet alleen als een volledig door het toeval
geregeerd, blind en mechanistisch proces, maar zelfs als een algoritme, een
formeel proces dat steeds wanneer het gevolgd wordt, hetzelfde resultaat
oplevert. Zoiets als het uitvoeren van een staartdeling of het bijhouden van een
huishoudboekje.
Keer op keer hamert hij dit concept er bij zijn lezers in, en - bijna paranoïde ziet hij in de tegenstanders van de evolutie voortdurend dezelfde individuen die
ook diens 'evil twin', de KI, bestrijden. Op zichzelf zit daar natuurlijk wel wat
in. Als de menselijke geest immers niets anders is dan het produkt van een
evolutionair proces, dan hebben ook onze geestelijke vermogens uiteindelijk
een mechanische verklaring, en staat niets een computer-imitatie ervan in de
weg: “We stammen af van computerprogramma's en we bestaan eruit, en niets
dat wij kunnen ligt buiten hun bereik.”
Als niet-bioloog moet Dennett zich voor de meer 'technische' details overigens
op anderen verlaten. Eén van zijn helden is de Engelse zoöloog Richard
Dawkins, die hij het hele boek door te pas en te onpas citeert. Dawkins
betoogt, al sinds in 1976 zijn boek The Selfish Gene uitkwam, dat wij mensen
niets anders zijn dan overlevingsmachines voor onze genen, die ons tot
bepaalde gedragspatronen aanzetten om te kunnen overleven en zich te kunnen
vermenigvuldigen.
Nadat Dennett zijn opvattingen in het eerste deel heeft uiteengezet, en aldus
een solide basis voor het vervolg heeft gelegd, begint hij zijn kruistocht tegen
alles en iedereen die het waagt daaraan te twijfelen. Zo passeren
achtereenvolgens de verschillende hypotheses over de allereerste stappen op
weg naar het leven de revue en wordt het belang van het fenomeen van zelfreplicatie duidelijk verklaard. Voortdurend legt Dennett er de nadruk op dat
alles op mechanistische wijze, uit eenvoudige basisprincipes is te verklaren,
ofwel dat daarvoor, zoals hij zelf zegt, uitsluitend 'cranes' nodig zijn en geen
'skyhooks', denkbeeldige haken uit de hemel.
Doelwit
De biologie wordt in die optiek dan ook eerder een soort technologie, waarvan
de produkten steeds door een functionele bril moeten worden bekeken: wat is
de overlevingswaarde ervan? Waarom zijn bloemen zo mooi gekleurd? Niet om
ons een plezier te doen, maar om insekten aan te trekken die voor bestuiving
(voortplanting) kunnen zorgen. Op grond daarvan - en dwars tegen de
gangbare orthodoxie in - concludeerde de Oostenrijkse zoöloog Von Frisch dat
insekten kleuren moesten kunnen zien, wat hij later ook via elegante
experimenten wist aan te tonen. Een ander voorbeeld is de ontdekking van de
endorfinen, natuurlijke pijnonderdrukkers in ons lichaam. Moleculair biologen
ontdekten in de hersenen bepaalde receptoren, die vreemd genoeg heel
specifiek bleken te zijn voor morfine, een door mensen gesynthetiseerde
pijnstiller. En zo'n 'natuurlijk slot' is er natuurlijk niet voor niets, daar hoort
een natuurlijke sleutel bij.
Opvallend is dat Dennett bij dit alles meestal lijnrecht ingaat tegen de
opvattingen van Stephen Jay Gould, een grootheid binnen de evolutiebiologie.
Hij vormt bijna in zijn eentje het doelwit van het hele tweede deel, vooral
omdat zijn populaire boeken over de evolutie in de ogen van Dennett een
verwrongen beeld geven.
Zo is Gould een verklaard tegenstander van het adaptationisme, 'het proberen
uit te vinden wat Moeder Natuur in gedachten heeft gehad', is hij van mening
dat er van tijd tot tijd radicale versnellingen in het evolutionaire proces
optreden en meent hij dat wij er niet zouden zijn als de “tape van het leven
opnieuw zou worden afgespeeld”. Het zijn allemaal opvattingen die afbreuk
doen aan de simpelheid van 'Darwin's Dangerous Idea', en ze zijn onnodig,
zoals Dennett op toch wel overtuigende wijze laat zien.
Tenslotte worden ook nog wat andere, onschuldiger theorieën onschadelijk
gemaakt, zoals de opvatting dat het leven uit het heelal afkomstig is, of dat het
al verschillende keren opnieuw ontstaan is:
“Aardige theorieën, maar irrelevant.” Je ziet Dennett bijna tevreden
achterover leunen. Hij is dan inmiddels aangekomen in het laatste deel, dat
gewijd is aan de razendsnelle culturele ontwikkeling die de mens in de
afgelopen paar honderdduizend jaar heeft doorgemaakt. Opnieuw in strenge
navolging van Dawkins ziet Dennett deze als het directe gevolg van een
evolutie van memen. Dit zijn ideeën, gewoontes en methoden die zich onder de
hele mensheid hebben kunnen verspreiden. Hierdoor kan er tegenwoordig
binnen een enkele generatie een vooruitgang optreden die de resultaten van
miljoenen jaren 'gewone' evolutie in de schaduw stelt. Wij begrijpen
fenomenen, die voor zelfs de meest geniale tijdgenoten van onze voorouders
volkomen ondenkbaar waren! Taal heeft bij dit alles een doorslaggevende rol
gespeeld, en Dennett zou Dennett niet zijn als hij ook op dit gebied weer de
confrontatie met een autoriteit, Noam Chomsky, opzoekt. Deze taalkundige
ontwikkelde de theorie dat ons taalvermogen aangeboren is, maar ontkent samen met Gould en tot verbazing van Dennett - een evolutionaire oorsprong.
Ook op dat gebied zijn 'skyhooks' onnodig.
Toch is er voor Dennett een grens. Die bereikt hij wanneer hij op zoek gaat
naar de oorsprong van de moraal. Hier moeten de sociobiologen het
ontgelden. Zij beweren immers bij monde van hun voorganger E.O. Wilson dat
'de moraal slechts een adaptatie is om onze voortplantingskansen te
bevorderen'. Dat gaat de aarts-reductionist Dennett toch te ver. Voor hem zijn
sociaal gedrag en solidariteit binnen een groep veel eerder cultureel bepaalde
verschijnselen. De sociobiologen willen te veel en maken zich schuldig aan
'greedy ethical reductionism'. De mens is, anders dan alle andere diersoorten
op aarde, in staat boven zijn biologische beperkingen uit te groeien of er zelfs
aan te ontsnappen: wij hebben als culturele wezens eenvoudig de beschikking
over machtiger 'cranes' dan welke andere diersoort ook
Daniel C. Dennett
Meesterbreinen(4)
:bewustzijnsfilosoof;Daniel C Dennett
'Voorgeprogrammeerde robots zijn we,meer niet ‘
Van mijn vier helden Gary Lynch, Richard Dawkins, Daniel C. Dennett en Oliver Sacks is de
Amerikaanse bewustzijnsfilosoof Dennett (59) de meest duistere, de 'moeilijkste', maar wellicht ook
de geniaalste denker . 'De enige die de theorieen van Dennett volkomen begrijpt, is Dennett zelf,'
vertrouwde Oliver Sacks mij in een opwelling van nederigheid toe. En bij Wim Kayzer vroeg Sacks
zich af 'of iemand als Daniel Dennett nu kinderen had, of een hond'Dennett (hoofdwerk:
'Consciousness Explained', in het Nederlands 'Het bewustzijn verklaard') blijkt een no nonsensemens. In twee, drie korte e-mails wordt het interview geregeld. Afspraak is het Centre national de la
recherche scientifique in Parijs, waar Dennett de Prix Jean-Nicod in ontvangst neemt en er
gedurende acht dagen een reeks lezingen over zijn theorie van het bewustzijn geeft
Op een druilerige dinsdagmiddag neem ik de metro, stap uit inhet station Auteuil en loop door de
rue Michel-Ange naar de ge-bouwen van het CNRS. Ik ben een kwartier te laat: als ik het
halfverduisterde auditorium binnensluip, is de lezing al begonnen.
Vooraan staat een bijna twee meter lange, van een baard en bril voorziene Amerikaan, met naast
zich een tafeltje en een laptop. In de zaal zit een dertigtal dames en heren: de fine fleure van
'denkend' Parijs. Met monotone stem dreunt Dennett zijn theorie af, en illustreert het uitgesprokene
af en toe met nogal schraal aandoende zwart-witbeelden in PowerPoint. Onder-werp: de
heterofenomenologie\ Dennett doceert in het Engels. Het publiek veinst aandacht maar is er niet
echt bij.Als de prof er al na drie kwartier mee ophoudt, golft een zucht van opluchting door de
zaalTwee uur later neemt Dennett mij mee naar zijn hotel: een door de universiteit ter beschikking
ge-stelde studio in de rue Suger. Een beetje klagerig toont hij mij de gammele sofa, de lege koelkast
en de armtierige keuken. Hij wil perse dat ik een foto van hem neem -
"Kwestie van aan mijn vrouw te laten zien in wat voor fantastische
omstandigheden ik hier gehuisvest ben. Anders denkt ze dat ik in gay Paris de
bloemetjes buitenzet.'
TerwijI ik een cassette in de bandopnemer stop, hebben we het nog even over de lezing van daarnet.
zucht Dennett 'ik kon voelen dat ze er niets van begrepen. Alsof hun
filosofie bij Descartes is blijven stilstaan.'
'Achja,'
Dennett verontschuldigt zich voor het feit dat hij mij niets kan aanbieden en staat erop dat ik in de fauteuil
plaatsneem. Zelf gaat hij met zijn enorme gestalte op een kleine keukentaboeret zitten. Pas twee uur later
zal hij weer op-staan. Voorwaar! Voor de wetenschap moet je lijden
HUMO : U bent naar het schijnt een vrij behoorlijk amateurgoochelaar
DANIEL C. DENNETT Ik ben niet meer echt goed: ik heb al drie jaar niet meer geoefend (Iaht). Maar ik
weet er wel veel meer van af dan de meeste van mijn academische collega's.
Enkele grote goochelaars hebben mij het geheim van hun trucs verklapt. Vroeger trad ik weleens op voor
de familie, maar dat doe ik allang niet meer. Mijn specialiteit is: trucs met speelkaarten.
HUMO Een goochelaar is boven alles een illusionist: hij buit de zwakheden van het brein uit.
DENNETT Dat klopt Sommige goocheltrucs zijn al eeuwenoud:van vader op zoon doorgegeven zonder dat
iemand achter het geheim kwam. Er ligt een berg interessant materiaal op psychologisch onderzoek te
wachten. Ons brein en ons bewustzijn zitten vol met goocheltrucs: veel is gebaseerd op illusie."
HUMO U bent geboren in Libanon, uw vader was Amerikaans diplomaat. Wat voor soort
schooljongen was u?
DENNETT Ik heb maar vage herinneringen aan Libanon: ik was een jaar of drie toen mijn vader stierf. Na
zijn dood is mijn moeder meteen weer naar de States getrokken. Op school hoorde ik bij de top, zonder
echt te studeren. Ik hoefde mij niet in te spannen: het ging te gemakkelijk allemaal
Ik was nogal een haantje de voorste, ik bruiste van het zeif-vertrouwen. In mijn vrije tijd was ik een verwoed
knutselaar: alles wat mij in handen viel, haalde ik uit elkaar. Ik was altijd aan het schroeven of hameren. Ik
wilde weten hoe iets gebouwd was.
HUMO Was u gelovig ?
DENNETT Mijn ouders waren agnostici, ik heb het geloof dus niet met de moedermelk binnengekregen.
Maar ik was wel - zoals zoveel kinderen van atheisten -gefascineerd door het geloof. Op eigen houtje ging
ik naar de zondagsschool om er naar de verhaaltjes uit de bijbel te luisteren. Tot in de high school bleef die
fascinatie duren, in die mate dat mijn moeder bang werd dat ik een pilaarbijter zou worden (lacht). Ik trok op
met de Christian Scienュtists en nam deel aan hun zomerkampen. Ik las hun publicaties en bestookte hen de
hele tijd met vragen. Want zelf geloofde ik niet: ik was vooral gefascineerd door waarom anderen geloofden.
HUMO : Wat voor soort vragen stelde u uzelf in die jonge jaren?
DENNETT Ik was nogal geobsedeerd door het solipsisme - het gevoel dat alleen ik –ipso factum - besta, en
dat ik de anderen en de rest van de wereld fantaseer.
leder jaar opnieuw vertel ik mijn eerstejaarsstudenten over het solipsisme, en dan vraag ik hun wie als kind
ooit hetzelfde heeft gedacht. Nou, bijna allemaal
Ik stelde mezelf ook vragen over tijd en ruimte en het heelalIs het verleden wel echt gebeurd? Zou je een
machine kunnen bouwen om in de tijd te reizen? Wat ligt er buiten de grenzen van het heelal? Al dat soort
sciencefictionachtige vragen die ieder verstandig kind zichzelf stelt
Als jongen van een jaar of twaalf kreeg ik een boek dat je kon beschouwen als een algemene inleiding tot
de modeme na-tuurwetenschappen. Daarin werd de relativiteitstheorie van Einュstein op vrij eenvoudige
wyze verklaard. Ik was gek op dat boek - ik heb het misschien wel twintig keer herlezen
Mijn belangstelling voor de evolutietheorie van Charles Darwin dateert van mijn eerste jaar aan de
universiteit.Met enkele vrienden hadden wij 'Inherit The Wind' opgezet, een toneelstuk omtrent het fameuze
'Apenproces' dat in Tennessee, tegen de jonge biologieleraar John T. Scopes werd gevoerd. Scopes had
het gewaagd in zijn les de evolutietheorie van Darwin uit te leggen. De Amerikaanse creationisten - de lui
die het bijbelse scheppingsverhaal letterlijk nemen en het bestaan van een gemeenschappelijke voorouder
van mens en aap ontkennen -schreeuwden moord en brand en sleepten Scopes voor de rechtbank. Scopes
werd veroordeeld en de evolutieleer van Darwin werd bij wet uit alle Amerikaanse schoolboeken geweerd
Maar goed, vanaf de eerste kennismaking besefte ik de kracht en de schoonheid van Darwins idee. Het gaf
mij een schok, niet alleen van bewondering maar ook van jaloersheid
Ik dacht: 'Waarom ben ik daar niet uit mezelf opgekomen!'
Die fascinatie is overigens gebleven (in 1995 heeft Dennett een schitterend boek over de
evolutietheorie geschreven, 'Darwins gevaarlijke idee',
humo : Herinnert u zich nog de dag dat u de eerste steen legde van uw theorie over het bewustュzijn?
DENNETT 0 ja, die herinner ik mij nog perfect. Ik las de 'Meditationes' van de
Franse filosoof Descartes, en toen ik het uit had, wist ik:
Descartes heeft het mis met zijn dualisme - zijn onderscheid tussen stof en geest, tussen de hersenen en
hun bewust-zijnsinhoud. Er bestaat niet zoiets als geestesspul. The mind is the brain - de geest is het brein;
en ze zijn allebei van stof, van materie, van atomen en moleculen en aminozuren en noem maar op.
Het idee kwam als een blikseminslag. En ik besloot er de rest van mijn leven aan te wijden.
humo Was het een intuftieve opstoot van inzicht ?
DENNETT Ja. Ik herinner mij nog perfect de dag, ik weet nog waar ik zat - in Middletown, Connecticut Descartes was een van de eerste teksten die we die herfst lazen. Ik weet nog in welke kamer ik zat, er
stond een mooie lindeboom buiten - ik las Descartes en staarde door het raam naar die boom en ik dacht:
'Nee, Descartes heeft het niet door."
Geen hart
HUMO Descartes zegt: 'Ik denk. dus: ik besta.'
Maar u zegt: 'Ik besta niet. Ik ben een robot.' Op
dit ogenblik neem ik dus een interview van een robot af?
DENNETT Ja, met dien verstande dat u ook een robot bent. Of juister: u, ik, wij allemaal, ook de dieren, ook
de planten, wij zijn allemaal samengesteld uit kleine, geestloze robots: de cellen. Dat zijn organische robots
zonder geest en zonder bewustzijn; ze weten van niets. Maar het ontwerp is geniaal, en een cel is tot zeer
veel taken in staat.
De aard van die taak hangt simpelweg afvan zijn plaats in het lichaam. Een hartcel is in de grond gelijk aan
een maagcel of een levercel of een breincel. Een jonge, nog niet gedifferentieerde stamcel voert,
naargelang hij in het hart, de lever of het brein belandt, een welbepaald deel van zijn gigantische
instructiecode -het DNA - uit.
Een stamcel is een alleskunner, een voetballer die op alle plaatsen van een elftal met succes kan worden
opgesteld.
Het gekke is nu dat alsje miljarden van die kleine robots op dejuiste plaatsen samenvoegt en onderling
verbindtje een wezen met bewustzijn krijgt.
Niet een van die robots weet wieje bent - hij trekt zich niets vanjou aan. En toch heb jij, of juister meen jij,
een eigen autonoom ge-dachteleven te leiden. Dat is de verbazingwekkende waarheid!
Wij zijn simpelweg een kolonie van aparte, domme machientjes.
HUMO U beweert niet alleen dat wij bewuste robots zijn, u beweert ook dat het mogelijk moet zijn
zo'n bewuste robot te bouwen: een machine die niet alleen handelt, maar ook denkt, voelt en zich
van zichzelf bewust is?
DENNETT Jazeker, dat is theoretisch mogelijk. Misschien is het praktisch niet doenbaar - maar dan alleen
om vervelende redenen - omdat het te veel zou kosten, bijvoorbeeld
Kijk, alsje een oor wilt maken, kun je dat oor kweken uit een menselijke oorcel die je bij een muis inplant.
Dat gebeurt al, dat is geen scienceflction. Theoretisch, en vaak ook praktisch, is het mogelijk zowat alle
organen van het menselijk lichaam te kweken
We weten dat we bijna alle functies van het menselijk liュchaam kunnen vervangen door een artefact, een
machine, een prothese, noem maar op. We beschikken over kunstnieren, hart-longmachines, heupen uit
titaniュum enzovoort. Zelfs een gehoor-zenuw kunnen we door een prothese vervangen. Geen enkel deel
vanje lichaam is onvervangbaar. leder neuron in je hersenen kan worden vervangen door een chip uit
silicium.
HUMO U bedoelt: iedere functie van het menselijk lichaam kan worden
nagebootst. Maar dat blijft toch een imitatie; een hart-longmachine is toch geen
hart?
DENNETT Dat is nu net de grote fout. Ik ben een die-hard aan-hanger van het functionalisme, en het mooie
van die denkrichting is dat ze zich alleen om de functies bekommert, en niet om the real thing.
Als wij de funcュties van een hart kunnen nabootsen, wel, dan hebben wij een hart. En als wij de nineties
van het brein kunnen nabootsen, hebben we een brein.
As simple as that. Ik zeg wel: alle functies. Een kunsthart kan tot nog toe niet alles wat een echt hart kan,
maar daar wordt aan gewerkt.
Een artificieel brein is niet zoveel moeilijker te bouwen dan een kunsthart. Het is niet zo'n dwaas idee dat wij
ooit kapotte breinen zullen kunnen vervangen door een kunstbrein.
Natuurlijk zal die reparatie niet volmaakt zijn - we mogen al blij zijn als we de belangrijkste functies kunnen
herstellen -maar het staat buiten kijf dat dat kunstmatige brein wel een zelf-bewustzijn zai hebben tenminste als we ons werk goed hebben gedaan (lacht).
Ik bedoel: als we erin slagen alle onderdelen van de hersenen mooi na te bootsen, zai dat brein per definitie
ook een bewustzijn hebben. Zoals ik al zei: the mind is the brain, er is geen onderscheid tussen onze
'stoffelyke' hersenen en onze zogenaamd 'onstoffelijke' geest, zoals Descartes meende.
HUMO In de film 'Al' van Steven krijgen we te maken met robots die als het ware
ontsnappen aan nun mechanische brein en mettertijd een soort bewustzijn
beginnen te ontwikkelen.
DENNETT Natuurlijk heb ik 'Al' gezien. Maar ik was zeer onge-lukkig over de uitwerking. Het was a
sugarcandy story, met veel sentiment en weinig wetenschap erin. Stanley Kubrick had er wellicht een veel
betere film van gemaakt. Zoveel gemiste kansen!
Elektrisch brein
HUMO Als wij spreken over Al, artificiele intelligentie, hebben we het over
computers. Nu zijn dat eigenlijk niet meer dan uiterst snelle telramen: ze doen
niet meer dan tellen.
DENNETT That's right.
HUMO Dat kunnen ze dan ook beter dan wij, maar de echte kracht van het menselijk brein bestaat er
dan weer in de geniale doeken in het Musee d'Orsay te schilderen, 'Hamlet te schrijven, 'De
Negende' te componeren.
DENNETT Kijk, het brein bestaat uit honderdtwintig miljard hersencellen, de neuronen, die onderling met
elkaar verbonden zijn. Een zo'n neuron kan verbindingen hebben met tot veertigduizend collega's. Het brein
is een gigantisch netwerk, met gigantisch veel knooppunten, waarin voortdurend informatie heen en weer
schiet. Nu vraag ik je: hoe beslist het neuron welke informatie hij naar waar moet doorschakelen?
HUMO Het telt?
DENNETT Precies: het neuron telt alle positief geladen impulsen op en trekt er alle negatief geladen
impulsen af. Aan het getal dat op die manier verkregen wordt, kan het aflezen wat het moet doen. Eigenlijk
is dat een zeer eenvoudige taak, die we met de techniek van vandaag makkelijk kunnen nabootsen.
Het brein is niet meer dan een verzameling van honderden miljoenen oneindig kleine rekenmachientjes. De
uiteindelijke beslissing van een neuron is binair:het is ja of neen, signaal doorlaten of signaal niet doorlaten
Ik weet het: dit is een oversimplificatie. Maar ik weet ook dat we met deze oversimplificatie zeer dicht zitten
bij hoe onze hersenen echt werken.
leder neuron op zichzelf zit uiterst simpel in elkaar, maar koppel er honderd miljard van aan elkaar enje
krijgt: 'Hamlet', 'De Negende', Darwin, Picasso (lacht).
De ware kracht van het brein bestaat erin op de wereld rondom zich te reageren en er informatie uit op te
pikken.
HUMO Ook uw goeie vriend Richard Dawkins is een fervent voorstander van de
computer-metafoor
DENNETTツォ Hoe meer informatie we over het brein opdoen, en hoe verder we gaan in het
ontwikkelen van nieuwe computer-systemen, hoe duidelijker de parallellen worden. Ik weet het
vroeger is het brein vergeleken met een uurwerk, of een stoom-machine, of een telefooncentrale,
weet ik veel.
Daar konje spreken van metaforen die door de nieuwe technologie zijn achterhaald. Maar met de
computer zijn we in een nieuw tijdperk getreden: het brein lijkt niet op een computer, het is een
computer
In het DNA, dat in elk van onze miljarden cellen zit, zie je een oneindige opeenvolging van
vierbasen: adenine, cytosine, thymine en guanine - afgekort A, C, T en G. De combinatie van die vier
letters vomit de machinetaal voor de constructie van een mens.
Een computer krijgt zijn instructies in de vorm van een eindeloze reeks enen en nullen ( noot een bit
I of O ) de cel werkt met A, C, T of G.
Het DNA is zuivere software, het laat zich lezen als een handleiding om onze cellen te vertellen hoe
ze ogen, armen, benen, longen of hersenen moeten maken. Oneindig gecompliceerd. En tegelijk
oneindig simpel: vier letters, meer is de mens niet.»
HUMO In 'Darwin's Dangerous Idea' vertelt u hoe de Amerikaanse schrijver
Edgar Allan Poe in enkele scherpe artikels de beruchte Von Kempelenschaakrobot ontmaskerde. Die robot bestond uit een machinekist vol draden en
tandwielen, waaraan een mechanische pop zat die bijna alle partijen won. Door
deductie kwam Poe ertoe te besluiten dat een echte schaker - een kind? een
dwerg? - in de kast verborgen zat. Poe kreeg gelijk. Maar volgens u kreeg hij dat
gelijk ten onrechte, om de verkeerde reden.
DENNETT (lacht) Hier betreden wij weer het terrein van de magie. Die hele schaakrobot was zo
gebouwd dat het leek alsof er onmogelijk een echte schaker in de kist kon zitten.
Het was Poe meteen opgevallen dat de kist nogal wat gelijkenis vertoonde met die waarin
goochelaars een vrouw stoppen om ze doormidden te zagen.
Nu moet je je goed voorstellen: elektriciteit bestond toen nog niet. De man in de kist moest kunnen
zien wat hij deed, dus stak hij een kaars aan. Maar kaarsvet, zeker het kaarsvet uit' die tijd,
verspreidt een duidelijk herkenbare geur. Daarom werd bij het begin van de voorstelling - naast de
kaars in de kist - ook altijd een kandelaar met een brandende kaars op de kist geplaatst, opdat de
toeschouwers zouden denken dat de geur daarvan afkomstig was
Poe, scepticus als hij was, vermoedde meteen dat er iets loos was met die kandelaar. Maar de
hoofdreden waarom hij bedrog vermoedde, was een zuiver vooroordeel: 'Het is onmogelijk dat een
pop kan schaken'. Vrij vertaald: een denkende robot beュstaat niet.
Dat was het verkeerde argument, want kijk rondom je op iedere laptop vindje vandaag de dag een
schaakprogramma waartegen de meesten van ons altijd zullen verliezen. En met de schaakcomputer
Deep Blue slechtte IBM de laatste hindemis, door van wereldkampioen Garry Kasparov te winnen
De gedachte-strijd
HUMO De zo geroemde 'stream of consciousness' - de bewust-zijnsstroom die volgens de meeste
schrijvers het toppunt van hersencreativiteit betekent- is in uw ogen een veeleer banaal proces
DENNETT Er bestaat geen unieke stream of consciousness, simpelweg omdat er geen centraal
hoofdkwartier - geen Cartesiaans Theater, voor de filosofen -bestaat waarin alle informatie
samenkomt, om vervolgens te worden voorgelegd aan een soort Hoogste Autoriteit die dan het ik,
het ego, zou zijn.
In plaats van een zijn er tientallen informatiestromen die wedijveren om de
bovenhand te halen
Laat ik het zo uitleggen: de doordeweekse computer waarop u en ik dagelijks onze teksten tikken, is
een seriele machine: zij werkt de opdrachten een voor een af. Het brein kan veel meer:
het is een parallelle computer die meerdere taken tegelijk verricht. Wij kunnen bijvoorbeeld
autorijden, ondertussen een broodje eten en daarbovenop nog eens met onze medepassagier een
gesprek hebben over de cantates van Bach
Het bewustzijn is eigenlijk een virtuele Von Neumann-maュchine die op het
parallelle brein is geemuleerd.
Misschien zal een voorbeeld je helpen dat te begrijpen. Als je je Intemet-aansluiting wil delen met
een tweede computer, die vanje vrouw bijvoorbeeld, dan kunje dat doen door middel van een router,
een kleine doos die het binnenkomende signaal verdeelt over de twee pc's. Die router bestaat uit
chips en contacten en weet ik veel wat voor elektronische spullen allemaal.
Maar! Je kunt ook werken -met een virtuele router: je koopt een softwareprogramma en laat het op
beide computers lopen. Het zal precies hetzelfde doen als dat machientje.
Kortom: wat je vroeger hardwarematig oploste, los je nu softwarematig op. Een modeme computer
kan tientallen van die virtuele machines creeren
Welnu, het bewustzijn moet je zien als zo'n - weinig efficiente - virtuele machine,
gecreeerd binnen de klassieke bedrading van het brein.
Het brein is een parallelle machine, het werkt aan meerdere taken tegelijk, maar het bewustzijn is
serieel: het kan maar met een ding tegelijk bezig zijn.
Uit al wat in het brein vonkt en knettert kan slechts een informatiestroom tegelijk het bewustュzijn
bereiken. De informatie die in het bewustzijn aankomt is maar het topje van de ijsberg. J
e zou zeifs kunnen stellen dat de verschillende processen in het brein onder elkaar een bikkelhar-de
strijd uitvechten om 'aan de oppervlakte' te komen. Alsof ook zij een soort darwiniaanse selectie
moeten doorstaan om te kunュnen overleven.ツサ
Jekyll & Hyde
HUMO U maakt ook groot voorbehoud tegen het 'ik' in dat zinnetje van
Descartes, "1k denk, dus ik ben'. Eigenlijk beweert u dat het ik een illusie is , het
“ik” bestaat niet
DENNETT Laat ik het zo stellen:de meeste landen werken met een president. Zo'n president is niet
eeuwig aan de macht: doorgaans wordt hij voor een welbepaalde tijd verkozen. En als hij in de
problemen komt, kan het zelfs gebeuren dat hij nauwelijks enkele maanden aan de macht is.
Zo gaat het ook toe in het brein: in ons hoofd zit geen alleenheerser, geen absolute despoot die voor
eeuwig alle macht heeft en alle beslissingen neemt. Een president hangt van zijn partij af, en van
zijn coalitie, van zijn meerderheid. Zo'n coュalitie kan gebroken worden, er kunnen
wisselmeerderheden worden gevormd, enzovoort. Dat is een heel ander verhaal dan dat van
Descartes
In het brein worden voortdurend nieuwe allianties en coalities gevormd. Zij grijpen tijdelyk de macht,
tot ze plotseling plaats dienen te maken voor een nieuwe coalitie. Eigenlijk wordt in het brein
voortdurend slag geleverd, en wie tijdelijk de macht heeft, controleert de machine.
Dat is dan het 'ik', het ego: een voortdurend wisselende coalitie. Ik zal niet ontkennen dat er sprake
kan zijn van vrij stabiele regeringen. Maar dat hangt af van persoon tot persoon - van hoe je brein is
opgebouwd.
Het 'ik' is enorm contextgevoelig. Ik bedoel: de Daniel Den-nett die u hier ontmoet is significant
verschillend van de Daniel Dennett die op zijn boerderij in Maine met de tractor rijdt(lacht).
De ene Dennett deelt natuurlijk een heleboel informatie met de andere - ze beschikken bijvoorbeeld
over ongeveer hetュzelfde geheugen. Maar stel dat ze niet hetzelfde lichaam zouden hebben; dan zou
er voor een onbevooroordeeld waamemer ze-ker sprake zijn van twee totaal verschillende personen.
ツサ
HUMO Die stelling heeft juridisch gezien enorme consequenties. Als een van de twee Dennctts een
moord begaat, wat heeft de andere daar dan mee te maken ?
DENNETT Precies. Het fenomeen van de meervoudige persoonlij-heid is eigenlijk een perfecte
illustratie van mijn theorie - al hoeft het bij de modale burger niet altijd zo spectaculair toe te gaan
als in 'Doctor Jekyll and Mister Hyde' van Robert Louis Stevenson.
Meervoudige persoonlijkheid is een juridisch en psychiatrisch/ei( - de
rechtbanken weten dat het bestaat. Er zijn gevallen bekend waarin een
moordenaar als motief opgaf: 'Stemmen hebben mij het bevel gegeven.'
Waarschijnijk vertelde de moordenaar nog de waarheid ook. Maar dan zegt de rechter - en daar heeft
hij overschot van gelijk in: "So what?' Want: de stemmen die de brave man het bevel gaven te
moorden, waren zijn stemmen, ze leefden in hem, ze kwamen niet van buitenuit (lacht).
HUMO Met 'Elbow Room' heeft u een heel boek over dit onderwerp geschreven:
het probleem van de vrije wil.
DENNETT Eigenlijk is dat geen metafysisch maar een politick om niet te zeggen gerechtelijk
probleem.
De rechtspraak bepaalt wat een zelf is, niet de metafysica.
Het 'ik' is wat door een rechtbank voor zijn daden ter verantwoording kan worden geroepen. De
anderen, de buitenwereld maュken je tot een 'ik': de maatschappij, de rechter, je geliefde,je baas. De
anderen bombarderen mij tot Daniel Dennett: 'die beetje gekke, bijna twee meter lange, gebrilde en
van een flinke baard voorziene Amerikaanse zonder-ing die meent dat wij allemaal robots zijn'
(lacht).
Dat beeld dat de buitenwereld van je heeft is overigens een goedkope en soms ook wrede
generalisatie. Als je jezelf door de ogen van een ander zou zien, zou je jezelf nauwelijks herkennen.
Drop the ego!
HUMO : De oude zenmeesters leren ons dat je maar beter afstand doet van je ego: het is -letterlijk een hersenschim, een gevaarlijke en verslavende illusie die ons veel zielenpijn berokkent. Is dat niet
zeer bondig samengevat wat u in al uw boeken beweert ?
DENNETT Wat kan ik daar op antwoorden? Het is uiterst zeldzaam, misschien wel onmogelijk, om in
de filosofie iets compleet nieuws te bedenken. Vroeg of laat blijkt toch dat driehonderd of misschien
wel duizendjaar geleden een of andere oosterse wijsgeer precies hetzelfde heeft gezegd (lachtj
Om vlakaf op je vraag te antwoorden: ja, het zenboeddhisme zit perfect in mijn richting.
Arthur Schopenhauer heeft overigens ook al een keer het zenboeddhisme opnieuw uitgevonden. Het
gebeurt de hele tijd, over de hele wereld."
HUMO Hersenwetenschapper Gary Lynch zegt: 'De enige ma-nier om iets over het brein te zeggen,
is: de doos, de schedel, te openen en de hersenen te on-derzoeken.' U, als bewustzijnsfilosoof, doet
dat duidelijk niet. De beroemde biochemicus Francis Crick, medeontdekker van het DNA. zegt: 'Wat
Dennett doet is over een motor praten zonder de motorkap te openen.'
DENNETT (op zijn paard) Zelf open ik de motorkap niet, dat is waar. Maar ik werk en praat en discussieer
met mensen die dat wel doen.
Het is overigens kenmerkend voor mensen die de motorkap wel openmaken, dat ze gebiologeerd
zijn door een probleem, en het grote geheel niet zien.
Er zijn hersenwetenschappers die hun hele leven wijden aan de studie van een neuro-transmittor, en
hoe die ingrijpt op zijn specifieke receptor. Hun kennis is waardevol - uit dat soort onderzoek
kunnen nieuwe geneesmiddelen worden ontwikkeld - maar het is mijn onderュwerp niet.
Mijn onderwerp is: het hewustzijn als geheel. Ik weet heus wel wat er biochemisch zo ongeveer in
het brein gebeurt. Maar die kennis helpt mij geen sikkepit vooruit als ik het bewustzijn probeer te
verklaren.쨩
HUMO Uw collega Colin McGinn beweert: 'Wij zullen het bewustajn nooit begrijpen. Wij zijn
simpelweg niet verstandig genoeg om onszelf te verklaren. Net zoals een aap nooit Einsteins
relativiteitstheorie zal kunnen begrijpen, laat staan uitleggen.'
DENNETT Ik denk dat Colin McGinn juist zit: hij zal het bewustzijn nooit begrijpen (hilariteit).
Een mensenbrein was tot voor kort inderdaad beperkt in zijn mogelijkheden. Maar wij, mensen van
het derde millenniュum, zitten middenin een enorme culturele evolutie die onnoemelijk veel sneller
werkt dan de evolutie volgens Darwin:
als ik morgen een wetenschappelijke ontdekking publiceer, staat ze dezelfde dag al op het Internet
en kan iedereen er zijn voordeel mee doen. Op die manier wordt de kennis van een individu met een
enorme factor vermenigvuldigd
Nu duizenden wetenschappers en filosofen zich iedere dag weer over het geheim van het brein en
van het bewustzijn buigen, zie je een voor een muurtjes - en soms muren! - geslecht worden.
Dingen die tien jaar geleden nog volkomen onbegrijpelijk waren - bijvoorbeeld de biochemie van het
geheugen - zijn plotseling voor iedereen zonneklaar
Iedere dag schuift de kennis op. Waarom zouden wij dan de moed laten zakken en lafweg
zeggen: 'Dit lossen wij nooit op, want het is veel te moeilijk'? Eigenlijk is dat een verdachte houding
- ze doet mij denken aan een luie student: 'Ik kan het niet, want het is te moeilijk.' Dan denk ik: 'Je
kunt het niet, omdat je je niet hard genoeg inspant.'
Het zelfzuchtige mem
HUMO Point taken, professor. Laatste onderwerp. U bent Amerikaan, en ik wed
dat de gebeurtenissen van 11 September u aan het denken hebben gezet over
de toekomst van de menselijke soort.
DENNETT We moeten de WTC-aanslag proberen te begrijpen -dat is onze plicht als bewustzijnsfilosoof.
We moeten dit soort zelfmoordterrorisme op evolutionaire basis trachten te interpreteren.
U vertelde mij dat u bij mijn goede vriend Richard Dawkins bent langsgegaan. U
kent dus zijn theorie van de memen - opinies en gedachten, die, net als de
genen, moeten vechten voor hun voortbestaan .
In 'Het bewustzijn verklaard' en •Darwins gevaarlijke idee' heb ik het idee van de memen verder
uitgediept.
Zo ben ik er steeds meer van overtuigd geraakt dat 11 September niet anders dan vanuit memetisch
standpunt kan worden verklaard
Het is voor mij overduidelijk dat de ware vijand niet Bin Laュden is, maar de ideeen, de memen, die
hij en zijn aanhangers in zich dragen en vertegenwoordigen en verspreiden.
De ware vijand is het mem 'God dienen door als heilig martelaar zoveel mogelijk ongelovigen
te doden.'
Als een kwaadaardig virus heeft dat mem zich over de islamwereld verspreid. Alsje Bin Laden
doodt, maar het mem verspreidt zich verder, heb je alleen maar een groter probleem.
Je moet het mem uitroeien, niet Bin Laden
De kemvraag is: wat precies maakt het mem van het zeilュmoordterrorisme zo succesvol?
Terrorisme is een tegenbeweging. Je moet dus uitzoeken: te-gen wat zet dit terrorisme zich af? Wat
bestrijdt het? En zo kom je uit op al die westerse memen Vrije markt , vrij onderュzoek, emancipatie
en gelijkberechtiging, bevrijding door technologie enzovoort.
Voor mij is het zonneklaar dat de WTC-aanslag alles te maken heeft met angst en afschuw voor die
westerse memen.
Wat nu gebeurt zie ik als een heuse memen-wapenwedloop.
Waarom denkje dat de Taliban de vrouwen uit de scholen en universiteiten weghielden? Omdat een
ontwikkelde vrouw in hun ogen gevaarlijk is: ze zou de spelletjes van die macho's meteen doorzien.
Geef die vrouw vrijheid van keuze en ze zou er niet over denken als derderangsburger door het
leven te gaan.
HUMO U laat het nu uitschijnen alsof het westerse memen complex het nec plus ultra is,
de enige
waarheid.
DENNETT짬 Dat doe ik niet. Ik weiger waardenoordelen over memen uit te spreken. Net als genen
gehoorzamen memen aan de wetten van de evolutie: de memen die het beste antwoord bieden op
nieuwe maatschappelyke ontwikkelingen zullen zich handhaven en verder verspreiden.
Om eeriijk te zijn: ik zie het zelfoordterrorisme van de moslimfundamentalisten
als een laatste, suicidale opflakkering van vergeldingsdrift.
Je zou kunnen stellen: 'Bin Laden is een moderne Robin Hood - hij vecht voor de armen en de
onderdrukten.' Maar als dat inderdaad het geval zou zijn, waarom zaait hij dan dood en verderf
onder onschuldige burgers? En waarom verdrukken hij en de Taliban dan zeif de Afghaanse
vrouwen?
Een echte Robin Hood doet dat niet. Bin Laden wordt niet gedreven door altruisme en bezorgdheid.
Hij wordt geregeerd door afgunst, teleurstelling en haat; de haat van een man die ziet dat zijn ideeen
en waarden - zijn memen - het overal op de planeet moeten afleggen tegen een veel krachtiger en
succesvoller variant.
Ik zie het zelmoordterrorisュme als een verdoemde ideeenset, als een achterhoedegevecht.
Ik ben van nature een man van de rede, ik geloof in de kracht van de wetenschap, ik geloof in
overdracht van kennis. Dat zijn de wapens waarmee wij het mos-limfundamentalisme kunnen
bestrijden
Enkelejaren geleden hield ik een lezing over 'de duistere kanten van het brein'. Daarvoor had ik een
geschoold hypnotiseur uitgenodigd - geen charlatan, maar iemand die door chirurgen en tandartsen
weleens werd ingezet om via hypnose pijn te bestrijden. Goed, ik hou mijn lezing, waarin ik perfect
uitleg hoe hypnose eigenlijk in zijn werk gaat. En vervolgens kwam de hypnotiseur opdraven. Wel:
hij slaagde er niet in ook maar een van de studenten te hypnotiseren, simpelweg omdat die stuュ
denten hadden geleerd hoe het zaakje werkte!
Waarmee ik maar wil zeggen: het is goed om mensen te onderwijzen, het is goed aan wetenschap te
doen, het is goed naar de waarheid te blijven zoeken. Het is onze beste kans om dingen als 11
September niet meer te laten gebeuren
Van oersoep tot vrije wil Joël De Ceulaer 2003
Hebben we een vrije wil? 't Is een vraag als een andere. De Amerikaanse filosoof Daniel Dennett
probeert ze voor eens en voor altijd te beantwoorden. De Britse bioloog Richard Dawkins blijft
ondertussen vechten tegen God.
Richard Dawkins, '' kapelaan van de duivel " , Daniel C. Dennett,'Evolutie van de vrije wil'
Als we morgen buitenaardse wezens op bezoek krijgen en we willen een gesprek op niveau met hen aanknopen, waarover
kunnen we het dan hebben? Over het werk van Shakespeare? Nee, dat kennen ze niet. Dat van Freud? Of van Marx?
Kennen ze ook niet. Maar de theorie챘n van Newton? Ja, die kennen ze. Die van Einstein? Kennen ze ook. Dat wil zeggen:
de natuurkundige wetten van Newton en Einstein zijn ook op h첬n planeet geformuleerd, door plaatselijke fysici. Zonder
kennis van zwaartekracht en relativiteitstheorie zouden ze immers nooit hier op aarde zijn geraakt. Wiskunde kennen ze
dus ook.
En de evolutietheorie, vraagt Richard Dawkins zich af , zouden onze buitenaardse bezoekers die ook
kennen? Is de manier waarop het leven evolueert even universeel - lees: geldig op alle plekken in
het universum - als bijvoorbeeld de zwaartekracht? Bevat de evolutietheorie een harde kern die
zonder meer w찼찼r is, hier en overal waar leven is? Even waar als pakweg het onomstotelijke feit
dat de aarde rond de zon draait?
Dawkins maakt zich sterk dat die kern bestaat. Dus als we uitgepraat zijn over zwaartekracht en relativiteit, kunnen we
volgens hem over kerndarwinisme van gedachten wisselen met onze gasten uit de ruimte.
Hoe zijn zij erachter gekomen? Aanvaardt iedereen op hun planeet de theorie? Of wordt wetenschap ook bij hen in een
kwaad daglicht gesteld door postmoderne filosofen en pseudo-wetenschappelijke aanhangers van een soort
scheppingsverhaal? Geloven ze op die andere planeet nog in God? Of wordt aan de kinderen op buitenaardse
schoolbanken uitgelegd waarom de evolutietheorie een Schepper eigenlijk overbodig heeft gemaakt? .
Dat kerndarwinisme vat hij in 챕챕n zin samen:
'Evolutie verloopt in adaptieve, niet-willekeurige richtingen door de niet-willekeurige overleving van kleine, willekeurige en
erfelijke veranderingen.'
Binnen elke populatie van soortgenoten bestaat een enorme vari챘teit, die mede het resultaat is van toevallige, genetische
kopieerfoutjes.
Die foutjes kunnen nadelig, neutraal of voordelig uitpakken. De individuen die bevoordeeld zijn ten opzichte van hun
soortgenoten - dus beter aangepast aan, of geschikt voor, de omstandigheden waarin ze leven - maken de meeste kans om
te overleven en zich voort te planten.
En dus worden de eigenschappen die hen bevoordeeld hebben bij dat overleven en reproduceren frequenter doorgegeven
aan de volgende generaties. Met andere woorden: de natuur selecteert voordelige eigenschappen, waardoor soorten
evolueren in de richting van betere 'aangepastheid'. Een eigenschap die op die manier is geëvolueerd, heet een
'adaptieve' eigenschap.
Dat is het fundament van de theorie die Charles Darwin in 1859, nu bijna anderhalve eeuw geleden,
ontvouwde in zijn legendarische boek Over het ontstaan van soorten. De theorie was voor velen
(onder wie zijn eigen, diepgelovige vrouw) z처 verontrustend dat Darwin een sperperiode van twaalf jaar inlastte,
alvorens in De afstamming van de mens duidelijk te maken dat ze evengoed van toepassing is op 처nze soort. Elk
organisme, elke vorm van leven, is het voorlopige resultaat van evolutie door toevallige variatie en natuurlijke selectie - het
is een inzicht waarover de Amerikaanse filosoof Daniel Dennett zegt:
Dit is het grootste idee ooit door een mens
bedacht.'
'
Maar opgelet - wie er eenmaal van doordrongen is, moet alle consequenties ervan onder ogen zien, schreef Dennett in zijn
boek Darwins gevaarlijke idee. Hij noemt het darwinisme een universeel zuur, dat veel van onze comfortabele illusies
onherroepelijk aantast.
We zijn niet geschapen naar het evenbeeld van een god. We hebben geen ziel die ons van ergens, daarboven, is aangereikt.
De zin van het leven, moraliteit, schoonheid en troost: niets van dat alles zullen we aantreffen in bovennatuurlijke regionen.
En toch is dat, aldus Dennett, hoegenaamd geen reden om ons met z'n allen in de afgrond te storten. We hebben die
bovennatuurlijke regionen namelijk niet nodig om te verklaren waarom het leven betekenisvol kan zijn. Betekenis arriveert
niet kant en klaar van boven, maar groeit en evolueert van beneden uit.
En onze
vrije wil,
hoe zit het daarmee?
Wees gerust, schrijft Dennett in zijn nieuwe boek Freedom evolves: die hebben we.
REDENEN OM IETS TE GELOVEN
Dawkins en Dennett zijn onvermoeibare verspreiders van het evolutionaire denken.
Dennett is een filosoof die in ambitieuze boeken (zijn bekendste werk heet zomaar eventjes Het bewustzijn verklaard)
probeert om de klassieke vragen over 'het leven' en 'de mens' te beantwoorden binnen het kader van een darwinistisch
wereldbeeld, zonder magie, zonder hocuspocus, zonder hulp van bovenaf.
Dawkins is een al even ambitieuze bioloog die in 1976 zijn reputatie vestigde met Het zelfzuchtige gen, waarin hij uitlegde
hoe natuurlijke selectie werkt op niveau van de genen. Door die neodarwinistische bril bekeken, zijn wij, weliswaar heel
complexe, vehikels die door onze genen worden gebouwd en gebruikt om zich te reproduceren.
In God geloven doen
ze geen van beiden, maar qua strijdbaar athe챦sme spant Dawkins de kroon.
A devil's chaplain, een selectie uit zijn essays van de afgelopen dertig jaar, bevat een brief die hij begin jaren negentig
schreef aan zijn toen 10-jarige dochtertje Juliet. Daarin drukt hij haar op het hart dat ze alleen maar iets moet geloven als
daar goede redenen voor zijn.
'Heb je je ooit afgevraagd', schrijft hij, 'hoe we weten wat we weten? Hoe weten we bijvoorbeeld dat de sterren, die eruitzien
als kleine speldenprikken in de hemel, in werkelijkheid enorme vuurballen zijn, net als de zon, en heel ver weg liggen? En
hoe weten we dat de aarde een wat kleinere bol is die ronddraait om een van die sterren, namelijk de zon? Het antwoord op
die vragen luidt: het is bewezen, er is een bewijs voor.'
Maar, waarschuwt hij Juliet, er bestaan ook drie verkeerde redenen om iets te geloven: 'Die heten traditie, autoriteit en
openbaring. Mensen geloven vaak dingen om de eenvoudige reden dat men al eeuwenlang in die dingen gelooft. Dat is
traditie. Iets geloven op basis van autoriteit betekent dat je iets gelooft omdat een belangrijk iemand zegt dat je het moet
geloven. De derde verkeerde reden om iets te geloven heet openbaring. Wanneer godsdienstige mensen het gevoel hebben
dat iets waar moet zijn, ook al is daarvoor geen bewijs, noemen ze dat gevoel een openbaring.'
Dawkins is een groot pedagoog met een briljante pen, maar bij momenten nogal drammerig. In tv-debatten met christelijke
theologen of andere religieuze tegenstanders toont hij zich altijd volkomen blind voor de persoonlijke, en soms goede,
redenen die men kan hebben om een oprecht geloof te koesteren.
Hij geeft zelf toe dat zijn houding tegenover godsdienst ronduit 'minachtend en vijandig' is.
Dat is er overigens niet op gebeterd sinds 11 september 2001. Het 'wapen' dat de rampzalige aanslag op het WTC mogelijk
maakte, schreef hij twee dagen na datum in een opiniestuk in The Guardian, is 'het geloof in een hiernamaals'. Godsdienst
is voor hem 'een geladen wapen' dat je niet straffeloos laat rondslingeren.
Als een soort kruisvaarder van het athe챦sme gaat hij te keer tegen nonnetjes die kinderen 'indoctrineren', tegen tvevangelisten die arme drommels geld aftroggelen, tegen ayatollahs die doodvonnissen uitspreken, tegen het wij-versus-zijdenken.
Het monothe챦sme, schrijft hij, 'combineert de twee grote ziektes waaraan de menselijke geest lijdt: de neiging om
wraakgevoelens generaties lang te blijven koesteren en de neiging om groepsetiketten op mensen te plakken in plaats van
hen als individuen te zien.'
Viruses of the mind
heet het stuk waarin Dawkins stelt dat godsdienst een zogenaamd memcomplex is. Hij introduceerde in 1976 de term mem
als culturele tegenhanger van het biologische gen. Een mem is bijvoorbeeld een idee of een overtuiging die zich niet alleen
verticaal (van de ene generatie op de andere, zoals genen) maar ook horizontaal (binnen een populatie, zoals een virus)
verspreidt. Godsdienst is een complex van memen, dat zich als een computervirus voortplant van het ene brein naar het
andere, doordat het een instructie bevat die zegt: 'Kopieer mij!' Lees: 'Ga en bekeer uw medemens!' Wetenschap,
daarentegen, vergelijkt Dawkins met een computerprogramma, dat wordt verspreid omdat mensen het 'testen, aanbevelen
en doorgeven'.
OP EEN TAPIJT DE OCEAAN OVER
Toen wijlen de Amerikaanse astronoom Carl Sagan ooit werd gevraagd welk buikgevoel hij had bij een of ander
toekomstbeeld, antwoordde hij:
'Ik probeer niet met mijn buik te denken.'
Het is een uitspraak die Dawkins met instemming citeert. Net als Sagan destijds is ook hij een wetenschapper die het als
zijn plicht ziet om actief deel te nemen aan het maatschappelijk debat.
De universiteit van Oxford heeft hem vrijgesteld van academische opdrachten, om als professor for the public
understanding of science zoveel mogelijk aan rationele volksverheffing te kunnen doen. In Britse en Amerikaanse media
wordt Dawkins regelmatig gevraagd om allerlei ontwikkelingen, onder meer in de biotechnologie, toe te lichten en te
becommentari챘ren. In A devil's chaplain staat een opiniestuk waarin hij aantoont hoe helder denken heel wat vooroordelen
en angsten kan wegnemen.
Het is namelijk, schrijft hij bijvoorbeeld over klonen, het een of het ander: 처f identieke tweelingen zijn geen volwaardige
mensen, 처f, als we vinden van wel, dan is ook een kloon een volwaardig mens.
Ethiek en wetenschap staan uiteraard los van mekaar, maar wie een ethisch oordeel velt zonder een minimum aan
wetenschappelijk inzicht, spreekt vaak voor zijn beurt.
Bijzonder vermakelijk is het essay over postmoderne filosofie, dat Dawkins schreef naar aanleiding van de beroemde stunt
van de Amerikaanse fysicus Alan Sokal. Om aan te tonen dat nogal wat postmodernisten in feite absolute nonsens
verkopen, had Sokal in 1996 z챕lf een artikel geschreven voor het tijdschrift Social Text. Het was een aaneenrijging van
dure citaten, nietszeggende woorden en pseudo-wetenschappelijk gezwets. Maar wat bleek? De redactie van Social Text
nam het artikel ernstig en publiceerde het zelfs. Waarna Sokal bekende: het was maar om te lachen! De keizer, zo bleek,
had geen kleren aan.
Nogal wat natuurwetenschappers houden niet van postmoderne - vooral Franse - filosofen, omdat die er een antiwetenschappelijk wereldbeeld op lijken na te houden. Zo problematiseren ze de relatie tussen taal en werkelijkheid tot in
het absurde toe. Met als conclusie dat 'de waarheid' niet bestaat. Een ietwat paradoxaal standpunt, want als het waar is dat
de waarheid niet bestaat, dan bestaat de waarheid natuurlijk wel, anders kon het niet waar zijn dat de waarheid niet bestaat.
Wetenschap? Ach, haalt de postmoderne filosoof de schouders op, eigenlijk is dat een typisch westers verhaal, zoals 챕lke
cultuur zijn eigen verhalen heeft - er is westerse geneeskunde en oosterse geneeskunde. Dat politiek correcte relativisme,
Dawkins krijgt er de kriebels van.
Er klopt iets niet, vindt hij, als je wetenschap maar 챕챕n van de vele cultuurgebonden verhalen vindt, maar ondertussen
wel de vruchten plukt van de westerse wetenschappelijke revolutie. Het is - alweer - het een of het ander. Wie vindt dat de
wetenschap geen aanspraak kan maken op de waarheid, moet consequent zijn en op een tapijt de oceaan overvliegen, in
plaats van met een Boeing. 'Toon mij een cultuurrelativist op 30.000 voet', schrijft Dawkins in 챕챕n van zijn meest
memorabele oneliners, 'en ik toon u een hypocriet.' De zwaartekracht is een westerse ontdekking, maar geldt ook in het
oosten. En de lichtsnelheid is overal ter wereld, overal in het universum zelfs, even absoluut.
Wie eens wil proeven van het soort literaire hoogstandjes waartoe men op de postmoderne planeet in staat is, verwijst
Dawkins naar de parodi챘rende website www.elsewhere.org/cgi-bin/postmodern. Daar kun je, gratis en voor niks, met 챕챕n
muisklik talloze essays door de computer laten schrijven over pakweg 'de narrativiteit van het neodiscours in de
prestructurele subdialectiek'. De computer giet geheel willekeurig wat moeilijke woorden in grammaticaal correcte zinnen
en klaar is kees.
KUNNEN BUKKEN VOOR EEN PIJL
Dat verzet tegen postmoderne moeilijkdoenerij heeft Daniel Dennett met zijn Britse collega gemeen.
Filosofie is voor Dennett geen vrijblijvende bezigheid die je toelaat om zomaar om het even wat te
beweren, je moet wel weten waarover je het hebt. Zo is kennis van de evolutie onontbeerlijk als je op
een ernstige manier wilt nadenken over Grote Vragen, zoals daar zijn: wat is de mens, waar komen
we vandaan, hoe kunnen we een onderscheid maken tussen goed en kwaad, hebben we een vrije
wil?
Nadenken over vrije wil is altijd een zware dobber geweest.
Niet zozeer voor wie gelooft in een scheppende God, want in dat scenario hebben we een ziel, die buiten het bereik van de
natuurwetenschappen valt. Dan is ons lichaam weliswaar een product van de natuur, maar niet datgene wat ons tot mens
maakt, onze vrije wil en dus ons vermogen om een onderscheid en een keuze te maken tussen goed en kwaad.
Dat vermogen komt van ergens anders. Maar voor een scheppende God is in de evolutietheorie geen plaats of, preciezer
geformuleerd: aan een schepper hebben darwinisten geen behoefte om te verklaren waar we vandaan komen.
Uit een soort oersoep, een chemisch brouwsel, is minstens drie en half miljard jaar geleden het leven ontstaan. Die
allereenvoudigste vorm van leven is gaandeweg, stapje voor stapje, ge챘volueerd tot de brede waaier aan complexe
levensvormen die vandaag onze planeet bevolken.
We zijn dus wel degelijk ontworpen, maar niet door een ontwerper die van tevoren een plan had uitgetekend. We zijn
ontworpen door de natuur, door middel van natuurlijke selectie, een mechanisme dat zonder vooropgesteld doel
ingewikkelde constructies kan laten evolueren, vertrekkend van eenvoudige bouwstenen. Natuurlijke selectie, schrijft
Daniel Dennett, is een algoritme, een stel eenvoudige regels die simpele input kunnen omtoveren in heel complexe output.
Zelfs in zoiets ongrijpbaars als vrije wil.
't Is een hele geruststelling.
Daar is het Dennett met Freedom evolves ook om te doen. Het boek is een poging om zichzelf en de lezer ervan te
overtuigen dat we wel degelijk die vrije wil hebben. Als pure materialisten hebben hij en sommige van zijn darwinistische
collega's een slechte reputatie. Omdat ze het leven en alles wat het leven waardevol maakt, uiteindelijk strikt
reductionistisch proberen te verklaren. De ultieme verklaring ligt telkens op een ander niveau.
De mens? Het vehikel van zijn genen. Genen? Een kwestie van biochemie. Moleculen? Atomen? Allemaal voortgekomen uit
de oerknal. Allemaal materie, onderworpen aan de wetten van de natuurkunde. Maar als alles in dit universum, ook het
leven, ook de mens, niet meer is dan een kwestie van atomen en moleculen die strikt gehoorzamen aan natuurkundige
wetten - tja, dan ligt alles toch al vast? Dan zijn we toch simpele machines die domweg uitvoeren wat al die moleculen in
ons hoofd biochemisch bekokstoven?
Waarom zouden we dan 's morgens nog opstaan?
Welnu, schrijft Dennett, het is net die reductionistische cascade (van mens naar genen naar atomen) die impliceert d찼t we
een vrije wil hebben. Het gedrag van atomen kan wetenschappelijk verklaard worden. We kennen de zwaartekracht en
zoveel andere natuurwetten, we kunnen bijvoorbeeld precies berekenen welke baan een pijl zal volgen zodra hij
afgeschoten is. Net omd찼t de materie aan natuurwetten gehoorzaamt, kunnen we wetenschappelijk, en doorgaans zelfs
intu챦tief, voorspellen wat er zal gebeuren. Of dreigt te gebeuren. Als we merken dat iemand met pijl en boog op ons mikt,
kunnen we voorspellen dat die pijl ons zal raken. Tenzij? Tenzij we bukken, natuurlijk.
VRIJE WIL UIT DE KRAAN
Het is iets wat we vaak doen: naderend onheil actief vermijden op basis van een inschatting van wat er zou gebeuren als we
niets zouden ondernemen. Wij kunnen dat tamelijk goed. Beter dan, pakweg, een vis. Die het op zijn beurt weer beter kan
dan, pakweg, een bacterie. Met het complexer worden van sommige levensvormen is ook 'het vermogen om te vermijden'
steeds groter geworden. Dennett noemt het 'de evolutie van vermijdbaarheid'.
Maar hoe kunnen hersenen nu een vrije wil ontwikkelen, als de cellen waaruit die hersenen zijn samengesteld, g챕챕n vrije
wil hebben? Omdat, stelt Dennett, het geheel oneindig veel complexer en slimmer en vrijer is dan de delen. Straks, als de
biotechnologie ons in staat zal stellen om genetische defecten te repareren, zijn wij niet meer 'overgeleverd aan' onze
genen - integendeel: onze genen zullen steeds meer overgeleverd zijn aan ons.
Dat het geheel m챕챕r is dan de som der delen, dus niet alleen kwantitatief maar ook kwalitatief anders, is het fenomeen dat
bestudeerd wordt in de zogenaamde complexiteitstheorie: het geheel (hersens, markten, termietenhopen...) vertoont
gedrag dat niet kan verklaard worden door alleen maar de delen (hersencellen, bedrijven, termieten...) te bestuderen.
Voorbij een bepaalde graad van complexiteit ontstaat er een gedrag dat zich op een totaal ander niveau afspeelt.
Hoe zijn we op dat andere, complexere, niveau geraakt? Niet via een haak die ergens in de hemel zweeft, aldus Dennett (een
skyhook noemt hij het), maar gewoon met een kraan. Die haak in de hemel, dat zou top down zijn, van boven naar beneden
- lees: God. Die kraan, dat is bottom up, van beneden naar boven - lees: evolutie. Natuurlijke selectie, legt Dennett uit, werkt
met kranen. Onze vrije wil, en dus de morele verantwoordelijkheid voor onze daden, is stapje voor stapje geconstrueerd
met zo'n kraan. Daarom, schrijft hij, hebben we geen morele levitatie nodig om te leven in de overtuiging dat we vrije,
verantwoordelijke wezens zijn.
En daarmee heeft een van de meest vooraanstaande materialisten zijn steentje bijgedragen aan de verzoening van
wetenschap en de zinvolheid van het bestaan. Ja, zelfs voor wie een strikt reductionistisch wereldbeeld aankleeft, heeft het
wel degelijk nog zin om 's morgens op te staan en er het beste van te maken. Wie door een rood licht rijdt, hoeft niet
verontschuldigd te worden omdat hij er eigenlijk niets aan kan doen, maar mag gestraft worden, omdat hij evengoed had
kunnen stoppen. Dat weten we natuurlijk allemaal - we gaan er alleszins vanuit, samenleving en maatschappij zijn erop
gebaseerd - maar het gaat Dennett erom dat het ook wetenschappelijk kan worden verklaard.
En het is niet omdat we iets kunnen verklaren, dat we er niet meer van kunnen genieten. We hoeven niet altijd en overal
door een wetenschappelijke bril te kijken. Soms is dat zelfs niet aangewezen. Het is, schrijft Dennett, een beetje zoals met
seks: 'Een feitelijke uiteenzetting over de biomechanica van de seksuele opwinding is ook geen goed onderwerp tijdens het
voorspel.'
Een paar kritieken ;
Volgens filosoof Dennett is vrije wil: het vermogen te kunnen voorspellen dat een op ons gerichte pijl ons zou treffen, tenzij we
ons bukken
Dat is niet meer of niet minder dan wat Darwin 'overleving van de soort (genen)' zou noemen, een instinctmatig ontwijken van
de naderende 'dood'.
Alle diersoorten en organismen, van het pantoffeldiertje tot de mens, hebben deze drang om te overleven en zullen bijgevolg het
gevaar 'automatisch ontwijken'.
Dat de mens in staat is in te schatten dat een pijl hem zou raken, heeft vooral te maken met opvoeding en ervaring.
Vrije wil is: ingaan tegen de overlevingsdrang, op voorwaarde dat deze 'opoffering' geen enkel voordeel oplevert voor het
behoud of de overleving van je eigen soort. Opofferingen zoals de zelfdoding bij lemmings bij overpopulatie of bij een mens
wanneer zijn kinderen in gevaar verkeren, dienen louter het overlevingsbelang van de soort en zijn dus geen pure uiting van
vrije wil.
De evolutie van de vrije wil
Veel mensen denken dat biologisch determinisme de vrije wil uitsluit.
" ....Een misverstand, " zegt Daniel Dennett. "Dankzij de evolutie hebben we juist meer
conttolr ...."
De beroemde Amerikaanse filosoof probeert in zijn sterk op de
natuurwetenschappen leunende werk steeds weer aan te tonen dat wij het
product zijn van blinde Darwinistische selectie
In zijn boeken over het menselijke bewustzijn, waar Het bewustzijn verklaard het
meeste stof deed opwaaien, benadrukt hij dat onze zuiver mechanische opbouw
ons niet minder mens maakt, integendeel.
Maar in discussies en debatten stootte hij steeds opnieuw zijn neus tegen
dezelfde vooroordelen.
“Ik had het gevoel dat ik door de jaren heen telkens weer te maken kreeg met
onuitgesproken angsten die weinig te maken hadden met de intellectuele
onderwerpen die ter discussie stonden.Er was argwaan, men vermoedde dat ik
er een geheime agenda op na hield. Als ik bijvoorbeeld debatteerde met een
bioloog die bezwaren had tegen mijn theorie van het menselijke bewustzijn, dan
zei hij opeens: en de vrije wil dan?
Men is bang dat je het leven iedere zin ontneemt, wanneer je laat zien dat alles
wat we zijn en denken het resultaat is van een zuiver materialistisch proces, dat
biologisch gedetermineerd is. Naarmate de wetenschap meer leert over hoe we
biologisch in elkaar zitten en hoe we ons ontwikkeld hebben, wordt diezelfde
wetenschap meer en meer als een oprukkend imperialistisch monster
beschouwd dat alles bedreigt wat we als heilig beschouwen. Men is bang voor
het verlies van de vrije wil. Die angst speelt een oneigenlijke rol bij research en
theorievorming. Mijn doel is die angst zichtbaar maken. En laten zien dat hij
deels misplaatst is. Niet helemaal, maar wel grotendeels.”
Verzoener
Dennett is al jaren directeur van het Center for Cognitive Studies van Tufts
University, Medford, even ten noorden van Boston: een instituut dat na lang
zoeken op de universiteitscampus slechts uit twee kleine kamer blijkt te
bestaan.
Dennett zelf zetelt in een overvol kantoortje, met op de deur de bekende, vileine
spreuk van Gore Vidal:
To succeed is not enough. Others must fail.
Als Dennett die verbetenheid bezit, dan weet hij die goed te verbergen: hij lijkt
een en al opgewekte goedmoedigheid. Alles aan hem duidt op de denker die wil
verzoenen.
Hij wil de wetenschap verzoenen met de filosofie.
Maar ook onze meest verheven overtuigingen over wat het betekent om mens te
zijn met een wereldbeeld waarin geen plaats is voor metafysische mijmeringen
Hijzelf spreekt van een nieuw, groot avontuur voor de menselijke soort.
Heeft hij begrip voor de angst voor dat zuiver wetenschappelijke mensbeeld dat
hij en geestverwanten als Richard Dawkins en Steven Pinker propageert?
Voor de meeste mensen sluit een volledig biologisch gedetermineerde wereld
het idee van vrije wil uit.
“En dat is niet zo. Er is juist meer vrije wil dan er vroeger was. Dat heeft niets
met natuurkunde te maken, want de wetten van de natuurkunde zijn niet
veranderd. Het heeft met biologie te maken. Dankzij de evolutie zijn er allemaal
nieuwe systemen ontstaan, in de eerste plaats de taal en de menselijke cultuur.
Die hebben letterlijk nieuwe vormen van vrijheid geschapen. In de begintijd van
het leven op aarde was er weinig vrijheid, je had robotachtige cellen die de
keuze hadden tussen A of B, of konden sterven, en dat was het dan. Die keuzes
werden door een mechanisch proces bepaald. Wijzelf bestaan geheel uit kleine
robotjes die in veel opzichten net zijn als die cellen, net zo willoos en onvrij.
Maar wanneer je die allemaal samenbrengt in een systeem en teamwerk laat
verrichten schep je een geest die in staat is na te denken over zijn toekomst, die
zijn eigen kennis weet toe te passen op wat hij weet, dus kan reflecteren. Dat
alles opent vergezichten die aan geen enkele andere diersoort zijn
voorbehouden. Daarin ligt onze vrijheid, in ons vermogen die mogelijkheden
onder ogen te zien en er vervolgens naar te handelen.”
Dus ook onze vrijheid is gedetermineerd?
“Absoluut. Vrije wil en determinisme bijten elkaar niet. Mensen zeggen: als mijn
toekomst gedetermineerd is, dan is die toekomst onvermijdelijk. Houd die
uitspraak tegen het licht en je ziet dat hij niets betekent. Wat is onvermijdelijk,
wat betekent ‘vermijden’? Je anticipeert op iets dat zou kunnen gebeuren. Juist
in een gedetermineerde wereld kun je gemakkelijker dingen vermijden, omdat ze
gemakkelijker te voorspellen zijn dan in een wereld waarin blind toeval regeert.
Mijn positie verschilt niet van de positie die men al duizenden jaren inneemt.
Vroeger ging het om God en de mens, nu om de natuur en de mens. Ik probeer
slechts te laten zien hoe positief dat voor ons uitpakt. Wij zijn nu in staat veel
meer dingen te vermijden dan onze voorouders. We kunnen allerlei ziektes
genezen, dankzij de wetenschap en de technologie. Dat is het soort vrijheid dat
we nastreven.”
Goocheltrucs
En toch hebben veel mensen het gevoel dat juist de wetenschap hun iets
wezenlijks afneemt.
“In mijn boek citeer ik een auteur die onderzoek deed naar de magie van Indiase
straatartiesten. Hem werd gevraagd of hij zich bezighield met echte magie of
met gegoochel.
Hij antwoordde: met goocheltrucs, want magie die je niet zelf kunt bedrijven,
bestaat niet. Mensen beschouwen zichzelf als iets magisch. Wanneer je hun
vertelt wat er achter de schermen gebeurt, hoe de trucs in elkaar zitten, voelen
ze zich bedrogen of gekleineerd. Terwijl het juist andersom is: wanneer je beseft
hoe de dingen werken, zijn ze des te wonderbaarlijker! Is het niet
verbazingwekkend dat ons elegante, verbluffend veelzijdige systeem uit een
verzameling goedkope trucs is opgebouwd? Daar wordt het niets minder van.
Maar sommige mensen willen nu eenmaal niet dat goocheltrucs worden
uitgelegd. Ze beschouwen dat als vandalisme, ze worden er onrustig van. Het
heeft geen zin hen te overtuigen. Dat is net als met mensen die geen oor voor
muziek hebben. Mij best, maar laten we dan wel vaststellen dat het hun
persoonlijke keuze is om er zo tegenaan te kijken, en dat het niets te maken
heeft met een meer verheven visie op ons bestaan "
Maar het lijkt wel alsof steeds minder mensen zin hebben om zichzelf
gereduceerd te zien tot biologisch gedetermineerde wezens. Tegen de
verwachtingen in groeit wereldwijd de behoefte aan religie.
“Zeker. Ik leg net de laatste hand aan een boek over religie, dat Breaking the
Spell gaat heten.
De filosofen van de Verlichting dachten oprecht dat de godsdienst in het niets
zou oplossen. Dat hebben ze verkeerd gezien. We beginnen nu in te zien dat ook
religie onderdeel uitmaakt van het evolutionaire proces.
Vóór de geïnstitutionaliseerde godsdienst bestond wat ik volkse religie
noem, of stammenreligie. Het verschil tussen beide soorten is als het verschil
tussen spreken en schrijven, volksmuziek en gecomponeerde muziek.
Volksreligie had geen menselijke tussenpersonen en hoeders nodig, het kon
volledig op zichzelf staan.
In die volksgodsdiensten konden de memes (het culturele equivalent van genen,
culturele fenomenen die in een maatschappij een eigen leven zijn gaan leiden en
de voortgang van de menselijke evolutie hebben beïnvloed – BH) zich zonder
bewuste bemoeienis door gemeenschappen verspreiden. Maar net zoals de
wilde dieren gedomesticeerd werden, werden deze wilde memes ook getemd en
bewust geherdefinieerd. Ge챦nstitutionaliseerde religie ontstaat wanneer
mensen gaan nadenken over hun eigen godsdienstige gevoelens en zich
geroepen voelen hun religie te behouden en te beschermen. Dan worden zij de
bewakers van deze memes.
Het zal sommige mensen verbazen dat ik een studie over religie heb
geschreven, maar ik zie het als een logisch vervolg op vorige boeken als
Consciousness Explained en Darwin’s Dangerous Idea, waarin ik dierbare,
gekoesterde noties over de mens in overeenstemming probeer te brengen met
een wetenschappelijk wereldbeeld.”
Weerzin tegen Darwin
Maar ondervindt Dennett daarbij niet steeds meer tegenstand?
“Nou ja, hier hebben we de creationisten, die in het scheppingsverhaal geloven,
en de zogenaamde intelligent design theorists, die denken dat er een Groot Plan
naar het ontstaan van de mensheid ten grondslag ligt.
Zij winnen vaak de propagandaslag voor het religieuze kamp, maar ik denk niet
dat zij uiteindelijk zullen zegevieren. Maar er is nog een hoop werk te doen.
Er bestaat nog altijd grote angst en weerzin tegen het darwinisme.”
Wordt die angst niet juist veroorzaakt doordat het darwinisme een gebrek aan
zin inhoudt?
Dennett zelf schrijft in zijn boek dat mensen niet vrezen dat het aanvaarden van
Darwin onze vrijheid inperkt, maar ons juist te veel vrijheid geeft.
Het is de ondraaglijke angst dat alles om het even is.
“Dat is de ironie van het geheel!
De explosieve groei van de vrijheid, van de vermijdbaarheid, is te ver
doorgeschoten. We zijn in staat onszelf te herscheppen. Dat boezemt angst in.
Het evolutieproces is enorm versneld, want we hebben nu niet alleen
domesticatie en veredeling van soorten tot onze beschikking, maar ook
genetische manipulatie. We kunnen nu planten laten opgloeien in het donker
omdat ze de genen van vuurvliegjes in zich dragen. Is dat nog natuurlijk?
Jazeker, die planten maken deel uit van de natuur, ze zijn ontstaan omdat een
andere natuurlijke soort, de Homo sapiens, in staat was ze te maken. En wie
weet waar we straks toe in staat zullen zijn! Als we dat willen, tenminste.”
Dat lijkt me de vraag: willen we het? Straks kunnen we onze kinderen beter laten
presteren op school door een chip in hun hoofd te implanteren.
Dennett, opgewekt: “Maar toch is het vreemd dat men zo bang is voor kunstmatigheid. Mensen
hebben nu eenmaal de neiging om het zogenaamd natuurlijke op een bizarre en ongemotiveerde
wijze te huldigen. Wat als onnatuurlijk beschouwd wordt, is ook meteen verdacht. Men denkt daar
niet helder over. In de kunst wordt het kunstmatige als bijzonder beschouwd. Volgens mijn definitie
van naturalisme is een wolkenkrabber even natuurlijk als een dam die door bevers is gebouwd. Men
gaat wel in de rij staan voor een nieuwe heup en harttransplantaties. Ik ben ervan overtuigd dat
mensen eens ook in de rij zullen gaan staan voor kunsthersenen. In principe is ieder deel van onze
hersenen te vervangen door een ander materiaal dat hetzelfde werk verricht. Het is veel moeilijker te
maken dan een kunsthart, maar dat is een kwestie van tijd.”
Doet hij er niet te luchtig over?Wat moeten we doen wanneer er een middel is
om iemand verliefd op je te laten worden?
“O,ik onderschat de ethische problemen niet, maar dat is precies wat ze zijn, ethisch. Er is reden
genoeg om al deze nieuwe ontwikkelingen met de grootst mogelijke omzichtigheid tegemoet te
treden. Ze zijn zeker in staat zaken die ons dierbaar zijn op een fatale manier te ondermijnen. Maar je
moet ethische argumenten niet met metafysische argumenten verwarren. We kunnen zeggen: al
deze dingen zijn mogelijk, maar dit willen we w챕l en dit willen we niet. Maar we moeten wel duidelijk
zijn in onze afwegingen. Nu zie ik overal tegenstrijdigheden.
Iedereen is er bijvoorbeeld van overtuigd dat atleten geen anabole stero챦den
mogen gebruiken om hun prestaties te verbeteren, maar we laten ze wel op
grote hoogten trainen en onderwerpen ze aan bizarre di챘ten om hetzelfde te
bereiken. Die regels zijn min of meer historisch bepaald.
Muzikanten die bètablokkers nemen om tijdens een auditie hun zenuwen in
bedwang te houden, worden met rust gelaten en bij kunstenaars heet het
gebruik van alcohol en drugs juist vaak iets heroïsch.
Het vaststellen van regels om met nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen om
te gaan, is een politiek proces. We kunnen geen ethische waarheden ontdekken
zoals we natuurkundige waarheden ontdekken.”
Robotics
Maar computers roepen ook het spookbeeld van de kunstmatige intelligentie op.
Dennett is zelf betrokken geweest bij verschillende projecten die het menselijk
bewustzijn in een machine probeerden onder te brengen.
“Een paar jaar geleden nam ik deel aan een conferentie over cognitive robotics
in Engeland. Tot mijn verbazing werd die conferentie gesponsord door British
Telecom. Waarom? Omdat het bedrijf een fantastisch gecompliceerd netwerk
heeft aangelegd dat het zelf niet meer begrijpt. Niemand, geen individu en geen
team van specialisten! Men wilde onderzoeken of het mogelijk was een robot te
ontwikkelen die menselijk genoeg zou zijn om met ons te communiceren en
tegelijk computer genoeg om het netwerk te kunnen begrijpen. Dat ze dat
onderwerp belangrijk genoeg vonden om een paar dagen lang over te praten,
geeft aan de mens zich ongemakkelijk voelt over de mate waarin men zijn eigen
uitvindingen nog kan beheersen. Ze zitten als het ware op een olifant en hebben
geen idee waar hij naartoe gaat. Ze kunnen alleen maar hopen dat hij niet in een
ravijn stapt. Die zorg is realistischer dan de angst voor de robot als monster.”
Voor het eerst tijdens ons gesprek klinkt Dennett echt bezorgd.
Dat is nogal onverwacht, omdat hij er zijn specialiteit van gemaakt lijkt te
hebben onterechte angsten voor nieuwe technologie weg te nemen
“We moeten ons ook zorgen maken over onze groeiende afhankelijkheid van het internet.
We hebben iets geschapen dat we niet langer kunnen begrijpen en beheersen.
We doen ons best het aan de gang te houden, we leveren de stroom, als een
soort slaven. Ik denk dat de voordelen nog altijd opwegen tegen de negatieve
effecten. Maar de decentralisatie van de systemen die heeft plaatsgevonden,
baart me zorgen.
Niet alleen de virussen en de spam die de boel plat kunnen leggen, maar ook
een verstoring van ons idee van wat echt en onrecht is.
Waar haal je je nieuws vandaan? Van blogs? Van kranten, van netwerken? Het
verschil tussen betrouwbaar en onbetrouwbaar nieuws wordt steeds vager.
Censuur is er niet, maar er is wel een vloedgolf van verkeerde informatie.
Neem mijn boek over religie. Niemand zal erover piekeren dat te gaan
censureren. Maar mensen die het niet met mij eens zijn, hebben veel betere
manieren om mij te bestrijden, ze kunnen een vloedgolf van geruchten en
foutieve informatie razendsnel de wereld rond laten gaan en mij en het boek
verdacht maken. Daar valt weinig tegen te doen. Zoiets vind ik werkelijk
bedreigend."
Een gesprek met Daniel Dennett
Daniel Dennett, Amerika's meest gerenommeerd filosoof en militant atheïst,
bezocht onlangs ons land.
Als overtuigd darwinist, fysicalist en godsdienstcriticus volgt de controverse
hem overal waar hij komt.
Moet men in deze tijd überhaupt nog filosofie gaan studeren?
Goede vraag. Ik vraag mensen die geïnteresseerd zijn in filosofie altijd of ze
niets beters te doen hebben met hun tijd. Filosofie is niet voor iedereen
weggelegd. Ik denk dat er echter een aantal mensen zijn, niet veel, die een
filosofische interesse hebben en ook het talent om iets goeds te doen in de
wijsbegeerte. En er is nog flink wat te doen. Zowel over actuele kwesties als in
het chroniqueren van de geschiedenis van de wijsbegeerte.
Het is belangrijk dat we het spoor van de geschiedenis van de wijsbegeerte niet
verliezen. Die is veel belangrijker voor ons dan voor wetenschappers. De
wetenschappen zijn cumulatief. Filosofie daarentegen is de geschiedenis van
heel verleidelijke fouten die zelfs door heel erg intelligente mensen gemaakt
werden. En als je niet op de hoogte bent van de fouten van je voorgangers, dan
zal je ze steeds opnieuw blijven maken. Ik geniet wanneer ik Nobelprijswinnaars
hoor speechen over hoe ze in vijf minuten een aantal filosofische knopen zullen
ontwarren, om vervolgens alle historische fouten één voor één te maken.
Wat is filosofie beoefenen?
Filosofen zijn specialisten in het onderzoeken hoe je moet denken over het
stellen van de juiste vragen. Dat is onvermijdelijk heel onsystematisch. Je moet
dus een zekere tolerantie hebben voor instabiliteit. Sommige van mijn studenten
hebben een hekel aan die instabiliteit. Ze willen weten dat ze alles goed doen en
op het juiste spoor zitten. En als ik dan zeg dat ik ook niet weet of ze het wel
goed doen, vinden ze dat heel verstorend. Die mensen moeten geen filosoof
worden. Je bevindt jezelf altijd op een gladde ondergrond.
Je bent een supporter van de atheïstische Brights-beweging. Hoe gaat het daar
nog mee?
Het blijft een traag proces, maar we hopen dat de term ‘brights’ voor atheïsten
kan gaan betekenen wat ‘gay’ voor homoseksuelen betekend heeft. Het
ledenaantal is alleszins astronomisch. Er is voor atheïsten heel wat veranderd in
de VS. Mijn boek Breaking the Spell en de werken van Christopher Hitchens en
Richard Dawkins hebben echt het debat geopend. Ik denk dat er ondertussen al
dertig of veertig boeken geschreven zijn als directe aanval op ons werk. Dat
betekent dat we gehoord worden, en daar ben ik tevreden mee.
Een aantal subdomeinen van de filosofie bevinden zich momenteel in een
impasse. Waarop kan een hedendaags filosofoof zich best concentreren?
Ken je de wet van Sturgeon? Sturgeon, een sci-fi schrijver, stelt dat 95% van
alles brol is. Dat klopt. Heel wat filosofisch onderzoek is overbodig, maar dat
geldt eveneens voor heel wat biologisch, chemisch of psychologisch
onderzoek. Dat is alleen minder zichtbaar voor buitenstaanders. De boeiendste
domeinen vind ik diegene waarin traditionele wijsgerige problemen de
onderzoeksfocus geworden zijn van mensen die in andere disciplines werken.
Denk aan de neurowetenschappen. Twintig jaar geleden wou geen enkele
neurowetenschapper praten over bewustzijn, verbeelding of dromen. Deze
onderwerpen waren ‘onaanraakbaar’. Het was iets waar oude, grijze neurologen
wel in geïnteresseerd waren, maar slechts toe kwamen op het einde van hun
leven. Omdat ze bang waren niet verder te geraken dan speculatie. Dat klopt
niet.
Laat kwesties als bewustzijn dan aan de neurowetenschappers?
Ik denk dat filosofen wel degelijk neurologen kunnen helpen met hun
onderzoek. Tenminste, als we het qualia-debat of het zombiedebat laten rusten
(het debat over bewustzijn als een hoogst persoonlijke, onuitspreekbare en niet
in fysische termen te vatten entiteit, Dat zijn idiote controverses, die mettertijd
wel zullen wegsterven.
Waar ik enthousiaster over ben, is de experimentele filosofie. Dat is een
onderneming waarbij filosofen er op uit trekken en mensen vragen naar hun
filosofische intuïties, eerder dan enkel te vertrouwen op hun eigen buikgevoel
— bijna antropologisch, dus. Sommige filosofen haten dat: ze vinden dat het
niet om filosofie gaat en gewoon slecht is. Dat is doorgaans een teken dat er
iets interessants aan het gebeuren is, geloof ik. (lacht)
U zegt dat u het debat over de aard van het bewustzijn liefst van al zou zien
verdwijnen. Hoe waarschijnlijk is dat, denkt u?
Het idee dat bewustzijn iets zuiver fysisch is, is nog steeds heel
moeilijk en vraagt redelijk wat inbeeldingsvermogen van mensen. Maar voor
nieuwe generaties wordt het steeds makkelijker. Voor er microprocessoren
waren, was het gewoon onmogelijk om je een machine met miljoenen en
miljarden kleine deeltjes in te beelden. En dus was het voor iemand als
Descartes quasi onmogelijk om zich in te denken dat de mens een pratende,
denkende machine is.
Het tij is gekeerd?
Ja. Nu kan iemand zeggen: je gelooft niet dat een machine kan denken? Kijk
naar Deep Blue, die gerenommeerde schaakmeesters verslaat! Diegene die zich
dat niet kunnen inbeelden, dat is een uitstervend ras. We hoeven niet meer,
zoals veel humane wetenschappers doen, versteld staan te kijken naar hoe
uniek de mens wel niet is, en zeggen dat wat ons tot mens maakt ongrijpbaar is
voor de wetenschap. Als wetenschapper moet je ook die prachtige menselijke
eigenschappen, zoals ons redeneervermogen of ons muzikaal gevoel, durven
analyseren.
Waar kan een filosoof nog interessante materies vinden?
Er broeit heel wat in de moraalfilosofie dezer dagen. Er wordt op een nieuwe
manier naar de morele psychologie gekeken. Men wil weten hoe mensen exact
denken over goed en kwaad, wat hen precies in beweging brengt en waarom —
denk aan het werk van Daniel Kahneman en Amos Tversky naar irrationaliteit.
Maar het is natuurlijk ook meer dan een zuiver descriptieve onderneming, want
ze heeft belangrijke implicaties voor hoe we ons moeten gedragen. Dat is de
normatieve zijde van de moraalfilosofie. En daar kunnen filosofen hun steentje
toe bijdragen.
Ook in de wetenschapsfilosofie, de filosofie van de economie, zelfs in de
esthetica, wordt er op dit moment belangrijk onderzoek verricht. Dit is een
goede tijd voor filosofen.
In welke mate werd u beïnvloed door W.V. Quine, die uw professor was aan
Harvard?
Erg veel. Ik bewonder zijn benadering van de wijsbegeerte, zelfs die aspecten
die zijn critici ergeren. Een Engelse wiskundige zei me ooit eens: “ik hou niet
echt van Quine. Zodra het onderwerp echt filosofisch wordt, begint hij grapjes
te maken.” Daar had ik nooit over nagedacht, maar hij had gelijk en ik heb hem
geantwoord: “omdat een deel van hem beschaamd is om een filosoof te zijn en
niet gelooft dat filosofie een ernstig beroep voor een volwassene is.”
Humor ter verontschuldiging voor een wijsgerige drang.
Ja, ik denk dat hij zichzelf liever als een logicus dan als een filosoof zag. Er zijn
twee soorten filosofen: filosofen en anti-filosofen. Anti-filosofen worden net
filosofen omdat ze op een bepaald moment in hun jeugd geconfronteerd worden
met filosofische stellingen waarvan ze onmiddellijk denken: “Dit is ongehoord.
Schandalig. Wat een boeltje. Ik ga gewoon mijn mouwen oprollen en ons van
deze onzin ontdoen.” Dat soort rigoureuze sceptische motivatie ligt aan de
basis van heel wat van de beste filosofie. Kant, Hume, Carnap, Quine. Allemaal
anti-filosofen. Ik ben zelf een anti-filosoof.
U woont en werkt in Massachusetts, één van de meest progressieve staten van
de VS. Beschouwt u zichzelf als een echte New England Liberal?
Jazeker. Er is nog altijd een groot verschil tussen de mentaliteit van iemand uit
Massachusetts of California, en iemand uit pakweg Texas. Men verwijst soms
niet onterecht naar het zuiden en de Midwest als “Jesusland”.
In mijn stad hebben we town meetings, waar élke inwoner van de gemeente zijn
zeg mag doen. En dat werkt: gewoonlijk komt er bijna niemand, maar bij
belangrijke beslissingen die iedereen aanbelangen zitten de turnzalen of
stadhuizen overvol.
Hoe kijkt u tegen de recente ontwikkelingen in de Amerikaanse presidentieële
campagnes aan?
De democratie in de Verenigde Staten wordt van binnenuit onderuit gehaald,
met alle sloganpolitiek en spin. Sarah Palin is daar het mooiste voorbeeld van.
Ze is voor geen meter geschikt om vice-president te worden, tot op het absurde
af, maar heel de verkiezingsmachine is er in geslaagd haar voor te stellen als de
toekomst voor Amerika.
Ik maak me geen zorgen over de politieke wil van de Amerikanen, maar wel over
het hele mediacircus dat geïnformeerd kiezen stilaan onmogelijk maakt.
Palin is het griezeligste dat de Amerikaanse politiek ooit al is overkomen, erger
dan George Bush.
Qualia en filosofische zombies zijn centrale
begrippen binnen het levendige
bewustzijnsdebat.
Qualia: het voelen van pijn, het beleven van extase, nostalgisch worden
bij het zien van souvenirs. Dat zijn voorbeelden van geestelijke staten met een
heel apart, subjectief karakter, bereikbaar via introspectie.
Filosofen benoemen dit met de term ‘qualia’.
Dennett definieert qualia in de nauwe zin, als intrinsieke en onuitspreekbare
eigenschappen van het bewustzijn, die niet onderhevig zijn aan de wetten van
de fysica en en alleen beoordeeld kunnen worden door degene die ze
ondergaat.
Een voorbeeld daarvan is het zien van de kleur rood. Als qualia, zoals Dennett
ze omschrijft, bestaan, dan kunnen we dit gevoel niet communiceren naar
anderen, die nog nooit de kleur rood ervaren hebben. (1)
Hij wijst het bestaan van dat soort qualia vervolgens van de hand.
Daarbij stelt hij dat een ervaring als pijn geen element is waarvan je je
bewustzijn zomaar kan ontdoen, omdat het ook zijn weerslag heeft op het
gedrag en de fysiologie van de persoon in kwestie.
Qualia zijn dus het onderwerp van een belangrijke discussie binnen de
bewustzijnsfilosofie. De voornaamste twistpunten daarbij zijn de relatie van
qualia tot de fysische realiteit, de vraag of qualia intrinsiek individuele
eigenschappen van hun dragers zijn, en welke geestelijke gesteldheden als
qualia gelden.
Filosofische zombies: dit zijn hypothetische wezens die
handelen als gewone mensen, maar geen bewustzijn of subjectieve ervaringen
kennen. Wanneer deze zombies een klap op hun hoofd krijgen, zullen ze
reageren zoals een mens dat zou doen, zonder echter het gevoel van pijn te
beleven. Een aantal filosofen tracht de theoretische mogelijkheid van het
bestaan van deze zombies te bewijzen, om daaruit te laten volgen dat qualia
bestaan. Dennett trekt de waarde van dit gedachtenexperiment in twijfel op
basis van de incoherentie van het concept van qualia.
(1)
je kan echter wel een gevoels-communicatie tot stand brengen door een " een
gevoel " op te wekken (dmv een kunstwerk ): het werk zal over het algemeen
door de maker geslaagd genoemd worden als het bij de maker ervan het mee te
delen oorspronkelijke gevoel herhaaldelijk opwekt ( ook in andere toestanden
dan de creatieve toestand )
Maar dat betekent niet dat het kunstwerk ditzelfde gevoel opwekt of overbengt
bij de eventuele toeschouwer ....
Het is het ongrijpbare deel van het oorspronkelijke gevoel dat men de qualia
noemt
Dennett geldt al jaren als één van de radicaalste aanhangers van Darwins
evolutietheorie.
Dat uit zich ook in zijn nieuwste boek
Breaking the Spell: Religion as a Natural
Phenomenon, waarin hij vanuit een evolutionair perspectief belicht
waarom radicale religies zo succesvol zijn.
Dennett beweert in het interview dat de
evolutietheorie de mens- en
natuurwetenschappen bijeenbrengt:
Quote
Er wordt altijd gesproken over de kloof tussen mens- en natuurwetenschap. En
wie overbrugt die kloof? Darwin, door ons te tonen hoe zin, ontwerp en
betekenis ontstaan uit zinledigheid, uit stupide materie.
Hiermee reageert hij tegen de veel gehoorde kritiek dat evolutietheoretici zich
niet moeten bezig houden met het verklaren van sociologie, religie enz.
Is de sprong tussen evolutietheoretici en het verklaren van sociologie enzovoort
niet erg groot, en hoe moet ik me die verklaring voorstellen?
Volgens Dennett kan niet alleen de mens als soort evolueren, maar kan
hetzelfde gebeuren met ideeën: terwijl genen lichamelijke eigenschappen
doorgeven, zorgen memen voor zulke "immateriële" eigenschappen
En zo verklaart Dennett dan ook dat moraal,
religies en sociale
regels ontstaan: omdat de mensen( behept met deze
memen ) er betere overlevingskansen door krijgen
http://koan.filosofie.be/index.php?/archives/110-Daniel-Dennett-evolutietheorieen-religie.html
zie verder ook :
May 2003
Pulling Our Own Strings
Philosopher Daniel Dennett on determinism, human "choice machines," and
how evolution generates free will.
Interviewed by Ronald Bailey
http://www.reason.com/0305/fe.rb.pulling.shtml
De laatste vraag van de interviewer is eigenlijk de kern van de Darwinistische
redenering:
Quote
Reason: So morality evolves largely because people get more benefits than
not out of it.
Dennett: Yes. Civilization is a good deal.
Gefotografeerd door Stijn Debrouwere
Gefotografeerd door Stijn Debrouwere
Het Breinrapport Stap voor stap komt de wetenschap dichter bij de beschrijving van wie en wat
we werkelijk zijn. Deze verworven inzichten bevattelijk uitgelegd krijgen, is niet altijd evident. De
Morgen ging praten met internationale topexperts over het hoe en waarom van onze emoties,
het al dan niet bestaan van een intelligentiegen en of wij wel altijd eerlijk omspringen met ons
geheugen.
www.mijnbijzonderbrein.be
Gaan we straks met zijn allen designerbaby's maken? Bestaan er cyborgs? Zal in de nabije toekomst een
simpel pilletje volstaan om een tanend geheugen wat bij te spijkeren? Op deze en andere vragen proberen
we met de breinwetenschappers een antwoord te vinden. We gaan ook dieper in op de vele ethische
problemen waarmee ze al onderzoekend worden geconfronteerd
"Weet je nog wat je vorige dinsdag als ontbijt hebt gegeten?' Tijdens het gesprek keert Daniel C.
Dennett regelmatig de rollen om en stelt hij de vragen. De beroemde Amerikaanse filosoof van de
menselijke geest werkt graag volgens de socratische methode. Want hoe kun je beter illustreren hoe
onze hersenen werken én vooral hoe ze volgens hem niét werken?
"Weet je wat mijn favoriete evolutiemop is?", mailt Daniel Dennett na het interview.
"Twee kampeerders in Alaska kijken 's morgens uit hun tent en zien plots een
grizzlybeer op hen afkomen. Een van hen begint meteen snel, snel zijn loopschoenen
aan te trekken, waarop de andere zegt: 'Je denkt toch niet dat je die grizzly met die
schoenen te snel af zult zijn, zeker?' Waarop de eerste antwoordt: 'De grizzly niet nee,
maar jou misschien wel!'"
De gerenommeerde Amerikaanse filosoof van de Tuftsuniversiteit nabij Boston staat
er niet bepaald om bekend hapklare theorie챘n te presenteren, maar Dennetts manier
om zijn ideeën uit te leggen, is wel verrassend toegankelijk. Diept hij geen nieuwe
metafoor op, dan speelt hij met je gedachten om iets uit te leggen, of gebruikt hij ja,
gewoon een mop. Om daarna bij de aha-erlebnis van zijn gesprekspartner
instemmend te glimlachen, you got my point. Ook de mop vertelt hij niet voor niets.
"De competitie in de evolutie waar het echt om draait, is niet de competitie tussen
jager en prooi, maar tussen individuen van dezelfde soort."
De streek waar Dennett het gros van zijn denkwerk levert, ademt die wedijver bijna uit.
Met de metro passeer je haltes met prestigieuze namen als Harvard en MIT. De
eindhalte heeft meer iets van een hyperreligieus dorp. De route naar de verrassend
groene Tuftsuniversiteit is bezaaid met kerken als de Methodist Union Church. Niet
meteen een plek waar je een man die niet bepaald als dogmaticus bekendstaat zou
situeren. Ook al is Dennett zelf een klinkende naam, het bureau van de directeur van
het Center for Cognitive Studies is vrij bescheiden. Hoewel. "Slagen is niet genoeg,
anderen moeten falen", leest de verwelkomingstekst op de deur.
Een knipoog naar evolutie, het codewoord voor het gros van Dennetts denken. Ook
wij zijn het product van blinde, darwinistische selectie. Dennett is een naturalist.
Natuurwetenschappen vormen het vertrekpunt van zijn filosofie. "Wat jij bent, is een
verzameling van ruwweg een honderd triljoen cellen, van duizend verschillende
soorten. Elk van die cellen is een mindless mechanisme, een grotendeels autonome
microrobot. Het is niet meer bewust dan je bacteri챘le gasten zijn. Geen enkele cel die
deel van je uitmaakt, weet wie je bent, of geeft erom."
Dennett is een ethicus, buigt zich over de biologie, de techniek, wetenschap tout
court, maar zijn object par excellence om over te filosoferen, prijkt op zijn bureau: een
plastic schaalmodel van de hersenen. Het orgaan dat ons voelen en denken
grotendeels bepaalt en dat door de natuurwetenschappen steeds verder wordt
verklaard als een neurologische, biochemische machine. Een visie die ook Dennett
aanhangt, maar die voor heel wat mensen te 'eng' is. Te veel mechanisme, te weinig
mysterie.
Terwijl Dennett in zijn boeken soms vrij scherp tekeer kan gaan tegen zijn critici heeft
hij face to face meer weg van een bijzonder minzame reus die je vooral zelf aan het
denken wil zetten. "Hoe meer we leren over wat we zijn, hoe meer verschillende
opties we zullen opmerken over wat we allemaal kunnen proberen te worden."
Soms zien we het gewoon verkeerd. Zo zei Dennett ooit dat ons geheugen geen blikje
frisdrank is dat je uit de koelkast kunt halen en zomaar open kunt trekken. Wat is het
dan wel?
"Ik wou dat ik een echt goede theorie over het geheugen had. Dat is niet zo, ook al
weten we er best wel al wat van. Maar geheugen hoeft geen fotografisch geheugen te
zijn of een herinnering. Elke wijziging in de structuur van een organisme waarmee het
zijn gedrag in de toekomst nuttig kan bijsturen kun je eigenlijk een vorm van geheugen
noemen. Als je overreden wordt door een auto en je raakt kreupel, zul je bijvoorbeeld
raar wandelen. Of als je overreden wordt door een auto zul je de volgende keer als je
de straat nadert ontzettend voorzichtig zijn en wel naar links en rechts kijken. Beide
zijn een vorm van geheugen. Het is allebei littekenweefsel. Er is iets veranderd dat je
die alertheid geeft. Het enige verschil is dat je kreupele been niet echt een goede
aanpassing is. Het biedt je geen bescherming tegen een volgend auto-ongeval.
"Onze hersenen zijn zo ontworpen dat ze een medium zijn dat onwaarschijnlijke
hoeveelheden van zulke wijzigingen kan absorberen. Neem wat ik nu tegen jou zeg.
Dat produceert geluidsgolven. Die dringen je oren binnen en hebben een effect op je
hersenen. Je zult niet letterlijk kunnen nazeggen wat ik zeg, maar je zult de essentie
ervan vatten. Die golven bereiken ook die teddybeer daar, maar daar verandert dat
niets. Die beer blijft hetzelfde, omdat die niet ontworpen is voor verandering. Maar als
de geluidsgolven jouw hersenen bereiken, veranderen ze van alles. Dat is wat je
geheugen is. Het is een aanpassing van de plastische, veranderlijke deeltjes in je
hersenen."
Over die plasticiteit van onze hersenen is veel te doen. Alles wat je ervaart,
verandert iets in je hersenen.
"Ik geloof dat dat klopt. Alles wat rondom je gebeurt als je wakker bent, dringt binnen
en verandert iets in je hersenen. Dat betekent niet dat je alles met grote
betrouwbaarheid opslaat. Dat zou een onwaarschijnlijke opslagcapaciteit vereisen.
Sommige mensen denken dat je hele leven op een of andere manier opgeslagen zit in
je hersenen. Als je maar de juiste sleutel vindt, kun je het weer helemaal afspelen. Ik
ben er vrij zeker van dat dat een mythe is. Het brein slaat niet zoveel informatie op.
Alles wat je hersenen binnenkomt, wordt herschreven, bijgewerkt. Wat je je later
herinnert, is een zeer sterk herwerkte fractie van wat echt is gebeurd. In die zin is je
geheugen geconstrueerd of gereconstrueerd. En juist omdat er zoveel bewerking en
montage gebeurt, ontstaan er allerlei kansen waarbij je geheugen gecontamineerd
kan worden met irrelevante inhoud.
"Uit heel veel laboratoriumexperimenten met proefdieren weten we dat er een soort
geheugenfixering bestaat die veel herhaling vereist. We hebben veel
neurowetenschappelijke modellen over de graduele opbouw van zulke
geheugensporen door conditionering, maar we weten ook dat het kan dat we 챕챕n
keer iets zien dat ons diep raakt en we het nooit meer vergeten. We hoeven het geen
twintig keer te zien. Gewoon boem, je vergeet het nooit meer. Als er iets erg
traumatisch of moois gebeurt, herinneren we ons het moment waarop we dat leerden
vaak nog erg levendig. Waar was je toen je hoorde over 9/11? Maar volgens mij is er
altijd veel contaminatie, ook dan. Wacht, we zullen even iets uittesten."
- In welke stad kenden de Beatles hun start in Engeland?
- (...) Liverpool.
- Weet je ook wanneer je dat voor het eerst hebt geleerd?
- Euh, nee.
- Weet je nog wanneer je voor het eerst over mij gehoord hebt?
- Goh, nee.
"Zie je? De meeste dingen die we weten, hebben we geleerd. Maar we weten niet
meer exact wanneer we ze geleerd hebben, tenzij het een heel speciale dag was. Een
hypothese die we volgens mij ernstig moeten nemen is dat wat we ons episodisch
herinneren alleen de dingen zijn die we in feite semibewust hebben gerepeteerd en
gerepeteerd... Denk aan iets ontzettend g챗nants dat je is overkomen. (wacht even)
Als je eraan denkt, begin je meestal te blozen. Als je zoals de meesten van ons bent,
herhaal je zoiets eindeloos in je hoofd, kun je maar niet stoppen eraan te denken, blijf
je alle smeu챦ge details maar overlopen. Kortom een paar dagen lang ben je erdoor
geobsedeerd. Daardoor zul je het uiteindelijk nooit meer vergeten.
"De reden waarom je het nooit meer vergeet, zijn die herhalingen. Eigenlijk is dat een
soort conditionering. Die herhalingen nestelden het in je brein, fixeren het. Maar als je
in staat was geweest om je te laten afleiden door andere dingen, zodat je het niet
telkens zou herhalen in gedachten, zou je je het waarschijnlijk later niet meer kunnen
herinneren. Ook al was het op het ogenblik zelf ontzettend g챗nant. Ons menselijk
vermogen om ons gebeurtenissen te herinneren, om ze op te roepen, ze bewust te
herzien, ze opnieuw in je hoofd af te spelen, dat soort episodisch geheugen is heel
erg bijzonder."
Waarom is dat zo bijzonder?
"Het is niet zeker of andere dieren, zelfs erg slimme dieren, daartoe in staat zijn. Als ik
je vraag waar je vorige dinsdag was, welke kleren je droeg, zul je daar even over
moeten nadenken. Je moet je eigen geheugen prikkelen, uitdagen, je moet het wat
helpen. De informatie stroomt niet automatisch binnen. We kunnen het allemaal, we
zijn er vrij goed in, maar we kennen er ook de beperkingen van. Het proustiaanse
vermogen om stil te staan en terug te blikken op ons verleden is waarschijnlijk uniek
voor mensen en waarschijnlijk zelfs voor volwassen mensen. 'Infantiele amnesie', het
fenomeen dat we ons zelden iets kunnen herinneren van onze eerste levensjaren, is
volgens mij een foute term. Het is niet zozeer dat kinderen dat allemaal zijn vergeten.
Volgens mij is het gewoon een periode waarin dat soort geheugensporen nog niet
klaar is om al gemaakt te worden. Ze bezaten de geestesgewoontes nog niet om dat
al mogelijk te maken."
Gelooft u in de zoektocht naar een echte geheugenpil?
"Ja, ik geloof dat dat in principe mogelijk is. Het is in ieder geval een stuk
aannemelijker dan een intelligentie- of een humorpil. We hebben trouwens al
antigeheugenpillen: amnestische pillen. Als die actief zijn, leg je in feite geen enkele
herinnering vast. Dat is ook waarom ze zoveel gebruikt worden bij chirurgie, wist je
dat? Het is een medisch geheimpje. Omdat anesthesie altijd een risico inhoudt,
proberen artsen die zo licht mogelijk te houden. De keerzijde is dat het soms te weinig
is, wat voor pati
챘nten heel wat ongemak kan opleveren. Dan geven dokters hen soms amnestische
middelen en zijn ze gelukkig als de hele operatie voorbij is. Ze voelen geen angst over
wat ze hebben doorstaan, omdat het lijkt of het niet gebeurd is.
"Sommigen beweren dat artsen dat doen om rechtszaken te vermijden door de
herinneringen aan eventuele medische fouten uit te wissen, maar ik geloof dat ze een
veel betere motivatie hebben: herbeleving vermijden. Want een slechte ervaring
herbeleven, maakt het juist een slechte ervaring. De echo's maken deel uit van het
lijden. Met die pillen verminder je de pijn door al die echo's te beëindigen. Als je dat
kunt uitwissen zijn die patiënten beter af. Sommige van die middelen bestaan al vrij
lang, zoals scopolamine. Dat werd vroeger aan vrouwen gegeven bij hun bevalling."
Is de geboorte van je kind geen herinnering die je wilt bewaren?
"Dat is het hem net! Een van de argumenten om het te geven was: als je wilt dat
vrouwen meer dan 챕챕n kind krijgen, geef je ze beter zo'n middel, zodat ze zich al die
baringspijn niet herinneren."
Ontneem je met zo'n geheugenwispil niet een wezenlijk deel van wat iemand is,
namelijk zijn herinneringen?
"Absoluut! Dat is orwelliaans. Je kunt je voorstellen dat dat verschrikkelijke politieke
gevolgen kan hebben. De regering die zo'n pil in de watervoorraad doet..."
Is dat niet wat vergezocht?
"Nee, ik denk het niet. (denkt na) Al hebben we vandaag natuurlijk allerlei externe
geheugensteuntjes voor ons geheugen, zoals je taperecorder. Het is vrij ondenkbaar
dat ze naast die pil ineens alle opnames van bepaalde gebeurtenissen zouden
kunnen wissen. Over dat laatste moeten we trouwens eens nadenken, want we
realiseren ons niet hoe dramatisch de relatie tussen ons en ons externe geheugen
aan het veranderen is. Het tijdperk van het fotografische bewijs nadert zijn einde, door
Photoshop. Ik vraag me af wie zich realiseert wat dat kan wijzigen aan de status van
bewijsmateriaal als foto's gemanipuleerd kunnen worden en in essentie niet te
onderscheiden zijn van authentieke foto's. Jarenlang hadden we dat heerlijke idee van
betrouwbaarheid, de garantie dat een foto niet nagemaakt kon worden. Door
technologische vooruitgang is dat onderuitgehaald. We hebben een fantastische
standaard, maar die kan ook gemakkelijk misbruikt worden."
Over misbruik van techniek gesproken. Heel wat mensen waarschuwen voor
misbruik van al bij al premature kennis over onze hersenen, zoals beweren dat
je via hersenscans of genetische tests iemands gedrag in de toekomst kunt
voorspellen.
"Op dit ogenblik weten we nog lang niet genoeg over hoe iemands brein werkt, hoe de
specifieke dynamiek werkt. We hebben een idee, maar kennen verre van de details.
Maar ik denk dat dat zal veranderen en dat we er meer over te weten zullen komen.
We beginnen bijvoorbeeld greep te krijgen op impulscontrole, op de rol van de
frontaalkwabben en van neuromodulatoren die dan specifiek actief zijn in die regio.
Dus ik denk dat we ooit wel zullen kunnen zeggen of iemand veel risico loopt om
agressief te reageren op een belediging of een dreiging. Dat soort 'voorspelling' zullen
we vermoedelijk kunnen maken in de toekomst.
"Je moet het zien als een kansberekening. De hersenen zijn zo ontworpen dat ze heel
fijngevoelig zijn voor input en dramatische veranderingen maken op basis van die
input. Het zijn versterkers van nieuwigheden. Dat betekent dat wat je ook uitvist over
iemands hersenen, je voorspellingen altijd weerlegd kunnen worden door een nieuwe
ervaring die alles wijzigt. Eigenlijk is dat vrij vanzelfsprekend. Je moet het niet zien als
een spoorlijn waarvan de richting vastligt; het is allemaal voorwaardelijk. Neem nu dat
geval van die impulscontrole. Wat gaat er gebeuren als je dat vertelt aan die persoon?
Vanaf dan kan die erover nadenken. Stel dat we zouden ontdekken dat er allerlei
voorwaarden zijn voordat iemand de controle verliest, dan zullen mensen niet
veroordeeld worden tot hun toekomst door de ontdekkingen die we doen. Dan zullen
die ontdekkingen juist wijzen op mogelijkheden om die toekomst aan te passen.
"Maar soms zijn er ook beperkingen. Je hoeft niet in mijn hersenen te kijken om te
weten dat ik nooit een trapezeartiest zal worden of een violist. Hoe hard ik ook zou
proberen, hoeveel geld ik ook aan opleidingen zou spenderen, ik zal het nooit zijn.
Maar ik zal waarschijnlijk wel voldoende Chinees kunnen leren om mijn plan te
trekken. Met die beperkingen kun je evenwel leven."
Wat voorspellingen over iemands gedrag betreft, hoever ben je dan van een
scenario zoals in Minority Report, waar je mensen al bijna 'veroordeelt' nog voor
ze maar iets hebben gedaan?
"Ik denk dat mensen terecht extreem bezorgd mogen zijn over die theoretische
mogelijkheid. We moeten hier zeer goed over nadenken en de noodzakelijke
maatregelen nemen om te vermijden dat dat kan gebeuren. En het zal allesbehalve
vanzelfsprekend zijn hoe dat moet. Anderzijds, als ik een aandoening heb waardoor ik
een groot risico loop om een onveilige chauffeur te zijn en iemand dood te rijden, wil ik
dat weten. Dan kan ik mijn taxifonds aanleggen, want ik wil niemand doodrijden. Ik
heb het recht te weten welke problemen ik heb. Ik wil een verantwoordelijk persoon
zijn. Misschien wil niet iedereen dat. De vraag is niet alleen of de maatschappij het
recht heeft te weten wie de risicopersonen zijn. Ook de risicopersonen zelf hebben het
recht dat te weten, omdat ze er misschien iets aan kunnen doen. Uiteraard is het een
kleine en glibberige stap om van dat scenario over te gaan naar een situatie waarin wij
als maatschappij gaan zeggen: als zij niet bereid zijn er iets aan te doen, zullen wij het
wel doen. Je kunt je allerlei soorten choquerende maatregelen van sociale controle
voorstellen. Maar hoe je het evenwicht opmaakt tussen vrijwillige en onvrijwillige
maatregelen is een politieke vraag, geen wetenschappelijke."
U wilt een verantwoordelijk persoon zijn, maar sommige kennis is gewoon
zwaar om te dragen of ze kan misbruikt worden.
"Ja, en soms wil je het niet weten. Net zoals je maagdelijkheid kun je je onwetendheid
maar 챕챕n keer verliezen. Dat zijn moeilijke kwesties. Sommige van onze deugden
hangen af van onze onwetendheid. Als we te veel weten, is het soms moeilijk om nog
rechtschapen te zijn. Als ik wist dat er op dit ogenblik iemand aan het stikken was in
de kelder zou ik nu onmiddellijk naar beneden moeten rennen om hulp te bieden. Als
ik dat niet zou doen zou ik geen rechtschapen man zijn. Maar als ik het niet zou weten
zou mijn deugd - ook al was het nog steeds schaamtelijk - onbevlekt blijven. We
worden zelden in een positie geplaatst waarin we het lot dankbaar zijn omdat we het
niet wisten. Vandaag de dag, met internet, met alle media, weten we steeds meer
over de aardbeving in Kasjmir, over Katrina. Maar wat heb ik gedaan om de
slachtoffers van Katrina te helpen? Niet veel. Ik heb de luxe niet om te zeggen: ik wist
het niet. En die situatie gaat niet verbeteren. Integendeel."
'Aanvaard Jezus Christus als je persoonlijke redder voor 1 januari 2005 en je krijgt
een gratis gsm!' De geprinte schreeuwerige reclamemail hangt uitdagend aan
Dennetts prikbord. Het contrast met het uitzicht dat hij zichzelf heeft gegund, vier
levensgrote posters van Marilyn Monroe, zegt genoeg. Humor heeft hij wel en heilige
huisjes kent hij niet. Ook de ziel is niet heilig. Volgens Dennett moeten we dringend af
van het idee dat we verantwoordelijke wezens zijn, kapitein van ons eigen lot, omdat
we in wezen eigenlijk 'zielen' zijn, immateri챘le en onsterfelijke stukjes goddelijk
materiaal die ons hele bestaan zin geven. De huidige wetenschap heeft dat idee van
onsterfelijke zielen al lang achterhaald, stelt hij.
Velen concluderen daaruit dat ook bewustzijn voor Dennett niet bestaat. Onterecht,
schrijft hij. Het bestaat wel, alleen is het anders dan we tot nu geloven. Hoe verleidelijk
het ook mag zijn, er is geen scheiding tussen lichaam en geest, zoals de Franse
filosoof Descartes beweerde, geen scheiding tussen hersenen en zijn
bewustzijnsinhoud. Volgens Dennett is de geest het brein. En bewustzijn moeten we
ons niet voorstellen als een centraal podium in ons lichaam waar iemand zijn
boodschap verkondigt. Er is geen centrale plek in het brein waar bewustzijn wordt
bereikt, nee er is veeleer een debat gaande tussen verschillende delen van onze
geest die allemaal de aandacht willen.
Dennett vergelijkt het bewustzijn graag met 'fame in the brain', roem in het brein.
"Sommige mensen zijn beroemd, maar komen niet op televisie. Sommige mensen
komen op televisie maar zijn niet beroemd, zoals een verpleegster die tijdens het
nieuws over een behandeling in beeld komt. Vijftien seconden lang is ze op televisie,
miljoenen mensen zien haar, maar ze is niet beroemd. Televisie is niet voldoende
voor roem. Het is een ander fenomeen. Pas dat nu toe op het bewustzijn. Als je denkt
dat er een plaats bestaat in je hoofd waar je bewust wordt zodra je er vijftien
seconden bent, zeg ik je: dat klopt niet. Bewustzijn is zoals beroemd zijn. Je mag niet
de vergissing maken te denken dat bewustzijn is zoals televisie. Dat is het niet."
Dat geeft me enigszins een idee van wat bewustzijn volgens u niet is, maar nog
steeds niet van wat het wél is.
"(lacht) Ik weet het! Het is ook niet eenvoudig. Beeld je een robot in. Ik ga hem 'roem
in zijn brein' proberen geven, geen bewustzijn. Die robot heeft zijn computers, heeft
zijn brein. In zijn computers vinden er allerlei gevechten plaats om de controle te
veroveren. Sommige winnen voor eventjes, zwakken dan weer af, andere komen op.
Er is een voortdurende strijd gaande om te bepalen welke thema's, idee챘n het voor
het zeggen hebben. Want de invloedrijke thema's worden gerepeteerd en laten sporen
na in het geheugen. Een van de symptomen daarvan is dat de robot er later nog
verslag van kan uitbrengen. Het zijn gevechten om die posities te verwerven waarover
later nog verteld zal worden omdat ze dominant waren, omdat ze zo beroemd waren.
Maar nu zeg ik je: ik heb gelogen. Ik zei dat het enkel ging over roem in het brein en
niet over bewustzijn. Dat klopte niet, want wat ik je net beschreef, is bewustzijn. Ik zeg
dus niet dat er geen bewustzijn is. Ik zeg alleen dat het is zoals roem in je brein. Dan
reageren mensen vaak: wat een teleurstelling."
We houden ook van de gedachte dat er een uniek 'ik' is, een 'zelf' dat de
controle behoudt over al onze gedachten en uiteindelijk de beslissingen neemt.
Volgens u klopt dat niet.
"Niet helemaal, ook in die robot zou er een 'zelf' zijn. Alleen is die niet uniek, het is
diegene die uit al die competitie op dat ogenblik naar voren zou treden als de
(tijdelijke) overwinnaar. Vergelijk het met een democratie waar je elke vier jaar een
nieuwe 'zelf' verkiest. Is hij de baas? Nee, of toch niet zoveel als hij zelf denkt. Maar is
er een continu챦teit van controle, van geheugen? Ja. De hendel wordt doorgegeven
van hand tot hand. De coalities aan de macht komen op en gaan weer ten onder,
nieuwe coalities vormen zich. Het is allemaal een soort politiek proces."
Maar als er voortdurend coalitiewisselingen zijn in ons hoofd kan de ene coalitie
toch volledig het tegenovergestelde propageren van de andere? Zo voelt het
toch niet in je hoofd? Hebben we niet het gevoel dat er telkens 챕챕n en
dezelfde het voor het zeggen heeft, zijnde wijzelf?
"(uitdagend) O ja? Heb je nooit het gevoel dat je iemand anders was? (lachend) Ok챕,
jij lijdt niet aan een meervoudige persoonlijkheidsstoornis, maar waarschijnlijk heb je
wel een soort van verschillende personen in je. Als jij hier met mij zit, of je praat met je
moeder, of met een vriendin, dan is er behoorlijk wat discontinu챦teit. Mochten je
ouders hier nu plots binnenwandelen dan zou je je toch vrij ongemakkelijk voelen,
niet? Je zou niet goed weten hoe je je moest gedragen h챕? Omdat de coalitie die
normaal bij je ouders werkt het zou willen overnemen, terwijl het regime dat hier nu
aan de macht is die macht niet echt wil opgeven. Op dat ogenblik zou zich een soort
burgeroorlog in je hoofd afspelen. De fout die iedereen maakt, is veronderstellen dat
er naast die coalities nog een extra geestesoog aanwezig is, dat wacht om te kijken
hoe het uitdraait en partij kiest voor 챕챕n van beide. Dat is niet zo, er is niet nog iets
extra's dat finaal beslist wie het voor het zeggen heeft. Nee, jij bent je lichaam. En er
is maar 챕챕n lichaam, je kunt het niet in twee챘n splitsen. De woorden die je
uitspreekt, zullen de woorden zijn die de partij die dan aan de macht is, wil dat je zegt.
En mettertijd veranderen de coalities, nemen nieuwe elementen de macht over. En
het onderliggende proces van het geheugen zorgt voor een vrij hoge continu챦teit van
het geheel. Het geheugen kun je met de administratie vergelijken, de ambtenaren die
voor altijd blijven."
Hoe kan het geheugen het stabiele element blijven tijdens machtswis-selingen
als het tegelijk veel dynamischer blijkt te zijn dan we dachten? Is dat geen
contradictie?
"Ja, ons geheugen is dynamischer dan we dachten, maar het is ook niet volkomen
vloeibaar. Er is heel veel inertie. Een van de redenen daarvoor is dat wij mensen ons
geheugen ontzettend graag onderhouden. We houden ervan terug te duiken in onze
herinneringen. De laatste keer dat ik daar was, dat heb ik al jaren niet meer gegeten,
enzovoort. Elke keer als we dat doen, vernieuwen we de sporen in ons geheugen.
Van de herinneringen die we zo vaak ophalen, weten we niet meer of we de originele
gebeurtenis ophalen of een herinnering eraan. Als iemand je vraagt wat je oudste
herinnering is, weet je als je antwoordt dat je je dat nog al hebt afgevraagd en dat de
verniste herinnering die je aanhaalt al een kopie van een kopie van een kopie het
vroegste ding is. Het heeft een soort status verworven."
In hoeverre kunnen we w챕l op dat geheugen vertrouwen als basis voor
onszelf?
"Wat weten we? We weten dat het vrij goed is en tegelijk... (lange stilte) Weet je,
sommigen voelen zich goed bij een leven op een boot. Dat houdt in dat ze die boot
voortdurend moeten herstellen, planken vervangen als ze rot zijn, stukken afdekken
tegen de regen. Ze blijven herstellingen doen en de boot blijft maar verandert met de
jaren. Andere mensen leven liever in de vuurtoren, want ze willen verankerd zijn aan
een rots, ze willen een fundering die niet verandert. In beide gevallen heb je continu
챦teit. In het ene geval dankzij veel vernieuwing, herstel en vervanging; in het andere
omdat het zo stevig is als een rots. Maar ze werken allebei.
"Zo werkt de continu챦teit van de menselijke cultuur ook. Het voortbestaan van Plato
hangt niet af van het papier. We hebben geen kopijen die teruggaan tot zijn tijd. De
oudste fragmenten zijn kopie챘n van kopie챘n van kopie챘n maar de overdracht van
de tekst is heel erg betrouwbaar. Ik hou heel erg van het beeld van onbekenden die
binnenkomen en een dans leren. Het is de dans die telt. Het is alsof er een
eeuwigdurende dans bezig is. Mensen worden moe en vertrekken, anderen komen
binnen en leren de danspasjes, en zij dansen verder tot ze ook moe worden en
vertrekken. Maar de dans stopt niet. De dans is wat het geheugen gaande houdt. Het
gaat om de informatie in die dans, niet in de materialen. Het idee van een kern zo
hard als diamant, die je ziel is, dat dat is wie je bent, klopt niet. Het is de dans! Het is
de dans van de neuronen. Zolang de informatie er is, ben jij daar. Dat is de manier
waarop je Plato bent. Je bent zoals een tekst die stabiel blijft ondanks alle kopie챘n
die worden gemaakt, worden weggegooid, worden vernieuwd. Dat is wat jij bent."
Daniel C. Dennett
Directeur van het Center for Cognitive Studies van de Tuftsuniversiteit in Medford,
Boston - Filosoof van de menselijke geest, geniaal denker en woordkunstenaar die
niet voor één gat te vangen is - Schreef een boek over bewustzijn (Consciousness
explained) over Darwin (Darwin's dangerous idea), over de vrije wil (Freedom
evolves) en over computerspelletjes die een vrije wil hebben Zei ooit
"Toen ik de Meditationes van de Franse filosoof Descartes uit had, wist ik: hij
heeft het mis met zijn onderscheid tussen stof en geest." - Wil de angst
wegnemen om mysteries over onze geest, ons zijn in te ruilen voor neurologische,
biochemische mechanismen
zie verder ook :
Hersendossier deel 2
Het weke harnas van het lot
Bas Haring
Daniel Dennett en de macht van de natuurwetten
(2003-)
Freedom Evolves
door door Daniel C. Dennett.
Viking Penguin. Londen 2003.
Bas Haring is filosoof en als hoofddocent mediatechnologie verbonden aan de Universiteit Leiden. Onlangs
verscheen van zijn hand De ijzeren wil. Voor zijn debuut Kaas & de evolutietheorie ontving hij vorig jaar de
Eurekaprijs en de Gouden Uil.
Volgens Daniel Dennett is er plaats voor de vrije wil, ook in een volstrekt voorspelbare wereld. Bas
Haring legt uit waarom hij gelijk moet hebben.
Als ik vroeger met mijn ouders voor Kerst of Sinterklaas naar de Bijenkorf ging, dan stond daar bij de ingang
een grote glazen kast met apen.
Mechanische apen. Heel af en toe kreeg ik van mijn ouders een kwartje om in de kast te gooien waarop de
apen begonnen te bewegen: ze speelden op muziekinstrumenten en dansten op de maat van de muziek. In
mijn fantasie was de glazen kast een geheel eigen wereld. Een echte wereld waarin van alles kon
gebeuren.
Maar in werkelijkheid kon er natuurlijk helemaal niet ‘van alles’ gebeuren in die glazen apenkast.
Als je goed keek, zag je dat de aapjes altijd op precies dezelfde manier bewogen en dat er werkelijk geen
enkele variatie in hun spel zat. De aapjes waren voorgeprogrammeerde mechanische poppen met een
levensloop van 챕챕n minuut die van begin tot einde vastlag. Voor hen bestond er geen greintje vrijheid of
vrije wil.
Freedom Evolves gaat over de vraag of het mogelijk is dat wij ook in zo’n soort mechanische glazen kast
leven: ligt de levensloop van ons universum vast?
Maar in het bijzonder gaat Freedom Evolves over de vraag of het mogelijk is over een vrije wil te
beschikken mochten wij in zo’n deterministische kast leven.
Waarom is deze vraag interessant genoeg om er een heel boek aan te wijden?
In de eerste plaats omdat het 챕챕n van de klassieke filosofische vragen is.
Zo’n vraag waar je nooit uitkomt en waarover altijd nog wel een boek bij kan.
En in de tweede plaats omdat de vraag een intu챦tieve reactie oproept: ‘Natuurlijk is het onmogelijk dat
de loop van de geschiedenis vastligt: ik kan toch keuzes maken; en de uitkomsten van die keuzes
liggen niet vast. En mochten mijn keuzes en de loop van de geschiedenis wel vast blijken te liggen,
dan maakte ik blijkbaar geen keuzes, en had ik dus geen vrije wil.’
Toch lijken er haken en ogen te zitten aan deze eerste reactie: kleine beheersbare laboratoriumwereldjes
van een paar atomen en moleculen groot lijken verdraaid deterministisch - waarom dan niet de gehele
wereld?
En dat we een werkelijke vrije wil hebben, voelen we allemaal.
Hoe kunnen we deze schijnbare tegenstellingen met elkaar rijmen?
Eén uitweg is om iets ‘magisch’ te veronderstellen. Iets wat wij bezitten - in ons brein of ergens anders wat ons onderscheidt van de rest der dingen, en wat ons de mogelijkheid geeft te ontsnappen aan het
harnas van het lot.
Iets onstoffelijks - een ziel à la Descartes of anderszins - of, moderner, iets magisch dat onderdeel
uitmaakt van de fysica: kwantummechanische theorie챘n die vertellen dat God w챕l met dobbelstenen
gooit, of chaostheorie챘n die vertellen dat de meest onvoorspelbare dingen kunnen gebeuren bij de
gratie van een greintje onzekerheid.
En precies tegen dit soort uitwegen komt Dennett in opstand.
Zelfs in de voor honderd procent voorspelbare wereld - zonder kwantummechanica of chaostheorie
- is het, aldus Dennett, prima mogelijk om over een ware vrije wil te beschikken.
Daar is niets magisch voor nodig.
Schietspellen zijn een stuk minder leuk als de vijand altijd van dezelfde kant komt aanlopen.
Om zijn idee챘n te illustreren, maakt Dennett gebruik van een deterministisch apparaat bij uitstek: de
computer. Een computer is in feite net zo’n voorspelbaar apparaat als de mechanische kast met apen. Hij
draait gedachteloos een verzameling programma’s af en wacht geduldig tot een gebruiker er bij wijze van
spreken weer een nieuw kwartje ingooit. Het is een onnadenkende en voor honderd procent voorspelbare
machine die een voorgeprogrammeerde riedel van activiteiten afloopt.
Toch heeft iedere computer een randomgenerator. Een klein programmaatje dat willekeurige getallen
genereert en dat functioneert als de interne dobbelsteen van het apparaat. In veel toepassingen zijn
toevalsgetallen nodig: schietspellen zijn een stuk minder leuk als de vijand altijd van dezelfde kant
komt aanlopen.
Maar hoe kan een voor honderd procent voorspelbaar apparaat willekeurige getallen genereren?
Het is 처f voorspelbaar, 처f willekeurig; niet beide tegelijk.
De crux van willekeur zit ’m toch in de onvoorspelbaarheid... Een computer kan dan ook helemaal
geen willekeurige getallen genereren: hij doet maar alsof.
Een randomgenerator is een programma dat een getal uitrekent op basis van het vorige getal dat hij
uitgerekend heeft, en soms ook nog op basis van iets anders: de tijd bijvoorbeeld.
Als je precies weet wat de systematiek van de randomgenerator is, kan je eenvoudig voorspellen wat het
volgende ‘willekeurige’ getal zal zijn dat het programma gaat ophoesten.
Een randomgenerator is dus helemaal niet 챕cht random, maar pseudo-random.
Alleen... hoe kan ik nu bepalen of een randomgenerator een echte is of een onechte?
Voor degenen die zich wenkbrauwenfronsend afvragen wat dit nu precies te maken heeft met de
onderhavige problematiek van de vrije wil, het volgende: we komen dicht in de buurt van een andere - veel
interessantere - kwestie.
Wat is het verschil tussen een onechte vrije wil en een echte?
Naast mijn computer staat een geheimzinnig kastje waar af en toe een piep uitkomt. Ik heb geen flauw
benul wanneer en hoe hard de volgende piep zal zijn en ik durf het kastje niet open te maken. Ik heb mij
door een geleerde laten vertellen dat het kastje een ware randomgenerator is: het kastje is volkomen
onvoorspelbaar. Ik wil de geleerde graag geloven, maar hoe weet ik dat hij gelijk heeft?
Misschien meent hij het heus, en denkt hij werkelijk dat het kastje een niet-deterministisch machientje is.
Maar dan nog; misschien zit het kastje eigenlijk vol met de meest geavanceerde computerapparatuur, met
randomgenerator op randomgenerator op randomgenerator.
Of wellicht is het principe van het kastje een nog ondoorgrond fysisch verschijnsel, en kan men over enkele
decennia vanwege toegenomen inzichten plots voorspellen wanneer en hoe hard mijn kastje gaat piepen.
Was-ie verdorie toch niet random!
Hoe is het mogelijk om zeker te weten dat iets wat werkelijk willekeurig lijkt, ook werkelijk willekeurig is?
Met de beste wil op aarde zie ik daartoe geen kans.
Het is onduidelijk wat precies het verschil zou zijn tussen onechte willekeur en echte willekeur.
En de conclusie die we daaruit moeten trekken, is dat zelfs in een wereld waarvan de geschiedenis en
toekomst volkomen vast lijken te liggen, willekeur kan bestaan.
Het gaat om het niveau waarop je het systeem beschouwt: in termen van bits en bytes of moleculen en
protonen is het best mogelijk dat mijn geheimzinnige kastje feitelijk net zo voorspelbaar is als een
mechanische apenkast.
Maar op een wat abstracter niveau - als we woorden gebruiken als ‘kastje’, ‘piepen’ en ‘geluid’ - is mijn
geheimzinnige kastje zo willekeurig als het maar kan.
Willekeuriger zal ik het niet krijgen.
Maar over de verschillen tussen onechte en echte willekeur ging het boek van Dennett helemaal niet. Dat
ging over de vrije wil. Toch kan ik los van de letterlijke relatie tussen de woorden ‘wil’ en ‘willekeur’
(natuurlijk niet voor niets) heel kort door de bocht de link met de vrije wil al wel leggen: als het mogelijk is
dat er willekeur bestaat in een wereld waarvan de loop voor de volle honderd procent vastligt, dan is
het ook mogelijk dat er in diezelfde wereld een vrije wil bestaat.
Een vriendje van de middelbare school hield me ooit een kartonnetje voor met de cijfers 1, 2, 3 en 4. ‘Kies
een cijfer’, vroeg hij me. ‘3’, antwoordde ik. Waarop hij het kartonnetje omdraaide en mij de achterkant liet
lezen: ‘Waarom 3?’ Ik dacht nog even dat het een truc was, maar na inspectie van het kartonnetje bleek dat
niet het geval. De meeste mensen kiezen blijkbaar voor 3.
Van dit soort gebrek aan keuzevrijheid word ik zenuwachtig: blijkbaar ben ik een stuk voorspelbaarder
dan ikzelf dacht.
Zelfs voor eenvoudige puberale jongetjes op middelbare scholen. Nog zenuwachtiger word ik wanneer de
slager van tevoren weet welke worst ik wil, en wanneer mijn vriendin precies weet welke kleren ik vandaag
aan wil trekken. Maar dit is niet het niveau waarop ons gebrek aan vrijheid zich normaliter manifesteert.
Het harnas van het onafwendbare lot bevindt zich op lagere fysische niveaus: atomen, protonen,
moleculen. Dat soort dingen.
Ik kan mij prima voorstellen dat een of andere superwetenschapper van een verre planeet in een razend
tempo alle deeltjes die mijn lichaam vormen ‘doorziet’, en zo honderd procent nauwkeurig kan voorspellen
wat dat lichaam - ik - zal gaan doen.
Ik wil best geloven, en vind het niet bedreigend, dat ik op een zeer fijn en fysisch niveau beschouwd net
zo’n voorspelbare mechanische aap als in de Bijenkorf ben.
Er is namelijk helemaal niemand die mij op zo’n uitermate detaillistisch niveau beschouwt.
Het zou nogal onhandig zijn: mijn vinger alleen al bestaat uit meer dan tien tot de 20e atomen. Als iemand
in termen van atomen over mijn vinger zou willen reppen, dan moet hij heel snel kunnen praten. (Anders
bestaat mijn vinger niet meer tegen de tijd dat hij uitgesproken is.)
Wanneer we efficiënt over elkaar willen praten, gebruiken we woorden als ‘vingers’, ‘maagwand’ en
‘neuronen’.
En op dat grofmazige niveau verdwijnt onze voorspelbaarheid als sneeuw voor de zon; kunnen we
ontsnappen aan het harnas van het lot; en is er een plek voor onze vrije wil.
Bovendien kunnen wij niet anders.
Wij zijn helemaal niet in staat om de deterministische wereld van atomen en moleculen te doorzien.
Wij moeten reppen over grove en relatief vage begrippen als ‘vingers’, ‘maagwand’ en ‘neuronen’. En het
kan ook haast niet anders dan dat we binnen een dergelijke grove beschouwing van de wereld vrij zijn.
De atomen die een neuron bouwen, zijn wellicht gebonden aan de onafwendbare afloop van het lot;
het neuron in zijn totaliteit beschouwd is dat helemaal niet. En wanneer dat neuron begint te vuren, als
gevolg waarvan ik met mijn vingers op de tafel tik, dan tikte ik - op min of meer abstract niveau beschouwd uit eigen vrije wil; en niet omdat de atomen in mijn brein mij daartoe aanzetten.
Zoals er geen verschil is tussen echte willekeur en onechte willekeur, is er ook geen verschil tussen een
onechte vrije wil en een echte vrije wil.
Maar is die vrije wil nou echt?
Of is het een pseudo-vrije wil, die alleen maar echt lijkt omdat we geen tijd hebben in details te treden?
Volgens Dennett is het een echte vrije wil.
Zo echt als je ’m krijgen kunt. Zoals er geen verschil is tussen echte willekeur en onechte willekeur is er ook
geen verschil tussen een onechte vrije wil en een echte vrije wil.
En bovendien, wat is het alternatief: een dobbelsteen in uw hoofd die zich niets aantrekt van de mogelijke
voorspelbaarheid van de wereld? Hoe kunt u daar nou tevreden mee zijn?
Dan bent u het ook niet die vrije keuzes maakt; dan is het de dobbelsteen. Wat mij betreft liever een
machine die het idee heeft over een vrije wil te beschikken, dan een soort van roulettewiel dat lukraak
handelt.
Overigens - en dat moet echt gezegd - beweert Dennett niet dat het universum werkelijk zo’n glazen
apenkast is: een deterministische machine waarvan het lot bij voorbaat vaststaat.
W챕l beweert hij dat, mocht het universum zo’n apparaat blijken te zijn, dit niets afdoet aan onze vrije
wil.
En dat wij, om onze vrije wil een plek te kunnen geven in het universum, geen magisch ingredi챘nt nodig
hebben dat zich onttrekt aan de natuurwetten of dat nieuwe, magische natuurwetten nodig heeft.
Wie is dan verantwoordelijk?
Als de keuzes die ik maak al vastliggen in de afwikkeling van de geschiedenis, hoe kan ik dan
verantwoordelijk zijn voor de gevolgen van mijn keuzes en daden?
Wanneer zo’n mechanische aap een andere aap een klap voor zijn kop geeft, nemen we het de aap niet
kwalijk.
Hoogstens de fabrikant van de kast.
Maar wie anders zou verantwoordelijk zijn?
Atoom numero 483.978 in neuron 760.910?
Nee toch zeker?
‘Verantwoordelijkheid’ is een begrip dat hoort op het niveau van mensen (en wellicht dieren of robots), maar
niet op het niveau van atomen en neuronen
Het begrip ‘verantwoordelijkheid’ heeft slechts betekenis als het om grote bergen atomen gaat, die
bovendien nog aan allerlei voorwaarden voldoen (de bergen atomen moeten hun eigen daden kunnen
overzien bijvoorbeeld).
Het is onzin je te verschuilen achter het argument dat je er niks aan hebt kunnen doen omdat alles al
vastlag.
En bovendien zinloos:
zelfs de mechanische aap die andere apen slaat en daar overduidelijk niets aan kan doen, wordt op
een gegeven moment uit de kast verwijderd en bij het afval gezet.
Toch lijkt het soms alsof Dennett zich in dit soort overwegingen met een jantje-van-leiden van de details
afmaakt.
Commentaar van andere denkers luidt:
‘Wat bedoelt Dennett nu precies met begrippen als “verantwoordelijkheid” en “vrijheid”?
En heeft hij niet een overdreven instrumentalistische visie op het begrip “wil”?
’ Dennetts repliek komt er in wezen op neer dat je niet om eenduidigheid moet vragen als die er niet is: het
is niet crystal clear wat ‘vrijheid’ betekent, en je kunt zelfs twijfelen aan de betekenis van een woord als
‘vinger’.
Veel academici moeten hieraan wennen.
Ze zijn ervan overtuigd, of hopen, dat het begrippenkader van hun vakgebied eenduidig en waar is.
Dat Dennett dit twijfelachtig vindt, wil ik graag illustreren met een laatste - in mijn ogen prachtig - raadsel uit
Freedom Evolves:
1) Ieder zoogdier heeft een moeder.
2) De moeder van een zoogdier is wederom een zoogdier.
3) Het aantal thans levende zoogdieren is eindig.
4) Het totale aantal zoogdieren dat 체berhaupt ooit geleefd heeft is eindig.
Klinkt stuk voor stuk logisch, maar klopt toch niet:
uit 챕챕n, twee en drie volgt namelijk dat het totale aantal zoogdieren dat ooit geleefd heeft oneindig is,
hetgeen evident niet het geval kan zijn.
Hoe kunnen we het conflict tussen bovenstaande vier zinnen wegwerken?
Wat is de oplossing van het raadsel?
De oplossing is dat zoogdieren helemaal niet bestaan.
In ieder geval niet op de eenduidige en heldere manier die we wellicht verwachten of hopen.
‘Zoogdier’ is een woord; een handig woord waarmee we de huidige wereld op een efficiënte manier kunnen
beschrijven en begrijpen.
Maar ga niet proberen de voor honderd procent sluitende definitie van ‘zoogdier’ te vinden, want die
is er niet.
En zo is er ook geen voor honderd procent sluitende definitie van het begrip ‘vrijheid’.
Toch beschikken we erover!
Zelfs als we in een mechanische apenkast blijken te leven.
http://www.academischeboekengids.nl/abg/do.php?a=show_visitor_artikel&id=268
Download