'Zonder de wetenschappen staat de filosofie nergens' Daniel C. Dennett over het bewustzijn, Darwin en de combinatie daarvan. Over Daniel C. Dennett kijk je letterlijk en figuurlijk niet gemakkelijk heen. Met zijn standaardwerk Het bewustzijn verklaard (1991) en de opvolger Darwins gevaarlijke idee (1995) toonde de imposante Amerikaan zich een van de belangwekkendste filosofen van het moment. Van onze medewerkster Griet Vandermassen Dennett louter omschrijven als filosoof betekent hem tekortdoen. De man is evenzeer thuis in wijsbegeerte als in neurowetenschappen, linguistiek, artificiële intelligentie, computerwetenschap en psychologie. Hij knutselt aan een robothondje, Cog genaamd, en staat in zijn werk een verklaring van het bewustzijn in puur fysiologische termen voor. Daarnaast hamert hij erop dat we het bewustzijn alleen kunnen doorgronden binnen een evolutionair kader. We moeten het met andere woorden bestuderen vanuit het perspectief van evolutie door natuurlijke selectie, de door Darwin ontwikkelde theorie die Dennett omschrijft als 'Darwins gevaarlijke idee' in zijn gelijknamige boek. Hierin zet hij de aard en de gevolgen van de darwinistische revolutie uiteen. Weinig filosofen beheersen zoveel kennisdomeinen, reden waarom hij wel eens de nieuwe Bertrand Russell wordt genoemd. Daniel C. Dennett: "Ik ben nog altijd filosoof, maar ik spendeer inderdaad veel meer tijd aan wetenschap. Ik vind dat je vandaag aan wijsbegeerte moet doen door haar te verrijken met de methoden en gegevens van de wetenschappen. Als ik een filosofische bijeenkomst bijwoon, leer ik daar meestal niets. Filosofen die in een feitelijk vacuûm werken, neigen ertoe te overschatten wat ze doen, namelijk louter voortgaan op hun intructies en voorzichtig argumentaties ontvouwen. "Het opbouwen van argumentaties is natuurlijk een essentieel onderdeel van het werk van een filosoof, maar je moet eveneens je empirische basis verrijken. De denkers uit het verleden gingen meestal op die manier te werk. De zelfisolatie van de wijsbegeerte van de rest van de wetenschappen is een negentiende-eeuwse en dus vrij recente ontwikkeling. Hume en Kant waren bijvoorbeeld sterk betrokken op de wetenschappelijke ontwikkelingen van hun tijd. Ze richtten zich niet alleen tot filosofen. Vandaag is dat vaak wel het geval, wat een slechte zaak is. Daar staat tegenover dat de wetenschap in het verleden nog niet veel zinnigs te melden had over kwesties als de menselijke natuur en het bewustzijn. Die ontwikkelingen zijn heel recent." Hoe verklaart u de antiwetenschappelijke houding van veel hedendaagse filosofen? "Dat is een ongelukkige vorm van zelfselectie. In het filosofiedepartement bevinden zich veel mensen die uit het wetenschappelijke veld verdreven zijn, omdat ze er ideeën op nahouden die in de wetenschappelijke wereld niet ernstig genomen worden. Ze gaan op zoek naar geestesverwanten en belanden zo in de filosofieafdeling. Ook daar vormen zich weer kleine gemeenschappen die intuïties in verband met een bepaald onderwerp delen. Dat is gevaarlijk, want de leden van zo'n gemeenschap sterken elkaar in hun opvattingen, terwijl die van dubieuze wetenschappelijke waarde zijn. "Aangezien het om ongefundeerde theorieën gaat, zouden ze op termijn moeten verdwijnen. Die termijn kan helaas lang uitlopen. Vaak betreft het immers uiterst intelligente mensen, met op hun beurt heel intelligente studenten die zich van een goede job aan de universiteit verzekerd zien. Zo zet het probleem zichzelf verder. Binnen de filosofie ontwikkelen zich dan heuse industrieën, met geïnitieerden en niet-geïnitieerden. Als je geïnitieerd bent, verwaarloos je de rest van je intellectuele ontwikkeling, want je raakt gespecialiseerd in theorie A. Op een dag ben je veertig jaar oud en ontdek je dat niemand theorie A nog ernstig neemt, terwijl dat domein het enige is wat je beheerst. Je dan nog intellectueel heruitrusten is een zware opdracht. "Ik vertoef al lang genoeg in de academische wereld om te kunnen getuigen van verschillende van dergelijke grootschalige intellectuele ommeslagen. Het behaviorisme van Skinner, dat al het mentale en al het leren verklaart als een vorm van conditionering, bleek bijvoorbeeld veel te simpel. Ook Freuds theorieën vielen door de mand. Er bevinden zich veel jonge fossielen in academische kringen. Elke student zou bang moeten zijn voor die val." Hoe staat u tegenover de evolutionaire psychologie, de discipline die onze mentale vaardigheden en ons gedrag bestudeert vanuit een darwinistisch perspectief? "Ik meen dat de evolutionaire psychologie soms het risico dreigt te lopen dat ik net beschreef. In dat domein wordt excellent werk verricht, maar er heerst soms een teveel aan enthousiasme en aan vijandigheid van de critici. Polarisering is nooit goed. Het antagonisme van velen buiten het veld leidt tot een defensieve houding, waardoor men tweederangswerk binnen de eigen kring niet graag bekritiseert. Toch is interne kritiek nodig, zo niet zullen anderen zich graag van die taak kwijten en de hele discipline naar de prullenmand verwijzen. Een evolutionaire benadering binnen de psychologie is een noodzaak, we kunnen de mens pas helemaal begrijpen als we hem beschouwen als een product van de evolutie. Dat die benadering er komt, staat vast, maar misschien zal ze een lange omweg van minderwaardige theorievorming vragen. "Mijn tegenstanders noemen mij een ultradarwinist, omdat ik natuurlijke selectie als de belangrijkste motor van de evolutie beschouw, ook van de evolutie van onze mentale vermogens. Die opvatting bevat echter niets 'ultra'; ze sluit perfect aan bij de manier waarop de meeste hedendaagse evolutiebiologen Darwins theorie interpreteren. Alleen degenen die het menselijk brein willen vrijwaren van een darwinistische benadering vinden dat extreem." Toch noemt u het darwinisme een universeel zuur, wat niet echt gematigd klinkt. "Daarmee bedoel ik dat de idee van evolutie door natuurlijke selectie al onze gevestigde overtuigingen over de natuur, het leven en de mens aantast, net zoals een universeel zuur alles aanvreet. Dat beeld kan inderdaad de polarisering versterken, maar die was er toch al. Ik geef ze alleen een naam. De fundamentele bedoeling van mijn boek Darwins gevaarlijke idee was aan te tonen dat volgens ons, darwinisten, alle menswetenschappen consistent dienen te worden gemaakt met of op zijn minst geïnformeerd door een darwinistisch perspectief. Voor mij spreekt dat vanzelf, want het alternatief is een soort van onzinnig dualisme tussen lichaam en geest. Tegelijk wilde ik de aandacht richten op de belachelijk grote angst die de debatten over dat onderwerp vervormt. Ik wil aantonen hoe een darwinistisch perspectief in feite die zaken helpt bewaren die mensen vrezen erdoor kwijt te spelen, zoals moraliteit en vrije wil. "Velen wantrouwen een theorie die op zoveel tegelijk van toepassing is, zowel op het ontluikende blad aan een boom als op het complexe menselijke gedrag. Niemand zal echter ontkennen dat alles, ook de mens, onderhevig is aan de wetten van de zwaartekracht. Op een gelijkaardige manier gehoorzamen alle levende organismen aan de wetten van evolutie door natuurlijke selectie. Het materialisme, de opvatting dat de eigenschappen van levende organismen in principe in fysische en chemische termen beschrijfbaar zijn, heeft vandaag het pleit gewonnen. Toch geloven mensen nog altijd graag dat, zelfs als de fysica ons brein regeert en brein en bewustzijn in zekere zin samenvallen, de wetten van onze geest niet tot fysica te herleiden zijn, uit angst hun gevoel van vrije wil te verliezen. Momenteel werk ik aan een boek over de evolutie van de menselijke vrijheid, precies om aan te tonen dat een evolutionair perspectief geen opponent van vrijheid is, maar het begrijpen daarvan betekent. Het toont hoe onze vrijheid zich evolutionair ontwikkelde." Een darwinistisch perspectief impliceert evenmin dat de mens inherent slecht is, zoals de populaire opvatting luidt. "Inderdaad. Het darwinisme stelt niet dat we immoreel zijn, maar evenmin dat we niet verantwoordelijk zijn. In dat opzicht verschillen we radicaal van andere soorten. Wij denken over hen als levend in een wereld waarop de menselijke moraliteit niet van toepassing is. We beschouwen vleesetende dieren niet als moordenaars. Anders dan wij bezitten dieren niet de conceptuele ruimte om verantwoordelijk gehouden te kunnen worden. Ik wil tonen hoe die morele ruimte in de loop van de evolutie ontstond. "Volgens sommige critici van de evolutionaire psychologie, waaronder paleontoloog Stephen Jay Gould, zijn vele specifiek menselijke mentale vermogens, waaronder moraliteit, louter een bijproduct van onze grote hersenen en ontwikkelden ze zich dus niet door natuurlijke selectie. Dat is ofwel mystiek, ofwel betekent het dat je toegeeft geen verklaring te hebben. Op die manier zou onze intelligentie ook een bijproduct van onze grote teen kunnen zijn. Natuurlijk lijkt het zinniger de verklaring ervoor in ons brein te zoeken, maar waarom is dat zo? Naar het toeval verwijzen betekent dat je niet helder denkt. Wie wil uitleggen hoe onze hersenen aan de basis van onze specifieke intelligentie liggen, moet met een evolutionaire verklaring voor de dag komen, die licht werpt op de manier waarop ons brein functioneert. "Mensen kunnen niet geloven dat een mechanisch proces als natuurlijke selectie in staat zou zijn tot het scheppen van iets als ons vermogen tot creativiteit. Ze aanvaarden wel een darwinistische verklaring voor het ontstaan van de nachtegaal, maar niet voor de 'Ode aan een nachtegaal' van John Keats. Menen ze dan dat dat laatste zoveel wonderbaarlijker is dat men het niet door een zelfde soort proces kan verklaren? Wat een hoogmoed!" Denkt u dat onze ethische waarden een objectieve basis in de realiteit kunnen krijgen? "Zeker. Ik meen dat alleen een naturalistische benadering tot een objectieve ethiek kan leiden. Met de term naturalisme bedoel ik een visie op mensen en andere dieren als biologische wezens met soorteigen noden en behoeften; het is een breder begrip dan darwinisme. Elke niet-naturalistische opvatting van ethiek is volgens mij vals of relativistisch. Er zijn sterke, niet-imperialistische argumenten aan te voeren voor de universaliteit van de mensenrechten, net als voor de morele superioriteit van de positie van de vrouw in het westen tegenover die in sommige traditionele culturen. "Postmodernen stellen dat wat mensen als moreel ervaren alleen een kwestie van culturele traditie is. Dàt vind ik pas een aanstootgevende opvatting. Even verwerpelijk acht ik de postmoderne bewering dat wetenschap gewoon het zoveelste vertoog is, niet te verkiezen boven enig ander. Het postmodernisme is een sociaal schadelijke ideologie, die talloze tegenstellingen bevat en nauwkeurig onderzoek niet overleeft. Het is lui denken en zoiets heeft altijd ongelukkige gevolgen." 'Volgens postmodernen is wat mensen als moreel ervaren alleen een kwestie van culturele traditie. Dat vind ik pas een aanstootgevende opvatting' De Morgen, 2001 Uitgeverij De Morgen n.v. Griet Vandermassen 3 november 2001 De evolutie als staartdeling Uit NRC Handelsblad DANIEL C. DENNETT: Darwin's Dangerous Idea. Evolution and the Meanings of Life Blijkbaar hebben veel mensen er grote moeite mee om toe te geven dat we maar een ondeelbaar ogenblik van de geschiedenis van het leven aanwezig zijn geweest en zijn we, volgens de evolutiebioloog Stephen Jay Gould, niet bereid de overtuiging prijs te geven “dat we boven aan de ladder staan, en daarom met recht de wereld beheersen, of dat we op zijn minst het eindprodukt zijn van een voorspelbaar proces dat is bedoeld om ons voort te brengen”. Van oudsher redeneerden filosofen als John Locke en David Hume daarom vanuit het 'argument from design': de menselijke geest is zoiets ongelofelijks, dat die wel door iemand ontworpen en geconstrueerd moet zijn. De evolutieleer is niet alleen daarom al jarenlang een omstreden theorie. Er bestaan nog altijd controversen over de manier waarop zij bepaalde verschijnselen verklaart. Het is dan ook niet verwonderlijk dat tegenstanders dergelijke discussies tussen evolutiebiologen over bepaalde aspecten van de theorie volledig uit hun verband plegen te trekken. Daarnaast is de theorie - helaas ook door voorstanders - vaak verkeerd geïnterpreteerd. Neem het beroemde begrip 'survival of the fittest', dat al in 1864 door een fervente aanhanger van Darwin, Herbert Spencer, werd verzonnen. Het is natuurlijk een regelrechte tautologie, want wie zijn immers het sterkste? Degenen die overleven, en wie overleven? De sterksten: 'the survivors survive'. Het is een vaak gebruikt argument tégen de evolutietheorie, maar berust op een verkeerde interpretatie. Natuurlijke selectie Het grote probleem blijft wel dat de evolutietheorie eenvoudig niet te bewijzen is, en alleen maar aannemelijk gemaakt kan worden. Dat was ook precies wat Karel van 't Reve ertegen bleek te hebben toen hij aan het eind van de jaren zeventig een felle discussie voerde met Dick Hillenius en Maarten 't Hart: als de giraffe door zijn lange nek de strijd om het bestaan kon winnen, omdat hij beter bij de hoogste blaadjes kon komen, waarom heeft de zebra dan niet verloren? Bestaat er eigenlijk wel een biologische eigenschap die geen voordeel oplevert? Hoe amusant vragen als deze ook mogen zijn, ze versluieren toch waar het echt om gaat, en dat is Darwins fundamentele inzicht van evolutie door natuurlijke selectie. Dat principe, Darwin's Dangerous Idea, staat, na bijna honderdvijftig jaar lang fervent te zijn aangevallen, nog altijd als een rots overeind. Het grijpt volgens de Amerikaanse filosoof Daniel Dennett “dieper in het stelsel van onze meest fundamentele overtuigingen in dan veel van zelfs zijn meest geraffineerde voorstanders zich hebben gerealiseerd”. Het is niet verwonderlijk dat juist Dennett zich in zijn nieuwe boek opwerpt als zo'n 'sophisticated apologist'. Al jarenlang is hij de grote voorvechter van de Kunstmatige Intelligentie (KI), de tak van de cognitieve psychologie die ervan uitgaat dat een goed geprogrammeerde computer met de juiste input en output een menselijke geest kan hebben. Dennett ziet de evolutie dan ook niet alleen als een volledig door het toeval geregeerd, blind en mechanistisch proces, maar zelfs als een algoritme, een formeel proces dat steeds wanneer het gevolgd wordt, hetzelfde resultaat oplevert. Zoiets als het uitvoeren van een staartdeling of het bijhouden van een huishoudboekje. Keer op keer hamert hij dit concept er bij zijn lezers in, en - bijna paranoïde ziet hij in de tegenstanders van de evolutie voortdurend dezelfde individuen die ook diens 'evil twin', de KI, bestrijden. Op zichzelf zit daar natuurlijk wel wat in. Als de menselijke geest immers niets anders is dan het produkt van een evolutionair proces, dan hebben ook onze geestelijke vermogens uiteindelijk een mechanische verklaring, en staat niets een computer-imitatie ervan in de weg: “We stammen af van computerprogramma's en we bestaan eruit, en niets dat wij kunnen ligt buiten hun bereik.” Als niet-bioloog moet Dennett zich voor de meer 'technische' details overigens op anderen verlaten. Eén van zijn helden is de Engelse zoöloog Richard Dawkins, die hij het hele boek door te pas en te onpas citeert. Dawkins betoogt, al sinds in 1976 zijn boek The Selfish Gene uitkwam, dat wij mensen niets anders zijn dan overlevingsmachines voor onze genen, die ons tot bepaalde gedragspatronen aanzetten om te kunnen overleven en zich te kunnen vermenigvuldigen. Nadat Dennett zijn opvattingen in het eerste deel heeft uiteengezet, en aldus een solide basis voor het vervolg heeft gelegd, begint hij zijn kruistocht tegen alles en iedereen die het waagt daaraan te twijfelen. Zo passeren achtereenvolgens de verschillende hypotheses over de allereerste stappen op weg naar het leven de revue en wordt het belang van het fenomeen van zelfreplicatie duidelijk verklaard. Voortdurend legt Dennett er de nadruk op dat alles op mechanistische wijze, uit eenvoudige basisprincipes is te verklaren, ofwel dat daarvoor, zoals hij zelf zegt, uitsluitend 'cranes' nodig zijn en geen 'skyhooks', denkbeeldige haken uit de hemel. Doelwit De biologie wordt in die optiek dan ook eerder een soort technologie, waarvan de produkten steeds door een functionele bril moeten worden bekeken: wat is de overlevingswaarde ervan? Waarom zijn bloemen zo mooi gekleurd? Niet om ons een plezier te doen, maar om insekten aan te trekken die voor bestuiving (voortplanting) kunnen zorgen. Op grond daarvan - en dwars tegen de gangbare orthodoxie in - concludeerde de Oostenrijkse zoöloog Von Frisch dat insekten kleuren moesten kunnen zien, wat hij later ook via elegante experimenten wist aan te tonen. Een ander voorbeeld is de ontdekking van de endorfinen, natuurlijke pijnonderdrukkers in ons lichaam. Moleculair biologen ontdekten in de hersenen bepaalde receptoren, die vreemd genoeg heel specifiek bleken te zijn voor morfine, een door mensen gesynthetiseerde pijnstiller. En zo'n 'natuurlijk slot' is er natuurlijk niet voor niets, daar hoort een natuurlijke sleutel bij. Opvallend is dat Dennett bij dit alles meestal lijnrecht ingaat tegen de opvattingen van Stephen Jay Gould, een grootheid binnen de evolutiebiologie. Hij vormt bijna in zijn eentje het doelwit van het hele tweede deel, vooral omdat zijn populaire boeken over de evolutie in de ogen van Dennett een verwrongen beeld geven. Zo is Gould een verklaard tegenstander van het adaptationisme, 'het proberen uit te vinden wat Moeder Natuur in gedachten heeft gehad', is hij van mening dat er van tijd tot tijd radicale versnellingen in het evolutionaire proces optreden en meent hij dat wij er niet zouden zijn als de “tape van het leven opnieuw zou worden afgespeeld”. Het zijn allemaal opvattingen die afbreuk doen aan de simpelheid van 'Darwin's Dangerous Idea', en ze zijn onnodig, zoals Dennett op toch wel overtuigende wijze laat zien. Tenslotte worden ook nog wat andere, onschuldiger theorieën onschadelijk gemaakt, zoals de opvatting dat het leven uit het heelal afkomstig is, of dat het al verschillende keren opnieuw ontstaan is: “Aardige theorieën, maar irrelevant.” Je ziet Dennett bijna tevreden achterover leunen. Hij is dan inmiddels aangekomen in het laatste deel, dat gewijd is aan de razendsnelle culturele ontwikkeling die de mens in de afgelopen paar honderdduizend jaar heeft doorgemaakt. Opnieuw in strenge navolging van Dawkins ziet Dennett deze als het directe gevolg van een evolutie van memen. Dit zijn ideeën, gewoontes en methoden die zich onder de hele mensheid hebben kunnen verspreiden. Hierdoor kan er tegenwoordig binnen een enkele generatie een vooruitgang optreden die de resultaten van miljoenen jaren 'gewone' evolutie in de schaduw stelt. Wij begrijpen fenomenen, die voor zelfs de meest geniale tijdgenoten van onze voorouders volkomen ondenkbaar waren! Taal heeft bij dit alles een doorslaggevende rol gespeeld, en Dennett zou Dennett niet zijn als hij ook op dit gebied weer de confrontatie met een autoriteit, Noam Chomsky, opzoekt. Deze taalkundige ontwikkelde de theorie dat ons taalvermogen aangeboren is, maar ontkent samen met Gould en tot verbazing van Dennett - een evolutionaire oorsprong. Ook op dat gebied zijn 'skyhooks' onnodig. Toch is er voor Dennett een grens. Die bereikt hij wanneer hij op zoek gaat naar de oorsprong van de moraal. Hier moeten de sociobiologen het ontgelden. Zij beweren immers bij monde van hun voorganger E.O. Wilson dat 'de moraal slechts een adaptatie is om onze voortplantingskansen te bevorderen'. Dat gaat de aarts-reductionist Dennett toch te ver. Voor hem zijn sociaal gedrag en solidariteit binnen een groep veel eerder cultureel bepaalde verschijnselen. De sociobiologen willen te veel en maken zich schuldig aan 'greedy ethical reductionism'. De mens is, anders dan alle andere diersoorten op aarde, in staat boven zijn biologische beperkingen uit te groeien of er zelfs aan te ontsnappen: wij hebben als culturele wezens eenvoudig de beschikking over machtiger 'cranes' dan welke andere diersoort ook Daniel C. Dennett Meesterbreinen(4) :bewustzijnsfilosoof;Daniel C Dennett 'Voorgeprogrammeerde robots zijn we,meer niet ‘ Van mijn vier helden Gary Lynch, Richard Dawkins, Daniel C. Dennett en Oliver Sacks is de Amerikaanse bewustzijnsfilosoof Dennett (59) de meest duistere, de 'moeilijkste', maar wellicht ook de geniaalste denker . 'De enige die de theorieen van Dennett volkomen begrijpt, is Dennett zelf,' vertrouwde Oliver Sacks mij in een opwelling van nederigheid toe. En bij Wim Kayzer vroeg Sacks zich af 'of iemand als Daniel Dennett nu kinderen had, of een hond'Dennett (hoofdwerk: 'Consciousness Explained', in het Nederlands 'Het bewustzijn verklaard') blijkt een no nonsensemens. In twee, drie korte e-mails wordt het interview geregeld. Afspraak is het Centre national de la recherche scientifique in Parijs, waar Dennett de Prix Jean-Nicod in ontvangst neemt en er gedurende acht dagen een reeks lezingen over zijn theorie van het bewustzijn geeft Op een druilerige dinsdagmiddag neem ik de metro, stap uit inhet station Auteuil en loop door de rue Michel-Ange naar de ge-bouwen van het CNRS. Ik ben een kwartier te laat: als ik het halfverduisterde auditorium binnensluip, is de lezing al begonnen. Vooraan staat een bijna twee meter lange, van een baard en bril voorziene Amerikaan, met naast zich een tafeltje en een laptop. In de zaal zit een dertigtal dames en heren: de fine fleure van 'denkend' Parijs. Met monotone stem dreunt Dennett zijn theorie af, en illustreert het uitgesprokene af en toe met nogal schraal aandoende zwart-witbeelden in PowerPoint. Onder-werp: de heterofenomenologie\ Dennett doceert in het Engels. Het publiek veinst aandacht maar is er niet echt bij.Als de prof er al na drie kwartier mee ophoudt, golft een zucht van opluchting door de zaalTwee uur later neemt Dennett mij mee naar zijn hotel: een door de universiteit ter beschikking ge-stelde studio in de rue Suger. Een beetje klagerig toont hij mij de gammele sofa, de lege koelkast en de armtierige keuken. Hij wil perse dat ik een foto van hem neem - "Kwestie van aan mijn vrouw te laten zien in wat voor fantastische omstandigheden ik hier gehuisvest ben. Anders denkt ze dat ik in gay Paris de bloemetjes buitenzet.' TerwijI ik een cassette in de bandopnemer stop, hebben we het nog even over de lezing van daarnet. zucht Dennett 'ik kon voelen dat ze er niets van begrepen. Alsof hun filosofie bij Descartes is blijven stilstaan.' 'Achja,' Dennett verontschuldigt zich voor het feit dat hij mij niets kan aanbieden en staat erop dat ik in de fauteuil plaatsneem. Zelf gaat hij met zijn enorme gestalte op een kleine keukentaboeret zitten. Pas twee uur later zal hij weer op-staan. Voorwaar! Voor de wetenschap moet je lijden HUMO : U bent naar het schijnt een vrij behoorlijk amateurgoochelaar DANIEL C. DENNETT Ik ben niet meer echt goed: ik heb al drie jaar niet meer geoefend (Iaht). Maar ik weet er wel veel meer van af dan de meeste van mijn academische collega's. Enkele grote goochelaars hebben mij het geheim van hun trucs verklapt. Vroeger trad ik weleens op voor de familie, maar dat doe ik allang niet meer. Mijn specialiteit is: trucs met speelkaarten. HUMO Een goochelaar is boven alles een illusionist: hij buit de zwakheden van het brein uit. DENNETT Dat klopt Sommige goocheltrucs zijn al eeuwenoud:van vader op zoon doorgegeven zonder dat iemand achter het geheim kwam. Er ligt een berg interessant materiaal op psychologisch onderzoek te wachten. Ons brein en ons bewustzijn zitten vol met goocheltrucs: veel is gebaseerd op illusie." HUMO U bent geboren in Libanon, uw vader was Amerikaans diplomaat. Wat voor soort schooljongen was u? DENNETT Ik heb maar vage herinneringen aan Libanon: ik was een jaar of drie toen mijn vader stierf. Na zijn dood is mijn moeder meteen weer naar de States getrokken. Op school hoorde ik bij de top, zonder echt te studeren. Ik hoefde mij niet in te spannen: het ging te gemakkelijk allemaal Ik was nogal een haantje de voorste, ik bruiste van het zeif-vertrouwen. In mijn vrije tijd was ik een verwoed knutselaar: alles wat mij in handen viel, haalde ik uit elkaar. Ik was altijd aan het schroeven of hameren. Ik wilde weten hoe iets gebouwd was. HUMO Was u gelovig ? DENNETT Mijn ouders waren agnostici, ik heb het geloof dus niet met de moedermelk binnengekregen. Maar ik was wel - zoals zoveel kinderen van atheisten -gefascineerd door het geloof. Op eigen houtje ging ik naar de zondagsschool om er naar de verhaaltjes uit de bijbel te luisteren. Tot in de high school bleef die fascinatie duren, in die mate dat mijn moeder bang werd dat ik een pilaarbijter zou worden (lacht). Ik trok op met de Christian Scienュtists en nam deel aan hun zomerkampen. Ik las hun publicaties en bestookte hen de hele tijd met vragen. Want zelf geloofde ik niet: ik was vooral gefascineerd door waarom anderen geloofden. HUMO : Wat voor soort vragen stelde u uzelf in die jonge jaren? DENNETT Ik was nogal geobsedeerd door het solipsisme - het gevoel dat alleen ik –ipso factum - besta, en dat ik de anderen en de rest van de wereld fantaseer. leder jaar opnieuw vertel ik mijn eerstejaarsstudenten over het solipsisme, en dan vraag ik hun wie als kind ooit hetzelfde heeft gedacht. Nou, bijna allemaal Ik stelde mezelf ook vragen over tijd en ruimte en het heelalIs het verleden wel echt gebeurd? Zou je een machine kunnen bouwen om in de tijd te reizen? Wat ligt er buiten de grenzen van het heelal? Al dat soort sciencefictionachtige vragen die ieder verstandig kind zichzelf stelt Als jongen van een jaar of twaalf kreeg ik een boek dat je kon beschouwen als een algemene inleiding tot de modeme na-tuurwetenschappen. Daarin werd de relativiteitstheorie van Einュstein op vrij eenvoudige wyze verklaard. Ik was gek op dat boek - ik heb het misschien wel twintig keer herlezen Mijn belangstelling voor de evolutietheorie van Charles Darwin dateert van mijn eerste jaar aan de universiteit.Met enkele vrienden hadden wij 'Inherit The Wind' opgezet, een toneelstuk omtrent het fameuze 'Apenproces' dat in Tennessee, tegen de jonge biologieleraar John T. Scopes werd gevoerd. Scopes had het gewaagd in zijn les de evolutietheorie van Darwin uit te leggen. De Amerikaanse creationisten - de lui die het bijbelse scheppingsverhaal letterlijk nemen en het bestaan van een gemeenschappelijke voorouder van mens en aap ontkennen -schreeuwden moord en brand en sleepten Scopes voor de rechtbank. Scopes werd veroordeeld en de evolutieleer van Darwin werd bij wet uit alle Amerikaanse schoolboeken geweerd Maar goed, vanaf de eerste kennismaking besefte ik de kracht en de schoonheid van Darwins idee. Het gaf mij een schok, niet alleen van bewondering maar ook van jaloersheid Ik dacht: 'Waarom ben ik daar niet uit mezelf opgekomen!' Die fascinatie is overigens gebleven (in 1995 heeft Dennett een schitterend boek over de evolutietheorie geschreven, 'Darwins gevaarlijke idee', humo : Herinnert u zich nog de dag dat u de eerste steen legde van uw theorie over het bewustュzijn? DENNETT 0 ja, die herinner ik mij nog perfect. Ik las de 'Meditationes' van de Franse filosoof Descartes, en toen ik het uit had, wist ik: Descartes heeft het mis met zijn dualisme - zijn onderscheid tussen stof en geest, tussen de hersenen en hun bewust-zijnsinhoud. Er bestaat niet zoiets als geestesspul. The mind is the brain - de geest is het brein; en ze zijn allebei van stof, van materie, van atomen en moleculen en aminozuren en noem maar op. Het idee kwam als een blikseminslag. En ik besloot er de rest van mijn leven aan te wijden. humo Was het een intuftieve opstoot van inzicht ? DENNETT Ja. Ik herinner mij nog perfect de dag, ik weet nog waar ik zat - in Middletown, Connecticut Descartes was een van de eerste teksten die we die herfst lazen. Ik weet nog in welke kamer ik zat, er stond een mooie lindeboom buiten - ik las Descartes en staarde door het raam naar die boom en ik dacht: 'Nee, Descartes heeft het niet door." Geen hart HUMO Descartes zegt: 'Ik denk. dus: ik besta.' Maar u zegt: 'Ik besta niet. Ik ben een robot.' Op dit ogenblik neem ik dus een interview van een robot af? DENNETT Ja, met dien verstande dat u ook een robot bent. Of juister: u, ik, wij allemaal, ook de dieren, ook de planten, wij zijn allemaal samengesteld uit kleine, geestloze robots: de cellen. Dat zijn organische robots zonder geest en zonder bewustzijn; ze weten van niets. Maar het ontwerp is geniaal, en een cel is tot zeer veel taken in staat. De aard van die taak hangt simpelweg afvan zijn plaats in het lichaam. Een hartcel is in de grond gelijk aan een maagcel of een levercel of een breincel. Een jonge, nog niet gedifferentieerde stamcel voert, naargelang hij in het hart, de lever of het brein belandt, een welbepaald deel van zijn gigantische instructiecode -het DNA - uit. Een stamcel is een alleskunner, een voetballer die op alle plaatsen van een elftal met succes kan worden opgesteld. Het gekke is nu dat alsje miljarden van die kleine robots op dejuiste plaatsen samenvoegt en onderling verbindtje een wezen met bewustzijn krijgt. Niet een van die robots weet wieje bent - hij trekt zich niets vanjou aan. En toch heb jij, of juister meen jij, een eigen autonoom ge-dachteleven te leiden. Dat is de verbazingwekkende waarheid! Wij zijn simpelweg een kolonie van aparte, domme machientjes. HUMO U beweert niet alleen dat wij bewuste robots zijn, u beweert ook dat het mogelijk moet zijn zo'n bewuste robot te bouwen: een machine die niet alleen handelt, maar ook denkt, voelt en zich van zichzelf bewust is? DENNETT Jazeker, dat is theoretisch mogelijk. Misschien is het praktisch niet doenbaar - maar dan alleen om vervelende redenen - omdat het te veel zou kosten, bijvoorbeeld Kijk, alsje een oor wilt maken, kun je dat oor kweken uit een menselijke oorcel die je bij een muis inplant. Dat gebeurt al, dat is geen scienceflction. Theoretisch, en vaak ook praktisch, is het mogelijk zowat alle organen van het menselijk lichaam te kweken We weten dat we bijna alle functies van het menselijk liュchaam kunnen vervangen door een artefact, een machine, een prothese, noem maar op. We beschikken over kunstnieren, hart-longmachines, heupen uit titaniュum enzovoort. Zelfs een gehoor-zenuw kunnen we door een prothese vervangen. Geen enkel deel vanje lichaam is onvervangbaar. leder neuron in je hersenen kan worden vervangen door een chip uit silicium. HUMO U bedoelt: iedere functie van het menselijk lichaam kan worden nagebootst. Maar dat blijft toch een imitatie; een hart-longmachine is toch geen hart? DENNETT Dat is nu net de grote fout. Ik ben een die-hard aan-hanger van het functionalisme, en het mooie van die denkrichting is dat ze zich alleen om de functies bekommert, en niet om the real thing. Als wij de funcュties van een hart kunnen nabootsen, wel, dan hebben wij een hart. En als wij de nineties van het brein kunnen nabootsen, hebben we een brein. As simple as that. Ik zeg wel: alle functies. Een kunsthart kan tot nog toe niet alles wat een echt hart kan, maar daar wordt aan gewerkt. Een artificieel brein is niet zoveel moeilijker te bouwen dan een kunsthart. Het is niet zo'n dwaas idee dat wij ooit kapotte breinen zullen kunnen vervangen door een kunstbrein. Natuurlijk zal die reparatie niet volmaakt zijn - we mogen al blij zijn als we de belangrijkste functies kunnen herstellen -maar het staat buiten kijf dat dat kunstmatige brein wel een zelf-bewustzijn zai hebben tenminste als we ons werk goed hebben gedaan (lacht). Ik bedoel: als we erin slagen alle onderdelen van de hersenen mooi na te bootsen, zai dat brein per definitie ook een bewustzijn hebben. Zoals ik al zei: the mind is the brain, er is geen onderscheid tussen onze 'stoffelyke' hersenen en onze zogenaamd 'onstoffelijke' geest, zoals Descartes meende. HUMO In de film 'Al' van Steven krijgen we te maken met robots die als het ware ontsnappen aan nun mechanische brein en mettertijd een soort bewustzijn beginnen te ontwikkelen. DENNETT Natuurlijk heb ik 'Al' gezien. Maar ik was zeer onge-lukkig over de uitwerking. Het was a sugarcandy story, met veel sentiment en weinig wetenschap erin. Stanley Kubrick had er wellicht een veel betere film van gemaakt. Zoveel gemiste kansen! Elektrisch brein HUMO Als wij spreken over Al, artificiele intelligentie, hebben we het over computers. Nu zijn dat eigenlijk niet meer dan uiterst snelle telramen: ze doen niet meer dan tellen. DENNETT That's right. HUMO Dat kunnen ze dan ook beter dan wij, maar de echte kracht van het menselijk brein bestaat er dan weer in de geniale doeken in het Musee d'Orsay te schilderen, 'Hamlet te schrijven, 'De Negende' te componeren. DENNETT Kijk, het brein bestaat uit honderdtwintig miljard hersencellen, de neuronen, die onderling met elkaar verbonden zijn. Een zo'n neuron kan verbindingen hebben met tot veertigduizend collega's. Het brein is een gigantisch netwerk, met gigantisch veel knooppunten, waarin voortdurend informatie heen en weer schiet. Nu vraag ik je: hoe beslist het neuron welke informatie hij naar waar moet doorschakelen? HUMO Het telt? DENNETT Precies: het neuron telt alle positief geladen impulsen op en trekt er alle negatief geladen impulsen af. Aan het getal dat op die manier verkregen wordt, kan het aflezen wat het moet doen. Eigenlijk is dat een zeer eenvoudige taak, die we met de techniek van vandaag makkelijk kunnen nabootsen. Het brein is niet meer dan een verzameling van honderden miljoenen oneindig kleine rekenmachientjes. De uiteindelijke beslissing van een neuron is binair:het is ja of neen, signaal doorlaten of signaal niet doorlaten Ik weet het: dit is een oversimplificatie. Maar ik weet ook dat we met deze oversimplificatie zeer dicht zitten bij hoe onze hersenen echt werken. leder neuron op zichzelf zit uiterst simpel in elkaar, maar koppel er honderd miljard van aan elkaar enje krijgt: 'Hamlet', 'De Negende', Darwin, Picasso (lacht). De ware kracht van het brein bestaat erin op de wereld rondom zich te reageren en er informatie uit op te pikken. HUMO Ook uw goeie vriend Richard Dawkins is een fervent voorstander van de computer-metafoor DENNETTツォ Hoe meer informatie we over het brein opdoen, en hoe verder we gaan in het ontwikkelen van nieuwe computer-systemen, hoe duidelijker de parallellen worden. Ik weet het vroeger is het brein vergeleken met een uurwerk, of een stoom-machine, of een telefooncentrale, weet ik veel. Daar konje spreken van metaforen die door de nieuwe technologie zijn achterhaald. Maar met de computer zijn we in een nieuw tijdperk getreden: het brein lijkt niet op een computer, het is een computer In het DNA, dat in elk van onze miljarden cellen zit, zie je een oneindige opeenvolging van vierbasen: adenine, cytosine, thymine en guanine - afgekort A, C, T en G. De combinatie van die vier letters vomit de machinetaal voor de constructie van een mens. Een computer krijgt zijn instructies in de vorm van een eindeloze reeks enen en nullen ( noot een bit I of O ) de cel werkt met A, C, T of G. Het DNA is zuivere software, het laat zich lezen als een handleiding om onze cellen te vertellen hoe ze ogen, armen, benen, longen of hersenen moeten maken. Oneindig gecompliceerd. En tegelijk oneindig simpel: vier letters, meer is de mens niet.» HUMO In 'Darwin's Dangerous Idea' vertelt u hoe de Amerikaanse schrijver Edgar Allan Poe in enkele scherpe artikels de beruchte Von Kempelenschaakrobot ontmaskerde. Die robot bestond uit een machinekist vol draden en tandwielen, waaraan een mechanische pop zat die bijna alle partijen won. Door deductie kwam Poe ertoe te besluiten dat een echte schaker - een kind? een dwerg? - in de kast verborgen zat. Poe kreeg gelijk. Maar volgens u kreeg hij dat gelijk ten onrechte, om de verkeerde reden. DENNETT (lacht) Hier betreden wij weer het terrein van de magie. Die hele schaakrobot was zo gebouwd dat het leek alsof er onmogelijk een echte schaker in de kist kon zitten. Het was Poe meteen opgevallen dat de kist nogal wat gelijkenis vertoonde met die waarin goochelaars een vrouw stoppen om ze doormidden te zagen. Nu moet je je goed voorstellen: elektriciteit bestond toen nog niet. De man in de kist moest kunnen zien wat hij deed, dus stak hij een kaars aan. Maar kaarsvet, zeker het kaarsvet uit' die tijd, verspreidt een duidelijk herkenbare geur. Daarom werd bij het begin van de voorstelling - naast de kaars in de kist - ook altijd een kandelaar met een brandende kaars op de kist geplaatst, opdat de toeschouwers zouden denken dat de geur daarvan afkomstig was Poe, scepticus als hij was, vermoedde meteen dat er iets loos was met die kandelaar. Maar de hoofdreden waarom hij bedrog vermoedde, was een zuiver vooroordeel: 'Het is onmogelijk dat een pop kan schaken'. Vrij vertaald: een denkende robot beュstaat niet. Dat was het verkeerde argument, want kijk rondom je op iedere laptop vindje vandaag de dag een schaakprogramma waartegen de meesten van ons altijd zullen verliezen. En met de schaakcomputer Deep Blue slechtte IBM de laatste hindemis, door van wereldkampioen Garry Kasparov te winnen De gedachte-strijd HUMO De zo geroemde 'stream of consciousness' - de bewust-zijnsstroom die volgens de meeste schrijvers het toppunt van hersencreativiteit betekent- is in uw ogen een veeleer banaal proces DENNETT Er bestaat geen unieke stream of consciousness, simpelweg omdat er geen centraal hoofdkwartier - geen Cartesiaans Theater, voor de filosofen -bestaat waarin alle informatie samenkomt, om vervolgens te worden voorgelegd aan een soort Hoogste Autoriteit die dan het ik, het ego, zou zijn. In plaats van een zijn er tientallen informatiestromen die wedijveren om de bovenhand te halen Laat ik het zo uitleggen: de doordeweekse computer waarop u en ik dagelijks onze teksten tikken, is een seriele machine: zij werkt de opdrachten een voor een af. Het brein kan veel meer: het is een parallelle computer die meerdere taken tegelijk verricht. Wij kunnen bijvoorbeeld autorijden, ondertussen een broodje eten en daarbovenop nog eens met onze medepassagier een gesprek hebben over de cantates van Bach Het bewustzijn is eigenlijk een virtuele Von Neumann-maュchine die op het parallelle brein is geemuleerd. Misschien zal een voorbeeld je helpen dat te begrijpen. Als je je Intemet-aansluiting wil delen met een tweede computer, die vanje vrouw bijvoorbeeld, dan kunje dat doen door middel van een router, een kleine doos die het binnenkomende signaal verdeelt over de twee pc's. Die router bestaat uit chips en contacten en weet ik veel wat voor elektronische spullen allemaal. Maar! Je kunt ook werken -met een virtuele router: je koopt een softwareprogramma en laat het op beide computers lopen. Het zal precies hetzelfde doen als dat machientje. Kortom: wat je vroeger hardwarematig oploste, los je nu softwarematig op. Een modeme computer kan tientallen van die virtuele machines creeren Welnu, het bewustzijn moet je zien als zo'n - weinig efficiente - virtuele machine, gecreeerd binnen de klassieke bedrading van het brein. Het brein is een parallelle machine, het werkt aan meerdere taken tegelijk, maar het bewustzijn is serieel: het kan maar met een ding tegelijk bezig zijn. Uit al wat in het brein vonkt en knettert kan slechts een informatiestroom tegelijk het bewustュzijn bereiken. De informatie die in het bewustzijn aankomt is maar het topje van de ijsberg. J e zou zeifs kunnen stellen dat de verschillende processen in het brein onder elkaar een bikkelhar-de strijd uitvechten om 'aan de oppervlakte' te komen. Alsof ook zij een soort darwiniaanse selectie moeten doorstaan om te kunュnen overleven.ツサ Jekyll & Hyde HUMO U maakt ook groot voorbehoud tegen het 'ik' in dat zinnetje van Descartes, "1k denk, dus ik ben'. Eigenlijk beweert u dat het ik een illusie is , het “ik” bestaat niet DENNETT Laat ik het zo stellen:de meeste landen werken met een president. Zo'n president is niet eeuwig aan de macht: doorgaans wordt hij voor een welbepaalde tijd verkozen. En als hij in de problemen komt, kan het zelfs gebeuren dat hij nauwelijks enkele maanden aan de macht is. Zo gaat het ook toe in het brein: in ons hoofd zit geen alleenheerser, geen absolute despoot die voor eeuwig alle macht heeft en alle beslissingen neemt. Een president hangt van zijn partij af, en van zijn coalitie, van zijn meerderheid. Zo'n coュalitie kan gebroken worden, er kunnen wisselmeerderheden worden gevormd, enzovoort. Dat is een heel ander verhaal dan dat van Descartes In het brein worden voortdurend nieuwe allianties en coalities gevormd. Zij grijpen tijdelyk de macht, tot ze plotseling plaats dienen te maken voor een nieuwe coalitie. Eigenlijk wordt in het brein voortdurend slag geleverd, en wie tijdelijk de macht heeft, controleert de machine. Dat is dan het 'ik', het ego: een voortdurend wisselende coalitie. Ik zal niet ontkennen dat er sprake kan zijn van vrij stabiele regeringen. Maar dat hangt af van persoon tot persoon - van hoe je brein is opgebouwd. Het 'ik' is enorm contextgevoelig. Ik bedoel: de Daniel Den-nett die u hier ontmoet is significant verschillend van de Daniel Dennett die op zijn boerderij in Maine met de tractor rijdt(lacht). De ene Dennett deelt natuurlijk een heleboel informatie met de andere - ze beschikken bijvoorbeeld over ongeveer hetュzelfde geheugen. Maar stel dat ze niet hetzelfde lichaam zouden hebben; dan zou er voor een onbevooroordeeld waamemer ze-ker sprake zijn van twee totaal verschillende personen. ツサ HUMO Die stelling heeft juridisch gezien enorme consequenties. Als een van de twee Dennctts een moord begaat, wat heeft de andere daar dan mee te maken ? DENNETT Precies. Het fenomeen van de meervoudige persoonlij-heid is eigenlijk een perfecte illustratie van mijn theorie - al hoeft het bij de modale burger niet altijd zo spectaculair toe te gaan als in 'Doctor Jekyll and Mister Hyde' van Robert Louis Stevenson. Meervoudige persoonlijkheid is een juridisch en psychiatrisch/ei( - de rechtbanken weten dat het bestaat. Er zijn gevallen bekend waarin een moordenaar als motief opgaf: 'Stemmen hebben mij het bevel gegeven.' Waarschijnijk vertelde de moordenaar nog de waarheid ook. Maar dan zegt de rechter - en daar heeft hij overschot van gelijk in: "So what?' Want: de stemmen die de brave man het bevel gaven te moorden, waren zijn stemmen, ze leefden in hem, ze kwamen niet van buitenuit (lacht). HUMO Met 'Elbow Room' heeft u een heel boek over dit onderwerp geschreven: het probleem van de vrije wil. DENNETT Eigenlijk is dat geen metafysisch maar een politick om niet te zeggen gerechtelijk probleem. De rechtspraak bepaalt wat een zelf is, niet de metafysica. Het 'ik' is wat door een rechtbank voor zijn daden ter verantwoording kan worden geroepen. De anderen, de buitenwereld maュken je tot een 'ik': de maatschappij, de rechter, je geliefde,je baas. De anderen bombarderen mij tot Daniel Dennett: 'die beetje gekke, bijna twee meter lange, gebrilde en van een flinke baard voorziene Amerikaanse zonder-ing die meent dat wij allemaal robots zijn' (lacht). Dat beeld dat de buitenwereld van je heeft is overigens een goedkope en soms ook wrede generalisatie. Als je jezelf door de ogen van een ander zou zien, zou je jezelf nauwelijks herkennen. Drop the ego! HUMO : De oude zenmeesters leren ons dat je maar beter afstand doet van je ego: het is -letterlijk een hersenschim, een gevaarlijke en verslavende illusie die ons veel zielenpijn berokkent. Is dat niet zeer bondig samengevat wat u in al uw boeken beweert ? DENNETT Wat kan ik daar op antwoorden? Het is uiterst zeldzaam, misschien wel onmogelijk, om in de filosofie iets compleet nieuws te bedenken. Vroeg of laat blijkt toch dat driehonderd of misschien wel duizendjaar geleden een of andere oosterse wijsgeer precies hetzelfde heeft gezegd (lachtj Om vlakaf op je vraag te antwoorden: ja, het zenboeddhisme zit perfect in mijn richting. Arthur Schopenhauer heeft overigens ook al een keer het zenboeddhisme opnieuw uitgevonden. Het gebeurt de hele tijd, over de hele wereld." HUMO Hersenwetenschapper Gary Lynch zegt: 'De enige ma-nier om iets over het brein te zeggen, is: de doos, de schedel, te openen en de hersenen te on-derzoeken.' U, als bewustzijnsfilosoof, doet dat duidelijk niet. De beroemde biochemicus Francis Crick, medeontdekker van het DNA. zegt: 'Wat Dennett doet is over een motor praten zonder de motorkap te openen.' DENNETT (op zijn paard) Zelf open ik de motorkap niet, dat is waar. Maar ik werk en praat en discussieer met mensen die dat wel doen. Het is overigens kenmerkend voor mensen die de motorkap wel openmaken, dat ze gebiologeerd zijn door een probleem, en het grote geheel niet zien. Er zijn hersenwetenschappers die hun hele leven wijden aan de studie van een neuro-transmittor, en hoe die ingrijpt op zijn specifieke receptor. Hun kennis is waardevol - uit dat soort onderzoek kunnen nieuwe geneesmiddelen worden ontwikkeld - maar het is mijn onderュwerp niet. Mijn onderwerp is: het hewustzijn als geheel. Ik weet heus wel wat er biochemisch zo ongeveer in het brein gebeurt. Maar die kennis helpt mij geen sikkepit vooruit als ik het bewustzijn probeer te verklaren.쨩 HUMO Uw collega Colin McGinn beweert: 'Wij zullen het bewustajn nooit begrijpen. Wij zijn simpelweg niet verstandig genoeg om onszelf te verklaren. Net zoals een aap nooit Einsteins relativiteitstheorie zal kunnen begrijpen, laat staan uitleggen.' DENNETT Ik denk dat Colin McGinn juist zit: hij zal het bewustzijn nooit begrijpen (hilariteit). Een mensenbrein was tot voor kort inderdaad beperkt in zijn mogelijkheden. Maar wij, mensen van het derde millenniュum, zitten middenin een enorme culturele evolutie die onnoemelijk veel sneller werkt dan de evolutie volgens Darwin: als ik morgen een wetenschappelijke ontdekking publiceer, staat ze dezelfde dag al op het Internet en kan iedereen er zijn voordeel mee doen. Op die manier wordt de kennis van een individu met een enorme factor vermenigvuldigd Nu duizenden wetenschappers en filosofen zich iedere dag weer over het geheim van het brein en van het bewustzijn buigen, zie je een voor een muurtjes - en soms muren! - geslecht worden. Dingen die tien jaar geleden nog volkomen onbegrijpelijk waren - bijvoorbeeld de biochemie van het geheugen - zijn plotseling voor iedereen zonneklaar Iedere dag schuift de kennis op. Waarom zouden wij dan de moed laten zakken en lafweg zeggen: 'Dit lossen wij nooit op, want het is veel te moeilijk'? Eigenlijk is dat een verdachte houding - ze doet mij denken aan een luie student: 'Ik kan het niet, want het is te moeilijk.' Dan denk ik: 'Je kunt het niet, omdat je je niet hard genoeg inspant.' Het zelfzuchtige mem HUMO Point taken, professor. Laatste onderwerp. U bent Amerikaan, en ik wed dat de gebeurtenissen van 11 September u aan het denken hebben gezet over de toekomst van de menselijke soort. DENNETT We moeten de WTC-aanslag proberen te begrijpen -dat is onze plicht als bewustzijnsfilosoof. We moeten dit soort zelfmoordterrorisme op evolutionaire basis trachten te interpreteren. U vertelde mij dat u bij mijn goede vriend Richard Dawkins bent langsgegaan. U kent dus zijn theorie van de memen - opinies en gedachten, die, net als de genen, moeten vechten voor hun voortbestaan . In 'Het bewustzijn verklaard' en •Darwins gevaarlijke idee' heb ik het idee van de memen verder uitgediept. Zo ben ik er steeds meer van overtuigd geraakt dat 11 September niet anders dan vanuit memetisch standpunt kan worden verklaard Het is voor mij overduidelijk dat de ware vijand niet Bin Laュden is, maar de ideeen, de memen, die hij en zijn aanhangers in zich dragen en vertegenwoordigen en verspreiden. De ware vijand is het mem 'God dienen door als heilig martelaar zoveel mogelijk ongelovigen te doden.' Als een kwaadaardig virus heeft dat mem zich over de islamwereld verspreid. Alsje Bin Laden doodt, maar het mem verspreidt zich verder, heb je alleen maar een groter probleem. Je moet het mem uitroeien, niet Bin Laden De kemvraag is: wat precies maakt het mem van het zeilュmoordterrorisme zo succesvol? Terrorisme is een tegenbeweging. Je moet dus uitzoeken: te-gen wat zet dit terrorisme zich af? Wat bestrijdt het? En zo kom je uit op al die westerse memen Vrije markt , vrij onderュzoek, emancipatie en gelijkberechtiging, bevrijding door technologie enzovoort. Voor mij is het zonneklaar dat de WTC-aanslag alles te maken heeft met angst en afschuw voor die westerse memen. Wat nu gebeurt zie ik als een heuse memen-wapenwedloop. Waarom denkje dat de Taliban de vrouwen uit de scholen en universiteiten weghielden? Omdat een ontwikkelde vrouw in hun ogen gevaarlijk is: ze zou de spelletjes van die macho's meteen doorzien. Geef die vrouw vrijheid van keuze en ze zou er niet over denken als derderangsburger door het leven te gaan. HUMO U laat het nu uitschijnen alsof het westerse memen complex het nec plus ultra is, de enige waarheid. DENNETT짬 Dat doe ik niet. Ik weiger waardenoordelen over memen uit te spreken. Net als genen gehoorzamen memen aan de wetten van de evolutie: de memen die het beste antwoord bieden op nieuwe maatschappelyke ontwikkelingen zullen zich handhaven en verder verspreiden. Om eeriijk te zijn: ik zie het zelfoordterrorisme van de moslimfundamentalisten als een laatste, suicidale opflakkering van vergeldingsdrift. Je zou kunnen stellen: 'Bin Laden is een moderne Robin Hood - hij vecht voor de armen en de onderdrukten.' Maar als dat inderdaad het geval zou zijn, waarom zaait hij dan dood en verderf onder onschuldige burgers? En waarom verdrukken hij en de Taliban dan zeif de Afghaanse vrouwen? Een echte Robin Hood doet dat niet. Bin Laden wordt niet gedreven door altruisme en bezorgdheid. Hij wordt geregeerd door afgunst, teleurstelling en haat; de haat van een man die ziet dat zijn ideeen en waarden - zijn memen - het overal op de planeet moeten afleggen tegen een veel krachtiger en succesvoller variant. Ik zie het zelmoordterrorisュme als een verdoemde ideeenset, als een achterhoedegevecht. Ik ben van nature een man van de rede, ik geloof in de kracht van de wetenschap, ik geloof in overdracht van kennis. Dat zijn de wapens waarmee wij het mos-limfundamentalisme kunnen bestrijden Enkelejaren geleden hield ik een lezing over 'de duistere kanten van het brein'. Daarvoor had ik een geschoold hypnotiseur uitgenodigd - geen charlatan, maar iemand die door chirurgen en tandartsen weleens werd ingezet om via hypnose pijn te bestrijden. Goed, ik hou mijn lezing, waarin ik perfect uitleg hoe hypnose eigenlijk in zijn werk gaat. En vervolgens kwam de hypnotiseur opdraven. Wel: hij slaagde er niet in ook maar een van de studenten te hypnotiseren, simpelweg omdat die stuュ denten hadden geleerd hoe het zaakje werkte! Waarmee ik maar wil zeggen: het is goed om mensen te onderwijzen, het is goed aan wetenschap te doen, het is goed naar de waarheid te blijven zoeken. Het is onze beste kans om dingen als 11 September niet meer te laten gebeuren Van oersoep tot vrije wil Joël De Ceulaer 2003 Hebben we een vrije wil? 't Is een vraag als een andere. De Amerikaanse filosoof Daniel Dennett probeert ze voor eens en voor altijd te beantwoorden. De Britse bioloog Richard Dawkins blijft ondertussen vechten tegen God. Richard Dawkins, '' kapelaan van de duivel " , Daniel C. Dennett,'Evolutie van de vrije wil' Als we morgen buitenaardse wezens op bezoek krijgen en we willen een gesprek op niveau met hen aanknopen, waarover kunnen we het dan hebben? Over het werk van Shakespeare? Nee, dat kennen ze niet. Dat van Freud? Of van Marx? Kennen ze ook niet. Maar de theorie챘n van Newton? Ja, die kennen ze. Die van Einstein? Kennen ze ook. Dat wil zeggen: de natuurkundige wetten van Newton en Einstein zijn ook op h첬n planeet geformuleerd, door plaatselijke fysici. Zonder kennis van zwaartekracht en relativiteitstheorie zouden ze immers nooit hier op aarde zijn geraakt. Wiskunde kennen ze dus ook. En de evolutietheorie, vraagt Richard Dawkins zich af , zouden onze buitenaardse bezoekers die ook kennen? Is de manier waarop het leven evolueert even universeel - lees: geldig op alle plekken in het universum - als bijvoorbeeld de zwaartekracht? Bevat de evolutietheorie een harde kern die zonder meer w찼찼r is, hier en overal waar leven is? Even waar als pakweg het onomstotelijke feit dat de aarde rond de zon draait? Dawkins maakt zich sterk dat die kern bestaat. Dus als we uitgepraat zijn over zwaartekracht en relativiteit, kunnen we volgens hem over kerndarwinisme van gedachten wisselen met onze gasten uit de ruimte. Hoe zijn zij erachter gekomen? Aanvaardt iedereen op hun planeet de theorie? Of wordt wetenschap ook bij hen in een kwaad daglicht gesteld door postmoderne filosofen en pseudo-wetenschappelijke aanhangers van een soort scheppingsverhaal? Geloven ze op die andere planeet nog in God? Of wordt aan de kinderen op buitenaardse schoolbanken uitgelegd waarom de evolutietheorie een Schepper eigenlijk overbodig heeft gemaakt? . Dat kerndarwinisme vat hij in 챕챕n zin samen: 'Evolutie verloopt in adaptieve, niet-willekeurige richtingen door de niet-willekeurige overleving van kleine, willekeurige en erfelijke veranderingen.' Binnen elke populatie van soortgenoten bestaat een enorme vari챘teit, die mede het resultaat is van toevallige, genetische kopieerfoutjes. Die foutjes kunnen nadelig, neutraal of voordelig uitpakken. De individuen die bevoordeeld zijn ten opzichte van hun soortgenoten - dus beter aangepast aan, of geschikt voor, de omstandigheden waarin ze leven - maken de meeste kans om te overleven en zich voort te planten. En dus worden de eigenschappen die hen bevoordeeld hebben bij dat overleven en reproduceren frequenter doorgegeven aan de volgende generaties. Met andere woorden: de natuur selecteert voordelige eigenschappen, waardoor soorten evolueren in de richting van betere 'aangepastheid'. Een eigenschap die op die manier is geëvolueerd, heet een 'adaptieve' eigenschap. Dat is het fundament van de theorie die Charles Darwin in 1859, nu bijna anderhalve eeuw geleden, ontvouwde in zijn legendarische boek Over het ontstaan van soorten. De theorie was voor velen (onder wie zijn eigen, diepgelovige vrouw) z처 verontrustend dat Darwin een sperperiode van twaalf jaar inlastte, alvorens in De afstamming van de mens duidelijk te maken dat ze evengoed van toepassing is op 처nze soort. Elk organisme, elke vorm van leven, is het voorlopige resultaat van evolutie door toevallige variatie en natuurlijke selectie - het is een inzicht waarover de Amerikaanse filosoof Daniel Dennett zegt: Dit is het grootste idee ooit door een mens bedacht.' ' Maar opgelet - wie er eenmaal van doordrongen is, moet alle consequenties ervan onder ogen zien, schreef Dennett in zijn boek Darwins gevaarlijke idee. Hij noemt het darwinisme een universeel zuur, dat veel van onze comfortabele illusies onherroepelijk aantast. We zijn niet geschapen naar het evenbeeld van een god. We hebben geen ziel die ons van ergens, daarboven, is aangereikt. De zin van het leven, moraliteit, schoonheid en troost: niets van dat alles zullen we aantreffen in bovennatuurlijke regionen. En toch is dat, aldus Dennett, hoegenaamd geen reden om ons met z'n allen in de afgrond te storten. We hebben die bovennatuurlijke regionen namelijk niet nodig om te verklaren waarom het leven betekenisvol kan zijn. Betekenis arriveert niet kant en klaar van boven, maar groeit en evolueert van beneden uit. En onze vrije wil, hoe zit het daarmee? Wees gerust, schrijft Dennett in zijn nieuwe boek Freedom evolves: die hebben we. REDENEN OM IETS TE GELOVEN Dawkins en Dennett zijn onvermoeibare verspreiders van het evolutionaire denken. Dennett is een filosoof die in ambitieuze boeken (zijn bekendste werk heet zomaar eventjes Het bewustzijn verklaard) probeert om de klassieke vragen over 'het leven' en 'de mens' te beantwoorden binnen het kader van een darwinistisch wereldbeeld, zonder magie, zonder hocuspocus, zonder hulp van bovenaf. Dawkins is een al even ambitieuze bioloog die in 1976 zijn reputatie vestigde met Het zelfzuchtige gen, waarin hij uitlegde hoe natuurlijke selectie werkt op niveau van de genen. Door die neodarwinistische bril bekeken, zijn wij, weliswaar heel complexe, vehikels die door onze genen worden gebouwd en gebruikt om zich te reproduceren. In God geloven doen ze geen van beiden, maar qua strijdbaar athe챦sme spant Dawkins de kroon. A devil's chaplain, een selectie uit zijn essays van de afgelopen dertig jaar, bevat een brief die hij begin jaren negentig schreef aan zijn toen 10-jarige dochtertje Juliet. Daarin drukt hij haar op het hart dat ze alleen maar iets moet geloven als daar goede redenen voor zijn. 'Heb je je ooit afgevraagd', schrijft hij, 'hoe we weten wat we weten? Hoe weten we bijvoorbeeld dat de sterren, die eruitzien als kleine speldenprikken in de hemel, in werkelijkheid enorme vuurballen zijn, net als de zon, en heel ver weg liggen? En hoe weten we dat de aarde een wat kleinere bol is die ronddraait om een van die sterren, namelijk de zon? Het antwoord op die vragen luidt: het is bewezen, er is een bewijs voor.' Maar, waarschuwt hij Juliet, er bestaan ook drie verkeerde redenen om iets te geloven: 'Die heten traditie, autoriteit en openbaring. Mensen geloven vaak dingen om de eenvoudige reden dat men al eeuwenlang in die dingen gelooft. Dat is traditie. Iets geloven op basis van autoriteit betekent dat je iets gelooft omdat een belangrijk iemand zegt dat je het moet geloven. De derde verkeerde reden om iets te geloven heet openbaring. Wanneer godsdienstige mensen het gevoel hebben dat iets waar moet zijn, ook al is daarvoor geen bewijs, noemen ze dat gevoel een openbaring.' Dawkins is een groot pedagoog met een briljante pen, maar bij momenten nogal drammerig. In tv-debatten met christelijke theologen of andere religieuze tegenstanders toont hij zich altijd volkomen blind voor de persoonlijke, en soms goede, redenen die men kan hebben om een oprecht geloof te koesteren. Hij geeft zelf toe dat zijn houding tegenover godsdienst ronduit 'minachtend en vijandig' is. Dat is er overigens niet op gebeterd sinds 11 september 2001. Het 'wapen' dat de rampzalige aanslag op het WTC mogelijk maakte, schreef hij twee dagen na datum in een opiniestuk in The Guardian, is 'het geloof in een hiernamaals'. Godsdienst is voor hem 'een geladen wapen' dat je niet straffeloos laat rondslingeren. Als een soort kruisvaarder van het athe챦sme gaat hij te keer tegen nonnetjes die kinderen 'indoctrineren', tegen tvevangelisten die arme drommels geld aftroggelen, tegen ayatollahs die doodvonnissen uitspreken, tegen het wij-versus-zijdenken. Het monothe챦sme, schrijft hij, 'combineert de twee grote ziektes waaraan de menselijke geest lijdt: de neiging om wraakgevoelens generaties lang te blijven koesteren en de neiging om groepsetiketten op mensen te plakken in plaats van hen als individuen te zien.' Viruses of the mind heet het stuk waarin Dawkins stelt dat godsdienst een zogenaamd memcomplex is. Hij introduceerde in 1976 de term mem als culturele tegenhanger van het biologische gen. Een mem is bijvoorbeeld een idee of een overtuiging die zich niet alleen verticaal (van de ene generatie op de andere, zoals genen) maar ook horizontaal (binnen een populatie, zoals een virus) verspreidt. Godsdienst is een complex van memen, dat zich als een computervirus voortplant van het ene brein naar het andere, doordat het een instructie bevat die zegt: 'Kopieer mij!' Lees: 'Ga en bekeer uw medemens!' Wetenschap, daarentegen, vergelijkt Dawkins met een computerprogramma, dat wordt verspreid omdat mensen het 'testen, aanbevelen en doorgeven'. OP EEN TAPIJT DE OCEAAN OVER Toen wijlen de Amerikaanse astronoom Carl Sagan ooit werd gevraagd welk buikgevoel hij had bij een of ander toekomstbeeld, antwoordde hij: 'Ik probeer niet met mijn buik te denken.' Het is een uitspraak die Dawkins met instemming citeert. Net als Sagan destijds is ook hij een wetenschapper die het als zijn plicht ziet om actief deel te nemen aan het maatschappelijk debat. De universiteit van Oxford heeft hem vrijgesteld van academische opdrachten, om als professor for the public understanding of science zoveel mogelijk aan rationele volksverheffing te kunnen doen. In Britse en Amerikaanse media wordt Dawkins regelmatig gevraagd om allerlei ontwikkelingen, onder meer in de biotechnologie, toe te lichten en te becommentari챘ren. In A devil's chaplain staat een opiniestuk waarin hij aantoont hoe helder denken heel wat vooroordelen en angsten kan wegnemen. Het is namelijk, schrijft hij bijvoorbeeld over klonen, het een of het ander: 처f identieke tweelingen zijn geen volwaardige mensen, 처f, als we vinden van wel, dan is ook een kloon een volwaardig mens. Ethiek en wetenschap staan uiteraard los van mekaar, maar wie een ethisch oordeel velt zonder een minimum aan wetenschappelijk inzicht, spreekt vaak voor zijn beurt. Bijzonder vermakelijk is het essay over postmoderne filosofie, dat Dawkins schreef naar aanleiding van de beroemde stunt van de Amerikaanse fysicus Alan Sokal. Om aan te tonen dat nogal wat postmodernisten in feite absolute nonsens verkopen, had Sokal in 1996 z챕lf een artikel geschreven voor het tijdschrift Social Text. Het was een aaneenrijging van dure citaten, nietszeggende woorden en pseudo-wetenschappelijk gezwets. Maar wat bleek? De redactie van Social Text nam het artikel ernstig en publiceerde het zelfs. Waarna Sokal bekende: het was maar om te lachen! De keizer, zo bleek, had geen kleren aan. Nogal wat natuurwetenschappers houden niet van postmoderne - vooral Franse - filosofen, omdat die er een antiwetenschappelijk wereldbeeld op lijken na te houden. Zo problematiseren ze de relatie tussen taal en werkelijkheid tot in het absurde toe. Met als conclusie dat 'de waarheid' niet bestaat. Een ietwat paradoxaal standpunt, want als het waar is dat de waarheid niet bestaat, dan bestaat de waarheid natuurlijk wel, anders kon het niet waar zijn dat de waarheid niet bestaat. Wetenschap? Ach, haalt de postmoderne filosoof de schouders op, eigenlijk is dat een typisch westers verhaal, zoals 챕lke cultuur zijn eigen verhalen heeft - er is westerse geneeskunde en oosterse geneeskunde. Dat politiek correcte relativisme, Dawkins krijgt er de kriebels van. Er klopt iets niet, vindt hij, als je wetenschap maar 챕챕n van de vele cultuurgebonden verhalen vindt, maar ondertussen wel de vruchten plukt van de westerse wetenschappelijke revolutie. Het is - alweer - het een of het ander. Wie vindt dat de wetenschap geen aanspraak kan maken op de waarheid, moet consequent zijn en op een tapijt de oceaan overvliegen, in plaats van met een Boeing. 'Toon mij een cultuurrelativist op 30.000 voet', schrijft Dawkins in 챕챕n van zijn meest memorabele oneliners, 'en ik toon u een hypocriet.' De zwaartekracht is een westerse ontdekking, maar geldt ook in het oosten. En de lichtsnelheid is overal ter wereld, overal in het universum zelfs, even absoluut. Wie eens wil proeven van het soort literaire hoogstandjes waartoe men op de postmoderne planeet in staat is, verwijst Dawkins naar de parodi챘rende website www.elsewhere.org/cgi-bin/postmodern. Daar kun je, gratis en voor niks, met 챕챕n muisklik talloze essays door de computer laten schrijven over pakweg 'de narrativiteit van het neodiscours in de prestructurele subdialectiek'. De computer giet geheel willekeurig wat moeilijke woorden in grammaticaal correcte zinnen en klaar is kees. KUNNEN BUKKEN VOOR EEN PIJL Dat verzet tegen postmoderne moeilijkdoenerij heeft Daniel Dennett met zijn Britse collega gemeen. Filosofie is voor Dennett geen vrijblijvende bezigheid die je toelaat om zomaar om het even wat te beweren, je moet wel weten waarover je het hebt. Zo is kennis van de evolutie onontbeerlijk als je op een ernstige manier wilt nadenken over Grote Vragen, zoals daar zijn: wat is de mens, waar komen we vandaan, hoe kunnen we een onderscheid maken tussen goed en kwaad, hebben we een vrije wil? Nadenken over vrije wil is altijd een zware dobber geweest. Niet zozeer voor wie gelooft in een scheppende God, want in dat scenario hebben we een ziel, die buiten het bereik van de natuurwetenschappen valt. Dan is ons lichaam weliswaar een product van de natuur, maar niet datgene wat ons tot mens maakt, onze vrije wil en dus ons vermogen om een onderscheid en een keuze te maken tussen goed en kwaad. Dat vermogen komt van ergens anders. Maar voor een scheppende God is in de evolutietheorie geen plaats of, preciezer geformuleerd: aan een schepper hebben darwinisten geen behoefte om te verklaren waar we vandaan komen. Uit een soort oersoep, een chemisch brouwsel, is minstens drie en half miljard jaar geleden het leven ontstaan. Die allereenvoudigste vorm van leven is gaandeweg, stapje voor stapje, ge챘volueerd tot de brede waaier aan complexe levensvormen die vandaag onze planeet bevolken. We zijn dus wel degelijk ontworpen, maar niet door een ontwerper die van tevoren een plan had uitgetekend. We zijn ontworpen door de natuur, door middel van natuurlijke selectie, een mechanisme dat zonder vooropgesteld doel ingewikkelde constructies kan laten evolueren, vertrekkend van eenvoudige bouwstenen. Natuurlijke selectie, schrijft Daniel Dennett, is een algoritme, een stel eenvoudige regels die simpele input kunnen omtoveren in heel complexe output. Zelfs in zoiets ongrijpbaars als vrije wil. 't Is een hele geruststelling. Daar is het Dennett met Freedom evolves ook om te doen. Het boek is een poging om zichzelf en de lezer ervan te overtuigen dat we wel degelijk die vrije wil hebben. Als pure materialisten hebben hij en sommige van zijn darwinistische collega's een slechte reputatie. Omdat ze het leven en alles wat het leven waardevol maakt, uiteindelijk strikt reductionistisch proberen te verklaren. De ultieme verklaring ligt telkens op een ander niveau. De mens? Het vehikel van zijn genen. Genen? Een kwestie van biochemie. Moleculen? Atomen? Allemaal voortgekomen uit de oerknal. Allemaal materie, onderworpen aan de wetten van de natuurkunde. Maar als alles in dit universum, ook het leven, ook de mens, niet meer is dan een kwestie van atomen en moleculen die strikt gehoorzamen aan natuurkundige wetten - tja, dan ligt alles toch al vast? Dan zijn we toch simpele machines die domweg uitvoeren wat al die moleculen in ons hoofd biochemisch bekokstoven? Waarom zouden we dan 's morgens nog opstaan? Welnu, schrijft Dennett, het is net die reductionistische cascade (van mens naar genen naar atomen) die impliceert d찼t we een vrije wil hebben. Het gedrag van atomen kan wetenschappelijk verklaard worden. We kennen de zwaartekracht en zoveel andere natuurwetten, we kunnen bijvoorbeeld precies berekenen welke baan een pijl zal volgen zodra hij afgeschoten is. Net omd찼t de materie aan natuurwetten gehoorzaamt, kunnen we wetenschappelijk, en doorgaans zelfs intu챦tief, voorspellen wat er zal gebeuren. Of dreigt te gebeuren. Als we merken dat iemand met pijl en boog op ons mikt, kunnen we voorspellen dat die pijl ons zal raken. Tenzij? Tenzij we bukken, natuurlijk. VRIJE WIL UIT DE KRAAN Het is iets wat we vaak doen: naderend onheil actief vermijden op basis van een inschatting van wat er zou gebeuren als we niets zouden ondernemen. Wij kunnen dat tamelijk goed. Beter dan, pakweg, een vis. Die het op zijn beurt weer beter kan dan, pakweg, een bacterie. Met het complexer worden van sommige levensvormen is ook 'het vermogen om te vermijden' steeds groter geworden. Dennett noemt het 'de evolutie van vermijdbaarheid'. Maar hoe kunnen hersenen nu een vrije wil ontwikkelen, als de cellen waaruit die hersenen zijn samengesteld, g챕챕n vrije wil hebben? Omdat, stelt Dennett, het geheel oneindig veel complexer en slimmer en vrijer is dan de delen. Straks, als de biotechnologie ons in staat zal stellen om genetische defecten te repareren, zijn wij niet meer 'overgeleverd aan' onze genen - integendeel: onze genen zullen steeds meer overgeleverd zijn aan ons. Dat het geheel m챕챕r is dan de som der delen, dus niet alleen kwantitatief maar ook kwalitatief anders, is het fenomeen dat bestudeerd wordt in de zogenaamde complexiteitstheorie: het geheel (hersens, markten, termietenhopen...) vertoont gedrag dat niet kan verklaard worden door alleen maar de delen (hersencellen, bedrijven, termieten...) te bestuderen. Voorbij een bepaalde graad van complexiteit ontstaat er een gedrag dat zich op een totaal ander niveau afspeelt. Hoe zijn we op dat andere, complexere, niveau geraakt? Niet via een haak die ergens in de hemel zweeft, aldus Dennett (een skyhook noemt hij het), maar gewoon met een kraan. Die haak in de hemel, dat zou top down zijn, van boven naar beneden - lees: God. Die kraan, dat is bottom up, van beneden naar boven - lees: evolutie. Natuurlijke selectie, legt Dennett uit, werkt met kranen. Onze vrije wil, en dus de morele verantwoordelijkheid voor onze daden, is stapje voor stapje geconstrueerd met zo'n kraan. Daarom, schrijft hij, hebben we geen morele levitatie nodig om te leven in de overtuiging dat we vrije, verantwoordelijke wezens zijn. En daarmee heeft een van de meest vooraanstaande materialisten zijn steentje bijgedragen aan de verzoening van wetenschap en de zinvolheid van het bestaan. Ja, zelfs voor wie een strikt reductionistisch wereldbeeld aankleeft, heeft het wel degelijk nog zin om 's morgens op te staan en er het beste van te maken. Wie door een rood licht rijdt, hoeft niet verontschuldigd te worden omdat hij er eigenlijk niets aan kan doen, maar mag gestraft worden, omdat hij evengoed had kunnen stoppen. Dat weten we natuurlijk allemaal - we gaan er alleszins vanuit, samenleving en maatschappij zijn erop gebaseerd - maar het gaat Dennett erom dat het ook wetenschappelijk kan worden verklaard. En het is niet omdat we iets kunnen verklaren, dat we er niet meer van kunnen genieten. We hoeven niet altijd en overal door een wetenschappelijke bril te kijken. Soms is dat zelfs niet aangewezen. Het is, schrijft Dennett, een beetje zoals met seks: 'Een feitelijke uiteenzetting over de biomechanica van de seksuele opwinding is ook geen goed onderwerp tijdens het voorspel.' Een paar kritieken ; Volgens filosoof Dennett is vrije wil: het vermogen te kunnen voorspellen dat een op ons gerichte pijl ons zou treffen, tenzij we ons bukken Dat is niet meer of niet minder dan wat Darwin 'overleving van de soort (genen)' zou noemen, een instinctmatig ontwijken van de naderende 'dood'. Alle diersoorten en organismen, van het pantoffeldiertje tot de mens, hebben deze drang om te overleven en zullen bijgevolg het gevaar 'automatisch ontwijken'. Dat de mens in staat is in te schatten dat een pijl hem zou raken, heeft vooral te maken met opvoeding en ervaring. Vrije wil is: ingaan tegen de overlevingsdrang, op voorwaarde dat deze 'opoffering' geen enkel voordeel oplevert voor het behoud of de overleving van je eigen soort. Opofferingen zoals de zelfdoding bij lemmings bij overpopulatie of bij een mens wanneer zijn kinderen in gevaar verkeren, dienen louter het overlevingsbelang van de soort en zijn dus geen pure uiting van vrije wil. De evolutie van de vrije wil Veel mensen denken dat biologisch determinisme de vrije wil uitsluit. " ....Een misverstand, " zegt Daniel Dennett. "Dankzij de evolutie hebben we juist meer conttolr ...." De beroemde Amerikaanse filosoof probeert in zijn sterk op de natuurwetenschappen leunende werk steeds weer aan te tonen dat wij het product zijn van blinde Darwinistische selectie In zijn boeken over het menselijke bewustzijn, waar Het bewustzijn verklaard het meeste stof deed opwaaien, benadrukt hij dat onze zuiver mechanische opbouw ons niet minder mens maakt, integendeel. Maar in discussies en debatten stootte hij steeds opnieuw zijn neus tegen dezelfde vooroordelen. “Ik had het gevoel dat ik door de jaren heen telkens weer te maken kreeg met onuitgesproken angsten die weinig te maken hadden met de intellectuele onderwerpen die ter discussie stonden.Er was argwaan, men vermoedde dat ik er een geheime agenda op na hield. Als ik bijvoorbeeld debatteerde met een bioloog die bezwaren had tegen mijn theorie van het menselijke bewustzijn, dan zei hij opeens: en de vrije wil dan? Men is bang dat je het leven iedere zin ontneemt, wanneer je laat zien dat alles wat we zijn en denken het resultaat is van een zuiver materialistisch proces, dat biologisch gedetermineerd is. Naarmate de wetenschap meer leert over hoe we biologisch in elkaar zitten en hoe we ons ontwikkeld hebben, wordt diezelfde wetenschap meer en meer als een oprukkend imperialistisch monster beschouwd dat alles bedreigt wat we als heilig beschouwen. Men is bang voor het verlies van de vrije wil. Die angst speelt een oneigenlijke rol bij research en theorievorming. Mijn doel is die angst zichtbaar maken. En laten zien dat hij deels misplaatst is. Niet helemaal, maar wel grotendeels.” Verzoener Dennett is al jaren directeur van het Center for Cognitive Studies van Tufts University, Medford, even ten noorden van Boston: een instituut dat na lang zoeken op de universiteitscampus slechts uit twee kleine kamer blijkt te bestaan. Dennett zelf zetelt in een overvol kantoortje, met op de deur de bekende, vileine spreuk van Gore Vidal: To succeed is not enough. Others must fail. Als Dennett die verbetenheid bezit, dan weet hij die goed te verbergen: hij lijkt een en al opgewekte goedmoedigheid. Alles aan hem duidt op de denker die wil verzoenen. Hij wil de wetenschap verzoenen met de filosofie. Maar ook onze meest verheven overtuigingen over wat het betekent om mens te zijn met een wereldbeeld waarin geen plaats is voor metafysische mijmeringen Hijzelf spreekt van een nieuw, groot avontuur voor de menselijke soort. Heeft hij begrip voor de angst voor dat zuiver wetenschappelijke mensbeeld dat hij en geestverwanten als Richard Dawkins en Steven Pinker propageert? Voor de meeste mensen sluit een volledig biologisch gedetermineerde wereld het idee van vrije wil uit. “En dat is niet zo. Er is juist meer vrije wil dan er vroeger was. Dat heeft niets met natuurkunde te maken, want de wetten van de natuurkunde zijn niet veranderd. Het heeft met biologie te maken. Dankzij de evolutie zijn er allemaal nieuwe systemen ontstaan, in de eerste plaats de taal en de menselijke cultuur. Die hebben letterlijk nieuwe vormen van vrijheid geschapen. In de begintijd van het leven op aarde was er weinig vrijheid, je had robotachtige cellen die de keuze hadden tussen A of B, of konden sterven, en dat was het dan. Die keuzes werden door een mechanisch proces bepaald. Wijzelf bestaan geheel uit kleine robotjes die in veel opzichten net zijn als die cellen, net zo willoos en onvrij. Maar wanneer je die allemaal samenbrengt in een systeem en teamwerk laat verrichten schep je een geest die in staat is na te denken over zijn toekomst, die zijn eigen kennis weet toe te passen op wat hij weet, dus kan reflecteren. Dat alles opent vergezichten die aan geen enkele andere diersoort zijn voorbehouden. Daarin ligt onze vrijheid, in ons vermogen die mogelijkheden onder ogen te zien en er vervolgens naar te handelen.” Dus ook onze vrijheid is gedetermineerd? “Absoluut. Vrije wil en determinisme bijten elkaar niet. Mensen zeggen: als mijn toekomst gedetermineerd is, dan is die toekomst onvermijdelijk. Houd die uitspraak tegen het licht en je ziet dat hij niets betekent. Wat is onvermijdelijk, wat betekent ‘vermijden’? Je anticipeert op iets dat zou kunnen gebeuren. Juist in een gedetermineerde wereld kun je gemakkelijker dingen vermijden, omdat ze gemakkelijker te voorspellen zijn dan in een wereld waarin blind toeval regeert. Mijn positie verschilt niet van de positie die men al duizenden jaren inneemt. Vroeger ging het om God en de mens, nu om de natuur en de mens. Ik probeer slechts te laten zien hoe positief dat voor ons uitpakt. Wij zijn nu in staat veel meer dingen te vermijden dan onze voorouders. We kunnen allerlei ziektes genezen, dankzij de wetenschap en de technologie. Dat is het soort vrijheid dat we nastreven.” Goocheltrucs En toch hebben veel mensen het gevoel dat juist de wetenschap hun iets wezenlijks afneemt. “In mijn boek citeer ik een auteur die onderzoek deed naar de magie van Indiase straatartiesten. Hem werd gevraagd of hij zich bezighield met echte magie of met gegoochel. Hij antwoordde: met goocheltrucs, want magie die je niet zelf kunt bedrijven, bestaat niet. Mensen beschouwen zichzelf als iets magisch. Wanneer je hun vertelt wat er achter de schermen gebeurt, hoe de trucs in elkaar zitten, voelen ze zich bedrogen of gekleineerd. Terwijl het juist andersom is: wanneer je beseft hoe de dingen werken, zijn ze des te wonderbaarlijker! Is het niet verbazingwekkend dat ons elegante, verbluffend veelzijdige systeem uit een verzameling goedkope trucs is opgebouwd? Daar wordt het niets minder van. Maar sommige mensen willen nu eenmaal niet dat goocheltrucs worden uitgelegd. Ze beschouwen dat als vandalisme, ze worden er onrustig van. Het heeft geen zin hen te overtuigen. Dat is net als met mensen die geen oor voor muziek hebben. Mij best, maar laten we dan wel vaststellen dat het hun persoonlijke keuze is om er zo tegenaan te kijken, en dat het niets te maken heeft met een meer verheven visie op ons bestaan " Maar het lijkt wel alsof steeds minder mensen zin hebben om zichzelf gereduceerd te zien tot biologisch gedetermineerde wezens. Tegen de verwachtingen in groeit wereldwijd de behoefte aan religie. “Zeker. Ik leg net de laatste hand aan een boek over religie, dat Breaking the Spell gaat heten. De filosofen van de Verlichting dachten oprecht dat de godsdienst in het niets zou oplossen. Dat hebben ze verkeerd gezien. We beginnen nu in te zien dat ook religie onderdeel uitmaakt van het evolutionaire proces. Vóór de geïnstitutionaliseerde godsdienst bestond wat ik volkse religie noem, of stammenreligie. Het verschil tussen beide soorten is als het verschil tussen spreken en schrijven, volksmuziek en gecomponeerde muziek. Volksreligie had geen menselijke tussenpersonen en hoeders nodig, het kon volledig op zichzelf staan. In die volksgodsdiensten konden de memes (het culturele equivalent van genen, culturele fenomenen die in een maatschappij een eigen leven zijn gaan leiden en de voortgang van de menselijke evolutie hebben beïnvloed – BH) zich zonder bewuste bemoeienis door gemeenschappen verspreiden. Maar net zoals de wilde dieren gedomesticeerd werden, werden deze wilde memes ook getemd en bewust geherdefinieerd. Ge챦nstitutionaliseerde religie ontstaat wanneer mensen gaan nadenken over hun eigen godsdienstige gevoelens en zich geroepen voelen hun religie te behouden en te beschermen. Dan worden zij de bewakers van deze memes. Het zal sommige mensen verbazen dat ik een studie over religie heb geschreven, maar ik zie het als een logisch vervolg op vorige boeken als Consciousness Explained en Darwin’s Dangerous Idea, waarin ik dierbare, gekoesterde noties over de mens in overeenstemming probeer te brengen met een wetenschappelijk wereldbeeld.” Weerzin tegen Darwin Maar ondervindt Dennett daarbij niet steeds meer tegenstand? “Nou ja, hier hebben we de creationisten, die in het scheppingsverhaal geloven, en de zogenaamde intelligent design theorists, die denken dat er een Groot Plan naar het ontstaan van de mensheid ten grondslag ligt. Zij winnen vaak de propagandaslag voor het religieuze kamp, maar ik denk niet dat zij uiteindelijk zullen zegevieren. Maar er is nog een hoop werk te doen. Er bestaat nog altijd grote angst en weerzin tegen het darwinisme.” Wordt die angst niet juist veroorzaakt doordat het darwinisme een gebrek aan zin inhoudt? Dennett zelf schrijft in zijn boek dat mensen niet vrezen dat het aanvaarden van Darwin onze vrijheid inperkt, maar ons juist te veel vrijheid geeft. Het is de ondraaglijke angst dat alles om het even is. “Dat is de ironie van het geheel! De explosieve groei van de vrijheid, van de vermijdbaarheid, is te ver doorgeschoten. We zijn in staat onszelf te herscheppen. Dat boezemt angst in. Het evolutieproces is enorm versneld, want we hebben nu niet alleen domesticatie en veredeling van soorten tot onze beschikking, maar ook genetische manipulatie. We kunnen nu planten laten opgloeien in het donker omdat ze de genen van vuurvliegjes in zich dragen. Is dat nog natuurlijk? Jazeker, die planten maken deel uit van de natuur, ze zijn ontstaan omdat een andere natuurlijke soort, de Homo sapiens, in staat was ze te maken. En wie weet waar we straks toe in staat zullen zijn! Als we dat willen, tenminste.” Dat lijkt me de vraag: willen we het? Straks kunnen we onze kinderen beter laten presteren op school door een chip in hun hoofd te implanteren. Dennett, opgewekt: “Maar toch is het vreemd dat men zo bang is voor kunstmatigheid. Mensen hebben nu eenmaal de neiging om het zogenaamd natuurlijke op een bizarre en ongemotiveerde wijze te huldigen. Wat als onnatuurlijk beschouwd wordt, is ook meteen verdacht. Men denkt daar niet helder over. In de kunst wordt het kunstmatige als bijzonder beschouwd. Volgens mijn definitie van naturalisme is een wolkenkrabber even natuurlijk als een dam die door bevers is gebouwd. Men gaat wel in de rij staan voor een nieuwe heup en harttransplantaties. Ik ben ervan overtuigd dat mensen eens ook in de rij zullen gaan staan voor kunsthersenen. In principe is ieder deel van onze hersenen te vervangen door een ander materiaal dat hetzelfde werk verricht. Het is veel moeilijker te maken dan een kunsthart, maar dat is een kwestie van tijd.” Doet hij er niet te luchtig over?Wat moeten we doen wanneer er een middel is om iemand verliefd op je te laten worden? “O,ik onderschat de ethische problemen niet, maar dat is precies wat ze zijn, ethisch. Er is reden genoeg om al deze nieuwe ontwikkelingen met de grootst mogelijke omzichtigheid tegemoet te treden. Ze zijn zeker in staat zaken die ons dierbaar zijn op een fatale manier te ondermijnen. Maar je moet ethische argumenten niet met metafysische argumenten verwarren. We kunnen zeggen: al deze dingen zijn mogelijk, maar dit willen we w챕l en dit willen we niet. Maar we moeten wel duidelijk zijn in onze afwegingen. Nu zie ik overal tegenstrijdigheden. Iedereen is er bijvoorbeeld van overtuigd dat atleten geen anabole stero챦den mogen gebruiken om hun prestaties te verbeteren, maar we laten ze wel op grote hoogten trainen en onderwerpen ze aan bizarre di챘ten om hetzelfde te bereiken. Die regels zijn min of meer historisch bepaald. Muzikanten die bètablokkers nemen om tijdens een auditie hun zenuwen in bedwang te houden, worden met rust gelaten en bij kunstenaars heet het gebruik van alcohol en drugs juist vaak iets heroïsch. Het vaststellen van regels om met nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen om te gaan, is een politiek proces. We kunnen geen ethische waarheden ontdekken zoals we natuurkundige waarheden ontdekken.” Robotics Maar computers roepen ook het spookbeeld van de kunstmatige intelligentie op. Dennett is zelf betrokken geweest bij verschillende projecten die het menselijk bewustzijn in een machine probeerden onder te brengen. “Een paar jaar geleden nam ik deel aan een conferentie over cognitive robotics in Engeland. Tot mijn verbazing werd die conferentie gesponsord door British Telecom. Waarom? Omdat het bedrijf een fantastisch gecompliceerd netwerk heeft aangelegd dat het zelf niet meer begrijpt. Niemand, geen individu en geen team van specialisten! Men wilde onderzoeken of het mogelijk was een robot te ontwikkelen die menselijk genoeg zou zijn om met ons te communiceren en tegelijk computer genoeg om het netwerk te kunnen begrijpen. Dat ze dat onderwerp belangrijk genoeg vonden om een paar dagen lang over te praten, geeft aan de mens zich ongemakkelijk voelt over de mate waarin men zijn eigen uitvindingen nog kan beheersen. Ze zitten als het ware op een olifant en hebben geen idee waar hij naartoe gaat. Ze kunnen alleen maar hopen dat hij niet in een ravijn stapt. Die zorg is realistischer dan de angst voor de robot als monster.” Voor het eerst tijdens ons gesprek klinkt Dennett echt bezorgd. Dat is nogal onverwacht, omdat hij er zijn specialiteit van gemaakt lijkt te hebben onterechte angsten voor nieuwe technologie weg te nemen “We moeten ons ook zorgen maken over onze groeiende afhankelijkheid van het internet. We hebben iets geschapen dat we niet langer kunnen begrijpen en beheersen. We doen ons best het aan de gang te houden, we leveren de stroom, als een soort slaven. Ik denk dat de voordelen nog altijd opwegen tegen de negatieve effecten. Maar de decentralisatie van de systemen die heeft plaatsgevonden, baart me zorgen. Niet alleen de virussen en de spam die de boel plat kunnen leggen, maar ook een verstoring van ons idee van wat echt en onrecht is. Waar haal je je nieuws vandaan? Van blogs? Van kranten, van netwerken? Het verschil tussen betrouwbaar en onbetrouwbaar nieuws wordt steeds vager. Censuur is er niet, maar er is wel een vloedgolf van verkeerde informatie. Neem mijn boek over religie. Niemand zal erover piekeren dat te gaan censureren. Maar mensen die het niet met mij eens zijn, hebben veel betere manieren om mij te bestrijden, ze kunnen een vloedgolf van geruchten en foutieve informatie razendsnel de wereld rond laten gaan en mij en het boek verdacht maken. Daar valt weinig tegen te doen. Zoiets vind ik werkelijk bedreigend." Een gesprek met Daniel Dennett Daniel Dennett, Amerika's meest gerenommeerd filosoof en militant atheïst, bezocht onlangs ons land. Als overtuigd darwinist, fysicalist en godsdienstcriticus volgt de controverse hem overal waar hij komt. Moet men in deze tijd überhaupt nog filosofie gaan studeren? Goede vraag. Ik vraag mensen die geïnteresseerd zijn in filosofie altijd of ze niets beters te doen hebben met hun tijd. Filosofie is niet voor iedereen weggelegd. Ik denk dat er echter een aantal mensen zijn, niet veel, die een filosofische interesse hebben en ook het talent om iets goeds te doen in de wijsbegeerte. En er is nog flink wat te doen. Zowel over actuele kwesties als in het chroniqueren van de geschiedenis van de wijsbegeerte. Het is belangrijk dat we het spoor van de geschiedenis van de wijsbegeerte niet verliezen. Die is veel belangrijker voor ons dan voor wetenschappers. De wetenschappen zijn cumulatief. Filosofie daarentegen is de geschiedenis van heel verleidelijke fouten die zelfs door heel erg intelligente mensen gemaakt werden. En als je niet op de hoogte bent van de fouten van je voorgangers, dan zal je ze steeds opnieuw blijven maken. Ik geniet wanneer ik Nobelprijswinnaars hoor speechen over hoe ze in vijf minuten een aantal filosofische knopen zullen ontwarren, om vervolgens alle historische fouten één voor één te maken. Wat is filosofie beoefenen? Filosofen zijn specialisten in het onderzoeken hoe je moet denken over het stellen van de juiste vragen. Dat is onvermijdelijk heel onsystematisch. Je moet dus een zekere tolerantie hebben voor instabiliteit. Sommige van mijn studenten hebben een hekel aan die instabiliteit. Ze willen weten dat ze alles goed doen en op het juiste spoor zitten. En als ik dan zeg dat ik ook niet weet of ze het wel goed doen, vinden ze dat heel verstorend. Die mensen moeten geen filosoof worden. Je bevindt jezelf altijd op een gladde ondergrond. Je bent een supporter van de atheïstische Brights-beweging. Hoe gaat het daar nog mee? Het blijft een traag proces, maar we hopen dat de term ‘brights’ voor atheïsten kan gaan betekenen wat ‘gay’ voor homoseksuelen betekend heeft. Het ledenaantal is alleszins astronomisch. Er is voor atheïsten heel wat veranderd in de VS. Mijn boek Breaking the Spell en de werken van Christopher Hitchens en Richard Dawkins hebben echt het debat geopend. Ik denk dat er ondertussen al dertig of veertig boeken geschreven zijn als directe aanval op ons werk. Dat betekent dat we gehoord worden, en daar ben ik tevreden mee. Een aantal subdomeinen van de filosofie bevinden zich momenteel in een impasse. Waarop kan een hedendaags filosofoof zich best concentreren? Ken je de wet van Sturgeon? Sturgeon, een sci-fi schrijver, stelt dat 95% van alles brol is. Dat klopt. Heel wat filosofisch onderzoek is overbodig, maar dat geldt eveneens voor heel wat biologisch, chemisch of psychologisch onderzoek. Dat is alleen minder zichtbaar voor buitenstaanders. De boeiendste domeinen vind ik diegene waarin traditionele wijsgerige problemen de onderzoeksfocus geworden zijn van mensen die in andere disciplines werken. Denk aan de neurowetenschappen. Twintig jaar geleden wou geen enkele neurowetenschapper praten over bewustzijn, verbeelding of dromen. Deze onderwerpen waren ‘onaanraakbaar’. Het was iets waar oude, grijze neurologen wel in geïnteresseerd waren, maar slechts toe kwamen op het einde van hun leven. Omdat ze bang waren niet verder te geraken dan speculatie. Dat klopt niet. Laat kwesties als bewustzijn dan aan de neurowetenschappers? Ik denk dat filosofen wel degelijk neurologen kunnen helpen met hun onderzoek. Tenminste, als we het qualia-debat of het zombiedebat laten rusten (het debat over bewustzijn als een hoogst persoonlijke, onuitspreekbare en niet in fysische termen te vatten entiteit, Dat zijn idiote controverses, die mettertijd wel zullen wegsterven. Waar ik enthousiaster over ben, is de experimentele filosofie. Dat is een onderneming waarbij filosofen er op uit trekken en mensen vragen naar hun filosofische intuïties, eerder dan enkel te vertrouwen op hun eigen buikgevoel — bijna antropologisch, dus. Sommige filosofen haten dat: ze vinden dat het niet om filosofie gaat en gewoon slecht is. Dat is doorgaans een teken dat er iets interessants aan het gebeuren is, geloof ik. (lacht) U zegt dat u het debat over de aard van het bewustzijn liefst van al zou zien verdwijnen. Hoe waarschijnlijk is dat, denkt u? Het idee dat bewustzijn iets zuiver fysisch is, is nog steeds heel moeilijk en vraagt redelijk wat inbeeldingsvermogen van mensen. Maar voor nieuwe generaties wordt het steeds makkelijker. Voor er microprocessoren waren, was het gewoon onmogelijk om je een machine met miljoenen en miljarden kleine deeltjes in te beelden. En dus was het voor iemand als Descartes quasi onmogelijk om zich in te denken dat de mens een pratende, denkende machine is. Het tij is gekeerd? Ja. Nu kan iemand zeggen: je gelooft niet dat een machine kan denken? Kijk naar Deep Blue, die gerenommeerde schaakmeesters verslaat! Diegene die zich dat niet kunnen inbeelden, dat is een uitstervend ras. We hoeven niet meer, zoals veel humane wetenschappers doen, versteld staan te kijken naar hoe uniek de mens wel niet is, en zeggen dat wat ons tot mens maakt ongrijpbaar is voor de wetenschap. Als wetenschapper moet je ook die prachtige menselijke eigenschappen, zoals ons redeneervermogen of ons muzikaal gevoel, durven analyseren. Waar kan een filosoof nog interessante materies vinden? Er broeit heel wat in de moraalfilosofie dezer dagen. Er wordt op een nieuwe manier naar de morele psychologie gekeken. Men wil weten hoe mensen exact denken over goed en kwaad, wat hen precies in beweging brengt en waarom — denk aan het werk van Daniel Kahneman en Amos Tversky naar irrationaliteit. Maar het is natuurlijk ook meer dan een zuiver descriptieve onderneming, want ze heeft belangrijke implicaties voor hoe we ons moeten gedragen. Dat is de normatieve zijde van de moraalfilosofie. En daar kunnen filosofen hun steentje toe bijdragen. Ook in de wetenschapsfilosofie, de filosofie van de economie, zelfs in de esthetica, wordt er op dit moment belangrijk onderzoek verricht. Dit is een goede tijd voor filosofen. In welke mate werd u beïnvloed door W.V. Quine, die uw professor was aan Harvard? Erg veel. Ik bewonder zijn benadering van de wijsbegeerte, zelfs die aspecten die zijn critici ergeren. Een Engelse wiskundige zei me ooit eens: “ik hou niet echt van Quine. Zodra het onderwerp echt filosofisch wordt, begint hij grapjes te maken.” Daar had ik nooit over nagedacht, maar hij had gelijk en ik heb hem geantwoord: “omdat een deel van hem beschaamd is om een filosoof te zijn en niet gelooft dat filosofie een ernstig beroep voor een volwassene is.” Humor ter verontschuldiging voor een wijsgerige drang. Ja, ik denk dat hij zichzelf liever als een logicus dan als een filosoof zag. Er zijn twee soorten filosofen: filosofen en anti-filosofen. Anti-filosofen worden net filosofen omdat ze op een bepaald moment in hun jeugd geconfronteerd worden met filosofische stellingen waarvan ze onmiddellijk denken: “Dit is ongehoord. Schandalig. Wat een boeltje. Ik ga gewoon mijn mouwen oprollen en ons van deze onzin ontdoen.” Dat soort rigoureuze sceptische motivatie ligt aan de basis van heel wat van de beste filosofie. Kant, Hume, Carnap, Quine. Allemaal anti-filosofen. Ik ben zelf een anti-filosoof. U woont en werkt in Massachusetts, één van de meest progressieve staten van de VS. Beschouwt u zichzelf als een echte New England Liberal? Jazeker. Er is nog altijd een groot verschil tussen de mentaliteit van iemand uit Massachusetts of California, en iemand uit pakweg Texas. Men verwijst soms niet onterecht naar het zuiden en de Midwest als “Jesusland”. In mijn stad hebben we town meetings, waar élke inwoner van de gemeente zijn zeg mag doen. En dat werkt: gewoonlijk komt er bijna niemand, maar bij belangrijke beslissingen die iedereen aanbelangen zitten de turnzalen of stadhuizen overvol. Hoe kijkt u tegen de recente ontwikkelingen in de Amerikaanse presidentieële campagnes aan? De democratie in de Verenigde Staten wordt van binnenuit onderuit gehaald, met alle sloganpolitiek en spin. Sarah Palin is daar het mooiste voorbeeld van. Ze is voor geen meter geschikt om vice-president te worden, tot op het absurde af, maar heel de verkiezingsmachine is er in geslaagd haar voor te stellen als de toekomst voor Amerika. Ik maak me geen zorgen over de politieke wil van de Amerikanen, maar wel over het hele mediacircus dat geïnformeerd kiezen stilaan onmogelijk maakt. Palin is het griezeligste dat de Amerikaanse politiek ooit al is overkomen, erger dan George Bush. Qualia en filosofische zombies zijn centrale begrippen binnen het levendige bewustzijnsdebat. Qualia: het voelen van pijn, het beleven van extase, nostalgisch worden bij het zien van souvenirs. Dat zijn voorbeelden van geestelijke staten met een heel apart, subjectief karakter, bereikbaar via introspectie. Filosofen benoemen dit met de term ‘qualia’. Dennett definieert qualia in de nauwe zin, als intrinsieke en onuitspreekbare eigenschappen van het bewustzijn, die niet onderhevig zijn aan de wetten van de fysica en en alleen beoordeeld kunnen worden door degene die ze ondergaat. Een voorbeeld daarvan is het zien van de kleur rood. Als qualia, zoals Dennett ze omschrijft, bestaan, dan kunnen we dit gevoel niet communiceren naar anderen, die nog nooit de kleur rood ervaren hebben. (1) Hij wijst het bestaan van dat soort qualia vervolgens van de hand. Daarbij stelt hij dat een ervaring als pijn geen element is waarvan je je bewustzijn zomaar kan ontdoen, omdat het ook zijn weerslag heeft op het gedrag en de fysiologie van de persoon in kwestie. Qualia zijn dus het onderwerp van een belangrijke discussie binnen de bewustzijnsfilosofie. De voornaamste twistpunten daarbij zijn de relatie van qualia tot de fysische realiteit, de vraag of qualia intrinsiek individuele eigenschappen van hun dragers zijn, en welke geestelijke gesteldheden als qualia gelden. Filosofische zombies: dit zijn hypothetische wezens die handelen als gewone mensen, maar geen bewustzijn of subjectieve ervaringen kennen. Wanneer deze zombies een klap op hun hoofd krijgen, zullen ze reageren zoals een mens dat zou doen, zonder echter het gevoel van pijn te beleven. Een aantal filosofen tracht de theoretische mogelijkheid van het bestaan van deze zombies te bewijzen, om daaruit te laten volgen dat qualia bestaan. Dennett trekt de waarde van dit gedachtenexperiment in twijfel op basis van de incoherentie van het concept van qualia. (1) je kan echter wel een gevoels-communicatie tot stand brengen door een " een gevoel " op te wekken (dmv een kunstwerk ): het werk zal over het algemeen door de maker geslaagd genoemd worden als het bij de maker ervan het mee te delen oorspronkelijke gevoel herhaaldelijk opwekt ( ook in andere toestanden dan de creatieve toestand ) Maar dat betekent niet dat het kunstwerk ditzelfde gevoel opwekt of overbengt bij de eventuele toeschouwer .... Het is het ongrijpbare deel van het oorspronkelijke gevoel dat men de qualia noemt Dennett geldt al jaren als één van de radicaalste aanhangers van Darwins evolutietheorie. Dat uit zich ook in zijn nieuwste boek Breaking the Spell: Religion as a Natural Phenomenon, waarin hij vanuit een evolutionair perspectief belicht waarom radicale religies zo succesvol zijn. Dennett beweert in het interview dat de evolutietheorie de mens- en natuurwetenschappen bijeenbrengt: Quote Er wordt altijd gesproken over de kloof tussen mens- en natuurwetenschap. En wie overbrugt die kloof? Darwin, door ons te tonen hoe zin, ontwerp en betekenis ontstaan uit zinledigheid, uit stupide materie. Hiermee reageert hij tegen de veel gehoorde kritiek dat evolutietheoretici zich niet moeten bezig houden met het verklaren van sociologie, religie enz. Is de sprong tussen evolutietheoretici en het verklaren van sociologie enzovoort niet erg groot, en hoe moet ik me die verklaring voorstellen? Volgens Dennett kan niet alleen de mens als soort evolueren, maar kan hetzelfde gebeuren met ideeën: terwijl genen lichamelijke eigenschappen doorgeven, zorgen memen voor zulke "immateriële" eigenschappen En zo verklaart Dennett dan ook dat moraal, religies en sociale regels ontstaan: omdat de mensen( behept met deze memen ) er betere overlevingskansen door krijgen http://koan.filosofie.be/index.php?/archives/110-Daniel-Dennett-evolutietheorieen-religie.html zie verder ook : May 2003 Pulling Our Own Strings Philosopher Daniel Dennett on determinism, human "choice machines," and how evolution generates free will. Interviewed by Ronald Bailey http://www.reason.com/0305/fe.rb.pulling.shtml De laatste vraag van de interviewer is eigenlijk de kern van de Darwinistische redenering: Quote Reason: So morality evolves largely because people get more benefits than not out of it. Dennett: Yes. Civilization is a good deal. Gefotografeerd door Stijn Debrouwere Gefotografeerd door Stijn Debrouwere Het Breinrapport Stap voor stap komt de wetenschap dichter bij de beschrijving van wie en wat we werkelijk zijn. Deze verworven inzichten bevattelijk uitgelegd krijgen, is niet altijd evident. De Morgen ging praten met internationale topexperts over het hoe en waarom van onze emoties, het al dan niet bestaan van een intelligentiegen en of wij wel altijd eerlijk omspringen met ons geheugen. www.mijnbijzonderbrein.be Gaan we straks met zijn allen designerbaby's maken? Bestaan er cyborgs? Zal in de nabije toekomst een simpel pilletje volstaan om een tanend geheugen wat bij te spijkeren? Op deze en andere vragen proberen we met de breinwetenschappers een antwoord te vinden. We gaan ook dieper in op de vele ethische problemen waarmee ze al onderzoekend worden geconfronteerd "Weet je nog wat je vorige dinsdag als ontbijt hebt gegeten?' Tijdens het gesprek keert Daniel C. Dennett regelmatig de rollen om en stelt hij de vragen. De beroemde Amerikaanse filosoof van de menselijke geest werkt graag volgens de socratische methode. Want hoe kun je beter illustreren hoe onze hersenen werken én vooral hoe ze volgens hem niét werken? "Weet je wat mijn favoriete evolutiemop is?", mailt Daniel Dennett na het interview. "Twee kampeerders in Alaska kijken 's morgens uit hun tent en zien plots een grizzlybeer op hen afkomen. Een van hen begint meteen snel, snel zijn loopschoenen aan te trekken, waarop de andere zegt: 'Je denkt toch niet dat je die grizzly met die schoenen te snel af zult zijn, zeker?' Waarop de eerste antwoordt: 'De grizzly niet nee, maar jou misschien wel!'" De gerenommeerde Amerikaanse filosoof van de Tuftsuniversiteit nabij Boston staat er niet bepaald om bekend hapklare theorie챘n te presenteren, maar Dennetts manier om zijn ideeën uit te leggen, is wel verrassend toegankelijk. Diept hij geen nieuwe metafoor op, dan speelt hij met je gedachten om iets uit te leggen, of gebruikt hij ja, gewoon een mop. Om daarna bij de aha-erlebnis van zijn gesprekspartner instemmend te glimlachen, you got my point. Ook de mop vertelt hij niet voor niets. "De competitie in de evolutie waar het echt om draait, is niet de competitie tussen jager en prooi, maar tussen individuen van dezelfde soort." De streek waar Dennett het gros van zijn denkwerk levert, ademt die wedijver bijna uit. Met de metro passeer je haltes met prestigieuze namen als Harvard en MIT. De eindhalte heeft meer iets van een hyperreligieus dorp. De route naar de verrassend groene Tuftsuniversiteit is bezaaid met kerken als de Methodist Union Church. Niet meteen een plek waar je een man die niet bepaald als dogmaticus bekendstaat zou situeren. Ook al is Dennett zelf een klinkende naam, het bureau van de directeur van het Center for Cognitive Studies is vrij bescheiden. Hoewel. "Slagen is niet genoeg, anderen moeten falen", leest de verwelkomingstekst op de deur. Een knipoog naar evolutie, het codewoord voor het gros van Dennetts denken. Ook wij zijn het product van blinde, darwinistische selectie. Dennett is een naturalist. Natuurwetenschappen vormen het vertrekpunt van zijn filosofie. "Wat jij bent, is een verzameling van ruwweg een honderd triljoen cellen, van duizend verschillende soorten. Elk van die cellen is een mindless mechanisme, een grotendeels autonome microrobot. Het is niet meer bewust dan je bacteri챘le gasten zijn. Geen enkele cel die deel van je uitmaakt, weet wie je bent, of geeft erom." Dennett is een ethicus, buigt zich over de biologie, de techniek, wetenschap tout court, maar zijn object par excellence om over te filosoferen, prijkt op zijn bureau: een plastic schaalmodel van de hersenen. Het orgaan dat ons voelen en denken grotendeels bepaalt en dat door de natuurwetenschappen steeds verder wordt verklaard als een neurologische, biochemische machine. Een visie die ook Dennett aanhangt, maar die voor heel wat mensen te 'eng' is. Te veel mechanisme, te weinig mysterie. Terwijl Dennett in zijn boeken soms vrij scherp tekeer kan gaan tegen zijn critici heeft hij face to face meer weg van een bijzonder minzame reus die je vooral zelf aan het denken wil zetten. "Hoe meer we leren over wat we zijn, hoe meer verschillende opties we zullen opmerken over wat we allemaal kunnen proberen te worden." Soms zien we het gewoon verkeerd. Zo zei Dennett ooit dat ons geheugen geen blikje frisdrank is dat je uit de koelkast kunt halen en zomaar open kunt trekken. Wat is het dan wel? "Ik wou dat ik een echt goede theorie over het geheugen had. Dat is niet zo, ook al weten we er best wel al wat van. Maar geheugen hoeft geen fotografisch geheugen te zijn of een herinnering. Elke wijziging in de structuur van een organisme waarmee het zijn gedrag in de toekomst nuttig kan bijsturen kun je eigenlijk een vorm van geheugen noemen. Als je overreden wordt door een auto en je raakt kreupel, zul je bijvoorbeeld raar wandelen. Of als je overreden wordt door een auto zul je de volgende keer als je de straat nadert ontzettend voorzichtig zijn en wel naar links en rechts kijken. Beide zijn een vorm van geheugen. Het is allebei littekenweefsel. Er is iets veranderd dat je die alertheid geeft. Het enige verschil is dat je kreupele been niet echt een goede aanpassing is. Het biedt je geen bescherming tegen een volgend auto-ongeval. "Onze hersenen zijn zo ontworpen dat ze een medium zijn dat onwaarschijnlijke hoeveelheden van zulke wijzigingen kan absorberen. Neem wat ik nu tegen jou zeg. Dat produceert geluidsgolven. Die dringen je oren binnen en hebben een effect op je hersenen. Je zult niet letterlijk kunnen nazeggen wat ik zeg, maar je zult de essentie ervan vatten. Die golven bereiken ook die teddybeer daar, maar daar verandert dat niets. Die beer blijft hetzelfde, omdat die niet ontworpen is voor verandering. Maar als de geluidsgolven jouw hersenen bereiken, veranderen ze van alles. Dat is wat je geheugen is. Het is een aanpassing van de plastische, veranderlijke deeltjes in je hersenen." Over die plasticiteit van onze hersenen is veel te doen. Alles wat je ervaart, verandert iets in je hersenen. "Ik geloof dat dat klopt. Alles wat rondom je gebeurt als je wakker bent, dringt binnen en verandert iets in je hersenen. Dat betekent niet dat je alles met grote betrouwbaarheid opslaat. Dat zou een onwaarschijnlijke opslagcapaciteit vereisen. Sommige mensen denken dat je hele leven op een of andere manier opgeslagen zit in je hersenen. Als je maar de juiste sleutel vindt, kun je het weer helemaal afspelen. Ik ben er vrij zeker van dat dat een mythe is. Het brein slaat niet zoveel informatie op. Alles wat je hersenen binnenkomt, wordt herschreven, bijgewerkt. Wat je je later herinnert, is een zeer sterk herwerkte fractie van wat echt is gebeurd. In die zin is je geheugen geconstrueerd of gereconstrueerd. En juist omdat er zoveel bewerking en montage gebeurt, ontstaan er allerlei kansen waarbij je geheugen gecontamineerd kan worden met irrelevante inhoud. "Uit heel veel laboratoriumexperimenten met proefdieren weten we dat er een soort geheugenfixering bestaat die veel herhaling vereist. We hebben veel neurowetenschappelijke modellen over de graduele opbouw van zulke geheugensporen door conditionering, maar we weten ook dat het kan dat we 챕챕n keer iets zien dat ons diep raakt en we het nooit meer vergeten. We hoeven het geen twintig keer te zien. Gewoon boem, je vergeet het nooit meer. Als er iets erg traumatisch of moois gebeurt, herinneren we ons het moment waarop we dat leerden vaak nog erg levendig. Waar was je toen je hoorde over 9/11? Maar volgens mij is er altijd veel contaminatie, ook dan. Wacht, we zullen even iets uittesten." - In welke stad kenden de Beatles hun start in Engeland? - (...) Liverpool. - Weet je ook wanneer je dat voor het eerst hebt geleerd? - Euh, nee. - Weet je nog wanneer je voor het eerst over mij gehoord hebt? - Goh, nee. "Zie je? De meeste dingen die we weten, hebben we geleerd. Maar we weten niet meer exact wanneer we ze geleerd hebben, tenzij het een heel speciale dag was. Een hypothese die we volgens mij ernstig moeten nemen is dat wat we ons episodisch herinneren alleen de dingen zijn die we in feite semibewust hebben gerepeteerd en gerepeteerd... Denk aan iets ontzettend g챗nants dat je is overkomen. (wacht even) Als je eraan denkt, begin je meestal te blozen. Als je zoals de meesten van ons bent, herhaal je zoiets eindeloos in je hoofd, kun je maar niet stoppen eraan te denken, blijf je alle smeu챦ge details maar overlopen. Kortom een paar dagen lang ben je erdoor geobsedeerd. Daardoor zul je het uiteindelijk nooit meer vergeten. "De reden waarom je het nooit meer vergeet, zijn die herhalingen. Eigenlijk is dat een soort conditionering. Die herhalingen nestelden het in je brein, fixeren het. Maar als je in staat was geweest om je te laten afleiden door andere dingen, zodat je het niet telkens zou herhalen in gedachten, zou je je het waarschijnlijk later niet meer kunnen herinneren. Ook al was het op het ogenblik zelf ontzettend g챗nant. Ons menselijk vermogen om ons gebeurtenissen te herinneren, om ze op te roepen, ze bewust te herzien, ze opnieuw in je hoofd af te spelen, dat soort episodisch geheugen is heel erg bijzonder." Waarom is dat zo bijzonder? "Het is niet zeker of andere dieren, zelfs erg slimme dieren, daartoe in staat zijn. Als ik je vraag waar je vorige dinsdag was, welke kleren je droeg, zul je daar even over moeten nadenken. Je moet je eigen geheugen prikkelen, uitdagen, je moet het wat helpen. De informatie stroomt niet automatisch binnen. We kunnen het allemaal, we zijn er vrij goed in, maar we kennen er ook de beperkingen van. Het proustiaanse vermogen om stil te staan en terug te blikken op ons verleden is waarschijnlijk uniek voor mensen en waarschijnlijk zelfs voor volwassen mensen. 'Infantiele amnesie', het fenomeen dat we ons zelden iets kunnen herinneren van onze eerste levensjaren, is volgens mij een foute term. Het is niet zozeer dat kinderen dat allemaal zijn vergeten. Volgens mij is het gewoon een periode waarin dat soort geheugensporen nog niet klaar is om al gemaakt te worden. Ze bezaten de geestesgewoontes nog niet om dat al mogelijk te maken." Gelooft u in de zoektocht naar een echte geheugenpil? "Ja, ik geloof dat dat in principe mogelijk is. Het is in ieder geval een stuk aannemelijker dan een intelligentie- of een humorpil. We hebben trouwens al antigeheugenpillen: amnestische pillen. Als die actief zijn, leg je in feite geen enkele herinnering vast. Dat is ook waarom ze zoveel gebruikt worden bij chirurgie, wist je dat? Het is een medisch geheimpje. Omdat anesthesie altijd een risico inhoudt, proberen artsen die zo licht mogelijk te houden. De keerzijde is dat het soms te weinig is, wat voor pati 챘nten heel wat ongemak kan opleveren. Dan geven dokters hen soms amnestische middelen en zijn ze gelukkig als de hele operatie voorbij is. Ze voelen geen angst over wat ze hebben doorstaan, omdat het lijkt of het niet gebeurd is. "Sommigen beweren dat artsen dat doen om rechtszaken te vermijden door de herinneringen aan eventuele medische fouten uit te wissen, maar ik geloof dat ze een veel betere motivatie hebben: herbeleving vermijden. Want een slechte ervaring herbeleven, maakt het juist een slechte ervaring. De echo's maken deel uit van het lijden. Met die pillen verminder je de pijn door al die echo's te beëindigen. Als je dat kunt uitwissen zijn die patiënten beter af. Sommige van die middelen bestaan al vrij lang, zoals scopolamine. Dat werd vroeger aan vrouwen gegeven bij hun bevalling." Is de geboorte van je kind geen herinnering die je wilt bewaren? "Dat is het hem net! Een van de argumenten om het te geven was: als je wilt dat vrouwen meer dan 챕챕n kind krijgen, geef je ze beter zo'n middel, zodat ze zich al die baringspijn niet herinneren." Ontneem je met zo'n geheugenwispil niet een wezenlijk deel van wat iemand is, namelijk zijn herinneringen? "Absoluut! Dat is orwelliaans. Je kunt je voorstellen dat dat verschrikkelijke politieke gevolgen kan hebben. De regering die zo'n pil in de watervoorraad doet..." Is dat niet wat vergezocht? "Nee, ik denk het niet. (denkt na) Al hebben we vandaag natuurlijk allerlei externe geheugensteuntjes voor ons geheugen, zoals je taperecorder. Het is vrij ondenkbaar dat ze naast die pil ineens alle opnames van bepaalde gebeurtenissen zouden kunnen wissen. Over dat laatste moeten we trouwens eens nadenken, want we realiseren ons niet hoe dramatisch de relatie tussen ons en ons externe geheugen aan het veranderen is. Het tijdperk van het fotografische bewijs nadert zijn einde, door Photoshop. Ik vraag me af wie zich realiseert wat dat kan wijzigen aan de status van bewijsmateriaal als foto's gemanipuleerd kunnen worden en in essentie niet te onderscheiden zijn van authentieke foto's. Jarenlang hadden we dat heerlijke idee van betrouwbaarheid, de garantie dat een foto niet nagemaakt kon worden. Door technologische vooruitgang is dat onderuitgehaald. We hebben een fantastische standaard, maar die kan ook gemakkelijk misbruikt worden." Over misbruik van techniek gesproken. Heel wat mensen waarschuwen voor misbruik van al bij al premature kennis over onze hersenen, zoals beweren dat je via hersenscans of genetische tests iemands gedrag in de toekomst kunt voorspellen. "Op dit ogenblik weten we nog lang niet genoeg over hoe iemands brein werkt, hoe de specifieke dynamiek werkt. We hebben een idee, maar kennen verre van de details. Maar ik denk dat dat zal veranderen en dat we er meer over te weten zullen komen. We beginnen bijvoorbeeld greep te krijgen op impulscontrole, op de rol van de frontaalkwabben en van neuromodulatoren die dan specifiek actief zijn in die regio. Dus ik denk dat we ooit wel zullen kunnen zeggen of iemand veel risico loopt om agressief te reageren op een belediging of een dreiging. Dat soort 'voorspelling' zullen we vermoedelijk kunnen maken in de toekomst. "Je moet het zien als een kansberekening. De hersenen zijn zo ontworpen dat ze heel fijngevoelig zijn voor input en dramatische veranderingen maken op basis van die input. Het zijn versterkers van nieuwigheden. Dat betekent dat wat je ook uitvist over iemands hersenen, je voorspellingen altijd weerlegd kunnen worden door een nieuwe ervaring die alles wijzigt. Eigenlijk is dat vrij vanzelfsprekend. Je moet het niet zien als een spoorlijn waarvan de richting vastligt; het is allemaal voorwaardelijk. Neem nu dat geval van die impulscontrole. Wat gaat er gebeuren als je dat vertelt aan die persoon? Vanaf dan kan die erover nadenken. Stel dat we zouden ontdekken dat er allerlei voorwaarden zijn voordat iemand de controle verliest, dan zullen mensen niet veroordeeld worden tot hun toekomst door de ontdekkingen die we doen. Dan zullen die ontdekkingen juist wijzen op mogelijkheden om die toekomst aan te passen. "Maar soms zijn er ook beperkingen. Je hoeft niet in mijn hersenen te kijken om te weten dat ik nooit een trapezeartiest zal worden of een violist. Hoe hard ik ook zou proberen, hoeveel geld ik ook aan opleidingen zou spenderen, ik zal het nooit zijn. Maar ik zal waarschijnlijk wel voldoende Chinees kunnen leren om mijn plan te trekken. Met die beperkingen kun je evenwel leven." Wat voorspellingen over iemands gedrag betreft, hoever ben je dan van een scenario zoals in Minority Report, waar je mensen al bijna 'veroordeelt' nog voor ze maar iets hebben gedaan? "Ik denk dat mensen terecht extreem bezorgd mogen zijn over die theoretische mogelijkheid. We moeten hier zeer goed over nadenken en de noodzakelijke maatregelen nemen om te vermijden dat dat kan gebeuren. En het zal allesbehalve vanzelfsprekend zijn hoe dat moet. Anderzijds, als ik een aandoening heb waardoor ik een groot risico loop om een onveilige chauffeur te zijn en iemand dood te rijden, wil ik dat weten. Dan kan ik mijn taxifonds aanleggen, want ik wil niemand doodrijden. Ik heb het recht te weten welke problemen ik heb. Ik wil een verantwoordelijk persoon zijn. Misschien wil niet iedereen dat. De vraag is niet alleen of de maatschappij het recht heeft te weten wie de risicopersonen zijn. Ook de risicopersonen zelf hebben het recht dat te weten, omdat ze er misschien iets aan kunnen doen. Uiteraard is het een kleine en glibberige stap om van dat scenario over te gaan naar een situatie waarin wij als maatschappij gaan zeggen: als zij niet bereid zijn er iets aan te doen, zullen wij het wel doen. Je kunt je allerlei soorten choquerende maatregelen van sociale controle voorstellen. Maar hoe je het evenwicht opmaakt tussen vrijwillige en onvrijwillige maatregelen is een politieke vraag, geen wetenschappelijke." U wilt een verantwoordelijk persoon zijn, maar sommige kennis is gewoon zwaar om te dragen of ze kan misbruikt worden. "Ja, en soms wil je het niet weten. Net zoals je maagdelijkheid kun je je onwetendheid maar 챕챕n keer verliezen. Dat zijn moeilijke kwesties. Sommige van onze deugden hangen af van onze onwetendheid. Als we te veel weten, is het soms moeilijk om nog rechtschapen te zijn. Als ik wist dat er op dit ogenblik iemand aan het stikken was in de kelder zou ik nu onmiddellijk naar beneden moeten rennen om hulp te bieden. Als ik dat niet zou doen zou ik geen rechtschapen man zijn. Maar als ik het niet zou weten zou mijn deugd - ook al was het nog steeds schaamtelijk - onbevlekt blijven. We worden zelden in een positie geplaatst waarin we het lot dankbaar zijn omdat we het niet wisten. Vandaag de dag, met internet, met alle media, weten we steeds meer over de aardbeving in Kasjmir, over Katrina. Maar wat heb ik gedaan om de slachtoffers van Katrina te helpen? Niet veel. Ik heb de luxe niet om te zeggen: ik wist het niet. En die situatie gaat niet verbeteren. Integendeel." 'Aanvaard Jezus Christus als je persoonlijke redder voor 1 januari 2005 en je krijgt een gratis gsm!' De geprinte schreeuwerige reclamemail hangt uitdagend aan Dennetts prikbord. Het contrast met het uitzicht dat hij zichzelf heeft gegund, vier levensgrote posters van Marilyn Monroe, zegt genoeg. Humor heeft hij wel en heilige huisjes kent hij niet. Ook de ziel is niet heilig. Volgens Dennett moeten we dringend af van het idee dat we verantwoordelijke wezens zijn, kapitein van ons eigen lot, omdat we in wezen eigenlijk 'zielen' zijn, immateri챘le en onsterfelijke stukjes goddelijk materiaal die ons hele bestaan zin geven. De huidige wetenschap heeft dat idee van onsterfelijke zielen al lang achterhaald, stelt hij. Velen concluderen daaruit dat ook bewustzijn voor Dennett niet bestaat. Onterecht, schrijft hij. Het bestaat wel, alleen is het anders dan we tot nu geloven. Hoe verleidelijk het ook mag zijn, er is geen scheiding tussen lichaam en geest, zoals de Franse filosoof Descartes beweerde, geen scheiding tussen hersenen en zijn bewustzijnsinhoud. Volgens Dennett is de geest het brein. En bewustzijn moeten we ons niet voorstellen als een centraal podium in ons lichaam waar iemand zijn boodschap verkondigt. Er is geen centrale plek in het brein waar bewustzijn wordt bereikt, nee er is veeleer een debat gaande tussen verschillende delen van onze geest die allemaal de aandacht willen. Dennett vergelijkt het bewustzijn graag met 'fame in the brain', roem in het brein. "Sommige mensen zijn beroemd, maar komen niet op televisie. Sommige mensen komen op televisie maar zijn niet beroemd, zoals een verpleegster die tijdens het nieuws over een behandeling in beeld komt. Vijftien seconden lang is ze op televisie, miljoenen mensen zien haar, maar ze is niet beroemd. Televisie is niet voldoende voor roem. Het is een ander fenomeen. Pas dat nu toe op het bewustzijn. Als je denkt dat er een plaats bestaat in je hoofd waar je bewust wordt zodra je er vijftien seconden bent, zeg ik je: dat klopt niet. Bewustzijn is zoals beroemd zijn. Je mag niet de vergissing maken te denken dat bewustzijn is zoals televisie. Dat is het niet." Dat geeft me enigszins een idee van wat bewustzijn volgens u niet is, maar nog steeds niet van wat het wél is. "(lacht) Ik weet het! Het is ook niet eenvoudig. Beeld je een robot in. Ik ga hem 'roem in zijn brein' proberen geven, geen bewustzijn. Die robot heeft zijn computers, heeft zijn brein. In zijn computers vinden er allerlei gevechten plaats om de controle te veroveren. Sommige winnen voor eventjes, zwakken dan weer af, andere komen op. Er is een voortdurende strijd gaande om te bepalen welke thema's, idee챘n het voor het zeggen hebben. Want de invloedrijke thema's worden gerepeteerd en laten sporen na in het geheugen. Een van de symptomen daarvan is dat de robot er later nog verslag van kan uitbrengen. Het zijn gevechten om die posities te verwerven waarover later nog verteld zal worden omdat ze dominant waren, omdat ze zo beroemd waren. Maar nu zeg ik je: ik heb gelogen. Ik zei dat het enkel ging over roem in het brein en niet over bewustzijn. Dat klopte niet, want wat ik je net beschreef, is bewustzijn. Ik zeg dus niet dat er geen bewustzijn is. Ik zeg alleen dat het is zoals roem in je brein. Dan reageren mensen vaak: wat een teleurstelling." We houden ook van de gedachte dat er een uniek 'ik' is, een 'zelf' dat de controle behoudt over al onze gedachten en uiteindelijk de beslissingen neemt. Volgens u klopt dat niet. "Niet helemaal, ook in die robot zou er een 'zelf' zijn. Alleen is die niet uniek, het is diegene die uit al die competitie op dat ogenblik naar voren zou treden als de (tijdelijke) overwinnaar. Vergelijk het met een democratie waar je elke vier jaar een nieuwe 'zelf' verkiest. Is hij de baas? Nee, of toch niet zoveel als hij zelf denkt. Maar is er een continu챦teit van controle, van geheugen? Ja. De hendel wordt doorgegeven van hand tot hand. De coalities aan de macht komen op en gaan weer ten onder, nieuwe coalities vormen zich. Het is allemaal een soort politiek proces." Maar als er voortdurend coalitiewisselingen zijn in ons hoofd kan de ene coalitie toch volledig het tegenovergestelde propageren van de andere? Zo voelt het toch niet in je hoofd? Hebben we niet het gevoel dat er telkens 챕챕n en dezelfde het voor het zeggen heeft, zijnde wijzelf? "(uitdagend) O ja? Heb je nooit het gevoel dat je iemand anders was? (lachend) Ok챕, jij lijdt niet aan een meervoudige persoonlijkheidsstoornis, maar waarschijnlijk heb je wel een soort van verschillende personen in je. Als jij hier met mij zit, of je praat met je moeder, of met een vriendin, dan is er behoorlijk wat discontinu챦teit. Mochten je ouders hier nu plots binnenwandelen dan zou je je toch vrij ongemakkelijk voelen, niet? Je zou niet goed weten hoe je je moest gedragen h챕? Omdat de coalitie die normaal bij je ouders werkt het zou willen overnemen, terwijl het regime dat hier nu aan de macht is die macht niet echt wil opgeven. Op dat ogenblik zou zich een soort burgeroorlog in je hoofd afspelen. De fout die iedereen maakt, is veronderstellen dat er naast die coalities nog een extra geestesoog aanwezig is, dat wacht om te kijken hoe het uitdraait en partij kiest voor 챕챕n van beide. Dat is niet zo, er is niet nog iets extra's dat finaal beslist wie het voor het zeggen heeft. Nee, jij bent je lichaam. En er is maar 챕챕n lichaam, je kunt het niet in twee챘n splitsen. De woorden die je uitspreekt, zullen de woorden zijn die de partij die dan aan de macht is, wil dat je zegt. En mettertijd veranderen de coalities, nemen nieuwe elementen de macht over. En het onderliggende proces van het geheugen zorgt voor een vrij hoge continu챦teit van het geheel. Het geheugen kun je met de administratie vergelijken, de ambtenaren die voor altijd blijven." Hoe kan het geheugen het stabiele element blijven tijdens machtswis-selingen als het tegelijk veel dynamischer blijkt te zijn dan we dachten? Is dat geen contradictie? "Ja, ons geheugen is dynamischer dan we dachten, maar het is ook niet volkomen vloeibaar. Er is heel veel inertie. Een van de redenen daarvoor is dat wij mensen ons geheugen ontzettend graag onderhouden. We houden ervan terug te duiken in onze herinneringen. De laatste keer dat ik daar was, dat heb ik al jaren niet meer gegeten, enzovoort. Elke keer als we dat doen, vernieuwen we de sporen in ons geheugen. Van de herinneringen die we zo vaak ophalen, weten we niet meer of we de originele gebeurtenis ophalen of een herinnering eraan. Als iemand je vraagt wat je oudste herinnering is, weet je als je antwoordt dat je je dat nog al hebt afgevraagd en dat de verniste herinnering die je aanhaalt al een kopie van een kopie van een kopie het vroegste ding is. Het heeft een soort status verworven." In hoeverre kunnen we w챕l op dat geheugen vertrouwen als basis voor onszelf? "Wat weten we? We weten dat het vrij goed is en tegelijk... (lange stilte) Weet je, sommigen voelen zich goed bij een leven op een boot. Dat houdt in dat ze die boot voortdurend moeten herstellen, planken vervangen als ze rot zijn, stukken afdekken tegen de regen. Ze blijven herstellingen doen en de boot blijft maar verandert met de jaren. Andere mensen leven liever in de vuurtoren, want ze willen verankerd zijn aan een rots, ze willen een fundering die niet verandert. In beide gevallen heb je continu 챦teit. In het ene geval dankzij veel vernieuwing, herstel en vervanging; in het andere omdat het zo stevig is als een rots. Maar ze werken allebei. "Zo werkt de continu챦teit van de menselijke cultuur ook. Het voortbestaan van Plato hangt niet af van het papier. We hebben geen kopijen die teruggaan tot zijn tijd. De oudste fragmenten zijn kopie챘n van kopie챘n van kopie챘n maar de overdracht van de tekst is heel erg betrouwbaar. Ik hou heel erg van het beeld van onbekenden die binnenkomen en een dans leren. Het is de dans die telt. Het is alsof er een eeuwigdurende dans bezig is. Mensen worden moe en vertrekken, anderen komen binnen en leren de danspasjes, en zij dansen verder tot ze ook moe worden en vertrekken. Maar de dans stopt niet. De dans is wat het geheugen gaande houdt. Het gaat om de informatie in die dans, niet in de materialen. Het idee van een kern zo hard als diamant, die je ziel is, dat dat is wie je bent, klopt niet. Het is de dans! Het is de dans van de neuronen. Zolang de informatie er is, ben jij daar. Dat is de manier waarop je Plato bent. Je bent zoals een tekst die stabiel blijft ondanks alle kopie챘n die worden gemaakt, worden weggegooid, worden vernieuwd. Dat is wat jij bent." Daniel C. Dennett Directeur van het Center for Cognitive Studies van de Tuftsuniversiteit in Medford, Boston - Filosoof van de menselijke geest, geniaal denker en woordkunstenaar die niet voor één gat te vangen is - Schreef een boek over bewustzijn (Consciousness explained) over Darwin (Darwin's dangerous idea), over de vrije wil (Freedom evolves) en over computerspelletjes die een vrije wil hebben Zei ooit "Toen ik de Meditationes van de Franse filosoof Descartes uit had, wist ik: hij heeft het mis met zijn onderscheid tussen stof en geest." - Wil de angst wegnemen om mysteries over onze geest, ons zijn in te ruilen voor neurologische, biochemische mechanismen zie verder ook : Hersendossier deel 2 Het weke harnas van het lot Bas Haring Daniel Dennett en de macht van de natuurwetten (2003-) Freedom Evolves door door Daniel C. Dennett. Viking Penguin. Londen 2003. Bas Haring is filosoof en als hoofddocent mediatechnologie verbonden aan de Universiteit Leiden. Onlangs verscheen van zijn hand De ijzeren wil. Voor zijn debuut Kaas & de evolutietheorie ontving hij vorig jaar de Eurekaprijs en de Gouden Uil. Volgens Daniel Dennett is er plaats voor de vrije wil, ook in een volstrekt voorspelbare wereld. Bas Haring legt uit waarom hij gelijk moet hebben. Als ik vroeger met mijn ouders voor Kerst of Sinterklaas naar de Bijenkorf ging, dan stond daar bij de ingang een grote glazen kast met apen. Mechanische apen. Heel af en toe kreeg ik van mijn ouders een kwartje om in de kast te gooien waarop de apen begonnen te bewegen: ze speelden op muziekinstrumenten en dansten op de maat van de muziek. In mijn fantasie was de glazen kast een geheel eigen wereld. Een echte wereld waarin van alles kon gebeuren. Maar in werkelijkheid kon er natuurlijk helemaal niet ‘van alles’ gebeuren in die glazen apenkast. Als je goed keek, zag je dat de aapjes altijd op precies dezelfde manier bewogen en dat er werkelijk geen enkele variatie in hun spel zat. De aapjes waren voorgeprogrammeerde mechanische poppen met een levensloop van 챕챕n minuut die van begin tot einde vastlag. Voor hen bestond er geen greintje vrijheid of vrije wil. Freedom Evolves gaat over de vraag of het mogelijk is dat wij ook in zo’n soort mechanische glazen kast leven: ligt de levensloop van ons universum vast? Maar in het bijzonder gaat Freedom Evolves over de vraag of het mogelijk is over een vrije wil te beschikken mochten wij in zo’n deterministische kast leven. Waarom is deze vraag interessant genoeg om er een heel boek aan te wijden? In de eerste plaats omdat het 챕챕n van de klassieke filosofische vragen is. Zo’n vraag waar je nooit uitkomt en waarover altijd nog wel een boek bij kan. En in de tweede plaats omdat de vraag een intu챦tieve reactie oproept: ‘Natuurlijk is het onmogelijk dat de loop van de geschiedenis vastligt: ik kan toch keuzes maken; en de uitkomsten van die keuzes liggen niet vast. En mochten mijn keuzes en de loop van de geschiedenis wel vast blijken te liggen, dan maakte ik blijkbaar geen keuzes, en had ik dus geen vrije wil.’ Toch lijken er haken en ogen te zitten aan deze eerste reactie: kleine beheersbare laboratoriumwereldjes van een paar atomen en moleculen groot lijken verdraaid deterministisch - waarom dan niet de gehele wereld? En dat we een werkelijke vrije wil hebben, voelen we allemaal. Hoe kunnen we deze schijnbare tegenstellingen met elkaar rijmen? Eén uitweg is om iets ‘magisch’ te veronderstellen. Iets wat wij bezitten - in ons brein of ergens anders wat ons onderscheidt van de rest der dingen, en wat ons de mogelijkheid geeft te ontsnappen aan het harnas van het lot. Iets onstoffelijks - een ziel à la Descartes of anderszins - of, moderner, iets magisch dat onderdeel uitmaakt van de fysica: kwantummechanische theorie챘n die vertellen dat God w챕l met dobbelstenen gooit, of chaostheorie챘n die vertellen dat de meest onvoorspelbare dingen kunnen gebeuren bij de gratie van een greintje onzekerheid. En precies tegen dit soort uitwegen komt Dennett in opstand. Zelfs in de voor honderd procent voorspelbare wereld - zonder kwantummechanica of chaostheorie - is het, aldus Dennett, prima mogelijk om over een ware vrije wil te beschikken. Daar is niets magisch voor nodig. Schietspellen zijn een stuk minder leuk als de vijand altijd van dezelfde kant komt aanlopen. Om zijn idee챘n te illustreren, maakt Dennett gebruik van een deterministisch apparaat bij uitstek: de computer. Een computer is in feite net zo’n voorspelbaar apparaat als de mechanische kast met apen. Hij draait gedachteloos een verzameling programma’s af en wacht geduldig tot een gebruiker er bij wijze van spreken weer een nieuw kwartje ingooit. Het is een onnadenkende en voor honderd procent voorspelbare machine die een voorgeprogrammeerde riedel van activiteiten afloopt. Toch heeft iedere computer een randomgenerator. Een klein programmaatje dat willekeurige getallen genereert en dat functioneert als de interne dobbelsteen van het apparaat. In veel toepassingen zijn toevalsgetallen nodig: schietspellen zijn een stuk minder leuk als de vijand altijd van dezelfde kant komt aanlopen. Maar hoe kan een voor honderd procent voorspelbaar apparaat willekeurige getallen genereren? Het is 처f voorspelbaar, 처f willekeurig; niet beide tegelijk. De crux van willekeur zit ’m toch in de onvoorspelbaarheid... Een computer kan dan ook helemaal geen willekeurige getallen genereren: hij doet maar alsof. Een randomgenerator is een programma dat een getal uitrekent op basis van het vorige getal dat hij uitgerekend heeft, en soms ook nog op basis van iets anders: de tijd bijvoorbeeld. Als je precies weet wat de systematiek van de randomgenerator is, kan je eenvoudig voorspellen wat het volgende ‘willekeurige’ getal zal zijn dat het programma gaat ophoesten. Een randomgenerator is dus helemaal niet 챕cht random, maar pseudo-random. Alleen... hoe kan ik nu bepalen of een randomgenerator een echte is of een onechte? Voor degenen die zich wenkbrauwenfronsend afvragen wat dit nu precies te maken heeft met de onderhavige problematiek van de vrije wil, het volgende: we komen dicht in de buurt van een andere - veel interessantere - kwestie. Wat is het verschil tussen een onechte vrije wil en een echte? Naast mijn computer staat een geheimzinnig kastje waar af en toe een piep uitkomt. Ik heb geen flauw benul wanneer en hoe hard de volgende piep zal zijn en ik durf het kastje niet open te maken. Ik heb mij door een geleerde laten vertellen dat het kastje een ware randomgenerator is: het kastje is volkomen onvoorspelbaar. Ik wil de geleerde graag geloven, maar hoe weet ik dat hij gelijk heeft? Misschien meent hij het heus, en denkt hij werkelijk dat het kastje een niet-deterministisch machientje is. Maar dan nog; misschien zit het kastje eigenlijk vol met de meest geavanceerde computerapparatuur, met randomgenerator op randomgenerator op randomgenerator. Of wellicht is het principe van het kastje een nog ondoorgrond fysisch verschijnsel, en kan men over enkele decennia vanwege toegenomen inzichten plots voorspellen wanneer en hoe hard mijn kastje gaat piepen. Was-ie verdorie toch niet random! Hoe is het mogelijk om zeker te weten dat iets wat werkelijk willekeurig lijkt, ook werkelijk willekeurig is? Met de beste wil op aarde zie ik daartoe geen kans. Het is onduidelijk wat precies het verschil zou zijn tussen onechte willekeur en echte willekeur. En de conclusie die we daaruit moeten trekken, is dat zelfs in een wereld waarvan de geschiedenis en toekomst volkomen vast lijken te liggen, willekeur kan bestaan. Het gaat om het niveau waarop je het systeem beschouwt: in termen van bits en bytes of moleculen en protonen is het best mogelijk dat mijn geheimzinnige kastje feitelijk net zo voorspelbaar is als een mechanische apenkast. Maar op een wat abstracter niveau - als we woorden gebruiken als ‘kastje’, ‘piepen’ en ‘geluid’ - is mijn geheimzinnige kastje zo willekeurig als het maar kan. Willekeuriger zal ik het niet krijgen. Maar over de verschillen tussen onechte en echte willekeur ging het boek van Dennett helemaal niet. Dat ging over de vrije wil. Toch kan ik los van de letterlijke relatie tussen de woorden ‘wil’ en ‘willekeur’ (natuurlijk niet voor niets) heel kort door de bocht de link met de vrije wil al wel leggen: als het mogelijk is dat er willekeur bestaat in een wereld waarvan de loop voor de volle honderd procent vastligt, dan is het ook mogelijk dat er in diezelfde wereld een vrije wil bestaat. Een vriendje van de middelbare school hield me ooit een kartonnetje voor met de cijfers 1, 2, 3 en 4. ‘Kies een cijfer’, vroeg hij me. ‘3’, antwoordde ik. Waarop hij het kartonnetje omdraaide en mij de achterkant liet lezen: ‘Waarom 3?’ Ik dacht nog even dat het een truc was, maar na inspectie van het kartonnetje bleek dat niet het geval. De meeste mensen kiezen blijkbaar voor 3. Van dit soort gebrek aan keuzevrijheid word ik zenuwachtig: blijkbaar ben ik een stuk voorspelbaarder dan ikzelf dacht. Zelfs voor eenvoudige puberale jongetjes op middelbare scholen. Nog zenuwachtiger word ik wanneer de slager van tevoren weet welke worst ik wil, en wanneer mijn vriendin precies weet welke kleren ik vandaag aan wil trekken. Maar dit is niet het niveau waarop ons gebrek aan vrijheid zich normaliter manifesteert. Het harnas van het onafwendbare lot bevindt zich op lagere fysische niveaus: atomen, protonen, moleculen. Dat soort dingen. Ik kan mij prima voorstellen dat een of andere superwetenschapper van een verre planeet in een razend tempo alle deeltjes die mijn lichaam vormen ‘doorziet’, en zo honderd procent nauwkeurig kan voorspellen wat dat lichaam - ik - zal gaan doen. Ik wil best geloven, en vind het niet bedreigend, dat ik op een zeer fijn en fysisch niveau beschouwd net zo’n voorspelbare mechanische aap als in de Bijenkorf ben. Er is namelijk helemaal niemand die mij op zo’n uitermate detaillistisch niveau beschouwt. Het zou nogal onhandig zijn: mijn vinger alleen al bestaat uit meer dan tien tot de 20e atomen. Als iemand in termen van atomen over mijn vinger zou willen reppen, dan moet hij heel snel kunnen praten. (Anders bestaat mijn vinger niet meer tegen de tijd dat hij uitgesproken is.) Wanneer we efficiënt over elkaar willen praten, gebruiken we woorden als ‘vingers’, ‘maagwand’ en ‘neuronen’. En op dat grofmazige niveau verdwijnt onze voorspelbaarheid als sneeuw voor de zon; kunnen we ontsnappen aan het harnas van het lot; en is er een plek voor onze vrije wil. Bovendien kunnen wij niet anders. Wij zijn helemaal niet in staat om de deterministische wereld van atomen en moleculen te doorzien. Wij moeten reppen over grove en relatief vage begrippen als ‘vingers’, ‘maagwand’ en ‘neuronen’. En het kan ook haast niet anders dan dat we binnen een dergelijke grove beschouwing van de wereld vrij zijn. De atomen die een neuron bouwen, zijn wellicht gebonden aan de onafwendbare afloop van het lot; het neuron in zijn totaliteit beschouwd is dat helemaal niet. En wanneer dat neuron begint te vuren, als gevolg waarvan ik met mijn vingers op de tafel tik, dan tikte ik - op min of meer abstract niveau beschouwd uit eigen vrije wil; en niet omdat de atomen in mijn brein mij daartoe aanzetten. Zoals er geen verschil is tussen echte willekeur en onechte willekeur, is er ook geen verschil tussen een onechte vrije wil en een echte vrije wil. Maar is die vrije wil nou echt? Of is het een pseudo-vrije wil, die alleen maar echt lijkt omdat we geen tijd hebben in details te treden? Volgens Dennett is het een echte vrije wil. Zo echt als je ’m krijgen kunt. Zoals er geen verschil is tussen echte willekeur en onechte willekeur is er ook geen verschil tussen een onechte vrije wil en een echte vrije wil. En bovendien, wat is het alternatief: een dobbelsteen in uw hoofd die zich niets aantrekt van de mogelijke voorspelbaarheid van de wereld? Hoe kunt u daar nou tevreden mee zijn? Dan bent u het ook niet die vrije keuzes maakt; dan is het de dobbelsteen. Wat mij betreft liever een machine die het idee heeft over een vrije wil te beschikken, dan een soort van roulettewiel dat lukraak handelt. Overigens - en dat moet echt gezegd - beweert Dennett niet dat het universum werkelijk zo’n glazen apenkast is: een deterministische machine waarvan het lot bij voorbaat vaststaat. W챕l beweert hij dat, mocht het universum zo’n apparaat blijken te zijn, dit niets afdoet aan onze vrije wil. En dat wij, om onze vrije wil een plek te kunnen geven in het universum, geen magisch ingredi챘nt nodig hebben dat zich onttrekt aan de natuurwetten of dat nieuwe, magische natuurwetten nodig heeft. Wie is dan verantwoordelijk? Als de keuzes die ik maak al vastliggen in de afwikkeling van de geschiedenis, hoe kan ik dan verantwoordelijk zijn voor de gevolgen van mijn keuzes en daden? Wanneer zo’n mechanische aap een andere aap een klap voor zijn kop geeft, nemen we het de aap niet kwalijk. Hoogstens de fabrikant van de kast. Maar wie anders zou verantwoordelijk zijn? Atoom numero 483.978 in neuron 760.910? Nee toch zeker? ‘Verantwoordelijkheid’ is een begrip dat hoort op het niveau van mensen (en wellicht dieren of robots), maar niet op het niveau van atomen en neuronen Het begrip ‘verantwoordelijkheid’ heeft slechts betekenis als het om grote bergen atomen gaat, die bovendien nog aan allerlei voorwaarden voldoen (de bergen atomen moeten hun eigen daden kunnen overzien bijvoorbeeld). Het is onzin je te verschuilen achter het argument dat je er niks aan hebt kunnen doen omdat alles al vastlag. En bovendien zinloos: zelfs de mechanische aap die andere apen slaat en daar overduidelijk niets aan kan doen, wordt op een gegeven moment uit de kast verwijderd en bij het afval gezet. Toch lijkt het soms alsof Dennett zich in dit soort overwegingen met een jantje-van-leiden van de details afmaakt. Commentaar van andere denkers luidt: ‘Wat bedoelt Dennett nu precies met begrippen als “verantwoordelijkheid” en “vrijheid”? En heeft hij niet een overdreven instrumentalistische visie op het begrip “wil”? ’ Dennetts repliek komt er in wezen op neer dat je niet om eenduidigheid moet vragen als die er niet is: het is niet crystal clear wat ‘vrijheid’ betekent, en je kunt zelfs twijfelen aan de betekenis van een woord als ‘vinger’. Veel academici moeten hieraan wennen. Ze zijn ervan overtuigd, of hopen, dat het begrippenkader van hun vakgebied eenduidig en waar is. Dat Dennett dit twijfelachtig vindt, wil ik graag illustreren met een laatste - in mijn ogen prachtig - raadsel uit Freedom Evolves: 1) Ieder zoogdier heeft een moeder. 2) De moeder van een zoogdier is wederom een zoogdier. 3) Het aantal thans levende zoogdieren is eindig. 4) Het totale aantal zoogdieren dat 체berhaupt ooit geleefd heeft is eindig. Klinkt stuk voor stuk logisch, maar klopt toch niet: uit 챕챕n, twee en drie volgt namelijk dat het totale aantal zoogdieren dat ooit geleefd heeft oneindig is, hetgeen evident niet het geval kan zijn. Hoe kunnen we het conflict tussen bovenstaande vier zinnen wegwerken? Wat is de oplossing van het raadsel? De oplossing is dat zoogdieren helemaal niet bestaan. In ieder geval niet op de eenduidige en heldere manier die we wellicht verwachten of hopen. ‘Zoogdier’ is een woord; een handig woord waarmee we de huidige wereld op een efficiënte manier kunnen beschrijven en begrijpen. Maar ga niet proberen de voor honderd procent sluitende definitie van ‘zoogdier’ te vinden, want die is er niet. En zo is er ook geen voor honderd procent sluitende definitie van het begrip ‘vrijheid’. Toch beschikken we erover! Zelfs als we in een mechanische apenkast blijken te leven. http://www.academischeboekengids.nl/abg/do.php?a=show_visitor_artikel&id=268