Een kritische analyse betreffende de vijf `white papers` van

advertisement
Vakgroep Criminologie, strafrecht & sociaal recht
Een kritische analyse betreffende de
vijf ‘white papers’ van CoESS
inzake private veiligheid
Masterproef neergelegd tot het behalen van de
graad van Master in de Criminologische Wetenschappen
door (01105126) Rani Berlo
Academiejaar 2015- 2016
Promotor: Prof. Dr. Marc Cools
Commissaris: Mevr. Veerle Pashley
Woord vooraf
Deze masterproef voltrok zich in het kader van de opleiding “Master in de Criminologische
Wetenschappen”. Bij de aanvang van mijn studies lag mijn belangstelling reeds bij private
veiligheid. Mijn interesse voor het onderwerp van deze masterproef werd gestimuleerd door
het vak “Private veiligheids- en politiestudies” gedoceerd door Prof. Dr. Marc Cools.
Deze masterproef kon echter niet tot stand komen zonder de hulp van enkele personen.
Dankzij hun ondersteuning was het schrijven van deze masterproef niet de lastige opdracht
waarvoor ze zo vaak wordt beschouwd. Graag maak ik van deze gelegenheid gebruik om een
woord van dank te formuleren. Vooreerst wil ik mijn promotor, Prof. Dr. Marc Cools,
bedanken voor het aanreiken van literatuur en zijn deskundige begeleiding bij het schrijven
van deze masterproef. Alsook voor de introductie in de interessante wereld van private
veiligheid. Ook wens ik mijn leescommissaris mevrouw Veerle Pashley te bedanken voor de
tijd die ze vrijmaakte om mijn masterproef te lezen. Een bijzondere vermelding voor mijn
ouders is hier tevens op zijn plaats. Dankzij hun ondersteuning en vertrouwen heb ik de kans
gekregen deze opleiding te volbrengen. Ten slotte dank ik graag alle personen in mijn directe
omgeving voor hun hulp bij het nalezen van deze masterproef, hun steun en de tijd van
ontspanning die me opnieuw energie gaf om verder te werken.
II
Lijst van gebruikte afkortingen
APEG-BVBO
Association Professionnelle des Entreprises de Gardiennage Beroepsvereniging van Bewakingsondernemingen
APROSER
Asociación Profesional de Compañias Privadas de Servicios de
Seguridad
ASSA-I
Aviation Security Services Association International
BDSW
Bundesverband der Sicherheitswirtschaft
CoESS
Confederation of European Security Services
ECSA
European Corporate Security Association
EOS
European Organisation for Security
ESTA
European Security Transport Association
INHES
Institut national des hautes études de sécurité
III
Inhoudstafel
Woord vooraf ...................................................................................................... II
Lijst van gebruikte afkortingen ...................................................................... III
1.
Inleiding ................................................................................................... 1
1.1.
Private veiligheidssector.................................................................................... 1
1.1.1.
Een kort historisch inzicht in de private veiligheidssector ................................... 2
1.1.2.
Private veiligheid in een Europese context .......................................................... 3
1.2.
‘The Confederation of European Security Services’ ........................................ 5
1.3.
Probleemstelling, onderzoeksvragen en relevantie ........................................... 7
2.
Methodologisch kader .......................................................................... 10
2.1
Een ‘white paper’?! ......................................................................................... 10
2.2
Bureauonderzoek ............................................................................................. 11
De verschillende ‘white papers’ van CoESS ...................................... 13
3.
3.1
‘La participation de la sécurité privée à la sécurité générale en Europe’........ 13
3.1.1.
Inhoudelijke bespreking ..................................................................................... 13
3.1.1.1.
Het versnipperde landschap van private veiligheid in Europa .............................. 14
3.1.1.2.
De rol van private veiligheid in het algemene veiligheidsbeleid ........................... 17
3.1.1.3.
Conclusie ............................................................................................................... 19
3.1.2.
Kritische analyse ................................................................................................ 21
3.1.2.1.
Fragmentatie en harmonisatie in Europa ............................................................... 21
3.1.2.2.
De relatie tussen de publieke en private veiligheidssector in een integraal
veiligheidsmodel .................................................................................................... 23
3.2
‘Private and public security in the Nordic countries’ ...................................... 26
3.2.1.
Inhoudelijke bespreking ..................................................................................... 26
3.2.1.1.
Wetgeving en ‘the Nordic model’ ......................................................................... 28
3.2.1.2.
Vergelijkend onderzoek naar veiligheid in de Scandinavische landen.................. 30
3.2.1.3.
Sociale dialoog tussen private beveiligingsagenten .............................................. 31
3.2.1.4.
Publieke en private samenwerking inzake veiligheid ............................................ 32
IV
3.2.1.5.
Een vernieuwd bevoegdheidskader voor de private veiligheid ............................. 33
3.2.1.6.
Het vooruitzicht op een Scandinavisch model voor algemene veiligheid ............. 34
3.2.2.
3.3
3.2.2.1.
Het belang van wetenschappelijk onderzoek ......................................................... 36
3.2.2.2.
Scandinavische wetgeving toegelicht .................................................................... 38
‘Private veiligheid in België; een inspiratie voor Europa?’ ............................ 40
3.3.1.
De integrale veiligheidszorg als Belgisch model................................................... 41
3.3.1.2.
Het wettelijk kader van de private veiligheidszorg in België ................................ 43
3.3.1.3.
Publiek-private samenwerkingsverbanden in concrete projecten in België .......... 47
3.3.1.4.
Conclusie ............................................................................................................... 50
Kritische analyse ................................................................................................ 50
3.3.2.1.
Criminologische theorieën inzake integrale veiligheid ......................................... 51
3.3.2.2.
Het kerntakendebat in België ................................................................................ 54
‘The socio-economic added value of private security services in Europe’ ..... 57
3.4.1.
Inhoudelijke bespreking ..................................................................................... 57
3.4.1.1.
Het theoretisch raamwerk inzake private veiligheid ............................................. 57
3.4.1.2.
De sociaaleconomische marktwaarde van private veiligheidsdiensten ................. 60
3.4.1.3.
Conclusie ............................................................................................................... 62
3.4.2.
3.5
Inhoudelijke bespreking ..................................................................................... 40
3.3.1.1.
3.3.2.
3.4
Kritische analyse ................................................................................................ 36
Kritische analyse ................................................................................................ 62
3.4.2.1.
De toegevoegde waarde van de private veiligheidssector ..................................... 63
3.4.2.2.
Private veiligheidsdiensten in een Spaanse context............................................... 64
‘The new security company: integration of services and technology
responding to changes in customer demand, demography and technology’ ... 66
3.5.1.
Inhoudelijke bespreking ..................................................................................... 66
3.5.1.1.
Uitdagingen verbonden aan een integrale private veiligheid ................................ 67
3.5.1.2.
Een update van het cijfermateriaal door CoESS ................................................... 71
3.5.1.3.
Een vernieuwde private veiligheidszorg in Duitsland ........................................... 73
V
3.5.2.
4.
Kritische analyse ................................................................................................ 79
3.5.2.1.
Technologische vooruitgang.................................................................................. 79
3.5.2.2.
‘Best Value Manuel’.............................................................................................. 81
Kritisch en persoonlijk besluit............................................................. 83
Literatuurlijst .................................................................................................... 87
Bijlagen ............................................................................................................. VII
Bijlage 1 .................................................................................................................... VII
Bijlage 2 .................................................................................................................... VII
Bijlage 3 ..................................................................................................................... IX
Bijlage 4 ...................................................................................................................... X
Bijlage 5 ...................................................................................................................... X
Bijlage 6 .................................................................................................................... XII
Bijlage 7 .................................................................................................................... XII
Bijlage 8 .................................................................................................................. XIII
Bijlage 9 .................................................................................................................. XIV
Bijlage 10 ................................................................................................................. XV
VI
1. Inleiding
Criminologie als wetenschap bestaat reeds 150 jaar. Evenwel zijn criminologen het niet eens
over de oorzaken van criminaliteit. Het is van belang om beleid en praktijk te baseren op
kennis. Zowel wetenschappers als beleidsmakers moeten een realistisch beeld hebben van
criminaliteit ‘an sich’.1 Criminaliteit kan beschouwd worden als een sociale werkelijkheid. De
reactie op criminaliteit door publieke en private veiligheidsdiensten is evenzeer sociaal
geconstrueerd.2
1.1.
Private veiligheidssector
Het bewaken van personen en goederen maakt deel uit van het dagelijkse leven, menigmaal
onbewust. Beveiligingsopdrachten, voorheen rechtstreeks uitgevoerd door de overheid,
worden vaak uitbesteed. Om die reden zijn private veiligheidsbedrijven frequent betrokken bij
het waarborgen van de openbare veiligheid. Een mooi voorbeeld hiervan is de bewaking van
luchthavens of kerncentrales. Particulieren, zoals evenementorganisatoren of de transportsector, blijven desondanks de grootste markt voor private veiligheidsdiensten.3
Private veiligheid kende gedurende een lange tijd het stigma van de gepensioneerde militair of
politieagent die ’s nachts warenhuizen bewaakte. Dit profiel van nachtwaker heeft
verschillende veranderingen ondergaan. Vandaag kiezen beveiligingsbeambten voor
veiligheid als een carrière. Tevens is een stijging van de bevoegdheden van bewakingsagenten
zichtbaar. Veel traditionele taken van wetshandhavingsinstanties werden geprivatiseerd en
onder meer de politie werkt in overleg met de private veiligheidsbranche. Ondanks het belang
van de private veiligheid in de huidige wereld, moet een job in de veiligheidssector nog
algemeen aanvaard worden als het complexe en veeleisende beroep dat het werkelijk is.4
1
L. PAUWELS, Oorzakelijke mechanismen en verklaringsmodellen voor regelovertredend gedrag, Gent,
Academia Press, 2014, 33-39.
2
S. HENRY, “Social Construction of Crime” in J. M. MILLER (ed.), 21st Century Criminology: A Reference
Handbook, Thousand Oaks, Sage, 2009, 296-304.
3
SECURE BEST VALUE, http://www.securebestvalue.org/about-coess/ (consultatie december 2015).
4
I.A. LIPMAN (ed.), The Private Security Industry: Issues and Trends, Beverly Hills, Sage, 1988, 9.
1
De private veiligheidssector kan het best vergeleken worden met de bekende ijsbergbeeldspraak. De ‘high profile’ sector die duidelijk zichtbaar is in de samenleving, staat
analoog met de oppervlakte boven het water; de overige delen van de sector kennen een
immense grootte, maar zijn niet altijd waarneembaar.5 Bovendien is de huidige samenleving
voortdurend in beweging. De aanpak rond veiligheid dient ook steeds mee te evolueren. De
aandacht voor samenwerking tussen publieke en private veiligheid komt steeds meer op de
voorgrond. De betrokkenheid van verschillende maatschappelijke sectoren is aanzienlijk.
‘Policing’ is niet meer denkbaar voor uitsluitend reguliere politiediensten. Het uitbesteden van
taken van de publieke politie naar de private veiligheidssector onder controle van de overheid,
noemt het ‘outsourcen’ van politietaken. Binnen deze vorm van privatisering behoudt de
overheid de eindverantwoordelijkheid van de opdrachten. Uiteraard bestaat de private
veiligheidssector uit meer dan alleen het ‘outsourcen’ van politietaken. In het Federaal
Veiligheids- en Detentieplan is het eveneens merkbaar dat meer beroep wordt gedaan op
private veiligheidsactoren.6
1.1.1.
Een kort historisch inzicht in de private veiligheidssector
Denken over veiligheid en bescherming is geen recent fenomeen. Het veiligheidsdenken is in
de geschiedenis terug te brengen naar de nomadische samenleving. Bewakers werden binnen
nomadische stammen ingezet om zichzelf en hun kudden te beschermen tegen de gevaren van
beesten en andere stammen. Doorheen de tijd leidde het vergeldingsrecht of het ‘oog om oog,
tand om tand’-principe tot de behoefte van een geldende macht. Mannen gingen zich
bewapenen en vormden een militaire groep die verantwoordelijk was voor het beschermen
van de machthebber en de rijkdommen. Het geschiedkundig voorbeeld bij uitstek is de
Praetoriaanse Wacht die de keizerlijke lijfwacht vormde gedurende het Romeinse Rijk. Na de
val van Rome werd gebruik gemaakt van private bewakers voor het beschermen van de
eigendommen, de vrouwen en de rijkdom. Tijdens de middeleeuwen ontstond een tweesplit in
het veiligheidsdenken binnen Europa. Op het Europese vasteland werd burgerlijk recht
gebaseerd op het denken van Napoleon en Constantinopel. In Engeland ontstond echter een
5
B. GEORGE en M. BUTTON, Private Security, Basingstoke, Palgrave Macmillan, 2004, 3-37.
M. COOLS en K. VERBEIREN, Politie en Privébewaking samen sterk: Het spanningsveld tussen uitbesteding en
publiek-private samenwerking inzake de politietaken, Brussel, Politeia, 2004, 30-55.
6
2
ander systeem, namelijk het gewoonterecht. Deze twee systemen gaven aanleiding tot
verschillen in de opkomst van zowel publieke als private politiediensten.7
Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd het politiewezen gezien als een
staatsmonopolie. Zoals reeds gesteld is private veiligheid geen recente uitvinding, maar sedert
de tweede helft van de vorige eeuw vonden enkele fundamentele veranderingen plaats in de
politiestructuur van publiek naar privaat. Private veiligheid kende hier een wedergeboorte. De
groeiende angst voor criminaliteit, terrorisme en protest samen met de budgettaire
besparingen van de politie, zorgden voor een verhoogde vraag naar private veiligheid. De snel
groeiende technologie speelde hierbij een grote rol. Het gebrek aan betrouwbare gegevens
over de omvang van de private veiligheidssector als geheel, alsook van bepaalde segmenten,
maakt geavanceerde pogingen tot vergelijking moeilijk. De fragmentatie van de
veiligheidssector doorheen de tijd heeft geleid tot een grotere concurrentiestrijd tussen
bedrijven.8
1.1.2.
Private veiligheid in een Europese context
De gewichtigheid van de Europese Unie is onloochenbaar. De Europese Unie is een
belangrijke macht binnen de globalisering van de wereld.9 Het is dan ook van belang om de
private veiligheid te kaderen binnen een Europees kader.
Private beveiliging kent in Europa een aanzienlijke groei. Vaak wordt binnen de private
veiligheidssector beroep gedaan op het preventieve luik en veiligheidsstrategieën. Binnen het
bestaande criminologisch onderzoek betreffende private veiligheid is de belangstelling voor
de sector op het Europese niveau alomtegenwoordig.10 De Europese markt met het vrij
verkeer van kapitaal en personen is een ideale situatie voor groeiende en snel veranderende
criminaliteit. De bestrijding ervan vereist coördinatie en een nauwe samenwerking tussen de
7
M. LIPSON, “Private Security: A Retrospective” in I.A. LIPMAN (ed.), The Private Security Industry: Issues
and Trends, Beverly Hills, Sage, 11-22.
8
B. GEORGE en M. BUTTON, Private Security, Basingstoke, Palgrave Macmillan, 2004, 3-37.
9
J. ORBIE, Theorie van de Europese integratie: Belangen, ideeën en instellingen, Leuven, Acco, 2009, 7.
10
V. PASHLEY en M. COOLS, “Private Security in Europe: towards a European private security model for the
future” in M. COOLS, B. DE RUYVER, M. EASTON, L. PAUWELS, P. PONSAERS, G. VANDE WALLE, T.
VANDERBEKEN, F. VANDER LAENEN, A. VERHAGE, G. VERMEULEN en G. VYNCKIER, European criminal justice
and policy, Antwerpen, Maklu, 2012, 93-109.
3
lidstaten. De reguliere publieke politiediensten kennen reeds aanzienlijke internationale
samenwerkingsverbanden. Binnen Europa bestaan echter verschillende rechtsstelsels; dit
zorgt voor extra moeilijkheden.11 Op de eerste plaats staat de noodzaak voor een autonome,
universele en controleerbare wetgeving. De Europese context heeft behoefte aan coördinatie
tussen de verschillende nationale regelgevingen.12 Op Europees niveau worden momenteel
fundamenten gelegd om te komen tot één enkele private veiligheidsmarkt. Het sectoriële
sociale overleg, jaarlijkse conferenties, enz. zijn slechts enkele voorbeelden hiervan. Het
streven naar een internationale markt van private veiligheid, evenals de daarbij horende
moeilijkheden, zijn een toekomstige realiteit voor de sector. Criminologische aandacht voor
Europese private veiligheid is noodzakelijk.13 Globalisering kan als opportuun en waardevol
gezien worden voor private veiligheid. Een geglobaliseerde private veiligheidszorg is een
positief gegeven vanuit verschillende perspectieven. Iedere organisatie die werkt rond private
veiligheid, dient zich natuurlijkerwijs te houden aan humane en economisch verantwoorde
arbeidsvoorwaarden. Bepaalde kwaliteitsstandaarden kunnen op deze manier afgedwongen
worden. Tevens kan de globalisering van private veiligheid bijdragen tot een verreikende
tewerkstelling. De schaduwzijde van globalisering is monopolievorming. Dit kan evenwel
vermeden worden door een goede samenwerking tussen de publieke en private
veiligheidssector. Eerlijke concurrentie dient te blijven bestaan in de geglobaliseerde private
veiligheidszorg.14
Binnen de Europese context van private veiligheid speelt ‘the Confederation of European
Security Services’, kortweg CoESS, een belangrijke rol. CoESS is een overkoepelende
Europese werkgeversorganisatie. Ze vertegenwoordigt de belangen van de Europese private
veiligheidsindustrie. De belangrijkste resultaten en activiteiten van CoESS zijn bereikt via
Europees sociaal overleg.15 In het volgende luik wordt dieper ingegaan op het ontstaan en de
werking van CoESS.
11
L. GUILLE, “Police and judicial cooperation in Europe: bilateral versus multilateral cooperation” in F.
LEMIEUX, International Police Cooperation: Emerging issues, theory and practice, Devon, Willan Publishing,
2010, 25-41.
12
A. MAGUER, Les frontières intérieures Schengen, Freiburg i. Br.: Edition iuscrim, 2004, 363.
13
V. PASHLEY en M. COOLS, “Private Security in Europe: towards a European private security model for the
future” in M. COOLS e.a., European criminal justice and policy, Antwerpen, Maklu, 2012, 93-109.
14
M. COOLS, “Globalisering van de private veiligheid”, Private Veiligheid 2002, 33-35.
15
SECURE BEST VALUE, http://www.securebestvalue.org/about-coess/ (consultatie december 2015).
4
1.2.
‘The Confederation of European Security Services’
De voorbije jaren heeft private veiligheid, in het bijzonder private bewaking, zich ontwikkeld
tot een uitgebreide en veelzijdige wereld. Hierin wordt ‘state of the art’-technologie verenigd
met geschoolde werknemers om de meest degelijke en geschikte diensten aan te bieden. In
Europa zijn aanbieders vertegenwoordigd door grote organisaties zoals EOS, CoESS en
ECSA.
 EOS – European Organisation for Security; de vertegenwoordiger van aanbieders van
technologie en materiaal betreffende private veiligheid
 CoESS – Confederation of European Security Services; de vertegenwoordiger van
gekwalificeerde bewakingsdiensten en systeembeheerders van beveiliging
 ECSA – European Corporate Security Association; de vertegenwoordiger van
bedrijven betreffende securitydiensten
Deze drie organisaties hebben als voornaamste doelstelling de belangen van de eigen leden te
vertegenwoordigen. Desondanks delen deze organisaties het gemeenschappelijke doel,
namelijk te komen tot een degelijk niveau van private veiligheid in lijn met de Europese
idealen van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Samen delen zij dan ook gezamenlijke
standpunten mee in hun periodieke papers.16
Binnen deze masterproef wordt zoals reeds vermeld, de focus gelegd op de ‘Confederation of
European Security Services’, kortweg CoESS. Dit is een Europese werkgeversorganisatie
voor de gehele private veiligheidssector. Ze belichaamt de belangen van de private
veiligheidssector. CoESS bestaat uit 24 landen waarvan negentien Europese lidstaten. Deze
landen zijn Oostenrijk, België, Bulgarije, Kroatië, Denemarken, Estland, Finland, Frankrijk,
Duitsland, Ierland, Italië, Luxemburg, Macedonië, Noorwegen, Portugal, Roemenië, Servië,
Slovenië, Spanje, Zweden, Zwitserland, Nederland, Turkije en het Verenigd Koninkrijk. Dit
vertaalt zich bij benadering in 60.000 aangesloten private veiligheidsbedrijven die in totaal
16
CONFEDERATION OF EUROPEAN SECURITY SERVICES, http://www.coess.org/ (consultatie december 2015).
5
meer dan 2,2 miljoen beveiligingswerknemers in dienst hebben. De Europese private
veiligheidssector kent een jaarlijkse omzet van ongeveer 34,2 biljoen euro.17
CoESS vierde op 30 september 2009 zijn twintigjarig bestaan in Italië. In 1989 werd CoESS
opgericht als gevolg van een gezamenlijk initiatief van de nationale vertegenwoordigers van
private beveiligingsbedrijven binnen de Europese Unie. Zodoende is CoESS reeds vanaf het
begin een Europese koepelorganisatie.18 Deze overkoepelende rol blijft een belangrijke
doelstelling binnen CoESS. Tevens focuste de organisatie zich reeds tijdens haar beginjaren
op een onderlinge Europese sociale dialoog. Dit gebeurde aan de hand van intensieve
contacten met de Europese vakbondsfederatie UNI-Europa.19 UNI-Europa verenigt de
nationale vakbonden betreffende de sectoren die van vitaal belang zijn voor het welzijn van
de Europese burgers. Met 320 federaties die lid zijn van UNI-Europa in vijftig verschillende
landen, vertegenwoordigen ze ruim zeven miljoen werknemers.20 Het Europees sociaal
overleg gebeurt mede door de erkenning van de Europese Commissie als Europese sociale
partner binnen de private veiligheid in overeenstemming met de Europese verdragen. De
belangrijkste resultaten en activiteiten van CoESS zijn bereikt via dit Europees sociaal
overleg. CoESS heeft tot doel een horizontale en verticale reikwijdte te verwerven als
organisatie. Het onderdeel rond Europees sociaal overleg blijft voornaam, maar ook op andere
werkdomeinen wordt ingezet.21 Zo poogt CoESS eveneens bij te dragen aan de harmonisatie
van de nationale wetgeving. Bijkomend trachten ze economische, commerciële, juridische en
sociale studies uit te voeren om informatie inzake private veiligheid te verzamelen.22
Betreffende het verticale luik, wenst CoESS een unieke positie in te nemen. Dit door als enige
Europese organisatie alle landen in en rond Europa en alle takken van private veiligheid te
verenigen aan de hand van representatieve en goed functionerende nationale federaties. 23
17
SECURE BEST VALUE, http://www.securebestvalue.org/about-coess/ (consultatie december 2015).
H. DE CLERCK en M. COOLS (eds.), Marc Pissens and 20 years of the Confederation of European Security
Services, Brussel, ASP, 2009, 15-20.
19
EUROPEAN AGENCY FOR SAFETY AND HEALTH AT WORK, http://www.beswic.be/ (consultatie december 2015).
20
SECURE BEST VALUE, http://www.securebestvalue.org/about-uni-europa/ (consultatie december 2015).
21
EUROPEAN AGENCY FOR SAFETY AND HEALTH AT WORK, http://www.beswic.be/ (consultatie december 2015).
22
SECURE BEST VALUE, http://www.securebestvalue.org/about-coess/ (consultatie december 2015).
23
EUROPEAN AGENCY FOR SAFETY AND HEALTH AT WORK, http://www.beswic.be/ (consultatie december 2015).
18
6
De representatieve beroepsfederatie voor private veiligheid van België is de ‘Association
Professionelle
des
Entreprises
de
Gardiennage’
of
‘Beroepsvereniging
van
Bewakingsondernemingen’, kortweg APEG-BVBO. APEG-BVBO is een actief lid van
CoESS. Meer dan 90% van de Belgische bewakingssector wordt vertegenwoordigd door de
leden van de APEG-BVBO.24 De nationale federaties bestrijken een breed scala aan
veiligheidsdiensten. Enkele voorbeelden hiervan zijn evenementbeveiliging, bewaking van
transport, alarmmonitoring, opleiding van bewakingsagenten, enz. Individuele bedrijven
kunnen ook lid worden van CoESS onder bepaalde voorwaarden. De drie grote sponsors van
CoESS zijn: G4S, Securitas en Prosegur.25 Naast de nationale werkgeversfederaties en deze
individuele bedrijven, kent CoESS ook twee corresponderende leden;
 ESTA – European Security Transport Association; de vertegenwoordiger die zorgt dat
de industrie rond geld veilig en beschikbaar is.
 ASSA-I
–
Aviation
Security
Services
Association
International;
de
vertegenwoordiging van de particuliere beveiliging op luchthavens en voor
luchtvaartmaatschappijen.
1.3.
Probleemstelling, onderzoeksvragen en relevantie
Het is van belang om de probleemstelling te onderscheiden van het onderzoeksdoel. De
achterliggende motivatie en het belang van het onderzoek duiden de probleemstelling.
Beleidsmakers zijn een groot publiek binnen het criminologisch onderzoek. Deze masterproef
behandelt een evaluerend onderzoek waarbij reële beleidsmaatregelingen geanalyseerd
worden. Het realiseren van doelstellingen van bepaalde voorschriften wordt nagegaan. 26 De
gebruikte probleemstelling luidt als volgt: “In hoeverre zijn de ‘white papers’ van CoESS
bepalend inzake private veiligheid op Europees niveau?”. Het doel van dit onderzoek is het
helpen verbeteren van het bestaand beleid betreffende private veiligheid in Europa. Dit door
een kritische analyse te maken van de vijf ‘white papers’ van CoESS inzake private
24
APEG-BVBO, http://apeg-bvbo.be (consultatie december 2015).
CONFEDERATION OF EUROPEAN SECURITY SERVICES, http://www.coess.org/ (consultatie december 2015).
26
D. MORTELMANS, “Het kwalitatief onderzoeksdesign” in T. DECORTE en D. ZAITCH (eds.), Kwalitatieve
methoden en technieken in de criminologie, Leuven, Acco, 2010, 77-85.
25
7
veiligheid. De onderzoeksvraag is gerichter van aard. We kunnen verschillende
onderzoeksvragen formuleren aangezien de vijf ‘white papers’ steeds over diverse thema’s
handelen. Niettemin hebben alle ‘white papers’ eenzelfde centrale doelstelling. De centrale
onderzoeksvragen zijn:
 Zijn de ‘white papers’ voldoende duidelijk en helder voor iedereen binnen de sector
van private veiligheid of zijn er bepaalde concepten die meer aandacht vereisen?
 Beschikken de ‘white papers’ over inhoudelijke leegtes en hoe kunnen we deze hiaten
beter invullen?
 Welke aanbevelingen kunnen we doen tot verder onderzoek met betrekking tot nieuwe
onderwerpen?
Naast deze onderzoeksvragen is tevens sprake van een externe doelstelling. Deze masterproef
kan gezien worden als een bijdrage die naast de ‘white papers’ van CoESS gelezen kan
worden. Dit werkstuk poogt een rol te spelen in het vormen van een veiligheidsbeleid binnen
bedrijven. Deze externe doelstelling loopt deels parallel met de centrale doelstelling van
CoESS.
Criminologie dient steeds geplaatst te worden binnen de politieke context waarin zij actief is.
Hiermee dient criminologisch onderzoek rekening te houden.27 Het is belangrijk om het
onderwerp van het onderzoek te kaderen binnen een ruimere context. Dit theoriegericht
onderzoek kent een praktische en maatschappelijke relevantie.28 Deze masterproef is derhalve
zowel theoretisch als praktisch van aard. Het onderzoek kan een bijdrage leveren via de
analyse van de theoretische invalshoeken opgebouwd binnen de ‘white papers’. De praktische
relevantie van deze masterproef is omvangrijker en situeert zich op nationaal en Europees
niveau. De vijf ‘white papers’ van CoESS hebben nood aan een kritische analyse vanuit een
neutrale positie, zodat ze beschouwd worden als een drukkingsmechanisme voor het Europese
beleid. De evaluatieve kennis staat hierin centraal. Het is cruciaal te reflecteren over de relatie
theorie en onderzoek. Gedurende deze masterproef zal gekeken worden vanuit een
27
B. HUDSON, “Critical Reflection as Research Methodology” in V. JUPP, P. DAVIES en P. FRANCIS (eds.),
Doing Criminological Research, Londen, Sage, 2000, 175.
28
T. DECORTE, O. PETINTSEVA en J. TIEBERGHIEN, Methoden van criminologisch onderzoek. Ontwerp en
dataverzameling, s.l., 2015, 265 p.
8
interpretatieve en relativistische benadering. Kennis is een sociaal construct dat beïnvloed
wordt door de omgeving. Private veiligheid varieert naar tijd en ruimte. Het menselijk
handelen en kennen wordt beïnvloed door de historische, politieke en sociale context.29
Het theoretisch verklaringsmodel van waaruit deze masterproef vertrekt is de ‘junior-partner’
theorie van J.S. Kakalik en S. Wildhorn. Deze theorie stelt dat private politie en publieke
politie naast elkaar kunnen bestaan aan de hand van samenwerking met een duidelijke
bevoegdheidsafbakening. De relatie tussen publieke en private veiligheid is complementair.
De private veiligheidssector dient zich te focussen op het preventieve luik en de reguliere
politiediensten op het repressieve luik. De publieke veiligheid kent een monopolie inzake
strafrechtsbedeling. De junior-partner theorie kent veel aanhangers binnen de private
veiligheidssector. De oorzaak voor de opmars van deze private veiligheid ligt volgens deze
theorie in het (dis-)functioneren van de politie.30
29
T. VANDER BEKEN, Theorie en Onderzoek, onuitg., slides Criminologische Wetenschappen, UGent, 2015,
http://minerva.ugent.be /main/document/document.php ?curdirpath=%2FDeel_1&cidReq=B00117602015.
30
M. COOLS en K. VERBEIREN, Politie en Privébewaking Samen sterk: Het spanningsveld tussen uitbesteding en
publiek-private samenwerking inzake de politietaken, Brussel, Politeia, 2004, 57-58.
9
2. Methodologisch kader
De visie van kennis en wetenschap bepaalt in belangrijke mate het design van een onderzoek
en heeft invloed op de methodologie.31 De gehanteerde methodologie van deze masterproef
wordt in dit deel gedefinieerd en omlijnd. Eerst wordt dieper ingegaan op het begrip ‘white
paper’ als essentieel document binnen de kritische analyse alvorens het bureauonderzoek
verder toe te lichten. Op deze manier zal de masterproef een betere afbakening kennen.
2.1
Een ‘white paper’?!
Voorafgaand aan het soort onderzoek dat gebruikt wordt binnen deze masterproef, is het
belangrijk om het begrip ‘white paper’ toe te lichten. Aangezien dit werk handelt over de
analyse van dit soort documenten.
Elke onderzoeker op zoek naar een sluitende definitie van een ‘white paper’ of ‘livre blanc’,
zal een gering aantal academische literatuur vinden. ‘White papers’ krijgen weinig aandacht
binnen het wetenschappelijk onderzoek.32 Dit mag geen belemmering zijn voor het onderzoek
naar en rond ‘white papers’. Deze documenten zijn namelijk een miskende bron van
informatie en kennen een toename van gebruik, mede door de groei van het internet. Een
‘white paper’ is een informatief document dat een overzicht biedt van een technologie,
product, beleid of een probleem. Het duidt het belang, het gebruik en de implementatie ervan
aan. De eerste vorm van een ‘white paper’ ontstond in Groot-Brittannië als verklaring van het
overheidsbeleid. De classificatie van een ‘white paper’ kan beschouwd worden als een type
rapport dat gebruikt wordt door een bedrijf of overheidsinstelling. Verschillende doeleinden,
naast het aanbieden van informatie, zijn hierbij mogelijk. Zo verlenen ze bijstand bij
onderzoeken en ontwikkelingen, om op die manier ruimte te geven aan marketing van
producten en diensten van een bedrijf of instelling. ‘White papers’ ontvangen geen anonieme
peer reviews zoals andere wetenschappelijke artikelen. Het is van belang om daar steeds
31
T. VANDER BEKEN, Theorie en Onderzoek, onuitg., slides Criminologische Wetenschappen, UGent, 2015,
http://minerva.ugent.be /main/document/document.php ?curdirpath=%2FDeel_1&cidReq=B00117602015.
32
D. R. WILLERTON, Ethos and Exigence: White Papers in High-tech Industries, doctoraatsthesis Technical
Communication and Rhetoric Texas Tech University, 2005, 1-112.
10
rekening mee te houden. Tevens is de vaak positieve oriëntatie van dit soort documenten
belangrijk om op te merken.33 De ‘white papers’ besproken binnen deze masterproef zijn de
vijf ‘white papers’ van de CoESS. Deze ‘white papers’ schetsen de deelname van private
veiligheid in het Europese veiligheidsbeleid. De doelstelling van deze ‘white papers’ is niet
het vormen van wetenschappelijk onderzoek.34 Het doel van deze masterproef is het
verduidelijken en kritisch analyseren van de inhoud en context van de vijf ‘white papers’ van
de CoESS.
2.2
Bureauonderzoek
Zoals reeds gesteld dient onderzoek steeds geplaatst te worden binnen bredere
wetenschappelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Degelijk onderzoek moet niet alleen
leiden tot betere vraagstellingen, ook dient het vragen te beantwoorden.35 Binnen de sociale
wetenschappen wordt het surveyonderzoek door velen beschouwd als de voornaamste
onderzoeksmethode. Datagegevens komen hierbij rechtstreeks voort uit de interactie tussen
onderzoeker en respondent. Deze methode is echter niet feilloos aangezien de persoon van
interviewer een effect kan hebben op de verkregen data. Non-reactief onderzoek kan deze bias
reduceren.36
Het onderzoek gehanteerd in deze masterproef is het bureauonderzoek. De aanleiding tot het
uitwerken van een bureauonderzoek ligt deels aan het feit dat bevraging door studenten
betreffende private veiligheid bijzonder moeilijk is op het Europees niveau. Bureauonderzoek
kan geplaatst worden binnen de kritische discouranalyse, waarbij de socioculturele en
33
D.R. WILLERTON, Ethos and Exigence: White Papers in High-tech Industries, doctoraatsthesis Technical
Communication and Rhetoric Texas Tech University, 2005, 1-112.
34
M. COOLS, D. DAVIDOVIC, H. DE CLERCK en E.DE RAEDT, “The international private security industry as part
of the European Union security framework: a critical assessment of the French EU presidency White Paper” in
M. COOLS, B. DE RUYVER, M. EASTON, L. PAUWELS, P. PONSAERS, G. VANDE WALLE, T. VANDER BEKE, F.
VANDER LAENEN, G. VERMEULEN en G. VYNCKIER (eds.), EU and International Crime Control, Antwerpen,
Maklu, 2010, 123-141.
35
R. STARING en R. VAN SWAANINGEN, “Naar een kwalitatieve criminologie. De relatie tussen theorie,
onderzoeksvragen en methode” in T. DECORTE en D. ZAITCH (eds.), Kwalitatieve methoden en technieken in de
criminologie, Leuven, Acco, 2010, 33-74.
36
J.D. FITZGERALD en S.M. COX, Research Methods in Criminal Justice. An Introduction, Chicago, Nelson-Hall
Publishers, 1987, 107-110.
11
historische context van belang is voor de betekenisgeving.37 Aan de hand van reflectie en het
raadplegen van literatuur, wordt getracht tot nieuwe inzichten te komen. Bestaande literatuur
rond private veiligheid wordt bekeken vanuit een ander perspectief dan waarmee het
geproduceerd werd. De stand van zaken wordt in kaart gebracht. Dergelijk bureauonderzoek
kent verschillende gelijkenissen met een casestudy. Een kwalitatieve inhoudsanalyse is
eveneens een mogelijke denominatie.38 Zoals reeds vermeld, wordt binnen het
bureauonderzoek getracht tot nieuwe inzichten te komen aan de hand van reflectie van
bestaande literatuur. Toegepast op deze masterproef zullen de vijf ‘white papers’ van de
CoESS de kennisbronnen zijn die bekeken worden vanuit een kritisch perspectief.39 Binnen de
kritische analyse is het belangrijk aandacht te schenken aan de vragen die gesteld dienen te
worden bij het lezen van de ‘white papers’. De vragen zijn:
 Waar handelt de ‘white paper’ over?
 Voor wie is de informatie uit de ‘white paper’ nuttig?
 Hoe situeert de ‘white paper’ zich in de maatschappelijke context op dat ogenblik? En
wat was de toenmalige stand van zaken?
 Wat zijn de voornaamste vaststellingen binnen de ‘white paper’?
De nuttigheid of geldigheid van documenten kan bepaald worden aan de hand van
verschillende aspecten. Vooreerst is het belangrijk om tijdens het lezen van het werk steeds
aandacht te schenken wie de ‘white paper’ geschreven heeft. De invloed van de auteur op het
werk mag niet uit het oog verloren worden. Tevens is het noodzakelijk om een volledig beeld
te creëren van het onderwerp. Naast de ‘white papers’ dient ook bijkomende literatuur te
worden gelezen. Uiteraard zijn deze aspecten niet alleenstaand en bestaan er allerlei
elementen die de nuttigheid van de ‘white papers’ bepalen.40 Naar het einde van de kritische
analyse toe, zal ook gepoogd worden voorstellen te formuleren tot mogelijks verder
onderzoek. Dit zal gebeuren indien daar noodzaak toe is en indien blijkt dat er bepaalde hiaten
zitten in de ‘white papers’.
37
J. BLOMMAERT en K. VERFAILLE, “Discouranalyse” in T. DECORTE en D. ZAITCH (eds.), Kwalitatieve
methoden en technieken in de criminologie, Leuven, Acco, 2010, 315-341.
38
T. DECORTE, O. PETINTSEVA en J. TIEBERGHIEN, Methoden van criminologisch onderzoek. Ontwerp en
dataverzameling, onuitg., syllabus Criminologische Wetenschappen, UGent, 2015, 265p.
39
Ibid.
40
P. MCNEILS en S. CHAPMAN, Research Methods, New York, Routledge, 2015, 23-30.
12
3. De verschillende ‘white papers’ van CoESS
De verschillende ‘white papers’ van CoESS zorgen voor een overzicht van de private
veiligheidssector. Bovendien leveren ze elk hun bijdrage aan de totstandkoming van een
Europese markt voor private beveiliging.41 De vijf ‘white papers’ worden hier in
chronologische volgorde besproken.
3.1
‘La participation de la sécurité privée à la sécurité
générale en Europe’
De eerste ‘white paper’, genaamd ‘La participation de la sécurité privée à la sécurité générale
en Europe’, kende zijn oorsprong in het kader van het Franse voorzitterschap van de Europese
Unie. Deze ‘white paper’ is een samenwerking tussen CoESS en ‘Institut national des hautes
études de sécurité’, kortweg INHES. Het Europese voorzitterschap is een belangrijke actor
binnen de Europese Unie. De vernieuwde aandacht voor private veiligheid op Europees
niveau kwam als een verrassing. Dit thema was immers geen prioritair thema in het Europees
programma. Frankrijk was geen uitgesproken voorstander voor private veiligheid. Nicolas
Sarkozy speelde als president hier een belangrijke rol in. Op maandag 15 december 2008
werd in Parijs ‘La participation de la sécurité privée à la sécurité générale en Europe’
voorgesteld tijdens de eerste Europese top betreffende private veiligheid.42
3.1.1.
Inhoudelijke bespreking
De eerste ‘white paper’ van CoESS bestaat uit twee delen. In het eerste deel wordt de nadruk
gelegd op het versnipperde landschap van private veiligheid in Europa. Het tweede deel
41
V. PASHLEY en M. COOLS, ‘‘Sécurité privée en Europe : une analyse des trois Livres blancs’’, Les Cahiers De
La Securité Interieure 2012, 40-54.
42
M. COOLS e.a., ‘‘The international private security industry as part of the European Union security
framework : a critical assessment of the French EU presidency White Paper’’ in M. COOLS e.a., EU and
International Crime Control, Antwerpen, Maklu, 123-136.
13
focust op de rol van private veiligheid in de algemene veiligheidsvoorzieningen. 43 Binnen dit
gedeelte van de masterproef wordt elk onderdeel van de ‘white paper’ ‘La participation de la
sécurité privée à la sécurité générale en Europe’ inhoudelijk besproken.
3.1.1.1.
Het versnipperde landschap van private veiligheid in Europa
Private veiligheid speelt een belangrijke rol in het algemene veiligheidsbeleid. Door de jaren
heen veranderde het denken over private veiligheid van een minachtende positie tot de
erkenning voor de professionele motor van specifieke veiligheid die ze werkelijk is.
Desondanks deze vernieuwde houding ten aanzien en het veelvoudig gebruik van private
veiligheid, is het private veiligheidswezen noch homogeen noch duidelijk gedefinieerd. De
sector omvat een brede waaier aan activiteiten.44 Fysieke bewaking is de focus binnen deze
‘white paper’. Elk Europees land beschikt over een gevarieerde aanpak met een eigen
veiligheidsbeleid. Een verhoogde visibiliteit van private veiligheidsdiensten is merkbaar sinds
de eeuwwisseling. Kwantiteit speelt om deze reden een beduidende rol in de waardering van
private veiligheid. Het toont de bereidheid tot investering in het veiligheidsniveau. In 2004
waren 1.088.550 private veiligheidsagenten actief, verdeeld over 25 Europese lidstaten.
Cijfermateriaal over Roemenië en Bulgarije over deze periode is niet beschikbaar. Het
gebruik van private veiligheidsdiensten varieert per lidstaat. In bijlage 1 worden deze
verschillen weergegeven in een grafiek. Deze grafiek geeft het aantal private
veiligheidsagenten weer per 100.000 inwoners voor elke lidstaat afzonderlijk. Het Europese
gemiddelde is 237 werknemers in de private veiligheid. Vier landen beschikken over meer
veiligheidsagenten dan het dubbel van het Europese gemiddelde, namelijk Hongarije, Polen,
Ierland en Luxemburg. Dit staat in contrast met het gebruik van private veiligheidsdiensten in
Denemarken, Italië en Oostenrijk waar minder dan 100 veiligheidsagenten beschikbaar zijn
per 100.000 inwoners. Culturele variabelen zijn niet voorhanden binnen deze grafiek.
Traditionele culturele gelijkenissen naar geografische vorm worden doorbroken. Slovenië en
Polen, beiden voormalige Sovjetlanden, verschillen bijster veel van elkaar.45
43
CoESS, La participation de la sécurité privée à la sécurité générale en Europe, First White Paper, 2008, 1516.
44
Ibid., 18.
45
Ibid., 20-24.
14
De gegevens zoals hierboven geschetst, hebben betrekking op de private veiligheidssector.
Gedurende
dezelfde
veiligheidsagenten
tijdspanne
360
per
was
100.000
het
Europese
inwoners.
Het
gemiddelde
van
openbare
aanwenden
van
publieke
veiligheidsdiensten varieert sterk per lidstaat. Opvallend is het gegeven dat in 2004 het aantal
openbare veiligheidsagenten anderhalf keer zo hoog lag dan het aantal private
veiligheidsmedewerkers in Europa.46 Het gebruik van publieke en private veiligheidsambten
is aan elkaar gelinkt. De lidstaten kunnen aan de hand van de variabele in vier grote
categorieën onderverdeeld worden. In bijlage 2 wordt dit duidelijk weergegeven in
verschillende grafieken. Zes landen beschikken over meer private dan publieke
veiligheidsagenten, namelijk Polen, Hongarije, Ierland, Slovenië, Luxemburg en Estland. Het
verschil tussen het aantal publieke en private veiligheidsagenten is miniem in het Verenigd
Koninkrijk, Litouwen en Nederland. In twaalf andere lidstaten zijn de private
veiligheidsambten slechts de helft van de publieke. Dit is het geval in Duitsland, Frankrijk,
Spanje, Portugal, Tsjechië, Zweden, Denemarken, België, Griekenland, Letland, Slovenië en
Finland. De overige vier landen, namelijk Italië, Oostenrijk, Cyprus en Malta, beschikken
over een gering aantal werknemers binnen de private veiligheid ten aanzien van de openbare
veiligheidsambten. In sommige Europese lidstaten kwam een verdere ontwikkeling van de
private veiligheidssector als een reactie op het maatschappelijke veiligheidsvraagstuk.
Uitsluitend de kwantiteit van de openbare politiediensten aanwenden om de variatie tussen
publieke en private politieagenten te verklaren is onvoldoende. Immers, culturele redenen
spelen hier ook een rol in.47
De private veiligheid beschikt over een groot marktaandeel van het algemene
veiligheidsdenken in Europa. Het ‘outsourcen’ van veiligheidstaken naar de private
veiligheidssector is een nationale aangelegenheid. Desalniettemin zijn de redenen voor een
verhoogde ‘outsourcing’ in Europa transcultureel. Drie verklaringen voor de stijging van
private veiligheid kunnen onderscheiden worden, steeds met een nationale basis. Nieuwe
vormen van bezit en consumptie behoren tot de eerste categorie. In de tweede helft van de
vorige eeuw, verscheen naast de publieke en private ruimtes een derde vorm van eigendom.
46
CoESS, La participation de la sécurité privée à la sécurité générale en Europe, First White Paper, 2008, 2024.
47
Ibid., 24-28.
15
Deze semipublieke gebieden, zoals winkelcentra en pretparken, zijn publiek toegankelijk en
worden privaat beheerd. De veiligheid binnen deze domeinen dient gegarandeerd te worden.
Deze veiligheidsvoorzieningen zijn grotendeels gebaseerd op het gebruik van private
veiligheidsagenten als gevolg van hun particuliere karakter. De uitbreiding van deze
semipublieke plaatsen is een voor de hand liggende reden voor de uitbreiding van de private
veiligheidssector. Ook de bescherming van private goederen, zoals woningen en auto’s, staat
centraal in het veiligheidsdenken. Een tweede verklaring voor de stijging van ‘outsourcing’
focust op de overbelasting van de publieke veiligheidsdiensten. De toegenomen
maatschappelijke vraag naar veiligheid zorgt voor een spanning op het werken van de
openbare politiediensten. Deze overbelasting schaadt de kwaliteit ervan. De private
veiligheidssector biedt hier een oplossing. Ten slotte wordt de financiële crisis als derde
verklaring gezien voor de stijging van private veiligheidsagenten. De financiële crisis
noodzaakte de overheid besparingen door te voeren. Op het gebied van veiligheid betekent dit
dat openbare ordediensten meer gaan focussen op de kern van de politietaken. Verschillende
taken worden toevertrouwd aan de private veiligheidssector.48
Tevens uitte de stijging van de private veiligheidssector zich in de nationale wetgevingen
binnen Europa. Verschillende lidstaten formuleerden specifieke wetten betreffende private
veiligheid. Dit resulteert zich in een divers wetgevend landschap binnen Europa. De diverse
wetgeving zorgde voor verscheidene moeilijkheden in de definiëring, de uiteenlopende
wettelijke kaders, verschillende beroepstoelatingen, het niveau van opleiding en de variërende
controleniveaus. Daarenboven speelt het gevoelige thema van wapengebruik binnen de
private veiligheid een rol. Culturele redenen betreffende vuurwapens zorgen voor een benarde
situatie in vele lidstaten. Algemeen gesteld zijn de verschillende wettelijke bepalingen
betreffende private veiligheid veelbelovend en praktisch ingericht. De diverse wetgevingen
binnen Europa zijn danig uiteenlopend. De uitvoering van de wetgeving zorgt evenwel voor
verschillende problemen.49
48
CoESS, La participation de la sécurité privée à la sécurité générale en Europe, First White Paper, 2008, 3032.
49
Ibid., 32-48.
16
3.1.1.2.
De rol van private veiligheid in het algemene veiligheidsbeleid
Het algemene veiligheidsbeleid op Europees niveau en de specifieke functie die private
veiligheidsdiensten hierin spelen is uitermate divers. Private veiligheidsdiensten werken in de
marge van de openbare veiligheidsambten. De interactie tussen beiden is veel voorkomend en
heterogeen. Vier categorieën worden onderscheiden om de relatie tussen de publieke en
private veiligheidssector duidelijk weer te geven, namelijk samenwerking, concurrentie, coexistentie en overheidscontrole. Deze categorieën zijn grensoverschrijdend en dienen
geplaatst te worden in een Europese context.50
 Samenwerking
De toegenomen maatschappelijke vraag naar meer tijd en middelen belemmert de
openbare ordediensten. Samenwerking tussen publieke en private veiligheidsdiensten
resolveert deze druk. Private veiligheidsondernemingen nemen bepaalde politietaken over
die niet tot de kernactiviteiten van publieke politiediensten behoren.51 Verschillende
vormen van samenwerking kunnen onderscheiden worden, zoals algemene samenwerking,
geïntegreerde
samenwerking,
strategische
samenwerking,
lokaal
gedelegeerde
samenwerking, opportunistische samenwerking en ad hoc samenwerking.
De beveiliging van luchthavens is het voorbeeld bij uitstek van algemene samenwerking
tussen publieke en private veiligheidsdiensten. Openbare ordediensten staan in voor de
identiteitscontrole van passagiers, het patrouilleren van de volledige luchthaven en het
vrijwaren van de landingsbanen. De controle van de toegang tot plaatsen voorbehouden
voor passagiers valt onder de bevoegdheid van private veiligheidsinstellingen. De
gedeelde verantwoordelijkheid tussen beiden is de norm in Europese luchthavens, toch
zijn verschillende functies per lidstaat waarneembaar. De tweede vorm, geïntegreerde
samenwerking, stelt dat openbare veiligheidsdiensten de private sector insluiten in een
functioneel veiligheidsbeleid. De publieke politie kan in bepaalde situaties beroep doen op
de private veiligheidswerknemers. Een verhoogde terroristische dreiging is hiervan een
voorbeeld. De strategische samenwerking tussen publieke en private veiligheidsdiensten is
50
51
CoESS, La participation de la sécurité privée à la sécurité générale en Europe, First White Paper, 2008, 52.
Ibid.
17
de maatstaf in Zweden. Het veiligheidsbeleid wordt mede bepaald door overleg tussen
private beveiligingsdiensten en de overheid. Het gebruik van de private veiligheidssector
wordt erkend door de autoriteiten, met name tegen vandalisme, brand en huisvredebreuk.
De dialoog tussen publieke en private veiligheidsdiensten is voortdurend. Verschillende
vormen van strategische samenwerking zijn merkbaar in Europa. Lokaal gedelegeerde
samenwerking is de vierde vorm van samenwerking tussen publieke en private
veiligheidsdiensten. De private veiligheidssector is niet ondergeschikt aan de openbare
politie. De samenwerking is niet gebaseerd op hiërarchie, maar op basis van verschillende
voorrechten. Opportunistische samenwerking wordt gebruikt wanneer effectief voordeel
van de samenwerking gegarandeerd is.
Echter, in
de praktijk
werkt deze
samenwerkingsvorm niet zoals verwacht. Ad hoc samenwerking is de laatste vorm van
partnerschap
hier
besproken.
De
samenwerking
tussen
publieke
en
private
veiligheidsdiensten geschiedt in sommige landen sporadisch.52
 Concurrentie
De relatie tussen publieke en private veiligheidsdiensten wordt duidelijk door de
overdracht van taken van openbare ordediensten naar de private veiligheidssector. Het
‘outsourcen’ brengt de concurrentie tussen beide veiligheidssectoren aan het licht.
Ondanks de verschillende aard, worden publieke en private veiligheidsdiensten
menigmaal vergeleken. Rivaliteit tussen beide sectoren belemmert echter de onderlinge
relatie.53
 Co-existentie
De stijging van de private veiligheidssector is het indirect gevolg van de toenemende
veiligheidseisen. Publieke en private veiligheidsdiensten stellen dat ze actief zijn op
verschillende domeinen en naast elkaar bestaan. Deze onverschilligheid ten aanzien van
52
CoESS, La participation de la sécurité privée à la sécurité générale en Europe, First White Paper, 2008, 5258.
53
Ibid., 58-60.
18
elkaar beïnvloedt de relatie tussen de sectoren. Het gebrek aan belangstelling kan
gevolgen hebben voor de algemene veiligheid.54
 Overheidscontrole
Het wantrouwen van de overheid jegens de private veiligheidssector zorgt voor een strikte
regulering van particuliere veiligheidsinstellingen. Deze sfeer van argwaan is
karakteristiek in een aantal Europese lidstaten. Spanje kan hier als voorbeeld dienen. Zo
stelt de Spaanse wetgeving dat private veiligheidsdiensten ondergeschikt zijn aan de
publieke politie.55
De groei van de private veiligheidssector is een recent fenomeen. Om een debat te voeren
betreffende de rol van private veiligheid in het algemene veiligheidsbeleid, is het belangrijk
om de belemmeringen van private veiligheidsdiensten weer te geven. Enkele van deze
algemene problemen worden hier kort geschetst. Zo is de private veiligheidssector een sterk
concurrerende markt. Tevens kent een job in de private veiligheid weinig aantrekkingskracht,
mede door de moeilijke werkomstandigheden. Hieraan gelinkt is het probleem van
‘jobhopping’. Dit is het gegeven dat menigmaal private bewakingsagenten van beroep
veranderen in Europa. Tot slot is de onduidelijkheid van de staat een additionele opgave. Het
prijskaartje speelt vaak een grotere rol dan de kwaliteit van de private veiligheidsinstelling.56
Naast deze algemene problemen, zijn er ook enkele belemmeringen gebonden aan enkele
lidstaten. Het tekort aan potentiële werknemers in Slowakije en Spanje voor de private
veiligheidssector is hier een voorbeeld van.57
3.1.1.3.
Conclusie
Elk onderdeel van de ‘white paper’ kent een beknopte conclusie. Het versnipperde landschap
van private veiligheid in Europa wordt doorheen het eerste deel uitgebreid geduid. De training
van private beveiligingsagenten is wettelijk bepaald, net als de voorwaarden tot het beroep en
54
CoESS, La participation de la sécurité privée à la sécurité générale en Europe, First White Paper, 2008, 60.
Ibid., 60-62.
56
Ibid., 62-66.
57
Ibid., 68.
55
19
de monitoring van de private veiligheidsondernemingen. Deze wettelijke bepalingen zijn
ambitieus, maar de uitvoering ervan kent enkele praktische problemen. 58 De conclusie van het
tweede deel is positief. Ondanks de verschillende problemen en de onzekere relatie tussen
publieke en private veiligheidsdiensten, mag de rol van private veiligheid in het algemene
veiligheidsbeleid niet onderschat worden. Vooreerst is de ontwikkeling van de private
veiligheidssector bevorderlijk, met name inkomsten en personeel. Dit duidt op de groeiende
vraag naar veiligheid in Europa. Een tweede kracht is het gegeven dat veiligheid een
ongewone economische activiteit is, mede door de overheidsregulatie en de samenwerking
tussen de publieke en private veiligheidssector. Het toenemende veiligheidsvraagstuk vereist
een veelzijdige reactie op de toekomstige uitdagingen door zowel de publieke als private
veiligheidssector.59 De ‘white paper’ wordt afgerond met een synopsis van mevrouw Hilde De
Clerck, algemeen secretaris van CoESS. Ze schetst een beeld van CoESS als organisatie. Hun
doel is de private veiligheidssector in Europa te vertegenwoordigen, met het oog op de
kwaliteit van de sector als een geheel te waarborgen. In deze beschouwing wordt tevens een
overzicht gegeven van de contactgegevens van alle aangesloten landen en hun nationale
vertegenwoordiging van de private veiligheidssector.60
Naast de uiteenzetting van mevrouw Hilde De Clerck, wordt in het kader van deze eerste
‘white paper’ een overzicht gegeven door de Franse criminoloog Alain Bauer. Hij stelt dat de
relatie tussen publieke en private veiligheidsdiensten een reflectie is van het diverse politieke
en culturele landschap in Europa. De staat geeft de private veiligheidssector geleidelijk aan
vorm door het ‘outsourcen’ van publieke politietaken. Bovendien is het beeld van de private
veiligheidssector een gedeelde verantwoordelijkheid van de sector zelf. Het is tijd om een stap
voorwaarts te zetten in het denkbeeld over private veiligheid. Dit door onder meer de
geloofwaardigheid op te bouwen en meer zichtbaar in het werkveld te staan.61
58
COESS, La participation de la sécurité privée à la sécurité générale en Europe, First White Paper, 2008, 4648.
59
Ibid., 68-70.
60
Ibid., 72-74.
61
Ibid., 88-90.
20
3.1.2.
Kritische analyse
Doorheen de kritische analyse van deze eerste ‘white paper’ wordt de nadruk gelegd op het
belang van wetenschappelijk onderzoek. Hoewel noch CoESS noch INHES de intentie
hadden om een wetenschappelijk werkstuk te ontwikkelen, kan dit gezien worden als een
gemiste kans.62 Om een inzicht te geven in de fragmentatie en harmonisatie van de private
veiligheidssector in Europa, wordt hier de evolutie van een nationale naar Europese private
veiligheidssector weergegeven. Na dit overzicht wordt gefocust op de relatie tussen de
publieke
en
private
veiligheidssector
in
de
veranderende
samenleving.
Private
veiligheidsdiensten opereren binnen het werkveld van de publieke diensten. Beide onderdelen
kunnen gezien worden als een aanvulling op ‘La participation de la sécurité privée à la
sécurité générale en Europe’.
3.1.2.1.
Fragmentatie en harmonisatie in Europa
Afgelopen decennia onderging de private veiligheidssector verschillende evoluties. Het
karakter en de aard van private veiligheid zijn onlosmakelijk verbonden aan de staat en
samenleving. In toenemende mate wint het internationaal niveau aan belang. Globalisering
heeft geleid tot een daling van de nationale bevoegdheden en een stijging van het
internationaal niveau. Publieke politiediensten beschikken steeds vaker over een
grensoverschrijdend karakter. De private veiligheidssector is aan deze trend niet ontsnapt. Een
globale
private
veiligheidsmarkt
heeft
zich
ontwikkeld
met
verscheidene
veiligheidsorganisaties actief op het internationaal niveau.63 Deze veranderingen kunnen
gesitueerd worden rond het einde van de Koude Oorlog. Deze context creëerde
grensoverschrijdende handelsmogelijkheden in Europa. De veranderende samenleving
beïnvloedde de veiligheid en het veiligheidsdenken. Bijgevolg werd in de private
veiligheidssector steeds meer beroep gedaan op Europese veiligheidsdiensten.64 De nationale
overheid beschikt niet langer over een exclusieve wetgevende bevoegdheid inzake veiligheid.
Alternatieven zoals niet-statelijke en supranationale organisaties vullen de nationale
62
COESS, Private and public security in the Nordic countries, Second White Paper, 2009, 6-8.
M. BUTTON, Private Policing, Cullompton, Willan Publishing, 2002, 20-27.
64
V. PASHLEY en M. COOLS, “Private security in Europe: towards a European private security model for the
future” in M. COOLS e.a. (eds.), European criminal justice and policy, Antwerpen, Maklu, 2012, 93-109.
63
21
wetgeving aan. Voorbeelden hiervan zijn de Verenigde Naties, de Europese Commissie en
G8. De controle van de uitvoering van het wettelijk kader gebeurt steeds vaker door private
deskundigen in dienst van de overheid. De bevoegdheid van deze deskundigen kan variëren
van een lokaal tot internationaal niveau.65
De
private
veiligheidssector
heeft
behoefte
aan
een
Europees
wetenschappelijk
veiligheidsmodel. Dit model bestaat uit drie elementen verbonden aan de sector. Een eerste
element is verbonden aan het bestaande risico op marktfalen van de sector op Europees
niveau. Mogelijke tekortkomingen verbonden aan de private veiligheidssector moeten worden
tegengegaan om de betrouwbaarheid van de sector te bevorderen. Een strikt wetgevend kader
wordt vaak gezien als de oplossing voor marktfalen omwille van het verstrekken van
vergunningen en controles. Echter, de huidige wetgeving is gericht op inperking in plaats van
op verbetering. Het oprichten van Europese kwaliteitsnormen is onafwendbaar. De
minimumvoorwaarden waaraan private veiligheidsorganisaties moeten voldoen, behoort tot
het tweede element van een Europees veiligheidsmodel. Europese kwaliteitsnormen bieden de
mogelijkheid om te anticiperen op een marktfalen. Een centrale dienst dient toezicht te
houden op alle private veiligheidsdiensten op Europees niveau. Een derde element heeft
betrekking op de publiek-private samenwerking op Europees niveau. Deze drie elementen
kunnen gebundeld worden tot het concept van harmonisatie. Het is duidelijk dat de private
veiligheidssector de banden met Europese instellingen dient te versterken om coördinatie op
alle niveaus door te voeren. Nationale inbreng is tevens van belang om een gestroomlijnd
wetgevend kader te creëren. De totstandkoming van een Europese private veiligheidsmarkt
kent nog een lange weg.66
De Europese Commissie publiceerde in januari 2004 een voorstel voor een richtlijn
betreffende het creëren van een interne markt voor diensten, inclusief de veiligheidssector. Dit
voorstel handelde over het behoud van de kwaliteit van private veiligheidsdiensten met
inbegrip van vergunningen, opleiding, controle en sancties. Het voorstel voor de richtlijn
betreffende het creëren van een interne markt voor diensten van de Europese Commissie,
65
L. JOHNSTON en C.D. SHEARING, Governing Security: Explorations In Policing and Justice, Londen,
Routledge, 2002, 21-37.
66
V. PASHLEY en M. COOLS, “Private security in Europe: towards a European private security model for the
future” in M. COOLS e.a. (eds.), European criminal justice and policy, Antwerpen, Maklu, 2012, 93-109.
22
ontketende
een
grondig
debat
op
bestuurlijk
en
gerechtelijk
niveau.
Private
veiligheidsorganisaties en -agenten dienen in de meeste Europese landen over een vergunning
te beschikken om veiligheidsdiensten te leveren. De bevoegdheid van deze vergunning en de
bijhorende controles behoren echter tot de overheid. De private veiligheidssector dient
hierdoor gebruik te maken van een uitzondering inzake het voorstel van de Europese
Commissie, aangezien het doel van de richtlijn het verwijderen van een autorisatiesysteem is.
Een tweede kanttekening moet gemaakt worden met betrekking tot de juridische en culturele
verschillen tussen de Europese landen. Deze diversiteit is het gevolg van het politieke en
justitiële klimaat van een land. Bovendien vormt de huidige wetgeving problemen omwille
van de veranderende Europese private veiligheidssector. Europese minimumnormen inzake
private veiligheid zijn wegens dit debat momenteel nog steeds afwezig in de Europese Unie.
Een fundamentele samenwerking tussen de private veiligheidssector en Europese instellingen
biedt hier oplossingen.67 Europese private veiligheidsorganisaties wisselen op eigen initiatief
ideeën en activiteiten uit in de verscheidene landen waar ze actief zijn. De eisen van de klant
zijn vaak een stimulans om grensoverschrijdend te werken, onder meer inzake
bedrijfsrecherche.68
3.1.2.2.
De relatie tussen de publieke en private veiligheidssector in een integraal
veiligheidsmodel
Publieke beleidsactoren opereren in een samenleving gekenmerkt door een stijgende aandacht
voor economische besparingen. De verhouding tussen publieke en private actoren is reeds
bijgesteld in verschillende sectoren, waaronder onderwijs en sociale zekerheid. In de
veiligheidssector is deze evolutie momenteel in beweging.69 Reeds vanaf het ontstaan van
veiligheidsdiensten is de relatie tussen de publieke en private veiligheidssector echter een
veelbesproken onderwerp. De steeds wijzigende samenleving beïnvloedt de onderlinge relatie
tussen beide sectoren. Het is reeds algemeen aanvaard dat het voorzien in veiligheid, ruimer is
dan de publieke bevoegdheid. Diverse netwerken van publieke politiediensten, private
67
V. PASHLEY en M. COOLS, “Private security in Europe: towards a European private security model for the
future” in M. COOLS e.a. (eds.), European criminal justice and policy, Antwerpen, Maklu, 2012, 93-109.
68
M. BUTTON, Private Policing, Cullompton, Willan Publishing, 2002, 20-27.
69
A. B. HOOGENBOOM, Het Politiecomplex: over de samenwerking tussen politie, bijzondere opsporingsdiensten
en particuliere recherche, Arnhem, Gouda Quint, 1994, 61-91.
23
veiligheidsinstellingen, vrijwilligers, buurtorganisaties, enz. maken deel uit van een integrale
veiligheidszorg.70 Gezien de globalisering, de voortdurende democratisering en de stijging
van risico’s, zal de samenwerking tussen publieke en private veiligheidsdiensten daarenboven
toenemen.71 De prominente rol die private veiligheidsdiensten spelen binnen de integrale
veiligheidszorg, is een recent fenomeen. Eén van de drijfveren van de stijging in het aantal
private veiligheidsinstellingen, is de opkomst van grote sites privé-eigendom die tevens
publiek toegankelijke plaatsen zijn, zoals winkelcentra.72 Sociale controle op privéeigendommen die publiek toegankelijk zijn, behoort tot de bevoegdheid van de private
veiligheidssector. Private veiligheidsinstellingen beschikken over een preventieve functie
inzake integrale veiligheid.73 De exclusieve veiligheidsbevoegdheid van publieke autoriteiten
neemt af en wordt vervangen door een integrale veiligheidszorg met een veelheid aan actoren.
Sinds eind jaren ’90 van de vorige eeuw, is de scheidingslijn tussen publieke en private
veiligheid
een
terugkerend
punt
op
de
politieke
agenda.
De
uitbreiding
van
samenwerkingsverbanden leidt tot een vervaging van de bevoegdheidsverdeling tussen beide
sectoren.74 Ondanks deze toegenomen politieke aandacht blijft een eenduidige definiëring en
wetgevend kader afwezig. De aard van publiek-private samenwerkingsverbanden is uniek,
wat het omschrijven bemoeilijkt. Het ontbreken van een strikte definiëring biedt evenwel
gelegenheid
tot
een
ruim
werkveld.
In
de
praktijk
zijn
publiek-private
samenwerkingsverbanden algemeen aanvaard.75
Het ‘outsourcen’ van veiligheidsbevoegdheden naar de private sector creëert organisatorische
en financiële mogelijkheden voor de kerntaak van openbare veiligheidsdiensten. Private
criminaliteitspreventie is geïntegreerd in de integrale veiligheidszorg. Overige actoren van de
private veiligheidssector dienen nog verder gekoppeld te worden. 76 Echter het denken over
private veiligheid kent in vele landen een negatieve ondertoon. Dit is vaak het gevolg van een
70
T. JONES en T. NEWBURN, Plural Policing: a comparative perspective¸ Abingdon, Routledge, 2006, 1-10.
COESS, Alarm Receiving Centres: A Central Function in the European Security Landscape, 2009, 18-19.
72
A. S. WAKEFIELD, Selling Security: the private policing of public space, Cullompton, Willan Publishing, 2003,
1-57.
73
M. COOLS en K. VERBEIREN, Politie en Privébewaking Samen Sterk: het spanningsveld tussen uitbesteding en
publiek-private samenwerking inzake de politietaken, Brussel, Politeia, 2004, 47-117.
74
A. S. WAKEFIELD, Selling Security: the private policing of public space, Cullompton, Willan Publishing, 2003,
1-57.
75
M. COOLS en K. VERBEIREN, Politie en Privébewaking Samen Sterk: het spanningsveld tussen uitbesteding en
publiek-private samenwerking inzake de politietaken, Brussel, Politeia, 2004, 47-117.
76
A. B. HOOGENBOOM, Het Politiecomplex: over de samenwerking tussen politie, bijzondere opsporingsdiensten
en particuliere recherche, Arnhem, Gouda Quint, 1994, 61-91.
71
24
gebrek aan kennis inzake de hedendaagse private veiligheidssector en door kortzichtige
politieke standpunten. Vanuit een traditioneel oogpunt is veiligheid namelijk een exclusieve
bevoegdheid van autoriteiten.77
Openbare veiligheidsdiensten zijn nog steeds de primaire actor in het veiligheidsbeleid. Een
integrale veiligheidszorg gaat verder dan de opdeling tussen publieke en private
veiligheidsdiensten. Verscheidene veiligheidsdiensten kunnen niet langer opgedeeld worden
in de categorieën ‘publiek’ of ‘privaat’ en hebben baat bij een intensere samenwerking tussen
beide sectoren. De aanpak van fraude in de publieke sector is hier een voorbeeld van. 78 De
opdrachtgever en de aard van de veiligheidsdienst kan variëren. Publieke politieagenten
kunnen in opdracht werken van de overheid en tevens worden ingehuurd door bedrijven,
private veiligheidsagenten worden tewerkgesteld door bedrijven en ook door de overheid,
enz.79 De samenwerking van publieke en private veiligheidsactoren kent een wisselend
succes. Een efficiënte en effectieve publiek-private samenwerking inzake veiligheid bepaalt
mee de kwaliteit van de samenleving. Een goede bevoegdheidsafbakening en duidelijke
communicatie zijn hierbij essentieel. In de toekomstige samenleving worden publieke en
private veiligheidsdiensten, omwille van het complexere veiligheidsvraagstuk, nog
afhankelijker van elkaar.80
77
COESS, Alarm Receiving Centres: A Central Function in the European Security Landscape, 2009, 18-19.
M. BUTTON, Private Policing, Cullompton, Willan Publishing, 2002, 31-33.
79
T. BALTHAZAR, J. CHRISTIAENS, M. COOLS, T. DECORTE, B. DE RUYVER, P. HEBBERECHT, P. PONSAERS, S.
SNACKEN, P. TRAEST, T. VANDER BEKEN en G. VERMEULEN, Het strafrechtssysteem in de Laatmoderniteit,
Mechelen, Kluwer, 2004, 14.
80
M. COOLS en K. VERBEIREN, Politie en Privébewaking Samen Sterk: het spanningsveld tussen uitbesteding en
publiek-private samenwerking inzake de politietaken, Brussel, Politeia, 2004, 47-117.
78
25
3.2
‘Private and public security in the Nordic countries’
In 2009 verscheen de tweede ‘white paper’ van CoESS, genaamd ‘Private and public security
in the Nordic countries’. Deze ‘white paper’ is een samenwerking tussen CoESS en
ALMEGA, de werkgeversorganisatie van de Zweedse dienstensector.
3.2.1.
Inhoudelijke bespreking
Zoals de naam reeds doet vermoeden, is de tweede ‘white paper’ ‘Private and public security
in the Nordic countries’ gericht op private veiligheid in de Scandinavische landen. Evenwel
beschikt deze ‘white paper’ over een rapport betreffende de Europese private
veiligheidssector in 2008.81 Vooraleer dieper in te gaan op de essentie van de tweede ‘white
paper’, namelijk de publieke en private veiligheid in de Scandinavische landen, wordt eerst
het overzicht van private veiligheid in Europa besproken.
De eerste ‘white paper’ van CoESS kende niet de intentie om als wetenschappelijke paper
gepresenteerd te worden. In de proloog schetst Professor Dr. Marc Cools dat het publiceren
van academische werken niet het oogmerk is van CoESS als een werkgeversorganisatie.
Desalniettemin is het gebruikte cijfermateriaal in de eerste ‘white paper’ het belangrijkste
punt van kritiek. De ‘white paper’ gepubliceerd in 2008 maakte gebruik van gedateerde
gegevens uit 2004 en 2005. Echter in het najaar van 2008 bracht CoESS een nieuw en
geactualiseerd overzicht van cijfermateriaal uit. De vermelding in deze ‘white paper’ poogt
het erratum te herstellen. De beperkte bronnen betreffende private veiligheid benadrukken het
belang van de bijgewerkte cijfers van CoESS voor economische, wetenschappelijke en
beleidsdoeleinden. Belangrijk om op te merken is dat het cijfermateriaal van CoESS een
aantal destijds niet-EU lidstaten omvat. Als gevolg van de interne structuur worden BosniëHerzegovina, Kroatië, Macedonië, Noorwegen, Servië, Turkije en Zwitserland meegerekend
in deze resultaten. In 2008 waren 1.453.636 medewerkers actief in de private veiligheid. 82 Dit
aantal private veiligheidswerknemers wordt in bijlage 3 verder opgesplitst naar land. Deze
81
82
CoESS, Private and public security in the Nordic countries, Second White Paper, 2009, 3.
Ibid., 6-8.
26
tabel toont het aantal publieke en private veiligheidsagenten per inwoner. Het verschil tussen
de lidstaten toont onder meer aan dat het Noorden van Europa menigvuldig beroep doet op
private veiligheidsdiensten voor de bescherming van burgers. De oorspronkelijke
Europageneratie, waaronder België, kent deze ontwikkeling nog niet. Tien landen beschikken
over meer private dan publieke veiligheidsagenten, namelijk Tsjechië, Estland, Finland,
Hongarije, Ierland, Luxemburg, Noorwegen, Polen en Roemenië.83
De aanpak van de private veiligheidssector kent een brede scope in Europa. Dit is gebleken
uit onderzoek naar de wetgeving betreffende private veiligheid in de verschillende lidstaten.
Deze wetgeving kent een minimum tot een maximum reikwijdte. Een beperkt
toepassingsgebied kan de bewaking van de persoonlijke bezittingen, persoonsbescherming,
geldtransport, toegangscontrole en het ontwerpen, installeren en beheren van alarmsystemen
omvatten. In sommige landen is sprake van een maximale reikwijdte. Een voorbeeld hiervan
is Spanje waar de metro als privaat domein beschouwd wordt. Het Verenigd Koninkrijk kent
de
breedste
scope
inzake
het
‘outsourcen’
naar
de
private
sector.
Bepaalde
gevangenisdiensten vallen onder de bevoegdheid van private veiligheidsdiensten. Drie types
van wetgeving inzake private veiligheid kunnen onderscheiden worden, gaande van flexibele
wetgeving tot de meest beperkende. Strikt wettelijke bepalingen zijn aanwezig in België,
Spanje, Portugal, Hongarije, Roemenië, Slowakije en Zweden. In al deze landen worden de
verschillende aspecten van het beroep toegelicht tot in het kleinste detail. Oostenrijk,
Tsjechië, Cyprus en Duitsland situeren zich aan de andere kant van het spectrum. Frankrijk en
het Verenigd Koninkrijk bevinden zich tussen deze twee. De wettelijke bepalingen in
Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn ontwikkeld op basis van behoefte en vermijden
nauwkeurige definiëring van de technische aspecten.84 Afgezien van de uiteenlopende
benaderingen in wetgeving, is een divers level van training merkbaar in Europa. Met
uitzondering van Duitsland dienen in alle Europese lidstaten private beveiligingsagenten een
opleiding te volgen alvorens te werken. De duur van de training varieert sterk. Het gebruik
van aanvalshonden is algemeen toegestaan, maar inzake het dragen van wapens is het
Europese landschap verdeeld.85
83
CoESS, Private and public security in the Nordic countries, Second White Paper, 2009, 8-10.
Ibid., 11.
85
Ibid., 11-12.
84
27
Het ontstaan van deze tweede ‘white paper’ met focus op de Scandinavische landen, kwam in
de private veiligheidssector niet als een verrassing. In Europa wordt vaak verwezen naar ‘the
Nordic model’ gebaseerd op de wettelijke bepalingen inzake private veiligheid in
Denemarken, Finland, Noorwegen en Zweden. Private veiligheid speelt hier een belangrijke
rol in de criminele beleidsstructuur. De Scandinavische landen beschikken over een
gereguleerd en juridisch kader aangaande private veiligheid. Denemarken bijvoorbeeld plaatst
de private veiligheidssector ook in andere gerechtelijke instellingen, zoals het Strafwetboek,
openbare orde en privacy. Bovendien kent de private veiligheidssector zijn ontstaan in
Denemarken in 1901.86
3.2.1.1.
Wetgeving en ‘the Nordic model’
Vanuit een Europees perspectief beschikken de Scandinavische landen over een
gemeenschappelijke geografische en culturele entiteit. De verschillende vormen van
onderlinge samenwerking kennen diepe historische wortels, welke geleid hebben tot de
ontwikkeling van een equivalente wetgeving. Dit is tevens het geval met het wetgevend kader
betreffende private veiligheid.
De Scandinavische landen beschikken over een
basiswetgeving die stelt dat private veiligheidsbedrijven erkend moeten zijn en dat
veiligheidsambtenaren doorgelicht dienen te worden. Een specifiek wetgevend kader is
aanwezig betreffende de uitrusting, training en inspectie van de private veiligheidsambten. De
wetgeving van de Noord-Europese landen verschilt echter ook in belangrijke gebieden. Jorma
Hakala, onderzoeker bij het Scarman Centrum voor de studie van openbare orde, publiceerde
in 1998 een vergelijkende studie van de Scandinavische wetgeving met betrekking tot de
private veiligheidssector. Hij stelde dat de overheidscommissies in Finland, Noorwegen en
Zweden verschillende voorstellen bevatten. Maar deze leidden niet tot substantiële
wijzigingen in de wetgeving. Denemarken kent een gelijkaardig verhaal, afgezien van de
veranderde houding ten opzichte van de private veiligheidssector. Het onderzoek van Hakala
beschrijft welke taken private veiligheidsagenten kunnen uitvoeren en waar de grens tussen
publieke en private veiligheid dient te liggen. Hij concludeerde dat de private
veiligheidssector over meer bevoegdheden moet beschikken. Een betere opleiding, uitrusting
en wetgeving is echter noodzakelijk om deze veranderingen tot een goed eind te brengen. De
86
CoESS, Private and public security in the Nordic countries, Second White Paper, 2009, 12-13.
28
Scandinavische landen beschikken over een lange geschiedenis van nauw overleg. Dit moet
hen helpen gemeenschappelijke wetgeving te ontwikkelen.87
Om te duiden hoe de wetgeving inzake private veiligheid geordend is in de Scandinavische
landen, wordt het wetgevend kader van Zweden in deze ‘white paper’ als voorbeeld
toegelicht. In 1974 werd de ‘Security Companies Act’ geïntroduceerd. Deze wetgeving
regelde de verplichte vergunningsbewijzen van private veiligheidsorganisaties. Voorheen
waren vrijwillige licenties van private veiligheidsbedrijven de norm. In Zweden alleen waren
meer dan honderd private veiligheidsorganisaties actief, waarvan de twee grootste bedrijven
over 75% van het marktaandeel beschikten. De achtergrond van de ‘Security Companies Act’
was het besef van de overheid dat er behoefte is aan meer private veiligheid. De minister van
Justitie stelde dat private veiligheid een noodzakelijke aanvulling was op de openbare
ordediensten. Op de eerste plaats vloeit de nood tot private veiligheid voort uit bijzondere
omstandigheden, zoals het gebouw, de aard van de site, de omvang van het bedrijf en
soortgelijke factoren. De aanwending van private veiligheid zal steeds toenemen over de jaren
heen. Omwille van deze factoren is het van groot belang dat de overheid dergelijke private
veiligheidsinstellingen kan inspecteren. Iedereen die gebruik maakt van de diensten van deze
organisaties beschikt hierbij over een garantie dat de opdrachten op een professionele manier
uitgevoerd worden. Wanneer de Wet van 1974 van kracht ging, beschikten sommige private
veiligheidsbedrijven niet over een vrijwillige vergunning. Het wettelijk kader poogde
bestaande instellingen te definiëren als bedrijven die bepaalde veiligheidsmaatregelen
verrichten ten behoeve van een andere partij tegen betaling. Het concept ‘beveiligingswerk’
wordt echter niet verder gedefinieerd in deze wetgeving.
Het belangrijkste uitgangspunt van de ‘Security Companies Act’ was de perimeter van de
private veiligheid, zoals de bewaking van sites. Meer in het bijzonder doelde men op
regulering van de nachtelijke private bewaking. In 2009 is dezelfde wet nog steeds van kracht.
Het gebruik van private veiligheid in openbare ruimtes is echter toegenomen in de huidige
samenleving. Dit leidt tot het risico dat private veiligheidsorganisaties zich in een grijze zone
bevinden, indien ze opdrachten uitvoeren in openbare plaatsen. Dit scenario is tevens een
veelvoorkomend probleem in de overige Scandinavische landen.88
87
88
CoESS, Private and public security in the Nordic countries, Second White Paper, 2009, 16-17.
Ibid., 17-20.
29
3.2.1.2.
Vergelijkend onderzoek naar veiligheid in de Scandinavische landen
In 2009 werden verschillende medewerkers van de politie, vakbond en private
veiligheidsinstellingen bevraagd in Finland, Zweden, Denemarken en Noorwegen. De
resultaten van deze enquête hebben geen wetenschappelijk oogpunt, maar bieden een helder
beeld van het veiligheidsdenken in de Scandinavische landen.89 In bijlage 4 worden enkele
cijfergegevens van Zweden, Noorwegen, Finland en Denemarken besproken met betrekking
tot het publieke en private veiligheidspersoneel. Opvallend in deze grafiek is de ratio tussen
veiligheidsdiensten en de populatie van Denemarken. Het vergelijkend onderzoek focust op
meerdere segmenten van de veiligheidssector. De verschillende vormen van samenwerking
tussen private veiligheidsinstellingen en de politiediensten worden grondig bekeken in het
luik samenwerking. Het belang van deze samenwerking neemt steeds toe. Desondanks blijkt
uit het onderzoek dat menigmaal potentiële samenwerkingsmogelijkheden niet gebruikt
worden. Dit is het heersend beeld in de Scandinavische landen. Slechts één land stelde dat een
vorm van algemene samenwerking tussen private veiligheidsinstellingen, politiediensten en
het cliënteel aanwezig is. In Zweden, Noorwegen en Finland zijn beveiligingsbedrijven een
aanvulling op de politie in luchthavens en havens. Zweden kent volgens dit vergelijkend
onderzoek de grootste vorm van samenwerking. Verschillende deelnemers van het onderzoek
leken onzeker en weifelachtig. Dit kan het gevolg zijn van een precaire wetgeving die niet
afgestemd is op de noden van het cliënteel. Private veiligheidsagenten bevinden zich vaak in
situaties waarin de regelgeving onduidelijk is. Individuele interpretaties van het wettelijk
kader zijn hiervan een gevolg. 90
Een tweede onderdeel van het onderzoek focuste op de relatie tussen de private
veiligheidssector en vakbonden op diverse domeinen zoals opleiding, gezondheid, veiligheid,
wetgeving, kwaliteit en informatie-uitwisseling. De Scandinavische landen beschikken over
krachtige vakbondsorganisaties, wat hen onderscheid van de rest van Europa. Collectieve
arbeidsovereenkomsten tussen private veiligheidsinstellingen en vakbonden spelen een grote
rol in Zweden, Noorwegen, Denemarken en Finland. De Scandinavische landen kennen een
lange voorgeschiedenis betreffende het gebruik van collectieve arbeidsovereenkomsten als
regelgevend instrument. De vakbondsorganisaties zijn daarenboven actieve lobbyisten
89
90
CoESS, Private and public security in the Nordic countries, Second White Paper, 2009, 21.
Ibid., 21-24.
30
betreffende wetgeving. Ze nemen menigmaal deel aan debatten die een basis zijn voor
initiatieven rond private veiligheid. Een verenigd front tussen alle partijen creëert een pad
naar de toekomst. Zweden heeft de grootste voorsprong inzake het gebruik van deze
gemeenschappelijke
arbeidsovereenkomsten.
De
samenwerking
tussen
de
private
veiligheidssector en vakbonden is beperkter in de overige Scandinavische landen.91
De vergelijkende studie van 2009 eindigt met een aantal standpunten en open vragen. Uit dit
onderdeel blijken de verschillen naar land en wetgeving in de Scandinavische gebieden.
Enkele van de opmerkelijkste bevindingen worden hier vermeld. Een eerste noemenswaardige
opmerking is het duidelijke onderscheid tussen de opdrachten van de publieke en private
politie in Finland. Problematisch is de vorm van concurrentie tussen beide organen in Finland
en Zweden. Een algemeen gegeven in alle Scandinavische landen is het feit dat private
veiligheidsagenten meer taken kunnen verwezenlijken dan waartoe ze momenteel gemachtigd
zijn. In grote lijnen is een stijging zichtbaar van het aantal private veiligheidsbedrijven in de
Scandinavische landen door de jaren heen. De relatie tussen private en publieke veiligheid
dient echter hervormd te worden. Uit het onderzoek is gebleken dat private veiligheidsagenten
over kennis dienen te beschikken inzake de werking van de politiediensten. Overeenkomstige
eisen zijn echter niet gereguleerd voor het personeel van de publieke veiligheidsdiensten.
Besluiten doen we met de bemerking dat officiële inspecties vaak het onderwerp van kritiek
zijn. Controles worden namelijk noch uitgevoerd door deskundigen noch naar behoren.92
3.2.1.3.
Sociale dialoog tussen private beveiligingsagenten
Het sociaal overleg tussen private veiligheidsorganisaties creëert een omgeving voor een
gelijkgestemde markt in de Europese Unie. Het is niet geënt om beslissingen te treffen inzake
wetgeving, noch beschikt het over een besluitvormende functie. De sociale dialoog is een
doeltreffende methode om de sociale partners van de private veiligheidssector samen te
brengen. Mede door de steun van de Europese Commissie tracht het sociaal overleg
handelsbelemmeringen te verwijderen en een grensoverschrijdende markt te ontwikkelen. De
Europese Commissie ontwerpt specifieke richtlijnen gebaseerd op de sociale dialoog. Het
doel is het vrij verplaatsen van goederen en diensten binnen de Europese Unie. De overdracht
91
92
CoESS, Private and public security in the Nordic countries, Second White Paper, 2009, 24.
Ibid., 25-28.
31
van informatie als kwantitatieve dienst is menigmaal problematisch. Het sociaal overleg biedt
oplossingen aan betreffende de kwaliteit. Richtlijnen inzake opleidingen zijn hiervan een
voorbeeld. Een standaardkwaliteit van opleiding garanderen is niet eenvoudig. De regels en
voorschriften verschillen in de Scandinavische landen. Een nationale dialoog dient worden
aangegaan. Sociaal overleg in de lidstaten en later op een Europees niveau biedt verschillende
mogelijkheden om de private veiligheidssector te structuren.93
3.2.1.4.
Publieke en private samenwerking inzake veiligheid
De samenwerking tussen de publieke en private veiligheidssector is zichtbaar op diverse
domeinen. Private veiligheidsagenten zijn alom op sporthappenings, gala’s en andere
topontmoetingen. Ze beveiligen evenementen en bevinden zich hierbij vaak in
conflictsituaties. De bevoegdheden van de publieke en private veiligheidsagenten zijn
afhankelijk van het land. Een samenwerking tussen beiden is niet mogelijk in Denemarken
met betrekking tot topontmoetingen en vergaderingen. De kennis van de veiligheidssector is
een belangrijk gegeven in de samenwerking tussen de publieke en private veiligheid, vooral
met betrekking tot inspecties van de licenties van private veiligheidsbedrijven. De autoriteiten
belast met het reguleren en controleren van de veiligheidsbedrijven, beschikken over een
slechte kennis inzake de sector. Autoriteiten dienen nauw samen te werken met vakbonden.
Vakbonden beschikken over een verrijkende kennis inzake de bedrijven en de
werkomstandigheden van de private veiligheidssector. Ondanks het rivaliserend beeld tussen
beiden, werken private veiligheidsagenten en politiediensten doorgaans als een eenheid
samen. De veiligheidssector beschikt over een duidelijke behoefte tot samenwerking. Een
voorbeeld hiervan is de constatatie en rapportage van misdaden door private
veiligheidsagenten. In omgevingen waar private veiligheidsorganisaties actief zijn, zoals
winkelcentra is het gebruikelijk dat publieke en private veiligheidsdiensten samenwerken om
de openbare orde te garanderen en criminaliteit terug te dringen. Het partnership is
grotendeels gebaseerd op bereidwillige individuen uit beide sectoren. Gemeenschappelijke
doelstellingen en visies worden ingesteld. De Scandinavische landen verschillen enigszins
inzake samenwerking in winkelcentra. In Noorwegen schakelen winkelcentra politiediensten
in voor hulp. In Zweden staat de politie in voor de beveiliging van ingangen. En in Finland
93
CoESS, Private and public security in the Nordic countries, Second White Paper, 2009, 29-30.
32
zijn private veiligheidsagenten bevoegd om iedereen die de winkel verstoort te verwijderen.
De verschillende regelgevingen hebben een invloed op de mogelijkheden voor samenwerking.
Een innige samenwerking is gebaseerd op de relatie tussen politiediensten, private
veiligheidsbedrijven en cliënten en het beschikken over voldoende middelen. Het uiteindelijke
doel van de samenwerking is waarborgen van de veiligheid.94
Een laatste vorm van bijzondere samenwerking is bij terrorisme, natuurrampen, oorlog en
andere ernstige incidenten. Geen van de Scandinavische landen beschikt over een vorm van
georganiseerde
samenwerking
tussen
publieke
en
private
veiligheidsdiensten
die
beveiligingsagenten in staat stelt ondersteuning te bieden aan de politie in het geval van een
ernstige noodsituatie. Private veiligheidsagenten beschikken over middelen en kennis die
waardevol zijn bij incidenten. Rampenplannen bestaan reeds voor enkele cruciale sectoren
van de samenleving. Sommige lokale rampenplannen doen beroep op de steun van het private
veiligheidspersoneel. Echter, een nationale en internationale coördinatie is aangeraden.
Finland heeft reeds een stap in deze richting gezet door een systeem in werking te stellen
waarin private veiligheidsagenten in contact staan met politie en hulpdiensten in geval van
een incident. De effecten van een noodsituatie kunnen beperkt worden door samenwerking,
planning, training en oefeningen met betrekking tot de veiligheid, politie en de autoriteiten.95
3.2.1.5.
Een vernieuwd bevoegdheidskader voor de private veiligheid
Het wetgevend kader betreffende private veiligheid is niet volledig aangepast aan de
veranderde samenleving in de Scandinavische landen. De huidige samenleving kent andere
behoeften dan het verleden met betrekking tot private veiligheid. Bij voorstellen tot wijziging
van het wettelijke kader is het van belang om de fundamentele principes van de wetgeving te
behouden. Het alleenrecht van politiediensten op het gebruik van geweld is een fundamenteel
principe. Het ‘outsourcingdebat’ resulteert in een impasse indien dit beginsel niet
gewaarborgd wordt. Daarom is het belangrijk dat de bevoegdheden van publieke en private
veiligheidsdiensten over een duidelijke scheidingslijn beschikken. In de Scandinavische
94
95
CoESS, Private and public security in the Nordic countries, Second White Paper, 2009, 31-32.
Ibid., 33.
33
landen beveiligen private veiligheidsagenten reeds openbare gebouwen en kritieke
infrastructuren. Deze bevoegdheid kan uitgebreid worden.96
3.2.1.6.
Het vooruitzicht op een Scandinavisch model voor algemene
veiligheid
Om de huidige situatie van de private veiligheidssector in de Scandinavische landen te
bevatten, is het belangrijk om het beleid te plaatsen in een breder kader. De sector heeft zich
grotendeels
langs
dezelfde
lijnen
ontwikkeld.
De
jobomschrijving
van
private
veiligheidsagenten bestond zestig jaar geleden voornamelijk uit nachtelijke patrouilles van
winkels, magazijnen en grote industriële sites. Nachtwaker is hier een geschikte term voor.
Het wettelijk kader ontwikkelde zich geleidelijk in de Scandinavische landen. Dit was op
verzoek van de private veiligheidssector. Een factor die de wetgeving voortstuwde was de
beveiliging van overheidskantoren door private veiligheidsagenten. Politici zagen dat de
samenleving niet uitsluitend door politiediensten beschermd kan worden. Het wetgevend
kader bood steun aan de sector. Jarenlang waren geen belangrijke redenen aanwezig tot
wetswijzigingen. Echter, de samenleving evolueerde en een aantal veranderingen vonden
gelijktijdig plaats. Een tastbare verandering was de opkomst van nieuwe semipublieke
ontmoetingsplaatsen, zoals winkelcentra, treinstations, cultuur- en sportaccommodaties, enz.
Al deze locaties creëren mogelijkheid tot geweld, schade en diefstal. Bovendien veranderde
de uitrusting van private veiligheidsagenten. Ze gebruiken een combinatie van standaard
patrouilleren, gecombineerd met vernieuwde technologieën zoals cameratoezicht. Bovendien
heeft de stedelijke migratie en de groei van nieuwe woongebieden de sector getroffen. Een
andere verandering is de stijgende vraag naar politiediensten. Naarmate mensen welvarender
worden, verwerven ze de nood om waardevolle spullen te beveiligen. Deze veranderingen
zorgen ervoor dat de wetgeving onder druk wordt gezet. De dialoog tussen de private
veiligheidssector, overheid en politiek dient een continu proces zijn.
Het wettelijk kader betreffende private veiligheid ondergaat menigmaal debattering in Europa.
In landen die niet beschikken over een ontwikkelde wetgeving, betreft het debat de orde en
structuur van de private veiligheidssector. Het ‘Nordic model’ is een degelijk startpunt voor
96
CoESS, Private and public security in the Nordic countries, Second White Paper, 2009, 34.
34
landen die nog niet beschikken over een ontwikkelde wetgeving. Het debat over de
verbetering van de kwaliteit van de wetgeving is actueel in landen die reeds beschikken over
een ontwikkeld wetgevend kader. De regulering van vergunningen, politiedoorlichting,
inspecties, opleidingstandaarden en uitrusting zijn belangrijke instrumenten bij het streven
naar een geavanceerde private veiligheidsindustrie. Dit is de ervaring in de Scandinavische
landen. Het creëren van een professionele industrie met het vertrouwen van het algemene
publiek is essentieel. Het structureren van een toekomstige nationale wetgeving dient te
vertrekken vanuit een Europees perspectief met aandacht voor het vrije verkeer van diensten.
Verschillende indicatoren tonen dat de toekomstige Europese Unie een uniforme visie zal
eisen inzake het wettelijk kader inzake veiligheidsdiensten. Het doel is een nationale
kaderwetgeving gebaseerd op deze uniforme Europese visie, aangevuld met een nationale
regelgeving betreffende inspectie, doorlichting en regelgeving. Toekomstige wetgeving dient
rekening te houden met het feit dat de private veiligheidssector over een duidelijke
scheidingslijn
beschikt
tussen
de
bevoegdheden
van
de
publieke
en
private
veiligheidsdiensten. In deze ‘white paper’ wordt gesteld dat tekortkomingen inzake private
veiligheid verholpen kunnen worden indien in elk land slechts één autoriteit bevoegd zou zijn
voor de sector. Eén enkele autoriteit zou problemen elimineren inzake samenwerking,
verschillende opleidingsniveaus, controle en inspectie, personeel, enz. De kwaliteit van de
private veiligheidssector wordt hierdoor beter. Ook de scheidingslijn tussen private en
publieke veiligheidsdiensten zou hersteld worden. Eén enkele instantie zou het mogelijk
maken om de sector te reguleren met een nationale kaderwetgeving die de Europese visie
hanteert. De opleiding van private veiligheidsagenten is tevens een hachelijk punt in debatten.
Twee elementen zijn verbonden aan de training van private veiligheidsagenten. Het eerste
element is de opleiding georganiseerd door de overheid. Deze opleiding is wettelijk verplicht
en onderdeel van het regelgevend kader. Hierin wordt de kwaliteitsstandaard van opleiding
gewaarborgd. Het tweede element van de training zijn alle andere opleidingen georganiseerd
door de private veiligheidsorganisaties zelf. Op Europees niveau staat de eerste vorm van
opleiding ter discussie. De fundamentele kerntaken van een private veiligheidsagent
verschillen niet veel van land tot land. Een gestroomlijnde basisopleiding is uitvoerbaar. De
taal en specifieke wetgeving kunnen echter belemmeringen zijn. Als één enkele autoriteit in
elk land bevoegd zou zijn voor de veiligheidssector, dan was dit een eenvoudiger doel.
Tevens zou een gestandaardiseerde opleiding een belangrijke stap zijn in de harmonisering
van het veiligheidsbeleid in de EU. Het gebruik van collectieve overeenkomsten wordt meer
35
geregeld in de Scandinavische landen dan in de rest van de EU. Zo betreffen ze ook
opleidingen en werkomstandigheden voor de private veiligheidssector. Het amenderen van
een wet duurt veelal geruime tijd. Collectieve overeenkomsten bieden hiervoor een
oplossing.97
Private veiligheid is behoorlijk adequaat in de Scandinavische landen. Het ontbreekt aan
structurering betreffende informatie-uitwisselingen en samenwerking tussen de verschillende
partijen. Een duidelijkere omlijning kan dit bijschaven. Het Europese kader inzake de private
veiligheidssector omvat echter alle lidstaten en zal over meer gegevens dienen te beschikken.
Private veiligheidsorganisaties dienen de verantwoordelijkheid in eigen hand te nemen voor
een geharmoniseerde Europese veiligheidssector.98
3.2.2.
Kritische analyse
‘Private and public security in the Nordic countries’ is de tweede ‘white paper’ van CoESS.
De kritische analyse van deze ‘white paper’ geeft het belang van wetenschappelijk onderzoek
weer. Dit is reeds een verbetering, maar verschillende moeilijkheden zijn verbonden aan het
uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek. Deze probleemstellingen worden besproken in het
eerste deel van de kritische analyse. Zoals de naam doet vermoeden, focust de tweede ‘white
paper’ op de private veiligheidssector in de Scandinavische landen. Het ‘Nordic model’ wordt
vaak gezien als toonbeeld van een Europese private veiligheidsmarkt. Doorheen deze ‘white
paper’ wordt Zweden uitvoerig besproken. In deze kritische analyse opteren wij voor een
korte beschrijving van de private veiligheidssector in de Scandinavische landen en de
verschillen onderling.
3.2.2.1.
Het belang van wetenschappelijk onderzoek
Het onderzoek naar private veiligheidsdiensten in een Europese context is schaars. CoESS
biedt hier een oplossing met hun onderzoek ‘Facts & Figures’. Dit schetst een representatief
beeld van de Europese private veiligheidssector. De tweede ‘white paper’ genaamd ‘Private
97
98
CoESS, Private and public security in the Nordic countries, Second White Paper, 2009, 35-39.
Ibid., 40.
36
and public security in the Nordic countries’van CoESS geeft de grootste bevindingen van dit
onderzoek weer. Het nadeel van
de eerste ‘white paper’ poogt men te elimineren.
Wetenschappelijk onderzoek is cruciaal voor de private veiligheidssector.
Het bekomen van wetenschappelijk onderzoek is echter niet eenvoudig. Om te beschikken
over wetenschappelijke gegevens, is het correct opstellen van een kwantitatief
wetenschappelijk onderzoek van belang. De vraagstelling dient eenduidig geformuleerd te
worden om betrouwbare resultaten te verkrijgen. Een weloverwogen voorbereiding staat
echter niet garant voor een feilloos onderzoek. Verschillende elementen kunnen de validiteit
van het onderzoek nog beïnvloeden, zoals logistieke problemen of een beperkt aantal
deelnemers.99 Bovendien beïnvloedt het veranderende wettelijk kader indirect het
wetenschappelijk onderzoek. Immers, de belangstelling en het gedrag van wetenschappers
wordt mede bepaald door het wetgevend kader. Deze kenmerken verbonden aan de
onderzoeker werken door op het wetenschappelijk onderzoek. Dit zijn echter niet de enige
elementen die het wetenschappelijk onderzoek beïnvloeden. Bepaalde organisaties beschikken
over bevoorrechte middelen die dit onderzoek kunnen sturen. Een voorbeeld hiervan is de
manipulatie van de belangen van wetenschappers.100 Het louter beschikken over gegevens
inzake private veiligheid is onvoldoende om een vergaande bijdrage te leveren aan de
Europese private veiligheidssector. Wetenschappelijk onderzoek is meer dan een verzameling
van data. Het verworven cijfermateriaal dient geplaatst te worden in zijn context. In deze
‘white paper’ worden de verschillende gegevens inzake de private veiligheidssector geplaatst
ten opzichte van elkaar én tevens tegenover de publieke veiligheidssector.101
België beschikt tevens over verscheidene wetenschappelijke onderzoeken inzake de
veiligheidssector. Binnen deze kritische analyse wordt geopteerd om de Belgische
Veiligheidsmonitor kort te schetsen. Dit omwille van gegevens met een focus op de attitude
van de burgers. Deze attitude ten aanzien van de integrale veiligheidszorg biedt een
99
N. SMIDT, Y. C. M. NELISSEN-DE VOS en R. W. J. G. OSTELO, “Stappenplan voor het opzetten en uitvoeren
van kwantitatief wetenschappelijk onderzoek” in R. W. J. G. OSTELO, A. P. VERHAGEN en H.C.W. DE VET,
Onderwijs in wetenschap, Houten, Bohn Stafleu van Loghum, 2006, 43-49.
100
F. BRION, “Een Nederlandse eigenaardigheid. Onderzoek naar criminaliteit van allochtonen”, Tijdschrift voor
Criminologie 2004, 66-75.
101
L. PAUWELS, Criminaliteitspreventie: Achtergronden, theorieën en methodieken, onuitg., syllabus
Criminologische Wetenschappen UGent, 2014, 507p.
37
meerwaarde voor beleidvorming en evaluatie van het veiligheidsbeleid. In de Belgische
Veiligheidsmonitor wordt de perceptie betreffende veiligheid, politiediensten en criminaliteit
gemeten. Het plaatsen van gegevens in een ruime context is niet eenvoudig, maar wel cruciaal
om wetenschappelijke bevindingen te vormen. De Belgische Veiligheidsmonitor biedt hier
een oplossing. Zeven onderdelen worden hierin besproken, namelijk buurtproblemen,
onveiligheidsgevoelens, slachtofferschap en aangiftegedrag, het functioneren van de politie,
politiecontacten, preventie en een aantal achtergrondkenmerken van de burger. Dit federale
onderzoeksinstrument
kent
echter
verschillende
beperkingen.
De
Belgische
Veiligheidsmonitor dient dan ook gezien te worden als een barometer.102
3.2.2.2.
Scandinavische wetgeving toegelicht
Doorheen de tweede ‘white paper’ ligt de focus op het Scandinavische model inzake private
veiligheid als voorbeeld voor een Europees veiligheidsmodel. In officiële definiëringen
behoren Zweden, Finland, Noorwegen, Denemarken, en IJsland tot Scandinavië. In dit
model wordt echter geopteerd om IJsland niet tot de Scandinavische regio te rekenen. Tevens
is het belangrijk om op te merken dat Noorwegen niet tot de Europese Unie behoort.103
Het Scandinavische voorbeeld of ‘the Nordic model’ wordt gekenmerkt door een sociaalgeoriënteerde aanpak. Verschillen zijn merkbaar tussen de Scandinavische landen. De private
veiligheidssector in Scandinavië is gering. De demografische elementen van deze landen en
de lage misdaadcijfers spelen hier een rol in. Niettegenstaande de oppervlakte van de landen,
zijn de bevolkingsaantallen in Finland, Noorwegen en Zweden beperkt.104 Het privatiseren
van veiligheidsdiensten kende hier een trage opkomst. Finland beschikt intussen over meer
private dan publieke veiligheidsmedewerkers. Dit is het tegenovergestelde van de overige
Scandinavische landen. Zo beschikt Denemarken over dubbel zoveel publieke politieagenten
in vergelijking met het aantal private veiligheidsagenten. Daarenboven is Denemarken het
land waar de Europese private veiligheidssector reeds in 1901 tot stand kwam. Noorwegen
102
L. PAUWELS en W. HARDYNS, Criminaliteit en onveiligheid in cijfers. Een ontleding van criminografische
databanken, onuitg., syllabus Criminologische Wetenschappen, UGent, 2014.
103
V. PASHLEY en M. COOLS, “Private Security in Europe: towards a European private security model for the
future” in M. COOLS e.a., European criminal justice and policy, Antwerpen, Maklu, 2012, 99-103.
104
R. VAN STEDEN en R. SARRE, “The Growth of Privatized Policing: Some Cross-national Data and
Comparisons”, International Journal of Comparative and Applied Criminal Justice 2007, 63.
38
beschikt over variërende resultaten. In 2008 hadden publieke veiligheidsagenten de
bovenhand, maar dit veranderde in 2010. Algemeen kan gesteld worden dat de private
veiligheidssector verschilt in de Scandinavische landen. Naast de discrepantie in
veiligheidsagenten, varieert ook de opleiding van private veiligheidsmedewerkers. Het volgen
van dergelijke opleiding is in de verschillende landen verplicht, maar de inhoud varieert. Een
derde onderdeel van de private veiligheidssector dat verschilt in Scandinavische landen is het
wetgevend luik. In de jaren ’90 van de vorige eeuw werd in de meeste Europese landen
wetgeving inzake private veiligheid geïntroduceerd. De Scandinavische landen beschikten
reeds vroeger over een nationale wetgeving. Noorwegen is hierop een uitzondering met de
Noorse wetgeving inzake private veiligheid van 2001. Het wettelijk kader in Scandinavië
beschikt over een basiswetgeving die de licentie van private veiligheidsorganisaties regelt. De
controle hierop staat centraal. De Scandinavische landen, met uitzondering van Finland,
beschikken over een strikte wetgeving inzake private veiligheid.105 Denemarken kende een
terughoudende attitude ten aanzien van publiek-private samenwerkingsverbanden. Dit is
opmerkelijk aangezien twee van de grootste internationale veiligheidsorganisaties, namelijk
Securitas en Falck, respectievelijk opgericht werden in Denemarken en Zweden.106
105
V. PASHLEY en M. COOLS, “Private Security in Europe: towards a European private security model for the
future” in M. COOLS e.a., European criminal justice and policy, Antwerpen, Maklu, 2012, 99-103.
106
R. VAN STEDEN en R. SARRE, “The Growth of Private Security. Trends in the European Union”, Security
Journal 2007, 223 – 235.
39
‘Private veiligheid in België; een inspiratie voor
3.3
Europa?’
Op 10 december 2010 verscheen de derde ‘white paper’ van CoESS genaamd ‘Private
veiligheid
in
België;
een
inspiratie
voor
Europa?’.
De
Beroepsvereniging van
Bewakingsondernemingen, kortweg APEG-BVBO, is de nationale beroepsvereniging voor de
private veiligheidssector in België en coauteur van deze ‘white paper’.107 APEG-BVBO stelt
dat het wettelijk kader inzake private veiligheid aanzet tot verdere ontwikkeling van de sector.
De transparantie en doeltreffendheid van private veiligheidsdiensten kunnen gewaarborgd
worden mede door efficiëntie.108 De derde ‘white paper’ van CoESS verscheen onder het EUpresidentschap van België. Dit is in lijn van de overige ‘white papers’ onder Frankrijk en
Zweden. ‘Private veiligheid in België; een inspiratie voor Europa?’ poogt een synopsis van de
publiek-private samenwerking inzake private veiligheid weer te geven.
3.3.1.
Inhoudelijke bespreking
De focus van de derde ‘white paper’ van CoESS ligt bij private veiligheid in de Belgische
werkelijkheid, inclusief een update van het cijfermateriaal van CoESS. Vooraleer dieper
wordt ingegaan op private veiligheid in België, start deze ‘white paper’ met een actuele stand
van zaken betreffende de cijfergegevens.
Het cijfermateriaal beschikbaar in de ‘white paper’ ‘Private veiligheid in België; een
inspiratie voor Europa?’ is verkregen in mei 2010. In 2010 bestond de Europese private
veiligheidssector uit 1.628.524 medewerkers. Het updaten van cijfergegevens is van vitaal
belang om bevindingen te plaatsen in hun context. Het overzicht bevat tevens gegevens van
landen die niet tot de Europese Unie behoren, maar wel lid zijn van CoESS. Deze landen zijn
Bosnië-Herzegovina, Kroatië, Macedonië, Noorwegen, Servië, Turkije en Zwitserland.
Doorheen de ‘white paper’ worden deze landen mee onder de noemer van Europese lidstaten
gesteld. De tabel in bijlage 5 geeft verschillende gegevens weer inzake publieke en private
107
108
CoESS, Private veiligheid in België; een inspiratie voor Europa?, Third White Paper, 2010, 2.
Ibid., 8-9.
40
veiligheidsagenten per land. Het aantal werknemers in de publieke veiligheidssector in
Bosnië-Herzegovina en Macedonië is niet gekend. Bulgarije, Tsjechië, Finland, Hongarije,
Ierland, Luxemburg, Polen, Roemenië en Turkije beschikken over hogere ratio private
veiligheidsmedewerkers per 10.000 inwoners dan het aantal publieke veiligheidsagenten per
10.000 inwoners. Het zijn voornamelijk de nieuwe lidstaten die over een hogere ratio in
private veiligheid beschikken. Een duidelijke keuze voor de private veiligheidszorg is in deze
lidstaten merkbaar. Italië is de lidstaat met de hoogste omgekeerde ratio, namelijk meer
aanspraak op publieke veiligheidsdiensten. Slechts 8,14 private veiligheidsagenten per 10.000
inwoners zijn aanwezig in Italië in vergelijking met 70,36 publieke veiligheidsmedewerkers
per 10.000 inwoners.109
3.3.1.1.
De integrale veiligheidszorg als Belgisch model
In België kunnen we spreken van een integraal veiligheidsmodel. Dit dient gekaderd te
worden in een kort historisch overzicht. Reeds in de 18de eeuw verkregen burgers het recht op
veiligheid als onderdeel van de grondwettelijke rechten en vrijheden. De aanleiding hiervan
lag bij het ancien régime. Doorheen de 17de en 18de eeuw ontwikkelden zich allerlei
grondwetten in verschillende landen, onder meer de Franse ‘Déclaration des droits de
l’homme et du citoyen’ in 1789. Ruim 200 jaar later werd met het einde van de Koude Oorlog
een duidelijke omwenteling waargenomen in het veiligheidsdenken. De overheid speelde niet
langer een absolute rol in de samenleving. De economische rol nam aan belang toe.
Veiligheidsgevoelens en het verminderen van risico’s werden hoog op de politieke agenda
geplaatst. Bovendien waren nieuwe criminaliteitsfenomenen zichtbaar gelinkt aan de
veranderde samenleving. Dit heeft ervoor gezorgd dat de private veiligheidssector zich
parallel kon ontwikkelen van publieke veiligheidsdiensten. Private veiligheid is een ‘booming
business’ geworden. De scheidingslijn tussen publieke en private veiligheidsdiensten is
vervaagd doorheen de jaren.110
Integrale veiligheidszorg is een breed complex gegeven. De elementen ‘integraal’,
‘veiligheid’ en ‘zorg’ dienen individueel uiteengezet te worden om het volledige concept te
duiden. Het integrale onderdeel is van belang om de algehele sector te behelzen. Het
109
110
CoESS, Private veiligheid in België; een inspiratie voor Europa?, Third White Paper, 2010, 11-17.
Ibid., 19-20.
41
totaalpakket wordt aanschouwd. Zowel integratie in de breedte als in de diepte wordt met het
element ‘integraal’ bedoeld. Vrijheid is een verworven basisrecht. Onveiligheid en
onveiligheidsgevoelens kunnen leiden tot angst, onenigheid en wezenlijke schade. Het laatste
element ‘zorg’ duidt op het afwerken van de veiligheidsketen met proactieve, preventieve en
repressieve nazorg. De rol van het slachtoffer bepaalt het zorgelement. De integrale
veiligheidszorg betrekt andere partners dan de overheid in het veiligheidsgebeuren.
Samenwerking tussen publieke en private veiligheidsdiensten wordt aangemoedigd bij
integrale veiligheidszorg. Het ‘Federaal Veiligheids- en Detentieplan’ van 2000 en de
‘Kadernota Integrale Veiligheid’ van 2004 ontwikkelen het concept in België. Een integrale
veiligheidssector
vertrekt
vanuit
de
publiek-private,
gecentraliseerde-gedecentraliseerde reactie tegen criminaliteit.
nationale-internationale
en
111
Integrale veiligheidszorg kan omschreven worden vanuit verschillende theoretische modellen.
Enkele mogelijke benaderingen zijn de ‘junior-partner’ theorie, de economische theorie, het
politiecomplex-model, het internationaal complex, de ‘public-private divide’ theorie en het
gedeconcentreerde veiligheidszorgmodel. De ‘junior-partner’ theorie stelt private veiligheid
complementair
aan
reguliere
politiediensten.
De
bevoegdheden
van
de
private
veiligheidssector beginnen daar waar deze van publieke diensten eindigen. Beide sectoren
kennen geen onderlinge concurrentie. Daarentegen stelt de economische theorie geen
samenwerking
centraal.
Private
veiligheidsorganisaties
dienen
zich
uitsluitend
te
verantwoorden bij cliënten. Het politiecomplex-model van Hoogenboom veronderstelt dat de
opkomst van private veiligheid en de bijzondere politiediensten leiden tot een politiecomplex.
Samenwerkingsverbanden tussen de verschillende diensten zijn cruciaal. Een ander model
vertrekt van het internationaal complex. De ‘public-private divide’ theorie focust op de
herverdeling van veiligheidsbevoegdheden. We eindigen met het gedeconcentreerde
veiligheidszorgmodel. Hierin ontwikkelt private veiligheid zich uit eigenbelang onder
begeleiding van de overheden. De Belgische bevolking heeft steeds een actieve rol gespeeld
in de private veiligheidszorg. Vanuit wetenschappelijk oogpunt werd geringe aandacht
geschonken aan private veiligheid tot de private militie in de jaren dertig van de 20 ste eeuw.
Het wettelijk kader betreffende burgerinitiatieven in de private veiligheidssector kreeg vorm
111
CoESS, Private veiligheid in België; een inspiratie voor Europa?, Third White Paper, 2010, 20-21.
42
in de jaren tachtig van de 20ste eeuw, mede door de Commissie Wyninckx. Sinds deze periode
onderging de wetgeving veel veranderingen.112
3.3.1.2.
Het wettelijk kader van de private veiligheidszorg in België
De Wet van 10 april 1990 op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en
de interne bewakingsdiensten en de Wet van 19 juli 1991 tot regeling van het beroep van
privédetective zijn de oorspronkelijke wetgevingen betreffende de private veiligheidssector.
In deze ‘white paper’ wordt gefocust op de eerstgenoemde wetgeving. Door de jaren heen
onderging de Wet van 10 april 1990 sterke wijzigingen. Sinds de wetswijziging van 27
december 2004 is de wet hernoemd naar de Wet van 10 april 1990 tot regeling van de private
en bijzondere veiligheid. Veiligheidsdiensten van openbare vervoersmaatschappijen maken
sedert dan deel uit van dit wettelijk kader. De finaliteit van de wetgeving is echter behouden.
Vijf doelstellingen kunnen onderscheiden worden in het oorspronkelijke wetsontwerp. Het
eerste oogmerk was het bepalen van kwaliteitsnormen voor de private veiligheidssector. Deze
kwaliteitsnormen hebben betrekking op de diensten, de private veiligheidsorganisaties en het
personeel. De opleiding van private veiligheidsagenten is van cruciaal belang om
kwaliteitsnormen
te
genereren.
Een
tweede
doelstelling
was
de
preventie
van
bevoegdheidsconflicten. De samenwerking tussen publieke en private veiligheidsdiensten
dient duidelijk omlijnd te zijn. Normen betreffende uniform, dienstwapens en de identificatie
inzake private veiligheidsagenten werden voorzien. Ten derde werd gefocust op de overstap
van publieke naar private veiligheid. Deze transitie is mogelijk mits een afkoelingsperiode
van vijf jaar. Een vierde doelstelling voorzag een controle- en bestraffingssysteem voor
private veiligheidsdiensten. Het vijfde oogmerk van de Wet van 10 april 1990 was het
verhinderen dat private veiligheidsagenten ingezet worden door publiekrechtelijke personen.
Deze laatste doelstelling vermeed een door de overheid gecontroleerde groei van de private
veiligheidssector.113 In de Wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere
veiligheid kunnen verscheidene actoren van de private veiligheidssector onderscheiden
worden. Deze actoren worden in artikel 1 van de wetgeving besproken.114
112
CoESS, Private veiligheid in België; een inspiratie voor Europa?, Third White Paper, 2010, 21-22.
Ibid., 23.
114
Ibid., 24.
113
43
 De bewakingsonderneming
De
‘white
paper’
maakt
bewakingsonderneming.
Als
gebruik
van
de
wettelijke
bewakingsonderneming
omschrijving
wordt
van
beschouwd
een
“elke
rechtspersoon of natuurlijke persoon die een activiteit uitoefent bestaande in de blijvende
of tijdelijke levering aan derden van diensten van: (1) het toezicht op en bescherming van
roerende en onroerende goederen, (2) de bescherming van personen, (3) de bescherming
bij en toezicht op het vervoer van waarden, (4) het beheer van alarmcentrales, (5) het
toezicht op en controle van personen met het oog op het verzekeren van de veiligheid op
al dan niet publiek toegankelijke plaatsen, (6) het verrichten van de vaststellingen die
uitsluitend betrekking hebben op de onmiddellijk waarneembare toestand van goederen
die zich bevinden op het openbaar domein in opdracht van de bevoegde overheid, (7) de
begeleiding van groepen van personen met het oog op de verkeersveiligheid en (8) de
begeleiding van uitzonderlijke voertuigen met het oog op de verkeersbegeleiding”.
Bepaalde diensten aangehaald in de wetgeving dienen gewapend uitgevoerd te worden,
zoals het beschermen van personen. Dit staat in contrast met het beheer van
alarmcentrales, een taak die nooit gewapend uitgevoerd kan worden. Het is van belang om
de Wet van 10 april 1990 niet als een alleenstaand feit te begrijpen. Overige wetteksten
tellen tevens mee.115
 De interne bewakingsdienst
De wettelijke omschrijving van een interne bewakingsdienst luidt als volgt: “elke dienst
die door een natuurlijke of rechtspersoon ten eigen behoeve wordt georganiseerd in de
vorm van toezicht op en controle van personen met het oog op het verzekeren van de
veiligheid op al dan niet publiek toegankelijke plaatsen”. Globaal gesteld is een interne
bewakingsdienst een afdeling van het bedrijf of organisatie zelf. Minstens één
medewerker is verantwoordelijk voor deze functie.116
115
116
CoESS, Private veiligheid in België; een inspiratie voor Europa?, Third White Paper, 2010, 24-26.
Ibid., 26.
44
 De veiligheidsdienst
Sedert
de
uitbreiding
van
27
december
2004
vallen,
zoals
reeds
gesteld,
veiligheidsdiensten van openbare vervoersmaatschappijen onder dezelfde wetgeving. Elke
medewerker van een openbare vervoersmaatschappij die zich bezighoudt met de
veiligheid, wordt beschouwd als een private veiligheidsagent.117
Private veiligheidsagenten beschikken over verscheidene controletechnieken om hun
bevoegdheden uit voeren. Zeven verschillende technieken worden hier achtereenvolgens
besproken. Een eerste controletechniek is de toegangscontrole. Deze vorm van controle kent
als opzet het opsporen van gevaarlijke objecten en wapens bij het binnentreden van een event.
Strikte voorwaarden zijn opgelegd aan de toegangscontrole onder andere betreffende het
geslacht van de private veiligheidsagent. De toegangsweigering is
een tweede
controletechniek. De toegang tot een niet publiek toegankelijke plaats mag geweigerd worden
door private veiligheidsagenten. Indien personen zich op deze plaats bevinden, mogen ze
gevraagd worden het terrein te verlaten. Echter, private veiligheidsagenten mogen geen
dwang gebruiken. Dit betrekt een derde controletechniek, namelijk dwang en geweld. Eender
welke vorm van dwang of geweld mag nooit uitgevoerd worden door private
veiligheidsagenten, met uitzondering van door de wet bepaalde voorschriften. Een vierde
controletechniek is de controle op de vervoersbewijzen. Deze techniek heeft betrekking op de
veiligheidsdiensten van openbare vervoersmaatschappijen en kan uitsluitend uitgevoerd
worden door een interne private veiligheidsdienst. De particuliere vatting is een vijfde vorm
van controle. De vatting kan uitgevoerd worden indien aan verschillende voorwaarden
voldaan is. Deze voorwaarden worden weergegeven in de wetgeving. Een zesde
controletechniek is de personeelscontrole op de openbare weg. Ook deze controle is gebonden
aan bepaalde voorwaarden. Op vier mogelijke plaatsen mag de personeelscontrole gebeuren.
Ten eerste op plaatsen behorende tot de infrastructuur van openbare vervoersmaatschappijen
of luchthavens. Een tweede plaats zijn de evenementen met een culturele, folkloristische of
sportieve aard. Ten derde op niet-bewoonde plaatsen die afgesloten zijn. Een laatste gebied is
op plaatsen grenzend aan gebouwen van internationale organisaties of ambassades. De
uitgangscontrole is een laatste vorm van gebruikte controletechnieken door private
117
CoESS, Private veiligheid in België; een inspiratie voor Europa?, Third White Paper, 2010, 27.
45
veiligheidsagenten. De controle van personen bij het verlaten van een plaats is in principe
verboden. Met uitzondering van controle gericht op het vaststellen van diefstal bij het verlaten
van winkelcentra.118 Belangrijk om op te merken is de duidelijke omlijning van een publiek
toegankelijke plaats in de wetgeving. De eenduidige definiëring kent een positief effect op de
rechtsbedeling. Bovendien wordt in deze derde ‘white paper’ het wettelijk kader inzake
private veiligheid in België overlopen. Het overlopen van deze wetgeving is echter niet
opportuun in deze inhoudelijke bespreking.119
In de Europese Unie werd rond de eeuwwisseling de ‘Bologna’-hervorming doorgevoerd
betreffende opleiding. Een eenduidige structuur van het onderwijs om te komen tot een
internationale erkenning van diploma’s is het doel van de ‘Bologna’-hervorming. De
mobiliteit binnen Europa wordt hiermee vergroot. Concreet houdt deze hervorming de
herstructurering van het hoger onderwijs in. De vraag is echter in hoeverre de ‘Bologna’hervorming toepasbaar is op de opleiding van private veiligheidsagenten. Zowel positieve als
negatieve kenmerken zijn aan deze mogelijke hervorming verbonden. Een eerste aspect is het
doel van de opleiding. Een praktijkgerichte houding van de opleiding is belangrijk omwille
van het werkveld waarin private veiligheidsagenten zich bevinden. Met betrekking tot de
‘Bologna’-hervorming betekent dit een professionele bachelor tot private veiligheidsagent. De
huidige opleiding bevat namelijk enkele pijnpunten met betrekking tot intensiteit en duur. Het
doorvoeren van de ‘Bologna’-hervorming in de private veiligheidssector kan een meerwaarde
zijn voor de kwaliteit van de opleiding. Tevens zou de mobiliteit in Europa die ‘Bologna’ met
zich meebrengt de private veiligheidssector ten goede komen. Echter de kans dat de kwaliteit
van een opleiding verschilt naar opleidingsinstelling blijft een reëel probleem. Het huidige
systeem met een gelijkgesteld examen voor iedereen zorgt dat de verschillen momenteel
beperkt blijven. Verder onderzoek met betrekking tot een mogelijke ‘Bologna’-hervorming
voor de private veiligheidssector is aangeraden.120
Zoals reeds gesteld doorheen deze inhoudelijke bespreking is private veiligheid geen
nationaal gebeuren. De private veiligheidssector is grensoverschrijdend en evolueert naar een
Europese sector. Verschillende uitdagingen zijn echter verbonden aan een uniforme Europese
118
CoESS, Private veiligheid in België; een inspiratie voor Europa?, Third White Paper, 2010, 27-29.
Ibid., 29-31.
120
Ibid., 32-35.
119
46
private veiligheidssector. De Europese richtlijn van 2006 inzake diensten op de interne markt
stelt dat lidstaten van de Europese Unie de dienstenmarkt vrij dient te geven ten aanzien van
andere Europese lidstaten. CoESS heeft gezien de huidige context met een verscheidenheid
aan nationale wetgevingen, sterk gepleit voor een uitzondering van private veiligheid op deze
dienstenrichtlijn. Vrij verkeer van diensten in Europa is een ambitie van CoESS mits een
harmonisatie van vergunningen, opleiding, toezicht en sancties. Het vrij verkeer van
werknemers in de Europese Unie kent een sociale impact op verschillende domeinen. Tevens
is CoESS voorstander van het vrij verkeer van werknemers, maar niet uitsluitend inzake de
private veiligheidssector. Sociale dumping werd tegengegaan met de Europese richtlijn van
1996 inzake terbeschikkingstelling van werknemers. Een verduidelijking van deze richtlijn is
echter aangewezen om onder meer arbeidsvoorwaarden in iedere lidstaat te garanderen. 121
3.3.1.3.
Publiek-private samenwerkingsverbanden in concrete projecten in België
De samenwerking tussen publieke en private veiligheidsdiensten is geen bemind onderwerp
bij de Belgische Federale Overheidsdienst voor Binnenlandse Zaken . De voltrekking van het
integrale veiligheidsplan is voornamelijk de verdienste van de publieke en private
veiligheidsactoren zelf. In België zijn verscheidene projecten merkbaar met betrekking tot de
onderlinge samenwerking. Deze samenwerkingsprojecten worden hier kort geschetst. Het
betreft de beveiliging van kinderdagverblijven, bewaakte parkings langs snelwegen,
consortiumbewaking,
defensiesamenwerking,
het
permanent
overlegplatform
inzake
bedrijfsbeveiliging, de bestrijding van rondtrekkende dadergroepen, fiscale aftrekbaarheid,
een zevende specialisatiejaar ‘veiligheid’ in het secundaire onderwijs en VDAB-FOREM.
Deze projecten tonen dat een vergaande samenwerking tussen de publieke en private
veiligheidssector mogelijk is.122
 Beveiliging van kinderdagverblijven
Diefstal, afpersing, brandstichting en vandalisme zijn slechts enkele vormen van geweld
die geuit kunnen worden tegen kinderdagverblijven. De Federale Overheidsdienst
121
122
CoESS, Private veiligheid in België; een inspiratie voor Europa?, Third White Paper, 2010, 35-40.
Ibid., 43.
47
Binnenlandse Zaken stelde met de betrokken organen een draaiboek voor beveiliging op.
De private veiligheidssector werd hier nauw bij betrokken.123
 Bewaakte parkings
Een nieuw project inzake de bewaking van parkings langs snelwegen werd ontwikkeld op
vraag van de federale politiediensten en kan gekaderd worden in de integrale
veiligheidszorg. België is gekend als een transitland met zijn vele havens. Het project
beschermt tevens de reputatie van België als transitland. Vijf categorieën van bewaakte
parkings werden onderscheiden gaande van een minimum aan bewaking tot een 24 op 24
uur beveiliging. De implementatie van het project is reeds aanwezig in verschillende
steden.124
 Consortiumbewaking
Met het concept ‘consortiumbewaking’ doelen we op een dubbele vorm van
criminaliteitspreventie in opdracht van een onderneming. Het is een continue
aanwezigheid van private veiligheidsagenten in samenwerking met interventieteams na
alarm. Consortiumbewaking vindt hoofdzakelijk ’s nachts op bedrijfsterreinen plaats.
Bovendien kan consortiumbewaking ook een onderdeel zijn van een integraal
veiligheidsplan in een stad of gemeente. Structureel overleg is hierbij van belang.125
 Defensie
APEG-BVBO tekende in 2007 een samenwerkingsovereenkomst met de Federale
Overheidsdienst Defensie. Het betreft begeleidingsprogramma’s waarbij militairen
kunnen deelnemen om bijgeschoold te worden naar een loopbaan in private veiligheid.126
123
CoESS, Private veiligheid in België; een inspiratie voor Europa?, Third White Paper, 2010, 43-44.
Ibid., 44.
125
Ibid., 44-45.
126
Ibid., 45.
124
48
 Het permanent overlegplatform inzake bedrijfsbeveiliging
Integrale veiligheid kan gezien worden als een hulpmiddel van het strafrechtelijk beleid.
Het permanent overlegplatform bedrijfsbeveiliging speelt hierbij een cruciale rol.
Bijzondere veiligheidsproblemen worden in dit samenwerkingsorgaan besproken, zoals de
bescherming van wetenschappelijk en economisch potentieel.127
 De bestrijding van rondtrekkende dadergroepen
Met
betrekking
tot
het
samenwerkingsovereenkomst
bewakingsondernemingen.
fenomeen
aan
Private
de
‘rondtrekkende
orde
tussen
dadergroepen’
federale
veiligheidsagenten
is
politiediensten
kunnen
de
een
en
openbare
veiligheidsdiensten ondersteunen mede door informatie aan te leveren.128
 Fiscale aftrekbaarheid
Preventieve
veiligheidselementen
uitgevoerd
aan
een
woning
kunnen
een
belastingvermindering bekomen, indien voldaan aan enkele randvoorwaarden. Deze
fiscale aftrekbaarheid stimuleert onder meer de investering in erkende alarmsystemen.129
 Zevende specialisatiejaar ‘veiligheid’ in het secundaire onderwijs
Vanaf het schooljaar 2009-2010 is het mogelijk om op een aantal secundaire scholen de
opleiding ‘veiligheid’ te volgen. Dit is een zevende specialisatiejaar dat verscheidene
getuigschriften
aflevert,
onder
meer
gemeenschapswacht,
voetbalsteward
en
leidinggevende. De integrale veiligheidszorg is het uitgangspunt van deze opleiding. 130
127
CoESS, Private veiligheid in België; een inspiratie voor Europa?, Third White Paper, 2010, 45.
Ibid.
129
Ibid., 46.
130
Ibid.
128
49
 VDAB-FOREM
APEG-BVBO kent een samenwerkingsovereenkomst met de arbeidsorganisaties van de
beide landstalen, VDAB en FOREM. Ze coördineren de begeleiding van werkzoekenden
naar de private veiligheidssector. Deze samenwerking bestaat reeds verscheidene jaren.131
3.3.1.4.
Conclusie
De private veiligheidssector maakt deel uit van een integraal veiligheidsbeleid. In België
bedroeg de totaalomzet van de private veiligheidssector 666 miljoen euro in 2009. Ongeveer
82% van deze omzet had betrekking op de bescherming van roerende en onroerende
goederen. De werklast en tewerkstellingsgraad van de sector is hier evenredig mee. Het
‘outsourcen’ van publiek naar private veiligheidsorganisaties verlicht de werklast van
publieke politiediensten. Verscheidene mogelijkheden met betrekking tot het ‘outsourcen’
worden momenteel onderbenut. Een voorbeeld hiervan is de vaststelling van strafbare feiten
door private veiligheidsagenten. Het wettelijk kader inzake private veiligheid kan enkele
aanpassingen doorvoeren om de sector te versterken. Het debat inzake uitbreiding van het
takenpakket van de private veiligheidssector dient op verscheidene denkpistes gevoerd te
worden.132
De evolutie van de private veiligheidssector in België staat centraal in deze derde ‘white
paper’. De samenwerking tussen publieke en private diensten inzake veiligheid is niet meer
weg te denken uit de huidige maatschappij. Echter de wetgeving dient deze evolutie nog te
ondergaan.133
3.3.2.
Kritische analyse
De derde ‘white paper’ van CoESS focust op het private veiligheidsbeleid in België.
Verscheidene elementen worden aangehaald die stellen dat dit Belgisch beleid inzake
veiligheid een voorbeeld kan zijn voor andere Europese lidstaten. Een grondig debat ging dit
131
CoESS, Private veiligheid in België; een inspiratie voor Europa?, Third White Paper, 2010, 46.
Ibid., 46-49.
133
Ibid., 49.
132
50
private veiligheidsbeleid in België vooraf. De evolutie van de Belgische wetgeving inzake
private veiligheid wordt in het tweede luik van deze kritische analyse toegelicht. De
criminologische bril van waaruit gekeken wordt naar private veiligheid is bepalend voor het
beleid. Het eerste luik van de kritische analyse geeft verschillende criminologische theorieën
weer betreffende de publiek-private samenwerking.
3.3.2.1.
Criminologische theorieën inzake integrale veiligheid
Doorheen deze kritische analyse worden vijf criminologische paradigma’s kort besproken met
aandacht voor de samenwerking tussen publieke en private veiligheidsdiensten. Het betreft de
junior-partner theorie, het economisch model, het politiecomplex-model, het internationaal
model en de zelfbeschikkingstheorie.134
 De junior-partner theorie
Een eerste criminologische theorie die focust op de relatie tussen publieke en private
veiligheidsdiensten is de junior-partner theorie. J. S. Kakalik en S. Wildhorn ontwikkelden
dit model. De theorie stelt dat publieke en private veiligheidsdiensten naast elkaar bestaan
en tevens complementair zijn als delen van een integrale veiligheidszorg. Een duidelijke
bevoegdheidsafbakening wordt verondersteld om te kunnen spreken van een efficiënte
publiek-private samenwerking. Waar private veiligheidsdiensten focussen op het
preventieve
luik
van
criminaliteitsbestrijding,
ligt
de
focus
van
publieke
veiligheidsdiensten bij het repressieve luik.135 Daar waar de bevoegdheden van de
publieke sector eindigen, beginnen de bevoegdheden van de private veiligheidssector. Een
duidelijke bevoegdheidsafbakening is zoals gesteld essentieel.136 De oorzaak voor de
toegenomen aandacht inzake private veiligheid ligt volgens dit model bij het
disfunctioneren van de politiediensten. De junior-partner theorie is het bekendste
theoretisch model en kent veel voorstanders uit de private veiligheidssector.137
134
M. COOLS en K. VERBEIREN, Politie en Privébewaking Samen Sterk: het spanningsveld tussen uitbesteding en
publiek-private samenwerking inzake de politietaken, Brussel, Politeia, 2004, 57-63.
135
Ibid.
136
T. BALTHAZAR e.a., Het strafrechtssysteem in de Laatmoderniteit, Mechelen, Kluwer, 2004, 81-90.
137
M. COOLS en K. VERBEIREN, Politie en Privébewaking Samen Sterk: het spanningsveld tussen uitbesteding en
publiek-private samenwerking inzake de politietaken, Brussel, Politeia, 2004, 57-63.
51
 Het economisch model
De economische theorie inzake integrale veiligheidszorg verschilt essentieel van de
junior-partner theorie. Publieke en private veiligheidsdiensten zijn volgens het
economisch model in concurrentie met elkaar.138 De economische theorie inzake private
veiligheid werd ontwikkeld door C. D. Shearing en P. C. Stenning in de jaren ’70 van de
vorige eeuw. Het toenemende belang van private veiligheid wordt verklaard vanuit een
economisch perspectief. Ze stellen dat bevoegdheden van publieke en private
veiligheidsdiensten verwant zijn met elkaar. Het verschil tussen beiden is de doelstelling
en opdrachtgever van de diensten. De private veiligheidsdiensten leggen verantwoording
af exclusief bij hun opdrachtgevers. Het terugdringen van economisch verlies is essentieel.
De
economische
theorie
kent
voornamelijk
voorstanders
uit
de
publieke
veiligheidssector.139 In het verlengde van dit economisch perspectief ligt de private
justitie.140
 Het politiecomplex-model
Het politiecomplex-model werd ontwikkeld eind jaren ’80 van de vorige eeuw. A. B.
Hoogenboom stelt dat een politiecomplex tot stand komt door de toenemende invloed van
justitie op de publieke en private veiligheidsdiensten.141 Dit model veronderstelt een
grensvervaging tussen de publieke en private veiligheidssector. Sociale interacties tussen
beide sectoren verlopen op formele en informele wijze.142 In het politiecomplex-model
zijn formele, informele en relationele samenwerkingsverbanden werkzaam. 143 De
samenwerking tussen publieke en private sectoren ondergaat een ‘justitiëring’. De
bestuurlijke belangen van de publieke veiligheidsdiensten en de commerciële belangen
van de private veiligheidsdiensten belemmeren de onderlinge coördinatie en
138
T. BALTHAZAR e.a., Het strafrechtssysteem in de Laatmoderniteit, Mechelen, Kluwer, 2004, 81-90.
M. COOLS en K. VERBEIREN, Politie en Privébewaking Samen Sterk: het spanningsveld tussen uitbesteding en
publiek-private samenwerking inzake de politietaken, Brussel, Politeia, 2004, 57-63.
140
T. BALTHAZAR e.a., Het strafrechtssysteem in de Laatmoderniteit, Mechelen, Kluwer, 2004, 81-90.
141
M. COOLS en K. VERBEIREN, Politie en Privébewaking Samen Sterk: het spanningsveld tussen uitbesteding en
publiek-private samenwerking inzake de politietaken, Brussel, Politeia, 2004, 57-63.
142
A. B. HOOGENBOOM, Het Politiecomplex: over de samenwerking tussen politie, bijzondere
opsporingsdiensten en particuliere recherche, Arnhem, Gouda Quint, 1994, 127-128.
143
T. BALTHAZAR e.a., Het strafrechtssysteem in de Laatmoderniteit, Mechelen, Kluwer, 2004, 81-90.
139
52
samenwerking. Een informele en opdracht specifieke samenwerking is echter wel
mogelijk in de praktijk.144 Het model van het politiecomplex is gerespecteerd omwille van
de
toegenomen
technologische
aspecten
in
de
samenleving.
Informatie-
en
kennisverwerking maken deel uit van de criminaliteitsbestrijding.145
 Het internationaal model
Op internationaal niveau zijn twee veranderingen merkbaar in het veiligheidswezen. De
afname van nationale bevoegdheden en de toenemende internationalisering zorgen voor
een zichtbare evolutie. De traditionele openbare veiligheidsdiensten zullen geleidelijk
transformeren naar een supranationale aangelegenheid. Hierdoor wordt de nationale
politie onderhevig aan het vraag en aanbod-principe. Private veiligheidsdiensten spelen
hier op in.146 Het internationaal model inzake private veiligheid stelt dat de huidige
publieke veiligheidsdiensten zich zodoende zullen aanpassen aan de vraag- en
aanbodeconomie.
Hierdoor
zal
de
samenwerking tussen
publieke
en
private
veiligheidsagenten essentieel worden, zodat de publieke veiligheidsagenten zich kunnen
focussen op de kerntaken van veiligheid. Een verdere internationalisering en
professionalisering van de publieke veiligheid zijn merkbaar volgens het internationaal
model.147
 De zelfbeschikkingstheorie
Het zelfbeschikkingsmodel vertrekt vanuit een liberale maatschappijvisie die stelt dat
burgers betalen voor publieke veiligheidsdiensten zonder enige vorm van verantwoording
tegenover de overheid. De kwaliteit, efficiëntie en professionalisme kennen hierdoor een
hogere kwaliteit in de private veiligheidszorg. Indien slachtoffers hun schade hersteld
willen zien, kunnen ze hiervoor beroep doen op private instellingen. Vrijwilligheid staat in
144
M. COOLS en K. VERBEIREN, Politie en Privébewaking Samen Sterk: het spanningsveld tussen uitbesteding en
publiek-private samenwerking inzake de politietaken, Brussel, Politeia, 2004, 57-63.
145
T. BALTHAZAR e.a., Het strafrechtssysteem in de Laatmoderniteit, Mechelen, Kluwer, 2004, 81-90.
146
Ibid.
147
M. COOLS en K. VERBEIREN, Politie en Privébewaking Samen Sterk: het spanningsveld tussen uitbesteding en
publiek-private samenwerking inzake de politietaken, Brussel, Politeia, 2004, 57-63.
53
de zelfbeschikkingstheorie centraal.148 Het liberale zelfbeschikkingsmodel stelt dat
publieke veiligheidsdiensten louter voorkomen dankzij belastingen van de burgers. Het
onderscheid tussen publieke en private veiligheidsdiensten wordt bepaald door de
financiële relatie.149 Politie en justitie zijn volgens het zelfbeschikkingsmodel geen
exclusieve overheidstaken.150
3.3.2.2.
Het kerntakendebat in België
De Belgische staatsstructuur is een geheel van breuklijnen. Dit komt tot uiting in het
Belgische veiligheidsbeleid. Na verscheidene incidenten in de jaren ’80 en ’90 van de vorige
eeuw werden parlementaire onderzoekscommissies in het leven geroepen die het
veiligheidsbeleid aanzienlijk beïnvloedden.151 De evolutie van het wetgevend kader inzake
private veiligheid wordt hier bondig geschetst in de Belgische context.
Reeds bij het ontstaan van België kende private veiligheid zijn plaats in de samenleving.
Gedurende het interbellum is een duidelijke stijging van het aantal private veiligheidsdiensten
met een fascistisch karakter merkbaar. Als reactie hierop werd de Wet op de Private Milities
ontwikkeld. Deze wetgeving verbood politiek georganiseerde private milities. Omwille van
een ministeriële uitzondering konden commerciële private veiligheidsdiensten blijven bestaan.
De evolutie van de wetgeving kwam in een stroomversnelling in de jaren ’80 en ’90 van de
vorige eeuw. Eind jaren ’80 ontstond de parlementaire onderzoekscommissie ‘Wyninckx’
omwille van incidenten met private veiligheidsorganisaties en extreemrechtse private milities.
De Wet van 10 april 1990 op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en
de interne bewakingsdiensten en de Wet van 19 juli 1991 tot regeling van het beroep van
privédetective zijn hier een rechtstreeks gevolg van. De private veiligheidsdiensten beschikten
voor het eerst over een veelzijdig wetgevend kader gedurende de federale regering Martens
VIII.152 Het wetgevend kader inzake private veiligheid is strikt. De doelstelling van dit
wetgevend kader is vijfdelig. Ze beoogt een wettelijk geregelde opleiding om de kwaliteit van
148
M. COOLS en K. VERBEIREN, Politie en Privébewaking Samen Sterk: het spanningsveld tussen uitbesteding en
publiek-private samenwerking inzake de politietaken, Brussel, Politeia, 2004, 57-63.
149
T. BALTHAZAR e.a., Het strafrechtssysteem in de Laatmoderniteit, Mechelen, Kluwer, 2004, 81-90.
150
Ibid.
151
M. COOLS, “Privatisering van toezicht en opsporing beschouwd door een Belgische bril” in A. B.
HOOGENBOOM (ed.), Privatisering van toezicht en opsporing, Lelystad, Koninklijke Vermande, 2000, 63-73.
152
Ibid.
54
private veiligheidsdiensten te garanderen. Tevens dient inmenging met de publieke
veiligheidsbevoegdheden vermeden te worden. Een derde luik bestaat uit het beperken van
overstapmogelijkheden van publieke naar private veiligheidsinstellingen. Eveneens werd een
controle- en sanctiesysteem geïntroduceerd en kwam aandacht voor de publiekrechtelijke
rechtspersonen die gebruik maken van private veiligheidsdiensten.153 De doelstelling van deze
wetgeving was het controleren en begrenzen van de private veiligheidssector. 154 Het
wetgevend kader inzake private veiligheid werd in deze context naast de Wet van 10 april
1990 op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne
bewakingsdiensten en de Wet van 19 juli 1991 tot regeling van het beroep van privédetective,
aangevuld met andere wetgevingen. Zo onder meer de Omzendbrief van 13 oktober 1995
betreffende burgerwachtinitiatieven en de Wet van 21 december 1998 inzake de veiligheid bij
voetbalwedstrijden. Deze laatste bevat enkele verplichtingen inzake private veiligheidszorg
voor de organisatoren. Tevens werd een wet betreffende veiligheidsadviseurs voorzien. Echter
het marktaandeel van de adviesverlening inzake veiligheid is gering, waardoor deze
wetgeving niet tot stand is gekomen.155 Het huidig wetgevend kader inzake private veiligheid
kent vele wetten, Koninklijke Besluiten, Ministeriële Besluiten, Ministeriële Omzendbrieven,
enz. De doelstellingen van de oorspronkelijke wetgeving worden hierbij vaak vergeten. Een
omslag in het denken over private veiligheid is merkbaar voor de eeuwwissel. Na de
verkiezingen van 1999 beschikte België over een paars-groene federale regering.156 De
politieke aandacht voor private veiligheid kende een hoogtepunt gedurende de federale
regering Verhofstadt I.157 De coalitiepartners hadden in het federaal regeerakkoord oog voor
een actieve welvaartstaat bestaande uit economische groei en sociale bescherming. Het
veiligheidsdenken staat centraal in deze actieve welvaartstaat. De Wet van 7 december 1998
tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst gestructureerd op twee niveaus kan in deze
context gezien worden. Het federaal regeerakkoord voorziet tevens de invoering van
veiligheidsplannen met aandacht voor integrale veiligheid. De bevoegdheid voor dit
153
M. COOLS, “Privatisering van toezicht en opsporing beschouwd door een Belgische bril” in A. B.
HOOGENBOOM (ed.), Privatisering van toezicht en opsporing, Lelystad, Koninklijke Vermande, 2000, 63-73.
154
M. COOLS en K. VERBEIREN, Politie en Privébewaking Samen Sterk: het spanningsveld tussen uitbesteding en
publiek-private samenwerking inzake de politietaken, Brussel, Politeia, 2004, 66-124.
155
T. BALTHAZAR e.a., Het strafrechtssysteem in de Laatmoderniteit, Mechelen, Kluwer, 2004, 72-74.
156
M. COOLS, “Privatisering van toezicht en opsporing beschouwd door een Belgische bril” in A. B.
HOOGENBOOM (ed.), Privatisering van toezicht en opsporing, Lelystad, Koninklijke Vermande, 2000, 63-73.
157
T. BALTHAZAR e.a., Het strafrechtssysteem in de Laatmoderniteit, Mechelen, Kluwer, 2004, 72-74.
55
veiligheidsplan ligt bij de minister van Justitie. Dit federaal veiligheidsplan diende als
basisdocument voor het Nationaal Veiligheidsplan en de Zonale Veiligheidsplannen.158
De Wet van 10 april 1990 op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en
de interne bewakingsdiensten heeft verschillende wetswijzigingen ondergaan. In het federaal
veiligheidsplan stond het concept integrale veiligheid centraal. Hiermee werd ruimte
gecreëerd
voor
publiek-private
samenwerkingsverbanden
inzake
veiligheid.
De
samenwerking tussen de beide sectoren is onderdeel van de actieve welvaartstaat. In 2002
werd een wetsvoorontwerp ingediend door de minister van Binnenlandse Zaken Duquesne.
Het betreft de overdracht van publieke naar private veiligheidsbevoegdheden. Veiligheid is
een overheidsaangelegenheid en uitzonderingen hierop dienen begrensd te worden in een
wettelijk kader.159 Recentelijke wijzigingen van het wetgevend kader inzake private veiligheid
zijn tevens zichtbaar. Zo trad in februari 2015 de Wet van 23 januari 2014 tot regeling van de
private en bijzondere veiligheid in werking.160
158
M. COOLS, “Privatisering van toezicht en opsporing beschouwd door een Belgische bril” in A. B.
HOOGENBOOM (ed.), Privatisering van toezicht en opsporing, Lelystad, Koninklijke Vermande, 2000, 63-73.
159
M. COOLS en K. VERBEIREN, Politie en Privébewaking Samen Sterk: het spanningsveld tussen uitbesteding en
publiek-private samenwerking inzake de politietaken, Brussel, Politeia, 2004, 66-124.
160
P. PONSAERS, E. DE RAEDT, L. WONDERGEM en L. G. MOOR (eds.), “Themanummer Outsourcing Policing”,
SPC 2015, http://hdl.handle.net/1854/LU-7089333, 18.
56
3.4
‘The socio-economic added value of private security
services in Europe’
De vierde ‘white paper’ genaamd ‘The socio-economic added value of private security
services in Europe’ verscheen op 14 maart 2013 in Madrid. CoESS werkte voor deze vierde
‘white paper’ samen met ‘Asociación Profesional de Compañias Privadas de Servicios de
Seguridad’, kortweg APROSER. Dit is de beroepsvereniging van de private veiligheidssector
in Spanje. ‘The socio-economic added value of private security services in Europe’ bouwt
verder op de thema’s van de voorgaande ‘white papers’ met een verhoogde aandacht vanuit
een economisch perspectief.161
3.4.1.
Inhoudelijke bespreking
Doorheen deze vierde ‘white paper’ kunnen twee grote delen onderscheiden worden. Het
eerste deel kan gezien worden als een theoretisch luik inzake private veiligheid. Het
onderliggend discours inzake samenleving, vraag en aanbod, integrale veiligheidszorg en
private veiligheidsdiensten wordt hierin uiteengezet. In het tweede deel van deze ‘white
paper’ wordt een overzicht gegeven van de sociaaleconomische waarde van private
veiligheid. Verschillende aspecten worden aangehaald, onder meer een kostenbatenanalyse
van private veiligheidsdiensten.162 De gegevens gebruikt in deze ‘white paper’ zijn afkomstig
van de derde ‘white paper’ van CoESS.163
3.4.1.1.
Het theoretisch raamwerk inzake private veiligheid
Private veiligheid kan niet gezien worden als een alleenstaand concept. Het dient gesitueerd te
worden in een bredere context waarin de relatie tussen de overheid, de samenleving en de
private veiligheidssector voortdurend in beweging is. Om de sociaaleconomische waarde van
161
CoESS, The socio-economic added value of private security services in Europe, Fourth White Paper, 2013, 3-
7.
162
163
Ibid., 7.
Ibid., 20.
57
de sector te bepalen, wordt in dit eerste deel van de ‘white paper’ een theoretisch kader
geschetst van private veiligheid.
De verzorgingsstaat met aandacht voor sociale ongelijkheid en de overheid als
probleemoplosser, ontstond in de Europese context na de Tweede Wereldoorlog. Heden ten
dage is deze verzorgingsstaat echter geëvolueerd naar een risicomaatschappij. De politieke
focus in een risicomaatschappij gaat uit naar criminaliteit, overlast en het gevoel van
onveiligheid. Deze aandacht ligt niet louter bij de overheid, maar tevens ook bij individuen en
bedrijven. In de huidige risicosamenleving worden de traditionele onzekerheden waartoe
criminaliteit
behoort,
aangevuld
met
een
continue
angst
voor
werkgelegenheid,
gezondheidszorg, financiële zekerheid, privacy, enz. Bovendien is de persoonlijke perceptie
ook geëvolueerd. Een morele paniek is aanwezig bij burgers in de risicomaatschappij. De
verlangens naar zekerheid en veiligheid en het verminderen van risico staan hierbij centraal.
De samenleving onderging deze evolutie mede door de komst van de wereldeconomie.
Globalisering is steeds meer de realiteit. De publieke of private verantwoordelijkheid voor
veiligheid is een actueel thema gelinkt aan de geglobaliseerde wereld. Private
veiligheidsbedrijven bieden steeds meer diensten aan die oorspronkelijk tot de exclusieve
bevoegdheid behoorden van de overheid. De staat is niet langer de bepalende norm. In de
huidige samenleving is sprake van een samenwerking tussen verschillende actoren, inclusief
de staat. De diensten van openbare ambten dienen in verhouding te staan met de fiscale
inspanningen van burgers. Het bedrijfsleven wordt naar voor gebracht als toonaangevend
model. Een private veiligheidssector parallel naast de publieke is hiervan een gevolg.
Omwille van de globalisering kent private veiligheid een internationale reikwijdte.164
De vervaagde grenzen tussen publieke en private veiligheidsdiensten zorgen voor vernieuwde
veiligheidsstrategieën. Ten eerste is er sprake van integrale veiligheidszorg. Veiligheid is een
basisbehoefte van eenieder. Indien niet vervuld, kan dit leiden tot angst, verdeeldheid en
schade. Een integrale aanpak is aangewezen om deze factoren uit te sluiten. Burgers
beschouwen veiligheid als een totaal pakket waardoor publieke en private veiligheidsdiensten
op elkaar afgestemd dienen te worden. Horizontale integratie is noodzakelijk. Bovendien
veronderstelt de veiligheidsketen een verticale integratie tussen beide sectoren. De
164
CoESS, The socio-economic added value of private security services in Europe, Fourth White Paper, 2013, 910.
58
verschillende schakeringen kunnen namelijk gezien worden als een oorzaak-gevolgrelatie.
Een integrale veiligheidsketen beschikt over proactieve, preventieve, voorbereidende en
repressieve actoren, aangevuld met nazorg. Het centraal stellen van de noden van de private
veiligheidssector is een tweede gevolg van de vervanging van het veiligheidsbeleid. Bepaalde
aangelegenheden vereisen een specifieke veiligheidsaanpak betreffende toezicht, informatie
en risicovermindering. Samenwerking tussen publieke en private veiligheidsdiensten is
essentieel.165
Het concept van toegevoegde waarde is een andere belangrijk element om te schetsen in dit
theoretisch kader alvorens in te gaan op de sociaaleconomische waarde van private veiligheid.
De toegevoegde waarde van een dienst of product is niet evident in de praktijk. Theoretisch
kan een toegevoegde waarde gedefinieerd worden met behulp van de ‘value chain analysis’ of
waardenketenanalyse van organisaties. Het vertrekpunt van deze definiëring is dat de
toegevoegde waarde waarneembeer is voor de eindgebruiker. Dit kunnen verscheidene
actoren zijn zoals de overheid, de markt, het bedrijfsleven of het individu.166 In bijlage 6
wordt de ‘value chain analysis’ van Porter aan de hand van een schema weergegeven. Porter
stelt dat een aaneenschakeling van activiteiten of bouwstenen nodig zijn voor de uiteindelijke
levering van het product of dienst, zoals de marketing van een product. De bouwstenen bieden
steeds een toegevoegde waarde voor de andere bouwstenen.167
Een
waardenketenanalyse
kan niet losgezien worden van de economische vraag- en aanbodzijde. Vraag en aanbod en de
marktprijs zijn de fundamenten van economie. De marktprijs is het punt waar vraag en aanbod
samenkomen. De vraagzijde van economie houdt in dat wanneer een daling merkbaar is, de
overheid geld dient te lenen en voornamelijk gaat investeren in openbare diensten. Hier
tegenover staat de aanbodzijde van economie, waarbij aanbod de vraag creëert. Private
veiligheid vertrekt van dit laatste. Het uitgangspunt van economische activiteiten ligt in de
bescherming van de primordiale rechten, zoals integriteit en eigendom. De wijze waarop is
echter subjectief en wordt bepaald door nutsmaximalisatie aan een zo laag mogelijke prijs. 168
165
CoESS, The socio-economic added value of private security services in Europe, Fourth White Paper, 2013,
10.
166
Ibid., 10-11.
167
Ibid., 11.
168
Ibid., 11-12.
59
Alvorens over te gaan tot het tweede deel inzake de sociaaleconomische marktwaarde van
private veiligheidsdiensten, wordt als afsluiter van het eerste deel de meerwaarde ten opzichte
van de publieke veiligheidssector theoretisch besproken. De toegevoegde waarde van de
private veiligheidssector is verbonden aan de steeds groter wordende veiligheidsbehoefte van
de overheid, het bedrijfsleven en individuen. Traditioneel is veiligheid een publieke
aangelegenheid, maar zoals hierboven gesteld dient dit beeld geactualiseerd te worden. De
publieke goederentheorie kan omgevormd worden naar de private veiligheidszorg. Openbaar
houdt in dat de diensten noch competitief noch exclusief ingesteld zijn voor de eindgebruiker.
Overheidsbesparingen leiden tot een aanzienlijke daling van de efficiëntie en effectiviteit.
Private veiligheid biedt hier een gedeeltelijk antwoord. Eigen aan de private veiligheidssector
is het exclusieve en concurrerende karakter ten behoeve van de klant. Het economisch
principe stelt dat private investeringen uit eigenbelang de publieke belangstelling voor de
private veiligheidssector verhogen. Publieke en private veiligheidsdiensten werken steeds
vaker complementair samen. Private veiligheidsactoren focussen op de proactieve en
preventieve kant van de veiligheidsketen.169
3.4.1.2.
De sociaaleconomische marktwaarde van private veiligheidsdiensten
Een actualisering van de sociaaleconomische marktwaarde van private veiligheidsdiensten
dient benaderd te worden vanuit de eerder genoemde ‘value chain analysis’. Zoals reeds
besproken in het theoretische raamwerk, is de toegevoegde waarde waarneembaar voor de
klant, het uitgangspunt van deze ‘value chain analysis’. Inkomende en uitgaande factoren
beïnvloeden het product of de dienst. Dit tweede deel van de ‘white paper’ gaat niet verder in
op de theoretische principes. Verschillende praktische elementen worden in dit deel
besproken, zoals de kosten verbonden aan criminaliteit en private veiligheid.170
De morfologie of vorm en structuur van private veiligheid komt tot uiting in de segmenten
van de sector. De aanbodszijde bepaalt de verschillende onderdelen van de sector in de
economische realiteit. De segmenten van de private veiligheid kunnen in twee groepen
verdeeld worden. Een eerste groep zijn de duidelijk omschreven marktsegmenten. Hiertoe
169
CoESS, The socio-economic added value of private security services in Europe, Fourth White Paper, 2013,
12-13.
170
Ibid., 15.
60
behoren de bestaande segmenten, zoals bewaking, mobiele diensten, technologische
middelen, enz. Een tweede groep bestaat uit segmenten die nog verdere ontwikkeling nodig
hebben. Het betreft veiligheidsdiensten die zich in een vroeg stadium bevinden of volledig
nieuwe segmenten, zoals het penitentiair beheer, de beveiliging van kritieke infrastructuren,
militaire infrastructuren en internationale instellingen, het debat over de kerntaken van de
politie, justitie en de gemeenschapswacht. Elk segment beschikt over de mogelijkheid om een
toegevoegde waarde te zijn voor de private veiligheidssector.171 Om de kosten van
criminaliteit en private veiligheid te bekijken wordt in deze ‘white paper’ gebruik gemaakt
van twee benaderingen, een economische en een waarde-verkoop aanpak. De economische
benadering focust op criminaliteit als een menselijk gedrag vanuit een economisch
perspectief. Becker was de eerste die criminaliteit linkte aan economie. Hij werd later gevolgd
door Cornish en Clarke met de rationele keuzetheorie. De benadering stelt dat indien de
pakkans en de strafmaat toeneemt, de kosten verbonden aan het plegen van criminaliteit
stijgen. Dit leidt tot een vermindering van misdaad. Aangezien de pakkans en strafmaat
publieke aangelegenheden zijn, kent de private veiligheidssector geen directe toegevoegde
waarde. De toegevoegde waarde van private veiligheid ligt volgens de economische
benadering bij de situationele preventiemaatregelen. De tweede benadering betreffende de
verkoop van waarde beschikt over een andere visie inzake private veiligheid. Deze aanpak
situeert zich op een micro-economisch niveau. De eindgebruiker kan de toegevoegde waarde
van private veiligheidsdiensten berekenen en kan zo overwegen te investeren in
veiligheidsmaatregelen. Het effect en de kosten van deze maatregelen dienen geplaatst te
worden ten opzichte van de kosten verbonden aan criminaliteit.172
De fysieke bewaking blijft een belangrijke rol spelen in de huidige private veiligheidssector.
Het personeel werkzaam in de private veiligheid heeft een intense screening ondergaan. De
gemiddelde leeftijd van private beveiligingsagenten is 34,5 jaar. In sommige Europese
lidstaten ligt de gemiddelde leeftijd echter hoger. Dit is onder meer het geval in Bulgarije,
Duitsland en Portugal. Het gemiddelde startloon van een beveiligingsagent is 1116,30 euro.
Het maximumloon is 3228,70 euro in Zwitserland en het minimum bedraagt 160,00 euro in
171
CoESS, The socio-economic added value of private security services in Europe, Fourth White Paper, 2013,
15-18.
172
Ibid., 18-20.
61
Roemenië. De opleiding van private veiligheidsagenten is tevens een toegevoegde waarde
voor de sector. Een aanvulling op de veiligheidsmedewerkers zijn de technologische
ontwikkelingen. Technologie, wetenschap en welvaart zijn onderling gerelateerd. Vandaag de
dag bestaan reeds tal van technologische toepassingen die de private veiligheidssector
blijvend verbeteren. Een voorbeeld hiervan is de camerabewaking. De combinatie van ‘human
resources’ en technologie is een toegevoegde waarde voor de private veiligheidssector. 173 In
tegenstelling tot de openbare veiligheidsdiensten beschikken de private veiligheidsdiensten
niet over een strikte relatie tussen overheid, sector en burger. Cliënten dienen zelf een beroep
te doen op de private veiligheidsdiensten waardoor de prijs bepaald wordt door de sector. De
toegevoegde waarde van het product of dienst is een variabele op de prijs ervan. De private
veiligheidssector kende in 2011 een jaaromzet van ongeveer 34.283 miljoen euro.174
3.4.1.3.
Conclusie
De sociaaleconomische toegevoegde waarde van private veiligheidsdiensten is het gegeven
dat kwalitatieve private veiligheid bijdraagt aan een totale veiligheid. De toegevoegde waarde
dient bekeken te worden vanuit het standpunt van de eindgebruiker of klant. De prijs wordt
bepaald door deze sociaaleconomische waarde van de dienst of het product van de private
veiligheidsorganisatie. Publieke en private veiligheidsdiensten werken complementair met
elkaar samen om te komen tot een integrale veiligheidszorg.175
3.4.2.
Kritische analyse
De vierde ‘white paper’, genaamd ‘The socio-economic added value of private security
services in Europe’ wijdt veel aandacht aan de sociaaleconomische toegevoegde waarde van
private veiligheidsdiensten. De nadruk ligt hierbij op een economisch en theoretisch luik met
een loutere aanvulling van de Europese situatie. Deze economische insteek bemoeilijkt het
lezen van deze vierde ‘white paper’. Het eerste deel van deze kritische analyse poogt de
sociaaleconomische toegevoegde waarde van de private veiligheidssector te duiden op een
173
CoESS, The socio-economic added value of private security services in Europe, Fourth White Paper, 2013,
20-25.
174
Ibid., 25-27.
175
Ibid., 27.
62
manier die toepasbaar is voor niet-academische lezers. Doorheen de verschillende ‘white
papers’ van CoESS wordt steeds aandacht besteed aan de nationale private veiligheidssector
van het land dat meewerkte aan de ontwikkeling van deze ‘white paper’. In deze vierde
kritische analyse is het opvallend dat hoewel de Spaanse beroepsvereniging van de private
veiligheid bijdroeg aan de ‘white paper’, de private veiligheidssector in Spanje niet besproken
wordt. Dit kan gezien worden als een gemiste kans. In het tweede deel van deze kritische
analyse wordt hierop een antwoord geboden.
3.4.2.1.
De toegevoegde waarde van de private veiligheidssector
De voordelen verbonden aan de private veiligheidssector zijn immens. In de steeds
veranderende samenleving spelen burgers een actieve rol in een integrale veiligheidszorg. Dit
is mede het gevolg van een hoger veiligheidsbewustzijn en een stijgend ongenoegen in de
publieke politie. De private veiligheidssector kan hier een meerwaarde bieden ten aanzien van
de openbare veiligheidsdiensten.176 De bescherming van kritieke infrastructuren is hier een
voorbeeld van. Deze zijn namelijk fundamenteel voor het verdere bestaan van de
samenleving. Het beveiligen van deze kritieke infrastructuren tegen dreigingen, zoals
natuurrampen en terrorisme, is essentieel. Private veiligheidsdiensten verschaffen hier een
antwoord.177 Zoals reeds gesteld doorheen deze masterproef zijn private veiligheidsdiensten
gericht op het preventieve luik van de integrale veiligheidszorg. De economische,
psychologische en fysische schade van criminaliteit kan beperkt worden door private
preventiemaatregelen.178
Het ‘outsourcen’ van publieke naar private veiligheidsdiensten is aanvaard in de huidige
samenleving. De twee meest gekende voordelen van deze privatisering zijn een stijgende
efficiëntie en een beperking van overheidsuitgaven. Reeds in de jaren ’90 van de vorige eeuw
176
T. DEGRAEUWE, “En nu is het genoeg! Acties van buurtbewoners tegen criminaliteit en onveiligheid” in L.
PAUWELS en G. VERMEULEN (eds.), Actualia strafrecht en criminologie : update in de criminologie V,
Antwerpen, Maklu, 2010, 159-182.
177
E. KYRIAKIDES, en M. POLYCARPOU, Intelligent Monitoring, Control, and Security of Critical Infrastructure
Systems, Springer Berlin Heidelberg, 2015, 2-4, http://link.springer.com/book/10.1007/978-3-662-441602
/page/1.
178
L. PAUWELS, Criminaliteitspreventie: Achtergronden, theorieën en methodieken, onuitg., syllabus
Criminologische Wetenschappen, UGent, 2014, 507p.
63
werd een concurrerende private veiligheidssector gecreëerd. De focus van de overheid dient
op de kerntaken van veiligheid te liggen. Bovendien kunnen private veiligheidsagenten op een
korte termijn ingezet worden. Dit kan gezien worden als een aanvulling op de publieke
veiligheidsdiensten. Overigens bestaan reeds internationale private veiligheidsorganisaties.
Deze kunnen zorgen voor een betere samenwerking inzake integrale veiligheid over de
landgrenzen heen.179
3.4.2.2.
Private veiligheidsdiensten in een Spaanse context
Zoals reeds gesteld is het opvallend dat de ‘white paper’ ontwikkeld door CoESS en
APROSER geen onderdeel besteed aan de private veiligheidssector van Spanje. Doorheen het
tweede onderdeel van deze ‘white paper’ wordt een vergelijking gemaakt van enkele
gegevens inzake private veiligheid in Spanje na een tijdspanne van tien jaar.
In bijlage 7 van deze masterproef worden het aantal publieke en private veiligheidsagenten
van verschillende landen weergegeven per 100.000 inwoners. Deze gegevens dateren van
1999.180 In deze kritische analyse wordt gefocust op het cijfermateriaal inzake Spaanse
veiligheidsdiensten. Van de vijftien besproken Europese landen, beschikte Spanje over het
meest aantal veiligheidsmedewerkers. Echter, dit aantal was voornamelijk de verdienste van
de publieke veiligheidssector. Slechts 135 private veiligheidsagenten per 100.000 inwoners
waren actief in Spanje. Dit was lager dan het Europese gemiddelde. De ratio van het aantal
private veiligheidsagenten ten aanzien van het aantal publieke veiligheidsagenten is 0,28.
Hiermee stond Spanje op de twaalfde plaats in Europa in 1999. De private veiligheidssector
onderging afgelopen jaren verscheidene veranderingen. Dit uit zich onder meer in het aantal
private veiligheidsagenten. Om een accurater beeld te schetsen van de private
veiligheidssector in Spanje, wordt in bijlage 8 een update gegeven van het aantal publieke en
179
F. SCHREIER en M. CAPARINI, “Privatising Security: Law, Practice and Governance of Private Military and
Security Companies”, Geneva Centre for the Democratic Control of Armed Forces (DCAF) 2005, 80-82.
180
J. DE WAARD, “The Private Security Industry in International Perspective”, European Journal on Criminal
Policy
and
Research
1999,
http://download.springer.com/static/pdf/4/art%253
A10.1023%252FA%253A1008701310152.pdf?originUrl=http%3A%2F%2Flink.springer.com%2Farticle%2F10
.1023%2FA%3A1008701310152&token2=exp=1470552917~acl=%2Fstatic%2Fpdf%2F4%2Fart%25253A10.1
023%25252FA%25253A1008701310152.pdf%3ForiginUrl%3Dhttp%253A%252F%252Flink.springer.com%25
2Farticle%252F10.1023%252FA%253A1008701310152*~hmac=a83156419fd1669a9b9fceea48b3df74234fd53
e271e7a753636a71c27851081, 143-174.
64
private veiligheidsagenten in verschillende landen in 2010. Belangrijk om op te merken is dat
deze gegevens een beeld geven per 100.000 inwoners.181 Na een decennia van veranderingen
was het aantal veiligheidsmedewerkers in Spanje gestegen naar een totaal van 419.800. In
1999 waren slechts 135 private veiligheidsagenten per 100.000 inwoners actief in Spanje; in
2010 werd dit aantal opgetrokken naar 409. De grens tussen publieke en private
veiligheidsagenten is tevens verminderd. De ratio van het aantal private veiligheidsagenten
ten aanzien van het aantal publieke veiligheidsagenten in 2010 is slechts 0,81. Dit is een
duidelijke stijging. Het Europese gemiddelde van deze ratio is 0,79.
181
J. DE WAARD en R. VAN STEDEN, “De opmars van de private veiligheidszorg. Een nationaal en internationaal
perspectief”, Justitiële verkenningen 2012, http://www.bjutijdschriften.nl/tijdschrift/justitieleverkenningen
/2012/8/JV_01675850_2012_038_008_002.pdf, 9-24.
65
3.5
‘The new security company: integration of services and
technology responding to changes in customer demand,
demography and technology’
Op 23 april 2015 verscheen de vijfde ‘white paper’ van CoESS in Berlijn. De focus van de
veiligheidsconferentie in Berlijn lag bij de vernieuwde context en bijhorende uitdagingen van
de private veiligheidssector. Deze white paper, genaamd ‘The new security company:
integration of services and technology responding to changes in customer demand,
demography and technology’ is een samenwerking tussen CoESS en ‘Bundesverband der
Sicherheitswirtschaft’, kortweg BDSW. BDSW is een werkgeversorganisatie voor de private
veiligheid in Duistland die onder meer instaat voor het sociaal overleg in de sector.182 Op dit
ogenblik is deze vijfde ‘white paper’ van CoESS tevens de laatst gepubliceerde.
3.5.1. Inhoudelijke bespreking
In de inleiding van deze vijfde ‘white paper’ komen dhr. Klaus-Dieter Fritsche, Duitse
staatssecretaris inzake federale inlichtingendiensten, dhr. Marc Pissens, voorzitter van CoESS
en dhr. Gregor Lehnert, voorzitter van BDSW, aan het woord. Ze schetsen een veranderende
context waarin private veiligheid opereert. Technologie krijgt een beduidende plaats naast de
fysieke private bewaking. Bovendien veranderen de eisen van de klant voortdurend mee met
mogelijke dreigingen. Criminaliteit beschikt steeds vaker over een internationaal karakter,
zoals onder meer bij cybercriminaliteit, industriële spionage, terrorisme, enz. Een cruciale rol
voor de bescherming van burgers en bedrijven ligt bij de samenwerking tussen de private
veiligheidssector, nationale overheden en Europese samenwerkingsakkoorden. De veiligheid
van Europese burgers dient zo goed mogelijk beschermd te worden.183
Doorheen ‘The new security company: integration of services and technology responding to
changes in customer demand, demography and technology’ worden drie grote delen
182
CoESS, The new security company: integration of services and technology responding to changes in
customer demand, demography and technology, Fifth White Paper, 2015, 1-5.
183
Ibid., 3-5.
66
onderscheiden. Het eerste deel focust op de veranderende context waarin private veiligheid
opereert en de uitdagingen hieraan verbonden. Een update van het cijfermateriaal van CoESS
wordt besproken in het tweede deel. In deel drie wordt dieper ingegaan op de hedendaagse
private veiligheidssector in Duitsland.184
3.5.1.1.
Uitdagingen verbonden aan een integrale private veiligheid
Zoals reeds gesteld ondergaat de private veiligheidssector momenteel verscheidene
veranderingen. De sector kent een grotere impact en snellere vooruitgang dan tevoren.
Fysieke bewaking is, en blijft, het belangrijkste segment van private veiligheid. Echter, in de
huidige context dient deze traditionele bewaking aangevuld te worden met technologische
actoren. De verschillende segmenten van de private veiligheidssector ervaren permanente
innovatie. Verschillende uitdagingen zijn verbonden aan deze vernieuwing.185 Eén van deze
vernieuwde fenomenen is de bundeling van private veiligheidsdiensten en -producten. Fysieke
bewaking, alarminstallaties en cameramonitoring worden hierbij aangeboden in eenzelfde
pakket. Deze trend is aan het opkomen. Echter vandaag de dag kopen klanten nog vaak
afzonderlijk hun diensten of producten aan. Verschillende redenen kunnen hiervoor
aangehaald worden. Het gevoel van controle bij de klant, specialisatie, meer mogelijkheden,
enz.
zijn
slechts
enkele
redenen
voor
het
kiezen
van
verschillende
private
veiligheidsorganisaties. In Europa is het fenomeen van bundeling tevens onomkeerbaar, onder
meer omwille van economische en operationele overwegingen. Een gecombineerde aanpak
van fysieke bewaking en technologie biedt flexibiliteit.186
Het bundelen van private veiligheidsdiensten en –producten dient logischerwijs een
meerwaarde te zijn voor zowel klant als private veiligheidsorganisatie. Veel is echter
afhankelijk van de mogelijkheden die beiden kunnen aanbieden. Een aantal externe factoren
spelen ook een rol in het bevorderen of belemmeren van een integraal private
veiligheidszorg.187 Enkele elementen worden hier respectievelijk besproken.
184
CoESS, The new security company: integration of services and technology responding to changes in
customer demand, demography and technology, Fifth White Paper, 2015, 2.
185
Ibid., 7.
186
Ibid., 8-9.
187
Ibid., 9.
67
 Factoren verbonden aan de klant
Bepaalde elementen verbonden aan de klant spelen een bepalende rol in de private
veiligheidsdiensten. Grotere en complexere bedrijven kiezen vaker voor een geïntegreerde
private veiligheidszorg. Algemeen gesteld is de focus van de klant gericht op enerzijds de
transactie of anderzijds de relatie. De lokale cultuur kan hierbij beslissend zijn. Bedrijven
die
relatie
georiënteerd
zijn,
kiezen
eerder
voor
gecombineerde
private
veiligheidsdiensten. Overigens kent de aard van de klanten een invloed. Bedrijven die
fervent zoeken naar vernieuwing zullen opteren voor moderne en gecombineerde
beveiligingsdiensten. Bovendien vertrouwt de cliënt private veiligheidsorganisaties met
een goede reputatie. Dit vertrouwen kan het kiezen voor een integrale private veiligheid
vergemakkelijken. De gevestigde waarde van een private veiligheidsorganisatie is echter
geen zekerheid tot succes in de toekomst.188
 Regulatie
Regulatie en de voorwaarde tot naleving ervan kan de bundeling van private
veiligheidsdiensten bevorderen. Private veiligheidsorganisaties zijn vergaand gereguleerd.
De wettelijk aanvaarde toepassing van private veiligheid ligt tussen de grens van
veiligheid en privacy. Het gebruik van een volledig uitbestede integrale private veiligheid
is eenvoudiger voor de cliënt omwille van de regulatie.189
 Technologische druk
Eén van de belangrijkste drijfveren voor gecombineerde private veiligheidsdiensten is de
druk van de technologische evolutie. Steeds vaker zijn private veiligheidsagenten uitgerust
met een technologische werkuitrusting waardoor ze rechtstreeks kunnen rapporteren aan
de klant. De verdere evolutie van technologie biedt mogelijkheden voor de private
veiligheid.190
188
CoESS, The new security company: integration of services and technology responding to changes in
customer demand, demography and technology, Fifth White Paper, 2015, 9-10.
189
Ibid., 10.
190
Ibid., 11.
68
 Kostenbesparing en efficiëntieverhoging
Kosteneffectiviteit wordt menigmaal aangehaald als drijvende kracht voor een bundeling
van private veiligheidsdiensten. In Europa en Noord-Amerika groeide na de economische
crisis de behoefte aan meer efficiëntie van de veiligheidsdiensten tegen een lagere kost.
Besparingen kunnen worden doorgevoerd aan de hand van efficiënt gecombineerde
private veiligheidsdiensten.191
 Demografie
De economische crisis leidde niet alleen tot een vernieuwde aandacht voor
kostenefficiëntie, maar was tevens een beproeving voor werkgelegenheid. De afgelopen
jaren was een stabilisatie zichtbaar van het aantal jobs. Gesteld wordt echter dat er weldra
een groeiend tekort zal zijn aan gekwalificeerde werkkrachten in de private
veiligheidssector. Een vergrijzende beroepsbevolking is een ander algemeen verschijnsel
in Europa. Hieraan gekoppeld is de uitdaging om de huidige werknemers langer te laten
werken en de aanwerving van nieuwe werknemers te bevorderen. Het bedrijfsleven is
nooit eerder geconfronteerd met een samenstelling van vier generaties samen op de
werkvloer.192
 Verschuivingen in het personeelsbestand
Het traditionele beeld van de private veiligheidssector zorgt voor een moeilijke
aantrekking van nieuwe werknemers. Ondanks de veranderde jobomschrijving, is het
stereotype beeld van private veiligheidsbewaking niet aantrekkelijk. Verscheidene
marketingcampagnes pogen het imago op te waarderen om de aantrekkingskracht van de
sector te benadrukken. De flexibiliteit verbonden aan werken in de private veiligheid
wordt door velen beschouwd als een verstoring van de persoonlijke levenssfeer. Het
aantrekken van meer vrouwelijk personeel is een uitdaging, maar biedt mogelijkheden.
Bovendien is, zoals hierboven geschetst, de veroudering van huidige werknemers de
191
CoESS, The new security company: integration of services and technology responding to changes in
customer demand, demography and technology, Fifth White Paper, 2015, 12.
192
Ibid., 12-14.
69
realiteit. De private veiligheidssector dient zich bewust te worden van deze
verschuivingen in het personeelsbestand.193
 Opleiding
De huidige en toekomstige generaties van werknemers beschikken over hogere niveaus
inzake vaardigheden en attitudes. De jobomschrijving van private bewakingsagenten
verandert, waardoor de noodzakelijke kwalificaties mee evolueren. Wettelijke training en
kennis van het wettelijk kader blijven elementair. Deze worden aangevuld met
conflicthantering, meertaligheid, handelen in een internationale context, technologische
vaardigheden, enz. Voortdurende aandacht voor opleiding is een absolute noodzaak in de
snel veranderende private veiligheidssector.194
 Sociale relaties
In de veranderende maatschappij zal de relatie met sociale partners ook wijzigen. De
focus wordt verlegd naar toekomstige mogelijkheden inzake de private veiligheidssector.
Individueel talent wordt bepalend voor deze vooruitzichten. Een mogelijke sociale
paradigmaverschuiving is merkbaar.195
Het is helder dat verscheidene factoren bijdragen tot het ontwikkelen en implementeren van
een succesvolle bundeling van private veiligheidsdiensten. De moeilijkheden verbonden aan
deze factoren dienen opgelost te worden om ten volle gebruik te kunnen maken van de
voordelen. Dit vereist een aanpak waarbij de verscheidene private veiligheidssegmenten van
een organisatie onder eenzelfde bestuur vallen. Een nieuwe vorm van private
veiligheidsorganisatie is geboren.196
193
CoESS, The new security company: integration of services and technology responding to changes in
customer demand, demography and technology, Fifth White Paper, 2015, 14-15.
194
Ibid., 15-16.
195
Ibid., 17.
196
Ibid., 17-19.
70
3.5.1.2.
Een update van het cijfermateriaal door CoESS
CoESS beschikt over de traditie om een kwantitatief overzicht te geven van de Europese
veiligheidsdiensten. Dit tweede deel van de vijfde ‘white paper’ geeft een samenvatting weer
van de editie van 2013. Overige edities werden geïntroduceerd in 2004, 2008 en 2011. In deze
vierde uitvoering stellen ze een uitgebreid rapport van de Europese private veiligheidssector
voor, met bijzondere aandacht voor een wijd geografisch gebied. Naast de 28 lidstaten van de
Europese Unie, worden tevens gegevens van Bosnië-Herzegovina, Macedonië, Noorwegen,
Servië, Zwitserland en Turkije weergegeven in dit overzicht. In elk land wordt een
nauwkeurige fiche opgesteld waarin zowel de economische als juridische aspecten van de
private veiligheidssector besproken worden. Met economische aspecten wordt bedoeld de
private
veiligheidsmarkt,
de
contracten,
private
veiligheidsorganisaties
en
de
beveiligingsagenten. De private wetgeving inzake beveiliging, controles en sancties,
arbeidsovereenkomsten, opleiding, toelatingseisen, enz. vallen onder de juridische aspecten.
Doorheen deze vierde editie worden twee nieuwe juridische elementen aangehaald, namelijk
de publiek-private samenwerking en de bestrijding van piraterij. De 34 nationale fiches
worden weergegeven in het oorspronkelijke rapport van 2013. De gegevens hiervoor werden
voornamelijk aangeleverd door de nationale private veiligheidsorganisaties en de leden van
CoESS, aangevuld met bureauonderzoek en hulp van verscheidene overheden. De nationale
fiches beschikken over een uniforme structuur.197
Wetenschappelijk onderzoek inzake de private veiligheidssector is schaars. Het bieden van
een Europees kwantitatief overzicht van de private veiligheidssector is aldus uniek. De
Europese private veiligheid is noch homogeen noch gestructureerd. Bovendien bemoeilijken
bepaalde variabelen het rapport van CoESS. Verschillende landen brachten geen nieuwe
statistische gegevens aan. Voor het cijfermateriaal van deze landen werd beroep gedaan op
eerder verworven data.198 In bijlage 9 wordt een overzicht gegeven van de algemene gegevens
van de 34 landen inzake private veiligheidsdiensten. Deze tabel beschikt tevens over twee
kolommen met het aantal private veiligheidsagenten per 10.000 inwoners ten aanzien van het
aantal openbare veiligheidsagenten per 10.000 inwoners. Dit geeft een passend overzicht van
197
CoESS, The new security company: integration of services and technology responding to changes in
customer demand, demography and technology, Fifth White Paper, 2015, 21-23.
198
Ibid., 23.
71
de focus in de verschillende landen. Naast deze algemene gegevens, beschikt de editie tevens
over een totaalbeeld inzake private veiligheid in Europa. De verschillende segmenten worden
aangehaald. In 94% van de Europese landen is het verlenen van vergunningen voor private
veiligheid wettelijk verplicht. Bovendien is de gemiddelde leeftijd van een private
veiligheidsagent 36 jaar en is de man-vrouwverhouding 83% versus 17%. Overigens
beschikken alle landen over specifieke eisen met betrekking tot de uniformen en
identiteitskaarten van private veiligheidsagenten.199 Het in kaart brengen van de huidige
wetgeving in Europa reflecteert op de striktheid van de nationale wetgeving inzake private
veiligheid. Elk land krijgt op basis van verschillende vragen inzake de nationale wetgeving
een waarde toegewezen. De verschillende Europese landen kunnen ingedeeld worden in vijf
categorieën: zeer streng, streng, medium, laag en zwak. Oostenrijk, Tsjechië en Polen
beschikken over een zwak wetgevend kader inzake private veiligheid. Dit is in tegenstelling
tot Servië, Hongarije, België, Zweden, Portugal, Spanje en Luxemburg die tot de zeer strenge
categorie behoren.200
Zoals reeds gesteld beschikt dit rapport van 2013 over twee nieuwe juridische elementen,
namelijk de publiek-private samenwerking inzake private veiligheid en de bestrijding van
piraterij. Deze twee actoren worden vervolgens kort besproken.
Het onderdeel betreffende
publiek-private samenwerking inzake private veiligheid geeft een overzicht van de situatie in
19 van de 34 bevraagde landen. Bosnië-Herzegovina, Bulgarije, Cyprus, Tsjechië,
Denemarken, Frankrijk, Hongarije, Letland, Litouwen, Luxemburg, Nederland, Portugal,
Slowakije, Zweden en het Verenigd Koninkrijk worden in dit overzicht niet besproken. In
Ierland,
Malta,
Polen,
Roemenië,
Servië,
Slovenië
en
Turkije
mogen
private
veiligheidsorganisaties geen diensten leveren die in de regel voorbehouden zijn voor openbare
veiligheidsinstellingen. In Oostenrijk, België, Kroatië, Estland, Italië, Finland, Duitsland,
Griekenland, Noorwegen, Spanje en Zwitserland beschikken private veiligheidsorganisaties
wel over de bevoegdheid om diensten te leveren die normaliter voorbehouden zijn voor
openbare veiligheidsinstellingen. Deze verscheidene diensten zijn afhankelijk van het land. In
Macedonië vormde het Ministerie van Binnenlandse Zaken een aparte afdeling die uitsluitend
199
CoESS, The new security company: integration of services and technology responding to changes in
customer demand, demography and technology, Fifth White Paper, 2015, 23-27.
200
Ibid., 27-28.
72
begaan is met de private veiligheidssector. Een stijgende trend is zichtbaar inzake de
overdracht van publieke naar private veiligheidsbevoegdheden in Kroatië, Zwitserland en
Griekenland. Dit is in contrast met Finland en Noorwegen, waar geen stijgende tendens
zichtbaar is.201
Een tweede nieuw onderdeel is de aandacht voor de bestrijding van piraterij in volle zee. Ook
in dit onderdeel is het niet mogelijk om een overzicht te geven van maritieme private
veiligheid van alle 34 landen. In Estland, Frankrijk, Litouwen, Ierland, Servië, Slovenië,
Turkije, Portugal en Zwitserland beschikken private veiligheidsorganisaties niet over de
bevoegdheid om piraterij te bestrijden aan boord van commerciële schepen die varen onder de
vlag van hun eigen land. Private veiligheidsorganisaties beschikken wel over deze
bevoegdheid in België, Finland, Italië, Duitsland, Cyprus, Malta, Denemarken, Portugal,
Noorwegen, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Nederland. Een vergunning voor de private
veiligheidsdiensten is echter wettelijk geregeld in België, Duitsland, Noorwegen, Malta,
Cyprus, het Verenigd Koninkrijk en Griekenland. Tevens worden aangepaste opleidingen en
de type wapens wettelijk geregeld in verschillende landen.202
Eén van de belangrijkste conclusies in dit CoESS rapport van 2013 is de bloeiende
ontwikkeling van de private veiligheidssector, ondanks de economische crisis in Europa. Zo
zijn er in vergelijking met het rapport van 2011, meer private veiligheidsorganisaties in
Oostenrijk, Kroatië, Estland, Finland, Frankrijk, Duitsland, Roemenië, Servië, Slovenië,
Zwitserland, Nederland en Turkije.203
3.5.1.3.
Een vernieuwde private veiligheidszorg in Duitsland
Het Griekse filosofische gedachtengoed ‘Panta Rei’ kan worden toegepast op de private
veiligheidssector. Het enige dat nooit verandert, is de verandering zelf. De afgelopen jaren
onderging private veiligheid verscheidene veranderingen, onder meer demografische
veranderingen en de digitalisering van het dagelijks leven en de werkplek. Nieuwe private
veiligheidsorganisaties dienen zich aan te passen aan de veranderende context en behoeften
201
CoESS, The new security company: integration of services and technology responding to changes in
customer demand, demography and technology, Fifth White Paper, 2015, 29-31.
202
Ibid., 31-34.
203
Ibid., 35.
73
van de klant. Dit laatste onderdeel van de vijfde ‘white paper’ brengt een overzicht van de
belangrijkste uitdagingen voor private veiligheid in Duitsland. Tevens worden verscheidene
eisen geschetst waaraan de nieuwe private veiligheidsorganisaties moeten voldoen.204
Een gespecialiseerde werkverdeling en de netwerkeconomie zijn twee kenmerken eigen aan
de
huidige
samenleving.
veiligheidsmaatregelen
is
Het
invoeren
noodzakelijk
van
om
een
het
schakering
risico
op
aan
een
preventieve
verlieslatende
productieonderbreking te beperken. Private veiligheidsorganisaties dienen voortdurend aan
nieuwe eisen te voldoen. Het wetgevend kader inzake private veiligheid in Duitsland is
afwijkend in vergelijking met de rest van de Europese lidstaten. Sinds 1927 vallen Duitse
private veiligheidsorganisaties onder het handelsrecht en bijgevolg onder de bevoegdheid van
de economische autoriteiten. In 1996 werden beroepskwalificaties inzake private veiligheid in
een wettelijk kader gegoten. Deze omvat een minimaal 40 uur durende cursus bij de Kamer
van Koophandel en Industrie voor iedereen die begint te werken in de private
veiligheidssector.
Sinds
2002
kwam
hier
een
examen
bij
gericht
op
private
veiligheidswerknemers werkzaam in publiek toegankelijke plaatsen. Duitsland beschikt sinds
2002 tevens over ervaringsstatuten in de private veiligheid. Na een indienstneming van drie
jaar werden private veiligheidsagenten benoemd tot specialist in de veiligheid en beveiliging.
Sinds 2009 werd ruimte voorzien voor benoeming na tweejarige tewerkstelling in de sector.
Deze beroepskwalificaties bieden een antwoord op de veranderende context waarin private
veiligheid werkt. De bevoegdheden van private veiligheidsorganisaties zijn reeds breder dan
het werkveld van het handelsrecht. Dit is zo bij de beveiliging van militaire goederen, de
bescherming van de kerncentrales en de beveiliging op luchthavens. De efficiëntie, uitrusting
en organisatie van private veiligheidsdiensten betreffende deze drie beveiligingstaken zijn
cruciaal.
Private veiligheidsagenten waren tot een paar jaar geleden voornamelijk onzichtbaar in het
uitvoeren van hun taken. De veranderende bevoegdheden hebben geleid tot een verhoogde
waarneming van private veiligheidsagenten in het dagelijkse leven. De acceptatie van private
veiligheidsdiensten is bepalend voor de uitvoering ervan. In Duitsland stellen twee op drie
204
CoESS, The new security company: integration of services and technology responding to changes in
customer demand, demography and technology, Fifth White Paper, 2015, 37.
74
burgers dat private veiligheidsagenten onmisbaar zijn voor het behoud van veiligheid.205
Bijlage 10 van deze masterproef geeft een grafiek weer met de evolutie van het aantal private
veiligheidsorganisaties in Duitsland sinds 1950. Gedurende de afgelopen 15 jaar is hier een
verdubbeling merkbaar. De beveiliging van bedrijven en instellingen wordt steeds vaker
uitbesteed aan private veiligheidsorganisaties. Deze uitbesteding kan gezien worden als de
voornaamste reden van deze immense stijging.206
Zoals reeds gesteld opereert de private veiligheidssector in een veranderende omgeving met
veranderende eisen. Deze veranderingen leiden tot uitdagingen voor de sector. In Duitsland
zijn de belangrijkste uitdagingen: het dreigingsniveau, de eisen van de klant, technologische
ontwikkelingen, de kosten verbonden aan private veiligheid , de arbeidsvoorwaarden en
collectieve onderhandelingen, demografische veranderingen en de wijzigingen in het
wetgevend kader.207 Deze verschillende uitdagingen worden hier kort besproken.

Het dreigingsniveau
Het merendeel van de dreigingen ten aanzien van Duitse bedrijven wordt gekenmerkt door
een nationaal karakter. Deze dreigingen kennen hun oorsprong vaak in de toenemende
wereldwijde concurrentie. Ze zijn echter niet beperkt tot grote bedrijven, kleine en
middelgrote ondernemingen krijgen steeds meer te maken met dreigingen. Politieke
instabiliteit in het buitenland en witteboordencriminaliteit zijn belangrijke factoren. Duitse
politiestatistieken geven reeds een overzicht van deze strafbare feiten, maar houden
uitsluitend rekening met officieel gemelde feiten. De afgelopen jaren werd in Duitsland
onderzoek gepleegd door het raadplegen van accountantskantoren aan de hand van
enquêtes. Dit onderzoek beschikt over een uitgebreid overzicht inzake de verschillende
dreigingen. In de afgelopen twee jaar werden 25% van de ondernemingen in Duitsland
slachtoffer van witteboordencriminaliteit. Op jaarlijkse basis kost dit fenomeen meer dan
300.000 € aan de getroffen bedrijven. Ongeveer de helft van de bedrijven zegt gevallen
van spionage te kennen in de afgelopen twee jaar. De overheid heeft gereageerd op deze
205
CoESS, The new security company: integration of services and technology responding to changes in
customer demand, demography and technology, Fifth White Paper, 2015, 37-39.
206
Ibid., 39.
207
Ibid., 37.
75
gegevens. Zowel het Ministerie van Binnenlandse Zaken als het Ministerie van
Economische Zaken richtten werkgroepen op die Duitse ondernemingen pogen te
beschermen tegen witteboordencriminaliteit en spionage aan de hand van economische
strategieën.208
 Beveiligingseisen van de klant
De eisen van overheden, bedrijven en individuen inzake veiligheid zijn aan verandering
onderhevig. De stijging van het dreigingsniveau is slechts een onderdeel van veiligheid.
Economische aspecten en de perceptie van klanten verbonden aan de dreigingen zijn
minstens even belangrijk. Een risicoanalyse met bijhorend veiligheidsplan dient
uitgevoerd te worden om de kans op schade door dreiging te beperken. Duitsland beschikt
over criminaliteitspreventiecentra waar politiediensten kosteloos advies verlenen inzake
veiligheidsmaatregelen. De Duitse werkgeversorganisatie voor private veiligheid, BDSW
wenst deze preventieve tool aan te bieden voor het bedrijfsleven. Ze houden hun leden
steeds op de hoogte van nieuwe uitdagingen en focussen op een betere marktpositionering
van de private veiligheidssector.209
 Technologische ontwikkelingen
Een efficiëntere private veiligheidssector is mede mogelijk dankzij de technologische
vooruitgang. De voortdurende technologische innovatie leidt tot een kostenreductie voor
private veiligheidsdiensten. De fysieke bewaking van sites, zonder gecoördineerde
beveiligingstechnologieën is ineffectief. Veiligheidsdiensten en het gebruik van
technologische apparatuur zijn nauw met elkaar verbonden. Bij gelegenheid kiezen private
veiligheidsbedrijven voor het uitlenen van technologie aan klanten in plaats van het te
verkopen. De veiligheidsonderneming blijft zo verantwoordelijk voor de werking en
bediening van de technologische apparatuur. Kosteneffectiviteit is doorslaggevend in de
private veiligheidssector. Een bundeling van veiligheidsdiensten en technologie is
208
CoESS, The new security company: integration of services and technology responding to changes in
customer demand, demography and technology, Fifth White Paper, 2015, 40-41.
209
Ibid., 41.
76
hiervoor gunstig. De gehele private veiligheidssector, inclusief technologische producten
kende in 2013 een totale inkomst van 12 miljard euro.210
 De kosten verbonden aan private veiligheid
Kostenbesparingen inzake private veiligheid zijn het gevolg van de economische crisis.
Klanten opteren menigmaal voor het goedkoopste contract inzake private bewaking en
uitrusting. Kwalitatief sterke private veiligheidsorganisaties lijden hieronder. In weerwil
van de kostenbereidheid van de klanten, vertonen de kosten verbonden aan private
veiligheid een stijging. De vraag naar uitbesteding blijft echter bestaan. Kwaliteitsvolle
private veiligheidsdiensten kunnen alleen bevorderlijk zijn indien klanten bereid zijn hun
waardering te uiten. In 1998 publiceerde CoESS in samenwerking met UNI-Europa een
handleiding inzake het toekennen van contracten voor private veiligheidsdiensten. Deze
publicatie was de basis voor de Duitse
variant. Transparante en controleerbare
kwaliteitscriteria voor private veiligheidsdiensten worden besproken in deze handleiding.
Op de vijfde Europese veiligheidstop in 2015 waar deze ‘white paper’ verscheen, werd
tevens een hervormde versie van de handleiding gepresenteerd.211
 Arbeidsvoorwaarden en collectieve onderhandelingen
De kwaliteit van de private veiligheidssector wordt bepaald door de motivatie en
competentie van private veiligheidsagenten. De vergoeding van werknemers speelt hierbij
een belangrijke rol. BDSW, de Duitse werkgeversorganisatie voor private veiligheid is
van belang bij de collectieve onderhandelingen in Duitsland. Meer dan 400 verscheidene
vergoedingsvormen gebaseerd op de geleverde diensten zijn ontwikkeld in een totaal van
70 collectieve arbeidsovereenkomsten. Dit weerspiegelt de brede waaier van private
veiligheidsdiensten. Het nadeel van deze vele salarisgroepen is het gebrek aan
transparantie. Sinds 1 januari 2015 kent de sector in Duitsland een wettelijk minimumloon
van 8,50 euro. De prijsstijgingen van de afgelopen jaren zorgen ervoor dat klanten vaker
210
CoESS, The new security company: integration of services and technology responding to changes in
customer demand, demography and technology, Fifth White Paper, 2015, 42-43.
211
Ibid., 44-45.
77
opteren voor goedkopere systeemoplossingen. Zoals reeds gesteld dient veiligheid
gewaardeerd te worden om kwalitatieve veiligheidsdiensten te leveren.212
 Demografische veranderingen
In Duitsland wordt het aantal werknemers in 2030 geschat op 42 miljoen. Dit is een daling
van acht miljoen met het huidige aantal. Om deze reden zou het tekort aan geschikte
werkkrachten stijgen. De private veiligheidssector dient maatregelen te nemen om deze
uitdaging positief om te draaien. De jobomschrijving van private veiligheidsagenten dient
aantrekkelijker gepresenteerd te worden. Kenmerken zoals de grote verantwoordelijkheid,
flexibele werkuren, verscheidenheid aan activiteiten, enz. moeten benadrukt worden. Meer
aandacht moet uitgaan naar de combinatie van carrière en gezinsleven.213
 Wijzigingen in het wetgevend kader
Handelsrecht beschikt niet langer over de mogelijkheid om langer om te gaan met de
complexiteit van private veiligheid. Reeds tientallen jaren pleit BDSW voor een
vernieuwd wettelijk kader. Hoewel verscheidene ministeries reeds het belang van private
veiligheidsorganisaties in een integrale veiligheidszorg beseffen, zijn de nodige stappen
nog niet ondernomen. De speciale wettelijke basis voor de beveiliging van militaire
goederen, kerncentrales en luchthavens dient uitgebreid te worden naar de volledige
private veiligheidssector. Regelgeving met betrekking tot publiek-private samenwerking is
cruciaal in het veiligheidswezen.214
Naast de verschillende uitdagingen voor de private veiligheidssector in Duitsland, kunnen drie
eisen onderscheiden worden waaraan de sector moet voldoen. De eerste voorwaarde heeft
betrekking op het integrale veiligheidsconcept. Private veiligheidsorganisaties dienen
voortdurend in de mogelijkheid te zijn om zich aan te passen aan de veranderde eisen van de
klant en hierbij een klantgerichte oplossing te ontwikkelen. Technologische actoren dienen
212
CoESS, The new security company: integration of services and technology responding to changes in
customer demand, demography and technology, Fifth White Paper, 2015, 45-46.
213
Ibid., 46-47.
214
Ibid., 47.
78
deel uit te maken van deze integrale veiligheidsoplossing.215 De klantspecialisatie is een
tweede voorwaarde van de private veiligheid in
Duitsland. Exclusieve private
veiligheidsdiensten voor klanten zijn wellicht niet meer mogelijk binnen enkele jaren.
Integrale private veiligheid die aansluit bij de behoeften van de klant biedt hier een oplossing.
Het idee is niet vernieuwend, maar de uitvoering ervan wel. Zonder grondige kennis van de
sector en de verbonden technologie is een gebundelde private veiligheidsoplossing noch
efficiënt noch relevant. Een paradigmaverschuiving naar integratie is zichtbaar in onder meer
de marketingstrategieën. De toegevoegde waarde voor de klant staat centraal.216 De derde en
laatste voorwaarde verbonden aan de Duitse private veiligheid zijn de organisatorische
maatregelen. De digitalisering en invloed van technologie op het dagelijkse leven beïnvloeden
de organisatie van de private veiligheidssector. Het stijgende gebruik van technologische
actoren en de verscheidenheid aan integrale veiligheidsoplossingen leiden tot operationele
veranderingen in de private veiligheid.217
3.5.2. Kritische analyse
De vijfde ‘white paper’ van CoESS bestaat uit drie onderdelen. Het eerste deel focust op de
nieuwe uitdagingen waarmee de private veiligheidssector geconfronteerd wordt. Deze
kritische analyse van ‘The new security company: integration of services and technology
responding to changes in customer demand, demography and technology’ behandelt dit eerste
luik. De steeds veranderende samenleving met de technologische vooruitgang beïnvloedt de
veiligheidsdiensten. CoESS poogde hier een oplossing te bieden. Ze ontwikkelde in
samenwerking met UNI-Europa een handleiding, genaamd ‘Best Value Manuel’. Deze
handleiding wordt in deze kritische analyse verder toegelicht.
3.5.2.1.
Technologische vooruitgang
Criminaliteit en het veiligheidsdenken worden op directe en indirecte wijze beïnvloed door de
technologische vooruitgang. Omwille van de digitalisering laat ieder individu in de
215
CoESS, The new security company: integration of services and technology responding to changes in
customer demand, demography and technology, Fifth White Paper, 2015, 47-48.
216
Ibid, 48-50.
217
Ibid., 50.
79
samenleving sporen achter. Deze sporen tonen nauwkeurig wat individuen gedaan hebben.
Private veiligheidsdiensten kunnen aan de hand van digitalisering informatie uit deze sporen
halen. In een samenleving onderhevig aan technologische verandering zullen de bedreigingen
voor de private veiligheidssector groeien. De sector dient te anticiperen op deze risico’s en
technologie kan hier een positieve rol in spelen.218 Private veiligheid biedt een oplossing voor
het ongenoegen over de publieke dienstverlening inzake veiligheid. Camerabewaking is
slechts één voorbeeld van een gebruikte technologie in de private veiligheidssector.219
Digitalisering is een zichtbaar gegeven in de veiligheidssector. Een integratie van
datasystemen inzake controle, toezicht en opsporing en een toename van cameratoezicht is het
gevolg van deze digitalisering. Het plaatsen van camera’s op openbare plaatsen kan echter
gezien worden als inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Dit probleem stelt zich niet binnen
de private veiligheidssector bij het plaatsen van camera’s op privédomeinen. Binnen de
private veiligheidssector wordt voor het onderzoeken van personen gebruik gemaakt van
systematische datasystemen betreffende persoonlijke gegevens. Deze datasystemen zijn
goedkoper dan fysieke of elektronische bewaking. De private veiligheidssector en de
verschillende diensten moeten geherdefinieerd worden sinds de digitalisering van de sector.220
Naarmate de technologie vorderde in de private veiligheidssector, nam zowel de kwaliteit als
kwantiteit van deze diensten toe. De technologische vooruitgang is voortdurend. Zo wordt de
veiligheidssector
geconfronteerd
met
steeds
veranderende
technologieën.
Private
veiligheidsdiensten moeten een blijvende concurrerende rol spelen en deze technologische
veranderingen integreren. Opleiding is hierbij van belang om de kwaliteit van de
veiligheidsdiensten te blijven garanderen. Technologische actoren worden beschouwd als de
meest betrouwbare segmenten van de private veiligheidssector.221 Nauw verbonden aan de
technologische middelen inzake private veiligheid is het beleid dat deze zaken regelt. De
technologische vooruitgang beïnvloedt voornamelijk de fysieke middelen van de private
218
A. H. M. DE GROOT, “Technologie en privatisering” in A. B. HOOGENBOOM (ed.), Privatisering van toezicht
en opsporing, Lelystad, Koninklijke Vermande, 2000, 101-114.
219
M. COOLS en K. VERBEIREN, Politie en Privébewaking Samen Sterk: het spanningsveld tussen uitbesteding en
publiek-private samenwerking inzake de politietaken, Brussel, Politeia, 2004, 13-56.
220
A. B. HOOGENBOOM, “Een gesloten, geblindeerd universum. Naar een herdefiniëring van toezicht, controle
en opsporing” in A. B. HOOGENBOOM (ed.), Privatisering van toezicht en opsporing, Lelystad, Koninklijke
Vermande, 2000, 11-29.
221
COESS, Alarm Receiving Centres: A Central Function in the European Security Landscape, 2009, 7-20.
80
veiligheidsagenten, zoals voertuigen en wapens. Ook juridische en persoonlijke middelen zijn
belangrijk om een integrale veiligheidszorg te garanderen.222
De technologische vooruitgang beïnvloedt naast de private veiligheidssector ook de
criminaliteit ‘an sich’. Nieuwe criminaliteitsvormen die gekoppeld zijn aan de digitalisering
ontstaan, waaronder bedrijfscriminaliteit. Deze stijging van criminaliteitsvormen leidde tot
een verhoogde vraag naar private veiligheidsdiensten.223
3.5.2.2.
‘Best Value Manuel’
Het gebruik van private veiligheidsdiensten is een dagelijks onderdeel van de huidige
samenleving. Als gevolg van het ‘outsourcen’ van
veiligheidsbevoegdheden valt het
waarborgen van de openbare veiligheid steeds meer onder de bevoegdheid van de private
veiligheidsorganisaties. Het elementaire verschil tussen openbare en particuliere kopers van
private veiligheidsdiensten is het wettelijk kader waarin beiden opereren. Openbare en
particuliere
kopers
beschikken
over
de
mogelijkheid
om
verschillende
private
veiligheidsorganisaties te vergelijken vooraleer een keuze te maken. Het kiezen van de beste
private veiligheidsinstelling is afhankelijk van elementen verbonden aan de specifieke
dienstverlening, de ervaring met voormalige veiligheidsdiensten en de financiële middelen.
De balans tussen kwaliteit en prijs dient evenredig te zijn om te komen tot de beste private
veiligheidsorganisatie.224
CoESS heeft in samenwerking met UNI-Europa een handleiding ontwikkeld voor openbare en
particuliere organisaties die op zoek zijn naar de beste prijs-kwaliteitverhouding inzake
private veiligheidsinstellingen. Dit project werd gefinancierd door de Europese Commissie.
In Europa worden ongeveer de helft van de private veiligheidsdiensten aangeschaft door
openbare instellingen. In de meerderheid van deze onderhandelingen wordt de prijs van de
gekozen private veiligheidsorganisatie gezien als doorslaggevend aspect. Om de kwaliteit en
transparantie van de private veiligheidssector te vrijwaren werd dit handboek opgesteld om
222
L. JOHNSTON en C.D. SHEARING, Governing Security: Explorations In Policing and Justice, Londen,
Routledge, 2002, 28-29.
223
M. COOLS en K. VERBEIREN, Politie en Privébewaking Samen Sterk: het spanningsveld tussen uitbesteding en
publiek-private samenwerking inzake de politietaken, Brussel, Politeia, 2004, 13-56.
224
SECURE BEST VALUE, www.securebestvalue.org (consultatie juli 2016).
81
particuliere en openbare kopers in staat te stellen prijs-kwaliteitverhoudingen te
vergelijken.225 Verscheidene kwaliteitscriteria worden aangehaald die de koper dient te
overwegen bij het kiezen van een private veiligheidsorganisatie. De kwaliteitsnormen worden
gedetailleerd beschreven om te komen tot de beste prijs-kwaliteitverhouding.226 De
kwaliteitscriteria aangehaald in het handboek zijn gezamenlijk opgesteld door de sociale
partners. De handleiding biedt een vorm van autonomie aan de openbare en particuliere
kopers. Zij kunnen namelijk selecteren welke kwaliteitscriteria voor hun gevraagde
veiligheidsdienst
van
belang
zijn.
De
verschillende
elementen
die
de
prijs-
kwaliteitverhouding beïnvloeden zijn het bewakingspersoneel, het bedrijfsmanagement, de
infrastructuur en de private veiligheidsorganisatie. CoESS en UNI-Europa beseffen dat
budgettaire beperkingen elementair zijn. Echter, het kiezen voor de laagste prijs inzake
private veiligheidsdiensten kan schadelijk zijn voor de koper en de veiligheidssector.227 De
originele ‘Best Value Manuel’ dateert van 1999, maar kent reeds een vernieuwde editie. De
vernieuwde versie focust tevens op de openbare kopers van private veiligheidsdiensten binnen
de Europese Unie.228
225
COESS en UNI-EUROPA, Selecting best value - A manual for organisations awarding contracts for private
guarding services, www.eesc.europa.eu/resources/docs/139-private-act.pdf (consultatie juli 2016).
226
SECURE BEST VALUE, www.securebestvalue.org (consultatie juli 2016).
227
COESS en UNI-EUROPA, Selecting best value - A manual for organisations awarding contracts for private
guarding services, www.eesc.europa.eu/resources/docs/139-private-act.pdf (consultatie juli 2016).
228
SECURE BEST VALUE, www.securebestvalue.org (consultatie juli 2016).
82
4. Kritisch en persoonlijk besluit
De vijf ‘white papers’ van CoESS kunnen beschouwd worden als een drukkingsmechanisme
voor het Europese en nationale veiligheidsbeleid. Evenwel is een voorafgaande neutrale
evaluatie van deze documenten elementair. Doorheen deze masterproef hebben wij gepoogd
de verschillende ‘white papers’ van CoESS in hun ruimere context te plaatsen. De centrale
probleemstelling luidt hierbij als volgt: “In hoeverre zijn de ‘white papers’ van CoESS
bepalend inzake private veiligheid op Europees niveau?”. Om deze probleemstelling te
beantwoorden, werden de verschillende ‘white papers’ individueel besproken en vervolledigd
met aanvullende literatuur. In dit kritisch en persoonlijk besluit wordt duiding gegeven aan
enkele algemene elementen verbonden aan de ‘white papers’ en de verschillende onderdelen
van de kritische analyse om te komen tot een sluitend antwoord op de centrale doelstelling
van deze masterproef.
De verschillende ‘white papers’ van CoESS handelen steeds over verschillende aspecten van
private veiligheid. Deze onderwerpen worden individueel toegelicht in de inhoudelijke
bespreking en kritische analyses. Algemene vragen betreffende de ‘white papers’ doen zich
echter voor. Deze zijn: “Zijn de ‘white papers’ voldoende duidelijk en helder voor iedereen
binnen de sector van private veiligheid of zijn er bepaalde concepten die meer aandacht
vereisen?”, “Beschikken de ‘white papers’ over inhoudelijke leegtes en hoe kunnen we deze
hiaten beter invullen?” en “Welke aanbevelingen kunnen we doen tot verder onderzoek met
betrekking tot nieuwe onderwerpen?”. Op deze verschillende vragen trachten wij doorheen dit
kritisch en persoonlijk besluit te antwoorden. Volgens onze mening zijn de ‘white papers’ van
CoESS duidelijk en helder te begrijpen voor de actoren van de private veiligheidssector.
Evenwel is het lezen van deze ‘white papers’ voor niet-academici niet eenvoudig. Dit is,
omwille van de theoretische invalshoek, voornamelijk het geval bij de vierde ‘white paper’.
Bovendien is het een gemiste kans dat de verschillende ‘white papers’ niet over dezelfde
opmaak en indeling beschikken. Dit zou de duidelijkheid en leesbaarheid ten goede komen.
Doorheen de vijf ‘white papers’ kunnen we enkele bemerkingen formuleren. Deze
opmerkingen zijn geen hiaten, maar hebben een aanvullend karakter. Onze grootste
bemerking gaat over het vergaren van wetenschappelijke gegevens inzake de private
83
veiligheidssector. In de eerste ‘white paper’ wordt een overzicht gegeven van de sector op
Europees niveau. De uitwerking van dit cijfermateriaal is niet van wetenschappelijk niveau. In
de ‘white papers’ die hierop volgden werd dit gecorrigeerd en steeds geüpdatet. Een tweede
bemerking die we ons stellen, is herhaling. Indien de ‘white papers’ na elkaar gelezen worden,
is het opvallend dat verschillende elementen herhaald worden. Dit kan negatief zijn voor de
geïnteresseerden, maar dient tevens als een positief aspect beschouwd te worden. De ‘white
papers’ worden als afzonderlijke literatuur beschouwd. Een derde, en laatste bemerking die
we ons hier stellen is de eenzijdige aandacht voor de private veiligheidssector. Het
behandelen van een andere mening ten aanzien van private veiligheid kan een meerwaarde
bieden voor de beleidsmakers en de academische wereld. Aangezien CoESS de
werkgeversorganisatie van de private veiligheidsdiensten is, is het begrijpelijk dat een
positieve insteek merkbaar is voor de sector. Maar een tweede, eventuele negatieve mening
kan zorgen voor een betere inbedding en verandering van de private veiligheidssector. Dit kan
leiden tot een betere kwaliteit. De ‘white papers’ van CoESS handelen steeds over
verschillende actoren van de private veiligheidssector. Het verder bestaan van de ‘white
papers’ is essentieel voor de ontwikkeling van de private veiligheidssector. Een update van de
gegevens inzake private veiligheid en het aanbrengen van vernieuwende ideeën zorgt ervoor
dat CoESS een meerwaarde biedt aan de Europese private veiligheidssector. Momenteel is de
bekendheid van de ‘white papers’ gering. Verder onderzoek kan dit oplossen.
Een individuele inhoudelijke bespreking van elke ‘white paper’ wordt uitvoerig aangehaald in
deze masterproef. Dit is het resultaat van de vooropgestelde externe doelstelling. Dit werkstuk
kan gezien worden als een bijdrage die naast de ‘white papers’ van CoESS gelezen kan
worden. De uitvoerig inhoudelijke besprekingen zijn tevens gekoppeld aan het verhelderen
van de verschillende ‘white papers’ voor iedereen binnen de private veiligheidssector. Het
belang van deze verduidelijking werd hierboven reeds toegelicht.
Na elke inhoudelijke bespreking, wordt een kritische analyse uitgevoerd van de ‘white paper’.
Deze verschillende kritische analyses kunnen beschouwd worden als een aanvulling. De
eerste ‘white paper’ genaamd ‘La participation de la sécurité privée à la sécurité générale en
Europe’ focust op het versnipperde landschap van private veiligheid in Europa en de rol van
private veiligheidsdiensten in het veiligheidsbeleid. De kritische analyse van deze ‘white
paper’ besteedt aandacht aan beide onderdelen. Om de private veiligheidssector te situeren in
een Europese context, wordt in deze kritische analyse de evolutie van een nationale naar
84
Europese private veiligheidssector weergegeven. In Europa bestaan namelijk veel variaties op
kwantitatief en kwalitatief niveau inzake de private veiligheidssector. Een Europees model
kan hier oplossingen bieden. Het tweede onderdeel geeft de samenwerking tussen publieke en
private veiligheidsdiensten weer. De verschillende relatievormen tussen beiden zijn mogelijk,
maar om tot een integrale veiligheidszorg te komen is publiek-private samenwerking
essentieel. In 2009 verscheen de tweede ‘white paper’ van CoESS, genaamd ‘Private en
public security in the Nordic countries’. Aangezien deze ‘white paper’ aandacht besteedt aan
het verzamelen van wetenschappelijke bronnen, kan deze als een aanvulling gezien worden op
de eerste ‘white paper’. Binnen de kritische analyse wordt bijgevolg een onderdeel gewijd aan
het belang en moeilijkheden van wetenschappelijk onderzoek. Zoals de naam doet
vermoeden, richt deze tweede ‘white paper’ zich op de private veiligheidssector in de
Scandinavische landen. Echter, alleen het veiligheidsbeleid in Zweden wordt in detail
besproken. Het ‘Nordic model’ wordt door velen beschouwd als een toonbeeld voor een
Europese veiligheidssector. Om die reden wordt in de kritische analyse het belang en de
verschillen van het veiligheidsbeleid in verschillende Scandinavische landen besproken.
‘Private veiligheid in België’ is de derde ‘white paper’ van CoESS. Binnen deze ‘white paper’
wordt aandacht geschonken aan het oogpunt van waaruit men kijkt naar private veiligheid. De
vijf belangrijkste theoretische modellen inzake een integrale veiligheidszorg worden verder
besproken in de kritische analyse. Het integrale veiligheidsmodel wordt gelinkt aan het
veiligheidsbeleid in België. De evolutie van de Belgische wetgeving naar een integrale
veiligheidszorg verliep langzaam. In deze derde kritische analyse wordt deze evolutie van het
Belgische wetgevend kader kort geschetst. De vierde ‘white paper’, genaamd ‘The socioeconomic added value of private security’ is het meest theoretisch geïnspireerd. De
sociaaleconomische meerwaarde van private veiligheid wordt hierin besproken vanuit een
economisch perspectief. De kritische analyse poogt hier een meerwaarde te brengen door
enkele voordelen te schetsen verbonden aan de private veiligheidssector in een alledaagse
context. Een ander luik besproken in deze kritische analyse is de private veiligheidssector in
Spanje. Alhoewel de vierde ‘white paper’ in samenwerking met APROSER tot stand is
gekomen, is het opvallend dat hieraan geen aandacht wordt besteed. Dit kan gezien worden
als een gemiste kans. De voorlopig laatste ‘white paper’ van CoESS is ‘The new security
company: integration of services and technology responding to changes in customer demand,
demography and technology’. Deze biedt een vernieuwende kijk op de private
veiligheidssector in een veranderende samenleving. De technologische vooruitgang zorgt voor
85
een stijgende noodzaak tot bundeling van private veiligheidsdiensten. Op deze wijze kan de
sector anticiperen op de steeds veranderende context waarin ze opereren. CoESS rijkt hier zelf
een mogelijke oplossing aan, namelijk de ‘Best Value Manuel’. Het kiezen van een private
veiligheidsorganisatie is afhankelijk van elementen verbonden aan de diensten, de ervaring en
de financiële middelen. Doorheen de kritische analyse wordt deze handleiding van CoESS
toegelicht.
Als algemeen besluit kunnen we stellen dat de ‘white papers’ van CoESS naar ons oordeel
een meerwaarde zijn voor het ontwikkelen van het Europees beleid inzake private veiligheid.
De verschillende aanvullingen aangehaald in deze masterproef, komen dit doel ten goede. Het
belang van de private veiligheidssector neemt toe. De positieve noot van waaruit CoESS
vertrekt in het schrijven van de ‘white papers’ en het overzicht van de private
veiligheidsdiensten in Europa, zorgen voor een toenemende interesse in de sector. Bovendien
is de literatuur inzake private veiligheid beperkt in vergelijking met deze over publieke
veiligheidsdiensten. Aangezien de ‘white papers’ tot stand komen in samenwerking met
academici, is het bijkomend wetenschappelijk onderzoek naar private veiligheid nog een
voordeel. De ‘white papers’ van CoESS kunnen als referentiekader dienen voor het
hervormen van nationale en Europese wetgeving.
86
Literatuurlijst
Boeken
BALTHAZAR, T., CHRISTIAENS, J., COOLS, M., DECORTE, T., DE RUYVER, B., HEBBERECHT, P.,
PONSAERS, P., SNACKEN, S., TRAEST, P., VANDER BEKEN, T. en VERMEULEN, G., Het
strafrechtssysteem in de Laatmoderniteit, Mechelen, Kluwer, 2004, 14.
BUTTON, M., Private Policing, Cullompton, Willan Publishing, 2002, 155 p.
COOLS, M. en VERBEIREN, K., Politie en Privébewaking samen sterk: Het spanningsveld
tussen uitbesteding en publiek-private samenwerking inzake de politietaken, Brussel, Politeia,
2004, 272 p.
DE CLERCK, H. en COOLS, M. (eds.), Marc Pissens and 20 years of the Confederation of
European Security Services, Brussel, ASP, 2009, 155 p.
FITZGERALD, J. D. en COX, S. M., Research Methods in Criminal Justice. An Introduction,
Chicago, Nelson-Hall Publishers, 1987, 320 p.
GEORGE, B. en BUTTON, M., Private Security, Basingstoke, Palgrave Macmillan, 2004, 206 p.
HOOGENBOOM, A. B., Het Politiecomplex: over de samenwerking tussen politie, bijzondere
opsporingsdiensten en particuliere recherche, Arnhem, Gouda Quint, 1994, 467 p.
JOHNSTON, L. en SHEARING, C. D., Governing Security: Explorations In Policing and Justice,
Londen, Routledge, 2002, 177 p.
JONES, T. en NEWBURN, T., Plural Policing: a comparative perspective¸ Abingdon,
Routledge, 2006, 242 p.
KYRIAKIDES, E. en POLYCARPOU, M., Intelligent Monitoring, Control, and Security of Critical
Infrastructure Systems, Springer Berlin Heidelberg, 2015, 359 p., http://link.springer.com/
book/10.1007/978-3-662-441602 /page/1.
87
LIPMAN, I. A., (ed.), The Private Security Industry: Issues and Trends, Beverly Hills, Sage,
1988, 179 p.
MAGUER, A., Les frontières intérieures Schengen, Freiburg i. Br.: Edition iuscrim, 2004,
388 p.
MCNEILS, P. en CHAPMAN, S., Research Methods, New York, Routledge, 2015, 214 p.
ORBIE, J., Theorie van de Europese integratie: Belangen, ideeën en instellingen, Leuven,
Acco, 2009, 217 p.
PAUWELS, L., Oorzakelijke mechanismen en verklaringsmodellen voor regelovertredend
gedrag, Gent, Academia Press, 2014, 815 p.
WAKEFIELD, A. S., Selling Security: the private policing of public space, Cullompton, Willan
Publishing, 2003, 252 p.
Bijdragen in verzamelwerken
BLOMMAERT, J. en VERFAILLE, K., “Discouranalyse” in DECORTE, T. en ZAITCH, D. (eds.),
Kwalitatieve methoden en technieken in de criminologie, Leuven, Acco, 2010, 574 p.
COOLS, M., DAVIDOVIC, D., DE CLERCK, H. en DE RAEDT, E., “The international private
security industry as part of the European Union security framework: a critical assessment of
the French EU presidency White Paper” in COOLS, M., DE RUYVER, B., EASTON, M.,
PAUWELS, L., PONSAERS, P., VANDE WALLE, G., VANDER
BEKE,
T., VANDER LAENEN, F.,
VERMEULEN, G. en VYNCKIER, G. (eds.), EU and International Crime Control, Antwerpen,
Maklu, 2010, 221 p.
COOLS, M., “Privatisering van toezicht en opsporing beschouwd door een Belgische bril” in
HOOGENBOOM, A. B. (ed.), Privatisering van toezicht en opsporing, Lelystad, Koninklijke
Vermande, 2000, 165 p.
DEGRAEUWE, T., “En nu is het genoeg! Acties van buurtbewoners tegen criminaliteit en
onveiligheid” in PAUWELS, L. en VERMEULEN, G. (eds.), Actualia strafrecht en criminologie :
update in de criminologie V, Antwerpen, Maklu, 2010, 516 p.
88
DE
GROOT, A. H. M., “Technologie en privatisering” in HOOGENBOOM, A. B. (ed.),
Privatisering van toezicht en opsporing, Lelystad, Koninklijke Vermande, 2000, 165 p.
GUILLE, L., “Police and judicial cooperation in Europe: bilateral versus multilateral
cooperation” in LEMIEUX, F., International Police Cooperation: Emerging issues, theory and
practice, Devon, Willan Publishing, 2010, 366 p.
HENRY, S., “Social Construction of Crime” in MILLER, J. M. (ed.), 21st Century Criminology:
A Reference Handbook, Thousand Oaks, Sage, 2009, 915 p.
HOOGENBOOM, A. B., “Een gesloten, geblindeerd universum. Naar een herdefiniëring van
toezicht, controle en opsporing” in HOOGENBOOM, A. B. (ed.), Privatisering van toezicht en
opsporing, Lelystad, Koninklijke Vermande, 2000, 165 p.
HUDSON, B., “Critical Reflection as Research Methodology” in JUPP, V., DAVIES, P. en
FRANCIS, P. (eds.), Doing Criminological Research, Londen, Sage, 2000, 367 p.
LIPSON, M., “Private Security: A Retrospective” in LIPMAN, I.A. (ed.), The Private Security
Industry: Issues and Trends, Beverly Hills, Sage, 179 p.
MORTELMANS, D., “Het kwalitatief onderzoeksdesign” in DECORTE, T. en ZAITCH, D.
(eds.), Kwalitatieve methoden en technieken in de criminologie, Leuven, Acco, 2010, 574 p.
PASHLEY, V. en COOLS, M., “Private Security in Europe: towards a European private security
model for the future” in COOLS, M., DE RUYVER, B., EASTON, M., PAUWELS, L., PONSAERS,
P., VANDE WALLE, G., VANDERBEKEN, T., VANDER LAENEN, F., VERHAGE, A., VERMEULEN,
G. en VYNCKIER, G., European criminal justice and policy, Antwerpen, Maklu, 2012, 230 p.
SMIDT, N., NELISSEN-DE VOS, Y. C. M. en OSTELO, R. W. J. G. “Stappenplan voor het
opzetten en uitvoeren van kwantitatief wetenschappelijk onderzoek” in OSTELO, R. W. J. G.,
VERHAGEN, A. P. en
DE
VET, H. C. W., Onderwijs in wetenschap, Houten, Bohn Stafleu van
Loghum, 2006, 224 p.
STARING, R. en VAN SWAANINGEN, R., “Naar een kwalitatieve criminologie. De relatie tussen
theorie, onderzoeksvragen en methode” in DECORTE, T. en ZAITCH, D. (eds.), Kwalitatieve
methoden en technieken in de criminologie, Leuven, Acco, 2010, 574 p.
89
Tijdschriftartikels
BRION, F., “Een Nederlandse eigenaardigheid. Onderzoek naar criminaliteit van allochtonen”,
Tijdschrift voor Criminologie 2004, 66-75.
COOLS, M., “Globalisering van de private veiligheid”, Private Veiligheid 2002, 33-35.
DE
WAARD, J. en
VAN
STEDEN, R., “De opmars van de private veiligheidszorg. Een nationaal
en internationaal perspectief”, Justitiële verkenningen 2012, http://www.bjutijdschriften.nl
/tijdschrift/justitieleverkenningen/2012/8/JV_01675850_2012_038_008_002.pdf, 9-24.
DE
WAARD, J., “The Private Security Industry in International Perspective”, European
Journal on Criminal Policy and Research 1999, http://download.springer.com/ static/pdf
/4/art%253A10.1023%252FA%253A1008701310152.pdf?originUrl=http%3A%2F%2Flink.s
pringer.com%2Farticle%2F10.1023%2FA%3A1008701310152&token2=exp=1470552917~a
cl=%2Fstatic%2Fpdf%2F4%2Fart%25253A10.1023%25252FA%25253A1008701310152.pd
f%3ForiginUrl%3Dhttp%253A%252F%252Flink.springer.com%252Farticle%252F10.1023
%252FA%253A1008701310152*~hmac=a83156419fd1669a9b9fceea48b3df74234fd53e271
e7a753636a71c27851081, 143-174.
PASHLEY, V. en COOLS, M., ‘‘Sécurité privée en Europe : une analyse des trois Livres
blancs’’, Les Cahiers De La Securité Interieure 2012, 40-54.
PONSAERS, P., DE RAEDT, E., WONDERGEM, L. en MOOR, L. G. (eds.), “Themanummer
Outsourcing Policing”, SPC 2015, http://hdl.handle.net/1854/LU-7089333.
SCHREIER, F. en CAPARINI, M., “Privatising Security: Law, Practice and Governance of
Private Military and Security Companies”, Geneva Centre for the Democratic Control of
Armed Forces (DCAF) 2005, 168 p.
VAN STEDEN R. en SARRE, R., “The Growth of Private Security. Trends in the European
Union”, Security Journal 2007, 223 – 235.
VAN STEDEN, R. en SARRE, R., “The Growth of Privatized Policing: Some Cross-national
Data and Comparisons”, International Journal of Comparative and Applied Criminal Justice
2007, 51-71.
90
Overige bronnen
APEG-BVBO, http://apeg-bvbo.be.
COESS en UNI-EUROPA, Selecting best value - A manual for organisations awarding
contracts for private guarding services, www.eesc.europa.eu/resources/docs/139-privateact.pdf.
COESS, Alarm Receiving Centres: A Central Function in the European Security Landscape,
2009, 28 p.
CoESS, La participation de la sécurité privée à la sécurité générale en Europe, First White
Paper, 2008, 95 p.
COESS, Private and public security in the Nordic countries, Second White Paper, 2009, 41 p.
CoESS, Private veiligheid in België; een inspiratie voor Europa?, Third White Paper, 2010,
49 p.
CoESS, The new security company: integration of services and technology responding to
changes in customer demand, demography and technology, Fifth White Paper, 2015, 51 p.
CoESS, The socio-economic added value of private security services in Europe, Fourth White
Paper, 2013, 27 p.
CONFEDERATION OF EUROPEAN SECURITY SERVICES, http://www.coess.org/.
DECORTE, T., PETINTSEVA, O. en TIEBERGHIEN, J., Methoden van criminologisch onderzoek.
Ontwerp en dataverzameling, onuitg., syllabus Criminologische Wetenschappen, UGent,
2015, 265 p.
EUROPEAN AGENCY FOR SAFETY AND HEALTH AT WORK, http://www.beswic.be/.
PAUWELS, L. en HARDYNS, W., Criminaliteit en onveiligheid in cijfers. Een ontleding van
criminografische databanken, onuitg., syllabus Criminologische Wetenschappen, UGent,
2014.
91
PAUWELS, L., Criminaliteitspreventie: Achtergronden, theorieën en methodieken, onuitg.,
syllabus Criminologische Wetenschappen, UGent, 2014, 507 p.
SECURE BEST VALUE, www.securebestvalue.org.
VANDER BEKEN, T., Theorie en onderzoek, onuitg., slides Criminologische Wetenschappen,
Ugent,
2015,
http://minerva.ugent.be/main/document/document.php?curdirpath=%2FDeel
_1&cidReq=B00117602015.
WILLERTON, D. R., Ethos and Exigence: White Papers in High-tech Industries,
doctoraatsthesis Technical Communication and Rhetoric Texas Tech University, 2005, 217 p.
92
Bijlagen
Bijlage 1
CoESS, La participation de la sécurité privée à la sécurité générale
en Europe, First White Paper, 2008, 22.
Bijlage 2
VII
CoESS, La participation de la sécurité privée à la sécurité générale
en Europe, First White Paper, 2008, 26-28.
VIII
Bijlage 3
CoESS, Private and public security in the Nordic countries, Second
White Paper, 2009, 8.
IX
Bijlage 4
CoESS, Private and public security in the Nordic countries, Second
White Paper, 2009, 21.
Bijlage 5
X
CoESS, Private veiligheid in België; een inspiratie voor Europa?,
Third White Paper, 2010, 16-17.
XI
Bijlage 6
CoESS, The socio-economic added value of private security services
in Europe, Fourth White Paper, 2013, 11.
Bijlage 7
J. DE WAARD, “The Private Security Industry in International
Perspective”, European Journal on Criminal Policy and Research,
1999, 143-174.
XII
Bijlage 8
J.
DE
WAARD en R.
VAN
STEDEN, “De opmars van de private
veiligheidszorg. Een nationaal en internationaal perspectief”, Justitiële
verkenningen 2012, http://www.bjutijdschriften.nl/tijdschrift/justitiele
verkenningen/2012/8/JV_01675850_2012_038_008_002.pdf, 9-24.
XIII
Bijlage 9
CoESS, The new security company: integration of services and
technology responding to changes in customer demand, demography
and technology, Fifth White Paper, 2015, 24.
XIV
Bijlage 10
CoESS, The new security company: integration of services and
technology responding to changes in customer demand, demography
and technology, Fifth White Paper, 2015, 39.
XV
Download