Belasting van meerwaarden op aandelen en daarvan afgeleide

advertisement
 Belastingvanmeerwaardenopaandelen
endaarvanafgeleideproducten
1. Notificatie
Er wordt een algemene meerwaardebelasting op aandelen en daarvan afgeleide producten ingevoerd in de personenbelasting. Het tarief bedraagt 30%. De belastbare grondslag wordt afgebouwd met 1/30 per jaar vanaf het 1ste tot en met het 30ste jaar; op deze manier is de meerwaarde vanaf een houdperiode van 30 jaar vrijgesteld van belasting. Minderwaarden zijn aftrekbaar en vijf jaar overdraagbaar. Er wordt tevens voorzien in een voetvrijstelling en herinvesteringsvrijstelling (vb. starters). Historische meerwaarden worden niet belast. Waar mogelijk wordt de belasting vastgesteld en geïnd door professionele tussenpersonen. 2. Toelichting
Toepassingsgebied Aandelen en daarvan afgeleide producten, al dan niet beursgenoteerd, met uitzondering van de overdracht onder bezwarende titel van startersaandelen (art. 145/26 WIB 1992) en KMO‐aandelen (art. 15, §§1‐6 W.Venn.). Belastbare grondslag De meerwaarde wordt berekend als het verschil tussen de verkoopprijs en de aankoopprijs van de aandelen en daarvan afgeleide producten. Bijkomende kosten bij de aan‐ of verkoop (bv. makelaarslonen en beurstaksen) kunnen in rekening worden gebracht. De aftrek van innings‐ en bewaringskosten en andere soortgelijke kosten wordt evenwel uitgesloten. Hetzelfde geldt voor de aftrek van interest van schulden aangegaan om inkomsten van de betreffende aandelen en daarvan afgeleide producten te verkrijgen of te behouden (cf. naar analogie met art. 22, § 1 en 2 WIB 1992). Teneinde investeringen op langere termijn te ondersteunen (zgn. patient capital: beleggers worden aandeelhouders) wordt de belastbare grondslag afgebouwd met 1/30 per jaar vanaf het 1ste tot en met het 30ste jaar. Dit betekent dat de volledige meerwaarde wordt belast wanneer de aandelen en daarvan afgeleide producten onder bezwarende titel worden overgedragen binnen een periode van 1 jaar na verkrijging onder bezwarende titel door de belastingplichtige. Vanaf een houdperiode van 30 jaar bedraagt de afbouw van de belastbare grondslag 100% en is de meerwaarde vrijgesteld van belasting. Om de houdperiode te beoordelen, wordt ten aanzien van aandelen en daarvan afgeleide producten met éénzelfde ISIN‐code, i.e. aandelen en daarvan afgeleide producten in dezelfde vennootschap en van eenzelfde type indien er verschillende types zijn, de LIFO‐methode toegepast. Wanneer een KMO (art. 15, §§1‐6 W.Venn.) doorgroeit naar een grote onderneming, wordt de meerwaarde berekend vanaf het ogenblik waarop de KMO kwalificeert als een grote onderneming (art. 15, §2, W.Venn.). De houdperiode wordt berekend vanaf het ogenblik waarop de initiële KMO‐
aandelen door de belastingplichtige onder bezwarende titel werden verkregen. 9 oktober 2016 Pagina 1 van 4 Tarief Er wordt aansluiting gezocht bij het tarief dat doorgaans op recurrente roerende inkomsten, zoals interesten en dividenden, wordt toegepast, teneinde vergelijkbare opbrengsten van roerend vermogen, ongeacht of zij worden verworven via distributie of kapitalisatie, zoveel mogelijk uniform te behandelen: 30%. Vrijstelling A. Voetvrijstelling Er wordt in de belastingaangifte een nieuwe vrijstelling gecreëerd van 50.000 euro (verdubbeld voor echtgenoten bij gemeenschappelijke aanslag) over een periode van 10 aanslagjaren voor meerwaarden van aandelen en daarvan afgeleide producten. B. Vrijstelling mits herinvestering (starters) Meerwaarden die belastbaar zijn ingevolge de nieuwe regeling worden onder de volgende voorwaarden vrijgesteld van belasting: 1. De meerwaarde wordt verwezenlijkt ten vroegste na het verstrijken van 5 jaar nadat de betreffende aandelen en daarvan afgeleide producten door de belastingplichtige onder bezwarende titel werden verkregen; 2. De meerwaarde van de aandelen en daarvan afgeleide producten wordt weder belegd in startersaandelen (cf. art. 145/26 WIB 1992); 3. De wederbelegging is een feit binnen een termijn van 3 jaar die aanvangt op de eerste dag van het jaar van de verwezenlijking van de meerwaarde; 4. De startersaandelen waarin wordt weder belegd moet gedurende ten minste 5 jaar in volle eigendom behouden blijven. Wanneer de meerwaarde niet tijdig wordt weder belegd, wordt de initieel vrijgestelde meerwaarde alsnog beschouwd als een belastbaar inkomen van het belastbaar tijdperk waarin de wederbeleggingstermijn verstrijkt. Het tarief is dat wat initieel van toepassing zou zijn geweest, mocht er geen vrijstelling zijn verleend. Wegens het aldus ontstane uitstel van belasting zijn nalatigheidsinteresten verschuldigd. Wanneer de als wederbelegging verworven startersaandelen niet gedurende ten minste 5 jaar in volle eigendom worden behouden, wordt de initieel vrijgestelde meerwaarde beschouwd als een belastbaar inkomen van het belastbaar tijdperk waarin niet langer integraal aan de voorwaarde inzake het behoud van die startersaandelen is voldaan. Het tarief is ook hier dat wat initieel van toepassing zou zijn geweest, mocht er geen vrijstelling zijn verleend. Ook in dit geval zijn wegens het uitstel van belasting nalatigheidsinteresten verschuldigd. Er wordt voorzien in een tijdelijke vrijstelling van meerwaarden op aandelen en daarvan afgeleide producten in geval van wederbelegging in andere aandelen dan startersaandelen. C. Fusierichtlijn – tijdelijke vrijstelling 9 oktober 2016 Pagina 2 van 4 De tijdelijke vrijstelling van meerwaarden op aandelen onder toepassing van de fusierichtlijn, wordt gerespecteerd (cf. art. 95 en 96 WIB 1992). D. Mandatory corporations – vrijstelling Meerwaarden gerealiseerd naar aanleiding van de overdracht onder bezwarende titel van aandelen en daarvan afgeleide producten die uitsluitend is gebeurd op initiatief van de emittent en waarbij de belastingplichtige geen keuzemogelijkheid heeft, worden vrijgesteld van belasting. Minderwaarden Minderwaarden op aandelen en daarvan afgeleide producten kunnen binnen hetzelfde belastbaar tijdperk worden verrekend met meerwaarden op gelijkaardige verrichtingen. Het saldo is vijf jaar overdraagbaar. De afbouwregels gebruikt voor de vaststelling van de belastbare meerwaarden worden mutatis mutandis toegepast voor de vaststelling van de verrekenbare en overdraagbare minderwaarden. Zo zal een minderwaarde op aandelen en daarvan afgeleide producten verwezenlijkt vanaf een houdperiode van 15 jaar, slechts voor 50% verrekenbaar, en in voorkomend geval overdraagbaar, zijn. Schenkingen en nalatenschappen Zelfde regeling als speculatiebelasting. Inwerkingtreding De nieuw regeling geldt vanaf een nader te bepalen datum. Dit wil zeggen, op alle meerwaarden (en minderwaarden) die met ingang van die datum verwezenlijkt worden. Het gedeelte van de meerwaarde dat historisch opgebouwd is vóór de inwerkingtreding blijft buiten schot. 

Wat beursgenoteerde aandelen en daarvan afgeleide producten betreft die vóór de inwerkingtreding werden aangeschaft, heeft dit tot gevolg dat als aanschaffingsprijs de beurskoers geldt op datum van de inwerkingtreding van de nieuwe regeling; met dien verstande dat de belastingplichtige het recht heeft aan te tonen dat hij in werkelijkheid indertijd een hogere prijs voor die aandelen en daarvan afgeleide producten heeft betaald; dan geldt die hogere prijs als aanschaffingsprijs. Hetzelfde geldt mutatis mutandis bij minderwaarden. Wat niet‐beursgenoteerde aandelen en daarvan afgeleide producten betreft, geldt voor aandelen en daarvan afgeleide producten die reeds in bezit waren bij de inwerkingtreding, de waarde ervan op datum van de inwerkingtreding van de nieuwe regeling, of de bewezen hogere werkelijke aanschaffingsprijs. Hetzelfde geldt mutatis mutandis bij minderwaarden. De waarde op datum van de inwerkingtreding van de nieuwe regeling zal met alle middelen van gemeen recht (de eed uitgezonderd) kunnen worden aangetoond. Daarbij zal een bijzondere bewijswaarde kunnen worden toegekend aan een door een erkende accountant of bedrijfsrevisor geattesteerde waarde. Daarbij gaat het uiteraard om de marktwaarde, niet de boekhoudkundige waarde. 9 oktober 2016 Pagina 3 van 4 Wat de beoordeling van de houdperiode betreft wordt rekening gehouden met de periode die voorafgaat aan de datum van de inwerkingtreding van de nieuwe regeling. Alternatief: de waarde op datum van de inwerkingtreding van de nieuwe regeling wordt wetgevend bepaald als volgt: Werkelijke waarde: beurswaarde of intrinsieke waarde. De intrinsieke waarde is de boekwaarde aangepast door de herschatting naar werkelijke waarde van aangehouden onroerende goederen en deelnemingen per 31 december 2016, en aangevuld met een goodwill waarde gelijk aan 4 x de gemiddelde netto winst van de laatste 4 jaar om arbitraire vaststellingen van goodwill (en betwistingen daaromtrent) te vermijden. Procedure Waar mogelijk wordt de meerwaarde vastgesteld en bevrijdende roerende voorheffing geïnd door tussenpersonen die betrokken zijn bij de transactie die aanleiding geeft tot de belastbare meerwaarde, zoals financiële instellingen, beursvennootschappen, effectenhandelaars, bewaarders van effecten en notarissen. Eventuele (overgedragen) minderwaarden worden afgerekend via de belastingaangifte. Voor andere gevallen wordt teruggevallen op de verplichting om de belastbare meerwaarden aan te geven in de belastingaangifte. Wat in het buitenland doorgevoerde aandelentransacties betreft, wordt verwezen naar de nakende introductie van de “Common Reporting Standard” (OESO) die voorziet in automatische gegevensuitwisseling, ook over opbrengsten uit de verkoop van financiële activa, door financiële instellingen, effectenhandelaars en bewaarders van effecten. 3. Bestaandemeerwaardebelastingenopaandelenendaarvanafgeleideproducten
De bestaande aanmerkelijkbelangbelasting en speculatiebelasting gaan op in de nieuwe algemene meerwaardebelasting op aandelen en daarvan afgeleide producten en hebben geen afzonderlijke bestaansreden meer. 9 oktober 2016 Pagina 4 van 4 
Download