Eindex. Ned. VWO 2012

advertisement
MINISTERIE VAN ONDERWIJS
EN VOLKSONTWIKKELING
UNIFORM EINDEXAMEN VWO 2012
VAK :
DATUM:
TIJD
:
NEDERLANDS (SAMENVATTING)
VRIJDAG 15 JUNI 2012
07.45 UUR – 10.45 UUR
DEZE TAAK BESTAAT UIT 4 PAGINA’S.
Controleer zorgvuldig of alle pagina’s in de juiste volgorde voorkomen.
Neem in geval van een afwijking onmiddellijk contact op met een surveillant.
Toegestaan hulpmiddel: woordenboek.
Vat onderstaande tekst in eigen woorden samen in maximaal 425 woorden. Het inleveren van
kladwerk is niet toegestaan.
Vegetarisme voor geestelijke groei
Sam Janse
I
Volgens ons collectieve geheugen ligt de oorsprong van de vegetarische levenswijze in
het Oosten, in India. We zien jaïnistische1 monniken voor ons, die het pad vegen voor ze erop
lopen om geen dieren te doden, of Mahatma Gandhi, voor wie alle leven heilig was en het opeten
van een dier een ernstige schending van de eerste levenswet: 'Gij zult niet doden'.
II
Veel minder bekend is dat het vegetarisme ook in het brongebied van de westerse
beschaving zelf te vinden is, in de Klassieke Oudheid. Het zal een aangelegenheid van de
filosofische elite zijn geweest, maar heeft zijn sporen nagelaten. Niet bij de joodse en christelijke
schrijvers uit deze periode, maar bij de pagane ('heidense') auteurs, komen we een
indrukwekkende stoet van vegetariërs tegen: zoals Pythagoras, Empedocles, Plutarchus, Seneca,
Plotinus en Porphyrius.
III
Wat waren de motieven en argumenten voor het vegetarisme? Het eerste argument is de
zielsverhuizing. Deze gedachte was in de Oudheid wijdverbreid en vinden we onder meer bij
Plato. De geloofsvoorstellingen van de aanhangers van deze idee zijn verschillend, maar
gemeenschappelijk is dat de ziel zich na de dood van de mens kan verbinden aan een ander
lichaam. Die tweedeling van ziel en lichaam loopt als een rode draad door de Oudheid en zou via
het christendom ook nog lang in de westerse cultuur nawerken.
IV
Maar als de menselijke ziel na het overlijden op zoek is naar een lichaam ̶ van mens of
dier ̶ dan loop je gevaar om bij het slachten van een varken je broer of grootmoeder te treffen.
Dit idee, altijd goed voor een grap, wordt verteld van Pythagoras, die in het janken van een
geslagen hond een vriend meende te herkennen. De dichter en filosoof Xenofanes zal er
inderdaad de draak mee steken. Zielsverhuizing was een argument dat in de Oudheid wel
tegenspraak moest oproepen. Want stel dat de ziel van een mens inderdaad in een dier belandt en
Uniform eindexamen vwo 2012
Pagina 1 van 4
dus op een lager niveau komt, dan is het toch een weldaad als je het dier doodt en de mensenziel
weer opstijgt? Dus: slacht het varken en bevrijd de ziel van je grootvader.
V
Een ander argument vóór vegetarisme is dat vlees eten voor een mens niet natuurlijk is.
In de Oudheid is dit een beheersend ethisch beginsel. Hoe weet ik wat goed is? Als het volgens
de natuur is. Het is een principe dat in de rooms-katholieke ethiek nog steeds geldt en trouwens
ook ver daarbuiten, zoals in de nieuwe spiritualiteit. 'Volgens de natuur leven' was een bekend
adagium in de Oudheid en dat is het nog steeds.
VI
Als vlees eten natuurlijk is, zegt Plutarchus, doe het dan zoals leeuw en wolf: verscheur
een dier met je tanden. En eet het ongekookt. Maar ons gebit is daar ongeschikt voor; dat maakt
duidelijk hoe onnatuurlijk dit is. Wie luistert naar de stille hints van onze alwijze Moeder Natuur
leeft als vegetariër. Daarnaast gold vlees als schadelijk voor lichaam en ziel. Een atleet moet
wellicht vlees eten, maar de filosoof (en dat is toch de echte mens) benadeelt er zijn lichaam mee
en erger nog: zijn geest.
VII
Nu hadden vegetarische denkers vaak een wat problematische verhouding tot het
lichaam. Ik denk ook niet dat de zorg om een gezond lijf hen tot een vleesloos bestaan bracht.
Want wat is het sterfelijke lichaam waard in vergelijking met de onsterfelijke ziel?
VIII Voor Porphyrius, een fervent voorstander van het vegetarisme in de derde eeuw, is het
(onbereikbare) ideaal dat een mens helemaal geen voedsel meer zou hoeven te gebruiken, en zo
volledig los zou kunnen komen van het zinnelijke leven. Hij begint de levensbeschrijving van
zijn hooggeachte leermeester Plotinus met de opmerking dat deze zich schaamde dat hij in een
lichaam geboren was. Tegenwoordig zou de man naar een psycholoog gestuurd worden, maar in
die tijd was het een blijk van hoge geestelijke ontwikkeling. Deze Plotinus, ook vegetariër, zal
zich weinig om een gezonde leefwijze hebben bekommerd. Om een gezonde geest des te meer.
Wat is namelijk een gevolg van het eten van vlees? In de Oudheid was vleesconsumptie een luxe
die alleen de rijken zich regelmatig permitteerden. Ze hielden daarin niet altijd maat. Vleeseters
en wijndrinkers, zegt Plutarchus, zijn als vaten die goed gevuld zijn en daarom geen klank meer
voortbrengen. Het zijn 'buiken zonder oren'.
IX
Is er in de Oudheid ook mededogen met het dier zelf te vinden, gevoeligheid voor
dierenleed? Zeker. En niet alleen in de kringen der filosofen, ook bij de familie Doorsnee.
Plutarchus vertelt dat hij ergens gelezen heeft dat de Atheners een man die een ram levend gevild
had, bestraft hebben. Ook in de Oudheid was dierenleed niet vanzelfsprekend.
X
Voor Grieken is het altijd een interessante vraag: wie is ergens mee begonnen? Wie was
de eerste vegetariër? De eigenlijke vraag is: hoe kon de eerste dierenslachter en vleeseter bloed
zien stromen? Er zullen wel verzachtende omstandigheden zijn geweest, zegt Plutarchus mild. Er
was natuurlijk een hongersnood, en gedreven door hun lege maag vergrepen mensen zich aan
een dier. Dit is te begrijpen, maar dat billijkt niet dat wij, die royaal kunnen leven van de
vruchten van het veld, ook dieren slachten en eten. Zeker niet als dieren van tevoren voor ons
genoegen extra hebben moeten lijden. In één adem protesteert hij tegen pijnlijke slachtmethoden
en het verblinden van de ogen van kraanvogels en zwanen om ze daarna op te sluiten en vet te
mesten: de bio-industrie van de Oudheid.
XI
Een ander fundamenteel doch heikel punt kaartten de stoïsche filosofen (doorgaans geen
voorstanders van het vegetarisme) aan. Stel dat het dier recht op leven heeft, dan zou de mens
moeten kiezen: dit recht erkennen ten koste van zichzelf en van de hele mensheid (wilde dieren
waren een reële bedreiging) of voor zichzelf kiezen en het dier onrecht doen. Dit conflict losten
ze op door aan te nemen dat dieren geen recht op leven hebben. Dit debat is voor ons niet louter
theoretisch. Nu het ecosysteem in elkaar dreigt te storten, zijn we zeker bereid het recht op leven
van leeuw en tijger en ook van rund en varken te erkennen. Maar hoe kleiner de dieren worden,
hoe minder we dit recht laten gelden. Wie wil zijn huiselijk leven laten vergallen door een
Uniform eindexamen vwo 2012
Pagina 2 van 4
mierenkolonie? Wie doet afstand van antibiotica en zo van zijn leven, ter wille van die miljoenen
schadelijke micro-organismen die ons lijf bedreigen? Onze levensdrang wint het in zulke
situaties van een theoretisch beleden dierlijk recht op leven. Het is lastig als je het recht van het
dier als ethisch uitgangspunt neemt.
XII
De vraag naar de rechten van het dier was in de Oudheid meestal gekoppeld aan een
andere vraag: kan het dier denken, is het een redelijk wezen? Wie daar 'ja' op zei, erkende de
verwantschap met de mens. Wie het ontkende, beklemtoonde daarmee het verschil tussen beide.
'Pythagoreeërs' (zoals vegetariërs tot in de negentiende eeuw heetten) zagen de dieren als met
verstand begaafde wezens. Plutarchus noemde tal van intelligente dieren. Kijk naar de spinnen,
hoe ze hun webben weven. Mensen kunnen er iets van leren. De filosoof had een hond gezien,
alleen aan boord van een schip, die stenen in een pot met olie gooide om zo het peil van de
vloeistof hoger te krijgen. Vooral mieren en de manier waarop zij hun samenleving inrichten,
was intelligentie niet te ontzeggen.
XIII Vleesetende denkers, zoals de stoïsche filosofen, benadrukten juist het grote verschil
tussen mens en dier. Het dier heeft geen verstand en kan daarom ook geen overeenkomst
afsluiten met de mens en staat daarom ook niet in een rechtsverhouding met hem. Kortom: de
mens mag naar believen met hem handelen.
XIV De discussie over dierenwelzijn en vegetarisme ging grotendeels langs joden en
christenen heen. Dieren waren er om te offeren en te eten. Wel behartenswaardig is het vierde
gebod in het Oude Testament: op sabbat mogen, ja moeten ook de os en de ezel rusten. Een
dorsende os muilkorf je niet, want hij moet tijdens zijn werk kunnen eten. Het is de vraag of het
dan gaat om het belang van de dieren of van hun eigenaar. Niettemin zegt de Spreukendichter2
dat de rechtvaardige het leven van zijn beest kent. Diervriendelijkheid past de tsaddiek3.
XV
Het christendom heeft vanouds een dubbele verhouding tot het vegetarisme. Paulus, een
apostel van Jezus, schrijft dat een christen vlees mag eten. Dat raakt de discussie over een
vegetarische leefwijze niet, maar gaat over vlees dat aan de afgoden is gewijd. Intussen wordt het
wel gezegd. Dierenwelzijn ligt eigenlijk buiten de horizon van het Nieuwe Testament. Nu zullen
we deze geschriften niet als een handboek moeten bevragen, maar het blijft opvallend dat er
weinig over dieren in staat. Als Paulus de tekst over de dorsende os aanhaalt, zegt hij zelfs dat
dat figuurlijk, ('geestelijk') moet worden opgevat: de evangeliepredikers verdienen een materiële
vergoeding.
XVI Toch was er in de Oude Kerk een vegetarische stroming. Net als onder Griekse filosofen
stond niet het dierenwelzijn voorop, maar de eigen geestelijke groei. Ascese (onthouding) was
daarbij een beproefd hulpmiddel. Wijn, vlees en seksualiteit waren niet verboden, maar de
christiani perfecti, die hoger op de geestelijke ladder wilden, dienden zich ervan te onthouden.
XVII Hiëronymus is de welsprekendste vertegenwoordiger van dit standpunt. Volgens hem
aten mensen tot de zondvloed geen vlees. Pas daarna stond God het toe en wel vanwege de
onverbeterlijkheid van het menselijk geslacht. Het is een parallel met de pagane argumentatie
van Plutarchus. In de gouden oertijd waren de mensen vegetariërs. Hiëronymus beroept zich op
deze niet-christelijke getuigenissen. Gebruik van vlees en wijn was niet alleen verwant aan
seksueel genot, het eerste riep het laatste ook op, voor Hiëronymus voldoende reden om
vleesgebruik met argwaan te benaderen. Christenen waren immers de ware filosofen en hun
paste op deze punten onthouding. Het ascetische christendom sluit hier naadloos aan bij heidense
filosofische tradities in de Oudheid. De christelijke traditie kent dus een vegetarische traditie
zonder erg diervriendelijk te zijn; het afzien van vlees gebeurde met het oog op de spirituele
groei van de mens. Natuurlijk waren er uitzonderingen. Onze dierendag wijst niet voor niets naar
Franciscus van Assissi, de rooms-katholieke heilige die bekendstond om zijn liefde voor dieren
en de natuur.
Uniform eindexamen vwo 2012
Pagina 3 van 4
XVIII Maar het blijft opmerkelijk dat het een christelijk land was ̶ Groot-Brittannië, 1822 ̶ dat
de eerste wetten ter bescherming van dieren uitvaardigde, niet in de laatste plaats op aandrang
van de Britse protestanten. Het zou de eeuw worden van de rechten van de vrouw, de slaaf en het
dier. Niet zozeer vanuit het recht van slaaf, vrouw, of dier maar vanuit Gods barmhartigheid. Dat
is voor zowel christenen als joden en moslims het beslissende motief geweest. Niet zozeer de
rechten van het dier, maar de barmhartigheid van de God van Mozes, van Jezus, van Mohammed
was de inspiratiebron voor diervriendelijk gedrag.
XIX In de joodse traditie heeft afzien van vlees weinig aandacht gekregen. In de grote
'Encyclopaedia Judaica' zoek je tevergeefs naar het lemma Vegetarianism. Toch kent Israël een
sterke vegetarische stroming. Voor een orthodoxe jood is de vleesloze keuken ook een stuk
makkelijker dan de traditioneel-Joodse, waar vlees- en melkspijzen strikt gescheiden moeten
blijven.
XX
Voor moslims is het knap lastig om de onthouding van vlees in de bronteksten en de
traditie te verankeren. Elk jaar moet de moslim bij het Offerfeest een schaap slachten en dat
delen met buren en behoeftigen. Het is de herinnering aan het offer dat Ibrahim/Abraham bracht
en een verzekering dat God geen mensenoffers vraagt. Dat maakt het voor moslims
problematisch om zich absoluut van vlees te onthouden. Wel meldt de Koran dat Allah
compassie met alle dieren heeft en hetzelfde van mensen verwacht. Daardoor kon in 1995 in
Groot-Brittannië de Muslim Vegetarian/Vegan Society opgericht worden. Die leeft trouwens
meer in het Westen dan in de Arabische wereld.
XXI Compassie met dieren moet in de westerse wereld, behalve met de bijdrage van de
Oudheid, te maken hebben met de God van Israël. Hij spaarde volgens het boek van de profeet
Jona de stad Ninevé nadat de bewoners hun zonden beleden hadden. Dit deed God niet alleen uit
mededogen met de mensen, maar zeker ook met de dieren daar, getuige Zijn eigen woorden:
“Zou Ik dan Ninivé niet sparen, de grote stad, waarin meer dan honderdtwintigduizend mensen
zijn ( …) benevens veel vee?”
______________________________
Jaïnistisch: gericht op bevrijding van de ziel door ascese
Spreuken: boek uit de Bijbel
3
Tsaddiek: rechtvaardige
1
2
Uit: Trouw, 26 december 2011
Uniform eindexamen vwo 2012
Pagina 4 van 4
Download