De zoete wraak van een verguisd econoom De economische opvattingen van John Maynard Keynes maken weer opgang. In de Verenigde Staten, Europa en elders wordt teruggegrepen naar het beproefde recept van overheidsinvesteringen om de economische crisis terug te dringen. Dertig jaar lang werd Keynes verbannen naar de strafbank, maar zijn wraak is zoet. De financiële markten hebben zichzelf niet kunnen redden, de onzichtbare hand werd helemaal onzichtbaar, de staat als gids voor tewerkstelling en consumptie is onvermijdelijk terug. De invloedrijkste econoom van de 20ste eeuw maakt een opmerkelijke comeback aan het begin van de 21ste eeuw. De diepe financiële crisis heeft een hoop landen in een economische recessie geduwd. De klassieke theorie dat de markten zichzelf herstellen, werkt niet meer. Politici zoeken dan ook recepten om de pijn van het economische leed te verzachten. En die recepten werden in de jaren 30 van de vorige eeuw door een excentrieke Britse econoom al feilloos uitgeschreven. John Maynard Keynes (1883-1946) legde de basis van wat nu 'macro-economie' heet. In de diepe recessie van de jaren 30 vond hij dat het klassieke 'laissez faire, laissez aller'kapitalisme danig faalde en nodeloos armoede veroorzaakte. Hij koos voor een radicale omwenteling en stelde dat de overheid moest zorgen voor investeringen en dus tewerkstelling. Die overheidsuitgaven zouden dan leiden tot meer vertrouwen in de economie en meer inkomen om weer uit te geven. Op die manier werd de economische productie aangezwengeld, de economische groei hersteld en kwam het vertrouwen terug. Het recept van Keynes werd na veel aarzelen voor het eerst in de Verenigde Staten toegepast door de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt. Pas vanaf 1936 zou 'deficit spending' - een overheid die investeert zonder naar de oplopende schuld te kijken - een axioma worden. Na de Tweede Wereldoorlog zou het Keynesiaanse model de (westerse) wereld veroveren en standhouden tot 1979. Daarna moest het plaats ruimen voor het neoliberalisme, de variant op het liberalisme dat Keynes in de jaren 30 van de economische kaart had geveegd. Keynes was een typisch Brits product van de gegoede klasse. Zijn vader was een verdienstelijke professor economie en zijn moeder was actief in de kunstwereld. Hijzelf was briljant en studeerde met hoge cijfers af aan Eton College, waar hij alle mogelijke prijzen voor wiskunde wegkaapte. Keynes studeerde verder aan de universiteit van Cambridge: eerst wiskunde maar later ook economie. In zijn persoonlijke leven had hij complexen. Hij beschouwde zichzelf als 'lelijk' maar hij had vele vrienden. Zijn eerste relaties waren homoseksueel, maar later zou hij trouwen met Lydia Lopokova, een Russische ballerina. Hij kleedde zich als een klassieke dandy, met zijden ondergoed en grijze, op maat gemaakte pakken. Een briljante geest met een grote honger in het leven, met weinig taboes en een grote doortastendheid. Oorlogsschade Zijn open geest was misschien wel de aanzet voor Keynes' eerste belangrijke publicatie: 'The Economic Consequences of the Peace'. Het boek verscheen in 1919 en had vooral een politieke boodschap. Keynes hekelde daarin de hoge oorlogsschade die Duitsland aan de geallieerden moest betalen. Volgens hem werd de vrede bedreigd omdat men het Duitse volk opzettelijk verpauperde en dat dat tot het volgende conflict kon leiden. Dat was toen erg vooruitziend, maar minstens even omstreden. Hij kreeg later gelijk. Het boek werd een bestseller en verkocht 86.000 exemplaren tijdens het eerste jaar. De faam van Keynes was gevestigd, met een politiek boek. Keynes trok zich niet terug in het exclusieve kringetje van Bloomsbury, oud-studenten van Cambridge die een grote invloed uitoefenden op het cultureel-artistieke leven van Engeland. Hij meende dat hij politiek actief moest zijn, zij het dan via economische weg. Tijdens de Grote Depressie ontwikkelde hij, meer uit de praktijk dan in theorie, een eigen leer, die later het economische denken zou domineren. Na de crash van 1929 had Keynes veel geld verloren, maar hij won het even snel terug. Hij was een gewiekste belegger, die beleggen een sport vond, zelfs iets voor oplichters. Waartoe hij ook zichzelf rekende. Maar in de echte economie had Keynes een aparte visie, die pal indruiste tegen de dogma's van die tijd. Hij geloofde niet in de goudstandaard en de theorie van nulinflatie. Voor hem waren die enkel bedoeld om de betere bourgeoisie rijk te houden. Evenmin geloofde hij dat de markt altijd zichzelf zou herstellen. Tenminste, hij meende dat de prijs die daarvoor betaald moest worden erg hoog lag. Zonder ingrijpen van overheidswege zou een economische crisis volgens hem hoge werkloosheid, krimpende productie en verregaande armoede veroorzaken. Sociaal conservatief Keynes was geen marxist. Hij bezocht Rusland in de jaren 20 en was helemaal niet onder de indruk van de 'verwezenlijkingen' van Stalin, integendeel. Keynes kan men best nog omschrijven als een sociaal conservatief. Hij poogde het marktkapitalisme te behouden, maar wilde dat wel ongeremd corrigeren met overheidsingrijpen. Het langetermijndenken was niets voor hem. Hij vond dat de economie tijdig bijgestuurd moest worden. Zijn economische theorieën vormen dan ook geen groot, consequent geheel, ze zijn een zoektocht naar oplossingen die zich voordoen. 'De lange termijn is niet om de huidige problemen op te oplossen', stelde hij. 'Op lange termijn zijn we allemaal dood.' (In the long run we are all dead). Dat is het bekende citaat. Maar het gaat verder: 'Op de korte termijn leven we allemaal en geschiedenis bestaat uit kortetermijngebeurtenissen.' In zijn belangrijkste boek, 'The General Theory of Employment, Interest and Money', vatte hij zijn economische opvattingen samen. Het boek is niet altijd even verteerbaar, maar Keynes kon zijn ideeën wel aan de man brengen. Aan de bekende Britse auteur George Bernard Shaw schreef hij: 'Ik geloof dat ik een boek schrijf over de economische theorie dat erg revolutionair is, niet onmiddellijk, vermoed ik, maar wel voor de komende tien jaar, en dat het economische denken van de wereld zal veranderen...' Ook deze keer had Keynes gelijk. De Brit werd dan ook opgemerkt aan de overzijde van de Atlantische Oceaan. In 1933 solliciteerde hij openlijk als raadgever van president Franklin Roosevelt middels een open brief in The New York Times. De kernboodschap van de brief was heel eenvoudig: 'Spend, Mr. President, spend.' De boodschap bereikte Roosevelt maar moeizaam. Zeker, vanaf zijn aantreden zou Roosevelt infrastructuurwerken opzetten, boeren subsidiëren en andere instrumenten gebruiken om de economie te herstarten. Maar hij deed dat met de handrem op. Hij hield zijn begroting in de gaten en poogde toch steeds een evenwicht te bereiken, zoals de klassieke, liberale theorie dat voorschreef. In 1938, toen de crisis nog harder beet en de recessie maar niet wilde overwaaien, besloot Roosevelt toch maar de ideeën van de Britse 'wiskundige' over te nemen. Roosevelt vatte het programma samen door te stellen dat 'we consumenten- vraag missen door gebrek aan koopkracht' en dat de regering zou zorgen voor 'een economische heropleving' door 'koopkracht te geven aan de natie'. Op dat moment had Roosevelt eigenlijk geen andere keus meer. Maar toch, het Keynesmedicijn werkte onvoorstelbaar snel. De Amerikaanse productie verdubbelde in de periode 1939-1944 en de werkloosheid viel terug van 17 procent tot 1 procent. Uiteraard speelde de Tweede Wereldoorlog hier een belangrijke rol. Nooit tevoren was een economische theorie zo diepgaand op de proef gesteld en - uiteraard geholpen door de omstandigheden - bleken de voorspelling nog uit te komen ook. De Amerikaanse overheid vestigde zich als een belangrijke economische speler en ondersteunde zo de groei. Achteraf bekeken zijn de jaren 50 en 60, toen de VS onbeschaamd het keynesianisme volgden, de gouden jaren gebleken. Het is nu moeilijk voor te stellen, maar toen was de staat de manager van de economie, en de president was zo'n beetje de gedelegeerd bestuurder. Het model verspreidde zich snel over grote delen van de wereld. Wereldmunt Keynes werkte ook mee aan de akkoorden van Bretton Woods, die het financieel systeem moesten stabiliseren. Hij had ook daarvoor verregaande vernieuwende ideeën, onder meer met de creatie van een wereldmunt en instituten die de wereldhandel zouden reguleren. Op die manier zouden grote handelstekorten of -overschotten voorkomen moeten worden. Zijn revolutionaire visie haalde het niet, het werd een Amerikaans compromis, met de oprichting van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Die twee instituten zouden de harmonie in de wereld echter niet bevorderen, maar eerder de ontwikkelingslanden nog dieper in de schulden duwen. Eind jaren 70 verloor Keynes alle aantrekkingskracht. De neoliberale scholen haalden de overhand. De Oostenrijkse school van Friedrich von Hayek en de Chicagoboys van Milton Friedman zouden het economische denken gaan domineren. Het model van Keynes was toen al afgegleden in torenhoge schuldenlasten en de overheid had bureaucratische monsters gecreëerd. De nieuwe trend luidde dan ook minder overheid, minder lasten en een strikt monetair beleid. Het oude idee dat de markten zichzelf wel zouden reguleren en herstellen was helemaal terug. Overheidsingrijpen werd een scheldwoord, het stond haast gelijk met communisme. Econoom van het jaar Tot de fatale dagen in september van dit jaar toen de financiële wereld uit elkaar spatte en daarmee ook de reële economie sterk aangevreten werd. Het receptenboekje van de neoliberalen bleek leeg en net als 80 jaar geleden grepen de staten weer in. De Verenigde Staten maar ook de Europese landen pompten eerst massaal geld in de financiële instellingen en nadien ook in de bedrijfswereld. Keynes is helemaal terug. Of Keynes volledig akkoord zou gaan met de huidige wereldleiders is een andere vraag. Hij was intellectueel ongebonden en kende nauwelijks regels. Hij had weinig van doen met starre opvattingen maar keek naar mogelijke oplossingen. In die zin zou hij levend meer waard zijn dan zijn nagelaten geschriften. Maar de excentrieke Brit staat er onmiskenbaar weer, en hij mag met recht en reden de titel van econoom van dit jaar opeisen. Jean VANEMPTEN 13/12/2008 De Tijd