Verslag Congres Kindervoeding 2

advertisement
Verslag Congres Kindervoeding 2.0
Trends voor JGZ-professionals
Op 24 januari kwamen professionals uit de jeugdgezondheidszorg (JGZ), zoals jeugdartsen- en
verpleegkundigen en diëtisten, naar Media Plaza in Utrecht voor het congres Kindervoeding 2.0.
Alleen inhoudelijke kennis is niet genoeg om ouders en kinderen goed voor te lichten over
gezonde voedselkeuze. Weten op welke manier je je doelgroep bereikt, is tenminste net zo
belangrijk. Daarom ging het niet alleen over de laatste inzichten en richtlijnen voor
voedingsadvisering, maar ook over social media. Hoe kun je Twitter, Facebook en andere social
media inzetten voor krachtige communicatie met ouders van jonge kinderen? Uit de grote
opkomst, ruim honderd professionals, bleek dat de animo voor deze thema’s groot is.
Felix Cohen, directeur van het Voedingscentrum, opende het congres met een heldere boodschap:
“Kinderen staan bij het Voedingscentrum bovenaan. Achteraf je gewoontes veranderen is heel
moeilijk, daarom is jong aanleren ongelooflijk belangrijk.” Hij benadrukte dat JGZ-professionals
daarbij een essentiële schakel zijn.
Trending Topics
Astrid Postma-Smeets, kennisspecialist van Het Voedingscentrum, besprak tijdens het congres de
vakinhoudelijke ‘trending topics’:

de nieuwe adviezen over vitamine-D

het onderzoek naar schuldgevoelens na het vroegtijdig stoppen met borstvoeding

het introduceren van ‘oefenhapjes’ voor baby’s tussen 4 en 6 maanden

het onderzoek naar energiedrankjes bij jongeren
Het Voedingscentrum ontwikkelt middelen voor professionals om dit soort nieuwe onderwerpen en
basisinformatie over gezonde voeding voor jonge kinderen bij ouders onder de aandacht te
brengen, zoals:

de Gewichtsverloopkaart. Een hulpmiddel om met ouders over overgewicht bij kinderen te
praten

Eetplezier en Beweegkriebels. Een workshop over eten en bewegen met kinderen van 0-4
jaar

Gezonde Start Scholing voor (toekomstige) medewerkers in de kinderopvang
ABCD-studie: risicogroepen voor overgewicht
Manon van Eijsden van de GGD Amsterdam vertelde over de grote verschillen in
overgewichtscijfers tussen verschillende etnische groepen.
1/9
Ook de sociaal-economische klasse is van invloed. Zo hebben kinderen met laag opgeleide ouders
meer dan twee keer zo vaak overgewicht. Kinderen uit risicogroepen hebben ook vaker een hoge
bloeddruk en een ongunstige bloedsuikerspiegel. Dit blijkt uit de ABCD-studie van de GGD. Dit is
een langlopend onderzoek, waarbij de voedingsstatus van moeder en kind wordt bekeken in relatie
met gezondheid, gedrag en cognitieve ontwikkeling. Het blijkt dat het geven van borstvoeding het
risico op overgewicht verlaagt.
Een hoge BMI bij de moeder, vergroot de kans op overgewicht bij het kind. Naast het begeleiden
van jonge ouders bij de eigen leefstijl en het stimuleren van het geven van borstvoeding, is het
volgens van Eijsden ook van belang om ouders meer inzicht te geven in hoe je overgewicht
herkent. Uit het onderzoek blijkt dat 86% van de moeders het niet ziet als een kind te zwaar is. Bij
kinderen die veel te zwaar (obees) zijn is dat 53%.
Klik hier om de presentatie met alle cijfers te downloaden (ppt)
2/9
Social Media – Food for thought
Hoe zorg je dat je ouders versterkt bij een gezonde opvoeding? Social media kunnen daarbij een
belangrijke rol spelen. Tijdens het tweede deel van het congres, vertelde Peter Mohnen in
vogelvlucht over de mogelijkheden die er zijn. Hij is creatief directeur van Schepnet, het bureau dat
voor het Voedingscentrum een app ontwikkelde voor Hyves en Facebook: Mijn Babyboek.
Social media is een containerbegrip, waar veel onder valt. Van zogenaamde microblogs als Twitter
tot netwerken als LinkedIn en Facebook, tot platforms als YouTube, waar je filmpjes deelt.
Gezamenlijke kenmerken van dit soort media zijn:

User generated content (gebruikers kunnen inhoud toevoegen)

24 uur per dag toegankelijk

Interactief

Persoonlijk
Jonge ouders zijn digital natives
De aankomende generatie jonge ouders behoort tot de generatie Y of de zogenaamde ‘digital
natives’. Zij zijn opgegroeid met internet. Bij een vraag over borstvoeding zullen zij bijvoorbeeld
eerder Google raadplegen dan het consultatiebureau. Op social media vertrouwen zij vooral op wat
hun vrienden zeggen. Een JGZ-instelling of –professional kan een betrouwbare online autoriteit
worden, vooral als deze authentiek overkomt op de volgers of vrienden. Voeding en gezondheid
zijn hot topics en ouders weten soms niet meer wat feiten en fabels zijn. “We mogen ons best wat
meer mengen in de online discussies en tegenover ondeskundigheid onze deskundigheid
inzetten.”, zo zei iemand in de zaal.
Voordelen van social media
JGZ-professionals zullen in de praktijk vooral gebruik maken van Facebook en Twitter. Onder de
deelnemers waren er nog een aantal met koudwatervrees. Zij zijn bang voor publieke, negatieve
reacties. Of ze denken dat het te veel tijd kost. Volgens Mohnen kan een goede online
aanwezigheid juist veel opleveren:

Je kunt laagdrempelig contact leggen en onderhouden met je klanten.

Je kunt een belangrijke informatiebron voor je klanten worden.

Je hebt een geschikt kanaal voor het uitwisselen van nieuws, ideeën en of initiatieven.

Je kunt social media gebruiken om samen te werken en voor co-creatie. Bijvoorbeeld door
ouders mee te laten denken over een nieuwe naam of een onderwerp voor een workshop.
3/9

Je kunt snel en eenvoudig inspelen op actuele ontwikkelingen.

Je kunt een reputatie opbouwen.
Enthousiaste volgers kunnen vervolgens ook belangrijke ambassadeurs worden voor jouw
organisatie. 50% van de mensen op social media plaatst wel eens iets over een organisatie,
product of dienst. In slechts 10% van de gevallen is dit negatief.
Strategie bepalen in 5 stappen
Deze 5 stappen van Schepnet helpen om een snel een strategie te bepalen.
1. Welke behoefte vervult je organisatie? Wat maakt je uniek?
Dit is een sleutel naar het soort informatie dat je kunt delen en de manier waarop je klanten
kunt binden. Wat zijn bijvoorbeeld veelgestelde vragen in de spreekkamer? Wat zijn eyeopeners voor je klanten? Deel ze!
2. Wat is je doelgroep?
Omschrijf de doelgroep door zogenaamde persona’s uit te werken. Is het een man of een
vrouw? Hoe oud is diegene? Wat is het beroep? Waar woont hij of zij? Wat is het
opleidingsniveau? Zo’n persona is de ijkfiguur waaraan je ook kunt denken als je de
spelregels en tone-of-voice bepaalt. Het is slim om regelmatig aan deze persona’s te
denken voor je een tweet of Facebook-update plaatst.
3. Wat is het doel dat je wilt bereiken?
Wat moeten je online volgers meekrijgen? Wil je ze informeren of ook aanzetten tot actie?
Bijvoorbeeld een afspraak maken voor een consult? Als je weet wat je wilt, kun je ook
gemakkelijker het geschikte kanaal kiezen. Denk daarbij ook aan de persona's.
4. Wat zijn goede voorbeelden?
Ken je goede voorbeelden van organisaties of personen die al op een goede manier
communiceren met jouw doelgroep en/of over jouw onderwerpen? Hoe zou je voor die
organisaties vraag 1 tot 3 beantwoorden? En wat betekent dat voor jouw strategie?
5. Hoe voeg je waarde toe?
Wat voor soort inhoud en interactie voegt voor jouw doelgroep waarde toe?
Onderaan dit verslag staan nog een aantal links naar sites waar je meer informatie vindt over
starten met Facebook of Twitter.
Best practice: Jong Florence in Den Haag
Jong Florence is een instelling voor jeugdgezondheidszorg van kinderen van 0-4 jaar, zodat zij
gezond opgroeien en zich goed ontwikkelen. Wij richten ons daarnaast op vroegsignalering en
preventie. Het versterken van de eigen kracht van ouders is daarbij een van de spreerpunten.
4/9
Naast de regulieren consulten, inloopspreekuren en bijvoorbeeld de Informatielijn bereiken wij
ouders via Facebook en Twitter. Social media zijn daarbij hele geschikte tools, omdat je ouders
met tips en korte contacten op weg kunt helpen bij vragen over opvoeding, gezondheid en voeding
merken wij in de praktijk. Staffunctionaris Astrid van Lieshout gaf tijdens het congres een
presentatie en workshop over de positieve ervaring met Twitter en Facebook. Kijk dit filmpje voor
een snelle introductie van dit praktijkverhaal
Grote klantenkring:98% van de ouders bezoekt het consultatiebureau
98% van de Haagse ouders bezoekt een of meerdere keren een consultatiebureau van Jong
Florence. Het gaat om zo’n 28.000 kinderen en in 120.000 contactmomenten. De organisatie heeft
voor communicatie geen gespecialiseerde beroepskrachten in dienst, maar medewerkers doen dit
zelf. Dat betekent ook dat zij zelf de Twitter- en Facebookaccount onderhouden. Er zijn vooraf een
paar spelregels geformuleerd (zoals positief blijven) en vervolgens was het volgens Van Lieshout
een kwestie van ‘gewoon beginnen’.
8 tips van Jong Florence
1. Houd altijd de doelgroep in gedachten
Jong Florence plaatst nooit berichten over beleid. Ook gebruiken de medewerkers geen jargon en
sluiten ze aan bij de leefwereld van jonge gezinnen.
2. Zorg dat de directie enthousiast is
Bij Jong Florence twittert de directeur mee. Zij is enthousiast over social media en heeft vertrouwen
in de medewerkers die berichtjes plaatsen en reageren op klanten.
3. Maak social media onderdeel van het werk
Twitteren en Facebooken doe je tussen de bedrijven door. Het hoeft niet veel tijd te kosten en kan
ook even thuis. Dat past bij Het Nieuwe Werken.
4. Zorg voor een goede interactie
“Als je een berichtje op Twitter zet, dan moet je ook tijd en ruimte hebben om dat op te volgen. Als
je op zaterdag even rustig op de bank wilde gaan zitten, kun je dus beter niets posten over slapen
of borstvoeding, want dan weet je zeker dat ouders reageren.”, aldus Van Lieshout. Bij Jong
Florence is de medewerker die een berichtje post, ook verantwoordelijk voor de opvolging.
5. Start met tips over opvoeding en gezond eten
Jong Florence startte ‘veilig’, met korte tips uit het Groeiboekje. Na een tijdje voelden de
medewerkers zich vrijer om meer eigen berichten te bedenken; om berichten van derden door te
plaatsen en om te reageren.
6. Begin een Twitterspreekuur
Jong Florence werd door het tijdschrift Ouders van Nu uitgenodigd een twitterspreekuur te
organiseren. Tijdens een Twitterspreekuur is een jeugdarts of andere professional aanwezig om
ook de meer specialistische vragen te beantwoorden. Van Lieshout: “Het heeft een positief effect
op ons imago bij ouders, maar medewerkers komen hierdoor ook beter met elkaar in contact en
5/9
raken enthousiast voor het gebruik van social media. We bespreken hoe we zullen reageren. Dat is
echt heel leuk om samen te doen.”
7. Benut de kennis van anderen
Astrid van Lieshout checkt dagelijks sites als www.voedingscentrum.nl, www.rivm.nl, www.nu.nl en
www.cjg.nl. Ook volgt Jong Florence jonge ouders, tijdschriften en anderen ter inspiratie.
8. Zoek naar herkenbare, actuele situaties
Jong Florence wil berichtjes posten over herkenbare opvoedsituaties, bijvoorbeeld de driftige
peuter op de vloer in de supermarkt. De medewerkers houden hiervoor hun zintuigen op scherp.
Vaak kun je dan ook inhaken op de actualiteit. Denk aan snoepen rond Sinterklaastijd of tips om
lekker buiten te spelen voor de zomervakantie.
Inspiratie: Jong Florence op social media
www.facebook.com/jongflorence
www.twitter.com/jongflorence
http://www.youtube.com/jongflorence
3 tips om volgers te krijgen
1. Gebruik je normale communicatiemiddelen
Vertel tijdens een consult over de activiteiten op Twitter of Facebook. Zet de accountnamen in
je emailhandtekening, op je briefpapier, visitekaartjes, in de folder et cetera. Vertel daarbij liefst
ook wat het de volger oplevert: “Volg me op Twitter voor lekkere recepten en handige
opvoedtips.”
2. Volg anderen en reageer
Kijk wie op jouw terrein of in jouw doelgroep leuk en/of belangrijk zijn en volg die personen en
organisaties. Door te reageren of berichten van anderen door te plaatsen, ontdekt een steeds
grotere groep mensen ook jouw pagina of account.
3. Zorg dat je relevante berichten plaatst
Idealiter voegen je tweets of Facebookberichten iets toe aan wat er al gezegd is. Geef je mening bij
een onderzoek. Verzin een korte tip naar aanleiding van een nieuwsbericht over bijvoorbeeld de
eetopvoeding. Zo laat je zien wat de toegevoegde waarde van jou en/of je organisatie is. Je kunt
op Twitter gebruik maken van hashtags om in te haken op wat leeft bij jouw doelgroep.
6/9
Links
Storify-verslag van het congres
De presentaties van het congres
Informatie en materialen voor professionals van het Voedingscentrum
Twitterwoordenboek
Online cursus Twitter voor beginners
Vijf tips om een professionele Facebookpagina te starten
Tools om het effect van social media te meten
Voedingscentrum op Twitter
@voedingscentrum: nieuws voor consumenten en professionals
@bwielen: tips over social media en internet
@stephandenhaag: deelt interessante onderzoeken en nieuws over voeding en gezondheid.
7/9
De foto’s
8/9
9/9
Download