Naam

advertisement
Naam: ………………………………………………………………………………
Algemene vragen Het bos
1. Hoe kun je het meest van een bos genieten?
2. Zie je een samenhang tussen de verschillende onderdelen van het bos?
3. Zoek op wat de woorden ecologisch en biologisch betekenen.
Planten
4. Waardoor zijn de verschillende lagen in het bos ontstaan?
5. Noem een paar voorbeelden uit elke laag.
6. Wat is de taak van de paddestoelen en andere schimmels in het bos?
Dieren
7. Welke grote dieren tref je soms nog aan in onze bossen?
8. Kleine dieren kunnen zich moeilijk verdedigen. Hoe beschermen ze zich tegen hun
vijanden?
9. Welke insecten leven in een streng georganiseerde staat?
Vragen over Dieren
Spinnen
10. Insecten hebben zes poten. Spinnen zijn geen insecten, want….?
11. Waarvoor gebruikt een spin zijn spinrag?
12. Hoe kunnen kleine spinnetjes zich over grote afstanden verspreiden?
Herten
13. Waarom kauwt een hert zijn voedsel pas later?
14. Kun je ergens aan zien hoe oud een hert is?
Everzwijnen
15. Hoe heet het mannetje van het everzwijn en waaraan kun je hem herkennen?
16. Wat eet het everzwijn?
Vos
17. Hoe zou je iemand uitleggen hoe een vos er uit ziet?
18. Wat eet de vos en hoe komt hij er aan?
19. Waarom jaagt de vos tegen de wind in?
Eekhoorn
20. Het meest opvallende aan de eekhoorn is zijn pluimstaart. Waarvoor heeft hij die
nodig?
21. Kun je de zweefsprong beschrijven?
22. De eekhoorn houdt een winterslaap en dan eet hij af en toe van zijn voorraad.
Noem een paar vruchten
die hij in kuiltjes verzameld heeft.
Haas
23. Wat zijn lepels, lopers en haken en wat betekent lavei?
24. Waarom zijn jonge haasjes niet zo hulpbehoevens als jonge konijntjes?
Muizen
25. Hoe houden muizenmoeders contact met hun afgedwaalde jongen?
26. Welke dieren zijn een gevaar voor muizen?
Egel
27. Hoe beschermt het kleine egeltje zich tegen zijn grote boze vijanden?
28. Zoek zelf op waar egeltjes van leven.
29. Hoe vrijen egeltjes?
Slakken
30. Waarom heeft een slak een huisje?
31. Bij welk weer kun je de slakken het gemakkelijkst vinden?
Bosmieren
32. Mieren leven in een streng georganiseerde groep. Hoe zijn de taken verdeeld?
33. Waarover staan de mieren op de mierenpaadjes te 'kletsen'?
34. Van mieren kun je erge jeuk krijgen. Wat is er dan gebreurd?
Bijen
35. Hoe en waarmee bouwen de bijen hun woning?
36. De bij neemt niet alleen honing mee als hij van bloem naar bloem vliegt. Wat nog
meer?
37. Wat doen de werkbijen nog meer behalve voedsel zoeken?
Wespen
38. Hoe begint een wespenkoningin een nieuwe wespenstaat?
39. Hoe ziet een wespennest er uit?
40. Wat krijgen jonge wespen te eten?
Specht
41. Waaraan kun je zien of een gat in de boom het nest is van een bonte of van een
groene specht?
42. De specht eet insecten en zaden. Hoe doet hij dat?
43. Hoe trekt de specht in het voorjaar de aandacht van de vrouwtjes?
Boomklever
44. Waaraan heeft deze vogel zijn naam te danken?
45. Hoe breekt hij eikels en hazelnoten open?
Nachtegaal
46. Waar is de nachtegaal om bekend?
47. De nachtegaal is een trekvogel. Wat betekent dat?
Merel
48. Waar kun je een merel aan herkennen?
49. Wat is zijn lievelingsplek?
Koekoek
50. Leg uit wat het woord 'koekoeksjong' betekent.
51. Wat roept de koekoek als hij stil zit en als hij vliegt?
Roodborstje
52. Beschrijf het uiterlijk van het roodborstje?
53. Kun je ook iets zeggen over zijn 'karakter'?
Winterkoninkje
54. Wat zoekt het winterkoninkje langs heggen en kreupelhout?
55. Hoe ziet zijn nest er uit en wie heeft het gebouwd?
Ekster
56. Wat is het meest opvallende uiterlijke kenmerk van de ekster?
57. Waar bouwt hij bij voorkeur zijn nest?
58. Wat eet de ekster?
Uilen
59. Uilen zijn nachtvogels. Wat betekent dat?
60. Waarom staan bij de uil de ogen niet aan de zijkant van de kop, maar meer naar
voren gericht?
61. Wat is een uilenbal?
Vlinders
62. Wat doet de vlinder met zijn lange tong?
63. Noem vier belangrijke fases in het leven van een vlinder.
64. Waarom hebben dagvlinders zulke opvallende kleurpatronen?
Vragen over Planten
Pijnboom
65. Naaldbomen hebben naalden in plaats van bladeren. Hoe staan de naalden bij
een pijnboom?
66. Wat is de functie van het hars?
67. Wat doen de kegeltjes?
Lariks
68. Hoe staan de naalden bij een lariks?
69. Hoe herken je de mannelijke en vrouwelijke bloempjes?
70. Hoedt de lariks van zon of van schaduw?
Spar
71. Waaraan kun je de 'kerstboom' herkennen?
72. Wat kun je vertellen over de 'zwavelregen'?
Eik
73. Waarom vind je onder eiken veel bodemplanten en heesters?
74. Teken een eikenbled.
75. Wie woont er in een galappel?
76. Hoe heten de vruchten van de eik?
Beuk
77. Waaraan kun je een beuk 's winters herkennen?
78. Heeft een beukenbos veel of weinig kreupelhout?
Els
79. De els behoort tot de windbloemen. Wat betekent dit?
80. Wat zit er aan een bloeiende elzentak?
Bosbraam
81. Hoe worden de zaden van de braam verspreid?
82. Kun je met je eigen woorden de vruchten van de braam beschrijven?
83. Heb je wel eens grote hoeveelheden bramen geplukt? Wat heb je er mee
gedaan?
Meidoorn
84. Welke kleur hebben de bloemen van de meidoorn? En de bessen?
85. Waarom nestelen de vogels graag in de meidoorn?
Lijsterbes
86. Wat betekent: De lijsterbes heeft samengestelde bladeren?
87. Hoe komt de lijsterbes aan zijn naam?
Kamperfoelie
88. Waarom wordt de kamperfoelie hoofdzakelijk bezocht door pijlstaarten?
89. De kamperfoelie slingert zich om de stammetjes van andere heesters. Hebben
die daar last van?
Salomonszegel
90. Waaraan dankt deze bloem zijn naam?
91. Kun je de zwarte bessen van de salomonszegel eten?
Klaverzuring
92. Waarom heet dit plantje klaver en waarom zuring?
93. Waaom en wanneer neemt de klaverzuring de slaapstand aan?
Bosviooltje
94. Waarom kan het viooltje al in maart bloeien?
95. Wie verspreiden het zaad van de viooltjes?
Speenkruid
96. Wat is het verschil tussen de bloemen van de boterbloem en het speenkruid?
97. Waarvoor zorgen de okselknolletjes?
Mossen
98. Noem enkele veel voorkomende soorten mos.
99. Wat is het verschil tussen mossen en planten?
100. Hoe planten mossen zich voort?
Varens
101. Waar zijn varens meestal te vinden en waarom?
102. Wat zijn sporenhoopjes?
103. Hoe ziet een varen er uit in het voorjaar?
Schimmels
104. Wie waren er het eerst: de schimmels of de planten?
105. Noem enkele verschillen tussen schimmels en planten.
106. Wat hebben schimmels voor nut?
Paddestoelen
107. Hoe ontwikkelt zich een paddestoel uit een spore?
108. Wat is de taak van schimmels en paddestoelen in het bos?
109. Vertel met je eigen woorden wat een zwamvlok is.
110. Hoe ontstaat een 'heksenkring'?
111. Teken het verschil tussen plaatjeszwammen, buisjeszwammewn en
stuifzwammen.
Download