commitment

advertisement
Visie
‘commitment
aan de top nodig voor
risicomanagement’
Recent werd de aanpak op het gebied van risicomanagement door
de gemeente Arnhem in een onderzoek naar 100.000+ gemeenten
bestempeld als best practice. De gemeente heeft de afgelopen jaren zijn aanpak van risicomanagement radicaal veranderd. Het is onderdeel geworden van zowel het dagelijks beleid als van de cultuur
van de organisatie. Van hoog tot laag zijn mensen van de noodzaak
van praktisch risicomanagement doordrongen. Belangrijk is: ‘een
proactieve aanpak, goed communiceren met stakeholders, bestaande kennis en menskracht bundelen en verantwoordelijkheid alleen
neerleggen waar ze hoort’, vertelt controller Jan-Henk Janssen.
8
november 2011
008-011_TC11_ART02 8
TIJDSCHRIFT CONTROLLING
TIJDSCHRIFT CONTROLLING
november 2011
20-10-2011 14:22:55
Tekst: Martijn Kregting Foto’s: De Beeldredaktie/Moniek Polak
Het geheim van Arnhem
D
e aanleiding voor de gemeente Arnhem om het
beleid op het gebied van risicomanagement om
te gooien was een incident tijdens een groot
project in de periode dat de financiële crisis
goed was losgebarsten. Er ontstond een groot tekort, waarbij de gemeente het bijkomende probleem had van een relatief kleine algemene reserve. De impact van het tekort
op de reserve zou groot kunnen zijn, maar dat kon echter
niet transparant in kaart gebracht worden.
Het tekort bracht twee
vragen naar boven, vertelt controller Jan-Henk
Janssen. ‘Allereerst of we
voldoende aan project-risicomanagement deden.
Ten tweede zou dit tekort een groot deel van
onze vrije reserve opsouperen. Dat maakte het heel belangrijk om te weten of onze
vrije reserve nog voldoende was in relatie tot andere potentiële risico’s die we liepen.’
co’s voor het imago van je stad en de bestuurders. Dat
hebben we allemaal meegenomen in het traject om ons
gefragmenteerde ad hoc beleid om te vormen tot structureel, praktisch en integraal risicomanagement.’
Foutencultuur
Jan-Henk Janssen benadrukt dat voorheen bij de gemeente ook al veel risico’s vanuit de organisatie gemeld werden. Daar lag echter een soort foutencultuur aan ten grondslag: de angst om
mogelijke risico’s te laat
te melden en waardoor
iets verweten zou kunnen worden. ‘Op zich is
dat niet erg als het eindresultaat is dat je grip
op risico’s hebt. Maar in
de praktijk gebeurde het
erg vaak dat mogelijke tekorten in het budget al vroeg gemeld werden om op die manier meer budget te krijgen,
bijvoorbeeld door het treffen van een voorziening. Risico’s
melden werd zo een doel op zich.’
Veel meldingen betroffen een verschil tussen het ambitieniveau van de betrokken partijen bij een project en het beschikbare budget, stelt Janssen. Aangezien dit betekende
dat er vooraf al inzicht werd verschaft in de risico’s die bij
een project hoorde, was er sprake van ad hoc risicomanagement. ‘De discipline was al redelijk aanwezig. Maar er was
geen structuur, geen borging. Bovendien ging het alleen om
financiële effecten. Er was geen inzicht in risico’s op bestuurlijk gebied bijvoorbeeld, juridisch of voor het imago
van gemeente en bestuur. Doordat een standaard aanpak
ontbrak, was het sturen op risico’s en ­mogelijke gevolgen
niet mogelijk. En die systematische, brede aanpak van risicomanagement was nu juist waar we naar toe wilden.’
‘Succesverhalen helpen
het benodigde vertrouwen te
scheppen’
Tweesporenbeleid
De antwoorden op beide vragen waren zodanig, dat volgens
Jan-Henk Janssen het besef doordrong dat er een duidelijk
beleid op het gebied van risicomanagement gedefinieerd
moest worden. Het resultaat was een tweesporenbeleid om
zowel project- als algemeen risicomanagement te definiëren en in te voeren. Daarbij hanteerden de betrokken controllers vanaf het begin de ­methode om alle stakeholders
actief bij het traject te betrekken, zodat er sprake zou zijn
van een praktisch risicomanagement dat door alle verantwoordelijke partijen – van B&W tot en met medewerkers –
gedragen werd.
‘Natuurlijk vormen projecten de grootste financiële risico’s. Maar we zijn bewust gaan verbreden buiten project­
risico’s en buiten financiële risico’s om. Je loopt niet ­alleen
een risico bij een project en die risico’s zijn niet alleen van
financiële aard. Het gaat ook om risico’s voor de leefbaarheid van je stad, bijvoorbeeld als er een stuk grond onbebouwd blijft liggen doordat een project niet doorgaat, risi-
Twee sporen
•• Opbouwen van expertise om het managen van (potentiële)
risico’s te verbeteren, met name projectrisico’s.
•• Gemeentebreed beheer van risico’s, een betere inzage ­vooraf
van wat risico’s van een besluit of project zijn. Duidelijkheid
over of risico’s in balans zijn met het vrije of weerstandsvermogen van de gemeente.
november 2011
008-011_TC11_ART02 9
TIJDSCHRIFT CONTROLLING
Systematische, brede aanpak
Met het tweesporenbeleid in het achterhoofd, werden er
twee trajecten uitgezet om tot de gewenste systematische,
brede aanpak te komen:
1.beleid en bijpassende structuur op het gebied van risicomanagement gemeentebreed. Op basis van het risicomanagementsysteem naris van het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement worden alle gemeten en
potentiële risico’s ingevoerd, zodat van elk project vooraf een risico-analyse gemaakt kan worden;
2.een beleid en bijpassende structuur op het gebied van
project-risicomanagement. Doel is voornamelijk om de
financiële gevolgen te kunnen meten in termen van kansen en effecten. Hiervoor heeft de gemeente zelf een
TIJDSCHRIFT CONTROLLING
november 2011
9
20-10-2011 14:22:55
Visie
r­ isicoscan ontwikkeld en is er een aparte auditer vrijgemaakt die zich als een soort spin in het web bezighoudt
risicomanagement in de praktijk. Via de eigen risico­scan
wordt overigens ook weer informatie vastgelegd via het
naris-systeem, zodat alle data over risico’s ergens binnen de gemeente overzichtelijk en toegankelijk vastgelegd worden.
Politiek commitment
Elke vorm van goed ingebed risicomanagement, begint
volgens Janssen met een duidelijk politiek commitment
aan de top. Natuurlijk moet risicomanagement gedragen
worden door de hele organisatie, maar in eerste instantie
moet het bestuur geloven in het nut en de noodzaak. ‘De
verantwoordelijk wethouder was er gelukkig van overtuigd
dat we hiermee aan de slag moesten. Toen dat draagvlak
er was, zijn we de organisatie in gegaan om teams van
mensen te formeren – directeuren, controllers, afdelingshoofden – die voor hun disciplines risicomanagement
vorm en inhoud moesten geven.’
Met deze teams moest het draagvlak in de hele organisatie worden gecreëerd. Een complex traject, benadrukt Janssen. ‘Men staat niet altijd positief tegenover verandering.
We hebben intern veel workshops gegeven, zijn met teams
in de organisatie de boer opgegaan om tekst en uitleg te
geven over wat de plannen waren, het verhaal keer op keer
verteld over het waarom van deze aanpak. Communicatie
is cruciaal, maar niet met dikke rapporten. Dat moet je
doen via mensen in de organisatie die er enthousiast over
zijn en er goed over kunnen vertellen, het liefst met slechts
een paar slides.’
Het veldwerk werd geholpen doordat de auditer snel met
succesverhalen kon komen, waarmee projectverantwoordelijken vooraf goed inzicht kregen in wat er aan risico’s
en kansen waren. Er waren namelijk na het incident nog
genoeg andere projecten waarvan de risico’s en dus gevolgen bij fouten niet transparant waren. ‘Dat geeft risicomanagement handen en voeten. Daarbij werden we geholpen
doordat we onze eigen risicoanalyses konden toetsen aan
de landelijke database van naris, zodat we snel met een
brede rapportage konden komen waarin ook praktische informatie van andere gemeenten is meegenomen.’
Spelregels afkaderen
Volgens Jan-Henk Janssen is het ook belangrijk om goed
de spelregels tussen de gemeenteraad en het College van
B&W af te kaderen. ‘We hebben een beleidsnota weerstandsvermogen gemaakt waarin we heel duidelijk gekwantificeerd hebben welke risico’s er zijn en wie voor
welke risico’s verantwoordelijk is, ook op de diverse ni-
Procesauditing
De gemeente Arnhem doet ook aan procesauditing. Dit komt volgens controller JanHenk Janssen voort uit projectauditing en steunt dan ook op dezelfde fundamenten,
kent dezelfde aanpak en principes. Het gaat vooral om een overall beeld van processen en procesdesign en eventuele risico’s te krijgen, niet om processen op microniveau te managen.
10 november 2011
008-011_TC11_ART02 10
TIJDSCHRIFT CONTROLLING
Jan-Henk Janssen ziet zichzelf niet als ‘hoofd’ risicomanagement. ‘Ik
ben een soort loods en ‘involved’ controller.’
veaus. Sommige risico’s zijn van dien aard dat ze de aandacht van de top moeten hebben, andere risico’s of details
kunnen op lagere niveaus behandeld worden. Dat is geen
starre structuur. Sommige risico’s kunnen eerst op het
hoogste niveau horen, om op een gegeven moment lager
in de organisatie terecht te komen.’
Deze rolverdeling is vanaf het begin door alle partijen
­geaccepteerd, vertelt Jan-Henk Janssen. De hoogste niveaus hoeven niet overal grip op te hebben – succesverhalen helpen op dit punt het benodigde vertrouwen te
scheppen – maar de lagere niveaus hoeven ook niet verplicht van alles op het gebied van risicomanagement te
weten. Doe je dat wel, dan werkt risicomanagement als
een verstikkende deken. Je moet de verantwoordelijkheid
dus alleen daar neerleggen waar die hoort. De directeuren
rapporteren formeel de risico’s aan het bestuur, de rapportages worden gemaakt door hun afdelingshoofden.
Levend risicomanagement
Jan-Henk Janssen ziet zichzelf niet als ‘hoofd’ risicomanagement. ‘Ik ben een soort loods en ‘involved’ controller. Ik heb problemen blootgelegd en ben de tools gaan
zoeken om risicomanagement handen en voeten te geven.
Ik zie mezelf meer als faciliterend, ben niet de diepte ingegaan. Daarvoor zijn de diverse teams nu juist opgezet.
Dat is denk ik ook onderscheidend voor onze aanpak: dat
we ambassadeurs hadden die risicomanagement levend
maakten en houden.’
Onderhoud en beheer van risicomanagement is net zo belangrijk als het opzetten ervan. Het belang van risicomanagement moet voortdurend levend gehouden worden in
de organisatie. Dat betekent ook dat het praktisch en mak-
TIJDSCHRIFT CONTROLLING
november 2011
20-10-2011 14:22:58
kelijk te hanteren moet zijn, zodat het voor betrokken mensen eenvoudig is om het in hun werk in te passen. Of het
nou gaat om de directeuren die aan B&W rapporteren of de
afdelingshoofden die aan de directeuren rapporteren. Maar
het moet ook geen keurslijf worden. Die goede balans is nodig, tussen te veel en te weinig risicomanagement. ‘Het is
toch nog twee keer voorgekomen dat er iets mis ging met
projecten. In beide gevallen was er door omstandigheden
vooraf geen risicoanalyse gemaakt. Een goed referentiekader vooraf voorkomt dat je ergens blind in gaat.’
Onderhoud en beheer vergt ook goed inzicht voor de betrokkenen in waar de organisatie mee bezig is, zodat er
geen risico’s over het hoofd worden gezien. ‘Het gaat er
niet om dat we alle risico’s willen mijden, maar
wel dat de hele organisatie en het bestuur
weet welke risico’s we
kunnen tegenkomen,
zodat we weten of het
weerstandsvermogen
voldoende is. Dan kun
je bepalen of je een ­risico kunt lopen. Het is ook noodzakelijk dat risicomanagement mee verandert met de organisatie. Ik raak pas gestrest wanneer er nooit iemand met
nieuwe inzichten of ideeën komt om ons beleid inzake risicomanagement aan te passen.’
Er is volgens Jan-Henk Janssen geen extra capaciteit vrijgemaakt om risicomanagement door te voeren en te
­onderhouden, behalve de speciale auditer voor het gemeentebrede risicomanagement. ‘We hebben geïnventari-
seerd wat er al gebeurde op het gebied van risicomanagement, welke kennis er al aanwezig was en dat allemaal
gebundeld. Zo voorkom je dat je het wiel twee keer uitvindt, maak je goed gebruik van de al aanwezige kennis
en krijg je mensen die het risicomanagement moeten invoeren makkelijker mee dan wanneer je hen van bovenaf
jouw manier probeert op te leggen.’
Juiste knoppen
Jan-Henk Janssen heeft er alle vertrouwen in dat projectrisicomanagement en gemeentebreed risicomanagement
in Arnhem leeft, goed uitgevoerd en goed onderhouden
wordt. Ondersteuning met de database en analysetools van
naris, evenals de eigen
ontwikkelde risico-tools,
dienen daarbij als een
basis om op terug te
vallen. ‘De neuzen
staan in dezelfde richting, we hanteren dezelfde definities. Door
de gedetailleerde, diepgaande analyses die we kunnen maken, zijn we ook bij
onvoorziene systeemrisico’s – zoals een kredietcrisis of de
impact van de komende bezuinigingsrondes van de rijksoverheid – voortaan in staat om snel aan de juiste knoppen te draaien en zo de gevolgen te beperken. Doordat we
ook toegang hebben tot de kennis die andere gemeenten
hebben opgebouwd, is het bovendien eenvoudiger om te
benchmarken en om oorzaken en gevolgen in te schatten
van nieuwe risico’s die we tegen komen.’
‘Onderhoud en beheer zijn even
belangrijk als het opzetten van
risicomanagement’
Zeven lessen van de gemeente Arnhem
•• Het commitment aan de top moet echt zijn. Niet alleen om de eigen
politieke doelstellingen of positie veilig te stellen, maar om de strategische doelen van de ­organisatie te ondersteunen. Anders zal het besef over nut en noodzaak van risicomanagement ook niet in de lagen
onder de top beklijven.
•• Het commitment moet continu ondersteund worden, ook bij wisselingen aan de top. Bij een nieuwe wethouder bijvoorbeeld, begin eerst met
het bespreken van de risicomanagement-aanpak en duik dan in andere details en processen.
•• Je moet continu het succes en de goede voorbeelden laten zien aan betrokkenen in de organisatie, om duidelijk te maken waarom en waarvoor
men aan risicomanagement doet. Ook voor de gemeente Arnhem is dit
een punt van aandacht: niet in slaap vallen na succes in het begin.
•• Laat je niet weerhouden door de vraag of er wel voldoende capaciteit
is om beleid en aanpak van risicomanagement te ontwikkelen. Bundel
de capaciteit die er al is en stuur de samenwerking tussen betrokken
partijen in de goede richting. Extra capaciteit werkt ook niet bij het verinnerlijken van risicomanagement in een organisatie, want extra capaciteit verdwijnt weer. Dat zal niet gebeuren bij een beter gebruik van
bestaande capaciteit.
•• Hou het simpel: vermoei mensen niet met onnodige details. Zo ontzorg
je de verantwoordelijke partijen. Men moet niet te veel maar wel de
juiste kennis hebben.
november 2011
008-011_TC11_ART02 11
TIJDSCHRIFT CONTROLLING
•• Durf risico’s te nemen. Dat geldt ook voor overheden. Risicomanagement is niet bedoeld om risico’s weg te nemen. Maar je moet weten
welke risico’s er zijn, ­zodat je de impact vooraf in kaart kunt brengen
op bijvoorbeeld imago en financiën. Wanneer er dan iets fout gaat,
weet je wat er moet gebeuren en dat je voldoende weerstandsvermogen hebt.
•• Laat politieke agenda’s risicomanagement niet beïnvloeden. Zorg er
voor dat alle mitsen en maren bij projecten vooraf duidelijk en transparant voor iedereen zijn, ook gemeenteraad en B&W. Het moet niet
zo zijn dat iets dat praktisch niet haalbaar is door het niet noemen van
de bijbehorende risico’s alsnog haalbaar gemaakt wordt. Dat is een risicovolle strategie, die onbeheersbaar kan worden.
Wat je niet moet doen
•• Risicomanagement als een keurslijf aan iedereen opleggen. Dat werkt
als een verstikkende deken en zorgt voor onnodig werk. Leg de verantwoordelijkheid voor risicomanagement daar en op die niveaus neer
waar zij hoort.
•• Ga niet controleren omdat dit om de zoveel jaar hoort. Wanneer een
proces of afdeling goed loopt, heeft het geen zin om daar in te duiken.
Zorg er voor dat er een goede signalering is van wanneer zaken fout
dreigen te gaan of nieuwe risico’s ergens opduiken. Dan is een audit of
risicoanalyse noodzakelijk.
TIJDSCHRIFT CONTROLLING
november 2011 11
20-10-2011 14:22:58
Download