Samenvatting presentaties en workshops POP3-festival

advertisement
Samenvattingen workshops/presentaties POP3-Festival Flevoland – 8-3-2017
Agrifirm – Precisielandbouw - Jeroen Nijenhuis
-
-
Inhoud - Landelijk ziet Agrifirm de opbrengsten op gebied van aardappelen, groente en fruit
stagneren. De vraag om nieuwe technieken die het rendement van de boer verhogen is groot. Eén
van deze technieken is precisielandbouw. Daarbij wordt nauwkeurig gekeken naar welke behoefte
planten en dieren hebben, en deze specifiek toepassen. De technieken zijn inmiddels op de markt.
Alleen is de toepasbaarheid nog niet getest in de praktijk. Agrifirm
ziet toekomst in dit concept. Daarom is het met vooruitstrevende
telers een studieclub begonnen, waarin wordt gekeken naar de
haalbaarheid en toepasbaarheid van de gehele precisielandbouw.
Samen kijken we naar mogelijkheden om op lange termijn opbrengstoptimalisatie te realiseren.
Precisielandbouw richt zich op opbrengstenverhoging, kostenbesparing en inzicht krijgen in
perceeldata. Daarnaast is het een verduurzaming van het moderne boeren. Zo kan er op basis van
variaties in een perceel worden bespaard door minder te spuiten en door betere inzetbaarheid van
(kunst)meststoffen.
Reacties/vragen - Geen vragen of reacties vanuit de zaal.
Aanknopingspunten voor POP3 Flevoland:
o Mogelijkheden om onderzoeksdoelstellingen te formuleren en te realiseren voor
precisielandbouw.
o Kwalitatieve en kwantitatieve opbrengstverbeteringen realiseren met de huidige
productiemiddelen.
Flevolands Agrarisch Collectief – Pilot Vanggewassen - Wim Stegeman
Stimulering biodiversiteit in ecologische aandachtsgebieden in Flevoland door gerichte inzet van
vanggewassen.
- Inhoud - Het Flevolands Agrarisch Collectief (FAC) heeft gedurende 2 seizoenen (2015/2016 en
2016/2017) een pilot uitgevoerd, die gericht was op het stimuleren van de biodiversiteit door het
langer laten staan van een vanggewas (groenbemesters). De financiering kwam van Provincie
Flevoland en het Ministerie van Economische Zaken. Het eerste jaar is vooral aangesloten bij het
draagvlak van de deelnemers en in het tweede jaar was het toewerken
naar een effectieve maatregel het hoofddoel. Dit is gedaan door te sturen
op zaaimoment, soort, mengsel en bewerkingen, zoals klepelen van het
vanggewas. De basismonitoring op biodiversiteit was de aanwezigheid van
vogels in de vanggewassen in vergelijking met een dichtbij gelegen
referentieperceel. Daaruit bleek dat een aantal soorten een voorkeur heeft
voor (bepaalde) vanggewassen. Tevens zijn er indicaties dat er meer ongewervelden (kevers en
spinnen) voorkomen in vanggewassen, die als voedselbron kunnen dienen voor vogels en een
bijdrage kunnen geven aan functionele agrobiodiversiteit door een luizenpopulatie te onderdrukken.
Tot slot lijkt ook de bodembiodiversiteit gestimuleerd te worden, wat een positief effect kan hebben
op bodemstructuur en de beschikbaarheid van mineralen.
Vooral deelnemers die in het voorjaar ploegen, maar ook deelnemers met een systeem van niet
kerende grondbewerking zijn enthousiast. Er is duidelijk behoefte aan meer kennis over
groenbemesters in relatie tot bodemstructuur en weerbaarheid, dus de bodembiodiversiteit lijkt
meer sturend te worden.
- Reacties en vragen - In de POP3 workshop werden vragen gesteld die in lijn liggen met die van de
huidige deelnemers. Daarmee werd bevestigd dat er nog de nodige vragen zijn over groenbemesters
in het algemeen en welke rol die kunnen spelen in het verbeteren van de bodem. De koppeling met
het verhogen van de natuurwaarde vinden velen interessant.
1
-
Aanknopingspunten met POP3-programma - Het FAC is door zijn leden gemotiveerd om een vervolg
te geven aan deze 2-jarige pilot. Een mogelijkheid lijkt maatregel 7, samenwerking voor innovaties.
Korte Voedselketens - Netwerk Platteland – Brenda Vrieling & BioRomeo – Digni van der
Dries
-
-
Inhoud (Brenda Vrieling - Regiebureau POP/Netwerk Platteland) - Het Netwerk Platteland (onderdeel
van Regiebureau POP) heeft o.a. als taak om thematische bijeenkomsten rondom de POP3-thema’s te
organiseren en te laten zien welke projecten er met POP3-subsidie worden uitgevoerd. Het netwerk
heeft in de afgelopen periode in vijf provincies bijeenkomsten over korte
afzetketens georganiseerd. Daar stond de vraag centraal welke knelpunten
initiatiefnemers ervaren en welke kansen ze zien in de korte voedselketen.
En of er behoefte is om een Europese subsidiemaatregel ter ondersteuning
van de korte voedselketen open te stellen binnen POP3.
Het wemelt momenteel in Nederland van de initiatieven die een verkorting
van de voedselketen nastreven. Variërend van erfverkoop, verkoop via
nieuwe boerencoöperaties, nieuwe winkelconcepten, kratten en boxen, boerenmarkten en
foodhallen, stadboerderijen en consumentencollectieven.
De belangrijkste knelpunten die door initiatiefnemers worden geconstateerd zijn:
o Logistiek en distributie (met name bij opschaling);
o Veel werk voor kleine volumes. Kan het uit?
o Waar vind je nieuwe klanten en hoe bind je die?
o Nieuwe markten aanboren is niet eenvoudig. Vooral zorg, retail, horeca, catering en
supermarkt zijn lastig;
o Waar vind je financiering voor de schaalsprong?
o Wat is de rol van de overheid (faciliterende rol/ondersteuning/belemmerende regels, o.a. in
het ruimtelijk domein)?
De conclusies na 5 bijeenkomsten:
o Het is moeilijk te zeggen hoe ‘groot’ de korte keten markt nu is en hoe groot de potentie is.
o Er zijn kansen voor boeren en voor de regionale economie, maar ook: veel initiatiefnemers
hebben het moeilijk.
o Het lijkt erop dat korte keten initiatieven het beste van de grond komen als er één schakel
tussen verschillende boeren en de afnemers zit. (bijvoorbeeld als een ‘niet-boer’ de
distributie, afzet en marketing organiseert);
o In alle bijeenkomsten is een hulpvraag naar voren gekomen. Dat varieerde van steun bij
opschaling en het zoeken van partners, tot hulp bij financiering, promotie en marketing.
o De markt voor levering van streekproducten aan zorginstellingen biedt grote potentie.
Atlantis Handelshuis is hier in Noord-Holland voortvarend mee bezig en zoekt naar
mogelijkheden in andere provincies.
o In een aantal bijeenkomsten is de wens geuit om het toepassingsbereik van POP3 voor de
korte ketens te vergroten. Het is aan de provincies om te besluiten hier gevolg aan te geven.
Inhoud (Digni van der Dries, BioRomeo uit Ens) - Digni runt een biologische akkerbouwbedrijf met zijn
zoon Krispijn. Ze zijn gespecialiseerd in kleurrijke en bijzondere rassen, zoals paarse en gele wortels,
wilde aardappels, veelkleurige bietjes, aardperen en mierikswortel. Naast
het akkerbouwbedrijf runnen ze BioRomeo. Samen met 32 b oeren uit de
NO-polder leveren ze een breed assortiment biologische groenten en fruit
direct aan consumenten (voedselcollectieven). BioRomeo vormt daarmee de
schakel tussen de boeren en de consumenten. Doel is om minder afhankelijk van de ‘grote’ markt te
worden, en minder te hoeven voldoen aan de soms extreme eisen die aan het uiterlijk van de
producten worden gesteld.
2
-
Een filmpje van het VARA-programma ‘Kassa Groen’ maakt goed inzichtelijk hoe het bedrijf werkt met
voedselcollectieven. Naar aanleiding van dat programma zijn er flink wat nieuwe voedselcollectieven
opgestart die door BioRomeo van producten worden voorzien. Het vinden en vasthouden van nieuwe
klanten is een continu aandachtspunt voor BioRomeo. Het merendeel van de productie van Digni gaat
naar de gangbare keten, maar een aanzienlijk deel van de inkomsten komt uit de korte keten. Aan de
hand van een voorbeeld geeft Digni inzicht in het mechanisme: “We hebben ooit een deal met AH
gehad: 45 cent voor een krop bio-ijsberg sla, verpakt en al. Lag vervolgens in de winkel voor 1,98
Euro”. BioRomeo streeft naar doorgroei via voedselclubs.
Reacties/vragen:
o Macht ligt niet bij de producent terwijl die wel de prestatie levert.
o Opschalen van je korte keteninitiatief blijft lastig.
o Probeer een aanvulling te zijn op het bestaande regime ipv vijandig op te treden richting de
supermarkten.
o Boeren zouden wel collectief bij supermarkten af kunnen dwingen om transparantie over de
afkomst van de producten te geven.
o Hoe bereik je een volledige nieuwe doelgroep, bovenop de groep die nu al geïnteresseerd is
in de korte keten producten (van VPRO naar RTL4)?
Rendementsverbetering in agrarische bewaarplaatsen met ventilatie en mechanische
koeling – Tolsma-Grisnich – Paul den Engelsen
-
-
-
Inhoud - Probleem/aanleiding: Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische
ondernemingen die in aanmerking komen voor de POP3 subsidie. Hier wordt door Tolsma-Grisnich de
focus gelegd op nieuwe innovatieve technieken die het rendement van de akkerbouwer bij de
bewaring van akkerbouwproducten (aardappels/uien/wortels) kunnen verbeteren.
Oplossingsrichting: Meerwaardestrategie en nieuwe verdienmodellen maken een geringer
grondstoffengebruik en een gesloten kringloop
mogelijk. Denk hierbij aan mechanische koeling
met natuurlijke koudemiddelen. Het beheer van
productierisico’s door gebruik te maken van
innovatieve modules die het energieverbruik beperken (b.v. energiemanagement) en het
gewichtsverlies tijdens de bewaarperiode minimaliseren (b.v. weer in control).
Reacties/vragen - De algemene tendens/focus lag op in hoeverre bedrijven in aanmerking kunnen
komen voor een subsidie bij fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van de agrarische
onderneming. De diversiteit aan eisen is groot, de subsidie breed omschreven waardoor het geheel
moeilijk concreet te maken is voor agrarische ondernemers. De kans van slagen wordt beperkt als ook
grote instanties zich gaan inschrijven voor grootschalige onderzoeken. Er werden wel mogelijkheden
aangedragen met bijbehorende ideeën maar praktijkvoorbeelden die daadwerkelijk subsidies hebben
ontvangen ontbraken helaas.
Aanknopingspunten voor POP3 Flevoland - De verwachting is dat er erg veel instanties inschrijven op
een relatief laag budget en dat de subsidie beschikbaar wordt gesteld voor innovatieve onderzoeken
waardoor onze klant, de agrariër, nagenoeg geen profijt van deze subsidiemogelijkheid heeft.
Verminderde afhankelijkheid van chemische gewasbescherming. Utopie of optie? – WUR –
Marleen Riemens
-
Inhoud - De sector heeft de afgelopen decennia al grote stappen gezet als het gaat om reductie van
de hoeveelheid van en het aantal chemische middelen dat in de vollegrond wordt ingezet. Belangrijke
maatregelen daarbij waren het gebruik van lage doseringssystemen en de keuze voor minder
3
-
-
milieubelastende middelen. Op dit moment worden er door ketenpartijen bovenwettelijke eisen
gesteld aan het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Is het eigenlijk wel mogelijk om
te voldoen aan deze eisen en tegelijk een rendabele bedrijfsvoering te voeren? Welke technische
mogelijkheden zijn er momenteel en aan welke oplossingen wordt door onderzoek gewerkt?
Bij WUR werken we aan de ontwikkeling van economisch rendabele akkerbouwsystemen met
minimale inputs. De basis voor deze systemen vormen diversificatie, bodemkwaliteit, nieuwe rassen
en resistenties waardoor ziekten, plagen en
onkruiden zo min mogelijk kans krijgen in de
teelt. Natuurlijk kunnen hiermee niet alle
ziekten, plagen en onkruiden voorkomen
worden. Voor die situaties ontwikkelen we bij
de WUR alternatieve bestrijdingsmethoden als alternatief voor de traditionele middelen: biologische
midd elen, groene middelen. Voor die gevallen waarin ingrijpen door traditionele methoden niet
voorkomen kan worden, ontwikkelen we technieken en methoden waarmee slimme toepassing van
traditionele middelen, al dan niet in combinatie met de nieuwe middelen, mogelijk is. Een aantal
voorbeelden passeren de revue: bredere gewasrotatie voor minder herbiciden bij gelijke opbrengst,
DSS voor aardappelloofdoding, bodemherbiciden, koprot, aaltjesbeheersing, Phytophthora app en
het gebruik van nieuwe technieken om producten tijdens de bewaring gezond te houden. WUR werkt
hierbij samen met ketenpartijen, telers, en overheid.
Reacties/vragen:
o Zijn de beslissingsondersteunende systemen beschikbaar? Antwoord: een deel is online
beschikbaar, aan een aantal wordt gewerkt.
o Waar kan ik me opgeven (meerdere telers)? Antwoord: door een mail te sturen. Er zijn
meerdere projecten waarbinnen telers kunnen aansluiten.
Aanknopingspunten voor POP3 Flevoland - De effecten van gewasbeschermingsmiddelen zoals
gebruikt in de bollen, is een belangrijk aandachtspunt voor het waterschap. Het waterschap is op zoek
naar manieren om telers te bewegen minder middel te gebruiken. Er liggen mogelijkheden om telers
te ondersteunen vanuit onderzoek bij de ontwikkeling van een kosteneffectieve en milieuvriendelijker
gewasbescherming. Met alleen subsidie verlenen voor stoppen met het gebruik van deze middelen,
zal er geen duurzame oplossing voor de sector of waterkwaliteit komen.
Schoon erf, schone sloot – KAVB – Peter Knippels
Aanpak van erfemissie van gewasbeschermingsmiddelen bij bloembollenteeltbedrijven
- Inhoud - De waterschappen in de bloembollenteeltgebieden, waaronder ook Waterschap
Zuiderzeeland, worden geconfronteerd met normoverschrijdingen van middelen die in de
bloembollenteeltteelt gebruikt worden als dompelmiddel. Deze dompelmiddelen zijn voor meer dan
de helft verantwoordelijk voor de aan bloembollen toe te schrijven overschrijdingen. Verschillende
bloembolgewassen, waaronder tulp en lelie, worden voor het planten
gedompeld in een bak met gewasbeschermingsmiddelen. Dit gebeurt om de
bollen te beschermen tegen met name schimmelziekten. Na dompelen van
het fust met bloemb ollen kunnen er druppels restvloeistof op de vloer van
de bedrijfshal of van het erf terecht komen. Zeker na een regenbui kunnen
de middelen via het erf in het oppervlaktewater terecht komen. Het project ‘Schoon erf, schone sloot’
is een bewustwordingsproject waarin de deelnemende bedrijven ook actief aan de slag gaan om de
erfemissie terug te dringen door het doen van investeringen en aanpassingen in het bedrijf. Door te
meten in twee opeenvolgende jaren wordt gemeten wat de reductie in erfemissie is. In het najaar van
2016 is met financiering vanuit en in opdracht van het Waterschap Zuiderzeeland de eerste groep
bedrijven gestart met deelname aan het project.
4
-
Reacties/vragen - Het project werd positief ontvangen, met name omdat de bloembollentelers in
Flevoland in het najaar van 2016 zijn gestart.
Aanknopingspunten voor POP3 Flevoland:
o Financiering van verdere uitrol van het project onder de telers in Flevoland;
o Financiering van investeringen door de bedrijven, bv afspoelplaats met phytobac of
reinigingsinstallatie restanten dompelbad of spoelwater.
De Lelystadse Boer – Rob ter Haar
-
-
-
Inhoud - Hoewel de uitbreiding van vliegveld Lelystad (LA) in eerste instantie als een grote bedreiging
voor het gebied werd gezien, zien de initiatiefnemers van De Lelystadse Boer ook kansen. De
Lelystadse Boer kenmerkt zich door vanuit tegenstand, op een gezamenlijk georganiseerde manier de
ondernemersvrijheid te behouden en zich te richten op de leefbaarheid van het gebied. In het gebied
was verdeeldheid, negatieve gevoelens en zorg of er wel sprake
zou zijn van goed wonen en werken. Deze zorg zal blijven, maar
het omdenken heeft hier toch een draai aan gegeven.
Uitgangspunt hierbij is samenwerken – want samenwerken is
vermenigvuldigen.
Veel mensen uit ons gebied maken zich hard voor De Lelystadse
Boer. Werkgroepen bereiden plannen voor en uit, bestuursleden
voeren gesprek na gesprek met overheidsinstanties en kans op
kans wordt verkend. Wat willen wij? Initiatieven van het gebied en
voor het gebied, zo willen we als De Lelystadse Boer ons werk
doen. Zodat het goed boeren blijft, door bv. onderhoud van tijdelijke gronden rondom het vliegveld
en beheer grasranden rondom de landingsbaan door de agrariërs uit het gebied. In Lelystad en op het
vliegveld, wil je lokaal voedsel eten. Zeker als je weet dat dit gebied de meest vruchtbare grond van
Europa is. We willen de verbinding tussen stand en land herstellen, de boer zichtbaar maken en het
voedsel weer traceerbaar. We zijn de cruciale factor in het realiseren van een circulaire economie.
Al deze kansen pakken we als Lelystadse Boer enthousiast op. In eerste instantie niet om rijk te
worden, wèl om er iets aan te hebben. Met een duur woord zou je dat sociale innovatie kunnen
noemen. Het omdenken, vanuit de bedreiging van de komst van veel vliegtuigen die rakelings over
onze bedrijven en gezinnen zullen vliegen, naar kansen zoals hierboven omschreven. Dit versterkt een
leefbaarheidsproces in het gebied. Sociale cohesie. We ontmoeten elkaar, worden enthousiast van de
kansen die we samen kunnen benutten. Er is een bewustwording ontstaan dat we samen impact
kunnen hebben, ook als het gaat om sociaal-maatschappelijke thema’s. De Lelystadse Boer als enige
lokale samenbindende partij die het gebiedsperspectief voorop zet en samenbrengt.
Reacties/vragen - Het enthousiasme dat we hebben gekweekt in ons initiatief kwam duidelijk weer
naar voren in de presentatie. Het sociaal ondernemen, het samenwerken, het grijpen van kansen: Dat
wil eigenlijk iedereen wel. Schijnbaar heb je er eerst een gezamenlijke tegenstander voor nodig (lees
vliegveld).
Aanknopingspunten POP3 - De Lelystadse Boer gaat voor betrokkenheid van haar boeren bij de
ontwikkeling van Lelystad Airport en zet de landbouw als ‘ontbrekende schakel’ neer in de
ontwikkeling van LA. In het kader van innovaties en samenwerking is de Stichting De Lelystadse Boer
van plan een aanvraag voor te bereiden voor samenwerken en innovatie. Voor De Lelystadse Boer zijn
er volop aanknopingspunten om onze droom te verwezenlijken, POP3 zien wij als middel hiervoor. Bv.
De Lelystadse Boer is de hofleverancier van lokale agrarische producten voor de horeca op LA, LAB en
in Lelystad en de bewoners van Lelystad. Hofleverancier is een van de pijlers onder De Lelystadse
Boer. 7 Miljoen passagiers kunnen straks kennismaken met de Flevolandse landbouw en haar
producten. Hiermee verbetert De Lelystadse Boer het imago van de agrarische sector in Flevoland. In
5
aanloop hiernaar toe start de Lelystadse Boer een project in de stad zelf. Een aantal Lelystadse Boerboeren levert hun lokaal geteelde agrarische producten via een lokale afzetketen, die door De
Lelystadse Boer wordt gefaciliteerd, aan de horeca op LA, LAB en in Lelystad. De Lelystadse Boer is de
verkopende partij.
Klimaatbestendigheid – NMI (www.nmi-agro.nl) - Wim Bussink en Gerard Ros
Het verhogen van de klimaatbestendigheid van de landbouw voor meer oogstzekerheid en minder
nutriëntverliezen.
- Aanleiding - Klimaatveranderingen leiden tot grotere temperatuurschommelingen en hebben een
grote impact op het neerslagpatroon (zwaardere buien, langere perioden van droogte, waterstress).
Dit heeft grote gevolgen voor de opbrengst, oogstzekerheid en productkwaliteit van
landbouwgewassen en daarmee op het ondernemersinkomen. Neveneffecten zijn: hogere
maatschappelijke kosten als gevolg van hogere piekafvoeren, meer uit- en afspoeling van nutriënten
als nitraat en fosfaat en/of broeikasgasemissies. De uitdaging is om de
klimaatbestendigheid van de landbouw te verhogen. Dat levert een win-win
op voor de ondernemer en de maatschappij. Nutriënten Management
Instituut (NMI) heeft daarom een instrument in ontwikkeling dat gericht is
op het vaststellen van de weerbaarheid van landbouwbedrijven op de klimaat/weergevoeligheid en
de mogelijkheden voor klimaatadaptatie om zo de oogstzekerheid te verhogen, de risico’s van
nutriëntverliezen (nitraat) en broeikasgasemissie te verminderen. Cruciaal daarbij is inspelen op de
bodemkwaliteit en het verbeteren van de bodemkwaliteit.
- Wat doet de bodemwaterscan? - Met de scan worden bedrijfs- en perceelsrisico’s ruimtelijk in beeld
gebracht (risicokaart). Oplossingsrichtingen/managementopties om de weerbaarheid van het bedrijf
te vergroten kunnen worden omgezet in handelingsperspectiefkaarten. Maatwerkpakketten voor de
ondernemer en of gebiedsbeheerder zijn mogelijk.
- Wat kun je ermee? - Vaststellen van en anticiperen op:
o de waterretentie en droogterisico’s: hoeveel vocht kan er worden vastgehouden  richting
wijzend voor de gewaskeuze en kans op de noodzaak voor beregening;
o risico’s van wateroverlast  gewaskeuze erop aanpassen, bodemmaatregelen afhankelijk
van de oorzaak;
o risico van watergerelateerde milieueffecten zoals:
 gevoeligheid voor afspoeling van nutriënten  anticiperen door andere bemesting,
timing van bemesting, gewaskeuze;
 gevoeligheid voor uitspoeling van nutriënten  idem;
 gevoeligheid voor broeikasgasuitstoot  idem;
 uitspoeling van hardheid (Mg en Ca)  soort meststof en hoeveelheid meststof.
o de bodemkwaliteit  maatregelen ter verbetering van de bodemkwaliteit en daarmee de
klimaatbestendigheid.
- Wat is het voordeel voor waterbeheerders en agrariërs? - De water(kwaliteit)beheerders krijgen
beter inzicht in waar de gebiedsknelpunten liggen voor de waterbeheer- en waterkwaliteitsopgave en
hoe dit via aangepast management van agrariër en/of waterbeheerder te beïnvloeden om de
nadelige effecten van droogte en wateroverlast tegen te gaan. De kosten voor waterbeheer en
waterkwaliteit verminderen. Voor de agrariër betekent het dat met een aangepast
perceelsmanagement gestuurd kan worden op het verhogen van de oogstzekerheid, het handhaven
van een constante productkwaliteit en tegelijk een bijdrage leveren aan de maatschappelijke opgaven
met betrekking tot water- en waterbeheer.
- Aan de slag - Met stakeholders (waterschappen, drinkwaterbedrijven, agrariërs, provincie) gaan we
dit toepassen al dan niet als een modulair systeem gekoppeld aan bestaande instrumenten. Hebt u
6
-
interesse en/of wilt u meer informatie wat deze aanpak voor u kan betekenen meldt u zich dan bij
Wim Bussink (06 29037096) of Gerard Ros (06 29513812).
Reacties/vragen - Er zijn vooral verdiepende vragen gesteld over de mogelijkheden van de aanpak.
Aanknopingspunten voor POP3 Flevoland - De door NMI gevolgde aanpak sluit aan bij POP3. Het
verhogen van de klimaatbestendigheid via o.a. investeren het verbeteren van de bodemkwaliteit
geeft meer oogstzekerheid en hogere en kwalitatief betere opbrengsten. Dit is gunstig voor het
ondernemersinkomen en draagt bij aan een betere waterkwaliteit door een betere nutriëntbenutting
(minder risico van af- en uitspoeling).
Digitale innovatie - HLB - De Groene Vlieg – Anja Kombrink
HLB werkt aan digitale systemen om problemen in de landbouw snel te kunnen identificeren en gericht
aan te kunnen pakken.
- Inhoud - HLB investeert in digitale innovatie waarmee snel, gemakkelijk en goedkoop informatie kan
worden verkregen met betrekking tot schade aan gewas of de gesteldheid van de bodem. Met
LeafSpot werkt HLB aan de ontwikkeling van digitale diagnose waarmee ziektes, gebreken of andere
vormen van schade geïdentificeerd kunnen worden op basis van een
foto. In eerste instantie ligt de focus op bladvlekken in aardappel die
voornamelijk veroorzaa kt worden door Alternaria en ozon. Doordat
de symptomen erg op elkaar lijken wordt ozon in de praktijk vaak
aangezien voor Alternaria. Een juiste diagnose voorkomt onnodig
gebruik van chemische middelen.
Met een andere digitale techniek kan snel kennis worden verkregen van de bodem met betrekking tot
structuur en bemestingsparameters. HLB werkt aan de optimalisering van `Lab in a Box`(LIAB), een
nieuwe analysemethode waarmee parameters door middel van lichtspectra worden bepaald en
waarbij nat-chemische analyse van grondmonsters niet nodig is. Bovendien kan de grondanalyse
worden gekoppeld aan de (lokale) diagnose van ziekten en gebreken.
Bovengenoemde ontwikkelingen maken het mogelijk om problemen in de landbouw heel gericht en
efficiënt aan te pakken, waarmee wordt gewerkt aan verduurzaming van de agrarische sector.
- Aanknopingspunten POP3: LeafSpot en LIAB kunnen als fysieke investering worden opgenomen in de
aanvraag voor POP3 projecten, bijvoorbeeld in het programma Jonge Landbouwers.
Verkenningstocht cluster duurzame grondgebonden landbouw – Stichting Veldleeuwerik –
Hedwig Boerrigter
-
-
Onderwerp - Momenteel is kennis behoorlijk versnipperd; in de praktijk blijkt dat projecten en
onderzoeken met hetzelfde doel veelal door diverse partijen apart
gedaan wordt. Met name agrarisch ondernemers weten niet meer
waar ze de juiste informatie vandaan moeten halen. Tijdens deze
workshop hebben we samen met de bezoekers verkend welke
initiatieven er zijn en hoe we kunnen komen tot afstemming en
samenwerking binnen een cluster voor duurzame grondgebonden
landbouw.
Inhoud - Er zijn veel initiatieven binnen de provincie Flevoland gericht op Bodem, Gewasbescherming,
Biodiversiteit, Klimaatbestendigheid en Schoon water. Een snelle inventarisatie levert de volgende
lijst op:
o Veldleeuwerik in Flevoland: 12 regiogroepen
o Provincie: Actieplan Bodem & Water
o FAC: Project Zicht op Bodemstructuur
7
-
o FAC: Pilot Vanggewassen
o Wageningen Plant Research-PPO: Project Bodem
o Wageningen Plant Research-PPO: Project GROEN
o Aeres Hogeschool: Project Samenwerking Akkerbouw-Veehouderij
o Louis Bolk Instituut: pilot Natuurinclusieve landbouw
o Lasting Fields
o FlevoFieldLab
o Challenge Floriade Werkt!
De telers worden overstelpt met deze initiatieven en weten niet hoe één en ander is afgestemd. De
uitvoerende partijen weten veelal niet van het bestaan van andere initiatieven. Hoe komen we tot
een betere afstemming, zodat de telers overzicht hebben en de uitvoerders sneller gaan
samenwerken?
Reacties/vragen - De bezoekers deelden de zorg over gebrek aan afstemming en gemis aan
samenwerking. Opvallend is dat Aeres Hogeschool geen behoefte voelt om hierin regie te nemen.
Wel zien zij graag in Dronten een fysieke clustering van uitvoerende partijen als HLB/Groene Vlieg,
Stichting Veldleeuwerik, Louis Bolk Instituut, Flevolands Agrarisch Collectief en Agrofoodcluster. Zij
zouden dan gezamenlijk aan een actieplan duurzame grondgebonden landbouw kunnen werken.
Suggestie was om een netwerk te vormen van koplopende boeren in Flevoland: de boeren weten zelf
welke collega er voor welk onderwerp koploper is.
Andere suggestie is de organisatie van de Landbouw Winter School in Dronten. Alle uitvoerende
partijen kunnen daarin samenwerken om een gezamenlijke kennisagenda te ontwikkelen.
o Aanknopingspunten voor POP3 Flevoland:
o Ontwikkelen actieplan duurzame grondgebonden landbouw.
o Ontwikkelen koplopers netwerk.
o Opzetten Landbouw Winter School.
Beheer slootkanten en tochttaluds – Stichting Landschapsbeheer Flevoland – Tiem van
Veen
Op bedrijfsniveau oogsten en verwerken van maaisel uit taluds.
- Inhoud - Nu worden de taluds geklepeld en blijft het materiaal liggen en verteert ter plekke. Dit leidt
tot uitspoeling van de nutriënten naar het oppervlaktewater. Tegelijkertijd treedt verruiging van de
vegetatie op door een toename van o.a. brandnetel, kweekgras en kleefkruid. Dit zijn oppervlakkig
wortelende soorten, waardoor ook de stabiliteit van de taluds afneemt.
Als er gemaaid en afgevoerd wordt, zal dit tot een zekere
verschraling leiden, waardoor ruigtesoorten als brandnetel,
kweekgras en kleefkruid afnemen en komen daar diverse
grassoorten en bloeiende meerjarige planten voor terug.
Bloeiende planten trekken insecten aan als zweefvliegen,
gaasvliegen, loopkevers en solitaire bijen, die een rol spelen bij
de natuurlijke plaagbestrijding van o.a. luis in de gewassen en
bestuiving bevorderen van gewassen die dat nodig hebben zoals boon, erwt en pompoen. Het
afgevoerde maaisel levert een mooie compost op waarmee broodnodige organische stof in de bodem
wordt gebracht. Organische stof is de drager van het bodemleven dat op zijn beurt zorgt voor een
goede bodemstructuur. De bodemstructuur is weer bepalend voor het waterbergend vermogen van
de grond.
Per kavel is in Flevoland ca 0,4 ha sloot- en tochttalud aanwezig. Het aangepaste beheer van maaien
en afvoeren brengt een keten van elkaar positief beïnvloedende reacties teweeg. Door deze
oppervlakte bewust in de bedrijfsvoering te betrekken, kunnen natuur en landbouw elkaar wederzijds
8
-
versterken.
Deze groen-blauwe dooradering levert een bijdrage aan het verbeteren van: de waterkwaliteit,
organische stofgehalte, bodemleven, waterbergend vermogen en de ecologie van het agrarisch
cultuurlandschap.
Reacties/vragen - De agrarische sector begint in toenemende mate het belang van een dergelijke
aanpak te onderkennen. Er is een duidelijke omslag in het denken waar te nemen.
Aanknopingspunten voor POP3 Flevoland - Bodem, water, ecologie en landschappelijke kwaliteit.
Hoe staat het met de bodem van Flevoland? – Aequator – Everard van Essen
Weergave van hoe de bodem zich heeft ontwikkeld de afgelopen decennia, bodemtrends Flevoland.
- Inhoud - In opdracht van waterschap Zuiderzeeland is een studie uitgevoerd door Aequator Groen &
Ruimte in samenwerking met de WUR, Eurofins en de Bakelse Stroom. De studie had tot doel om
zicht te krijgen op beschikbare kennis over de bodemtrends in
Flevoland en indicatief aan te geven wat de effecten van deze
trends zijn op het functioneren van het watersysteem (voor zowel
waterkwantiteit als – kwaliteitsaspecten). De volgende
bodemtrends zijn onderscheiden:
o Maaivelddaling
o Verandering organisch stof gehalte
o Afname bodemvruchtbaarheid
o Verandering bodemleven
o Bodemverdichting
o Verslechtering bodemstructuur bovengrond
o Toename slemp
o Toename verstuiving
Alleen de belangrijkste trends zijn besproken (vet gedrukt). Op hoofdlijnen zijn de volgende trends
waargenomen:
o Maaivelddaling pleksgewijs (10-90 cm)  vernatting: Verandering naar gras, ander
waterbeheer.
o Bodemverdichting (bodemstructuur) is een serieus probleem (20-60% verdichte
ondergronden), met gevolgen voor waterbeheer en –kwaliteit, opbrengst reducties 10-30%:
bodem en water maatregelen
o Bodemvruchtbaarheid is goed, maar we moeten bij de les blijven
 Organisch stofgehalte laag, maar stijgt
 Daling fosfaat, pH
 Sporenelementen?, nader bekijken
 Bodemleven weten we weinig van, is laag
o Verstuiven, verslemping: 3% is gediepploegd, blijf nadenken hoe je het doet en wat voor
bodem je er voor terugkrijgt.
- Reacties/vragen - Vervolgens is met de zaal nagedacht over hoe de bodem verbeterd kan worden. De
aanwezigen in de zaal herkennen dat er iets aan de hand is met de vruchtbare bodems van Flevoland.
- Aanknopingspunten voor POP3 Flevoland - De studie geeft veel aanknopingspunten om de bodem in
een betere conditie te krijgen, zodat enerzijds landbouw kan profiteren van een gezondere bodem en
anderzijds ook het watersysteem kan profiteren. Door een betere bodem zal er sprake zijn van een
hoger waterbufferend vermogen en minder afspoeling van nutriënten naar het oppervlaktewater. De
studie geeft een uitgebreid overzicht van literatuur en bestaande kennis op dit vlak. Ten slotte zijn
enkele handelingsperspectieven beschreven voor het waterschap en de landbouw. Een project als
9
“Zicht op bodemstructuur” geeft voor agrariërs ook inzicht in de eigen bodemconditie, en daarmee
aanknopingspunten om de bodem te verbeteren.
10
Download