Welke juridische maatregelen kun je ondernemen?

advertisement
Welke juridische maatregelen kun je ondernemen?
“Mijn moeder is dement en is niet meer in staat om voor
zichzelf te zorgen. Ze woont nu bij mij in, iets wat ik met
veel plezier doe, zij heeft mij tenslotte ook groot gebracht.
Ook haar financiën worden door mij geregeld. Ze heeft
me een volmacht gegeven op haar rekeningen toen de
dementie nog minder ver gevorderd was. Zo ben ik toch
juridisch in orde? Want vorige week kwam mijn broer (die
anders nooit tijd heeft voor zijn moeder) opeens af met de
vraag of ik haar financiën wel op de juiste manier deed.
Precies of ik zou ons moeder geld aftroggelen!”
Veerle, 48 jaar
Handelingsonbekwame personen
Sommige zorgbehoevenden zijn niet meer in staat om
voor hun eigen financiën in te staan. Personen die bijvoorbeeld lijden aan dementie kunnen vaak in de beginfase nog perfect alles zelf regelen. Dit kan echter snel
veranderen. Wanneer mensen omwille van ziekte of handicap (tijdelijk of blijvend) niet in staat zijn om onafhankelijk en zelfstandig hun wil uit te drukken, spreek je over
handelingsonbekwame personen. Dit wil zeggen dat zij,
geheel of gedeeltelijk, niet in staat zijn om voor zichzelf
te zorgen en zelf hun goederen, financiële middelen en
bezittingen te beheren.
Daarom zijn er een aantal juridische maatregelen die je
kunt nemen.
1
Preventieve maatregelen
1.1 Volmacht op of beheer van
gezamenlijke rekening
Zolang iemand geestelijk bekwaam is en het duidelijk
wordt dat instaan voor de eigen financiën in de toekomst
niet meer zal kunnen, kan hij een volmacht geven aan iemand anders. De handelingsbekwame persoon kan bijvoorbeeld geld afhalen van de rekeningen en betalingen
uitvoeren, de handelingsonbekwame persoon vertegenwoordigen en alle handelingen uitvoeren in naam en voor
rekening van de lastgever. De gevolmachtigde brengt ook
steeds verslag uit aan de patiënt over zijn activiteiten.
De bank is niet verplicht periodiek aan de volmachtgever te vragen of hij de gegeven volmacht wil behouden of
niet. Dat valt onder de verantwoordelijkheid van de cliënt.
Die zal de bank schriftelijk op de hoogte brengen van elke
wijziging die hij wenst aan te brengen in het volmachtenbestand op zijn rekeningen.
Toch is het aangewezen voor de volmachtdrager om rekeninguittreksels, kastickets en andere bewijsstukken
van aankopen zorgvuldig te bewaren. Vanaf het ogenblik
waarop een persoon met dementie niet langer in staat is
rekenschap te vragen aan zijn gevolmachtigde, loopt het
beheer via de gevolmachtigde mank: de gevolmachtigde
zal ongetwijfeld rekenschap moeten afleggen aan de
eventuele erfgenamen van de patiënt. In het geval van
dementie wordt de procedure via volmacht aangeraden.
Dit op voorwaarde dat deze strikt beperkt wordt tot de
periode waarin de persoon met dementie zelf of via een
aangeduide persoon de controle kan uitvoeren op de verrichtingen.
Vanaf het ogenblik dat de patiënt de controle verliest over
de verrichtingen is het aangewezen over te stappen naar
een voorlopige bewindvoering.
1.2Vertrouwenspersoon
medische aangelegenheden
Sinds de wet op de patiëntenrechten van 2002 kun je
een vertrouwenspersoon op medisch vlak aanstellen.
Beide partijen ondertekenen een schriftelijke verklaring
die beschrijft op welke vlakken de vertrouwenspersoon
in de plaats van de patiënt kan optreden. Het kan bijvoorbeeld gaan over het krijgen van medische informatie of
het al dan niet laten uitvoeren van bepaalde medische
behandelingen. De vertrouwenspersoon kan echter geen
rol spelen bij een euthanasiebeslissing.
Elke houder van een bankrekening (zichtrekening, spaarrekening …) kan een derde persoon mandateren om
verrichtingen te doen op zijn rekening. Dat kan voor één
enkele verrichting maar ook algemeen en onbeperkt in
de tijd. Het is dus heel eenvoudig en praktisch om een
beroep te doen op een uitdrukkelijk of stilzwijgend mandaat: in de meeste gevallen volstaat een simpel briefje
dat werd ondertekend. Voor transacties met onroerende
goederen is een notariële volmacht noodzakelijk. Een volmacht kan alleen schriftelijk worden ingetrokken.
Welke juridische maatregelen kun je ondernemen?
87
2
Beschermingsmaatregelen bij
volledig verlies van controle over
het beheer van gelden en goederen
2.1Zaakwaarneming
Zaakwaarneming is een feitelijke toestand: een buur doet
boodschappen voor zijn zorgbehoevende buurvrouw,
een dochter haalt voor haar minder mobiele vader geld
af van zijn zichtrekening ... Er wordt geen schriftelijke
overeenkomst opgesteld. Voor aankopen of financiële
verrichtingen die je als mantelzorger doet, houd je best
een boekhouding bij met in- en uitgaven. Kastickets,
aankoopbewijzen en rekeninguittreksels bewaar je als
bewijs. Als je geld afhaalt in opdracht van een zorgbehoevende persoon kun je hem - als dat nog mogelijk is
- laten aftekenen voor ontvangst. Zo heb je een bewijs
dat het geld afgegeven werd. Andere familieleden of erfgenamen kunnen je namelijk met terugwerkende kracht
om verantwoording vragen.
2.1.1 Lastgeving of volmacht
Wie langzaam de controle over het beheer van zijn goederen verliest, maar toch nog goed weet wat hij wil, kan
aan één of meerdere personen een volmacht geven.
De volmacht moet in principe met de hand geschreven
worden door de persoon zelf en ook de datum en handtekening bevatten. Als volmachtgever bepaal je zelf aan
wie je een volmacht geeft en wat de bevoegdheden zijn.
Je behoudt toezicht en kunt de volmacht altijd intrekken.
Voor het verhandelen van onroerende goederen of hypotheekstellingen is een notariële volmacht nodig. Ook voor
88
Welke juridische maatregelen kun je ondernemen?
wie nog helder van geest is maar niet meer kan schrijven
of geen handtekening meer kan zetten, kan een notariële
volmacht uitkomst bieden. Je hebt de keuze tussen een
algemene volmacht die geldt voor alle verrichtingen of
een beperkte volmacht waarbij beschreven wordt voor
welke domeinen ze geldt. Voor het opstellen van een notariële volmacht is een medisch attest nodig waaruit blijkt
dat de zorgbehoevende persoon nog in staat is om een
volmacht te geven.
2.2 Voorlopige bewindvoering
“Ons moeder is altijd zuinig met haar spaarcentjes
omgegaan. Sinds haar dementie, kent ze de waarde
van geld echter niet meer. Ze smeet er als het ware
mee! Ik was volmachtdrager van al haar rekeningen
tot een bevriende advocaat me waarschuwde dat een
voorlopig bewindvoerder beter is. Deze aanstelling gebeurt door de vrederechter en nu moet ik regelmatig
verantwoorden wat er met haar geld gebeurt. Ik ben
nu wel juridisch beschermd en kan achteraf niet ter
verantwoording worden geroepen.”
Mia, 46 jaar
Wanneer iemand de controle over zijn verrichtingen verliest, kan het aangewezen zijn om over te schakelen op
voorlopige bewindvoering. Dit is een meer dwingende
maatregel dan de lastgeving. De aanstelling van een
voorlopige bewindvoerder gebeurt namelijk door de vrederechter van de verblijfplaats van de hulpbehoevende
persoon (niet noodzakelijk het domicilieadres!). Elke belanghebbende kan de procedure in gang zetten:
• de zorgbehoevende zelf;
• elke betrokken partij (familielid, huisarts, buur …);
• de procureur des Konings.
Je kunt een model voor het opstellen van het verzoekschrift en van het medisch attest bekomen bij de griffie
van het vredegerecht. Het gedetailleerd medisch attest
waaruit blijkt dat de persoon handelingsonbekwaam is,
mag niet ouder zijn dan vijftien dagen. Bij de griffie kun je
de nodige inlichtingen over de procedure krijgen. Vooraleer hij een beslissing neemt, wint de vrederechter de
nodige inlichtingen in. Binnen de tien dagen komt hij op
huisbezoek. De zorgbehoevende heeft recht op een advocaat en op een vertrouwenspersoon. Binnen de tien
dagen na het huisbezoek doet de vrederechter uitspraak.
2.2.1Wie?
Hoewel de vrederechter bij voorkeur iemand uit de onmiddellijke omgeving van de persoon als voorlopige bewindvoerder aanstelt, kan hij ook iemand anders aanduiden.
Vaak aarzelen mensen om een voorlopige bewindvoerder te laten aanstellen omdat ze het niet zien zitten dat
een advocaat beslist over hoe de handelingsonbekwame
zijn financiën moet beheren. Dat kun je oplossen met een
voorkeursverklaring die bepaalt wie bij voorkeur jouw
gevolmachtigde bewindvoerder wordt als je in de toekomst op juridisch vlak onbekwaam zou worden. Je kunt
die verklaring afleggen voor de vrederechter van jouw
woon- of verblijfplaats of voor een notaris met een notariële akte. Elke vrederechter moet de voorkeursverklaring
respecteren. Met een voorkeursverklaring vermijd je dus
dat je een voorlopige bewindvoerder toegewezen krijgt
die je niet kent.
2.2.2Taken?
De taak van de voorlopige bewindvoerder kan ruim of heel
specifiek omschreven worden. Afhankelijk van de mogelijkheden van de handelingsonbekwame persoon kan de
rechter bijvoorbeeld toelaten dat hij zelf een deel van zijn
budget beheert. Het kan belangrijk zijn iemand nog een
zekere verantwoordelijkheid te geven. De taak van een
voorlopige bewindvoerder kan ook ruimer zijn dan enkel
het beheer van gelden en goederen. Hij kan de opdracht
krijgen om het algemeen welzijn van de handelingsonbekwame persoon te bewaken. Zo kan hij bijvoorbeeld
voorstellen om hem te laten opnemen in een instelling
en daarvoor toestemming vragen aan de vrederechter.
Van een voorlopige bewindvoerder wordt alleszins verwacht dat hij de roerende en onroerende goederen van
de handelingsonbekwame persoon als een ‘goede huisvader’ beheert. Hoe ruim of specifiek de omschrijving ook
mag zijn, voor een aantal rechtshandelingen en procedures heeft de voorlopige bewindvoerder altijd een bijzondere machtiging van de vrederechter nodig. Dat is
bijvoorbeeld het geval voor de aankoop en verkoop van
onroerende goederen, het aangaan van leningen, het
toestaan van hypotheken en het aanvaarden of verwerpen van een erfenis.
Huwelijken of echtscheidingen hangen niet af van de
voorlopige bewindvoerder. Een huwelijk blijft mogelijk zolang de persoon bekwaam blijft om daarmee in te stemmen. De voorlopige bewindvoerder kan voor zijn taak een
vergoeding krijgen van maximum 3 % van de inkomsten
van de zieke. De controle op de voorlopige bewindvoerder gebeurt door de vrederechter via het jaarlijks op te
maken financiële verslag en de staat van de goederen.
2.3Vertrouwenspersoon
Naast een voorlopige bewindvoerder kun je ook een
vertrouwenspersoon aanstellen. Als jouw bezittingen
toevertrouwd zijn aan een voorlopige bewindvoerder,
heb je het recht je te laten helpen en bijstaan door een
vertrouwenspersoon die je zelf hebt gekozen of die, bij
gebrek daaraan, aangeduid werd door de vrederechter.
De zorgbehoevende zelf of een derde die in diens belang
handelt (bv. een familielid) kan een vertrouwenspersoon
voorstellen aan de vrederechter. De aanduiding gebeurt
na een verzoek aan de vrederechter (bij aanvang van of
tijdens het tijdelijke beheer). Een vertrouwenspersoon
heeft als taak:
• toezicht houden op de uitoefening van het beheer;
• vertegenwoordiging;
• belangenverdediging.
De vertrouwenspersoon krijgt inzage in het volledig
beheer en heeft het recht gehoord te worden door de
vrederechter. De vertrouwenspersoon wordt gezien als
de brug tussen de voorlopige bewindvoerder en de beschermde persoon in geval van een externe, professionele bewindvoerder.
2.4 Verlengde minderjarigheid
Verlengde minderjarigheid is een beschermingsmaatregel die de rechtbank van eerste aanleg kan treffen voor
personen met een ernstige mentale handicap nadat het
verzoekschrift van de ouders, de voogd … onderzocht en
goedgekeurd is.
De maatregel geldt voor personen met een beperkte
ontwikkeling van verstand, wil en gevoel. Deze toestand
moet blijvend (zonder hoop op genezing of verbetering)
en onomkeerbaar (aangeboren of tijdens de vroege kinderjaren ontstaan) zijn.
Verlengde minderjarigheid kan zowel worden aangevraagd voor minder- of meerderjarige personen.
Welke juridische maatregelen kun je ondernemen?
89
Psychiatrische patiënten, bij wie de oorzaak van ziekte
niet terug gaat tot de minderjarigheid, vallen niet onder
de categorie van de “personen geplaatst onder het statuut van de verlengde minderjarigheid”.
Procedure
De toekenning van het statuut van verlengde minderjarigheid gebeurt bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg van de woon- of verblijfplaats van de persoon met een
handicap. De uitspraak gebeurt op schriftelijk verzoek.
Degene die wenst een persoon onder het statuut van
verlengde minderjarigheid te plaatsen, moet zelf een
aanvraag bij de rechter indienen. Het verzoek dient door
de aanvrager (bijvoorbeeld de echtgenoot, de ouders) te
worden ondertekend. Het dient vergezeld te zijn van een
recent medisch verslag (niet meer dan vijftien dagen oud)
dat de geestelijke onvolwaardigheid beschrijft.
3Zorgcontract
Een andere mogelijkheid is het op voorhand afsluiten
van een zorgcontract. De persoon, die weet dat hij weldra niet meer in staat zal zijn om voor zichzelf te zorgen,
stelt een contract op waarin hij de zorg voor zichzelf in de
handen legt van één of meerdere personen (die hiermee
akkoord moeten gaan).
Samen met deze toekomstige mantelzorger wordt vastgelegd welke zorgen er verstrekt worden door de persoon in kwestie en hoeveel van het budget hij hiervoor
kan spenderen. In dit zorgcontract gaan beiden dan ook
zwart op wit akkoord met de grootte van de aan te bieden
hulp en welke financiële tegemoetkomingen er maandelijks verleend worden door de hulpbehoeftige aan de
mantelzorger.
We raden aan om een zorgcontract af te sluiten bij een
notaris.
Hoe aanvragen?
Voor een minderjarige kan de vader en/of de moeder, de
voogd, hun advocaat, de procureur des Konings de procedure opstarten.
Voor een meerderjarige kan elk familielid, de voogd, de advocaat of de procureur des Konings de procedure opstarten.
Gevolgen
Ten aanzien van zijn persoon en zijn goederen wordt
de persoon gelijkgesteld met een kind van minder dan
15 jaar. Hij heeft beperkte rechten en blijft onder het ouderlijk gezag.
De belangen van de persoon in kwestie worden verdedigd door zijn ouder(s) of voogd.
Op het vlak van het private recht (t.a.v. zijn persoon en zijn
goederen) is hij volledig onbekwaam. Buiten het private
recht wordt enkel rekening gehouden met de werkelijke
leeftijd van de betrokkene. Dit betekent niet dat hij bekwaam zou zijn.
De persoon die onder het statuut van verlengde minderjarigheid wordt geplaatst kan bepaalde handelingen niet
zelfstandig verrichten (een huis kopen, een lening aangaan, een testament maken, huwen ...).
Niet enkel de genezing of verbetering van de geestestoestand geven aanleiding tot beëindiging van de toestand
van verlengd minderjarige. Er kan ook opheffing van de
toestand gevraagd worden.
De opheffing van de staat van verlengde minderjarigheid kan worden aangevraagd door een belanghebbende, dat kan de betrokkene zelf zijn, via een
verzoek tot opheffing ingediend bij de rechtbank.
90
Welke juridische maatregelen kun je ondernemen?
CM-thuiszorgtip
Goede afspraken maken goede vrienden, ook
op financieel vlak. Thuiszorg heeft altijd een invloed op de relaties met de naaste familieleden.
Het gebeurt vaak dat er binnen families vragen,
onzekerheden en spanningen opduiken, ook over
de financiële kant van thuiszorg. Bij intensieve
thuiszorg kan een vergoeding voor de hulp van de
mantelzorgers of een onkostenvergoeding overwogen worden. Zeker als de zorgbehoevende bij
één van de kinderen/mantelzorgers gaat inwonen.
Een eventuele financiële regeling kan best met de
zorgbehoevende, de mantelzorger(s) en alle naaste familieleden besproken worden. Bij het opstellen van een dergelijke overeenkomst kun je advies
vragen aan de maatschappelijk werker van CM of
aan jouw notaris.
Download