Nota Beter voor Elkaar 2

advertisement
GEINTEGREERDE NOTA
LOKAAL GEZONDHEIDSBELEID &
WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING
2012-2016
Beter voor Elkaar 2
2012-2016
gemeente Baarn
afdeling Beleid
december 2011
INHOUDSOPGAVE
PAGINA
Samenvatting
4
Inleiding
7
Hoofdstuk 1
1.1
1.2
1.3
Uitgangspunten voor beleid
Relatie WPG en Wmo
Uitgangspunten voor beleid
Conclusie
8
8
8
9
Hoofdstuk 2
Vijf thema’s voor beleid
10
Hoofdstuk 3
3.1
3.2
3.3
3.4
3.5
Samen leven in wijk en buurt
Inleiding
Doelstelling
Huidige activiteiten
Toekomstige activiteiten
Resultaten
12
12
12
12
12
13
Hoofdstuk 4
4.1
4.2
4.3
4.4
4.5
Opgroeien
Inleiding
Doelstelling
Huidige activiteiten
Toekomstige activiteiten
Resultaten
14
14
14
14
15
16
Hoofdstuk 5
5.1
5.2
5.3
5.4
5.5
Mantelzorgers en vrijwilligers
Inleiding
Doelstelling
Huidige activiteiten
Toekomstige activiteiten
Resultaten
17
17
17
17
18
19
Hoofdstuk 6
6.1
6.2
6.3
6.4
6.5
6.6
Meedoen makkelijker maken
Inleiding
Doelstelling
Huidige activiteiten
Toekomstige activiteiten
Keuzevrijheid
Resultaten
20
20
20
20
22
23
23
Hoofdstuk 7 Preventie en zorg
24
7.1
7.2
7.3
7.4
7.5
Inleiding
Doelstelling
Huidige activiteiten
Toekomstige activiteiten
Resultaten
24
24
24
25
26
Hoofdstuk 8
Financiën
27
2
Bijlagen
1. Speerpunten uit de bijeenkomst met de adviesraden en maatschappelijke organisaties
2. Algemeen kader: wet publieke gezondheid en wet maatschappelijke ondersteuning
3. Landelijke en lokale beleidskaders
4. Realisatie actieprogramma nota Beter voor Elkaar 2008-2012
5. Staat van Baarn
29
30
31
33
37
39
3
Samenvatting
Beleidsuitgangspunten






Doorgaan waar we zijn gebleven
Geen extra investeringen, maar wel behoud van kwaliteit
Uitgaan van de eigen kracht van burgers, met ondersteuning waar nodig
Integraal werken
Preventief werken: voorkomen is beter dan genezen
Beleid ontwikkelen en evalueren op basis van objectieve gegevens
Thema 1
Doelstelling
Samen leven in wijk en buurt
Het vergroten van de betrokkenheid van bewoners bij hun eigen straat /
buurt / wijk / dorp en het stimuleren van eigen / gezamenlijke initiatieven om
de leefbaarheid in de wijken te vergroten. Het gaat hierbij om het verbeteren
en/of behouden van de kwaliteit van de openbare ruimte, de veiligheid en het
sociale klimaat.
Huidige acties
Toekomstige
activiteiten



Buurtbemiddeling
Welzijn Nieuwe Stijl, vernieuwde inzet van welzijn
Onderzoek accommodaties
Resultaten 2016



Het aanbod van welzijn sluit aan bij de vraag van de burger;
De welzijnsactiviteiten vinden zoveel mogelijk in de wijk plaats;
De sociale samenhang tussen inwoners van Baarn wordt gewaardeerd
met een 7.
Thema 2
Doelstelling
Opgroeien
Een sluitende aanpak creëren voor de jeugd van 0-23 jaar, waarbij voldoende
ontwikkelingskansen worden geboden en bewustwordingsprocessen op gang
worden gebracht om veilig te kunnen doorgroeien naar volwassenheid.
Huidige acties





B.Slim
Transitie jeugdgezondheidszorg
CJG en zorgstructuren
Sociale vaardigheden en weerbaarheid
Thuisbegeleiding
Toekomstige
activiteiten



Focus naar gezond gewicht
Aanpak alcoholgebruik onder jongeren
Jongerenparticipatie
Resultaten 2016

Er een integraal beleid is opgezet om gezond gewicht bij schoolgaande
jeugd te bevorderen;
Er een integraal beleid is opgezet om schadelijk alcoholgebruik onder
jongeren tegen te gaan;
Er een integraal aanbod is van medische en sociale ondersteuning van
jeugd en hun ouders.


Thema 3
Doelstelling
Mantelzorg en vrijwilligers
De vrijwilligers en mantelzorgers op een zodanige manier ondersteunen dat
zij in staat zijn hun werkzaamheden te (blijven) doen op een manier die bij
hen past en die van belang is voor de (lokale) gemeenschap.
4
Huidige acties






Steunpunt Vrijwilligers Baarn
Vrijwilligersfonds
Maatschappelijke stages
Mantelzorgsteunpunt
Respijtzorg
Gemeentelijke erespeld
Toekomstige
activiteiten




Onderzoeken doeltreffendheid vrijwilligersbeleid
Verlagen plafond vrijwilligersfonds
Eerdere ondersteuning mantelzorgers
Meer informatie over respijtzorg
Resultaten 2016



Het aantal vrijwilligers in Baarn is minstens gelijk gebleven;
Er meer mantelzorgers bij het mantelzorgsteunpunt ingeschreven zijn;
Er voor mantelzorgers in Baarn informatie over respijtzorg beschikbaar
is.
Thema 4
Doelstelling
Meedoen makkelijker maken
Het stimuleren en faciliteren van kwetsbare inwoners om mee te doen aan
de samenleving door:
- het bieden van een laagdrempelige voorziening voor informatie,
advies en cliëntondersteuning;
- het bieden van een integraal welzijnsaanbod dat past binnen de
doelstellingen van de Wmo;
- het verstrekken van voorzieningen aan individuen die de
zelfredzaamheid bevorderen.
Huidige acties









Loket Zorg en Welzijn
Stichting Welzijn Baarn
Ouderenadviseur
GALM (Groninger Actief Leven Model)
Deelname bevorderen maatschappelijk verkeer en zelfstandig
functioneren
Subsidiemogelijkheden voor organisaties die welzijn bevorderen van
mensen met een verstandelijke beperking
Voorzieningen in het kader van de Wmo
Actieprogramma “Minder regels, Meer Service”
Drie adviesraden
Benchmark Wmo




Het versterken en verbreden van het loket Wonen, Zorg en Welzijn;
Aangepaste Wmo verordening met vraag- en oplossingsgericht beleid;
Invoeren begeleiding en hulpmiddelen vanuit AWBZ naar Wmo;
Opzetten Sociale kaart.

Toekomstige
activiteiten
Resultaten 2016



Thema 5
Doelstelling
de burgers op één punt informatie en advies kunnen ontvangen
over maatschappelijke ondersteuning;
er een verordening op de Wmo is die uitgaat van eigen
verantwoordelijkheid van de burger en de vraag achter de vraag;
er een sociale kaart is waar burgers gebruik van kunnen maken
Preventie en zorg
Bevorderen van deelname aan de samenleving van zeer kwetsbare mensen,
door gezondheidsbevordering en preventie en een goede afstemming tussen
verschillende organisaties te stimuleren.
5
Huidige acties







Gezondheidsbevordering GGD
Infectieziektebestrijding
Algemeen maatschappelijk werk
Aanpak huiselijk geweld
Woonzorgoverleg
Woonhygiënische problematiek
Declaratiefonds
Toekomstige
activiteiten




Preventieve gezondheidszorg ouderen
Aanpak eenzaamheid onder ouderen
Verbinding eerstelijn
OGGZ
Resultaten 2016

Er informatie beschikbaar is over een gezonde levensstijl voor
verschillende doelgroepen;
De functies van een consultatiebureau voor ouderen in samenhang zijn
georganiseerd;
Er een effectieve methode wordt ingezet om eenzaamheid onder
ouderen te verminderen;
Er wordt samengewerkt met de eerstelijn op verschillende thema’s
gericht op gezondheidsbevordering en preventie.



Wijzigingen ten opzichte van de nota Beter voor Elkaar 2008-2012
Niet alle actiepunten uit de vorige nota komen terug. Dit vanwege de beleidsuitgangspunten in hoofdstuk 1 of
het structureel worden van beleid. Het gaat om de volgende actiepunten:





Voortgang wijk-en buurtgericht werken
Wijkbudget
Wijksteunpunt
Subsidieregeling met als doel participatie in de samenleving
Gezondheidsbevordering specifieke doelgroepen
6
Inleiding
Voor de gemeente Baarn is het de uitdaging beleid te ontwikkelen dat een samenhangend antwoord geeft op
sociaal-maatschappelijke en gezondheidsproblemen en het voorkomen daarvan. Zowel vanuit de Wet
maatschappelijke ondersteuning (Wmo) als vanuit de Wet publieke gezondheid (Wpg) moet eens in de vier jaar
een beleidsnota worden vastgesteld. Als we denken vanuit de problematiek vanuit de burger, ligt het voor de
hand om deze beleidsnota’s gezamenlijk op te pakken.
De Wmo en Wpg richten zich op participeren in de maatschappij en collectieve preventie om gezondheid te
bevorderen. Dit zijn veel omvattende terreinen waardoor een goede begrenzing van de nota noodzakelijk is.
De Nota Beter voor Elkaar richt zich niet op beleidsterreinen als werk en inkomen (Wet werk en bijstand),
integratiebeleid, schuldhulpverlening, jeugdbeleid in de brede zin, onderwijsbeleid, cultuur, volkshuisvesting en
ruimtelijke ordening. Gezien het feit dat bovengenoemde onderwerpen de grenzen van de Wmo / Wpg
overschrijden worden voor deze beleidsterreinen geen concrete doelstellingen in dit beleidsplan geformuleerd.
Doel van deze nota is het vastleggen van de ambities voor de komende vier jaren, die, mede afhankelijk van de
financiële ruimte, in gang worden gezet. Deze financiële ruimte wordt jaarlijks door de gemeenteraad in de
meerjarenbegroting vastgesteld. De nota is geschreven in een periode waarin de Rijksoverheid steeds meer
taken op het bordje van de gemeente legt en tegelijkertijd bezuinigt op de vergoeding die zij daarvoor per
hoofd van de bevolking uitkeert. Eenvoudigweg betekent dit dat elke gemeente de komende jaren méér met
minder moet doen. Door deze ontwikkelingen bezinnen gemeenten zich op hun rol in de samenleving. Onder
druk van de economische crisis en vergaande bezuinigingen nemen ze steeds meer een regierol aan. Dat
betekent dat de gemeente zich meer gaat richten op de kerntaken die door de wet zijn opgelegd. Het betekent
ook dat gemeenten een steeds groter beroep doen op de zelfredzaamheid van de samenleving. Burgers worden
op weg geholpen, maar er wordt ook inbreng van de burger zelf verwacht.
De nota is in overleg met maatschappelijke organisaties en de adviesraden tot stand gekomen. In de
interactieve bijeenkomst is aan de adviesraden en maatschappelijke organisaties gevraagd waar de gemeente
Baarn in haar beleid de accenten moet leggen. Niet alle genoemde speerpunten passen binnen deze nota en op
een aantal aandachtspunten wordt al beleid gevoerd. De overige speerpunten uit deze bijeenkomsten zijn
verwerkt in de Nota Beter voor Elkaar. In de bijlagen zijn de genoemde speerpunten van de bijeenkomst
opgenomen.
In hoofdstuk 1 worden de uitgangspunten voor beleid uiteen gezet. Hieraan liggen een aantal kaders ten
grondslag, zoals de wettelijke kaders van de Wmo en de Wpg, maar ook landelijke en lokale beleidskaders.
Deze kaders zijn in de bijlagen opgenomen.
In hoofdstuk 2 worden vijf thema’s gepresenteerd waarop beleid ontwikkeld wordt. In hoofdstuk 3 tot en met
7 worden deze thema’s nader uitgewerkt. In hoofdstuk 8 wordt ten slotte een financieel overzicht gegeven.
7
Hoofdstuk 1
Uitgangspunten voor beleid
In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten voor het wmo- en lokaal gezondheidsbeleid nader uitgewerkt.
1.1
Relatie Wpg en Wmo
De Wpg is gericht op het voorkomen van gezondheidsproblemen (en dus ook van verminderde
zelfredzaamheid) of het voorkomen dat gezondheidsproblemen verergeren of chronisch worden. De Wmo
richt zich vooral op het bevorderen van maatschappelijke participatie, ook van mensen die om welke reden dan
ook minder zelfredzaam zijn. De verbinding tussen Wmo en Wpg is vooral gelegen in de termen
zelfredzaamheid en participatie: gezonde burgers gaan naar school, kunnen hun eigen huishouden in stand
houden en zich zelfstandig in en om hun woning bewegen, hebben werk, doen vrijwilligerswerk, leveren
mantelzorg en onderouden contacten in hun wijk of buurt.
Deze nota richt zich de komende vier jaar op een integraal en laagdrempelig aanbod van voorzieningen waarbij
preventie en het stimuleren en ondersteunen van mensen om te komen tot een optimale deelname aan de
maatschappij centraal staan.
1.2
Uitgangspunten voor beleid
In de bijlagen zijn het wettelijk kader en de landelijke en lokale beleidskaders beschreven. De geschetste kaders
en ontwikkelingen resulteren in de volgende uitgangspunten voor beleid voor de nota Beter voor Elkaar.
Uitgangspunten waarmee wij soms impliciet de afgelopen jaren gewerkt hebben en die expliciet het kader
vormen voor de komende jaren.
1. Doorgaan waar we zijn gebleven
Zoals het Sociaal Cultureel Planbureau in haar rapport ‘Op weg met de Wmo, evaluatie Wmo 20072009’ schrijft: De Wmo is werk in uitvoering. Dit geldt ook voor Baarn. In 2007 zijn we begonnen met
de uitvoering van de Wmo en sindsdien zijn steeds meer onderdelen van de Wmo beleidsmatig
uitgewerkt en in praktijk gebracht. Er is bijvoorbeeld een breed Wmo loket, er is één
welzijnsinstelling, er is een mantelzorgsteunpunt en een Centrum voor Jeugd en Gezin. Maar er zijn
ook overlegvormen opgezet voor afstemming tussen het ondersteuningsaanbod. Deze zaken zijn niet
eenmalig neergezet en dan afgerond, maar zijn in ontwikkeling. Ze worden verder
geprofessionaliseerd, verdiept en verbreed. Met deze nieuwe nota willen we niet een compleet nieuwe
koers uitzetten, maar verder gaan op de ingeslagen weg1. We willen versterken wat goed gaat en
verbeteren wat nog niet goed gaat.
2. Geen extra investeringen, maar wel behoud van kwaliteit
Vanuit het rijk worden de komende jaren minder middelen beschikbaar gesteld. Waar nieuwe of
andere activiteiten gewenst zijn zoeken we naar middelen vanuit bestaand beleid. Met andere
woorden: nieuw voor oud beleid. Waar door verdere decentralisatie van AWBZ-taken, zoals
voorgenomen door het nieuwe kabinet, extra middelen worden overgeheveld naar gemeenten houden
wij deze beschikbaar voor de dan noodzakelijke voorzieningen.
3. Uitgaan van de eigen kracht van burgers, met ondersteuning waar nodig
Binnen deze nota moet er een zorgvuldige afweging plaatsvinden hoe met de beschikbare middelen om
te gaan. Om de druk op voorzieningen beheersbaar te houden gaan wij uit van de eigen kracht van de
burger. Steeds zal de vraag gesteld worden wat burgers zelf kunnen doen of met hulp uit de directe
sociale omgeving. Mensen zullen meer worden aangesproken op hun kwaliteiten en hun mogelijkheden
om een bijdrage te leveren aan het leven van anderen. Als het nodig is worden mensen daarin
ondersteund. Daarbij wordt de vraag van de burger centraal gesteld, en niet het aanbod. Voor
iedereen moeten er voldoende, laagdrempelige voorzieningen in de buurt zijn (winkels, verenigingen,
zorg en welzijn) die de deelname aan de maatschappij bevorderen.
4. Integraal werken
De vraag van de burger centraal stellen, vraagt om een integrale aanpak. Mensen die om hulp vragen,
1
In de bijlagen is de realisatie van het actieprogramma uit de nota Beter voor Elkaar 2008-2012
opgenomen
8
hebben vaak niet één probleem, maar meerdere problemen tegelijk. Problemen die met elkaar
samenhangen en dus ook in samenhang moeten worden aangepakt. Dat betekent dat de inzet van
organisaties waar nodig met elkaar moet worden verbonden. Wij willen dubbel aanbod in
voorzieningen voorkomen. Voorzieningen moeten zo integraal mogelijk worden vorm gegeven.
5. Preventief werken: voorkomen is beter dan genezen
Zo lang mogelijk en zo gewoon mogelijk mee kunnen blijven doen aan de samenleving is het doel van
de nota Beter voor Elkaar. Door middel van goed preventief beleid kan maatschappelijke uitval (zware
zorgbehoevendheid, dakloosheid, verslaving) worden voorkomen. Preventie kan ervoor zorgen dat de
toename van mensen met een (chronische) ziekte wordt afgeremd en dat mensen langer gezond
blijven. Onze interventies richten zich op beïnvloeding van factoren die kunnen leiden tot
maatschappelijke uitval.
6. Beleid ontwikkelen en evalueren op basis van objectieve gegevens
Om beleid te ontwikkelen en te evalueren hebben wij behoefte aan informatie. Voor een deel zijn dat
objectieve gegevens (bevolkingsopbouw, gezondheidstoestand), voor een deel is die informatie ook
subjectief (beleving en opinies van belanghebbenden). Wij willen investeren in onderzoek waaruit de
staat van de maatschappelijke ondersteuning in Baarn duidelijk wordt.
1.3
Conclusie
We willen versterken wat al is geïnitieerd en goed gaat in de ondersteuning van burgers bij hun
zelfredzaamheid en dit verbeteren waar nodig. We willen verbinden wat verschillende organisaties en burgers
in Baarn bijdragen aan maatschappelijke ondersteuning om gezamenlijk te komen tot een krachtige en
ondersteunende samenleving.
9
Hoofdstuk 2
Vijf thema’s voor beleid
De Wmo kent negen prestatievelden waarop beleid gemaakt moet worden. Binnen de Wmo gaat het om een
breed scala aan beleidsterreinen en doelgroepen: jeugdbeleid, gehandicaptenbeleid, ouderenbeleid,
maatschappelijke opvang en huiselijk geweld, vrijwilligersbeleid en mantelzorg. Ook de Wpg eist het
ontwikkelen van een integrale nota. Er moeten verbanden aangegeven worden met andere beleidsterreinen.
Daarbij kan gedacht worden aan sport, jeugd, veiligheid en welzijn. Omdat het in deze nota Beter voor Elkaar
over een breed scala aan onderwerpen gaat, die relaties hebben met verschillende beleidsterreinen, is er voor
een indeling in verschillende thema’s gekozen. Deze thema’s hebben concrete benamingen en spreken daarmee
meer aan dan de abstracte beschrijvingen van de prestatievelden.
Thema
Samen leven in wijk en buurt
Opgroeien
Mantelzorg en vrijwilligers
Meedoen makkelijker maken
Preventie en zorg
Bestaat uit:
Prestatieveld 1: bevorderen van de sociale samenhang in en
leefbaarheid van dorpen, wijken en buurten.
Prestatieveld 2: op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen
met problemen met opgroeien en van ouders met problemen met
opvoeden.
Wpg: jeugdgezondheidszorg
Prestatieveld 4: het ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers.
Prestatieveld 3: het geven van informatie, advies en
cliëntondersteuning.
Prestatieveld 5: het bevorderen van de deelname aan het
maatschappelijke verkeer en van het zelfstandig functioneren van
mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en van
mensen met een psychosociaal probleem.
Prestatieveld 6: het verlenen van voorzieningen aan mensen met een
beperking of een chronisch psychisch probleem en aan mensen met een
psychosociaal probleem ten behoeve van het behoud van hun
zelfstandig functioneren of hun deelname aan het maatschappelijk
verkeer.
Prestatieveld 7: het bieden van maatschappelijke opvang en het
voeren van beleid ter bestrijding van geweld dat door iemand uit de
huiselijke kring van het slachtoffer is gepleegd.
Prestatieveld 8: het bevorderen van openbare geestelijke
gezondheidzorg met uitzondering van het bieden van psychosociale
hulp bij rampen
Prestatieveld 9: het bevorderen van verslavingsbeleid.
Wpg: ouderenzorg, landelijke prioriteiten
In de Staat van Baarn (zie bijlage) is beschreven wat op de verschillende thema’s de huidige situatie is.
In de volgende hoofdstukken wordt per thema aangegeven wat de doelstelling is, wat we al doen, welke
activiteiten we gaan oppakken en welke knelpunten er mogelijk zijn. Veel activiteiten en voorzieningen vallen
onder meerdere prestatievelden. Er is voor gekozen om deze activiteiten of voorzieningen in het thema te
plaatsen waar de meeste overlap mee is. Alleen die activiteiten of voorzieningen waar wij aan deelnemen of
waarmee wij een financiële relatie hebben worden genoemd.
De toekomstige activiteiten zijn globaal beschreven omdat deze nota kaderstellend is. De komende jaren
moeten deze activiteiten verder uitgewerkt worden. Bij deze uitwerking worden diverse partijen uit het veld
betrokken om verbindingen tussen zorg, welzijn, sport, onderwijs en eventueel andere instellingen te leggen.
Het college moet de uitgewerkte plannen goedkeuren.
In het kader van de Wmo moet in het beleidsplan opgenomen worden:
 wat de gemeentelijke doelstellingen zijn op de verschillende prestatievelden;
10




hoe het samenhangende beleid wordt uitgevoerd en welke acties worden ondernomen in de periode
die het plan bestrijkt;
welke resultaten de gemeente wenst te behalen in de periode die het plan bestrijkt;
welke maatregelen de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders nemen om de
kwaliteit te borgen van de uitvoering van de maatschappelijke ondersteuning;
welke maatregelen worden genomen om de keuzevrijheid te bevorderen voor degenen aan wie
maatschappelijke ondersteuning wordt verleend.
Daarnaast moet het plan de resultaten van het overleg met burgers en organisaties beschrijven.
In de interactieve bijeenkomst is aan de adviesraden en aan maatschappelijke organisaties gevraagd waar de
gemeente Baarn in haar beleid de accenten moet leggen. De genoemde speerpunten zijn in de bijlage
opgenomen. Niet alle genoemde speerpunten passen binnen deze nota en op een aantal aandachtspunten
wordt al beleid gevoerd. De overige speerpunten uit deze bijeenkomst zijn verwerkt in de Nota Beter voor
Elkaar.
11
Hoofdstuk 3
Samen leven in wijk en buurt
3.1
Inleiding
Onder dit thema valt prestatieveld 1. Dit prestatieveld gaat over het bevorderen van de sociale samenhang in
en de leefbaarheid van dorpen, wijken en buurten. Bij leefbaarheid gaat het over leefbaarheid in al zijn facetten,
zoals groen en grijs (onderhoud wegen en groen); veiligheid; voorzieningen (winkels, verenigingen); participatie
van mensen en communicatie onderling. Leefbaarheid is geen thema dat exclusief aan de lokale overheid is
voorbehouden. De vraag hoe leefbaar een kern of buurt is wordt primair door de mensen die er wonen
aangegeven. De gemeente en andere professionele organisaties hebben als taak aan te geven welke
verantwoordelijkheid zij daarin willen dragen, zowel qua inhoud als wat betreft investeringen. Leefbaarheid in
de kernen en buurten kan dus alleen in samenwerking met bewoners en werkzame professionals bevorderd
worden of behouden blijven.
3.2 Doelstelling
Het vergroten van de betrokkenheid van bewoners bij hun eigen straat / buurt/ wijk/ dorp en het stimuleren
van eigen / gezamenlijke initiatieven om de leefbaarheid in de wijken te vergroten. Het gaat hierbij om het
verbeteren en/of behouden van de kwaliteit van de openbare ruimte, de veiligheid en het sociale klimaat.
3.3
Huidige activiteiten
Buurtbemiddeling
Om de sociale veiligheid in Baarn te verhogen, wordt sinds 2009 buurtbemiddeling ingezet. Buurtbemiddeling is
een manier om geschillen onder gezag van buurtbewoners zelf aan te pakken. Speciaal daartoe getrainde
inwoners van Baarn vormen een team van buurtbemiddelaars dat mensen helpt om onderlinge geschillen zelf
op te lossen. Twee buurtbemiddelaars uit het team voeren de bemiddeling tussen de ruziënde buren uit. Dat
gebeurt met mediation-technieken, een methode van conflicthantering die uitgaat van de relatie tussen de
betrokkenen en hun wederzijdse belangen en emoties. Het team staat onder leiding van een professionele
projectleider. Een buurtbemiddelaarsteam kan alleen functioneren in samenwerking met professionele
instanties, zoals het maatschappelijk werk, de woningbouwcorporatie en de politie. De projectleider is hiertoe
de verbindende schakel en vormt de waarborg voor continuiteit voor het project.
In juni 2011 heeft college besloten om buurtbemiddeling vanaf 2012 onder te brengen bij de Stichting Welzijn
Baarn om zo de lokale verbanden met andere terreinen te kunnen versterken.
3.4
Toekomstige activiteiten
Welzijn Nieuwe Stijl, vernieuwde inzet van welzijn
Welzijn speelt een grote rol bij het opbouwen van een samenleving waarin mensen elkaar kennen en weten
wat ze voor elkaar willen betekenen. Wij willen de functie van welzijn meer benutten om de wmo-doelen te
realiseren. Hierbij willen we de uitgangspunten van Welzijn Nieuwe Stijl2 zoveel mogelijk centraal stellen.
Iedereen heeft toegang tot welzijn, van jong tot oud. Centraal staat dat we uit gaan van de eigen kracht van
mensen. Sommige mensen hebben echter meer behoefte aan ondersteuning, omdat zij kwetsbaar zijn. Met de
juiste vorm van ondersteuning kunnen zij hun leven beter vorm geven. Als het sociale netwerk rondom
kwetsbare inwoners wordt versterkt, wordt mogelijk minder snel een beroep gedaan op geïndiceerde
professionele zorg.
Andere mensen tonen hun betrokkenheid en willen zich actief inzetten voor anderen en hebben daarbij
ondersteuning nodig. Welzijn zal zich ook op deze burgers moeten richten. Welzijn brengt mensen met elkaar
in contact, signaleert en ondersteunt actieve inwoners bij het organiseren van activiteiten.
Bij het versterken van het sociale netwerk rondom kwetsbare mensen worden buren, vrijwilligers, kerken en
verenigingen in de wijk betrokken. Het versterken van het zorgend vermogen van een wijk of buurt bevordert
de sociale cohesie.
In het welzijnonderzoek (2010) is aan inwoners van Baarn gevraagd hoe zij hun buurt waarderen. Het
gemiddelde cijfer dat inwoners van Baarn hun buurt geven is een 7.3. De waardering voor het wonen in de
buurt is één aspect van de sociale samenhang. Sociale samenhang houdt echter meer in, het betreft contact,
ontmoeting en gezamenlijke activiteiten met als doel meedoen in de maatschappij en wederzijdse (informele)
hulpverlening versterken. De sociale samenhang tussen inwoners van Baarn wordt gewaardeerd met een 5.75.
2
Zie bijlage landelijke beleidskaders
12
Dit is net voldoende. Dit betekent dat er niet heel veel sociale samenhang is tussen de inwoners van Baarn. Er
is geen verschil te zien tussen de verschillende wijken.
Binnen de gemeente Baarn wordt nog onderzocht hoe wijk-en buurtgericht werken en de verbinding met
burgers in de toekomst vorm gegeven kunnen worden. Wij zien een belangrijke rol voor de welzijnsinstelling
bij het versterken van de sociale cohesie in de wijk.
Onderzoek accommodaties
Ontmoeten is belangrijk. Dit komt naar voren in het welzijnsonderzoek en wordt door de inwoners van Baarn
genoemd als behoefte. Het ontmoeten geeft de burger een instrument om een oplossing te realiseren voor
dieper liggende behoeften (vraag achter de vraag). Dit willen mensen graag in de buurt kunnen doen. Er zijn
allerlei accommodaties (van zowel gesubsidieerde als niet gesubsidieerde organisaties) waar dit mogelijk is.
Welzijn kent deze accommodaties en weet deze te koppelen aan de gewenste activiteiten, zodat een
dynamische inzet van (buiten)ruimten ontstaat. Dit betekent dat wij onderzoeken of één of meerdere locaties
van de Stichting Welzijn Baarn (SWB) afgestoten kunnen worden. De activiteiten van de SWB kunnen dan
meer in de wijk plaatsvinden.
Gezondheid en preventie in de wijk
Vanuit de Wpg heeft de gemeente de taak om bij de inrichting van wijken, de plannen te toetsen op
gezondheidsaspecten. Bij de inrichting van de woonomgeving kan bijvoorbeeld rekening worden gehouden met
factoren die het bewegen stimuleren, zoals voldoende speelruimte of veilige fietsroutes.
Daarnaast kan collectieve gezondheidsbevordering een bijdrage leveren aan de sociale samenhang en
leefbaarheid in de wijk. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de aanpak van alcoholgebruik. Dit onderwerp
wordt verder uitgewerkt in hoofdstuk 4.
3.5
Resultaten
De gemeente Baarn is in 2016 tevreden als:
 het aanbod van welzijn aansluit bij de vraag van de burger;
 de welzijnsactiviteiten zoveel mogelijk in de wijk plaats vinden;
 de sociale samenhang tussen inwoners van Baarn wordt gewaardeerd met een 7.
13
Hoofdstuk 4
Opgroeien
4.1
Inleiding
In dit thema komen twee onderwerpen vanuit de Wmo en de Wpg samen. Vanuit de Wmo komt hier
prestatieveld 2 aan de orde, vanuit de Wpg wordt hier aandacht besteed aan de jeugdgezondheidszorg. Onder
prestatieveld 2 van de Wmo valt “op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen met problemen met
opgroeien en van ouders met problemen met opvoeden”. Het thema opgroeien gaat over de gezondheid en de
ondersteuning van de Baarnse jongeren en hun ouders en begeleiders. De gemeente is onder andere
verantwoordelijk voor: informatie en advies; signalering en toeleiding naar zorg; preventie; coördinatie van
zorg; licht ambulante hulpverlening (opvoedingsondersteuning). Voor een belangrijk deel worden de
onderwerpen op dit thema beschreven in de nota Samen verder werken voor de jeugd (nota jeugd- en
onderwijsbeleid). We zullen ons in dit thema daarom vooral richten op de onderwerpen die verbonden zijn
met gezondheid.
4.2
Doelstelling
Een sluitende aanpak creëren voor de jeugd van 0-23 jaar, waarbij voldoende ontwikkelingskansen worden
geboden en bewustwordingsprocessen op gang worden gebracht om veilig en gezond te kunnen doorgroeien
naar volwassenheid.
4.3
Huidige activiteiten
B.Slim
Sinds 2009 bestaat in Baarn het project B.Slim, beweeg meer, eet gezond, gericht op de aanpak van
overgewicht bij kinderen. Kern van B. Slim is dat verschillende partijen samenwerken om te stimuleren dat
kinderen meer gaan bewegen en gezonder gaan eten. Er zijn al veel inspanningen geweest om een groot deel
van de Baarnse kinderen en hun ouders te bereiken met de boodschap beweeg meer en eet gezond. Er wordt
zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande activiteiten zoals de straatspeeldag, schoolvoetbaltoernooi en kids on
tour, om de boodschap van B.Slim over te brengen op kinderen en hun ouders. Overgewicht is een chronisch
probleem en verandering van leefstijl is een kwestie van een lange adem.
Transitie jeugdgezondheidszorg
In de regio Eemland wordt de jeugdgezondheidszorg 0-19 jaar uitgevoerd door GGD Midden-Nederland.
De missie van de jeugdgezondheidszorg (jgz) is het beschermen, bewaken en bevorderen van gezondheid en
daarmee samenhangend gedrag van alle jeugd en hun omgeving. Dit doet de jgz door te signaleren, toe te
leiden, te interveniëren en te monitoren wat er in de samenleving gebeurt, gezond gedrag te stimuleren en
erger te voorkomen. De jgz behandelt niet.
Er is een landelijk basistakenpakket vastgesteld. Dit betekent dat de basiszorg voor alle 0-19 jarigen in
Nederland gelijk is. Daarnaast maakt de gemeente ieder jaar afspraken met de GGD over maatwerk voor de
jeugdgezondheidszorg in Baarn.
In 2011 is GGD Midden-Nederland gestart met een veranderde aanpak voor de jgz, de zogenaamde transitie
jgz. De jgz krijgt een gedifferentieerd en flexibel aanbod. Dit betekent dat alle kinderen gemonitord worden,
maar dat de manier waarop verschilt.
-
De jgz biedt een standaardaanbod voor kinderen waar het goed mee gaat;
De jgz biedt een uitgebreider en intensiever aanbod voor kinderen die om redenen extra zorg
behoeven;
Per kind wordt op elk monitormoment d.m.v. een risicotaxatie een inschatting gemaakt hoe het
volgende monitormoment er voor dat kind uit moet zien.
Door integrale jgz is er sprake van één aanspreekpunt voor ouders van kinderen van 0 tot 19 jaar en
continuïteit in ondersteuning van de ouders en kinderen.
CJG en zorgstructuren
Op 30 september 2009 is het Centrum voor Jeugd en Gezin(CJG) in Baarn geopend. Het CJG bestaat uit een
fysiek inlooppunt. Voor vragen en informatie kan ook de website geraadpleegd worden. Op de website is
algemene opvoedingsinformatie te vinden. Tevens is het mogelijk om per e-mail een vraag te stellen aan het
CJG in Baarn. Het CJG Baarn is er voor kinderen, jeugdigen, ouders en professionals.
Het Centrum voor Jeugd en Gezin heeft een zorgstructuur met betrekking tot vragen die gerelateerd zijn aan
opvoeden en opgroeien. De overleggen worden gecoördineerd door een CJG-medewerker.
14
Er is een overleg 0-4 jaar, 4-12 jaar en 12+. Het is belangrijk om in een zo vroeg mogelijk stadium problemen
bij jeugdigen te kunnen signaleren, zodat zo licht, kortdurend en nabij mogelijk hulp in gang gezet kan worden.
Sociale vaardigheid en weerbaarheid
Op de middelbare schoolleeftijd komen jongeren steeds meer in aanraking met factoren die een ongezonde
levensstijl tot gevolg hebben, zoals alcohol en drugs, maar ook minder sporten en ongezonder eten. In een
rapport van het RIVM wordt beschreven dat weerbare jongeren gezonder leven. Al op de basisschool zouden
jongeren lessen in weerbaarheid moeten krijgen en moeten leren hoe zij om kunnen gaan met sociale druk.
Een sociale vaardigheden-training helpt kinderen (en hun ouders) bij het corrigeren van zorgelijk gedrag zoals:
geen aansluiting vinden bij leeftijdsgenoten, terugtrekken, pesten, druk en onhandelbaar in de groep. Het
vergroot de weerbaarheid van jongeren in deze leeftijdsgroep, waardoor zij op de middelbare school beter in
hun schoenen staan.
In 2007 is Beweging 3.0 begonnen met het aanbieden van een sociale vaardigheidstraining voor jongeren tussen
de 8 en de 12 jaar. Door Stichting Welzijn Baarn wordt ook een weerbaarheidstraining aangeboden aan de
leeftijdsgroepen 7-13 jaar en 13+.
Onderzocht moet worden of het aanbod beantwoordt aan de vraag van jongeren en hun ouders/ begeleiders
en of er sprake is van dubbelingen.
Thuisbegeleiding
Tot en met 2008 gaf de grondslag ‘psychosociaal probleem’ toegang tot de AWBZ-functie ondersteunende
begeleiding. Sinds 1 januari 2009 is dit niet meer mogelijk. Gemeenten worden hiervoor sinds 2009 financieel
gecompenseerd door het rijk. Het gaat hierbij om middelen die voorheen in het kader van ondersteunende
begeleiding op de grondslag “psychosociaal” door (thuis)zorgorganisaties aan ontregelde huishoudens werden
besteed. Het gaat dus om gezinnen, vaak met meerdere problemen, waarbij geen (nog) medische diagnose is
gesteld of kan worden.
Thuisbegeleiding is een (vaak intensieve) vorm van praktische en psychosociale begeleiding voor volwassenen
en gezinnen met één of meerdere psychosociale en/of psychiatrische problematieken. Thuisbegeleiding is
inzetbaar voor complexe meervoudige problematiek. In Baarn wordt thuisbegeleiding vooral ingezet bij
gezinnen waar opvoedingsondersteuning nodig is. Opvoedingsondersteuning in de vorm van gezinscoaching is
een onderdeel van het aanbod.
4.4
Toekomstige activiteiten
Gezond gewicht
De afgelopen jaren is met de inzet van het project B.Slim ingezet op het voorkomen van overgewicht onder
kinderen. Uit de jeugdgezondheidsmonitor 2008-2010 blijkt dat gemiddeld 11% van de kinderen in Baarn
overgewicht heeft. Naarmate jongeren ouder worden, wordt hun eet-en beweegpatroon ongezonder. Hoewel
het percentage kinderen met overgewicht lager is dan het regionaal gemiddelde, is er in Baarn sinds 2008 wel
een toename van het aantal 5-6 jarigen en 9-11 jarigen met overgewicht.
Naast overgewicht zijn er ook gegevens opgenomen over ondergewicht. Het percentage kinderen met
ondergewicht is bij 9-11 jarigen in Baarn hoger dan het regionale gemiddelde.
Omdat niet alleen overgewicht, maar ook ondergewicht aan de orde is, zal de focus moeten verschuiven van
voorkomen van overgewicht naar bevorderen van gezond gewicht. De samenwerking die er nu is op het gebied
van sport, welzijn en gezondheid moet zoveel mogelijk in stand worden gehouden. De coördinatie door GGD
kan minder intensief, maar blijft wenselijk. De verbinding met de eerstelijn op het gebied van gezond gewicht
kan versterkt worden door aan te haken bij de beweegkuur, een initiatief van eerstelijns zorgverleners in Baarn,
zoals fysiotherapeuten en huisartsen. Hiervoor is in 2011 subsidie aangevraagd bij het NASB. Deze aanvraag is
gehonoreerd.
Aanpak alcoholgebruik
Meer dan de helft van de basisschoolleerlingen uit Baarn heeft al kennis gemaakt met alcohol. Dit aantal is
hoger dan gemiddeld in de regio. Ook onder middelbare scholieren uit Baarn is het alcoholgebruik hoger dan
gemiddeld in de regio.
De gemeente Baarn heeft in het Veiligheidsprogramma 2011, onderdeel Jeugd en Veiligheid, het volgende doel
opgenomen: In 2014 moet het alcoholgebruik onder jongeren in Baarn onder het Utrechtse
gemiddelde zitten (in 2008 lag het percentage alcoholnuttigende jongeren in Baarn enkele procenten
erboven). Hieraan willen we vanuit het lokaal gezondheidsbeleid de volgende doelstellingen toevoegen:
Daarbij richten we ons vooral op het terugdringen van het aantal jongeren dat onder de 16 jaar alcohol nuttigt.
De boodschap is ‘geen alcohol onder de 16’. In 2012 en de jaren daarna willen we:
15
Meer bekendheid van de norm ‘geen alcohol onder de 16 jaar’ bij de jongeren onder de 16 én
bij ouders/volwassenen.
o Betere naleving en handhaving van de wettelijke leeftijdsgrenzen met betrekking tot de
verkoop van alcohol. In de loop van 2012 wordt de nieuwe Drank- en Horecawet van kracht
waarin het toezicht op naleving van de Drank-en Horecawet bij gemeenten komt te liggen, in
plaats van bij de nieuwe Voedsel- en Warenautoriteit. Dit biedt gemeenten kansen voor
lokaal alcoholbeleid.
Door het jongerenwerk van Stichting Welzijn Baarn wordt in alle groepen 8 van de basisscholen in Baarn
voorlichting gegeven over alcohol, tabak en drugs.
o
Jongerenparticipatie
Jeugdigen hebben specifieke behoeften, wensen en ideeën. Het is van belang jeugdigen als specifieke groep te
informeren en mee te laten denken. In de nota “Samen verder werken voor de jeugd” wordt onderzocht op
welke manier jeugdigen geïnformeerd kunnen worden en mee kunnen praten over zaken die hen aangaan.
4.5
Resultaten
De gemeente Baarn is in 2016 tevreden als:



Er een integraal beleid is opgezet om gezond gewicht bij schoolgaande jeugd te bevorderen;
Er een integraal beleid is opgezet om schadelijk alcoholgebruik onder jongeren tegen te gaan;
Er een integraal aanbod is van medische en sociale ondersteuning van jeugd en hun ouders.
16
Hoofdstuk 5
Mantelzorg en vrijwilligers
5.1
Inleiding
Het thema Mantelzorg en Vrijwilligers gaat over prestatieveld 4: het ondersteunen van mantelzorgers en
vrijwilligers. Hoewel de ondersteuning van vrijwilligers en mantelzorgers in één prestatieveld is ondergebracht,
bestaat er een verschil tussen vrijwilligers en mantelzorgers. Het verschil zit in de mogelijkheid te kunnen
kiezen. Voor vrijwilligerswerk kies je bewust. Het is niet vrijblijvend, maar je kunt er mee stoppen wanneer je
wilt. Mantelzorg overkomt je meestal. Het is niet eenvoudig het werk stop te zetten omdat de mantelzorger
een persoonlijke relatie heeft met degene die verzorgd wordt en zich verplicht voelt tot de verzorging. Het
gemeenschappelijke element is dat mantelzorg en vrijwilligerswerk niet betaald wordt. De definitie van
vrijwilligerswerk is: het verrichten van onbetaald werk in organisatorisch verband. Mantelzorg is de term voor
mensen die langdurig onbetaald zorgen voor een oudere, zieke of gehandicapte met wie zij een persoonlijke
relatie hebben.
5.2
Doelstelling
De vrijwilligers en mantelzorgers op een zodanige manier ondersteunen dat zij in staat zijn hun werkzaamheden
te (blijven) doen op een manier die bij hen past en die van belang is voor de (lokale) gemeenschap.
5.3
Huidige activiteiten
Steunpunt Vrijwilligers Baarn (SVB)
Ter ondersteuning van het gemeentelijk vrijwilligerswerkbeleid (in 2001 ontwikkeld en vastgesteld door de
gemeenteraad) is in 2003 het Steunpunt Vrijwilligers Baarn (SVB) opgericht. Het SVB heeft als doelstelling het
stimuleren van deelname aan vrijwilligerwerk, het bieden van ondersteuning aan vrijwilligersorganisaties en het
verder uitbouwen van het steunpunt. Voor het behoud en de waardering van het grote aantal vrijwilligers
binnen Baarn is het steunpunt onmisbaar. Voor de implementatie van het vrijwilligerswerkbeleid is in 2003 een
vrijwilligersconsulent aangesteld. De vrijwilligersconsulent zet zich actief in om vraag en aanbod bij elkaar te
brengen, de Public Relations van het vrijwilligerswerk te verbeteren en de deskundigheid van vrijwilligers- en
vrijwilligersorganisaties te bevorderen. Zo heeft de SVB zorg gedragen voor een collectieve
vrijwilligersverzekering, voor het opzetten van een vacaturebank en ondersteunt het o.a. de vrijwilligersmarkt.
Ook biedt de SVB ondersteuning bij het vinden van fondsen en sponsoring en het plaatsen van advertenties en
uitzendingen in de media.
Vrijwilligersfonds
In Baarn zijn ongeveer 230 organisaties waar vrijwilligerswerk gedaan wordt. Van deze organisaties ontvangen
er ongeveer 55 subsidie van de gemeente. Naast deze organisaties zijn er vele vrijwilligersorganisaties die geen
subsidie ontvangen, en die wel een belangrijke bijdrage leven aan het sociale leven in Baarn. Deze organisaties
zijn redelijk in staat om zonder financiële ondersteuning de eigen activiteiten te ontwikkelen. Er is echter geen
of weinig financiële ruimte om extra activiteiten uit te voeren. Het vrijwilligersfonds Baarn is bedoeld als extra
ondersteuning van het vrijwilligerswerk in Baarn. Het fonds ondersteunt de vrijwilligersorganisaties financieel
onder andere bij de waardering, het organiseren van een jubileumfeestje of trainingen voor vrijwilligers.
Ongeveer 100 organisaties hebben af en toe behoefte aan financiële ondersteuning vanuit het vrijwilligersfonds
Baarn, met name voor het trainen en waarderen van vrijwilligers.
Maatschappelijke stages
Leerlingen uit het voortgezet onderwijs moeten vanaf schooljaar 2011/2012 verplicht 30 uur vrijwilligerswerk
uitvoeren, waarvan veelal 10 uur in en rondom de school en 20 uur vrijwilligerswerk bij een maatschappelijke
organisatie. Deze 30 uur kunnen over de hele schoolcarrière gespreid worden. In Baarn geldt dat het Baarsch
Lyceum de leerlingen in de derde klas stage laat lopen. De Waldheim mavo organiseert een stageweek aan het
einde van het tweede leerjaar. Voor de leerlingen die vanaf 2011/2012 met de middelbare school beginnen,
geldt dat zij geen diploma ontvangen als zij aan het eind van hun examenjaar niet voldoende uren
vrijwilligerswerk hebben gedaan. Daarom zijn de scholen, de gemeente en het steunpunt vrijwilligerswerk Baarn
al vanaf 2008 begonnen om voor leerlingen voldoende stageplekken te realiseren. Hiervoor is een
stagemakelaar bij de SWB aangesteld.
Ondersteuning van mantelzorg
Baarn heeft een lokaal mantelzorgsteunpunt. Toegang tot het mantelzorgsteunpunt kan via het loket Wonen,
Welzijn en Zorg plaatsvinden of direct bij het steunpunt. Het mantelzorgsteunpunt wordt door de Stichting
Welzijn Baarn uitgevoerd. Via subsidie is er budget voor een mantelzorgconsulent voor 10 uur per week.
17
Vanuit de SWB wordt het contact met mantelzorgers gelegd, informatie en advies geboden en de dag van de
Mantelzorg georganiseerd. Tevens organiseert de SWB thema- en groepsbijeenkomsten en
ondersteuningsgroepen.
Respijtzorg
Respijtzorg heeft een belangrijke functie bij de ondersteuning van mantelzorgers. Respijtzorg is een
verzamelbegrip voor voorzieningen die de mantelzorg tijdelijk overnemen, zodat de mantelzorger weer eigen
activiteiten kan ontplooien. Er is respijtzorg aan huis (vrijwillig en professioneel) en buitenshuis (bijvoorbeeld
dagvoorzieningen, logeerhuizen, vakantiemogelijkheden).
Momenteel zijn er bij de Stichting Welzijn Baarn een aantal vrijwilligers actief voor het buddyteam. Het
buddyteam biedt respijtzorg bij mensen thuis. De buddyzorger ondersteunt onder andere de mantelzorger
door oppastaken over te nemen, zodat de mantelzorger even vrij heeft.
Naast het buddyteam zijn er regionaal en provinciaal diverse respijtzorgvoorzieningen waar inwoners van Baarn
gebruik van kunnen maken. Hulp Thuis en Stimulans (beide onderdeel van Ravelijn) leveren opvang thuis door
vrijwilligers. Daarnaast kan de Hulpdienst (onderdeel van SWB) op incidentele basis ook ondersteuning thuis
bieden. Ook de vrijwilligers van Vriendschappelijk Huisbezoek (Humanitas) zijn genegen om op ad hoc basis
diensten op dit terrein te leveren. Daarnaast zijn er dagbestedingsprogramma’s bij Eemborg en Schoonoord.
Gemeentelijke erespeld
Naast de Koninklijke onderscheiding is er in de gemeente Baarn ook de erespeld waarmee waardering geuit
kan worden naar personen die zich op een verdienstelijke manier voor de samenleving ingezet hebben. Het kan
bijvoorbeeld gaan om mensen die jarenlang vrijwilligerswerk hebben verricht voor een vereniging, veel werk
voor mensen in de buurt gedaan hebben of al jarenlang mantelzorger zijn.
5.4
Toekomstige activiteiten
Onderzoek naar doeltreffendheid vrijwilligersbeleid
Het vrijwilligerswerk neemt een belangrijke plaats in binnen de gemeente. Het sociale en maatschappelijke
leven in Baarn draait voor een belangrijk deel op vrijwilligers. Vrijwilligers zijn dan ook onbetaalbaar voor de
gemeente Baarn.
In Baarn worden veel activiteiten voor vrijwilligers ontplooid. Uit de benchmark Wmo over 2010 blijkt dat de
gemeente Baarn ten opzichte van andere gemeenten veel voorzieningen biedt om vrijwilligers te ondersteunen.
Ook blijkt dat wij meer geld uitgeven aan vrijwilligerswerk dan andere vergelijkbare gemeenten. Het aandeel
vrijwilligers in Baarn is echter niet hoger dan bij andere gemeenten. Daarom is het goed om te onderzoeken
waar we nu met het vrijwilligerswerk staan, wat we de afgelopen jaren allemaal gedaan hebben en hoe we
verder willen als vrijwilligers en gemeente. Daarbij zal ook onderzocht worden of er behoefte is aan het
ontwikkelen van kwaliteitskenmerken voor vrijwilligersorganisaties.
Verlagen van het plafond van het vrijwilligersfonds
Het vrijwilligersfonds was indertijd opgezet om organisaties af en toe een financiële ondersteuning te bieden.
Wij merken dat veel organisaties nu jaarlijks een beroep dan op het fonds, dat was niet het uitgangspunt bij het
instellen van het vrijwilligersfonds. Het voorstel is om het vrijwilligersfonds met €10.000 te verlagen en in
overleg met het steunpunt vrijwilligers de criteria en de hoogte van de bedragen aan te scherpen.
Eerdere ondersteuning mantelzorgers
Uit de Staat van Baarn blijkt dat 6% van de scholieren en ruim 10% van de volwassenen en senioren in Baarn
mantelzorg verlenen. Uit de monitors van de GGD blijkt dat het zorgen voor naasten vaak een zware belasting
vormt voor de mantelzorger. In 2010 waren er ruim 100 mantelzorgers geregistreerd bij Stichting Welzijn
Baarn. Wanneer mantelzorgers in een vroeg stadium worden bereikt, kan te zware of overbelasting wellicht
worden voorkomen. Om een brede groep mantelzorgers te kunnen ondersteunen, dient actief te worden
geworven. Doel is om meer mantelzorgers te kennen waardoor de mantelzorger eerder ondersteund kan
worden. Aan het mantelzorgsteunpunt van de SWB zal gevraagd worden om met een plan van aanpak te
komen om het genoemde doel te bereiken.
Meer informatie over respijtzorg
Binnen maar ook buiten Baarn zijn er een aantal mogelijkheden voor respijtzorg. Aan deze mogelijkheden zou
meer bekendheid gegeven kunnen worden. Maar ook is nog veel onduidelijk over de manier van aanvragen en
de vergoeding van respijtzorg. Aan het mantelzorgsteunpunt van de SWB zal gevraagd worden om op een wijze
die past bij de mantelzorger de informatievoorziening over respijtzorg te verbeteren.
18
5.5
Resultaten
De gemeente Baarn is in 2016 tevreden als:
 het aantal vrijwilligers in Baarn minstens gelijk is gebleven;
 er meer mantelzorgers bij het mantelzorgsteunpunt ingeschreven zijn;
 er voor mantelzorgers in Baarn informatie over respijtzorg beschikbaar is.
19
Hoofdstuk 6
6.1
Meedoen makkelijker maken
Inleiding
Onder dit thema valt prestatieveld 3, prestatieveld 5 en prestatieveld 6.
Prestatieveld 3 gaat over het geven van informatie, advies en cliëntondersteuning.
Prestatieveld 5 gaat over het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer en van het
zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en van mensen
met een psychosociaal probleem.
Prestatieveld 6 richt zich op het verlenen van voorzieningen aan mensen met een beperking of een chronisch
psychisch probleem en aan mensen met een psychosociaal probleem ten behoeve van het behoud van hun
zelfstandig functioneren of hun deelname aan het maatschappelijk verkeer.
Deze drie prestatievelden liggen dicht tegen elkaar aan. Door deze prestatievelden gezamenlijk in één thema te
behandelen wordt de samenhang benadrukt.
6.2
Doelstelling
Het stimuleren en faciliteren van kwetsbare inwoners om mee te doen aan de samenleving door:
 het bieden van een laagdrempelige voorziening voor informatie, advies en cliëntondersteuning;
 het bieden van een integraal welzijnsaanbod dat past binnen de doelstellingen van de Wmo;
 het verstrekken van voorzieningen aan individuen die de zelfredzaamheid bevorderen.
6.3
Huidige activiteiten
Loket Wonen, Zorg en Welzijn
Het loket Wonen maakt sinds 1 september 2009 onderdeel uit van het loket Wonen, Zorg en Welzijn. Dat
betekent dat we als gemeente de taken rondom woonruimteverdeling verzorgen. Het loket Wonen, Zorg en
Welzijn (WZW) is daarmee de vraagbaak voor inwoners van Baarn op het brede terrein van maatschappelijke
ondersteuning. Of het nu gaat om inschrijven als woningzoekende, aanvragen voor Wmo-voorzieningen of
Awbz-zorg, financiële regelingen of welzijnsvoorzieningen. Hierbij staat centraal dat een burger zich in principe
niet vaker dan één maal tot de gemeente dient te wenden om over het gehele scala van voorzieningen
betreffende maatschappelijke ondersteuning de nodige informatie te verkrijgen. Daarbij beperken wij ons niet
tot die voorzieningen waar wij zelf 'over gaan', maar geven ook informatie over relevante aanpalende terreinen
zoals zorg en welzijn.
Stichting Welzijn Baarn (SWB)
Met ingang van 1 januari 2010 werken vier welzijnsorganisaties en twee steunpunten samen onder de nieuwe
naam Stichting Welzijn Baarn. Dit zijn De Plataan (jeugd- en jongerenwerk), FGBB Welzijn Ouderen
(voorzieningen en diensten voor ouderen), Dienstverleningscentrum De Leuning (activiteiten en diensten voor
ouderen), Wegwijs (laagdrempelig advies en hulp) en het Steunpunt Vrijwilligerswerk Baarn. De
werkzaamheden van de SWB richten zich op de volgende drie gebieden.
 Ontmoeting en vrijetijdsbesteding
Het welzijnswerk in Baarn richt zich met haar activiteiten op het organiseren van activiteiten die
individuen de gelegenheid bieden tot het opbouwen en onderhouden van contacten. Activiteiten die
een bijdrage leveren aan de bestrijding van vereenzaming bij ouderen, het bevorderen van samenleven
in wijk en buurt, het activeren van mensen en het vergroten van de maatschappelijke betrokkenheid.
 Preventie, advies en ondersteuning
De WMO doet een groot beroep op de eigen verantwoordelijkheid van de burger maar biedt ook
ondersteuning voor hen die dat nodig hebben. Gedacht kan worden aan de ouderenadviseur, aan de
(ambulante)jongerenwerkers en aan Wegwijs voor ondersteuning en informatie over de diverse
(hulp)instanties, organisaties en gemeentelijke diensten. Specifiek voor de ondersteuning van de
mantelzorger is er het Steunpunt mantelzorg.
Op veel terreinen probeert het welzijnswerk door actieve voorlichting problemen te voorkomen.
Bijvoorbeeld met Alcohol, Tabak en Drugsvoorlichting op de basisscholen, bewegingsactiviteiten ter
bestrijding van overgewicht of behoud van zelfstandigheid voor ouderen. Ook preventieve
huisbezoeken aan ouderen, het Alzheimercafé, voorlichting aan allochtone vrouwen, budgetcursussen,
weerbaarheidtraining voor meisjes en jongens en seniorenweb behoren tot de activiteiten op dit
gebied.
 Voorzieningen en diensten
20
Het welzijnswerk levert ook een aantal diensten. Een voorbeeld hiervan is de Ouderenbus. Met de
inzet van vrijwilligers vervoert deze tegen een voordelig tarief ouderen en rolstoelrijders naar diverse
bestemmingen in de gemeente. Een belangrijke bijdrage aan de mobiliteit en zelfstandigheid van
ouderen. Hetzelfde geldt ook voor de maaltijdvoorziening en de hulpdienst.
Ouderenadviseur
De ouderenadviseur is een deskundige die zelfstandig wonende ouderen vanaf 55 jaar helpt bij vragen en
problemen op het gebied van wonen, welzijn en zorg. De ouderenadviseur is in dienst van de SWB. De hulp
van de ouderenadviseur kan bijvoorbeeld bestaan uit informatie, advies, emotionele steun, begeleiding en het
helpen vinden van instanties. Daarnaast coördineert de ouderenadviseur preventieve huisbezoeken door
vrijwilligers. Dit project is een gezamenlijk initiatief van de SWB en de gemeente Baarn. Het doel van deze
huisbezoeken is om te onderzoeken hoe de leefomstandigheden zijn van zelfstandig wonende senioren. Er
worden bijvoorbeeld vragen gesteld over gezondheid, wonen en tijdsbesteding. De gegevens worden anoniem
verwerkt. Daarnaast wordt tijdens de huisbezoeken informatie gegeven over de diverse voorzieningen en
activiteiten in Baarn. Deze informatie is ook terug te vinden in de seniorengids die door de SWB wordt
verspreid.
GALM (Groninger Actief Leven Model)
GALM richt zich op niet (meer) actieve senioren van 55 tot en met 75 jaar met als doel het bevorderen van
een gezonde levenstijl door meer bewegen. GALM hanteert een speciale strategie voor het benaderen van
deelnemers aan het project. Om in contact te komen worden deze senioren actief benaderd.
In 2010 is besloten om niet langer jaarlijks senioren van 55 jaar en ouder te benaderen, maar dat vanaf 2012
slechts tweejaarlijks te doen in de helft van de gemeente. Potentiële deelnemers worden benaderd vanuit de
gemeente en krijgen de mogelijkheid om deel te nemen aan een fittest, waarbij GALM wordt geïntroduceerd.
Aangetoond is dat sportief actieve senioren zowel lichamelijk als geestelijk langer zelfredzaam blijven, sneller
revalideren na ongelukken, operaties en ziekten en sociaal actiever blijven. Daarmee draagt het GALM-project
in hoge mate bij aan wmo-doelen.
Deelname bevorderen maatschappelijk verkeer en zelfstandig functioneren
Op verschillende afdelingen worden activiteiten uitgevoerd om de deelname aan het maatschappelijke verkeer
en het zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en van
mensen met een psychosociaal probleem te bevorderen. Hierbij kan gedacht worden aan de onderwerpen
toegankelijkheid, mobiliteit, arbeid, inkomen en voorzieningen. Ook preventief gezondheidsbeleid kan een
bijdrage leveren aan het zelfstandig functioneren.
Subsidiemogelijkheden voor organisaties die welzijn bevorderen van mensen met een
verstandelijke beperking
Met een aantal organisaties werkzaam op het terrein van mensen met een beperking zijn
subsidieovereenkomsten afgesloten. Deze overeenkomsten richten zich op het bevorderen van het welzijn van
mensen met een verstandelijke beperking.
Voorzieningen in het kader van de Wmo
In het verstrekkingenboek zijn de voorzieningen opgenomen die ter compensatie van de beperking die men
ondervindt worden geboden. De toegang tot een dergelijke voorziening hangt af van de individuele kenmerken
van de aanvrager. Om tot een goede beoordeling te komen wordt een proces tot indicatiestelling gestart.
Vervolgens zal een beslissing op de aanvraag worden genomen (=beschikking).
Actieprogramma “Minder regels, Meer Service”
Eén van de speerpunten uit het collegeprogramma 2010 – 2014 is het terugdringen van de regelgeving en
daarmee het verbeteren van de dienstverlening. Om de verbeteringen goed inzichtelijk te maken wordt jaarlijks
een actieprogramma opgesteld en de daarin opgenomen acties geprioriteerd en uitgevoerd. Ook de uitvoering
van de Wmo wordt hierin meegenomen.
Drie adviesraden
Het college is verplicht om, voordat zij de definitieve beleidsplannen voorlegt aan de raad, advies te vragen aan
de vertegenwoordigers van vragers van maatschappelijke ondersteuning (art. 12 Wmo). Er zijn drie adviesraden
in de gemeente Baarn actief: een allochtonenraad, een gehandicaptenraad en een seniorenraad. De Wmo
omvat een breed scala aan onderwerpen. Bij die onderwerpen zijn vaak één of meerdere adviesraden
betrokken. Om de integraliteit te waarborgen moeten deze raden op de prestatievelden van de Wmo één
advies uitbrengen.
21
Benchmark Wmo
De benchmark is een onderzoek naar het beleid van de gemeente op de Wmo. Binnen een benchmark worden
gemeenten onderling met elkaar vergeleken. Alle 9 prestatievelden komen aan bod. Centraal staan de Wmodoelen ‘samenhang in beleid’ en ‘meedoen in de maatschappij’. Naast beleid, organisatie en uitvoering richt de
benchmark zich ook op het sturen op de effecten van het beleid. In de benchmark zijn de vragen van de
verplichte horizontale verantwoording (verantwoording aan de gemeenteraad en de burgers) geïntegreerd. In
de benchmark Wmo wordt ook het tevredenheidonderzoek van gebruikers van Wmo-voorzieningen geregeld.
6.4
Toekomstige activiteiten
Het versterken en verbreden van het loket Wonen, Zorg en Welzijn
Het loket, ook nu met de woonruimteverdeling erbij, is kwetsbaar. De uitvoering van de taken op welzijn, zorg
en op wonen zijn niet geïntegreerd waardoor het werk teveel bij één of twee mensen ligt. Deze kwetsbaarheid
zal alleen maar toenemen met het overhevelen van nieuwe taken vanuit de AWBZ naar de Wmo. Dit betekent
dat we de komende jaren de continuïteit van het loket willen borgen en aan een meer éénduidige vormgeving
van taken in het loket willen werken. Om dit te realiseren gaan we de komende tijd investeren in allround
medewerkers die niet alleen vakkundig zijn op het eigen werkveld, maar ook de belangrijkste werkzaamheden
binnen alle aandachtsgebieden: wonen, zorg en welzijn, beheersen. Daarna gaan we over tot het invoeren van
één spreekuur op wonen, zorg en welzijn. Ook wordt de medewerker voor leerlingenvervoer aan het loket
WZW toegevoegd. Hiermee wordt de dienstverlening nog breder en de capaciteit binnen het loket groter.
Tevens wordt een andere werkwijze ingevoerd, het zogenoemde kantelingsgesprek. Tijdens dit gesprek wordt
gezocht naar een passende oplossing van het probleem. De oplossing hoeft niet altijd een individuele
voorziening te zijn, maar kan ook liggen in een algemene voorziening zoals maaltijdservice. Naar verwachting zal
door de vernieuwde werkwijze ook een besparing op individuele voorzieningen gerealiseerd kunnen worden.
Wmo verordening
Er zal een nieuwe Wmo verordening ontwikkeld worden. Met deze nieuwe verordening stappen we af van het
denken in voorzieningen. De verordening zal ondersteunend zijn aan de aanpak waarbij niet langer claims en
rechten centraal staan, maar waarbij tijd genomen wordt om de vraag te verhelderen en te zoeken naar
passende ondersteuning.
Eigen bijdrage
Uit de benchmark Wmo blijkt dat ruim 50% van de gemeenten een eigen bijdrage heft op onroerende
woonvoorzieningen (verbouwingen of aanpassingen aan het huis), ruim 40% op roerende zaken (bijvoorbeeld
een traplift) en bijna 40% op individuele vervoersvoorzieningen zoals een scootmobiel.
In de huidige verordening wordt alleen op huishoudelijke hulp een eigen bijdrage geheven. Om de
betaalbaarheid van de Wmo te bevorderen zal in de nieuwe Wmo verordening aan de raad voorgesteld
worden om een eigen bijdrage op Wmo voorzieningen te heffen. Een uitzondering hierop zijn de rolstoelen
omdat het vragen van een eigen bijdrage wettelijk niet is toegestaan en collectief vervoer omdat al een eigen
bijdrage per zone gevraagd wordt.
Begeleiding en hulpmiddelen vanuit AWBZ naar de Wmo
In 2012 moet de gemeente twee wetswijzigingen voorbereiden en invoeren.
De functie Begeleiding wordt vanuit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) naar de Wmo
overgeheveld. Gemeenten zijn vanaf 2013 verantwoordelijk voor die mensen die voor het eerst of opnieuw
een beroep doen op begeleiding en vanaf 2014 voor alle mensen die in aanmerking komen voor begeleiding.
Het gaat hier om begeleiding van mensen met een verstandelijke, of lichamelijke beperking, ouderen met
somatische of psychogeriatrische problemen, volwassenen met psychiatrische problemen en jongeren met
psychiatrische problemen in combinatie met opvoed- en opgroeiproblemen. Het gaat in Baarn om ongeveer
230 mensen die extramuraal zijn en begeleiding ontvangen.
Ook wordt een groot deel van de hulpmiddelen vanuit de AWBZ in de Wmo ondergebracht. Het gaat om
hulpmiddelen die te maken hebben met “zelfredzaamheid in en om de woning”. Daarnaast gaat het ook om
hulpmiddelen uit de AWBZ-kortdurende uitleenregeling die aan zelfredzaamheid zijn gerelateerd. Deze nieuwe
regeling gaat per 2013 in.
22
Sociale kaart
Om zelfredzaam te zijn heb je informatie nodig en soms advies en/of ondersteuning. Burgers kunnen hiervoor
terecht bij het loket WZW. Verder wordt er samen met het Centrum voor jeugd en gezin een digitale sociale
kaart opgezet. Ook zal er informatie over de Wmo worden verstrekt via de gemeentelijke rubriek in de
Baarnsche Courant of met foldermateriaal.
6.5
Keuzevrijheid
Het beleid (en de activiteiten) betreffende maatschappelijke participatie en zelfstandig functioneren van
chronisch zieken, mensen met een gebrek of een stoornis en ouderen hebben principieel tot doel de
zelfbeschikking en de keuzevrijheid van de burgers te versterken c.q. te vergroten. Alle voornemens worden
door de gemeente op die criteria getoetst. Het succes van de activiteiten op dit terrein wordt mede afgemeten
aan de bijdrage die wordt geleverd aan de keuzevrijheid en de kwaliteit van leven van de burgers.
Tevens heeft de burger die aanspraak maakt op een individuele voorziening de keuze tussen een voorziening in
natura of het ontvangen van een hiermee vergelijkbaar persoonsgebonden budget, tenzij hiertegen
overwegende bezwaren bestaan. Bij een voorziening in natura verstrekt de gemeente aan de aanvrager een
voorziening die hij of zij kant-en-klaar krijgt. Daar waar het primaat bij een algemene voorziening ligt is er geen
keuzevrijheid.
6.6
Resultaten
De gemeente Baarn is in 2016 tevreden als:
 de burgers op één punt informatie en advies kunnen ontvangen over maatschappelijke ondersteuning;
 er een verordening op de Wmo is die uitgaat van eigen verantwoordelijkheid van de burger en de
vraag achter de vraag;
 er een sociale kaart is waar burgers gebruik van kunnen maken
23
Hoofdstuk 7
7.1
Preventie en zorg
Inleiding
In dit hoofdstuk gaat het om de prestatievelden 7, 8 en 9 en om taken vanuit de Wpg.
Prestatieveld 7 richt zich op het bieden van maatschappelijke opvang en het voeren van beleid ter bestrijding
van geweld dat door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer is gepleegd. Prestatieveld 8 gaat over het
bevorderen van openbare geestelijke gezondheidzorg (OGGZ) met uitzondering van het bieden van
psychosociale hulp bij rampen en in prestatieveld 9 staat het bevorderen van verslavingsbeleid centraal; het
bieden van ondersteuning en faciliteiten aan verslaafden en het beperken van overlast door verslaafden.
Gemeenten zijn op basis van de Wpg verantwoordelijk voor de collectieve preventie in hun gemeente. Zij
hebben de taak de gezondheid van hun inwoners te beschermen, te bewaken en te bevorderen.
7.2
Doelstelling
Bevorderen van deelname aan de samenleving van zeer kwetsbare mensen, door gezondheidsbevordering en
preventie en een goede afstemming tussen verschillende organisaties te stimuleren.
7.3
Huidige activiteiten
Gezondheidsbevordering GGD
In de landelijke gezondheidsnota wordt gesteld dat mensen zelf moeten beslissen over hun leefstijl. Het is niet
aan de overheid om voor te schrijven wat wel en niet goed is. Wel kunnen wij een gezonde keuze makkelijk
maken. Onder andere door te informeren en te adviseren. De GGD heeft hierin een belangrijke rol en
verstrekt regelmatig publieksinformatie over specifieke onderwerpen, zoals roken en alcoholgebruik. Daarnaast
adviseert de GGD scholen over schoolgezondheidsbeleid en wordt de gemeente geadviseerd over de
uitvoering van het lokaal gezondheidsbeleid. De GGD heeft inzicht in de gezondheidsrisico’s in Baarn, kan
partijen met elkaar verbinden en kan adviseren over de aanpak van projecten rond gezondheidsbevordering.
Infectieziektebestrijding
De gemeente is vanuit de Wpg verantwoordelijk voor de algemene infectieziektebestrijding in Baarn. De GGD
voert deze taak voor de gemeente uit. Hierbij wordt nauw samengewerkt met verschillende regionale en
landelijke partners zoals huisartsen, zorginstellingen en het RIVM, maar ook met de Veiligheidsregio Utrecht,
om bijvoorbeeld in geval van een uitzonderlijk grote uitbraak samen te werken bij de bestrijding. Aanvullend op
de uitvoering door de GGD neemt de gemeente het op zicht om in overleg met de GGD informatie te
verstrekken aan inwoners en indien gewenst inentingscampagnes te faciliteren.
Algemeen Maatschappelijk Werk
De gemeente subsidieert het Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW). AMW omvat activiteiten waarbij de
volgende probleemcategorieën worden behandeld:
 materiële problemen, over zaken als inkomensverwerving en -besteding, huisvesting,
vorming/opleiding, arbeid en gezondheid (verzorging/opname);
 relationele problemen, met name relatie ouder/kind, relatie tot partner, echtscheiding, relatie tot
andere personen en tot instanties;
 immateriële problemen, zoals die er zijn over eenzaamheid, identiteit, cultuurverschillen,
machtsmisbruik, verwaarlozing, verwerking en verslaving.
Aanpak huiselijk geweld
Huiselijk geweld wordt in de regio Eemland gezamenlijk aangepakt. De aanpak bestaat uit het in stand houden
van het regionale advies- en steunpunt huiselijk geweld, de beleidsmatige samenwerking van verschillende zorgen veiligheidspartijen en gemeenten onder coördinatie van de GGD, een tweewekelijks casuïstiekoverleg onder
coördinatie van Beweging 3.0 (maatschappelijk werk) en de uitvoering van de wet tijdelijk huisverbod.
Woonzorgoverleg
Het woonzorgoverleg is een lokaal netwerk dat hulp biedt aan cliënten uit de Openbare Geestelijke
Gezondheidszorg (OGGZ) met ernstige psychiatrische- en/of psychosociale problemen die hulp nodig hebben,
maar dit afwijzen of geen hulp vragen. De samenwerking richt zich op het vinden van oplossingen voor deze
cliënten, zodat huisuitzettingen en overlast voorkomen kunnen worden. Betrokken partijen komen bij elkaar,
wisselen informatie uit en organiseren samen gepaste zorg. In Baarn maken de volgende partijen deel uit van
het overleg: Riagg Amersfoort en Omstreken, de politie, Beweging 3.0, Symfora, Centrum Maliebaan, MEE,
24
Kwintes, het Leger des Heils (Grijs Genoegen), gemeente Baarn, Eemland Wonen en GGD Midden-Nederland
(coördinatie).
Woonhygiënische problematiek
Het komt voor dat mensen hun woning vervuilen. De omwonenden hebben last van de stank, ongedierte en
dergelijke of maken zich zorgen om de leefsituatie van hun buurtgenoot. Vaak zijn deze mensen nog niet in
contact met hulpverlening en willen ze (in eerste instantie) niet geholpen worden. In dergelijke gevallen kan een
melding gedaan worden bij de GGD. Na een melding onderzoekt de GGD hoe de betrokkene en de woning er
aan toe is. Samen met de bewoner bekijkt de GGD hoe de situatie opgelost kan worden. Mogelijke oplossingen
zijn:




herstellen van contact met de hulpverlening,
in contact brengen met de reguliere zorg,
het huis laten schoonmaken,
er voor zorgen dat de betrokkene zichzelf beter kan redden .
Declaratiefonds
De gemeente geeft een bijdrage voor welzijns- en sportactiviteiten aan mensen met een laag inkomen. Hieraan
zijn voorwaarden verbonden.
Het invullen
7.4
Toekomstige activiteiten
Preventieve gezondheidszorg ouderen
Sinds 1 juli 2010 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de preventieve ouderengezondheidszorg. Dit houdt in
dat de gemeente moet zorgen voor het monitoren, signaleren en voorkomen van gezondheidsproblemen bij
ouderen. Daarbij moeten gemeenten zich baseren op de lokale behoefte van ouderen en een passend aanbod
tot stand brengen. Bij het tot stand brengen van een aanbod wordt rekening gehouden met voorzieningen die al
beschikbaar zijn, zoals huisartsen, thuiszorg en welzijnsvoorzieningen. Dit betekent dat gemeenten zich vooral
kunnen richten op het verbinden en faciliteren van lokale initiatieven.
In het coalitieakkoord is opgenomen dat onderzocht zal worden hoe de functies van een consultatiebureau
voor ouderen in Baarn georganiseerd kunnen worden. In dit onderzoek zal gekeken worden naar de
activiteiten en voorzieningen die er op dit gebied al zijn, zoals de ouderenadviseur, de preventieve
huisbezoeken bij inwoners van 75 jaar en ouder en de inzet van praktijkondersteuners, en hoe deze met elkaar
te verbinden zijn en waar deze nog uitgebreid kunnen worden.
De gezondheidsmonitor senioren die één keer per vier jaar wordt uitgevoerd door de GGD en de rapportage
preventieve huisbezoeken van de Stichting Welzijn Baarn, geven inzicht in de gezondheidssituatie van ouderen.
Eenzaamheid onder ouderen
Ongeveer een derde van de volwassenen en ruim 40% van de senioren in Baarn geeft aan eenzaam te zijn. In
2010 heeft het Riagg zich samen met verschillende partijen in Baarn ingezet voor bestrijding van eenzaamheid
onder ouderen door inzet van een brede mediacampagne. De komende jaren moet worden onderzocht welke
aanpak het best ingezet kan worden in Baarn. In het RIVM rapport ‘Gezond ouder worden in Nederland’ is
opgenomen dat er bij eenzaamheid onder ouderen aanwijzingen zijn dat educatieve of sociale
groepsinterventies zoals gespreksgroepen, zelfhulpgroepen of samen sporten, wandelen of dansen,
eenzaamheid kunnen voorkomen of verminderen. Individuele interventies zoals huisbezoeken en het bieden van
sociale steun via telefonisch contact lijken minder effectief te zijn.
Verbinding eerstelijn
De eerstelijns gezondheidszorg is voor mensen een laagdrempelige voorziening. De eerstelijn biedt een goede
infrastructuur om preventie te koppelen aan zorg, risicogroepen te bereiken en begeleiding uit te voeren. Tot
de eerstelijn behoren onder andere de verloskundige en kraamzorg, de huisarts, de fysiotherapeut, het
algemeen maatschappelijk werk, de tandarts, de apotheek, de verpleegkundige en de doktersassistent.
Artikel 2 van de Wpg draagt gemeenten onder andere op om te zorgen voor afstemming tussen de publieke en
de curatieve gezondheidszorg. Het gaat dan om de verbinding tussen de preventie (gericht op de hele
bevolking) en de zorg/curatie voor individuele patiënten.
Hoewel er op onderdelen wel samengewerkt wordt met de eerstelijn, bijvoorbeeld in het CJG en de ketenzorg
dementie, kan nog meer ingezet worden op samenwerking. In 2011 is hiertoe een aanzet gemaakt, door
subsidie aan te vragen bij het NASB voor het versterken van de samenwerking tussen het beweegkuurteam
25
(eerstelijnszorg) en B.Slim, gericht op het voorkomen van overgewicht. Deze samenwerking kan mogelijk ook
gebruikt worden voor andere vraagstukken op het gebied van preventie en gezondheidsbevordering.
OGGZ (huiselijk geweld, huisuitzettingen, multiproblemsituaties, financiële problemen)
In de regio Eemland is Amersfoort centrumgemeente voor de uitvoering van een belangrijk deel van het
OGGZ- beleid. De gemeente Amersfoort ontvangt hiervoor een doeluitkering van het rijk. De voorzieningen
voor dak- en thuislozen, vrouwenopvang, verslavingszorg en dergelijke bevinden zich dan ook in Amersfoort.
Voor de regiogemeenten, zoals Baarn, is het de taak om zoveel mogelijk in te zetten op het voorkomen dat
mensen gebruik moeten maken van de voorzieningen in Amersfoort.
Het beleid op het gebied van OGGZ in Baarn is ondergebracht in verschillende onderdelen en is niet specifiek
als OGGZ-beleid te herkennen. Naast de aanpak van huiselijk geweld, het voorkomen van huisuitzettingen,
schuldhulpverlening en algemeen maatschappelijk werk, kan het OGGZ-beleid nog verder vorm gegeven
worden door de verschillende overlegvormen/ onderwerpen samen te brengen in één platform/ vangnet en dit
verder uit te breiden met de bredere OGGZ-doelgroep. Hiervoor kan in de regio samengewerkt worden. Een
belangrijk aandachtspunt daarbij is de signalering van problemen, gevolgd door toeleiding van cliënten naar
goede zorg. Ook een beter inzicht in de OGGZ-doelgroep in Baarn is hierbij van belang. De GGD werkt in dit
kader aan het verder ontwikkelen van een monitor kwetsbare groepen per gemeente.
7.5
Resultaten
De gemeente Baarn is in 2016 tevreden als:





Er informatie beschikbaar is over een gezonde levensstijl voor verschillende doelgroepen;
De functies van een consultatiebureau voor ouderen in samenhang zijn georganiseerd;
Er een effectieve methode wordt ingezet om eenzaamheid onder ouderen te verminderen;
Er wordt samengewerkt met de eerstelijn op verschillende themas’s gericht op
gezondheidsbevordering en preventie.
Er inzicht is in de OGGZ-doelgroep in Baarn en het beleid ten aanzien van OGGZ meer in samenhang
is vorm gegeven.
26
Hoofdstuk 8
Financiën
Binnen het budget Wmo overige prestatievelden (665207 / 34690) is voldoende budget beschikbaar om de
uitvoering van de nota Beter voor Elkaar te bekostigen. In eerste instantie was er een werkbudget van
€128.000. Omdat het budget voor de training “sociale vaardigheden” in de perspectiefnota is gehalveerd, is het
werkbudget wmo verlaagd tot €121.500. Bij de behandeling van de programmabegroting door de
gemeenteraad op 26 oktober 2011 is een amendement aangenomen om niet te bezuinigen op het budget voor
de sociale vaardigheidstrainingen. De dekking voor uitvoering van dit amendement komt vanuit de bezuiniging
op het budget van de fractievergoedingen.
Niet alle actiepunten uit de vorige nota komen weer terug. Dit vanwege de uitgangspunten op beleid in
hoofdstuk 1 of het structureel worden van het beleid. Het gaat om de volgende actiepunten:
-
-
-
-
-
voortgang wijk- en buurtgericht werken
Bij de behandeling van de programmabegroting 2012-2015 door de gemeenteraad is het
onderdeel wijk -en buurtgericht werken geschrapt. Het budget voor wijk- en buurtgericht
werken is met €100.000 verminderd. Er resteert een bedrag van €12.000 ten behoeve voor
buurtactiviteiten. Hier moet nog nader invulling aan worden gegeven.
Wijk- en buurtgericht werken werd niet bekostigd vanuit wmo-budget.
wijkbudget
Uitgaan van de eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht van mensen, betekent dat mensen
ook verantwoordelijk zijn voor het bekostigen van buurtinitiatieven. Voor dit actiepunt was in
de vorige nota € 5.000,- begroot.
wijksteunpunt
Zowel bij de beleidsuitgangspunten als in hoofdstuk 3 is beschreven dat voorzieningen en
activiteiten zoveel mogelijk in de wijk moeten worden aangeboden. Er zijn allerlei
accommodaties waar dit mogelijk is. Welzijn kent deze accommodaties en weet deze te
koppelen aan gewenste activiteiten, waardoor een dynamische inzet van (buiten)ruimten
ontstaat. Dit maakt de ontwikkeling van een wijksteunpunt overbodig. Voor dit actiepunt was
in de vorige nota € 15.000,- begroot.
subsidieregeling met als doel participatie in de samenleving
Van deze regeling is geen gebruik gemaakt. De regeling werd betaald uit de reserve wvg: deze
middelen zullen met het beëindigen van de nota onbeperkt Baarn naar de algemene rekening
vloeien.
gezondheidsbevordering specifieke doelgroepen
Dit is niet meer als apart actiepunt opgenomen, maar komt terug in de voorgestelde
activiteiten: investeren in jeugd en ouderen. Voor dit actiepunt was in de vorige nota € 5.000
begroot.
Doordat bovenstaande actiepunten niet terugkomen in deze nota, vinden er binnen het beschikbare budget
verschuivingen plaats en kunnen nieuwe acties worden ingezet. Een aantal acties worden bekostigd vanuit
regulier beschikbaar budget (anders dan het budget op wmo overige prestatievelden), waarvan op dit moment
nog niet duidelijk is of dit budget gelijk blijft. Zo is in de perspectiefnota 2012-2015 het volgende beschreven:
“We gaan nader bekijken of er mogelijke bezuinigingsmaatregelen zijn met betrekking tot bijvoorbeeld (….) de
SWB en zo ja, wat de omvang kan zijn.” Dit betekent dat mogelijk een aantal voorgestelde actiepunten niet of
niet volledig uitgevoerd kunnen worden.
Naast het budget voor uitvoering van de nota Beter voor Elkaar worden voor het totale aanbod op het gebied
van wmo- en lokaal gezondheidsbeleid ook andere budgetten ingezet, zoals voor maatschappelijk werk, welzijn,
openbare gezondheidszorg, jeugdgezondheidszorg en huishoudelijke hulp. In deze nota beperken we ons tot de
inzet van het werkbudget wmo-overige prestatievelden.
In onderstaand schema wordt per actiepunt aangegeven wanneer het gerealiseerd moet zijn, wat de geschatte
begroting per jaar is en of het om een wettelijke of niet wettelijke taak gaat. Veel van de onderstaande acties
hebben geen wettelijke grondslag. Het is echter wel verplicht om op de verschillende thema’s beleid te
ontwikkelen. De keuzes in het beleid staan vrij.
Uitvoering
Voordat de actiepunten geïmplementeerd worden, moet het college een concrete invulling op het actiepunt
inclusief een begroting vaststellen.
27
Actiepunt
Beleidsuitgangspunt 6
Onderzoek waaruit de staat van de maatschappelijke
ondersteuning in de gemeente Baarn duidelijk wordt.
Thema 1: samen leven in wijk en buurt
Vernieuwde inzet van welzijn
Wanneer
Begroting per
jaar
2015
€ 1.000
Eenmalig
2012-2016
Vanuit regulier
budget
Jaarlijks
Vanuit regulier
budget
Eenmalig
Niet
wettelijk
€ 6.500
Jaarlijks
€ 15.000
Jaarlijks
€ 10.000
Jaarlijks
Vanuit de nota
“Samen verder
werken voor de
jeugd”
Niet
wettelijk
Niet
wettelijk
Niet
wettelijk
Wettelijk
Vanuit reguliere
middelen benchmark
wmo
Eenmalig
€ 10.000
Jaarlijks
€ 10.000
Jaarlijks
€ 10.000
Jaarlijks
€ 30.000
Jaarlijks
Niet
wettelijk
€ 10.000
In 2012 en 2013
n.v.t.
Wettelijk
Onderzoek accommodaties
2012
Thema 2: opgroeien
Stimuleren sociale vaardigheden/ weerbaarheid
2012-2016
Bevorderen gezond gewicht bij schoolgaande jeugd
2012-2016
Aanpak alcoholgebruik onder jongeren
2012-2016
Jongerenparticipatie
2012-2016
Thema 3: mantelzorg en vrijwilligers
Onderzoek doeltreffendheid vrijwilligersbeleid
2012
Nieuw plafond vrijwilligersfonds
Vanaf 2012
Eerdere ondersteuning mantelzorgers
Vanaf 2012
Meer informatie over respijtzorg
Vanaf 2012
Mantelzorgsteunpunt
2012-2016
Thema 4: meedoen makkelijker maken
Het versterken en verbreden van het loket WZW
2012
Wettelijk/
Niet
wettelijk
Niet
wettelijk
Niet
wettelijk
Niet
wettelijk
Niet
wettelijk
Wettelijk
Ontwikkelen van een nieuwe Wmo verordening met een
eigen bijdrage regeling
2012
Wettelijk
Invoeren begeleiding en hulpmiddelen vanuit AWBZ naar
de Wmo
2012-2013
Vanuit
implementatiebudget
Wettelijk
Ontwikkelen van een sociale kaart
2012
€ 1.000
Jaarlijks
Niet
wettelijk
Thema 5: preventie en zorg
Preventieve gezondheidszorg ouderen
2012
Wettelijk
Aanpak eenzaamheid onder ouderen
2012-2016
Verbinding eerstelijn
Bijdrage advies-en steunpunt huiselijk geweld
2012-2016
2012-2016
€ 7.500
Jaarlijks
€ 7.500
Jaarlijks
Budgetneutraal
€ 3.000
Jaarlijks
Niet
wettelijk
Wettelijk
Wettelijk
28
Bijlagen
29
Bijlage 1: Speerpunten uit de bijeenkomst met de adviesraden en de maatschappelijke
organisaties
Aanwezig: Stichting Welzijn Baarn, Beweging 3.0, Riagg, MEE, GGD, Stichting Gehandicaptenbelangen Baarn,
Stichting Seniorenraad Baarn, Stichting Allochtonenraad Baarn en de Gemeente Baarn
Opening
Stichting Welzijn Baarn en de gemeente Baarn hebben een aanvraag ingediend bij het stimuleringsprogramma
Welzijn Nieuwe Stijl voor ondersteuning bij het ontwikkelen van een gezamenlijke visie op welzijn en bij het
verder invulling geven aan een toekomstbestendig welzijnsaanbod. Hiervoor hebben al een aantal
bijeenkomsten plaats gevonden. Er is een visiebijeenkomst geweest met de SWB en de gemeente en er is een
bijeenkomst geweest met medewerkers van de SWB. De bijeenkomst van 26 mei is de derde bijeenkomst.
Mabel van den Bergh ondersteunt SWB en de gemeente.
Er wordt kort ingegaan op Welzijn Nieuwe Stijl en de Kanteling (wmo). Beiden hebben dezelfde
uitgangspunten, namelijk:
- participatie
- verbinden
- wederkerigheid: iedereen kan wat betekenen voor een ander
- integraliteit: de mens staat centraal
In deze bijeenkomst staat de vraag centraal: welke maatschappelijke vraagstukken spelen er in Baarn?
In kleine groepjes wordt steeds kort (speed daten) gesproken over de volgende vragen:
- waar zitten de knelpunten (vanuit de eigen organisatie)?
- met welke vragen komen inwoners van Baarn?
- waar zou in de toekomst aandacht voor moeten zijn?
Terugkoppeling
Niet zorgen voor….(overnemen)
Maar zorgen dat…..(kijken wat mogelijk is)
Getrapte verantwoordelijkheid:
Eigen kracht - Sociale omgeving - Collectieve voorzieningen - Individuele voorzieningen
Reacties vanuit de aanwezigen:
- moeilijk om de vraag naar boven te halen, hoe kom je te weten wat er speelt?
- signaleren (vroeger huisarts, wijkzuster)
- professionele cohesie (afstemming in de uitvoering)/ breder kijken dan eigen organisatie
- afstemming/ samenwerking, efficiency
- kracht van iedere organisatie kennen en benutten (onderling)
- weet men wel wat er allemaal te halen is? Communicatie, kracht kennen
- extra aandacht voor kwetsbare groepen, aanbod op maat.
- wsw-korting, ontwikkelingen AWBZ en verdwijnen wajong, heeft gevolgen.
Thema’s en welke organisaties werken op dat thema:
-
sociaal isolement: alle leeftijden, met zwak netwerk of ontbreken van netwerk
SWB, GGD, RIAGG, Beweging 3.0, adviesraden (3)
Inkomensproblematiek werkt voor kwetsbare groepen harder door, ook in gezondheidsproblemen
(fysiek en mentaal).
GGD, RIAGG, Beweging 3.0, SWB
Aandacht voor multi-problem situaties (waar meerdere problemen tegelijkertijd spelen)
RIAGG, Beweging 3.0, SWB, GGZ
Preventie en voorlichting en samenwerking
Acceptatie en tolerantie voor anderen.
SGB, SWB
30
Bijlage 2: Het algemene kader: Wet publieke gezondheid en de Wet
maatschappelijke ondersteuning
In dit hoofdstuk zetten wij de Wet publieke gezondheid (Wpg) en de Wet maatschappelijke ondersteuning
(Wmo) kort uiteen.
De Wet publieke gezondheid (Wpg)
Publieke gezondheidszorg wordt in de Wpg omschreven als 'gezondheidsbeschermende en
gezondheidsbevorderende maatregelen voor de bevolking of specifieke groepen daaruit, waaronder begrepen
het voorkomen en het vroegtijdig opsporen van ziekten.’
Publieke gezondheidszorg heeft tot doel de gezondheid van (nog) gezonde burgers te bevorderen en
beschermen. Daarbij gaat het voor gemeenten vooral om:
 collectieve of universele preventie, die gericht is op de gehele bevolking;
 preventie die gericht is op specifieke (risico)groepen (selectieve preventie).
De Wpg noemt een aantal wettelijke taken die verplicht in de lokale nota gezondheidsbeleid opgenomen
moeten zijn:









Uitvoeren van algemene bevorderingstaken waaronder bevorderen van de samenhang en continuïteit
binnen de publieke gezondheidszorg en de afstemming met de curatieve gezondheidszorg.
Verzamelen en analyseren van epidemiologische gegevens om inzicht te krijgen in de lokale
gezondheidssituatie, voorafgaand aan de opstelling van de lokale nota.
Bewaken van gezondheidsaspecten in bestuurlijke beslissingen (artikel 2, lid 2c).
Bijdragen aan preventieprogramma’s, inclusief programma’s voor de gezondheidsbevordering.
Bevorderen van medisch milieukundige zorg, technische hygiënezorg en psychosociale hulp bij rampen.
Zorg dragen voor de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg (JGZ).
Zorg dragen voor de uitvoering van de ouderengezondheidszorg.
Bijzonderheden: dit artikel is per juli 2010 in werking getreden.
Zorgen voor de uitvoering van infectieziektebestrijding, waaronder het nemen van algemene
preventieve maatregelen en het bestrijden van tuberculose en seksueel overdraagbare aandoeningen.
Bijzonderheden: met de wetswijziging van mei 2011 is bepaald dat regio’s van de GGD’en gekoppeld
gaan worden aan die van de Veiligheidsregio’s onder één bestuur en één directeur.
Overheveling van taken t.a.v. de voorbereiding op grootschalige uitbraken gaat op termijn over van de
GGD besturen naar dit Veiligheidsbestuur.
De GGD in staat stellen om advies uit te brengen, voorafgaand aan besluitvorming over zaken die
belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de publieke gezondheid.
Daarnaast zijn in de Wpg een aantal taken opgenomen die wel verplicht zijn voor gemeenten, maar niet in de
nota lokaal gezondheidsbeleid hoeven worden opgenomen. Het gaat daarbij om de volgende taken:
 Zorgen voor de instelling en instandhouding van een gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD).
 Desgewenst overheveling van een aantal taken op het terrein van de JGZ aan de GGD.
 Zorgen voor de aanwezigheid van specifieke deskundigen bij de GGD op de terreinen sociale
geneeskunde en -verpleegkunde, epidemiologie, gezondheidsbevordering en gedragswetenschappen.
 Nemen van maatregelen door het college als het gaat om de voorbereiding op de
bestrijding van infectieziekten (bij voorbeeld inentingscampagnes).
 Nemen van maatregelen door de burgemeester in het kader van de openbare orde en veiligheid
tot het opsporen, melden en bestrijden van bepaalde infectieziekten.
Afhankelijk van de ernst van de situatie zijn ook de officier van justitie, Minister, artsen,
(lucht)havenautoriteiten e.a. betrokken.
31
De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
Doelstelling
De doelstelling van de Wmo is eenduidig: MEEDOEN, jong, oud, gehandicapt, niet-gehandicapt, de samenleving
is van iedereen. (Persoonlijke) belemmeringen mogen niet in de weg staan bij een volwaardig lidmaatschap van
de samenleving. Voor de gemeente is dan ook een belangrijke taak weggelegd in het zodanig organiseren van
(preventieve) activiteiten en het aanbieden van diensten dat de sociale cohesie in Baarn vergroot wordt en de
participatie van burgers toeneemt.
Compensatieplicht
Mensen met een beperking kunnen rekenen op ondersteuning in hun zelfredzaamheid en maatschappelijke
participatie. Gemeenten krijgen de vrijheid om te kijken welke voorzieningen zij daarvoor inzetten. Het
beoogde resultaat ligt dus vast (zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie), de weg ernaar toe (de
voorziening) is nader te bepalen op grond van het beleid dat de gemeente voert.
Negen prestatievelden
Om te toetsen of de gemeente ook daadwerkelijk beleid ontwikkelt om de sociale cohesie te vergroten en
kwetsbare groepen te ondersteunen, moeten zij elke vier jaar een beleidsplan maken en jaarlijks rapporteren
op negen prestatievelden. Rapportage geschiedt, zoals het ministerie van VWS dit noemt, horizontaal naar de
gemeenteraad en de burgers en verticaal naar het ministerie van VWS. De belanghebbenden dienen duidelijk te
worden betrokken bij de voorbereiding van het beleidsplan.
De Wet maatschappelijke ondersteuning kent negen prestatievelden, namelijk:
1. Het bevorderen van de sociale samenhang in en leefbaarheid van dorpen, wijken en buurten.
2. Op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen met problemen met opgroeien en van ouders met
problemen met opvoeden.
3. Het geven van informatie, advies en cliëntondersteuning.
4. Het ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers.
5. Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer en van het zelfstandig functioneren
van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en van mensen met een
psychosociaal probleem.
6. Het verlenen van voorzieningen aan mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem
en aan mensen met een psychosociaal probleem ten behoeve van het behoud van hun zelfstandig
functioneren of hun deelname aan het maatschappelijke verkeer.
7. Het bieden van maatschappelijke opvang, waaronder vrouwenopvang.
8. Het bevorderen van openbare geestelijke gezondheidszorg, met uitzondering van het bieden van
psychosociale hulp bij rampen.
9. Het bevorderen van verslavingsbeleid.
32
Bijlage 3: Landelijke en lokale beleidskaders
In dit hoofdstuk geven wij een beschrijving van de landelijke en lokale beleidskaders die belangrijk zijn voor de
nota Beter voor Elkaar.
Landelijke beleidskaders
Regeerakkoord “Vrijheid en verantwoordelijkheid”
In het regeerakkoord “vrijheid en verantwoordelijkheid” worden de uitgangspunten genoemd die het beleid de
komende jaren zullen bepalen. Hieronder worden een aantal van deze uitgangspunten aangehaald die voor de
nota Beter voor Elkaar bepalend zijn.
Ieder mens heeft recht op zelfbeschikking; verdient de kans het beste uit zichzelf te halen en zich te ontplooien.
We schrijven niemand af, maar spreken iedereen aan. Het kabinet staat voor eigen verantwoordelijkheid en
eigen kracht van mensen. Natuurlijk zorgen we samen voor wie echt niet kan meedoen.
Gezondheid
Een kwalitatief hoogstaande, toegankelijke en betaalbare gezondheidszorg is cruciaal voor een samenleving.
Mensen hebben recht op de beste zorg die er is. In Nederland is de zorg over het algemeen goed toegankelijk.
Maar de kwaliteit van de zorg kan nog beter, en de kosten – die onevenredig oplopen – moeten beter worden
beheerst
Ouderenzorg
Steeds meer mensen worden ouder en blijven langer gezond en dat is mooi. Echter door de vergrijzing worden
steeds meer ouderen vroeg of laat afhankelijk van zorg. Zij vallen terug op hun sociale netwerken en op
collectief georganiseerde zorg. De zorg staat onder druk. De kosten lopen op.
Systeemkeuzes in de AWBZ
De functies dagbesteding en begeleiding kunnen het best dichtbij de cliënt geregeld worden. Zij passen daarom
beter binnen de systematiek van de wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) dan bij de AWBZ. De
gemeente kent deze mensen en hun situatie beter dan de zorgkantoren. Daarom worden de functies
dagbesteding en begeleiding overgeheveld van de AWBZ naar de Wmo.
Landelijke nota gezondheidsbeleid
Iedere vier jaar brengt de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de landelijke nota
gezondheidsbeleid uit die geldig is voor een periode van vier jaar. Dit is vast gelegd in de wet publieke
gezondheid. In deze nota benoemt de minister de landelijke prioriteiten die aanknopingspunten bieden voor het
gemeentelijke gezondheidsbeleid.
De landelijke nota is een reactie op de Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2010 (VTV) van het RIVM en
op de rapportage Staat van de Gezondheidszorg 2010 (SGZ) van de Inspectie Volksgezondheid.
In mei 2011 heeft de minister de landelijke gezondheidsnota “Gezondheid dichtbij” gepresenteerd.
Accent op bewegen
De vijf speerpunten uit de preventienota 2006, de vorige versie van de landelijke nota gezondheidsbeleid,
blijven belangrijk om de volksgezondheid te verbeteren. Dit zijn overgewicht, diabetes, depressie, roken
en schadelijk alcoholgebruik. Het kabinet houdt deze speerpunten vast, maar legt daarbij het accent op
bewegen. Bewegen is goed voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid en is verbonden met de
andere speerpunten.
Drie thema’s
In de landelijke nota gezondheidsbeleid is de kabinetsvisie uitgewerkt in drie thema’s:
1. Vertrouwen in gezondheidsbescherming
Mensen kunnen sommige risicofactoren voor de gezondheid niet of moeilijk zelf beïnvloeden. Op dit
terrein kan de Nederlander op de overheid rekenen. Heldere wet- en regelgeving en toezicht op de
naleving hiervan blijven noodzakelijk.
33
2. Zorg en sport dichtbij in de buurt
De gezondheidszorg kan zich nog meer richten op het bevorderen van gezondheid, naast het
bestrijden van ongezondheid. Zorg en preventie moeten meer worden afgestemd.
Het kabinet wil dat iedereen veilig kan sporten, bewegen en spelen in de buurt. Hiervoor zijn
voldoende en laagdrempelige voorzieningen nodig.
3. Zelf beslissen over leefstijl
Als het om leefstijl gaat, schrijft de overheid mensen zo min mogelijk voor wat ze wel of niet mogen.
Mensen maken zelf keuzes. Die keuzes worden gemaakt in een omgeving waarin de gezonde keuze
makkelijk is. Aan die omgeving dragen diverse maatschappelijke sectoren bij.
Het kabinet besteedt extra aandacht aan jeugd. Naast bevordering van (het aanleren van) een gezonde
leefstijl, vroege signalering van risico’s en inzet op weerbaarheid om dagelijkse verleidingen te
weerstaan, vindt het kabinet dat het stellen van grenzen en het stimuleren van een gezonde basis bij de
jeugd gerechtvaardigd is.
Het kabinet staat voor eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht van mensen. Dat geldt ook voor
gezondheid. Dit betekent dat niet de overheid maar de mensen zelf in eerste instantie aan zet zijn.
Wmo- de Kanteling
De Kanteling gaat over het anders vormgeven van de compensatieplicht in de Wmo. Welke ondersteuning heeft de
burger echt nodig om te kunnen participeren?
Gemeenten en burgers moeten afstappen van de standaard voorzieningenlijst en alle mogelijkheden verkennen
om een hulpvraag op te lossen. Hierbij staan behoud van regie over het eigen leven en zelfredzaamheid voorop.
Samen met de burger wordt vastgesteld wat het resultaat van de ondersteuning moet zijn en welke oplossingen
daaraan bijdragen. Het gaat dan lang niet altijd om individuele voorzieningen, ook met algemeen aanbod kan het
resultaat bereikt worden.
Stimuleringsprogramma Welzijn Nieuwe Stijl
Welzijn vermindert zorg; welzijn draagt bij aan het voorkomen dat problemen verergeren, waardoor in een
later stadium zwaardere hulp of zorg moet worden ingezet.
In het programma Welzijn Nieuwe Stijl wordt ingezet op het versterken van welzijn om zo de wmo-doelen
beter te realiseren. Het programma heeft twee speerpunten:
Het verbeteren van de kwaliteit en professionaliteit van het welzijnswerk.
Het verbeteren van de relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer (gemeenten en welzijnsinstellingen).
Uitgangspunten van welzijn nieuwe stijl:
 Oplossing voor daadwerkelijke behoefte burger (vraag achter de vraag).
 Biedt voorliggende, laagdrempelige en collectieve vormen van ondersteuning.
 Professional neemt probleem niet over, maar versterkt eigen kracht, zelfredzaamheid en
deelname aan samenleving.
Stichting Welzijn Baarn en de gemeente Baarn hebben gezamenlijk een aanvraag ingediend voor ondersteuning
vanuit het programma welzijn nieuwe stijl. Deze ondersteuning moet in de loop van 2011 resulteren in een
gezamenlijk gedeelde visie op welzijn, een maatschappelijke agenda en afspraken over de manier waarop de
subsidierelatie verder wordt ingevuld.
Lokale beleidskaders
Op de negen prestatievelden van de Wmo is al veel beleid ontwikkeld. Deze bestaande nota’s dienen als
uitgangspunt bij het nieuw te formuleren beleid. Tevens is er al een gecombineerde nota wmo/ lokaal
gezondheidsbeleid. Ook de uitgangspunten van de bestaande nota wmo/lokaal gezondheidsbeleid vormen een
basis voor de nieuwe nota Beter voor Elkaar.
In deze paragraaf worden de belangrijkste lokale beleidskaders beschreven.
Panorama 2015
De gemeenteraad van Baarn heeft in juni 2000 de visie “Panorama 2015” vastgesteld.
Hierin wordt een beeld geschetst van hoe wij willen dat Baarn er in 2015 uitziet, kernachtig verwoord als ”een
leefbaar en vitaal Baarn: voor u en met u”. Baarn moet in het jaar 2015 een woongemeente vormen met een
aangenaam leefklimaat en een voorzieningenniveau dat aansluit bij de behoeften van alle Baarnaars. Expliciet
34
wordt aangetekend dat de visie en daaruit voortvloeiende doelstellingen en uitgangspunten voor alle groepen
Baarnaars gelden, zowel wat betreft de fysieke alsook wat betreft de sociaal-economische componenten.
Voor kwetsbare groepen die bijzondere aandacht nodig hebben, waaronder gehandicapten en chronisch zieken,
zijn in aanvulling op de algemene doelstellingen een aantal specifieke c.q. doelgroepgerichte taken gesteld. Deze
taken zijn er op gericht dat iedere Baarnaar zich kan ontplooien naar eigen aanleg en behoeften, dat er een
kwalitatief goed zorgniveau voor alle Baarnaars is en dat er voldoende maatschappelijke hulp en dienstverlening
beschikbaar is voor mensen met een hulpvraag.
Coalitieakkoord 2010-2014 Samen verder werken voor Baarn
De coalitie wil zich onder andere inzetten voor voldoende sociale cohesie met het oog op de kwaliteit van de
lokale samenleving met vele vrijwilligers op het gebied van sport, cultuur en welzijn. En voor sociale
voorzieningen die participatie in de maatschappij bevorderen doch streng maar rechtvaardig zijn.
Voor de inwoners van Baarn is het noodzakelijk dat men bij één loket terecht kan voor alle vragen op het
gebied van maatschappelijke ondersteuning.
De coalitie zal zich sterk blijven maken voor het tenminste behouden van het huidige zorgniveau. De coalitie
wil onderzoeken of binnen het budget van het welzijnswerk de functie van een consultatiebureau voor ouderen
kan worden vorm gegeven.
Op het terrein van de Huishoudelijke Zorg zal de komende jaren continuering van het huidige niveau voorop
staan.
Nota Beter voor Elkaar 2008-2012
In december 2007 is de eerste gecombineerde nota wmo/ lokaal gezondheidsbeleid “Beter voor Elkaar”
vastgesteld. Hierin staat de volgende visie centraal: Mensen die deelnemen aan de maatschappij voelen zich
gezonder. Andersom beïnvloedt het gezond voelen deelname aan de maatschappij positief.
In deze nota zijn op een aantal thema’s beleidsdoelen en actiepunten geformuleerd. Deze thema’s zijn:
- Samen leven in wijk en buurt
- Opgroeien
- Mantelzorg en vrijwilligers
- Meedoen makkelijker maken
- Preventie en zorg
In bijlage 4 is een overzicht van de realisatie van het actieprogramma uit de nota Beter voor Elkaar opgenomen.
Samen verder werken voor de jeugd
Centraal in deze kadernota lokaal onderwijs- en jeugdbeleid staat het samen met instellingen, scholen, ouders
en jeugdigen werken aan een goede toekomst van de jeugd. Om deze visie te realiseren is de participatie van
de bewoners van Baarn een basisvoorwaarde, waarbij er een beroep gedaan wordt op de eigen kracht en eigen
verantwoordelijkheid, het benutten van de sociale omgeving, het versterken van het sociale netwerk (familie,
vrienden, buurtbewoners, vrijwilligers) en het versterken van de zelfredzaamheid en het zelfregelend vermogen
van burgers.
De nota samen verder werken voor de jeugd 2012-2015 wordt in december voorgelegd aan de raad.
Nota cohesie door sport
Eén van de doelstellingen in deze nota is het bevorderen van sportdeelname voor gezondheid en sociale
cohesie. Het bevorderen van sportdeelname heeft een preventieve functie bijvoorbeeld ten aanzien van het
tegengaan van overgewicht en hart- en vaatziekten bij 50 plussers. Ook zal een hogere sportdeelname van met
name de jeugd ertoe leiden dat hun sociaal gedrag zal verbeteren. Ten slotte zal voor zowel jeugd,
volwassenen, allochtonen als ouderen een hogere sportdeelname leiden tot een hogere maatschappelijke
participatie. Niet alleen zal het daarbij gaan om het sporten en bewegen zelf, maar ook om het bevorderen van
vrijwilligerswerk in de sport. Deze vormen van participatie zullen zeker leiden tot een betere wederzijdse
acceptatie en meer integratie.
Visie wonen, welzijn, zorg
In de visie “Wonen, welzijn en zorg in Baarn” (oktober 2004) worden de beleidsmatige ontwikkelingen ten
aanzien van wonen, welzijn en zorg geschetst, waarbij vermaatschappelijking en extramuralisering de
kernbegrippen zijn. Als doelgroep wordt mensen met lichamelijke, verstandelijke en/of langdurige psychische
beperkingen benoemd.
35
Voor de ontwikkeling van de visie is het concept "gemeenschapszin" leidend geweest: “de mens staat centraal
en niet diens beperkingen of de voorzieningen, ofwel: doe zo gewoon mogelijk, tref alleen specifieke
voorzieningen als het niet anders kan”.
In de visie “Wonen, welzijn en zorg” zijn voor de komende jaren de volgende speerpunten geformuleerd:
het realiseren van een meer divers aanbod aan woon-/zorgarrangementen;
het realiseren van steunpunten, met als uitgangspunt daarvoor zo veel mogelijk van bestaande
accommodaties gebruik te maken;
het stimuleren van sociale netwerken, met als belangrijke pijlers het ondersteunen van
vrijwilligers en mantelzorg en het creëren van mogelijkheden voor kinderen om dicht
bij hun ouders te komen wonen.
Visie wonen
De afstemming tussen wonen, welzijn en zorg heeft extra aandacht binnen de Visie Wonen (februari 2007). Zo
wordt sterk ingezet op het verbeteren en verbreden van de woonvoorzieningen voor mensen met een
beperking. Toch zal het niet mogelijk zijn om geheel in de verwachte behoefte te voorzien. Er blijft sprake van
een tekort aan levensloopbestendige huurwoningen en verzorgde woonvormen. Als zich nieuwe
bouwmogelijkheden voordoen, zal beoordeeld worden of die een bijdrage kunnen leveren in het verminderen
van de nu nog voorziene tekorten. Dan kan ook beoordeeld worden of die veronderstelde behoefte nog
manifest is.
In de eerste helft van 2012 wordt de nieuwe visie wonen aan de raad voorgelegd.
Integraal Veiligheidsplan 2011-2014
In het integraal veiligheidsplan is beleid opgesteld om de veiligheid in Baarn op verschillende punten te
verbeteren. Veel taken richten zich op de veiligheid in relatie tot de politie. De politie is immers een belangrijke
partner in veiligheid. Maar ook van de gemeente en anderen wordt het nodige verwacht. In het plan en het
veiligheidsprogramma is dit uitgewerkt. Een aantal actiepunten hebben een relatie met het beleid dat wordt
beschreven in de nota wmo/ lokaal gezondheidsbeleid. Zo zijn er actiepunten opgenomen op het gebied van:
overlast jeugd; veilig uitgaan; crisisbeheersing (rampenplan); gezondheid en veiligheid; sociale veiligheid;
burengeschillen en huiselijk geweld.
36
Bijlage 4: realisatie actieprogramma Nota Beter voor Elkaar 2008-2012
PROGRAMMA BETER VOOR ELKAAR 2008 tot 2012
Actiepunten
Beleidsuitgangspunt 4
1.
Onderzoek waaruit de staat van de maatschappelijke
ondersteuning in de gemeente Baarn duidelijk wordt.
Gerealiseerd
Ja
Toelichting
Staat van Baarn
Voortgang wijk- en buurtgericht werken.
ja
Bestaand beleid
Wijkbudget (voor 10 wijken) ter stimulering van
participatie van bewoners
Ja
Opzetten van één wijksteunpunt in Baarn Oost.
Nee
Dit wordt beheerd door
de coördinator wijk-en
buurtgericht werken. Er is
beperkt gebruik van
gemaakt.
In afwachting van de
realisatie van het
Parkgebouw
Thema 1: Samen leven in wijk en buurt
2.
3.
Thema 2: Opgroeien
4.
Centrum voor Jeugd en Gezin
Ja
5.
Preventie overgewicht bij schoolgaande jeugd
Ja
6.
Stimuleren van sociale vaardigheden/ weerbaarheid
Ja
7.
Opzetten integraal jeugdbeleid
Ja
Zowel fysiek: aan de
Koningsweg, als digitaal:
www.cjgbaarn.nl
Door inzet van het project
B.Slim: samenwerking
SWB, GGD, Beweging 3.0
en gemeente.
Door Beweging 3.0 en
Stichitng Welzijn Baarn
De beleidsnota jeugd en
onderwijs wordt ook dit
jaar vernieuwd.
Thema 3: Mantelzorg en vrijwilligers
8.
Instellen vrijwilligersfonds
Ja
In 2010 geëvalueerd en
regels bijgesteld.
9.
Kwaliteitskenmerken vrijwilligersorganisaties
Nee
10.
Gemeentelijke onderscheiding voor vrijwilligers
Ja
Erespeld
11.
Mantelzorgsteunpunt
Ja
Is structureel beleid in
samenwerking met SWB.
Ja
In het loket wonen, zorg
en welzijn.
Ja
Stichting Welzijn Baarn is
sinds 2010 een feit. Nu
wordt verder gewerkt aan
het ontwikkelen van een
Thema 4: Meedoen makkelijker maken
12.
13.
Het op één punt geven van integrale informatie en
advies op het terrein van maatschappelijke
ondersteuning
Eén welzijnsinstelling die belast wordt met de
uitvoering van het integrale welzijnsbeleid
37
gezamenlijke visie (welzijn
nieuwe stijl) en de
uiwerking daarvan op de
subsidierelatie.
Evaluatie is gereed.
14.
Uitvoering geven aan de nota Integraal
Gehandicaptenbeleid
Ja
15.
Opzetten subsidieregeling met als doel participatie in
de samenleving
Ja
Is opgezet, maar geen
gebruik van gemaakt.
16.
Terugdringen administratieve last aanvraag
voorzieningen.
Ja
Service Bureau
Gemeenten zit in het loket
wzw en de indicatiestelling
is herzien.
Er is geen gebruik gemaakt
van het budget wat
hiervoor beschikbaar is.
Er is een project van het
RIAGG ingezet. Eind van
dit jaar wordt dit
geëvalueerd.
Inmiddels bestaand beleid,
waarbij in de regio
samengewerkt wordt op
het gebied van het adviesen steunpunt, het
casusoverleg, de wet
tijdelijk huisverbod en de
aanpak van
kindermishandeling.
Thema 5 Preventie en zorg
17.
Gezondheidsbevordering specifieke doelgroepen
Ja
18.
Eenzaamheid onder ouderen
Ja
19.
Continueren aanpak huiselijk geweld
Ja
38
Bijlage 5: Staat van Baarn
Staat van Baarn 2011
Epidemiologische stand van zaken volksgezondheid en zorg in Baarn
GGD Midden-Nederland (Esther Gijsen, GBE)
In opdracht van gemeente Baarn (Carolien Neefjes, Leonore van Kesteren)
39
Inleiding/ Leeswijzer
Deze rapportage is opgesteld door GGD Midden-Nederland op verzoek van de gemeente
Baarn. Het geeft een beeld van de bevolking van Baarn op het terrein van
volksgezondheid en zorg binnen de kaders van het gemeentelijk beleid. Hierbij is gebruik
gemaakt van een breed scala aan bronnen.
Per onderwerp wordt kort de achtergrond, prevalenties en risicogroepen beschreven.
Voor meer uitgebreide of specifiekere informatie kunnen de bronnen, de tabellen of
anders de GGD Midden Nederland (epidemiologie) benaderd worden.
40
Bevolkingsontwikkeling
1.1
Levensverwachting
De levensverwachting is de laatste jaren (landelijk) sterk gestegen. De
levensverwachting van een inwoner van Baarn bij geboorte is gemiddeld ruim 79 jaar (de
landelijke levensverwachting is ruim 80 jaar). Het CBS verwacht op basis van een
analyse van de trends in de sterfte in het verleden dat de (landelijke) levensverwachting
verder zal toenemen tot 81,5 jaar voor mannen en tot 84,2 jaar voor vrouwen in 2050.
1.2
Groene en grijze druk
Kijkend naar de groene en grijze druk, is Baarn vergeleken met de regio MiddenNederland een gemeente met relatief veel senioren (65plussers). Wat ook opvalt is dat
het aandeel jeugd lager is dan het aandeel senioren; in de regio is dit juist andersom.
Het aandeel senioren zal in de toekomst verder toenemen van 19% naar 26% in 2040.
In absolute aantallen betekent dit een toename van ongeveer 4500 65-plussers in 2010
naar ongeveer 7000 in 2040. Ook het aantal 80-plussers zal zich bijna verdubbelen. Deze
ontwikkelingen hebben grote invloed op o.a. de zorgbehoefte in de toekomst.
41
Gezondheid
1.3
Verstandelijke handicaps
1.4
Chronische aandoeningen
Het percentage volwassenen (19-65 jr) in
Baarn wat een chronische aandoening3
rapporteert, is van ruim 60% in 2004
afgenomen naar 44% in 2008 (regionaal
liggen in beide periodes de percentages rond
de 50%). Dit is vooral het gevolg van minder
frequente rapportage van migraine en
gewrichtsklachten. Toch zijn migraine,
gewrichtsklachten en ook hoge bloeddruk in
2008 de meest genoemde aandoeningen. Ook
65-plussers rapporteren vaak
gewrichtsslijtage en hoge bloeddruk. Van hen
geeft 78% aan een chronische aandoening te
hebben. Eén derde van de 65-plussers heeft
een lichamelijke beperking.
1.5
Dementie
1.1
Verstandelijke handicaps
Er wordt onderscheid gemaakt tussen een lichte
verstandelijke handicap (IQ 50-70) en een zware
verstandelijke handicap (IQ < 50). Van de eerste categorie
zal het grootste deel waarschijnlijk extramuraal wonen.
Maas et al. (1988) melden een prevalentie van licht
verstandelijk gehandicapten in Nederland van circa 3,3
promille, nu dus ruim 50.000 in heel Nederland. Mogelijk
zijn dit er zelfs tienduizenden meer. Schattingen van het
aantal mensen met een lichte verstandelijke handicap lopen
ver uiteen. Ten eerste zijn licht verstandelijk gehandicapten
moeilijker op te sporen omdat ze vaker geen zorg
gebruiken. Voor hen is aangepast werk soms al genoeg om
mee te kunnen komen. Ook is de kans groter dat
familieleden afdoende hulp kunnen bieden. Daarnaast lijkt
het erop dat ook verschillen in sociaaleconomische
omstandigheden een rol spelen: betere omstandigheden
verlagen de prevalentie. Uitgaande van een schatting van
3,3 promille, zouden in Baarn ongeveer 80 licht
verstandelijk gehandicapten moeten wonen. Schattingen
van ernstig verstandelijk gehandicapten zijn van ongeveer
dezelfde orde, dus in totaal ongeveer 160 verstandelijk
gehandicapten. Schattingen van de provincie Utrecht liggen
hierbij in de buurt: +/- 140 verstandelijk gehandicapten in
Baarn. Bij beide berekeningen is geen rekening gehouden
met de intramurale voorzieningen voor verstandelijk
gehandicapten in Baarn.
Met de vergrijzing zal het aantal mensen met
dementie toenemen en daarmee ook de
kosten van zorg en de druk op
mantelzorgers. Stichting Alzheimer Nederland
geeft aan dat op dit moment 10% van de 65plussers dementie heeft. Ongeveer 70% van
de mensen met dementie woont thuis en
wordt verzorgd door mantelzorgers. TNO heeft in 2007 een schatting gedaan naar de
In het huidige Nederlandse beleid hebben niet alleen
incidentie en prevalentie cijfers van dementie in Baarn:
Jaar
Alleenstaande
dementerenden
2010 73
457
228
2015 77
485
249
2030 106
676
349
*) Aantal nieuwe diagnoses dementie per jaar
**) Aantal dementerenden in het betreffende jaar
1.6
Incidentie*
Prevalentie**
verstandelijk gehandicapten recht op AWBZ-zorg, maar ook
personen met een IQ tussen 70 en 85 (zwakbegaafden) met
Behoefte aanproblematiek. Inschattingen in de literatuur
bijkomende
verblijfplaatsen
geven
alleen globale en onzekere cijfers van het aantal
137
zwakbegaafden
met bijkomende problemen.
146
203
Depressiviteit en angststoornissen
De ziektelast van depressiviteit en angststoornissen, voor de betrokkenen en
zijn/haar omgeving, is groot. Zij voelen zich minder goed, waardoor ze vaker problemen
ervaren op emotioneel terrein en bij het omgaan met anderen. Daarnaast hebben ze
meer lichamelijke klachten. Bijna één op de drie volwassenen in Baarn heeft een
verhoogd risico op angststoornissen en depressieve klachten. Vooral personen in de
leeftijdscategorie 19-35 jaar en vrouwen lopen een verhoogd risico. Van de senioren
heeft één op de tien angstklachten en één op de vijf depressieve klachten. Ook hier zijn
vrouwen een risicogroep en vooral ook senioren met een laag opleidingsniveau en
senioren die moeite hebben met rondkomen.
Preventie van psychosociale problemen op jonge leeftijd is van belang, omdat emotionele
en gedragsproblemen in de jeugd een verhoogd risico geven op psychische problemen in
de volwassenheid. Uit de gegevens van de jeugdgezondheidszorg blijkt dat in Baarn bij
3
Van een opsomming van aandoeningen (18 stuks + optie ‘andere’) kon men aangeven of hij/zij deze
aandoening heeft of in de afgelopen 12 maanden heeft gehad. Hierbij kon men aangeven of de aandoening
door een arts is vastgesteld of niet. Bij de berekening van het percentage zijn deze opties samen genomen.
42
ongeveer 1 op de 15 kinderen uit het basisonderwijs sprake is van een verhoogd risico op
psychosociale problemen.
Determinanten van gezondheid
Roken, te veel alcohol,
drugs en onveilige seks
brengen risico’s met zich mee
voor de gezondheid. Van
vooral roken en overmatig
alcoholgebruik is bekend dat
dit ook grote
maatschappelijke kosten met
zich meebrengt. Wat betreft
het (wel eens) roken, binge
drinken4 en hasj/wietgebruik
onder jongeren in Baarn, valt
nog veel winst te behalen.
Vergeleken met de regio zijn
de cijfers van dit risicogedrag
aan de hoge kant. Het zijn
vaker jongens, jongeren uit
de hogere klassen van het voortgezet onderwijs en van lager onderwijsniveau. Verder
valt het bij alle doelgroepen op dat de risicogedragingen vaak hand in hand gaan. Bij
volwassenen zien we, net als bij jongeren, dat mannen vaker roken en te veel drinken.
Bij onveilige seks zijn het juist de vrouwen die meer risico’s nemen. Ongeveer één op de
drie seksueel actieve personen met losse contacten gebruikten geen condoom
(gemiddeld genomen bij zowel jongeren als volwassenen). Bij volwassenen zien we dat
dit percentage hoger wordt, naarmate de leeftijd toeneemt.
1.7
Beweging
Voldoende
beweging kan een zeer belangrijke bijdrage leveren aan de gezondheid:
Regelmatig voldoende beweging
verlaagt direct het risico op deze
ziekten:
Regelmatig voldoende beweging heeft een gunstig effect op deze
persoonsgebonden factoren, zodat indirect het risico op ziekten wordt
verlaagd:
-
- lichaamsgewicht
- bloeddruk
coronaire hartziekten
diabetes mellitus type 2
beroerte
osteoporose
dikkedarmkanker
borstkanker
valincidenten bij ouderen
depressie
-
vetpercentage
botdichtheid
triglyceridengehalte
ratio HDL/LDL-cholesterol
- glucose-intolerantie (zie ook
- insulinegevoeligheid
diabetes mellitus)
In Baarn voldoet ruim 10% van de 12-19 jarigen en ongeveer 40% van de volwassenen
en senioren niet aan de voor hun leeftijd vastgestelde beweegnorm. Bij de jongeren en
senioren, zijn het vooral de vrouwen en laag opgeleiden die te weinig bewegen. Bij de
19-65 jarigen gaat het juist om de mannen, werkende en hoger opgeleide personen.
Overgewicht en met name ernstig overgewicht (obesitas) hangen samen met tal van
chronische aandoeningen, vooral diabetes mellitus type 2, maar ook hart- en
4
Bingedrinken is het drinken van vijf of meer drankjes met alcohol bij één gelegenheid
43
vaatziekten, een aantal soorten kanker en aandoeningen aan galblaas,
bewegingsapparaat en ademhalingsorganen. De belangrijkste oorzaak voor het ontstaan
van overgewicht is een verkeerde balans tussen eten en bewegen. In Baarn heeft
ongeveer 10% van de jeugd, 40% van de volwassenen en bijna de helft van de senioren
overgewicht of obesitas. Vergeleken met landelijke cijfers, komt (ernstig) overgewicht in
Baarn minder vaak voor. Maar op zichzelf blijven het – gezien de gevolgen - (te) hoge
percentages. Mensen met een laag opleidingsniveau en mensen van allochtone afkomst
hebben vaker overgewicht. Kinderen van obese ouders hebben een verhoogd risico op
obesitas wanneer zij volwassen zijn.
Het hebben van overgewicht, ongezonde voedingsgewoonten (te weinig groente en fruit,
niet regelmatig ontbijten) en te weinig beweging blijken bij alle doelgroepen vaak hand in
hand te gaan.
Sociale omgeving
De sociale omgeving is een vrij breed begrip met verschillende aspecten waarvan
bekend is dat ze van invloed zijn op de gezondheid. Zonder volledig te willen zijn op al
deze aspecten, wordt een toelichting gegeven op eenzaamheid en vrijwilligerswerk in
Baarn.
Eenzaamheid kan worden beschouwd als een ervaren tekort aan sociale steun. Dit is een
factor die van grote invloed is op iemands psychisch welbevinden. Ongeveer een derde
van de volwassenen en ruim 40% van de senioren in Baarn geeft aan eenzaam te zijn.
Meestal gaat het om sociale eenzaamheid5; dit is niet afhankelijk van de leeftijd. Bij 65plussers is het aandeel emotioneel eenzamen wat groter dan bij volwassenen.
Eenzaamheid komt over het algemeen vaker voor bij alleenstaanden, laag opgeleiden en
mannen.
Vrijwilligerswerk is van groot belang; het vergroot de sociale kwaliteit van de (lokale)
samenleving. Sinds 1995 is landelijk een dalende trend te zien in het aandeel vrijwilligers
(van 44% naar 32%) en de tijd per week die men aan vrijwilligerswerk besteedt. Vooral
de 20-49 jarigen, mensen met een gezin en werkende zijn minder vrijwilligerswerk gaan
doen. Gemiddeld genomen doet ongeveer één derde van de 19-80 jarige inwoners van
Baarn vrijwilligerswerk. Hierin lijken geen grote verschillen te bestaan tussen
leeftijdsgroepen. De belangrijkste reden om geen vrijwilligerswerk te doen is het
ontbreken van tijd. Vrijwilligerswerk in de vorm van kortlopende projecten i.p.v.
langdurige trajecten is hiervoor mogelijk een oplossing.
Wonen, zorg en welzijn
Mantelzorg6 is onmisbaar om zorgkosten betaalbaar te houden en zal met het oog op
de vergrijzing alleen maar belangrijker gaan worden. Mantelzorg staat echter onder druk,
omdat er steeds meer tweeverdieners zijn die weinig tijd hebben. De vergrijzing biedt
echter ook kansen, aangezien de senioren van nu zich steeds langer gezond voelen en
5
Bij sociale eenzaamheid is sprake van het ervaren van een tekort aan sociale integratie; het
ontbreken van contacten met mensen waarmee men bijvoorbeeld gemeenschappelijke kenmerken deelt zoals
vrienden en vriendinnen. Emotionele eenzaamheid treedt op als iemand een hechte, intieme band mist met één
ander persoon, in de meeste gevallen een levenspartner. Het voorkomen of verminderen van sociale
eenzaamheid vereist daarom een andere aanpak dan de hulpverlening bij emotionele eenzaamheid.
6
Mantelzorg is zorg die mensen vrijwillig en onbetaald verlenen aan mensen met fysieke, verstandelijke
of psychische beperkingen in hun familie, huishouden of sociale netwerk; het gaat om zorg die meer is dan in
een persoonlijke relatie gebruikelijk is. Deze zorg kan bestaan uit het huishouden doen, wassen en aankleden,
gezelschap houden, vervoer, geldzaken regelen, enzovoorts.
44
daarmee langer een productieve bijdrage aan de samenleving kunnen leveren. In
landelijke trends is ook al te zien dat het aandeel oudere mantelzorgers toe neemt.
6% van de scholieren en ruim 10% van de volwassenen en senioren in Baarn geven aan
mantelzorg te verlenen. Deze percentages kunnen in werkelijkheid heel goed hoger zijn
omdat zorg voor een naaste vaak als vanzelfsprekend wordt beschouwd en daarom niet
altijd wordt gerapporteerd als mantelzorg. Uit de monitors van de GGD blijkt dat het
zorgen voor naasten vaak een zware belasting vormt voor de mantelzorger. Landelijke
trends laten zien dat het aantal ernstig belaste mantelzorgers toe neemt.
De grootste groep ontvangers van mantelzorg is 65 jaar of ouder. Ongeveer één op de
tien senioren in Baarn geeft aan mantelzorg te ontvangen. Dit neemt met het toenemen
van de leeftijd toe tot één derde. Meestal wordt deze zorg door de kinderen geleverd.
Ontvangers van mantelzorg krijgen vaker dan andere senioren geïndiceerde verzorging
en verpleging, maar juist minder vaak geïndiceerde huishoudelijke hulp. Naast een hoge
leeftijd, kenmerken ontvangers van mantelzorg zich ook door een laag opleidingsniveau
en hebben ze vaker moeite met rondkomen.
1.8
Hulp en zorg thuis
Als de zelfredzaamheid afneemt, kan men een beroep doen op hulp en zorg thuis.
Geïndiceerde huishoudelijke hulp en hulpmiddelen en voorzieningen worden gefinancierd
vanuit de Wmo. Voor huishoudelijke hulp geldt een (wettelijke) eigen bijdrage. Voor
hulpmiddelen en voorzieningen hoeft in Baarn geen eigen bijdrage te worden betaald.
Natuurlijk kan men zorg of hulp ook zelf betalen, zoals bij particuliere huishoudelijke hulp
het geval is.
In 2009 kregen in totaal 645 personen in Baarn hulp bij de huishouding vanuit de WMO
(bron: Wmo-monitor CAK). Dat aantal is sinds 2007 licht gedaald. Wel is het aantal
zorguren per klant toegenomen, met name bij 20 tot 50 jarigen (zie figuur).
Aantal zorguren huishoudelijke hulp/ klant
150
140
130
120
110
2007
2008
2009
100
90
80
70
60
50
20 t/m 49
jarigen
50 t/m 64
jarigen
65 t/m 74
jarigen
75 t/m 84
jarigen
85 jaar en
ouder
Totaal
In de tabel hieronder is het aantal klanten en het aantal uren per klant, uitgesplitst naar
het soort huishoudelijke zorg. HH1 is hulp in de huishouding bij niet complexe situaties,
als er alleen iemand nodig is die komt schoonmaken, de boodschappen doet en de was
weg werkt. HH2 wordt geïndiceerd bij complexere situaties. Als iemand niet meer in staat
is het eigen huishouden te sturen en te overzien.
45
Klanten HH1
Klanten HH2
uren per klant HH1
uren per klant HH2
2007
180
536
69
117
2008
302
466
77
113
2009
359
350
92
136
Van alle senioren krijgt ongeveer 12% hulp bij het huishouden vanuit de WMO. Dit gaat
dan om 545 Baarnse inwoners van 65 jaar en ouder in 2009. Uit de seniorenmonitor van
de GGD (2007) blijkt dat 27% van de senioren in Baarn die geïndiceerde huishoudelijke
hulp ontvangen ook particuliere huishoudelijke hulp hebben (regionaal is dit 18%). Ook is
toen nagegaan hoeveel mensen enige vorm van hulp bij het huishouden krijgen (van
mantelzorg, geïndiceerde hulp of particuliere hulp). Dit blijkt voor 35% van de senioren
het geval te zijn. Ongeveer de helft van de senioren geeft aan hulpmiddelen te gebruiken
bij het lopen, vervoer en/of dagelijkse verrichtingen (vooral: hulpmiddelen bij horen,
aangepast bed, rollator en elleboogkruk/ stok).
1.9
Tevredenheid voorzieningen
Uit het SGBO onderzoek van 2008 naar tevredenheid van WMO ondersteuning vanuit
de gemeente Baarn (voorzieningen, huishoudelijke hulp), blijkt dat de cliënten over het
algemeen positief zijn over deze ondersteuning. Sinds 2010 zijn er andere
zorgaanbieders in Baarn, waardoor de resultaten van 2008 over de zorgaanbieders
verouderd zijn. Over de gemeente zelf werd het volgende gezegd:
 Men is over het algemeen heel tevreden over het collectief vervoer (ov-taxi,
regiotaxi) in Baarn.
 Belangrijkste reden om een beroep op de gemeente te doen is omdat men
problemen ondervindt bij het voeren van het huishouden. Maar ook problemen met
verplaatsen in en om huis en het plaatselijk vervoer scoren relatief hoog.
Naast WMO voorzieningen, bestaan er ook diverse welzijnsvoorzieningen. Sinds de
invoering van de WMO worden welzijnsvoorzieningen steeds vaker gezien als een
preventieve voorziening. De welzijnsvoorzieningen in Baarn zijn goed bekend en lijken
over het algemeen vooral benut te worden als aanvullende vrijetijdsvoorziening en in
mindere mate als preventieve voorziening ter bevordering van zelfredzaamheid en ter
voorkoming van eenzaamheid.
1.10 Behoefte aan zorg- en welzijnsvoorzieningen in de toekomst
Met het toenemen van het aantal ouderen zal ook de behoefte aan zorg- en
welzijnsvoorzieningen in de toekomst toenemen. Dit geldt ook voor Baarn, al zal het
aantal ouderen verhoudingsgewijs iets minder sterk toenemen dan landelijk het geval is
aangezien Baarn al aardig vergrijsd is. Naast vergrijzing, zijn ook andere factoren van
invloed:
 Levensverwachting en aantal jaren in goed ervaren gezondheid nemen toe, maar
jaren zonder chronische aandoening daalt. Men zal dus eerder en langduriger gebruik
maken van medische (preventieve) zorg, maar bijvoorbeeld langer mantelzorg
kunnen verlenen/ vrijwilligerswerk kunnen doen;
 Koopkracht; een toename of afname heeft invloed op de vraag naar diensten;
 Extramuralisering; mensen blijven langer zelfstandig wonen maar zullen daardoor
vaker gebruik maken van WMO of welzijnsvoorzieningen.
Volgens berekeningen van VAAM (2008-2013) zal een groei van ongeveer 5% plaats
vinden van het aantal benodigde uren huishoudelijke hulp en uren verzorging en
verpleging. De zorg t.a.v. chronische ziekten zal stijgen (diabetes 8%, hypertensie 6%
en astma en COPD 4%).
46
Woon- zorgvoorzieningen voor verstandelijk en/ of lichamelijk beperkten: als het gaat
om kwantitatief aanbod, lijkt dit voor de nabije toekomst (2015) afdoende te zijn. Echter,
het kleinschalige ‘op maat’ woonzorgaanbod voor mensen met een
verstandelijke/lichamelijke beperking of autistische stoornis blijft punt van aandacht.
Vooral de wachtlijsten voor lichtverstandelijk gehandicapte jeugdigen met bijkomende
problematiek groeien. Ook wordt verwacht dat mensen met een autistische stoornis
steeds vaker in beeld gaan komen en hierbij op zoek gaan naar invulling voor hun
behoefte aan woon- zorgvoorzieningen.
OGGZ/ kwetsbare groepen
1.11 Financiële problemen
Het hebben van financiële problemen is meestal een onderdeel van meerdere
problemen waar personen of gezinnen mee te maken hebben en gaan vaak gepaard met
psychische en lichamelijke gezondheidsklachten. Grote financiële problemen kunnen
leiden tot schulden en uiteindelijk zelfs huisuitzettingen of gedwongen verkoop van de
woning. Van de 19-65 jarigen in Baarn geeft ongeveer één op de vijf aan financiële
problemen te hebben. Ruim één op de tien heeft zelfs risicovolle tot problematische
schulden.
Huisuitzettingen worden meestal gedaan naar aanleiding van huurachterstand en een
enkele keer vanwege overlast of strafbare feiten (onrechtmatig verhuur, wietplantages).
Meestal is er naast betalingsachterstanden ook sprake van medische of sociale
problematiek (zoals verslavingen) die een belangrijke rol spelen in het wel of niet
daadwerkelijk tot uitzetting komen. Dit zou een argument zijn om huisuitzettingen
minder als een sociaaleconomisch probleem te zien en meer als een probleem van de
publieke gezondheid. In de periode 2006-2009 is in Baarn gemiddeld jaarlijks 17 keer
een exploot van kennisgeving (wettelijke toestemming om tot uitzetting over te gaan)
afgegeven door de kantonrechter. In 2009 waren dat er 15 waarvan 8 huishoudens ook
daadwerkelijk zijn uitgezet. Waar deze personen naar toe zijn gegaan, is niet bekend; er
is niemand die dit bijhoudt of registreert.
Huiselijk geweld komt voor in alle sociaal economische klassen en binnen alle culturen
in de Nederlandse samenleving. Doorberekende cijfers uit de gezondheidsmonitor van de
GGD (zelfrapportage) geven schattingen van jaarlijks 200 slachtoffers van 19 jaar en
ouder in Baarn (140 19-65 jarigen, 60 65-plussers). Hier is de politie vaak niet bij
betrokken. Over de periode 2004-2009 zijn door de politie in Baarn per jaar gemiddeld
75 incidenten van huiselijk geweld geregistreerd. De meeste incidenten doen zich voor in
Noorderbuurt en Hei & Eemdal. Bij een kleine 30% is aangifte gedaan. Dit blijkt ook uit
cijfers op basis van zelfrapportage (gezondheidsmonitor GGD). Hieruit blijkt ook dat
slachtoffers over het huiselijk geweld praten met vrienden, familie of kennissen, met de
huisarts en/ of het Advies en Steunpunt Huiselijk geweld. Vaak wordt er echter helemaal
niet over gesproken.
Een zeer kwetsbare groep bij huiselijk geweld betreft kinderen en jongeren. Huiselijk
geweld tegen of met betrokkenheid van kinderen noemen we kindermishandeling. Bij
verdenking van kindermishandeling kan melding worden gedaan bij het Advies en
Meldpunt Kindermishandeling (AMK). Voor de gemeente Baarn zijn daar in de periode
2005-2008 ongeveer 22 meldingen per jaar binnengekomen. 5% van de jongeren (12-19
jaar) geeft aan ooit huiselijk geweld te hebben meegemaakt.
Voor de aanpak van huiselijk geweld (en kindermishandeling) is een voorzieningenniveau
nodig dat voorziet in tijdige onderkenning, scherpe risicotaxatie, doeltreffende
interventies, hulp voor slachtoffers en corrigerende hulp voor plegers. Gemeenten
47
hebben hierbij de regierol. De gemeente Baarn maakt deel uit van het Convenant aanpak
huiselijk geweld Eemland Noord, waarbinnen onder andere casusoverleg plaats vindt met
diverse partijen.
48
Bronnen
Bureau AMK Utrecht
CBS bevolkingsstatistiek
Cijfers huiselijk geweld 2008 (politie Eemland noord en Eemland zuid, het Advies- en
Steunpunt Huiselijk Geweld, de casusoverleggen Eemland noord en zuid en het Openbaar
Ministerie).
De toekomstige huisvestingsvraag van mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke
beperking. Provincie Utrecht, programma Wel Thuis! i.s.m. met MEE Utrecht Gooi
&Vecht. Okt 2009
Frequentie-onderzoek geestelijk gehandicapten 1986. Maas et al. (1988): Maas JMAG,
Serail S, Janssen AJM. Tilburg: IVA, 1988
Jeugdgezondheidszorg Informatie Systeem, GGD Midden-Nederland
Managementinformatiesysteem GIDS van Politie regio Utrecht
Monitor senioren (2007), GGD Midden-Nederland
Monitor volwassenen (2004, 2008), GGD Midden-Nederland
Preventing evictions as a potential public health intervention: Characteristics and social
medical risk factors of households at risk in Amsterdam. IR van Laere, MA de Wit, NS
Klazinga. Scand J Public Health 2009, 37:697.
Rapport behoefte- en tevredenheidsonderzoek Baarn, BMC, 2010
Rapport tevredenheid cliënten Wmo. SGBO, 2008
Rapportage monitor vrijwilligerswerk Baarn 2005, Schakels
Rapportage preventieve huisbezoeken, Stichting Welzijn Baarn, 2010
Regioplan: ketenzorg dementie Baarn-Soest, 2010
Schoolkracht, GGD Midden-Nederland
SGBO: behoefte en tevredenheid welzijnsvoorzieningen 2010.
Sociaal en Cultureel Planbureau (vrijwilligerswerk)
Wmo-monitor CAK
49
Tabellen
BEVOLKINGSONTWIKKELING
Gemeente Baarn
% 65-plussers [%]
Aantal 65-plussers [personen]
% 80-plussers [%]
Aantal 80-plussers [personen]
GGD MiddenNederland
2010
19
15
2040
26
25
2010
4.582
132.765
2040
6.976
250.128
2010
5
4
2040
9
8
2010
1.338
34.372
2040
2.312
81.854
Gemeente Baarn
GGD Midden-Nederland
Groene druk (0 t/m 14 als % 15 t/m 64 jaar) (2009)
[%]
26,8
29,4
Grijze druk (65 en ouder als % 15 t/m 64 jaar)
(2009) [%]
29,4
21,5
Levensverwachting bij geboorte, totaal
(vierjaarsgemiddelde 2005-2008) (2008) [jaar]
79,1
81,0
GEZONDHEID
Baarn
Chronische aandoening tenminste één, volwassenen (2008)
44
Chronische ziekten tenminste één, senioren (2007)
78
Lichamelijke beperkingen horen, senioren (2007)
8
Lichamelijke beperkingen zien, senioren (2007)
7
Lichamelijke beperking mobiliteit, senioren (2007)
27
Lichamelijke beperking ADL activiteiten, senioren (2007)
14
Gemeente Baarn
Matig/hoog risico angst/depressieve klachten,
volwassenen (2008)
GGD Midden-Nederland
31
36
18
18
9
10
7
5
Zelf gerapporteerd gebruik slaap/kalmerende
middelen, senioren (2007)
22
22
Psychosociale problemen, 5-6 jarigen (2009)
9
?
Psychosociale problemen, 9-11 jarigen (2009)
5
7
15
12
25
17
8
7
Roken, volwassenen (2008) [%]
23
22
Roken senioren (2007) [%]
17
14
Depressieve klachten, senioren (2007)
Angststoornissen, senioren (2007)
Gebruikt slaap- en kalmerende middelen,
volwassenen (2008)
Psychosociale problematiek, 12-19 jarigen (2008)
RISICOGEDRAG
Rokers, 12-19 jarigen (2008) [%]
Roken dagelijks, 12-19 jarigen (2008) [%]
50
Bingedrinken (% totale populatie), 12-19 jarigen
(2008) [%]
35
29
Onverantwoord alcoholgebruik, volwassenen (2008)
[%]
14
11
Onverantwoord alcoholgebruik, senioren (2007)
[personen]
10
10
Hasj- of wietgebruik afgelopen 4 weken, 12-19
jarigen (2008) [%]
12
6
4
3
33
30
Harddrugs gebruik ooit, 12-19 jarigen (2008) [%]
Geen condoom de laatste keer van degenen met
ervaring geslachtsgemeenschap, 12-19 jarigen (2008)
[%]
OVERGEWICHT EN BEWEGEN
Gemeente Baarn
GGD Midden-Nederland
Overgewicht (incl. ernstig), 5-6 jarigen (2009)
10
12
Overgewicht (incl. ernstig), 9-11 jarigen (2009)
12
15
Overgewicht (incl. ernstig), 13-14 jarigen (2009)
11
13
40
42
49
56
4
?
Voldoet niet aan beweegnorm, 12-19 jarigen (2008)
12
15
Voldoet niet aan beweegnorm, volwassenen (2008)
40
38
Voldoet niet aan beweegnorm, senioren (2007)
37
37
Overgewicht, volwassenen (2008)
Overgewicht, senioren (2007)
Voldoet niet aan beweegnorm, 9-12 jarigen (2008)
SOCIALE OMGEVING EN MANTELZORG
Gemeente Baarn
GGD Midden-Nederland
Eenzaamheid, volwassenen (2008)
28
35
Eenzaamheid, senioren (2007)
43
43
Vrijwilligerswerk, volwassenen (2008)
32
32
Vrijwilligerswerk, 75-80 jarigen (rapportage
preventieve huisbezoeken 2010)
27
-
Mantelzorg geven, volwassenen (2008)
12
13
Mantelzorg geven, senioren (2007)
11
10
Mantelzorg geven, 75-80 jarigen (rapportage
preventieve huisbezoeken 2010)
13
-
Mantelzorg geven, 12-19 jarigen (2008)
6
HUISHOUDELIJKE HULP
Productie Hulp bij Huishouden (HbH) 2009 per wijk
Uren HbH
Klanten HbH
Aantal uren
per klant
3741 Noord/Eemland
36908
286
129
3742 Zuid/Eemdal
28715
232
124
3743 Centrum
3744 Lage Vuursche
buitengebied
3749 Lage Vuursche
13912
117
119
289
4
72
796
6
133
Totaal
80621
645
125
Productie Hulp bij Huishouden (HbH) 2007-2009
Aantal uren HbH
2007
2008
2009
75.248
76.025
80.621
51
Aantal klanten HbH
668
657
645
Aantal uren per klant
113
116
125
FINANCIELE PROBLEMEN
Gemeente Baarn
GGD Midden-Nederland
Gegevens over schuldhulpverlening worden
opgevraagd
Enige tot grote moeite met rondkomen,
volwassenen (2008) [%]
16
16
Problemen financiën, volwassenen (2008)
[%]
18
16
Risicovolle tot problematische schulden,
volwassenen (2008) [%]
11
8
8
9
Problemen met geld bij ouders meegemaakt,
12-19 jarigen (2008) [%]
HUISELIJK GEWELD
Gemeente Baarn
Huiselijk geweld meegemaakt, 12-19 jarigen
(geweld tussen ouders of zelf mishandeld
door ouder(s)) (2008) [%]
Aantal meldingen kindermishandeling (2008)
[/10.000 kinderen]
Ooit slachtoffer huiselijk geweld,
volwassenen (2008) [%]
Ooit slachtoffer huiselijk geweld, senioren
(2007) [%]
Aantal incidenten huiselijk geweld (2009)
[/10.000 inwoners]
Aantal aangiftes huiselijke geweld (2009)
[aantal]
GGD Midden-Nederland
5
5
32
41
8
7
4
23,0
(absoluut aantal
Baarn: 56)
3
24,9
16
-
52
Download