Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Opleiding

advertisement
Adviesrapport
Accreditatie hbo bacheloropleiding
Opleiding Muziek en Opleiding Docent
Muziek
Voltijd
Conservatorium van Amsterdam
Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten
Scheveningseweg 46
2517 KV Den Haag
T (070) 30 66 800
F (070) 30 66 870
I www.hobeon.nl
E [email protected]
Adviesrapport
Accreditatie hbo bacheloropleiding
Opleiding Muziek en Opleiding Docent
Muziek
Voltijd
Crohonummer 34739 (opleiding Muziek)
Crohonummer 39112 (opleiding Docent Muziek)
Conservatorium van Amsterdam
Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten
Hobéon® Certificering BV
Datum:
november 2009
Auditteam:
de heer W.G. van Raaijen
de heer R. Streevelaar
de heer H. Hämmerli
de heer D. Fueter
de heer J. Huys
de heer Smit
de heer L.G.M. Prick
mevrouw J.R. Bakker
mevrouw K.E. Nijs
Secretaris:
mevrouw M.S. Bijkerk
INHOUDSOPGAVE
DEEL 1
1.
INLEIDING
2.
MANAGEMENT SAMENVATTING
3.
HET OORDEEL OP ONDERWERPNIVEAU OPLEIDING MUZIEK
4.
HET OORDEEL OP ONDERWERPNIVEAU OPLEIDING DOCENT MUZIEK
5.
KARAKTERISTIEK VAN DE OPLEIDING
6.
VORIGE VISITATIE / ACCREDITATIE EN/OF INTERNE AUDIT
1
1
2
3
5
7
8
DEEL 2
7.
ONDERWERPEN EN FACETTEN NVAO - ACCREDITATIEKADER
1. Doelstellingen Opleiding
Facet 1.1. Domeinspecifieke Eisen
Facet 1.2. Niveau Bachelor
Facet 1.3. Oriëntatie hbo
2. Programma
Facet 2.1. Eisen hbo
Facet 2.2. Relatie tussen Doelstellingen en Inhoud Programma
Facet 2.3. Samenhang Programma
Facet 2.4. Studielast
Facet 2.5. Instroom
Facet 2.6. Duur
Facet 2.7. Afstemming tussen Vormgeving en Inhoud
Facet 2.8. Beoordeling en Toetsing
3. Inzet van Personeel
Facet 3.1. Eisen hbo
Facet 3.2. Kwantiteit Personeel
Facet 3.3. Kwaliteit Personeel
4. Voorzieningen
Facet 4.1. Materiële Voorzieningen
Facet 4.2. Studiebegeleiding
5. Interne Kwaliteitszorg
Facet 5.1. Evaluatie Resultaten
Facet 5.2. Maatregelen tot Verbetering
Facet 5.3. Betrekken van Medewerkers, Studenten, Alumni en Beroepenveld
6. Resultaten
Facet 6.1. Gerealiseerd Niveau
Facet 6.2. Onderwijsrendement
8.
SAMENVATTEND OORDEEL
8.1.
OORDEELSCHEMA HBO BACHELOR OPLEIDING MUZIEK VOLTIJD
8.2.
OORDEELSCHEMA HBO BACHELOR OPLEIDING DOCENT MUZIEK VOLTIJD
9
9
9
9
12
14
15
15
17
18
21
22
24
25
27
29
29
31
32
34
34
36
39
39
40
41
42
42
44
45
45
46
BIJLAGE I: PROGRAMMA VISTITATIE
BIJLAGE II: CURRICULA VITAE AUDITOREN EN
ONAFHANKELIJKHEIDSVERKLARING AUDITOREN
DEEL 1
1.
INLEIDING
Het onderhavige rapport bevat het advies aan de NVAO dat door Hobéon Certificering als
Visiterende Beoordelende Instantie is opgesteld ten behoeve van de accreditatie van de hboopleidingen Muziek en Docent Muziek, verzorgd door het Conservatorium van Amsterdam,
Croho nummer 34739 (opleiding Muziek) en crohonummer 39112 (opleiding Docent Muziek).
De opleidingen worden aangeboden in de variant voltijd.
De basis voor het onderzoek van Hobéon Certificering werd gevormd door de Management
Review en de daarbij behorende onderliggende documenten. Het bij het onderzoek
gehanteerde beoordelingskader is geweest ‘Beoordelingskader HBO bachelor opleidingen
2008’.
De audit heeft plaatsgevonden op 8, 9 en 10 juni 2009. Het programma van de audit is
opgenomen in Bijlage I.
Het auditteam werd gevormd door de heer Van Raaijen, de heer Hämmerli, de heer Fueter, de
heer Streevelaar, de heer Prick, de heer Smit, de heer Huys, mevrouw Bakker, mevrouw Nijs
en mevrouw Bijkerk. De in dit team aanwezige expertise is in onderstaand schema zichtbaar.
werkveld
voorzitter
de heer W.G. van Raaijen,
partner/directeur Hobéon
werkvelddeskundige
de heer R. Streevelaar, directeur
Nederlands Philharmonisch Orkest
vakdeskundige / werkvelddeskundige
de heer H. Hämmerli, bassist en hoofd
afdeling Jazz, Musikhochschule Luzern
(Z)
vakdeskundige / werkvelddeskundige
de heer D. Fueter, pianist en voormalig
rector van de Hochschule Musik und
Theater Zürich (Z)
vakdeskundige / werkvelddeskundige
de heer J. Huys, klavecinist/organist
voorzitter Raad van Bestuurd
Orpheusinstituut, Gent (B)
vakdeskundige
de heer Smit, voormalig afdelingshoofd
opleiding Docent Muziek, Koninklijk
Conservatorium en lector HBKMD
onderwijskundige
de heer L.G.M. Prick,
studente
mevrouw J.R. Bakker, studente Harp,
Rotterdams Conservatorium
studente
mevrouw K.E. Nijs, studente Docent
Muziek,
Rotterdams Conservatorium
secretaris
mevrouw M.S. Bijkerk, adviseur
Hobéon en contrabassiste
vak /
discipline
onderwijs
kwaliteitszorg
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
audit
x
x
x
x
x
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  1
2.
MANAGEMENT SAMENVATTING
Hobéon Certificering adviseert de NVAO de hbo bachelor opleidingen Muziek en Docent Muziek,
verzorgd door het Conservatorium van Amsterdam, Croho nummer 34739 (Muziek) en
crohonummer 39112 (Docent Muziek) te accrediteren.
Dit advies is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Algemeen oordeel
Het auditteam was, in overleg met het conservatorium, samengesteld uit mensen met
internationaal aanzien in de muziekwereld met een kritische blik op het opleidingsveld.
Dit auditteam heeft vanuit deze positie zeer kritisch naar de opleiding gekeken. In dat licht zijn
de in dit rapport geformuleerde kritiekpunten te zien. Het auditteam was het er, ondanks de
geformuleerde aandachtspunten, unaniem over eens dat het Conservatorium van Amsterdam
een opleidingsinstituut is, waar studenten op topniveau opgeleid worden voor de internationale
muziek.
Het auditteam heeft een mooie, enthousiaste en levendige instelling aangetroffen, waar op
zeer hoog niveau gemusiceerd wordt. Door dit van oudsher hoge niveau van de opleiding
muziek is de instelling een trekpleister voor jong talent en internationaal gerenommeerde
docenten. De instelling kan daarmee in het aannamebeleid van de docenten en studenten de
lat hoog leggen en daarmee de keuze maken uit de beste kandidaten. Dit vergroot de kans op
een hoog afstudeerniveau, waarmee de instelling een belangrijke leverancier van musici voor
de podia en orkesten in Nederland en het buitenland kan zijn.
Het van oudsher hoge niveau van de opleiding muziek bergt echter ook een gevaar in zich,
namelijk dat de opleiding zich onvoldoende expliciet bewust is en (voorlopig) hoeft te zijn van
de redenen voor dit hoge niveau, afgezien van de historische legitimatie. Het auditteam is dan
ook de mening toegedaan dat een inhoudelijke benchmark op nationaal en internationaal
niveau daarom nog meer aandacht zou moeten krijgen van de instelling. Het auditteam is
voorts van mening dat de opleiding muziek met name bij de klassieke afdeling een redelijk
traditioneel beroepsbeeld en afstudeerprofiel hanteert.
De opleiding docent muziek heeft een bescheiden plek binnen de instelling. Het auditteam is
van mening dat deze opleiding het waard is om zich beter te profileren en bredere betekenis te
krijgen binnen het Conservatorium van Amsterdam. Het gaat volgens het auditteam om een
kwalitatief goede opleiding die op een goede wijze inspeelt op het veranderende beroepenveld
van de docent muziek. De in deze afdeling aanwezige expertise kan ook betekenis hebben voor
studenten met andere uitstroomprofielen.
Het nieuwe gebouw van het conservatorium heeft indruk gemaakt op het auditteam. De
instelling beschikt sinds 2008 over een speciaal voor de opleidingen ontworpen gebouw.
Daardoor is de instelling in de unieke positie te beschikken over een pand dat aan de laatste
eisen voor een muziekopleiding voldoet en bovendien ruim genoeg is. Daarnaast heeft de
opleiding de beschikking over vijf concertzalen, elk geschikt voor speciale doeleinden.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  2
3.
HET OORDEEL OP ONDERWERPNIVEAU OPLEIDING
MUZIEK
Onderwerp 1 Doelstellingen: voldoende
Het oordeel van het auditteam over alle facetten van dit onderwerp is positief. De volgende
overwegingen hebben tot dat oordeel geleid: Het conservatorium hanteert het landelijke
opleidingsprofiel voor muziek uit 2002 en heeft een specifieke missie aan dit opleidingsprofiel
toegevoegd, waarin de opleiding beschrijft een hoog artistiek niveau en een optimale
beheersing van het instrument bij de studenten na te streven, de student voor te bereiden op
cultureel ondernemerschap, hen actief deel uit te laten maken van het hedendaagse
muziekleven en hen de mogelijkheid te bieden om de eigen beroepspraktijk te ontwikkelen.
Vervolgens heeft de opleiding per afdeling een invulling gegeven aan bovengenoemd
opleidingsprofiel. Het auditteam onderschrijft de missie en doelstellingen van het
conservatorium.
Onderwerp 2 Programma: voldoende
Het oordeel van het auditteam over alle facetten van dit onderwerp is positief. Het auditteam
wil daar het volgende aan toevoegen: de drie afdelingen binnen de opleiding muziek baseren
zich allemaal op vier pijlers, te weten de beheersing van het instrument of stem, de
ontwikkeling van het kunstenaarschap, aandacht voor didactische vaardigheden en het
stimuleren van het cultureel ondernemerschap. Dit sluit volgens het auditteam aan op de visie
en doelstellingen van de opleiding, maar is slechts ten dele in het programma terug te zien.
Het curriculum richt zich met name op een zo hoog mogelijke ontwikkeling van de muzikale en
artistieke vaardigheden van de student en in mindere mate op de didactische en
ondernemende vaardigheden. Het auditteam is van mening dat deze invulling aansluit bij de
wensen van de studenten, maar is ook van mening dat het een taak van de opleiding is om de
studenten voor te bereiden op een reële beroepssituatie, waarin het docentschap en
ondernemerschap een belangrijkere rol spelen dan dat dit nu in het programma en in het
uitstroomprofiel krijgt.
Het auditteam heeft kunnen vaststellen dat het studieprogramma inhoudelijk samenhangend
is, onder meer door de ontwikkelingen op het hoofdvakinstrument, waarin steeds hogere
technische en artistieke vaardigheden gevraagd worden (verticale samenhang) en de
ondersteuning hiervan door de theoretische vakken (horizontale samenhang). De betreffende
vakken worden volgens het auditteam op een juiste wijze getoetst.
De opleiding hanteert een strenge selectieprocedure, het auditteam is van mening dat deze
passend is bij het hoge niveau van de opleiding. Daarnaast investeert de opleiding veel in
verschillende voortrajecten. De keuzes die de instelling met betrekking tot de vormgeving van
het jong talent-traject heeft gemaakt, beoordeelt het auditteam als zeer positief.
Onderwerp 3 Inzet personeel: voldoende
Het oordeel van het auditteam over alle facetten van dit onderwerp is positief. Het auditteam
wil
daar het volgende aan toevoegen: de opleiding beschikt over een docententeam met
internationaal aanzien en van hoog niveau. Het merendeel van de docenten in als uitvoerend
musicus in het beroepenveld werkzaam. Daarnaast heeft de opleiding met regelmaat de
mogelijkheid om gastdocenten van de internationale top in te zetten. Het auditteam is van
mening dat het conservatorium met zijn docententeam en gastdocenten de ambitie om een
topconservatorium te zijn, waarmaakt.
Onderwerp 4: Materiële voorzieningen: voldoende
Het oordeel van het auditteam over alle facetten van dit onderwerp is positief. Het nieuwe
gebouw van het conservatorium heeft indruk gemaakt op het auditteam. Het auditteam is van
mening dat het gebouw, dat speciaal voor het conservatorium ontworpen is, voldoet aan alle
eisen die aan een gebouw voor een muziekvakopleiding gesteld mogen worden en zeer
geschikt is voor de opleiding.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  3
Het gebouw heeft vijf concertzalen, geschikt voor verschillende soorten ensembles. Het
auditteam ziet deze zalen als kans voor de opleiding om meer naar buiten te treden en de
Amsterdamse samenleving binnen te halen.
De opleiding heeft de studiebegeleiding op een zinvolle wijze vorm gegeven, zeer passend voor
een internationale muziekvakopleiding. Zo is er, naast de gebruikelijke begeleiding, voldoende
aandacht voor de lichamelijke gesteldheid van de studenten en de studentenhuisvesting.
Onderwerp 5 Interne kwaliteitszorg: voldoende
Het oordeel van het auditteam over alle facetten van dit onderwerp is positief. Het auditteam
wil daar het volgende aan toevoegen: het conservatorium heeft in het verleden naar
mogelijkheden gezocht om de verschillende evaluatiesystemen vorm te geven. Sinds 2007 is
dit ondergebracht op hogeschoolniveau. Hierdoor wordt de continuïteit van het systeem beter
geborgd dan voorheen. Het auditteam is van mening dat op deze wijze een goede basis voor
het kwaliteitszorgsysteem gelegd is.
Onderwerp 6 Resultaten: voldoende
Het oordeel van het auditteam over alle facetten van dit onderwerp is positief. Het auditteam
wil daar het volgende aan toevoegen: bij de afdelingen klassiek en jazz wordt tijdens het
afstuderen alleen het artistieke niveau en het niveau van beheersing van het instrument
beoordeeld. Bij de popafdeling wordt ook de organisatie van het examen beoordeeld. Het
auditteam is van mening dat tijdens de bijgewoonde eindexamenconcerten op een zeer hoog
niveau gemusiceerd werd en dat de beoordelingen aansloten bij het niveau van de studenten.
Het auditteam is van mening dat het uitvoerende eindniveau van de studenten zich zeer
duidelijk laat meten met andere vooraanstaande conservatoria in Europa.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  4
4.
HET OORDEEL OP ONDERWERPNIVEAU OPLEIDING
DOCENT MUZIEK
Onderwerp 1 Doelstellingen: voldoende
Het oordeel van het auditteam over alle facetten van dit onderwerp is positief. De volgende
overwegingen hebben tot dat oordeel geleid: Voor de opleiding Docent muziek hanteert het
conservatorium het landelijke beroepsprofiel uit 2004. De opleiding heeft hier de doelstelling
aan toegevoegd om de studenten op te leiden tot inzetbaar in een brede en gemengde
beroepspraktijk. Dit leidt tot een visie op het beroep waarin de begrippen artisticiteit,
muziekpedagogiek, onderzoeken en reflectie en flexibiliteit een plek hebben. Het auditteam
onderschrijft de uitgangspunten van de opleiding.
Onderwerp 2 Programma: voldoende
Het oordeel van het auditteam over alle facetten van dit onderwerp is positief. Het auditteam
wil daar het volgende aan toevoegen: de opleiding docent muziek baseert zich op vier clusters,
te weten doceren, musiceren, muziektheorie en overige. Door de verschillende onderdelen van
het programma in deze clusters onder te brengen, wordt de samenhang in het programma
vormgegeven. De studenten zijn gedurende de hele opleiding naast hun studie werkzaam in de
verschillende segmenten van de beroepspraktijk, waardoor de studenten kennismaken met de
diversiteit van het toekomstige werkveld. Het programma sluit daarmee aan op de doelstelling
van de opleiding.
De opleiding heeft in een curriculummatrix vastgelegd hoe de landelijke eindkwalificaties
worden verbonden met de verschillende programmaonderdelen. Voor de beoordeling hiervan
wordt de beroepservaring van de docenten gevraagd. De opleiding werkt niet met het majorminorsysteem, maar heeft een systematiek van keuzevakken.
De opleiding hanteert een selectieprocedure, bestaande uit een praktijkdeel en een
theoriedeel. De opleiding docent muziek is een kleine opleiding met een informele sfeer en
groot groepsgevoel. Dit maakt het mogelijk om op een open wijze in groepsvorm aan de
verschillende vaardigheden te werken. Ook zorgt dit ervoor dat veel tentamens in de
praktijkomgeving plaatsvinden, wat het auditteam als positief beoordeelt.
Het auditteam is van mening dat de kleine opleiding docent muziek een grotere en
belangrijkere rol zou mogen spelen binnen de instelling. Het auditteam is van mening dat het
gaat om een goede en gedegen opleiding die een zinvolle aanvulling is in het opleidingsaanbod
van het conservatorium en dat de opleiding zich als zodanig duidelijker zou kunnen en mogen
profileren. Betere externe profilering zou de instroom kunnen vergroten, waardoor de opleiding
docent muziek meer daadkracht zou kunnen krijgen. Expertise binnen de opleiding en zicht op
de actuele beroepspraktijk van musici zouden wellicht meer ten voordele van studenten en
docenten uit de opleiding muziek benut kunnen worden, met name omdat de instelling ervoor
heeft gekozen het curriculum van de opleiding muziek zo in te richten dat elke afgestudeerde
ook docent is.
Onderwerp 3 Inzet personeel: voldoende
Het oordeel van het auditteam over alle facetten van dit onderwerp is positief. Het auditteam
wil daar het volgende aan toevoegen: de opleiding beschikt over een docententeam waarvan
het merendeel van de docenten in het beroepenveld werkzaam is en daarmee de verbindingen
tussen opleiding en toekomstig werkveld van de studenten kan leggen. Daarnaast heeft de
opleiding met regelmaat de mogelijkheid om gastdocenten in te zetten. Het auditteam is van
mening dat het conservatorium daarmee beschikt over een goed docententeam.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  5
Onderwerp 4: Materiële voorzieningen: voldoende
Het oordeel van het auditteam over alle facetten van dit onderwerp is positief. Het nieuwe
gebouw van het conservatorium heeft indruk gemaakt op het auditteam. Het auditteam is van
mening dat het gebouw, dat speciaal voor het conservatorium ontworpen is, voldoet aan alle
eisen die aan een gebouw voor een muziekvakopleiding gesteld mogen worden en zeer
geschikt is voor de opleiding. Het gebouw heeft vijf concertzalen, geschikt voor verschillende
soorten ensembles. Het auditteam ziet deze zalen als kans voor de opleiding om meer naar
buiten te treden en de Amsterdamse samenleving binnen te halen.
De opleiding heeft de studiebegeleiding op een zinvolle wijze vorm gegeven, zeer passend voor
een muziekvakopleiding. Zo is er, naast de gebruikelijke begeleiding, voldoende aandacht voor
de lichamelijke gesteldheid van de studenten en de studentenhuisvesting.
Onderwerp 5 Interne kwaliteitszorg: voldoende
Het oordeel van het auditteam over alle facetten van dit onderwerp is positief. Het auditteam
wil daar het volgende aan toevoegen: het conservatorium heeft in het verleden naar
mogelijkheden gezocht om de verschillende evaluatiesystemen vorm te geven. Sinds 2007 is
dit ondergebracht op hogeschoolniveau. Hierdoor wordt de continuïteit van het systeem beter
geborgd dan voorheen. Het auditteam is van mening dat op deze wijze een goede basis voor
het kwaliteitszorgsysteem gelegd is.
Onderwerp 6 Resultaten: voldoende
Het oordeel van het auditteam over alle facetten van dit onderwerp is positief. Het auditteam
wil
daar het volgende aan toevoegen: in het afstudeerjaar hebben de studenten de gelegenheid
zich te specialiseren in primair onderwijs, voortgezet onderwijs of community arts. Het
afstuderen is gebaseerd op een aantal verschillende werkstukken, waarin verschillende
competenties aan bod komen. Het auditteam is van mening dat de studenten op een juiste
wijze voorbereid worden op de toekomstige beroepspraktijk.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  6
5.
KARAKTERISTIEK VAN DE OPLEIDING
Het Conservatorium van Amsterdam is een van de negen muziekvakopleidingen in Nederland
en maakt deel uit van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Het conservatorium
omvat twee bacheloropleidingen, te weten de opleiding muziek en de opleiding docent muziek.
Daarnaast biedt de instelling twee masteropleidingen aan, te weten de opleiding muziek en de
opleiding docent muziek. Ook biedt de instelling in samenwerking met het Koninklijk
Conservatorium Den Haag een master op het gebied van opera aan. Tevens biedt de
Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten een master Kunsteducatie aan. Binnen de
bacheloropleiding muziek onderscheidt de instelling drie studierichtingen, namelijk klassiek,
jazz en pop. Het Conservatorium van Amsterdam is met ca. 1000 studenten en ca. 300
docenten een van de grote conservatoria van Nederland. Een aanzienlijk deel van deze
studenten en docenten is afkomstig uit het buitenland. De instelling heeft van oudsher aanzien
in binnen- en buitenland.
De muziekstudie aan het conservatorium leidt op tot uitvoerend en docerend musicus. De
opleiding heeft de keuze gemaakt om beide profielen in één curriculum onder te brengen,
zodat alle studenten, naast hun uitvoerende capaciteiten, bij hun afstuderen ook een
lesbevoegdheid hebben.
De opleiding Docent Muziek leidt van oudsher op tot muziekdocent in het primair en voortgezet
onderwijs. Intussen wordt ook de buitenschoolse kunsteducatie een steeds belangrijkere
werkgever voor alumni van deze studie. De studie speelt daar binnen de opleiding op in door
ook deze kant van het werkveld in het curriculum te belichten.
De basis voor het huidige conservatorium is gelegd in 1994, toen besloten werd tot een fusie
van het Sweelinck Conservatorium, dat een goede reputatie had op het terrein van klassieke
muziek en de opleiding docent muziek omvatte en het Hilversums Conservatorium, dat naam
had gemaakt met lichte muziek en jazz. In 1998 was de fusie rond en zijn beide conservatoria
opgegaan in het Conservatorium van Amsterdam. In deze huidige organisatie zijn ‘klassiek’ en
‘jazz’ nog steeds zichtbaar in de vorm van afdelingen binnen de instelling. De fusie had tot
gevolg dat het Hilversums Conservatorium bij het Sweelinck Conservatorium introk, waardoor
de locatie te klein werd en er besloten werd tot nieuwbouw, die in 2008 opgeleverd is. In 2003
is als vierde afdeling de Popafdeling opgericht.
De instelling wordt geleid door een directeur, ondersteund door twee adjunct-directeuren, die
gelijktijdig afdelingshoofden van de afdeling klassiek/ODM en jazz/pop zijn. De afdeling pop en
de opleiding docent muziek worden geleid door coördinatoren die geen deel uitmaken van het
managementteam, maar wel direct onder de directie vallen.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  7
6.
VORIGE VISITATIE / ACCREDITATIE EN/OF
INTERNE AUDIT
Aanbevelingen uit 2004
De commissie Horsbrugh doet in 2004 in zijn rapport ‘Conservatories in Transition’ voor het
Conservatorium van Amsterdam de volgende aanbevelingen:
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
Strengthen correspondence between the various innovative and traditional parts of the
programme in the vision of the programme as a whole;
Use the new building as the focus for the reinforcement of the conservatory’s vision and
profile in the medium term;
Develop a twofold plan for change with a longer duration and a realistic estimate of time,
manpower and funds that:
1. anticipate the conservatory’s transition to a new building, in terms of duration staff,
facilities, teaching methods, relation networks etc.;
2. provide an adequate basis for the present changes in curriculum, team teaching,
innovations in cultural diversity, the entrepreneurial artist and research.
Strengthen the network and diversity of relations in relation to the city of Amsterdam;
Pay more structural attention to students and involve them in change processes, also in
relation to their wishes in respect of the curriculum and the relationships with other
disciplines.
In de aanbevelingen spoort de commissie het CvA aan de nieuwbouw te gebruiken als een
katalysator voor ontwikkelingen op een aantal terreinen, zoals visie, onderwijsontwikkeling,
verhouding tot de stad Amsterdam etc.
Naar aanleiding van de visitatie in 2004 is de onderwijsvisie in de organisatie uitgebreid
besproken en is in 2006 een coördinator onderwijsontwikkeling aangesteld met de volgende
taken:
1. inzichtelijk te maken hoe de verschillende onderdelen van het onderwijsprogramma zich
verhielden tot de actuele situatie in het professionele werkveld;
2. te bekijken waar er sprake is van stagnatie in de ontwikkeling van een specifiek vak en op
welke wijze het betreffende curriculumonderdeel gerevitaliseerd of zelfs vernieuwd kan
worden; en tegelijk
3. het helder in kaart brengen welke vakonderdelen vooral geen ontwikkeling behoefden.
Het oordeel over de wijze waarop het Conservatorium van Amsterdam de veranderingen vorm
gegeven heeft, staat beschreven in facet 5.2.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  8
DEEL 2
7.
1.
ONDERWERPEN EN FACETTEN NVAO ACCREDITATIEKADER
Doelstellingen Opleiding
Facet 1.1. Domeinspecifieke Eisen
ƒ
De eindkwalificaties van de opleiding sluiten aan bij de eisen die door
(buitenlandse) vakgenoten en de beroepspraktijk gesteld worden aan een
opleiding in het betreffende domein (vakgebied/discipline en/of
beroepspraktijk).
Oordeel: voldoende/ voldoende
Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande bevindingen.
Bevindingen
Opleiding Muziek:
Het Conservatorium van Amsterdam (hierna CvA) hanteert het landelijke opleidingsprofiel voor
muziek uit 2002 dat is opgesteld door het Netwerk Muziek van de HBO-raad. In dit
opleidingsprofiel zijn de eindkwalificaties in de vorm van competenties beschreven. Het
Netwerk Muziek heeft het opleidingsprofiel ter validatie voorgelegd aan het werkveld. De
landelijke eisen zijn bewust op een hoog aggregatieniveau geformuleerd, zodat elk
conservatorium zijn eigen aanpak kan kiezen. Het opleidingsprofiel voor muziek is van
toepassing op de onderwijsprogramma’s voor klassiek, jazz en pop.
Het conservatorium heeft een specifieke missie aan het algemene, landelijke opleidingsprofiel
toegevoegd. Het conservatorium heeft de ambitie om musici op te leiden die:
ƒ
op hoog artistiek niveau en met overtuiging repertoire ten gehore brengen en scheppend,
uitvoerend en docerend in de beroepspraktijk actief kunnen zijn;
ƒ
een optimale beheersing hebben van het instrument, de stem of het compositorisch metier
als basis van het muzikaal vakmanschap, waarbij inzicht in en beheersing van achtergrond
en context even onontbeerlijk zijn als de puur fysieke vaardigheid;
ƒ
zijn voorbereid op het cultureel ondernemerschap;
ƒ
het eigentijdse muziekleven niet alleen volgen, maar ook vormgeven;
ƒ
speurzin hebben ontwikkeld om de artistieke mogelijkheden van de eigen beroepspraktijk
te verkennen.
Het conservatorium heeft vervolgens per afdeling een invulling gegeven aan bovenstaand
opleidingsprofiel en bovenstaande missie.
Klassiek: Het conservatorium ziet het als zijn verantwoordelijkheid zijn studenten een
realistisch, evenwichtig en inspirerend opleidingskader aan te bieden dat aansluit bij de
veelzijdige, complexe en dynamische beroepspraktijk.
Jazz: het Conservatorium van Amsterdam staat voor een breed aanbod. De fusie van het
Hilversums Conservatorium (mainstream jazz) met het Conservatorium van Amsterdam (meer
Avant-garde) heeft bijgedragen tot deze verbreding. De opleiding wil de studenten met dit
aanbod stimuleren om avontuurlijk te zijn, vanuit een solide technische en theoretische
achtergrond.
Pop: de popafdeling moet zich staande houden in een snel veranderende sector. Om zich hierin
staande te houden heeft het conservatorium ervoor gekozen, de studenten een brede basis te
bieden door goede instrumentale vaardigheden, het ontwikkelen van de eigen creativiteit maar
ook door de educatieve en ondernemende kanten van de beroepspraktijk te leren kennen.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  9
Het auditteam onderschrijft de missie en de doelstellingen van het CvA en is van mening dat
het conservatorium doorwerking aan deze missie geeft door de studenten op een zo hoog
mogelijk artistiek en uitvoeren niveau op te leiden.
Het CvA zegt het profiel actueel te houden door overleg met de Commissie van Advies. Na het
bestuderen van de documenten met betrekking tot deze werkveldcommissie is het auditteam
echter van mening dat de werkveldcommissie deze functie maar beperkt vervult. De
bijeenkomsten van de werkveldcommissie vonden niet op regelmatige basis plaats. Uit de
bestudeerde notulen bleek dat de bijeenkomsten vooral gebruikt om de commissie te
informeren over het reilen en zeilen van het CvA en niet om feedback van de commissie te
krijgen over het functioneren van de instelling en het bijstellen van de visie en doelstellingen.
Aan de andere kant is de verwevenheid met (een deel van) het werkveld zo groot doordat de
docenten veelal ook werkzaam zijn als uitvoerend musicus, dat er van die zijde veel feedback
op de doelstellingen kan komen. Dit gebeurt in regelmatige sectie- en vakgroepoverleggen.
Het muziekvak is per definitie een internationaal vak. Omdat het uitvoerende deel van het vak
niet taalgebonden is, zijn in het werkveld veel internationale contacten en uitwisselingen
zichtbaar. Het auditteam heeft kunnen vaststellen dat het conservatorium daarbij aansluit en
is van mening dat dit een zinvolle aansluiting is. Het conservatorium is lid van de AEC, de
Europese Vereniging van Conservatoria en onderhoudt uitwisselingsprogramma’s met meer
dan 40 Europese conservatoria. Daarbij is het aantal inkomende uitwisselingsstudenten ca.
twee keer zo groot als het aantal uitgaande studenten. De afdelingen jazz en klassiek hebben
daarnaast ook banden met een aantal vooraanstaande Amerikaanse conservatoria.
Opleiding Docent Muziek:
Voor de opleiding Docent Muziek hanteert het CvA het landelijke beroepsprofiel uit 2004. Bij de
totstandkoming van de profielen waren het Netwerk muziek en de KVDO (netwerk
Kunstvakdocentenopleidingen) betrokken. Ter validatie is het opleidingsprofiel destijds aan
vertegenwoordigers uit de beroepspraktijk voorgelegd.
De opleiding ziet de noodzaak van een brede en gemengde beroepspraktijk. De doelstelling
van de opleiding is om studenten op te leiden voor zowel het docentschap in het primair en
secundair onderwijs als ook om werkzaam te zijn in de buitenschoolse kunsteducatie.
Dit leidt tot volgende visie op het beroep:
Een docent muziek beschikt op de eerste plaats over een artistieke attitude. Een docent die
denkt en handelt als musicus, en zo een authentiek muzikaal en creatief proces en product
onder doelgroepen realiseert. Een docent muziek denkt en handelt muziekpedagogisch. Muziek
is in dit verband een medium dat een eigensoortige wijze van leren en aanleren kent.
Herhaling, imitatie, interpretatie, muzikale communicatie worden toegepast op het
muziekleren, waarbij ook het lijf als pedagogisch instrument wordt gebruikt. Het begeleiden en
waarnemen van muzikale leerprocessen is daarmee een vak apart.
Een docent muziek is een onderzoekende en reflecterende docent. Vanuit een onderzoekend
vermogen reflecteren docenten muziek op hun handelen, waardoor zij zich blijvend
professionaliseren. Zij leren telkens bij, er wordt gezocht naar nieuwe kennis en vaardigheden
die vertaald worden naar de praktijk. Docenten muziek observeren en analyseren, raadplegen
bronnen, generen nieuwe kennis en producten. Ze streven naar een ‘evidence-based’
verantwoording van hun professionele handelen.
Docenten muziek kunnen op flexibele wijze verschillende professionele rollen aannemen. In
het beroep variëren de rollen van docent-leermeester via coach tot zakelijke en coördinerende
rollen, van onderwijs gevende vakman of -vrouw tot facilitator. Docenten muziek zijn
nieuwsgierig en tonen initiatief. Ze initiëren en ontwikkelen projecten, schrijven fondsen aan,
creëren eigen werk.
Aan de commissie van advies is de taak om input te leveren voor de actualisering van het
profiel. Na het bestuderen van de documenten met betrekking tot de werkveldcommissie was
het auditteam echter van mening dat de werkveldcommissie deze functie maar beperkt
vervult. De bijeenkomsten van de werkveldcommissie vonden niet op regelmatige basis plaats.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  10
Uit de bestudeerde notulen bleek dat de bijeenkomsten vooral gebruikt om de commissie te
informeren over het reilen en zeilen van het CvA en niet om feedback van de commissie te
krijgen over het functioneren van de instelling en het bijstellen van de visie en doelstellingen.
Aan de andere kant is de verwevenheid met het werkveld groot doordat een deel van de
docenten ook werkzaam is als uitvoerend musicus zodat er van die zijde veel feedback op de
doelstellingen kan komen. Dit gebeurt in regelmatige vakgroepoverleggen.
Het auditteam onderschrijft de uitgangspunten van de opleiding en de door hen geformuleerde
visie op het beroep.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  11
Facet 1.2. Niveau Bachelor
ƒ
De eindkwalificaties van de opleiding sluiten aan bij algemene, internationaal
geaccepteerde beschrijvingen van de kwalificaties van een Bachelor
Oordeel: voldoende / voldoende
Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande bevindingen.
De opleiding heeft de door het landelijke Netwerk Muziek geformuleerde competenties
verbonden met de Dublin Descriptoren. Het landelijke opleidingsprofiel omvat de volgende
competenties:
Opleiding Muziek:
Artistiek competentiedomein
Visie en creativiteit: De musicus is artistiek gedreven en is in staat om opvattingen en
overtuigingen op het eigen vakgebied te verwerven en die te communiceren in de muzikale
beroepspraktijk.
Communicatie: De musicus kan zijn handelen in verschillende contexten effectief en efficiënt
over brengen en de artistieke betekenis van muziek uitdragen naar anderen.
Vermogen tot samenwerken: De musicus is in staat om samen met andere betrokkenen
een actieve bijdrage aan een gezamenlijk product of proces te leveren.
Vaktechnisch competentiedomein
Het ambacht: De musicus onderhoudt een breed scala aan vaktechnische kennis en
vaardigheden, die hem in staat stellen zowel binnen de nationale als de internationale
beroepspraktijk te functioneren.
Analytisch vermogen: De musicus kan muziek (cognitief) ontleden.
Professioneel-maatschappelijk competentiedomein
Omgevingsgerichtheid: De musicus is alert op ontwikkelingen in de samenleving en
integreert deze in zijn muziekpraktijk.
Ondernemerschap: De musicus kan zelfstandig vorm geven aan een professioneel bestaan
binnen de muziekwereld.
Innovatie: De musicus is in staat om het eigen vakgebied te verkennen en ermee te
experimenteren, wat tot uiting komt in innovatieve muzikale processen en producties.
Methodisch en reflectief handelen: De musicus is in staat om methodisch en professioneel
te handelen, kan hierop reflecteren en is zelfstandig, en met en voor anderen, in staat tot
terugkoppeling.
Didactiek: De musicus kan onderwijsleersituaties zo inrichten en uitvoeren dat leerlingen
optimaal worden gestimuleerd om te leren.
Opleiding Docent Muziek:
Creërend vermogen: de beginnende docent maakt muziek en muzikale producten die
voortkomen uit het volgen van een eigen artistieke visie en stelt het creatieve proces in dienst
van het docentschap;
Ambachtelijk vermogen: de beginnende docent bezit het vermogen een breed scala aan
instrumentele vaardigheden en ambachtelijke kennis efficiënt en effectief toe te passen;
(Kunst-) Pedagogisch vermogen: De beginnende docent bezit het vermogen een veilige en
stimulerende leeromgeving te scheppen voor leerlingen/cursisten ;
Didactisch vermogen:de beginnende docent bezit het vermogen (kunst)onderwijs te
initiëren, ontwerpen, verzorgen en evalueren vanuit een (kunst)pedagogische visie;
Operationaliserend vermogen: de beginnende docent bezit het vermogen voor zichzelf en
anderen een inspirerende en functionele onderwijssituatie op te zetten en in stand te houden;
Vermogen tot samenwerken: de beginnende docent bezit het vermogen vanuit de eigen
expertise samen met anderen een bijdrage te leveren aan muziek-, kunst-, en
cultuuronderwijs;
Communicatief vermogen: de beginnende docent bezit het vermogen zijn of haar visie en
handelen zowel mondeling als schriftelijk effectief en efficiënt te communiceren, af te stemmen
en te verantwoorden;
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  12
Reflectief vermogen: de beginnende docent bezit het vermogen het eigen
(kunst)pedagogisch en artistieke handelen te beschouwen, analyseren, duiden en beoordelen;
Vermogen tot groei en vernieuwing: de beginnende docent bezit het vermogen zijn of haar
docentschap verder te ontwikkelen en te vernieuwen;
Omgevingsgerichtheid: de beginnende docent bezit het vermogen relevante
omgevingsfactoren in de samenleving te signaleren en gebruikt deze bij zijn of haar
werkzaamheden als docent.
Het conservatorium heeft de landelijke opleidingscompetenties op volgende wijze gekoppeld
aan de Dublin Descriptoren.
KWALIFICATIES BACHELOR –
TEKST DUBLIN
DESCRIPTOREN
KENNIS EN INZICHT
OPLEIDINGSPROFIEL
MUZIEK
OPLEIDINGSPROFIEL DOCENT
MUZIEK
HET AMBACHT
AMBACHTELIJK VERMOGEN
ANALYTISCH VERMOGEN
(KUNST)PEDAGOGISCH
VERMOGEN
DIDACTIEK
DIDACTISCH VERMOGEN
TOEPASSEN KENNIS EN
INZICHT
VISIE EN CREATIVITEIT
CREËREND VERMOGEN
HET AMBACHT
AMBACHTELIJK VERMOGEN
VERMOGEN TOT
SAMENWERKEN
(KUNST)PEDAGOGISCH
VERMOGEN
METHODISCH EN REFLECTIEF
HANDELEN
DIDACTISCH VERMOGEN
INNOVATIE
OPERATIONALISEREND
VERMOGEN
VERMOGEN TOT
SAMENWERKING
REFLECTIEF VERMOGEN
OORDEELSVORMING
OMGEVINGSGERICHTHEID
OMGEVINGSGERICHTHEID
COMMUNICATIE
COMMUNICATIE
COMMUNICATIEF VERMOGEN
LEERVAARDIGHEDEN
ONDERNEMERSCHAP
VERMOGEN TOT GROEI EN
VERNIEUWING
INNOVATIE
Het auditteam is van mening dat het conservatorium de vertaling van de Dublin Descriptoren
naar de landelijk vastgestelde competenties van beide opleidingen zinvol vormgegeven heeft.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  13
Facet 1.3. Oriëntatie hbo
De eindkwalificaties van de opleiding zijn mede ontleend aan de door (of in
samenspraak met) het relevante beroepenveld opgestelde beroepsprofielen
en/of beroepscompetenties
ƒ
De eindkwalificaties van de opleiding sluiten aan bij het niveau van een
beginnend beroepsbeoefenaar in een specifiek beroep of samenhangend
spectrum van beroepen waarvoor de betreffende opleiding vereist of dienstig is
Oordeel: voldoende / voldoende
Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande bevindingen.
ƒ
“Oriëntatie HBO” kent twee dimensies. Hoger onderwijs enerzijds, beroepsonderwijs
anderzijds.
Opleiding Muziek:
1.3.1. Hoger Onderwijs
Zoals al onder 1.2. is beschreven hebben de opleidingen op landelijk niveau een relatie gelegd
tussen de Dublin Descriptoren en de eindkwalificaties. Het auditteam is van oordeel dat de
opleiding daarom gerekend kunnen worden tot het hoger onderwijs.
1.3.2. Beroepsonderwijs
Zoals al onder 1.1. is beschreven hebben de opleidingen zich gebaseerd op het landelijke
opleidingsprofiel. Het auditteam heeft vastgesteld, dat de eindcompetenties van de opleidingen
corresponderen met de kerntaken van een (beginnend) beroepsbeoefenaar en aansluiten bij
de eisen die de vakgenoten en de beroepspraktijk stellen aan een hbo muziek.
1.3.3. Voor het overige blijkt de ‘Oriëntatie HBO’ ook uit het programma van beide
opleidingen. Zie daarvoor de bevindingen onder facet 2.1.
Opleiding Docent Muziek:
1.3.1. Hoger Onderwijs
Zoals al onder 1.2. is beschreven hebben de opleidingen op landelijk niveau een relatie gelegd
tussen de Dublin Descriptoren en de eindkwalificaties. Het auditteam is van oordeel dat de
opleiding daarom gerekend kunnen worden tot het hoger onderwijs.
1.3.2. Beroepsonderwijs
Zoals al onder 1.1. is beschreven hebben de opleidingen zich gebaseerd op het landelijke
opleidingsprofiel. Het auditteam heeft vastgesteld, dat de eindcompetenties van de opleidingen
corresponderen met de kerntaken van een (beginnend) beroepsbeoefenaar en aansluiten bij
de eisen die de vakgenoten en de beroepspraktijk stellen aan een hbo eerstegraads leraar.
1.3.3. Voor het overige blijkt de ‘Oriëntatie HBO’ ook uit het programma van beide
opleidingen. Zie daarvoor de bevindingen onder facet 2.1.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  14
2.
Programma
Facet 2.1. Eisen hbo
Kennisontwikkeling van studenten vindt plaats via vakliteratuur, aan de
beroepspraktijk ontleend studiemateriaal en via interactie met de
beroepspraktijk en/of (toegepast) onderzoek
ƒ
Het programma heeft aantoonbare verbanden met actuele ontwikkelingen in het
vakgebied / de discipline
ƒ
Het programma waarborgt de ontwikkeling van beroepsvaardigheden en heeft
aantoonbare verbanden met de actuele beroepspraktijk
Oordeel: voldoende / goed
Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande bevindingen.
ƒ
Opleiding Muziek:
Hoewel de drie afdelingen van de opleiding muziek allemaal een grote mate van vrijheid
hebben met betrekking tot de inrichting van het curriculum, is het onderwijsprogramma van
alle afdelingen gebaseerd op vier pijlers: een grote mate van beheersing van het instrument of
stem, de ontwikkeling van het kunstenaarschap, aandacht voor didactische vaardigheden en
het stimuleren van het cultureel ondernemerschap. Deze vier pijlers komen voort uit de missie
van het conservatorium. Desondanks zijn er ook door het werkveld ingegeven verschillen
tussen de verschillende opleidingen te herkennen. Zo hanteert de Popafdeling een speciaal
voor popmuziek ontwikkelde onderwijsmethodiek, gaat de vakgroep binnen de afdeling
klassiek uit van het methodisch repertoire en is de overkoepelende benadering binnen de
afdeling Jazz dat in alle musiceervakken en ensembles aandacht is voor improvisatie.
De algemene onderwijskundige uitgangspunten zijn in alle curricula terug te zien. Deze
uitgangspunten zijn:
ƒ
het onderwijs van het CvA is competentiegericht
ƒ
het onderwijs van het CvA is beroepsgericht
ƒ
Er is in alle opleidingen sprake van opdrachtgestuurd onderwijs. Het gaat, zeker in het
hoofdvak, om maatwerk. Echter, in de opbouw van het curriculum is de toenemende
zelfstandigheid een nadrukkelijk onderdeel van het onderwijsproces.
ƒ
Het onderwijs op het CvA vindt plaats in een realistische leeromgeving.
Het auditteam heeft vast kunnen stellen dat de opleiding gebruik maakt van relevante
literatuur. Dit heeft bij een muziekopleiding twee dimensies: enerzijds het repertoire, waar
iedere musicus op zijn vakgebied mee bekend moet zijn, en anderzijds de literatuur die
gebruikt wordt ter ondersteuning van het theoretische deel van het curriculum. De
hoofdvakdocenten en de vakgroepen zijn er voor verantwoordelijk om de studenten kennis te
laten maken met het voor het instrument relevante repertoire. Tijdens de audit heeft het
auditteam diverse tentamens meegemaakt, waaruit een veelzijdige repertoirekennis van de
studenten bleek. Ook heeft het auditteam tijdens de audit de literatuur met betrekking tot het
theoretische deel van de opleiding ingezien en is van mening dat ook voor dit deel adequate
literatuur gebruikt wordt.
Interactie met de beroepspraktijk vindt op verschillende manieren plaats: Allereerst is het
merendeel van de docenten van het conservatorium ook werkzaam in de praktijk. Gedurende
de hele opleiding werken studenten samen in orkest-, ensemble-, en bandprojecten, die een
afspiegeling zijn van een deel van de beroepspraktijk. Daarnaast heeft een aantal studenten
de mogelijkheid een stage in een van de beroepsorkesten in Nederland te volgen. Tot slot
geven de studenten in het tweede jaar gedurende een half jaar les aan een stageleerling om
ook dat deel van de beroepspraktijk te leren kennen. Het auditteam is van mening dat met
name de contacten die de docenten met het werkveld hebben, bevorderlijk zijn voor de
artistieke ontwikkeling van de studenten, en heeft kunnen vaststellen dat deze contacten in
ruime mate aanwezig zijn.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  15
Na afloop van de opleiding krijgen de studenten van het CvA een lesbevoegdheid voor het
buitenschoolse werkveld in het betreffende hoofdvak. Het auditteam is van mening dat
gedurende de opleiding te weinig tijd aan dit specifieke deel van de beroepspraktijk
geschonken wordt om te rechtvaardigen dat de opleiding zou aansluiten bij een snel
veranderend werkveld. Dit des te meer omdat van deze docenten verwacht wordt dat zij de
basis gaan leggen voor het muzikale talent van de toekomst, iets dat zich in toenemende mate
afspeelt in andere onderwijssituaties en in werkvormen van die van de ‘traditionele’
muziekscholen of particuliere lespraktijken waarin zij zelf opgeleid zijn.
Opleiding Docent Muziek
De opleiding beschikt over vakliteratuur met betrekking tot repertoirelijsten, liedbundels en
luisterlijsten. Het auditteam heeft de binnen de opleiding gebruikte literatuur bestudeerd en is
van mening dat de opleiding een zinvolle keuze gemaakt heeft.
De verbinding met de beroepspraktijk wordt onder andere gelegd door de stages, die een
belangrijke plek innemen gedurende het gehele curriculum. In de eerste twee jaar lopen de
studenten stage in het basisonderwijs, in het derde en vierde jaar vinden deze stages plaats in
het voortgezet onderwijs. De stages zijn als lintstages vormgegeven en lopen door gedurende
het hele studiejaar. De opleiding onderhoudt hiervoor contacten met diverse scholen in
Amsterdam en omgeving. Daarnaast onderhoudt de opleiding ook contacten met
muziekorganisaties met een educatieve functie, waaronder het Metropole Orkest, het
Nederlands Philharmonisch Orkest en Amsterdam Sinfonietta. Een deel van de docenten van
de opleiding is zelf werkzaam in het basis- en voortgezet onderwijs.
Het auditteam is van mening dat de kennisontwikkeling van de studenten ODM op een juiste
wijze plaatsvindt. De opleiding onderhoudt op verschillende wijze contact met verschillende
facetten van het werkveld, onder meer door de docenten en de stages, waardoor de opleiding
de actuele ontwikkelingen in het werkveld een plaats binnen de opleiding geeft.
Een punt van overdenking is de plek van de stage in de opleiding. Studenten spraken tijdens
de audit hun wens uit voor een blokstage aan het eind van de opleiding in de vorm van een
LiO-stage, zoals dat bij andere lerarenopleidingen gebruikelijk is. Het auditteam is van mening
dat dit een zinvolle bijdrage in de opzet van het programma zou zijn.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  16
Facet 2.2. Relatie tussen Doelstellingen en Inhoud Programma
Het programma is een adequate concretisering van de eindkwalificaties qua
niveau, oriëntatie en domeinspecifieke eisen
ƒ
De eindkwalificaties zijn adequaat vertaald in leerdoelen van (onderdelen van)
het programma
ƒ
De inhoud van het programma biedt de studenten de mogelijkheid om de
geformuleerde eindkwalificaties te bereiken
Oordeel: voldoende / voldoende
Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande bevindingen.
ƒ
Algemeen:
Elke afdeling beschikt over een curriculummatrix waarin de landelijke eindkwalificaties worden
verbonden met de verschillende programmaonderdelen. In deze matrices is aangeven bij
welke studieonderdelen vooral aan bepaalde kwalificaties gewerkt wordt. Op deze manier
kunnen de matrices worden gebruikt om te beoordelen of het curriculum een goede en
complete uitwerking is van de landelijke eindkwalificaties en of studenten daarmee de
eindkwalificaties kunnen halen.
Het auditteam heeft de curriculummatrix bestudeerd en is van mening dat de opleidingen
hiermee in voldoende mate het verband tussen de verschillende vakken en de verschillende
competenties gelegd heeft.
Eigen aan de opleiding muziek is dat een groot deel van de eindkwalificaties bereikt wordt in
de hoofdvaklessen, dat op een individuele wijze in wisselwerking tussen docent en student
ingevuld wordt. Het CvA is van mening dat het de landelijke kwalificaties niet echt nodig heeft
om te bepalen of een student het vereiste niveau in zijn hoofdvak haalt. Het CvA heeft dat
altijd zelf bepaald door een strenge beoordelingssystematiek, gebaseerd op de criteria die in
de beroepspraktijk gebruikelijk zijn. Het auditteam onderkent dat het gebruik van deze matrix
in het hoofdvak moeizaam is.
De opleiding werkt niet met het major-minorsysteem, maar met een systeem met
keuzevakken. Hiervoor is in het curriculum in het derde en in het vierde jaar een ruimte van
vijf studiepunten ingeroosterd, waarbinnen de studenten een keuze kunnen maken uit een
ruim aanbod van keuzevakken. Het auditteam is van mening dat de keuzemogelijkheid die de
studenten tijdens hun studie hebben, voldoende is. Het auditteam is wel van mening dat het
internationale major-minorsysteem voor een zo internationaal georiënteerd instituut zinvol zou
zijn, omdat daarmee een vergelijking tussen verschillende opleidingen op internationaal niveau
en uitwisseling van internationale studenten vergemakkelijkt wordt.
Het auditteam onderschrijft de missie en de doelstellingen van de opleiding muziek van het
CvA, om studenten op een zo hoog mogelijk artistiek niveau op te leiden. Een ander deel van
een deel van de missie, te weten de voorbereiding op het ondernemende en het docerende
deel van de beroepspraktijk, is in het programma minder duidelijk zichtbaar. Het auditteam is
van mening dat er nog werk verzet moet worden, voordat het opleidingsprofiel en de
studenten volgens de missie van het conservatorium opgeleid worden. Het programma is
daarmee met name een goede concretisering van de missie van het conservatorium om de
studenten op een zo hoog mogelijk artistiek niveau op te leiden.
Ook voor de opleiding docent muziek geldt dat de uitwerking van de doelstellingen nog niet op
alle punten in het programma herkenbaar is. Dit betreft met name het begrip artistieke
attitude uit de doelstellingen. Het auditteam heeft de indruk dat de studiedruk erg hoog is,
waardoor de opleiding concessies moet doen op dit vlak en de studenten maar beperkt de
ruimte krijgen om hun artisticiteit te ontwikkelen.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  17
Facet 2.3. Samenhang Programma
ƒ
Het studieprogramma is inhoudelijk samenhangend
Oordeel: goed/ goed
Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande bevindingen.
Opleiding muziek:
Voor de afdelingen jazz en klassiek is de structuur van het programma vergelijkbaar, de
invulling is uiteraard verschillend en toegesneden op het werkveld. Het gaat in elk studiejaar
om parallel aan elkaar lopende programmaonderdelen:
ƒ
hoofdvak en hoofdvak gebonden bijvakken, zoals correpetitie
ƒ
instrumentale of vocale bijvakken
ƒ
ensembles en projecten
ƒ
theorie en geschiedenis
ƒ
onderwijskundige vakken
ƒ
overige (keuze-)vakken.
Het grootste deel van de opleiding bestaat voor de studenten uit tijd die zij aan hun hoofdvak
(meestal instrumentaal of vocaal) besteden. Hier is de verticale samenhang in het programma
zichtbaar, het zorgt ervoor dat de student de kans krijgt om te groeien als musicus. De inhoud
van het hoofdvak wordt uitdagender en letterlijk veeleisender naarmate de studie vordert.
Daarbij is maatwerk per student heel belangrijk, de student krijgt hierbij individuele
begeleiding van zijn hoofdvakdocent. De opeenvolging van de lessen binnen een studiejaar en
de opbouw van het vierjarige curriculum zijn gebaseerd op grote ervaring en expertise van de
docent, elke student maakt zijn eigen ontwikkelproces door.
De opbouw van het curriculum van het hoofdvak is als volgt te typeren:
Het eerste jaar is oriënterend op het beroep en op de studie, maar ook op het eigen talent en
de eigen positie van het instrument binnen een grote variëteit aan ensembles en muziekstijlen.
Hierbij is een grote aandacht voor het oefenen van basisvaardigheden.
Het tweede jaar is beroepsvoorbereidend met de nadruk op het ambacht. Er wordt zo veel
mogelijk gestudeerd om een zo groot en gedifferentieerd mogelijk pakket van motorische
reflexen aan te leggen.
Ook het derde jaar is beroepsvoorbereidend, maar dan met meer nadruk op het ontwikkelen
van artisticiteit. De student begint een eigen stijl te ontwikkelen en gaat zich aan anderen
toetsen. De student participeert veel in ensembles en bouwt zijn netwerk uit.
Het vierde jaar is gericht op het trekken van conclusies ten aanzien van de eigen stijl en van
het kunstenaarschap. De autonomie neemt toe, wat ook zichtbaar wordt in de keuzes die door
de student gemaakt worden.
Omdat het hier om de invulling van het hoofdvak gaat, is de mate waarop het bovenstaande
vormgegeven is, afhankelijk van de invulling van de lessen door de hoofdvakdocent.
De horizontale samenhang is zichtbaar tussen het hoofdvak en de muziektheoretische vakken,
waarbij theorie en praktijk op elkaar betrokken worden. Dit geldt ook voor het regelmatige
terugkerende samenspel, dat in alle afdelingen een vast onderdeel van het curriculum vormt.
Voor de klassieke opleidingen zijn dit 3 studiepunten per jaar, voor de opleiding jazz zijn dit 6
tot 8 EC’s per jaar.
De popafdeling heeft een andere opbouw en samenhang: Het studieprogramma rust op vier
pijlers, te weten:
ƒ
Instrument, het instrument vakkundig leren beheersen;
ƒ
Creativiteit, de eigen creativiteit kunnen toepassen in de praktijk;
ƒ
Educatie, de eigen muzikale ideeën methodisch kunnen verwoorden;
ƒ
Organisatie, organisatorische en zakelijke vaardigheden ontwikkelen.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  18
Tussen deze vier pijlers is een duidelijke verticale samenhang te herkennen.
Het vierjarige programma van de popafdeling is verdeeld in een tweedelige structuur. De
eerste twee jaar volgt de student een intensief vierdaags programma dat merendeels uit
groepslessen bestaat. In deze eerste twee jaar komen de studenten in aanraking met diverse
stijlen en worden de instrumentale vaardigheden verruimd door naast het hoofdvak ook
andere basisdisciplines te onderwijzen. In de laatste twee jaar wordt de student steeds meer
individueel begeleid in zijn of haar autonome motivatie en ontwikkeling. De student bereidt
zich voor op de functie van cultureel ondernemer in de kunsten.
Het auditteam heeft het curriculum van de muziekopleiding bestudeerd en is van mening dat
het programma door de opbouw door de jaren heen inhoudelijk samenhangend is. De
popafdeling heeft de samenhang steviger vormgegeven door de vier pijlers te hanteren. Uit de
uitkomsten van de studentenmonitor van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten blijkt
dat de studenten van de verschillende afdelingen van mening zijn dat het studieprogramma
een samenhangend geheel van studieonderdelen is. Op een vijfpuntsschaal beoordelen de
studenten van de klassieke opleiding dit onderdeel met een 3,4, de jazzstudenten geven een
3,6 en de studenten van de popafdeling een 3,8.
Opleiding Docent Muziek:
Het curriculum van ODM lijkt in opbouw op het algemene curriculum. Het eerste jaar is
beroepsoriënterend, het tweede en derde jaar is beroepsvoorbereidend en het vierde jaar is
specialiserend. Het programma bestaat uit vier clusters van vakken Doceren, Musiceren,
Muziektheorie en Overige. Het laatste cluster omdat vooral projecten, waar elk jaar een aantal
weken voor gereserveerd is.
De algehele samenhang wordt vooral bepaald door opbouw van het studieprogramma binnen
het cluster Docentschap. Dit cluster van vakken is ‘leidend’. Het programma is in twee fasen
opgedeeld: fase 1 (eerste jaar en eerste helft tweede jaar) is gericht op het primair onderwijs,
fase 2 (tweede helft tweede jaar en derde en vierde jaar) op het voortgezet onderwijs. Elke
fase gaat uit van een opbouw van eenvoudige naar complexere beroepstaken, waaruit de
verticale samenhang binnen het curriculum blijkt.
De musiceervakken zijn de hele opleiding gericht op zingen en begeleiden, op het musiceren
op het eigen instrument, op meespelen in een band of ensemble en op arrangeren. Het
beheersen van een instrument is voor studenten belangrijk om hun individuele ambities te
koesteren en zich op persoonlijke wijze artistiek te ontplooien. De hoofdvaklessen worden
gegeven door docenten uit de opleiding muziek. De musiceermodules kennen eveneens een
opbouw van eenvoudig naar complex, waaruit de verticale samenhang in het curriculum blijkt.
Voor de muziektheoretische vakken geldt hetzelfde. Theoretische en muziekhistorische vakken
dienen enerzijds het inzicht in de muziek en verschaffen anderzijds veel materiaal dat in
andere lessen of workshops kan worden gebruikt of toegepast. Daarmee is een duidelijke
horizontale samenhang tussen de doceer-, musiceer-, en theoretische vakken zichtbaar.
Het auditteam heeft het curriculum van de opleiding docent muziek bestudeerd en is van
mening dat het programma inhoudelijk samenhangend is. Het auditteam heeft echter niet
duidelijk de reden kunnen achterhalen waarom de opleiding de keuze heeft gemaakt om de
opleiding te starten in het primair onderwijs en vervolgens pas aandacht te besteden aan het
voortgezet onderwijs en is van mening dat de opleiding deze keuze wellicht zou moeten
evalueren.
De studenten ODM zijn tevreden over de samenhang van het programma. Op een
vijfpuntsschaal beoordelen zij de samenhang in het programma met een 3,8, de opbouw wordt
beoordeeld met een 3,5. Tijdens de audit gaven zij aan dat zij het zinvol zouden vinden om in
het curriculum meer aandacht te besteden aan zaken als bandcoaching, geluidstechniek en
ondernemerschap.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  19
Er blijft binnen de opleiding een spanningsveld bestaan tussen de aandacht en het aantal
studiepunten dat gereserveerd is voor de pedagogisch/didactische vakken en de tijd die
gereserveerd is voor het hoofdinstrument en de artistieke ontwikkeling van de student. Het
aantal contacturen in de eerste jaren van de studie ligt hoog, waardoor de tijd die de
studenten aan hun hoofdinstrument kunnen besteden in het gedrang zou kunnen komen
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  20
Facet 2.4. Studielast
Is het programma studeerbaar doordat factoren die betrekking hebben op dat
programma en die de studievoortgang belemmeren, zoveel mogelijk worden
weggenomen?
Oordeel: goed/voldoende
Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande bevindingen.
ƒ
Opleiding Muziek:
De studiepunten zijn gelijkmatig over het jaar verdeeld. Bij de opleidingen klassiek neemt het
hoofdvak tussen de 50 en 60% van de studielast voor zijn rekening, de ensembles en
projecten ca. 10% en theorie en geschiedenis ca. 20%.
Bij de popafdeling ligt die verhouding anders. Oorzaak hiervoor is het verschil in opbouw van
het curriculum. De verhouding is hier: hoofdvak ca. 30%, bands ca. 25%, het cluster
compositie (in de eerste twee jaar)/ productie en organisatie (in derde/vierde jaar) 20% en
theorievakken 25%.
Het aantal contacturen per opleiding bedraagt:
JAAR
JAAR
JAAR
JAAR
1
2
3
4
JAZZ
15.3
16.3
14.9
9.0
KLASSIEK
16.0
15.0
16.0
7.0
POP
19.0
20.5
12.5
9.5
Bij kunstopleidingen zijn studenten over het algemeen zeer gemotiveerd. Studenten zullen dan
ook eerder meer dan minder werken. Piekbelasting rond concerten, projecten en examens is
niet altijd te voorkomen. Daarnaast ontplooien veel studenten al gedurende hun studie aan
muziek gerelateerde activiteiten in de vorm van betaalde optredens en lesgeven.
De studenten spreken zich in de studentenmonitor positief uit over de studiebelasting en zijn
van mening dat de studie haalbaar is in de gestelde tijd. Het auditteam is van mening dat de
studiedruk, inherent aan een kunstvakopleiding, hoog is, maar niet te hoog.
Opleiding Docent Muziek:
Het aantal contacturen voor de opleiding docent muziek bedraagt:
JAAR
JAAR
JAAR
JAAR
1
2
3
4
ODM
21.7
23.0
23.3
17.2
Bij de opleiding ODM neemt het cluster Doceren ca. 40% van de tijd in, in het laatste jaar
60%.
Tijdens de audit heeft het auditteam vast kunnen stellen dat de studiebelasting voor de
studenten ODM zeer hoog ligt. Naast de verplichte contacturen wordt van de studenten ook
verwacht dat zij tijd besteden aan projecten, opdrachten, stages e.d. en zich ook ontwikkelen
op hun hoofdinstrument, toch het artistieke ontwikkelingskanaal bij uitstek. Studenten gaven
aan gemiddeld meer dan 50 uur per week aan hun studie te besteden. Het auditteam is zich
ervan bewust dat deze studielast inherent is aan de breedte van de opleiding, maar is
desondanks van mening dat dit een aandachtspunt is voor de opleiding.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  21
Facet 2.5. Instroom
Sluit het programma qua vorm en inhoud aan bij de kwalificaties van de
instromende studenten: vwo, havo, middenkaderopleiding of
specialistenopleiding (WEB) of daarmee vergelijkbare kwalificaties, blijkend uit
een toelatingsonderzoek?
Oordeel: goed/ goed
Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande bevindingen.
ƒ
Opleiding Muziek:
Voor alle opleidingen van het CvA geldt een selectieprocedure. Het toelatingsexamen bestaat
uit een praktisch en een theoretisch deel. Het praktische deel richt zich op het hoofdvak waar
de kandidaat zich voor aanmeldt, tijdens het theoretische deel wordt de student getest op het
terrein van solfège en algemene muziekleer. Bij de popafdeling moeten de studenten tijdens
het toelatingsexamen tenminste één stuk van eigen hand spelen. Per opleiding zijn er beperkt
opleidingsplaatsen beschikbaar, bij de popafdeling wordt ook gekeken naar een goede balans
tussen de verschillende instrumenten.
Voor alle kandidaten voor de bacheloropleidingen gelden de formele eisen ten aanzien van de
vooropleiding, vwo, havo of mbo. Belangrijk voor het volgen van het onderwijs is de
beheersing van het Nederlands of Engels. Buitenlandse studenten zullen dat door middel van
de internationale Toefl, of daarmee vergelijkbare test, moeten aantonen.
Het CvA besteedt veel aandacht aan het voortraject om op die manier jong talent (vanaf 8
jaar) al op vroege leeftijd een uitdagende leeromgeving te bieden. Het is bewust beleid om in
deze trajecten te investeren, teneinde hoge eisen bij instroom te kunnen stellen. Voor Klassiek
en Jazz zijn er speciale voorzieningen, zoals de Sweelinck Academie en het Junior Jazz College.
Voor de Popafdeling geldt dat ze met oog op de instroom een goed netwerk heeft aan privéscholen en centra voor de kunsten waar actief met popmuziek wordt gewerkt. De opleiding
heeft onder meer goede connecties met Het Koorenhuis in Den Haag, de muziekschool
Amsterdam en D.S.O.P.M (Dutch School of Popular Music).
Niet iedereen die toe is aan een toelatingsexamen conservatorium heeft het voortgezet
onderwijs al verlaten en niet iedereen die klaar is met het voortgezet onderwijs en naar het
conservatorium wil, heeft daarvoor al het vereiste niveau. Voor deze jongeren (veelal 17 of 18
jaar) is er de vooropleiding van één of twee jaar waarin hoofdvaklessen (instrumentaal of
vocaal) en theorie- en solfègelessen kunnen worden gecombineerd met school of werk. Er zijn
geen aparte toelatingseisen. Wel zal een commissie beoordelen of er voldoende aanleg én
ontwikkelperspectief is om na één of twee jaar tot het CvA te kunnen worden toegelaten.
Het auditteam was positief over het toelatingsbeleid van de opleiding muziek en de
vormgeving van de vooropleiding. Het auditteam was onder de indruk van de wijze waarop de
opleiding de Jong Talent afdeling georganiseerd heeft en de afweging die de opleiding gemaakt
heeft om de leerlingen zich op een zo goed mogelijke wijze te laten ontwikkelen.
Opleiding Docent Muziek:
De procedure bestaat uit drie onderdelen: een praktisch en een theoretisch examen en een
afsluitend motivatiegesprek. Het praktische toelatingsexamen bestaat uit groepsgewijze (max.
10 kandidaten) muzikaal-didactische workshops waarin allerlei opdrachten geven worden om
de kwaliteiten op beginnend muzikaal didactisch niveau te bepalen. Aansluitend speelt (en
zingt) een kandidaat 10 minuten voor de toelatingscommissie op zijn of haar eigen instrument.
Het theoretische toelatingsexamen met als onderdelen solfège en algemene muziekleer
bestaat uit een schriftelijk en mondeling deel. Afsluitend vindt ook een individueel
motivatiegesprek met de toelatingscommissie plaats.
Studenten die opteren voor de opleiding docent muziek en nog niet het vereiste niveau hebben
of nog op school zitten, maken eveneens gebruik van de vooropleiding van het CvA. Ze volgen
dan instrumentale lessen, solfège en theorielessen.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  22
Daarnaast kunnen deze jongeren nog extra zanglessen volgen en een gitaar- of koorpracticum
doen.
Tijdens de audit gaven de studenten aan dat zij toevalligerwijs met de opleiding in aanraking
gekomen zijn. Het auditteam is van mening dat de opleiding zich daarmee te kort doet en dat
de opleiding zich veel beter zou moeten profileren als een zelfstandige opleiding met goede
vooruitzichten voor de toekomst en deze profilering veel beter en actiever naar buiten uit
dragen.
De studenten zijn van mening dat de opleiding goed aansluit bij de vooropleiding: afhankelijk
van de studierichting, geven de studenten een 3,6 tot 4,7 op een vijfpuntsschaal voor deze
aansluiting.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  23
Facet 2.6. Duur
Voldoet de opleiding aan de formele eis (240 ec’s) m.b.t. de omvang van het
curriculum van een hbo bacheloropleiding?
Oordeel: voldoende/ voldoende
Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande bevindingen.
ƒ
Blijkens de programmabeschrijving bedraagt het totaal aantal studiepunten van beide
opleidingen 240 EC's.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  24
Facet 2.7. Afstemming tussen Vormgeving en Inhoud
Is het didactisch concept in lijn met de doelstellingen?
Sluiten de werkvormen aan bij het didactisch concept?
Oordeel: goed / goed
Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande bevindingen.
ƒ
ƒ
Opleiding Muziek:
Hoewel de verschillende afdelingen redelijk grote autonomie hebben bij de invulling van het
studieprogramma, is een aantal gemeenschappelijke onderwijskundige principes beschreven,
zoals het competentiegericht, beroepsgericht en opdrachtgestuurd onderwijs, dat in een
realistische leeromgeving plaatsvindt en waar de student in de loop van de opleiding in
toenemende mate zelf verantwoordelijk wordt voor zijn eigen leerproces. De belangrijkste
werkvormen liggen in lijn met deze onderwijskundige uitgangspunten:
Individuele les; in de meeste gevallen de hoofdvaklessen zang of hoofdinstrument, gemiddeld
een keer per week.
Instrumentale/vocale groepsles; in deze lessen worden individuele vaardigheden in
groepsverband geoefend. Het gaat om het leren samenspelen in een bepaalde bezetting of
bepaalde stijl.
Ensembles; orkestprojecten en bands; hierin nemen studenten deel aan projecten of
ensembles onder leiding van docent of gastdocent.
Concerten; optredens maken onlosmakelijk deel uit van de opleiding.
Hoorcollege; voor bepaalde vakken kan aan een grotere groep studenten door middel van een
college kennis worden overgedragen.
Werkcolleges; colleges in kleinere groepen waarin een actieve inbreng gewenst is en waarin
bepaalde vaardigheden worden geoefend, zoals samenwerken, onderzoek en presentatie.
Het auditteam is van mening dat de werkvormen goed aansluiten bij het didactische concept
van de opleiding en geeft de studenten de mogelijkheid zich op een zo hoog mogelijk niveau te
ontwikkelen.
Opleiding Docent Muziek:
Naast de hierboven beschreven uitgangspunten die in grote lijnen ook opgaan voor ODM is de
afstemming tussen vormgeving en inhoud anders uitgewerkt door aan de verschillende
werkvormen (leersituaties) een toelichting te geven op rol docent en student.
Leersituaties
Individuele les
Hoofdinstrument
Zang/stemvorming
Piano
Instrumentale/vocale
groepsles
Wereldmuziek
Zang jazz
Dirigeren
Bandcoaching
Ensemble
Djembe/darbouka
Gamelan
Samba
Caribisch
Practicum
Gitaarpracticum
Pianopracticum
Poppracticum
Koorpracticum
Projectvorm
Toelichting op rol docent en student
Docentrollen: voorbeeld, gids, coach of trainer; docenten richten hun
expertise naar de vragen en behoeften van studenten; deze studeren vanuit
praktische instructie, kunnen zelf leerdoelen formuleren. Docent en student
werken samen aan de vorming van een artistieke visie.
Individuele groepsles, de student leert individuele vaardigheden in
groepsverband en leert muziekculturen, stijlen en ambachtelijke
vaardigheden beheersen.
Studenten leren samen spelen, de verschillende partijen coördineren en op
elkaar afstemmen en een muzikale eenheid vormen.
Practica zijn oefensettings die een praktijksituatie simuleren.
Rol docent: coachen, begeleiden, feedback, rolmodel.
Rol student: oefent muzikale begeleidingsvormen zoals die in een les worden
toegepast, de student oefent slagtechniek zoals men die in een koor gaat
toepassen en men oefent bandcoaching met het oog op de
onderwijspraktijk.
Studenten en (gast-) docenten worden voor een relatief korte, maar
intensieve periode aan het werk gezet rondom een artistiek of
onderwijspraktisch thema. Studenten nemen verschillende rollen aan
(organiserend, uitvoerend, evaluerend), docenten zijn voornamelijk
coachend en trainend bezig. Projecten kunnen zowel binnen als buiten het
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  25
Leersituaties
Uitvoering/presentatie
Stage
Regulier
Projectmatig
Teamwork
CKV
Gezamenlijke stages,
EMP
Muziek en beweging
Skills Lab
Werkgroep
Vakdidactiek
Onderwijskunde
Algemeen theoretische
vakken
College
CKV
Muziekgeschiedenis
Intervisie
Casusbespreking
Video intervisie
Tutor
Toelichting op rol docent en student
De student verzorgt solo-optreden of treedt op met ensemble; doet
podiumervaring op; nabespreking met docenten; feedback medestudenten.
Studenten passen kennis en vaardigheden toe in de educatieve praktijk.
Vakdidactiek en onderwijskundedocenten begeleiden vanuit de les en als
begeleider in het werkveld. Studenten begeleiden elkaar (peers en tutor).
Ontwerpen, organiseren en uitvoeren van een onderwijsvorm, muzikaalpedagogische spelvormen, of een project waarbij studenten onderling in een
groepje of workshopverband hun verantwoordelijkheden coördineren.
Groepsgewijs basisvaardigheden ontwerpen en uitvoeren van het lesgeven in
verschillende doelgroepen voorafgaande aan een stage
Studenten oefenen in analyse-, onderzoeks- en presentatievaardigheden;
leren vakinhoudelijke informatie (mondeling/schriftelijk) te vertalen naar de
praktijk of het musiceren. Docenten begeleiden het (samen)werkproces,
zorgen voor een activerende leeromgeving.
De docent draagt kennis van zijn/haar vakgebied over op studenten.
Studenten volgen een vakgericht betoog, participeren in discussies.
De student oefent via casusbespreking in het reflecteren op het
beroepsmatig handelen en de docent coacht, begeleidt, geeft feedback zodat
de studenten professioneel kunnen handelen.
De student begeleidt en observeert, reflecteert, hanteert groepsdynamische
processen en leert effectief communiceren. De docent traint, coacht,
begeleidt en fungeert als rolmodel voor de student.
Het auditteam is van mening dat de studenten door bovenstaande werkvormen op een goede
wijze in aanraking komen met de diversiteit van het toekomstige werkveld. Met name het
tutorschap wordt door het auditteam gewaardeerd omdat in deze werkvorm de studenten de
opgedane kennis moeten overdragen, hetgeen een goede test is of de studenten daadwerkelijk
hun vak begrijpen.
Ook de brede oriëntatie op de verschillende muziekstijlen, zoals wereldmuziek, werden door
het auditteam gewaardeerd. De studenten krijgen op die wijze een breed ontwikkelde muzikale
visie, die zij in toekomst over kunnen dragen aan hun toekomstige leerlingen.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  26
Facet 2.8. Beoordeling en Toetsing
Wordt door de beoordelingen, toetsingen en examens adequaat getoetst of de
studenten de leerdoelen van (onderdelen van) het programma hebben
gerealiseerd?
Oordeel: voldoende/ goed
Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande bevindingen.
ƒ
Opleiding Muziek:
Het studiejaar van de opleiding is ingedeeld in semesters. Aan het eind van deze semesters
vinden tentamens van de theoretische vakken plaats.
Kenmerkend voor het muziekonderwijs is dat studenten bij de verschillende lessen
voortdurend worden beoordeeld en direct commentaar krijgen, het is inherent aan de
onderwijsvorm. Dit is met name het geval in de hoofdvaklessen, de groepslessen en bij
ensembles en projecten, waar de student direct een corrigerend advies krijgt. In de dagelijkse
praktijk van het onderwijs lopen musiceren, reageren, reflecteren en beoordelingen vaak door
elkaar heen.
Het hoofdvak wordt een keer per jaar formeel getoetst tijdens een praktisch tentamen, waarin
de student ten overstaan van de commissie een bepaald repertoire speelt, al dan niet in
aanwezigheid van publiek. Het tentamen wordt beoordeeld door een commissie, bestaande uit
docenten uit de eigen vakgroep, waaronder de eigen hoofdvakdocent. De commissieleden
komen na overleg tot hun oordeel. Een mondelinge terugkoppeling is in dit proces belangrijk.
Voor het eindexamen wordt eveneens een commissie samengesteld. Na het examen, dat
bestaat uit een concert met een gevarieerd programma, geeft elk lid van de commissie eerst
een cijfer alvorens de leden met elkaar in beraad gaan. De voorzitter verwerkt de cijfers en het
overleg in de commissie tot een eindoordeel en verzorgt de mondelinge terugkoppeling naar
de student en later naar het publiek.
Alle hoofdvakdocenten maken deel uit van commissies ter beoordeling van eindexamens, dit is
onderdeel van de aanstelling. Het wordt steeds gebruikelijker dat docenten, die niet tot de
vakgroep behoren, zitting nemen in de commissie. Het auditteam ziet het als positief punt dat
alle docenten bij de beoordeling van studenten betrokken zijn.
Het is bij het CvA niet gebruikelijk om extern gecommitteerden bij de bachelorexamens te
betrekken. Het auditteam is van mening dat het zinvol zou zijn om (buitenlandse) extern
gecommitteerden bij de examens te betrekken om op die wijze de positie van het CvA naar
buiten toe te legitimeren en een (internationale) benchmark mogelijk te maken.
Theorievakken worden drie keer per jaar getoetst met gebruik van schriftelijke tentamens,
mondelinge tentamens en werkstukken. De beoordeling vindt plaats door de betreffende
docent.
Van alle studenten worden dossiers aangelegd. Daarin worden de resultaten van het
toelatingsexamen, de overgangstentamens, het eindexamen en alle overige studieresultaten
vastgelegd.
De examencommissie van de opleidingen aan de faculteit bestaat uit de directeur, het hoofd
van de afdeling Klassiek en het hoofd van de afdeling Jazz & Pop.
De popafdeling hanteert een toetsbeleid dat gebaseerd is op het A-M.A.C.K. systeem. De
eerste twee jaar werkt de opleiding in trimesters. Elk trimester wordt afgesloten met twee
examenweken waarbij alle vakken getentamineerd worden. De optredens worden beoordeeld
door de docenten via het A-M.A.C.K. systeem. In het derde en vierde jaar wordt in semesters
gewerkt. Hierdoor duren de projecten langer en kan dus dieper op de stof ingegaan worden. In
het derde en vierde jaar wordt twee keer per jaar getentamineerd.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  27
Over het algemeen zijn de studenten tevreden over de verschillende facetten van het toetsen,
met name de studenten van de popopleiding beoordelen in de STO de wijze van toetsen en
beoordeling als positief. Tijdens de audit gaven studenten echter wel aan, tijdens hun
hoofdvaktentamens soms verrast te zijn door de beoordeling vanuit de commissie en met
name van de eigen docent. Er werd geschetst dat de docent tijdens de lessen weinig feedback
geeft op het ontwikkelingstempo en de mate waarin de student aan de gestelde verwachtingen
en ontwikkelingseisen voldoet.
Het auditteam heeft tijdens de audit diverse tentamens en examen bijgewoond en is van
mening dat de opzet van de toetsen (theorie en uitvoerend) passend is bij de opleiding. Het
auditteam is van mening dat de procedure rond de beoordeling van overgangstentamens
verder geformaliseerd zou moeten worden. Het auditteam had de indruk dat de beoordeling
van de student beïnvloed werd door de volgorde waarop de commissieleden hun mening over
de betreffende student gaven. De procedure van het eindexamen, waarin alle docenten eerst
voor zichzelf een beoordeling schrijven, voordat hierover gediscussieerd wordt, zou hier een
goed voorbeeld voor kunnen zijn.
Opleiding docent muziek:
De opleiding maakt voor de musiceervakken en een deel van de theoretische vakken gebruik
van docenten uit de verschillende opleidingen van het conservatorium. De studenten opleiding
docent muziek hebben een ander zwaartepunt in hun studie dan de studenten muziek, hetgeen
leidt tot aangepaste eisen bij de beoordeling van het hoofdinstrument. De coördinator van de
opleiding zorgt voor een goede afstemming van de beoordeling van die vakken.
Voor de doceervakken heeft de opleiding een gevarieerde toets- en beoordelingssystematiek
opgezet. Per studiejaar en per studieonderdeel is vastgelegd welke toetsvorm van toepassing
is.
Het toetsbeleid voor de doceervakken berust op vier principes:
Transparantie; in de modulebeschrijving op MyAHK zijn terug te vinden de
beoordelingscriteria, de studiepunten, de cesuur, de leerdoelen, wie er toetst, wanneer wordt
getoetst en wie beoordeelt.
Validiteit; de inhoud van de toets correspondeert met de gestelde leerdoelen, die afgeleid zijn
van de competenties van de opleiding en de toetsvorm sluit aan bij het voorafgaande
onderwijs. Stage wordt bijvoorbeeld in de stagepraktijk getoetst met voorafgestelde criteria.
Betrouwbaarheid; aandacht binnen het team voor intersubjectief overleg als het gaat om de
prestaties van een student. En wat er aan vooraf gaat, gezamenlijk toetsen ontwerpen, criteria
opstellen, bespreken en feedback geven.
Bruikbaarheid; is de omvang van de toets afgestemd op het gewicht van het betreffende
studieonderdeel. Dit geldt zowel voor de student als voor de docent.
Over het algemeen zijn de studenten tevreden over de verschillende facetten van het toetsen.
Het auditteam heeft kunnen vaststellen dat er bij de opleiding duidelijkheid is over de wijze
van toetsen en de beoordelingscriteria. Een deel van de toetsen vindt plaats in een reële
lessituatie met de betreffende doelgroep. Hierdoor kunnen de studenten beoordeeld worden op
de kwaliteiten die in de praktijk noodzakelijk zijn.
Het auditteam is van mening dat de opzet van de toetsen (theorie en uitvoerend) passend is
bij de opleiding.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  28
3.
Inzet van Personeel
Facet 3.1. Eisen hbo
Wordt het onderwijs voor een belangrijk deel verzorgd door personeel dat een
verbinding legt tussen de opleiding en de beroepspraktijk?
Oordeel: excellent / goed
Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande bevindingen.
ƒ
Opleiding Muziek:
Het auditteam heeft op basis van een bestudering van de cv’s kunnen vaststellen dat het
merendeel van de docenten als uitvoerend musicus werkzaam is op de (internationale)
muziekpodia als lid van vooraanstaande orkesten, ensembles en als solist. De docenten
hebben daardoor uitstekende kennis van de beroepspraktijk en onderhouden een zeer
uitgebreid netwerk in het internationale werkveld. Daarnaast hebben de docenten over het
algemeen ruime onderwijservaring in het kunstvakonderwijs.
Naast het vaste docentencorps werkt de opleiding met een uitgebreide groep gerenommeerde
gastdocenten. Door deze gastdocenten voor (korte) projecten aan te trekken, kan het CvA een
grote diversiteit aan masterclasses, lessen, projecten in verschillende stijlen aanbieden en met
betrekking tot het aanbod en docenteninzet flexibel blijven. Het CvA heeft voor het aantrekken
van gastdocenten een uitgebreid netwerk aan contacten met orkesten, ensembles, podia en
collega instellingen op nationaal en internationaal niveau.
De gemiddelde omvang van de aanstelling van het onderwijzend personeel is 0,4 fte. In deze
tijd concentreren de docenten zich vooral op de muzikale activiteiten, zoals het lesgeven en
het bijwonen van de examens en zijn zij minder beschikbaar voor vergaderen,
beleidsvraagstukken en andere taken. Dit stelt hoge eisen aan de interne organisatie en
communicatie, die door ondersteunende medewerkers gedragen wordt.
De studenten beoordelen de voeling die de docenten met de beroepspraktijk hebben, als zeer
positief, namelijk op een vijfpuntsschaal met een cijfer tussen de 3,8 (jazz) en 4,9 (pop), de
deskundigheid wordt beoordeeld met cijfers tussen de 4,2 (jazz) en 4,9 (pop).
Het auditteam heeft vast kunnen stellen dat het onderwijs verzorgd wordt door personeel dat,
doordat zij zelf over het algemeen op een hoog niveau werkzaam zijn in de (internationale)
beroepspraktijk, uitstekend de verbinding weet te leggen tussen de opleiding en de
uitvoerende beroepspraktijk.
Opleiding Docent Muziek:
Het auditteam heeft op basis van een bestudering van de cv’s kunnen vaststellen dat het
merendeel van de docenten als uitvoerend musicus en/of docerend musicus werkzaam is bij
centra voor de kunsten, muziekscholen, koren e.d. De docenten hebben daardoor goede
kennis van de beroepspraktijk en onderhouden een uitgebreid netwerk in het werkveld.
Daarnaast hebben de docenten over het algemeen ruime onderwijservaring in het hbo en zijn
een aantal docenten betrokken bij het lectoraat van de master Kunsteducatie van de
Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten.
Naast het vaste docentencorps werkt de opleiding veel met gastdocenten. Door gastdocenten
voor (korte) projecten aan te trekken, kan het CvA een grote diversiteit aan masterclasses,
lessen, projecten in verschillende stijlen aanbieden en met betrekking tot het aanbod en
docenteninzet flexibel blijven. Het CvA heeft hiervoor een uitgebreid netwerk.
De gemiddelde omvang van de aanstelling van het onderwijzend personeel is 0,4 fte. In deze
tijd concentreren de docenten zich vooral op het lesgeven en het bijwonen van de examens en
zijn zij minder beschikbaar voor vergaderen, beleidsvraagstukken en andere taken. Dit stelt
hoge eisen aan de interne organisatie en communicatie, die door ondersteunende
medewerkers gedragen wordt.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  29
De studenten beoordelen de voeling die de docenten met de beroepspraktijk hebben, als
positief, namelijk op een vijfpuntsschaal met een 4,4.
Het auditteam heeft vast kunnen stellen dat het onderwijs verzorgd wordt door personeel dat,
doordat zij zelf over het algemeen op een hoog niveau werkzaam is in de (internationale)
beroepspraktijk, de verbinding legt tussen de opleiding en de beroepspraktijk.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  30
Facet 3.2. Kwantiteit Personeel
Wordt voldoende personeel ingezet om de opleiding met de gewenste kwaliteit te
verzorgen?
Oordeel: goed / goed
Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande bevindingen.
ƒ
Algemeen:
Aan het CvA zijn rond de 300 docenten verbonden, met totaal ca. 100 fte. Daarnaast wordt
veel gebruik gemaakt van gastdocenten. Bij de afdeling klassiek (inclusief ODM) zijn per jaar
ca. 80 gastdocenten betrokken, bij de afdeling Jazz ca 30 en bij de opleiding Pop eveneens 30.
De docent-student ratio van het CvA is 1:8,5. De verschillen tussen de opleidingen zijn klein.
De docent-studentratio bij de opleiding docent muziek wordt niet apart gemeten omdat er veel
docenten uit andere opleidingen bij deze opleiding ingezet worden. Daarom is deze ratio
meegenomen in die van de klassieke afdeling. Bij de klassieke afdeling is de docent-student
ratio 1:8,2.
De ratio bij de popafdeling ligt iets anders (1:10), de reden hiervoor is dat de opleiding relatief
veel ‘vaste’ docenten in administratieve zin als gastdocenten aanmerkt en die zijn daarmee
niet meegewogen worden in de ratio.
Het niet-onderwijzend personeel bestaat uit 51 medewerkers, met in totaal 44 fte.
Het auditteam is daarmee van mening dat de opleiding ruim voldoende docenten inzet om de
opleiding met gewenste kwaliteit te verzorgen.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  31
Facet 3.3. Kwaliteit Personeel
Is het personeel gekwalificeerd voor de inhoudelijke, onderwijskundige en
organisatorische realisatie van het programma?
Oordeel: excellent / goed
Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande bevindingen.
ƒ
Algemeen:
Het aannamebeleid van het CvA is in 2006 aangescherpt en vastgelegd in de
sollicitatieprocedure CvA. Enerzijds wordt in deze procedure gekeken naar de relevante
werkzaamheden in de beroepspraktijk, maar een inschatting van pedagogische en
onderwijskundige kwaliteiten maakt eveneens deel uit van de procedure. Verder speelt de
samenstelling van de vakgroep een belangrijke rol. Het CvA richt zich op het kunstenaarschap
van de musicus waarin een eigen stijl, zelfstandigheid en zelfreflectie belangrijk zijn.
Daarnaast is het belangrijk dat de docenten de studenten kunnen begeleiden van
opdrachtgericht werken naar een grote mate van zelfstandigheid. In de werving en selectie let
het CvA ook op dit soort aspecten van het docentschap.
Op hogeschoolniveau zijn de algemene uitgangspunten voor het personeelsbeleid vastgesteld
en bieden personeelsconsulenten van de AHK ondersteuning bij de uitvoering. De AHK heeft
een instrumentarium personeelsbeleid waarmee het beleid op het CvA wordt ondersteund. Het
CvA zorgt voor een eigen invulling van de algemene kaders.
Het niet onderwijzend personeel speelt een belangrijke rol binnen de interne coördinatie.
Docenten hebben vaak maar een kleine aanstelling en hun focus ligt op het docentschap en de
deelname aan beoordelingscommissies van examens. Een klein deel van de docenten heeft
ook een coördinerende functie. Ze worden in principe gerekruteerd uit het betreffende
docentencorps en krijgen een passend takenpakket.
Voor de uitvoering van het personeelsbeleid en de bewaking van de kwaliteit van de docenten
zijn de adjunct-directeuren verantwoordelijk. Zij houden in de gaten of de docenten naar
behoren blijven functioneren, zij letten op de samenwerking in de vakgroepen. Ook voeren zij
een groot aantal functioneringsgesprekken met docenten. Het auditteam heeft kunnen
vaststellen dat de functioneringsgesprekken gevoerd worden.
Flexibiliteit zit ook in het werken met gastdocenten. Voor masterclasses, projecten en
ensembles kan door het aantrekken van gastdocenten specifieke expertise worden
aangetrokken en komen studenten met bijzondere musici in aanraking. Het auditteam heeft
inzage gehad in de lijst met gastdocenten en is van mening dat de opleiding een zeer goede en
uitgebreide groep van gastdocenten weet aan te trekken en aan zich te binden.
De hogeschool stelt jaarlijks een budget beschikbaar voor kennistransfer. Wanneer docenten
met pensioen gaan en het CvA verlaten zou dat kunnen leiden tot een verlies aan kennis en
ervaring. Zorgvuldige transfer van de expertise van deze seniordocent kan hiervoor een
oplossing bieden, waarbij kennis en ervaring op structurele wijze wordt overgedragen aan een
beoogde opvolger. Het auditteam is positief over deze kennistransfer.
Opleiding Muziek:
Met de voorkeur van de student voor een bepaalde docent voor het hoofdvak wordt zoveel
mogelijk rekening gehouden. Bij de afdeling Klassiek kan dat een keuze voor in principe vier
jaar zijn, bij de afdelingen Jazz en Pop wordt juist tijdens de opleiding bewust gewisseld van
docent, zodat een student met verschillende visies op het vak wordt geconfronteerd.
Hoewel bij de toelating de spreiding over alle instrumenten goed in de gaten wordt gehouden,
kan het aantal studenten op een bepaald instrument van jaar tot jaar verschillen. Omdat de
inzet van docenten deels vraaggestuurd is, is de behoefte aan flexibiliteit groot. Het CvA werkt
daarom veel met tijdelijke aanstellingen en tijdelijke uitbreidingen op vaste contracten.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  32
De CAO-HBO houdt hier (beperkt) rekening mee door uitvoerend kunstenaars die tevens
docent zijn met een aanstelling van niet meer dan 0,5 fte gedurende 8 jaar deze tijdelijke
aanstellingen of uitbreidingen toe te staan. Voor het overige personeel is dat 3 jaar.
Het auditteam heeft op basis van bestudering van de cv’s van de docenten en naar aanleiding
van de met de docenten gevoerde gesprekken vast kunnen stellen dat de opleiding beschikt
over uitstekende, enthousiaste en betrokken docenten, die veel ervaring in het beroepenveld
hebben en vaak internationaal aanzien genieten. De lijsten met gastdocenten geven een beeld
van een gevarieerd gastdocentenbeleid. Door het goede netwerk dat het conservatorium heeft,
is de opleiding in staat om internationaal befaamde musici als gastdocenten aan te trekken.
Het auditteam heeft ook kunnen vaststellen dat de docenten die betrokken zijn bij de opleiding
gekwalificeerd zijn voor de inhoudelijke, onderwijskundige en organisatorische realisatie van
het programma. De studenten oordelen zeer positief over de docenten, met name de
studenten van de popafdeling zijn in alle punten zeer positief over de docenten.
Uit de AHK-studentenmonitor (op een vijfpuntsschaal oneens-eens):
De docenten zijn deskundig op hun vakgebied: Klassiek 4.4, Jazz 4.2, Pop 4.9,
De docenten beschikken over didactische vaardigheden: Klassiek 3.9, Jazz 3.5, Pop 4.2,
Opleiding Docent Muziek:
Het auditteam heeft op basis van bestudering van de cv’s van de docenten en naar aanleiding
van de met de docenten gevoerde gesprekken vast kunnen stellen dat de opleiding beschikt
over goede, enthousiaste en betrokken docenten, die veel ervaring in het beroepenveld
hebben. Veel docenten zijn naast hun werk aan op het conservatorium ook zelf werkzaam in
de beroepspraktijk van de toekomstige docent muziek. De lijsten met gastdocenten geven een
beeld van een gevarieerd gastdocentenbeleid. Het auditteam heeft op basis van de cv’s en de
werkervaring van de docenten die betrokken zijn bij de opleiding en op basis van de tijdens de
audit gevoerde gesprekken kunnen vaststellen dat deze docenten gekwalificeerd zijn voor de
inhoudelijke, onderwijskundige en organisatorische realisatie van het programma.
Uit de AHK-studentenmonitor (op een vijfpuntsschaal oneens-eens):
De docenten zijn deskundig op hun vakgebied: ODM 4.5.
De docenten beschikken over didactische vaardigheden: ODM 4.3.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  33
4.
Voorzieningen
Facet 4.1. Materiële Voorzieningen
Zijn huisvesting en materiële voorzieningen toereikend om het programma te
realiseren?
Oordeel: excellent/ excellent
Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande bevindingen.
ƒ
Algemeen:
Sinds 2007 beschikt de opleiding over nieuwbouw op het Oosterdokeiland, genaamd ‘Gebouwd
voor muziek’ (Architecture for the ear).
De opleiding is intensief betrokken geweest bij de planning van de nieuwbouw en het gebouw
past in de visie van het CvA om muziek én muziekonderwijs in samenhang te realiseren. De
doelstelling is om een studieomgeving te creëren die de ontwikkeling van elke afzonderlijke
student zo optimaal mogelijk ondersteunt en die tegelijk het gebouw een publiek karakter
geeft, en de stad in contact brengt met het potentieel aan aanstormend muzikaal talent. Het
gebouw is zo ontworpen dat het als ontmoetingsplek, speelplek, smeltkroes én podium kan
fungeren.
Het ‘spelend hart’ is de basis van het gebouw: een centrale ontmoetingsruimte die wordt
omringd door vijf zeer verschillende concertzalen, te weten de Benard Haitinkzaal (450
zitplaatsen, bij uitstek geschikt voor grote ensembles, bijvoorbeeld een klassiek symfonisch
orkest), Amsterdam Blue Note (ca. 220 zitplaatsen, geschikt voor jazz en pop), de
Sweelinckzaal (circa 130 zitplaatsen, een kleine concertzaal, vooral voor kamermuziek), de
Muziektheaterzaal (een black box met vele gebruiksmogelijkheden, waaronder opera en
theater) en de Ensemblezaal (een groot leslokaal van 120 m², maar ook geschikt om kleine
concerten te geven).
Boven het ‘spelend hart’ zijn zes etages ingericht: vier voor onderwijs en twee voor studie. In
het gebouw kan alleen, in lesverband en in groepsverband worden gemusiceerd. De etages
voor onderwijs beschikken over lesruimten die geschikt zijn voor alle soorten instrumenten.
Ook de grootte van de lesruimten varieert, zodat naast hoofdvakstudie, ook samenspel of
ensemblelessen gegeven kunnen worden.
De twee etages met studieruimten voorzien in een behoefte, omdat muziekstudenten in eigen
woning soms nauwelijks kunnen of mogen studeren. Op de achtste etage is naast een grote
collegezaal ook de bibliotheek gesitueerd. De tiende verdieping tenslotte, is in zijn geheel
gereserveerd als kantoorruimte. In de kelder van het gebouw is een professionele
opnamestudio.
Akoestiek
In de ontwerpfase werd duidelijk dat voor akoestisch advies voor concertzalen veel
onderzoeksmateriaal beschikbaar was. Voor de akoestiek van kleine ruimten was dit echter
niet het geval. Omdat de les- en studiekamers een zeer belangrijk deel van het gebouw
vormen, heeft het CvA daarom zelf een onderzoek naar de wenselijke akoestiek in de les- en
studiekamers van de nieuwbouw uitgevoerd. Op basis daarvan kon de optimale akoestiek per
ruimte en instrument worden vastgesteld. Van de resultaten van dit onderzoek is in het
ontwerp van de les- en studiekamers dankbaar gebruik gemaakt, waarbij met het oog op het
flexibel gebruik van oefen- en studieruimten de akoestische panelen verplaatsbaar zijn.
De collectie van de bibliotheek bestaat uit:
ƒ
literatuur: biografieën van musici en componisten, instrumentenleer, muziekgeschiedenis,
muziektheorie, psychologie, didactiek en pedagogiek;
ƒ
voor ODM is er een eigen boekenkast, met methodes, onderwijskunde en
onderwijsmateriaal
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  34
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
bladmuziek: fake- en realbooks, partituren, solo- en ensemblestukken, studie- en
methodemateriaal;
geluidsopnamen: cd's, grammofoonplaten, cassettes en DAT-bandjes, waaronder ook
opnamen van schooluitvoeringen, workshops en voorspeelavonden;
tijdschriften: algemene en gespecialiseerde muziekvaktijdschriften, zowel op jazz- als op
klassiek gebied;
videobanden: registraties van concerten, festivals, musicals, opera's, documentaires,
workshops, interviews e.d.;
cd-roms: een aantal belangrijke werken uit de klassieke muziek is aanwezig op cd-rom,
voorzien van muziek en bladmuziek, analyses, instrumentatieleer en biografische gegevens
over de componist.
Studenten en docenten van de AHK kunnen gratis gebruik maken van de bibliotheek van de
Universiteit van Amsterdam (UBA). Onder de UBA vallen zowel de Universiteitsbibliotheek als
de facultaire bibliotheken.
Het auditteam heeft de huisvesting, de voorzieningen van de opleidingen en de bibliotheek
tijdens de audit beoordeeld en is van mening dat het nieuwe gebouw zeer goed geschikt is
voor muziekvakonderwijs. De opleiding beschikt volgens het auditteam over goed uitgeruste
lokalen, met genoeg diversiteit om de verschillende facetten van het onderwijs vorm te geven.
Ook was het auditteam onder de indruk van de collectie van de bibliotheek, zowel van de
collectie van de bladmuziek, als ook van de collectie van achtergrondinformatie over muziek.
De verhuizing naar het nieuwe gebouw heeft in logistieke zin tot problemen geleid. Het
gewijzigde rooster en het toewijzen van les- studieruimten zorgde voor een lastige puzzel
waardoor de eerste maanden rommelig verliepen. In de loop van het studiejaar zijn
maatregelen genomen, de opleiding hoopte dat deze problemen in de loop van het afgelopen
studiejaar zouden zijn opgelost. Tijdens de audit gaven de studenten aan dat deze
verbeteringen zichtbaar waren.
Studenten spreken zich in de Studentenmonitor uit over het gebouw en de vakspecifieke
faciliteiten. Uit de studentenevaluaties blijkt dat studenten tevreden zijn met de voorzieningen
en faciliteiten en de vakspecifieke faciliteiten worden met een ruime voldoende beoordeeld.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  35
Facet 4.2. Studiebegeleiding
Zijn de studiebegeleiding en de informatievoorziening aan studenten adequaat
met het oog op de studievoortgang?
ƒ
Sluiten de studiebegeleiding en de informatievoorziening aan studenten aan bij
de behoefte van studenten?
Oordeel: goed / goed
Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande bevindingen.
ƒ
Opleiding Muziek:
Studiebegeleiding gericht op de inhoud en voortgang van de studie vindt in eerste instantie
plaats door de vakdocenten, coördinatoren en de studieadviseur. Uitgangspunt is dat de
begeleiding zoveel mogelijk verweven is met het onderwijs zelf. Inherent aan het
muziekvakonderwijs is de rol van de hoofdvakdocent als belangrijke persoonlijke mentor. Bij
de overige vakken is de studie-inhoudelijke begeleiding door de vakdocent het uitgangspunt.
Zonodig kunnen studenten extra afspraken met de docent maken voor extra uitleg of
individuele ondersteuning.
Klassiek
De studiebegeleiding binnen de afdeling Klassiek verloopt op basis van samenwerking tussen
de coördinatoren studiebegeleiding en vakgroep Muziekgeschiedenis en Muziektheorie, de
coördinator DOK-programma, de hoofdvakcoördinator en, wanneer relevant, de decaan. In een
wekelijkse bijeenkomst worden binnengekomen verzoeken, problemen en suggesties
besproken in het zgn. ‘Studentenoverleg’ onder voorzitterschap van de adjunct-directeur
klassiek.
De coördinator studiebegeleiding heeft twee taken:
ƒ
het geven van de nodige ondersteuning bij studieproblemen waarvoor de individuele
student hulp zoekt;
ƒ
het tijdig signaleren wanneer er bij de individuele student stagnering in zijn studieverloop
optreedt, en dat vervolgens bespreekbaar maken.
Twee maal per jaar, in januari (als de resultaten van de meeste bijvakken bekend zijn) en in
april/mei, worden alle probleemgevallen besproken en via de vakgroepcoördinator
bespreekbaar gemaakt bij de betreffende student en de hoofdvakdocent. Over studenten die in
aanmerking komen voor een waarschuwing BSA (Bindend Studie Advies) moet uiterlijk in
januari met alle betrokkenen overleg zijn gevoerd.
Jazz
De studiebegeleiding binnen de afdeling Jazz is de taak van de vakgroepcoördinator in
combinatie met de programmacoördinator. De vakgroepcoördinator volgt vooral de individuele
ontwikkelingen binnen het hoofdvak, de programmacoördinator waakt over het geheel (alle
studieonderdelen). Signaleert één van hen een probleem, dan volgt een gesprek met
betreffende student.
In het eerste jaar hebben alle studenten wekelijks contact met de programmacoördinator, die
hierdoor de studenten goed leert kennen en een band met ze kan opbouwen. Een keer per jaar
is er een bijeenkomst van een voltallige vakgroep met de programmacoördinator en het
afdelingshoofd, waarbij alle studenten de revue passeren.
Pop
Studiebegeleiding binnen de afdeling Pop is gerelateerd aan de opzet van het curriculum. De
eerste twee jaar volgen de studenten een strak programma. Naast het hoofdvak zijn er
verschillende groepen en werken studenten aan producties. De hoofdvakdocent is in deze
jaren voor de student het eerste aanspreekpunt. Daarnaast houdt deze docent een vinger aan
de pols door te controleren hoe de student in andere lessen functioneert en of de student de
stof in de praktijk toepast. De hoofdvakdocent heeft dus ook een signalerende taak.
In het derde en vierde jaar wordt de aandacht steeds meer gericht op de artistieke
ontwikkeling van de student en positie die de student in de beroepspraktijk na de opleiding wil
innemen.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  36
Opleiding Docent Muziek:
De studiebegeleiding op de afdeling ODM verloopt hoofdzakelijk via de docenten en de
coördinator ODM. De coördinator werkt nauw samen met de docenten vakdidactiek en
onderwijskunde, en raadpleegt daarnaast regelmatig de docenten van de musiceervakken en
muziektheorie. Met name de docenten vakdidactiek en onderwijskunde hebben een
signalerende functie bij de studievoortgang. Door hun regelmatig contact met studenten
worden eventuele problemen, maar ook individuele wensen ten aanzien van de studie, tijdig
opgemerkt. In het regelmatig (tweewekelijks) teamoverleg met de coördinator worden
studenten besproken, eventuele kwesties in kaart gebracht, en wordt naar oplossingen
gezocht. De coördinator voert in voorkomende gevallen afzonderlijke gesprekken met
studenten, geeft voorlichting en adviseert bij keuzes en studieproblemen.
Algemeen:
Informatievoorziening
De informatievoorziening aan studenten loopt vooral via de afdelingen. Elke student heeft een
postvakje en een AHK-email adres, zodat ook via deze kanalen communicatie kan
plaatsvinden. Daarnaast is het intranet van het CvA een belangrijke bron van informatie,
waarin naast actuele berichtgeving, algemene en praktische informatie te vinden is over het
gebouw, de faciliteiten, de openingstijden, het reserveren van studieruimten e.d. Het decanaat
heeft op de site algemene informatie geplaatst over bijvoorbeeld inschrijving,
studiefinanciering en huisvesting en voor de buitenlandse studenten informatie over
bijvoorbeeld verblijfsvergunningen.
Ten aanzien van de algemene vraag naar de organisatie van het onderwijs zijn studenten in de
studentenevaluaties kritisch. Een deel van de ontevredenheid is veroorzaakt door de
verhuizing en logistieke problemen, die in de loop van het afgelopen studiejaar moeten zijn
opgelost. Op de vraag of de studenten de organisatie van het onderwijs goed vinden,
reageerden de studenten als volgt: Klassiek 2.8, Jazz 3.6, Pop 2.8, ODM 3.4. Op de stelling of
het lesrooster, het tentamenrooster, de planning van projecten op tijd bekend zijn, reageerden
de studenten als volgt: Klassiek 2.7, Jazz 3.5, Pop 2.3, ODM 3.2. Hier liggen dus
verbeterpunten voor de opleiding, hoewel de studenten tijdens de audit al aangaven dat de
organisatie in de loop van het studiejaar al wel verbeterd was.
Studentendossiers
De studieresultaten van alle studenten van het CvA worden bijgehouden in dossiers: de zgn.
‘blauwe mappen’. Deze liggen zowel voor docenten als studenten altijd ter inzage. De hierin
verzamelde stukken betreffen met name programmagebonden resultaten en verslagbladen van
de verschillende commissies. Daarnaast worden studieresultaten ook bijgehouden in het
digitale studievolgsysteem B&E.
Decanaat
De begeleiding met betrekking tot studieomstandigheden en randvoorwaardelijke zaken ligt bij
de studentendecaan. Studenten kunnen hier terecht voor praktische en zakelijke kwesties die
betrekking hebben op het student-zijn én met persoonlijke vragen, omstandigheden en
problemen, met name waar deze raken aan de studievoortgang. Eerstejaarsproblematiek,
omgaan met spanningen, problemen met ouders, ziekte en blessures, twijfel over de
studiekeuze en andere zaken kunnen vertrouwelijk worden besproken met de decaan, die
buiten het onderwijs en de beoordelingen staat. De decaan is tevens de contactpersoon voor
studenten met een functiebeperking.
Een apart onderdeel vormt de begeleiding van de vele buitenlandse studenten, die niet alleen
geconfronteerd worden met veel praktische aanloopproblemen, maar vaak extra behoefte
hebben aan een persoonlijk contact en klankbord bij hun ‘inburgering’ in Nederland. Bij
afwezigheid van het vertrouwde netwerk van familie en vrienden speelt de decaan een
belangrijke rol. De cursus Nederlands aan het begin van het studiejaar (facultatief) is mede
bedoeld om de buitenlandse studenten na aankomst snel met elkaar in contact te brengen en
wegwijs te maken in elementaire facetten van de Nederlandse samenleving.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  37
Gezondheidszorg
De decaan heeft contacten met een huisarts waar CvA-studenten zich kunnen registreren als
patiënt. Daarnaast heeft het CvA een schoolpsycholoog in dienst, die gespecialiseerd is in de
behandeling van musici. De decaan kan snel doorverwijzen bij vermoeden van ernstige
problemen. De schoolpsycholoog heeft op haar beurt weer contact met een psychiater en met
psychotherapeuten ingeval een langduriger behandeling nodig blijkt.
Het CvA streeft naar een breed systeem van begeleiding, waarin preventie een belangrijke
plaats inneemt. Studenten kunnen in het gebouw een fysiotherapeut, een
Mensendiecktherapeut en docenten Alexandertechniek en Houding&Beweging consulteren. Ook
is er contact met logopedisten.
Het meer en eerder bespreekbaar maken van gezondheidsproblemen en blessures kan veel
onheil voorkomen. Met het oog hierop is een coördinator gezondheidszorg aanwezig, die de
contacten met de gezondheidswerkers onderhoudt en studenten kan adviseren en
doorverwijzen resp. terugverwijzen naar hulpverlening en decaan.
Studentenhuisvesting
De huisvesting is voor muziekstudenten een nog groter probleem dan voor andere studenten.
Een studerende conservatoriumstudent zorgt onvermijdelijk voor geluidsoverlast. Veel kamers
in de stad zijn hier niet op ingesteld. Goede huisvesting is echter van wezenlijk belang voor
studenten om zich prettig te voelen en goed te kunnen studeren.
Het CvA heeft nauwe contacten met de Stichting Jan Pietersz Huis, die als specifieke
doelstelling heeft het huisvesten van muziekstudenten. De stichting beheert huurwoningen
waarin veel aandacht is besteed aan de geluidsisolatie. De stichting is zeer actief en het aantal
beschikbare woningen is de laatste jaren aanzienlijk toegenomen, waardoor steeds meer
studenten passende woonruimte kunnen krijgen. Toewijzing van de woningen en het beheer
van de wachtlijst gaat via het conservatorium. Hiermee is een speciale contactpersoon belast.
Het auditteam is van mening dat de studiebegeleiding op een juiste wijze vorm gegeven is,
passend bij een kunstvakopleiding, met voldoende aandacht aan de lichamelijke gesteldheid
van de studenten en de randvoorwaarden voor een muziekstudie. Ook aan de internationale
studenten en aan de huisvesting wordt voldoende aandacht besteed, hetgeen het auditteam
als positief beoordeelt. De informatievoorziening blijft een aandachtspunt, zo bleek ook uit de
gesprekken met de studenten. In de praktijk blijkt goede informatievoorziening moeilijk te zijn
bij een studie die zo individualistisch ingericht is als een muziekvakopleiding. Het auditteam is
van mening dat op dit vlak nog verbetering mogelijk is.
Een ander verbeterpunt is de organisatie van het onderwijs. Uit het laatste
studentenonderzoek bleek dat studenten dit als onvoldoende ervaren. Tijdens de audit heeft
het auditteam echter vast kunnen stellen dat de studenten op dit punt al verbeteringen zagen.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  38
5.
Interne Kwaliteitszorg
Facet 5.1. Evaluatie Resultaten
Wordt de opleiding periodiek geëvalueerd, mede aan de hand van meetbare
doelen?
Oordeel: voldoende/ voldoende
Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande bevindingen.
ƒ
Algemeen:
Het CvA had het opzetten, uitzetten en verwerken van onderwijsenquêtes uitbesteed aan een
extern onderzoeksinstituut, met name de vakevaluaties en programma-evaluaties. Het CvA is
in 2005 gestopt met deze vorm van evalueren. Belangrijke oorzaak was dat studenten de
vragenlijsten te uitgebreid en ingewikkeld vonden en over het algemeen weinig belangstelling
toonden, waardoor de respons te wensen overliet.
In 2006 heeft het CvA een aantal evaluaties in eigen beheer uitgevoerd, in afwachting van de
komst van een AHK-stafafdeling Kwaliteit en Onderwijs. Sinds 2007 maakt de opleiding
gebruik van hogeschoolbrede evaluatie-instrumenten. Deze instrumenten, zoals de AHKstudentenmonitor (meting van studententevredenheid) en AHKmedewerkertevredenheidonderzoek (MTO) zijn kwantitatief, gericht op het verzamelen van
(objectieve) cijfermatige gegevens. Ze hebben een signaalfunctie en dienen de borging van de
kwaliteit. Daarmee ontstaat ruimte voor mondelinge en meer kwalitatieve vormen van
onderwijsevaluaties. Een voorbeeld daarvan is de mondelinge groepsevaluatie bij het DOKprogramma. Beide vormen van onderzoek vullen elkaar aan.
De AHK-studenten monitor wordt tweejaarlijks uitgevoerd. Aan de hand van de uitkomsten
van de monitor uit 2007 heeft het CvA zich als doel gesteld om op alle items uit het onderzoek
een gemiddelde van 3,5 (op een vijfpuntsschaal) te halen. Bij een onvoldoende, een score
onder de 3, is nadere analyse of actie geboden.
Het CvA maakt gebruik van de volgende evaluatie-instrumenten:
ƒ
Vakevaluaties; een schriftelijke vragenlijst gericht op een bepaald vak.
ƒ
Programma-evaluatie; een vragenlijst gericht op de vierdejaars die de studie bijna
doorlopen hebben.
ƒ
Mondelinge evaluaties; in de meeste gevallen een groepsgesprek met studenten.
ƒ
AHK-monitor; hogeschoolvragenlijst naar studententevredenheid (tweejaarlijks).
ƒ
AHK Medewerkertevredenheidonderzoek (MTO); hogeschoolvragenlijst naar tevredenheid
van het personeel met dienstverband.
ƒ
HBO-Kunstenmonitor; landelijk onderzoek onder alumni naar de toetreding tot de
arbeidsmarkt.
Het gros van de studenten van de opleiding volgt wekelijkse individuele hoofdvaklessen bij de
betreffende hoofdvakdocent. De evaluatie van deze wekelijkse bijeenkomsten kan tijdens deze
lessen gebeuren, hetgeen eventueel kan leiden tot bijstelling van het programma.
Het auditteam heeft tijdens de audit geconcludeerd dat de opleiding pas in de afgelopen tijd
gebruik is gaan maken van de mogelijkheden die er op hogeschoolniveau voor kwaliteitszorg
zijn. Het auditteam is van mening dat de samenwerking op dit vlak nog verder uitgebouwd kan
worden, zodat de opleiding optimaal gebruik kan maken van de know-how die er bij de AHK is.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  39
Facet 5.2. Maatregelen tot Verbetering
ƒ
Vormen de uitkomsten van de periodieke evaluaties van de opleiding de basis
voor aantoonbare verbetermaatregelen die bijdragen aan de realisatie van de
doelen?
Oordeel: voldoende/ voldoende
Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande bevindingen.
Algemeen:
Het beeld dat uit de onderwijsevaluaties van de afgelopen vijf jaar naar voren komt, is dat
studenten de kwaliteit van de docenten en de kwaliteit van het studieprogramma waarderen,
maar kritisch zijn over de kwaliteit van de voorzieningen en de organisatie. Ten aanzien van de
voorzieningen was de verwachting dat de nieuwbouw een verbetering in de scores te zien zou
geven en de resultaten van de laatste AHK-studentenmonitor (2009) bevestigen dit ook,
hoewel het aantal beschikbare studieruimtes een aandachtspunt blijft. Ook wat betreft de
praktische organisatie van het onderwijs zijn de studenten nog steeds kritisch.
De commissie Horsbrugh doet in 2004 in zijn visitatierapport ‘Conservatories in Transition’
voor het CvA de volgende aanbevelingen:
ƒ
Strengthen correspondence between the various innovative and traditional parts of the
programme in the vision of the programme as a whole;
ƒ
Use the new building as the focus for the reinforcement of the conservatory’s vision and
profile in the medium term;
ƒ
Develop a twofold plan for change with a longer duration and a realistic estimate of time,
manpower and funds that:
1. anticipate the conservatory’s transition to a new building, in terms of duration staff,
facilities, teaching methods, relation networks etc.;
2. provide an adequate basis for the present changes in curriculum, team teaching,
innovations in cultural diversity, the entrepreneurial artist and research;
3. Strengthen the network and diversity of relations in relation to the city of Amsterdam;
4. Pay more structural attention to students and involve them in change processes, also
in relation to their wishes in respect of the curriculum and the relationships with other
disciplines.
In de aanbevelingen spoort de commissie het CvA aan de nieuwbouw te gebruiken als een
katalysator voor ontwikkelingen op een aantal terreinen, zoals visie, onderwijsontwikkeling,
verhouding tot de stad Amsterdam etc. Het auditteam is van mening dat het nieuwe gebouw
zeker bij kan dragen in een versterking van de band met de stad Amsterdam, maar is van
mening dat dit tot nu toe pas beperkt zichtbaar is. Ook heeft de nieuwbouw volgens het
auditteam niet geleid tot een explicitering van de visie.
Naar aanleiding van de visitatie in 2004 is de onderwijsvisie in de organisatie uitgebreid
besproken en is in 2006 een coördinator onderwijsontwikkeling aangesteld met de volgende
taken:
1. inzichtelijk te maken hoe de verschillende onderdelen van het onderwijsprogramma zich
verhielden tot de actuele situatie in het professionele werkveld;
2. te bekijken waar er sprake is van stagnatie in de ontwikkeling van een specifiek vak en op
welke wijze het betreffende curriculumonderdeel gerevitaliseerd of zelfs vernieuwd kan
worden; en tegelijk
3. het helder in kaart brengen welke vakonderdelen vooral geen ontwikkeling behoefden.
Het auditteam heeft kunnen vaststellen dat de samenhang in het onderwijs en de vormgeving
van de verschillende programmaonderdelen een verbetering hebben doorgemaakt. Ook heeft
het auditteam de indruk dat het nieuwe gebouw inderdaad bijgedragen heeft aan de hogere
waardering van de voorzieningen.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  40
Facet 5.3. Betrekken van Medewerkers, Studenten, Alumni en Beroepenveld
Zijn –en zo ja op welke wijze- medewerkers, studenten, alumni en het afnemend
beroepenveld actief betrokken bij de interne kwaliteitszorg van de opleiding?
Oordeel: voldoende / voldoende
Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande bevindingen.
ƒ
Algemeen:
Studenten worden bij de kwaliteitszorg betrokken via de tweejaarlijkse AHK-monitor, die sinds
2007 wordt gehouden. Doordat er met kleine groepen gewerkt wordt en er een informele sfeer
heerst, hebben de studenten via hun docenten veel invloed hebben op de vormgeving van hun
lessen.
Medewerkers worden bij de kwaliteit van de opleiding betrokken door het tweejaarlijkse AHK
medewerkerstevredenheidonderzoek. Daarnaast kunnen docenten binnen hun afdeling of
vakgroep in georganiseerde overleggen meedenken over de invulling van het onderwijs. Bij
alle onderwijsvernieuwingsprojecten zijn docenten betrokken. Doordat de docenten veelal
uitvoerend werkzaam zijn, vormen zij ook de feedback vanuit het werkveld. Er vindt echter
maar zeer beperkt overleg met het werkveld over de interne kwaliteitszorg plaats.
Alumni worden van oudsher via de HBO-kunstenmonitor door een extern onderzoeksbureau
benaderd. Ook voor dit onderzoek geldt dat de respons een aandachtspunt is, waarbij het feit
dat veel afgestudeerden weer terugkeren naar het land van herkomst meespeelt. Het CvA
ontwikkelt daarom zelfstandig alumnibeleid, onder andere met het doel beter zicht te krijgen
op de carrière van oud-studenten in de beroepspraktijk, en te bezien in hoeverre zij wellicht
inzetbaar zijn binnen hun oude vakgroep. Uit dit onderzoek zijn nog geen resultaten bekend.
De studenten zijn tevreden met de wijze waarop het onderwijs geëvalueerd wordt en zijn van
mening dat klachten, adviezen en suggesties tot verbetering serieus worden genomen door de
opleiding. Het is de studenten echter nog niet altijd even goed duidelijk wat de opleiding met
de feedback van de studenten doet.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  41
6.
Resultaten
Facet 6.1. Gerealiseerd Niveau
Zijn de gerealiseerde eindkwalificaties qua niveau, oriëntatie en
domeinspecifieke eisen in overeenstemming met de nagestreefde
eindkwalificaties?
Oordeel: excellent / goed
Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande bevindingen.
ƒ
Opleiding Muziek:
Tijdens de audit is het auditteam in de gelegenheid geweest om een aantal afstudeerconcerten
bij te wonen. Daarnaast heeft het auditteam in de vorm van cd’s en dvd’s voorbeelden van
examens van de afgelopen jaren beluisterd en bekeken. Het auditteam is van mening dat er
bij de bijgewoonde eindexamens op zeer hoog niveau gemusiceerd werd en de beoordelingen
aansloten bij het niveau van de studenten.
In het kader van de beroepsvoorbereiding hebben studenten een redelijke vrijheid in de
organisatie en de programmering. Aan het repertoire worden kwaliteitseisen gesteld, het is de
hoofdvakdocent die goedkeuring moet geven aan het examenprogramma. Dit gaat in de
praktijk allemaal in overleg, maar in formele zin heeft de hoofdvakdocent het laatste woord
over het te spelen repertoire.
Het eindexamen vindt pas plaats wanneer alle andere onderdelen van de studie zijn afgerond
en wanneer de hoofdvakdocent of het docententeam vindt dat de student ‘klaar’ is voor zijn of
haar eindexamen. Het examen vindt plaats in de vorm van een openbaar concert voor publiek
en een examencommissie. De eindexamencommissie voor een examen bestaat uit een aantal
leden van de vakgroep of afdeling. Tijdens het examen wordt gelet op het kunstenaarschap
(een hoog artistiek niveau en een overtuigende uitvoering) en het muzikaal vakmanschap (de
optimale beheersing van instrument of stem). Het bachelorexamen voor de studenten is
tevens een niveaubepaling voor de toelating tot de masteropleiding.
Pop
De studenten van de Popafdeling studeren af door met drie afstudeerkandidaten een
avondvullend programma te verzorgen op een podium in de stad of op het CvA. Iedere
kandidaat neemt hierbij ongeveer een uur van het programma voor zijn rekening. Met een
concert laat de student horen met welke projecten en artistieke ideeën hij of zij in de
beroepspraktijk aan de slag gaat. De drie kandidaten dienen de avond goed voor te bereiden
en een totaalconcept te ontwikkelen. Het programma moet goed zijn opgebouwd, de
kandidaten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de algehele organisatie en promotie. Elke
kandidaat presenteert deze avond tevens een professionele Cd met minimaal vijf nummers
met het artwork van hun belangrijkste band.
De uitslag van de avond leidt tot twee cijfers: een voor het instrumentale deel waarin de
waardering voor de vakbekwaamheid wordt uitgedrukt. Het andere cijfer is voor het creatieve
deel waarin de getoonde muzikale ideeën in de meest brede zin van het woord worden
beoordeeld. Ook de organisatie van het eindexamen wordt meegewogen.
Het auditteam heeft de cv’s van een groot aantal alumni bestudeerd en heeft kunnen
vaststellen dat veel van hen in de diverse beroepsorkesten in Nederland en het buitenland
werkzaam zijn. Ook zijn diverse alumni intussen zelf als docent op verschillende conservatoria
werkzaam en zijn terug te vinden in de programmering van verschillende grote festivals. Het
auditteam is van mening dat het hoge opleidingsniveau van het CvA hierin terug te zien is.
In de AHK-studentenmonitor heeft het auditteam de volgende cijfers gevonden (op een
vijfpuntsschaal oneens-eens):
ƒ
Ik ben tevreden over het niveau (moeilijkheidsgraad) van het studieprogramma: Klassiek
3.6, Jazz 3.8, Pop 4.1;
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  42
ƒ
ƒ
ƒ
Ik ben tevreden over het niveau van de toetsen: Klassiek 3.7, Jazz 3.9, Pop 4.1;
Als ik opnieuw zou kiezen, zou ik weer voor dezelfde opleiding kiezen aan de AHK: Klassiek
4.3, Jazz 4.2, Pop 4.8;
Ik geef de opleiding het volgende rapportcijfer (op tienpuntsschaal): Klassiek 7.3, Jazz 7.4,
Pop 8.0.
Opleiding Docent Muziek
Het afstuderen in het vierde jaar is gebaseerd op het produceren van de volgende
werkstukken: twee essays, een raamleerplan, een projectplan en stage-evaluatie. In het
afstudeerjaar kiezen de studenten een afstudeerrichting (primair onderwijs/pabo, voortgezet
onderwijs en community arts). Het is mogelijk om het raamleerplan en het projectplan te
ontwerpen binnen de specialisatie. De begeleiding door een docent methodiek/didactiek of
onderwijskunde is uiteraard afgestemd op de keuze van de student.
Afsluiting
1. De werkstukken worden ingestuurd aan de examencommissie. Deze commissie bestaat uit
de methodiekdocenten, een docent onderwijskunde, een gecommitteerde en een
voorzitter.
2. De examenkandidaat wordt opgeroepen voor een gesprek over het afstudeerwerk. Dit
gebeurt
a) nadat er door de studieleiding een controle op het studentendossier heeft
plaatsgevonden waarbij moet worden geconstateerd dat alle reguliere vakken zijn
afgesloten en
b) wanneer het afstudeerwerk reeds als voldoende is beoordeeld door de
examencommissie.
3. Na goedkeuring van het dossier en van het afstudeerwerk volgt een examengesprek met
de examencommissie van maximaal 1 uur waarin de kandidaat wordt ondervraagd over de
inhoud van de werkstukken. Er volgt een gemotiveerde uitslag met cijfers.
4. De kandidaat is geslaagd voor de opleiding nadat het examengesprek heeft
plaatsgevonden en alle onderdelen uit het studieprogramma met studiepunten zijn
gehonoreerd. Het vaststellen van het niveau van het afstudeerwerk vindt plaats via een
intersubjectief beraad in de examencommissie. Voor het overige gelden de reeds behaalde
studieresultaten per vak.
Het auditteam heeft de eindwerkstukken en het eindniveau van de studenten bestudeerd en is
van mening dat de studenten op een juiste wijze voorbereid worden op de toekomstige
beroepspraktijk.
In de AHK-studentenmonitor heeft het auditteam de volgende cijfers gevonden (op een
vijfpuntsschaal oneens-eens):
ƒ
Ik ben tevreden over het niveau (moeilijkheidsgraad) van het studieprogramma: ODM 3.5;
ƒ
Ik ben tevreden over het niveau van de toetsen: ODM 3.7;
ƒ
Als ik opnieuw zou kiezen, zou ik weer voor dezelfde opleiding kiezen aan de AHK: ODM
4.0;
ƒ
Ik geef de opleiding het volgende rapportcijfer (op tienpuntsschaal): ODM 7.4.
De Kunstenmonitor is een landelijk onderzoek naar de toetreding van studenten uit het
kunstonderwijs op de arbeidsmarkt De alumni worden ongeveer anderhalf jaar na afstuderen
voor het onderzoek benaderd. De Kunstenmonitor 2007 is gebaseerd op de uitstroom in het
studiejaar 2005-2006. Van de ondervraagde musici zegt 79% de opleiding opnieuw te zullen
kiezen en is 4% werkloos volgens de officiële definitie. Het onderzoek toont dat
bachelorstudenten muziek in veel gevallen doorstuderen of een vervolgstudie en werk
combineren. Aan die alumni die werkzaam zijn binnen het vakgebied is gevraagd in hoeverre
ze de opleiding een goede basis vonden om te starten op de arbeidsmarkt. Op die vraag
antwoorden alumni met een voldoende (score 3 op een vijfpuntsschaal), de vraag over de
kwaliteit van de ‘praktische beroepsvoorbereiding’ levert een 5,5 op (op een tienpuntsschaal).
De invoering van het DOK-programma zou hier in de laatste jaren voor verbetering gezorgd
moeten hebben, dit is echter nog niet nader onderzocht.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  43
Facet 6.2. Onderwijsrendement
Zijn, al dan niet in samenspraak met verwante opleidingen, streefcijfers
geformuleerd in vergelijking met andere relevante opleidingen?
ƒ
Voldoet het onderwijsrendement aan deze streefcijfers?
Oordeel: goed / voldoende
Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande bevindingen.
ƒ
Algemeen:
De opleiding berekent het onderwijsrendement aan de hand van een ‘cohort’ studenten dat in
een bepaald jaar in de propedeuse begint. Het CvA stelt als streefdoel een
propedeuserendement van 70% voor alle afdelingen. Dit percentage is ingegeven door de
hoge toelatingseisen en vanwege het feit dat door de ruime aanmelding het CvA scherp kan
selecteren. Het CvA gebruikt de propedeuse als laatste mogelijkheid om het niveau te
bewaken. Studenten die slecht presteren, het niveau niet blijken te halen of onvoldoende
ontwikkelperspectief hebben, krijgen een bindend studieadvies en kunnen daarom niet verder
studeren aan het CvA.
De opleiding legt een verband tussen het propedeuserendement en het afstudeerrendement,
beide gebaseerd op de instroomcijfers. De redenering is: wie de propedeuse haalt, moet in
principe ook kunnen afstuderen. Het streven is een afstudeerrendement (van het betreffende
cohort) dat maar 10% lager is dan het propedeuserendement, dus tussen de 60% en 70% van
de oorspronkelijke instroom.
Opleiding Muziek:
Klassiek
Voor de afdeling Klassiek is het lastig om aan het streefdoel van 70% propedeuse te voldoen.
Alleen het cohort 2002 voldoet hieraan. De andere cohorten zitten rond de 60%. Daar staat
tegenover dat het afstudeerrendement hier maar nauwelijks op achterloopt zodat het
afstudeerrendement rond de streefnorm hiervoor ligt: rond de 60% van de oorspronkelijke
instroom. De gemiddelde studieduur ligt over de jaren heen tussen de 4 en 4,4 jaar.
Jazz
De afdeling Jazz haalt over het algemeen een propedeuserendement van rond de 70%, en een
afstudeerrendement variërend van 59 tot 66% van de oorspronkelijke instroom en voldoet
daarmee aan de eigen norm. De gemiddelde studieduur ligt over de jaren heen tussen de 3,9
en 4,4 jaar.
Pop
De opleiding is pas gestart in 2003 dus alleen de cohorten 2003 en 2004 kunnen in de
beschouwing worden meegenomen. Het propedeuserendement van beide jaren ligt rond de
70%. Het afstudeerrendement van 2003 is 64% van de oorspronkelijk instroom en 2004 44%
waarbij aangetekend moet worden dat nog 32% van de studenten van dat cohort staat
ingeschreven. De opleiding gaat er vanuit dat het rendement uiteindelijk rond de 70% zal
uitkomen. De gemiddelde studieduur zal hiermee wel hoger komen te liggen.
Opleiding Docent Muziek
Bij ODM gaat het om een beperkt aantal studenten. Tot 2006 was de instroom lager dan 10
studenten. Het afstudeerrendement van de opleiding was in 2000 2 (=50%), 2001 1 (=25%),
2002 3 (=75%), 2003 7 (=70%), 2004 4 (=80%). Met een dergelijk kleine opleiding is het
moeilijk om streefcijfers te formuleren en de rendementen hieraan te toetsen, omdat snel
vertekening optreedt. De rendementscijfers fluctueren: in 2001 was het erg laag (25% van de
oorspronkelijke instroom), in de daarop volgende jaren rond de streefnorm van 70%. Omdat
het echter om een kleine opleiding gaat, met weinig studenten is het moeilijk om hier
consequenties aan te verbinden.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  44
8.
SAMENVATTEND OORDEEL
8.1.
Oordeelschema HBO bachelor opleiding muziek voltijd
HBO BACHELOR OPLEIDING muziek
voltijd
Onderwerp
/
Facet
Oordeel
1. Doelstellingen Opleiding
1.1. Domeinspecifieke Eisen
1.2. Niveau Bachelor
1.3. Oriëntatie HBO
V
V
V
2. Programma
2.1. Eisen HBO
2.2. Relatie tussen Doelstellingen en Inhoud Programma
2.3. Samenhang Programma
2.4. Studielast
2.5. Instroom
2.6. Duur
2.7. Afstemming tussen Vormgeving en Inhoud
2.8. Beoordeling en Toetsing
v
V
G
G
G
V
G
V
3. Inzet van Personeel
3.1. Eisen HBO
3.2. Kwantiteit Personeel
3.3. Kwaliteit Personeel
4. Voorzieningen
4.1. Materiële Voorzieningen
4.2. Studiebegeleiding
5. Interne Kwaliteitszorg
5.1. Evaluatie Resultaten
5.2. Maatregelen tot Verbetering
5.3. Betrekken van Medewerkers, Studenten, Alumni en
Beroepenveld
6. Resultaten
6.1. Gerealiseerd Niveau
6.2. Onderwijsrendement
Samenvattend oordeel
1
2
3
V
V
V
1
V
2
E
G
E
E
G
V
V
V
V
V
3
E
G
V
Extra aantekening: excellent.
Extra aantekening: excellent.
Extra aantekening: excellent.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  45
8.2.
Oordeelschema HBO bachelor opleiding docent muziek voltijd
HBO BACHELOR OPLEIDING docent Muziek
voltijd
Onderwerp
/
Facet
Oordeel
1. Doelstellingen Opleiding
1.1. Domeinspecifieke Eisen
1.2. Niveau Bachelor
1.3. Oriëntatie HBO
V
V
V
2. Programma
2.1. Eisen HBO
2.2. Relatie tussen Doelstellingen en Inhoud Programma
2.3. Samenhang Programma
2.4. Studielast
2.5. Instroom
2.6. Duur
2.7. Afstemming tussen Vormgeving en Inhoud
2.8. Beoordeling en Toetsing
G
V
G
V
G
V
G
G
3. Inzet van Personeel
3.1. Eisen HBO
3.2. Kwantiteit Personeel
3.3. Kwaliteit Personeel
4. Voorzieningen
4.1. Materiële Voorzieningen
4.2. Studiebegeleiding
5. Interne Kwaliteitszorg
5.1. Evaluatie Resultaten
5.2. Maatregelen tot Verbetering
5.3. Betrekken van Medewerkers, Studenten, Alumni en
Beroepenveld
6. Resultaten
6.1. Gerealiseerd Niveau
6.2. Onderwijsrendement
Samenvattend oordeel
4
5
6
V
V
V
4
V
5
V
6
G
G
G
E
G
V
V
V
G
V
V
Extra aantekening: goed.
Extra aantekening: excellent.
Extra aantekening: goed.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo bacheloropleiding Muziek en Docent Muziek, 1.0  46
BIJLAGE I PROGRAMMA VISTITATIE
Conservatorium van Amsterdam, 8, 9 and 10 June 2009
Oosterdokskade 15, Amsterdam, tel. 020 - 527 75 50
Rooms: General room is 445, extra room is 408. When no room is announced, the event is in 445, including breaks and lunches.
Monday 8 june 2009: all sessions in Room 445
Time:
Conversation partner/ subjects
Auditors
Onderwerpen
13.30 – 14.00
Arrival and welcome
Audit panel:
Aankomst panel, uitleg programma
Dhr. W.G. van Raaijen chairman
Kort welkomstwoord door de directie om 13.50 uur.
Dhr. D. Fueter
Dhr. H. Hämmerli
Dhr. B. McMaster
Dhr. R. Streevelaar
Dhr. L. Prick
Mw. K. Nijs (student)
Mw. J. Bakker (student)
Mw. M.S. Bijkerk - secretaris
14.00-15.00
Preparatory consultation
Audit panel
Voorbespreking Audit panel
15.00 – 18.00
Concert halls
Visit exams - separate schedule will be handed out
Audit panel
Gevarieerd programma, overal zijn examens en toelatingen,
overgangsexamens, presentaties.
15.00- 15.30
parallel
Quality management, educational development:
Leo Capel – Head of the Quality Assurance Dept. AHK
Dhr. W.G. van Raaijen
Dhr. R. Streevelaar
Ruud van Dijk – Vice Director and Head of the Jazz
Department
Dhr. L. Prick
Dhr. H. Hämmerli
Elisabeth Groot – Secretary of the Board
Walter van Hauwe – Co-ordinator education development
Mw. J. Bakker (student)
Mw. M.S. Bijkerk (secretaris)
Annett Andriesen – Chairman of the Participation Council
Edwin Paarlberg – Secretary of the Participation Council
ƒ
ƒ
Kwaliteitszorg
AHK kwaliteitsbeleid
CvA kwaliteitsbeleid
Evaluatie van resultaten
Betrekken van medewerkers, studenten, alumni,
werkveld
Maatregelen tot verbetering
Onderwijsontwikkeling
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
Studiebegeleiding
Studievoortgang
Studentendossiers
Decanaat
Gezondheid
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
Jack Pisters – Co-ordinator Pop Department
Hans Verbugt – Vice Director and Head of the Classical
Department
15.30-16.00
Tutors, program co-ordinators, dean:
Dhr. W.G. van Raaijen
parallel
Will Jansen – Program Co-ordinator Classical Department
Dorine Jansma – Student Advisor Classical Department
Dhr. L. Prick
Dhr. D. Fueter
Heleen de Kam – Student Counsellor
Li-Sang Ong – Program Co-ordinator Pop Department
Dhr. B. McMaster
Mw. K. Nijs (student)
Bram Strijbis –Program co-ordinator and Student Advisor
Jazz Dept.
Mw. M.S. Bijkerk (secretaris)
18.00 – 20.00
Diner / Internal consultation
Audit panel
20.00 – end
Visit exams
Intern overleg commissie
Examenconcerten - verschillende zalen CvA
Tuesday 9 June 2009: sessions in Rooms 445 and 408
Time
Conversation partner/ subjects
Auditors
8.15 - 8.30
Arrival
Audit panel & dhr. N. Smit
8.30 - 9.00
Preparatory consultation
9.00 – 13.00
halls
Programme Music in Education
Presentaties, examen, workshop
Onderwerpen
Inloop door en ontvangst van Audit panel
Voorbespreking Audit panel
Dhr. N. Smit
Mw. K. Nijs
?
9.00 - 10.00
Room 445
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
Strategisch beleid, visie, missie
Marktpositie / instroom / toelating
Internationalisering
Innovatie
Kwaliteitszorg
Relatie beroepenveld
Personeel / scholing
Resultaten / onderwijsrendement
Alumnibeleid
Opbouw en samenhang programma (verticaal +
horizontaal)
Relatie beroepenveld
Onderwijsontwikkeling
Docenten/gastdocenten
Toetsen en beoordelen
Bezwaar en beroep
Eindkwalificaties
Studiebegeleiding
Instroom
Internationalisering
Wibaut Burkens - Keys Pop
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
Plaats hoofdvak in opleiding
Samenhang programma (verticaal + horizontaal)
Onderwijsontwikkeling
Curriculum
Relatie beroepenveld
Aansluiting instroom en programma
Vrijstellingen
Toetsen en beoordelen
Eindkwalificaties
Lunch / Internal consultation
Verificatie documenten
Executive Board CvA:
Hans van Beers - Director
Audit panel
Ruud van Dijk
Hans Verbugt
10.00 – 11.00
Room 445
Heads, Co-ordinators:
Ruud van Dijk
Audit panel
Hans Verbugt
Jack Pisters
Adri Schreuder – Co-ordinator Music in Education
11.00 - 11.15
Pause
11.15 – 12.00
Visit entrance exams - separate schedule will be handed
halls
out
12.00 – 13.00
Room 445
Teachers Jazz, Classical, Pop:
David Kuyken – Co-ordinator Piano Classical Department
Frans van Ruth – Co-ordinator strings
Docent klassiek
Albert Beltman – Saxophone Jazz
Maarten van der Grinten – Guitar Jazz
13.00 – 13.45
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
Audit panel
Audit panel
13.45-14.30
Room 445
Teachers Music in Education:
Lisa van Bennekom – Didactics
Audit panel
Melissa Bremmer – Theory of Education
Jacqueline Koop- Didactics
Hans van de Veerdonk - Didactics
14.30 – 15.15
Room 445
Students Jazz, Classical, Pop:
Marlies van Gangelen – Classical Oboe
Dhr. W.G. van Raaijen
Dhr. D. Fueter
Parallel
Vida Maticic – Classical Voice
Maarten Schumacher – Classical Guitar
Dhr. H. Hämmerli
Dhr. B. McMaster
Johannes Felscher – Double Bass Jazz
Philip Lemm – Drums Jazz
Dhr. R. Streevelaar
Dhr. L. Prick
Viktor van Woudenberg – Drums Pop
Mw. J. Bakker
14.30- 15.15
Students Music in Education:
Dhr. N. Smit
Room 408
Parallel
Maroeska Burggraaf
Aylin Erkan
Dhr. R. Streevelaar
Dhr. L. Prick
Bas Gaakeer
Marijn Hendriks
Mw. K. Nijs
Mw. M.S. Bijkerk
Dieuwertje de Jonge
Naomie Warndorff
Dennis van der Wijk
15.15 - 15-30
Pause
15-30 - 16.15
Room 445
Alumni Jazz, Classical, Pop:
Wilbert Bulsink – Composition - 2006
Dhr. W.G. van Raaijen Dhr. D. Fueter
Parallel
Gea Plantinga – Classical Clarinet - 2008
Alumnus klassiek
Dhr. H. Hämmerli
Dhr. B. McMaster
Daan Herweg – Piano Jazz - 2008
Franz von Chossy – Piano Jazz - 2006
Dhr. R. Streevelaar
Mw. J. Bakker
Kirsten Schneider – Voice Pop - 2008
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
Opbouw en samenhang programma (verticaal +
horizontaal)
Eindkwalificaties
Praktijkcomponent/ stage
Relatie beroepenveld
Studiebegeleiding
Instroom / aansluiting /propedeuse
Vrijstellingen
Toetsen en beoordelen
Onderwijsontwikkeling
Scholing
Informatievoorziening
Aansluiting vooropleiding / toelating
Toetsen en beoordelen
Studiebegeleiding (incl. buitenschoolse component /
stages)
Studeerbaarheid / studielast
Materiële voorzieningen
Praktijkcomponent
Afstuderen
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
Informatievoorziening
Aansluiting vooropleiding / toelating
Toetsen en beoordelen
Studiebegeleiding (incl. buitenschoolse component /
stages)
Studeerbaarheid / studielast
Materiële voorzieningen
Praktijkcomponent
Afstuderen
ƒ
ƒ
ƒ
Eindkwalificaties
Aansluiting op beroepspraktijk
Terugblik op facetten van de opleiding
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
15-30 - 16.15
Room 408
Alumni Music in Education:
Zoë Bailleux - 2004
Dhr. N. Smit
Dhr. L. Prick
Parallel
Arjen Bijlsma - 2001
Simone Damman - 2005
Mw. K. Nijs
Mw. M.S. Bijkerk
ƒ
ƒ
ƒ
Eindkwalificaties
Aansluiting op beroepspraktijk
Terugblik op facetten van de opleiding
Sigrun Jording - 2003
Maartje Stuulen - 2006
16.15 – 18.00
Visit lessons - separate schedule will be handed out
Verification documents – room 445
Audit panel
18.00 – 20.00
Diner / Internal consultation
Audit panel
20.00 – end
Visit Exam concerts – separate schedule will be handed
Audit panel
Concert halls
out
Wednesday 10 June 2009: all sessions in Room 445
Time
Conversation partner/ subjects
8.30 - 9.00
Preparatory consultation
9.00 – 9.45
Exam committee:
Auditors
Audit panel
Ruud van Dijk
David de Marez Oyens – Co-ordinator Ensembles Jazz
Department
Thérese de Goede – Co-ordinator Early Music
Jack Pisters
Adri Schreuder
Onderwerpen
Voorbespreking Audit panel
ƒ
Functioneren examencommissie
ƒ
Overgangsexamen
ƒ
Afstuderen
ƒ
Commissies bij Jazz/Klassiek/Pop/ODM
ƒ
Beoordelingscriteria /eindkwalificaties
ƒ
Terugkoppeling naar student
ƒ
Verslaglegging
Hans Verbugt
9.45 - 10.30
Teachers betrokken bij DOK (De Ondernemende
Kunstenaar) onderwijskunde, methodiek:
Lolke van Diggelen
Frits Heimans
Lydia Kennedy
Jack Pisters
Marieke Oremus
10.30 – 10.45
Pause
Audit panel
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
Ontwikkelingen in diverse werkvelden
Gemengde beroepspraktijk
Praktijkcomponent/ stage en afstuderen
Samenhang met andere onderdelen programma
10.45- 11.30
Teachers Theory classical, jazz/pop:
Michiel Schuijer - Theory
Audit panel
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
Plaats theorieonderwijs CvA
Theorie bij jazz /pop
Theorie bij klassiek
Samenhang /afstemming met andere onderdelen
programma
Audit panel
ƒ
Verification general and specific facilities
Audit panel
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
Sweelinck Academie, Junior Jazz College
In ontwikkeling: Young bachelor
Toelatingsprocedure en instroom
Aansluiting
Vrijstellingen / EVC
Audit panel
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
ƒ
Personeelsbeleid
Functioneren en beoordelen
Medewerkertevredenheid
Sollicitatieprocedure
Scholing
Job IJzerman – Co-ordinator Theory Classical Dept.
Willem Wander van Nieuwkerk – Theory and History
Barbara Bleij – Theory Jazz
Bram Strijbis – Co-ordinator Theory Jazz
Walther Stuhlmacher – Theory Jazz and Pop
11.30 – 13.00
Guided tour through the building:
Hans van Beers and
Marc de Graaf – Head of Facility Services
13.00 - 14.00
Lunch / Internal consultation
14.00 – 14.45
Young Talent:
Marjes Benoist – Co-ordinator Sweelinck Academy (Young
Talent)
Coosje Wijzenbeek – Violin – Sweelinck Academy
Gerhard Jeltes – Co-ordinator Junior Jazz College
Hans van Beers
Hans Verbugt
Ruud van Dijk
14.45 – 15.30
Executive Board en Co-ordinators:
Hans van Beers
Ruud van Dijk
Hans Verbugt
Jack Pisters
Adri Schreuder
15.30 -15.45
Pause / Internal consultation
15.45 – 16.00
Pending issues
Intern overleg, bepaling ‘pending issues’
16.00 – 17.30
Internal consultation
Audit panel
17.30 – 18.00
Feedback on the main subjects
Audit panel
Audit panel
BIJLAGE II: CURRICULA VITAE AUDITOREN EN
ONAFHANKELIJKHEIDSVERKLARING AUDITOREN
drs. W.G. van Raaijen
De heer Van Raaijen was jarenlang verbonden aan het Luzac College waar hij als rector actief
was. Hij was daar voorzitter van de landelijke examencommissie, lid van de commissie
voorbereiding Tweede Fase en voorzitter van de vakgroep Nederlands. Verder bekleedde Van
Raaijen een staffunctie als Manager Opleidingen & Trainingen bij Unique International, de
holding waaronder het Luzac College destijds als een van de werkmaatschappijen viel, en
werkte hij als consultant public search voor de Interlace Group. Voor deze organisatie was hij
werkzaam binnen de onderwijswereld, ministeries en gemeentes en bij organisaties die
opereren op het snijvlak tussen publiek en privaat zoals bijvoorbeeld onderzoeksinstellingen en
omroepen. Bij Hobéon houdt Van Raaijen zich bezig met organisatievraagstukken,
marktonderzoek, accreditatie in het hoger
(kunst-) onderwijs en certificering van ondermeer openbare bibliotheken en kunsteducatieve
instellingen. Van Raaijen is partner van de Hobéon Groep en eerste aanspreekpunt
voor Hobéon SKO, het bedrijf dat persoonscertificering in uiteenlopende beroepsgroepen
uitvoert.
R. Streevelaar
De heer R. Streevelaar is sinds 2008 directeur van het Nederlands Philharmonisch Orkest.
Daarvoor was van de SKVR Muziekschool te Rotterdam. Hij is de trekker van een reeks
succesvolle vernieuwende projecten, waaronder ‘Ieder kind een instrument’, een initiatief
waardoor actieve muziekbeoefening voor veel meer kinderen bereikbaar wordt. Met het
Rotterdams Philharmonisch Orkest en De Doelen startte hij een structurele samenwerking:
onder de noemer ‘De Rode Loper’ worden kinderen, jongeren en hun ouders enthousiast
gemaakt voor concerten, met als resultaat dat een nieuwe doelgroep de reguliere
programmering bezoekt.
Streevelaar heeft behalve zijn brede organisatorische ervaring in de muziekwereld ook een
muzikale achtergrond: hij was docent aan het Rotterdams Conservatorium (1996-2002) en is
nog steeds als klarinettist actief.
Prof. H. Hämmerli
De heer H. Hämmerli is sinds 1978 werkzaam als zelfstandig musicus. Hij speelde onder andere
met Franco Ambrosetti, Bennie Wallace, Mike Mossman, Bobby Watson, Charlie Mariano, Ernie
Wilkins, BennieBailey, Walter Bishop Jr. Albert Mangelsdorff, Pierre Favre, Art Lande, Lauren
Newton, Ed Neumeister en met alle toonaangevende musici uit de Zwitserse Jazzscène. De
heer Hämmerli staat bekend om zijn beheersing van het instrument en zijn moed om muzikale
risico’s te nemen. Sinds 1995 is de heer Hämmerli artistiek leider van de Jazzafdeling van het
Conservatorium van Luzern. Daarnaast zet hij zich in voor de verbetering van de beroepspositie
van jazzmusici in Zwitserland.
D. Fueter
De heer Fueter studeerde piano aan het conservatorium van Zürich. Sindsdien is hij werkzaam
als uitvoerend musicus. Hij schreef ca. honderd composities, onder andere chansons, liederen,
koorweken en stukken voor theater. Daarnaast schreef hij een opera en een operette op
libretto’s van Thonas Hürlimann, een kameropera en een Judas Passie. Sinds 1973 is de heer
Fueter ook werkzaam als muziekpedagoog. Van 1998 tot 2000 was de heer Fueter directeur
van het conservatorium van Winterthur Zürich, van 2001-2003 was hij directeur van de
afdeling muziek van de hogeschool voor muziek en theater Zürich en van 2003-2007 was hij
rector van dezelfde hogeschool. Daarnaast treedt hij op als liedbegeleider en als componist. Hij
is werkzaam als docent liedbegeleiding aan het conservatorium van Zürich en geeft daarnaast
masterclasses door heel Europa.
J. Huys
Johan Huys studeerde aan het Koninklijk Muziekconservatorium van Gent. Zijn belangstelling
voor zowel ‘oude’ muziek (vooral 17e en 18e eeuw) als hedendaagse (o.m. elektronische)
bracht met zich mee dat hij vanaf 1966 clavecinist werd van het Parnassus-ensemble dat een
decennium lang een belangrijke rol speelde op de Europese barokscène.
In 1969 behaalde hij aan het Koninklijk Muziekconservatorium van Brussel samen met leden
van het Parnassus-ensemble, het Hoger Diploma Kamermuziek met de grootste
onderscheiding. Tezelfdertijd was hij lid van het ensemble voor hedendaagse muziek
ENTEUXIS.
Hij gaf vanaf 1962 ook les aan verschillende muziekacademies en was assistent aan de Gentse
St. Baafs-Kathedraal. In 1970 werd hij benoemd als hoofdleraar klavecimbel aan het K.M.C. te
Gent. Hij verzorgde van dan af talrijke concerten als klavecinist en als organist in binnen- en
buitenland.
Van 1982 tot 1996 was Johan Huys directeur van het Gentse Conservatorium. Hij stichtte er
o.m. de afdeling Jazz en Lichte Muziek op. Van 1986 tot 1988 was hij tevens adviseur Schone
Kunsten van de toenmalige Vlaamse Gemeenschapsminister van Cultuur.
Momenteel is de gepensioneerde Johan Huys lid van de raad van bestuur van het Festival van
Vlaanderen Brugge en voorzitter van de Raad van Bestuur van het Orpheus-instituut dat
verantwoordelijk is voor de posthogeschoolvorming muziek in Vlaanderen.
N. Smit
Nico Smit studeerde, na het behalen van het onderwijzersdiploma, schoolmuziek aan het
Koninklijk Conservatorium. Al tijdens deze studie werd hij aangesteld als muziekdocent aan de
PABO en werkte hij als vakdocent muziek in het basis- en voortgezet onderwijs. In 1977 werd
hij in Den Haag aangesteld als hoofdvakdocent schoolmuziek, waarna hij al spoedig benoemd
werd tot coördinator van die afdeling. In 1995 werd hij hoofd van alle docentopleidingen en
trad hij toe tot het management van de school. Vanuit die functie initieerde hij nieuwe
opleidingen en studierichtingen, zoals de voortgezette opleiding theatermusicus,
muziekpedagogiek en jeugdopera. Hij was aan de Hogeschool van Beeldende Kunsten Muziek
en Dans benoemd als lector onderwijsvernieuwing. Het onderzoeksproject op het gebied van
instrumentaal muziekonderwijs aan zeer jonge kinderen (Pipo, Pivo en Pico) is van zijn hand.
Als schoolmusicus is hij bekend van vele publicaties, waaronder een complete methode voor
muziek in het basisonderwijs en een drietal liederenbundels. Hij was actief als kerkmusicus en
dirigeerde verschillende (kamer-)koren.
Dr. L.G.M. Prick
Leo G. M. Prick studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit van
Groningen en psychologie aan de Universiteit van Amsterdam.
Hij werkte van 1964 tot 1972 als leraar Nederlands in het voortgezet onderwijs en vervolgens,
in de periode 1972 – 1985, bij verschillende lerarenopleidingen als vakdidacticus Nederlands
en als onderwijskundige. In 1983 promoveerde hij op een onderzoek op het gebied van de
arbeids- en organisatiepsychologie.
Van 1986 - 2002 was hij directeur van het onderzoeks- en adviesbureau Intervu. In die functie
had hij de leiding over de onderzoeksactiviteiten en adviseerde hij het Ministerie van Onderwijs
en Wetenschappen, schoolbesturen en schooldirecties met name op het gebied van personele
zaken.
In een wekelijkse column voor NRC Handelsblad (1996 – 2008) bekritiseerde hij de
onbedwingbare drang van politici om het onderwijs altijd maar weer te “vernieuwen”, de
opkomst van een managementcultuur en de verslechterende positie van de leraar. Daarbij
werden ontwikkelingen in Nederland veelvuldig vergeleken met die in andere landen.
J.R. Bakker
Mevrouw Bakker is vierdejaars studente klassiek harp aan het Rotterdams Conservatorium.
Daarnaast volgde zij diverse cursussen jazzharp. Naast haar studie is zij onder andere
werkzaam als harpdocente en als docente oriëntatielessen bij verschillende muziekscholen en
als privé harpdocente. Ook is zij werkzaam als uitvoerend harpiste in verschillende ensembles.
Binnen de hogeschool is zij voorzitter van de Studentenraad van Codarts hogeschool voor de
kunsten te Rotterdam.
K. Nijs
Mevrouw Nijs is derdejaars studente docent muziek aan het Rotterdam Conservatorium. Voor
zij aan deze studie begon, heeft zij de basisopleiding Muziektechnologie aan de Hogeschool
voor de Kunsten Utrecht gedaan en een opleiding office management. Naast haar studie werkt
zij onder andere als zangdocente met privéleerlingen en bij het Jeugdtheater Hofplein. Binnen
haar opleiding is zij secretaris van de studentenraad van Codarts hogeschool voor de kunsten
te Rotterdam.
drs. M.S. Bijkerk
Mevrouw Bijkerk studeerde kunst- en cultuurwetenschappen aan de Erasmus Universiteit
Rotterdam, afstudeerrichting beleid en management. Daarnaast studeerde zij contrabas aan
het Rotterdams Conservatorium. Na het afronden van haar studies is zij een aantal jaren
werkzaam geweest binnen de culturele sector als o.a. docerend en uitvoerend musicus,
projectcoördinator en reisleider. Sinds enige tijd is zij voor Hobéon werkzaam op het gebied
van certificering van kunsteducatieve instellingen, accreditatie van hoger beroepsopleidingen
en persoonscertificering.
Download