geschiedenis

advertisement
o
w
v
2
S
I
N
E
D
CHIE ouw
GESor de onderb
vo
W
K
E
O
B
ERK
Geschiedenis voor de onderbouw
Werkboek 2 vwo
Auteurs
Dick Berents
Anneke Blankers
Pia Fruytier
Jessie Jongejans
Frank Kerstjens
Arthur Starreveld
Judith Tadema
Redactie
Eelco Beukers
Wieke Schrover
Didactisch advies
Prof. dr. Carla van Boxtel
www.memo-malmberg.nl
Derde druk
Malmberg, ’s-Hertogenbosch
Inhoud
Uitleg symbolen
3
Introductie
4
Project
4
Slavernij
Oriëntatie
75
Onderzoek
1
1 Miljoenen Afrikaanse slaven
De tijd van regenten en vorsten
Oriëntatie
9
Kern
1 Welvarend Amsterdam
11
2 Naar de Oost en de West
13
3 Uit de kunst!
15
4 Een bestuur zonder vorst
18
5 Vorsten in Europa
20
2 Creolen en Afro-Amerikanen
79
3 Het moeizame einde van de slavernij
Afsluiting
83
5
23
7 Michiel de Ruyter
26
8 Het Ottomaanse Rijk
28
2
De tijd van pruiken en revoluties
Oriëntatie
31
Kern
1 Frankrijk voor de Franse Revolutie
35
3 Revolutie in Frankrijk
38
4 Gevolgen van de Franse Revolutie
40
5 De Bataafse Revolutie
43
Kern
1 Nederland krijgt een eigen koning
93
2 Het revolutiejaar 1848
96
3 Arbeiders strijden voor gelijke rechten
6 Rousseau over de opvoeding
45
7 Catharina de Grote
48
8 Het Mogolrijk in India
50
101
5 Strijdbare vrouwen
Onderzoek
103
6 Pierre Cuypers en de katholieke emancipatie
105
7 Wilhelmina Drucker
108
8 Java in de negentiende eeuw
110
6
Imperialisme
Oriëntatie
53
Kern
Kern
1 Europa verovert de wereld
115
2 Oorzaken van het imperialisme
117
3 De verovering van Azië
119
4 De verovering van Afrika
122
5 Gevolgen van het imperialisme
124
6 Giuseppe Verdi, opera en nationalisme
127
7 Koningin Victoria
130
8 Japan
132
55
2 Werken in de fabriek
57
3 Leven in de industriesteden
59
4 De industrialisatie van Nederland
62
5 Arbeiders organiseren zich
65
Onderzoek
6 Charles Dickens en de industriële samenleving
67
7 Thomas Edison
70
8 De eenwording van Duitsland
72
Thema
7
Ziekte en genezing door de eeuwen
heen
Oriëntatie
135
Onderzoek
1 Oudheid en middeleeuwen
137
2 De vroegmoderne tijd
140
3 Op weg naar de moderne geneeskunde
144
Afsluiting
2
113
Onderzoek
De Industriële Revolutie
1 De eerste fabrieken
99
4 De schoolstrijd
Onderzoek
Oriëntatie
91
33
2 De Verlichting
3
87
Het Koninkrijk der Nederlanden
Oriëntatie
Onderzoek
6 Kunst aan het hof van Lodewijk XIV
76
147
Uitleg symbolen
Naast het Memo-handboek (HB) heb je dit Memo-werkboek (WB)
ontvangen. In het WB staan de vragen en opdrachten bij het HB.
Bovendien vind je in het WB bij elk hoofdstuk een planner,
waarin je bijhoudt wat je moet doen en wat je klaar hebt.
Hoe je met het HB en WB moet werken, staat in het HB (‘Aan de
slag met Memo’).
Symbolen
In het WB staan soms symbolen in de kantlijn. Die betekenen het
volgende:
e
Computervraag. Voor deze vraag ga je naar het ePack of je
zoekt het antwoord op het internet.
G
Groepsvraag. Deze vraag maak je samen met één of meer
andere leerlingen.
V
Vaardighedenvraag. In deze vraag oefen je een historische
vaardigheid. Achterin je HB vind je een uitleg van alle
vaardigheden. De historische vaardigheden worden ook
uitgelegd in het HB, onder het kopje ‘Historisch denken’.
We wensen je veel plezier met het maken van de vragen en
opdrachten in het WB.
de samenstellers
3
introductie
i
Van jagers en boeren naar …
De teksten en kaarten op deze bladzijden horen bij de eerste
G
vijf tijdvakken, net als de afbeeldingen en samenvattingen in het
HB.
1
Je gaat een schema invullen op bladzijde 6 van het WB.
Daarvoor lees je eerst de samenvattingen van de vijf eerste
tijdvakken op bladzijde 6-9 van het HB. Daarna bekijk je de
afbeeldingen in het HB en de kaarten in het WB. Ten slotte
lees je de schriftelijke bronnen die op deze bladzijde staan.
Zet in het schema:
– welke bronnen bij welk tijdvak horen. Leg per bron kort uit
waarom die bij het tijdvak hoort.
– in de laatste kolom bij welk onderdeel van de tijdbalk in
het HB de schriftelijke bron in het WB hoort. Hier zou je
bijvoorbeeld kunnen invullen ‘ontstaan en verspreiding
van de islam’.
Een Engelsman in Antwerpen
We hebben hier een vreselijke beweging gehad; alle kerken,
kapellen en godshuizen zijn aangetast; niets daarbinnen is
heel gelaten, maar alles is gebroken en vernield; en dat op
zo’n manier en door zo weinig lieden, dat het wonderlijk is
om te horen.
Gisterenavond om vijf uur begon het in de grote kerk. De
priesters wilden juist met een viering beginnen, toen er
enigen – eerst maar een troepje jongens – psalmen begonnen te zingen. Om zes uur verhieven zij zich en raakten zij in
beweging. Het beeld van Maria, dat vorige week nog was
rondgedragen, moest het als eerste ontgelden. Zij vernielden
het geheel, evenals haar kapel, en daarna verwoesten zij de
rest van de kerk.
bron B
Niet werken op zondag
In de Bijbel staat dat de zondag een rustdag is. Daarom
bepaal ik dat er op zondag geen herendiensten mogen
worden verricht. Ook mogen de mannen geen boerenarbeid
doen, zoals het verzorgen van de wijnstokken, het ploegen
van de akkers, het oogsten van het graan en het maaien van
hooi. Ook zullen zij niet in de tuin werken.
Voor de volgende herendiensten wordt een uitzondering
gemaakt: het vervoeren van voedsel en het vervoeren van
goederen voor het leger. Ook is het toegestaan het lijk van
een heer naar zijn graf te dragen.
bron C
Leven in de Sahara
Ziekte en honger
In die tijd heerste in Italië een besmettelijke ziekte. De ziekte
verspreidde zich het snelst in Rome, omdat die stad dichtbevolkt was en hier bovendien mensen kwamen van over de
hele wereld. De sterfte was groot, zowel onder de mensen als
onder de lastdieren. Daarom verhuisde keizer Commodus op
advies van zijn artsen naar Laurentum. Men dacht dat het
klimaat in Laurentum gezonder was, omdat het er koeler was
door de schaduw van de uitgestrekte laurierbossen. Men zei
ook dat de besmetting in Laurentum niet tot de ziekte leidde
door de welriekende geur van de laurierolie.
In dezelfde tijd was er hongersnood. De schuld daarvan kreeg
Cleander, een vriend van de keizer. Hij kocht met zijn kapitaal
een enorme voorraad graan op en liet dat in pakhuizen
opslaan. Hij deed dat om het volk achter zich te krijgen. Er was
immers door zijn opkoopactie voor de mensen nauwelijks iets
te eten. Als hij nu royaal graan zou uitdelen, zouden de
mensen van hem afhankelijk worden en hem steunen.
bron A
4
Een paar honderd jaar nadat ze waren begonnen planten te
verbouwen, gingen de boeren ook beesten temmen. De
eerste runderen zijn waarschijnlijk in Noord-Afrika getemd.
Ze waren vooral bedoeld voor moeilijke tijden, als er weinig
regen viel.
De runderen werden niet zozeer gehouden voor het vlees,
maar meer voor hun melk en bloed. Dat bloed tapten herders
van tijd tot tijd af. Daardoor konden ze het hele jaar in de
steeds droger wordende Sahara blijven.
bron D
Wassen en kaarden
Wol en laken werden vooral bewerkt door vrouwen: de
wasvrouwen (die de wol ontvetten), de kamsters, de spinsters, de nopsters (die oneffenheden uit het laken haalden)
en de kaardsters die de losse draadjes verwijderden). Toch
hadden deze vrouwen geen eigen gilde.
bron E
1
4
2
5
3
5
introductie
i
… ontdekkers en hervormers
schema
Tijdvak
Tijd van jagers en
boeren
Tijd van Grieken en
Romeinen
Tijd van monniken en
ridders
Tijd van steden en
staten
Tijd van ontdekkers
en hervormers
6
Afbeelding uit het HB
Kaartje uit het WB
Schriftelijke bron uit
het WB
Bijbehorende onderdeel
van de tijdbalk in het HB
2 Je kunt de geschiedenis op verschillenden manieren indelen.
b
Welke bestaansmiddelen zijn belangrijk in dat samen-
In deel 1 van Memo heb je al kennisgemaakt met perioden en
levingstype? Er zijn meerdere antwoorden goed.
tijdvakken.
●
nijverheid/ambachten
a
●
jagen
twee tijdvakken vallen precies samen met bepaalde perioden
●
handel
uit de geschiedenis?
●
landbouw
●
verzamelen
a
Noteer in het schema hieronder per tijdvak wat volgens
Gebruik de tijdbalk en de samenvattingen in het HB. Welke
4
jou de belangrijkste gebeurtenis, ontwikkeling of verandering
b
Welke twee tijdvakken vallen binnen de middeleeuwen?
was in dat tijdvak. Gebruik daarbij weer de samenvattingen en
de tijdbalk in het HB. Vul de antwoorden met potlood in. Maak
het eerste deel van deze opdracht alleen.
c
Welke periode begint met de tijd van ontdekkers en
b
G
Vergelijk jouw antwoorden met die van je buurman of
buurvrouw. Vul nu samen het schema opnieuw in met de
hervormers?
keuze die jullie samen hebben gemaakt. Je moet het dus eerst
3
Er is nog een andere manier van indelen van de geschiedenis,
eens zijn voordat je het definitieve antwoord met pen
namelijk die in samenlevingstypen. Daarbij let je vooral op het
opschrijft
voornaamste middel van bestaan in een periode.
a
Welk samenlevingstype ontstaat in de oudheid, verdwijnt
weer in Europa en komt terug in de middeleeuwen?
schema
Tijdvak
Belangrijkste ontwikkeling
Tijd van jagers en boeren
Tijd van Grieken en Romeinen
Tijd van monniken en ridders
Tijd van steden en staten
Tijd van ontdekkers en hervormers
7
3
De Industriële Revolutie
Planner
Oriëntatie
r
o
en
d
Te
m
tu
Da
aa
kl
e
or
Sc
Oriëntatie op de Industriële Revolutie
Kern
1
De eerste fabrieken
2
Werken in de fabriek
3
Leven in de industriesteden
4
De industrialisatie van Nederland
5
Arbeiders organiseren zich
e
Computerles kern
Onderzoek
6
Cultuur: Charles Dickens en de industriële samenleving
7
Historische personen: Thomas Edison
8
Wereldwijd: De eenwording van Duitsland
e
Computerles: onderzoek
Afsluiting
e
Computerles vaardigheden
e
Samenvatting
e
Oefentoets hoofdstuk 3
In deze planner kun je het werk voor dit hoofdstuk plannen.
Vul de planner in overleg met je docent in. Ga als volgt te
werk:
1 Zet een vinkje bij de onderdelen die je van je docent
moet doen. De Oriëntatie en Kern zijn verplicht. Met de
Computerles kern kun je alle kernstof nog eens oefenen.
2 In de kolom ‘Datum klaar’ kun je invullen wanneer je de
paragraaf af hebt of af moet hebben. Vergeet de samenvatters bij de kernparagrafen niet.
3 In de kolom ‘Score’ kun je de score voor de digitale
oefentoets per paragraaf of hoofdstuk invullen.
4 Als je een computerles of een samenvatting hebt gemaakt,
kun je ook in de kolom ‘Score’ je score invullen.
5 Als je klaar bent, kun je bij de Afsluiting invullen of je de
Samenvatting bij het hoofdstuk gaat maken. Je kunt ook
aangeven of je de Oefentoets bij het hoofdstuk gaat maken
en wat je score is.
Van je docent krijg je bij dit hoofdstuk ook nog tussentoetsen
en een eindtoets.
oriëntatie
HOOFDSTUK 3 De Industriële Revolutie
Oriëntatieopdrachten
1
Bekijk de tekening van Manchester in het HB. Hij laat het
5
’oude’ en het ’nieuwe’ Engeland zien.
a
anders uit dan de fabrieken van 250 jaar geleden. Noem drie
De voorgrond van de tekening laat het ‘oude’ Engeland
zien. Waaraan zie je dat?
b
Bekijk WB bron 2. De fabrieken van tegenwoordig zien er heel
zaken waaraan je kunt zien dat dit een moderne fabriek uit
onze tijd is.
De achtergrond laat het ‘nieuwe’ Engeland zien. Waaraan
zie je dat?
2 a
Welke nadelen van het ‘nieuwe Engeland’ kun je op deze
prent zien?
De tijd van burgers en stoommachines: de Industriële
Revolutie
6 In de tijd van burgers en stoommachines, de negentiende
eeuw, ontwikkelde zich een industriële samenleving.
b
a
Bedenk voordelen van het ‘nieuwe Engeland’.
Van welke middelen van bestaan leefde men in het vorige
tijdvak, de tijd van pruiken en revoluties?
c
Wat bedoelde Tocqueville met de opmerking ‘Uit dit vieze
3
b
Welk soort samenleving past bij het vorige tijdvak, de tijd
van pruiken en revoluties?
riool vloeit puur goud’?
Bekijk nogmaals de afbeelding in het HB. Wat is zo te zien een
belangrijke oorzaak voor de groei van Manchester? Eén
antwoord is juist.
A verbeteringen in de landbouw
B een snelle groei van de handel
C
de komst van industrie
D betere verbindingen
4
G
Maak deze opdracht in een groepje van drie of vier leerlin-
gen. Bekijk WB bron 1. Je ziet in het midden van de woordspin
het woord ‘industrie’ staan. Kijk naar de illustraties bij de eerste
vier paragrafen van dit hoofdstuk in het HB. Vul om de beurt een
woord in waaraan jullie denken bij het begrip industrie.
bron 2
Een moderne fabriek.
industrie
bron 1 Woordspin ‘industrie’.
53
oriëntatie
7
Bekijk de tijdbalk in het HB.
a
Zijn de arbeiders snel in actie gekomen voor hun belangen?
b
Bedenk op welke manieren de arbeiders hun toestand
8 Lees WB bron 3.
a
Waardoor werden er meer fabrieken gebouwd?
b
Waarom zijn de uitvindingen in de textielindustrie
konden verbeteren.
belangrijker dan de invoering van stoommachines?
Historisch denken
Oorzaken en gevolgen
9 a
Noem drie gevolgen van de groei van het aantal fabrieken.
b
Noem een gevolg op lange termijn van de opkomst van de
Bij het vak geschiedenis worden vaak waarom-vragen gesteld. Je
bent dan op zoek naar oorzaken. In Memo heb je al vaak van dat
soort vragen gehad.
Oorzaken zijn altijd eerder in de tijd. Bij een oorzaak moet je
kunnen uitleggen hoe het een tot het ander leidde. Vaak zijn er
meer oorzaken voor een gebeurtenis of ontwikkeling. Het begin
van de Industriële Revolutie heeft bijvoorbeeld meer oorzaken
(zie paragraaf 1). Als er meer oorzaken zijn, kun je de vraag stellen
of sommige oorzaken belangrijker zijn dan andere.
Gevolgen zijn altijd later in de tijd. Soms kun je een verschil
maken tussen gevolgen op de korte termijn (dingen die direct
merkbaar zijn) en gevolgen op de lange termijn (dingen die pas
na langere tijd merkbaar zijn).
industrie.
10 Oorzaken en gevolgen kun je vaak beter overzien en begrijpen
als je ze in een schema zet. In dat soort schema’s staan er
meestal pijlen tussen een oorzaak en een gebeurtenis, of
tussen een gebeurtenis en een gevolg.
a
Hieronder zie je een lijst van oorzaken en gevolgen van de
opkomst van de industrie voor de stad Manchester. Vul het
schema in. Zet industrie in Manchester in het midden. Zet de
oorzaken daarboven en de gevolgen eronder. Verbind de
onderdelen met pijlen.
industrie in Manchester • toegenomen vraag naar katoen •
slechte kwaliteit woningen • Manchester als marktplaats voor
De ontwikkeling van de industrie
De groei van het aantal fabrieken is veroorzaakt door drie
nieuwe productiemethoden.
1 De invoering van cokes, een bewerkte vorm van steenkool
(in plaats van houtskool) bij het smelten van ijzer. De
invoering was een heel langzaam proces, dat omstreeks
1709 begon.
2 Uitvindingen in de textielindustrie. Zo was in 1733 de
‘schietspoel’ uitgevonden, zodat wevers een hogere
productie konden halen. James Hargreaves vond in 1764
een snelle spinmachine uit. Hierdoor werd het mogelijk om
een groot aantal textielfabrieken te bouwen. De meeste van
die fabrieken werden aanvankelijk nog aangedreven met
waterkracht.
3 De invoering van stoommachines om apparaten aan te
drijven. Ook hier waren allerlei uitvindingen van belang.
Vooral de verbeteringen van de stoommachine door James
Watt tussen 1763 en 1775 maakten het mogelijk om ook
fabrieken te bouwen op plaatsen waar geen waterkracht
aanwezig was.
De Industriële Revolutie leidde tot de bouw van fabrieken en
groei van steden. In die steden woonden de arbeiders in
armoedige huizen. Ook de gezondheidssituatie was niet best.
Toen de arbeiders zich gingen organiseren, werd hun
toestand langzaam beter.
bron 3
54
Een proces van verandering.
katoen • gunstige ligging van de stad • de bouw van meer
woonhuizen • opstand tegen de slechte leefomstandigheden
b
Onderstreep de belangrijkste oorzaak.
c
Onderstreep één of twee gevolgen op de lange termijn.
schema bij vraag 10a
Oorzaken
Gevolgen
kern
1
HOOFDSTUK 3 De Industriële Revolutie
De eerste fabrieken
Ontdekken
Als je klaar bent, wissel je de blaadjes uit en probeer je de
argumenten van de ander verder aan te vullen. Let daarbij op
Thomas Duckworth en William Cobbett
wat je zelf eerst hebt geschreven en kijk wat je daartegen kunt
Laten we eens kijken naar het verhaal van Thomas Duckworth, die
inbrengen.
in 1826 op zestienjarige leeftijd meedeed aan het vernielen van
HB H3 §1 Leertekst
weefmachines. Je laat Thomas discussiëren met een journalist die
voorstander was van de komst van fabrieken.
1
Lees WB bron 1.
a
Verwerken
3
V
In de zestiende eeuw begon op het platteland een
verandering die bekend staat als de agrarische revolutie.
In 1810 konden machines tweehonderd keer sneller
spinnen dan mensen. Welk gevolg had dit voor de werkgele-
Rijke mensen kochten de gemeenschappelijke gronden in de
genheid onder de thuisspinners?
dorpen op en vestigden daar grote landbouwbedrijven. Zij
concurreerden tegen de kleine boeren en die werden zo arm,
dat ze hun boerderij moesten verkopen. Welke gevolgen had
dit voor het latere ontstaan van de industrie?
b
De soldaten in het verhaal van Thomas Duckworth bleken
veel minder hard op te treden dan de arbeiders dachten.
Bedenk hiervoor twee oorzaken.
4
Bekijk de cijfers in WB bron 3.
a
Hoe kun je aan de cijfers zien dat Engeland binnen
honderd jaar van een landbouw-stedelijke samenleving
2
G
Werk samen met een medeleerling. Ieder kiest een rol: die
veranderde in een industriële samenleving?
van Thomas Duckworth of die van William Cobbett. Stel je nu
eens voor dat Thomas Duckworth en William Cobbett elkaar
tegenkwamen: de protesterende werkman en de journalist. Ze
b
discussieerden over de vraag of machines wel of niet goed
in de landbouw dan in 1750?
Werkte er in 1851 een groter of een kleiner aantal mensen
waren. Schrijf op een apart blaadje zo veel mogelijk argumenten voor hun standpunt op. Gebruik daarvoor WB bron 1 en 2.
Lancashire, 25 april 1826
Die morgen trokken we eropuit om weefmachines stuk te
slaan. Toen we op de weg kwamen, zagen we soldaten te
paard op ons afkomen. We hielden halt. De soldaten reden
naar ons toe, hun getrokken zwaarden glinsterden in de
lucht. De menigte week uiteen om de soldaten door te laten.
Een aantal mensen wierp zijn stokken weg, anderen deden
dat niet. Toen de soldaten midden in de menigte waren,
riepen de officieren ‘Halt!’. Iedereen verwachtte dat de
soldaten een aanval gingen uitvoeren, maar de officieren
spraken de menigte toe en waarschuwden voor de gevolgen
als zij doorgingen met hun plan. Een aantal ouderen in de
menigte nam het woord. Zij zeiden: ‘Wat moeten wij doen?
Wij lijden honger. Moeten we doodhongeren?’ De soldaten
hadden hun proviandtas bij zich, en zij verdeelden hun brood
onder de menigte.
Toen gingen de soldaten weg en werd er opnieuw vergaderd.
Moesten de weefmachines stukgeslagen worden of niet?
bron 1 Het verhaal van Thomas Duckworth over de gebeurtenissen in 1826.
c
Uit de cijfers blijkt dat de bevolking in dezelfde periode
snel steeg. Wat maakte die snelle stijging mogelijk?
30 november 1826
Door machines kunnen mensen dingen doen die ze nooit met
hun eigen lichaamskracht zouden kunnen doen. Machines
zijn het resultaat van de geest van de mens en hun bestaan
onderscheidt de beschaafde mens van de wilde.
bron 2 Een fragment uit een brief aan de vernielers door de
journalist William Cobbett.
Bevolking
Bevolking Londen
Engeland en Wales
Leeft van de
landbouw
1750
6 miljoen
0,5 miljoen
65%
1851
21 miljoen
3 miljoen
25%
bron 3
Veranderingen.
55
kern
5
Zet de volgende begrippen in de juiste kolom:
achttiende eeuw kwamen er nieuwe weef- en spin
platteland • textiel • arbeiders • boeren • steden • machines
. Die konden ontwikkeld worden doordat er
• handwerk • massaproductie
Huisnijverheid
voldoende
was dankzij de
inkomsten uit
industrie
.
Nieuwe fabrieken hadden voldoende
,
omdat de bevolking snel groeide. In de fabrieken stonden
die weer andere machines in
beweging zetten. Een groot voordeel was dat er in Engeland
voldoende
was, die de brandstof
was voor de machines.
10 a
6 Bekijk HB bron 1. Coalbrookdale lag midden in een gebied met
De Industriële Revolutie is blijkbaar een heel andere
revolutie dan de Franse Revolutie. Het zijn allebei grote
steenkool en ijzererts. Leg uit waarom de fabrieken juist daar
veranderingen. Vergelijk de twee revoluties met elkaar.
werden gebouwd.
Franse Revolutie
Industriële Revolutie
Eerder of later?
Snel of langzaam?
Op welk gebied?
7
Bekijk HB bron 2. Het schilderij van Van Gogh is uit het jaar 1886
b
en is kenmerkend voor een belangrijk deel van de economie van
Bij een revolutie gaat het om grote veranderingen in een
korte tijd. Is het begrip Industriële Revolutie voor de periode
Nederland. Welke conclusie kun je daaruit trekken?
tussen 1760 en 1850 goed gekozen? Leg je antwoord uit.
A Er waren in Nederland toen nog geen textielfabrieken.
B De welvaart in Nederland was hoger dan in Engeland.
C
Nederland liep economisch achter op Engeland.
D In Nederland vond men huisnijverheid belangrijker.
8 Bekijk WB bron 4. Zet de letters op de goede plaats in de
tekening van de stoommachine.
A Stoomvat waarin van water stoom wordt gemaakt.
B Zuiger en cilinder: de stoomkracht drukt de zuiger omhoog
en omlaag.
C
Deel van de machine waar de op- en neergaande bewe-
11
e
Extra
12 Bekijk HB bron 4.
a
ging in een draaiende beweging wordt omgezet.
9 Deze vraag gaat over de omstandigheden in Engeland die
Je kunt op de site de oefentoets en samenvatting bij deze
paragraaf maken.
Hoe werden mensen en goederen voor de uitvinding van
de spoorwegen vervoerd?
gunstig waren voor de industrialisatie. Bekijk hiervoor ook HB
bron 3. Vul de juiste woorden in.
b
Er was in Engeland al eeuwenlang een belangrijke
voor het maken van wol en katoen. In de
Leg uit waarom goede verbindingen tijdens de Industriële
Revolutie steeds belangrijker werden.
c
Stel je voor: je bent een koopman die de opkomst van de
spoorwegen meemaakt. Je vertelt aan je kleindochter eerst
hoe het vroeger was en daarna wat de voordelen van de
spoorwegen zijn. Gebruik hiervoor ongeveer tien regels.
bron 4 De verbeterde stoommachine van James
Watt kon een op- en neergaande beweging omzetten
in een draaiende beweging. Nu was de stoommachine
geschikt om andere machines aan te drijven.
56
kern
2
HOOFDSTUK 3 De Industriële Revolutie
Werken in de fabriek
Ontdekken
b
De ouders stuurden deze kinderen niet naar school. Ben je
het daarmee eens? Licht je antwoord toe.
Hoe was het om als kind in een fabriek te werken?
Je gaat een aantal bronnen over kinderarbeid onderzoeken.
Daarna maak je een tijdbalk van een dag van een jongen of meisje
in een fabriek rond 1850. Je leeft je zo veel mogelijk in. Daarna
verplaats je je in de positie van de fabrieksdirecteur en de
ouders. Waarom was het zo moeilijk iets tegen kinderarbeid te
HB H3 §2 Leertekst
doen?
1
Bekijk en lees HB bron 5 en 6 en WB bron 5, 6, 7 en ‘Arbeids-
Verwerken
omstandigheden in de fabrieken’ in de leertekst. In WB bron 8
3
zie je een balk met de indeling van een dag van een jongen of
Bekijk HB bron 7. Het schip is een voorbeeld van modernisering,
maar ook niet helemaal. Licht dit toe.
meisje dat in een fabriek werkt.
– Kies eerst of je jongen of meisje bent. Naam:
;
leeftijd:
.
4
Bij het kapitalisme was de wet van vraag en aanbod heel
– Maak in WB bron 8 met behulp van de tekst en de bronnen
belangrijk. Streep de foute woorden en zinsdelen door.
een tijdbalk: opstaan, begin van het werk, pauzes, einde van
Als de vraag naar een product groter wordt, worden de prijzen
het werk, naar huis en slapen.
hoger • lager.
– Beschrijf op een apart blaadje je belevenissen van die
Als het aanbod van een product toeneemt, worden de prijzen
dag: het werk dat je moet doen, de opzichter, de pauzes, je
hoger • lager.
medearbeiders enzovoort. Gebruik circa 200 woorden.
Als er minder aanbod van arbeidskrachten is, worden de
2 a
lonen hoger • lager.
Stel dat je de directeur was van de fabriek uit vraag 1. Leg
uit dat je het moeilijk vindt de arbeidsomstandigheden van de
Als de vraag naar een product opeens daalt, worden de
kinderen in jouw fabriek te verbeteren.
prijzen hoger • lager.
Als het aanbod van arbeidskrachten groeit, worden de lonen
hoger • lager.
Als het aanbod van een product afneemt, wordt het duurder •
goedkoper.
Wie werkten in de katoenfabrieken?
5
a
In de vlasspinnerij in ‘Ontdekken’ in het HB was veel
Volwassen mannen
50 675
kinderarbeid. Hoeveel procent van de arbeiders in deze
Volwassen vrouwen
53 410
vlasspinnerij was onder de achttien? Je mag afronden.
Kinderen 13 tot 18 jaar
53 843
Kinderen onder 13 jaar
24 164
bron 5
De verdeling tussen mannen, vrouwen en kinderen
in de Engelse katoenindustrie. Cijfers uit een onderzoek in 1835.
Het parlement onderzoekt het werk in de fabrieken
Vraag: Hoe oud zijn de kinderen die werken?
Antwoord: Nooit jonger dan vijf jaar, maar in de wolfabrieken
worden wel kinderen van vijf of zes gebruikt. Ze gaan
’s ochtends tussen vijf en zes aan het werk; in de zomer
werken ze tot tien uur ’s avonds zo lang er licht is.
V: Hoe eten ze?
A: Ze krijgen ontbijt terwijl ze doorwerken, meestal pap
aangemaakt met water. Als ze een moment vrij hebben, eten
ze een beetje stroop.
bron 6
Rapport van de Commissie voor de Fabriekswet, 1832.
Riemslagen en de zweep
Ik was zeven toen ik op de fabriek van Bradley begon. De
werktijden waren van vijf uur ’s morgens tot acht uur
’s avonds, met een pauze van dertig minuten tussen de
middag om uit te rusten en te eten. We moesten onze
maaltijd gebruiken zoals het uitkwam, staande of anderszins.
Op mijn zevende werkte ik feitelijk 14½ uur. In deze fabriek
werkten vijftig kinderen van mijn leeftijd. Deze kinderen
waren vaak ziek en hadden een slechte gezondheid. Er waren
er altijd wel zes ziek wegens het overmatig zware werk. Met
riemslagen werden de kinderen aan het werk gehouden. De
belangrijkste taak van een opzichter was de kinderen met een
zweep af te tuigen.
bron 7 Een arbeider getuigt voor een onderzoekscommissie
van het Engelse parlement. Die onderzoeken waren tussen 1833
en 1855.
57
kern
b
Vergelijk dit cijfer met de cijfers in de katoenindustrie van
WB bron 5. Was de vlasspinnerij een uitzondering?
6 Bekijk HB bron 6. Leg met de foto uit dat juist kinderen voor
10
e
Je kunt op de site de oefentoets en samenvatting bij deze
paragraaf maken.
dit soort werk werden gebruikt.
Extra
7
Toen de kinderen niet meer in bedrijven mochten werken en
naar school moesten, maakten veel ouders bezwaar. Bedenk,
welk bezwaar ze hadden.
11 Lees WB bron 9. De kinderen die in de industrie moesten
werken, hadden het slecht. Maar hadden ze het slechter dan
in de landbouwmaatschappij van de achttiende eeuw? Geef
aan wat in de industrie hetzelfde was en wat er anders was.
8 In een klassensamenleving bestaan verschillende sociale
lagen. Combineer de beroepen met de juiste bevolkingslaag.
Je houdt één bevolkingslaag over.
A elite
1
textielwerker, boerenknecht
B hogere middenklasse
2
bankbediende, winkelier
C
3
advocaat, arts, professor
4
bankier, fabrikant
lagere middenklasse
D grootgrondbezitters
E
proletariaat
Juiste combinaties:
9 Door de industrialisatie was het in principe wat beter mogelijk
om omhoog te komen in de samenleving dan in de achttiende
eeuw. Leg dat uit. Gebruik de woorden standen en klassensamenleving.
Iedereen helpt mee
In de achttiende eeuw werkte iedereen mee op het land, ook
de kinderen. Soms werden zelfs kinderen van vier jaar
gebruikt in de huisindustrie, zoals blijkt uit een verslag van
Daniel Defoe, de schrijver van Robinson Crusoe: De vrouwen
en kinderen waren bezig met kaarden of spinnen; ze hadden
allemaal werk, van de jongste tot de oudste. Enkelen waren
nauwelijks vier jaar oud, maar zij werkten mee aan hun eigen
levensonderhoud. De moeders werkten ook thuis en konden
daar wel voor de kinderen zorgen. Toen de vrouwen later in
fabrieken gingen werken, stierven vele jonge kinderen door
verwaarlozing, naar men beweert.
Naar: P. Sauvain, British economic and social history 1700-1870.
bron 9
bron 8
00.00
58
Kinderarbeid in de negentiende eeuw.
Een dag uit het leven van …
24.00
kern
3
HOOFDSTUK 3 De Industriële Revolutie
Leven in de industriesteden
Ontdekken
– Verklarende vragen zoeken naar een verklaring voor een
verschijnsel of ontwikkeling. Ze beginnen meestal met
Onderzoek de leefomstandigheden in Londen
G
waarom, waardoor, om welke redenen of door welke oorza-
Bij deze opdracht ga je samen met je buurman of buurvrouw
ken. Een voorbeeld van zo’n vraag is: Door welke oorzaken
onderzoeken hoe het was om in de negentiende eeuw te leven in
was het mogelijk dat ongeveer 70% van de Joodse mensen in
een stad als Londen. Jullie gaan zelf de vragen formuleren die bij
zo’n onderzoek horen.
Nederland de Tweede Wereldoorlog niet overleefde?
– Waarderende vragen. Bij dat soort vragen wil je weten wat je
van iets vindt, bijvoorbeeld of het goed of slecht was, snel of
STAP 1: ORIËNTATIE OP HET ONDERWERP
langzaam, belangrijk of onbelangrijk. Zo’n vraag begint meestal
Het onderwerp van je onderzoek is de leefsituatie van de arbei-
met vind je of is de of was de. Bijvoorbeeld: Vind je dat iedere
dersbevolking in de negentiende eeuw in Londen.
1
In de volgende zinnen wordt een vergelijking gemaakt tussen
de tijd van pruiken en revoluties en de tijd van burgers en
Duitse soldaat medeschuldig was aan de Jodenvervolging?
2 Lees nog eens ’Ontdekken’ boven aan deze pagina. Welk
soort vraag zou je kiezen bij dit onderwerp?
stoommachines. Welke bewering is waar?
Beschrijvend • verklarend • waarderend, omdat
A De laagste bevolkingslagen kregen het in de tijd van
burgers en stoommachines snel beter.
B De meeste arbeiders moesten langer en harder werken
3
dan voorheen.
C
Formuleer nu zo nauwkeurig mogelijk een hoofdvraag bij het
onderwerp. Bedenk dat in de vraag moet staan wat je wilt
onderzoeken, wanneer dat was en waar dat was. Mijn
In de tijd van burgers en stoommachines profiteerden
hoofdvraag is:
grote groepen van een snelle stijging van de welvaart.
D In de tijd van burgers en stoommachines daalde het
percentage mensen dat in de landbouw werkte nauwelijks.
STAP 2: VRAAG FORMULEREN
Het stellen van de juiste vragen is een belangrijk onderdeel van
een onderzoek. De vraag bepaalt wat je gaat onderzoeken. Bij een
onderzoek werk je met hoofd- en deelvragen. In de hoofdvraag
staan altijd drie onderdelen:
– het onderwerp dat je gaat onderzoeken;
– wanneer dat was;
4
Als je de hoofdvraag hebt bedacht, moet je deelvragen
maken. Logische onderwerpen voor die vragen zijn: plaats in
de stad, woningen, leefomstandigheden in de buurt. Formuleer bij ieder onderwerp een deelvraag.
Deelvraag 1:
Deelvraag 2:
Deelvraag 3:
– waar dat was.
Samen moeten de deelvragen een antwoord geven op de
hoofdvraag. Er zijn verschillende soorten vragen die passen bij
verschillende onderzoeken:
– Beschrijvende vragen onderzoeken hoe iets verliep, hoe een
situatie was of welke kenmerken iets had. Het zijn meestal
vragen die beginnen met de woorden wat, hoe, welke, wanneer. Een voorbeeld van zo’n vraag is: Wat gebeurde er met de
Joodse mensen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog?
bron 10
Arbeiderswoningen in Londen
rond 1875. Achter ieder balkonnetje en
raampje woonde een (groot) gezin.
59
kern
STAP 3: PLANNEN
Overleg met elkaar of je de opdrachten samen maakt of ieder
1
apart. Als je ze apart maakt, moet je elkaars antwoorden controleren en verbeteren.
2
STAP 4: INFORMATIE VERZAMELEN
5
Bekijk de bronnen in het HB en WB. Zet in het schema of ze
wel of niet bruikbaar zijn in jullie onderzoek. Leg uit waarom.
STAP 5: INFORMATIE VERWERKEN
6 Welke bronnen zijn bruikbaar bij welke deelvraag?
3
8 Geef nu antwoord op de hoofdvraag van vraag 3.
Deelvraag 1:
Deelvraag 2:
Deelvraag 3:
STAP 6: VRAAG BEANTWOORDEN
7
We beginnen met de antwoorden op de deelvragen. Geef
samen een antwoord op de vragen die je hebt geformuleerd
bij vraag 4:
STAP 7: PRESENTEREN
Bepaal samen met je docent hoe je de resultaten presenteert.
HB H3 §3 Leertekst
bron 11 Woonruimte van een arbeidersgezin
in de negentiende eeuw.
schema bij vraag 5
60
Bron
Bruikbaar
HB 8
ja • nee
HB 9
ja • nee
HB 10
ja • nee
HB 11
ja • nee
WB 10
ja • nee
WB 11
ja • nee
WB 12
ja • nee
WB 13
ja • nee
Uitleg
bron 12 Een spotprent uit 1858 over de Theems. De Theems
stelt aan de stad Londen haar drie kinderen voor: cholera,
difterie en tuberculose.
HOOFDSTUK 3 De Industriële Revolutie
Verwerken
9 Lees ‘Ontdekken’ in het HB en bekijk HB bron 8.
a
Welk percentage van de bevolking van Liverpool behoorde
tot de arbeidersklasse?
b
13 Sommige rijken en de kerken deden aan liefdadigheid. In de
Nederlandse samenleving van onze tijd wordt op een andere
Welk percentage van de arbeidersklasse woonde in
manier voor de armen gezorgd. Wat zijn de belangrijkste
kelders of achterhuisjes?
10 a
verschillen met de negentiende eeuw?
Bekijk HB bron 10. Noteer ten minste drie voorbeelden van
slechte leefomstandigheden die zichtbaar zijn op deze tekening.
14 Bekijk HB bron 11. Schrijf voor deze foto een ander bijschrift.
Gebruik daarin het woord ‘overheid’ en leg uit waarom deze
foto bij het eind van de negentiende eeuw past.
b
Leg uit dat de deze slechte leefomstandigheden deels
samenhangen met de snelle urbanisatie in deze tijd.
15
e
Je kunt op de site de oefentoets en samenvatting bij deze
paragraaf maken.
Extra
11
In de oriëntatie op het hoofdstuk heb je uitleg gekregen over
V
16
G
Lees WB bron 14 en 15. Uit de tekst van Macaulay kunnen
gevolgen op de korte en de lange termijn. Bedenk een voorbeeld
we een stelling afleiden: Rond 1830 heeft de bevolking het
van een gevolg van de leefomstandigheden van het proletariaat
door de Industriële Revolutie beter gekregen. John Stuart Mill
op de korte termijn en een gevolg op de lange termijn.
zou het met die stelling niet eens zijn geweest.
Korte termijn:
Verzamel argumenten vóór en tegen de stelling; noteer ze op
een apart blaadje. Voer daarna een discussie met elkaar
Lange termijn
volgens het stappenplan achter in het HB.
12 Bekijk WB bron 12 en lees WB bron 13.
a
Welke oorzaak voor het ontstaan van epidemieën geeft WB
Een langer leven
bron 12?
b
Leg uit dat de slechte leefomstandigheden een grote rol
speelden bij het uitbreken van cholera en tuberculose.
Besmettelijke ziekten
Cholera is een besmettelijke ziekte die diarree en heftig
overgeven veroorzaakt. Cholera wordt overgedragen via
besmet drinkwater, voedsel of direct contact met een zieke.
Tuberculose is een besmettelijke infectieziekte die de longen
aantast. De bacterie die de ziekte veroorzaakt, komt vrij bij
hoesten en niezen. De kans op besmetting is het grootst in
slecht geventileerde, kleine en donkere ruimtes.
Difterie lijkt op tuberculose en is ook een infectieziekte die
wordt veroorzaakt door een bacterie. Difterie tast de keel en
luchtwegen aan en kan tot verstikking leiden. De bacterie
wordt overgebracht via hoesten.
bron 13
eeuw.
Deze ziekten kwamen veel voor in de negentiende
We kunnen vaststellen dat de mensen langer leven omdat ze
beter te eten krijgen, beter wonen, betere kleren hebben en
bij ziekte beter worden verzorgd; en dat deze verbeteringen
te danken zijn aan de toename van de welvaart die het
fabriekssysteem heeft gebracht.
Thomas Macaulay in de Edinburgh Review (1830).
bron 14 Een voorstander van het fabriekssysteem schreef
in 1830 het bovenstaande in een Schotse krant.
Gevangenschap
Dankzij de mechanische uitvindingen leidt een groot deel van
het volk een eentonig bestaan van hard werken en gevangenschap. Deze vindingen hebben het leven van de middenklasse comfortabeler gemaakt. Maar ze hebben niet die grote
veranderingen in het menselijk lot gebracht die ze ooit
beloofden te brengen.
John Stuart Mill, Principles of political economy (1848).
bron 15
Een tegenstander van de fabrieken aan het woord.
61
kern
4
De industrialisatie van Nederland
Ontdekken
Oorzaken
Beslis over de industrialisatie van Nederland
In de negentiende eeuw bracht een Duitse schrijver een
G
bezoek aan Nederland. Hij merkte op dat als het fout liep met
Europa, je het best naar Nederland kon gaan: daar gebeurde alles
vijftig jaar later.
Op dat moment had hij gelijk. In vergelijking met andere landen
was Nederland een achtergebleven gebied. Dat betrof vooral de
b
Aan welke oorzaak zou je misschien als minister iets
economie. Waar in heel West-Europa de fabrieksschoorstenen
kunnen doen? Licht je antwoord tpe.
rookten en de steden snel groeiden, leek Nederland stil te staan.
Stel dat je in 1860 in Nederland als minister in de regering zit en
je moet de industrialisatie stimuleren. Aan welke drie zaken zou
3
je speciaal aandacht schenken? Maak deze opdracht met je
Gebruik de leertekst, HB bron 12-15 en WB bron 17-20. In
buurman of buurvrouw.
paragraaf 1 hebben we een aantal voorwaarden gezien die
1
Bekijk WB bron 16. Voor het ontstaan van industrie in een
ervaring met het maken van een product, de aanwezigheid
bepaald gebied zijn een paar dingen noodzakelijk. Die noem
van arbeidskrachten, het voorhanden zijn van geld om
je voorwaarden. Welke voorwaarden voor industrialisatie kun
machines en gebouwen te kopen, de aanwezigheid van
nodig zijn voor het ontstaan van industrie. Dat waren de
je in het kaartje van België ontdekken? Kruis de juiste zinnen
grondstoffen en een afzetgebied. Daaraan kunnen we nu nog
aan.
toevoegen: een infrastructuur om die elementen op de juiste
●
de nabijheid van een energiebron als steenkool
plaats te brengen. Je gaat nu een paar vragen daarover
●
een goede verbinding met een zeehaven
beantwoorden. Schrijf waar mogelijk achter een deelantwoord
●
de aanwezigheid van spoorwegen
tussen haakjes het nummer van de bron die ermee te maken
●
de verbouw van katoen op plantages
heeft.
2 Lees in het HB ‘Nederland loopt achter’.
a
a
Vul het schema in. Noteer de oorzaken van de achterstand
Hoe was het omstreeks 1860 in Nederland gesteld met de
ervaring met het maken van producten?
van Nederland op de rest van Europa.
Br u g g e
A n t w er p en
M ech el en
G en t
B r u s s el
183 5
O o ste nde
Leu v en
Ma a st r ic h t
Ak e n
Lu i k
N am en
B er g en
Ch ar l er oi
Cou v i n
Ve r v ie r s
bron 16
Industrie en verbindingen
in België rond 1850.
steenkoolgebied
spoorweg
haven
0
50 km
katoen
metaal
62
HOOFDSTUK 3 De Industriële Revolutie
b
Verwerken
Hoe was het gesteld met de arbeidskrachten?
5
c
Vul met behulp van de leertekst het schema op pagina 64 over
de industrialisatie van Nederland in. In het schema komen
Was er geld voor machines en gebouwen?
oorzaken en gevolgen van die industrialisatie te staan.
6 a
Leg met behulp van WB bron 20 uit dat de afscheiding van
België in 1839 een grote klap was voor de modernisering van
d
Hoe was het gesteld met de grondstoffen?
e
Hoe was het gesteld met de afzetgebieden?
f
Hoe was het met de infrastructuur?
de economie van Nederland.
b
Leg met behulp van de kaart van WB bron 16 uit waarom
juist daar al vroeg industrie kwam.
7
Bekijk WB bron 17. Hoe kun je aan de cijfers zien dat de
industrialisering van Nederland tussen 1860 en 1880 goed op
gang kwam?
4
Als je in de negentiende eeuw minister was, aan welke drie
zaken zou je dan extra aandacht en geld geven? Leg bij iedere
maatregel uit, waarom je deze hebt gekozen.
8 a
Leg met behulp van HB bron 12 uit waarom de meeste
zware industrie juist in het westen van Nederland kwam.
HB H3 §4 Leertekst
Profijt van Nederlands-Indië
1850
1860
1870
1880
Paardenmolens
1930
1710
910
570
Windmolens
3050
3400
3120
1790
Watermolens
470
500
250
160
Stoommachines
292
820
2740
3930
bron 17
Aantal krachtwerktuigen in industrie en nijverheid
in Nederland.
Nederlands-Indië was een deel van Nederland. Het eilandenrijk was een interessant gebied voor de Nederlandse ondernemer. Hij kon er bijvoorbeeld grondstoffen vandaan halen.
Van de totale uitvoer aan machines ging twee derde naar de
kolonie. Tussen 1866 en 1900 voerde Nederland voor in totaal
ruim 80 miljoen gulden aan katoenen stoffen uit. Het grootste
deel daarvan, ruim 63 miljoen gulden, werd naar NederlandsIndië geëxporteerd.
bron 19
Jaar
Nederland
België
1800
1900
1800
meer dan 100 000 inwoners
1
4
1830
38
319
50 000-100 000 inwoners
1
4
1840
152
1044
20 000-50 000 inwoners
3
12
1850
292
2013
Steden met
bron 18 Gegevens over de verstedelijking van Nederland in
de negentiende eeuw.
1
67
bron 20
Aantallen stoommachines in België en Nederland
in de industrie.
63
kern
b
Leg ook uit waarom het logisch was dat veel spoor- en
waterwegen in de richting van het oosten werden aangelegd.
Extra
13 Door het samenvoegen van bedrijven (fusie) en het opkopen
van kleinere bedrijven ontstaan grotere ondernemingen. Dat
was meestal in het voordeel van de ondernemers. Er konden
c
Leg uit dat de haven van Rotterdam profiteerde van deze
ontwikkeling.
bijvoorbeeld grotere machines aangeschaft worden, het
bedrijf kon meer producten verkopen en het fabriceren van
die producten kostte minder. De winst voor de aandeelhouders en het salaris van de directeuren werden hoger. En
misschien kon een bedrijf wel een groot deel van de markt in
9 Leg uit hoe de Nederlandsche Handel-Maatschappij gunstig
was voor het ontwikkelen van de Nederlandse industrie.
handen krijgen.
Maar was de groei van de bedrijven ook goed voor de
samenleving als geheel? Werden andere betrokkenen, zoals
de arbeiders en de consumenten, ook beter van grotere
bedrijven?
Bereid een discussie voor over de stelling Het samengaan van
bedrijven tot grotere concerns is goed voor de samenleving.
10 Veredelen is het opwerken van een agrarisch product tot een
ander product met meer waarde.
Bekijk HB bron 14. Gaat het hier om zware industrie of om een
veredelingsbedrijf? Licht je antwoord toe.
a
Verzamel op een apart blaadje argumenten vóór en tegen
de stelling en noteer ze kort.
b
Jullie gaan nu over deze stelling discussiëren. Overleg met
je docent op welke manier je dat gaat doen. Kijk ook achter in
het HB bij het stappenplan voor discussie voeren hoe je het
moet doen.
11 Leg uit dat Shell kon ontstaan doordat Nederland de kolonie
Nederlands-Indië bezat.
12
e
Je kunt op de site de oefentoets en samenvatting bij deze
paragraaf maken.
schema bij vraag 5: oorzaken en gevolgen van industrialisatie
Oorzaken
Gevolgen
Industrialisatie
van Nederland
64
kern
5
HOOFDSTUK 3 De Industriële Revolutie
Arbeiders organiseren zich
Ontdekken
Regeringsonderzoeken onder de loep
G
In de loop van de negentiende eeuw werd er steeds meer
schema bij vraag 1
Bron
Wantoestand
HB bron 16
bekend over de vaak beroerde werkomstandigheden in fabrieken en
mijnen. In Engeland en Nederland stelde het parlement commissies
in die de toestanden in fabrieken en mijnen onderzochten. Welke
(wan)toestanden zij tegenkwamen, ga jij onderzoeken. Werk samen
met je buurvrouw of buurman. Het zijn natuurlijk maar enkele
voorbeelden, maar ze maken wel duidelijk wat de problemen waren.
1
Lees de bronnen HB 16 en WB 21 en 22.
Beschrijf in het schema hiernaast per bron welke wantoestanden je tegenkomt in de verslagen.
2 a
Petrus Regout liet weliswaar heel jonge kinderen in zijn
fabriek werken, maar tegelijk heeft hij als lid van de Eerste
Kamer zijn best gedaan kinderarbeid onder twaalf jaar in
WB bron 21
fabrieken te verbieden. Waarom zijn die twee standpunten
voor hem niet met elkaar in tegenspraak?
b
Wat zou een ondernemer die niet voor kinderarbeid is, wél
WB bron 22
kunnen doen als er geen wettelijke maatregelen bestaan?
HB H3 §5 Leertekst
Verwerking
3
Lees WB bron 23. Vertel in eigen woorden, wat Ter Haar te
zeggen heeft.
Respect voor de weduwe
Hoezo pensioen?
Vraag: Gij zult ze toch niet laten werken tot ze er bij dood
neervallen?
P. Regout jr.: Pensioneren doen wij ze niet.
V: Wanneer gij ze niet meer gebruiken kunt, gaan zij heen en
doet gij niets meer aan hen.
P.R. jr.: Jazeker.
bron 21
De Maastrichtse fabriekseigenaar P. Regout jr. over
zijn werknemers tijdens het verhoor van de onderzoekscommissie (1886-1887).
Vraag: Als er een ongeluk gebeurt, kijkt de baas of de patroon
daar dan naar om?
Antwoord: Dat is uitzondering, geen regel. Ik heb het zelf
bijgewoond op de Koninklijke Fabriek van Stoom- en Andere
Werktuigen van Van der Made, dat er een ongeluk gebeurde
waarop onmiddellijk de dood volgde. Het ongeluk gebeurde
kwart voor drie en de weduwvrouw kreeg betaald tot drie uur.
V: En hoe gaat het met werklieden die oud worden? Wordt er
dan iets voor hen gedaan?
A: Niets.
bron 22
Een arbeider getuigt tijdens het regeringsonderzoek van 1886-1887.
65
kern
4
Streep de foute antwoorden door. Een vakbond:
– is een vereniging van werkgevers • werknemers.
bestaat uit mensen met verschillende beroepen • hetzelfde
5
8 Bekijk HB bron 19. Leg aan de hand van twee aanwijzingen uit
beroep uit één fabriek • één stad • het hele land.
dat dit een affiche is van een politieke partij die voor arbei-
– zet zich in voor betere arbeidsomstandigheden •
ders opkomt.
leefomstandigheden voor arbeiders.
1
Bekijk HB bron 18. Leg aan de hand van twee aanwijzingen uit
2
dat dit affiche past bij de arbeidersbeweging.
1
9 Bedenk ten minste vier eisen van een politieke partij die
opkwam voor de arbeiders. Drie van die eisen moeten te
2
maken hebben met de werkomstandigheden; de vierde eis
6 a
moet een eis zijn op politiek gebied. Gebruik bij je antwoord
Regeringen wilden het stakingsrecht niet geven, omdat
daardoor de vrijheid van de ondernemer in gevaar kwam. De
ook de toestanden die je bij vraag 1 bent tegengekomen.
arbeiders probeerden namelijk om de ondernemer tot iets te
1
dwingen. Wat kun je tegen deze redenering inbrengen?
2
3
4
10
b
Ondernemers maakten bij een staking vaak gebruik van
uitsluiting en namen dan andere arbeiders aan. Wat konden
arbeiders daartegen doen?
e
Je kunt op de site de oefentoets en samenvatting bij deze
paragraaf maken.
Extra
11 Lees WB bron 25. Je bent een agent van politie en je bent in
7
Lees WB bron 24. Leg uit dat scheepstimmerlieden meer kans
hadden dat hun eisen werden ingewilligd dan bijvoorbeeld
laders en lossers van schepen.
vermomming in het café geweest. Je komt zelf uit de arbeidersklasse, maar je vertegenwoordigt het gezag. Schrijf op
een apart blaadje op wat je van de stakers hebt gehoord en
wat je er zelf van vindt. Gebruik ongeveer 200 woorden.
De eerste staking
Pelsjas
Komt mij thans op ’s Heeren wegen
Soms een arme stumperd tegen
Tandenklapp’rend van de kou
Wee mij, zoo ik niets aan de armen,
Om zich ook den rug te warmen,
Licht bewogen tot erbarmen,
Met dien pels aan, geven zou!
bron 23
Gedicht van dominee B. ter Haar omstreeks 1850.
Staken?
Op dinsdagavond vond in het lokaal Vliedzorg bij de Muiderpoort een vergadering plaats. Alleen werklieden waren
toegelaten.
De scheepstimmerlieden wilden het werk neerleggen.
Zij besloten om te staken voor:
• 10 cent meer loon per dag (ze verdienden 1,00 gulden
per dag);
• een kortere werkdag (ze werkten van 6 uur ’s morgens tot
6 uur ’s avonds).
bron 24
66
Uit het Algemeen Handelsblad van 26 april 1869.
De eerste werkstaking in ons land was die van de Amsterdamse scheepstimmerlieden in april 1869. De werklieden
vroegen een loonsverhoging van 20 cent per dag en wilden
dat er een einde zou komen aan de voortdurende overschrijding van de officiële werktijd van twaalf uur per dag.
Een stakingskas was er niet; de vakvereniging schijnt
trouwens pas naar aanleiding van de staking te zijn ontstaan.
De werklieden op de fabriek van Paul van Vlissingen gaven,
ondanks het verbod van hun baas, wekelijks 10 cent voor de
stakers; ook van de werklieden op de metaalfabriek De Atlas
kwamen bijdragen.
De overheid greep hier niet in, wat opvallend was, omdat het
stakingsverbod toen nog van kracht was. Wel volgde de politie
de loop van de gebeurtenissen met angstige achterdochtigheid. Agenten in burgerkleding bezochten het café aan de
Langen Niezel, dat het hoofdkwartier van de stakers was; zij
deden zich daarbij als werkman voor en hoorden de kastelein
uit. Zij haalden de kastelein over goed te luisteren en kregen
dan ook al spoedig de opzienbarende mededeling dat de
voorzitter van de vergadering een roodachtige baard droeg.
Naar: I.J. Brugmans, De arbeidende klasse in Nederland in de 19e eeuw,
1813-1870.
bron 25
onderzoek cultuur
HOOFDSTUK
HOOFDSTUK
2 De tijd31 van
Detijd
Grieken
Industriële
en Romeinen
Revolutie
HOOFDSTUK
de
van jagers
en boeren
HISTORISCHE PERSONEN
6
Charles Dickens en de industriële samenleving
Charles Dickens was een romanschrijver in de tijd van de
STAP 4: INFORMATIE VERZAMELEN
Industriële Revolutie. In deze paragraaf ga je onderzoeken wat
3
We inventariseren eerst welke informatie je kunt gebruiken bij
Dickens in zijn boek Moeilijke tijden wilde zeggen over de
de afzonderlijke deelvragen. Lees of bekijk daarvoor de
industriële samenleving in negentiende-eeuws Engeland.
introtekst in het HB en alle bronnen in het HB en het WB.
Vervolgens vul je hieronder achter de deelvragen in welke
teksten en bronnen je bij de beantwoording kunt gebruiken.
STAP 1: ORIËNTATIE OP HET ONDERWERP
1
Wat weet je zelf al van de arbeidsomstandigheden in Enge-
Deelvraag
land in de negentiende eeuw? Kruis de juiste zinnen aan.
1 Wie was Charles Dickens?
●
De arbeiders werkten onder onveilige omstandigheden,
want ze kregen geen behoorlijk loon.
●
Er was een groot aanbod van arbeidskrachten doordat er
veel arbeiders van het platteland kwamen.
●
Er werd alleen gezorgd voor de zwaksten in de samenleving, zoals armen, zieken en bejaarden.
●
Teksten en bronnen
De staat deed weinig of niets, dus de armen, zieken en
2 Wat zegt Moeilijke tijden over
de toestand van de arbeidersklasse?
3 Wat zegt Moeilijke tijden over
het onderwijs?
bejaarden waren afhankelijk van particuliere liefdadigheid.
●
STAP 5: INFORMATIE VERWERKEN
Vakbonden en politieke partijen kwamen op voor de
werkgevers.
Deelvraag 1: Wie was Charles Dickens?
4
STAP 2: VRAAG FORMULEREN
samenleving in Engeland in de negentiende eeuw?
c
Er zijn drie deelvragen:
In welke klasse kwam hij terecht toen hij in een fabriek
moest werken?
1
Wie was Charles Dickens?
2
Wat zegt Moeilijke tijden over de toestand van de arbeiders-
d
klasse?
5
STAP 3: PLANNEN
Maak deze opdracht samen met een klasgenoot. Eén
In welke klasse kwam hij terecht toen hij veel succes had
als schrijver?
Wat zegt Moeilijke tijden over het onderwijs?
G
Tijdens zijn leven maakte Dickens deel uit van verschil-
toen hij nog een klein kind was?
Dickens in zijn boek Moeilijke tijden zeggen over de industriële
2
Wanneer leefde hij?
b
lende maatschappelijke klassen. Bij welke klasse hoorde hij
Je gaat de volgende onderzoeksvraag beantwoorden: Wat wilde
3
a
Bekijk HB bron 5 en WB bron 4.
a
Welke boeken vindt de maker van WB bron 4 belangrijk?
b
Waaruit blijkt dat het publiek nog altijd waardering heeft
leerling beantwoordt deelvraag 1 en 3, de ander deelvraag 2.
Verdeel de deelvragen en vul in het schema in wie welke
deelvraag gaat beantwoorden.
Naam
Deelvraag
voor de boeken van Dickens?
1 Wie was Charles Dickens?
2 Wat zegt Moeilijke tijden
over de toestand van de
arbeidersklasse?
3 Wat zegt Moeilijke tijden
Deelvraag 2: Wat zegt Moeilijke tijden over de toestand
van de arbeidersklasse?
6 Lees WB bron 1.
a
Welke gevolgen hebben de fabriek en de machines
volgens deze bron voor het leefmilieu in de stad?
over het onderwijs?
67
onderzoek cultuur
kern
b
Welk gevolg heeft het werken in de fabriek volgens deze
bron voor het leven van de mensen?
Deelvraag 3: Wat zegt Moeilijke tijden over het onderwijs?
10 Lees HB bron 2.
a
Streep de foute antwoorden door. De les van meneer
M’Choakumchild gaat over geschiedenis • economie •
aardrijkskunde • wiskunde.
b
7
Lees WB bron 2 en 3. Kruis de juiste zinnen aan.
●
●
De fabrikant Josiah Bounderby noemt het werk van de arbei-
A Dat geld alleen niet gelukkig maakt.
ders erg prettig en het wordt volgens hem goed betaald.
B Dat een volk pas welvarend is als het vijftig miljoen pond
Arbeiders wilden in de negentiende eeuw echt vooral
schildpadsoep eten met een gouden lepel.
●
●
bezit.
C
De arbeiders willen volgens Bounderby een luxe leven
leiden.
●
Wat probeert meneer M’Choakumchild de leerlingen
duidelijk te maken?
Dat de welvaart van een land is af te meten aan het totale
bezit.
D Dat in een stad met een miljoen inwoners maar 25 mensen
Stephen Blackpool beweert dat de arbeiders tot hun dood
van de honger hoeven om te komen.
moeten werken.
c
Blackpool vindt de verdeling van de welvaart rechtvaardig.
M’Choakumchild eens is.
Leg uit waarom Sissy het niet met meneer
8 Bekijk HB bron 4, het sterfbed van Stephen Blackpool. Hoe
probeert Dickens aan te geven dat de arbeiders zielig zijn?
9 De werkgevers (zoals Josiah Bounderby) en de werknemers
(zoals Stephen Blackpool) hadden verschillende opvattingen
over wat rechtvaardig is. Welke keuze maakte Dickens? Licht
d
je antwoord toe.
M’Choakumchild? Licht je antwoord toe.
Met wie was Dickens het eens, met Sissy of met meneer
Coketown
Het was een stad van machines en hoge schoorstenen,
waaruit steeds weer opnieuw eindeloze rookslangen
opstegen die nooit uit de knoop kwamen. Er liep een zwarte
gracht door de stad en een rivier met water dat paars zag
door een stinkende kleurstof. Er waren gigantische gebouwen
met veel ramen waaruit de hele dag een geratel en gestamp
klonk en waar de zuigers van de stoommachines eentonig op
en neer gingen zoals het hoofd van een sombere, krankzinnige olifant. De stad had veel straten, die precies op elkaar
leken, en veel smalle stegen, die nog meer op elkaar leken en
die bewoond werden door mensen die óók allemaal op elkaar
leken. Ze gingen allemaal op hetzelfde uur de deur uit met
hetzelfde geluid van hun voetstappen op dezelfde straatstenen om hetzelfde werk te gaan doen. Voor hen was iedere
dag dezelfde als die van gisteren en van morgen en ieder jaar
hetzelfde als het vorige en het volgende jaar.
U hebt natuurlijk al allerlei verhalen gehoord over het werk in
onze fabrieken ... ja, dat dacht ik al. Prachtig. Ik zal u zeggen
hoe ik daarover denk. Het is het prettigste werk dat er bestaat
en het makkelijkste en het best betaalde. Meer nog: alleen
als we Turkse tapijten op de vloer zouden leggen, zouden we
het nog meer tot een paradijs op aarde kunnen maken. En dat
gaan we beslist niet doen.
Nu over onze arbeiders. Er is hier in de stad geen enkele
arbeider, geen man, vrouw of kind zonder een doel. En dat
doel is bij iedereen hetzelfde: schildpadsoep en wildbraad
eten en het met een gouden lepel naar binnen werken. Maar
wat mij betreft zullen ze het nooit krijgen. Geen van allen!
Nooit! En nu weet u hoe het hier is.
Uit: Charles Dickens, Moeilijke tijden.
Uit: Charles Dickens, Moeilijke tijden.
bron 1
68
Dickens beschrijft de stad Coketown.
Gouden lepels
bron 2
De mening van de ondernemer Josiah Bounderby.
HOOFDSTUK 3 De Industriële Revolutie
e
Wat wilde Dickens zeggen over het Britse onderwijs? Kruis
twee antwoorden aan.
●
Tot slot
12 Als Dickens nu zou leven, waar zou hij dan over schrijven?
De docenten hadden weinig verstand van zaken, met
name in het rekenonderwijs.
13 Dickens vertelde wat hij niet goed vond aan de maatschappij
●
Het onderwijs koos de kant van de rijken, die niets wilden
doen aan een eerlijke verdeling van de welvaart.
via zijn romans. Leg uit dat romans in de negentiende eeuw
●
Het onderwijs toonde niet veel gevoel voor het leed van
erg geschikt waren voor dat doel.
individuele mensen.
●
●
Het onderwijs was vaak veel te moeilijk voor de leerlingen.
De docenten konden niet goed uitleggen waarom nationale welvaart van groot belang was.
STAP 6 EN 7: VRAAG BEANTWOORDEN EN PRESENTEREN
11
G
Jullie beantwoorden nu samen de vraag: Wat wilde
Dickens in zijn boek Moeilijke tijden zeggen over de
industriële samenleving in Engeland in de negentiende eeuw?
14 Vind je een roman een betrouwbare bron om achter de
waarheid te komen?
Neem een vel papier en teken in het midden een cirkel. Schrijf
daarin ‘Mening van Dickens’. Schrijf daaromheen om beurten
ieder een opvatting die hij had.
Tot de dood
Er klopt iets niet, meneer. Kijk eens om u heen in de stad, het
is een rijke stad met rijke mensen. En kijk dan eens hoeveel
mensen hier dag in dag uit zwoegen en werken, hun leven
lang, vanaf de wieg tot aan het graf. Kijk eens hoe we leven,
hoe ons huis is en met hoeveel mensen we samenwonen. Kijk
eens hoe de fabrieken altijd maar doorgaan en hoe we nooit
verder komen, altijd werken tot onze dood toe. Kijk eens hoe
u over ons denkt en over ons schrijft en praat, hoeveel
commissies er naar de minister van Binnenlandse Zaken
gaan om een rapport over ons uit te brengen, hoe u altijd
gelijk krijgt en wij altijd ongelijk krijgen, alsof we geen gram
gezond verstand hebben. En ga eens na hoe dat onrecht
gegroeid is, hoe het groter en groter is geworden en zwaarder
en zwaarder, jaren en jaren achtereen, van generatie op
generatie. Wie kan ernaar kijken en dan toch zeggen dat het
geen puinhoop is?
Uit: Charles Dickens, Moeilijke tijden.
bron 3 De mening van de arbeider Stephen Blackpool.
bron 4
Dickens aan zijn schrijftafel.
69
onderzoek historische personen
kern
7
Thomas Edison
In deze paragraaf kom je meer te weten over Thomas Edison, zijn
3
Bekijk HB bron 3. Edison wist dat geluid uit trillingen in de
tijd en zijn rol in de geschiedenis van de techniek. Je gaat ook
lucht bestaat. Kijk goed naar de verschillende onderdelen van
nadenken over wat je zelf vindt van de persoon Edison en de
het apparaat en beschrijf kort hoe het volgens jou werkt.
manier waarop hij werkte.
De tijd van Edison
1
Welke beweringen zijn juist?
●
De Industriële Revolutie begon halverwege de negentiende eeuw.
●
De industrialisatie begon in Duitsland.
●
De industrialisatie van Nederland begon pas in de
●
4
Bekijk HB bron 4.
twintigste eeuw.
a
In de tweede helft van de negentiende eeuw waren er in
uitgevonden.
Noem twee dingen op de foto die nog maar net waren
Engeland en de Verenigde Staten al veel steden waar
●
industrie het voornaamste bestaansmiddel was.
b
Sinds Edison zijn er nog heel veel uitvindingen gedaan.
Aan het einde van de negentiende eeuw ontstonden grote
Stel dat Edison in onze tijd had geleefd, welke uitvindingen
bedrijven die zich specialiseerden in de productie van
zou je dan op de foto hebben gezien?
producten als lampen en machines.
Wie was Thomas Edison?
2 Lees HB bron 1.
a
Edison klom op van krantenjongen tot miljonair. Veel
Amerikanen denken nog steeds dat iedereen in hun land rijk
5
Lees WB bron 1.
a
Veel mensen denken dat uitvinders mensen zijn die in hun
eentje op een zolderkamer een kant-en-klare uitvinding doen.
Vind je dat waarschijnlijk? Licht je antwoord toe.
kan worden, als je maar hard werkt. Waarom klopt deze
gedachte niet helemaal?
b
Edison deed de uitspraak: ‘Genialiteit is 1% inspiratie en
99% transpiratie.’ Wat bedoelde hij daarmee?
Menlo Park
De uitvinding van de stoommachine
50 na Christus: Hero van Alexandrië beschrijft een apparaat
dat de deuren van een tempel opendoet door middel van
stoom, die wordt opgewekt door het vuur op het altaar.
1698: Thomas Savery ontwikkelt een pomp die door stoom
wordt aangedreven. Deze wordt gebruikt om water uit de
mijnen te pompen.
1710: Thomas Newcomen maakt een stoommachine met een
zuiger en een cilinder.
1763-1775: James Watt ontwikkelt een beter werkende
stoommachine waarbij de stoom in een aparte ruimte wordt
gecondenseerd. Hij wordt later meestal genoemd als de
uitvinder van de stoommachine.
bron 1
70
Edisons belangrijkste bijdrage aan de vooruitgang was het
onderzoekslaboratorium, dat hij in Menlo Park, New Jersey
liet bouwen. Dit was het eerste laboratorium dat speciaal was
opgezet om nieuwe dingen te ontwikkelen en technologische
vooruitgang te boeken. Daar werkten veel deskundige
onderzoekers samen aan de oplossing van problemen. Ieder
technologiebedrijf heeft tegenwoordig zo’n lab, maar Edison
was de eerste die het belang van zo’n lab inzag.
In Menlo Park zaten allerlei mensen die apparaten bedachten
en ontwikkelden. Edison bedacht dus lang niet alles zelf.
Maar omdat hij de leider van het laboratorium was, kwam het
octrooi (eigendomsrecht) van die uitvindingen wel op zijn
naam te staan. De gloeilamp en de fonograaf (1877) zijn twee
van zijn bekendste producten.
bron 2
HOOFDSTUK 3 De Industriële Revolutie
b
Een uitvinding kost heel veel tijd, geld en moeite. Wanneer
zijn mensen tot zo’n investering bereid?
8 Het bijzondere aan de gloeilamp van Edison was niet zozeer
de lamp, maar de voet met schroefdraad, die ook nu nog
wordt gebruikt. Andere lampen werden op een veel ingewikkelder manier van stroom voorzien. Leg uit wat er zo praktisch
is aan de lamp van Edison.
6 Ook nu nog worden er allerlei uitvindingen gedaan, zoals de
flatscreentelevisie. Leg uit waarom het voor een eenling
tegenwoordig nog moeilijker is dan vroeger om zo’n uitvinding
te doen.
9 Lees WB bron 3. Leg uit waarom de bijdrage van Edison aan
de gloeilamp in feite belangrijker was dan de uitvinding van
het principe van de gloeilamp zelf.
7
Bekijk HB bron 2 en lees WB bron 2.
a
Wat was er zo vernieuwend aan de opzet van Menlo Park?
b
Was Edison vooral een uitvinder of lag zijn betekenis op
een ander gebied?
Meningen over Edison
10 Lees nogmaals WB bron 3. Wat vind je? Had Edison recht op
het octrooi van de gloeilamp of had de Duitse uitvinder meer
rechten?
11 Je weet nu meer over Thomas Edison. Geef je mening over de
volgende stelling: Thomas Edison was eerder een slimme
zakenman dan een uitvinder. Daardoor wordt zijn belang
overschat.
De gloeilamp
Vraag iemand naar de naam van de uitvinder van de gloeilamp en in 99% van de gevallen krijg je als antwoord: Edison.
Toch klopt dat helemaal niet. Het principe van een gloeiende
draad in een luchtledig glas bestond al veel eerder. In 1854
was een Duitser erin geslaagd zo’n lamp 400 uur te laten
branden. 25 Jaar later vroeg Edison octrooi aan op eenzelfde
lamp ... Diefstal? Niet helemaal. Edison was veel meer een
man van de praktijk. Zijn lampen waren veel goedkoper en
brandden veel langer. Bovendien zorgde hij ook voor het
elektrische net dat de benodigde stroom leverde.
Edisons verdienste was dus niet de uitvinding, maar de
ontwikkeling van de gloeilamp van een idee naar een artikel
in de winkel.
De Duitse uitvinder probeerde nog wel via de rechtbank zijn
gelijk te halen, maar kon dat niet lang genoeg volhouden. De
kosten voor de gerechtelijke procedure waren te hoog.
bron 3
71
onderzoek wereldwijd
kern
8
De eenwording van Duitsland
Voor ons is het vanzelfsprekend dat Duitsland één land is met één
regering. Toch is het een van de jongste landen van West-Europa.
Hoe Duitsland één land werd, zoek je uit in deze paragraaf.
STAP 1: ORIËNTATIE OP HET ONDERWERP
1
STAP 5: INFORMATIE VERWERKEN
Deelvraag 1: Wat wilden de nationalisten in Duitsland in de
eerste helft van de negentiende eeuw?
2 Bekijk HB bron 1 en lees §8.1 in het HB. Welke beweringen zijn
juist voor de periode 1815-1850?
Bekijk HB bron 1.
a
Wat valt je op als je het gebied van Duitsland vergelijkt
met de meeste andere Europese landen, zoals Engeland?
b
c
het eigen land het belangrijkst vond?
Het grondgebied van Pruisen was niet aaneengesloten.
●
Behalve Pruisen en Oostenrijk was ook Beieren een grote
staat binnen de Bond.
Welke staat had de grootste oppervlakte binnen Duitsland?
Lees §8.2. Hoe noem je de stroming die het eigen volk en
●
3
●
Ook Luxemburg hoorde bij de bond.
●
Berlijn was toen de hoofdstad van Duitsland.
●
Duitsland bleef een verdeeld land.
Lees de leestekst, bekijk HB bron 2 en lees WB bron 1.
a
Wat bedoelt Riemann in WB bron 1 met ‘het schitterende
en grootse dat na de overwinning op de Franse had kunnen
HB H3 §8.1-8.3
plaatsvinden’?
STAP 2: VRAAG FORMULEREN
In deze paragraaf zoek je het antwoord op de vraag: Is Duitsland
b
één land geworden door het nationalisme of door de machtspoli-
nastreven. Welke twee doelen passen het beste bij de Duitse
tiek van Pruisen?
nationalisten uit de eerste helft van de negentiende eeuw?
Je gaat drie deelvragen onderzoeken:
1
●
Wat wilden de nationalisten in Duitsland in de eerste helft van
Wat was het resultaat van het streven van de nationalisten?
3
Wat was het resultaat van de machtspolitiek van Pruisen?
STAP 3: PLANNEN
G
Je eigen volk machtiger en belangrijker maken door
grondgebied van omringende volkeren te veroveren.
de negentiende eeuw?
2
Hieronder staan vier doelen die nationalisten kunnen
4
●
Een eigen, zelfstandige staat stichten.
●
Trots durven zijn op de cultuur van je eigen volk.
●
Mensen met een andere cultuur uit je land verdrijven.
Lees WB bron 2. Waarom zou dit couplet sinds de Tweede
Wereldoorlog niet meer gezongen worden?
Maak deze opdracht met je buurman of buurvrouw.
Overleg met elkaar bij het beantwoorden van de vragen. Noteer
hier wanneer je de opdracht moet afronden.
5
Bekijk HB bron 2.
a
STAP 4: INFORMATIE VERZAMELEN
Leg uit dat het plaatsen van borstbeelden van beroemde
Germanen goed paste bij de idealen van het nationalisme.
In het HB en WB vind je bronnen en de leertekst, die je samen een
antwoord kunnen geven op de vragen van stap 2.
Liever dan vrouw en kind
Deutschland über alles
De Duitse student en latere theoloog en wiskundige Bernard
Riemann (1793-1872) zei in 1817: Alles is anders gelopen dan
we hadden verwacht. Het hele Duitse volk is gefrustreerd. Al
het schitterende en grootse dat na de overwinning op de
Fransen had kunnen plaatsvinden, is uitgebleven.
De dichter Ernst Moritz Arndt (1769-1860) schreef het
volgende: De hoogste vorm van religie is het vaderland nog
hartstochtelijker lief te hebben dan wetten en vorsten, vaders
en moeders, vrouwen en kinderen.
Duitsland, Duitsland boven alles,
boven alles in de wereld,
als het steeds voor de bescherming
broederlijk tezamen blijft.
Van de Maas tot aan de Memel,
van de Etsch tot aan de Belt,
Duitsland, Duitsland boven alles,
boven alles in de wereld.
bron 1
72
Enkele uitspraken van nationalisten.
Muziek: Franz Joseph Haydn (1797), tekst Heinrich Hoffmann von Fallersleben (1841).
bron 2 Het eerste couplet van het Duitse volkslied.
Tegenwoordig zingt men alleen het derde couplet.
HOOFDSTUK 3 De Industriële Revolutie
b
In het Walhalla stonden ook beelden van Erasmus, Michiel
9 Bekijk WB bron 3. De kaart is gemaakt na de Frans-Duitse
de Ruyter en de Vlaamse schilder Rubens. Die waren geen
oorlog. De Europese landen worden in deze bron voorgesteld
Duitsers maar volgens koning Ludwig hoorden ze er toch bij.
als personen.
Waarom zou hij dat hebben gevonden?
a
Door welk land wordt Duitsland bedreigd?
b
Leg uit waarom dat land zo boos was op Duitsland.
Deelvraag 2: Wat was het resultaat van het streven van de
nationalisten?
STAP 6 EN 7: VRAAG BEANTWOORDEN EN PRESENTEREN
6 Lees WB bron 4.
10 De vraag was: Is Duitsland één land geworden door het
a
Waarom wilden de vorsten van de Duitse staten geen
Duitse eenheid?
nationalisme of door de machtspolitiek van Pruisen?
Zet de antwoorden op de deelvragen en de hoofdvraag in het
schema. Overleg met je docent hoe jullie de uitkomst
b
Waarom wilde de koning van Pruisen de kroon niet
aannemen?
c
presenteren.
deelvraag 1
Wat was het resultaat van de acties van de Duitse
nationalisten in 1848?
Deelvraag 3: Wat was het resultaat van de machtspolitiek
van Pruisen?
7
a
Waarom wilde Bismarck Oostenrijk verslaan?
b
Kun je Bismarck een nationalist noemen? Licht je ant-
deelvraag 2
deelvraag 3
woord toe.
8 Bekijk HB bron 3. Leg uit dat de Franse nederlaag een goed
moment was om het Tweede Duitse Keizerrijk uit te roepen.
hoofdvraag
Het Parlement van Frankfurt
In maart 1848 braken overal in Europa revoluties uit. Nationalisten riepen in Frankfurt een vergadering met vertegenwoordigers uit alle Duitse staten bij elkaar. De afgevaardigden op
dit ‘Parlement van Frankfurt’ wilden één verenigde staat en zij
streefden naar invloed van de welgestelde burgerij op het
bestuur. Zij wilden dat de vorsten van de Duitse staten hun
macht zouden overdragen aan de nieuwe Duitse regering. Na
lang kibbelen boden zij de keizerskroon van Duitsland aan
aan de koning van Pruisen. Deze vond het beneden zijn
waardigheid om de macht van het volk te ontvangen en
bovendien wilde hij geen oorlog met Oostenrijk. Het Parlement van Frankfurt was mislukt.
bron 3 Een spotprent die de kaart van Europa voorstelt aan
het einde van de negentiende eeuw.
bron 4
73
Download