Vervoerrecht-samenvatting_hanne

advertisement
VERVOERRECHT
MATERIE
-
Publiek recht  toegang tot de markt, concurrentie
Privaat recht
Internationaal recht –W internationale verdragen
“Gentlemen’s agreement”  niet-afdwingbare afspraken, contracten zijn wel afdwingbaar.
Als A met B een contract aangaat, dan zijn ze allebei ertoe gebonden.
A (vervoerder)
B (afzender, consigner, shipper)
C (geadresseerde, consigne)
Bij personenvervoer kunnen verschillende types contracten voorkomen tussen 2 partijen, bv.
een vliegticket kopen bij een vliegmaatschappij. In goederenvervoer heb je meestal 3
partijen.
Afzender kan ook tegelijkertijd de bestemmeling zijn ( ik stuur een pak documenten naar
hotel in Parijs, waar ik binnen enkele dagen een vergadering ga hebben)
Relativiteit van het contract: de overeenkomst doet alleen rechten en verplichtingen ontstaan
voor partijen. En hoe zit het dan met 3de partij bij een vervoerovereenkomst?
 Een beding ten behoeve van een derde: Er is sprake van een beding ten behoeve
van een derde wanneer in een contract het voordeel van het contract aan een derde
zal toekomen, die buiten dit contract blijft. Dus, de afzender sluit het contract met de
vervoerder, maar zegt dat de lading aan een derde moet afgeleverd worden. In
transport wordt dit theoretisch gebruikt, in praktijk klopt dit helemaal niet.
Bij vervoersovereenkomsten komen veel Belgische vervoersovereenkomsten van pas, maar
er worden ook veel internationale verdragen gebruikt  in België zit veel internationaal
transport
INTERNATIONALE REGELING
-
Europese verdragovereenkomst (EVO,1980) bepaalt welk recht van toepassing bij is
een overeenkomst, waar uit het recht van verschillende landen moet worden
gekozen.
 Artikel 3: vrije rechtskeuze
 Artikel 4: als er geen rechtskeuze is, dan wordt de overeenkomst beheerst
door het recht van het land waarmee zij het nauwst is verbonden
-
-
-
 In 1990 werd EVO afgeschaft en vervangen door Europese Verordening
(Rome I verordening).
CMI (Comité Maritime Internationale)
 Heeft voor harmonisatie van het zeerecht gezorgd
 In de 19de eeuw was Groot-Brittannië de grootste mogendheid op het gebed
van zeevervoer  monopolie en vervoerder kan alle voor hem gunstige
voorwaarden afdwingen. Dan kwam er een Harter Act (1893)  de
transporteur moet zich aan bepaalde bepalingen houden, want anders kon
zo’n vervoerder niet een Amerikaanse haven binnenvaren
Het Brusselse cognossementverdrag (1924) en Regels van de Haag (Hague Rules)
 Bijna elke havenstad heeft deze regels aanvaard
 Bedoeling was om een regelgeving te ontwerpen die voor de hele wereld
geldig zou zijn
COTIF (1999 laatste versie): regels voor spoorvervoer van zowel reizigers als
goederen
CMR (1956): regels voor wegvervoer
KENMERKEN VAN DIE VERDRAGEN: BURGERLIJKE RECHT
Harter Act was eerste internationale verdrag en diende als basis voor verdere internationale
verdragen. Dit zijn de kenmerken die in alle verdragen terugkomen:
1. Resultaatverbintenis van de vervoerder
2. Exoneratie 1of ontheffingen van aansprakelijkheid
3. Monetaire limiet aan de aansprakelijkheid (vervoerder moet betalen, maar dat
bedrag is beperkt op voorhand)
4. Kortere verjaringstermijnen dan bij andere rechtstaken( bv; burgerlijke of
handelsrecht). Meest voorkomend is 1 jaar in vergelijking met 10 in het
handelsrecht.
RESULTAATVERBINTENIS
Transportcontract is een aannemingsovereenkomst:



Foutaansprakelijkheid bij aannemingscontract: als je beweert dat de aannemer zijn
job niet goed heeft gedaan, moet je het ook bewijzen, maar meestal is het heel
moeilijk om dit te bewijzen.
Resultaat moet zo voor de handliggend zijn, dat als er geen resultaat is, duidt dit op
de fout van de aannemer
Dus, een vervoerder die beschadigde goederen levert wordt vermoed aansprakelijk
voor te zijn, zonder dat men die fout moet bewijzen.. Er moet wel een causaal
verband bestaan tussen fout en oorzaak.
EXONERATIE
Als de vervoerder goederen beschadigt en er is sprake van overmacht, dan is hij er niet
aansprakelijk voor.
1
beperking
MONETAIRE LIMIET
Het wordt meestal uitgedrukt per kg of per stuk
VERJARINGSTERMIJN
Verjaringstermijnen in: (in praktijk is dit zeer kort)
-
Zeevervoer  1 jaar
Wegvervoer  1 jaar
Spoorvervoer  1 jaar
Luchtvervoer  2 jaar
binnenvaart (CMNI)  1 jaar
Korte verjaringstermijn: vb. Nieuwe tv gekocht met garantie. Op europees vlak hebt u recht
op een min garantie van 2 jaar.
-
zichtbare gebreken: Bij de levering moet u het toestel onderzoeken: uitpakken en
zoeken naar zichtbare gebreken.
Verborgen verbreken: Nu krijg je 2 jaar garantie voor verborgen gebreken.
1 jaar verjaringstermijn de tijd om u te beroepen op deze rechten via de rechtbank
(vb. U tv gaat kapot na 1j en 10m, dan heb u nog dit 1 jaar om u te beroepen na de
melding: dus vanaf het tijdstip dat u de verkoper laat weten dat u tv kapot is en u hem
vraagt dat hij deze repareert, vervangt of vergoed.
Verjaringstermijn: na de verjaringstermijn blijft het recht wel bestaan, maar er is een
tijdslimiet
Vervaltermijn: als deze verstrijkt vervalt het recht, m.a.w. het recht dooft uit. Er bestaat wel
zoiets als stuiting en onderbreking.
-
termijn laten onderbreken/stoppen/schorsen: Als alle partijen op de hoogte
gesteld zijn van de zaken, zijn er al verschillende maanden verstreken waardoor de
onderhandelingstermijn zodanig kort wordt voor de verjaring, maar de partijen kunnen
dan de verjaring even laten stoppen (ingewikkeld).
-
Stuiting: Een stuiting is een onderbreking van de verjaringstermijn. Het gedeelte van
de verjaringstermijn dat al verstreken is, wordt niet meer in aanmerking genomen. Er
begint onmiddellijk een nieuwe verjaringstermijn te lopen.
Voorbeeld: iem. dagvaarden voor de rechtbank in Gent en die wil het proces naar
Antwerpen brengen, dan is de rechter onbevoegd. Duurt verschillende maanden,
waardoor de verjaringstermijn nadert, maar hierdoor zal de verjaring stoppen en
opnieuw beginnen.
ZAKENRECHT BIJ VERVOER
Het houdt zich bezig met het statuut van goederen (roerende & onroerende, wie is de
eigenaar, bezitter, houder,… welke zakelijke rechten bestaan er? Vruchtgebruik, …)
In vervoer bestaan er documenten die dezelfde uitwerking hebben als wissel en cheque 
zakelijke recht van toepassing  bv. Cognossement
cognossement (bill of lading): degene die het document kan voorleggen is de enige
rechthebbende van de goederen.
KOOPVERKOOPCONTRACT
=Vervoer komt tot stand door koopovereenkomst. Dit contract zal vervoerovereenkomst
beïnvloeden. Inco-terms bepalen op hun beurt hoe de goederen worden vervoerd. Afzender
hoeft niet noodzakelijk diegene zijn die met de vervoerder het contract heeft gesloten, want
in het transport werkt vaak het systeem van subcontractanten.
Vb) EXW: de koper komt de goederen halen aan de fabriek.
 zo zijn er 13 mogelijkheden.
Incoterms (13)
Afzender/
verkopen
vervoerder
EXW
koop
FOB
CIF
Geadresseerde/
koper
DDP
LOCALE PROCESRECHT
Omdat het transport een internationaal karakter heeft is het niet altijd gemakkelijk uit te
maken welk recht van toepassing is (welke rechtbank van welk land bevoegd is). Dus, zorgt
lokaal procesrecht voor veel complicaties. Daarom besloot men al snel een internationale
vervoerregeling uit te vinden om deze complicatie te voorkomen; zoals CMR. CMR is een
internationale regeling voor wegvervoer, maar geeft aan partijen nog altijd het recht om de
rechtbank te kiezen.
Vb: Spaanse opdrachtgever, breng goederen van België naar Spanje. Ze moeten in het
contract aangeven via welke rechtbank:
-
op de plaats van aflevering (België)
plaats van invoer (Spanje)
plaats waar de vestiging van de opdrachtgever is (Spanje)
...
BELGISCH VERVOERRECHT
Volgens Belgische wetgeving is het vervoercontract is een overeenkomst van aanneming:
ene partij voert een materieel prestaite/werk uit en andere partij (de opdrachtgever) betaalt
hiervoor.
-
1782-1786 BW
Wet van 1891 – Tit. VII van wetboek van koophandel
SCHEMATISCH OVERZICHT
LBH
Commissionairexpediteur2
Vervoerder (commissionairvervoerder3)
Feitelijke vervoerder4
Ondervervoerder
Stuwadoor 5
-Theoretisch is het aantal ondervervoerders onbeperkt, maar in de realiteit moet het toch
beperkt blijven, want hoe langer die keten wordt, hoe grote juridische implicatie kunnen
worden.
- commissionair expediteur heeft een hoofdovereenkomst met de commissionair vervoerder
CASE (STUWADOORSRECHTSPRAAK)
Mevrouw Adler heeft een cruise geboekt bij Cunard en bij het instappen op het schip is ze
gevallen van een niet goed geïnstalleerde trap. Mevrouw Adler zegt dat Cunard voor
aansprakelijk is en dat die haar onkosten en schadevergoeding moet betalen. De
voorwaarden van het contract zeggen dat Cunard daar niet verantwoordelijk voor is, omdat
Cunard een resultaatverbintenis met mevrouw Cunard heeft. Wie is dan eigenlijk
aansprakelijk voor? Kapitein, omdat hij verantwoordelijk is voor het werk van zijn bemanning.
Maar mevrouw Adler had geen contact met de kapitein  buitencontractuele
aansprakelijkheid6. Bemanning is nalatig geweest en kapitein is ervoor verantwoordelijk en
moet de schade aan mevrouw Adler uitbetalen. Op die manier is de “Himalaya clausule”
ontstaan: standaardclausule in vervoerscontracten, inhoudende dat wanneer hulppersonen
van de vervoerder ter zake van het vervoer van de zaken worden aangesproken, deze
hulppersonen een beroep kunnen doen op iedere beperking en/of ontheffing van
2
Werkt in eigen naam, maar in opdracht en voor de rekening van de opdrachtgever
= vervoerder die zegt ik ga voor u vervoeren, maar heeft zelf geen eigen vrachtwagen of dergelijke
en gaat dan andere vervoerders hierbij betrekken. De zogenaamde feitelijke- en ondervervoerders.
4 Subcontractant
5 Diegene die gespecialiseerd is in de overslag van goederen: laden en lossen (van schepen) tot
opslag en in de camion laden
6 Ontstaan door een fout en schade vreemd aan contract
3
aansprakelijkheid, waarop de vervoerder een beroep kan doen, bv. uit hoofde van een
wettelijke of contractuele bepaling.
CASE
Vb: u vraagt aan de NMBS om iets voor u te vervoeren van Oostende naar Aarlen, en de
NMBS (hoofdvervoerder) neemt het goed in ontvangst en vervoert het naar Namen en
vandaar wordt het door een vrachtwagen (ondervervoerder / sub-contractant) die
aangenomen is door de NMBS verder vervoerd naar zijn bestemming.  er staat geen limiet
op de ondervervoerders, enkel als het opgenomen wordt in het contract mag men zich niet
beroepen op een ondervervoerder, maar in praktijk doet met dit niet.
CASE
Vb: LBH gaat naar vervoerder (België) die alle transport op zich neemt: in de VS over spoor
of weg, dan over zee tot Europese haven, dan per weg of spoor tot bij de LBH. 
multimediaal vervoer.
MAAR de vervoerder geeft het door aan iemand anders vervoerder 2 (B), deze gaat dit ook
doorgeven aan vervoerder 3 (Fr) die vervoerder gaat enkel het Europese gedeelte op zich
nemen maar de rest geeft hij door aan vervoerder 4 (Amerikaanse expediteur). Deze gaat
het vervoer doorgeven aan een Amerikaanse wegvervoerder 5 (VS) en aan een
zeevervoerder 6 (VS)
 de Amerikaanse wegvervoerder 5 botst tegen een brug! Wat nu? LBH dagvaardt de
vervoerder 1 via de Belgische rechtbank  deze vervoerder schuift de verantwoordelijkheid
verder naar vervoerder 2 en zo verder naar vervoerder 3, dit wordt al lastiger want niet meer
Belgisch recht. Wel Europese regelwetgeving waarop ze zich kunnen beroepen, maar niet
voor de VS. De Amerikaanse expediteur 4 gaat een Amerikaanse vervoerder 5 dagvaarden
voor een Belgische rechtbank!!!  probleem
CHARTERING
Charterpartij of overeenkomst van scheepshuur:
-
Artikels in de Belgische wetgeving zijn meestal verouderd
Verbintenis dat men een bepaalde ruimte ter beschikking stelt waarin
goederen/personen worden geladen
Hoewel het om een huur gaat, zijn de bepaling voor de huur hier niet van toepassing.
Vervoersovereenkomst: is een overeenkomst waarbij goederen of personen van plaats a
naar b vervoerd worden.
Bevrachtingsovereenkomst: verbintenis dat men een bepaalde ruimte ter beschikking stelt
waarin goederen of personen kunnen geladen worden.
Vb parkeer ticket
-Parkeerovereenkomst: u geeft u auto in bewaring aan de parking en een bewaargeving
moet zorg dragen voor de goederen, dus als u auto beschadigd is zal de parking
verantwoordelijk zijn.
-Geen parking contract maar een huurcontract: een huur van de plaats van de ruimte, meer
diensten worden er niet geboden het is op eigen risico.
Dit soort contract komt veel in lucht- en zeevervoer.  ook mogelijk in binnenvaart, (spoor:
privatisering).
TYPE CHARTERS
De vervrachter of fréteur
1. Reisbevrachting of voyage charter: schip voor een bepaald aantal reizen
 Lijkt op vervoersovereenkomst
 Waarom is het geen huur? Omdat als je een schip in voyage charter neemt er
dezelfde bemanning en kapitein aan boord zit, het heeft zijn eigen middelen
en brandstof aan boord. Je kan geen mensen huren en ook geen brandstof,
want je verbruikt het.
 2 partijen: bevrachter en vervrachter
2. Time charter: charteren van een vervoermiddel voor een bepaalde termijn (zelfs 20j)
 Men doet dit vaak om financieel risico te beperken. Als je een nieuw schip
bestelt, duurt het een paar jaar voor dat schip geleverd wordt. Als je zaken
vandaag goed draaien, betekent dat nog niet dat je tegen die tijd in goede
financiële positie zal zitten. Bij rustigere periode kan je dan minder schepen
huren.
 De schepen worden ondergebracht in 1 vennootschap die de schepen ter
beschikking van de rederij stelt. Als er dan iets met het schip gebeurt en er
zijn hoge kosten, gaat enkel de vennootschap failliet en dus niet de rederij
Disponeert owner of owner by demise
3. Naakte rompbevrachting of bareboat harding
 Hier gaat het wel over een huurovereenkomst omdat vervoermiddel zonder
bemanning wordt gecharterd.
 De disponeert owner mag zich als eigenaar gedragen
In geval van financiering van een schip kan de rederij zich vaak als de eigenaar van
het schip gedragen. Maar als de rederij in problemen komt en kan haar financiële
verplichtingen tegen de bank niet voldoen, wordt dat schip in beslag genomen.  de
bank koopt het schip en de disponeert owner heeft de volledige beschikking erover.
4. Owner
Inbeslagname van een zeeschip gebeurt door:
-schuldeisers van vervoerder/bevrachter
-of als de reisbevrachter, tijdsbevrachter, waterromp vervrachter niet aan de eigenaar van
het schip betaald, kan de owner het schip aan de ketting leggen.
 de goederen die zich in dat schip bevinden moeten dan overgebracht worden naar een
ander schip en hiervoor moet je betalen: in de praktijk verzekert men zich hiervoor.
WEGVERVOER & CMR
Wegvervoer wordt geregeld door internationaal CMR-verdrag: Verdrag van Genève van 19
mei 1956 betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg.
CMR is door heel veel landen ondertekend en sommige Europese landen hebben CMR als
nationale wet volledig overgenomen. Het heeft dus geen rechtstreeks verband met de EU,
vermits het een verdrag is tussen lidstaten in Europa en erbuiten.
CMR = convention marchandises route
TOEPASSINGSGEBIED CMR

Art. 1: internationaal vervoer van goederen over de weg (plaats van inontvangstneming
en plaats van aflevering in verschillende staten, waarvan ten minste één partij is bij het
Verdrag) – 52 staten

Belgische Wet 3 mei 1999, art. 38: CMR is van toepassing op binnenlands vervoer van
goederen over de weg (voorheen: Wet 25 augustus 1891, Boek I, Titel VIIbis W.Kh.)

Art. 41: alle bepalingen zijn van dwingend recht, d.i. geen afwijkingen ten gunste van
hetzij ladingbelanghebbende hetzij vervoerder. Bv. er is een minimale aansprakelijkheid
van de vervoerder en vervoerder mag er niet van afwijken. Voordeel is dat LBH altijd een
vergoeding voor geleden schade zal ontvangen. Hij is met andere woorden zeker van
wat hij krijgt.

Niet van toepassing op:
o
postvervoer (W. 1999: openbare dienst)
o
vervoer van lijken (W. 1999: begrafenisvervoer)
o
verhuizingen, want vaak gaat het om een aannemingscontract. Als er staat dat
verhuiscontract een vervoercontract is, dan valt het wel onder CMR.

Vb:verhuis van Antwerpen naar Burcht: de nadruk van de verhuis ligt hier
op het demonteren en in- en uitladen van de meubels. Bij een verhuis van
Antwerpen naar Engeland ligt de nadruk op het vervoer.

“Tractie” (vervoerder brengt een geladen oplegger van een andere vervoerder naar een
plaats van bestemming) is vervoersovereenkomst en dus valt onder CMR

Art. 4: CMR-vrachtbrief is niet noodzakelijk
VERLIES OF BESCHADIGING BUITEN
TOEPASSINGSGEBIED
Aansprakelijkheidsregeling CMR (art. 17 e.v.) geldt enkel voor verlies, beschadiging of
vertraging van de vervoerde goederen; dit bepaalt mede het toepassingsgebied van het
Verdrag. Dus, andere schade, waarvoor de wegvervoerder aansprakelijk kan worden
gehouden buiten het toepassingsgebied van CMR ligt. Als de afzender de vervoeder
opdracht geeft om goederen te vervoeren, kan het zijn dat de vervoeder een
ondervervoerder aanneemt om deze goederen te vervoeren. Dus, weet men op voorhand
niet over welke type vervoer het gaat en onder welke regeling dit contract valt.
SCHADE AAN ANDERE DAN DE VERVOERDE GOEDEREN
SHELL CHEMICALS V. P&O ROADTANKS
•
Situatieschets: P&O is met Shell overeengekomen om een tankoplegger met een
vloeibaar chemisch product te vervoeren van Frankrijk naar VK. Na lossing van de
ferry, pikte de chauffeur van P&O een verkeerde oplegger aan en leverde die af aan
de Schell-raffinaderij. De niets vermoedende geadresseerde pompte de tank over,
i.p.v. het verwacht chemisch middel, kwam op die wijze een aanzienlijke hoeveelheid
detergent in het raffinaderijsysteem terecht, met ernstige schade tot gevolg.
•
Shell eiste integrale schadevergoeding van P&O
•
P&O zegt dat volgens CMR, P&O enkel aansprakelijk is voor de schade, verlies en
vertragingen van het vervoerd goed. En met het goed was alles goed verlopen.
Rechter verwerpt dit argument.
•
Geen toepassing van art. 17, §1 (waarschijnlijk niet van CMR als dusdanig)
 geen beperking van aansprakelijkheid (art. 23). Shell zei dat P&O voor
aansprakelijk was zowel voor de inhoud van de oplegger als voor schade aan de
raffinaderij. Maar CMR bepaalt dat de vervoerder enkel aansprakelijk is voor de
verloren chemicaliën.
•
Aansprakelijkheidsverdeling: samenlopende eigen fout van geadresseerden
ROTTERDAM TANK TRANSPORT / CARGAFOOR
Carfagoor, de ondervervoerder van RTT, levert de gecontamineerde azijnzuur aan de
geadressserde, die op zijn beurt deze lading in de landtanks met gezonder azijnzuur
overlaadt.
Geadresseerde eist schadevergoeding: R.T.T. was bereid om te betalen, maar vroeg
achteraf compensatie aan Cargafoor. Cargafoor zegt dat volgens CMR zijn aansprakelijk
gelimiteerd is tot de lading. Rechter beslist dat de ondervervoerder zijn aansprakelijkheid niet
beperken kon omdat hij zich aan een met opzet gelijk te stellen grove fout had schuldig
gemaakt.
Hogere rechtbank zegt dat het hier om een onrechtmatige daad gaat. Vervoerder is
aansprakelijk voor een niet of onvoldoende gereinigd vervoermiddel ter beschikking te stellen
voor het vervoer, en vervolgens het daardoor gecontamineerde azijnzuur te lossen in
landtanks.
Voorafgaande
vraag
naar
toepasselijk
recht
nooit
aansprakelijkheidsbeperking buiten toepassingsgebied CMR.
beantwoord.
Geen
CONCLUSIE:
•
•
Duidelijke en wederzijds aanvaarde contractsbepalingen zijn nodig (en moet ook
bepalen welke recht van toepassing is, als de kwestie buiten CMR valt)
Verzekeren indien mogelijk
TOEPASSINGSGEBIED CMR: MULTIMODAAL VERVOER OF
STAPELVERVOER (ARTIKEL 2)
ENKELE PROBLEMEN VAN TRANSPORTRECHT EN CMR
ENKELE RECENTE ONTWIKKELINGEN IN HET INTERNATIONALE
VERVOERRECHT
DE O.T.T. – CONVENTIE
-
Werd in 1991 gesloten over de aansprakelijkheid van opslag- en overslagbedrijven in
de internationale handel
Nog niet van kracht
UNCTAD RULES FOR MULTIMODAL TRASNPORT DOCUMENTS
-
Een nieuwe modelregeling voor multimodaal vervoer
Geïncorporeerd in de nieuwe FIATA Multimodal Transport B/L
STAPELVERVOER
•
Stapelvervoer: vorm van vervoer waarbij de goederen met het wegvoertuig waarin ze
geladen zijn over een deel van het traject worden vervoerd met een ander
vervoermiddel.
 Ro-rovervoer: vrachtwagen wordt aan boord van het schip gereden

Kangoeroe-vervoer: vrachtwagen wordt op een spoorwagon gezet
•
CMR
geldt
in
principe
voor
het
gehele
vervoerstraject
(uniform
aansprakelijkheidssysteem), als de goederen niet uit het wegvoertuig worden
geladen.
•
Dus, als een vrachtwagen op een schip rijdt om het Kanaal over te steken en daarna
verder rijdt naar het land van bestemming, gelden de regels van CMR. Als goederen
overladen worden, dan geldt CMR niet  goederen moeten in de vrachtwagen
blijven. Probleem  containers, want ze worden constant van een schip naar een
vrachtwagen overgeladen.
•
Uitzondering op principe indien 3 voorwaarden:

verlies, schade of vertraging ontstaan op ander vervoermiddel. Bv. schip waar
de vrachtwagen zit, zinkt.

niet veroorzaakt door wegvervoerder. Bv. een storm op zee

t.g.v. feit dat enkel tijdens en door vervoer met ander vervoermiddel kon
voorkomen (St. Clair - H.R. (NL), 14 juni 1996). Bv. een storm op zee
dan gelden “de wettelijke bepalingen van dwingend recht betreffende het vervoer van
goederen op die andere wijze”, bv. zeevervoerrecht.
Bijvoorbeeld, goederen waren beschadigd door een brand op het schip, dan geldt 3de
voorwaarde niet, omdat brand ook op een vrachtwagen kan ontstaan. In dit geval
gelden in principe CMR-regels.
•
Terugkeer naar principiële regel: indien er geen “wettelijke bepalingen van dwingend
recht” bestaan, geldt CMR
TOEPASSINGSGEBIED CMR: ARTIKEL 2 “CONDITIONS
PRESCRIBED BY LAW” - “DISPOSITIONS IMPÉRATIVES”
(“BEPALINGEN VAN DWINGEND RECHT”)
•
Bepalingen die de vervoerderaansprakelijkheid zouden hebben beheerst, indien
afzender en vervoerder op andersoortig traject een apart contract hadden gesloten
•
“Indien”  “hypothetisch contract”  maar hetwelk?
o
Internationale conventies die dwingend van toepassing zijn op het andere
vervoermiddel
•
Bij spoor- en wegvervoer: contract beheerst door minimumregels opgelegd door
COTIF (niet-afdwingbaar) en Verdrag van Warschau
•
Bij zeevervoer: zeevrachtbrieven  geen dwingende toepassing van Regels van
Den Haag of Regels van Den Haag – Visby (Brussels Cognossementsverdrag).
Haagse regels zijn van toepassing enkel indien voor het zeevervoer een
cognossement werd afgeleverd. In ro-rovervoer wordt dit zelden gedaan. Meestal
wordt een sea waybill afgeleverd, die verhandelbaar is en waarop de Hagues Rules
niet dwingend van toepassing zijn. Wel gaan de partijen via een clausule afspreken,
dat Hagues Rules van toepassing is, maar dit is een contractuele bepaling en geeft
geen dwingende karakter. Dus, het zeevervoerregime zal bijna nooit van toepassing
zijn, omdat het bij nooit dwingend toepasbaar is.
•
Anna Oden (Cass.fr., 5 juli 1988): indien geen dwingende toepasselijkheid van
Haagse Regels, geldt CMR
•
o
Er wordt een lading klompen van Zweden naar Frankrijk vervoerd met 2
vrachtwagen, die voor een deel van het traject op het dek van de ferry Anna
Oden werden geladen.
o
Het schip kwam in de storm en de lading van een van de vrachtwagens werd
beschadigd. De Franse koper eiste schadevergoeding van de wegvevroerder.
o
Vervoerder doet beroep op Haagse regels. Dit klopt ook omdat de storm kan
enkel op de zee voorkomen en dus gelden de Haagse regels, omdat ze van
dwingend toepassin zijn.
o
Maar, lading bevond zich op het dek en dekvervoer is normaal gezien
uitgesloten van het toepassingsgebied van de Hagues Visby Rules. Degelijk
vervoer wordt door beide partijen contractueel bepaald. En dus waren Haagse
regels niet van dwingend toepassing en valt de zaak onder CMR.
Gabriele Wehr (H.R. (NL), 29 juni 1990): hypothetisch contract in abstracto
aangezien opstellers CMR het regime van de Haagse Regels in gedachten moesten
hebben
o
Er werden aantal oplegger op het dek van Zweden naar Amsterdam vervoerd.
Het schip kwam in zwaar weer en de lading was zeer beschadigd.
o
Het ging weeral over de deklading, waarover de partijen contractueel hebben
afgesproken dat Haagse regels van toepassing zijn.
o
Rechtbank zei dat heel het traject onder CMR valt
VERVOERDERSAANSPRAKELIJKHEID CMR: BASISREGEL
Aansprakelijkheid voor verlies van of schade aan de vervoerde goederen vanaf de
inontvangstneming tot aan de aflevering, evenals voor vertraging.
ZORGVULDIGHEIDNORM
Vermoeden van aansprakelijkheid, weerlegbaar door bewijs van uiterste (niet enkel redelijke)
zorg. Dus, dat vermoeden is weerlegbaar. De vervoerder is niet aansprakelijk als hij de
overmacht kan bewijzen. (in België is het moeilijker om overmacht aan te tonen)
AANSPRAKELIJKHEID VAN DE UITVOERINGSAGENTEN
Objectieve aansprakelijkheid voor ondergeschikten (aangestelden en onderaannemers) 
vervoerder staat in voor al zijn uitvoeringsagenten
LBH
Vervoerder
Arbeider (Chauffeur)
Contractueel kan men de vervoerder aansprakelijk stellen voor de daden van zijn werknemer
(chauffeur). Als de vrachtwagen verongelukt omdat de chauffeur veel te snel reed, kan men
die chauffeur strafrechtelijk aansprakelijk stellen, maar de arbeidsovereenkomst verbiedt
deze vordering, tenzij er sprake is van opzet. In praktijk wordt altijd de vervoerder
aangesproken (al dan niet via de verzekering van de vervoerder).
ALGEMENE STRUCTUUR VAN HET CMR
AANSPRAKELIJKHEIDSYSTEEM
Artikel 17
Artikel 18
basis- of materiële aansprakelijkheidsregels
regels terzake van bewijs.
nauwe interactie
Artikel 19
Artikel 20
vertraging
“omzetting” van vertraging naar totaal verlies
apart
vergoedingsysteem
Artikel 23
Artikel 25
schadevergoeding voor verlies
schadevergoeding voor beschadiging
nauwe interactie
Artikelen 21, 22, 24, 26, 27, 28, 29: verscheidene, niet zeer systematische regels
(bv. rembours, buitencontractuele aansprakelijkheid, verhoogde of onbeperkte
aansprakelijkheid… )
BASISREGEL AANSPRAKELIJKHEID
Art. 17, §1: vermoeden van aansprakelijkheid
voor alle eerstelijnsverweer
Om vermoeden te weerleggen
Art. 17, §2: “eerstelijns” verweer
•
Schuld van de rechthebbende
Art. 18, §1: bewijslast op vervoerder
•
•
•
Instructie van de rechthebbende anders dan door schuld van de vervoerder
Eigen gebrek van de goederen
Omstandigheden, die de vervoerder niet heeft kunnen vermijden en waarvan hij
de gevolgen niet heeft kunnen verhinderen
PRIMAIRE VERWEERMIDDELEN
•
Er bestaat een aanvaardbare marge van goederen die beschadigd of verloren
kunnen gaan omwille van de aard van goederen
•
Vervoerder moet altijd bewijzen dat hij die schade niet heeft veroorzaakt
•
Schuld van de rechthebbende
–
“rechthebbende”? (meestal geadresseerde of opdrachtgever)
–
fout of verzuim  een fout of nalatigheid? (vb: de rechthebbende geeft de
vervoerder toestemming het magazijn in te rijden, maar is zelf de laadbrug
vergeten weg te nemen)
–
causaal verband  tussen fout en schade
•
Instructie van de rechthebbende anders dan door schuld van de vervoerder
•
Eigen gebrek van de vervoerde goederen
•
–
bestaat in alle vervoersrechtelijke regelingen
–
niet te verwarren met bevoorrechte omstandigheid “eigen aard van het goed”!
Omstandigheden, die de vervoerder niet heeft kunnen vermijden en waarvan hij
de gevolgen niet heeft kunnen verhinderen
–
focaal punt van de basisregel terzake van aansprakelijkheid
–
extreem zware bewijslast!
•
bv. diefstal (neen)  het is geen goede reden voor het verlies van
goederen, maar de aansprakelijkheid kan wel beperkt worden
•
brand (neen), verkeer (neen) geen overmacht
•
weersomstandigheden (neen), stakingen (mogelijk), natuurrampen
(ja)
Precies en positief bewijs is doorgaans vereist
GEBREKKIGE STAAT VAN HET VOERTUIG
Door een platte band worden de goederen te laat geleverd en de vervoerder wordt hiervoor
aansprakelijk gesteld. Zelfs als het om een splinternieuw voertuig gaat. In dit geval kan de
vervoerder na het betalen van schade, de producent van banden/auto aanspreken voor de
fabricagefout, waardoor die band kapot ging. Maar dit ligt buiten het vervoercontract.
Art. 17, §3: objectieve aansprakelijkheid voor voertuig
•
Zeer moeilijk om aan te ontkomen – causaal verband
•
Voertuig in eigendom, gehuurd, in leasing – geen belang
Juxtapositie met regel over “bijzondere inrichting of uitrusting”
BEVOORRECHTE OMSTANDIGHEDEN
Art. 17, §4: zes bijzondere gevaren die, INDIEN aanwezig, een verweer KUNNEN opleveren
Art. 18, §2: de vervoerder moet aantonen, in de omstandigheden van het geval, het verlies of
de beschadiging een gevolg heeft kunnen zijn van een bijzonder gevaar – dus: causaal
verband tussen verlies of beschadiging en het bijzondere gevaar. (bewijzen dat de
omstadigheid de oorzaak zou kunnen zijn en niet bewijzen dat het de oorzaak is.)
OPSOMMING VAN BIJZONDERE GEVAREN:
PROBLEEMLOZE REGELS
Art. 17, §4
a. Gebruik van open voertuigen zonder dekzeil, wanneer hun gebruik uitdrukkelijk is
overeengekomen en in de vrachtbrief is vermeld:
Vb: open vrachtwagen met zand  het zand waait weg. De LBH zegt
dat de vervoerder het weggewaaide zand moet vergoeden. Nee zegt de
vervoerder, want het verlies zou een gevolg kunnen zijn van de open
vrachtwagen (zonder te bewijzen dat er veel wind was) en de LBH heeft
niet gezegd dat het een gesloten vrachtwagen moest zijn.  nu komt dit
niet meer voor, want het gebruik van welke vrachtwagen moet in de
vrachtbrief vermeld staan.
–
er moet een uitdrukkelijke overeenkomst aan voorafgaan (bewijs)
–
die overeenkomst moet worden opgenomen in de vrachtbrief
–
niet van toepassing “indien zich een ongewoon tekort of een verlies van colli
voordoet” (art. 18, §3)  het verlies mag dus niet overdreven groot zijn
b. Ontbreken van, of gebrekkige staat van, de verpakking bij goederen die, uit hun aard,
aan kwaliteitsverlies of beschadiging zijn blootgesteld wanneer zij niet of slecht
verpakt zijn
–
kern van de zaak: hadden de goederen op een bepaalde wijze moeten
verpakt zijn omdat hun aard dit vereiste? Als het niet het geval is, dan geldt
deze regeling niet.
–
veel hangt af van de feitelijke omstandigheden en hun voorstelling
–
de vervoerder moet het bestaan van het gebrek aantonen, maar opgepast
voor gebreken die uiterlijk zichtbaar zijn bij de aanvang van het vervoer
–
als de verpakking onzichtbaar is, dan geldt die regel wel; want de vervoerder
heeft het niet kunnen zien
Art. 17, §4
e.
Onvolledigheid of gebrekkigheid van de merken of nummers der colli
f.
Vervoer van levende dieren  sommige deren overleven het transport niet
OPSOMMING VAN BIJZONDERE GEVAREN:
PROBLEEMGEVALLEN
Art. 17, §4
c. belading moest traditioneel gebeuren door de vervoerder zelf, maar tegenwoordig is
deze functie verschoven naar de transporteur, die voor professionele lading moet
zorgen. Als de belading door iemand anders dan vervoerder is gebeurt, dan is de
vervoerder niet aansprakelijk voor de schade. (vb: verzegelde container)
Behandeling, lading, stuwing of lossing van de goederen door de afzender, de
geadresseerde of personen, die voor hun rekening handelen
–
In de CMR wordt niet bepaald wie deze taken moet verrichten: terugvallen op
het contract of op het nationaal recht
–
Lading, stuwage enz. moet niet noodzakelijk gebrekkig
enig criterium is de uitvoering door de ladingbelanghebbenden
–
Wat in geval van zichtbaar gebrek dat de vervoerder uiterlijk kon vaststellen?
Professionele verplichting tot verificatie Dus, vervoerder moet controleren hoe
goed belading is uitgevoerd, maar hoe ver? Als het een gesloten, gezegelde
vrachtwagen of container kan niet meer worden gecontroleerd.
–
Ontstaan van het vermoeden ten gunste van de vervoerder:
zijn:
 bestaan van andere mogelijke schadeoorzaken mag de vervoerder
niet van het vermoeden beroven: clement standpunt
 bestaan van andere mogelijke schadeoorzaak leidt tot weerlegging
van het vermoeden: streng standpunt
BIJZONDER GEVAAR: LADEN, LOSSEN, BEHANDELING,
STUWAGE
•
Geen bijzondere regel in CMR
•
Probleem: verrichtingen uitgevoerd door AFZENDER, maar aanvaard door
VERVOERDER. De vervoerder kan moeilijk weigeren om te vervoeren, omdat het
economisch net verantwoord is.
•
Bestaat er een verplichting om belading, stuwage enz. te controleren en te
superviseren? Geen enkele wetgeving geeft hierop een antwoord.
1.
Ja:



voor zover het om uiterlijke (niet verborgen) gebreken gaat. Bv. gekoeld goed
op palletten, zwaar goed afdoende vastgezet, dekzeilen goed vastgemaakt
indien niet voldoende, weigering om te vervoeren
als hij de goederen aanvaard, draagt hij het risico voor later ontstane schade
2.
Zelfde regel, maar enkel voorbehoud op vrachtbrief (art. 8)
3.
Enkel als belading enz. kennelijk gebrekkig is  een gebrek war als het ware niet
kan worden naast gekeken
4.
Alleen als openbare veiligheid in gevaar komt
5.
Geen aansprakelijkheid voor verrichtingen uitgevoerd door afzender
•
Als de afzender contractueel tot beladen en stuwen was gehouden en een
deskundige later duidelijk vaststelt dat de gebreken daarvan niet zichtbaar ware, dan
is de vervoerder niet aansprakelijk voor de daaruit ontstane schade.
Art. 17, §4
d. Aard van bepaalde goederen die hun bijzonder kwetsbaar maakt voor geheel of
gedeeltelijk verlies of beschadiging, meer bepaald door breuk, roest, bederf,
uitdroging, lekkage, normaal kwaliteitsverlies, of ongedierte en knaagdieren
–
Bepaalde goederen dragen in zich het risico op beschadiging, zelfs als zij
behoorlijk worden vervoerd en op de gebruikelijke wijze verpakt zijn
–
Omdat CMR niet zegt wie voor stuwage moet zorgen, ontstaat er een
weerlegbaar vermoeden m.b.t. de oorzaak van de schade.
Art. 18, §2: “omstandigheden van het geval” = voorbehoud
–
Moet duidelijk worden onderscheiden van “eigen gebrek van goed”
•
belang: bewijslast
•
eigen gebrek
aard van het goed
•
moeilijk primair verweer
vermoeden van art. 18, §2
BIJZONDERE GEVAREN KOELVERVOER – EEN
ADVOCATENPARADIJS
1. Art. 17, §3: de vervoerder is objectief aansprakelijk voor het voertuig
2. Art. 17, §4, d: aard van de goederen kan als oorzaak van de schade worden
beschouwd, bv. vervoer van fruit in de zomer
3. Art. 18, §4: als het vervoer plaatsvindt met speciaal daartoe ingerichte voertuigen,
dan moet de vervoerder bewijzen:
– dat hij alle nodige maatregelen heeft genomen terzake van keuze, onderhoud
en gebruik van die inrichtingen
– dat hij de eventuele bijzondere instructies heeft opgevolgd
A. Rechtspraak is zeer streng voor onderhoudsvereisten
Art. 18, §2: vervoerder moet steeds bewijzen dat de aard van goederen kon, de oorzaak
zijn van de schade
B. Als een koelinstallatie begeeft, dan is dit de oorzaak van de schade en niet de
aard van de goederen; terug naar af, d.i. nr. 1?
C. Doorkruising andere regel: wie stond in voor lading of stuwage en dus voor
slecht resultaat, bv. geen luchtcirculatie? --> art. 17, §4, c
AANSPRAKELIJKHEID VOOR VERTRAGING
Vertraging als louter gevolgschade  aan die goederen is niks aan, maar die hebben hun
waarde verloren door de laattijdige levering (bv. kaartjes voor Kerstmis die 1 januari
arriveren). Als de vertraging een schade aan de goederen brengt (zoals fruit) vallen ze in een
andere categorie.
Art. 19 en 20:
 Bedongen termijn:
–
–
–
moet niet in vrachtbrief zijn opgenomen
moet voldoende duidelijk zijn overeengekomen
30 dagen na verstrijken termijn: goederen mogen als verloren worden
beschouwd
 Geen bedongen termijn:
– redelijkerwijze toelaatbare termijn
– moet objectief worden vastgesteld, dus zonder rekening te houden met
omstandigheden die onder art. 17, §2 zouden kunnen vallen
– 60 dagen na verstrijken termijn: goederen mogen als verloren worden
beschouwd
AFLEVERING TEGEN REMBOURS
Art. 21:
•
De vervoerder is aansprakelijk indien hij aflevert zonder geld in ontvangst te nemen
•
Niet noodzakelijk in vrachtbrief, maar bewijs is uiteraard nodig
•
Beperking: niet hoger dan het remboursbedrag
•
In praktijk gebeurt het nooit  er zijn genoeg middelen om direct te betalen
AANSPRAKELIJKHEID VAN DE AFZENDER (NIET
BELANGRIJK)
•
Art. 7: onnauwkeurigheid van de vrachtbrief
•
Art. 10: gebrekkige verpakking
•
Art. 11: douane- en andere formaliteiten
•
Art. 22: gevaarlijke goederen
–
–
–
goederen die een onmiddellijk risico inhouden --> ADR (accord dangereux
route)
cf. art. 6, §1, f: vereisten vrachtbrief
de vervoerder heeft het recht om desgevallend de goederen te vernietigen
VERGOEDING VOOR VERLIES OF BESCHADIGING
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen verlies (ook onherstelbare beschadiging) en
beschadiging.
Schade moet causaal verband hebben  vermoeden dat de vervoerder een fout heeft
gemaakt waardoor de schade is ontstaan en dus aansprakelijk is. Om dit te zeggen moet er
ook echt schade zijn, anders is er juridisch niets te zeggen.
Als er schade is, dan moet er een vergoeding betaald worden:
•
•
voor verlies, beschadiging
voor vertraging
vergoeding is dezelfde
Art. 23  2 kostenposten:
1. waardevermindering: bij CMR kijkt men naar de waarde van goederen, als die
goederen de fabriek verlaten (ex Works)  niet echt relevant, men zou beter naar de
beurs- of marktwaarde (commodities) van deze goederen kijken bij het bepalen van
waarde.
Hoe kan de koper de waarde van de goederen bepalen, als hij een globale factuur
krijgt?
 Als hij het transport niet regelt, dan is het moeilijk.
 Als hij het vervoer zelf regelt, dan kan hij de waarde van de goederen van de
transportkosten splitsen.
 Dus afhankelijk van de inco terms gaat men kijken naar de goederen zonder
andere koster (vervoer, opslag, …) en op dat bedrag geld dan een vergoeding
van max 8,33 STR (ook voor een lading goud die verloren zou gaan.)
2. Overige kosten art 23 §4
 Vrachtprijs moet worden terugbetaald proportioneel met % van beschadigde
goederen
 Douanerechten moeten ook worden terugbetaald
Probleem: CMR werd opgemakt toen er nog geen EU was en bestonden
grenzen tussen EU-landen. Nu worden de invoer- en uitvoerrechten betaald
voor import/export buiten EU
 Overige kosten: er zijn een aantal goederen waarop andere heffingen bestaan
(alcohol, tabac,…). Er werd een vrachtwagen vol met whisky gestolen, die
deze whisky vanuit Ierland naar Saudi-Arabië moest vervoeren. Normaal
gezien als goederen voor export bestemd zijn, worden ze niet in het land van
de oorsprong belast. De whisky moet dus in het land van bestemming belast
worden ; Maar omdat deze vrachtwagen gestolen was, was het
douanedocument in Saudi-Arabië niet aangezuiverd (de toepasselijke
belasting betalen in het land van bestemming). Dus, de fiscus zegt tegen
afzender dat die ook alle accijnzen moet betalen ongeacht het feit dat die
whisky gestolen is. De afzender vraagt aan de vervoerder vergoeding
bestaande uit de waarde van de gesloten whisky en accijnzen. Maar vallen
accijnzen onder douanerechten? Rechtbank heeft beslist dat de vervoerder
toch deze accijnzen moest betalen en een boete. Sommige landen zijn ook
van deze meningen, andere landen zeggen dat accijnzen niet vergoed
moeten worden. (vb: NL staat het niet toe, B weet het niet en FR en VK staan
het wel toe)
Er wordt vergoed per vrachtbrief  lading mag je niet uiteentrekken volgens de waarde van
goederen. Dat mag wel gebeuren indien er ladingen van verschillende LBH in één
vrachtwagen zitten.
Als een machine (per onderdelen) met 11 vrachtwagens wordt vervoerd en een vrachtwagen
verongelukt, dan verliest deze machine haar waarde. In dit geval zal LBH niet de waarde van
de verloren onderdelen vragen, maar de waarde van de machine.
 Dus bij een waardevermindering wordt een beperking opgelegd (8,33 STR),
maar bij de overige kosten kunnen de vergoedingen nog steeds extreem hoog
oplopen. (door o.a. de douanekosten die eigenlijk niet rechtstreeks met het
vervoer te maken hebben)
CONVENTIONELE VERHOGING LIMIET (ARTIKELEN 24 EN
26 CMR)
Art. 24:
• aangegeven waarde = nieuwe limiet (vervangt 8,33 STR/kg van art. 23, §3)
• maximum blijft waarde van de goederen
• moet worden vermeld in vrachtbrief
Art. 26:
• verklaring van bijzonder belang = eender welke waarde
• laat vergoeding van gevolgschade (economisch verlies) toe
• vb: koerrierdienst moet een dossier leveren, maar brengt dit te laat. Stel dat
dit een dossier was om een heel belangrijk contract van veel waarde binnen te
halen. De waarde van wat papier is niets vergeleken met de waarde van het
contract.
• moet worden vermeld in vrachtbrief
DOORBREKING VAN DE AANSPRAKELIJKHEIDSBEPERKING
(ARTIKEL 29)
•
Een vervoerder laat zijn vrachtwagen met waardevolle lading op de onbewaakte
parking staan in Milaan. Vrachtwagen wordt gestolen. LBH eist de integrale
schadevergoeding. De rechtbank zegt dat dit een zware fout is, gelijk te stellen met
opzet. Hoger hof verwerp deze uitspraak.
•
Onbeperkte aansprakelijkheid van de vervoerder (en zijn ondergeschikten) voor
“opzet” of voor “schuld, welke volgens de wet van het gerecht, waar de vordering
aanhangig is, met opzet gelijkgesteld wordt”
•
Ongelukkige verwijzing naar de lex fori  locale wetgeving (de plaats waar de
vordering aanhankelijk is)
•
Naar Belgisch recht geldt niet het adagium culpa lata dolo aequiparatur  zware fout
is geen bedrog (afkomstig van Romeins recht)
•
In andere landen is dit niet zo; bv. NL en DE
Leidt tot forum shopping met zgn. “vorderingen tot negatieve verklaring van recht”. LBH kan
kiezen tussen rechtbanken van verschillende landen en dan kiest hij die rechtbank die hem
de hoogste vergoeding oplevert.(dus al niet België) Vervoerder wordt hier gediscrimineerd.
Vordering tot negatieve verklaring van recht  je start een proces om de rechtbank te laten
zeggen dat je niks hebt misdaan. Dus, hier gaat de vervoerder de LBH dagvaarden in een
rechtbank om te bewijzen dat hij geen fout heeft begaan en op die manier kan hij de
rechtbank kiezen (in zijn voordeel dus B, want die zien een zware fout niet als bedrog).
KENNISGEVING VAN VERLIES, BESCHADIGING OF
VERTRAGING (ARTIKEL 30 CMR)
B: zegt kennisgeving, in NL zegt met protest of voorbehoud  niet uniform
Op het moment dat de goederen worden afgeleverd, moet de ontvanger de goederen
onmiddellijk inspecteren en bij gebreken moet je het direct aan de vervoerder melden
(formeel aan de medecontractant laten weten)  voorbehoud van nazicht. Alle uiterlijke
indicaties moeten in orde zijn. Als het niet het geval is, dan moet je direct protesteren, want
achteraf kan je niets meer bewijzen.
Gedeeltelijk verlies of beschadiging
Geadresseerde en vervoerder stellen samen een document op waar staat dat de goed
beschadigd is  meestal gebeurt dit niet, want de vervoerder is er nooit bij enkel de
chauffeur en die mag van zijn werkgever niets tekenen.
Art. 19 Aansprakelijkheid van de vervoerder voor vertraging is beperkt tot de waarde van
vracht.
Onmiddellijk voorbehoud: enkel als je onmiddellijk protesteert dmv een gedetaileerde
beschrijving van de schade op de vrachtbrief.
Als je binnen 21 dagen niet reageert, geef je blijk dat de goederen niet te laat waren.
Probleem:
Zee ( 3 dagen7)
7
Voor onzichtbare schade
Weg (7 dagen)
Als de schade wordt opgelopen tijdens het zeevervoer, maar die werd vastgesteld tijdens het
wegvervoer. In dat geval is de kans groot dat de toegelaten termijn bij zeevervoer al
afgelopen is. In dit geval kan je niets meer doen.
RECHTSMACHT (ARTIKEL 31 CMR)
Bevoegdheid van de rechtbank heeft niets te maken met de transport. Het zijn nationale
rechtregels.
Regeling wijkt sterk af van EEX-I en wordt op sommige punten aangevuld door EEX-I, bv.
samenhang en regresvorderingen
1. Prorogatiebeding: eender welke staat, partij bij het Verdrag, bij overeenkomst
tussen de partijen aangewezen – niet exclusief (cf. art. 23 EEX-I)
2. De staat waar de gedaagde zijn gewone verblijfplaats, zijn hoofdzetel of het
filiaal
of
agentschap
heeft,
door
bemiddeling
waarvan
de
vervoersovereenkomst is gesloten
3. De staat waar de plaats van inontvangstneming van de goederen is gelegen
4. De staat waar de plaats bestemd voor de aflevering van de goederen is
gelegen
VERJARING (ARTIKEL 32, §1 CMR)
Wanneer moet je de vordering instellen?
-
Verjaringstermijnen zijn zeer kort in wegvervoer  in oude Belgische wetgeving = 6
maanden
Normaal gezien  1 jaar in wegvervoer CMR
In zeevervoer  2 jaar
In luchtvervoer  2 jaar
Als het om een vervoer gaat dat aan CMR voorwaarden voldoet, dan geldt volgens de
Belgische wetgeving de verjaringstermijn van 1 jaar. Dat is basistermijn 3 jaar in geval van
opzet, gelijkstaande zware fout  in België is dit bijna uitgesloten.
Deze verjaringstermijn begint wel op verschillende tijdstippen te lopen:
-
Gedeeltelijk verlies,beschadeging, vertraging…(meestal)  bij de aflevering van de
goederen. De LBH heeft vanaf dat ogenblik 1 jaar termijn om een vordering in te
stellen. Dus, als goederen 27 november 2008 werden afgeleverd, dan verloopt de
verjaringstermijn op 26 november 2009.
-
Totaal verlies: er is geen aflevering van goederen.
o Als er een bedongen leveringstermijn is  als er een termijn is die partijen
hebben afgesproken, dan begint vanaf die dag een termijn te lopen van 30
dagen (geen maand!). En pas na die 30 begint de termijn van 1 jaar te lopen.
Dit komt niet zoveel voor.
o Als er geen bedingen termijn is, dan moet je naar de overname van goederen
kijken en 60 dagen bijtellen.
-
Alle andere gevallen (bv. tegenvordering van de vervoerder tegen LBH): je moet
kijken naar de datum van het contract + 3 maand  vanaf dan moet je 1 jaar bij
rekenen. Als er meer dan 3 maand zit tussen het sluiten en het uitvoeren van het
contract, dan heb je een verjaringstermijn kleiner dan 1 jaar.
VOORBEELD
Er wordt een overeenkomst afgesloten voor het vervoer van bouwmaterialen van Duitsland
naar Iran op 22 juni 1976. De geladen vrachtwagens kwamen aan in Teheran op 10
augustus 1976. De geladen vrachtwagens werden echter in beslag genomen door Iranese
autoriteiten omdat de vervoersdocumenten niet overeenkwamen met de feitelijk vervoerde
lading. De vrachtwagens werden pas vrijgegeven op 21 januari 1977. De vervoerder eiste
de schadevergoeding voor de wachttijd en leidde uiteindelijk een vordering in voor een
Duitse rechtbank op 24 september 1977. De verjaringstermijn was ten aanzien van de
vervoerder is echter beginnen lopen drie maanden na het sluiten van de overeenkomst, dus
op 23 september 1977, en hij eindigde een jaar later op 22 september 1977. Bijgevolg was
de vordering van de vervoerd verjaard. In feite had de vervoerder sinds het vrijgeven van zijn
vrachtwagens slechts 9 maanden gehad om tijdig een vordering in te leiden. Dus, de
ladingbelanghebbende kan wachten tot de verjaringstermijn van de vervoerder vestreken is,
en aangezien de vervoerder het verloop van de verjaring niet kan schorsen, pas dan hem
dagvaarden voor de rechtbank. Dan weet de LBH dat de vervoerder geen tegenvordering
kan inroepen.
SCHORSING VAN VERJARING DOOR SCHRIFTELIJKE
VORDERING (ARTIKEL 32, §2 CMR)
Verjaringstermijn kan worden geschorst door een schriftelijke vordering.
Formele ingebreken stelling: als u een contract hebt en u medecontractant kom dit niet na en
u wil hem aansprakelijk stellen, moet u een heleboel procedures volgen. U moet hem
aangetekend aanschrijven en in deze brief zeggen dat u hem in gebreke stelt en dat hij nog
een kans krijgt om de prestaties te leveren.
LBH heeft een voorbehoud gemaakt van de zichtbare schade bij de aflevering van goederen.
LBH kan de vervoerder in gebreke stellen voor de schade, zonder naar de rechtbank te
stappen. Wat moet dan in een dergelijke aangetekende brief staan? Staat niet
voorgeschreven in CMR.
-
Verwijzing naar het contract
Plaats en datum van vaststelling van gebreke
Beschrijving van de schade
Waarde van de goederen  aankoopfactuur
Schadevergoeding: volledige waarde of restwaarde  vaststelling van een
deskundige
…
Men wil eerst de kans aan de tegenpartij geven om schade te vergoeden zonder de
tussenkomst van de rechtbank.
Dan wordt de verjaringstermijn geschorst  gestopt vanaf het moment dat je schriftelijke
vordering hebt gestuurd. Schorsing eindigt wanneer de vervoerder op een duidelijke en
ondubbelzinnige manier die vordering afwijst. Die periode van de schorsing wordt bij de
verjaringstermijn toegevoegd. Als tegenpartij niet reageert, kan hij nog altijd de vordering
instellen, zelfs als de normale verjaringstermijn afgelopen is. In België moet de tegenpartij
alle bijgevoegde stukken terugsturen zelfs als het maar kopieën zijn. In de meeste CMRstaten is dit niet nodig.
Opmerking: de schorsing gaat niet in, in de periode van type B (Total verlies zonder
bedongen termijn)
en C. de 30, 60 dagen en 3 maanden voorafgaand aan de
verjaringstermijn. Want de verjaringstermijn loopt dan nog niet. Dus, kan ze dan ook niet
geschorst worden. Doe je dit toch en je wacht langer dan een jaar om te dagvaarden (omdat
je denkt dat de verjaring geschorst is) dan ben je te laat.
VERJARING: ENKELE BIJZONDERE REGELS
•
Art.32, §4: een verjaarde vordering kan ook niet meer in de vorm van een
tegenvordering of een exceptie worden geldend gemaakt – in de praktijk zeer
gevaarlijke bepaling voor de vervoerder
•
Verhouding hoofdvervoerder – ondervervoerder wordt in de CMR niet geregeld (en is
niet onderworpen aan art. 34 e.v. terzake van opvolgend vervoer)
•
Problemen bij regresvordering omdat de verjaring van de hoofdvordering en van de
regresvordering gelijklopen
•
Naar
Belgisch
recht:
artikel
38,
§4
W.
3
mei
1999:
“De regresvorderingen ontstaan uit de overeenkomst tot vervoer van goederen over
de weg moeten, op straffe van verval, worden ingesteld binnen een termijn van een
maand te rekenen vanaf de dagvaarding die aanleiding geeft tot recht van regres”
Voor stuiting van de verjaring moet je rekening houden met de regels van BE WB. Bv. de
verjaring wordt gestuit door de dagvaarding voor een (onbevoegde) rechter. Stuiting van de
termijn  verjaringtermijn begint opnieuw te lopen. Stuiting staat onder nationale wetgeving.
Art 38 §4: de vordering van ene partij verjaart sneller dan de vordering van de andere partij.
Als die vervoerder wordt dagvaard, dan kan hij niet zeggen dat hij een vordering tegen LBH
heeft, want een verjaringstermijn als die verjaard is, kan niet meer levend worden gemaakt.
Als de vervoerder wordt gedagvaard, maar hij heeft zelf niets misdaan, is hij toch
verantwoordelijk voor alle andere ondervervoerders. Meestal gaat de vervoerder tegen zijn
ondervervoerder een vordering instellen voor het geval dat de LBH tegen hem een vordering
instelt. In dat geval kan de vervoerder die vordering tegen zijn ondervervoerder naar boven
halen.
CMR maakt deel van de Belgische wegvervoerregeling.  Als er een regresvordering is, dan
moet je die instellen binnen een maand vanaf de dag van dagvaarding.
REGELS VAN BOEDAPEST
BINNENVAART IN EUROPA
•
Aandeel van de binnenvaart in Europees vervoer: 6% (2002) .
•
In sommige staten ligt dit percentage veel hoger: Nederland 43%, Duitsland 14%,
België 12% (door promotie)
•
Binnenvaart heeft voldoende capaciteit, is milieuvriendelijk en goedkoop: modale
verschuiving (“modal shift”)
•
Uitbreiding van de EU is bevorderlijk voor binnenvaart, want wegvervoer is enkel
goed voor korte afstanden.
JURIDISCHE ACHTERGROND VAN BINNENVAART
•
Zeer diverse juridische regimes
–
•
Op privaatrechtelijk is er geen harmonisering  iedere staat heeft eigen
regeling
Publiekrecht:
–
Akte van Mannheim 1868 (Rijn)
–
Conventie van Belgrado 1948 (Donau)
–
EU-Conventies en acquis
•
Contractenrecht: nationaal recht en algemene voorwaarden
•
Mislukking van pogingen tot eenmaking
DE NIEUWE CMNI (REGELS VAN BOEDAPES T)
•
Voorgesteld in Boedapest, september – oktober 2000 – 17 ondertekenende Staten
•
Gezamenlijk werk van UNECE, CCNR en Donaucommissie
•
Inwerkingtreding: 1 april 2005
•
Momenteel 9 ratificaties, worden er meer
•
Toepasselijk recht: EVO (Overeenkomstenverdrag Rome 1980)  ROME I omdat
EVO is afgeschaft
VOORNAAMSTE BELEIDSOPTIES
•
Toepasselijk op alle contracten voor internationaal vervoer. Mogelijke uitbreiding tot
nationaal vervoer. B heeft dit niet gedaan.
•
Geen institutionele ontheffing voor navigatiefout. Mag contractueel worden
overeengekomen
•
Beperking van aansprakelijkheid gemodelleerd naar maritiem recht (Regels van Den
Haag Visby). Aparte beperking voor containers
•
Vervoerdersaansprakelijkheid van dwingend recht
STRUCTUUR EN TOEPASSINGSGEBIED
VAN CMNI
•
10 hoofdstukken, 38 artikelen
•
Artikel 1: definities
•
Artikel 2: toepassingsgebied
–
Wanneer de laadhaven of de plaats van overname van de goederen en de
lossingshaven of de plaats van aflevering van de goederen zoals aangegeven
in het vervoerscontract zijn gelegen in twee verschillende staten, waarvan er
tenminste een partij is bij de Conventie
–
Cf. HVR, CMR, Hamburg Rules
–
Proportionaliteitsregel indien combinatie met zeevervoer
RECHTEN EN VERPLICHTINGE VAN DE VERVOERDER
•
Vervoerder moet de goederen afleveren op de overeengekomen bestemming, op tijd,
in de staat waarin ze hem werden overhandigd
•
Overname en aflevering vinden plaats aan boord van het schip
•
Zorgvuldigheidsverplichting voor zeewaardigheid zeer gelijkaardig aan Regels van
Den Haag
•
Feitelijke vervoerders kunnen worden aangesteld
–
Hoofdelijke aansprakelijkheid
–
Rechtstreeks vorderingsrecht?
•
Pay the amounts contractually due to the carrier and, before the goods are tendered
to the carrier, furnish the relevant particulars with regard to the goods and all required
documents
•
Dangerous and environmentally unfriendly goods: inspired by Hamburg Rules (Art.
13)
•
Shipper liable, even if no fault, for all damage and costs incurred by the carrier
because of inaccuracy or incompleteness of the information that was furnished to the
carrier
•
No limitation available
11 december 2008
multimodaal vervoer
slide 2:
In belgie is hieromtrent geen wetgeving. Vooral op lange afstanden gaan er verschillende
etapes zijn die elk hun eigen regelgeving hebben, ze zijn dringend van toepassing en je kan
hier niet van afwijken.
Je moet alles contractueel regelen, want er is geen wetgeving  2mogelijkheiden:
-
het uniform systeem: hiervoor moet je op zijn minst een verdrag voor hebben en
hier zijn ze nog niet in geslaagd. 1 systeem van aansprakelijkheid. Eerder theorie in
praktijk bestaat het niet.
-
het kameleon systeem: je breidt de verschillende bestaande regelgevingen aan
elkaar. Als het eerste traject gaat over de weg is hierop dringend cmr van toepassing.
En wordt die vervoerder beschouwd als wegvervoerder. Rijdt die nu naar een station
en gaan de goederen via trein, dan wordt het vervoer beschouwd onder dringend
cotif. Welk recht wordt op dat ene traject van toepassing? Een en dezelfde
vervoerder veranderd van kleur, naargelang op welk traject zijn goederen zich
bevingen.
Nadelen:
Traject waarop de schade is ontstaat??? Je weet dit meestal niet!!!!!
(enkel bij een wegongeval, zinkend schip, ...bijvoorbeeld)
(het systeem voor multimediaal vervoer is dan ook ontstaan met de komst van de container,
alle operaties zijn enorm versneld en geïntegreerd, je moet de container niet meer uitladen
en dus kun je de schade op het zicht niet zien.)
vertraging??
Dat kun je hier ook niet mee oplossen, en er zijn amper regels. Sneeuwbal effect!! De
vrachtwagen is net te laat en mist de trein. Kan pas twee dagen later de trein nemen. De
trein mist hierdoor het schip en moet hier een week op wachten...
als contractpartijen: lbh en vervoerder weten nooit op voorhand hoe alles gaat uitdraaien, je
moet hopen dat als er iets gebeurt het op het spoor gebeurt, want daar krijg je meer
vergoeding (17/kg) dan op de weg of zee...  hiaten in het netwerk en
aansprakelijkheidssysteem.
Je kunt het aanpassen: het aangepaste netwerksysteem. Werken met een contractueel
uitgewerkt systeem.
FIANTA MTBL = vervoersdocument en hierin worden de aanpassingen van het
netwerksysteem voorzien.
Lbh
<->
mto (meestal rederijen)
 ondervervoerder 1
 ov 2, ...
de lbh kan zeggen, ons interesseert niet waar het is gebeurd jij bent mto en moet ons
vergoeden, en dan kan mto zelf zoeken wie van de ov hem moet vergoeden, wat niet altijd
lukt.
Slide 4:
overslaan: wel al eerder gezien.
Slide 5:
Er bestaat wel een regelgeving (geen verdragen of wetgeving). Icc-regels die een model
uitwerken van zo een aangepast netwerk systeem.
Verdrag van VN nog steeds niet in werking. Alhoewel het geen slecht verdrag is, maar er is
politiek in het spel.
Slide 6:
veel vervoerders die zelf regels uitwerken.
Slide 7:
case Kirby en GM
Kirby (lbh) sluit een contract met icc.
Vervoer van de machine van australie naar vs. Waarbij icc zich de verantwoordelijkheid van
de vervoerder op zich neemt. Ookal besteden ze zelf alles uit. In die fiata mtbl staat dan
sydney de laadhaven is en de uiteindelijke bestemming holsville ( een inlandse bestemming)
. je moet zoiezo over water voor de afstand, en over land omdat op de bestemming geen
schip geraakt.
Himalaya clause: icc zegt wij breiden dat uit, mijn bescherming geldt ook voor alle mensen
die ik aanstel voor de uitvoering (dus alle ov). Ze doet dit omdat er nergens zoiets bestaat,
ze vermijden zo dat kirby rechtstreeks de ov aanvalt.
Hamburg Sud is hier de ov en een heel groot bedrijf. Hij gaat alles uitvoeren en een
vervoersdocument geven aan icc, namelijk B/L (port tot port of combined transport) hierin
staat ook een himalaya clause in.
...
Hamburg sud stelt ook een ov3 aan voor de trein reis, de trein ontspoort en schade is 1,5
miljoen dollar. Kirby weet dat de trein in ontspoort en gaat dus de ov3 dagvaarden.
Kirby had in feite icc moeten dagvaarden, want die was medecontractant. Maar dan kwamen
ze maar aan een vergoeding van 2$/kg en dat was veel minder dan 1,5 miljoen. Maar ov3
zegt nee wij hebben geen contract met kirby dus wij moeten hem niet vergoeden.
 Zie slide voor derest
Conclusie: Dus die 2 speciale trekkingsrechten van icc gingen ze zoiezo krijgen maar dat
vonden ze te weinig en dus gingen ze rechtstreeks usr dagvaarden want alles kon bewezen
worden, de schade wie wat waar, ...
Politiek oogpunt , Amerika wou de machtige positie van de treinmaatschappijen niet in het
gevaar brengen, waarop hun niet verantwoordelijk gemaakt.
Slide 14
je gaat naar lufthanza en zegt deze goederen moeten naar X, en dat bedrijf doet het via de
weg ipv de lucht, maar je betaald er wel voor, maar de goederen komen perfect aan... in
Engeland kan je je hier wel op beroepen; ze zeggen loon naar werken.
Slide 15-17:case quantum-air france
Download