het endocriene stelsel - Cranio Sacraal eindwerken

advertisement
HET ENDOCRIENE
STELSEL
EEN VERKENNINGSTOCHT
Eindwerk in het kader van het behalen van het
diploma cranio-sacraaltherapie binnen de opleiding
aan de PCSA België.
Daniëlle Janssens
Juni 2013
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
INHOUDSOPGAVE
Inleiding ....................................................................................................................................................5
I. HET ENDOCRIENE STELSEL....................................................................................................................6
I.1. Wat is het endocriene stelsel? ............................................................................................ 6
I.2. Wat zijn endocriene klieren?............................................................................................... 6
I.3. Wat zijn hormonen? ............................................................................................................. 8
I.4. Samenhang tussen endocrien- en zenuwstelsel. ........................................................ 10
Thalamus en Hypothalamus................................................................................................ 11
II. DE KLIEREN VAN HET ENDOCRIENE SYSTEEM ................................................................................17
II.1. DE HYPOFYSE - Hersenaanhangsel - glandula pituitaria .............................................. 17
De voorkwab – Adenohypofyse (pars distalis) ................................................................. 19
De middenkwab (pars intermedia) ................................................................................... 22
De achterkwab – Neurohypofyse (pars nervosa) ............................................................ 22
Aandoeningen van de hypofyse ....................................................................................... 24
II.2. DE EPIFYSE - Pijnappelklier – epiphysis cerebri, glandula pinealis................................ 26
Melatonine, het “masterhormoon”.................................................................................... 27
Thyroid Stimulerend Hormoon (TSH) - thyrotropine........................................................... 28
Serotonine ............................................................................................................................. 29
II.3.1. DE SCHILDKLIER – glandula thyroidea – thyroïd .......................................................... 32
T4 – Thyroxine (tetrajoodthyronine) .................................................................................... 33
T3 - Tri-joodthyronine ............................................................................................................ 33
Schildkliervergroting ............................................................................................................. 33
Calcitonine............................................................................................................................ 34
II.3.2. DE BIJSCHILDKLIEREN – glandulae parathyroideae ................................................... 35
Parathormoon (PTH) - parathyrine ..................................................................................... 35
II.4. DE THYMUS – ZWEZERIK ...................................................................................................... 36
Craniosacraal werk .............................................................................................................. 38
II.5. DE PANCREAS - ALVLEESKLIER (buikspeekselklier) – EILANDJES VAN LANGERHANS .. 39
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
3
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
Glucagon .............................................................................................................................. 39
Insuline ................................................................................................................................... 39
II.6. DE BIJNIEREN - GLANDULAE SUPRARENALIS.................................................................... 42
BIJNIERMERG - medulla........................................................................................................ 42
BIJNIERSCHORS - cortex ....................................................................................................... 44
II.7. DE GESLACHTSKLIEREN – GONADEN (ovaria en testes)................................................ 51
Oestrogenen ......................................................................................................................... 51
Progesteron ........................................................................................................................... 53
Testosteron ............................................................................................................................ 53
Onze hersenen en de invloed van geslachtshormonen ................................................. 55
II.8. Het hart als endocriene klier ............................................................................................ 57
III. STRESS, DE SLUIPENDE MOORDENAAR ..........................................................................................58
IV. ONDERSTEUNING .............................................................................................................................59
IV.1. CRANIO-SACRAALTHERAPIE ........................................................................................... 59
IV.2. MASSAGETHERAPIE .......................................................................................................... 60
IV.3. HARTCONNECTIE EN ANDERE HANDVATEN .................................................................. 61
BIJLAGE: OVERZICHTSTABEL ENDOCRIENE KLIEREN EN HUN HORMONEN ...............................64
Bibliografie .............................................................................................................................................65
NAWOORD.............................................................................................................................................67
DANK U…................................................................................................................................................69
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
4
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
INLEIDING
Ons lichaam is een fantastisch geheel waarin talloze grote en kleine systemen
samenwerken. Het ene al duidelijker dan het andere. Tijdens de opleiding
tot cranio-sacraal therapeut hebben we een aantal van deze systemen verkend. We hebben er contact mee gemaakt en gezien hoe we deze fantastische “fabriek” die ons lichaam is, kunnen ondersteunen tijdens haar vele
processen. We hebben ook gezien dat al deze processen met elkaar verbonden zijn en waardoor ze allemaal verstoord geraken, zowel interne factoren als externe omgevingsfactoren.
Wat mij hierin opviel was dat de bron van heel veel problemen steeds weer
STRESS is. Onder deze grote noemer vallen talloze oorzaken en vormen van
stress, die dikwijls door externe factoren veroorzaakt wordt (een ongeval, een
ruzie, ziekte, ontslag, scheiding of verlies) maar vaak ook een inwendige oorzaak heeft (twijfel, angst, foutief zelfbeeld, prenatale ervaringen enz. enz.)
Tijdens de module Alarmklok hebben we gezien hoe de stresscascade in ons
lichaam geactiveerd en gedeactiveerd wordt, wat de rol van diverse klieren
en organen en ook hormonen hierin is, met als uiteindelijk doel het vrijwaren
van de werking van onze “fabriek”. De module over het immuunsysteem
bracht ons in contact met de verdedigingslinie die in stelling wordt gebracht
wanneer een “fysieke aanval” zich voordoet en indringers de “fabriek” willen
overnemen.
In deze twee modules kwamen we in contact met steeds kleinere delen van
ons lichaam. Tot in de celkern wordt alles beïnvloed door STRESS. Onze
grootste uitdaging bestaat er dan ook in deze stress te leren hanteren. Door
de werking en impact te begrijpen, kunnen we ons er beter tegen wapenen.
In de hoogtechnologische fabriek die ons lichaam is, wordt alles door twee
grote regelsystemen gestuurd: ons centrale zenuwstelsel en het hormonale
stelsel. Het is het hormonale deel dat we hier van dichterbij willen bekijken,
en dan meer bepaald het zgn. endocriene stelsel. Dat deel van het hormonale systeem dat van onze endocriene klieren afhankelijk is. Uiteraard is ook dit
zeer gevoelige regelsysteem onderhevig aan de negatieve invloeden van
langdurige stress, onder- maar ook overvoeding, buitensporig gebruik van
suiker en alcohol, nicotinevergiftiging, drugverslaving, infectieziekten, topsport
e.a. We gaan bekijken wat de taak van de belangrijkste hormonen binnen dit
systeem is en hoe die beïnvloed worden.
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
5
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
I. HET ENDOCRIENE STELSEL
I.1. WAT IS HET ENDOCRIENE STELSEL?
In ons lichaam werken organen en orgaanstelsels samen om hun werking op
elkaar af te stemmen en het lichaam als één geheel te laten functioneren.
Hierbij spelen twee belangrijke regulerende systemen: het zenuwstelsel en
het hormonale stelsel. Samen vormen ze het neuro-endocriene systeem dat
de activiteit van alle organen en systemen in het menselijk lichaam bestuurt.
Het zenuwstelsel werkt met impulsen, electrische signalen, en zorgt voor de
snelle bijsturingen in ons lichaam. Het hormonale- of endocriene stelsel werkt
via chemische boodschappers die aan het bloed worden afgegeven en is
verantwoordelijk voor de wat minder snelle en lange termijn regulatie. Veel
van onze lichaamsfuncties (voeding, stofwisseling, groei, lichamelijke en psychische ontwikkeling en rijping, voortplanting, prestatieaanpassing en homeostase) worden gereguleerd door de endocriene klieren die ervoor zorgen dat
het lichaam harmonieus samenwerkt. Dit gebeurt in nauwe samenwerking
met het zenuwstelsel. Hoewel hormoontherapie al zeer ver teruggaat in het
verleden, ontstond de endocrinologie als wetenschap op het einde van de
negentiende eeuw.
I.2. WAT ZIJN ENDOCRIENE KLIEREN?
De endocriene klieren bestaan eigenlijk uit groepen endocriene cellen. Deze
produceren chemische stoffen - hormonen - en geven die rechtstreeks af in
het bloed (zgn. “interne afgifte”) via talrijke haarvaten die door de klieren lopen; dit in tegenstelling tot de zogenaamde exocriene klieren (b.v. speekselklieren, zweetklieren, talgklieren). De verschillende klieren staan in verband
met elkaar; sommigen beheersen zelfs de hormoonafscheiding van anderen
door middel van een terugkoppelingsmechanisme.
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
6
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
De endocriene klieren zijn:
1. Hypothalamus en Hypofyse
2. Epifyse of Pijnappelklier
3. Schildklier en Bijschildklieren
4. Thymus of Zwezerik
5. Bijnieren
6. Pancreas of Alvleesklier
7. Geslachtsklieren: Ovaria of eierstokken bij de vrouw en Testes of teelballen
bij de man.
De pancreas en de geslachtsklieren zijn zowel endo- als exocriene klieren.
Bron: www.stamcel.org
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
7
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
Al deze klieren worden op hun beurt door een overkoepelend orgaan gecoordineerd, nl. door de HYPOFYSE. Deze « meesterklier » activeert bepaalde
boodschapperstoffen, de zogenaamde releasing factoren, waardoor de
verschillende klieren worden gecontroleerd. Op die manier zijn de afzonderlijke terugkoppelingssystemen teruggekoppeld naar de hypofyse, die op haar
beurt is teruggekoppeld naar de in de tussenhersenen gelegen HYPOTHALAMUS.
De hypofyse staat onder directe invloed van het zenuwstelsel.
I.3. WAT ZIJN HORMONEN?
Het woord “hormoon” stamt af van het Griekse woord “hormân” en dat betekent “aandrijfstof”. De meeste hormonen worden geproduceerd door endocriene cellen, maar een aantal ook door neurosecretoire cellen. Dit zijn
gespecialiseerde zenuwcellen die enerzijds in contact staan met het zenuwstelsel en anderzijds ook bepaalde hormonen aan het bloed afgeven. Daarnaast blijken ook de meeste “gewone” cellen in staat hormoonachtige stoffen
te produceren die dan heel lokaal werkzaam zijn. Hormonen en andere signaalstoffen die enkel inwerken op nabijgelegen cellen noemen we paracrien;
stoffen die inwerken op het boodschapperstofproducerende celtype zelf
noemen we autocrien. Hormonen zijn chemische boodschappers die vooral
voor de langzame en langdurige signaaloverdracht zorgen via de bloedsomloop (de snelle overdracht valt voor rekening van de zenuwen), en die een
zeer specifieke uitwerking op de organen en weefsels van het lichaam hebben, zowel in de zin van “aanzetten” als “afremmen”. Hormonen spelen zo
de rol van dirigent voor onze cellen. Ze hebben ofwel een ondergeschikte
hormoonklier (glandotrope hormonen) ofwel niet-endocrien weefsel als doelorgaan. Ze dringen diep in de celkern en werken in op de genen, ze lokken
reacties uit die energie vrijmaken die we nodig hebben om te leven. Hoewel
er tegelijkertijd tientallen verschillende hormonen in de bloedbaan circuleren,
hebben hormonen enkel invloed op die specifieke cellen die er gevoelig voor
zijn, de zgn. doelwitcellen.
Hormonen kunnen op 2 manieren inwerken op het celmetabolisme:

Door hun boodschap rechtstreeks aan het DNA van de celkern door te
geven (schildklier- en steroïdhormonen uit cholesterol doen dit)
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
8
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België

Door via “second messenger” de boodschap door te geven aan de cel
wanneer zij zelf niet voorbij de celmembraan geraken (vooral eiwithormonen zoals insuline, groeihormoon en adrenaline doen dit)
Aangekomen op hun bestemming zorgen hormonen er immers voor dat er
bepaalde processen op gang komen. Eenmaal het gewenste resultaat bereikt, zorgt de overvloed aan een bepaald hormoon er dan weer voor dat de
productie afgeremd wordt. Een voorbeeld van zgn. “negatieve terugkoppeling” is de regeling van warmteproductie en warmteafgifte van het lichaam,
waardoor de lichaamstemperatuur tot op 0,1°C constant wordt gehouden.
(Hierbij werkt het hormoonstelsel samen met het zenuwstelsel). Bij negatieve
terugkoppeling leidt een proces tot (verandering van) een bepaalde toestand, waarna die toestand terugwerkt op het proces, zodat de toestand
wordt gehandhaafd.
Bij andere processen is er sprake van “positieve terugkoppeling”, b.v. bij de
rijping van een follikel (= eiblaasje met eicel), wat dan een exponentiële groei
tot gevolg heeft.
Het uiteindelijke doel is dat het lichaam zoveel mogelijk “in balans” blijft. De
hoeveelheid hormonen in het bloed bepaalt de mate waarin ze werkzaam
zijn. De balans tussen aanmaak en afbraak is daarbij belangrijk. De geïnactiveerde hormonen in het bloed worden afgebroken via de lever en met de
gal of via de nieren met de urine uitgescheiden. Deze afbraak is continu en
niet gereguleerd. Er moeten dus voortdurend nieuwe hormonen aangemaakt
worden en deze afgifte is wel onderhevig aan een regelkring. De concentraties van hormonen vertonen dan ook altijd schommelingen rond een bepaald
evenwicht.
Bij een hormoontekort gaan cellen minder goed functioneren; een groot gebrek creëert chaos. Hormonen zijn immers vaak interactief en bij een groot
tekort van een bepaald hormoon, zullen veel andere hormonen minder goed
werken. Zo zal de afwezigheid van schildklierhormonen de mens herleiden tot
een organisme zonder geweten, niet in staat om gedachten te formuleren of
emoties te voelen. Een totaal gebrek aan cortisol (ingevolge bijnierschors
falen) veroorzaakt een stresssituatie waarbij bloeddruk en bewustzijnsniveau
sterk dalen, het individu in coma geraakt en uiteindelijk sterft.
Met het ouder worden valt ook de hormoonproductie terug. Onze endocriene klieren verzwakken en verslijten immers ten gevolge van verschillende
factoren. Zo is er de opstapeling van giftige stoffen uit onze omgeving in
onze klieren en bloedvaten. De bloedcirculatie in onze organen en endocriene klieren vermindert, zuurstof en voedingsstoffen geraken nog mondjesHET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
9
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
maat op hun bestemming. Onze doorgaans slechte voedingsgewoonten zijn
hier ook niet bevorderlijk voor. Aanvallen van microben, virussen, bacteriën,
parasieten en schimmels vernietigen geleidelijk het klierweefsel. Onze klieren
verouderen, raken uitgeput en slagen er vaak niet in hun dode cellen op een
efficiënte manier te vernieuwen. Nochtans beschikt ons lichaam over hét
reddingsmiddel: onze stamcellen kunnen de beschadigde cellen vervangen. Los van veroudering zijn er namelijk ook andere elementen die de toestand van onze klieren en dus de hormoonproductie negatief kunnen beïnvloeden: langdurige stress, onder- maar ook overvoeding, buitensporig gebruik van suiker en alcohol, nicotinevergiftiging, drugverslaving, infectieziekten, topsport e.a.
Endocriene hormonen, die dus via het bloed verspreid worden, worden behalve in de endocriene klieren ook aangemaakt in endocriene cellen die
verspreid zitten over het centrale zenuwstelsel, de hartboezem, de nieren, lever, het maag-darmkanaal, e.a.
Op basis van hun chemische structuur kunnen we hormonen in twee groepen
delen: de steroïdhormonen en de peptidehormonen. De eersten (b.v. de geslachtshormonen en bijnierschorshormonen) zijn vetachtige, aan cholesterol
verwante stoffen en in staat de doelwitcel binnen te gaan en zich aan het
DNA te koppelen. De peptidehormonen (b.v. insuline en groeihormonen) zijn
eiwitten en binden zich met doelwitcellen die een voor deze hormonen gevoelige receptor hebben in het celmembraan. De binding maakt de cel aktief, wat meestal betekent meer of minder doorlaatbaar worden van het
celmembraan, of een hoger of lager celmetabolisme, i.e. enzymafgifte. Om
hormonen te kunnen maken heeft het lichaam dus bepaalde bouwstoffen
nodig, nl. aminozuren en eiwitten. De meeste hormonen zijn eiwitten, dus
peptidehormonen. Maar ook voldoende vitaminen en mineralen zijn onontbeerlijk. Zo heeft de thymus nood aan vit. A en B12, de vrouwelijke geslachtsklieren aan B3 en B6, de pancreas aan vit. C en geen van allen kunnen
ze zonder voldoende vit. E, magnesium en zink. Hormonale klachten zijn dus
niet altijd per sé een gevolg van het niet-functioneren van de hormoonklieren.
I.4. SAMENHANG TUSSEN ENDOCRIEN- EN ZENUWSTELSEL.
De activiteit van het hormonale systeem staat onder controle van het centrale
zenuwstelsel. Dit geheel stelt het lichaam in staat zich te handhaven en zich
aan bepaalde milieu-omstandigheden aan te passen. Er kan ook sprake zijn
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
10
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
van een directe of indirecte invloed van het milieu op de werking van bepaalde hormoonklieren. Hierbij speelt de HYPOTHALAMUS een cruciale rol.
THALAMUS EN HYPOTHALAMUS
De thalamus en hypothalamus vormen samen met de hypofyse, de epifyse en
het derde ventrikel de tussenhersenen (diencephalon). Dit gebied ligt onderaan in de hersenen, boven de hersenstam, vlak onder het limbisch systeem
en tegen de balk die beide hersenhelften verbindt. Het limbisch systeem, de
amygdala, de hippocampi, de epifyse en de hypofyse, allemaal staan ze in
verband met de hypothalamus.
Bron: www.geneeskunde.net
De hypothalamus is het onderste van 4 thalamusgebieden en de “zetel” of
coördinator van het autonome zenuwstelsel. De EPIFYSE vinden we terug in
het bovenste van de 4 gebieden, de epithalamus. Dit is een schakelstation
tussen de reukcentra en de hersenstam. Het tweede gebied is de thalamus
dorsalis, eindstation van de sensibele en motorische banen van de ogen, het
gehoor, de smaakzintuigen in de tong, het evenwichtsorgaan in het gehoorgebied. Dit staat in verbinding met de schors van de grote hersenen en verwerkt alle prikkels van buiten het lichaam. De derde laag is de subthalamus
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
11
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
die het motorische gebied van de tussenhersenen vormt. En in de onderste
vierde laag vinden we dus de HYPOTHALAMUS. Via zenuwbanen is deze
verbonden met de grote hersenen, de thalamus, de hersenstam en de kleine
hersenen. Hier bevinden zich de centra voor waken en slapen, angst en
agressie, honger, dorst, lichaamstemperatuur, seks, kortweg allen aspecten
verbonden aan “lichamelijk overleven”. Deze “automatische” functies worden geregeld door het autonome zenuwstelsel (hartslag, bloeddruk, temperatuur, ademhaling, werking van maag, darmen, lever, nieren, pancreas,
zweetklieren op de huid). De bedoeling is dat het lichaam zo goed mogelijk
functioneert in de gegeven omstandigheden. Hiervoor is een nauwe samenwerking tussen het centrale zenuwstelsel en de hormoonproducerende
klieren in ons lichaam van groot belang.
De hypothalamus staat via zenuwvezels in verbinding met de hypofyse, meer
bepaald door de 2 sympathische1 grensstrengen die in de hals, borst en buik
vlak naast de wervelkolom lopen, van onder de schedelrand tot vlak bij het
sacrum.
Het autonome zenuwstelsel bestaat uit twee delen, de sympathicus en de parasympathicus.
Deze antagonisten moeten optimaal op elkaar afgestemd zijn wil het autonome ZS goed
functioneren. De sympathicus is vooral actief bij arbeid, agressie & vechten, angst & vlucht.
Bij de grote meerderheid van de mensen is dit deel overactief. D.m.v. rust, slaap, ontspanning kan de parasympathicus zijn werk doen en het systeem terug in evenwicht brengen.
1
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
12
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
Vanuit de zenuwcentra in elke ruggenwervel gaan zenuwen naar de zenuwknopen (ganglia) op de grensstrengen. Vlak onder de hersenen hebben de
sympathische zenuwen in de hersenstam contact met de 10 de hersenzenuw,
de nervus vagus, en van daar via een andere zenuw met de hypothalamus en
verder naar andere delen van de grote hersenen en naar de hypofyse. Met
elke sympathische of parasympathische zenuw loopt een sensibele zenuw
mee. Deze brengt info vanuit het doelorgaan terug naar de zenuwkernen en
vandaar naar de hypothalamus. Dankzij dit terugkoppelsysteem weet de
parasympathicus wanneer een bepaald orgaan of systeem moet worden
geremd of gestimuleerd.
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
13
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
De hypothalamus ontvangt informatie via de hersenschors en de zenuwbanen
van de grensstrengen en geeft deze door aan de hypofyse via een poortadersysteem. Dit houdt in, dat bloed uit de hypothalamus stoffen vrijgeeft (b.v.
oxytocine en ADH/vasopressine), die op hun beurt de hypofyse weer aanzetten tot het uitstorten van hormonen. Afhankelijk van hun werking op de
hypofysevoorkwab worden deze hypothalamushormonen stimulerende (“releasing”) of remmende/verlagende (“inhibiting”) factoren (“factors”) genoemd. De stimulerende zijn de “liberinen”, de remmende de “statinen”.
De belangrijkste factors van de hypothalamus die de hypofyse beïnvloeden
zijn:
o TRH – Thyrotropine releasing hormoon of thyroliberine: dit bevordert in
de hypofysevoorkwab de afgifte van TSH-thyroïd stimulerend hormoon
o GnRH – Gonadotrofine releasing hormoon of gonadoliberine: reguleert
in de hypofysevoorkwab het LH (luteïniserend hormoon) en FSH (follikel
stimulerend hormoon)
o GHRH – Groeihormoon releasing hormoon met als werkzame stoffen
somatotropine en somatoliberine
o CRH – Corticotropine releasing hormoon of corticoliberine zet de hypofyse aan ACTH (corticotropine) af te scheiden
o Dopamine – zet de hypofyse aan prolactine (PRL) of lactotropine uit te
scheiden2
o Somatostatine – Dit hormoon heeft verschillende functies 3. Het werkt
remmend op de afscheiding van groeihormoon in de hypofyse.
Dopamine: neurotransmitter betrokken bij 3 belangrijke regelprocessen in de hersenen: 1 – houding en
bewegingscontrole, 2 – planning van denkprocessen en doelgericht handelen en 3 – regelen van emoties en motivaties. Het is de voorloper van noradrenaline en adrenaline. Dopamine speelt o.a. een rol
m.b.t. het zenuwstelsel, het cardiovasculair systeem en het renale systeem. Te lage waarden dopamine
in de hersenen leidt tot depressie, verslaving (zoet, nicotine), hoge bloeddruk, laag libido, slecht metabolisme, slechte coördinatie en motoriek en hangt ook samen met de ziekte van Parkinson. Bij een tekort
voelen we geen plezier, kunnen niet liefhebben en voelen geen spijt. Maar ook een overschot kan leiden tot depressie, angst, gewichtstoename, impotentie/onvruchtbaarheid, hyperglycemie.
3 Somatostatine:
wordt ook in de pancreas en de maag aangemaakt en werkt remmend op de
aanmaak van insuline, glucagon, thyrotropine (TSH) en op verschillende stoffen die in het spijsverteringsstelsel worden geproduceerd. Het onderdrukt de productie van maagzuur en vertraagt de lediging
van de maag. Het kan bovendien optreden als neurotransmitter.
2
Neurotransmitters zijn chemische stoffen, paracriene hormonen gemaakt uit eiwitten/aminozuren, die een rol spelen
bij de impulsoverdracht in de zenuweinden (synapsen) van het autonome en centrale zenuwstelsel. Ze hebben een
zeer belangrijke rol in de hersenen in het regelen van onze stemming, eetlust, slaap en pijnreactie. De belangrijkste
neurotransmitters zijn serotonine, dopamine, noradrenaline, adrenaline en acetylcholine.
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
14
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
Bron: Sesam - Atlas van de fysiologie
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
15
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
De HYPOFYSE is een hormoonklier die uit klierweefsel én uit zenuwvezels bestaat. Zij produceert wel een dertigtal verschillende hormonen en staat op
haar beurt in contact met alle andere hormoonproducerende klieren. Onze
hersenen zijn dus de bouwmeester van de kettingreactie die op gang wordt
gebracht door de afscheiding van hormonen.
Bron: www.nature.com
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
16
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
II. DE KLIEREN VAN HET ENDOCRIENE SYSTEEM
II.1. DE HYPOFYSE - HERSENAANHANGSEL - glandula pituitaria
De hypofyse is een klein, maar belangrijk kliertje ter grootte van een erwt (1
cm, weegt 0.5 à 1 gram), dat midden in het hoofd in de holte van de schedelbasis ligt, vlak achter de neusrug en onder de hersenen, in het “Turkse zadel
- Sella Turcica”. Ze is door middel van de hypofysesteel verbonden met de
hypothalamus of tussenhersenen en vormt zoals gezegd een hormonale
schakel tussen het centrale zenuwstelsel en de endocriene klieren. Dit orgaantje is opgebouwd uit drie kwabben:
De voorkwab of adenohypofyse (pars anterior) (“adeno”= m.b.t. klieren)
De middenkwab, i.e. een dun laagje cellen (pars medior)
De achterkwab of neurohypofyse (pars posterior).
De voor- en middenkwab worden niet direct beïnvloed door zenuwvezels
maar door stoffen, zgn. “releasing factors” (liberinen) die in de hypothalamus
worden aangemaakt. De voorkwab is via een poortadersysteem verbonden
met de hypothalamus. Deze meet de hoeveelheid hormonen in het bloed
en stuurt hormonen naar de hypofyse wanneer er meer of minder van een
hormoon nodig is. Via de hypofysesteel komt zo b.v. de neurotransmitter
dopamine in de hypofyse terecht die de afgifte van prolactine remt.
Naar de achterkwab (neurohypofyse) lopen vanuit de hypothalamus een
tweetal kernen zenuwvezels (axonen) die hun producten rechtreeks aan de
bloedvaten aldaar afgeven.
In tegenstelling tot bij sommige diersoorten is bij de mens de middenkwab
bijna niet aanwezig. De hypofyse produceert zoals gezegd wel een dertigtal
verschillende hormonen, waarvan de voor- en achterkwab samen een tiental
hormonen produceren die van grote betekenis zijn voor de werking van andere klieren, organen en weefsels.
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
17
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
Bron: Sesam - Atlas van de fysiologie
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
18
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
DE VOORKWAB – ADENOHYPOFYSE (PARS DISTALIS)
De voorkwab vormt zich tijdens de ontwikkeling van de foetus uit een uitstulping van het weefsel (epitheel) van het monddak (zgn. zakje van Rathke). Ze
bestaat uit dicht opeengepakte kliercellen met daartussen bloedvaten. Elk
van de releasing factors/hormonen (liberinen) die door de hypothalamus geproduceerd worden en doorgegeven worden aan de bloedvaten van de
voorkwab via het poortadersysteem, zet een bepaald type kliercel aan tot de
productie van een specifiek hormoon. De inhibiting factors/hormonen (statinen) remmen die dan weer af. We spreken hier van een portale circulatie.
De adenohypofyse maakt een zevental hormonen aan, te verdelen in glandotrope hormonen (glandula=klier, trophos=voeden) die andere hormoonklieren reguleren, en effecthormonen die direct bepaalde lichaamsfuncties
beïnvloeden door rechtstreeks op een orgaan in te werken.
3 soorten effecthormonen:
SOMATOTROOP HORMOON (STH – somatotropine – somatotrofine)
of Groeihormoon: wordt aangemaakt onder impuls van GHRH (groeihormoon releasing factor) uit de hypothalamus, heeft doelwitcellen doorheen
heel het lichaam en stimuleert de eiwitsynthese (het verbinden van eiwitten
in cellen) en celstofwisseling van alle weefsels. Het is dus celdeling en
celgroei bevorderent. STH stimuleert de lever en de nieren tot de vorming
van een hormoon dat de effecten van STH versterkt, nl. somatomedine
(ook wel insulin-like growth factor/IGF genoemd). In deze functie is STH
dus ook een glandotroop hormoon waarbij de lever en de nieren beschouwd worden als hormoonklieren. Het regelt de lengtegroei op jeugdige leeftijd (lange pijpbeenderen) en groei van spierweefsel en blijft nadien belangrijk voor allerlei fysiologische processen (omzetting van koolhydraten, eiwitten en vetten).
MELANOCYT-STIMULEREND HORMOON
of melanotropine (MSH): stimuleert de productie en afgifte van melanine
(“melanogenesis” = pigmentvorming) door pigmentcellen (melanocyten)
in de huid en heeft dus directe invloed op het ontstaan van pigmentaties
van huid, haar en ogen (regenboogvlies).
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
19
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
LACTOTROOP HORMOON (LTH – lactotropine – luteotroop hormoon – lactogeen – mammotroop hormoon)
of Prolactine (PRL): De aanmaak wordt gestuurd door dopamine uit de
hypothalamus en gebeurt in de adenohypofyse. Daarnaast ook in het
borstweefsel, het zenuwstelsel en het immuunsysteem. Dopamine en prolactine volgen elkaar: ’s nachts is het prolactineniveau hoger, overdag dat
van dopamine. Na minstens 3.5 uren melatonineproductie start de prolactineproductie. Dit kan een zes uren hoog blijven. Daarom is het belangrijk
om tijdig te gaan slapen in een donkere omgeving, zoniet wordt er bij het
opstaan onvoldoende dopamine aangemaakt. Een te lange en te hoge
prolactineproductie overdag werkt in op de immuniteit. Stress (cortisolproductie), oestrogenen (de pil!) sex en borstvoeding geven leidt tot een
hoger prolactineniveau. Licht en lawaai kunnen verlagend werken.
Prolactine komt vooral vrij tijdens de zwangerschap en lactatieperioden.
Het bevordert de ontwikkeling van borstklierweefsel en stimuleert in algemene zin het moederschapinstinct. Aan prolactine wordt ook een stimulerend effect op het immuunsysteem toegeschreven. Het verhoogt de
productie van T- en Natural Killer-cellen na 6 uren productie. Prolactine
stimuleert ook voorstoffen van de cellen die verantwoordelijk zijn voor de
myelinevorming rond de axonen in het centrale zenuwstelsel.
4 glandotrope hormonen:
THYROTROOP OF THYROÏDSTIMULEREND HORMOON (TSH - thyrotropine):
Wordt in de voorkwab aangemaakt o.i.v. TRH – thyrotropine releasing
hormoon uit de hypothalamus. TSH zet de schildklier (glandula thyroidea
of thyroid) aan tot productie van het schildklierhormoon Thyroxine (= T4)
“opslaghormoon” dat onder invloed van melatonine en cortisol omgezet
wordt in het “energiehormoon” Tri-jood- of Triiodo-thyronine (=T3)(zie punt
II.3.1). In de winter is er meer schildklierhormoon nodig voor een normaal
metabolisme. TSH zorgt er ook voor dat de schildklier calcitonine aanmaakt (verlaagt het calciumgehalte in het bloed door o.a. calcium op te
slaan in de botten en de opname van calcium in de nieren en darmen te
remmen). De aanmaak van TSH wordt geremd door somatostatine uit de
hypothalamus.
ADRENOCORTICOTROOP HORMOON
of Corticotropine (ACTH): deze neurotransmitter wordt aangemaakt onder
impuls van CRH (coticotropine releasing hormoon) uit de hypothalamus en
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
20
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
zet de bijnierschors aan tot de productie van bijnierschorshormoon cortisol
en regelt het dag/nachtritme van de mens. Het zorgt voor een betere
stressbestendigheid, waakzaamheid, concentratie, stimuleert het (visuele)
geheugen. Het maakt ons kalmer, vrolijker, socialer en minder angstig.
GONADOTROPE HORMONEN (GSH – gonadotropinen)
stimuleren de hormoonproductie van de geslachtsklieren (beïnvloeden
ovaria en testes):

Follikelstimulerend hormoon (FSH - follitropine): bevordert de groei en
rijping van follikels (eicellen) in de ovaria bij de vrouw en de spermaproductie (spermatogenese) bij de man in de testes.

Luteïniserend hormoon (LH - luteotropine) dat bij de vrouw de ovulatie
bevordert en de vorming van het gele lichaam in de eierstok stimuleert;
of als interstitiële-cellenstimulerend hormoon (ICSH) dat bij de man de
testes aanzet tot productie van testosteron. LH wordt vanuit de hypothalamus geregeld door GnRH-Gonadotropine releasing hormoon.

Daarnaast spelen FSH en LH een rol bij het regelen van de mannelijke en
vrouwelijke geslachtskenmerken zoals lichaamsbouw, haargroei, spiervorming, stemhoogte enz.
ENDORFINEN
Deze lichaamseigen signaalstof werkt in de eerste plaats pijnonderdrukkend, maar zorgt ook voor een gevoel van geluk of euforie (ook aangemaakt in het centrale zenuwstelsel). Door endorfines ontstaat een
roes-achtige toestand.
Endorfinen zijn kleine, eiwitachtige stoffen in de hersenen. Deze opiumachtige chemicaliën hebben een werking die lijkt op die van neurotransmitters,
maar technisch gesproken zijn endorfine geen neurotransmitters. Soms
worden endorfinen ook polypeptiden of neurohormonen genoemd. Endorfinen zijn chemische boodschappers die in functie gelijk zijn aan zowel
neurotransmitters als hormonen. Endorfinen zijn (zoals dopamine) de
brengers van aangename gevoelens. Ze zijn ook pijnbestrijders, de natuurlijke morfine van het lichaam. Opium en heroïne werken op dezelfde receptoren in als endorfine. Endorfine is bekend geworden door de “lopersroes”: dit natuurlijk bedwelmend middel wordt bij stevige aërobe (langdurige training) oefeningen vrijgemaakt en wordt veroorzaakt door een stijging in de endorfine (en dopamine), waardoor de fysieke pijn van bij-
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
21
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
voorbeeld een marathonloper plaats maakt voor trots, optimisme en een
gevoel van welzijn, dat nadien ook blijft. Het is een bekend fenomeen dat
joggers verslaafd kunnen raken aan de endorfineroes zodat ze uiteindelijk
dwangmatig bezig blijven met hun activiteit. Lichaamsbeweging verhoogt
de endorfinespiegel en dat is één van de redenen waarom lichaamsbeweging stress vermindert en de gemoedstoestand verbetert. Duursport is
de beste manier om stress te verminderen, de activiteit moet minstens 12
minuten duren om de endorfinespiegel te verhogen. Endorfine en dopamine werken samen. Endorfinen worden door de hersenen gebruikt om de
gevoeligheid voor pijn te verminderen en openen de weg naar plezier. Het
zijn de lichaamseigen kalmerende middelen, in chemische opzicht lijken ze
heel erg op morfine. Ze binden zich ook aan dezelfde receptoren in de
hersenen. De stimulans om endorfine vrij te maken kan ook komen van
luisteren naar muziek, aanraken van de partner,… wat men ook graag
doet, het zijn allemaal situaties van aangename stimuli die kunnen zorgen
voor het vrijkomen van endorfine. Een belangrijke functie van endorfine is
het bestrijden van de gevolgen van extreme stress, of die nu fysiek of psychologische is. Lachen stimuleert het vrijmaken en ook positief denken doet
de endorfinespiegel stijgen. De smaakervaring bij suikers, vetten en ook
chocolade produceert endorfinen in het lichaam. Ook liefde tussen mensen verhoogt de hoeveelheid endorfinen.
Endorfine en zelfverminking: De pijn doet endorfines vrijkomen om met de
pijn om te gaan. Daarom zeggen mensen die zichzelf pijn doen vaak dat
ze “er niets van voelen”: de endorfines hebben de herinnering aan de pijn
overschreven. Die endorfine-rush is wat hen verlichting geeft en hen goed
doet voelen. Ze verlangen ernaar, maar zoals bij elke verslaving heb je elke
keer meer nodig om het effect te ervaren. In dit geval is dat meer pijn.
DE MIDDENKWAB (PARS INTERMEDIA)
Bij foetussen zorgt dit deel van de hypofyse voor de aanmaak van Melanocyt-stimulerend hormoon (MSH). Bij volwassenen is dit deel heel klein tot
onbestaande en neemt de voorkwab deze functie over.
DE ACHTERKWAB – NEUROHYPOFYSE (PARS NERVOSA)
De hypofyseachterkwab is belangrijk voor de water- en vochtregulatie in het
lichaam.
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
22
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
Zoals reeds gezegd bestaat de neurohypofyse voornamelijk uit zenuwvezels
en ontvangt ze hormonen van zenuwcellen die in een tweetal kerngebieden
in de hypothalamus zijn gelegen en via de zenuwvezels van de hypofysesteel
worden afgegeven (= neurosecretie: afscheiding van stoffen door zenuwcellen). Het is de opslagplaats voor twee door de hypothalamus geproduceerde hormonen:
ANTIDIURETISCH HORMOON (ADH) OF vasopressine
zorgt voor de waterhuishouding. Het werkt direct op het doelweefsel in en
zet de bijnieren aan tot het uitscheiden van aldosteron. Dit stimuleert het
vasthouden van vocht door grotere vochtopname uit de nierbuisjes waardoor
de urine wordt ingedikt alvorens de nier te verlaten (daarom ook “terugresorptiehormoon” genoemd).
De regelkring is hier als volgt: Osmosensoren in de hypothalamus registreren
een te hoge osmotische waarde (ten gevolge van een te hoog zoutgehalte
of een te laag watergehalte in het bloed). De hypothalamus wordt gestimuleerd ADH aan te maken dat via de neurohypofyse in het bloed komt. Het
ADH is werkzaam in de nieren (= doelwitorgaan) en veroorzaakt een verminderde wateruitscheiding door de nieren. Als gevolg blijft er meer water in het
bloed en daalt de osmotische waarde. De hypothalamus wordt hierdoor terug afgeremd in de afgifte van ADH (negatieve feedback).
Vasopressine zorgt voor een stijgende bloeddruk. De aanmaak wordt dan ook
geactiveerd bij te lage bloeddruk en dit onder invloed van o.a. ANP, het
harthormoon (zie II.8.). Vasopressine zorgt ervoor dat de slagaders zich vernauwen waardoor de bloeddruk stijgt. Het roept ook mannelijke agressie op.
Het geldt als tegenhanger van oxytocine: waar oxytocine ontspant maakt
vasopressine dat je alert en moedig wordt. Het versnelt de stofwisseling en
verhoogt de concentratie, versterkt het geheugen. Mensen met een groot
tekort, hebben dan ook problemen met het geheugen en concentratiestoornissen. Alcohol remt de aanmaak van vasopressine.
OXYTOCINE (OT) - “knuffelhormoon” -
is qua eigenschappen zowat de tegenhanger van vasopressine. Oxytocine
remt de activiteit in het rechter deel van de amygdala, een deel van de
hersenen dat betrokken is bij emotionele reacties. Geconfronteerd met angstige en boze gezichten veroorzaakt oxytocine een zwakkere amygdala-reactie, wat een positieve sociale interactie ten goede komt. Bij hogere
niveaus oxytocine is er sprake van een hogere weerbaarheid tegen stress en
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
23
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
verslaving en komt het lichaam sneller tot rust. Angst wordt makkelijker onderdrukt en de pijndrempel verhoogt. Dit hormoon maakt verlegen mensen
zelfzekerder en sociaal-vaardiger. Tegelijkertijd zorgt oxytocine er ook voor
dat mensen zich agressiever gedragen ten opzichte van mensen uit een
concurrerende groep. Oxytocine wordt door iedereen aangemaakt bij positief onderling contact (zelfs oogcontact!). Bij vrouwen wordt het in grotere
hoeveelheden aangemaakt naar het einde van de zwangerschap toe. Het
bevordert contractie van epitheelweefsel (opperhuid) van de borst (moedermelksecretie!) en contractie van het gladde spierweefsel in de baarmoederwand. Bij moeders die borstvoeding geven kan een verhoogde oxytocine productie tijdens het zogen leiden tot het opnieuw samentrekken van
de baarmoeder. Deze “naweeën” helpen de baarmoeder haar oorspronkelijke afmeting terug te krijgen. Ook bij mannen stelt men een verhoogde
aanmaak van oxytocine vast tijdens het geboren worden en vasthouden van
hun kind. Dit zorgt voor een hechtere relatie tussen beiden en wekt sterke
beschermende gevoelens op bij de vader. Oxytocine speelt ook een belangrijke rol bij hechting. Een hoog oxytocineniveau wordt geassocieerd met
een gevoel van vertrouwen en verbondenheid. Kleuters die als baby verwaarloosd werden, geen liefde, aandacht en warmte kregen, produceren
minder oxytocine. Koolhydraten en kleine hoeveelheden alcohol verhogen
de concentratie oxytocine in ons bloed (grote hoeveelheden verlagen ze).
Dit hormoon wordt zeer snel afgebroken in het lichaam. Men heeft vastgesteld
dat het oxytocineniveau lager is bij mensen met autisme en met fibromyalgie.
Dit tekort leidt o.a. tot een verminderde doorbloeding van armen en benen.
Daar onder invloed van massage oxytocine (alsook endorfine en serotonine)
aangemaakt wordt door het lichaam, is dit voor deze groepen patiënten sterk
aan te bevelen. Met betrekking tot autisme (Asperger stoornis) is er intussen uit
onderzoek gebleken dat toediening van oxytocine een positieve invloed
heeft op het verminderen van het typische repetitieve gedrag en verbeterde
sociale vaardigheden van deze patiënten.
Beide hormonen worden rechtstreeks in de grote bloedsomloop afgegeven.
AANDOENINGEN VAN DE HYPOFYSE
Hypofyse-aandoeningen worden vaak veroorzaakt door kleine gezwelletjes
die bijna altijd goedaardig zijn. Deze kunnen zelf een teveel aan hormoon
afscheiden. Daarnaast kunnen ze door druk op andere delen van de hypofyse leiden tot vermindering van de hormoonproductie.
Ook ontstekingen en bloedingen kunnen leiden tot een verminderde functie
van de hypofyse. Afwijkingen kunnen ingrijpende gevolgen hebben. OmHET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
24
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
dat de gezichtszenuw vlak langs de hypofyse loopt kunnen er ook problemen
met het zien ontstaan.
Vaak ontwikkelen symptomen bij problemen zich heel langzaam en haast
ongemerkt waardoor de aandoening pas in een gevorderd stadium onderkend wordt. De meesten zijn goed behandelbaar. Bijkomend probleem is
dat aandoeningen zelden zijn en huisartsen en zelfs specialisten de symptomen meestal niet herkennen.






Prolactinoom: hypofysevergroting met overmatige productie van prolactine
Acromegalie: hypofysevergroting met overmatige productie van groeihormoon
Syndroom van Cushing: hypofysevergroting met overmatige productie van
ACTH
Niet-endocrien actieve gezwellen
Hypopituïtarisme: de hypofyse maakt te weinig hormonen aan. Tekort
wordt met medicatie aangevuld.
Hypofysectomie: verwijdering van de hypofyse (uitzonderlijk).
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
25
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
II.2. DE EPIFYSE - PIJNAPPELKLIER – epiphysis cerebri, glandula pinealis
De epifyse ligt als een klein, kegelvormig lichaampje midden in de hersenen,
aan de achterwand van het 3de ventrikel, in de epithalamus. De klier is zo
groot als een gedroogde erwt en weegt nauwelijks 200 milligram. Na de
nieren heeft dit orgaan, samen met de hypofyse, de hoogste bloedcirculatie.
Als orgaan heeft de epifyse zich ontwikkeld uit het zgn. derde oog, kruinoog of
pineaal orgaan zoals we dat aantreffen bij vissen, amfibieën, reptielen en
vogels. Het is hier in de eerste plaats een lichtgevoelig orgaan.
Ook bij de lagere gewervelden is de epifyse
een lichtgevoelig orgaan.
Het registreert
wisseling van licht en donker, ofwel door een
speciaal pariëtaal oog, of door het doorschijnen van licht door de dunne schedelwand. Daardoor is de epifyse ingeschakeld
in het dag- en nachtritme (circadiane ritme)
van het organisme, maar registreert ook de
wisseling van lichte zomer- en donkere wintertijd en beïnvloedt zo veranderingen van de
geslachtsklieren met de jaargetijden.
Bron: www.geneeskunde.net
Bij de hogere gewervelden waaronder de mens, dringt het licht niet door de
dikkere schedelwand. De epifyse krijgt informatie over licht en donker via de “centrale
klok” in de suprachiasmatic nucleus (SCN) van
de hypothalamus. Het is een “fotosensitief”
orgaan dat via speciale ganglioncellen 4 de
lichtimpulsen ontvangt die op ons oognetvlies
vallen. Hierdoor speelt ze een belangrijke rol bij
de synchronisatie van bepaalde lichaamsfuncties met dagelijkse en seizoenvariaties.
Bron: www.musclecubes.nl
4
Ganglioncel: de zenuwcellen waaruit zenuwknopen en –vezels bestaan
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
26
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
Op zich beschouwd blijkt de hormoonspiegel in ons lichaam te schommelen.
Een aantal hormonen vertoont in een etmaal een min of meer regelmatig
stijgend en dalend patroon. Deze ritmen zijn grotendeels onafhankelijk van
slapen en waken en gaan altijd door, wat iemand ook doet. Nochtans blijkt dit
cyclische ritme “op drift te geraken” als iemand van de buitenwereld geïsoleerd raakt en van zijn normale dagindeling afwijkt. De licht-donker cyclus
helpt dus bij het synchroniseren van activiteit van onze centrale biologische
klok. Licht is de meest voor de hand liggende van deze “synchronizers”. Als
mensen moeite hebben met veranderingen in tijd (vliegreizen, winter-/zomertijd), gevoelig zijn voor bepaalde ziektebeelden in bepaalde seizoenen, voor winterdepressies e.d., dan moeten we dit herkennen als aanduidingen van een vertraagde werking van de epifyse. Het is vooral de
productie van het hormoon melatonine dat hierbij een belangrijke rol speelt.
Melatonine wordt aangemaakt uit serotonine. Via de hypothalamus-hypofyse-as controleert de epifyse ook de afgifte van het stresshormoon
cortisol en de sekshormonen oestrogeen, progesteron en testosteron.
De epifyse is gevoelig voor electromagnetische velden. Er zijn aanwijzingen
dat dit mee een rol kan spelen bij epileptische aanvallen. Het melatonineniveau blijkt dan gewijzigd te zijn. Dit sluit aan bij de hypothese dat melatonine een onderdrukkende werking heeft op het centraal zenuwstelsel.
De epifyse is het actiefst bij de mens tot de leeftijd van 10 jaar. Tot de pubertijd heeft ze een remmende werking op de hormonale activiteit van de geslachtsklieren. Vanaf de puberteit worden de hypothalamus en de hypofyse
actiever wat betreft de aanmaak van geslachtshormonen. In de puberteit
begint de epifyse te krimpen en bij ouderen is de klier vaak verkalkt en verschrompeld. Ouderen hebben het hierdoor moeilijker om zich aan te passen
aan licht/donker, warm/koud.
MELATONINE, het “masterhormoon”
Melatonine wordt voornamelijk geproduceerd in de epifyse, het
maag-darmkanaal en het netvlies. Naast in de epifyse komt het ook voor in de
hypothalamus, de hippocampus en delen van de basale ganglia5. De productie komt op gang als de baby 3 maanden is en bereikt een hoogtepunt
Basale ganglia: een aantal structuren van grijze stof onder de schors van de grote hersenen rondom de thalamus. Vormen een regelkring voor de motorische activiteit die door de
grote hersenschors gestuurd wordt. Zijn ook betrokken bij verstandelijke/cogni- tieve en emotionele functies.
5
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
27
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
tussen 1 en 3 jaar. Vanaf dan start een dalende tendens. Ouder worden,
licht, roken en overgewicht hebben een negatief effect op de aanmaak.
Bij mensen is de natuurlijke productie van melatonine door de epifyse direct
gekoppeld aan de blootstelling aan licht van bepaalde receptoren in het
netvlies van de ogen. Licht wordt zoals reeds gezegd omgezet in zenuwimpulsen die via de optische oogzenuw doorgegeven worden naar de SCN
(suprachiasmatic nucleus) bij de hypothalamus. De SCN zendt zenuwimpulsen naar de hypofyse die aangeeft de melatonineproductie af te remmen. Bij
de aanwezigheid van blauwachtig licht (uit zonlicht of uit kunstlicht, televisie of
computer) wordt de productie van melatonine geremd. Neemt de blootstelling aan licht af, dan komt de natuurlijke productie van melatonine weer op
gang. Voor het lichaam is dit het signaal om de dag-activiteiten te verminderen en zich voor te bereiden op de nacht. Het melatonineniveau is het
hoogst rond 2u ’s nacht. Op dat moment is serotonine het laagst. Overdag is
dit omgekeerd.
Melatonine onderdrukt het libido en verlaagt de kans op zwangerschap bij de
vrouw tijdens de wintermaanden. Het gaat de productie van FSH (follikel
stimulerend hormoon) en LH (luteiniserend hormoon) door de hypofyse tegen,
verlaagt oestrogeen receptoren en gaat zo oestrogeen-gestimuleerde groei
tegen. Vandaar dat in de natuur de donkere wintertijd de minst vruchtbare
periode is. Melatonine en FSH zijn dus antagonisten.
Melatonine heeft dus invloed op veel regelmechanismen, o.a. het circadiaans
ritme, nachtelijke slaap- en herstelactiviteit, lichaamstemperatuur (winterslaap), immuniteit, cardio-vasculaire regulatie, glucose en vetmetabolisme.
Het heeft een neurotransmitterachtige en hormoonregulerende functie.
Samengevat kunnen we zeggen dat melatonine receptoren heeft in de volgende weefsels:




centraal zenuwstelsel (circadiaans ritme, slaap, lichaamstemperatuur)
maag-darmstelsel (glucose en vetmetabolisme)
cellen van het afweersysteem (immuniteit, tumorcontrole)
hart- en vaatstelsel (cardio-vasculaire regulatie)
THYROID STIMULEREND HORMOON (TSH) - thyrotropine
De epifyse controleert via de hypothalamus ook de productie van Thyroid
Stimulerend Hormoon (TSH) in de hypofyse.
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
28
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
SEROTONINE
Serotonine is een neurotransmitter en in het lichaam betrokken bij veel processen. In de hersenen wordt het gesynthetiseerd uit 5-Hydroxy Tryptofaan
(5HTP). Het speelt een rol bij slaap, hart- en vaatprocessen, agressie, seksueel
gedrag, eetlust, beweging, perceptie, hoe we onze binnen- en buitenwereld
ervaren. Het gaat de zgn. excitatoire (overdadige) werking van dopamine en
adrenaline tegen. Serotonine wordt in de hersenen op verschillende plaatsen geproduceerd, o.a. in de thalamus, hippocampus maar vooral in de epifyse. Het grootste deel van de productie, wel 90%, gebeurt echter in het
maag-darmkanaal. De bloed-hersenbarrière (glia-cellen) verhindert dat de
serotonine die zich in het lichaam onder de nek bevindt naar de hersenen kan
gaan. Serotonine regelt de interne secretie en peristaltiek bij vertering en uitscheiding. Behalve melatonine worden ook andere stoffen uit serotonine
gevormd, zgn. tryptamines. Deze zogenaamd “psychoactieve” stoffen spelen een belangrijke rol bij dromen en een verminderde staat van bewustzijn.
Serotonine is werkzaam in heel het lichaam:





Op het centrale zenuwstelsel bij slaap, eetlust, herinnering, leren, temperatuurregulatie, stemming, seksueel gedrag, spiercontractie, endocriene
regulatie, cardiovasculaire functie en depressie.
In de bloedvaten m.b.t. samentrekking van de grote arteriën. Het is een
« vaatconstrictor » en zorgt voor evenwicht t.o.v. te grote verwijding van de
bloedvaten om zo tot een normale bloeddruk te komen.
Controleert de motiliteit in het maag- darmkanaal. Een teveel aan serotonine lijdt tot spasmen.
Heeft een zeer sterke psychoactieve werking en kan een duidelijk effect
hebben op de persoonlijkheid.
Bij pijnsignalen is het betrokken bij de vrijgave en activering van o.a. prostaglandine en endorfine.
Hoog serotonine-syndroom:
Een teveel aan serotonine kan leiden tot bloedklontering, beschadigt de
bloedvaten, vooral in de longen. Bij oversecretie kan serotonine allergische
reacties zoals astma, oedeem, netelroos en schade aan zenuwcellen veroorzaken, in het bijzonder wanneer het uit mestcellen (i.e. mastocyten, vnl. in
het slijmvlies van de bronchi, neus, darm en in de huid) wordt afgegeven (en
dus niet aangemaakt wordt in de epifyse).
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
29
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
Mogelijke klachten zijn








Angst en fobieën
Vermoeidheid
Anorexia
Wantrouwen
Obstipatie
Slechte temperatuurregeling
Hart- en vaatproblemen
Veranderde perceptie van de leefwereld
Laag serotonine-syndroom:
Een te laag niveau in de hersenen wordt geassocieerd met agressie, impulsief
gedrag, moord en zelfmoord. Volgende klachten zijn herkenbaar:







In- en doorslaapproblemen
Snelle geïrriteerdheid, onrust
Depressiviteit
Verlaagd libido
Verslaving (alcohol, drugs)
Behoefte aan koolhydraten (brood, pasta e.d.)
Pijn (chronisch)
In de hersenstam en de thalamus bevinden zich de pijncentra, overvloedig
voorzien van zenuwcellen met serotoninereceptoren. Pijnreacties worden
tegengegaan doordat serotonine betrokken is bij de activering van stoffen
zoals prostaglandines en endorfinen.
Melatonine en serotonine spelen ook een belangrijke rol bij het regelen van
lichaamsfuncties, vooral in de hersenen. Voor een goed functioneren moet
er voldoende cholesterol aanwezig zijn. Te weinig cholesterol in het bloed
zorgt voor serotonine onderdrukking. Mensen die cholesterol verlagende
medicijnen gebruiken vertonen vaak een verlaagd serotonineniveau en meer
agressiviteit. Te weinig cholesterol kan ook de vloeibaarheid en viscositeit
van de membranen die de serotoninereceptoren bevatten, beïnvloeden.
Zoals gezegd wordt serotonine in de hersenen aangemaakt uit 5-HTP. Het
Tryptofaangehalte wordt negatief beïnvloed door infecties, stress, darmproblemen (vnl. ontstekingen) en anti-conceptiva zoals de pil. Logisch leidt dit
tot een lager serotonine gehalte. In zijn boek Nooit meer moe haalt Dr. Mi-
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
30
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
chael Maes dit dalende serotoninepeil aan als mede-oorzaak van chronische
vermoeidheid.6
Anti-depressiva, in de huidige tijd op grote schaal gebruikt, kunnen mogelijk
bijdragen tot een verstoring van de epifyse door schade aan de serotonergische neuronen en receptoren en het tegengaan van het circadiaans ritme.
Zoals reeds vermeld speelt het circadiaans ritme een belangrijke rol in onze
gezondheid. Elke cel in ons lichaam is een klok die reageert op de zon.
Mensen in nachtdiensten en zij die met onregelmatige uren werken hebben
een verhoogd risico op schildklierproblemen, vruchtbaarheidsproblemen en
kanker. Licht en donker, maar ook de (omgevings-) temperatuur lijkt een belangrijke rol te spelen in de regeling van onze biologische klok. Bijgevolg
geven ook alle medicijnen die « inbreken » in dit ritme (zoals de anticonceptiepil, anti-depressiva, corticosteroïden) altijd bijwerkingen omdat ze geen
rekening houden met het ritme van o.a. melatonine/serotonine.
Ook onder invloed van langdurige stress wijzigt de serotonineproductie: o.i.v.
stress zal het CRH (cortisol releasing hormoon) stijgen alsook het ACTH. Dit
leidt tot een stijging van het cortisol- en adrenalineniveau. Aansluitend zorgt
een verhoging van het serotoninepijl voor daling van de pijnperceptie. Dit kan
de serotonine-melatonine balans ontregelen. Een hoog serotonineniveau
gaat ook samen met een laag dopamineniveau en omgekeerd. En als de
dopaminespiegel daalt, stijgt de prolactinespiegel. In een tweede kettingreactie zal de adrenalinespiegel dalen, vervolgens de serotoninespiegel dalen
en de cortisolspiegel stijgen…
6
Maes, M., Nooit meer moe. CVS Ontmaskerd., Damme, Zorro Uitgeverij, 2011
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
31
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
II.3.1. DE SCHILDKLIER – GLANDULA THYROIDEA – thyroïd
Deze klier ligt aan de voorkant van de hals, onder het strottenhoofd en voor
de luchtpijp, net onder het strottenhoofd en heeft een vorm die doet denken
aan een vlinder waarbij de linker- en rechterkwab de vleugels vormen. De
kwabben zijn onderaan verbonden door weefsel. Bij pasgeborenen weegt dit
orgaan 2 à 3 gram, bij een volwassene 18-60 gram. De schildklier wordt door
vier slagaders van bloed voorzien en is een van de meest doorbloede orgaan
van het lichaam. Er worden 3 hormonen geproduceerd door de schildklier:
Tri-joodthyronine (T3), Thyroxine of Tetra-joodthyronine (T4) en Calcitonine.
Bron: Rebo Prod. Atlas van de Anatomie
Uit jodium en tyrosine – die we uit onze voeding halen - worden de 2 schildklierhormonen Thyroxine (T4) en Tri-joodthyronine (T3) aangemaakt en vrijgegeven in de schildklierfollikels (-blaasjes). T3 is minder aanwezig dan T4 maar
fysiologisch veel actiever. De receptoren voor T3/T4 bevinden zich aan de
oppervlakte van de celkern. Deze hormonen stimuleren het celmetabolisme
van alle lichaamscellen door de productie te bevorderen van enzymen die bij
de afbraak van glucose en vetten een rol spelen. Ze stimuleren bovendien
de eiwitsynthese en daarmee de celgroei.
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
32
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
T4 – THYROXINE (TETRAJOODTHYRONINE)
Thyroxine beïnvloedt de cellen in het gehele lichaam, de stofwisseling (metabolisme), de lichaamstemperatuur en de groei. De hypothalamus scheidt
TRH (TSH-releasing hormoon) af dat de hypofyse stimuleert om TSH (Thyroïd
Stimulerend Hormoon) vrij te geven. Dit TSH stimuleert op zijn beurt de schildklier om T4 aan te maken. De hypothalamus registreert dan terug het niveau
T4 in het bloed. Hoe hoger dit niveau, hoe minder TRH de hypothalamus afscheidt (terugkoppeling). De functie van T4 is voornamelijk als opslag in het
plasma. De hoeveelheid T4 in het bloed is tien keer groter dan die van T3.
Door de afsplitsing van 1 jodiumatoom wordt het omgezet in T3.
T3 - TRI-JOODTHYRONINE
Het in het bloed circulerend T3 is slechts voor 20% à 25% afkomstig uit de
schildklier; het overgrote deel ontstaat door jodiumafsplitsing van T4 in onze
lever en nieren en in alle doelcellen. Zoals gezegd is de werking van T3 vijf
keer sneller en effectiever dan die van T4. T3 heeft vooral invloed op het
basaal metabolisme (de grondstofwisseling bij volkomen rust). Het verhoogt in
het algemeen het zuurstofverbruik bij een verhoogde energieomzet en
daarmee de warmteproductie (activeert de mitochondriën 7 in de cellen).
Het versnelt de bloedcirculatie en verbetert de doorbloeding naar de uiteinden. Het beïnvloedt ook de werkzaamheid van andere hormonen zoals insuline, glucagon, STH en adrenaline. T3 bevordert groei en rijping, vooral van de
hersenen en botten. Een tekort aan schildklierhormonen bij pasgeborenen
leidt dan ook tot groei- en rijpingsachterstand en tot stoornissen in het centraal
zenuwstelsel.
SCHILDKLIERVERGROTING
Een zgn. “krop” (struma) is een knoopvormige vergroting van de schildklier.
Dit kan veroorzaakt worden door een jodiumtekort. Dit tekort veroorzaakt
immers een tekort aan T3/T4 en hierdoor een verhoogde afgifte van TSH.
Onder invloed van dit TSH gaan de follikelcellen zich vermeerderen (hyperplastische krop). Dergelijke krop blijft ook bestaan wanneer de oorspronkelijke oorzaak (jodium tekort) wegvalt.
Er ontstaat ook een tekort aan T3/T4 (hypothyreose) wanneer de vergrote
schildklier niet meer genoeg van deze hormonen kan leveren. Dit kan een
aangeboren stoornis zijn of het gevolg van b.v. schildklierontsteking. Deze te
7
Mitochondriën: energiecentrales in de cellen die warmte en energie vrijmaken.
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
33
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
zwakke werking heeft gevolgen voor de stofwisseling, groei en geestelijke
functies die vertraagd worden. Bij aangeboren zwakke werking kan dwerggroei een gevolg zijn.
Ingeval van hyperthyreose (ziekte van Basedow) produceert een vergrote
schildklier onafhankelijk van het TSH te veel T3/T4. De verbrandingsprocessen in
de cellen nemen toe met gevolgen als vermageren, temperatuurverhoging,
versnelde hartslag en nerveuse overgevoeligheid.
CALCITONINE
Dit derde schildklierhormoon wordt gemaakt door de gespecialiseerde endocriene cellen in het schildklierweefsel, de C-cellen. Wanneer de concentratie calciumionen in het bloedplasma te hoog is, stimuleert calcitonine de
opname van vooral calcium in de botten (bevordert aldus de botvorming),
remt het de reabsorptie van calcium uit de voorurine en uit de darm. Hierdoor
daalt de calciumconcentratie in het bloed en vermindert de calcitonineproductie terug. Het is de antagonist van parathormoon of PTH (zie verder).
Calcitonine maakt ons ook beter stressbestendig, heeft een positieve invloed
op migraine en op infecties.
Tot slot nog vermelden dat verhoogde cortisolspiegels (zie II.6) – b.v. als gevolg
van langdurige stress - de productie van schildklierhormonen verstoren, i.e.
verlagen. Dit leidt tot klachten als vermoeidheid, gewichtstoename, koude
handen en voeten, broze nagels en haar, obstipatie.
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
34
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
II.3.2. DE BIJSCHILDKLIEREN – GLANDULAE PARATHYROIDEAE
Op de “vleugeltoppen” van de schildklierkwabben (2x2) liggen de bijschildklieren, twee per kwab, vier per schildklier.
Deze heel kleine kliertjes (5x3x2mm) liggen
verzonken in het weefsel en hebben een
grote
hormoonproductie.
In
het
epitheellichaam produceren zij het Parathormoon (PTH).
Bron: Rebo Prod. Atlas van de Anatomie
PARATHORMOON (PTH) - parathyrine
Dit polypeptidehormoon is de antagonist van Calcitonine. Dit betekent dat
zodra de calciumconcentratie te laag wordt, er PTH aan het bloed wordt
afgegeven. Dit stimuleert de vrijgave van calcium uit de botten en de opname (reabsorbtie) ervan in de darm en uit de voorurine. Voor een goede
werking van PTH is een bepaalde hoeveelheid vitamine D (uit voedsel en via
zonlicht) nodig. Daarenboven is de calciumhuishouding gekoppeld aan de
fosfaathuishouding: PTH bevordert de fosfaatuitscheiding door de nieren.
Dit hormoon speelt een cruciale rol in de werking van spieren en zenuwcellen
en de opbouw en instandhouding van onze botten en tanden.
Hyperparathyreoïdie, een te sterke werking van het epitheellichaam, leidt tot
een verhoogde fosfaatuitscheiding en een stijging van het calciumniveau in
het bloed. Hierdoor kan calciumafzetting in de vaatwand ontstaan en
kalkgebrek in de botten. Anderzijds, bij hypoparathyreoïdie is er een tekort
aan parathormoon en krijgen we een te grote mineralisering van ons skelet en
tanden terwijl er een tekort aan calcium ontstaat in het bloed. Dit geeft
aanleiding tot sterke prikkelbaarheid van het neuromusculaire systeem en zelfs
stuipen.
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
35
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
II.4. DE THYMUS – ZWEZERIK
Dit orgaan bestaat uit twee kwabben die meestal niet even groot zijn en bevindt zich langs de middenlijn van het lichaam, gedeeltelijk in het bovenste
deel van de borstkas (tussen de twee longen) en gedeeltelijk in het onderste
deel van de hals. De thymus wordt beschermd door het borstbeen, door de
aanhechting van bepaalde nek- en borstbeenspieren en hangt aan het fascia van de schildklier. Onder de thymus bevinden zich het hartzakje (pericardium) en de grote lichaamsslagader (aorta). De luchtpijp bevindt zich net
achter de thymus in het halsgebied.
Bron: Rebo Prod. Atlas van de Anatomie
Embryonaal start de vorming van de thymus al in de 8ste week van de zwangerschap. Bij baby’s groeit hij uit tot het grootste orgaan. Hun immuunsysteem
moet immers nog volledig geschoold worden. De thymus zit op de placentabarrière en de baby leert van het immuunsysteem van de moeder. Tijdens
de ontwikkeling gaat elke nieuwe cel eerst via de thymus vooraleer naar zijn
definitieve plek te gaan. Bij kinderen is dit orgaan dus sterk ontwikkeld en kan
tijdens de puberteit wel 45 gram wegen. Oorspronkelijk rijkt het van het
borstbeen tot de hartstreek. De thymus is een grillig orgaan en bij vele mensen
zijn er uitlopers, soms tegen het middenrif en soms tot in de hals. Vanaf het
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
36
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
16de levensjaar begint deze klier meestal te verschrompelen tot er bij volwassenen vrijwel niets overschiet. Door opslag van vet in bepaalde cellen
ontstaat het zgn. thymusvetlichaam. De resterende functionele thymusrest
blijft voornamelijk actief als “bibliotheek” en “labo”. Deze evolutie wordt
voornamelijk veroorzaakt door de hormonen van de geslachtsklieren, maar
kan ook het gevolg zijn van bestralingen (X-ray mammografie!), infecties en
vergiftiging.
De functie van de thymus is nog steeds niet helemaal doorgrond. Wel staat
vast dat het een van de belangrijkste organen van ons afweersysteem is. Het
is een klier van lymfeweefsel die hormonen produceert en een belangrijke rol
speelt in de rijping en selectie van de T-lymfocyten of thymocyten (witte
bloedcellen aangemaakt in de thymus). De buitenste laag van de thymus,
de SCHORS, is celrijk en bevat veel lymfocyten. Daarbinnen ligt het MERG dat
celarm is en lymfocyten alsook andere soorten thymuscellen bevat. Het
geheel is omgeven door een bindweefselkapsel. Het is in de schors dat de
lymfocyten in contact komen met lichaamseigen antigenen (antistoffen).
Hierdoor worden ze immunologisch “geprogrammeerd”; ze leren “lichaamseigen” van “nietlichaamseigen” onderscheiden. Daarnaast speelt de thymus ook een essentiële rol in de aanmaak van “geheugencellen” die als het
ware het “recept” onthouden hoe het lichaam afweerstoffen tegen reeds
doorgemaakte ziekten moet aanmaken. Hij is a.h.w. de “universiteit” van alle
immuuncellen. Nieuwe cellen worden er “gebriefd” met alle beschikbare
kennis over alle antigenen die ons lichaam reeds kent. Als we ziek worden,
betekent dit dat de indringer nog niet geregistreerd staat en thymus eerst een
gepaste reactie moet opbouwen, speciale T-cellen moet aanmaken. Het
doormaken van “kinderziekten” is dan ook een absoluut noodzakelijke leerschool voor de thymus en ons afweersysteem. Het feit dat jonge baby’s tegenwoordig tegen alle kinderziekten ingeënt worden, is nefast voor dit proces.
Het is ook bewezen dat tijdens koortspieken de thymus het productiefst is met
het aanmaken van T-cellen.
Het is ook mogelijk dat een indringer zich als “lichaamseigen” gaat gedragen;
of dat de thymus in de war geraakt over lichaamseigen en lichaamsvreemde
stoffen en de lichaamseigen stoffen/cellen worden aangevallen. Dit laatste
leidt tot een auto-immuunziekte.
Mensen die zonder thymus worden geboren (DiGeorge-syndroom) hebben
volgende problemen:

Veel infecties
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
37
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België



Geen vergroting van andere lymfocyten producerende organen zoals milt
en lever ingeval van infecties;
er worden geen T-lymfocyten teruggevonden in het bloed
iets minder antistoffen
De hormonale werking van de thymusklier stimuleert en regelt de productie,
differentiatie en rijping van de T-lymfocyten. De hormonen, de polypeptiden
THYMOPOIETINE EN THYMOSINE, zorgen ervoor dat de T-lymfocyten kunnen worden
aangemaakt door rijping van lymfoïde stamcellen. De lymfocyten die in het
beenmerg worden gevormd, worden naar de thymus getransporteerd en
worden omgezet tot T-lymfocyten. Ze geven bepaalde chemische stoffen af
wanneer ze met vreemde stoffen (bijvoorbeeld virussen, bacteriën, schimmels,
parasieten, enzovoort) in contact komen om deze te vernietigen en zo het
lichaam te beschermen.





Het zorgt voor de aanmaak van T-lymfocyten. Deze jonge lymfocyten
zwermen uit en groeien in andere lymfeorganen en lymfeklieren op tot
‘volwassen’ T-lymfocyten.
Het zorgt ervoor dat tegen de lichaamseigen eiwitten geen antilichamen
geproduceerd kunnen worden.
Er zijn aanwijzingen dat de thymus een hormoon produceert dat de groei
van ander lymfatisch weefsel stimuleert. Daarmee bestaat er een relatie
tussen de thymus en de endocriene klieren.
De schildklier en de hypofyse werken activerend op de thymus.
De geslachtsklieren en de bijnieren werken remmend op de thymus.
CRANIOSACRAAL WERK
Zoals beschreven in de syllabus “Talking to the Immunesystem” 8 kunnen we in
een craniosacraalsessie info aan de thymus verschaffen om bij immuunproblemen bepaalde elementen terug te verkennen, te leren en aan te vallen.
Hierbij moeten we rekening houden met het feit dat ook thymus zelf uitgeput
kan geraken. In dat geval zal hij ons niet kunnen helpen en moeten wij hem
eerst nieuwe energie geven of d.m.v. stamcellen herstellen. De werking van
thymus kan ook beïnvloed worden door de aanwezigheid van een energie-cyste (b.v. veroorzaakt door de autogordel bij een ongeval).
Talking to the Immunesystem – Peirsman Cranio Sacraal Academie – Bew. R. van Santen &
C. van der Sluis – p.7-9,46.
8
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
38
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
II.5. DE PANCREAS - ALVLEESKLIER (BUIKSPEEKSELKLIER) – EILANDJES VAN
LANGERHANS
De pancreas is een van de grootste klieren van ons lichaam (13-15 cm lang).
Ze ligt achter de maag, tegen de achterkant van de buikholte en tussen het
duodenum en de milt, ter hoogte van de 1ste en 2de lendewervel. Het duodenum ligt rond de bovenkant van de pancreas.
De pancreas bestaat hoofdzakelijk uit exocrien klierweefsel dat spijsverteringssappen aan het darmkanaal afgeeft. Verspreid tussen dit klierweefsel
liggen de EILANDJES VAN LANGERHANS, ophopingen van endocriene klieren.
Deze 0,5 à 1,5 miljoen eilandjes vormen samen het “eilandorgaan”. We
kunnen 5 verschillende endocriene celtypes onderscheiden. Ongeveer 20%
bestaat uit A- of alfa-cellen die glucagon produceren, bijna 70% zijn B- of
beta-cellen die insuline vormen, en ongeveer 5% zijn D- of delta-cellen die
somatostatine afgeven. Een kleine fractie van de eilandjes zijn PP-cellen die
het pancreatisch polypeptide produceren.
De functies van deze hormonen zijn algemeen genomen:




zorgen voor de opslag van het opgenomen voedsel in de vorm van glycogeen en vet (insuline);
de energiereserves (glucagon, adrenaline) tijdens de hongerfase of bij
arbeid, stresssituaties enz. mobiliseren;
hierbij de bloedsuikerspiegel zo constant mogelijk houden;
de groei bevorderen.
GLUCAGON
Beïnvloedt de stofwisseling van koolhydraten en vetten.
Wanneer de
bloedsuikerspiegel teveel zakt dan wordt er meer glucagon afgescheiden
door de alfa-cellen. Dit peptidehormoon zorgt ervoor dat de lever uit eiwitten
en opgeslagen vetten zelf glycogeen gaat omzetten in glucose (glycogenolyse) en de vorming van glucose uit aminozuren (gluconeogenese). Zodoende komt er meer glucose in de bloedbaan terecht en verhoogt de
bloedsuikerspiegel. Dit hormoon is de antagonist van insuline.
INSULINE
Beïnvloedt ook de eiwit-, suiker- en vetstofwisseling in ons lichaam maar werkt
tegengesteld aan glucagon. Insuline is het dominante hormoon van deze
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
39
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
twee. Wanneer de bloedsuikerspiegel teveel stijgt, wordt er meer insuline
afgescheiden door de beta-cellen. Dit bevordert in de lever en in de spieren
de omzetting van het teveel aan glucose uit koolhydraten in glycogeen
(glycogeensynthese), en stimuleert de opname van overtollige glucose door
de vetcellen (insuline = ”opslaghormoon”). Hierdoor heeft het een verlagend
effect op de bloedsuikerspiegel. Het teveel wordt opgeslagen op en rond de
buik, rond de organen, en hier gestockeerd voor noodgevallen. Insuline gaat
vetverbranding tegen! Dit buikvet stimuleert insuline resistentie. Vet op de
heupen en dijen is veel minder gevaarlijk. Wanneer de glycogeen « voorraadkamers » volzitten en het bloedsuikergehalte nog niet voldoende gedaald is, wordt het teveel aan glucose gekoppeld aan vet - er ontstaan
triglyceride, een vet-suikerverbinding die het lichaam vrijwel onbeperkt kan
opslaan in vetweefsel. Insuline kan ons dus enerzijds doen verdikken, anderzijds
schudt het ons wakker, geeft ons energie en versterkt onze fysieke weerstand.
Het verstevigt de slagaders, het hart en de spieren.
Bron: Rebo Prod. Atlas van de Anatomie
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
40
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
De antagonistische werking en negatieve feedback van glucagon en insuline
zorgt ervoor dat de glucoseconcentratie in ons lichaam schommelt tussen
bepaalde grenzen. Bij een tekort aan insuline (b.v. omdat de eilandjes te
weinig vrijgeven) onstaat er een verhoging van de bloedsuikerspiegel en
spreken we van hyperglykemie. Dit kan leiden tot suikerziekte of DIABETES.
TYPE I - diabetes mellitus - is het meest voorkomende type. Hierbij maakt de
pancreas geen insuline meer aan omdat de cellen die dat moeten doen
vernietigd zijn door het eigen afweersysteem. Het afweersysteem denkt dat
de beta-cellen indringers zijn die moeten worden opgeruimd.
Bij TYPE II - diabetes insipidus - maakt de pancreas nog wel insuline aan, maar
het lichaam reageert er niet goed meer op. De bloedsuiker blijft te hoog en
hierdoor blijft de pancreas steeds meer insuline aanmaken om de bloedsuikerspiegel toch te laten zakken. Tot er uiteindelijk t.g.v. uitputting toch minder
insuline geproduceerd wordt.
PANCREATITIS, waarbij de pancreas ontstoken geraakt, kan ook tot diabetes
leiden.
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
41
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
II.6. DE BIJNIEREN - GLANDULAE SUPRARENALIS
De bijnieren liggen gedeeltelijk
bovenop en gedeeltelijk over de
nieren heen. Deze ongeveer
1cm dikke orgaantjes liggen
tegen de wervelkolomzijde en
neigen naar het midden toe.
Ze zijn meestal ingebed in het
vetkapsel van de nier.
Niet
minder dan 3 slagaders voorzien
de bijnieren van zuurstofrijk
bloed. Ondanks hun naam zijn
het twee functioneel op zich
staande orgaantjes.
Elke bijnier bestaat uit twee
hormoonklieren die wat betreft
bouw, celtypen en functies helemaal los van elkaar staan:
Bron: Rebo Prod. Atlas van de Anatomie
de BIJNIERSCHORS (cortex) aan de buitenkant en het BIJNIERMERG (medulla)
in het centrale deel.
BIJNIERMERG - MEDULLA
Deze vrij grote, ovale cellen hebben een heel andere oorsprong dan die van
de bijnierschors. Ze zijn namelijk afkomstig van de rand van een instulping
van het ectoderm van het embryo, waaruit ook ons zenuwstelsel ontstaat.
Eigenlijk hebben we hier dus met zenuwweefsel te maken. We vinden hier
ook ganglioncellen, echte zenuwcellen, terug (cfr. neurohypofyse). Het bijniermerg staat via zenuwvezels dan ook onder invloed van het sympatisch
deel van het autonome zenuwstelsel. Deze zenuwcellen (neuronen) produceren bij prikkeling de neurotransmitter ADRENALINE (95% van de cellen) en
het verwante NORADRENALINE (5% van de cellen). Beiden worden aan het
bloed afgegeven wanneer het lichaam in acute - positieve of negatieve stress (i.e. lichamelijke of psychisch-emotionele alarmsituaties) verkeerd, b.v.
extreem genot, hevige koude, woede, fysieke arbeid of een levensbedreiHET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
42
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
gende situatie. Deze hormonen worden catecholaminen genoemd en regelen de activiteit van hart en bloedvaten via receptoren.
ADRENALINE (Lat.: ad=bij, ren=nier) of epinefrine
heeft via de bloedbaan dezelfde werking op de organen als het sympatisch
systeem via zenuwvezels: dit « vecht- of vluchthormoon » verhoogt de alertheid en geeft meer energie. Het bereidt ons lichaam voor op snelle actie
door:







in de lever en de spieren de omzetting van glycogeen in glucose te bevorderen en hierdoor de bloedsuikerspiegel te verhogen. De stofwisseling
krijgt een boost waarvan de actieve weefsels profiteren, men meer spierarbeid kan verrichten en aan meer belasting kan weerstaan. Hierdoor is
adrenaline een antagonist van insuline (net als cortisol);
de hartactiviteit te stimuleren: hartfrequentie stijgt en de bloeddruk
stijgt (« mijn hart sloeg in mijn keel »);
verdieping van de ademhaling;
de werking van maag en darmen te remmen;
de pupillen te verwijden (« schrikogen »);
bloedvatverwijding in de skeletspieren en verhoging van de spierspanning;
in de meeste overige bloedvaten vindt vernauwing plaats (spijsverteringskanaal, huid) zodat er meer bloed beschikbaar komt voor het spierstelsel;
in extreme gevallen verslapping van de sluitspieren van anus en blaas te
veroorzaken (« in je broek doen van angst »); alle overbodige ballast wordt
uitgestoten.
In stress-situaties wordt het adrenalinegehalte in het bloed twintig tot dertig
keer verhoogd. De prikkel tot het in werking treden van dit mechanisme - de
stresscascade - ontstaat in de frontale hersenkwab (zintuigen → thalamus →
amygdala → hippocampi) waar het eerste signaal van gevaar geregistreerd
en geanalyseerd wordt en doorgegeven aan de hypothalamus. Deze
stuurt CRF (corticotrophin releasing factor hormoon) naar de hypofyse die via
ACTH de bijnieren activeert voor de aanmaak van adrenaline en cortisol (zie
ook Hoofdstuk III).
Het sympathisch deel van het autonome zenuwstelsel speelt eveneens een rol
bij stresssituaties. Dit wordt geactiveerd door het RAS - reticulair activatiesysteem, een netwerk van strengen van zenuwweefsel dat vanuit ons ruggenmerg contact heeft met drie hersengebieden: de medulla oblongata (verlengde merg), de pons en het zoogdierenbrein. De zenuwstrengen zijn o.a.
verbonden met het hart, de longen, onze maag, darmen, lever én de adrenalineproductie. Dit sympathische deel van het autonome zenuwstelsel kan
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
43
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
de functie van het bijniermerg ook overnemen wanneer dit beschadigd is of
door een operatie verwijderd. Wel zal het lichaam in bepaalde noodsituaties
minder snel reageren. Het RAS is ons oudste, primairste alarmsysteem. Het is
reeds werkzaam in de baarmoeder.
NORADRENALINE of norepinefrine
Deze neurotransmitter wordt in mindere mate geproduceerd dan adrenaline
(1:3) uit de voorstof dopamine. Het heeft vergelijkbare effecten, maar leidt
eerder tot agressie dan tot angst. Het is sterk opwekkend en werkt meer op
bloeddrukstijging en minder op hartwerking en skeletspieren. Het remt de
spijsvertering en speelt een rol bij pijnsensatie en sexueel gedrag. Een teveel
aan dit hormoon geeft een euforisch, gespannen, angstig of opgewonden
gevoel. Een tekort maakt mensen depressief. In het RAS alarmsysteem
speelt noradrenaline een specifieke rol van « iedereen scherpzetten » bij alarm
(wordt in dat geval door de locus ceruleus op de pons geproduceerd). Drugs
als amfetamine en cocaïne verhogen de hoeveelheid noradrenaline, de
eerste door het stimuleren van de productie ervan, de tweede door het belemmeren van de afbraak. Ze veroorzaken daarmee een alerte, hyperactieve
toestand.
BIJNIERSCHORS - CORTEX
Deze klieren omhullen de kern met bijniermerg en produceren drie groepen
corticoïden (ook wel corticosteroïden genoemd), afhankelijk van de zone op
de bijnierschors.
De mineralocorticoïden - ALDOSTERON
Deze worden aangemaakt in de buitenste laag van de schors (zona glomerulosa). Ze hebben invloed op de mineraalhuishouding (men spreekt soms
van de “water- en zouthormonen” ), ze regelen de concentraties natrium en
kalium in het bloedplasma. Deze groep bestaat voor 95% uit het hormoon
ALDOSTERON. De productie neemt onder invloed van ACTH (uit de hypofyse) toe bij een (te) lage natriumconcentratie, bij een (te) hoge kaliumconcentratie en bij een verminderd bloedplasmavolume (b.v. bij sterk zweten).
Aldosteron bevordert indirect in de nieren de reabsorptie van natrium/zout
(zgn. natriumretentie) en de afgifte van kalium (kaliumdepletie). Als gevolg
van de natriumreabsorptie verhoogt de opname van vocht uit de voorurine in
de nieren, neemt het bloedvolume toe en stijgt de bloeddruk. Dit heeft dan
weer invloed op de pompfunctie van ons hart. Aldosteron zorgt er mee voor
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
44
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
dat onze bloeddruk op peil blijft als we staan of zitten, verbetert de bloedcirculatie in ons hoofd als we staan of zitten. Het werkt hierbij mee in het renine-angiotensine-aldosteronsysteem (RAAS) waarbij het hormoon renine (uit
endocriene cellen in de nierschors) de activerende factor is ingeval de
bloeddruk onder een bepaalde grens daalt. Het zijn de natriuretische peptidehormonen A(trium)NP en B-type NP die in het hart worden aangemaakt die
als antagonist voor het RAAS functioneren (zie II.8.).
De glucocorticoïden - CORTISOL
worden geproduceerd in de middelste laag van de bijnierschors, de zona
fasciculata. Deze glucocorticoïden hebben invloed op de koolhydraat- en
aminozuurstofwisseling, de glucosehuishouding. Ze bestaan voor 95% uit
CORTISOL (ook wel hyDE HPA-as
drocortison).
Ook dit
hormoon wordt onder invloed van CRH (corticotrofine releasing hormoon)
en ACTH (adrenocorticotroop hormoon, cfr werking hypothalamus) geproduceerd en controleert op zijn beurt de
ACTH-aanmaak in de hypofyse door negatieve
terugkoppeling. Het ACTH
is noodzakelijk voor de
groei en instandhouding
van de bijnierschors. Bij het
ontbreken van dit hormoon, verschrompelt de
schors vrij snel en komt dus
de productie van andere
hormonen in het gedrang.
De sturing van de afgifte
van ACTH gebeurt voornamelijk door de releasing
factors aangemaakt in de
hypothalamus. Er is dus
een trapsgewijze productie van cortisol: allereerst
Bron: Sesam - Atlas van de fysiologie
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
45
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
de productie en afscheiding van de releasing factor CRH en vervolgens productie en afgifte van ACTH in de voorkwab van de hypofyse. ACTH bereikt via
het bloed de bijnierschors en is daar op zijn beurt actief bij de aanmaak van
cortisol. Ook hier is er sprake van terugkoppeling als regelsysteem in de hersenen. Deze Hypothalamus-Hypofyse-Bijnieras, is beter bekend onder de Engelse afkorting HPA-as (hypothalamic- pituitary-adrenal axis).
Cortisol wordt samen met adrenaline “stresshormonen” genoemd. Onder invloed van stress (extra lichamelijke en/of geestelijke belasting) verhoogt de
productie van cortisol omdat het lichaam dan meer behoefte heeft aan
glucose, de centrale energiedrager van onze stofwisseling: cortisol bevordert
de aanmaak van glucose in de
lever en de spieren. Bovendien remt het de opname ervan door de cellen zodat er
meer in het bloed blijft.
Doordat glucose de eiwitsynthese remt en de eiwitafbraak
in de weefsels - vooral de spieren - bevordert, komen er
aminozuren vrij voor de gluconeogenese (vorming van glucose uit niet-suikers). Cortisol
beïnvloedt dus de stofwisseling
van aminozuren en koolhydraten: het maakt op het gepaste
moment energiereserves vrij,
verhoogt de opname van suiker in het bloed en geeft de
kracht om te reageren op gevaren/stress.
Op het niveau van hart en
bloedsomloop leiden de glucocorticoïden tot een toename
in contractiekracht van het hart
en een vaatvernauwing (vasoconstrictie) zodat in nood de
weefsels meer zuurstof en voedingsstoffen krijgen en het hart
sneller gaat slaan. Er wordt
Bron: Sesam - Atlas van de fysiologie
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
46
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
meer bloed naar ons hoofd, schouders, romp, bekken en heupen gepompt.
Cortisol leidt ook tot een verhoogde vorming van adrenaline in het bijniermerg. Hierdoor stimuleert het onze activiteit en daadkracht, geeft ons vechtlust.
Tenslotte werkt dit hormoon ontstekingsremmend en antiallergisch, o.a. door
het afremmen van de afgifte van histamine (antistoffen) en het verhogen van
interleucine. Bij zware infecties zien we dan ook een stijging van de cortisolspiegels in het bloed.
Een aanhoudend hoog cortisolniveau - b.v. bij langdurige stress - verzwakt de
bescherming van het maagslijmvlies en kan tot maagzweren leiden. Een
overvloed aan cortisol en adrenaline werkt op de duur negatief op:







de schildklier: productie schildklierhormonen wordt verstoord
lever: ontgiftingsproces wordt verstoord
spijsvertering: aantasting maag- en darmwand
bloedsuiker: toename insulineresistentie leidt tot hypoglycemie, insulineresistentie, diabetes. Pancreas verhoogt hierdoor productie insuline wat dan
weer het normale metabolisme verstoort.
Immuunsysteem: de werking van antilichamen vermindert
slaap: niet inslapen tgv te hoge cortisol & adrenalineniveaus (alarmmodus)
remmen aanmaak van serotonine. Of, makkelijk inslapen maar wakker
worden en niet terug inslapen tgv te weinig cortisol om je bloedsuikerspiegel te stabiliseren (bijnieruitputting?); je lichaam gaat dan adrenaline
aanmaken om je bloedsuiker te doen stijgen waardoor je hersenen en jijzelf
klaarwakker zijn.
vruchtbaarheid en libido: bij een tekort aan cortisol volgend op een langdurig verhoogde productie en uitputting van de bijnieren, wordt progesteron door de bijnieren “gestolen” om cortisol aan te maken.
In de hersenen leidt een langdurig verhoogd glucocorticoïdeniveau tot EEGen psychische veranderingen. Het heeft ook zijn weerslag op de hypothalamus en beschadigt en vernietigt neuronen in de hippocampi (verschrompelen omdat ze minder glucose kunnen opnemen) wat zijn weerslag heeft op
o.a. onze emotie en herinnering en de werking van ons inwendig alarmsysteem. Een structureel te hoog cortisolniveau kan leiden tot cortisol-resistentie in
de receptoren. Daardoor wordt de opname in de cellen verstoort, wordt te
laag en leidt uiteindelijk tot een cortisoltekort!
Een langdurig verlaagd cortisolniveau ingevolge bijnieruitputting of cortisolresistentie leidt vooral tot psychische klachten (apathie, negativisme, psychose,
depressie) maar ook problemen met de schildklierhormonen en geslachtsHET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
47
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
hormonen. Bij een cortisoltekort gaan de bijnieren immers meer androgenen
produceren, wat bij vrouwen tot b.v. haaruitval en acne kan leiden. Lichttherapie, meditatie en lange afstand lopen helpen het cortisolniveau op korte
tijd omhoog te brengen.
Cortisoltekort kan zowel tot hypo- als hyperthyroïdie leiden (zie verder).
Ook hier even speciale aandacht voor de mogelijke invloed van STRESS tijdens
de zwangerschap. Wanneer de moeder chronische stress heeft, worden haar
bijnieren en de cortisolproductie overmatig gestimuleerd. Haar behoefte aan
cortisol kan zo groot zijn dat zij de progesteron die door de placenta vanaf het
tweede trimester geproduceerd wordt, zelf opeist voor omzetting naar cortisol. In het derde trimester maken de bijnieren van de foetus stilaan zelf cortisol
aan. Indien ook deze voorraad door de moeder wordt opgeslokt, zullen de
bijnieren van de baby hierdoor sterk vergroten. Embryonaal zijn de bijnieren en
de eierstokken bij het meisje uit dezelfde cellengroep gevormd.
Na de geboorte kunnen de bijnieren van een baby met stress sneller groeien
dan normaal. Bij de meisjes kan de stress respons het geslachtshormoon progesteron gebruiken, wat tot sterke ontregeling van het hele voortplantingssysteem kan leiden. Vaak zien we dat baby’s met een laag cortisolniveau ook
een laag geboortegewicht hebben en later minder stressbestendig zijn.
Hoewel de cortisolproductie vermindert met ouder worden, stellen we hoge
waarden vast bij ouderlingen. Dit is het gevolg van verschillende factoren, o.a.
afname van de receptorgevoeligheid en een tragere ontgifting t.g.v. minder
schildklierhormoon, geslachtshormoon en DHEA.
GESLACHTSHORMONEN
De bijnierschors produceert DHEA (dehydro-epiandrosteron), een steroïde
prohormoon9 van androsteendion dat verder omgezet wordt in zowel ANDROGENEN (mannelijke geslachtshormonen) als OESTROGENEN (vrouwelijke-)
die op hun beurt de werking van de geslachtshormonen uit de gonaden (testikels en eierstokken) ondersteunen. DHEA wordt bij de mens in grote hoeveelheden aangemaakt tussen de 20 en 30 jaar en neemt daarna af. De
productie van DHEA staat onder controle van ACTH. De concentratie van
DHEA ligt in het bloed wel twintig keer hoger dan die van om het even welk
ander hormoon. De concentratie in de weefsels (o.a. onze hersenen) is nog
9
Prohormoon: = precursor, heeft zelf een minimaal hormonaal effect; is een uitgangsstof,
voorloper van een andere stof.
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
48
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
eens twee tot drie keer hoger! Men heeft een relatie vastgesteld tussen verlaagde DHEA-niveaus en ziekten als diabetes, hart- en vaatziekten en kanker.
DHEA wordt soms ook een anti-stresshormoon genoemd omdat het een positieve werking heeft op het humeur en depressiviteit. Daarnaast speelt het een
belangrijke rol in het immuunsysteem en in het tegengaan van osteoporose.
Hoewel hun aanmaak door de bijnierschors veel lager ligt dan deze door de
gonaden, worden DHEA en geslachtshormonen hier vanaf het embryonale
stadium aangemaakt en zijn van invloed op de aanleg en ontwikkeling van
de primaire geslachtskenmerken.
Hyperfunctie
of verhoogde activiteit van de bijnieren - wordt bijna altijd veroorzaakt door
een gezwel. Er kan ook sprake zijn van hyperplasie - « reuzengroei » . Verhoogde activiteit van de bijnieren veroorzaakt een overproductie van cortisol
en geeft soms aanleiding tot het Syndroom van Cushing. Dit ziektebeeld kan
ook het gevolg zijn van een overproductie aan ACTH door een gezwel van de
hypofyse voorkwab. Deze overproductie van cortisol leidt tot verhoging van
de bloedsuikerspiegel, kan leiden tot vermindering van het eiwithoudende
weefsel, dus vermindering van de spiermassa en dunner worden van de huid.
Bij kinderen zal de groei geremd worden.
Hypofunctie
of verminderde werking van de bijnierschors kan zich acuut voordoen na een
infectie of bloeding van de bijnier. De werking kan geleidelijk afnemen door
een auto-immuunreactie tegen de bijnierschors, een probleem met de aansturing uit de hypofyse, een gezwel of vroeger ook door tuberculose. Het
Syndroom van Addison wordt gekenmerkt door een ernstig tekort aan meerdere bijnierschorshormonen, waaronder cortisol. Het tekort aan mineralocorticoïden leidt dan tot stoornissen in de nierwerking en het tekort aan geslachtshormonen heeft zijn weerslag op de werking van de geslachtsklieren.
In een acute situatie gaat dit gepaard met diarree, koorts, uitdroging en
shock. Niet zelden geraakt de persoon ingevolge de sterk verlaagde
bloedsuikerspiegel in een coma die tot de dood kan leiden. Bij de chronische vorm heeft men last van vermoeidheid, diarree, braken, vermageren,
bruine verkleuring van de huid. Vooral dit laatste symptoom is typisch voor
een hypofunctie t.g.v. een aandoening van de bijnierschors. Indien de oorzaak in de hypofyse ligt, is niet alleen de aanmaak van ACTH verstoord, maar
ook deze van alle andere hormonen, waaronder het melanoforenhormoon
dat de bruine verkleuring veroorzaakt.
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
49
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
In geval één bijnier verwijderd is of niet meer werkt, worden de functies overgenomen door de overblijvende bijnier.
Chemisch gezien lijken alle bijnierschorshormonen op elkaar en behoren tot
de groep van de steroïden. De afbraak gebeurt vooral in de lever; de uitscheiding via de lever en de gal.
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
50
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
II.7. DE GESLACHTSKLIEREN – GONADEN (OVARIA EN TESTES)
De geslachtsklieren bestaan bij de vrouw uit de ovaria (eierstokken) en bij de
man uit de testes (zaadballen). De gonaden produceren vrouwelijke, respectievelijk mannelijke geslachtscellen, eiercellen en zaadcellen. Daarnaast bestaan ze uit endocrien weefsel dat bepaalde hormonen aan het bloed afgeeft. Deze geslachtshormonen beïnvloeden de groei en ontwikkeling van
de geslachtsorganen. Bij de vrouw gaat het om oestrogenen en progesteron, bij de man om testosteron.
De productie en afgifte van de geslachtshormonen wordt geregeld door de
gonadotrope hormonen uit de adenohypofyse (hypofysevoorkwab), nl. STH
(groeihormoon), FSH, LH en ICSH (zie II.1). Deze volgen de impulsen die gegeven worden vanuit het sturende hypothalamushormoon GnRH (gonadotropin-releasing-hormoon).
OESTROGENEN
Deze hormonen behoren tot de steroïdhormonen en worden gevormd in de
eierstokken, de placenta, de bijnierschors en de tussencellen ven Leydig van
de testikels. Ze stimuleren bij de vrouw de groei en ontwikkeling van de primaire en secundaire geslachtskenmerken. Zij zorgen tijdens de puberteit
voor de lengtegroei (remmende werking!), borstgroei, onderhuidse vetverdeling en haargroei en spelen een belangrijke rol bij de menstruele cyclus. Oestrogenen verhogen de stolbaarheid van het bloed en leiden in de nieren en
lokaal tot vasthouden van water en zout. In de menopauze verlaagd de
aanmaak van oestrogenen en dit leidt tot een verlies van botmassa (osteoporose). Oestrogenen beïnvloeden ook bepaalde functies van het centraal
zenuwstelsel zoals het seksuele en sociale gedrag en psychische reacties.
Het belangrijkste oestrogeen is oestradiol, naast oestron en oestriol. Voor een
goede werking van progesteron (zie hierna) is oestrogeen noodzakelijk. Oestradiol wordt door het enzym aromatase omgezet uit testosteron in vetcellen
ter hoogte van de eierstokken, de hersenen, levervetweefsel, de borsten en
fibroblasten (jonge bindweefselcellen). Deze “aromatase” is verhoogd ingeval van hersenbeschadiging. Met het ouder worden neemt bij de man de
testosteronproductie af en de aromatisering naar oestrogenen toe. Ook
neemt de orgaangevoeligheid voor testosteron af. Dit geeft aanleiding tot
toenemend risico op hart- en vaatziekten, diabetes, vermoeidheid, verlies van
spierweefsel en emotionele ontregeling.
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
51
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
Menstruele cyclus
Op het einde van de cyclus komen lage concentraties oestrogenen in het
bloed die de hypothalamus aanzetten tot afgifte van gonatrofine-releasing
factor (GnRF) die op zijn beurt FSH en LH afgifte in de hypofysevoorkwab stimuleert. FSH stijgt 6 dagen snel en stimuleert de afgifte van oestrogenen door
de follikels in de eierstok die piekt rond de 13de dag. Dan piekt FSH terug naar
de ovulatiedag toe. LH piekt ongeveer 18u voor de ovulatie om na de ovulatie snel terug te dalen samen met FSH. Samen stimuleren ze de groei van de
Graafse follikel die terug meer oestrogenen produceert.
Bron: Sesam - Atlas van de fysiologie
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
52
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
De hoge oestrogeenspiegel remt de GnRF productie en dus de FSH en LH
produktie. Het einde van de cyclus.
Oestrogenen bevorderen de rijping van de follikels in de eierstok. In de
baarmoeder bevorderen ze de opbouw van het baarmoederslijmvlies en
versterken de contracties. In de vagina leiden ze tot verdikking van het
slijmvlies. Ze regelen de verplaatsingssnelheid van het eitje door de eileider.
PROGESTERON
Dit steroïdhormoon is het meest werkzame. Progesteron wordt aangemaakt in
het gele lichaam, de follikel, de placenta en de bijnierschors (ook bij de man).
De baarmoeder is het belangrijkste doelorgaan van dit hormoon. Progesteron
speelt een belangrijke rol bij de groei van het baarmoederslijmvlies zodat de
innesteling van de bevruchte eicel kan gebeuren. Vindt er geen innesteling
plaats, dan zakt het progesterongehalte; is er wel sprake van innesteling dan
zorgt progesteron ervoor dat het slijmvlies van de baarmoeder goed doorbloed en intact blijft. Dit hormoon wordt dan ook wel het “zwangerschapshormoon” genoemd.
Progesteron werk remmend op de afgifte van LH (luteïniserend hormoon). In
het centraal zenuwstelsel werken hoge dosissen progesteron anesthetisch.
Het voorkomt epileptische aanvallen, heeft een zgn. thermogeen effect (leidt
tot verhoging van de basale temperatuur) en wordt in verband gebracht met
depressieve gevoelens voor de menstruatie en na de zwangerschap.
Progesteron is de antagonist voor vele oestrogeen-effecten, maar voor veel
progesteron-effecten is de invloed van oestrogenen noodzakelijk.
Oestrogenen en progesteron remmen de prolactine inhiberend hormoon-(PIH
of dopamine)afgifte, m.a.w. ze beïnvloeden (verhogen) de afgifte van prolactine.
TESTOSTERON
Dit mannelijk geslachtshormoon behoort ook tot de steroïdhormonen. Een
kleine 5% wordt aangemaakt in de bijnierschors, het overige deel in de testes.
De aanmaak staat onder leiding van het ICSH (interstitieel cellenstimulerend
hormoon) uit de adenohypofyse dat actief inwerkt op de zgn. tussencellen
van Leydig (in het bindweefsel in de tussenruimte van de zaadbalkanaaltjes).
Testosteron stimuleert de groei en ontwikkeling van de primaire en secundaire
geslachtsorganen en -kenmerken bij mannen, alsook de aanmaak van
zaadcellen. De uitstorting van testosteron in de zaadbal wordt gestuurd door
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
53
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
de gonadotrope hormonen uit de adenohypofyse. Ook hier speelt een
feedbackmechanisme waarmee de vorming van LH en FSH in de adenohypofyse wordt beïnvloed. LH stimuleert de cellen van Leydig tot de synthese
van testosteron; FSH stimuleert de cellen van Sertoli (vormen de
bloed-zaadbalscheiding) tot de vorming van inhibine en van zaadcellen. Inhibine op zijn beurt heeft dan een remmende werking op de aanmaak van
FSH in de adenohypofyse.
Ook bij de vrouw vinden we testosteron terug. Het wordt aangemaakt in de
bijnierschors en de eierstokken. Het is bij de vrouw de voorstof voor oestrogenen en belangrijk voor de eierstokfunctie, de botsterkte en het libido.
Testosteron verhoogt de dopamineproductie. Om een libido te hebben moet
voldoende dopamine aanwezig zijn. Dat is de reden waarom anti-depressiva
die werken d.m.v. serotonineverhoging, vaak impotentie veroorzaken.
Op veel plaatsen in het lichaam stimuleert testosteron ook de aanmaak van
eiwitten. In zowat alle lichaamsweefsels komen testosteron receptoren voor.
De anabole (weefselopbouwende) werking leidt tot het sterker ontwikkelde
spierstelsel bij de man. Het mannenlichaam heeft in verhouding dan ook
meer eiwit en minder vet dan het vrouwenlichaam. Een voldoende testosterongehalte is noodzakelijk voor een normaal libido.
Testosteron heeft ook invloed op de ontwikkeling van onze hersenen. Bepaalde delen in de amygdala en de hypothalamus zijn per sekse verschillend,
afhankelijk of ze zich ontwikkelen bij de aanwezigheid van testosteron of niet.
Dit verschil in ontwikkeling zorgt voor verschillen in denken, seksuele oriëntatie,
agressie en cognitieve functies. Sommigen vermoeden zelfs dat homoseksuele geaardheid zijn oorsprong vindt in het feit dat er tijdens de embryonale
ontwikkeling wel testosteron vrijkomt maar bij de foetale ontwikkeling niet. De
hypothalamus functioneert bij een transseksueel net zo als het geslacht dat hij
aangeeft. Een man-naar-vrouw transseksueel heeft volgens de onderzoeken
van de Nederlandse neurobioloog Dick Swaab wel degelijk vrouwelijke hersenen.
Bij de man is testosteron op verschillende manieren cyclisch:




fluctuaties 3 tot 4x per uur
volgt overdag het ritme van de cortisolproductie: hoog in de morgen tussen 6 en 8 uur, lager in de namiddag, avond en nacht
maandelijkse fluctuaties, individueel verschillend
jaarlijkse fluctuatie die overeenkomt met het niveau van vit. D: hoogste
rond oktober (herfst), laagste in april (lente).
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
54
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
De andropauze en de geleidelijke daling van het testosterongehalte bij de
man vanaf 40 jaar komt vooral door het minder functioneren van de Leydig-cellen in de testes en de dalende gevoeligheid van het hypothalamus-hypofysesysteem. Ook het circadiaans ritme van testosteron verandert
(de ochtendpiek gaat er af) en de gevoeligheid van testosteronreceptoren in
verschillende organen vermindert.
Te hoge of te lage cortisolwaarden ontregelen het testosteronmetabolisme.
Langdurige stress is dan ook één van de belangrijkste negatieve factoren voor
testosteronwaarden. Andere hormonale vijanden van testosteron zijn prolactine, oestrogeen/progesteron en melatonine.
Tot slot nog opmerken dat het hart het grootste aantal testosteronreceptoren
heeft van alle spieren in het lichaam. Samen met T3/T4 en vit. D is testosteron
bij de man hart- en vaatbeschermend.
ONZE HERSENEN EN DE INVLOED VAN GESLACHTSHORMONEN
Uit het voorgaande is duidelijk dat de hersenen, vnl. de hypothalamus en de
hypofyse, een belangrijke rol spelen in de regeling van de voortplanting en
seksueel gedrag. De hersenen produceren in beperkte mate zelf steroïdhormonen (neurosteroïden), zijn op hun beurt ook gevoelig voor steroïdhormonen
en kunnen als doelorgaan voor geslachtshormonen worden beschouwd.
Immers, zowel de hypothalamus als de hypofyse bezitten steroïdreceptoren
die een belangrijke rol spelen bij de feedbackregeling van de hypothalamo-hypofyso-gonadale as. Ook de hippocampus en het cerebellum bezitten
oestrogeenreceptoren en zijn dus hormoongevoelig. Zoals reeds gezegd
ondergaan ze ook een zekere seksuele differentiatie. Dit alles vormt onderwerp tot studie in de neuro-gynaeco-endocrinologie.
Uit onderzoek is gebleken dat de hersenkernen die in verband staan met
seksueel gedrag, instaan voor agressie (bij mannen) maar ook voor ouderlijk
gedrag. Ouderlijk gedrag is zeer hormoongevoelig. Het ontstaat (bij vrouwen)
op het einde van de zwangerschap en is vaak volledig afwezig bij vrouwen
die nooit zwanger zijn geweest. Vooral de invloed van progesteron is hier
belangrijk.
Zowel oestrogenen als androgenen hebben een belangrijke invloed op ons
taalvermogen, ruimtelijk inzicht, abstract denken, verbale geheugen en fijne
motoriek. De anatomische verschillen voor bepaalde hersengebieden tussen mannen en vrouwen zijn duidelijk. Zo blijkt de hersenbalk (het corpus
callosum) bij vrouwen meer vezels te bevatten dan bij mannen. Mogelijk
verklaart dit waarom vrouwen meer activiteiten tegelijk kunnen uitvoeren dan
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
55
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
de meeste mannen. Dergelijke genderverschillen worden waarschijnlijk tijdens
de embryonale fase gevormd en mogelijk later door de circulerende steroidhormonen verder versterkt. Ook duidelijke verschillen bij een aantal neurologische en psychiatrische aandoeningen worden hiermee in verband gebracht: depressie komt meer voor bij vrouwen; toxicomanie en antisociaal
gedrag meer bij mannen. Van een aantal effecten weet men waar ze
plaatsvinden. Zo heeft men m.b.t. de cognitieve functie, die tot stand komt in
de hippocampi en de cerebrale cortex, vastgesteld dat het cognitieve proces verbetert bij vrouwen die in de menopauze oestrogenen toegediend
krijgen. Men hoort ook regelmatig vrouwen, die in de menopauze zijn en geen
hormoontherapie krijgen, klagen over “een slecht geheugen”, vergeetachtigheid. Spatialiteit (ruimtelijk inzicht en abstract denken) wordt beheerst
door een deel van de hippocampi en is bij de meeste mannen beter ontwikkeld dan bij vrouwen. Onderzoek heeft echter aangetoond dat deze vaardigheden bij vrouwen op het hoogste peil staan tijdens de menstruatie, dus op
een moment van lage oestrogeenspiegels. Haar spraakvaardigheid en fijne
motoriek pieken dan weer rond de ovulatie, dus bij hoge oestrogeenspiegels.
Ook het serotoninesyteem is gevoelig voor oestrogeen. Dit systeem beheerst
het humeur, agressie en het cognitief proces. In de middenhersenen bevinden zich oestrogeenreceptoren en progesteronreceptoren. De meeste
vrouwen kennen de humeurschommelingen tijdens de menstruele cyclus en
de zwangerschap. Depressies komen bij vrouwen tweemaal meer voor dan bij
mannen. Men vermoedt dat vooral de schommelingen van de oestrogeenspiegels hiervoor verantwoordelijk zijn.
Oestrogenen blijken ook in staat te zijn het proces van synapsvorming en
-afbraak te reguleren. Tijdens de menstruele cyclus worden o.i.v. meer oestradiol extra synapsen 10 aangemaakt die daarna, bij dalende oestradiolspiegel en stijgend progesteronniveau opnieuw worden afgebroken. We
kunnen bij de vrouw dus spreken van een “hersencyclus” naast de ovariële
cyclus.
Oestrogenen hebben een beschermende functie in de hersenen. Een tekort
leidt tot geheugenverlies en slechtere motorische coördinatie, vaak ook tot
depressies. Ze zouden ook vrije radicalen kunnen neutraliseren en dus een
anti-oxyderend effect hebben, alsook een ontstekingsremmend en immunoprotectief effect.
10
Synaps: een contactplaats tussen twee neuronen, tussen een neuron en een spier of tussen
neuron en een klier als effectororgaan, waar de transmissie van zenuwimpulsen plaatsvindt.
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
56
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
II.8. HET HART ALS ENDOCRIENE KLIER
Het is minder bekend maar ook in ons hart worden hormonen afgescheiden.
Het gaat o.a. om de zgn. natriuretische peptidehormonen A(trium)NP en
B-type NP die in de boezems (atria) – en specifiek in het rechter hartoor aangemaakt worden. Deze harthormonen zijn actief betrokken bij het autonome zenuwstelsel, de nieren/bijnieren in het endocrien stelsel en immuunsysteem. Ze spelen een belangrijke rol bij de regeling van de bloeddruk, het
bloedvolume en de water-electrolythuishouding. De aanmaak wordt getriggerd door de uitzetting van de hartboezems t.g.v. te hoge bloeddruk. De
doelorganen zijn de nieren, de gladde vaatmusculatuur, de bijnierschors en
ook de hypofyse.
Onder normale omstandigheden overheerst het ANP volume, maar bij te
hoge bloeddruk en risico op hartfalen stijgt het BNP volume. De belangrijkste
functie van ANP en BNP is het beschermen van het hart- en vaatstelsel tegen
volumeoverbelasting. Beiden hebben een direct natrium- en urine-bevorderend effect, waardoor de belasting van het hart en de bloeddruk
dalen. Daarnaast vermindert zowel ANP als BNP de aldosteronsecretie uit de
bijniercellen en mogelijk ook de reninesecretie uit de nieren. Beide peptiden
kunnen functioneel dan ook beschouwd worden als de natuurlijke tegenhanger van het renine-angiotensinesysteem (RAAS – zie II.6.). ANP heeft een
belangrijke remmende invloed op de vasopressine afgifte in de neurohypofyse.
BNP activeert ook het parasympatisch zenuwstelsel: via de nervus vagus gaat
een signaal naar de zenuweinden die acetylcholine vrijgeven dat een spiersamentrekkende en bloedvatverwijdende werking heeft en de hartslag vertraagt. Wordt het sympatisch zenuwsteltsel geactiveerd, dan zullen de zenuweinden in het bijniermerg noradrenaline afgeven dat inwerkt op bepaalde receptoren in het hart dat sneller gaat slaan en sterker samentrekt.
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
57
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
III. STRESS, DE SLUIPENDE MOORDENAAR
Bij de meerderheid van de mensen wordt het leven gedomineerd door stress.
Stress omwille van allerhande factoren. De ene meer beheersbaar dan de
andere, de ene zwaarder wegend dan de andere. Allemaal maken we in ons
leven dingen mee die ons stressniveau de hoogte injagen. En dat is niet problematisch, zolang dit niet blijft duren en het niveau nadien terug genormaliseerd kan worden. En daar wringt dikwijls het schoentje.
Wanneer we met een stress-situatie geconfronteerd worden, dan wordt de
stresscascade geactiveerd. Dit betekent dat wanneer een bedreiging (intern of extern) door de thalamus wordt geregistreerd, je lichaam zich klaarmaakt om te vechten of te vluchten. Daartoe geven de amygdala een activerend signaal aan hypothalamus, die CRH (corticotropine releasing hormoon) naar de hypofyse stuurt, die via ACTH de bijnieren activeert voor de
aanmaak van adrenaline en cortisol (de zgn. HHA-as)11. Ook worden in kleine
hoeveelheden endorfine en serotonine aangemaakt waardoor men tijdelijk
het gevoel krijgt de wereld aan te kunnen. Eens het gevaar geweken werkt de
terugkoppeling: de thalamus krijgt bericht van de zintuigen dat het gevaar
geweken is. Hij meldt dit aan de hippocampus die de hoeveelheid cortisol in
het bloed nagaat en aan de hypothalamus meldt wanneer dit te hoog is.
Deze verlaagt de afgifte van CRH, de hypofyse verlaagt hierdoor de ACTH
aan de bijnieren en die verminderen de aanmaak van adrenaline en cortisol.
Wanneer ons lichaam het alarmsignaal ontvangt, wordt zoals reeds gezegd
de sympaticus geactiveerd en alles klaargezet voor vluchten of vechten. Eens
het gevaar geweken is, moet de parasympaticus voor het nodige herstel
kunnen zorgen en het hele systeem normaliseren. Indien dit niet kan gebeuren en de sympaticus blijft doordraaien, treedt er slijtage op omdat het
lichaam constant aangejaagd wordt door stresshormonen. Uitputting dreigt
voor alle betrokken organen en klieren. Het lichaam gaat zijn reserves aanspreken. Ook het immuunsysteem komt onder druk te staan. Mensen die lange
tijd onder stress staan, hebben dan ook meer kans om ziek te worden. In het
beste geval gaat het om een verkoudheid, maar vaak krijgt men ernstigere
klachten zoals astma, maagzweren, hartproblemen, hoofdpijnen, depressie,
slaapstoornissen, chronische pijnen, ontstekingen, CVS e.a.
Meer toelichting over deze HHA-as reactie vind je terug in de cursus « Talking to the Alarm
clock » (eindwerk Cranio Sacraal opleiding PCSA door Yvonne i. Romar - 2008).
11
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
58
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
IV. ONDERSTEUNING
IV.1. CRANIO-SACRAALTHERAPIE
CST biedt een prima instrument om in contact te komen met het endocriene
stelsel. Klanten zonder problemen op dit vlak zijn zeldzaam. Al is het maar
omdat wij allemaal slachtoffers zijn van een jachtig en stressvol bestaan. Of
omdat velen ooit wel iets meemaakten dat ons sympatisch systeem “getriggerd” heeft. Iets waarmee we dan rationeel wel hebben “leren leven”, maar
dat fysisch toch zijn sporen heeft nagelaten en misschien al heel lang verhindert dat de parasympaticus goed zijn werk kan doen.
Wanneer een klant signalen geeft van psychische en fysische uitputting, is het
altijd nuttig om tijdens een CS-sessie contact te maken met de hoofdactoren
binnen ons regelsysteem: het hart, de thalamus, de hypothalamus, de hypofyse, en de grensstrengen (zetel van het autonome zenuwstelsel). Hoe is het
met deze spelers gesteld? Zijn ze in vorm en kunnen ze hun opdracht nog
goed aan? Zoniet, is hiervoor een direct aanwijsbare reden te vinden? Is het
een falen van de speler zelf en kunnen we hieraan werken, eventueel met
hulp? Of is er een kink in de kabel, krijgt de speler foutieve signalen door?
Waarom is dit zo, is dat al lang het geval en wat kunnen we er aan doen? Hoe
is de verbinding tussen de hoofdklieren onderling? Vervullen ze zowel hun individuele opdracht als hun communicatie naar het hele systeem nog grondig? Of is hier toch één en ander ontregeld…
Hierbij moeten we steeds voor ogen houden dat enorm veel schade wordt
aangericht door stress. Stress kent veel gezichten. Het kan dan ook nuttig zijn
om via SER in gesprek te gaan met het hart en zijn beschermer, maar ook met
de amygdala. De amygdala reageren op gevaar op basis van ervaringen uit
het verleden. Maar wat toen een gevaar vormde, is het misschien vandaag
niet meer. Toch wordt je alarmsysteem getriggerd, op basis van een herinnering. Je kan je dus in een bepaalde situatie plots erg ongemakkelijk voelen
zonder echt te weten waarom. Je voelt je hart en je maag ineenkrimpen en
de adem stokt in je keel. Waarom? Wat gebeurt er? Vanwaar die paniek of
onrust? Via SER kunnen we het verhaal leren kennen en in het bewuste hier en
nu brengen. We kunnen amygdala en hart(beschermer) duidelijk maken dat
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
59
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
het oude angsten zijn, dat de omstandigheden veranderd zijn en het gevaar
niet meer aanwezig is.
We kunnen via contact met de zenuwstrengen ook ons autonoom zenuwstelsel (sympatisch en parasympatisch) benaderen. Zijn de contacten en
verbindingen naar de omgeving, de organen, nog goed? Zijn zij niet vuil of
versleten t.g.v. continue stressbelasting? We maken contact met het RAS, ons
primairste alarmsysteem dat ons reeds in de baarmoeder behoedde voor
onheil. Hoe is het hiermee? Draagt dit nog oude lasten mee? Zijn deze nog
bedreigend in het nu?
Gezien de kettingreactie die de werking van het endocriene systeem is, loopt
het hele systeem gevaar wanneer één schakel slecht functioneert. De hele
homeostase komt in gevaar. Dus wanneer via SER blijkt dat er inderdaad iets
hapert in de werking van een belangrijke endocriene klier, dan is het zeker
nuttig om ook even aandacht te besteden aan de afhankelijke organen en
klieren.
IV.2. MASSAGETHERAPIE
Massage is een belangrijk instrument in het behandelen van stressgebonden
klachten omdat het de aanmaak van oxytocine (alsook endorfine en serotonine) stimuleert. Zoals hierboven reeds uitvoerig besproken heeft dit hormoon
een kalmerende, angstverminderende en stressverlagende werking. Het
leidt ook tot meer sociaal contact. Elk positief contact verhoogt de oxytocine productie. Zo ook massage. Het spreekt voor zich dat het effect nog
verhoogd kan worden door de keuze van de juiste etherische olie. De massage moet echter met de nodige omzichtigheid toegepast worden, het lichaam met het grootste respect benaderd. Het gaat hier niet om een
sportmassage, maar om een helende activiteit. De klant wiens alarmsysteem
op scherp staat zal zeker de eerste keren enkel een zeer subtiele benadering
kunnen verdragen vermits alle zenuwuiteinden overprikkeld zijn. De massage-omgeving moet dan ook warm en rustig zijn en elke vorm van externe
prikkeling moet vermeden worden.
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
60
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
IV.3. HARTCONNECTIE EN ANDERE HANDVATEN
De Franse psychiater David Servan-Schreiber deed onderzoek naar alternatieve manieren om stress en depressie tegen te gaan. Hij beschrijft ze in zijn
boek Guérir (vertaald als Uw brein als medicijn). Volgende zijn zijn bevindingen:
In stressvolle situaties vertoont ons hart een grillig en chaotisch patroon.
Wanneer we ons goed voelen, zien we een regelmatig gevarieerd ritme. Dit
hartritme wordt doorgegeven aan onze hersenen. Wanneer die een signaal
krijgen dat er op wijst dat “alles o.k.” is, dan ervaren we weinig stressgevoelens,
de stresshormonen zijn op normaal niveau, en we voelen ons goed. Een coherent hartritme kunnen we oproepen door te concentreren op onze diepe
buikademhaling (zoals bij yoga of meditatie). Het effect wordt nog versterkt
door gelijktijdig aan positieve dingen te denken en een gevoel van liefde en
dankbaarheid op te roepen. Mits de nodige oefening laat deze techniek je
toe om in moeilijke situaties je emoties en reacties onder controle te houden
i.p.v. in alarmmodus te schieten.
Onze voeding is ook de voeding voor onze hersenen. Twintig procent van
onze hersenen is gemaakt van vetzuren en koolhydraten die niet door het
lichaam gemaakt worden en we dus uit voeding moeten halen. Omega 3 is
de smeerolie van de hersenen. Deze vetzuren zijn bijvoorbeeld nodig om de
isolatielaag die om de lange uitlopers zenuwcellen zit (myelinelaag) in stand
te houden. Deze lange uitlopers zorgen voor een goede communicatie en
geleiding van zenuwprikkels. Mensen met een tekort neigen sneller naar
depressie, leermoeilijkheden en geheugenstoornissen. De hersenen verbruiken
25% van de energie die we opnemen. Ze stellen nochtans slechts 2% van ons
lichaamsgewicht voor. De hersenen voeden zich enkel met glucose, dus is
deze zeer belangrijk in onze voeding. Een lichte daling van het suikergehalte in
het bloed is verantwoordelijk voor een daling van 10% van de prestaties en het
geheugenvermogen.
Ook vitaminen zijn onmisbaar in het leven, ze spelen allen een essentiële rol in
ons lichaam en meer bepaald ook in onze hersenen. Voor het onderhoud en
de aanleg van nieuwe verbindingen hebben de hersenen bouwstenen nodig
zoals vitaminen en mineralen.
- Zonder vitamine B1 zouden onze hersenen hun enige brandstof, de glucose,
niet kunnen gebruiken.
- Vitamine B6 is noodzakelijk voor de synthese van bepaalde neurotransmitters.
- Een tekort aan vitamine B12 zorgt voor neurologische stoornissen, voorafHET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
61
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
gegaan door tekenen zoals geheugenverlies.
- Vitamine C grijpt in bij de werking van het zenuwweefsel.
- Vitamine E beschermt tegen de veroudering, voornamelijk cerebraal.
Er bestaan tal van andere voorbeelden van bestaande verbanden tussen
vitaminen en fysieke, intellectuele en emotionele (prikkelbaarheid, depressies...) prestaties.
De mineralen zijn niet minder belangrijk. Jodium en kobalt werken mee aan de
cerebrale structuur en de werking ervan. Jodium is rechtstreeks betrokken bij
de cerebrale werking en de intelligentie. Een ijzertekort, zelfs bij afwezigheid
van bloedarmoede, veroorzaakt loomheid, slaperigheid, prikkelbaarheid,
aandachtstoornissen, concentratiestoornissen en geheugenverlies. Magnesium helpt bij de aanpassing aan stress (vooral van het hart en de hersenen).
Men weet dat zieke mensen een lager magnesiumgehalte hebben dan gezonde mensen.
Lichaamsbeweging is van belang voor de hersenen. Bewegen zorgt namelijk
voor belangrijke herstelprocessen in de hersenen. Nieuwe hersencellen worden aangemaakt (neurogenese) en bewegen stimuleert de groei van het
aantal verbindingen tussen hersencellen. Bewegen bevordert ook de mogelijkheid dat hersendelen functies van andere delen van de hersenen overnemen (plasticiteit). Bewegen (met een zekere inspanning) zorgt ook voor
afgifte van stoffen in de hersenen, zoals serotonine en endorfine, waardoor we
ons prettiger voelen. De kans op psychische stoornissen zoals een depressie is
vaak kleiner als we regelmatig bewegen.
Voor mensen met beginnende dementie blijkt dat bewegen tot nu toe het
enige is dat vertraging van het proces kan bewerkstelligen. Mensen met dementie hebben vaak een verstoord slaap-waakritme. Ze hebben dan de neiging 's nachts rond te gaan zwerven. Bewegen (vooral buiten wandelen)
heeft hierbij een positieve invloed op de biologische klok.
De invloed van licht en zon werd hiervoor reeds besproken bij de epifysehormonen melatonine en serotonine. De invloed van licht is vooral belangrijk als je
wakker wordt. Je brein moet op een natuurlijke manier wakker kunnen
worden en niet bruusk door een schrille wekkerbel die je een halve meter uit je
bed doet springen en jouw inwendige alarm ook aanzet! Kies dus beter voor
een lichtlampalarm dan een belsignaal voor je wekker!
Communiceer vanuit je hart, zegt Servan-Schreiber. Om het emotionele brein
tot rust te brengen en ermee in harmonie te leven, moeten we beter met
anderen omgaan en leren onze betrekking met anderen in goede banen te
leiden. Hierbij is niet alleen omgang binnen je familie belangrijk maar ook de
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
62
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
rol die je speelt in de gemeenschap daarbuiten. Het doel is zin te geven aan
het bestaan door je ergens mee te verbinden, je af te vragen wat je voor het
leven kan doen. Niets is zo belangrijk voor ons gevoel van welzijn als het gevoel van verbondenheid, van geliefd te worden en lief te hebben, en van ons
deel te voelen van een groter geheel.
Op basis van Servan-Schreibers theorieën werden de HeartMath oefeningen
ontwikkeld. Ze hebben tot doel om het hart en de emotionele hersenen op
elkaar af te stemmen. De methode werkt vooral omdat ze rechtstreeks de
emotionele hersenen aanspreekt en niet de neo-cortex (het analyserende
hersendeel). Emoties zijn sneller en krachtiger dan gedachten. En het hart is,
wanneer het over ziekte en gezondheid gaat, belangrijker dan de hersenen.
Positief denken met je hersenen is zinvol, maar positief voelen vanuit je hart
geeft een veel krachtiger impuls aan je gezondheid.
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
63
Opleiding Cranio-sacraaltherapie
PCSA België
BIJLAGE:
OVERZICHTSTABEL ENDOCRIENE KLIEREN EN HUN HORMONEN
ENDOCRIENE KLIER
Neurohypofyse
(achterkwab)
Adenohypofyse
(voorkwab)
Epifyse
Schildklier
Bijschildklieren
Eilandjes van
Langerhans
(pancreas)
Bijnierschors
Bijniermerg
Ovaria
(Eierstokken)
Testes
(Zaadballen)
HORMONEN
DOELWITORGANEN
EFFECTEN
TSH→→→→→→→→→→
ACTH→→→→→→→→→
FSH→→→→→→→→→→
└→→→→→
LH→→→→→→→→→→→
ICSH→→→→→→→→→→
STH→→→→→→→→→→
└→→→→→→
MSH→→→→→→→→→→
LTH/Prolactine→→→→→
melatonine→→→→→→→
serotonine →→→→→→→
T3,T4→→→→→→→→→→
Calcitonine→→→→→→→
PTH→→→→→→→→→→→
Schildklier →→→→→→→
Bijnierschors →→→→→→
Eierstokken →→→→→→→
Testes →→→→→→→→→
Eierstokken→→→→→→→
Cellen van Leydig→→→
Alle lichaamscellen→→→
Lever en nieren→→→→→
Huid→→→→→→→→→→
Melkklieren→→→→→→→
Suprachiasmatische kern
Idem;hersenstam;thalamus
Alle lichaamscellen→→→
Botten, darmen, nieren→
Botten, darmen, nieren→
Productie schildklierhormonen
Productie bijnierschorshormonen
Productie oestrogenen&eicelrijping
Productie zaadcellen
Productie progesteron; eirijping en eisprong
Productie testosteron
Groei en ontwikkeling
Productie somatomedine
Pigmentatie huid en haren
Melkproductie
Dag/nachtritme
Idem+talrijke andere
Verhoging celmetabolisme
Verlaging calciumconcentratie in bloedplasme
Verhoging calciumconcentratie in bloedplasme
Insuline →→→→→→→→
Lever, spieren, lichaamscellen →→→→→→→→→
Lever, spieren, lichaamscellen →→→→→→→→→
Bloedplasma→→→→→→
ADH → →→→→→→→→
Oxytocine → →→→→→
Glucagon→→→→→→→
Aldosteron→→→→→→→
(mineralocorticoïden)
Hydrocortison→→→→→
(glucocorticoïden)
Geslachtshormonen→→
Adrenaline→→→→→→→
Noradrenaline→→→→→
Oestrogeen→→→→→→→
Progesteron→→→→→→→
testosteron→→→→→→→
Nieren →→→→→→→→→
Baarmoeder, borstklier →
Reabsortie water
Contractie glad spierweefsel
Vorming glycogeen; verlaging glucoseconcentratie in bloed
Vorming glycogeen; verhoging glucoseconcentratie in bloed
Verhoging natriumconcentratie; verlaging kaliumconcentratie in bloed
Lever→→→→→→→→→→
Afweersysteem→→→→→
Geslachtsorganen→→→→
Vele organen→→→→→ →
Vele organen→→→→→→
Geslachtsorganen→→→→
Gluconeogenese
Remming afweerreacties
Ontwikkeling primaire geslachtskenmerken
Continuering en versterking van sympatische regulatie
Idem.
Ontwikkeling primaire en secundaire geslachtskenmerken
Baarmoeder→→→→→→→
geslachtsorganen→→→→
Groei baarmoederslijmvlies; instandhouding zwangerschap
Ontwikkeling primaire en secundaire geslachtskenmerken; vorming
zaadcellen
BIBLIOGRAFIE















Fritsch, H. & Kühnel, W., Sesam Atlas van de anatomie – Inwendige organen. Baarn, Sesam/HBuitgevers, 16de geheel herziene druk, 2005.
Kahle, W., Sesam Atlas van de anatomie – Zenuwstelsel en zintuigen.
Baarn, Sesam/HBuitgevers, 17de druk, 2003.
Silbernagl S. & Despopoulos, A., Sesam Atlas van de fysiologie. Amersfoort, Sesam/Thieme Meulenhof, 15de herziene druk, 2011.
Atlas van de anatomie. Lisse, Rebo Productions, 3de druk, 1992.
Cokelaere, M., Functionele anatomie van de mens – deel I en II. St.
Martens-Latem, Aurelia Books, 1986.
Langedijk, P. & Enkhuizen, A. van, De Parasympathicus. In relatie met
stress, geestelijke en lichamelijke ziekten. Deventer, Uitg. Ankh-Hermes
bv, 1989.
Hertoghe, T. & Nabet, J.-J., Jong en gezond oud worden. Anti-aging met
hormonen, vitaminen, mineralen en oligo-elementen. Antwerpen,
Standaard Uitgeverij, 2003.
Grégoire, L. & van Straaten-Huygen, A., Anatomie en fysiologie van de
mens. Utrecht/Zutphen, ThiemeMeulenhoff, 2007.
Netter, F. H., Atlas of Human Anatomy, Philadelphia (USA): Saunders/Elsevier, 5th edition.
Romar, Y.i., Talking to the alarm clock, eindwerkstuk PCSA. Amsterdam,
2008.
Santen, R. van & Sluis, C. van der, Talking to the immunesystem, syllabus
opleiding PCSA.
Bekkum, J. van, Stress, eindwerkstuk PCSA, 2010.
Servan-Schreiber, D., Uw brein als medicijn. Zelf stress, angst en depressie
overwinnen. Utrecht/Antwerpen, VBK Media, Kosmos Uitgevers, 2003.
Uvnäs-Mobert, K., De oxytocine factor, Amsterdam, Uitgeverij Thoeris,
2007.
Internetbronnen:
- www.wikipedia.org
- http://www.nlm.nih.gov/medlineplus/druginfo/natural/331.html,
8/6/2013
- http://wetenschap.infonu.nl/anatomie/42763-neurotransmitters-dop
amine.html, 25/5/2013
- http://www.news-medical.net/health/what-is-Dopamine.aspx,
25/5/2013
- http://www.gezondweb.be/... , 1/4/2012.
- http://www.e-gezondheid.be/ , 1/4/2012
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
65
Opleiding Cranio-sacraattherapie
PCSA België
-
-
-
Sutter, P. de, Hersenen en geslachtshormonen: over neurosteroïden,
seksueel gedragen de hersencyclus. Paper, Universitair ziekenhuis,
pdf, http://www.vvog.be/,1/4/2012.
http://diabetesfonds.nl/artikel/alvleesklier-pancreas, 1/4/2012.
http://maagdarmlever.nl/content/alvleesklier/alvleesklier, 1/4/2012
http://www.schildklier.org/, 1/4/2012
http://www.dialysis.be/, 1/4/2012
http://www.maguza.be/dossiers/p/print-dossier/werking-nieren,
Antwerpen, Informatiemagazine van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, nr. 70, sept. 2007.
http://www.deheulenaar.nl/neutrotransmitters%20en%20voeding.htm
, 12/5/2013
www.eetgoedvoeljegoed.com/2012/07/oxytocine-het-knuffelhor-mo
on.html, 4/3/2013
http://autisme.lagelanden.net/oxytocine-als-autisme-behandeling/,
4/3/2013
http://www.dehelianthus-haarlem.nl/newhtml/artikelen/hormonen_e
ndocrien.html, 4/3/2013
www.circadian.nl, 1/4/2012
http://psy.cc/3100.html, Vermeirsch, C., De hersenbasis van het gedrag, eindverhandeling.
http://www.stamcel.org
http://www.circadian.nl
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
66
Opleiding Cranio-sacraattherapie
PCSA België
NAWOORD
Het is een lange en vermoeiende, maar zéér boeiende reis geworden, mijn
“hormoon-trip”! Het kiezen van een onderwerp voor dit eindwerk was op
zich al niet makkelijk. Ik wist dat het iets moest zijn dat mijn nieuwsgierigheid kon aanwakkeren en zocht dan ook een onderwerp waarover ik echt
nog te weinig wist.
Toen ik in 2007 met de opleiding startte, kreeg ik al een tijd craniosessies. Ik
had een aantal fysiek en psychisch zware jaren meegemaakt en mijn lichaam en geest ontvingen de weldoende sessies met gulle teugen. Zoals
velen volgde ik de opleiding in de eerste plaats als verrijking voor mezelf.
Met de jaren groeide het vertrouwen en het was pas na de advanced class
in 2011 dat ik aan een eigen praktijk begon te denken. Ik bracht alles
hiervoor in orde, maar kon er door omstandigheden nog geen echte prioriteit aan geven. Ook het eindwerk kwam niet op gang. Mijn deadline was
nochtans juli 2012…
Maar ik vond de energie niet om er echt aan te beginnen. Ik was fysiek op
de sukkel, vermoeid in lichaam en geest. Wat was er toch met mij aan de
hand? Tot ik op een nacht badend in het zweet wakker werd en ik me realiseerde dat dit wel eens kon zijn wat we “menopauze” noemen! Ik begon
hier wat over te lezen en vond tal van symptomen terug die me de voorbije
maanden het leven lastig maakten. En de oorzaak van al die “ellende”
waren dus “mijn hormonen”. Mijn biologische klok zorgde ervoor dat ik in
een volgende levensfase terechtkwam, via een min of meer “zachte
overgang”.
Ik speelde intussen al met het idee om HET ENDOCRIENE STELSEL als onderwerp voor mijn eindwerk te nemen. Door mijn opzoekwerk rond de menopauze was ik nu ongemerkt gestart geraakt. Het werd een lange reis,
met een aantal rustpunten tussenin, maar ik ben blij dat ik nu toch het doel
bereikt heb.
De voorbije periode heb ik regelmatig de kennis die ik vergaarde over de
endocriene klieren en hormonen teruggekoppeld naar de enkele klanten
die ik sessies gaf. Om te spreken van een echte studie is het aantal jammer
genoeg te klein. Maar zoals ik ook reeds in de inleiding schreef, het is
overduidelijk dat ieder van ons zijn rugzakje met stress meedraagt. En
reeds na het volgen van de alarm- en immuunklassen in de opleiding
werkte ik regelmatig met de hierin aangereikte technieken. De hersenklas
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
67
Opleiding Cranio-sacraattherapie
PCSA België
schrok me af, maar na deze reis lonkt ze steeds meer. Toch merkte ik dat ik
met de technieken waarover ik beschik al zeer goed het endocriene stelsel
kan benaderen. In het bijzonder bij één klant ben ik overtuigd van de werking. Het betreft een vrouw van achteraan in de veertig, erg gesloten en
met tal van lichamelijke klachten. Na bijna twee jaar maandelijks een sessie ben ik er nog niet in gelukt haar innerlijke via SER te benaderen. Het is
nog steeds te confronterend. Zij verkiest de rust en stilte. Toch is het gelukt
om – in combinatie met een aangepast dieet – de dreiging van suikerziekte
te keren. Een jaar geleden nam zij zware antidepressiva, nu zijn deze afgebouwd. Zij zegt dat de sessies haar hierin enorm hebben ondersteund.
Elke sessie opnieuw heb ik haar alarmsysteem benaderd, i.e. afwisselend de
zenuwstrengen,
thalamus,
hypothalamus,
hypofyse,
hippocampi,
amygdala, LC. Telkens de hartbeschermer benaderd. De bijnieren vroegen
regelmatig om extra aandacht alsook de pancreas. Ik geef haar ook telkens “huiswerk” mee in de stijl van “extra aandacht geven aan” b.v. de
hartbeschermer, je alarmsysteem verlagen. Ik geef ook af en toe Bachbloesemremedies ter ondersteuning. Zoals destijds bij mezelf het geval was,
aanvaardt haar lichaam gretig alle ondersteuning die de CS-sessies bieden.
Ze ervaart ook dat de sessies dieper doorwerken. Ik hoop dat binnenkort de
dag komt dat ik toegang krijg via SER.
Een andere klant leed elke winter aan depressieve buien. Zij is een zeer extravert persoon, hart op de tong. Wil voor iedereen goed doen, holt heen
en weer tussen 2 jobs en een gezin met 3 kinderen. Via SER blijkt dat zij nooit
waardering heeft gekregen voor wie ze is en wat ze doet. Als kind steeds
gekleineerd door haar oudere zus, door haar gezin nu als “vanzelfsprekend”
genomen. Ze leeft al jaren met een nerveuze “kuch” in de keel. Tijdens een
SER sessie vertelt die keel ons dat ze gehoord wil worden, al jaren lang!
Ondanks een aantal sessies mondwerk en veel aandacht voor het alarmsysteem is de kuch niet helemaal verdwenen. In rustige periodes is het wel
veel minder, maar bij stresspieken steekt het terug in volle hevigheid de kop
op. Ook de bijnieren waren volledig uitgeput, koud en hart van aanvoelen. Deze kregen elke sessie de nodige aandacht, er werd ook aan wederopbouw gedaan d.m.v. stamcellen. Sinds ik de rol van de epifyse in het
circadiaans ritme beter begrijp, krijgt ook dit orgaan regelmatig aandacht.
De voorbije lange donkere wintermaanden werden goed doorstaan.
Het mooie aan CS-therapie is dat niets moet, maar alles kan. Op jouw tijd en
ritme. Zo heb ik uiteindelijk ook dit eindwerk gemaakt.
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
68
Opleiding Cranio-sacraattherapie
PCSA België
DANK U…
Marijke Baken voor de kennismaking met cranio en de jarenlange ondersteuning
Etienne Peirsman voor het uitbouwen van de opleiding en de boeiende
lessen
Alle docenten van de PCSA die mij de voorbije jaren begeleiden, met
speciale dank aan Ingeborg Teeken voor de Advanced week in 2011.
Linda, mijn vriendin en trouwe compagnon op de reis die we tijdens de
opleiding samen aflegden. Dank je voor de vele oefenuren al die jaren,
en de pep-talk die nodig was om dit eindwerk af te werken.
Mijn levenspartner, Marc, die nog het meest in mij geloofde, me bleef
aanmoedigen en de ruimte gaf om af te werken wat ik begon.
HET ENDOCRIENE STELSEL – een verkenning.
Eindwerk Daniëlle Janssens – juni 2013
69
Opleiding Cranio-sacraattherapie
PCSA België
Download