Participe présent

advertisement
Participe présent
Tegenwoordig deelwoord
Participe présent
•
•
•
•
ww.
nous-vorm
stam
part.pres.
regarder regardons regard  regardant
manger  mangeons mange  mangeant
Attendre  attendons  attend  attendant
Finir
 finissons  finiss  finissant
Vorming= stam + ant (ook bij de onregelmatige
werkwoorden)
• Vertalen van het participe présent
In het Nederlands vervang je het part. prés. door:
- Die (dat) …..
- Aangezien/omdat…..
+ ondw. + werkwoord
- Toen …..
- Terwijl…..
Bijv. :
J’entends les bruits des voitures passant dans la rue.
 Ik hoor het lawaai van de auto’s die op straat voorbij rijden.
Attendant le train, elle téléphoné à sa mère.
 Terwijl zij op de trein wachtte, heeft zij haar moeder
gebeld.
Étant très riche elle a pu acheter une Ferrari.
 Omdat zij erg rijk is, heeft zij een Ferrari
kunnen kopen.
Let op!
De volgende werkwoorden hebben een
afwijkende vorm:
Avoir (nous avons)
ayant
Être (nous sommes) étant
Savoir (nous savons) sachant
Het zelfstandig gebruikt aanwijzend
voornaamwoord
• Ik wil niet dit boek maar dat.
• Het vetgedrukte dat staat in plaats van een
zelftandignaamwoord (boek)
• Vormen:
celui (mannelijk enk.)
celle (vrouwelijk enk.)
ceux (mannelijk meerv.)
celles (vrouwelijk meerv.)
Het woord waarnaar verwezen wordt en het
aanwijzend voornaamwoord hebben dus het zelfde
geslacht en getal.
• Le livre de Jean et celui de Paul. (livre = m.enk.)
 Het boek van Jean en dat van Paul.
• Cette histoire-ci et celle que je t’ai racconté hier.
 Dit verhaal en dat wat ik je gisteren heb
verteld.
• Ces roses-ci et celles-là.
 Deze rozen en die.
De woorden –ci en –là kunnen zowel achter het zelfstandig
nw. Als achter het aanwijzend voornaamwoord staan. Zij
benadrukken “deze (hier)” en “die (daar)”.
Ceci en cela
• Als je bijvoorbeeld iets aanwijst, dan kun je
ceci (= dit) en cela (=dat) gebruiken. Deze
woorden slaan niet terug op een eerder
genoemd zelfstandignaamwoord.
• Je voudrais ceci.  Ik wil dit.
• Cela n’est pas vrai.  Dat is niet waar.
Download