MVO Nederland Hoe duurzaam is Nederland? 1 / 54 Hoe duurzaam is Nederland? Een analyse van duurzaamheidvraagstukken in de Nederlandse economie Datum: Plaats: Organisatie: Auteur: 2 / 54 21.11.2014 Utrecht MVO Nederland Anne-Marie Slaa Samenvatting Hoe duurzaam is Nederland? Aan de hand van de bevindingen in dit rapport, constateren we dat Nederland op dit moment niet tot de duurzame koploperlanden in de wereld behoort. Hoewel Nederland op veel sociale onderwerpen goed scoort ten opzichte van andere landen, scoren we op veel ecologische onderwerpen te laag om mee te kunnen met de duurzame koplopers. Op de thema’s milieu en energie & klimaat valt er nog veel te verbeteren voor Nederland. Door de hoge consumptie in Nederland, wordt er een groot beslag gelegd op de natuurlijke hulpbronnen elders in de wereld. Nederlanders eten veel vlees en zuivel, hiervoor zijn veel (buitenlandse) landbouwgronden, grasgronden en water nodig. De Nederlandse consumptie draagt op deze manier bij aan het mondiale verlies van biodiversiteit, waterschaarste, ontbossing en bodemdegradatie. Wereldwijd staat Nederland dan ook op de 12 e plaats van landen met de grootste ecologische voetafdruk 1. Naast onze negatieve impact op milieu-issues in de keten, hebben we ook impact op onze eigen Nederlandse leefomgeving. De leefomgeving in Nederland is de afgelopen decennia verbeterd: de vervuiling van lucht, water en bodem is aanzienlijk afgenomen en ook laat de natuur en biodiversiteit volgens het CBS een voorzichtig herstel zien. Toch kampen we in Nederland nog steeds met bodemvervuiling, vervuiling in onze oppervlaktewateren en de achteruitgang van verschillende typen natuur. Nederland heeft een erg hoge CO2 uitstoot per hoofd van de bevolking, slechts acht landen stoten meer uit per inwoner. De CO2 uitstoot van Nederland is momenteel ongeveer net zo hoog als de uitstoot in 1990. Hiermee lopen we ver achter op de Europese doelstellingen die stellen dat in 2020 de uitstoot ten opzichte van 1990 met 20% gedaald moet zijn. Dit laatste heeft onder meer te maken met het lage aandeel hernieuwbare energie in Nederland van ca. 4,5%, zeker in vergelijking met andere Europese landen als Zweden, Letland, Finland, Oostenrijk en Denemarken die een aandeel hernieuwbare energie hebben tussen de 25 en 50%. Nederland heeft in vergelijking met veel van deze landen het nadeel dat we beperkte ruimte beschikbaar hebben en nauwelijks waterkracht door geringe hoogteverschillen in onze rivieren. Toch zouden Nederlandse overheden, bedrijven en burgers meer kunnen investeren in vormen van hernieuwbare energie zoals windenergie of zonnestroom. De Nederlandse cleantech industrie behoort internationaal gezien niet tot de top. Koplopers op dit gebied zijn Denemarken, China en Duitsland. Voor Nederland liggen er kansen op het gebied van afvalpreventie, hergebruik en recycling. Op deze gebieden presteert Nederland al goed en kunnen we nog verder groeien door bijvoorbeeld innovatieondersteuning en consistent marktstimuleringsbeleid. Ook liggen er natuurlijk op het gebied van energie en klimaat duurzame kansen in het verminderen van energieverbruik door de verschillende actoren. Op het gebied van werk scoort Nederland relatief goed. De werkloosheid in Nederland ligt rond de 7%, onder het EU-gemiddelde van 10,5%. Dit geldt ook voor het jeugdwerkloosheidscijfer in Nederland, die is weliswaar hoger (11,3%) maar ver beneden het EU-gemiddelde van 22,8%. Op de arbeidsparticipatie van mensen met een beperking scoort Nederland internationaal gezien gemiddeld tot iets bovengemiddeld. Ondanks de economische crisis scoort Nederland op het gebied van arbeidsparticipatie dus relatief goed. Verbeterpunten liggen er zeker nog op het vlak van emancipatie. Veel Nederlandse vrouwen werken niet of werken in deeltijd en maken onvoldoende uren om financieel zelfstandig te zijn. Hiernaast verdienen vrouwen nog altijd aanzienlijk minder dan mannen voor gelijkwaardige functies. Tot slot, de werkbeleving in Nederland is internationaal gezien gemiddeld. Nederlanders geven hun werk een vrij hoog tevredenheidscijfer: 7,0 1 De ecologische voetafdruk geeft inzicht in de hoeveelheid productief land die jaarlijks nodig is voor onze consumptie, onze infrastructuur en het opnemen van CO2-uitstoot. Hoeveel we jaar nodig hebben, wordt bepaald door de bevolkingsomvang, de gemiddelde consumptie per persoon per jaar en de efficiëntie van het grondstofgebruik (bron). 3 / 54 tot 7,5. Hier staat tegenover dat slechts 16% van de werknemers de eigen organisatie als werkgever zou aanbevelen bij anderen, en 22% van de werknemers zegt het beste uit zichzelf te halen in zijn of haar werk. Hier valt dus nog wel wat te verbeteren voor werkgevers. Wat betreft innovatie presteert Nederland ten opzichte van andere Europese landen iets bovengemiddeld. Een onderzoek van de Europese Commissie kwalificeert Nederland als een ‘innovatievolger’: we zijn niet leidend maar volgen de innovatieontwikkelingen wel. Nederland heeft hoogwaardig innovatief wetenschappelijk onderzoek en goede samenwerking tussen onderzoekers en ondernemers. In algemene zin zijn er nog wel verbeteringen mogelijk wat betreft de uitvoer van kennisintensieve diensten en het marktaandeel nieuwe innovaties. In mondiaal opzicht, scoort Nederland ver bovengemiddeld met een 8 e plaats op de Global Competitiveness Index. Ook verschillende Nederlandse sectoren zoals tuinbouw, agri & food en water behoren in innovatief opzicht tot de wereldtop. Op de thema’s gezondheid & geluk scoort Nederland bovengemiddeld met een mooie 4e plek op de Human Development Index 2013, na Noorwegen, Australië en de VS. De menselijke ontwikkeling (gemeten aan de hand van cijfers op het gebied van armoede, analfabetisme, onderwijs en levensverwachting) in Nederland is erg hoog. De Happy Planet Index 2012 die het geluk van de inwoners van een land meet, laat een ander beeld zien. Nederland scoort hier slecht vanwege zijn hoge ecologische voetafdruk. Costa Rica voert de index aan. Hoe duurzaam is het Nederlandse bedrijfsleven? Ten eerste moet gezegd worden dat er weinig onderzoek is uitgevoerd naar de duurzaamheidsprestaties van Nederlandse bedrijven in vergelijkend internationaal perspectief. Er is te weinig data om goede conclusies te kunnen trekken. De onderzoeken die we wel hebben kunnen vinden, wijzen erop dat Nederlandse bedrijven iets bovengemiddeld scoren op algemene duurzaamheidsprestaties, transparantie, innovatie en verantwoord investeren. Er zijn namelijk enkele Nederlandse koploperbedrijven die erg goed scoren op internationale ranglijsten van meest duurzame bedrijven zoals de Dow Jones Sustainability Index. Ook zijn Nederlandse bedrijven gemiddeld gezien behoorlijk transparant over hun maatschappelijke prestaties: maar liefst 82% van de 100 grootste bedrijven rapporteert over de maatschappelijke prestaties. In Frankrijk en Duitsland is dit percentage nog hoger, namelijk 99%, deze landen hebben een wet die grote bedrijven verplicht te rapporteren over hun MVO activiteiten 2 . Ook is er in Nederland groeiende bereidheid om verantwoord te investeren, pensioenfondsen zijn leidend op dit gebied. De corruptie onder Nederlandse bedrijven is van de 28 grootste economieën in de wereld het laagst, volgens de Bribe Payers Index 2011. Op het gebied van innovatie zijn Nederlandse bedrijven een voorbeeld voor buitenlandse bedrijven, wel liggen er verbeterpunten op bijvoorbeeld co-creatie. Zijn de Nederlandse burgers duurzaam? Nederlandse burgers kopen steeds vaker duurzaam geproduceerd en biologisch voedsel, en ook de fair trade markt blijft groeien. In internationaal perspectief scoort Nederland hier dan ook bovengemiddeld. Hoewel het Nederlandse marktaandeel biologisch voedsel in 2012 slechts 2,3% bedroeg, zit er wel bovengemiddelde groei in de Nederlandse biologische en duurzame markt. De consumentenbestedingen aan fair trade producten zijn in absolute zin hoog, maar de relatieve Nederlandse omzetcijfers (per hoofd van de bevolking) zijn in vergelijking met andere Europese landen beneden gemiddeld. Dan wat betreft het Europese energieverbruik: Nederlandse huishoudens verbruiken bovengemiddeld veel elektriciteit. In respectievelijk Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk werd in 2012 het meeste elektriciteit verbruikt per huishouden. Tot slot, de bewustwording onder consumenten omtrent het milieu is gemiddeld. Opvallend is dat slechts 37% van de 2 Er is overigens een EU-richtlijn (2013/34/EU) aangenomen in 2014 die grote Europese bedrijven gaat verplichten te rapporteren over niet-financiële informatie en impact. 4 / 54 Nederlanders milieubescherming ‘zeer belangrijk’ vindt, tegenover 53% van alle Europeanen. Dit terwijl 73% van de Nederlanders wel vindt dat ze als individu een rol kunnen spelen op dit gebied, tegenover 43% van de Europeanen. Nederlanders passen een gedrag dan ook in grotere mate aan dan de gemiddelde Europeaan (door afvalscheiding, milieuvriendelijke manieren van transport, etc). Het laatste thema gaat over de duurzaamheid van de Nederlandse overheid. De bestudeerde onderzoeken en statistieken laten een gemixt beeld zien. Er wordt door de Nederlandse overheid bovengemiddeld veel milieubelasting geïnd in vergelijking met andere Europese landen. Aan research & development geeft de Nederlandse overheid ook iets bovengemiddeld veel uit (2,16% van het BBP). Maar het percentage R&D uitgaven dat aan milieugerelateerd onderzoek wordt besteed in Nederland is heel laag: van de OESO landen3 is er maar één land dat minder geld uitgeeft aan milieuonderzoek dan Nederland. Wel is de Nederlandse overheid erg open en transparant. Verbeterpunten zijn er te behalen op de bescherming van klokkenluiders, de financiering van politieke partijen en de transparantie van lobbyisten. Op de betrokkenheid bij de menselijke ontwikkeling in andere landen, scoort de Nederlandse overheid goed vanwege haar hulp- en handelsbeleid: een relatief hoog percentage van het BBP wordt hier aan besteed en de kwaliteit ervan is hoog. Verbeterpunten liggen er voor Nederland nog op het gebied van veiligheid en migratie, broeikasgasuitstoot en het opsporen van omkoping en corruptie. Dit laatste heeft waarschijnlijk ook te maken met het feit dat er zo weinig corruptiepraktijken zijn in Nederland. Natuurlijk doet de Nederlandse overheid meer aan duurzaamheid dan in internationale statistieken terug te vinden is: op het gebied van o.a. duurzame inkoop, inclusiviteit op de arbeidsmarkt en green deals. Toch mist de overheid volgens verschillende organisaties als het Planbureau voor de Leefomgeving en de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid een coherente strategie om de benodigde en door het beleid en politiek gewenste systeemveranderingen door te voeren. Dit is het meest aan de orde bij de overgang van vervuilende fossiele naar schone hernieuwbare energie. De overheid zou haar beleid nog meer kunnen gaan sturen aan de hand van al bestaande duurzaamheidsindicatoren zoals de Monitor Duurzaam Nederland. 3 De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) is een samenwerkingsverband van 34 landen om sociaal en economisch beleid te bespreken, bestuderen en coördineren. Hier vind je een lijst met OESO-landen. 5 / 54 Inleiding In dit rapport wordt onderzocht hoe duurzaam Nederland is. De Global Green Economy Index 2014 onderzocht 60 verschillende landen op hun duurzame imago versus de werkelijke prestaties op het gebied van duurzaamheid. Opvallend is dat Nederland een zeer duurzaam imago heeft (5e plaats), terwijl de prestaties slechts een 21e plaats verdienen. In dit rapport gaan we nader in op de vraag hoe duurzaam Nederland eigenlijk is. Aan de hand van acht verschillende thema’s worden duurzaamheidsvraagstukken in de Nederlandse economie geanalyseerd. De acht thema’s zijn als volgt: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. Milieu Energie en klimaat Werk Innovatie Gezondheid en geluk Duurzaam bedrijfsleven Duurzame burger Duurzame overheid Om te kunnen bepalen hoe duurzaam Nederland momenteel is, is een definitie van duurzaamheid erg belangrijk. MVO Nederland hanteert de volgende definitie: “Duurzaam betekent bestendig of lang meegaand. Een duurzame ontwikkeling is een strategie of productiemethode die de natuurlijke hulpbronnen of grondstoffen niet uitput om zo de behoeften van toekomstige generaties niet in gevaar te brengen. Ook de duurzame inzet van mensen waarbij iedereen participeert naar vermogen en betekenisvol werken en leven centraal staat, is onderdeel van duurzame ontwikkeling. Bij duurzame ontwikkeling is er sprake van een ideaal evenwicht tussen sociale (people), ecologische (planet) en economische (profit) belangen, de 3 P’s.” (MVO Nederland 2014). Duurzaamheid bestaat dus uit sociale, ecologische en economische aspecten. De drie belangrijkste actoren zijn bedrijven, burgers en overheid: in de thema’s 6 tot en met 8 wordt daarom gekeken naar de invloed en inspanningen van deze actoren op diverse duurzaamheidsaspecten. Per thema hebben we al bestaande bronnen geraadpleegd die iets zeggen over de duurzaamheid van Nederland, vaak in vergelijking met andere landen. Het doel is om een algemeen beeld te scheppen van waar Nederland nu staat op het gebied van duurzaamheid en in hoeverre Nederland voor of achter loopt op andere landen. MVO Nederland wil samen met bedrijven een belangrijke bijdrage leveren aan de positie van Nederland als internationaal voorbeeld van een economie met een succesvolle balans tussen people, planet en profit. Daarom heeft MVO Nederland het actieprogramma Ambitie 2020 opgericht met als nationale ambitie: Nederland wereldvoorbeeld van een circulaire en inclusieve economie. Sterk, sociaal en concurrerend. Dit rapport geeft een overzicht van de huidige positie van duurzaamheid in Nederland en biedt aanknopingspunten om verder te kijken naar de toekomst. Hoewel er in dit rapport ook enkele oplossingsrichtingen genoemd worden, is dit niet het hoofddoel. Voor een toekomstvisie op een duurzaam Nederland en de kansen en oplossingsrichtingen die daarbij horen, verwijzen wij u graag door naar het Ambitie 2020 rapport dat MVO Nederland in januari 2014 heeft uitgebracht. Afhankelijk van het beschikbare onderzoeksmateriaal, is Nederland op diverse duurzaamheidsaspecten vergeleken met landen in de Europese Unie, Europese landen of met de rest van de wereld. Het rapport is zeker niet uitputtend maar schetst wel een globaal beeld van de huidige stand van zaken, de uitdagingen en de kansen die Nederland tegenkomt in die noodzakelijke transitie naar een duurzame samenleving. 6 / 54 1. Milieu Een belangrijk thema voor een duurzame economie is het milieu. In een duurzame economie gaat groei niet ten koste van het milieu, maar wordt er rekening gehouden met de behoeften van toekomstige generaties. Aan de hand van verschillende indexen en onderzoeken wordt hier gekeken hoe goed Nederland scoort op het gebied van milieu in vergelijking met andere landen. Environmental Performance Index 2014 In de Environmental Performance Index 2014, uitgevoerd door Yale University, zijn 178 landen beoordeeld op hun milieuprestaties op de gebieden van ‘Environmental Health’ (de bescherming van de menselijke gezondheid tegen negatieve milieu impact) en ‘Ecosystem Vitality’ (bescherming van ecosystemen en grondstofmanagement). De twee onderwerpen zijn onderverdeeld in 9 issues zoals luchtkwaliteit, bossen, visserijen en klimaat en energie. Voor de exacte onderverdeling zie bijlage 1 en de volgende link. Nederland staat op een 11e plek op de 2014 index en is daarmee 5 plekken gestegen ten opzichte van 2012 (EPI 2014a). Met name op de issues gezondheid (1), waterbronnen (2) en water & sanitatie (1) scoort Nederland erg hoog. Nederland scoort echter ver benedengemiddeld op de volgende onderwerpen: luchtkwaliteit (109), visserijen (98) en landbouw (91). Dit komt onder meer door hoge concentraties fijnstof in de lucht, slinkende visvoorraden en de hoge mate van landbouwsubsidies (dit subsidiebeleid werkt inefficiënt gebruik van grondstoffen in de hand dat weer leidt tot vervuiling). Country Profile Netherlands Bron: EPI 2014b Ecologische voetafdruk Mensen belasten de aarde door grondstoffen en natuurlijke hulpbronnen te ‘gebruiken’ (direct of indirect) voor hun consumptie. De ruimte die het kost om die grondstoffen te produceren wordt aangeduid met de voetafdruk. De gemiddelde voetafdruk van burgers verschilt tussen landen; een vergelijking hiervan geeft een beeld van de verschillen in welvaart en de bijbehorende consumptiepatronen. De belangrijkste vraag: is de aarde in staat om op den duur in de consumptiebehoeften van alle wereldbewoners te voorzien? (PBL 2012). 7 / 54 Living Planet Report 2014 In het Living Planet Report 2014 van het Wereld Natuur Fonds wordt de ecologische voetafdruk 4 per land berekend en vergeleken. Nederland staat momenteel op de 12e plaats van landen met de grootste ecologische voetafdruk, achter Koeweit, Qatar, Verenigde Arabische Emiraten, Denemarken, België, Trinidad en Tobago, Singapore en de VS. De Nederlandse ecologische voetafdruk is 6,4 hectare per persoon. Ter vergelijking: het wereldwijde gemiddelde is plusminus 2,7 hectare per persoon. Bij een eerlijke verdeling heeft de aarde een biocapaciteit (hoeveelheid land en zee) beschikbaar van 1,8 hectare per persoon. De wereldwijde voetafdruk is dus al groter dan de aarde eigenlijk kan hebben. Nederland heeft een biocapaciteit van 1,03 hectare per persoon. Nederlanders kunnen dus maar een zesde van hun behoefte uit eigen land halen. Als iedereen zou consumeren zoals Nederlanders doen, hebben we circa 3,5 aardbollen nodig. De grote voetafdruk van Nederland wordt veroorzaakt door een toename in CO 2uitstoot en het gebruik van energie. Hiernaast eten Nederlanders veel vlees en zuivel waarvoor veel landbouwgrond en graasgronden nodig zijn (WWF 2014). In de onderstaande grafiek staan de landen met de grootste ecologische voetafdruk en is te zien waar de benodigde hectare per persoon uit bestaat. Bron: Guardian 2014 Planbureau voor de Leefomgeving: De Nederlandse voetafdruk 2012 Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft de ecologische voetafdruk uitgedrukt in afzonderlijke indicatoren die het daadwerkelijke gebruik weergeven. 4 De ecologische voetafdruk geeft inzicht in de hoeveelheid productief land die jaarlijks nodig is voor onze consumptie, onze infrastructuur en het opnemen van CO2-uitstoot. Hoeveel we jaar nodig hebben, wordt bepaald door de bevolkingsomvang, de gemiddelde consumptie per persoon per jaar en de efficiëntie van het grondstofgebruik (bron). 8 / 54 Deze indicatoren betreffen de consumptie van diverse voorraden, namelijk die van energie, voedsel, materialen en water. - Voor het produceren van al het voedsel, hout en papier dat Nederlanders consumeren, is ongeveer 3x de landoppervlakte van Nederland nodig. Dit productiegebied ligt dan ook grotendeels buiten Nederland. Het Nederlandse landgebruik ligt ongeveer op het mondiale gemiddelde. - De Nederlandse consumptie resulteert verder in een relatief groot aandeel in de mondiale broeikasgasemissies, in vergelijking met het wereldgemiddelde ruim 2x zoveel. Deze emissies komen vooral van het energiegebruik in huishoudens en de mobiliteit. - Vooral de voedselproductie (broeikasgasemissies en landgebruik) ten behoeve van de Nederlandse consument draagt bij aan het mondiale biodiversiteitsverlies. - De Nederlandse visserij heeft een bescheiden aandeel van 0,6% in de wereldwijde visvangst. Ook de gemiddelde Nederlandse visconsumptie ligt onder het Europees gemiddelde. De mate waarin de Nederlandse visconsumptie bijdraagt aan problemen als overbevissing, beschadiging van zeebodems en onbedoelde bijvangsten kan nog niet worden gekwantificeerd. - Voor de productie en verwerking van grondstoffen die worden gebruikt voor de Nederlandse consumptie, is ook water nodig. Zo draagt de Nederlandse import van landbouwproducten zoals katoen en fruit bij aan waterschaarste in meerdere wereldregio’s. Bron: PBL 2012 Beschikbare biocapaciteit en ecologische voetafdruk Nederlander Deze grafiek laat zien hoe zeer de consumptie van de Nederland in disbalans is met de biocapaciteit van de aarde (Sustainable Finance Lab 2014). 9 / 54 Water Water en schaarste zijn twee zaken die in Nederland (‘waterland’) niet zo gauw met elkaar geassocieerd worden. Toch is zoet water wereldwijd gezien schaars en wordt het ook steeds schaarser. Gezien deze schaarste is het ook van belang de waterkwaliteit hoog te houden. In Nederland is geen directe waterschaarste, toch heeft ons land impact op watersystemen in de rest van de wereld. Veel van de producten die Nederlanders consumeren worden in het buitenland geproduceerd, en hiervoor is water nodig. Met name de productie van landbouwgoederen is erg waterintensief (Waterfootprint 2014). Water wordt onttrokken aan de bodem en waterlopen voor irrigatiedoeleinden in de landbouw. Ook kunnen productieprocessen leiden tot waterverontreiniging (PBL 2012). Waterkwaliteit De algemene waterkwaliteit in Nederland is niet erg hoog. Dit komt door te hoge concentraties gewasbeschermingsmiddelen in oppervlaktewateren en de te lage ecologische kwaliteit van oppervlaktewateren. De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) kent een complex beoordelingsmethode voor de kwaliteit van oppervlaktewater. Op basis van deze methode werden in 2013 de KRW-doelen voor biologische waterkwaliteit in slechts 5% van de Nederlandse wateren gehaald. Het percentage wateren dat voldeed aan de gestelde eisen betreffende de ecologische kwaliteit lag nog lager (PBL 2014a). Watervoetafdruk De gemiddelde totale watervoetafdruk van Nederland ligt rond 2300m 3 per jaar per inwoner: hiervan is 67% gerelateerd aan de consumptie van agrarische producten, 31% aan de consumptie van industriële goederen en slechts 2% aan binnenlands watergebruik. Ongeveer 89% van de watervoetafdruk van Nederland is extern, 11% is intern (Van Oel et al. 2009). Europese landen als Italië, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk hebben net als Nederland een grote externe voetafdruk, variërend van 69 tot 95% van de totale voetafdruk. Andere landen als India, Ethiopië, Mali, Argentinië en Soedan hebben een erg kleine externe voetafdruk, kleiner dan 4% van de totale voetafdruk. De landen met een hoge externe watervoetafdruk zijn niet per definitie zelf waterschaars, Nederland is hier een voorbeeld van (Mekonnen en Hoekstra 2011). Waterschaarste De Water Stress Index 2011 laat zien waar de waterschaarste het grootst is. Waterimport Zoals hierboven al blijkt, verbruikt Nederland relatief veel zoet water. Met name het indirect watergebruik is hoog: water dat nodig is voor de (inter)nationale productie van goederen en diensten ten behoeve van onze consumptie. Nederland 10 / 54 haalt hiervoor de grootste hoeveelheid water uit het buitenland via goederen en diensten die we importeren (WNF 2010). Nederland hoort bij ’s werelds grootste bruto virtuele waterimporteurs: 1. Verenigde Staten (234 Gm3 / jaar) 2. Japan (127 Gm3 / jaar) 3. Duitsland (125 Gm3 / jaar) 4. China (121 Gm3 / jaar) 5. Italië (101 Gm3 / jaar) 6. Mexico (92 Gm3 / jaar) 7. Frankrijk (78 Gm3 / jaar) 8. Verenigd Koninkrijk (77 Gm3 / jaar) 9. Nederland (71 Gm3 / jaar) (Mekonnen en Hoekstra 2011) Bodem Een vruchtbare bodem is van groot belang voor de biodiversiteit en gezondheid van ecosystemen en de voedselproductie. In Nederland hebben we helaas te maken met bodemproblematiek. Door de intensieve landbouw raken de bodem en het oppervlaktewater sterk vervuild. Doordat de melkveestapel groeit en daarmee ook het overschot aan meststoffen in Nederland toeneemt, komen er steeds meer nutriënten zoals stikstof en fosfor via de mest in de bodem en het oppervlaktewater terecht. Teveel nutriënten in bodem en water verstoren onze ecosystemen (PBL 2011 en PBL 2014a). Ook uit een vergelijking met andere landen blijkt dat Nederland een lage bodemkwaliteit heeft. Uit onderzoek van de OESO naar het overschot aan nutriënten (in kg) per hectare landbouwgrond komt dat Nederland bovengemiddeld veel overtollig stikstof en fosfor in de landbouwgrond heeft zitten. Zie de volgende tabel: Overtollig stikstof hectare in kg 61,5 kg 193,3 kg OESO gemiddelde Nederland Bron: OECD 2013a per Overtollig fosfor hectare in kg 6,03 kg 11,02 kg per Lucht De luchtkwaliteit in Nederland is de laatste jaren verbeterd. Hoewel er nog steeds wel het een en ander te verbeteren valt, worden veel doelstellingen op het gebied van emissiereducties wel behaald. De gezondheidsschade door milieuvervuiling bedraagt momenteel hooguit 5% van de totale ziektelast, en wordt voor het belangrijkste deel veroorzaakt door blootstelling aan fijnstof uit auto’s. Enkele decennia geleden lag dit aandeel nog rond de 10 tot 15%. Doelstellingen met betrekking tot reducties van NOx-emissies, SO2-emissies en NMVOS-emissies zijn behaald. Data van de hoeveelheden fijnstof in de lucht waren niet tijdig beschikbaar om meegenomen te worden in het rapport van het PBL, Balans van de Leefomgeving 2014. Ook in vergelijking met de andere OESO landen scoort Nederland goed als het bijvoorbeeld gaat om NOx en SOx emissies. Het Nederlands gemiddelde ligt onder het OESO gemiddelde, zie de volgende tabel: SOx en NOx emissies in 2010 per unit of GDP, kg/1000 USD per capita Netherlands OECD Sox 2 15 Bron: OECD 2013b 11 / 54 Nox 15 27 per GDP Netherlands OECD Sox 0,1 0,5 Nox 0,4 0,8 Natuur en biodiversiteit Als we kijken naar de natuur en biodiversiteit in Nederland, valt er nog veel te verbeteren. Het PBL heeft in de Balans van de Leefomgeving 2014 meerdere indicatoren op een rij gezet om de staat van de natuur en biodiversiteit en vooruitgang hierop te meten. Al is de milieudruk op natuur afgenomen, de druk blijft nog steeds te groot voor een duurzaam behoud van planten en dieren. Ook van veel soorten en natuurlijke habitats van de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn is de staat van instandhouding in Nederland ongunstig. Sinds 1994 is de gemiddelde kwaliteit van veel typen natuur achteruitgegaan. De laatste jaren neemt de mate achteruitgang weliswaar af, maar sprake van echte vooruitgang is er nog niet (PBL 2014a). Het PBL stelt dat op de indicatoren ‘milieudruk op natuur’ en ‘staat van instandhouding’ de geraamde ontwikkeling waarschijnlijk niet leidt tot het behalen van de gestelde beleidsdoelen. Er is fundamentele herziening nodig van de huidige aanpak door andere beleidsinstrumenten in te zetten of door doelen aan te passen (PBL 2014a). De onderstaande tabel laat het percentage bedreigde soorten zien in Nederland in vergelijking met het gemiddelde in de OESO-landen. Threatened species - mammals, birds, vascular plants latest year available Mammals Birds Vascular plants % of species known % of species known % of species known Netherlands 25 21 22 OECD 23 20 15 Nederland heeft percentueel gezien iets meer bedreigde zoogdieren, vogels en vaatplanten dan gemiddeld in de OESO-landen (OECD 2013c). Living Planet Index Nederland en mondiaal, 1990-2013 Toch laat de Nederlandse Living Planet Index, dit jaar voor het eerst uitgerekend door het CBS, een ander beeld zien: die van voorzichtig herstel over de periode 1990-2013, zie de volgende grafiek (CBS 2014a). De dierpopulaties zijn de afgelopen kwart eeuw met gemiddeld 22% toegenomen, met name zoogdieren, vogels en reptielen. Niet alle zoogdieren zijn in de index meegenomen omdat er geen jaarcijfers en trends voorhanden waren. De natuur in Nederland herstelt zich sinds 1990 voorzichtig door allerlei maatregelen. Hierbij past de aantekening dat juist in Nederland de biodiversiteit er zeer slecht aan toe was. Slechts 15% van de oorspronkelijke natuur is bewaard gebleven, in veel andere Europese landen ligt dit op 40% (Trouw 2014). 12 / 54 De mondiale Living Planet Index is helaas minder positief. Hier is over de periode 1970-2013 de natuurrijkdom met circa 52% afgenomen. Ook de periode na 1990 laat een neerwaartse trend zien. Bron: CBS 2014a Handelingsperspectief Verkleinen van de voetafdruk Het gaat bij het verkleinen van de voetafdruk om zowel het beperken van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen tot een duurzaam (hernieuwbaar) niveau, als om het verminderen van de ecologische effecten die met productie en verwerking van goederen samenhangen. Om de voetafdruk van de Nederlandse consument te verkleinen bestaan in de hele handelsketen mogelijkheden: bij primaire producenten, bij de tussenhandelaars en verwerkende industrie, en bij de uiteindelijke consumenten. Dit kan door: - Het verkleinen van de lokale milieueffecten bij productie; - Het efficiënter produceren waarbij minder land nodig is, of waarbij andere grondstoffen worden gebruikt; - Het maken van andere keuzes in het consumptiepatroon (PBL 2012). Tegengaan lokale milieuvervuiling Wat betreft lokale milieuvervuiling: bevindingen van het PBL geven enerzijds aan dat de vervuiling van lucht, water en bodem aanzienlijk is afgenomen de afgelopen decennia. Tegelijkertijd is de milieudruk in Nederland nog steeds relatief hoog. Een belangrijke oorzaak hiervoor is dat Nederland relatief dichtbevolkt is met mensen, auto’s, vee en energie-intensieve industrie. Een ander deel van de vervuiling wordt aangevoerd door lucht en rivieren maar wordt ergens anders gecreëerd. De geografische ligging en hoge bevolkingsdichtheid beïnvloeden dus de ranking van Nederland in dergelijke internationale vergelijkingen. Wil Nederland hier beter scoren, dan vergt dit een bovengemiddeld grote inspanning. Dit sluit aan bij de meest recente bevindingen van het PBL in de Balans van de Leefomgeving 2014: de beleidsdoelen uit het verleden worden redelijk gehaald, maar Nederland staat op diverse gebieden voor lange termijnopgaven waarvoor nu beleid nodig is om straks de doelen te kunnen halen. Op terreinen als energie, voedsel en natuur is het huidige verandertempo ontoereikend om de lange termijnopgaven tijdig het hoofd te bieden. Dit vraagt om daadkracht en een coherente strategie om de benodigde en gewenste systeemveranderingen door te voeren. 13 / 54 2. Energie en Klimaat Het thema energie en klimaat is nauw verbonden met het milieu. De winning en het verbruik van fossiele brandstoffen heeft nadelige gevolgen zoals luchtvervuiling en klimaatverandering. Ook hier speelt schaarste een rol. Om een duurzame economie te creëren, zal energie 100% hernieuwbaar moeten zijn. In dit hoofdstuk wordt gekeken hoe Nederland scoort op het gebied van hernieuwbare energie, CO2 uitstoot, beleid en prestaties op het gebied van energie en klimaat. Aandeel hernieuwbare energie als percentage van uiteindelijke totale bruto energieverbruik In de onderstaande grafiek staat het aandeel hernieuwbare energie als percentage van het uiteindelijk totale bruto energieverbruik in Nederland. Behalve wind en biomassa, vormen waterkracht, zonne-energie en geothermische en lucht thermische warmte de overige bronnen van hernieuwbare energie. Het aandeel hernieuwbare energie groeit wel, maar niet erg snel (van plusminus 1% in 2000 naar 4% in 2012). Bron: CBS 2012a Aandeel hernieuwbare energie als percentage van uiteindelijk totaal bruto energieverbruik per land, in 2012 en 2020-doelen Nederland scoort ver beneden gemiddeld binnen de EU als het gaat om het aandeel hernieuwbare energie. In 2012 kwam slechts 4,5% van het totale Nederlandse energieverbruik uit duurzame energiebronnen. Landen als Zweden, Letland, Finland en Oostenrijk scoren juist erg goed. Zweden is koploper met een aandeel hernieuwbare energie van plusminus 50%. Er zijn vier redenen waarom Nederland zo slecht scoort op de Europese ranglijst: 1. Nauwelijks waterkracht door geringe hoogteverschillen in onze rivieren. 2. Er wordt weinig hout verbruikt door huishoudens. Bijna alle huishoudens hebben een aardgasaansluiting, soms stadsverwarming. In veel andere landen ontbreken deze aansluitingen op het platteland. Voor ruimteverwarming is men aangewezen op olie, kolen, elektriciteit of hout. Qua prijs en gebruiksgemak is hout sneller aantrekkelijk wanneer het moet concurreren met aardgas. Ook is in veel landen de hoeveelheid bos per inwoner een stuk groter dan in Nederland. 3. In Denemarken, Duitsland of Spanje heeft de overheid vormen van hernieuwbare energie zoals windenergie of zonnestroom meer gesteund dan in ons land. Dit is een politieke keuze. Het stimuleren van deze vormen van hernieuwbare energie kost geld en in Nederland heeft de politiek dat er niet altijd voor over (CBS 2012b). 14 / 54 4. Tot slot heeft Nederland simpelweg minder beschikbare ruimte dan veel andere Europese landen voor hernieuwbare energiefaciliteiten. Landen die net als Nederland ver beneden gemiddeld scoren zijn Malta, Luxemburg en het Verenigd Koninkrijk. Zoals in de onderstaande grafiek te zien is, is Nederland nog ver verwijderd van het streefdoel voor 2020. Waar in 2012 nog maar 4,5% van het totale energieverbruik in Nederland uit duurzame bronnen kwam, heeft Nederland beloofd om dat in 2020 te hebben opgetrokken tot 14%. Om te realiseren moet er heel veel gebeuren en veranderen. Bron: Eurostat 2012a Type energiebronnen als percentage van binnenlands energieverbruik per land in 2012 Deze afbeelding (bijlage 2) laat zien welke energiebronnen gebruikt worden als percentage van het binnenlands energieverbruik per land in 2012. In de volgende tabel wordt het verbruik van Nederland vergeleken met koploper en het EU-28 gemiddelde. Nederland verbruikt relatief veel gas (40%) en aardolie (42%). EU-28 NL Sweden Solid fuels Nuclear heat Other 17% 10% 4% 14% 1% 32% 1% 1% 1% Total petroleum products 34% 42% 25% Renewable energies Natural gas Electrical energy 11% 4% 36% 23% 40% 2% 0% 2% 0% Schone energietechnologie: Clean Economy, Living Planet 2012 Het WNF laat al enkele jaren een onderzoek naar de markt voor schone energietechnologie uitvoeren door Roland Berger Strategy Consultants: Clean Economy, Living Planet 2012. De ranglijst vergelijkt de cleantech industrie van 25 belangrijke economieën. In de volgende grafiek 2B wordt afgemeten welke economieën het meest focussen op het productieproces van cleantech. De omzet wordt afgezet als deel van de totale economie (bruto binnenlands product). In dit opzicht blijft Denemarken de mondiale leider op het gebied van cleantech. Hoewel Denemarken een klein land 15 / 54 is, zijn er relatief veel grote cleantech bedrijven in het land. China komt op een 2e plek, gevolgd door Duitsland, Brazilië en Zuid-Korea. Nederland is gezakt op de ranglijst van de 18e naar de 21e plek. Bron: Roland Berger 2012 De basis voor een goede positie van Denemarken ligt volgens het rapport o.a. in een focus op Research & Development. Zowel Denemarken als Duitsland hebben al sinds de jaren ’70 veel geïnvesteerd in R&D en demonstratieprojecten, waardoor zij nu leidende posities hebben op het gebied van bijv. windindustrie. Een andere manier om veel te bereiken op het gebied van cleantech is door zorg te dragen voor een coherente en stabiele politieke omgeving die zich richt op zowel energieals industriebeleid. Een goed voorbeeld hiervan is Zuid-Korea dat cleantech heeft aangewezen als dé volgende motor voor groei, en daarbij focust op R&D, economische prikkels en targets voor hernieuwbaar energiegebruik en energie efficiency. Andere gunstige omstandigheden zijn de beschikbaarheid van voldoende (durf)kapitaal om de ontwikkeling en gebruik van cleantech te faciliteren en ondersteunen, de aanwezigheid van cleantech adapters (dit kunnen lokale gemeenschappen zijn die investeren in windturbines of grote bedrijven die cleantech producten aanschaffen) en de grote bedrijven met een sterke door de productieketen gedreven groei. De onderstaande tabel laat zien dat Nederland vooralsnog sterk achterblijft bij internationale koplopers als Duitsland, China en de VS (Roland Berger 2012): 16 / 54 Het onderzoek van CE Delft Clean and green in de Nederlandse economie 2013 bevestigt dat de Nederlandse cleantech sector internationaal gezien niet tot de top behoort. Dit komt mede doordat er in Nederland dominante hernieuwbare energiebronnen ontbreken en de thuismarkt voor technologieën daarom beperkt is. Het aandeel bedrijven rondom de maakindustrie (toelevering, assemblage & constructie en productie energiedragers) is in de meeste ketens relatief laag. De exportmarkt is daarom van vitaal belang voor de groeipotentie van de sector. Nederland behoort met afvalpreventie, hergebruik en recycling tot de top-5 van Europese lidstaten. Door hierop kennis en beleid te ontwikkelen, kunnen aantrekkelijke markten worden geopend (CE Delft 2013). Toch is de Nederlandse cleantech sector de afgelopen jaren gemiddeld gegroeid met 6% per jaar. Grondstofefficiëntie is hierbinnen een snelgroeiend segment met een jaarlijkse groei van meer dan 12%. Om de echte aansluiting bij de wereldtop te krijgen moet de innovatieprestatie van de sector aanzienlijk verbeteren. Dat kan door innovatieondersteuning en een consistent marktstimuleringsbeleid. Succesvolle voorbeelden in Nederland zijn de waterzuiveringtechnologie en afvalverwerking (CE Delft 2013). NB: door het ontbreken van consistente definities en meetmethoden is het lastig om een eenduidige internationale vergelijking te maken van de economische prestaties op het gebied van cleantech (CE Delft 2013). CO2 uitstoot In dit onderdeel wordt de CO2 uitstoot van Nederland vergeleken met de CO2 uitstoot van andere landen. Absolute CO2 uitstoot en uitstoot per persoon in 2012 Nederland stootte in 2012 160 miljoen ton CO 2 uit, en zo’n 9,8 ton CO 2 per persoon. In 1990 stootte Nederland een vergelijkbare hoeveelheid CO 2 uit. Volgens Europese doelstellingen moet deze uitstoot ten opzichte van het basisjaar 1990 in 2020 met 20% gedaald zijn. Dit betekent dat Nederland de komende jaren de uitstoot sterk zal moeten reduceren om aan de Europese doelstelling te voldoen (PBL 2013). Relatieve CO2 uitstoot5 per hoofd van de bevolking, 2012 In de grafiek op de volgende pagina staat de CO2 uitstoot per hoofd van de bevolking over de periode 1990-2000-2012. De landen staan gerangschikt op hun uitstoot in 2012, Australië heeft in 2012 de hoogste CO 2 uitstoot, daarna de Verenigde Staten, etc. Nederland staat hier op een 9 e plaats en heeft een hogere uitstoot per hoofd van de bevolking dan bijvoorbeeld Duitsland, Verenigd Koninkrijk, Spanje en Frankrijk. 5 Door het gebruik van fossiele brandstoffen en cementproductie. 17 / 54 CO2 uitstoot per hoofd van de bevolking 1990 – 2000 - 2012 Bron: PBL 2013 Climate Change Performance Index 2014 In de Climate Change Performance Index 2014 de klimaatprestaties van 58 verschillende landen vergeleken door de Duitse milieuorganisatie Germanwatch. Deze 58 landen zijn samen verantwoordelijk voor meer dan 90% van de mondiale energiegerelateerde CO2 uitstoot. 80% van de uitkomst is gebaseerd op objectieve indicatoren als het emissieniveau (30%), emissietrends (30%), hernieuwbare energie (10%) en efficiency (10%). De overige 20% van de indexresultaten is gebaseerd op het nationaal en internationaal klimaatbeleid. De landen zijn vervolgens beoordeeld en scoren respectievelijk heel goed, goed, matig, slecht of heel slecht. Hoe hoger op de index, des te beter. Waar Nederland in 2013 nog op een teleurstellende 49e plaats stond in de categorie ‘heel slecht’ (van de 61 plaatsen aangezien de eerste 3 plaatsen open staan omdat geen enkel land ‘heel goed’ presteert), is Nederland dit jaar te vinden op een 31e plek in de categorie ‘slecht’. Nog altijd geen topresultaat, maar wel een verbetering ten opzichte van het voorgaande jaar. De verbetering komt met name tot stand door het klimaatbeleid van de huidige regering ten opzichte van de voorgaande regering. Hoewel er nog geen concrete verbeteringen hebben plaatsgevonden op het 18 / 54 emissieniveau in Nederland, is dit veranderende beleid genoeg om van ‘heel slecht’ naar ‘slecht’ te gaan. De landen die het beste scoren op de index zijn Denemarken, Verenigd Koninkrijk, Portugal en Zweden. De complete lijst is hier en in bijlage 3 te vinden. Om verder te stijgen op deze index moet Nederland de CO 2 uitstoot fors terugdringen door efficiency slagen en door deels over te gaan op hernieuwbare energie (Germanwatch 2014). Map of Europe and the Climate Change Performance 2014 by country Handelingsperspectief Progressie op het gebied van energie en klimaat zoals terugdringing CO2 uitstoot kan worden bereikt door groene bezuinigings- en stimuleringsmaatregelen. Hierbij kun je denken aan de vermindering of afschaffing van bepaalde belastingvrijstellingen en subsidies voor sectoren die veel vervuiling veroorzaken zoals de luchtbaar en scheepvaart. Voor sectoren die onder het Europese emissiehandelssysteem (ETS) vallen, moet tegelijk het emissieplafond worden verlaagd om de CO2 uitstoot daadwerkelijk terug te dringen. Anders komen er meer emissierechten beschikbaar voor buitenlandse bedrijven. Een Europese aanpak is effectiever en wenselijker. Het beter beprijzen van negatieve milieueffecten zal de Nederlandse economische structuur duurzamer en minder afhankelijk van grondstoffen en energie maken. Ook door direct te investeren in de verduurzaming van de energie-infrastructuur en energiebesparing kan de economie worden gestimuleerd en milieuwinst worden behaald. Het ontwikkelen van nieuwe exportmarkten door middel van gericht groen industriebeleid kan economische en milieuwinst opleveren. Er gebeurt in Nederland wel het een en ander, bijvoorbeeld het Energieakkoord uit 2013, maar dit pakket bevat nauwelijks prikkels voor het bedrijfsleven om minder afhankelijk te worden van fossiele energie (Sustainable Finance Lab 2014). Ook merkt het PBL op dat het Energieakkoord volledig is gericht op het realiseren van de tussendoelen voor 2020-2023. De beoogde transitie voor de jaren daarna richting een duurzame energiehuishouding rond 2050 krijgt nauwelijks of geen impulsen (PBL 2014a). 19 / 54 3. Werk Werk is een belangrijk thema voor een duurzame economie. Het gaat er om dat iedereen naar vermogen participeert in de economie: betekenisvol werken en leven staan centraal. Arbeidsparticipatie en werkgelegenheid zijn hierbij belangrijke indicatoren. Werkgelegenheid Nederland heeft in maart 2014 een voor seizoensinvloeden gecorrigeerde werkloosheidscijfer van 7,2%6. In vergelijking met andere landen in de Europese Unie, scoort Nederland onder het gemiddelde EU-28 werkloosheidspercentage van 10,5%. Spanje (25,3%) en Griekenland (26,7%) zijn de twee EU-landen met de hoogste werkloosheidscijfers. Bron: Eurostat 2014a Jeugdwerkloosheid In maart 2014 was de jeugdwerkloosheid in de Europese Unie meer dan het dubbele van de algemene werkloosheid. Met 22,8% was meer dan 1 op de 5 jonge mensen van de Europese beroepsbevolking niet werkzaam, maar wel zoekend naar en beschikbaar voor een baan. Griekenland (56,8%), Spanje (53,9%) en Kroatië (49,0%) kennen de hoogste jeugdwerkloosheid in Europa. In Duitsland (7,8%), Oostenrijk (9,5%) en Nederland (11,3%) is de jeugdwerkloosheid het laagst (Eurostat 2014a). Arbeidsparticipatie Op individueel niveau draagt het hebben van een baan bij aan zingeving en het gevoel van eigenwaarde. Ook de economische zelfstandigheid van mensen is hiermee gediend. Op samenlevingsniveau is het ook belangrijk dat Nederland een hoge mate van arbeidsparticipatie heeft. Nederland krijgt te maken met meer werk (om ons welvaartspeil te behouden) en minder mensen om het uit te voeren (vergrijzing). Daarom heeft Nederland iedereen nodig en moet iedereen inzetbaar zijn. Het is dus belangrijk dat iedereen een kans krijgt op de arbeidsmarkt. De participatie van vrouwen, allochtonen en (arbeids)gehandicapten vraagt speciale aandacht van overheid en werkgevers. De arbeidsparticipatie van personen (20-64 jaar) in %, 2013 In de onderstaande tabel is de arbeidsparticipatie af te lezen van personen van 20 tot 64 jaar, in percentage van het totale aantal personen in die leeftijd. In de eerste tabel de tien best scorende landen op totale arbeidsparticipatie, in de tweede tabel de tien best scorende landen op arbeidsparticipatie van vrouwen en in de derde tabel de tien best scorende landen op arbeidsparticipatie van mannen, in 2013. 6 Het CBS en Eurostat hanteren een andere definitie van werkloosheid, waarbij het CBS een ruimere definitie hanteert dan Eurostat. In dit rapport worden de Eurostat gegevens gebruikt omdat op basis hiervan een betere vergelijking gemaakt kan worden tussen Nederland en andere landen. Zie voor details: hier. 20 / 54 Top tien Totaal 1. IJsland 82,8 2. Zwitserland 82,1 3. Zweden 79,8 4. Noorwegen 79,6 5. Duitsland 77,1 6. Nederland 76,5 7. Denemarken 75,6 8. Oostenrijk 75,5 9. Japan (2012) 75,2 10. Het VK (2012) 74,9 Top tien Vrouwen Top tien Mannen 1. IJsland 79,5 1. Zwitserland 87,4 2. Zweden 77,2 2. IJsland 86,0 3. Noorwegen 77,1 3. Zweden 82,2 4. Zwitserland 76,6 4. Duitsland 82,1 5. Denemarken 72,4 5. Nederland 81,3 6. Duitsland 72,3 6. Tsjechië 81,0 7. Finland 71,9 7. Het VK 80,5 8. Nederland 71,6 8. Oostenrijk 80,3 9. Oostenrijk 70,8 9. Malta 79,5 10. Estland 70,1 10.Denemarken 78,7 Bron: Eurostat 2013a Arbeidsparticipatie van ouderen (55-64 jaar) in %, 2013 De arbeidsparticipatie van ouderen van 55 tot 64 jaar is het hoogste in de tien onderstaande landen. Nederland staat op de 10e plaats met 58,6%. In vergelijking met 2008, is het percentage ouderen dat werkt in Nederland gedaald, van plusminus 62% naar de 58,6% van nu. Top tien Totaal 1. IJsland 81,1 2. Zweden 73,6 3. Zwitserland 71,7 4. Noorwegen 71,1 5. Duitsland 63,5 6. Estland 62,6 7. Denemarken 61,7 8. Nederland 60,1 9. Het VK 59,8 10. Finland 58,5 Bron: Eurostat 2013b Arbeidsparticipatie van arbeidsgehandicapten Arbeidsgehandicapten in Nederland hebben minder vaak een betaalde baan dan een gemiddeld Nederlands persoon van 15 tot 64 jaar. In 2009 had 43% van de arbeidsgehandicapten een baan van 12 of meer uur per week (Arbokennisnet 2013). 21 / 54 Een onderzoek van de OESO wijst uit dat Nederland op het gebied van arbeidsparticipatie van mensen met een beperking gemiddeld tot iets boven gemiddeld scoort ten opzichte van de andere OESO landen. De arbeidsparticipatie tussen 2000 en 2010 in Nederland lag rond de 43-44%. Koploper IJsland had toen een participatiegraad van 61%. Bron: OECD 2009 Werknemers die in deeltijd werken Aantal werknemers dat in deeltijd7 werkt in %, 2013 Eurostat heeft onderzocht welke landen het hoogste aantal werknemers hebben die in deeltijd werken, als percentage van het totale aantal werknemers. Nederland is duidelijk het land de meeste deeltijders werken: maar liefst 50,8% van alle werknemers werken in deeltijd. Na Nederland is Zwitserland het land met de meeste deeltijders: 36,5% van alle Zwitserse werknemers werkt in deeltijd. Daarna volgen Noorwegen (27,9%), Duitsland (27,3%) en het Verenigd Koninkrijk (26,9%) (Eurostat 2013c). Er kleven zowel voor- als nadelen aan deeltijdwerken. Omdat in Nederland ongeveer 75% van de vrouwen in deeltijd werkt, wordt gevreesd voor een lage arbeidsproductiviteit, minder economische groei en negatieve impact op de verdere carrière. Toch zijn Nederlandse parttimers het meest tevreden over hun arbeidssituatie in vergelijking met andere Europese parttimers: slechts 4,2% zou graag meer willen werken terwijl gemiddeld in de EU dit voor 22,7% geldt (Europa Nu 2014). In deeltijd werken is voor veel Nederlanders een keuze die hen goed lijkt te bevallen. Verschil man/vrouw Ongelijkheid in de beloning op de werkvloer In vergelijking met veel landen doet Nederland het helemaal niet slecht op het gebied van emancipatie. Uit het onderzoek Global Gender Gap Index 2013 naar gelijkheid tussen mannen en vrouwen in 136 landen, staat Nederland op een 13e plaats. Toch is er in Nederland nog altijd veel ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, zowel qua salaris als topposities in het bedrijfsleven. Hoewel meer vrouwen dan mannen participeren in het hoger onderwijs (+ 7%) en hier ook betere resultaten behalen, is dit helaas nog niet terug te zien in de beloning op de werkvloer: vrouwen verdienen nog altijd aanzienlijk minder dan mannen voor gelijkwaardige functies (- 13%) (RSM 2013a). 7 Het onderscheid tussen deeltijd en fulltime is niet exact te maken, volgens Eurostat. In dit onderzoek is het antwoord van de respondenten zelf als leidend genomen. 22 / 54 Financiële zelfstandigheid en topposities vrouwen Ook werken veel vrouwen niet of in deeltijd en maken onvoldoende uren om financieel zelfstandig te zijn. Dit komt voornamelijk omdat een groot aantal vrouwen stopt met werken of minder uren gaat werken na gezinsuitbreiding (in 2011 ging 45% van de vrouwen minder werken of helemaal stoppen met werken na de geboorte van het eerste kind, dit tegenover slechts 5% van de mannen). Ook stromen vrouwen nog te weinig door naar de top van bedrijven. Het aandeel vrouwen in de top is tussen 2011 en 2013 wel licht gestegen, van 19,0% naar 20,2% (CBS 2012c). Vertegenwoordiging vrouwen in RvB en RvC De vrouwelijke vertegenwoordiging in de Raden van Bestuur (RvB) en de Raden van Commissarissen (RvC) is ook nog altijd een stuk minder dan de mannelijke vertegenwoordiging. De Female Board Index 2013 onderzocht de 85 Nederlandse NV’s die genoteerd zijn op Euronext Amsterdam. 38% van deze ondernemingen heeft geen enkele vrouw in de RvB of RvC. 4,7% van de bestuurders en 18,0% van de commissarissen is een vrouw. Hoewel de vrouwelijke vertegenwoordiging wel licht is verbeterd, voldoet nog geen enkele onderneming aan het streefgetal van minimaal 30% vrouwen in de RvB en RvC. Werkbeleving in Nederland Hoe beleven Nederlands hun werk? Hoe tevreden zijn ze? Naast het feit dat tevreden en betrokken werknemers loyaler en productiever zijn en een positieve invloed hebben op klanttevredenheid en winstgevendheid, zijn betrokken werknemers zeer belangrijk voor bedrijven om doelstellingen op het gebied van MVO en duurzaamheid te behalen. Werkbeleving is daarom een belangrijk component in duurzaam werk. Onderzoeks- en adviesbureau Integron doet al enkele jaren onderzoek naar de werkbeleving in Nederland. Uit het onderzoek van 2014 komt dat Nederlanders hun werk gemiddeld een 7,0 geven, ze zijn het meest tevreden over veiligheid en samenwerking op het werk, en het minst tevreden over het perspectief en het management team. Werknemerstevredenheid Bron: Integron 2014 Slechts 16% van de werknemers zou hun eigen organisatie als werkgever aanbevelen bij anderen, 34% van de werknemers zou de eigen organisatie als werkgever totaal niet aanbevelen (Integron 2014). Een ander onderzoek uitgevoerd door Effectory laat een iets hogere tevredenheid zien van medewerkers. Vooral over de werkzaamheden en collega’s is men tevreden, over communicatie en ‘reorganisatie en verandering’ het minst. 23 / 54 Bron: Nationale Tevredenheidsindex 2014 Inzet van de Nederlandse werknemers Slechts 22% van de medewerkers haalt het beste uit zichzelf in zijn/haar werk, en nog minder medewerkers (11%) vindt dat de organisatie het beste uit hen haalt. Voor bedrijven en andere organisaties vallen hier grote flinke verbeterslagen te maken (Integron 2014). Medewerkerbetrokkenheid, internationale context Effectory International heeft het rapport Global Employee Engagement Index 2013/14 uitgebracht. Deze index heeft in 52 landen onderzoek uitgevoerd naar de medewerkerbetrokkenheid aan de hand van 9 thema’s. Nederland scoort ten opzichte van de wereldwijde resultaten zeer gemiddeld, alleen op het gebied van efficiency scoort Nederland beduidend lager, en bij duidelijkheid over de rol beduidend hoger. Thema’s Wereldwijde score Betrokkenheid 6,2 Commitment 6,9 Tevredenheid 7,1 Efficiency 7,3 Klant oriëntatie 7,5 Duidelijkheid rol 6,8 Bereidheid te veranderen 7,4 Vitaliteit 7,2 Leiderschap 6,6 Bron: Effectory International 2014 Nederlandse score 6,2 7,0 7,1 6,9 7,7 7,2 7,4 7,2 6,6 Een ander internationaal onderzoek van GfK (2011) laat een beduidend negatiever beeld zien: Nederland scoort hier van de 29 onderzochte landen het minst goed op het percentage werknemers met een hoge betrokkenheid (GfK 2011). Slechts 7 tot 10% van de Nederlandse werknemers heeft een hoge mate van betrokkenheid. 24 / 54 4. Innovatie In een duurzame economie is het van belang dat bedrijven innoveren om zo nieuwe duurzame productiewijzen en producten te ontwikkelen. In dit hoofdstuk worden de innovatieprestaties van de landen uit de EU met elkaar vergeleken. Innovatieprestaties EU-landen In een recent onderzoek van de Europese Commissie zijn de innovatieprestaties van de EU-lidstaten gemeten en tegen elkaar afgezet. Het Innovation Union Scoreboard 2014 deelt de lidstaten in de volgende vier groepen in: - Innovatieleiders: Zweden, Denemarken, Duitsland en Finland presteren ruim boven het EU-gemiddelde; - Innovatievolgers: Luxemburg, Nederland, België, Verenigd Koninkrijk, Ierland, Oostenrijk, Frankrijk, Slovenië, Estland en Cyprus presteren boven het EU-gemiddelde; - Gematigde innovatoren: Italië, Tsjechië, Spanje, Portugal, Griekenland, Hongarije, Slowakije, Malta, Kroatië, Litouwen en Polen presteren onder het EU-gemiddelde; - Bescheiden innovatoren: Roemenie, Letland en Bulgarije presteren ruim onder het EU-gemiddelde. Nederland is dus een innovatievolger. Nederland dankt de bovengemiddelde score vooral aan het hoge niveau van innovatief wetenschappelijk onderzoek en de samenwerking tussen onderzoekers en ondernemers (o.a. publiek-private wetenschappelijke co-publicaties). Verbeteringen zijn er nog te behalen in de uitvoer van kennisintensieve diensten en het marktaandeel nieuwe innovaties. Een sterke groei is te zien voor de gebieden van uitgaven voor innovatie, gemeenschapsmerken, internationale wetenschappelijke co-publicaties en nieuwe doctorstitels. Er is een sterke afname van groei op de gebieden van opbrengsten van licenties en octrooien uit het buitenland en uitvoer van kennisintensieve diensten (EU 2014). Internationale vergelijking van EU met de rest van de wereld Europa is de innovatiekloof met de Verenigde Staten en Japan aan het dichten, maar de prestaties van de afzonderlijke EU-lidstaten verschillen nog altijd sterk en worden slechts langzaam kleiner. Zwitserland bevestigt dit jaar opnieuw zijn positie als grootste innovatieleider en blijft het beter doen dan alle lidstaten van de EU. Wereldwijd gezien hebben Zuid-Korea, de VS en Japan een innovatie voorsprong op de EU. De EU behoudt echter haar voorsprong op landen als Australië, Canada, Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika (EU 2014). Bron: EU 2014 25 / 54 Innovatieprestaties wereldwijd Global Competitiveness Report 2014-2015 De Global Competitiveness Index doet sinds 2004 onderzoek naar de concurrentiekracht van landen overal ter wereld. Aan de hand van 110 variabelen verdeeld over 12 pilaren, wordt de concurrentiepositie van een land gemeten. De index maakt onderscheid tussen drie verschillende fasen waarin een land kan verkeren: ‘factor gedreven’, ‘efficiency gedreven’, en ‘innovatie gedreven’. Nederland wordt gekwalificeerd als een innovatie gedreven land. Van de 144 landen staat Nederland op een mooie 8e plaats (GCR 2014a). Nederland heeft enkele belangrijke concurrentie sterkten die voor een zeer productieve economie zorgen: een excellent onderwijs en training systeem (3 e), sterke adaptatie van technologie (9e), inclusief ICT (8e), en een excellente innovatiecapaciteit (8e) die zorgt voor hoogwaardige business (5e) die kan concurreren op het hoge niveau van internationale waardenketens. Ter aanvulling, ook de efficiënte instituties (10e), de infrastructuur van wereldklasse (4 e) en zeer competitieve (5e) en open productiemarkten (6e) dragen bij aan de hoge score. De excellente performance van Nederland wordt in zekere zin gehinderd door de voortdurende ‘starheden’ op de arbeidsmarkt op het gebied van inhuren en ontslaan (123e!) en bepalen van het salaris (135e). Deze factoren worden gezien als meest problematisch voor het zakendoen in Nederland. Ook de huidige zwakte van het financiële systeem (80e), als gevolg van de huizen bubble, heeft ervoor gezorgd dat de toegang tot krediet bemoeilijkt is (48e) (GCR 2014b). 26 / 54 5. Gezondheid & Geluk In een gezonde duurzame samenleving is er goede toegang tot gezondheidszorg en medicijnen, is het zorgsysteem voor iedereen betaalbaar, sterven er geen mensen aan ziektes die (gemakkelijk) te voorkomen zijn en halen mensen voldoening uit het leven. Menselijke ontwikkeling Human Development Index 2013 De Human Development Index 2013 van de United Nations Development Programme (UNDP) meet de menselijke ontwikkeling per land aan de hand van de indicatoren zoals armoede, analfabetisme, onderwijs en levensverwachting. In de 2013 Index staat Nederland op een 4e plaats. Noorwegen voert de lijst aan, waarna Australië en de Verenigde Staten op plaats 2 en 3 staan (UNDP 2013). Map Human Development Index 2013 Bron: UNDP 2013 Geluk en voldoening Happy Planet Index 2012 De Happy Planet Index 2012 is opgesteld door de New Economics Foundation en meet hoe gelukkig de inwoners van een land zijn. Een vereenvoudigde versie van de gebruikte formule luidt: HPI = (voldoening in het leven x levensverwachting) / ecologische voetafdruk Een hoge gemiddelde levensverwachting en hoge gemiddelde voldoening in het leven dragen natuurlijk positief bij aan de Happy Planet Index. Een hoge ecologische voetafdruk heeft een negatief effect op het uiteindelijke resultaat. Mede daarom staan veel welvarende landen als Nederland niet bij de top van de Happy Planet Index, deze landen hebben immers een grote ecologische voetafdruk (Happy Planet Index 2012). Nederland weet de binnenlandse gevolgen van milieuproblemen vooralsnog te beperken, de hoge ecologische voetafdruk komt niet (direct) tot uitdrukking in de directe leefomgeving en is daardoor minder zichtbaar en voelbaar. Het PBL schrijft dat de directe leefomgeving aangenamer en gezonder is dan voorheen en dat de achteruitgang van de biodiversiteit in Nederland is geremd. De vraag is dan ook in hoeverre de ecologische voetafdruk op dit moment daadwerkelijk het geluk van de Nederlanders beïnvloedt (Sustainable Finance Lab 2014). 27 / 54 HPI Rank Colour Rank Country SubRegion Well- Footprint Life Expect being (gha/ (0-10) ancy capita) 1 1 Costa Rica 1a 79,3 7,3 2,5 2 2 Vietnam 6c 75,2 5,8 1,4 3 10 Colombia 1b 73,7 6,4 1,8 4 3 Belize 1a 76,1 6,5 2,1 5 11 El Salvador 1a 72,2 6,7 2,0 6 4 Jamaica 1a 73,1 6,2 1,7 7 5 Panama 1a 76,1 7,3 3,0 8 12 Nicaragua 1a 74,0 5,7 1,6 9 13 Venezuela 1b 74,4 7,5 3,0 10 6 Guatemala 1a 71,2 6,3 67 72 Netherlands 2c 80,7 7,5 Component colour codes Good Middling Poor Deep red Bron: Happy Planet Index 2012 28 / 54 Happy Planet Index 64,0 1,8 = = = = = = = = = = 6,3 = 43,1 60,4 59,8 59,3 58,9 58,5 57,8 57,1 56,9 56,9 HPI colour codes All three components good Two components good, one middling One component good, and two middling Three components middling Any with one component poor Two poor components poor, or "blood red" footprint 6. Duurzaam bedrijfsleven In een duurzame economie is het bedrijfsleven vanzelfsprekend ook duurzaam. In dit hoofdstuk kijken we naar verschillende onderwerpen als transparantie, groen beleggen en innovatie die iets zeggen over de duurzaamheid van het Nederlandse bedrijfsleven. Helaas is er weinig vergelijkend onderzoeksmateriaal beschikbaar over de MVO en duurzaamheidsprestaties van bedrijven uit verschillende landen. Ranglijsten duurzame bedrijven Er zijn wel enkele mondiale ranglijsten die grote bedrijven overal ter wereld beoordelen op hun duurzaamheidsprestaties. Voor de volledigheid benoemen we enkele ranglijsten en de uitkomsten. Het is echter erg moeilijk om individuele bedrijven te ranken en tegen elkaar af te zetten. Omdat over de exacte onderzoeksmethode vaak niet veel bekend is, is de waarde van dergelijke rankings relatief. Dow Jones Sustainability Index 2014 De Dow Jones Sustainability Index nodigt elk jaar meer dan 3000 grote bedrijven uit om deel te nemen aan de RobecoSAM’s Corporate Sustainability Assessment. Hier worden de materiële economische, milieu en sociale bedrijfspraktijken gemeten, zoals arbeidsomstandigheden, verminderen van klimaatverandering en het bestuur van een bedrijf. De allerbeste bedrijven die duurzaam en ethisch opereren, worden opgenomen in de Dow Jones Sustainability Index. In de editie van 2014 zijn 319 beursgenoteerde ondernemingen opgenomen uit 26 landen. De ondernemingen zijn onderverdeeld in 24 sectoren volgens de Global Industry Classification Standard. Van de 24 sectoren die worden onderscheiden in de DJSI van meest duurzame bedrijven, hebben dit jaar drie Nederlandse ondernemingen de positie van sectorkoploper ingenomen. ING Groep NV is sectorkoploper van Diversified Financials, Unilever NV is koploper van Food, Beverage & Tobacco en Akzo Nobel NV is net als vorig jaar sectorkoploper van Materials (Dow Jones Sustainability Index 2014a). Van de 177 Europese bedrijven op in de index zijn opgenomen, komen 7 bedrijven uit Nederland. Hiermee scoort Nederland qua vertegenwoordiging hoger dan landen als Denemarken, Italië, Zweden en Finland. Zie onderstaande tabel: Bron: Dow Jones Sustainability Index 2014b 29 / 54 Global 100 Most Sustainable Corporations in the World 2014 Het Canadese media- en onderzoeksbureau Corporate Knight stelt jaarlijks een ranglijst op van de 100 meest duurzame bedrijven ter wereld. Deze 100 meest duurzame bedrijven komen uit 21 verschillende landen, 4 van de 100 bedrijven komen uit Nederland, te weten:     ASML Holding NV (nr. 15, vorig jaar nr. 11) Wolters Kluwer NV (nr. 35, vorig jaar nr. 34) Koninklijke Philips Electronics NV (nr. 48, vorig jaar nog nr. 7) Royal Dutch Shell PLC (nr. 51, vorig jaar nr. 56) Ter vergelijking, grote economieën als de Verenigde Staten en Canada leveren respectievelijk 18 (+8 t.o.v. vorig jaar) en 13 (+3 t.o.v. vorig jaar) bedrijven op de lijst. In vergelijking met het Verenigd Koninkrijk (8), Duitsland (7), Zweden (5) en Denemarken (1) is deze grote Noord-Amerikaanse vertegenwoordiging op de lijst opvallend. Landen met een iets kleinere economie dan Nederland zoals Zwitserland en België zien respectievelijk 5 en 2 bedrijven terug op de lijst (Corporate Knights 2014). Transparantie Maatschappelijke verslaggeving Op het gebied van transparantie & maatschappelijke verslaggeving van bedrijven, scoort Nederland bovengemiddeld. In de KPMG International Survey of Corporate Responsibility Reporting 2013 worden de 100 grootste bedrijven (in omzet, de ‘N100’) van 41 landen onderzocht op de mate en kwaliteit van hun maatschappelijke verslaggeving. In totaal zijn er wereldwijd dus 4100 bedrijven onder de loep genomen. In Frankrijk en Denemarken rapporteert maar liefst 99% van de N100 over hun maatschappelijke prestaties. Hierna volgen Zuid-Afrika, Maleisië en Japan met alle drie een score van 98%. Deze hoge percentages zijn met name te danken aan gericht overheidsbeleid, zo is er in Frankrijk en Denemarken een wet die grote bedrijven verplicht te rapporteren over hun MVO activiteiten. Nederland staat op een 11 e plek met 82%, ten opzichte van 2011 is het percentage N100-bedrijven dat aan maatschappelijke verslaggeving doet gelijk gebleven (KPMG 2013). Hiermee loopt Nederland qua hoeveelheid bedrijven dat aan maatschappelijke verslaggeving doet iets achter op de koplopers. In het onderzoek van KPMG is ook de kwaliteit van de maatschappelijke verslaggeving van de 250 grootste bedrijven wereldwijd (de ‘G250’) onderzocht. Van deze 250 bedrijven heeft 93% een maatschappelijk verslag, de gemiddelde kwaliteitsscore is 59 (van 100). De bedrijven die een score van 80 of hoger hebben, laten zien dat ze een uitstekend begrip hebben van de impact van sociale en milieu issues op hun business en rapporteren bovengemiddeld over hun strategie, resultaten en interactie met stakeholders. Er zijn 10 bedrijven die zelfs een score hoger dan 90 hebben, hieronder is één Nederlands bedrijf: ING. 30 / 54 De tabel op de voorgaande pagina laat de gemiddelde kwaliteit van de G250 maatschappelijke verslagen per land zien. Nederland scoort gemiddeld met 69 punten. Maar omdat alleen de landen met vijf of meer bedrijven in de G250 zijn meegenomen en het om een vrij kleine onderzoeksgroep gaat (250 bedrijven wereldwijd), kun je hier geen belangrijke conclusies aan verbinden (KPMG 2013). Groen beleggen Verantwoord investeren in Nederland In Nederland is er een groeiende bereidheid om verantwoord te investeren. Grote pensioenfondsen zijn leidend op dit gebied. In het meest recente onderzoek Duurzaam Beleggen door Pensioenfondsen van het VBDO hebben voor het eerst alle 50 grootste pensioenfondsen hun medewerking verleend aan het onderzoek. Uit dit onderzoek blijkt weliswaar dat bestuurders van pensioenfondsen duurzaam beleggen teveel overlaten aan fondsmanagers en te weinig eigen visie ontwikkeld hebben op duurzaam beleggingsbeleid, pensioenfondsen zetten wel degelijk stappen in de goede richting. Zo worden er door een aantal pensioenfondsen rondde-tafelbijeenkomsten georganiseerd waarin ze met deelnemers spreken over ethische kwesties (VBDO 2013). Verzekeringsbedrijven lopen enigszins achter op de grote pensioenfondsen als het gaat om verantwoord investeren. Toch blijkt uit het onderzoek Benchmark Responsible Investment by Insurance Companies in the Netherlands 2012 van VBDO dat het aantal verzekeringsmaatschappijen dat beleid heeft ontwikkeld op duurzaam beleggen in 2012 steeg van 53% naar bijna 70% (VBDO 2012a). Waar institutionele beleggers vooruitgang boeken, laat de Nederlandse spaar- en beleggingsmarkt beduidend minder duurzame groei zien. Het marktaandeel duurzaam sparen en beleggen groeit weliswaar langzaam, maar is nog altijd maar 4,8% van de totale markt. De duurzame spaarmarkt stijgt met 5,2% tot een omvang van € 14,2 miljard en de duurzame beleggingsmarkt daalt met 3,4% tot een omvang van € 5,7 miljard (VBDO 2012b). De Nederlandse investeringsmarkt naar strategie (in 2009 en 2011) Bron: Eurosif 2012 31 / 54 Corruptie onder bedrijven Corruptie zorgt voor een verstoring van legale marktmechanismen die alle partijen gelijke kansen bieden. Daarom is het belangrijk dat bedrijven niet corrupt zijn. In de Bribe Payers Index 2011 worden de 28 grootste economieën van de wereld gerangschikt naar de waarschijnlijkheid dat bedrijven uit deze landen steekpenningen zullen betalen in het buitenland. De Index is gebaseerd op de opvattingen van leidinggevenden /business executives. Landen worden beoordeeld op een schaal van 0 tot 10, waarbij de maximale score van 10 overeenkomt van de opvatting dat bedrijven uit dat land nooit steekpenningen zullen aannemen in het buitenland, en de score van 0 correspondeert met de opvatting dat bedrijven altijd steekpenningen zullen aannemen. Nederland scoort hier een 8,8 en staat daarmee op een gedeelde 1e plaats. Dit betekent dat de opvatting heerst dat het zeer onwaarschijnlijk is dat Nederlandse bedrijven steekpenningen zullen betalen in het buitenland (BPI 2011). Innovatie van Nederlandse bedrijven De Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor 2012-2013 Het onderzoeksinstituut INSCOPE - Research for Innovation van de Erasmus Universiteit Rotterdam voert jaarlijks de Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor uit. Hier wordt onder meer de innovatiegraad van Nederlandse bedrijven gemeten. De innovatiegraad van het Nederlandse bedrijfsleven staan, sinds de eerste metingen in 2006, op een recordhoogte. De hoeveelheid radicale- en incrementele innovaties blijft groeien. Bron: RSM 2013b Aan de andere kant is er een dalende trend te zien in investeringen in technologische innovatie. Zo zijn de investeringen in Research & Development en 32 / 54 ICT gedaald, deels te wijten aan problemen om innovatie te financieren en een onzeker ondernemingsklimaat. Bovendien werken bedrijven maar weinig samen om fundamenteel nieuwe kennis te ontwikkelen. Bron: RSM 2013b Andere interessante uitkomsten van het onderzoek zijn: ï‚· Nederlandse bedrijven werken volgens dit onderzoek relatief weinig samen met onderzoeksinstituten om fundamenteel nieuwe kennis te ontwikkelen, terwijl dat wel cruciaal is voor innovatiesucces. ï‚· Een te korte en een te lange aanstelling van CEO’s is contraproductief. CEO’s die hun zetel tussen de 4 en 12 jaar hebben, kennen de hoogste mate van sociale innovatie (+3%), maar ook van radicale innovatie (+3%) en incrementele innovatie (+3%). ï‚· Familiebedrijven zijn innovatiever, maar minder efficiënt dan nietfamiliebedrijven. ï‚· Nederlandse bedrijven zijn een voorbeeld van innovatie voor buitenlandse bedrijven 8 , maar blijven achter op cocreatie. Zo scoren Nederlandse bedrijven 9% hoger op radicale innovatie en 3% hoger op sociale innovatie, maar zijn buitenlandse bedrijven actiever met cocreatie (3%)(RSM 2013b). 8 Onder buitenlandse bedrijven wordt hier verstaan: bedrijven die één of meerdere vestigingen in Nederland hebben, maar waarvan het fysieke hoofdkantoor in een ander land staat. 33 / 54 7. Duurzame burger Ook de burger is een belangrijke speler in een duurzame economie. Als consument kan men d.m.v. koopgedrag bedrijven bewegen tot het maken van duurzame producten die niet nadelig zijn voor mens en milieu. Om deze invloed uit te oefenen, moeten burgers wel voldoende informatie hebben. In dit hoofdstuk wordt o.a. gekeken naar duurzame consumentenbestedingen, milieubewustzijn en duurzaam gedrag. Consumentenbestedingen duurzaam & biologisch voedsel Duurzaam voedsel, cijfers Nederland In Nederland groeien de bestedingen aan duurzame producten elk jaar weer. In 2013 bedroegen de totale consumentenbestedingen aan duurzaam voedsel 2,46 miljard euro. Dit was in 2012 2,22 miljard, in 2013 was er dus een stijging van 10,8%. Hiermee is het marktaandeel van duurzaam voedsel gegroeid van 5,5 naar 6,1%. De totaalbestedingen aan voedsel bedroegen in 2013 40,5 miljard euro (Monitor Duurzaam Voedsel 2013). Biologisch voedsel, cijfers Nederland en Europa De Europese markt voor biologische voeding is in 2012 met 6% gegroeid naar zo’n 22,8 miljard euro. De grootste afzetmarkt bevindt zich in de Noord-Europese landen. De biologische markt in Duitsland is gegroeid met 6% en neemt een derde van de totale Europese afzetmarkt voor haar rekening. Europese landen die een bovengemiddelde groei kennen zijn Nederland (+14%), Noorwegen (+17%) en Finland (+24%). In de Zuid-Europese landen als Spanje, Portugal en Griekenland wordt er met name veel biologische voeding geproduceerd en geëxporteerd. Wereldwijd is de Noord-Amerikaanse markt voor biologische producten het grootst met circa 25,16 miljard euro. Marktaandeel biologisch voedsel 2012 Het hoogste marktaandeel aan biologische producten werd bereikt in Denemarken (7,6%), Oostenrijk (2011) (6,5%) en Zwitserland (6,3%). Nederland is het 8e land met een marktaandeel van 2,3%. Bron: FiBL en IFOAM 2014 Consumptie biologisch voedsel per hoofd van de bevolking 2012 De hoogste per capita consumptie van biologische voeding in 2012 was in Zwitserland (189 euro), Denemarken (159 euro) en Luxemburg (143 euro). De Nederlander geeft gemiddeld 47,2 euro uit aan biologisch voedsel. De cijfers 34 / 54 kunnen een iets vertekenend beeld geven omdat de kosten in levensonderhoud behoorlijk verschillen tussen de Europese landen. Bron: FiBL en IFOAM 2014 De interesse van de consument in biologische producten blijft hoog, ook al is er toenemende concurrentie van andere duurzaamheidlabels (FiBL en IFOAM 2014). De Nederlandse consument koopt steeds vaker biologische producten, maar nog niet zoveel als bijvoorbeeld de Zwitserse, Deense en Oostenrijkse consument. Het Nederlandse marktaandeel biologische voeding van 2,1% is nog gering. Toch blijven de consumentenbestedingen biologische voeding groeien. Wanneer je kijkt naar de Nederlandse consumentenbestedingen aan duurzame voeding, breder dan alleen biologische voeding, vallen de cijfers hoger uit: het marktaandeel duurzame voeding bedraagt 6,1%. Consumentenbestedingen fair trade producten Ook de Nederlandse consumentenbestedingen aan fair trade producten blijven groeien. In 2011 werd er 147 miljoen euro uitgegeven aan fair trade producten, in 2012 groeiden de bestedingen nog eens met 26% naar 186 miljoen euro (Fair Trade 2012-13). Relatief gezien is de fair trade markt in Nederland een stuk kleiner dan de markt voor duurzame en biologische voeding. Omdat absolute aantallen veel minder zeggen dan relatieve bestedingen aan fair trade producten, hebben we alleen de relatieve getallen (bestedingen per hoofd van de bevolking) meegenomen in het onderzoek. Bestedingen per hoofd v/d bevolking fair trade producten per land, 2012 De bestedingen aan fair trade producten van de vijftien landen met een substantiële fair trade markt, staan in de tabel op de volgende pagina. Nederland staat hier slechts op een 10e plek met de gemiddelde besteding van € 11,14 per persoon. Op de 1e plek staat Zwitserland (38,95 euro p.p.), gevolgd door Ierland (€ 37,22 p.p.), Verenigd Koninkrijk (€ 30,14 p.p.), Finland (€ 28,20 p.p.) en Luxemburg (€ 20,64 p.p.) (Fair Trade 2012-13). Toch geldt ook hier geldt dat de cijfers een vertekenend beeld kunnen geven vanwege verschillen in prijsniveau (Ierland is bijv. een relatief duur land ten opzichte van Spanje). 35 / 54 Estimated fair trade spendings per capita by country Country Spendings per capita 1. Switzerland € 38,95 2. Ireland € 37,22 3. United Kingdom € 30,14 4. Finland € 28,20 5. Luxembourg € 20,64 6. Sweden € 18,84 7. Norway € 12,88 8. Denmark € 12,83 9. Austria € 12,59 10. Netherlands € 11,14 11. Belgium € 7,73 12. Germany € 6,52 13. France € 5,44 14. Italy € 1,07 15. Spain € 0,48 Bron: Fair Trade 2012-13 Milieubewustzijn onder burgers Zoals vermeld in het begin van dit hoofdstuk, is het belangrijk dat burgers goed worden geïnformeerd over- en zich bewust zijn van milieu en duurzaamheid, ook in relatie tot producten, om hun invloed als koper uit te kunnen oefenen. De Eurobarometer doet onderzoek naar de houding van Europese burgers ten opzichte van het milieu. De laatste keer dat dit onderzoek is uitgevoerd is in 2014. Hoe belangrijk is milieubescherming Op de vraag ‘hoe belangrijk is de bescherming van het milieu voor jou persoonlijk?’ antwoordden slechts 37% van de ondervraagde Nederlanders ‘erg belangrijk’, tegenover 53% van alle ondervraagde Europeanen. 60% van de Nederlands vindt milieubescherming redelijk belangrijk. Bron: Eurobarometer 2014 36 / 54 Invloed van het individu op de bescherming van het milieu In Nederland vindt maar liefst 73% dat ze als individuen zeker een rol kunnen spelen op het vlak van milieubescherming, dit tegenover 43% van de Europeanen. Bron: Eurobarometer 2014 Aanpassen van gedrag ten behoeve van het milieu De meeste Nederlanders passen hun gedrag aan ten behoeve van het milieu door o.a. afval te scheiden en voor milieuvriendelijke transportmiddelen te kiezen. Nederlanders scoren hier hoger dan het EU-gemiddelde. Bron: Eurobarometer 2014 37 / 54 Wel/niet goed geïnformeerd over milieuzaken In Nederland vindt 4% van de mensen dat ze zeer goed geïnformeerd worden over milieuzaken, 53% vindt dat ze hier redelijk goed over geïnformeerd worden. Beide percentages liggen in de Europese Unie hoger: 8% vindt dat ze zeer goed worden geïnformeerd, en 54% dat ze redelijk goed worden ingelicht over milieukwesties. Bron: Eurobarometer 2014 Duurzaam gedrag Volgens een recent onderzoek van het NCDO, kenniscentrum voor mondiale vraagstukken, hebben Nederlanders in ieder geval geen vooruitgang geboekt in hun duurzame gedrag het afgelopen jaar. 1 op de 10 Nederlanders geven aan vaak eten weg te gooien dat eigenlijk nog goed is. Nederlanders eten net zo vaak vlees als vorig jaar (NCDO 2014). Hiernaast vindt meer dan 60% van de Nederlanders dat de overheid en bedrijven het meest verantwoordelijk zijn voor de verduurzaming van de samenleving. Bedrijven verbruiken en vervuilen het meest en hebben de kennis en middelen. Overheden hebben volgens het publiek de meeste macht en kunnen via wet- en regelgeving eenvoudig duurzaamheid afdwingen (ASN Bank 2014). Hieronder kijken we naar het verbruik van elektriciteit door huishoudens, de gulheid van Nederlanders en de mate van vrijwilligerswerk, in internationaal vergelijkend perspectief. Verbruik elektriciteit per huishouden in Europa, 2012 Hoeveel elektriciteit verbruiken Europese huishoudens per jaar voor alle toepassingen (verwarming ruimtes en water, en andere elektrische toepassingen)? De Nederlandse huishoudens verbruikten in 2012, 2.151.900 ton olie-equivalent9 (TOE). Van de 35 Europese landen (incl. Turkije) staat Nederland met dit verbruik op een 10e plaats. In Frankrijk wordt het meest verbruikt (13.608.700 toe), daarna komen Duitsland (11.779.900 toe) en het VK (9.862.300 toe). Op enige afstand volgen Spanje, Italië, Turkije, Zweden, Noorwegen, Polen en Nederland (Eurostat 2012b). 9 Olie-equivalent is een energie eenheid. Eén ton olie-equivalent (toe) drukt de hoeveelheid energie uit die vrijkomt bij het verbruiken van één ton ruwe aardolie. 38 / 54 Charities Aid Foundation De Britse organisatie Charities Aid Foundation stelt jaarlijks de World Giving Index op. Hiervoor wordt gekeken naar onder andere de hoeveelheid inwoners van een land die geld geven aan liefdadigheid. Hoe vrijgevig zijn burgers in een land? In de laatste editie (2013) staat het land Myamar op nummer 1: hier heeft 85% van de mensen geld aan goede doelen gegeven in de maand voor ze ondervraagd werden. In Nederland was dit percentage 69%, ons land staat hiermee op de 6 e plaats (World Giving Index 2013). Vrijwilligerswerk in Nederland en Europa Nederlanders doen in vergelijking met andere Europeanen bovengemiddeld veel vrijwilligerswerk. Volgens een nationaal onderzoek doet meer dan 40% van de Nederlandse volwassenen een vorm van vrijwilligerswerk. Ook nationale studies van landen als Oostenrijk, Zweden en het Verenigd Koninkrijk laten zien dat meer dan 40% van de volwassenen vrijwilligerswerk doet. Als Europese onderzoeken hierin worden meegenomen, blijkt dat Zweden en Nederland de enige landen zijn die ook in de Europese studies zeer hoog scoren op de mate van vrijwilligerswerk in het eigen land. Landen die hierna volgen zijn Denemarken, Finland en Luxemburg (EU 2010). 39 / 54 8. Duurzame overheid De overheid10 heeft een belangrijke rol in een duurzame economie. De overheid kan de transitie naar een duurzame economie stimuleren door middel van duurzame inkoop en beleid, wet- en regelgeving, fiscale maatregelen en subsidies gericht op innovatie en duurzaamheid. Groene belastingen Groene belastingen zijn erop gericht het gedrag van mensen te beïnvloeden door zaken die vervuilend zijn voor het milieu extra te gaan belasten volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’ dan wel milieuvriendelijke producten of diensten minder te belasten. Aandeel milieubelastingen van de totale belastingopbrengsten, 2012 Eurostat heeft het aandeel milieubelastingen als deel van de totale belastingopbrengsten per Europees land onderzocht. Er zijn vier typen milieubelastingen: belasting op energie, op transport, op vervuiling en op grondstoffen. In Nederland bedraagt het aandeel aan milieubelastingen 9,12% van het totaal. Nederland is hiermee het derde land binnen Europa, alleen in Bulgarije (10,11%) en in Slovenië (10,15%) worden meer milieubelastingen geheven als percentage van het totaal. Nederland int bovengemiddeld veel milieubelasting, het EU-27 gemiddelde is 6,05%. (Eurostat 2012c). Aandeel milieubelastingen van de totale belastingopbrengsten 2012 Bron: Eurostat 2012c Aandeel milieubelastingen als % van het BBP, 2012 Ook gelet op de cijfers van de OESO over milieubelastingen als percentage van het bruto binnenlands product, scoort Nederland relatief hoog. Het gemiddelde percentage aan milieubelastingen onder de OESO-landen is 1,6%, in Nederland zijn milieubelastingen goed voor 3,6% van het BBP, in Slovenië (4,1%) en Denemarken (3,9%) ligt dit percentage nog iets hoger. In Duitsland (2,2%) en het Verenigd Koninkrijk (2,4%) is het percentage kleiner dan in Nederland (OECD 2012). Uitgaven research & development Om duurzame technologieën, producten en processen te realiseren, is onderzoek en ontwikkeling (R&D) erg belangrijk. De overheid investeert in R&D door financiële regelingen, fiscale prikkels, het topsectorenbeleid, etc. Binnen de 10 We bedoelen hiermee: de centrale overheid. Duurzaamheidsinspanningen van decentrale overheden laten we in dit onderzoek buiten beschouwing. 40 / 54 topsectoren werken ondernemers en wetenschappers samen in topconsortia voor kennis en innovatie (TKI’s). Hier zoeken zij naar manieren om vernieuwende producten of diensten op de markt te brengen. De overheid wil bedrijven stimuleren deel te nemen aan de TKI’s. Voor iedere euro die een bedrijf in een TKI investeert, legt de overheid 25 cent bij. Deze toeslag gaat niet naar het bedrijf, maar naar het TKI (Rijksoverheid 2014a). Topconsortia voor kennis en innovatie investeerden 186,6 miljoen euro in energie-innovatie. 43% kwam van de private sector. Ongeveer de helft van de deelnemers komt uit het MKB (RVO 2014a). Publieke uitgaven milieugerelateerde R&D, 2011 De OESO heeft cijfers gepubliceerd over de publieke uitgaven (2011) aan milieugerelateerde research & development per land. Van de OESO landen staat Nederland op een bedroevende op-1-na-laatste plaats: de Nederlandse overheid heeft van de totale R&D uitgaven slechts 0,9% besteed aan milieu gerelateerd onderzoek. Alleen de Verenigde Staten geven minder uit: 0,4%. Koplopers zijn Estland (6,7%), Australië (4,9%), Spanje (4,6%), IJsland (3,2%), Portugal (3,2%) en Slovenië (3,2%) (OECD 2012). Totale uitgaven R&D als % van het BBP, 2012 De cijfers met betrekking tot de totale uitgaven aan R&D als percentage van het bruto binnenlands product geven een positiever beeld van Nederland. Een directe relatie tussen duurzaamheid en uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling is er niet, maar het geeft wel een indicatie van de innovatiepositie van een land. In Nederland bedroegen de publieke uitgaven aan R&D 2,16% van het BBP. Hiermee behoort Nederland niet tot de absolute koplopers, maar scoort wel iets boven het EU-27 gemiddelde (zie hieronder). Koplopers zijn Finland (3,55%), Zweden (3,41%), Denemarken (2,98%), Duitsland (2,98%), Oostenrijk (2,84%) en Slovenië (2,8%) (Eurostat 2012d). Gross domestic expenditure on R&D 2012 Bron: Eurostat 2012d 41 / 54 Corruptie in de publieke sector Corruptie zorgt voor een verstoring van eerlijke, legale procedures die bedrijven, organisaties en/of mensen gelijke kansen bieden. De Corruption Perceptions Index 2013 onderzoekt de beeldvorming omtrent corruptie van de publieke sector per land aan de hand van onderzoeken en rapportages van vooraanstaande instituten. De landen worden beoordeeld op een schaal van 0 tot 100, 0 betekent dat een land wordt gezien als zeer corrupt, waarbij 100 betekent dat het land wordt gezien als zeer transparant. De Index 2013 heeft 177 landen onderzocht. Zoals in de onderstaande tabel te zien is, staat Nederland op een 8e plaats. Ten opzichte van vorig jaar, is Nederland één punt gezakt (van 84 naar 83) (CPI 2013). Volgens de voorzitter van Transparency International Nederland Paul Arlman, kampt Nederland ondanks de mooie 8 e plaats nog wel met “achterstallig onderhoud”. Hij wijst op onder meer de bescherming van klokkenluiders, de financiering van politieke partijen en de transparantie van lobbyisten (NOS, 3-12-2013). Omdat corruptie vaak bestaat uit illegale activiteiten die met opzet geheim worden gehouden, is het onmogelijk om absolute corruptieniveaus te meten op de basis van hard empirisch bewijs en hiervan een sluitend beeld te krijgen. Daarom wordt de methode van CPI, het meten van de beeldvorming omtrent corruptie in de publieke sector aan de hand van experts, onderzoeken en rapportages, als de meest geloofwaardige methode gezien om de relatieve corruptieniveaus van landen te vergelijken (CPI 2013). Bron: Corruption Perceptions Index 2013 Betrokkenheid van Nederland bij ontwikkeling in andere landen Nederland zelf scoort erg goed op het gebied van menselijk ontwikkeling, en iets minder op ‘voldoening in het leven’ vanwege de hoge ecologische voetafdruk. Maar hoe betrokken is Nederland bij landen die het minder goed hebben? Commitment for Development Index 2013 In de Commitment for Development Index 2013 worden de 27 meest welvarende landen beoordeeld op hun beleid op ontwikkeling dat gericht is op de meer dan 5 miljard mensen die leven in armere landen. De CDI kijkt naar de prestaties op zeven verschillende gebieden: 1. Kwantiteit en kwaliteit van buitenlandse hulp 42 / 54 2. 3. 4. 5. 6. 7. Openheid voor export Beleid dat investeringen en financiële transparantie stimuleert Openheid voor migratie Milieubeleid Promotie van de internationale veiligheid Steun voor technologische creatie en transfer Deze index is naar eigen zeggen belangrijk omdat het gedrag van rijke landen en machtige instituten een grote impact kan hebben op de levens van mensen in arme landen enerzijds, en anderzijds omdat armoede en zwakke instituten in ontwikkelingslanden kunnen leiden tot gezondheidscrises, bedreigingen voor de veiligheid en economische crises die geen grenzen kennen in de huidige wereld. Het committeren aan beleid dat ontwikkeling en welzijn promoot is van groot belang (CDI Index 2013a). Denemarken staat voor de tweede maal op rij op de eerste plaats wegens de kwalitatief hoogstaande, en hoge mate aan hulp, transparantie in de financiële sector, betrokkenheid bij veiligheid in ontwikkelingslanden en het substantiële deel van het BBP dat gespendeerd werd aan nieuwe technologieën. Nederland staat op de 5e plaats en scoort bovengemiddeld wat betreft het hulp- en handelsbeleid. Nederland geeft een groot percentage van zijn inkomen aan hulp en de kwaliteit hiervan is hoog. De score voor veiligheid en migratie is lager dan gemiddeld wegens de wapenuitvoer naar arme en ondemocratische landen en het klein aantal studenten uit ontwikkelingslanden. Nederland heeft relatief hoge cijfers voor broeikasgasuitstoot per hoofd en de productie van fossiele brandstoffen. Ook is het land nogal laks in het opsporen van omkoping en corruptie, aldus het landenrapport van Nederland (CDI Index 2013b). 43 / 54 Duurzaamheid in het overheidsbeleid Van onderzoek naar concreet beleid Hoewel er een brede set aan duurzaamheidsindicatoren bestaat, opgesteld door het CBS in de Monitor Duurzaam Nederland, krijgen deze indicatoren nog weinig aandacht van beleidsmakers: er wordt nog nauwelijks op gestuurd. Er is volgens de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid en het Sustainable Finance Lab meer voor nodig om ervoor te zorgen dat er in de beleidsvorming voldoende rekening wordt gehouden met welvaartscreatie in brede zin en met de financiële, sociale en ecologische aspecten van het toekomstige verdienvermogen. Ook zullen de huidige duurzaamheidsindicatoren verder ontwikkeld moeten worden (Sustainable Finance Lab 2014). Duurzaam inkopen De gezamenlijke overheden (rijk, provincies, waterschappen en gemeenten) kopen jaarlijks voor zo’n 60 miljard euro in. De overheid heeft daarmee grote invloed op de ecologische en sociale omstandigheden van leveringen, diensten en werken. Duurzaam inkopen is dan ook een krachtig instrument om duurzaamheidsdoelstellingen te bereiken. De Rijksoverheid heeft zichzelf een 100% duurzame inkoop doelstelling opgelegd. Of deze doelstelling is gerealiseerd, is lastig te meten. Hier zijn geen harde cijfers over. Volgens een Quickscan (2014) van het RIVM wordt op ongeveer de helft van de productgroepen milieuwinst geboekt door het stellen van minimumeisen bij de duurzame inkoop. Bij de andere helft leiden de minimumeisen niet tot milieuwinst doordat ontwikkelingen in de markt en de EU-regelgeving vaak sneller gaan dan het aanscherpen van de minimumeisen. Hier zou de overheid verder in kunnen gaan. Bijvoorbeeld door te gaan werken met relatieve eisen (X% duurzamer dan het marktgemiddelde) of eisen te stellen voor alle relevante fasen in de levenscyclus van de aan te schaffen producten (dus de productiefase, gebruiksfase en afvalfase). Ook zal de milieuwinst naar verwachting hoger worden als de focus verschuift naar het toepassen van wensen in plaats van alleen de minimumeisen aan te houden (RIVM 2014). Green deals Met de zgn. Green Deal aanpak probeert de overheid duurzame initiatieven van bedrijven, medeoverheden en groepen burgers te stimuleren. De rol van de overheid varieert van het wegnemen van belemmeringen in wet- en regelgeving, het toegankelijk maken van netwerken tot het ondersteunen van toegang tot de kapitaalmarkt (RVO 2014b). Overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties sloten in 2012 ongeveer 150 Green Deals voor de aanpak van niet-financiële knelpunten bij de introductie van nieuwe technieken en diensten voor groene groei (RVO 2014a). Centrale thema’s zijn energie, voedsel, water, grondstoffen, biodiversiteit, mobiliteit, biobased economy, klimaat en bouw. Inclusief ondernemen Ook op het gebied van inclusief ondernemen wil de overheid een duurzame bijdrage leveren. De overheid verdubbelt de inspanningen om mensen met een beperking aan het werk te helpen. De quotumwet 11 moet op langere termijn zorgen voor 125.000 banen voor arbeidsgehandicapten. Werkgevers hebben zich vastgesteld op 100.000 banen, de overheid staat garant voor de overige 25.000. Ook komt de rijksoverheid werkgevers die arbeidsgehandicapten in dienst nemen financieel tegemoet. Tot slot nemen veel overheden de mate van participatie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in bedrijven/organisaties mee in hun inkoopbeleid (Rijksoverheid 2014b en Rijksoverheid 2014c). 11 Op het moment van schrijven moet deze Quotumwet nog behandeld worden in de Tweede Kamer. 44 / 54 Handelingsperspectief Hoewel de overheid op veel terreinen investeert in duurzaamheid, kennis en innovatie en haar beleid hierop instelt, gebeurt er nog niet genoeg. Het Planbureau voor de Leefomgeving concludeert in de Balans van de Leefomgeving 2014 dat Nederland op diverse gebieden voor lange termijnopgaven staat waarvoor nu beleid nodig is om straks de doelen te kunnen halen. Op terreinen als energie, voedsel en natuur is het huidige verandertempo te laag om de opgaven van de lange termijn tijdig het hoofd te kunnen bieden. Een coherente strategie is nodig om de benodigde en door het beleid en de politiek gewenste systeemveranderingen door te voeren. Dit is het meest aan de orde bij de overgang van vervuilende fossiele naar schone hernieuwbare energie (PBL 2014b). 45 / 54 Conclusie Hoe duurzaam is Nederland? Met deze vraag zijn we dit onderzoek begonnen en hier proberen we een antwoord te geven op deze veelomvattende vraag. Aan de hand van de bevindingen in dit rapport, constateren we dat Nederland momenteel niet tot de duurzame koploperlanden in de wereld behoort. Hoewel Nederland op veel sociale onderwerpen goed scoort ten opzichte van andere landen, scoren we op veel ecologische onderwerpen te laag om mee te kunnen met de duurzame koplopers. Met name op het gebied van energiegebruik, CO2 uitstoot, hernieuwbare energie, waterverbruik en de hieraan gerelateerde omvangrijke consumptie valt er veel te verbeteren. Nederland heeft een zeer hoge CO2 uitstoot per hoofd van de bevolking, wereldwijd stoten slechts acht landen meer uit per capita. Nederland is met een aandeel hernieuwbare energie van 4,5% dan ook nog mijlenver verwijderd van het gezette doel van 14% hernieuwbare energie in 2020. Door onze consumptiepatronen leggen Nederlanders beslag op natuurlijke hulpbronnen elders in de wereld. Hoewel de directe leefomgeving in Nederland als aangenaam en gezond wordt ervaren, draagt de Nederlandse consumptie wel bij aan het mondiale verlies van biodiversiteit, waterschaarste, ontbossing, bodemdegradatie en klimaatverandering. De effecten hiervan zullen in de toekomst steeds zichtbaarder worden en ook Nederland zal de gevolgen in toenemende mate gaan merken door bijvoorbeeld toenemende schaarste van belangrijke grondstoffen, prijstoenames van deze grondstoffen en een natter en warmer klimaat. De directe leefomgeving in Nederland mag dan gemiddeld gezien als positief ervaren worden: toch kampen we in Nederland nog steeds met sterke bodemvervuiling, vervuiling in onze oppervlaktewateren en de achteruitgang van verschillende typen natuur. Het is daarom zaak dat Nederlandse bedrijven, organisaties, consumenten en overheid zich meer gaan richten op het verminderen van de eigen ecologische voetafdruk en watervoetafdruk door minder en bewuster te consumeren en efficiënter te produceren. Kansen liggen er op het gebied van afvalpreventie, hergebruik en recycling: hier doen we het al goed en liggen kansen voor de export van onze kennis en producten. Bedrijven en overheid kunnen nog meer inzetten op innovatie: al scoren we als Nederland bovengemiddeld op innovatiegebied, de uitvoer van kennisintensieve diensten en het marktaandeel nieuwe duurzame innovaties kan zeker nog omhoog. Zoals hierboven genoemd scoort Nederland op sociale onderwerpen juist relatief goed, al kan het altijd beter. De werkloosheid in Nederland is relatief laag, de arbeidsparticipatie is bovengemiddeld en ook zijn Nederlanders vrij tevreden met hun werk. Er valt onder meer op het gebied van emancipatie op de werkvloer nog wel wat te verbeteren wat betreft gelijke beloning, vertegenwoordiging aantal vrouwen in topfuncties en financiële zelfstandigheid. Ook de mate van ontwikkeling in Nederland is erg hoog: op de Human Development Index 2013 staat Nederland op een 4e plaats. Er is in Nederland weinig armoede en analfabetisme en de kwaliteit van onderwijs en levensverwachting zijn erg hoog. Tot slot, de drie belangrijke spelers in duurzaam Nederland: bedrijfsleven, burger en overheid. Met de beperkt beschikbare informatie over de duurzaamheidsprestaties van Nederlandse bedrijven zijn er enkele voorzichtige conclusies te trekken: er wordt door veel bedrijven gerapporteerd over hun MVO prestaties, de kwaliteit van verslaggeving is gemiddeld tot goed, er is een groeiende bereidheid om verantwoord te investeren en de corruptie onder bedrijven is laag. Toch kan het nog beter: op het gebied van bijvoorbeeld duurzame technologieën, R&D, innovatie en hernieuwbare energie liggen er nog veel kansen. De Nederlandse consumenten kopen steeds vaker duurzaam geproduceerd en biologisch voedsel en ook de fair trade markt groeit elk jaar weer. Het marktaandeel biologisch en duurzaam voedsel en het marktaandeel fair trade producten is relatief gezien nog wel heel klein. Hier valt dus nog vooruitgang te 46 / 54 boeken voor de consument, maar natuurlijk ook voor de aanbieders van deze producten. De bewustwording onder Nederlandse burgers over het milieu en duurzaamheid is in vergelijking met de Europese consument goed. Nederlanders passen vaker hun gedrag aan ten behoeve van het milieu dan de gemiddelde Europeaan door bijvoorbeeld te letten op energieverbruik, duurzaam transport en afvalscheiding. Toch verbruiken Nederlandse huishoudens nog wel bovengemiddeld veel elektriciteit in vergelijking met andere Europese huishoudens. Tot slot de Nederlandse overheid. Hoewel de Nederlandse centrale overheid een bijdrage levert aan een duurzaam Nederland door bijvoorbeeld haar duurzame inkoopbeleid, het bevorderen van inclusiviteit op de arbeidsmarkt en de zogenaamde Green Deals, kan en moet het beter. De overheid kan haar beleid nog meer gaan sturen aan de hand van duurzaamheidsindicatoren. Dit hangt samen met de noodzaak voor een meer coherentie overheidsstrategie om de benodigde en gewenst lange termijnopgaven het hoofd te bieden. Dit speelt het meeste bij de overgang van vervuilende fossiele naar schone hernieuwbare energie. Wel wordt er al vrij veel milieubelasting geheven en geeft de overheid iets meer uit aan R&D dan veel andere landen. Het percentage milieugerelateerde R&Duitgaven is wel zeer laag. Slechts 0,9% van de totale R&D uitgaven wordt besteed aan milieugerelateerd onderzoek. De Nederlandse overheid wordt gezien als open en transparant. Er valt nog wel het een en ander te verbeteren op het gebied van de bescherming van klokkenluiders, de financiering van politieke partijen en de transparantie van lobbyisten. Er zijn dus aanzienlijke verbeterpunten op het gebied van milieu, energie en klimaat, maar er zijn ook gebieden waarop het relatief gezien al heel goed gaat zoals de menselijke ontwikkeling, arbeidsparticipatie en werkgelegenheid. De ingrediënten voor een inclusieve en circulaire economie zijn er: Nederlanders zijn gemiddeld gezien gelukkig, gezond en actief, Nederland scoort relatief goed op het gebied van innovatie, consumenten worden zich in toenemende mate bewust van de impact van hun consumptiepatroon, maatschappelijk verantwoord ondernemen wordt steeds meer de standaard voor elk bedrijf en er zijn steeds meer duurzame initiatieven onder burgers, bedrijven en overheid. Nu is het zaak om deze trend door te zetten en de noodzakelijke stappen te zetten om Nederland in 2020 internationaal voorbeeld te laten zijn van een groene en sociale economie waar kringlopen sluiten met een lage voetafdruk als resultaat en waar iedereen participeert naar vermogen en betekenisvol werk en leven centraal staat. 47 / 54 Bronvermelding Geraadpleegde bronnen: Arbokennisnet 2013, Dossier Arbeidsgehandicapten mei 2013, http://www.arbokennisnet.nl/images/dynamic/Dossiers/Arbeidsgehandicapten/ D_Arbeidsgehandicapten.pdf. ASN Bank 2014, Nederlanders vinden vooral bedrijven en overheid verantwoordelijk, http://nieuws.asnbank.nl/nederlanders-vinden-vooraloverheid-en-bedrijven-verantwoordelijk-voor-verduurzaming-van-de-samenleving BPI 2011, Bribe Payers Index 2011, http://bpi.transparency.org/bpi2011/results/. CBS 2012a, Green Growth in the Netherlands 2012, http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/2C613080-F668-439C-B12C98BF361B5ADF/0/2013p44pub.pdf. CBS 2012b, Hernieuwbare energie in Nederland 2012, http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/7E4AB783-ABB3-4747-88BAAF3E66A7ACF1/0/2013c89pub.pdf. CBS 2012c, Emancipatiemonitor 2012, http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/F5DF2565-1721-40A4-BF16FF7852AAC53D/0/emancipatiemonitor2012.pdf. CBS 2014a, Living Planet Index voor Nederland, 1990-2013, http://www.compendiumvoordeleefomgeving.nl/indicatoren/nl1569-LivingPlanet-Index.html?i=2-76. CDI Index 2013a, Commitment to Development Index 2013, http://international.cgdev.org/publication/commitment-development-index2013. CDI Index 2013b, Commitment to Development Index 2013 – Netherlands, http://international.cgdev.org/sites/default/files/archive/doc/CDI_2013/Count ry_13_Netherlands_DUT.pdf. CE Delft 2013, Clean and green in de Nederlandse economie 2013, http://www.ce.nl/publicatie/clean_en_green_in_de_nederlandse_economie/14 16. Corporate Knights 2014, The 2014 Global 100, http://global100.org/global-100index/. CPI 2013, Corruption Perceptions Index 2013, http://cpi.transparency.org/cpi2013/results/. Dow Jones Sustainability Index 2014a, Press Release – Results Announced for 2014 DJSI Review, http://www.sustainability-indices.com/images/140911-djsi-review2014-en-vdef.pdf. Dow Jones Sustainability Index 2014b, DJSI Europe Index, http://djindexes.com/mdsidx/downloads/fact_info/Dow_Jones_Sustainability_E urope_Index_Fact_Sheet.pdf. Effectory International 2014, Global Employee Engagement Index 2013-2014, http://www.effectory.com/global-engagement/global-employee-engagementindex/. EPI 2014a, Environmental Performance Index 2014, available at: http://epi.yale.edu/epi/country-rankings. EPI 2014b, Environmental Performance Index – Country Profile Netherlands, available at: http://epi.yale.edu/epi/country-profile/netherlands. EU 2010, Volunteering in the European Union, Final Report, http://ec.europa.eu/citizenship/pdf/doc1018_en.pdf. EU 2014, Innovation Union Scoreboard 2014, http://ec.europa.eu/enterprise/policies/innovation/files/ius/ius-2014_en.pdf. Eurobarometer 2014, Eurobarometer Netherlands & EU 2014, http://ec.europa.eu/public_opinion/archives/ebs/ebs_416_fact_nl_en.pdf. Europa Nu 2014, Nederlanders het meest tevreden in de EU over parttime werken, http://www.europanu.nl/id/vjitg35023v7/nieuws/nederlanders_het_meest_tevreden_in_de_eu?ctx= vgaxlcr1jzlc&tab=0. Europese Kaderrichtlijn Water, Rijkswaterstaat - Wetten en Regelgeving, http://www.rijkswaterstaat.nl/water/wetten_en_regelgeving/natuur_en_milieu wetten/kaderrichtlijn_water/. 48 / 54 Eurosif 2012, Eurosif SRI Study 2012, http://www.eurosif.org/publication/european-sri-study-2012/. Eurostat 2012a, Renewable energy in the EU28, http://epp.eurostat.ec.europa.eu/cache/ITY_PUBLIC/8-10032014-AP/EN/810032014-AP-EN.PDF. Eurostat 2012b, Electricity consumption by households, http://epp.eurostat.ec.europa.eu/tgm/graph.do?tab=graph&plugin=1&pcode=ts dpc310&language=en&toolbox=data. Eurostat 2012c, Shares of environmental and labour taxes in total tax revenues from taxes and social contributions, http://epp.eurostat.ec.europa.eu/tgm/graph.do?tab=graph&plugin=1&pcode=ts dgo410&language=en&toolbox=data. Eurostat 2012d, Gross Domestic Expenditure on R&D, http://epp.eurostat.ec.europa.eu/tgm/table.do?tab=table&init=1&plugin=0&lan guage=en&pcode=t2020_20&tableSelection=1. Eurostat 2013a, Employment rate by sex, http://epp.eurostat.ec.europa.eu/tgm/table.do?tab=table&plugin=1&language= en&pcode=tsdec420. Eurostat 2013b, Employment rate of older workers, http://epp.eurostat.ec.europa.eu/tgm/graph.do?tab=graph&plugin=1&pcode=ts dde100&language=en&toolbox=sort. Eurostat 2013c, Persons employed part-time. http://epp.eurostat.ec.europa.eu/tgm/graph.do?tab=graph&plugin=1&pcode=tp s00159&language=en&toolbox=data. Eurostat 2014a, Euro area unemployment rate at 11.8%, http://epp.eurostat.ec.europa.eu/cache/ITY_PUBLIC/3-02052014-AP/EN/302052014-AP-EN.PDF. Fair Trade 2012-2013, Unlocking the Power – Annual Report 2013, http://www.fairtrade.net/fileadmin/user_upload/content/2009/resources/2012 -13_AnnualReport_FairtradeIntl_web.pdf. Female Board Index 2013, The Dutch Female Board Index 2013, http://www.mluckerath.nl/uploads/femaleboardindex2013.pdf. FiBL & IFOAM 2014, The World of Organic Agriculture – Statistics and Emerging Trends 2014, https://www.fibl.org/fileadmin/documents/shop/1636-organicworld-2014.pdf. GCR 2014a, Global Competitiveness Report 2014-2015 - Netherlands, http://www3.weforum.org/docs/GCR2014-15/Netherlands.pdf. GCR 2014b, Global Competitiveness Report 2014-2015 – the highlights, http://www3.weforum.org/docs/GCR2014-15/GCR_Highlights_2014-2015.pdf. Germanwatch 2014, The Climate Change Performance Index – Results 2014, https://germanwatch.org/en/download/8599.pdf. GfK 2011, International Employee Engagement Survey, http://www.gfk.bg/imperia/md/content/gfkbulgaria/press_releases/gfk_intern ational_employee_engage_survey_infographic_fin.pdf. Global Gender Gap Index 2013, The Global Gender Gap Report, http://www3.weforum.org/docs/WEF_GenderGap_Report_2013.pdf. Global Green Economy Index 2014, The Global Green Economy Index 2014, http://dualcitizeninc.com/GGEI-Report2014.pdf. Guardian 2014, ‘Earth has lost half of its wildlife in the past 40 years, says WWF’, http://www.theguardian.com/environment/2014/sep/29/earth-lost-50-wildlifein-40-years-wwf. Happy Planet Index 2012, Happy Planet Index – Data, http://www.happyplanetindex.org/data/. Integron 2014, Werkbeleving in Nederland 2014, http://www.integron.nl/medewerkeronderzoek/belevingsrapporten. KPMG 2013, The KPMG Survey of Corporate Responsibility Reporting 2013, http://www.kpmg.com/Global/en/IssuesAndInsights/ArticlesPublications/corpor ate-responsibility/Documents/corporate-responsibility-reporting-survey2013.pdf. 49 / 54 Mekonnen, M.M. and Hoekstra, A.Y., ‘National water footprint accounts: the green, blue and grey water footprint of production and consumption’, Value of Water Research Report Series No. 50 (2011), UNESCO-IHE, Delft. Monitor Duurzaam Voedsel 2013, Rijksoverheid – Monitor Duurzaam Voedsel, http://www.rijksoverheid.nl/documenten-enpublicaties/rapporten/2014/06/04/monitor-duurzaam-voedsel-2013.html. MVO Nederland 2014, Wat is MVO? Begrippenlijst, http://www.mvonederland.nl/wat-mvo/begrippenlijst. Nationale Tevredenheidsindex 2014, Tevredenheid van medewerkers augustus 2014, http://www.tevredenheidsindex.nl/medewerkerstevredenheid/actueleindexen/. NCDO 2014, Duurzaam gedrag Nederlanders niet verbeterd, http://www.ncdo.nl/duurzaam2014. NOS 3-12-2013, NL doet het goed op corruptielijst, http://nos.nl/artikel/582011nl-doet-het-goed-op-corruptielijst.html. OECD 2009, Sickness, Disability and Work: Keeping on track in the economic downturn, http://www.oecd.org/employment/emp/42699911.pdf. OECD 2012, Green Growth Indicators, http://stats.oecd.org/Index.aspx?DataSetCode=GREEN_GROWTH. OECD 2013a, Environment at a Glance 2013 – Agricultural Nutrient Balances, http://www.oecd-ilibrary.org/environment/environment-at-a-glance2013/agricultural-nutrient-balances_9789264185715-22en;jsessionid=1efxugvetg03i.x-oecd-live-01. OECD 2013b, Environment at a Glance 2013 – Sulphur oxides (Sox) and nitrogen oxides (NOx) emissions, http://www.oecdilibrary.org/environment/environment-at-a-glance-2013/sulphur-oxides-so-andnitrogen-oxides-no-emissions_9789264185715-7-en. OECD 2013c, Environment at a Glance 2013 – Biological diversity, http://www.oecd-ilibrary.org/environment/environment-at-a-glance2013/biological-diversity_9789264185715-12-en. PBL 2011, Kringloop meststoffen wereldwijd steeds meer uit balans, http://www.pbl.nl/publicaties/2011/kringloop-meststoffen-wereldwijd-steedsmeer-uit-balans. PBL 2012, De Nederlandse voetafdruk op de wereld: hoe groot en hoe diep?, http://www.pbl.nl/sites/default/files/cms/publicaties/PBL_2012_De_Nederland se_voetafdruk_500411002_0.pdf. PBL 2013, Trends in Global CO2 Emissions, http://www.pbl.nl/sites/default/files/cms/publicaties/pbl-2013-trends-inglobal-co2-emissions-2013-report-1148.pdf. PBL 2014a, Balans van de Leefomgeving 2014 – Hoofdconclusies, http://themasites.pbl.nl/balansvandeleefomgeving/2014/conclusies. PBL 2014b, Balans van de Leefomgeving 2014, http://themasites.pbl.nl/balansvandeleefomgeving/2014/. Rijksoverheid 2014a, Topconsortia voor kennis en innovatie, http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ondernemersklimaat-eninnovatie/investeren-in-topsectoren/topconsortia-voor-kennis-en-innovatie-tki-s. Rijksoverheid 2014b, Meer mensen met een arbeidsbeperking aan de slag, http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/sociale-werkvoorziening/meermensen-met-een-arbeidsbeperking-aan-de-slag. Rijksoverheid 2014c, Quotumwet voor advies naar de Raad van State, http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/socialewerkvoorziening/nieuws/2014/04/25/quotumwet-voor-advies-naar-de-raad-vanstate.html RIVM 2014, Milieuwinst van duurzaam inkopen: een quick-scan van de minimumeisen 2014, http://www.rijksoverheid.nl/documenten-enpublicaties/rapporten/2014/02/07/bijlage-1-milieuwinst-van-duurzaam-inkopeneen-quick-scan-van-de-minimumeisen.html. Roland Berger 2012, Clean Economy, Living Planet 2012, The Race to the Top of Global Clean Energy Technology Manufacturing, http://assets.wnf.nl/downloads/clean_economy__living_planet_juni2012_rb.pdf 50 / 54 RSM 2013a, WEF Gender Gap Index 2013, http://www.rsm.nl/fileadmin/Images_NEW/PDF/WEF_Gender_Gap_Index_2013_ rapport.pdf. RSM 2013b, Onderzoeksrapport Concurrentievermogen Nederland, http://www.rsm.nl/fileadmin/Images_NEW/PDF/ECIM_2013_full_report.pdf. RVO 2014a, Feiten en cijfers Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Maart 2014, http://www.rvo.nl/sites/default/files/2014/03/Brochure%20Feiten%20en%20cijf ers%20RVO_NL%20mrt%202014.pdf. RVO 2014b, Green Deal, http://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaamondernemen/groene-economie/greendeal?gclid=CP35hJDc_sACFZTLtAod1gQAAw. Soil Association 2014, Organic Market Report 2014, http://www.soilassociation.org/marketreport. Sustainable Finance Lab 2014, Een schuldbewust land, http://sustainablefinancelab.nl/files/2014/07/SFL-rapport-Een-schuldbewustland.pdf. Trouw 2014, WNF: Natuur in Nederland herstelt voorzichtig, http://www.trouw.nl/tr/nl/4332/Groen/article/detail/3758933/2014/09/30/W NF-natuur-in-Nederland-herstelt-voorzichtig.dhtml. UNDP 2013, Human Development Index 2013, http://hdr.undp.org/en/2013report. Van Oel, P.R., M.M. Mekonnen en A.Y. Hoekstra, ‘The external water footprint of the Netherlands: Geographically-explicit quantification and impact assessment’, Ecological Economics 69 (2009) pp. 82-92. VBDO 2012a, Benchmark Responsible Investment by Insurance Companies in the Netherlands 2012, http://www.vbdo.nl/files/download/1079/VBDO_BM_verzekeraars_LR.pdf. VBDO 2012b, Duurzaam Sparen en Beleggen 2012, http://www.vbdo.nl/files/download/1281/VBDO%20Duurzaam%20Sparen%20en% 20Beleggen%20in%20NL%20in%202012%2006def.pdf. VBDO 2013, Benchmark Responsible Investment by Pension Funds in the Netherlands 2013, http://www.vbdo.nl/files/download/1294/Benchmark%20Responsible%20Investm ent%20by%20Pension%20Funds%202013.pdf. Water Footprint 2014, Water Footprint The Netherlands, http://www.waterfootprint.org/?page=files/Netherlands. Water Stress Index 2011, Water Stress Index World Map, available at: http://reliefweb.int/sites/reliefweb.int/files/resources/326DB915874DAFCE852 577D8005234ED-map.pdf. WNF 2010, Water – Een kostbaar goed: De Nederlandse watervoetafdruk nader bekeken, http://assets.wnf.nl/downloads/waterrapport_wnf_lowres.pdf World Giving Index 2013, World Giving Index 2013. WWF 2014, Living Planet Report 2014, available at: http://wwf.panda.org/about_our_earth/all_publications/living_planet_report/. 51 / 54 Bijlage 1 Environmental Performance Index 2014 - Indicators Bron: http://epi.yale.edu/files/radial_partition_rgb_withtype2_source_1.png 52 / 54 Bijlage 2 Eurostat, Inland Energy Consumption 2012 Bron: http://epp.eurostat.ec.europa.eu/statistics_explained/index.php/File:F6_EU28_G ROSS_INLAND_ENERGY_CONSUMPTION_3_2012.png 53 / 54 Bijlage 3 Germanwatch, Climate Change Performance Index 2014, list of countries: Bron: https://germanwatch.org/en/download/8599.pdf 54 / 54