Barok en Classicme

advertisement
Barok en Classicisme
Barok: het theatrale, jagen op effecten, het triomferende, het illusionistische
 Barocco
Classicisme: het cultiveren van strakke regels
Beide varianten zijn nauw samenhangend. Toch lijken ze elkaar uit te sluiten, ze
leggen elk een ander accent. Volgens Watkin:
 Barok: Italië
 Classicisme: Elders
Maar af en toe vinden we ze terug in één gebouw.
Barok was oorspronkelijk een eerder negatieve term
Naar gelang accent/aspect: barok of classicisme
Vaak worden beide termen gebruikt
Rome: De triomf van de kerk
(bv: Rome, Sant’Ivo alla Sapienza, Francesco Borromini, 1642)
Triomf van de kerk
 Komt recht uit de 16e eeuw voort.
(bv: Venetië, Santa Maria della Salute, Baldassare Longhena, 1631)
Basismodel:
Gesù, 1568-1572, Jezuïetenkerk
Barok:
 Basisplan volgen, maar met bv. uitsprongen
 Werken op het reliëf
 Meer plastisch
 Meer dieptewerking (geen vlakke, platte pilasters)
(Rivalen: 2 tijdsgenoten, maar konden elkaar niet luchten.)
Lorenzo Bernini
(bv: Rome, St Pieters Plein)
B&C1
(bv: Piazza del Popolo)
 2 identieke kerken rond as
 Om visuele te benadrukken
(bv: Rome, Sant’Andrea al Quirinale, 1658-1670)
 Ovalen grondplan dwarsgezet
o Ovaal is een cirkel onder spanning
o Visueel effect van groot belang
o Men komt binnen en de kortste zijde is die naar het altaar
 Inkomportaal: ook ovaal
o Verrassingseffect: op het verkeerde been zetten
 Boven altaar: koepeltje met lantaarn
o Lichteffect (vooral ’s morgens)
o Zonnestraal langs boven op altaar = verborgen licht
 Lichteffect, architectuur, sculptuur
Francesco Borromini
(bv: Rome, San Carlo alle Quatro Fontane, 1634-1641)
 Ovaal in de lengte
o Als je naar boven kijkt, zie je het
o Wanden rond ovaal zijn golvend
 Te grote/dikke zuilen waar de nissen zijn tussen geperst
 Toeschouwer wordt verrast (als men naar boven kijkt)
o Retoriek: Indruk maken en de toeschouwer overtuigen
 Typische van deze architectuur
 Gevel: Hol – bol – hol
o Meester hierin!
o Maar wat beneden hol is, is boven bol (en omgekeerd)
Pietro da Cortona


Zacht opbollende gevelvlak
o Licht opbollend = spanning in de muur
Geen zware decoraties
(bv: Rome, Santa Maria della Pace, gevel, 1656-7)
 Barok/Classicisme: attitudes
 Verschil in nuances van plastische behandeling, reliëf
B&C2
Parijs: triomf van de Franse Koning
Classicisme?
Rome
Gevelplan is hetzelfde als de Gesukerk, maar met reliëf (veel uitspringen)
 Barok
Frankrijk
(bv: Sorbonnekerk)
 Gevelvlak niet opgebroken in fragmenten
 Maar 1 uitspringend vlak
 Classicisme
 Opbouw is hetzelfde
 Maar andere reliëfbehandeling (ander effect bereiken)
Bernini faalt in Parijs: Hij zou het Louvre moeten voltooien, maar zijn ontwerp
wordt niet geapprecieerd
 Fundamenteel smaakverschil tussen Rome en Frankrijk
 Rome
o Barok
o Veel volume
 Frankrijk
o Classicisme
o Heel strak
(bv: Colonnade van Perrault)
 Strakke gevel
 Enkel dubbelkolommen
Koninklijke opdrachten
(bv: Parijs, Place Royale (place des vosges), 1612)
 Verheerlijken van de koning
 Koninklijk ruiterstandbeeld in het midden van het plein
 Nieuw soort van stadsarchitectuur
 Rond het plein allemaal huurhuizen voor rijke burgers en hovelingen!
(veel navolging)
B&C3
(bv: Versailles)
 Complex waar steeds aan toegevoegd werd
 Alle grote architecten gewerkt
o Louis Le Vau
o Jules Hardouin-Mansart
 Hele hofkunst eraan gekoppeld (om koning te verheerlijken)
o Theater
o Enorme tuinen
 Verheerlijken = barok idee
 Gebouw = classicistisch
(bv: Marly, Mansart)
 1 gebouwd als buitenverblijf
 Symmetrisch plan
 Enorme tuinen
 2 kanten (symmetrisch) huizen voor favoriete hovelingen
(bv: Invalides (hospitaalkerk), Mansart)
 Hospitaal voor invaliden en veteranen van het leger, met kerk
 Gigantische schaal = barok (imponeren)
 Oneindig perspectief, zicht op oneindig
+ Watkin: hfdst Engeland, Spanje, Portugal
B&C4
Download