Angststoornissen bij ouderen

advertisement
Angststoornissen bij ouderen
Informatie voor patiënten van de Riebeeckhof
Inhoudsopgave
Verschijnselen van angst en paniek
Hyperventilatie
Angst bij ouderen is moeilijk te herkennen
Hoe vaak komt angst voor?
Soorten angststoornissen
Niet angst alleen
Niet afwachten
Tips voor ouderen met een angststoornis
Tips voor de omgeving
Behandeling
Informatie en hulp
Nuttige organisaties
Meer lezen
Gebruikte literatuur
1
2
2
2
3
5
6
6
6
6
7
7
7
8
Iedereen is wel eens bang. Angst is een normaal verschijnsel, het waarschuwt ons voor
gevaar. Als er brand is en iemand ruikt een brandlucht dan zorgt de angst ervoor dat het
lichaam in staat van paraatheid wordt gebracht om te vluchten. Sommige ouderen zijn erg
angstig, ook als daar geen of maar weinig aanleiding voor is. Zij durven bijvoorbeeld het huis
niet uit omdat zij bang zijn om te vallen. Zij gaan niet meer naar verjaardagen uit angst om in
paniek te raken. Veel ouderen tobben en piekeren vaak. Ook zijn veel ouderen bang voor
urineverlies, vergeetachtigheid, te worden beroofd, voor trillen of erge pijn.
Verschijnselen van angst en paniek
Bij angst komen veel lichamelijke klachten voor. Deze verschijnselen zijn signalen van het
lichaam dat zich klaar maakt om te vechten of te vluchten. Om dat te bereiken is het onder
andere nodig dat het hart sneller gaat kloppen en de ademhaling sneller wordt.
Wij spreken van een angststoornis als er angst gevoeld wordt terwijl er geen of weinig
gevaar is. De angst is intens en/of houdt lang aan en uit zich in lichamelijke klachten,
angstige gedachten en angstig gedrag. Uit angst gaan mensen vaak dingen uit de weg, zij
vermijden. De patiënt die lijdt aan een angststoornis weet wel dat zijn angst overdreven of
irreëel is. ‘Het is niet nodig dat er iemand anders bij jou in huis blijft omdat er een spin in de
badkamer zit’.
Een angststoornis geeft grote lijdensdruk, het dagelijkse leven wordt er ingrijpend door
beïnvloed.
Klachten die kunnen voorkomen bij een angststoornis zijn: hoofdpijn, buikpijn,
slaapproblemen, gebrek aan eetlust en concentratieproblemen. Ook kunnen patiënten met
een angststoornis bange voorgevoelens hebben, (overdreven) bezorgd zijn, prikkelbaar,
nerveus, gespannen en onrustig.
Veel voorkomende lichamelijke verschijnselen van een angst- of paniekaanval zijn:
 hartkloppingen
 pijn, beklemd gevoel op de borst
 zweten
 ademnood, het gevoel te stikken
 veranderde ademhaling
 duizeligheid, het gevoel flauw te vallen
 trillen, beven
1



misselijkheid, diarree
een doof gevoel, tintelingen in de ledematen
een gevoel van onwerkelijkheid, alsof men naar een film kijkt
Hyperventilatie
Bij een paniekaanval treedt vaak een veranderde ademhaling op met typerende
verschijnselen als tintelingen in het lichaam, prikkelingen rond de mond en een droge mond.
Dit wordt vaak hyperventilatie genoemd. Veel theorieën over hyperventilatie zijn achterhaald,
zo blijkt het ademen in een zakje geen effect te hebben. Wel is het belangrijk om de
ademhaling onder controle te hebben. Ademhalings- en ontspanningsoefeningen,
bijvoorbeeld bij een fysiotherapeut, kunnen daarbij helpen.
Angst bij ouderen is moeilijk te herkennen
Problemen bij herkennen van angst bij ouderen en het stellen van de diagnose komen vaak
voor. Oudere mensen praten niet gemakkelijk over angstgevoelens. Zij hebben geleerd om
‘niet te klagen maar te dragen’. Angstklachten zijn zelden een reden om naar de huisarts te
gaan.
Wel voelen zij de lichamelijke klachten zoals pijn op de borst, benauwdheid, duizeligheid. Dit
is dan een reden om de huisarts of Eerste Hulp van een ziekenhuis te bezoeken. Omdat ook
veel artsen en verpleegkundigen angst niet herkennen bij de patiënten, worden de patiënten
naar huis gestuurd met de mededeling dat er niets aan de hand is. Soms is het nog
moeilijker om de angst te herkennen als er wel lichamelijk iets aan de hand is, bijvoorbeeld
met hart of longen. De medische aandacht beperkt zich dan tot het lichamelijk probleem.
Angstklachten komen heel vaak samen voor met depressieve klachten, zoals somberheid,
lusteloosheid en eenzaamheid, of met beginnende klachten van dementie zoals
concentratie- en geheugenproblemen.
Ouderen zouden meer terughoudend zijn in het vertellen van persoonlijke problemen; ‘je
gaat de vuile was niet buitenhangen’.
Soms bestaan angstklachten al heel lang en ervaren mensen angst als onderdeel van de
persoonlijkheid, ik ben altijd al een zenuwpees geweest’.
Leeftijdsdiscriminatie wil zeggen dat angstklachten en vermijdingsgedrag bij ouderen door de
omgeving worden gezien als normaal gedrag. Als een oudere minder mobiel wordt, of zelfs
een keer gevallen is op straat, wordt het al snel normaal gevonden dat hij of zij angstig is om
de deur uit te gaan en dan maar thuis blijft zitten en niet meer met het openbaar vervoer
reist. Helaas zijn ook hulpverleners vaak deze mening toegedaan. Kinderen en buren nemen
allerlei taken over en verdoezelen zo ongewild de angstproblematiek.
Voor ouderen is het misschien gemakkelijker om bepaalde activiteiten te vermijden omdat zij
minder verplichtingen hebben en het maatschappelijk geaccepteerd is dat ouderen
sommigen dingen niet meer doen.
 de apotheek brengt de medicijnen thuis en de patiënt met een valangst hoeft de deur niet
uit;
 het slechte weer, drukke verkeer, moeilijke lopen, gewelddadige jeugd kunnen
voorwendselen zijn voor een oudere met ‘straatangst’ om niet naar buiten te gaan.
Maar ook wordt er door de hulpverlener vaak onvoldoende gevraagd naar angstklachten.
Hoe vaak komt angst voor?
Angst kan al op jongere leeftijd beginnen en op oudere leeftijd blijven bestaan. Het lijkt dan
op de angststoornissen die bij volwassenen voorkomen. Als de angststoornis op latere
leeftijd pas begint, heeft het vaak leeftijdsspecifieke kenmerken. Van de angststoornissen bij
ouderen is tweederde al begonnen voor 65e levensjaar en eenderde begint op latere leeftijd.
Bij ouderen openbaart angst zich vaak als onderdeel van verschillende klachten. Zowel
lichamelijke ziekten, als depressie komen vaak samen voor.
2
Angstklachten komen veel vaker voor dan angststoornissen. Een stoornis is het pas als de
angst buitensporig is, niet realistisch en zo het dagelijks functioneren belemmert.
Stoornis
Alle angststoornissen
Paniekstoornis
Fobie
Gegeneraliseerde
angststoornis
Obsessief- compulsieve
stoornis
Algemene bevolking(< 65jr)
12,4 %
2,2 %
8,9 %
1,2 %
Ouderen (>55 jr)
10,2 %
1,0 %
3,1 %
7,3 %
0,9 %
0,6 %
Soorten angststoornissen
 Gegeneraliseerde angststoornis (GAS)
Dit is de meest voorkomende angststoornis bij ouderen. Mensen met een gegeneraliseerde
angststoornis (piekerstoornis) maken zich voortdurend ernstig zorgen over dagelijkse zaken
zoals geld en gezondheid of het welzijn van zichzelf of anderen. Zij piekeren steeds ook al
gaat in hun leven, objectief gezien, alles goed. Overmatig tobben en piekeren, komt bij
ouderen veel voor. Als dit te laat herkend wordt dan kan dit leiden tot een gegeneraliseerde
angststoornis.
 Fobieën
Een fobie is een irrationele angst als reactie op een gevreesd object of situatie. Een fobie
gaat meestal gepaard met vermijding. De angstige situatie wordt uit de weg gegaan.
Vaak ontstaat verwachtingsangst (anticipatieangst): alleen al de gedachte aan een angstige
situatie roept een angstaanval op.
Angsten die vooral bij ouderen voorkomen en meestal behoren tot een fobie:
 angst om te vallen en iets te breken
 vergeetfobie
 angst voor achteruitgang gezichtsvermogen en gehoor
 incontinentieangst
 pinangst (angst om geld te pinnen)
 angst voor criminaliteit
 vrees voor de manier waarop men dood zal gaan
 angst voor ongewilde euthanasie en versterven
 angst anderen (vooral de kinderen) tot last te zijn
 bang alleen achter te blijven
 angst voor trillen en beven
Enkelvoudige- of specifieke fobie
Iemand met een enkelvoudige fobie heeft een buitensporige angst voor één ding, dier of
situatie. Een aantal specifieke fobieën komt bij ouderen minder voor dan bij jongeren en een
aantal zijn specifiek voor de oudere leeftijd. Vaak zijn specifieke fobieën een voortzetting van
al lang bestaande angsten. Het komt regelmatig voor dat een fobie op latere leeftijd pas een
probleem vormt door veranderde levensomstandigheden. Liften kunnen bijvoorbeeld een
leven lang zonder problemen vermeden worden totdat men niet meer zo goed trap kan
lopen. Als een oudere alleen komt te staan kunnen oude angsten, zoals angst voor onweer
of een inbraak, verergeren.
Agorafobie (straat- of pleinvrees)
Iemand met straatvrees is bang voor plaatsen waar hij niet goed weg kan komen en vreest
geen hulp te krijgen als hem plotseling iets overkomt. Op straat of in grote ruimtes kan zo
iemand door paniek worden overvallen. Agorafobie komt bij ouderen ongeveer even vaak
voor als bij jongeren en is na de gegeneraliseerde angststoornis de meest voorkomende
angststoornis bij ouderen. Bij oudere mensen vormen lichamelijke beperkingen, een ongeval
3
of een overval op straat vaak de aanleiding van agorafobisch vermijdingsgedrag. Valangst
kan erbij voorkomen. Het agorafobisch probleem is vaak moeilijk te herkennen, omdat de
omgeving al snel geneigd is om de valangst als reëel te beschouwen en dus niet als
stoornis. Ook incontinentie (dit komt bij ongeveer 60% van de ouderen voor) kan leiden tot
agorafobie. Men durft zich dan niet in situaties te begeven waarin niet direct een toilet voor
handen is of waar men de weg naar het toilet niet goed weet te vinden.
Sociale fobie
In bepaalde sociale situaties, zoals een verjaardag of bijeenkomst met andere mensen, is
voor iedereen wel eens angstig. Dat is gewoon. Maar bij mensen met een sociale fobie
overheerst de angst sterk. Zij gaan bijvoorbeeld hevig blozen, trillen of zweten. Contacten
leggen is een groot probleem, waardoor zij sociale situaties het liefst uit de weg gaan. Ook in
een verzorgingshuis zijn ouderen heel goed in staat om sociale contacten te vermijden.
Trillen kan bij ouderen voorkomen, bijvoorbeeld als klacht bij de ziekte van Parkinson. Dit
kan leiden tot uit de weg gaan van contacten.
Sociale fobie komt bij jongeren beduidend vaker voor dan bij ouderen. Ook bij ouderen is de
sociale fobie vaak al in de puberteit ontstaan. Angst om in het openbaar te eten en te
knoeien speelt bij ouderen meer dan bij jongeren vanwege problemen met het kunstgebit,
verlammingsverschijnselen na een CVA, of angst voor trillen.
Ook de angst om vergeetachtig of dement te worden (vergeetfobie) rekenen we onder de
sociale fobie. Ouderen kunnen naar aanleiding van redelijk onschuldige voorvallen, zoals het
vergeten van een naam of het niet kunnen vinden van een sleutel, angstig worden om door
anderen als dement beoordeeld te worden. In gezelschap is men bang dat anderen zullen
opmerken dat men vergeetachtig aan het worden is en men gaat contact met een groep uit
de weg. De angstklachten kunnen leiden tot concentratie- en geheugenproblemen, wat door
de oudere, maar ook door de omgeving geïnterpreteerd kan worden als een bevestiging van
het idee dat de oudere dement aan het worden is.
Incontinentie kan eveneens aanleiding zijn voor een sociale fobie. Mensen gaan gezelschap
uit de weg uit angst dat men merkt dat zij urine of ontlasting verliezen.
Hypochondrie
Iemand met hypochondrie (ziektevrees) is bang ernstig ziek te zijn, ook al kunnen artsen
geen afwijking vinden. Onschuldig klachten, zoals hoofdpijn en buikpijn, worden gezien als
signalen van een ernstige ziekte.
 Paniekstoornis
De paniekstoornis komt bij ouderen minder vaak voor dan bij jongeren. Paniekklachten
beginnen zelden pas op latere leeftijd. Iemand met een paniekstoornis kan op onverwachte
momenten een paniekaanval krijgen. Deze paniekaanvallen gaan gepaard met
hartkloppingen, zweten, trillen, druk op de borst en angst om flauw te vallen. Iemand met een
paniekaanval denkt op zo’n moment vaak dat hij doodgaat. Bij een paniekstoornis gaat de
angst voor paniekaanvallen het leven beheersen. Een paniekstoornis gaat vaak gepaard met
agorafobie.
Ouderen voldoen vaak niet aan de omschrijving van terugkerende onverwachte
paniekaanvallen. Bij navraag blijkt dat de symptomen van een paniekaanval wel degelijk
aanwezig zijn, maar dat deze een milder beeld laten zien. Ook komen de symptomen niet
kort en hevig (aanvalsgewijs) voor, maar zijn langduriger aanwezig.
 Posttraumatische stress stoornis (PTSS)
Een posttraumatische stressstoornis (PTSS) komt bij ouderen ongeveer even vaak voor als
bij volwassenen. Bij deze angststoornis hebben mensen een levensbedreigende of andere
ernstige ervaring meegemaakt (gijzeling, verkrachting, dreiging met moord, natuurrampen
enzovoort). Later komt deze ervaring terug in herbelevingen, flash-backs en nachtmerries.
Ook zijn mensen met een posttraumatische stressstoornis verhoogd prikkelbaar. Zij staan als
het ware steeds op scherp. Prikkels die bij het trauma horen worden hardnekkig vermeden.
4
Bij oorlogsveteranen of slachtoffers van de holocaust komt PTSS vaker voor dan bij de
gewone bevolking. Een PTSS kan zich pas jaren na het trauma openbaren (vertraagd
begin). Zo kunnen voor het eerst op oudere leeftijd de angstklachten optreden van een
trauma dat in de jeugd heeft plaats gevonden. Dit zou mogelijk verklaard kunnen worden
doordat in de vroege volwassenheid de herinneringen aan het trauma effectief vermeden
kunnen worden doordat men meer afleiding heeft in een druk gezinsleven en werk. Ook kan
de herinnering aan het trauma geactiveerd worden door ingrijpende gebeurtenissen in het
heden, bijvoorbeeld het overlijden van de partner.
Van ouderen wordt wel gezegd dat zij minder (hevige) herbelevingen hebben, maar meer
vermijding, affectvervlakking en verhoogde prikkelbaarheid ervaren. Als het gaat om PTSS
met vertraagd begin wordt echter ook gesteld dat er juist sprake is van een heftige
uitbarsting van herbelevingen.
 Dwangstoornis (Obsessief compulsieve stoornis)
Iemand met een dwangstoornis herhaalt steeds bepaalde handelingen en gedachten,
desnoods honderd keer per dag. Voorbeelden zijn: handen wassen, controleren of het gas
uitstaat, het huis schoonmaken. De dwanghandelingen en dwanggedachten moeten
bescherming bieden tegen enorme angst en onrust.
De dwangstoornis komt niet veel voor bij ouderen. De dwang bestaat vaak al sinds de
vroege volwassenheid. Door het lange bestaan worden zij door de patiënt niet meer als
vreemd ervaren. Ouderen hebben soms zelf ook weinig last van hun dwang.
Soms kunnen dwanghandelingen echter op late leeftijd tot grotere problemen leiden. Als
men bijvoorbeeld afhankelijk wordt van zorg en niet meer de rituelen kan uitvoeren zoals
men gewend was. Denk bijvoorbeeld een verzorgingshuis waar iemand met smetvrees ’s
morgens geholpen wordt door een verzorgende die 15 minuten de tijd heeft, terwijl de patiënt
gewend was zich drie keer per dag uitgebreid te wassen.
 Angststoornis door een lichamelijke ziekte
Deze lijken bij ouderen vaker voor te komen. Bijvoorbeeld angstklachten bij iemand die
recent een herseninfarct (CVA) heeft gehad of bij iemand met een schildklierziekte.
Niet angst alleen
Bij ouderen komt angst vaak tegelijk voor met andere ziekten.
 Lichamelijke ziekten.
Meer dan 80% van de mensen ouder dan 65 jaar heeft één chronische ziekte, 50% heeft
er zelfs twee of meer. Angst en lichamelijke ziekten kunnen elkaar beïnvloeden. Een
angststoornis kan iemand kwetsbaar maken oor het ontwikkelen van een lichamelijke
ziekte. Iemand kan bijvoorbeeld inspanning en beweging vermijden uit angst om te
vallen, wat de lichamelijke conditie doet afnemen. Een lichamelijke ziekte kan ook de
aanleiding zijn voor het ontwikkelen van een angststoornis. Een lichamelijke ziekte kan
rechtstreeks een angststoornis veroorzaken, bijvoorbeeld een afwijking van de
schildklier. Het veel voorkomen van lichamelijke ziekten maakt ook dat veel ouderen
medicijnen gebruik (heel vaak zelfs meer dan één middel). Soms lijken bijwerkingen van
medicijnen op psychologische symptomen, bijvoorbeeld slapeloosheid en
concentratieproblemen.
 Dementie.
Angstklachten kunnen een voorloper of symptoom zijn van een dementieel beeld. Angst
wordt dan vaak veroorzaakt door de verwarring en onzekerheid als gevolg van de
achteruitgang van geheugen.
 Depressie.
Depressie en angst komen heel vaak samen voor. Meer dan 25% van de oudere mensen
met een angststoornis heeft ook een depressie en bijna 50% van de ouderen met een
depressie heeft ook een angststoornis. Vaak wordt de depressie wel herkend door de
hulpverlener maar de angst minder.
5
Niet afwachten
De deur niet uit durven, zich voortdurend zorgen maken, niet naar een winkel durven:
iemand met een angststoornis kan geen gewoon leven leiden. Ouderen die lange tijd last
hebben van een angststoornis kunnen vereenzamen, vooral als zij hun angst verborgen
houden. Ook voor de omgeving, kinderen en vrienden is de angst vaak een zware belasting,
bijvoorbeeld omdat de oudere niet meer zonder begeleiding op straat durft.
De stoornis begint vaak klein, met het vermijden van onopvallende situaties. Maar uiteindelijk
kan een angststoornis het leven van de oudere en dat van zijn omgeving beheersen.
Wacht niet te lang met hulp zoeken; angstklachten gaan zelden vanzelf over.
Tips voor ouderen met een angststoornis
 U kunt het beste met uw klachten naar uw huisarts gaan. Vindt u dat moeilijk, vraag dan
een vertrouwd iemand om mee te gaan. Vertel de huisarts waar u bang voor bent.
 Praat over uw angst met mensen in uw omgeving, zoals uw partner, kinderen, familie,
vrienden, geestelijke raadsman of –vrouw.
 Probeer een eerlijk beeld te krijgen van uw angst en de invloed hiervan op uw leven.
 Breng voor uzelf de verschijnselen van beginnende paniek of angstgevoelens in kaart.
 Geef zo min mogelijk toe aan uw angst en ga beangstigende situaties niet uit de weg.
 Wees voorbereid op lichamelijke verschijnselen die u kunt verwachten in beangstigende
situaties. U zult merken dat de onrust en het trillen en zweten na een tijdje wegzakken.
Tips voor de omgeving
Bij ouderen speelt de omgeving vaak een grote rol. Het is belangrijk dat deze betrokken is bij
de ondersteuning of behandeling.
 Erken de angst, ook als deze niet reëel lijkt. Probeer de angstgevoelens niet weg te
praten.
 Ga bij min of meer reële angstgevoelens na welke mogelijkheden er zijn om iets aan de
situatie te veranderen. Een oudere met angst voor urineverlies kan goed
incontinentiemateriaal gebruiken.
 Niet elke angst is weg te nemen. Ga samen op zoek naar signalen om de opkomende
angst te herkennen. Dat helpt om sneller te reageren.
 Blijf de oudere stimuleren angstige situaties tegemoet te treden, maar dwing niet.
 Probeer in het geval van een paniekaanval rustig te blijven. Zo biedt u de persoon meer
houvast.
 Stimuleer ouderen die veel last hebben van angsten professionele hulp of ondersteuning
te zoeken. Wanneer de persoon hier niet toe in staat is. Kunt u hulp gaan zoeken.
 Zoek meer informatie over angststoornissen, in de bibliotheek of op internet.
 Zoek zelf steun als het u teveel wordt.
Behandeling
Maar weinig ouderen worden goed behandeld voor hun angstklachten. Jongeren met een
angststoornis worden in 40% verwezen naar de GGZ, ouderen slechts in 2%.
Naar de resultaten van behandeling van angststoornissen bij ouderen zijn weinig
onderzoeken bekend.
 Medicatie
Bij angststoornissen bij ouderen worden veel middelen tegen angst (tranquillizers,
benzodiazepines) gegeven. Langdurig gebruik van deze middelen heeft een aantal grote
bezwaren. Het leidt tot een groter risico om te vallen, achteruitgang van het geheugen en
verslaving. De moderne antidepressiva (middelen tegen depressie) hebben bewezen effect
bij de behandeling van angststoornissen. Echter nog geen 4% van de patiënten met een
angststoornis gebruikt een antidepressivum, tegen ruim 25% die een benzodiazepine
gebruiken. Bij gebruik van medicatie moet altijd rekening gehouden worden met bijwerkingen
en ook met tegelijk gebruik van andere medicijnen. Veel ouderen gebruiken verschillende
soorten medicijnen bij elkaar, soms werken deze medicijnen elkaar tegen of versterken zij
6
elkaar juist. Soms moet bij ouderen de dosering worden aangepast omdat de verwerking van
medicijnen bij hen trager gaat.
Antidepressiva hebben een aantal weken nodig voordat het effect merkbaar kan zijn. Soms
wordt de angst in het begin van de behandeling eerst nog erger.
 Psychotherapie
Er is onderzoek bekend naar de effectiviteit van cognitieve gedragstherapie bij ouderen. Dit
zou ongeveer net zo goed werken als medicijnen. Het is vaak verstandig om ouderen goed
uit te leggen over wat de therapie inhoudt. Bij de therapie gaat de behandelaar in op de
klachten, de mogelijke oorzaken, de situaties waarin de angst of paniek optreedt en de
gedachten die daarbij voorkomen. Om de angst te overwinnen en de angstopwekkende
gedachten te bestrijden, worden vaak oefeningen voor thuis meegegeven.
Naast psychotherapie is uitleg over angststoornis (psycho-educatie) van groot belang.
Als angst ernstig is en / of tegelijk samenkomt met depressie, is het verstandig om medicatie
te combineren met psychotherapie.
 Cursus ‘Angst de baas’
De cursus combineert psycho-educatie met aspecten van cognitieve gedragstherapie. Een
ander voordeel van de cursus is het groepskarakter. Deelnemers ervaren steun en
(h)erkenning van hun groepsgenoten. De cursus is bedoeld voor mensen met lichte vormen
van angststoornissen.
Informatie en hulp
Maakt u zich zorgen over uw angstgevoelens en belemmeren deze uw dagelijks
functioneren? Dan is het verstandig om contact op te nemen met uw huisarts. Deze kan u
verwijzen naar een GGZ instelling (bijvoorbeeld GGz Centraal), eerstelijns psycholoog of
naar een vrijgevestigde psychotherapeut.
U kunt altijd contact opnemen met uw huisarts of GGZ instelling. De Riebeeckhof
ouderenpsychiatrie, onderdeel van GGz Centraal in de regio Gooi en Vechtstreek, is te
bereiken op 035 6260317 als u informatie wilt over een angststoornis of de behandeling
daarvan. Ook kunt u contact opnemen met de onderstaande organisaties.
Nuttige organisaties
 Angst, Dwang en Fobie stichting, voor contact met lotgenoten, steun en adviezen.
Telefoon: 0900 - 2008711 (€ 0,35 p/min) of www.adf-stichting.nl
 Stichting Fobievrienden (SFVR). Voor informatie, steun en paniekopvang en voor
psychologisch advies en medicijnbegeleiding. Telefoon: (0252) 51 86 89 (tijdens
kantooruren) of 0900 - 6161611 (€ 0,50 p/min) of www.npcf.nl/fobie.htm
 Labyrint- In Perspectief, landelijke zelfhulporganisatie van en voor familieleden van
psychiatrische patiënten. Telefoon lotgenotenlijn: 0900 - 2546674 (€ 0,20 p/min) of
www.labyrint-in-perspectief.nl
Meer lezen
Wilt u na deze folder nog meer lezen, dan kunt u een van de volgende boeken raadplegen.
 Zorgboek Angst, Fobie en Paniek. E.H. Coene, S. Kollaard (eindred), 2003
St. September, Amsterdam, € 17,50. ISBN 90-7224-869-4
 Dat durf ik niet. Over angsten en fobieën. T. IJzermans, A. Heffels, 1999. Boom, Meppel/
Amsterdam, € 17,00. ISBN 90-6009-626-6
 De angst de baas. Uit de greep van de angst. F. Winter, 1998. Ruitenberg Boek, Soest, €
13,60. ISBN 90-5513-223-3
 Leven met een fobie. J. Hoevenaars, 2002. In de serie van A tot GGZ (In deze serie ook
verkrijgbaar: leven met een dwangstoornis, paniekstoornis, piekerstoornis). Bohn Stafleu
Van Loghum, Houten / Diegem, € 18,20. ISBN 90-3131-194-4
7
Gebuikte literatuur
Bij het tot stand komen van deze folder is gebruik gemaakt van de volgende literatuur.
 Angststoornissen bij ouderen; J. Schuurmans, J.C. Weijnen; 2003
 Behandelingsstrategieën bij angststoornissen; A.J.LM. van Balkom, P. van Oppen, R.
van Dyck; 2001
 Handboek ouderenpsychiatrie; A.T.F. Beekman, T.J. Heeren; 2001
 Angststoornissen bij ouderen; folder NFGV (Nederlands Fonds Geestelijke
Volksgezondheid)
© GGz Centraal Riebeeckhof, juni 2015, auteur: C.J. Bavinck
8
Download