ONT-- 001 Nieuwsbrief 02 - Tandprothetische Praktijk Toren

advertisement
Dental revu
Nieuwsbrief van de Organisatie van Nederlandse Tandprothetici (ONT)
Mooie combinatie
Stel, u krijgt een microfoon onder uw
neus gedrukt en wordt gevraagd in één
zin duidelijk te maken wat een tandprotheticus is. Ik zou zeggen: een tandprotheticus is een eerstelijns zorgverlener die uitneembare gebitsconstructies
aanmeet en vervaardigt.
En weet u wat mijns inziens nou het
aardige is aan die combinatie? Dat in
‘aanmeten’ het contact met de cliënt
schuilt en in ‘vervaardigen’ de tandtechniek. Uiteindelijk is dát hetgeen we
binnen onze beroepsgroep vrijwel allemaal met elkaar gemeen hebben. We
zijn begonnen als tandtechnicus, wilden
méér doen dan alleen een ambacht achter de tafel en kozen voor een bestaan
als tandprotheticus waarbinnen je volop
communiceert met de cliënt. Zelf
vestigde ik me in 1990 als tandtechnicus
om in 2004 het vak van tandprotheticus
uit te gaan oefenen. Ooit stond ik overigens op het punt tandheelkunde te gaan
studeren. Ik deed het uiteindelijk niet.
Ik vreesde de tandtechniek te gaan
missen. Als tandprotheticus heb ik nu
het beste van twee werelden!
Het mooie van ons vak is dat je honderd
procent verantwoording neemt voor de
uitneembare voorziening. Dát is de uitdaging en kan niet zonder dat je de
mens erachter ziet. Een uitdaging waarmee we goed uit de voeten kunnen.
Laten we tegelijkertijd blijven beseffen
dat we het niet alleen kunnen. Als relatief kleine beroepsgroep, er zijn ongeveer 320 tandprothetici in ons land,
moeten we collegialiteit en saamhorigheid hoog in het vaandel houden.
Dat is vooral van belang nu de positie
van de tandprotheticus binnen de
mondzorg steeds duidelijker wordt. In
de volgende Dental Revu gaan we daarom in op de meest recente ontwikkelingen rondom onze
rol in dat boeiende geheel. Tot
dan!
Ralph Adolfsen,
Voorzitter
Organisatie van
Nederlandse
Tandprothetici
colofon
Jaargang 3 – Nummer 3 – oktober 2007
Dental revu is een uitgave van de Organisatie van
Nederlandse Tandprothetici (ONT) en verschijnt vier
keer per jaar.
De mens achter het (kunst)gebit
Tekst: Margitta Jansen-Deiman
De titel van dit artikel kan op tweeërlei wijze worden uitgelegd. De
mens(en) waar u dagelijks een omgangsrelatie mee aangaat (patiënten,
maar ook andere beroepsgebonden contacten) en u zelf. Ten eerste kan
dus gedacht worden aan de patiënt die een tandprothetische praktijk
bezoekt en een nieuwe gebitsprothese krijgt aangemeten. Wat moet u en
wilt u weten als tandprotheticus over deze patiënt? Zijn alleen tandtechnische, klinische en organisatorische aspecten van belang voor het welslagen van een goed lijkende en passende gebitsprothese? De tweede en
wellicht degene die het meest debet is aan een goed passende gebitsprothese, is de man of vrouw zelf die het kunstgebit aanmeet en maakt, de
tandprotheticus. Hierbij behoort u een goede omgangsrelatie aan te gaan
met de patiënt. Dit betekent meer dan alleen aardig zijn! U moet weten
wie u bent, waar u voor staat en hoe u uw doel kunt bereiken, namelijk:
als zorgverlener een goede gebitsprothese maken met aandacht, respect
en betrokkenheid voor de patiënt.
Naast een arts, een tandarts en een
mondhygiëniste is ook een tandprotheticus een professie die werkt aan en in het
lichaam van de mens. Een tandprotheticus werkt in de mond om een verandering
te brengen in de bestaande situatie. Dit
aspect verplicht tot een oprecht betrokken en respectvolle attitude. Een zorgverlener kan in het zelfbeeld van iemand
een belangrijke rol hebben. Hierbij zijn
een aantal aspecten die een zorgverlener
zichzelf afvraagt tijdens en na de behandeling:
– hoe reageert en gaat
de tandprotheticus
om met de cliënt en
diens persoonlijke
en individuele intenties en reacties op
de behandeling
– hoe wordt de behandeling en de handelwijze van de tandprotheticus ervaren
door de cliënt
– hoe voelt de cliënt
zich in de rol van
patiënt
– hoe wordt de verandering van het
aangezicht en in de
mond ervaren
Als tandprotheticus bent u vooral zorgverlener. Goede zorg verlenen is zeer
REDACTIE | Toine Klaassen, tandprotheticus - Gerben Stolk / PlumaTekst, freelance journalist
EINDREDACTIE | Marnix de Romph, directeur ONT
REDACTIEADRES | OOK VOOR DE DIGITALE NIEUWSBRIEF
Organisatie van Nederlandse Tandprothetici
Wilhelminalaan 3 – Postbus 12 – 3740 AA Baarn
Telefoon: (035) 542 75 14 – Fax: (035) 542 76 14
E-mail: [email protected] – Internet: www.ont.nl
veelzijdig. Behalve tandtechnische en
klinische kennis, is kennis van agogie en
psychologie, mijns inziens, essentieel
voor de uitoefening van dit vak.
Agogische omgangsvormen
Agogie is afgeleid van het Griekse woord
agogé en betekent: de activiteit van het
voeren, het leiden, het opvoeden. Bij
ouderen, de grootste groep hulpvragers in
een tandprothetische praktijk, moet u
vooral denken aan helpen, veiligheid,
betrokkenheid en structuur scheppen en
bieden. Daarnaast is
het agogisch handelen ook gericht op
dialoog en het
bewust zijn van het
reflecterend vermogen en handelen.
Kennis van de
psychologie en met
name ouderen, is
vooral gericht op het
erkennen dat ieder
individu zijn eigen
werkelijkheid schept
zodat u hierop kunt
anticiperen tijdens
en na de behandeling. Juist ouderen
kennen veel meer
individuele verschillen,
wensen en intenties door bijvoorbeeld
Vervolg op pag. 5
DTP EN PRODUCTIE | De Heij Repro, Reeuwijk
COPYRIGHT | Niets uit deze uitgave mag worden
verveelvoudigd of openbaar gemaakt in enige vorm of op
welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke
toestemming van het bestuur van de Organisatie van Nederlandse Tandprothetici.
1
De praktijk van… Joop Toren
Korte combinaties op één speelveld
Tekst: Gerben Stolk/PlumaTekst
Hij rommelde naar eigen zeggen per toeval een familiebedrijfje bij elkaar. Maar is succes een kwestie van toeval te
noemen wanneer je, andermaal in zijn eigen woorden, steevast probeert eruit te halen wat erin zit en je je consequent vastbijt in de materie? Joop Toren, tandprotheticus te Veendam, zette vorig jaar een nieuwe stap: hij ging
samen met tandarts-implantologen van de Parodontologie Praktijk Groningen aan de slag in een historisch pand.
Waar het bestuderen van Dental Revu al
niet toe kan leiden. Joop Toren las in
november 2005 over tandprotheticus
Robin van de Heg die zich in Apeldoorn
samen met een tandarts-implantoloog
onder één dak had gevestigd. “Er ging bij
mij een lampje branden. Ik dacht: waarom wel in Apeldoorn en niet in Veendam?
Ik ben naar de gemeente gestapt en heb
geopperd verschillende disciplines uit de
mondzorg in hetzelfde pand te vestigen.”
Het resultaat mag er zijn. Wat héét? Het
resultaat is prachtig te noemen. Sinds het
najaar van 2006 combineren Toren en de
zijnen naar hartenlust met tandartsimplantologen van de Parodontologie
Praktijk Groningen. Dat doen zij in een
fraai historisch pand: een gerenoveerd
landbouwhuis in Veendam. “Het loopt
goed, zowel qua samenwerking tussen de
beroepsgroepen als qua aanloop van cliënten. We voorzien in een grote behoefte. Oudere mensen hoeven voor de
behandeling door een tandarts-implantoloog niet langer de reis naar Groningen te
maken.”
Arbeidsbureau
Zesenvijftig jaar telt Joop Toren, maar
het is op de kop af alweer vier decennia
geleden dat hij zonder diploma de MULO
in Winschoten verliet. “Twee jaar MULO.
Dat was het wel. Pas veel later ben ik
serieus opleidingen gaan volgen. Ik was
bijvoorbeeld begin veertig toen ik zat te
blokken om tandprotheticus te worden.
Maar goed, terug naar mijn tienerjaren.
Destijds was het zo, dat het Arbeidsbureau je naar een werkgever stuurde wanneer je voortijdig school verliet. Ik kwam
terecht bij het Dental Laboratorium van
meneer Dijkhuis.”
“Meneer Dijkhuis maakte gebitsprotheses. In een heel kleine ruimte zaten acht
leerlingen modelletjes voor hem te vervaardigen. Beetplaatjes en zo. Je was
dan gebitjes aan het polijsten en afmodelleren. Nee, aan het opstellen van de
prothese zelf kwam je niet toe. Dat was
voorbehouden aan de baas.”
Na zeven jaar Dental Laboratorium en
zijn periode in het leger wilde Toren
zijn horizon verbreden. In
de tandtech-
2
V.l.n.r.: dr. Johan van Dijk, dr. Jan Tromp, dr. Mady Ann Lie en
tandprotheticus Joop Toren.
niek welteverstaan.
“Via een ex-collega
kwam ik terecht bij
een tandtechnisch lab
in het toenmalige
West-Duitsland; Dental
Lab Meise in Leer, een
kilometer of zeventig
over de grens. Ik paste
perfect tussen die
Duitsers. Ik had er een
heel goede tijd. De
Duitsers waren toentertijd veel verder
met techniek dan wij
in Nederland. Ik heb er
enorm veel praktijkkennis opgedaan, ook
al omdat je er volop
de ruimte kreeg. Had
ik me bij meneer Dijkhuis zeven jaar met
één onderdeel beziggehouden, in Duitsland
mocht ik overal aankomen. Van kronen en
brugwerk tot het
maken van framepjes.
Geweldig vond ik het.
Als mijn collega’s tussen de middag een
ommetje gingen maken, leerde ik door.”
Opmerkelijk genoeg markeren twee grote
voetbaltoernooien in Duitsland het begin
en het eind van Torens werkzame bestaan
aan gene zijde van de grens. “Ik was in
1974 net begonnen in Duitsland, toen
Nederland de WK-finale van dat land verloor. Ja, dat waren moeilijke tijden voor
een Nederlandse medewerker tussen de
Duitsers. Maar toen Oranje in 1988 Europees kampioen werd na eerst West-Duits-
land in de halve finales te hebben verslagen, beleefde ik mijn high light. Dat was
natuurlijk volop plezier in een toch al
heel aangename werkomgeving.”
Vervolg op pag. 4
Foto’s:Aart Nieuwkoop
3
Vervolg van pag. 3
4
Iets anders
Waarom nam Toren in 1988 afscheid van
Dental Lab Meise? “Ik had geen zin meer
dagelijks 140 kilometer in de auto te zitten en ik wilde weer eens iets anders.
Maar wat? Moest ik een baan gaan zoeken? Zou ik voor mezelf beginnen? Toen
liep ik tandprotheticus Jan Visscher uit
Hoogezand tegen het lijf. Hij attendeerde
mij op de opleiding tot tandprotheticus.
Daar ben ik in 1993 mee begonnen. Al
eerder, in 1989, opende ik in Veendam
een tandtechnisch lab waarmee ik tandartsen bediende. Mijn vrouw Dora nam
ontslag als onderwijzers op een basisschool en ging ook meedraaien in het
bedrijf.”
Dat bedrijf bestond aanvankelijk uit een
verbouwd slaapkamertje bij de familie
Toren thuis, aangevuld met een doucheruimte die was bestemd voor het gipsgedeelte. “De klanten zaten destijds bij ons
thuis beneden in de hal te wachten totdat
het hun beurt was. Maar het liep zó
voortvarend, dat we al spoedig een aanbouw van acht bij acht meter moesten
realiseren voor een groter laboratorium.
En in 1997 vertrokken we naar een nieuwe ruimte, een voormalige keukenstudio.
Een jaar daarvoor was ik afgestudeerd als
tandprotheticus.”
Reis
Vorig jaar zette Toren dus opnieuw een
stap. De Tandprothetische Praktijk Toren
is nu samen met tandarts-implantologen
van de Parodontologie Praktijk Groningen
actief in Veendam. “Kijk, onze praktijk
verwijst patiënten in groten getale naar
de binnenstad van Groningen voor het
plaatsen van de implantaten en de vaak
korte controles die hierbij komen kijken.
Voor veel mensen is dat niet ideaal. Het
zijn meestal ouderen die in aanmerking
komen voor een implantaatgedragen prothese. Zij zien vaak op tegen een reis van
Veendam naar Groningen, en dan vooral
het parkeren in de binnenstad. Toen
heeft mijn vrouw contact gezocht met de
Parodontologie Praktijk Groningen.”
“Bij de Parodontologie Praktijk Groningen
bleek men ervoor te voelen onder één
dak te werken. Het was een mooie
samenloop van omstandigheden: de Parodontologie Praktijk Groningen was in Groningen zelf zo langzamerhand aan de
krappe kant en bovendien leefden er ook
ideeën om uit te breiden naar de regio.
Wijzelf hadden in de gaten gekregen dat
het vak van tandprotheticus zich nog
steeds ontwikkelt. De competenties reiken almaar verder en op een gegeven
moment wil je graag de implantologie er
directer bij betrekken.”
En dus werken sinds vorig jaar de tandarts-implantologen dr. Johan van Dijk en
dr. Mady Ann Lie, tandarts-parodontoloog
dr. Jan Tromp en mondhygiënisten en
assistentes vijf dagen per week op dezelfde locatie samen met het team van Joop
Toren. “Dat bestaat verder uit mijn
gemotiveerde en breed inzetbare vrouw
Dora , dochter en manager Suzanne
Toren, schoonzoon, tandtechnicus en als
het meezit toekomstig tandprotheticus
Marco van Tongeren, mijn zus, tandtechnicus en modelleur Dineke Wäcken en tot
slot tandtechnicus Jola Schik, een Nederlandse uit Polen. We zijn een klein familiebedrijf. Eigenlijk zijn we 24 uur per
etmaal met het
gebit bezig. Dan
vraag ik in bed aan
mijn vrouw: heb je
die en die al
gebeld?”
Vervolgt: “De mensen van de Parodontologie Praktijk
Groningen implanteren voor ons en
ook voor collegatandprothetici. De
praktijk leert dat je
er samen gewoon
eerder en gemakkelijker uitkomt wanneer je zo dicht op
elkaar zit. Ik krijg
precies dát aangeleverd wat ik nodig
heb. Ik kan dan ook
zeggen dat we een
score hebben van
honderd procent.
Nooit zijn er mislukkingen. De tandarts-implantologen
tekenen voor parodontale, implantologische en mondhygiënistische behandelingen.”
“En weet je wat óók een voordeel is? Ik
sta in Veendam en omgeving bekend als
‘het mannetje van de streek’. Veel mensen kennen mij en ik ken op mijn beurt
weer veel mensen. Dat betekent dat ik
wat gemakkelijker in staat ben cliënten
gerust te stellen wanneer zij in de stoel
zitten bij de tandarts-implantoloog, die
voor hen toch wat minder bekend is. De
plaatselijke bevolking is blij met de nieuwe voorziening. Dan hoor je reacties als:
“Dat we dít toch hebben in Veendam.”
Eilandje
De een-tweetjes met de Parodontologie
Praktijk Groningen zijn de vrucht van
Torens opvatting dat een medewerker in
de mondzorg “het niet alleen kan”. Hij:
“Als je alles alleen doet, kom je op een
gegeven moment vast te zitten op een
eilandje. Het is dan ook positief dat de
tandprothetici in Groningen elkaar goed
weten te vinden en bijvoorbeeld kennis
met elkaar delen. Maar het is ook van
belang nauw samen te werken met andere disciplines binnen de mondzorg.”
“Ik zeg vaak: tandprothetici zijn bijzondere mannetjes. Fanatiek en overtuigd
van hun eigen ambities. Anders waren ze
wel tandtechnicus gebleven. Die instelling kan ertoe leiden dat je vooral op
eigen kompas vaart en je ogen sluit voor
samenwerking. Ik zou collega’s willen
meegeven in elk geval te overwegen
samen te gaan werken met andere disciplines. Dat heeft de toekomst. Wie alleen
op zijn kamertje blijft zitten, redt het op
■
den duur waarschijnlijk niet.”
Vervolg van pag. 1
levensloop of temperament, dan jongere
mensen. Behalve grotere individuele verschillen tussen mensen kunnen oudere
mensen ook kwetsbaarder zijn. Kwetsbaar
betekent in deze context vooral dat
iemand afhankelijk is van anderen en de
juiste condities en omstandigheden nodig
heeft om zo goed mogelijk te kunnen
functioneren. Een tandprotheticus hoort
ervoor te zorgen dat de condities voor
kwetsbare mensen in zijn praktijk zo
optimaal mogelijk zijn. Dit kan gerealiseerd worden door eigen inbreng: aansluiten bij de belevingswereld, begeleiden en
motiveren, oprechte betrokkenheid tonen
en inspelen (waar mogelijk) op de wensen
en intenties van de patiënt, maar ook
door rekening te houden met de inrichting van de praktijk. Denk hierbij aan
‘rolstoelvriendelijk’, ruim en goed verlicht sanitair en in de spreekkamer een
stoel voor eventuele begeleiding van de
patiënt.
De wijze waarop tandprotheticus en patiënt met elkaar omgaan beïnvloedt de
kwaliteit van een relatie en daaropvolgend de kwaliteit van het product dat de
tandprotheticus wil leveren. Een gelijkwaardige en respectvolle communicatie is
essentieel in de omgang met elkaar voor
het succesvol bereiken van gestelde doelen. In tegenstelling tot het privéleven
zijn de dagelijkse relaties die een tandprotheticus aangaat geen bewuste keuze
maar beroepsgebonden. Kennis van
aspecten van de communicatie en
gespreks- en omgangstechnieken stellen
een tandprotheticus in staat tot het goed
leiden van een gesprek en zich bewust te
zijn van zijn rol hierin.
Alle gedrag is communicatie
Watzlawick (zie zijn boek 'De pragmatische aspecten van de menselijke communicatie' uit 1974) heeft een aantal fundamentele kenmerken beschreven over hoe
communicatie, interactie en berichtgeving tussen mensen verloopt. Eén daarvan
is: alle gedrag is communicatie. Gedrag is
fundamenteel de basis voor communicatie, wat de hoedanigheid, situatie of context ook is. Of de communicatie, het
bericht en de bedoeling daarvan door de
ander goed wordt ontvangen is overigens
van een andere orde. Het is in die hoedanigheid óók niet mogelijk om niet te communiceren. Komt iemand rustig over of
juist druk en zenuwachtig bij u in de
praktijk, maar vooral belangrijk, met
name bij het laatste: bent u of de situatie
daar de reden van. Ook kunt u zich afvragen: hoe kom ik over bij de ander? Weet u
waar u mee bezig bent, heeft u positieve
en zekere uitstraling of staat u ‘boven’ de
patiënt en bepaald u wat goed is. Dat
laatste kan overigens ook betekenen het
verbergen van onzekerheid.
Vanuit uw professie is het primair noodzakelijk dat u wilt weten en oprechte
belangstelling heeft wat bepaald gedrag
Over de auteur
"Ik ben Margitta Deiman en getrouwd met John Jansen,
tandprotheticus in Stadskanaal. Wij hebben 3 kinderen.
Juni 2000 heb ik het IVT afgerond, met als specialisatie
‘De volledige prothese’. In 2002 ben ik begonnen met de
Hbo-opleiding voor Sociaal Pedagogisch Onderwijs.
September 2007 heb ik dit afgerond met de scriptie
‘De mens achter het (kunst)gebit’, agogische omgangsvormen voor de tandprotheticus."
van een hulpvrager betekent en hoe u
hiermee om wilt gaan, met name bij niet
aanwijsbare tandprothetische problemen.
Een goede omgangsrelatie met uw patiënt
is essentieel voor het succesvol bereiken
van gestelde doelen. Hierna noem ik drie
aspecten die volgens mij de basis vormen
voor elke goede omgangsrelatie.
1) waarnemen en interpretatie;
2) empathische vermogen en oprechte
betrokkenheid;
3) reflecterend vermogen op het eigen
handelen.
Ad 1. ieder mens schept zijn eigen werkelijkheid. Dit wordt vormgegeven door
persoonlijkheid, ervaringen, de directe
omgeving en de rol daarin en het
lichaamsbeeld. Dit geldt voor waarneming maar ook voor de interpretatie
daarvan. Waarneming kan, volgens de
definitie in de Dikke Van Dale, worden
uitgelegd als observatie en interpretatie
met de uitleg daarvan. Interpretaties
geven aan waarnemingen is betekenis
geven aan het geziene, de gebeurtenis of
situatie. Dit doet iedereen onbewust en
zegt meer over degenen die het
beschrijft dan over het daadwerkelijke.
Aan waarnemingen kan ook een interpretatie in de vorm van een vooroordeel
worden verbonden. Bijvoorbeeld: iemand
komt boos, schreeuwend en ruikend naar
drank een praktijk binnen. In eerste
instantie kan de gedachte zijn: hier heb
ik met een a-sociaal iemand te maken
met wie ik niet in zee ga. Maar een zorg-
verlener kan ook door de buitenkant heen
kijken en de hulpvraag serieus nemen.
Dan wordt aan de waarneming een hele
andere interpretatie verbonden: namelijk
het geschreeuw was geen a-sociaal gedrag
maar een roep om hulp en vertrouwen.
Ad 2. alleen aardig zijn in de beroepshouding is niet genoeg. Een zorgverlener wil
de patiënt daadwerkelijk begrijpen en
weten wat er gevoeld wordt. De tandprotheticus wil zich inleven in de situatie die
de hulpvrager vertelt. Zowel uit beroepsgerichte belangstelling als wat betreft de
emotionele motieven, voor een juiste
diagnose voor verdere behandeling. In
iedere relatie die wordt opgebouwd is
empathie en oprechte betrokkenheid
essentieel, evenals respect en een gevoel
van veiligheid. Door begrip, medeleven
en aandacht kan een goed contact ontstaan. Voor een veilig gevoel verwacht de
patiënt óók respect, maar respect zonder
empathie is koud en afstandelijk en wekt
geen vertrouwen bij patiënt.
Ad 3. reflecteren is: hoe is mijn gedrag
(lees: hoe kom ik over bij anderen) en
wat is mijn aandeel tijdens interactie
met medemensen. In de eerste instantie
betekent reflecterend vermogen nadenken, door de tandprotheticus, over de
kwaliteit van de omgangsrelatie tandprotheticus patiënt. In plaats van dat u zich
als zorgverlener afvraagt: ‘waarom reageert deze persoon zo?’, kunt u zich ook
afvragen: ‘hoe ga ik hiermee om?’ Hierbij
kijkt de zorgverlener als het ware op een
afstandje naar zichzelf hoe de omgang
met iemand is verlopen. Door te proberen, als het ware, afstand te nemen van
de situatie en uzelf kunt u nieuwe inzichten en andere perspectieven op een
bepaalde gebeurtenis ontwikkelen. Dit
kan met name noodzakelijk zijn bij problematische omgangsrelaties en patiënten met niet aanwijsbare tandprothetische klachten.
Een tandprotheticus is een professional.
Daarbij hoort een beroepsattitude die
boven de dagelijkse omgangsrelaties uitstijgt. Goede omgang met anderen is een
uitdaging en geeft positieve energie.
Gerelateerd aan de tandprothetiek is het
volgens mij de mens achter het
(kunst)gebit die de tandprotheticus inspireert om tot goede werkstukken te
■
komen.
5
Marc van Hees, vertegenwoordiger ‘aanstormende jeugd’
De ambities van een jongeling
Tekst: Gerben Stolk/PlumaTekst
Hoezo, opofferingen getroosten? Drie jaar lang liet de best nog wel jonge Marc van Hees frequent feestjes en partijtjes op vrijdagavond schieten. De tandtechnicus wilde tandprotheticus worden en moest op zaterdagochtend om
zeven uur vertrekken van huis om op tijd te zijn voor de eerste les in Utrecht. Nu heeft de 30-jarige én een tandtechnisch lab én een tandprothetische praktijk. Maar daarmee zijn de ambities nog niet getemperd.
6
Zet een stel tandprothetici bij elkaar, en
de kans is groot dat de ruimte al spoedig
wordt gevuld met prachtige anekdotes en
heerlijke verhalen over de jarenlange
strijd die de beroepsgroep heeft moeten
leveren om de huidige status te bereiken.
Maar zo langzamerhand zijn er ook heel
wat vakgenoten zónder verleden in die
heroïsche tijd. Neem Marc van Hees. Hij
maakt deel uit van de nieuwe lichting.
Afgelopen zomer studeerde de vroege
dertiger af als tandprotheticus. Met zijn
aspiraties kunnen de pioniers van weleer
in hun nopjes zijn.
“Tien jaar lang was ik uitsluitend actief
als tandtechnicus”, zegt de Brabander.
“Eerst in Maarheeze, later in Helmond en
daarna op zelfstandige basis thuis in mijn
garage. Tijdens mijn laatste jaar in Helmond begon ik aan de opleiding Tandprothetiek. Het bestaan als tandtechnicus
alléén vond ik toch te weinig dynamisch.
Je zit achter je werkbank en krijgt in
beginsel nooit de patiënt te zien. Ik wilde
ook zicht krijgen op de mens achter de
vervaardigde prothese.”
Combineren
Nadat zijn naam een jaar op de wachtlijst
had geprijkt, werd Van Hees toegelaten
tot de opleiding. Hij was er wekelijks al
gauw tien tot twaalf uur aan kwijt.
“Ik wilde ook zicht
krijgen op de mens
achter de vervaardigde
prothese”
“Tja, het houdt je bezig, hè?”, zegt hij
met gevoel voor understatement. “Op
zaterdag vertrok ik om zeven uur
’s ochtends en was ik om zes uur ’s
avonds thuis. Doordeweeks was ik ook nog
zo’n vijf uur bezig met de studie. Verslagen en praktijkopdrachten maken, noem
maar op. Op een gegeven moment krijg
je een stage te vervullen. Die moet je
zien te combineren met je reguliere
werktijd.”
De druk op zijn vrije tijd nam nog meer
toe toen Van Hees besloot voor zichzelf te
beginnen met zijn Tandtechnisch laboratorium. “Toen ik een dienstverband had,
hoefde ik af en toe niet te werken op
vrijdag en had ik wat meer vrije tijd.
Daarvan was natuurlijk niet tot nauwelijks sprake meer nadat ik voor mijzelf
was begonnen. Ik zal je zeggen: zoiets
eenvoudigs als naar de kapper gaan
schoot er vanaf toen vaak bij in.’s Avonds
is die niet geopend en op zaterdag zat ik
in Utrecht. Het grootste cadeau dat ik
kreeg met mijn afstuderen, was dan ook
vrije tijd. Maar ik was natuurlijk ook blij
met het diploma en was zelfs tevreden
over de behaalde cijfers.”
Van Hees betaalde zijn opleiding zelf. De
overheid bekostigt ‘Tandprothetiek’
immers niet zoals zij doet met andere
MBO- en HBO-studies. “Mijn eerste motivatie voor de opleiding was dat ik méér
wilde zijn dan tandtechnicus. Maar als je
vervolgens zelf opdraait voor de kosten,
ben je ook extra gebrand er een succes
van te maken.”
Verbeteringen
Van Hees timmerde twee maanden aan de
weg als zelfstandig tandtechnicus, toen
hij werd opgenomen in een groepspraktijk: De kliniek voor mondzorg Boxtel. “Ik
zit er onder één dak met tandartsen, een
implantoloog, een mondhygiënist, een
orthodontist en een tandprotheticus.
Behalve met mijn tandtechnisch laboratorium ben ik er nu ook gevestigd met mijn
tandprothetische praktijk. Het mooie is
dat ik nu dus ook zelf de cliënt zie. Je
merkt dat wat technisch gezien in orde is,
het niet per definitie goed doet in de
mond. Daar kan ik nu dan ook verbeterin-
“Als tandprotheticus
betaal je
de opleiding zelf”
gen in aanbrengen. Ja, de groepspraktijk
is een goede constructie. De tandartsen
verwijzen naar de tandprothetici en ieder
respecteert elkaars expertise en leert
“Je moet
vooruit blijven
denken en
toekomst blijven
hebben”
daarvan. Er is genoeg ruimte voor onderling overleg en er wordt aan de patiënt
veel service en een perfecte kwaliteit
geleverd onder één dak.”
“Toch zou ik in de toekomst naast de
groepspraktijk nog iets anders willen
opzetten: een eigen tandprothetische
praktijk op een andere locatie. Ik heb nu
een leerling tandtechniek in dienst. Hij
krijgt dan wellicht meer verantwoordelijkheid binnen de groepspraktijk in Boxtel, terwijl ik één of twee dagen per
week bezig kan zijn met een nieuwe
praktijk op een andere locatie. Je moet
vooruit blijven denken en toekomstdromen blijven hebben.”
Over de toekomst gesproken: hoe ziet die
er volgens Van Hees uit voor de tandprotheticus in het algemeen? “Ik denk dat er
voldoende aanloop van patiënten zal blijven. Statistieken wijzen weliswaar uit dat
het aantal prothesedragers daalt, maar
tegelijkertijd is gebleken dat de hoeveelheid te vervaardigen protheses stijgt. Dat
heeft te maken met het huidige schoonheidsideaal en dubbele vergrijzing. Mensen zijn kritischer geworden en laten
■
vaker hun tandprothese vervangen.”
Internationale onderscheidingen
Onlangs is een aantal internationale
onderscheidingen toegekend aan tandprothetici die een grote bijdrage hebben geleverd aan de professie. De hoogste eer die de International Federation
of Denturists kan toekennen, de Pieter
Brouwer award of merit (naar de eminente Nederlandse tandprotheticus
Pieter Brouwer die tien jaar voorzitter
was van de IFD), is tijdens een recent
symposium uitgereikt aan vier personen:
Chris Allen (Groot Brittanie), Austin
Carbone en Paul Levasseur (beiden uit
de VS) en prof. Michael Vakalis
(Canada).
Tijdens de opening receptie van het
internationale congres 'Private dental
technology en denturism' hebben een
aantal collega's erkenning gekregen voor
hun toewijding aan het vak van tandprotheticus en de opleiding. De Broederschap der Sterkenburgers (naar de locatie waar de Nederlandse tandprothetici
vroeger werden opgeleid) onderscheidde
vier personen: Graham Key (Australie),
Stefan Masik en Stanislav Skoda (beiden
uit Slowakije) en Carlo Zanon (Canada).
De vier laureaten hebben allemaal een
grote bijdrage geleverd aan het verbeteren van het tandprothetische onderwijs
in hun eigen land.
Marnix de Romph, directeur Organisatie
van Nederlandse Tandprothetici
7
– advertentie / sponsor van de Organisatie van Nederlandse Tandprothetici –
Download