Opzet volgen door het water

advertisement
Volgen door het
water
Dagboek
bij het veertigdagenproject
rond de
Dorpskerk
in
Sumar
2012
Voorwoord
Dit dagboek hoort bij het veertigdagenproject dat we in 2012 houden rond de Dorpskerk in
Sumar. We noemen het “Volgen door het water”. Waarom? Dat is heel eenvoudig. Als Jezus
zijn discipelen de wereld in stuurt - dus ook naar Sumar stuurt - dan geeft Hij hen een
opdracht mee. Zij zullen van Sumarders zijn leerlingen maken. Die Sumarders zullen dan
doen wat Jezus zegt. Of wij Jezus maar even willen volgen. Daar gaat het om. En Jezus zegt
er nog wat bij. Hij geeft de discipelen ook de opdracht ons te dopen. Dat gebeurt met water.
Of wij Jezus maar even willen volgen door het water. Daar gaat het om. U kunt dit lezen in
Matteüs 28: 16 – 20.
Dat staat dus in de bijbel. Aan de hand van die bijbel willen we in de lijdenstijd zien wat dit
allemaal kan betekenen. Ook vertellen enkele gemeenteleden wat het voor hen betekent dat zij
volgen door het water. Of om het anders te zeggen: zij vertellen wat het voor hen betekent dat
zij gedoopt zijn. Op deze plaats worden zij bedankt voor hun bijdrage aan dit project.
Wij hopen en bidden dat de Heer van de Dorpskerk dit project zegent. Ook uw dagelijkse
arbeid van bijbel lezen en overdenken. Dat Hij de woorden van Luther verhoort is onze bede.
Lieve God,
verklaar uw Woord
in onze harten
en maak het zo licht en warm
dat wij er troost en vreugde
van ervaren. Amen.
Namens de Protestantse gemeente in Sumar, ds Klaas van Marrum.
2
Thema’s
Volgen door het water
22 februari - 25 februari
Volgen door het water is bevrijd worden
26 februari – 3 maart
Volgen door het water is lopen over water
4 maart – 10 maart
Volgen door het water is Jezus op nummer één zetten
11 maart – 17 maart
Volgen door het water is je kruis opnemen
18 maart – 24 maart
Volgen door het water is je laten leiden door God
25 maart – 31 maart
Volgen door het water is stil worden
1 april – 8 april
3
VOLGEN DOOR HET WATER
Woensdag 22 februari
Lezen: Marcus 1: 14 – 20 en Marcus 2: 13 en 14.
In bovengenoemde bijbelgedeelten horen we drie keer hoe Jezus mensen roept. Hij roept, en
zij volgen. Door de bijbel roept God vandaag nog steeds mensen. Hij heeft u zojuist geroepen.
Of u Hem maar wilt volgen. In deze volgende dagen. Als u Hem volgt bent u achter Hem en
is Hij steeds voor u. U gaat dan ook merken dat Hij er voor u is.
Durft u Hem volgen ook naar Golgotha en het graf? Simon en Andreas, Jacobus en Johannes
en Levi zijn er voor weggevlucht. Maar volgen betekent volgen en niet wegvluchten. Dat
willen we proberen in deze lijdenstijd. Jezus volgen. Ook in Zijn lijden.
Gebed.
Here Jezus, ik heb zojuist uw boek gelezen. U riep mensen. En zij volgden. Zomaar. Dat laat
mij niet onberoerd. Want ik voel op mijn klompen wel aan dat U zo mij roept. Maar ik heb
allemaal bezwaren. Toch is het kruis voor U geen bezwaar geweest om in de wereld te komen
om mij te roepen. Here, leer mij daarom een levende volgeling van U te zijn. Amen.
Om uit het hart te leren:
Jezus zegt tegen mij: “Volg Mij”
( Naar Lucas 5: 27)
Donderdag 23 februari
Lezen: Johannes 1: 9 – 13.
Waar is dat volgen eigenlijk goed voor? De jongelui op catechisatie vroegen: “Wat is het nut
van dit alles?” Bij zo’n vraag is het goed om bij het begin te beginnen. Johannes vertelt
daarover in het begin van zijn evangelie. Die Jezus die ons oproept Hem te volgen, komt
natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen. Jezus kwam bij God vandaan. Hij is het cadeau van
God op het kerstfeest. Dat cadeau kun je afwijzen. Maar het is natuurlijk de bedoeling dan je
dit aanneemt. Daarover zegt Johannes dit: “Wie Hem wel ontvingen en in zijn naam geloven,
heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden”.
Daar gaat het dus om. Als ik Jezus volg dan leer ik in Hem te geloven. En als ik in Hem
geloof ontvang ik een voorrecht. Dan word ik een kind van God. Daarom volg ik: ik wil een
kind van God worden.
Gebed.
Here Jezus, ik dank U ervoor dat U voor mij geboren bent. Ik krijg U zo maar cadeau. Zo’n
groot cadeau heb ik nog nooit eerder gekregen. Maar help mij nu ook om U werkelijk aan te
nemen. Als ik dat echt doe, dan houd ik van U en vertrouw ik U. Wonderlijk is dat. Dan ben ik
net zo’n kind als U, een kind van de hemelse Vader.
Amen.
Om uit het hart te leren:
“Wie Hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om
kinderen van God te worden”. (Johannes 1: 12).
4
Vrijdag 24 februari
Lezen: Johannes 3: 3 en 14-16.
Hier spreekt de Here Jezus heel duidelijk over de noodzaak van het opnieuw geboren worden.
Ik ben al een kind van een aardse vader en moeder. Daardoor ben ik, denk ik, voel ik en doe
ik aards. De zonde zit mij diep in het bloed. Uit mezelf zou ik niet anders dan aards kunnen
worden. Ik kan nooit heilig, eeuwig of gaaf worden. Dat hoort bij de hemel. Ik moet daarvoor
opnieuw geboren worden, zegt Jezus. Bij die tweede geboorte word ik als kind van God
geboren. Hoe dat in zijn werk gaat? Jezus zegt: “De Israëlieten werden gebeten door giftige
slangen nadat ze tegen God in opstand waren gekomen. Daardoor stierven zij. Mozes kreeg de
opdracht een slang te maken en die op een stok te zetten. Ieder die naar die slang keek werd
gered en bleef in leven. Ik word ook verhoogd, precies als die slang, aan een kruis. En
iedereen, die geïnfecteerd is door het gif van de zonde en die naar Mij kijkt en in Mij gelooft,
wordt gered en krijgt het eeuwige leven”.
Wie in Jezus gelooft, wordt gered en ontvangt het eeuwige leven. Dat zijn niet de woorden
van een dominee. Jezus zegt het zelf. Hem volgen is in Hem geloven. En in Hem geloven is
Hem volgen.
Gebed.
Als ik de wereld inkijk dan snap ik wat U bedoelt. Mensen blijven vechten, blijven haten,
blijven ruzie maken. Zo was de wereld vroeger, zo is zij vandaag. Een hemel op aarde maken
we nooit. Maar hoe kan ik dan ooit deel krijgen aan de hemel?! Ik dank U, dat U uit de hemel
gekomen bent naar mij toe. Ik dank U dat U mij verlost van de giftige beet van altijd oorlog
en altijd ruzie en altijd haat en altijd zonde en dood. Ik geloof in U gekruiste Heer. Ik dank U
dat ik vandaag al een kind van de hemel mag heten. Amen.
Om uit het hart te leren:
Maar toen zijn de goedheid en mensenliefde van God, onze redder, openbaar geworden en
heeft hij ons gered, niet vanwege onze rechtvaardige daden, maar uit barmhartigheid. Hij
heeft ons gered door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwende kracht van de Heilige
Geest. (Titus 3: 4, 5)
Zaterdag 25 februari.
Lezen Matteüs 28: 16 – 20.
Gisteren hoorden we dat je wordt gered en dat je het eeuwige leven cadeau krijgt als je in
Jezus gelooft. Jezus zei dat dit net zo werkt als bij de slang die Mozes in de woestijn omhoog
stak toen de Israëlieten gebeten waren door giftige slangen. Ook Jezus werd omhoog gestoken
op een grote dikke stok, een kruis. Dat deed Hij voor alle mensen. Wie naar Hem ziet en in
Hem gelooft, wordt gered. En net zoals Jezus zelf het eeuwige leven ontving op de Paasdag,
zo zal degene die Hem vertrouwt ook het eeuwige leven ontvangen. Ben je daarvan niet
zeker? Jezus heeft opgedragen daarvan een teken mee te geven. Dat is het teken van de doop.
We weten dat omdat Jezus dat na Pasen zijn discipelen heeft opgedragen. Zij moesten
iedereen over Jezus vertellen. Ook jou. Dan kun jij Jezus leren vertrouwen en in Hem
geloven. En ze moesten ook het teken meegeven. De doop. De doop is het teken dat Jezus van
jou houdt. Net zoals geliefden elkaar als teken van hun liefde een ring kunnen geven, geeft
Jezus als teken van zijn liefde voor jou de doop. Hij heeft zijn leven voor je over en wil altijd
bij je zijn. Dat liet Hij zien door zijn dood aan het kruis en zijn opstanding uit de dood. De
doop laat dat zien. Daarover een andere keer meer.
5
Gebed
Heer, onze God, aan het begin van deze veertigdagentijd roepen wij U aan.
Wij vragen U, wees met heel uw schepping en zo ook met ons.
Uw weg loopt langs Golgotha naar het leven.
Onze weg is achter U aan. Help ons die te gaan. Amen.
Om uit het hart te leren:
Jouw naam staat in de palm van mijn handen, onuitwisbaar (Jesaja 49: 16a).
6
VOLGEN DOOR HET WATER IS BEVRIJD WORDEN
Zondag 26 februari
Lezen: Johannes 20: 30,31.
Vandaag is het zondag. Op de zondag is de Heer opgestaan. Daarom komt de gemeente van
de levende Heer op deze dag nog steeds samen in de kerk. Door in de kerk te komen, volg je
Hem. Want je komt er samen om dingen van Hem te leren. Die staan opgeschreven in de
bijbel. Ze hebben een heel bepaald doel. Ze willen ons de Here Jezus doorgeven. Wij kunnen
Hem door de bijbel ontvangen. En dan in Hem geloven. “En wie Hem ontvangt en in zijn
naam gelooft, die is een kind van God”, zo vertelde Johannes in het eerste hoofdstuk. Hij zegt
het hier aan het eind van zijn boek zo: “Wie gelooft, heeft het leven in de naam van Jezus’.
Dat wil zeggen dat je een zondagskind bent. Dat is een kind dat bij de opstanding van Jezus
hoort.
Gebed van Luther:
Mijn Heer Christus, U hebt door uw opstanding
overwonnen en met voeten getreden,
wat mij van U scheidt.
Waarom zou ik bang zijn en schrikken,
waarom zou mijn hart niet goede moed hebben en vrolijk zijn?
Amen.
Om uit het hart te leren:
Want zij kunnen niet meer sterven; immers, zij zijn aan de engelen gelijk en zij zijn kinderen
van God, omdat zij kinderen van de opstanding zijn. (Lucas 20: 36)
Maandag 27 februari
Lezen Romeinen 6: 3 – 5.
Zaterdag hoorden we al over de doop. Vandaag komen we daarop terug. Want Paulus vertelde
daar zojuist over. De doop is een soort van liefdesring die je van Jezus krijgt. Maar wat
betekent dat dan? Denk er even aan dat dopen met water gebeurt. Je kunt water drinken. Je
kunt er ook dingen mee schoon maken. Maar water kan ook gevaarlijk zijn. Je kunt erin
verdrinken. Dan ga je dood. Aan die laatste betekenis van water denkt Paulus hier. Jezus is
namelijk gestorven aan een kruis. Als iemand de ring van de doop krijgt, dan zegt Jezus
daarmee: “Ik ben voor jou gestorven aan het kruis. Jij bent met mij gestorven”.
Maar ligt Jezus nog ergens begraven? Nee. Hij is opgestaan. Daarom gaat Paulus door met
vertellen. Hij zegt: “Je bent niet alleen met Jezus gestorven, je zult ook met Hem opstaan uit
de dood. Dat is de betekenis van je doop”. De doop laat zien dat Jezus jou bevrijdt van je
schuld en je dood.
Vraag: probeer in je eigen woorden te vertellen wat Jezus voor jou gedaan heeft.
7
Gebed
Heer, soms ben ik niet zeker van me zelf. Soms weet ik niks meer. Soms geloof ik niks meer.
Daarom dank ik U voor het teken van de doop. Wat Jezus voor mij gedaan heeft daar kan
niemand en niets meer iets aan veranderen. En zijn teken geeft me zekerheid. Dank U. Amen.
Om uit het hart te leren:
“Waad je door het water, ik sta naast je. Steek je rivieren over, je wordt niet meegesleurd”.
(Jesaja 43: 2a)
Dinsdag 28 februari
Lezen Exodus 2: 1 – 10.
Als de volgelingen van Jezus doopten, dan dachten ze ook altijd aan Mozes. We hoorden al
eerder van Mozes en de slang. Nu denken we aan de doop. Dopen doe je met water. En Mozes
heeft van alles met water te maken. Over hem wordt verteld als de nakomelingen van Jacob in
Egypte als slaven worden behandeld. Hun pasgeboren jongetjes werden zelfs vermoord. Hoe
kwam Mozes ook al weer aan zijn naam? Dat hoorden we zojuist. De prinses had het jongetje
gevonden en hem aangenomen als haar zoon. Ze gaf hem de Egyptische naam Mozes. Dat
betekent zoveel als “zoon” of “zoon van”. Maar ze laat over die Egyptische naam hebreeuws
licht schijnen. Ze zegt: “Mosjèh”. Dat betekent “getrokken”. En ze zegt: “Ik heb hem uit het
water getrokken”. Voor de joden die dit de prinses horen zeggen, is dit een goede grap. Ze
denken: “De prinses kent niet goed hebreeuws. Dit woord moet je niet passief vertalen. Alsof
er iets met dit jongetje gebeurt. Nee, je moet het actief vertalen. Dit jongetje doet zelf iets. Hij
trekt uit het water”. En dat is inderdaad een goede grap. Want dat gaat dit kind doen. Hij gaat
uit het water trekken. Door dit kind zit de bevrijding eraan te komen. Mozes wordt midden uit
de dood gehaald. Straks zal hij het volk daaruit trekken. Dat is nu nog niet te zien. Maar het
geloof ziet het en vertelt het als een grap.
Gebed
Bevrijdende God, U laat mij de verhalen van uw bevrijding van Israël leren. Laat mij zien dat
U nog steeds dezelfde Bevrijder en Redder bent. En leer me dan U te vertrouwen en te volgen.
Amen.
Om over na te denken.
Aan het kind dat in Bethlehem geboren werd, werd de naam Jezus gegeven. Dat had de engel
gezegd. Die naam betekent “God redt”. Zie je overeenkomsten met de naamgeving van
Mozes?
Om uit het hart te leren:
Hij zei tot “mij”: “Volg Mij”.
(Naar Lucas 9: 59)
Woensdag 29 februari
Lezen Exodus 4: 10 – 12.
Kan God wat met zijn volgelingen? Het lijkt alsof het Koninkrijk nooit zal komen. Ziekten
blijven en oorlogen gaan nooit weg. En in Nederland wordt het met de kerk al helemaal niks.
Op de zondagmorgen zie je meestal alleen maar grijze hoofden. En omdat het met de wereld
8
niet beter gaat, en de kerk op apegapen ligt, zal ik – veertiger – weinig kunnen bijdragen aan
wat voor verandering ten goede dan ook. En ook ik – jongere – kan wel inpakken. Ik heb nog
niet eens een diploma, ik heb nog niet bewezen. Met mij wordt het al helemaal niks.
Dat had je gedroomd.
Kijk eens naar Mozes. Die lijkt helemaal geschikt gemaakt te worden om het volk te redden.
Het begin is heel goed. Voor een dubbeltje geboren wordt hij een kwartje. Hij wordt prins. Hij
krijgt een prima opleiding aan het hof in een hoogstaande cultuur. Hij leert er redeneren en
discussiëren en hem worden de fijne kneepjes van de vechtkunst bijgebracht. En hij wordt
sterk. Als hij ziet dat een volksgenoot wordt mishandeld begint zijn koninklijke bloed te
bruisen en verslaat hij de vijand. Die man kan God gebruiken. Door die man kan Hij het volk
bevrijden. Wat een bruisende en bevrijdende kracht.
Maar nee, God kan deze man nu nog niet gebruiken. Hij is nu nog niet geschikt. Mozes moet
vluchten en dan veertig jaar achter zijn schaapjes aanhobbelen. Wat een belabberde opleiding.
Met wie moet hij in de stilte discussiëren? Met zijn schapen? Aan wie moet hij zijn verstand
scherpen? Wat een belabberde voorbereiding op de bevrijding.
En ja, als God Mozes dan roept, dan zegt de beste man dat hij volkomen ongeschikt is. Hij
kan niet meer praten. Natuurlijk kan hij niet meer praten. Die kunst is hij verleerd. En hij is
tachtig. Zijn haar is grijs en hij kan met pensioen. God komt te laat. Wat eerder opgebouwd
was, is nu al weer allemaal afgebroken. De man die voor een dubbeltje geboren werd, en toch
een kwartje werd, is nu geen stuiver meer waard.
Juist nu kan God Mozes gebruiken. Want het gaat niet om Mozes, maar om God. Het volk
moet niet op Mozes vertrouwen, maar op de God die Mozes in dienst neemt. Niet Mozes zal
bevrijden, maar God.
Volgelingen vertrouw op jullie Bevrijder!
Gebed.
Bevrijder en Redder, de melodie vind ik mooi en daarom zing ik naar hart lust: “Leer mij
volgen zonder vragen”. Maar eerlijk gezegd, zit ik vaak boordevol met vragen. Dan klopt niet
helemaal wat ik zing. Daarom bid ik : “ Laat mij U zo durven volgen dat ik U volkomen zal
leren vertrouwen. Want als ik U volkomen leer vertrouwen, dan zal ik gerust en stil zijn. En
wie stil is, is opgehouden zijn doorlopende vragen te stellen”. Amen.
Om uit het hart te leren:
Op U hebben onze vaderen vertrouwd, zij hebben vertrouwd, en U deed hen ontkomen.
(psalm 22: 5)
Donderdag 1 maart
Lezen Filippenzen 2: 5 – 11.
Gisteren zagen we dat God Mozes pas riep toen die geen knip voor de neus meer waard leek.
Het lijkt wel alsof dit de manier is waarop God werkt. De manier ook waarop Hij er voor
zorgt dat Zijn Koninkrijk komt. Kijk maar naar Jezus. Hij is de Zoon van God. Hij is de prins
9
van de glorie, zoals gezang 192 zingt. Hij was altijd bij God. Maar zijn Vader legt hem in een
kribbe. Geen koningswieg. De prins van de glorie neemt de gestalte aan van een slaaf. God
maakt de dingen alleen maar klein en gering. De troon wordt een kruis. Moet daardoor de
wereld gered en bevrijd worden? Langs die weg? Door dat mannetje? Ja, zo doet God dat. Hij
zorgt voor de Bevrijding door de dood heen.
Dat stelt toch niks voor. Dat beetje water waarin gedoopt ben. Klopt. Maar je weet het nu. Zo
werkt de grote God.
Gebed
O kostbaar kruis, o wonder Gods, waaraan de Prins der glorie stierf; ik wil om U zijn zonder
trots, ik acht verlies wat ik verwierf. En door zijn dood en door zijn bloed is nu de wereld
dood voor mij. Ik ben gestorven, maar voor goed van heel de dode wereld vrij. Amen.
Maaltijdtip:
Nodig gedurende deze vastentijd eenmaal iemand uit die (ook?) altijd alleen eet en het
misschien wel gezellig vindt om eens samen met anderen te eten.
Om uit het hart te leren:
“... kom hier, volg Mij”
(Lucas 18: 22)
Vrijdag 2 maart
Lezen: Exodus 14: 9 – 18
Nog zijn de Israëlieten niet van de Egyptenaren af. De situatie is volkomen hopeloos. Achter
het groepje vluchtende slaven zit het machtige leger van de Farao. Dat zal hen in de pan
hakken. En voor hen is de Schelfzee. Ga je die kant op dan betekent dat een zekere
verdrinkingsdood. Aan alle kanten wordt het volk dus bedreigd door de dood. Welke kant je
ook op gaat, aan de dood valt niet te ontkomen. Deze strijd valt niet te winnen.
Toch roept Mozes het volk op te vertrouwen. Nee, niet op het eigen verstand. Niet op de
redelijkheid van de farao met wie misschien wel te praten valt. Ook niet op de spierballen.
Ook niet op welke menselijke kracht of mogelijkheid dan ook. Mozes roept op om te
vertrouwen op God alleen. Ze zullen God moeten volgen richting het water. God zal voor de
redding zorgen. Hij alleen.
Gebed
God, we zouden alles wat goed en mooi is wel willen bewaren, maar er gaat zoveel kapot.
Mensen verdwijnen zomaar uit ons leven. Vriendschappen lopen stuk. Boeken vallen uit
elkaar. Foto’s verbleken. Herinneringen vervagen. We voelen ons kwetsbaar in zo’n wereld
waarin alles vergaat. Mensen kunnen ons maken en breken. En de dood laat niets van ons
over...
Doe ons vertrouwen op U. U was er voordat wij er waren en U zult er altijd zijn. Doe ons
verrtrouwen op uw liefde die ons altijd vasthoudt en ons doet leven, ook als we denken te
vergaan. Amen.
Om uit het hart te leren.
Tot U hebben zij geroepen, en zij werden gered, op U hebben zij vertrouwd en zij zijn niet
beschaamd. (psalm 22: 6)
10
Zaterdag 3 maart
1 Korinthiërs 10: 1 – 13.
De redding door het water van de Schelfzee heen is geweldig geweest. De redding was er
voor alle mensen in Israël, groot en klein, oud en jong, arm en rijk. Je hoort dat Paulus, als hij
aan die geschiedenis denkt, ook nadenkt over de doop. Want ook in de doop wordt ons gezegd
dat we door God gered zijn uit een volkomen hopeloze situatie door de Here Jezus. Zonder de
Here Jezus zouden we nooit in het beloofde land kunnen komen. Hij alleen redt ons van zonde
en dood. Dat vertelt de doop ons.
Maar als je gedoopt bent, of als kind, of als volwassene, ben je er nog niet. Nee, je hebt nog
een weg te gaan. Dat is de weg achter Jezus aan. De spannende vraag is of je dat zult doen.
Ook Israël had nog een weg te gaan, nadat het door de Heer zo wonderlijk bevrijd was. Maar
dacht je dat ze de Heer volgden? Niks hoor. Kwamen ze toen allen aan in het beloofde land?
Nee, zegt Paulus.
Ook jij wordt opgeroepen de Heer te volgen. Wil je niet? Paulus geeft je door wat de
gevolgen zullen zijn. Daarom roept hij je nog eens op volgzaam te gehoorzamen en
gehoorzaam te volgen.
Gebed
U neemt ons mensen wel heel serieus. Leer mij ook U serieus te nemen. Want als ik een beetje
nadenk over mijn volgen van U, dan neem ik dat niet altijd ernstig. Ik vergeet vaak te bidden.
Uw boek staat vaak dicht in de boekenkast. En bij beslissingen die ik moet nemen komt het
nauwelijks in me op me de vraag te stellen wat U daar van vindt. Heilige God, leer mij toch
vandaag een betere volgeling te worden van uw lieve Zoon dan gisteren. Amen.
Om uit het hart te leren:
Vlees en bloed kunnen het Koninkrijk van God niet beërven en het vergankelijke beërft de
onvergankelijkheid niet. (1 Korinthiërs 15: 50)
11
VOLGEN DOOR HET WATER IS LOPEN OVER WATER
Zondag 4 maart
Lezen: Matteüs 14: 22 - 26.
Er kwam niet alleen in de geschiedenissen van Noach en Mozes heel wat water voorbij. Ook
in de geschiedenis van Jezus komen we in aanraking met water. Deze, die we zopas lazen, is
wel heel merkwaardig. Jezus loopt over de zee heen. Dat kost ons heel wat hoofdbrekens.
Geef maar toe dat het volgens ons verstand niet kan. De ervaring die we in de natuur opdoen
leert ons anders. Nu denken we weleens dat de mensen vroeger veel simpeler dachten. We
denken dan bijvoorbeeld dat de zoon van Petrus, als Petrus hem deze geschiedenis zou
vertellen, het hele verhaal als zoete koek zou slikken. Maar wat denk je, zou die jongen van
Petrus niet weten dat je nog geen één stap op het water kan zetten? Tuurlijk weet hij dat! En
zijn vader, Petrus, weet het ook. Hij kan daarom zijn ogen niet geloven als hij die verschijning
over het water ziet gaan. Zijn wereld staat volkomen op zijn kop. Dit kan niet! Dit mag niet!
De angst slaat hem om het hart. Het oude vertrouwde en het zekere, kennen geen vastigheid
meer. Help! Help een spook! Wat moet hij anders schreeuwen!
Arme Petrus. Probeer je eens in hem te verplaatsen. Hij zal als ooggetuige deze geschiedenis
straks moeten vertellen aan zijn kinderen en de mensen in Jeruzalem. Hoe zal hij zich dan
voelen?
Vraag: Hoe zou jij je dan voelen als je Petrus was?
Gebed.
Grote God,
U hebt als een kundig architect ons de natuurwetten gegeven waaraan alle dingen zich met
een preciese nauwkeurigheid houden. Voor die zekerheid in het leven danken we U.
U laat ons er ook mee spelen. Dank U wel dat U ons ermee laat bouwen door allerlei
technieken te bedenken.
Maar we raken ook wel eens verbijsterd, als Petrus, als we in uw boek van die wonderlijke
geschiedenissen horen die niet passen binnen de wetten van de natuur zoals wij die kennen.
Dat kunnen we eigenlijk niet geloven, met onze ogen en oren niet, die U hebt laten werken
volgens diezelfde wetten.
Wil ons dat maar niet aanrekenen.
Leer ons voor alles dat U onze redding op het oog hebt,
En dat U daarvoor dan zelfs al uw eigen wetten met de voeten treedt.
Leer mij voor alles, dat U voor mij de vrede op het oog hebt.
Een vrede die alle verstand te boven gaat.
Dat bid ik om Jezus’ wil.
Amen.
Om uit het hart te leren naar Johannes 1: 44
En Jezus zei tot “jou”: “Volg Mij”.
12
Maandag 5 maart
Lezen: Matteüs 14: 28, 29.
Nu moet je niet denken dat geloven een makkie is. Iets van: dat-fiks-ik-wel-even. Geloven is
net als over het water lopen. En dat doe je niet zo maar eventjes. Dat weet Petrus heel goed.
Hij zegt daar niet: “Wacht maar Heer, dan kom ik wel even naar U toe”. Nee, hij is erg
onzeker. En hij weet dat zijn vertrouwen alleen bij Jezus zelf vandaan kan komen. Daarom
zegt hij: “Heer, als U het bent“. Hoor je wel, hij is nog steeds onzeker en bang. Hij vertrouwt
het zaakje nog lang niet. Daarom zegt hij: “Als”. “Heer, - als - U het bent, zeg me dan dat ik
over het water naar u toe moet komen”. Jezus moet het zeggen. Jezus moet het vertrouwen
geven door Petrus de opdracht te geven.
Maar vervolgens moet Petrus wel de stap zetten. Zet hij die stap uit de boot niet, dan zal hij
niet leren vertrouwen. Hij zal alleen zekerheid krijgen, wanneer hij gehoorzaamt aan het bevel
van Jezus: “Kom!” Eerder zal hij niet weten dat het water ook hem zal dragen.
Velen zeggen, dat ze niet kunnen geloven. Daarmee trap je een open deur in. Dat gaat ook
niet zo maar. Je kunt alleen geloven als je eerst gehoorzaamt. Dat is misschien tegenwoordig
een vies woord: “gehoorzamen”. Maar de geschiedenis van Petrus leert ons vandaag dat het
zo werkt. Jezus zegt: “Kom!”. Petrus hoort. Petrus gehoorzaamt en komt. Nu weet hij het.
Zo gaat dat vandaag nog steeds. Jezus zegt: “Kom tot Mij, allen ...!” Jezus zegt: “Bid, klop,
zoek, volg, ga, doe, hoor”. Als je dan niet komt, bidt, klopt, zoekt, volgt, gaat, doet of hoort,
zul je ook nooit geloven. Bonhoeffer zei: “Alleen de gehoorzame gelooft”. Hij had het hier
geleerd van Petrus.
Vraag: Als jij niet kunt geloven, zou dat dan er mee te maken kunnen hebben, dat je niet doet
wat Jezus zegt? Wat doe jij bijvoorbeeld niet wat Jezus jou wel opdraagt?
Gebed
Here Jezus,
Ik vind het vaak moeilijk om te geloven en u van harte te vertrouwen.
En ik weet ook wel hoe dat komt.
Ik hoor u wel roepen, maar ik zet de stap niet naar U toe.
Dat komt omdat ik het zo druk heb, dat komt omdat ik me schaam, dat komt omdat ik
gemakzuchtig ben, dat komt omdat ... ja ik kan wel duizend redenen en uitvluchten bedenken.
En zo kom ik geen stap verder.
Daarom bid ik U: wil mij vandaag opnieuw roepen, en mij door dat aanhoudende roepen zo
sterk maken dat ik het durf.
U gehoorzamen.
Amen.
Om uit het hart te leren:
Jezus zegt: “Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt, loopt nooit meer in de duisternis,
maar heeft licht dat leven geeft” (Johannes 8: 12)
Dinsdag 6 maart
Lezen: Matteüs 27: 33 – 44.
Jezus liep over het water en de discipelen hadden gezegd dat hij de Zoon van God is. Maar nu
valt hij door de mand. Laat het zo zijn dat hij anderen heeft gered, zichzelf kan hij niet redden
13
door van het kruis te komen. Voor iemand die over het water kan lopen, moet dat toch een
fluitje van een cent zijn. Maar hij doet het niet. Kan hij het niet?
Hier kun je alleen iets van begrijpen als je geleerd hebt wat gisteren gezegd is. Je zult het
spoor helemaal bijster raken, wanneer je in je eigen vragen en gedachten gaat omspitten. Je
zult alleen dan kunnen geloven wanneer je ook hier hoort naar het woord van Jezus en zijn
Woord met je denken en je hart volgt.
Want wat hier gebeurt, dat had Jezus zelf al vier keer aangekondigd. Hij had gezegd, dat Hij
naar Jeruzalem moest gaan en daar veel moest lijden van de kant van de leiders van het volk
en gedood worden en op de derde dag opgewekt worden. Hij had dus zelf gezegd dat het zo
zou gaan. En dit spotten van de mensen, dit belachelijk maken, dit uitlachen, dit krenken, dat
hoort bij het lijden van deze Zoon van God. En nogmaals: Hij had het zelf zo gezegd, dat het
zo zou gebeuren.
Maar wat denk je, zou dit een vorm van over het water lopen kunnen zijn? Dat de Zoon van
God zoiets doet! Dat is te gek voor woorden. En wat moet ik daar mee? Kan ik daar bij
komen? Is dat ook over het water lopen?
Gebed
Here Jezus, ik denk wel eens dat je voor geloven in de wieg moet zijn gelegd. Want het lukt me
soms niet. Of het lukt me vaker helemaal niet. Vroeger wisten mijn opa en oma het. Zij zeiden:
het is genade. Ze wisten: er is genade nodig om genade aan te nemen. Zij leerden: geloven is
een gave. Ik bid U: wil mij de gave van het geloof geven. Amen.
Om uit het hart te leren:
Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet zou bezwijken. En u, als u eenmaal tot bekering
bent gekomen, versterk dan uw broeders. (Lucas 22: 32)
Woensdag 7 maart
Lezen: Matteüs 26: 26 – 29.
Wat het lijden aan het kruis en zijn sterven betekent, heeft Jezus zelf onderwezen en gevierd.
Vlak voor dat hij naar Golgotha ging, vierde Hij het feest van de bevrijding uit Egypte, het
Paascha. Hij kleurde de oude gebruiken heel anders in. Hij nam een brood en een beker wijn
en zei: “Dit brood en deze wijn betekenen mijn lichaam en bloed. En zoals dit brood gebroken
wordt en deze wijn uitgegoten wordt, zo zal mijn lichaam afgebroken worden en mijn bloed
vloeien”. Je hoort hierin dat Jezus nu voor de vierde keer zijn eigen lijden en sterven
aangekondigt. Maar deze keer vertelt Hij er nog eens duidelijk bij waarom en waarvoor dit
gebeurt. Het gebeurt tot vergeving van zonden. Door deze daad van Jezus worden alle
schulden ongedaan gemaakt.
Maar hoe kan dat nu? Als ik gisteren iets goed fout heb gedaan, en daar vandaag de wrange
vruchten van pluk, dan kan ik dat toch nooit ongedaan maken. Ik kan niet terug naar gisteren.
Onmogelijk! Dat Jezus dit doet, dat is als lopen over het water. Onmogelijk. Dat ik daar dan
bij zou kunnen, dat dit voor mij gebeurt, dat is al even onmogelijk. Dat is als lopen over het
water naar Jezus toe. Ongelofelijk.
Tja, dat kun je ook niet zo maar eventjes geloven. Weet je nog dat Jezus Petrus opdracht gaf
om te komen, en dat Petrus gehoorzaamde en zo leerde vertrouwen? Zo gaat het ook nu. Jezus
zegt: “Neemt, eet, dit is mijn lichaam”. Hij zegt: “Drinkt, allen daaruit, want ... “. Je zult het
niet eerder kunnen geloven, wanneer je niet antwoordt aan dit gebod van Jezus. Alleen degene
die gehoorzaamt, die neemt, eet en drinkt, die zal geloven.
14
Vraag: Zou het kunnen zijn, dat het daarom suddert met het geloof van velen, omdat velen het
avondmaal dat Jezus juist gaf om je geloof te versterken, verwaarlozen?
Gebed
Here Jezus,
als ik niet eet, sterft mijn lichaam,
als ik niet adem, stik ik,
als ik niet drink, kom ik om van de dorst.
Dat is nogal wiedes.
Maar hoe komt het, dat ik denk dat mijn geloof wel blijft leven zonder uw voeding en zonder
uw adem?
Nu wil ik U danken, omdat U mij gebiedt te eten en te drinken. Amen.
Om uit het hart te leren:
Bij het brood gebiedt Jezus: “Neemt, eet, dit is mijn lichaam”.
Bij de wijn gebiedt Hij: “Drink allen hieruit, dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat
voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden”.
Donderdag 8 maart
Lezen: Johannes 12: 20 – 33.
Nog eens horen wij wat het kruis van Jezus betekent. En ook hier zegt niet ons verstand dat,
of ons gevoel. Nee, Jezus zegt het zelf. Er zijn enkele Grieken die over Jezus gehoord hebben
en Hem graag eens zouden willen zien. Dat hebben ook wij wel. Dan zeggen we, als ik er nou
bij geweest was, en als ik nou Jezus eens met eigen ogen had kunnen zien, dan zou geloven
wat makkelijker gaan. Maar Jezus wijst het verzoek van de Grieken af. Hij wijst ook onze
onderliggende wens af. Het gaat er niet om dat wij weten hoe Jezus eruit heeft gezien. Het
belangrijkste is wat Hij gedaan heeft voor ons. Dat leert Hij ons hier. Als Hij over de
kruisiging praat, noemt Hij dat een verhoging van de aarde. Dat kun je je ook wel voorstellen.
Aan het kruis hangt Hij tussen hemel en aarde. Maar hoe noemt Hij de dood die Hij sterft
dan? Wat gebeurt daar als Hij sterft? Hij noemt dat: “Als Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik
allen tot Mij trekken”.
Hoor je dat goed?!. Als Jezus sterft, dan trekt Hij jou op zijn kruis. Dan trekt Hij jou in zijn
dood. Hij trekt je in zijn vergeving. Hij trekt je in zijn weg die vrij is van jouw schuld. Hij
trekt jou in Zijn Koninkrijk. Hij trekt je in Zijn leven met de Vader. Hij trekt je in zijn
Opstanding.
Ja, vergeet ook dat niet. Want Jezus zei inderdaad dat Hij moest lijden en sterven, maar ook
dat Hij na drie dagen moest opstaan. Als Jezus jou tot zich trekt, dan trekt Hij jou ook in zijn
opstanding.
En opstanding dat is over de dood heen lopen. Vergeleken daarbij is lopen over het water een
makkie.
Gebed
Here Jezus, nee het geloof trekt mij niet zo. Ik vind het te vaag. Een andere keer vind ik het
simpel of saai. Maar als ik hopeloos in de knoop zit, of in de war ben, of aan de grond zit, dan
trek ik het niet en kan ik me zelf niet uit het moeras trekken. Alleen U kunt dat. En U doet het
ook. Dat zegt U mij. En U zegt: “Allen”. U trekt allen tot U. Ook mij. Dank U. Amen.
Om uit het hart te leren:
“Als Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik allen tot Mij trekken”. (Johannes 12: 32)
15
Vrijdag 9 maart
Lezen: Romeinen 6: 3 – 9.
Wat betekent het voor mij dat ik gedoopt ben? Helene Vonck vertelt:
Lang geleden, toen ik nog een kleine baby was, hebben mijn ouders mij laten dopen.
Natuurlijk was ik mij daar toen zelf allerminst van bewust.
Toch vond ik het altijd heel mooi als er in de kerk een baby gedoopt werd en we daarna
zongen : “Er is gedoopt! Wij allen zijn verbonden…..(gezang 335 vers 9).
Later, veel later, na de nodige hobbels in mijn leven wilde ik zelf niets liever dan ‘ja’ zeggen
tegen mijn doop, toen bijna 40 jaar geleden. Heel bewust ‘ja’ zeggen tegen het volgen van
Jezus, dat mocht iedereen wel weten. Mij verbonden willen voelen met die mensen die ook
geloofden. Het gevoel wat toch enige tijd verstoord was geweest door meerdere factoren was
nu sterker dan ooit. Ik was me ervan bewust dat het bij me hoorde, geloven.
Als iemand mij voor ik ziek werd gevraagd zou hebben :”Zou je die last kunnen dragen?”
denk ik dat ik die vraag volmondig zou hebben moeten beantwoorden met “nee”. Maar
gaandeweg de tijd werd meer en meer duidelijk dat ik me wonderwel staande hield in deze
complexe situatie van ziek zijn.
Dat zou ik alleen nooit gekund hebben.
Ik vond een mooie uitspraak over de betekenis van de doop: Wanneer jij je laat dopen, laat je
van buiten zien welke beslissing je van binnen genomen hebt.
Welnu, gedoopt was ik al, dat was fijn, daar hoefde ik niets meer aan toe te voegen, maar
omdat ik me nu zo gedragen voelde wilde ik mijn doop bevestigen door belijdenis te doen.
Zodat iedereen kon zien dat ik God wilde volgen. Ik kon anderen laten zien dat dit voor mij
belangrijk was.
Voor mij betekent het dat ik op een hele grote schaal een klein steentje bij mag dragen, ik
hoop dat ik kan laten zien dat wanneer het leven niet altijd meer zo makkelijk is dat je toch
weer bij God aan mag kloppen en Hem mag vragen om hulp, Zijn hand vast mag pakken en je
gedragen mag weten. Door mijn doop en mijn belijdenis weet ik dat ik nooit, echt nooit alleen
ben. Meer troost kan ik me niet wensen!
Gebed
Lieve God,
U bent niet ver, U bent dichtbij,
Dichtbij elk mensenkind.
Dit lied zongen we vroeger vaak op school. Zo’n mooi lied, met zo’n treffende tekst.
Wat er in ons leven ook gebeurt, U bent dichtbij. Op mooie momenten, zoals bij onze doop en
de belijdenis. Maar ook op de moeilijke momenten in ons leven mogen we U dichtbij weten. In
tijden van verdriet, of als we iemand verliezen die ons dierbaar is. En zoals ik het zelf heb
mogen voelen, op het moment dat gezondheid niet meer vanzelfsprekend is.
Fijn dat U altijd dichtbij bent, daaruit mag ik veel troost en steun putten, dank U wel,
Amen.
Om uit het hart te leren:
Hoe groot is de liefde die de Vader ons betoond heeft! Wij worden kinderen van God
genoemd, en we zijn het ook!
(1 Johannes 3: 1)
16
Zaterdag 10 maart
Lezen: Marcus 16: 15 en 16.
Dopen gebeurt meestal in de kerk door een dominee. Als dominee Buskes een kind gedoopt
heeft, vertelt hij in de preek: “En de naam van Jezus werd met mijn naam verbonden. Toen ik
een kind was van een paar weken, niets wist, niets kon dan slapen, huilen en drinken. Ja, zo
ben ik gedoopt. Zo bent u gedoopt. God was de God van mijn vader en moeder. Hij wilde ook
mijn God zijn.
En nu ben ik zelf vader en Hij wil de God van mijn kind zijn. Dat is troost. Ik mag aan Gods
liefde nooit twijfelen. God wil mijn Vader zijn. …
God is begonnen en dit begin van God is het begin van uw en mijn leven. Daar is ook een
boek over te schrijven. Begin!
Wat er in uw leven later ook gebeurd is, wat u ook gezworven en geknoeid en gezondigd hebt
– gruwelijk en goddeloos vaak – dit begin is nooit ongedaan te maken en tot dit begin mag u
altijd terugkeren. In donkere uren is het vaak moeilijk te aanvaarden, dat ook ons verknoeide
en schuldige leven gered kan worden. Dan is het groot en heerlijk, dat wij ons vast mogen
houden aan de over ons uitgesproken doopbelofte van God.
In de doop ligt al alle zaligheid opgesloten. Daarom is het waar, dat een christen nooit boven
zijn doop uitkomt en dat het leven van een christen een dagelijks terugkeren tot het begin is,
het begin, dat God in onze doop met ons gemaakt heeft.
Wat de toekomst brengen zal? Ik weet het niet. Wat dit kind in zijn leven ondervinden zal? Ik
weet het niet, evenmin als ik het weet van mijn eigen kind en van mij zelf.
Maar één ding weet ik: wij zijn in Christus Jezus gedoopt. Wij hebben een trouwe God en
Vader en een rijke Zaligmaker. Wij bergen ons zelf en onze kinderen bij Jezus Christus.
Gaat het dan zo gemakkelijk? Zijn en blijven wij dus kinderen van God omdat wij gedoopt
zijn? Ja, als u het gelooft!
Tot dat geloven roept de doop ons op, vooral de doop zoals hij vroeger bediend werd door
onderdompeling! Die onderdompeling wilde zeggen: u moet verdrinken, om God waarlijk toe
te behoren. Uw eigen ik moet er aan, uw eigen, zelfzuchtige, zelfgenoegzame, egoïstische,
hoogmoedige ik. Dat moet verdronken worden. Dat gaat niet zo makkelijk. Dat kost veel. Dat
heeft Jezus zijn leven gekost.
Daarom worden wij in Christus Jezus gedoopt.
De doop roept ons op, elke dag ons zelf te laten onderdompelen in de vergevende liefde van
Christus, elke dag ons zelf te laten reinigen en vernieuwen door zijn kracht.
Wie gelooft, die heeft het!”
Gebed van Luther:
Ik dank U, mijn Heer Christus;
met hart en mond
prijs en loof ik U voor de wereld,
dat U het bent, die mij genadig is en helpt.
Want zo heb ik het aanvaard
in de doop:
dat U mijn Heer en God zou zijn
en niemand anders. Amen.
Om uit het hart te leren:
Toen u gedoopt werd bent u immers met hem begraven, en met hem bent u ook tot leven
gewekt, omdat u gelooft in de kracht van God die hem uit de dood heeft opgewekt.
(Kolossenzen 2: 12)
17
VOLGEN DOOR HET WATER IS JEZUS OP NUMMER ÉÉN ZETTEN
Zondag 11 maart
Marcus 10: 13 – 20.
Petje af voor deze jongen. Nadat Jezus geleerd had dat je het Koninkrijk slechts kunt
ontvangen als een kind, komt deze jongeman naar Hem toe. Hij vraagt Jezus wat hij moet
doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven. Wie stelt er vandaag nog zulke vragen? Het
zijn vragen die je moet leren stellen. Je leert het hier van een jonge vent. Een brommer,
scooter of glimmende bolide, prachtig. Hun doel: ze brengen je van A naar B. Maar brengen
ze je ook op de bestemming van je leven? En wat is die eindbestemming dan? Hij heeft een
schitterend huis. Misschien ook nog een mooie villa in Zwitserland. Huizen genoeg. Maar zal
hij aan het eind van zijn leven ook Thuiskomen? Ja, hij mag zich rijk noemen omdat hij goede
vrienden heeft. Hij is overal welkom en als hij valt vangen ze hem altijd op. Maar vangen ze
hem ook op wanneer hij uit dit leven valt? Dit leven biedt deze jongeman veel. Maar niet
alles. Daarom leert hij vragen naar het eeuwige leven. Wat moet hij doen om zijn
eindbestemming te halen en Thuis te komen? Petje af voor deze jongen.
Jezus antwoordt en wijst hem de weg. Ga die weg en je komt er. Houd van God en hou van je
naaste.
En die jongen antwoordt: Dat doe ik al sinds dat ik een kind ben. Ik houd van God en ik houd
van mijn naaste.
Petje af voor deze jongen!
Vraag:
Kun jij dit deze jongen nazeggen?
18
Gebed van moeder Theresa.
Wilt U mijn handen, Heer, om vandaag de armen en de zieken te helpen?
Heer, vandaag geef ik U mijn handen.
Wilt U mijn voeten, Heer, om vandaag iemand die een vriend nodig heeft te bezoeken.
Heer, vandaag geef ik U mijn voeten.
Wilt U mijn stem, Heer, om vandaag zij die dat nodig hebben te vertellen van uw liefde.
Heer, vandaag geef ik U mijn stem.
Wilt U mijn hart, Heer, om vandaag zonder uitzondering iedereen lief te hebben.
Heer, vandaag geef ik U mijn hart. Amen.
Om uit het hart te leren:
Wie mij dient moet Mij volgen: waar Ik ben zal ook mijn dienaar zijn, en wie Mij dient zal
door de Vader geëerd worden.
Johannes 12: 28m
ijn h
anden, Heer?
Maandag 12 maart
Lezen Marcus 10: 20 – 22.
Geeft die jongen zo’n mooi antwoord. Maar vergeet niet, dat de Heer ons beter kent dan wij
onszelf kennen. Daarom vraagt Hij nog even door. Er is nog één ding dat de jongeman
ontbreekt. Is dat zo erg? Ja, dat is erg, want zo bereikt hij zijn bestemming, het eeuwige leven,
niet. Dat is net als met een auto. Daar hoeft alleen maar één ding aan te ontbreken en je komt
niet daar waar je moet zijn. Alles O.K. Alleen maar geen benzine. Zo kom je echter niet op je
bestemming.
Wat ontbreekt die jongen nu? Heb je al geleerd dat het in de geboden om de liefde gaat? Als
Jezus een samenvatting van de geboden geeft, dan zegt Hij dat je God lief zult hebben en de
naaste als je zelf. Dat weet die man ook wel. En nu krijgt deze rijke man de opdracht om alles
te verkopen en het geld van de verkoop aan de armen te geven. Kan hij dat? Hij gaat bedroefd
weg. Want waarschijnlijk kan hij dat niet. En wat laat hij dan zien? Dat zijn grootste liefde
niet uitgaat naar God en de naaste, maar naar zijn geld. God staat niet op nummer één. Het
geld staat op het erepodium. Daar houdt hij het meest van.
Maar hij kan er van genezen. Dan moet hij een vreselijk zwaar medicijn nemen. Hij moet
alles wegdoen. Dan pas zal hij Jezus kunnen volgen.
Hij lijkt het niet te kunnen. Het is alsof hij over water moet lopen.
Maak de balans op:
Hoeveel tijd heb je vandaag besteed aan jezelf, aan een ander en aan God?
Gebed van Franciscus van Assisi.
O Heer, maak mij een werktuig van uw vrede:
zodat ik liefde verspreid waar men elkaar haat,
dat ik vergeef waar men elkaar beledigt,
dat ik verenig waar men strijdt,
dat ik de waarheid spreek waar dwaling heerst,
dat ik het geloof breng waar twijfel terneer drukt,
dat ik hoop wek waar vertwijfeling heerst,
dat ik Uw licht ontsteek waar duisternis is,
dat ik vreugde breng waar leed woont.
O Heer, laat mij er naar streven
19
niet dat ik getroost word, maar dat ik troost breng,
niet dat ik begrepen word, maar dat ik de ander versta,
niet dat ik geliefd word, maar dat ik liefheb.
Want wie geeft, ontvangt,
wie zich zelf vergeet, die vindt,
wie vergeeft, hem wordt vergeven
en wie sterft, ontwaakt ten eeuwigen leven,
door Jezus Christus. Amen.
Dinsdag 13 maart
Lezen Marcus 10: 23 – 27.
De rijke jongeman wilde deel krijgen aan het eeuwige leven. Je zou kunnen zeggen: hij wilde
sparen voor later. Hij wilde een mooi pensioen opbouwen in de hemel. Jezus zei dat hij dat hij
geld moest wegzetten. Hij moest het naar de bank van de armen brengen en dan zou het
renderen in de hemel. “U zult een schat in de hemel bezitten”, zei Jezus. Hoeveel rente heb jij
al gespaard in de hemel?
Die vriendelijke jongen ging bedroefd weg. Waarschijnlijk heeft hij wel van Jezus begrepen
dat hij niet alles weg hoefde geven. Maar hij was rijk. En waarschijnlijk kon hij ook niet een
deel van zijn bezit in de armen investeren. Daarop zei Jezus dat het moeilijk voor mensen met
geld is om het Koninkrijk van God binnen te gaan.
Het is zelfs makkelijker voor een kameel dat die door het oog van de naald gaat, dan dat een
rijke het Koninkrijk van God binnengaat. Ja, wie komt dan binnen?
Gelukkig zegt Jezus dat dit onmogelijk bij de mensen is, maar dat het mogelijk bij God is. Dat
is een pak van mijn hart. Dan zeggen we: niemand kan de hemel verdienen, maar God houdt
zoveel van ons en Hij zorgt er voor dat we de eindbestemming halen. Dat is Zijn genade.
Dat is een mooie gedachte. En er zit veel waars in. Maar weet je, dan blijft die jongen zitten
waar hij zit en hij verroert zich niet. Hij wordt nooit een volgeling van Jezus. Jezus komt zo
voor hem nooit op nummer één. Genade wordt dan wel erg goedkoop.
Zou God er voor kunnen zorgen dat die jongen toch een fiks deel van zijn vermogen
investeert in de armen, dan komt en Jezus volgt? Bij God zijn alle dingen mogelijk. Zijn
genade is gratis, maar nooit goedkoop.
Gebed van moeder Theresa.
Maak ons waardig, Heer,
tot de dienst aan onze medemensen,
die leven en sterven in armoe en honger.
Geef hun heden
door onze handen
hun dagelijks brood
en door onze begrijpende liefde,
vrede en vreugde. Amen.
Vraag: Jezus zegt tegen de rijke man: doe eerst dit en “kom hier en volg Mij”. Wat moet jij
eerst doen om Jezus te kunnen volgen?
20
Woensdag 14 maart
Lucas 14: 25 – 27.
De leerlingen van Jezus waren de wereld ingetrokken om ons leerlingen van Jezus te maken,
die Hem op één zetten en Hem volgen. Er zal nog heel wat water door het Prinses
Margrietkanaal stromen voordat we dat echt doen. Wie staat er bij jou op nummer één in je
leven? Is dat je moeder of je vader? Of is het je man of je vrouw? Of je kind of kinderen? Of
houd je het meest van jezelf? Wie kan dan zijn volgeling zijn?
Je kunt hier natuurlijk alles van vinden. Prima. Je vindt dit een te zware preek? O.K. Geef dan
in ieder geval dit toe. Het is eerlijk. Jezus vertelt je hoe moeilijk het is om zijn volgeling te
zijn. Als je wat Hij je hier zegt, niet kunt opbrengen, begin er dan niet aan. Bezint eer ge
begint. Blijf zitten waar je zit. Want wie dit gaat doen, die gaat een kruis dragen. Maar
bedenk dan ook dit. Voor wie een kruis draagt, wordt het ook echt Pasen.
Gebed uit “it lieteboek foar de tsjerken”, gezang 473: 1 en 10.
Nim myn libben, lit it, Hear,
jimmer wijd wêze oan jo ear’,
ta jo tsjinst bestel ik bliid
al myn oeren en myn tiid.
Nim myn leafde alhiel, o God,
wês har heechste en djoerste skat.
Wat ik bin en wat ik ha
bring ik nei jo alter ta. Amen.
Om uit het hart te leren:
Wie niet zijn kruis draagt en achter Mij komt, kan mijn discipel niet zijn. (Lucas 14: 27)
Donderdag 15 maart
Lezen: Jesaja 43 : 1 - 7
Eerlijk gezegd vind ik het niet eens zo makkelijk om te verwoorden wat de doop voor mij
betekent. Ik denk dat ik maar het beste bij het begin kan beginnen. Het waren uiteindelijk
mijn ouders, die er voor kozen om mij te laten dopen, toch? Ik besluit daarom mijn babyboek
te pakken, waarin mijn doopkaart al die jaren is bewaard. Als ik echter even door het boek
blader, valt mij nu pas op hoe christelijk getint dit boek eigenlijk is. Op de voorkant staat met
grote letters ‘Onze baby is een gave Gods’. Als ik verder blader kom ik al snel een flinke
hoeveelheid tekst tegen, waarin mijn ouders o.a. wordt uitgelegd welke regels zij in acht
moeten nemen bij een christelijke opvoeding. Ik vermoed dan ook dat dit boek is uitgereikt
aan mijn ouders, toen ik gedoopt ben. ‘k Zal het mijn moeder gauw eens vragen.
En ja, zie daar, mijn doopkaart. Bijna drie maanden na mijn geboorte ben ik op 26 februari
1967 gedoopt. Zelfs het kerkblaadje van de Hervormde Gemeente Noordbergum is bewaard
gebleven. Er staat in geschreven: ‘Want is het geen feestelijk gebeuren wanneer een klein en
weerloos mensenkind het teken mag ontvangen dat God zijn bondgenoot is?
Eigenlijk is deze vraag voor mij ook een antwoord op de vraag wat het voor mij betekent dat
ik gedoopt ben! Want omdat mijn ouders er voor kozen mij te laten dopen, heb ik een teken
mogen ontvangen dat ik bij Hem mag horen. En dat alles in de naam van de Vader, de Zoon
21
en de Heilige Geest. Hoe klein ik toen ook nog maar was, ik mocht door het water heen weten
dat God mijn bondgenoot wil zijn.
Maar met dit teken alleen ben je er nog niet. Mijn ouders hebben bij mijn dopen beloftes
gedaan. En beloftes moet je immers nakomen. Ik denk dat ze daar goed in geslaagd zijn. Ik
heb uiteindelijk niet zomaar mijn belijdenis gedaan. Daarmee bevestigde ik ook de keus van
mijn ouders en liet ik met een hardop JA aan God en gemeente weten dat ik bij Hem wil
horen en Hem wil volgen, mijn leven lang.
De tekst, die naar mijn weten op elke doopkaart staat, is: “Ik heb u bij uw naam geroepen, gij
zijt Mijn”. (Jesaja 43:1). Wat een feest dat we mogen weten dat Hij onze naam roept en wij
bij Hem mogen horen. Zo kwam ik op internet een tekst tegen, die hier goed bij aansluit. Ik
heb er een gebed van gemaakt. Graag wil ik hiermee afsluiten:
God, we hoeven niet naar U op zoek te gaan.
Nee, U zoekt ons!
God , we hoeven niet eerst bij u aan te kloppen.
Nee, U klopt op de deur van ons hart!
God, we hoeven ons niet af te vragen of we wel naar u toe mogen gaan.
Nee, U staat al op de uitkijk!
God, we hoeven niet eerst iets te doen.
Nee, U hebt alles al volbracht!
Amen
Om uit het hart te leren:
“Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt Mijn”. (Jesaja 43:1).
Tineke Elzinga
Vrijdag 16 maart
Lezen: Psalm 37: 1 – 9.
Mijn wiegje stond op de Heerenweg 36. In hetzelfde huis waar we nu nog wonen. Mijn
ouders helemaal blij met dit 'lytse famke'. Ze hielden mij dan ook al snel na de geboorte ten
doop. Ze hadden immers het beste met mij voor. Ook wilden zij voldoen aan de bijbelse
opdracht . Ik had er geen weet van. Maar wat ben ik er blij om dat mijn ouders me geleerd
hebben wie Jezus was.
22
Later ga je naar school, de kerk, catechisatie. Daar hoor je ook de bijbelse verhalen. In die tijd
bestond er nog geen kindernevendienst. Ik snapte er dan ook niets van in de kerk. Maar toch
doordat je ouders je meenamen werd je op één of andere manier vastgehouden. En niet te
vergeten de mooie groep jeugd die we in die tijd hadden. De betrokkenheid bij kerk en geloof
bleef.
Toen ik achttien jaar was heb ik belijdenis gedaan. Dit was voor mij een bewuste keus. Een
ja-zeggen op mijn doop. Eigenlijk was mijn belijdenis een belangrijk moment in mijn leven.
Ik wilde mijn weg verder met God. Op Hem kun je vertrouwen. Helaas kun je dat niet altijd
zeggen van mensen. Vandaag heeft u dat ook kunnen lezen in de Psalm. Deze Psalm geeft
eigenlijk de betekenis van de doop. Je levensweg met Hem gaan. Hem in je leven willen
volgen. Dat dit soms best moeilijk is geef ik gelijk toe. Maar Hij geeft ons elke dag een
nieuwe kans. Pak die kans, vol vertrouwen, dan zal Hij u helpen.
Gebed.
Heit yn'e Himel tankjewol dat jo my âlders jûn ha dy't my dope litten ha. Sa mocht ik jo
kennen leare. Hiel graach wol ik in folgeling fan jo wêze. En dêrom freegje ik wolle jo my
dêrby helpe.
Faaks tink ik bin ik it wol wurdich om jo namme te dragen? Mar dan lês ik yn'e Bibel dat jo
foar sûnders stoarn binne oan it krús. Dat betsjut ek foar my. Tankjewol !!
Heare wol jo Hillige Geast waaie litte oer hiel Sumar sadat ek mear minsken jo folgeling
wêze wolle. En mei it sa wêze dat wy as gemeente dat ek utstriele.
Amen.
Om uit het hart te leren:
Wentel uw weg op de Here en vertrouw op Hem, en Hij zal het maken.
(Psalm 37: 5)
Anneke Teijema.
Zaterdag 17 maart
Lezen Marcus 10: 28 – 31.
Wat betekent het voor mij dat ik gedoopt ben?
Zoals zovelen ben ik gedoopt toen ik klein was. Ik was drie jaar en kan mij daar niets van
herinneren. Ik ging later naar de zondagsschool en mee naar de kerk. Die kerkdiensten waren
lang en saai. Toch is het goed dat mijn ouders mij gedoopt hebben. Alleen dat besefte ik toen
niet.
Dat kwam pas later. Doordat ik (mee) naar de kerk ging, hoorde ik de verhalen uit de bijbel.
En zodoende begreep dat ik bij God hoorde.
Maar toch heb ik lange tijd met het geloof weinig gedaan. Belijdenis doen hoefde voor mij
niet. Ik kwam wel eens in de kerk maar er waren zoveel andere dingen die belangrijker leken.
Het werk was daar één van.
De laatste jaren kijk ik toch anders tegen bepaalde zaken aan. Ervaring zal ik maar zeggen.
Vorig jaar dan eindelijk belijdenis gedaan. 40 jaar nadat ik gedoopt was. Eindelijk aan God en
de gemeente laten zien dat ik Hem wil volgen.
Voor mij staat vast dat God de wereld gemaakt heeft en dat Hij zijn zoon naar de aarde
gestuurd heeft met een prachtige boodschap.
23
Wij kunnen het eeuwige leven krijgen en daar hoeven we slechts één ding voor te doen en dat
is Hem volgen. Natuurlijk is dit gemakkelijker opgeschreven dan in de praktijk uitgevoerd.
De verleiding is groot om af te haken, maar de beloning is veel groter als wij volhouden op de
smalle weg.
Jezus wil dat iedereen, kinderen en ouderen, bij hem horen. Hij heeft gezegd: laat de kinderen
tot mij komen, houd ze niet tegen (Marcus 10: 13-16).
Vorig jaar is Ramon, onze zoon, gedoopt. Ik hoop dat hij, als hij later groot is, ook begrijpt
dat hij bij Jezus hoort en dat hij Hem gaat volgen.
Diederik Hofstede
Gebed, gezang 360: 3.
Leer ons, Heer, vrijmoedig spreken
over uw verlossend werk;
geef dat niet die woorden breken
op de daden van uw kerk,
maar dat wij geheiligd leven
op de plaats door U gegeven,
en U volgen onder ’t kruis
op de smalle weg naar huis. Amen.
Om uit het hart te leren:
Laat de kinderen tot Mij komen, verhindert ze niet; want voor zodanigen is het Koninkrijk
van God. Voorwaar, Ik zeg u: Wie het Koninkrijk van God niet ontvangt als een kind, zal het
voorzeker niet binnengaan. (Marcus 10: 14 en 15)
24
VOLGEN DOOR HET WATER IS JE KRUIS OPNEMEN
Zondag 18 maart
Lucas 9: 18 - 27.
Nadat Jezus door Petrus ontdekt is als de Messias, vertelt Hij voor het eerst dat Hij veel moet
lijden, sterven en opstaan. Daarna zegt Hij: “Wil je bij mij horen, verloochen dan jezelf, neem
dagelijks je kruis op je, en volg Mij”.
Wat is dat eigenlijk: je kruis opnemen of je kruis dragen? We denken dan in de eerste plaats
aan het lijden en het verdriet dat een mens moet ondergaan. Dat we daaraan denken, komt
omdat dit bij ons een uitdrukking is geworden. Maar in de tijd van de discipelen bestond die
uitdrukking met die betekenis nog niet. Het kruis was een executiemiddel dat de Romeinen
hadden ingevoerd. Je kunt het vergelijken met een galg, of een elektrische stoel, of een
guillotine. Het kruis is tig keer zo erg.
Deze betekenis is beslist niet prettig of leuk. Je kruis opnemen betekent dan dat je erkent dat
je de dood schuldig bent. Zeker in een tijd waarin wij de doodstraf hebben afgeschaft, is dat
een brug te ver. Maar ja, dat betekent het wel. Dat is ook de betekenis van de doop. Daar
erken je ook: ik ga er aan. Ik ga kopje onder door mijn schuld tegenover God. Maar ik ben
niet de enige die het kruis draagt. Jezus draagt het met en voor mij. Hij draagt mijn schuld.
Dat is dopen.
Gebed uit de kerk, school en gezinsdienst in november 2009
Lieve Vader in de hemel,
we vragen U om licht
zodat we goed kunnen zien wat er in de bijbel staat
we vragen om licht
zodat we goed kunnen horen
wat U ons zegt
we vragen om licht
zodat wij U ook beter kunnen gehoorzamen
we vragen om licht
zodat we niet bang hoeven zijn
we vragen om licht van uw Heilige Geest
zodat uw hemel voor ons open gaat.
Praat tegen ons
dan is het licht.
Amen.
Om uit het hart te leren:
Wie mijn volgeling wil zijn, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en zo
achter mij aan komen.
(Marcus 8: 34b)
Maandag 19 maart
Lezen: Marcus 10: 42 – 45.
God vergeeft. Sommigen willen daar wel eens mee spotten door te zeggen dat Hij daar zijn
beroep van heeft gemaakt. Anderen ergeren zich er aan dat God dat doet door het kruis te
25
dragen. Kan God niet gewoon vergeven? Moet je daar steeds weer het kruis van Jezus bij
halen? Kan God echt niet “gewoon” vergeven?
Misschien kun je je eerst eens afvragen of jij gewoon kunt vergeven. Denk daarbij eens aan
dit voorbeeld. Stel je voor dat je je fiets uitleent aan je buurman. Je krijgt hem na een dag
terug, maar in beide wielen zit een slag en voor- en achterlicht zijn foetsie. Dat is even
schrikken. Want ik vermoed dat je van je buurman verwacht dat hij jouw fiets terugbezorgt
zoals je hem had uitgeleend: zonder slagen in de wielen en met beide lampen. Dat kun je van
hem vragen of eisen. Wat je ook zou kunnen doen, is je buurman “gewoon” vergeven. Want
je wilt niet dat deze schade je verhouding met je buurman verknoeit. Maar wat betekent dit
“gewoon” vergeven. Dat betekent dat jij de kosten draagt om de fiets weer te herstellen. Jij
betaalt de prijs.
“Gewoon” vergeven kost wat. Soms een hoge prijs. Het heeft Jezus zijn leven gekost.
Daarom bidden we God om vergeving in Jezus’naam. Want Hij betaalde de prijs.
Ds Jaap Zijlstra doet dat zo:
Heer, onze Vader,
dat wij iedere morgen
en iedere avond
mogen vragen:
vergeef ons onze schulden!
En dat U het doet,
werkelijk doet,
ons vergeving schenken,
zeventig maal zeven maal!
Uw Naam heb ik niet misbruikt;
ik heb uw Naam verzwegen,
gedaan of U er niet bent.
Geld heb ik niet verduisterd,
veel erger:
ik heb uw liefde verduisterd.
Aan ieder gaf ik het zijne,
maar U de grote Gever,
U gaf ik het uwe niet.
Heer, buiten U
heeft een mens geen bestaan,
zonder U
heb ik geen leven.
Ik bid U om genade,
om gratie, om vergeving.
Verhoor mij, trouwe Vader,
in naam van Jezus, de Messias,
uw Zoon, mijn Verlosser.
Amen.
26
Om over na te denken:
We kunnen geen grote dingen doen. We kunnen alleen kleine dingen doen, met grote liefde.
Dinsdag 20 maart
We beginnen vandaag met gebed en lezen daarna nog enkele woorden van Jezus over
vergeving: Matteüs 6: 9 – 15.
We lazen eerder over kruis dragen. Volgelingen van Jezus nemen hun kruis op net zoals Jezus
ook zijn kruis droeg. Daarover gaat het ook in de bede: En vergeef ons onze schulden, gelijk
ook wij vergeven onze schuldenaren.
Je vraagt God om vergeving en zegt Hem dat jij ook hen vergeeft met wie jij iets hebt te
vereffenen. Maar als je de ander vergeeft, draag jij de schuld, zo heb je gisteren kunnen leren.
Vergeving kost wat. Dat is kruisdragen.
Stel iemand heeft je beledigd. Je voelt je gekrenkt en wilt het betaald zetten. Dan kun je jullie
relatie verbreken en er voor zorgen dat die ander pijn gaat lijden, zodat hij ook zal ervaren wat
jij moest ervaren. Je kunt bijvoorbeeld dingen tegen of over hem zeggen die hem pijn doen.
Zodra de dader lijdt, begin jij een bepaalde bevrediging te voelen. Je hebt het gevoel dat hij nu
zijn schuld aan het afbetalen is.
Dit brengt problemen mee. Jij wordt waarschijnlijk harder, killer en meer op jezelf gericht.
Misschien krijg je een gruwelijke hekel aan “mensen van dat soort”. En het zit er dik in dat
van de andere kant ook gereageerd wordt met “dat zullen we betaald zetten”. Het gaat van
kwaad naar erger.
Als je vergeeft zie je af van “ver-geld-ing”. Je draagt zelf de schuld. Kruisdragen doe je in je
eigen huis en tuin. In zijn boek “Navolging” zegt Bonhoeffer dat zo:
De last van de broeder die ik te dragen heb, is niet alleen zijn uiterlijk lot, zijn karakter en
aanleg, maar is in de meest eigenlijke zin zijn zonde. Ik kan die niet anders dragen dan
doordat ik hem die vergeef, in de kracht van het kruis van Christus, die ik deelachtig ben
geworden. (...) Zondenvergeving is het lijden van Christus, dat ons bevolen wordt. Het is
iedere christen opgelegd.
Om uit het hart te leren:
En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren. (Matteüs 6: 12)
Woensdag 21 maart
Lezen: Johannes 21: 15-17.
Jezus had Petrus geroepen Hem te volgen. Toen Jezus over zijn lijdensweg sprak, beweerde
Petrus bij hoog en bij laag dat hij Jezus zou blijven volgen. Maar Jezus voorspelde hem dat hij
Hem drie maal zou verloochenen. Zo is het ook gegaan. Gelukkig zoekt de opgestane Jezus
daarna zijn discipel weer op. Hij is Petrus steeds trouw gebleven en roept de loochenaar
opnieuw op Hem te volgen. En in dat volgen gaat het om niet minder dan Hem lief te hebben.
Jezus vraagt: “Heb je me waarlijk lief?”
Heb jij Jezus lief? Petrus heeft “Ja” geantwoord. Drie keer. Wat zeg jij? Moeder Teresa weet
dit:
”Heb Jezus overvloedig lief. Heb Hem vol vertrouwen lief, zonder achterom te kijken en
zonder angst. Geef je volledig aan Jezus, Hij zal je gebruiken om grootse dingen te doen op
voorwaarde dat je meer in Zijn liefde gelooft dan in je eigen zwakheid. Geloof in Hem,
vertrouw op Hem met een blind, absoluut vertrouwen, omdat hij Jezus is. Geloof dat Jezus, en
27
Jezus alleen, het leven is en dat heiligheid niets anders is dan dat diezelfde Jezus op intieme
wijze leeft in jou. Dan kan Zijn hand je vrijuit leiden”.
Gebed.
Heer, U weet alles, U weet dat ik U lief heb. Amen.
Om uit het hart te leren:
Jezus antwoordde: Heb de Heer, Uw God lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met
heel uw verstand. Dit is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw
naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de
Profeten staat. (Matteus 22: 37-40)
Donderdag 22 maart
Lezen: Johannes 21: 18 en 19.
Hier klinkt het “Volg Mij” luid en duidelijk. In deze beide verzen vertelt Jezus Petrus dat hij
een weg zal gaan die hij zelf nooit gekozen zou hebben. Maar hij zal wel op die weg geleid
worden. Petrus is later ook zelf gekruisigd. Hij is Jezus wel heel letterlijk gevolgd. Zijn weg
naar het Koninkrijk van God ging twee maal via het kruis.
Ook jij wordt opgeroepen Jezus te volgen. Misschien is of wordt dat een lijdensweg. Maar
weet dan dit: je volgt Jezus. Niemand anders dan Jezus alleen. Het gaat er om dat je dat diep
van binnen in je meedraagt: ik volg Jezus, het gaat om Hem en mij.
Moeder Teresa zegt het zo:
“Als je vriendelijk bent, gaan mensen je vaak beschuldigen van zelfzuchtige en lage
motieven. Wees hoe dan ook vriendelijk.
Als je eerlijk en oprecht bent, zullen mensen je bedriegen. Blijf toch eerlijk en oprecht.
Waar jij jaren aan besteedde om op te bouwen, kunnen anderen in één avond vernietigen.
Blijf toch opbouwen.
Mensen zijn vaak onredelijk en egocentrisch. Vergeef hen hoe dan ook.
Als je harmonie en geluk vindt, zal er iemand jaloers zijn. Durf toch gelukkig te zijn.
Het goede dat je vandaag doet, wordt vaak vergeten. Doe toch het goede.
Geef het beste van wat je hebt en het zal nooit genoeg zijn. Geef toch het beste wat je hebt.
Uiteindelijk gaat het in dit alles tussen jou en God, niet enkel tussen jou en hen”.
Gebed.
Heer, als ik U volg, kan mij van alles overkomen. Als ik U volg kan ik juist het lijden over me
afroepen. U hebt dat ook gezegd. Een discipel staat niet boven zijn meester. Maar laat me
toch bij alles wat ik doormaak en bij alles wat me overkomt, diep beseffen Wie ik volg. Ik volg
U, die het duister van Golgotha en het graf gedragen hebt. Ik volg U die sterker was dan dat
duister. Ik volg U, het licht der wereld, de levende Heer. Amen.
Om uit het hart te leren:
Jezus zei: “Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis,
maar heeft licht dat leven geeft”. (Johannes 8: 12)
28
Vrijdag 23 maart
Lezen: Johannes 21: 20-23.
Petrus stelt een nieuwsgierige vraag. Jezus geeft Petrus duidelijk te kennen dat hij vraagt naar
dingen waar hij niets mee te maken heeft. Wat er met Johannes gebeurt, is een zaak tussen
Jezus en Johannes en niet tussen Petrus en Johannes. Ook wij hebben onze vragen. Het zijn
vaak vragen die ons afleiden van de relatie die we zelf met Jezus behoren te hebben. Hoe zit
dat eigenlijk met moslims? En eigenlijk zou ik het liefst willen weten hoe ik moet denken
over het lijden in de wereld. Waarom trof dat gezin zoveel verdriet en ging het een andere
deur voorbij? Hoe zit het met al die moeilijke dingen? Jezus zegt: “Dat is een zaak tussen die
moslim en Mij”. Hij zegt: “Dat is een kwestie tussen dat gezin en Mij. Volg jij Mij”.
Gebed
Heer, als ik alles zou weten wat er te weten is, maar ik zou de liefde niet kennen en niet
hebben, ik zou nergens zijn. U hebt mij lief. U ging voor mij door het vuur. U kwam in mijn
falen en mislukkingen. U kwam zelfs in mijn graf. U droeg het. Ik wil U volgen en me daarop
concentreren. Dat is verreweg het beste. Amen.
Om uit het hart te leren:
Mijn schapen luisteren naar mijn stem, ik ken ze en zij volgen mij. Ik geef ze eeuwig leven:
ze zullen nooit verloren gaan en niemand zal ze uit mijn hand roven.
(Johannes 10: 27, 28)
Zaterdag 24 maart
Lezen Lucas 22: 63-71.
Jezus is de Messias. Hij is ook de Rechter die elk mens zal oordelen. En Hij is de Zoon van
God door wie God de Vader alle dingen regeert. Er zijn mensen die dat wel willen geloven,
maar het niet kunnen. Sommigen van hen zeggen: “Als ik er bij geweest was, dan zou ik
misschien kunnen geloven”. Dat lijkt een sterk argument, maar dat is het niet.
Verplaats je maar even in de ondervragers van toen. Stel dat jij één van hen was. Jij zegt
Jezus: “Als U de Messias bent, zeg het ons dan”. En Jezus antwoordt jou: “Als ik het jou zeg,
geloof je mij toch niet”.
Heb je het goed gehoord wat Jezus zegt? Dat pleit niet voor degenen die zeggen: “Was ik er
maar bij”. Jezus peilt het ongeloof veel dieper. Ongeloof is niet simpel een kwestie van er wel
of niet bij geweest zijn. Ongeloof is ongehoorzaamheid: niet naar God willen horen. Zou
Jezus juist vanwege dit ongeloof deze lijdensweg gaan?
Gebed.
Heer, ik lees uw bijbel. Ja, ik weet het wel. Ik zie in uw bijbel uw Messias. Ik weet het wel. Ik
zie zijn tekenen. Ik weet het wel. Ik hoor zijn woorden. Ik weet het wel. Ik hoor wat anderen
over Hem vertellen. Ik weet het wel. Zijn getuigenis wordt ook door mij gehoord in
Nederland. Ik weet het wel. Hoe kan ik dan zeggen dat ik het niet weet. Ik weet het niet. Is dat
mijn zonde? Is dat mijn traagheid? Is dat mijn onwil? Heer laat mijn ongeloof niet sterker
zijn dan het werk dat uw Zoon voor mij deed. Heer, laat de kracht van uw Geest het pleit
winnen. Dan zal ik opnieuw U volgen en tot mijn bestemming komen. Amen.
Om uit het hart te leren: Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg; maar de
wandaden van ons allen liet de Heer op hem neerkomen. (Jesaja53: 6)
29
VOLGEN DOOR HET WATER IS JE LATEN LEIDEN DOOR GOD
Zondag 25 maart
Lezen Lucas 23: 1-12.
Herodus leefde in dezelfde tijd als Jezus. Hij zag Hem. Had veel over Hem gehoord. Hij
hoorde Hem nu ook zelf. Maar toch gelooft hij niet in Jezus. Zeg dus niet te snel dat je wel in
Jezus zou geloven als je Hem zou zien. Die vlieger ging niet op voor deze koning.
Maar weet je wat ik zo vreemd vind aan deze hele geschiedenis? Dat Jezus zich niet
verdedigt. Hij doet nauwelijks zijn mond open. Men heeft mij ook eens beschuldigd van
vanalles en nog wat. Toen heb ik flink mijn mondje geroerd. Maar Jezus gaat niet tegen de
beschuldigingen in. Waarom niet? Waarom nou niet? Toen viel bij mij het kwartje. Ik had het
kunnen weten uit de bijbel. Ik had moeten geloven alles wat de profeten over de Messias
hebben gezegd. In ieder geval dit: Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn
mond niet open. Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar
scheerders deed hij zijn mond niet open. (Jesaja 53: 7)
Wil je Jezus volgen en in Hem geloven, dan gaat het er niet om dat je Hem gezien hebt. Dan
gaat het er ook niet om dat je een eind weg gaat filosoferen of redeneren. Dan is het nodig dat
je alles gelooft wat Mozes en de profeten over Hem verteld hebben. Dan weet je dat Hij moest
lijden om zijn heerlijkheid in te gaan. Dat heeft Hij zijn leerlingen, de Emmaüsgangers,
geleerd.
Gebed van Maarten Luther.
Heer, wanneer wij met elkaar
in het recht zouden treden,
over hoe ik leef en wat ik doe,
ik zou niet bestaan.
Maar omdat U mij vergeeft zonder ophouden
en beloofd heeft, dat U mij
door uw Christus
barmhartig wilt zijn,
daarom kan ik mij erop beroemen
U te eren en uw dienaar te zijn.
Ben ik niet goed, Christus is het wel,
ben ik niet Gods dienaar,
Hij is het immers,
ben ik niet zonder zorg en vrees,
Hij is toch vrij van alle zorgen
en zonder vrees.
Zo ontstijg ik aan mezelf
tot U
en beroem mij er op, dat ik in U,
en door U, Heer Christus, een gelovend mens ben.
U zij de lof in eeuwigheid.
Amen.
30
Om uit het hart te leren:
Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn mond niet open. Als een schaap dat
naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders deed hij zijn mond niet
open. (Jesaja 53: 7)
Maandag 26 maart
Lezen: Genesis 37: 18 – 28.
Aan die Emmaüsgangers waar we gisteren ook even over spraken, legde Jezus uit wat over
hem geschreven staat in Mozes, zo hoorden we gisteren. Genesis heet een boek van Mozes.
Daarin staan de geschiedenissen van Jezus. Aan de hand van geschiedenissen en profetieën
heeft Jezus uitgelegd hoe de God van Israël werkt. Die schept uit het kwade het goede. Hij zet
het verkeerde om in het beste. Met Zijn Messias doet Hij niet anders. Luister maar. Jozef werd
door zijn broers verkocht. Wie werd er nog meer uit eigen kring voor een paar zilverlingen
verkocht? Hoor je wel!
Gebed uit Brood voor het hart van ds. J.J. Buskes
Heer, kom bij ons op onze weg van Jeruzalem naar Emmaus, van de stad der verwachting
naar het dorp van ons alledaagse leven. Wij zijn zo onverstandig en traag van hart, om te
geloven wat in de bijbel geschreven staat. Wij gaan naar de kerk en lezen de bijbel. Wat levert
het op, indien Gij zelf niet in en door de bijbel tot ons spreken gaat? Wij hopen telkens weer,
maar het leven is hard en uw weg onbegrijpelijk. Wij lopen die lange en moeizame weg van
Jeruzalem naar Emmaus en wij kennen U niet. Nee, wij zijn U niet kwijt. Diep in ons hart zijn
we aan U verbonden, maar we zijn de moed en het vertrouwen kwijt. Zeg ons, dat dit de weg
is en dat er geen andere weg is, leg ons de bijbel uit en vertel ons wat er in de bijbel over U
geschreven staat. Amen.
Om uit het hart te leren.
Jezus zei: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan
door mij”. (Johannes 14:6)
Dinsdag 27 maart
Lezen: Genesis 41: 53 – 42: 4.
Jozef wordt verkocht aan Potifar. Hij blijkt een uitstekende knecht te zijn, rechtvaardig en
eerlijk. Maar hij wordt beschuldigd van iets dat hij niet gedaan heeft en de gevangenis in
gegooid. Wie werd er nog meer gevangen genomen? Wie werd er nog meer beschuldigd
terwijl Hij een rechtschapen mens was?
Maar Jozef mag de gevangenis verlaten als hij een droom van de Egyptische koning heeft
uitgelegd en een goed economisch plan op tafel heeft gelegd. In de zeven jaren van voorspoed
zullen de Egyptenaren silo’s bouwen en daarin graan opslaan, zodat er in de jaren van droogte
en misoogsten die daarna zullen komen, geen honger zal zijn. Jozef mag als onderkoning dit
plan zelf uitwerken. Als dan de honger ook in het land van Jacob uitbreekt wordt er aan de
paleisdeuren van Jozef geklopt. Het zijn de broers van Jozef. Of ze misschien eten kunnen
kopen? Anders zal de dood hen zeker krijgen.
31
Gebed.
God van Abraham, Izaak en Jacob, ook ik heb geregeld gebrek aan dingen. Ik heb gebrek aan
rust en kalmte. En een andere keer kom is weer geloof en hoop tekort. Dan is er weer een dag
waarop ik geen geduld meer in mijn kast vind. En de dag daarna is mijn vriendelijkheid
opgedroogd. Ik merk daaruit op dat ook mijn leven een keer op zal zijn.
Ik weet dat ik bij U mag aankloppen. Ik vraag U: voed mij dagelijks met wat ik nodig heb.
Voed me vandaag met geduld. En mag ik dan morgen weer bij U aankloppen om U dan te
vragen wat ik dan weer tekort kom. Maar voor elke dag vraag ik U: wees met mij, want U
volg ik.
God van Abraham, Izaak en Jacob, God van levenden.
Amen.
Om uit het hart te leren:
Naar wie zouden we moeten gaan, Heer? U spreekt woorden die eeuwig leven geven.
(Johannes 6: 68)
Woensdag 28 maart
Lezen: Genesis 45: 1-9.
Trillend van angst staan de broers voor Jozef die ze nog steeds niet herkennen als hun broer.
Zeg, wie werd er nog meer niet herkend? In de hoofdstukken er voor heb je kunnen lezen hoe
dat allemaal kwam. Maar als ze dan het ergste vrezen, maakt Jozef zich bekend. Nu zouden ze
in paniek kunnen raken. Want deze Jozef hebben zij verkocht. Jozef stelt hen echter gerust.
God werkte achter de schermen. Zo is de God van Israël. Door het kwaad dat zij Jozef
aandeden werkte Hij aan de redding van velen uit een zekere hongerdood. Zo werkt God door
zijn Messias. Door het kruis bewerkt Hij de redding van velen. Wie het Oude Testament leest,
kon het weten. De broers gingen naar hun vader Jacob terug met een blijde boodschap: Jozef
leeft! Met wat voor boodschap gingen de Emmausgangers eigenlijk terug naar Jeruzalem?
Jezus leeft!
Kijk, zo werkt dus de levende God. Dat onze harten toch wat minder traag waren.
Gebed van Maarten Luther.
Heer Christus,
ik blijf bij U,
en hang aan U
en geloof in U,
want U bent de enige
op wie het aan komt.
Daarom zal ik heengaan
en de tien geboden voor mijn rekening nemen
en mij oefenen in goede werken.
Maar voor mij zal het voornaamste zijn,
dat ik mij aan U wil houden,
en dat door U
mij het leven wordt geschonken.
Amen.
32
Om uit het hart te leren.
Ik verzeker u: er komt een tijd, en het is nu al zover, dat de doden de stem van Gods Zoon
zullen horen en dat wie hem horen, zullen leven. (Johannes 5: 25)
Donderdag 29 maart
Lezen: Genesis 50: 15 -21
Leg deze woorden uit Genesis nou eens op de lijdensgeschiedenis van Jezus. Mensen hadden
kwaad tegen Jezus in de zin. Zelfs het kwaad van het kruis. Maar door dat kruis heeft God dat
ten goede gekeerd. Om te bewerken wat er vandaag gebeurt. Een groot volk wordt behouden.
Dat gebeurt als je op Hem je vertrouwen stelt.
Jozef zegt: Wees niet bang, ik zal voor jullie zorgen. Precies zo is het met Jezus. Hij zegt
nadat de wereld Hem gekruisigd heeft: “Wees niet bang. Ik zal voor jullie zorgen”.
Kijk nu nog eens naar wat Jezus met de Emmausgangers deed.
“Er waren twee dwalende schapen. Zij hadden hun herder niet meer. Toen ze met elkaar
spraken op de weg over Jezus, kwam er een vreemdeling bij hen, die hen bestrafte en hun de
bijbel uitlegde. Hij was een wandelende hemel en het waren levende woorden, die Hij sprak.
Jezus is nog altijd dezelfde wandelende hemel en het zijn nog altijd levende woorden, die Hij
spreekt”.
Gebed
Herder van onze zielen, blijf mij met uw Woord roepen, dan zal ik volgen. Roep mij met uw
levende Woord, vandaag en morgen. Dan zal ook ik leven met U en een kind van de hemel
zijn. Amen.
Om uit het hart te leren.
Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar, want u bent bij mij, uw stok en
uw staf, zij geven mij moed. (Psalm 23:4)
Vrijdag 30 maart
Lezen psalm 23
Deze psalm wordt ook in het leven van Jezus vervuld. Hij is de goede herder. De goede herder
geeft zijn leven voor de schapen. Dat heeft Jezus letterlijk gedaan.
Jezus vervult psalmen, woorden van Mozes en profetieën. Daaraan kun je duidelijk zien dat
God de touwtjes in handen heeft en ondanks alles zijn plannen laat door gaan. Je zag dat deze
week nog weer eens heel duidelijk aan Jozef en je zag ook hoe zijn leven naar dat van de
Messias verwees.
Er is misschien iets in jouw leven dat naar diezelfde Messias verwijst. Dat is het teken van de
doop. Het is het teken van jouw dood en opstanding door het sterven en de opwekking van
Jezus. Het is ook nog ergens anders een teken van. Dat heb je deze week geleerd. De
volgeling van Jezus mag weten dat ook zijn leven door God geleid wordt. De woorden van de
psalm gaan niet alleen over Jezus. Met zijn teken op je voorhoofd mag je weten: U leidt mij.
Gebed uit “Grijze gesprekken” van Clara Asscher-Pinkhof
U bent mijn gehoorapparaat.
U bent mijn bril.
33
U bent mijn stok.
Wat zou ik zijn zonder U?
Laat me niet in de steek. Amen.
Om uit het hart te leren:
De Here, uw God, zult u volgen, Hem vrezen, zijn geboden houden en naar zijn stem
luisteren: Hem zult u dienen en aanhangen (Deuteronomium 13: 4).
Zaterdag 31 maart
Het thema van de diensten en van dit boekje is: Volgen door het water. De vraag van dominee
was of ik mee wilde werken aan dit boekje en dus wat wilde schrijven over het thema.
Gelukkig gaf dominee daar wat handreikingen bij aan. Zo schreef hij dat
Jezus ons roept om Hem te volgen. Dat het de bedoeling is dat we doen wat Hij ons geleerd
heeft. Zo worden we Zijn leerlingen en volgelingen. Hij gaf zijn discipelen opdracht om ons
tot Zijn volgelingen te maken en ons te dopen. Op die manier horen water en dopen bijelkaar
met als gevolg dat wij Hem volgen.
Was het maar zo makkelijk.
Een tijdje terug gebeurde er in een weekend weer erg veel narigheid. Wat momenteel erg in
de publiciteit staat is het geweld tegen hulpverleners. In dat bewuste weekend was er veel
geweld tegen agenten. Een vrouwelijke politieagent werd belaagd. Een ander zijn arm werd
gebroken en weer een andere agent werd bewusteloos geslagen.
Wat zou er gebeuren met die mensen, als ze, nog voordat ze tot geweld overgaan, een enorme
plaatselijke donderbui over hun heen kregen? Hoe zou het zijn als je, mocht je een emmer
water tot je beschikking hebben, deze midden in hun gezicht gooit? Zou de agressie alleen
maar toenemen of zouden ze tot inkeer komen.
Ik heb het nog nooit geprobeerd. Ik zou het niet durven ook. Het is ook niet de bedoeling
natuurlijk. In Lucas 6: 27-31, staat de volgende tekst:
“Tot jullie die naar mij luisteren zeg ik: heb je vijanden lief, wees goed voor wie jullie haten,
zegen wie jullie vervloeken, bid voor wie jullie slecht behandelen. Als iemand je op de wang
slaat, bied hem dan ook de andere wang aan, en weiger iemand die je je bovenkleed afneemt,
ook je onderkleed niet. Geef aan ieder die iets van je vraagt, en eis je bezit niet terug als
iemand het je afneemt. Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen.”
Dat laatste probeer ik. Of ik het goed doe weet ik niet. Mijn ouders hebben mij laten dopen en
mij met het geloof opgevoed. Je leert Gods regels en je probeert je daar aan te houden. Toch
lukt het me soms ook niet. Eerlijk gezegd. Als iemand mij slecht behandelt, dan spreek ik daar
geen lof over. En als iemand iets van mij zou pikken, vraag ik me af of ik dat wel zou pikken.
Ik las op internet de volgende oplossing:
“De tekst in Lucas zou een oproep kunnen zijn om mensen, die veroordeling verwachten, te
verbazen met zachtmoedigheid. Misschien toont die verbazing een glimp van de zinloosheid
van onrecht en geweld, verbaal of fysiek. Voor christenen is daar volgens deze tekst bij uitstek
een rol voor weggelegd. Als het lukt om dit advies van Jezus voor tien procent in de praktijk te
brengen, ben je al een heel eind op weg!”
34
Ik hoop dan ook dat ik die tien procent haal. Ik vraag me echter wel af of je als gedoopt lid
van de Kerk en als kind van God hier meer naar streeft dan iemand die niet is gedoopt? Ben
je, als je met het geloof bent opgevoed, in het voordeel en daardoor minder of zelfs helemaal
niet agressief? Zouden zij, die in dat bewuste weekend geweld gebruikten tegen die agenten
de gedoopten zijn, die zijn afgedwaald? Of zijn diegenen die dat weekend het slachtoffer
waren volgelingen van God, die zo goed hebben geluisterd, het andere wang toekeerden, en
zo de nodige klappen opvingen? Je zou het wel denken. Dat laatste. Want, ging het zo ook
niet met Jezus zelf. Hij heeft het geweld uiteindelijk met de dood moeten bekopen. En zo gaat
het nog steeds. Zij die tussen het geweld springen, moeten dit ook vaak met de dood bekopen.
Wat zou het fijn zijn wanneer meer mensen, of zeg maar, alle mensen, de roep van Jezus
hoorden. Dat we Hem kunnen volgen. Dat we elkaar lief kunnen hebben, dat we goed zijn
voor elkaar. Dat we kunnen delen met elkaar en dat we elkaar behandelen, zoals we zelf
behandeld willen worden, zoals in Lucas 6 staat aangegeven. Die zegen zou ik van God willen
vragen en dat mag wat mij betreft in een dikke bui over ons uitgestort worden!
Greta Hoekstra
Gebed
Heer, uw licht en uw liefde schijnen
waar U bent zal de nacht verdwijnen.
Jezus, Licht van de wereld, vernieuw ons.
Levend Woord, ja uw waarheid bevrijdt ons.
Schijn in mij, schijn door mij.
Kom, Jezus kom, vul dit land met uw heerlijkheid.
Kom heil'ge Geest, stort op ons uw vuur.
Zend uw rivier, laat uw heil
heel de aard' vervullen.
Spreek, Heer, uw woord: dat het licht overwint.
35
VOLGEN DOOR HET WATER IS STIL WORDEN
Palmpasen 1 april
De bedoeling van het volgen van Jezus is je vertrouwen op God te stellen. We zien vandaag
een veulen van een ezel. Het beest is vastgebonden. Stel je voor: dat veulen is jouw eigendom.
En daar komt iemand. Die zegt: Wilt u dat beestje wel losmaken, want de Heer heeft het
nodig. Wat zeg je? Als je er al moeite mee hebt om je ezel voor de Heer los te laten, hoeveel
meer moeite zal het je dan kosten om jezelf los te laten en je volkomen toe te vertrouwen aan
de Heer. Ja, en dat is de praktijk. Want de Heer wil natuurlijk niet de stenen of de banken
gebruiken om te zingen en te getuigen. De bedoeling is dat jouw lippen dat doen. Hij heeft
jouw stem nodig, jouw handen, en jouw voeten, jouw hart, jouw ogen en oren.
Op zondagmorgen roepen de klokken: “De Heer heeft ze nodig”. Elke zondag een optocht in
Sumar. Dat zou mooi zijn. Maar ik denk dat de meesten liever niet een Heer op een ezel
volgen.
Gebed uit “It lieteboek foar de tsjerken”, gezang 473: 2, 3 en 5.
Nim myn hannen, jou se stjoer
ta jo wurk mei faasje en fjoer;
help my, dat ‘k myn fuotten set
op ‘e wegen fan jo wet.
Nim myn stimme, dat myn tong’
Jo, myn Kening eare sjong’.
Hâld myn lippen rein, en lis
yn myn wurd jo tsjûgenis!
Nim myn wil en meitsje ‘m frij:
hiel fan Jo, en net fan my.
Jou myn hert de rjochte sin,
dat jo Geast dêr wenje kin. Amen.
Maandag 2 april
Lezen Lucas 5: 1 – 11, Simon Petrus, Jakobus en Johannes geroepen.
Nadenken over mijn doop…voor mij niet echt een alledaagse bezigheid, maar ik zal proberen
te beschrijven wat voor gevoel ik bij de doop heb.
De doop betekent voor mij: bij de groep horen.
Wij mensen willen altijd bij een bepaalde groep horen. We willen onze kudde volgen en
daarbij maakt het niet uit waar we naartoe gaan. Door de doop heb ik mijn lidmaatschap voor
de volggroep van Jezus verkregen. We volgen Zijn voetspoor, het pad van onze toekomst.
Vaak wordt onze kudde vergeleken met een kudde schapen. Betrouwbare dieren die hun
leider, de herder, volgen. Ik vraag mij wel eens af, is die vergelijking eigenlijk wel terecht?
Lijken wij niet veel meer op een kudde geiten? Van die eigenwijze dieren die het zelf
allemaal veel beter weten en die net de andere kant op gaan dan dat de bedoeling is.
Laatst heb ik mij er zelf op betrapt dat ik ook meer van het geitenras heb dan van het trouwe
schaap. Thuis lezen wij zo af en toe na het avondeten een stukje uit de bijbel. Het toeval wil
dat ik het meest dichtbij de bijbel zit en zodoende ben ik meestal de persoon die leest. Een
36
tijdje terug las ik uit Lucas 5, vers 1 tot en met 11. Deze Bijbeltekst gaat over Jezus die de
discipelen Simon Petrus, Jakobus en Johannes roept. Eerst spreekt hij voor een grote groep
mensen en nadat hij is uitgesproken, gaat Hij met de boot van Simon verder het water op.
Daar droeg hij Simon op zijn netten uit te gooien om vis te vangen. Eerder op die dag had
Simon dit al geprobeerd, maar helaas zonder resultaat. Waarom zou het dan nu wel lukken?
Het heeft toch helemaal geen zin? En ja hoor, wat gebeurt er? De netten zo vol vis dat de boot
bijna gaat zinken!
Bij het lezen van dit stuk dacht ik: maar dat kan toch helemaal niet?! En even verscheen er
een glimlach van ongeloof. Later ben ik daar over na gaan denken.
Als ik bij Zijn club wil horen dan zou ik toch in elk geval Zijn woord moeten geloven? Als
Hij over water kan lopen, dan kan hij toch ook wel een school vis in de netten van Simon
laten zwemmen?
Onder andere mijn doop heeft dit voorval, en de daaruit voortvloeiende vragen, teweeg
gebracht.
Door over Bijbelteksten na te denken en daaruit conclusies te trekken probeer ik bij de Club
van Jezus te horen. Mij lukt het lang niet altijd Zijn woord te snappen. Alleen daarom al wil ik
bij de kudde horen, want twee weten meer dan één!
Lammert de Vries
Om over na te denken:
Petrus zou mensen vangen. Ben jij al door Petrus gevangen?
Op welk dier lijk jij het meest als het om de navolging gaat: op een schaap of op een geit?
Gebed
Met mijn handen samen en mijn ogen dicht
Kom ik met U praten, Vader van het licht
Ik wil U bedanken ook voor deze dag
Wilt U voor mij zorgen dat ik groeien mag
Wilt U mij ook helpen als ik speel of leer
Om bij U te blijven, heel dicht bij U Heer.
Zegen alle kind’ren mensen groot en klein
Laat er vrede komen, laat er liefde zijn
Met mijn handen samen en mijn ogen dicht
Zeg ik zachtjes amen Vader van het licht.
37
Dinsdag 3 april
Lezen: Psalm 139: 1 – 8
Er werd mij gevraagd of ik iets wou vertellen over wat ik van mijn doop vind. Het was eerst
moeilijk om op weg te komen. Daarom heeft mijn moeder mijn doopkaart erbij gepakt en heb
ik die eerst gelezen. Bij mijn doopkaart zat een papiertje met daarop mijn dooptekst, ongeveer
dezelfde tekst als die u net hebt gelezen (vers 4 -5).
Mijn ouders hebben er voor gekozen om mij te laten dopen. Hierdoor zeggen ze eigenlijk dat
zij geloven, maar ook het geloof zullen door vertellen aan hun kind. Maar moet het wel een
keuze zijn van de ouders om het kind ook te laten geloven? Moet dat niet de keuze van het
kind zijn?
Het is namelijk een hele beslissing om te zeggen dat je je kind bij het geloof betrekt, want hoe
moet je iemand die nog zo klein is, en dan niet alleen bij de geboorte, maar ook de jaren
daarna, laten geloven in iets wat je niet ziet. Dat iets wat alleen in de bijbel staat beschreven.
Daarom heb ik respect voor mijn ouders omdat ze mij hebben laten dopen. Ik ben blij dat ik
gedoopt ben. Want als je eens in de put zit, en je weet niet met wie je op dat moment kan
spreken, dan kun je tot Hem spreken. Hij luistert naar wat je zegt en onderbreekt je niet.
Er zijn volgens mij genoeg kinderen bij mij op school die ook gedoopt zijn, maar als ik dan
vraag: “Ga jij zondag ook naar de kerk?” dan kijken ze mij vreemd aan, alsof ze willen
zeggen: “Jij wel dan?!”. En meestal heb ik ook geen zin om naar de kerk te gaan, maar als we
er dan zijn, ben ik blij dat we zijn gegaan. Dat we weer naar een goede preek mogen luisteren,
en dat we weer mogen zingen over het geloof.
En dat alles, alleen maar omdat ik gedoopt ben, net zoals mijn vader, moeder en mijn
broertjes.
Mogen we daarom gaan bidden:
Dank u God, dank dat u er voor ons bent.
Dat U er bent als we vrolijk over straat gaan,
maar ook als we ons niet lekker voelen.
Mogen wij daarom dank U zeggen,
niet alleen omdat U over ons waakt,
maar ook omdat U naar ons wilt horen wanneer we tot u spreken.
Dank U God, dat ik bij uw kinderen mag horen,
en bedankt dat ik gedoopt ben.
Amen
Hein Elzinga
Om uit het hart te leren:
Geen woord ligt op mijn tong, of u, Heer, kent het ten volle.
U omsluit mij, van achter en van voren, u legt uw hand op mij.
(Psalm 139: 4 en 5)
38
Woensdag 4 april
Lezen Lucas 15: 1 – 7.
Gebed uit de kerk, school en gezinsdienst november 2010.
Lieve God,
wij willen U danken.
ook al zijn we dan nog zo klein
U kunt ons niet missen.
U wilt ons bij U hebben
en zoekt ons steeds
als U ons kwijt bent.
Dank U wel.
Lieve God, we vinden het fijn dat U ons zo mooi gemaakt hebt.
Als we een tand door de lip krijgen of een nagel verliezen
dan wordt het toch weer beter.
Zo hebt U ons gemaakt.
Dank U wel.
God we zijn blij omdat we naar school kunnen gaan.
We vinden het fijn om te gymnastieken en de pauze vinden we ook mooi.
Dank U wel dat we lieve meesters en juffrouwen hebben,
en vriendjes en vriendinnetjes.
We bidden U voor alle mensen
die iemand verloren hebben,
een pake of een beppe,
of een lief kind.
God, dan ben je ook de vrolijkheid kwijt.
En wij kunnen hen hier nergens meer vinden.
Maar U, God, bent een echte Zoeker en een echte Vinder.
Laat ons diep van binnen weten dat U hen gevonden hebt
en leer ons zo de vrolijkheid terug vinden.
God, we raken ook soms de aandacht kwijt,
dan letten we niet meer goed op
omdat we zo graag willen spelen.
Maar dan kunnen er zomaar ongelukken gebeuren.
Help ons om de aandacht terug te vinden.
Dat bidden we U
omdat U zo'n goede Zoeker en Vinder bent.
Amen.
Om uit het hart te leren:
Mijn schapen luisteren naar mijn stem, Ik ken ze en zij volgen mij. Ik geef ze eeuwig leven:
ze zullen nooit verloren gaan en niemand zal ze uit mijn hand roven”
(Johannes 10: 27, 28)
39
Witte Donderdag 5 april
Lezen Lucas 22: 14 – 23 en 31 – 34.
Hoe is het mogelijk dat de volgelingen van Jezus niet wisten dat Hij moest lijden om zijn
heerlijkheid in te gaan! Hij heeft dat niet alleen reeds drie maal heel duidelijk gezegd, hier
geeft Hij het hen letterlijk in de mond. “Kijk, dit brood, dat is het lichaam dat voor jullie
gegeven wordt. En deze wijn is mijn bloed waardoor jullie in mijn testament komen staan”.
Daarbij moet je ook nog weten dat Jezus aan die tafel het Joodse Paasfeest vierde. Zij
beleefden toen niet anders dan dat God het hopeloze volk Israël bevrijd had door de
Schelfzee. Dat heeft Israël beleefd als een verlossing en bevrijding van de dood. Nu zou God
opnieuw zoiets doen. Alleen, nu nog grootser! De volgelingen hadden het kunnen weten dat
Jezus moest lijden en dat Hij moest opstaan. Ook ik kan dat weten. Ik weet het.
Gebed uit de kerk, school en gezinsdienst februari 2010.
Mijn deur is niet op slot
ik heb hem open voor God.
Kijk God, uit mijn ogen rollen tranen
om een cavia en een poes die dood gingen
en een pake en een beppe die niet meer leven.
Kijk God in mijn hart wonen zorgen
om de kanker die zo erg is
en de armen die geen geld hebben.
Kijk Here Jezus, op mijn lippen
springen gebeden naar U toe
voor mensen in Haïti
om handen die helpen
voor beppes die zo alleen zijn
om vrede.
Mijn deur is niet op slot
Ik heb hem open voor God
In mijn ogen glinstert de blijdschap
om dokters en meesters en juffrouwen die helpen.
Ik voel mijn lichaam leven: dank U.
De sneeuw kriebelt op mijn gezicht: dank U.
Kijk, Here Jezus ik zet mijn huis voor U open,
ik heb een warm bed, dank U
ik heb een dak boven mijn hoofd, dank U
ik heb speelgoed, vriendjes en vriendinnetjes, en ik mag naar school, dank U
de kachel brandt, dank U
ik heb alle dagen te eten, dank U.
Ja, mijn hart klopt steeds “dankuwel”.
Ik ben zo blij met U, omdat U de allerliefste Vader bent,
ik ben zo blij met de schepping
Nee, mijn deur is niet op slot.
Ik leef met U, o God.
Amen.
40
Om uit het hart te leren:
Hij werd veracht, door mensen gemeden, hij was een man die het lijden kende en met ziekte
vertrouwd was, een man die zijn gelaat voor ons verborg, veracht, door ons verguisd en
geminacht. (Jesaja 53: 3)
Goede Vrijdag 6 april
Lezen Lucas 22: 47 – 53.
Dat de Messias verraden zou worden, hadden de volgelingen kunnen weten. Het staat in vers
10 van Psalm 41: “Zelfs mijn beste vriend, op wie ik vertrouwde, die at van mijn brood, heeft
zich tegen mij gekeerd”. Gods Woord is een levend woord en nu gebeurt het in de hof. En
Jezus had het voorzegd toen Hij met deze vriend het ongezuurde brood at. Ook dit moest de
Messias lijden om in zijn heerlijkheid in te gaan. Dit pleidooi voor Pasen blijkt intussen ook
een pleidooi voor Goede Vrijdag te zijn. Onderwijl is het ook een pleidooi om te geloven. De
lijdensgeschiedenis laat zien dat God de regie niet verliest. Daaruit kan ik zien dat Hij ook iets
goeds maakt uit mijn leven. Hij blijft ook daarvan de touwtjes in handen houden.
Gebed
Heer, wat kan ik me soms vreselijk voelen. Mijn leven lijkt dan één grote treurnis. Soms voel
ik me ook verraden door vrienden. Of ik voel me verraden door het leven zelf. Daarom dank
ik U dat uw Messias in dit verraderlijke leven komt en daarin uw wil volbrengt om ook alles
voor mij goed te maken. Laat mij daaruit leren dat U uw grote plan met mij zult volbrengen.
Heer, dan zal ik u vertrouwen en volgen. Amen.
Om uit het hart te leren:
Maar hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Wij echter zagen hem als
een verstoteling, door God geslagen en vernederd. (Jesaja 53:4)
Stille Zaterdag 7 april
Lezen Lucas 22: 54 – 62.
Petrus had Jezus verloochend. Maar Jezus had Petrus aangezien. En Petrus huilde.
Kijk, dat is het: die blik in de ogen van Jezus. Die blik houdt Petrus vast. En Petrus raakt die
blik niet kwijt. Daardoor komt hij niet los van Jezus en kan hij niet met Hem breken.
Ondanks zijn verloochening.
Ik hoop dat u in de gaten krijgt dat in al deze woorden Jezus u aankijkt. En ik hoop nog meer
dat u gaat ervaren dat die blik in zijn ogen ook u niet loslaat. Ongelooflijk, dan gaat ook voor
u de Schrift in vervulling: “Ik geef inzicht en wijs de weg die je moet gaan. Ik geef raad, op
jou rust mijn oog”. (Psalm 32: 8)
Gebed
Heer, wij zijn op weg door water en woestijn.
Morgen bij het daglicht zal het Pasen zijn.
Maar de nacht is donker en wij zijn bang en moe.
Een vertrapte aarde roept naar de hemel toe:
Kyrië eleison, Christe eleison, Kyrie eleison.
Amen
41
Om uit het hart te leren:
“Ik geef inzicht en wijs de weg die je moet gaan. Ik geef raad, op jou rust mijn oog”. (Psalm
32: 8)
Paaszondag 8 april
Lêze Johannes 20: 1-10
Tekst: Markus 16: 6: Hy is ferriisd, Hy is hjir net; sjoch it plak mar dêr’t se Him dellein
hienen.
Nei de ynbannichheid fan goedfreed folget it jûchhei fan peaske. Foar dy’t liturgysk oanlein
binne, is dan de kleur wyt, lykas de wite klean fan ‘e dopelingen yn ‘e âlde tsjerke, as in
ferwizing nei it himelsk feestkleed.
Dat is de útkomst fan peaske. De treast fan: “Hy is ferriisd”. Dat mei mei rjocht in jubeltoan
hjitte. Mar de tsjerkegonger giet op peaske-snein faak mei deselde earnst as altiten nei tsjerke,
want de ynbannichheid fan goedfreed hat him noch net ferlitten.
Wy binne – ek om’t wy noarderlingen binne – net sa lûdroftich yn ús feestfieren en ferbine
godstsjinst fakentiids mei earnst. Dat is ús eigen en dêr is in bytsje oan te feroarjen. As der
alris hantsjeklapt wurdt, by it sjongen fan in gospelgroep, giet it meastentiids noch
skytskoarjend.
No hoecht men soks ek net op te lizzen, want dan is it net echt. Mar it feest fan it hert soe men
wolris wat mear uterje meie. Peaske jout in bliid gefoel en dat is net allinne om’t de maitiid
kommen is. It is mear it blide witten dat Jezus’ grêf leech wie en dat uzes ek leech wêze sil,
ienkear, as Hy werom komt.
Wa soe dan swije? Hoe soe dan net de lofsang klinke, as it yn it hôf fan Joazef fan Arimatéa
al begûn is?
Dêrom hoecht it net sa meager en tsjiniggewearjend te bliuwen, as hiene wy in deade Hear.
De ynbannige mankelikens mei wike foar in optein witten: Wy hawwe in libbene Hear!
Fleurich Peaske tawinske.
Út Underweis, bibelsk deiboek fan ds. Th. Kuiper.
Jezus seit: “Folgje My”.
Want gesang 218: 5 en 8 sjonge:
Syn wei, yn tsjusternis teloar,
rint út yn hearlikheid;
syn folgers fine in iepen doar
yn ’t hûs fan God, de Heit.
Godlof, Hy libbet, stiet ús by
yn striid en iemsumheid.
Hy makket alle dingen nij
yn tiid en ivichheid.
42
43
Download