Sociale mix is niet de oplossing

advertisement
België-Belgique
P.B.
8000 BRUGGE Mail
4/2458
Driemaandelijkse uitgave
Jaargang 23 – 2013 nummer 3
Juli – Aug. –Sept. 2013
Afgiftekantoor Brugge Mail - P408456
Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen
Torhoutsesteenweg 100 A
8200 Brugge - Sint-Andries
ONGELIJK
GEZOND
Ondanks de verbetering van de levensomstandigheden en van de gezondheidszorg, neemt de
ongelijkheid in gezondheid nog toe. Tal van studies tonen aan dat de gezondheid van mensen
systematisch verschilt naargelang hun sociale
positie. In deze bijdrage de vinger op de wonde:
wat zijn oorzaken, en hoe de gezondheidskloof te
dichten?
Sociale huisvesting
toegankelijker voor kwetsbare
groepen
Samenwerking Wonen-Welzijn: het werkt!
meer p.3
INSPIRATIEMOMENT
vrijdag 18 oktober - voormiddag
Provinciehuis Boeverbos – Brugge
Deze voormiddag ontsluit de praktijk
van initiatieven in West-Vlaanderen die
duidelijk resultaat boeken, vooral door
samenwerking wonen - welzijn.
Een initiatief van Samenlevingsopbouw
West-Vlaanderen, alle West-Vlaamse
Centra voor Algemeen Welzijnswerk
(CAW’s) en de Provincie WestVlaanderen.
SERVARINGDIG
DESKUN
Sociale mix is niet de oplossing
W
‘We streven een gezonde sociale mix na’. Het aantal beleidsteksten waarin deze ambitie
uitgesproken wordt is niet te tellen. Sociale mix gaat over het mengen van verschillende sociale klassen of etnisch-culturele groepen in een wijk of wooncomplex. Vooral
van wijken met veel armere bewoners en etnisch-culturele minderheden vinden
beleidsmakers dat ze nood hebben aan meer sociale mix.
Het bijvoegsel ‘gezond’ trekt de aandacht. Beleidsmakers en veldwerkers van alle politieke gezindten zijn ervan overtuigd dat de concentratie van etnisch-culturele minderheden of lagere sociale klassen in bepaalde woonbuurten ongezond is. Om dit tegen
te gaan, rekent men op de blanke middenklasse. Rechtse politici hopen dat zij het
gevaar dat uitgaat van de concentratie van sociaal uitgesloten groepen verdunt en hen
het goede voorbeeld van een burgerlijk leven toont. Linkse politici hopen dan weer
door meer persoonlijk contact een harmonieuze samenleving te creëren. Ze gaan er
bovendien van uit dat de sociale netwerken van middenklasse bewoners andere
bewoners zullen helpen in hun zoektocht naar een job en een beter leven.
Voor mensen in armoede is de kloof met de
samenleving vaak diep en onoverbrugbaar. Ook in
projectwerk met kansengroepen blijft het zoeken
naar een gepaste en doorleefde aanpak.
Miranda, opgeleide ervaringsdeskundige, is sinds
najaar 2011 aan de slag bij Samenlevingsopbouw
West-Vlaanderen. Haar inzet opent niet alleen voor
de doelgroep, maar ook voor vrijwilligers, het
opbouwwerk en beleid heel wat deuren.
meer p.4
OUDERS RKE
MET STE ERS
SCHOUD
Meer hierover p. 8 (etalage)
Het geloof langs beide kanten van het politieke spectrum is naïef. Onderzoek toont aan
dat mensen in armoede weinig voordeel halen uit de aanwezigheid van middenklasse
bewoners. Het is niet omdat mensen naast elkaar wonen, dat ze daarom automatisch
ook sociaal contact met elkaar zoeken of elkaar als rolmodel nemen. Mensen zoeken
sociale contacten doorgaans binnen de eigen sociale klasse of etnische groep.
Sociale mix is niet de oplossing, omdat concentratie niet het probleem is. Het probleem heet armoede en sociale uitsluiting. Je lost het niet op door middenklasse
bewoners aan te trekken in de ijdele hoop dat die indirect door hun gedrag andere
bewoners zullen helpen om de armoede te overstijgen. Je lost het wel op door wijkontwikkeling, gericht op opwaartse sociale mobiliteit.
Ouders met sterke schouders, maar waarop vaak
veel gewicht rust, vragen om samen te komen, met
andere ouders, ook al met sterke schouders, en
om samen wat lasten te dragen. Zo kwam het dat,
in de schoot van het opbouwwerk, twee frisse initiatieven vorm kregen. De Sterke Mama’s
(Houthulst) en Het Familiesalon (Oostende) schrijven van onderuit en nog heel voorzichtig aan een
geslaagd verhaal van gezinsondersteuning.
meer p.6-7
Inzetten op kwalitatief onderwijs, werkgelegenheid en vrije tijd en het stimuleren van
zelforganisatie voor mensen in armoede hebben een aantal decennia geleden
gewerkt om van de verarmde Vlaamse bevolking één van de meest welvarende ter
wereld te maken. Er is geen enkele reden te bedenken waarom dit vandaag niet
opnieuw kan werken.
US
L
P
r
u
s
in
Stijn Oosterlynck
Docent Stadsociologie
Centrum OASeS
Universiteit Antwerpen
KINDERARMOEDE IN
WEST-VLAANDEREN
In kaart gebracht door het Steunpunt Sociale Planning
p. 5
ETALAGE
Inspirerende publicaties en initiatieven p. 8
ACTIE
onderzoek
‘zorgnetwerken en armoede’
Actieonderzoek ‘zorgnetwerken en armoede’
Het project ‘Zorgnetwerken en armoedebestrijding’ is een initiatief van
Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen en Cera, in samenwerking met
HOWEST, ZOHRA, Nestor en Netwerkdorpen.
SLIJPE:
bewonersparticipatie
loont!
De werkgroep Dorp inZicht Slijpe telt vijftien enthousiaste inwoners. Ze zetten zich nu al bijna vijf jaar in
voor hun dorp en hun mede-inwoners. Het begon
allemaal met een bevraging over diverse thema’s.
Verschillende knelpunten, zoals de hoge snelheid in
het dorp, kwamen aan het licht. De resultaten van die
bevraging werden aan het gemeentebestuur doorgegeven. Meteen al bij de eerste plannen voor dorpskernvernieuwing werd met de aangegeven knelpunten rekening gehouden.
Het plan voor de dorpskernvernieuwing werd eerst
aan de werkgroep Dorp inZicht en vervolgens aan alle
dorpsbewoners voorgesteld. Er waren tal van vragen
en bemerkingen. Ze werden beantwoord door de
schepen voor openbare werken, de schepen voor
Dorp inZicht en het hoofd van de technische dienst.
Waar mogelijk en nodig werden de opmerkingen in
het plan verwerkt.
Ook tijdens de werken was er regelmatig overleg tussen de werkgroep en de technische dienst. De werkgroep werd ook gevraagd om een voorstel te doen
over de locaties van de zebrapaden. Een wandeling
met de werkgroep door de vernieuwde dorpskern
legde nog enkele aandachtspunten bloot bv. parking
waarbij doorgereden kan worden over het gras. Deze
bezorgdheden werden doorgegeven aan de technische dienst om mee te nemen in de evaluatie.
De gemeente Middelkerke vindt bewonersbetrokkenheid zeer belangrijk: ”de inwoners worden gezien als
ervaringsdeskundigen en de werkgroep Dorp inZicht
was een belangrijke troef om voldoende draagvlak te
creëren in het dorp, wat garant staat voor het slagen
van het project”. Mede door deze bewonersbetrokkenheid ging het Europees Landbouwfonds voor
Plattelandsontwikkeling akkoord met een cofinanciering van maar liefst 300 000 euro.
Het resultaat van de dorpskernvernieuwing mag er
zijn, want Slijpe, het rustige polderdorpje, kreeg een
nieuwe uitstraling. Dit alles bracht bovendien een
dynamiek teweeg in Slijpe. Door de inspraak en inzage die de bewoners krijgen wordt een brug geslagen
tussen inwoners en gemeente. De werkgroep Dorp
inZicht Slijpe onderneemt tal van initiatieven om de
inwoners dichter bij elkaar te brengen, vrijwilligers
gaan op bezoek bij senioren, ... Kortom, een dorpskernvernieuwing in steen en hart!
NOOT: Samenlevingsopbouw ondersteunt sinds 2008
het project Dorp in Zicht en het project Bezoekersteam in
Middelkerke.
[email protected]
M 0498 90 58 42
HOWEST voert in dit verband een actieonderzoek uit met de bedoeling
bestaande zorgnetwerken in Vlaanderen te inventariseren en de rol die ze in
functie van armoedebestrijding kunnen spelen te analyseren. De verwerking van het materiaal loopt nog, maar u krijgt nu al een eerste inkijk in de
bevindingen.
Het onderzoek vertrok van 5 basiscriteria voor zorgnetwerken. Het gaat om
een vrijwilligerswerking in een plattelandscontext, ruim gedefinieerd (1),
ondersteund door een professional of een professionele organisatie (2), die
aanvullend werkt qua dienstverlening op het bestaande aanbod (3), en
ingebed zit in een netwerking met betrokken diensten/actoren (4), en een
signaalfunctie vervult ten aanzien van professionele diensten (5).
Op basis van die criteria ontdekten we 38 zorgnetwerken in Vlaanderen, de
meesten ontstaan vanuit het OCMW maar in samenwerking met gemeente
en/of andere diensten. Samenlevingsopbouw is bij verscheidene initiatieven medeoprichter of partner. Ze zijn verspreid over 5 provincies, werkzaam
in zeker 55 gemeenten. Ze zetten van 3 tot 240 vrijwilligers (meestal tussen
de 55 en de 65 jaar oud) in voor tal van aanvullende hulp- en zorgtaken
zoals huisbezoeken, vervoerdienst, kleine hulp, doorverwijzen van vragen,
boodschappendienst, beantwoorden van informatieve vragen, klusjes en
hulp bij ontmoetingsactiviteiten. Ze bereiken gemiddeld 129 gebruikers
met gemiddeld 805 prestaties. Meestal zijn dit senioren en zorgbehoevenden maar soms ook gezinnen met kinderen. Om dit allemaal in goede banen
te leiden is een goede coördinatie fundamenteel.
Armoedebestrijding is vaak niet hun expliciete hoofddoelstelling. Deze zit
eerder op vereenzaming en vervoersafhankelijkheid/mobiliteitsproblematiek op het platteland, gevolgd door enerzijds het gebrek aan dienstverlening en de nood aan laagdrempelige en toegankelijke dienstverlening. Toch
blijkt uit de eerste resultaten van het onderzoek dat zorgnetwerken wel in
contact komen met mensen in armoede via doorverwijzing vanuit andere
diensten, via de huisbezoeken van professionals of vrijwilligers en via sleutelfiguren. Zo wordt vaak onbewust/indirect wel aan armoedebestrijding
gewerkt. Benieuwd hoe ze dit doen? Wat voordelen, nadelen en leerpunten
zijn? Hou Surplus in de gaten. Meer informatie volgt later.
Myriam Deroo - Lector/onderzoeker Howest, bachelor Sociaal Werk
WORTELEN
VAN DE BOOM,
ERWTJES
UIT BLIK
Buurttuin Dolle Pret maakt al drie jaar het mooie weer in de Nieuwe Stad in
Oostende. De tuin palmt op een aantrekkelijke én lekkere manier een stuk openbaar domein in, en geeft alle wijkbewoners de kans daarin te delen. Nu eens via de
vrije pluk van kruiden of de sla-loterij, dan weer door deel te nemen aan het soepfestival, of zelfs door mee de handen uit de mouwen te steken in de tuin.
Al van bij het prille begin kwamen vooral de kinderen uit de wijk in het vizier van de
buurttuin. Ze zijn de wijkbewoners die bij uitstek gebruik maken van de openbare
ruimte. De kinderen bij de tuin betrekken staat dus met stip op het to-do lijstje van
Dolle Pret. Dat gebeurt via de jaarlijkse kidsdag, maar ook door het aanplanten van
bessen en klein fruit, zodat de spelende kinderen kunnen proeven.
De vrijwilligers zagen ook een educatieve troef in de tuin. Ze wilden kinderen die
opgroeien zonder tuin laten kennismaken met de werking van de natuur, tonen
waar groenten vandaan komen, hun ecologisch bewustzijn aanscherpen. Vorig
jaar organiseerden ze voor het eerst, en als test, voor een buurtklasje een workshop in de tuin. De test bleek geslaagd en dit jaar gingen de ‘educatieve sessies
voor buurtklasjes’ voluit. Onder het motto ‘Groeien wortelen aan de boom? Komen
erwtjes uit een blik?’ maken de kinderen kennis met hoe alles groeit en bloeit, wat
een tuin aan zorg en aandacht vraagt, hoe groot de diversiteit aan groenten en
kruiden is én hoe ze zelf kleinschalig aan de slag kunnen. De workshops zijn interactief en speels. Na een afsluitend quizje volgt een proevertje uit de tuin: verse
gekoelde muntthee en toast met rabarberconfituur. Alle kinderen keren huiswaarts met een plantje en de opdracht om het verder te laten groeien en bloeien.
[email protected]
T 059 80 68 74 I M 0474 91 96 36
SEPTEMBER 2013
2
© Geert De Taeye
ONGELIJK GEZOND
D
e verbetering van de levensomstandigheden en van de
gezondheidszorg zorgen ervoor dat de gezondheid en de levensverwachting van de gemiddelde Belg erop vooruit gaan. Dit is het
goede nieuws. Minder positief is dat tal van studies aantonen dat
de gezondheid van mensen systematisch verschilt naargelang
hun sociale positie (zie figuur 1). Vergeleken met personen uit
een hogere klasse hebben personen met een socio-economisch
lagere status een slechtere gezondheidstoestand (levensverwachting, levensverwachting in goede gezondheid, zuigelingensterfte, obesitas). Ze hebben ook een minder gezonde levensstijl
(voeding, roken, lichaamsbeweging), een minder goede dekking
van de opsporing van kanker, een minder goede opvolging voor
diabetici, minder sociale ondersteuning. Ze overlijden ook vaker
in het ziekenhuis dan in hun eigen woning (Federaal
Kenniscentrum voor de gezondheidszorg, 2013.). Bovendien
neemt de ongelijkheid in gezondheid verder toe. Zo is het aantal
gezinnen in Vlaanderen dat doktersbezoek uitstelt omwille van
de kostprijs recent nog verdubbeld tot 250.000 (Vlaamse
armoedemonitor 2013).
De vinger op de wonde
Sociale verschillen in gezondheid worden o.a. bepaald door persoonlijke gedrags- en leefstijlfactoren zoals rookgedrag, beweging en voeding (zie figuur 2). Prof. Dr. Sara Willems (Vakgroep
Huisartsgeneeskunde en eerstelijnsgezondheidszorg UGent)
bestudeerde het verband tussen sociale klasse van de moeder
en gezondheid van de baby. Zij stelt dat laag geboortegewicht en
vroeggeboorten vaker voorkomen in lagere sociale klassen. Als
reden geeft ze o.a. aan dat vrouwen uit lagere sociale klassen
minder gezond eten, wat meer alcohol gebruiken en meer roken
(art. De Morgen, 12/11/2012).
Persoonlijke factoren worden sterk bepaald door de sfeer, normen en waarden die in een buurt of binnen een bepaalde sociale groep leven. Campagnes die gericht zijn op gezondheidspreventie houden niet altijd rekening met sociaal-culturele verschillen. Gezondheidscampagnes die op een breed publiek mikken
hebben vaak de neiging om de gezondheidsverschillen zelfs nog
te vergroten. Dieter Vandebroeck (VUB) doctoreerde recent op
het thema sociale klassen en lichaamsbeleving. Hij stelt in zijn
proefschrift dat de stigmatisering van zwaarlijvigheid als een
kwestie van individuele verantwoordelijkheid en persoonlijk
karakter er op zijn beurt voor zorgt dat de reële kansen op sociale verbetering van kansarmen met overgewicht beperkt blijven.
Preventie dient zich eerder te richten op de werkelijke oorzaken,
de maatschappelijke ongelijkheid en de precaire levensomstandigheden die zwaarlijvigheid in de hand werken. Hij verwijst als
voorbeeld naar de Scandinavische landen waar er minder ongelijkheid is en ook minder zwaarlijvigheid (interview Radio 1 De
Ochtend 16/05/2013).
Voor een adequate aanpak van gezondheidsverschillen is het
noodzakelijk dat we ook focussen op de bredere woon-, leef- en
werkomstandigheden en de toegang tot essentiële voorzieningen zoals gezondheidszorg, onderwijs, cultuur en sport. Prof. Dr.
Sara Willems stelt dat vrouwen uit lagere sociale klassen vaak in
minder gezonde woningen wonen en minder gebruik maken van
preventieve gezondheidszorg waardoor ze vaker ziek zijn.
Zwangere vrouwen uit lage sociale klassen gaan tijdens het eerste trimester van de zwangerschap minder vaak naar de dokter
(zie figuur 3).
Ondanks het bestaan van een algemene ziekteverzekering en
het bestaan van veel sociale vangnetten (maximumfactuur,
Omnio, bijzonder solidariteitsfonds, sociale derdebetalersregeling) verklaart 14% van de Belgische huishoudens dat zij sommige gezondheidszorgen (medische zorg, chirurgie, geneesmiddelen, bril of lenzen, geestelijke gezondheidszorg) uitstellen om
financiële redenen. Dit percentage is zelfs toegenomen sinds
eind jaren negentig. De persoonlijke uitgaven van de patiënt vertegenwoordigen in België 19% van de totale uitgaven voor
gezondheidszorg. Dit is aanzienlijk hoger dan het EU-15gemiddelde van 15% (Federaal Kenniscentrum voor de gezondheidszorg, 2013.).
Wijkgezondheidscentra als
mogelijk antwoord
Om de drempel tot de gezondheidszorg voor groepen met de
grootste risico’s zo laag mogelijk te houden, kiezen steeds meer
steden voor het model van het multidisciplinair wijkgezondheidscentrum dat volledig gratis werkt voor wie er ingeschreven
is. Wijkgezondheidscentra ontvangen een forfaitaire betoelaging
per patiënt van de overheid. Er zijn in dit systeem voor de patiënt
geen financiële en ook geen psychologische drempels meer om
een doktersbezoek uit te stellen want het forfaitaire systeem
geldt voor alle patiënten die in het gezondheidscentrum ingeschreven zijn. Het is daarbij van belang dat een wijkgezondheidscentrum patiënten uit zo veel mogelijk maatschappelijke
lagen van de bevolking bereikt.
Het forfaitair betalingssysteem vergemakkelijkt ook de organisatie van multidisciplinaire praktijken. Voor het gezondheidscentrum betekent het immers een besparing als handelingen die
een verpleger kan verrichten niet meer door de arts tijdens een
consultatie moeten uitgevoerd worden. Nu al kan verpleging en
kiné aangeboden worden binnen het forfaitaire betalingssysteem. Het is voorlopig wachten op de erkenning van andere
disciplines zoals tandartsen, oogartsen, diëtisten, medische
voetverzorging, psychologen, maatschappelijk werk, ...
Binnen een forfaitair systeem is een globale benadering van de
gezondheidzorg beter mogelijk. Het zorgt er voor dat patiënten
zich steeds bij dezelfde dokter aanbieden zodat een betere
opvolging mogelijk is. Naar mensen met een lage sociaaleconomische status is dit bijzonder interessant. De arts is in dit
systeem ook veel meer geneigd om te investeren in gezond-
SEPTEMBER 2013
heidspreventie, want een gezonde patiënt kost het gezondheidscentrum veel minder dan een zieke. De arts jaagt bovendien zijn patiënt niet meer op kosten door deze regelmatig op te
volgen.
Gezondheidspromotie kan de doelgroep beter bereiken wanneer
het gelinkt wordt aan andere activiteiten in een wijk of buurt (vb.
buurtwerk). Door samen te werken met organisaties als
Samenlevingsopbouw kan er ook beter gewerkt worden op de
bredere woon-, leef- en werkomstandigheden en de toegang tot
essentiële voorzieningen.
Artsenbonden zijn niet overtuigd
Niet alleen voor de patiënt, ook voor de overheid wordt de
gezondheidsfactuur als gevolg van de vergrijzing en de technologische (r)evolutie in de gezondheidszorg stilaan onbetaalbaar.
Het forfaitaire betalingssysteem wordt als mogelijke oplossing
voor de ganse gezondheidszorg naar voren geschoven. Betaling
per prestatie werkt immers overconsumptie door artsen en ziekenhuizen in de hand. In andere landen is men al veel langer naar
een meer forfaitair systeem overgestapt, precies omdat de
kosten te hoog opliepen.
De artsenbonden zijn tegen omdat volgens hen de kwaliteit van
de gezondheidszorg zal achteruitboeren indien de prestaties niet
meer de basis zullen zijn voor de terugbetaling. Ziekenhuizen die
een vergoeding per patiënt ontvangen, zullen immers teruggrijpen naar goedkopere (lees verouderde en minder efficiënte)
diagnose- en behandelingsmethoden, naar goedkopere medicijnen met meer bijwerkingen, ...
Samenlevingsopbouw behoort tot het kamp van de believers
omdat het forfaitaire betalingssysteem zovele voordelen biedt
voor onze doelgroep. In de aanbevelingen en de debatten van
‘Ieders Stem Telt’ nam de oprichting van wijkgezondheidscentra
in de centrumsteden telkens een prominente plaats in. Wij zijn
dan ook blij dat meerdere centrumsteden in West-Vlaanderen
deze aanbeveling ernstig hebben genomen en nu stappen zetten om een wijkgezondheidscentrum op te richten (van de 30
wijkgezondheidscentra in Vlaanderen was er tot nog toe geen
enkele in West-Vlaanderen).
De sector Samenlevingsopbouw wil zeker samenwerken met de
wijkgezondheidscentra daar waar er al zijn, en mee aan de kar
duwen waar er nog geen zijn. Vooralsnog gedijen wijkgezondheidscentra voornamelijk in een stedelijke context.
Samenlevingsopbouw onderzoekt momenteel of er initiatieven
kunnen opgestart worden die de principes van forfaitaire gezondheidszorg en wijkgezondheidscentra in een regionale plattelandscontext in de praktijk brengen.
Dirk Sansen
T 050 39 37 71 I M 0474 91 96 86
[email protected]
3
ERVARINGSDESKUNDIGE MIRANDA
IMPULS VOOR DOORDACHT EN DOORLEEFD PROJECTWERK
EEN SLUITEND ANTWOORD OP UITSLUITING
Voor mensen in armoede is de kloof met de samenleving
vaak diep en onoverbrugbaar. Ondanks de inspanningen van
diverse hulp- en dienstverlenende organisaties blijft de
wereld van mensen in armoede zodanig verschillend dat ze
er niet in slagen aansluiting te vinden met de samenleving.
Deze wederzijdse onbekendheid met elkaars leefwereld
zorgt dat contacten geregeld moeizaam verlopen. Door eigen
ervaringen met armoede en uitsluiting kunnen ervaringsdeskundigen een essentiële rol spelen in het overbruggen van
deze ‘missing link’ en deze ongekende werelden dichter bij
elkaar brengen.
Vanuit het besef dat ervaringsdeskundigen doorslaggevend
kunnen zijn in de strijd tegen armoede werd in 1999 vzw De
Link opgericht. Met het inrichten van een opleiding tot ervaringsdeskundige in armoede en sociale uitsluiting beogen ze
een effectievere armoedebestrijding. Na een 3 jaar durende
opleiding studeerde de eerste lichting ervaringsdeskundigen
in 2003 af. Hoewel steeds meer organisaties en diensten de
meerwaarde inzien, is het aantal opgeleide ervaringsdeskundigen op vandaag groter dan het aantal beschikbare jobs.
Ondertussen telt Vlaanderen maar liefst 98 opgeleide ervaringsdeskundigen, waarvan er 68 tewerkgesteld zijn. 5 van
hen zijn werkzaam bij de sector Samenlevingsopbouw (De
Link, 27/02/2013). Miranda is sinds najaar 2011 aan de slag
bij Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen binnen het team
maatschappelijke dienstverlening en arbeid.
SPRING MAAR ACHTEROP
Miranda startte haar rit bij Samenlevingsopbouw WestVlaanderen in De Komaf, een inloophuis voor kansengroepen, waar ze gedurende anderhalf jaar stage liep. Door de
vele positieve ervaringen van opbouwwerkers en doelgroep
was de verdere inzet van Miranda een logisch vervolg op haar
stageperiode. “Momenteel ben ik fulltime actief in twee projecten. Het eerste project ‘Zorgnetwerken en armoedebestrijding’ (Avelgem, Ieper en Poperinge) focust op plattelandsarmoede en de toegankelijkheid van hulp- en dienstverlening
in landelijke context. Daarnaast maak ik deel uit van de
‘Sterke Mama’s’ in Houthulst, waar de klemtoon ligt op
gezins-en opvoedingsondersteuning bij jonge moeders. Ik
werk steeds nauw samen met een opbouwwerker. Aangezien
ik op verschillende projecten werk, heb ik ook verschillende
‘tandempartners’. Deze tandemwerking maakt het mogelijk
de kloof tussen mensen in armoede en professionals te overbruggen en elkaars leefwereld beter te begrijpen. In het begin
was het soms wat zoeken. Gelukkig kon er steeds open worden gepraat en was er waardering voor elkaars werk. Nu fietsen we vlot vooruit.”
Door haar armoede-ervaring slaagt Miranda er in vlot contact
te leggen met de doelgroep en groeit de vertrouwensband
sneller. Dit is positief in functie van toeleiding naar hulp- en
dienstverlening. Want ondanks alle inlevingsvermogen,
goede bedoelingen en inspanningen is het wantrouwen
tegenover de hulp- en dienstverlening vaak groot. “Iemand
deed bij mij zijn verhaal en dacht eraan therapie te volgen. Ik
heb haar gezegd dat zij dat moest doen, als zij dat nodig
vond. Omdat ze angst had om alleen te gaan, hebben we
samen de eerste stap gezet.” Anderzijds stimuleert Miranda
de doelgroep om na te denken over hun eigen situatie. Door
input van eigen ervaringen voelen ze dat Miranda hun problemen (h)erkent. Dat Miranda wel degelijk het verschil kan
maken, getuigt ook Rita Doom, directeur sociaal beleid OCMW
Poperinge: “Miranda ondersteunt een groot gezin dat in het
verleden minder positieve ervaringen had met de hulpverle-
ning, zich afschermt en wantrouwig is, maar met ernstige
energiearmoede en betalingsproblemen kampt.
Desondanks is de stap naar de hulpverlening groot. Doordat
Miranda contact legt, komt een ‘ander’ gesprek op gang. Bij
een kop koffie worden ervaringen gedeeld en hoort het gezin
hoe zij oplossingen vond voor haar problemen. Op basis van
gelijkwaardigheid wordt geluisterd en de cliënt ondervindt
dat hij de enige niet is. De achterdocht van het gezin maakte
plaats voor vriendelijkere contacten met de medewerkers
van het Sociaal Huis. Hardnekkige blokkades ten aanzien
van de hulpverlening werden weggewerkt. De samenwerking
met Miranda zet de hulpverlener aan tot belevingsgericht
werken en het kritisch evalueren van het eigen professioneel
handelen.”
pen, hoe maken we de flyer of uitnodiging aantrekkelijk en
duidelijk? Mensen aanvaarden bepaalde dingen ook sneller
als zij dit zegt, al dan niet verwijzend naar haar eigen ervaring met bv. diensten, hulpverlening”
De inzet van een ervaringsdeskundige opent ook voor lokale
besturen heel wat deuren. Participatief werk met de doelgroep is geen sinecure en niet iedereen heeft hier ervaring
mee. Tijdens overleg brengt Miranda het perspectief van de
doelgroep binnen. Haar persoonlijke input maakt noden en
signalen zeer concreet, wat zorgt dat men hier onmiddellijk
mee aan de slag kan. Miranda houdt het lokaal beleid alert
voor onbedoelde neveneffecten die ze vanuit eigen ondervinding voorziet. Dit varieert van de betaalbaarheid van diensten, de begrijpbaarheid en manier van communiceren, tot
de zinvolheid van bepaalde beleidskeuzes. Soms gaat haar
inbreng nog verder, zo vertelt ze zelf: “Ik legde aan een sociaal huis uit wat het met me deed om via 'een sluis’ binnen te
komen, waarbij de ene deur pas opent als de andere gesloten is." Ik had het gevoel dat ik in een gevangenis was. Voor
mensen kan dit een drempel zijn om binnen te komen.”
Als programmaverantwoordelijke ziet ook Nancy Van
Landegem een duidelijke meerwaarde in de inzet van een
ervaringsdeskundige binnen het opbouwwerk. “Intern speelt
Miranda haar specifieke rol in besprekingen en brainstorming op teamniveau of in intern overleg met opbouwwerkers
rond projectwerk. Ze houdt ons alert voor uitsluitingsmechanismes waar we soms onbewust zouden in trappen. Je zou
kunnen zeggen dat Miranda het Mattheus-effect buiten de
deur houdt.”
Ondanks de duidelijke meerwaarde van een ervaringsdeskundige in onze projecten, heeft onze organisatie geen structurele middelen hiervoor en moet steeds externe financiering worden gezocht.
SPIEGELTJE, SPIEGELTJE AAN DE WAND...
De opdracht van Miranda is veelzijdig want de doelgroep is
niet de enige wie zij een spiegel voorhoudt. Ook ten aanzien
van de vrijwilligers speelt Miranda haar rol: “Een vrijwilligster
zei me tijdens een kookactiviteit dat ze vindt dat iedereen
alles moet leren proeven, want wanneer ze op restaurant
gaan, moeten ze dit ook doen. Ik heb haar verteld dat ik als
kind bijna nooit op restaurant ging. Enkel voor een begrafenis of trouwfeest, want dat moesten we niet zelf betalen.”
Miranda begeleidt ook vorming voor vrijwilligers, met haar
levensverhaal als leidraad. Op die manier willen we de leefwereld van vrijwilligers zonder armoede-ervaring en de leefwereld van mensen in armoede dichter bij elkaar brengen. Zo
hopen we op meer begrip voor elkaars situatie. Doordat
armoede een gezicht krijgt, worden vooroordelen en clichés
over mensen in armoede doorbroken.
Miranda brengt het perspectief van armoede ook binnen in
ons projectwerk en dit op verschillende niveaus en ten aanzien van diverse actoren. Dat haar inzet wordt gewaardeerd,
vertelt opbouwwerkster Anje Huysentruyt: “Miranda is een
serieuze support naar bereik en werken met grotere groepen
kwetsbare mensen. Miranda legt vlug contact en koppelt
terug naar mij zodat we sneller kunnen inpikken op signalen
die zij opvangt. Miranda helpt ook kijken of een bepaalde
methodische aanpak kan werken of niet: is het haalbaar,
staat er niet te veel op de agenda, zullen mensen het begrij-
SEPTEMBER 2013
[email protected]
T. 051 24 29 28 I M. 0476 79 13 63
[email protected]
T. 051 24 29 28 I M. 0479 91 96 32
[email protected]
T. 050 39 37 71 I M. 0479 91 97 01
4
Kinderarmoede in West-Vlaanderen
Het Steunpunt Sociale Planning (SSP) werkt als een observatorium dat op statistische wijze de
vinger aan de pols van de samenleving houdt. De cijfers en kaarten die we in SURPLUS opnemen
staan steeds in verband met sociale uitsluiting en samenlevingsopbouw
Kinderarmoede wordt vaak uitgedrukt aan de hand van geboorten in kansarme gezinnen. De Vlaamse overheid
gebruikt deze door Kind en Gezin ontwikkelde indicator om de problematiek van kinderarmoede te duiden.
Analyses in de diverse Steunpunten Sociale Planning (elke provincie heeft er een), hebben aangetoond dat de indicator geboorten in kansarme gezinnen slechts een beperkt beeld geeft van de kinderarmoede. Enerzijds doet het
enkel een uitspraak over gezinnen met zeer jonge kinderen en gezinnen waar een geboorte heeft plaatsgevonden.
Anderzijds is het aantal geboorten in veel kleine gemeenten zeer laag, waardoor een geboorte meer of minder een
behoorlijke schommeling in percentage tot gevolg kan hebben.
De verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering wordt als een betere indicator beschouwd, omdat dit alle
gezinnen omvat die met een laag inkomen leven. Het recht op de verhoogde tegemoetkoming kan pas toegekend
worden voor zover het belastbare bruto gezinsinkomen op jaarbasis van het jaar voordien het bedrag van
16.632,81 euro (01/02/2012) voor de gerechtigde (titularis), verhoogd met 3.079,19 euro (01/02/2012) voor
elke persoon ten laste, niet overschrijdt. De cijfers laten toe om een opsplitsing te maken naar leeftijd, zodat we op
basis van deze indicator een correctere uitspraak kunnen doen over kinderarmoede.
In West-Vlaanderen (cijfer 2012) leeft 8,5% van de kinderen onder 20 jaar in een gezin met een laag inkomen. De
cijfers variëren van 3% tot 20%.
De geel en groene gemeenten op de kaart scoren onder het West-Vlaams gemiddelde, de blauwe gemeenten scoren boven het West-Vlaamse gemiddelde. Kinderarmoede is duidelijk een stedelijk fenomeen: zowel de centrumsteden (met inbegrip van Ieper, maar met uitzondering van Brugge) als de kustgemeenten (met uitzondering van
Knokke-Heist en De Haan) worden gekenmerkt door een hoger aandeel kinderen (<20 jaar) dat opgroeit in een
gezin met een laag inkomen. De laagste aandelen treffen we aan in de periferie van de centrumsteden Roeselare,
Brugge, Kortrijk.
Naast het percentage 2012 werd ook de evolutie in de voorbije 5 jaar berekend.
Gemiddeld is er in West-Vlaanderen in de periode 2008-2012 een toename van 27% van het aantal kinderen dat
opgroeit in een gezin met een laag inkomen. De sterkste toename van kinderarmoede stellen we vast in meer landelijke gemeenten (toename met +50% in de periode 2008-2012): Anzegem, Ledegem, Lichtervelde, Lo-Reninge,
Meulebeke, Vleteren, Zonnebeke en Zuienkerke. Hiermee wordt een eerdere vaststelling uit de kansarmoedeatlas
2010 bevestigd dat armoede zich steeds meer ook manifesteert op het platteland.
Hilde Coudenys Steunpunt Sociale Planning T. 050 40 33 37
[email protected]
Startschot is een ronde van interviews over de kwaliteit van de woning, woonomgeving en dienstverlening. We willen weten welke problemen of wensen voor bewoners prioritair zijn en hoe we dat
best aanpakken. We willen veel bewoners bereiken en betrekken, ook de meest kwetsbare bewoners die minder gemakkelijk de stap naar georganiseerde vormen van huurdersparticipatie zetten.
Met een bewonersgroep pakken we de problemen in de wijk aan, maar we blijven inzetten op het
betrekken van zoveel mogelijk bewoners via een wijkactiviteit, een krantje en huisbezoeken.
Realiseren we een stevige basis in de wijken, dan kunnen we ons op het einde van het project
opnieuw wagen aan huurdersbijeenkomsten over de dienstverlening en het beleid van WoonWel.
De Eigen Haardwijk beet de spits af, 73 gezinnen van de 101 bewoonde huurwoningen namen aan
de interviews deel. Een goede start, nu nog verzilveren...
Tweezijdig+ werkt aan huurdersparticipatie in de sociale huisvesting. Huurders mogen
hun zeg doen over de woning, de woonomgeving en de dienstverlening. In West-Vlaanderen
doorliepen 14 sociale woonactoren een basisproject Tweezijdig+, met een tevredenheidsonderzoek, een ZieZo! Brochure over herstelling en onderhoud, en een aanzet tot groepsgerichte communicatie en participatie zoals nieuwsbrief, werkgroep of huurdersbijeenkomsten. Mede met steun van de provincie. De maatschappijen WoonWel in Gistel en De
Gelukkige Haard in Oostende gingen ondertussen opnieuw met Samenlevingsopbouw in
zee in een vervolgproject. Hierbij maken we keuzes en werken dieper en gerichter in op de
huurdersparticipatie. Wie natte voeten heeft, durft zich al eens verder in zee wagen, maar
dan liefst zonder te verzuipen...
Water naar de wijken dragen
Het basisproject van WoonWel eindigde met huurdersbijeenkomsten in Gistel en
Middelkerke, de gemeenten met het grootste aandeel woningen. De opkomst was geen
groot succes. Het barre weer werkte tegen, maar het was ook duidelijk dat voor velen de
stap naar een vergadering te groot was. Nu zetten we in op een wijkgerichte aanpak in
Gistel, in de Eigen Haardwijk en Brouwershove. Hiermee willen we dichter aansluiten bij de
leefwereld van huurders en van daaruit de participatie verder uitbouwen. Eerst een stevige
‘fond’ leggen dus.
Nog andere vissen in de zee
Het vervolgproject in De Gelukkige Haard loopt al langer. Opgestarte initiatieven zoals de huurderskrant en een jaarlijkse ronde van bijeenkomsten voor huurders worden nu verankerd. De sociale
dienst organiseerde dit jaar voor het eerst zelf de huurdersbijeenkomsten en maakte de nieuwsbrief op. Uitdaging blijft het vinden van sleutelfiguren die mee de kar willen trekken, en buren in hun
straat of appartementsblok motiveren om naar bijeenkomsten te komen. In De Nieuwe Stad, de
grootste wijk van De Gelukkige Haard, wil het opbouwwerk daar werk van maken. De communicatie
naar de huurders is dus verzekerd!
De Gelukkige Haard wil ook zijn dienstverlening voor kandidaat-huurders verder uitbouwen en organiseerde een infomoment over de actualisatie van de inschrijvingen. Bijna honderd kandidaat-huurders namen deel. Aanvullend doet Samenlevingsopbouw een onderzoek bij huurders die het voorbije jaar een woning kregen toegewezen. In De Nieuwe Stad en twee nieuwe appartementsblokken
in het stadscentrum peilen we via interviews naar hun ervaringen vanaf het moment van de
inschrijving tot de toewijzing (informatie, contact met de medewerkers, verstaanbaarheid documenten, en hoe de communicatie versterken).
Aan de eindmeet moet een communicatieplan op maat van de sociale huisvestingsmaatschappij
klaarliggen, besproken worden met de medewerkers en geagendeerd op de Raad van Bestuur.
jimmy.va[email protected] T 051 24 29 28 I M 0474 91 97 07
SEPTEMBER 2013
5
OUDERS MET STERKE SCHOUDERS
Er zat nooit een masterplan achter, noch een weldoordachte strategie. Er waren vooral vragen, zowel in Houthulst als in Oostende. Vragen van ouders. Ouders met sterke schouders,
maar waarop vaak veel gewicht rust. Vragen om samen te komen, met andere ouders, ook al
met sterke schouders, en om samen wat lasten te dragen. En zo kwam het dat zowel in
Houthulst als in Oostende, in de schoot van het opbouwwerk, op geregelde tijdstippen ouders
samen komen en elkaar hun sterke schouders aanbieden. In Houthulst noemen ze zich ‘de
Sterke Mama’s’, in Oostende werd het initiatief ‘Het Familiesalon’ gedoopt. De Sterke Mama’s
en het Familiesalon schrijven van onderuit en nog heel voorzichtig aan een geslaagd verhaal.
De Sterke Mama’s
Houthulst
Verder kijken dan morgen
Met het project ‘Verder kijken dan morgen’ willen we voor ouders en kinderen van 0 tot 18 jaar
een aanbod van integrale gezinsondersteuning uitbouwen in Houthulst. Er is specifieke aandacht voor het bereiken van ouders met kinderen van 0 tot 3 jaar. Participatie van gebruikers/cliënten, samenwerking met bestaande diensten en voorzieningen, en complementariteit zijn in dit project belangrijke werkingsprincipes. Van bij de start van het project heeft
Samenlevingsopbouw zich versterkt en omringd met andere partners die vertrouwd zijn met
het werken met kwetsbare gezinnen en gezinsondersteuning.
Het project ‘Verder kijken dan morgen’ is dan ook een samenwerkingsverband tussen
Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen, OCMW Houthulst, CAW De Papaver en Kind en Gezin.
Overige diensten, mutualiteiten, scholen, CLB, worden betrokken bij het project via een zesmaandelijks informeel lokaal overlegplatform (LOP). Zij zijn belangrijke partners bij bekendmaking van dit initiatief en de toeleiding.
Dankzij de subsidie lokale projecten kinderarmoedebestrijding 2012 (Ministerie van Welzijn
en Samenleving onder Minister Lieten) zijn er ook werkingsmiddelen tot eind 2014 en de
mogelijkheid tot het inzetten van een ervaringsdeskundige in armoede en sociale uitsluiting.
Ouders ontmoeten ouders
De oudergroep Sterke mama’s is de hoeksteen van het project Verder kijken dan morgen, en is
de basis van alle activiteiten.
De groepsbijeenkomsten zijn op dinsdagvoormiddag. Gemiddeld zijn een 12-tal ouders aanwezig. Er wordt gepraat, er is maatgerichte vorming, of de ouders maken samen een gezonde
budget- en kindvriendelijke maaltijd klaar. De inhoud van de groepsbijeenkomsten wordt in
samenspraak met de ouders voorbereid. De vragen naar vorming, de recepten voor de gerechten, de gesprekken, ... in alles worden ouders gehoord en betrokken.
Ouders krijgen de kans om hun zorgen, problemen met elkaar te delen. Met anderen praten,
geeft kracht en vaak komen de oplossingen dan gemakkelijker. In een aantal gevallen moet de
stap naar gespecialiseerde dienstverlening worden gezet. Indien nodig begeleidt
Samenlevingsopbouw de ouders bij de eerste contacten met de dienst.
De sterke mama’s terug naar school
Dit jaar werd het organiseren van ontmoetingsmomenten op de lagere scholen van Houthulst
een bijkomende doelstelling. Via deze ontmoetingsmomenten brengen we andere ouders van
onze werking op de hoogte, maar we hopen langs deze weg ook de drempel van ouders naar
de school te verlagen. Misschien kunnen we als vervolg hierop in de toekomst ook ontmoetingsmomenten op school organiseren voor ouders die om één of andere reden ondersteuning
kunnen gebruiken.
De ontmoetingsmomenten werden georganiseerd voor en door de sterke mama’s en waren
een groot succes! Aan de schoolpoort kregen alle ouders een kopje koffie aangeboden. Zo bleven ouders wat langer om een praatje te maken. De sterke mama’s speelden tijdens de koffiemomenten de hoofdrol. Zij immers kennen het reilen en zeilen van de school van hun kinderen en zijn de perfecte partners om dit evenement te doen slagen. En zoals één van de mama’s
omschreef: ik kreeg een boost van zelfvertrouwen toen ik de andere ouders een koffie kon
aanbieden en over de werking van de sterke mama’s kon vertellen!
Als vervolg op deze ontmoetingsmomenten op de lagere school kwam de vraag van de school
in Klerken om hulp te bieden bij het herstellen van de voorleestassen die kinderen meekrijgen
naar huis. De sterke mama’s bieden hulp aan de scholen, dit kan alleen maar bijdragen tot een
betere communicatie tussen ouders en de school.
Na 1 jaar: tijd voor een feestje!
Zondag 7 juli organiseerden we met de oudergroep de sterke mama’s - de hoofdrolspelers in
het project ‘verder kijken dan morgen’ - een eerste gezamenlijke barbecue. Na een jaar groepsbijeenkomsten in het vertrouwde OCMW zochten we het platteland op en mochten ook de
mannen aan de lange feesttafel aanschuiven. We telden 25 volwassenen en 16 kinderen. De
middag startte met het aperitief, daarna een barbecue en als slot was er koffie en taart, gebakken door de mama’s zelf. Er waren grote gezelschapsspelen voor de kinderen en onder een
prachtige zon werd er genoten van een gezellige middag samen.
Wat hebben vandaag geleerd?
We hebben geleerd dat mensen samenbrengen werkt. In de loop van dit werkjaar zijn de sterke
mama’s als groep gegroeid, maar ze zijn ook individueel gegroeid. Iedere mama heeft haar parcours op haar manier gelopen, met ups en downs met geven en nemen.
Praten helpt, maar ook het gevoel ergens iemand te hebben die je kan helpen als je het moeilijk
hebt. Dit zijn de sterke mama’s op vandaag voor elkaar. De weg is nog lang en lang niet alle problemen zijn opgelost, maar stap voor stap zullen de mama’s er komen. Ze heten niet voor niets
DE STERKE MAMA’S
[email protected] T 051 24 29 28 I M 0474 91 96 69
SEPTEMBER 2013
6
Masterclass
Ontmoeting bij Patrick Blondé
M
Het Familiesalon - OOSTENDE
Op adem komen bij elkaar
Een echt salon staat er vooralsnog niet in het lokaal van
Samenlevingsopbouw in de Nieuwe Stad Oostende. Het
neemt niet weg dat dit het wekelijkse decor is voor het
Familiesalon, een ontmoetingsnamiddag voor ouders met
kinderen uit de wijk.
Lindsey komt al een hele tijd naar het familiesalon en ziet
alleen maar redenen om te blijven komen. “Ik vind het hier
gezellig, ik voel me hier op mijn gemak. Anders zit je toch
maar de hele tijd thuis met je eigen gedachten en zorgen.
Hier heb ik het gevoel er eventjes uit te zijn, ik kan op adem
komen, het geeft mij verandering van gedachten. Soms krijg
ik hier ook nieuwe energie, voel ik me minder triest.” Eva en
Steve zitten op dezelfde golflengte. “We kunnen hier even
uitblazen, we zijn er even tussenuit. We leren hier ook andere mensen kennen, gelijkgestemden. Het maakt hier niet uit
of je jong, oud, rijk of arm bent. Iedereen heeft kinderen en
er wordt geluisterd naar je verhaal.”
Vera, Peggy en Tracey beamen. “Wij hebben er deugd van
om hier te komen. Maar het doet ons vooral deugd dat er
ook anderen komen, daar zijn we echt trots op.”
En gelijk hebben ze, want de wijk heeft dit Familiesalon aan
deze dames te danken. Via het project ‘Ouders als
Onderzoekers’ kwamen ze er twee jaar geleden achter dat
een meerderheid van de gezinnen in de wijk vragende partij was voor ontmoetingsmomenten voor gezinnen.
Peggy: “Onze voorstellen hebben tot dit Familiesalon geleid.
Het feit dat er mensen komen en blijven komen toont dat er
goed over nagedacht is. Zo is het goed dat het salon van
13u tot 18u open is. Vóór 16u kun je eens je hart luchten en
over persoonlijke zaken praten zonder dat de kinderen er bij
zijn. Na 16u is er ruimte voor de kinderen en eten we
samen.”
De gezinnen vinden het belangrijk dat de kinderen ook welkom zijn en dat ze hier tijd kunnen doorbrengen als gezin. In
die zin worden het apart ingerichte speellokaal en de gezamenlijke vieruurtjes enorm geapprecieerd.
Must-have: goede vrijwilligers
en geën gageerde partners
Het speellokaal is er gekomen dankzij de vrijwilligers Karel
en Ingrid. Zij zagen dat het lokaal al snel te klein werd en staken de handen uit de mouwen. Het zijn ook Karel en Ingrid
die wekelijks voor de koffie en een gezonde en lekkere hap
zorgen én ze houden het lokaal huiselijk, netjes en georganiseerd. Ondertussen is Ingrid ook bezielster geworden van
de kledijhoek. Ingrid: “Mensen begonnen spontaan kleren
mee te brengen die ze niet meer nodig hebben. Ik houd
alles bij in een kast en aan een rek in het lokaal. Wie iets van
kleren nodig heeft kan dus bij mij terecht.”
Het Familiesalon kan niet enkel rekenen op prima vrijwilligers. Er zijn ook cruciale partners die zich van bij de lancering van het project, eind 2012, geëngageerd hebben in dit
project. Dit zijn Ontmoetingshuis Oostende, dat dagelijks in
het Oostendse stadscentrum ontmoeting organiseert voor
gezinnen met kinderen, en Inloopteam de Viertorre, dat
groepswerking organiseert voor zwangeren en gezinnen
met jonge kinderen. Beide organisaties detacheren tweewekelijks een beroepskracht naar het familiesalon. De ene
week is dat Dymfna van het Ontmoetingshuis, de andere
week is dat Audrey of Liselotte van het Inloopteam. Zo weet
Samenlevingsopbouw, die het project aanstuurt, zich wekelijks versterkt met een expert ter zake.
Voor de broodnodige werkingsmiddelen voor het project
kon Samenlevingsopbouw rekenen op een partner, het
agentschap Jongerenwelzijn.
Balans
Het Familiesalon bestaat nu 4 maand. Het is dus wat vroeg
om een balans op te maken. Er is in elk geval nog veel groeimarge. We bereiken nu een 15-tal gezinnen uit de wijk,
maar we willen nog veel meer mensen verwelkomen. En de
gezinnen hebben nog veel ideeën die op een uitwerking
wachten zoals een maandelijkse creanamiddag en gezamenlijke kookmomenten. We zien ook nog veel uitdagingen
in de signalen die ouders doorgeven bijvoorbeeld m.b.t. een
oppasdienst, dure gezondheidszorg, communicatie met
scholen of ondersteuning bij huiswerk. Ons salon werd
alvast opgepikt door het Stadsbestuur en kan mogelijks dienen als voorbeeld voor gelijkaardige projecten in andere
wijken van Oostende.
[email protected]
T 059 80 68 74 I M 0474 91 96 36
Volgens expert terzake Patrick Blondé mag het niet toevallig, en ook al niet
verrassend heten dat de Sterke Mama’s en het Familiesalon doel treffen.
Vanuit zijn jarenlang opgebouwde ervaring weet Patrick dat ouders in de eerste plaats in hun eigen kring, bij familie of vrienden, op zoek gaan naar steun
bij de opvoeding, en niet bij een hulpverlener. En dat daarom ontmoeting, vanuit een niet-problematiserende, maar net een positieve en krachtgerichte
houding, werkt.
Patrick Blondé startte in 1987, samen met zijn vrouw Lies Chromiak, onder de
naam ’t Kapoentje een gezinsvervangend tehuis in de bijzondere jeugdzorg
in De Haan. In 2001 schakelden ze over naar een Centrum kind- en gezinsondersteuning (CKG), nu ook in Oostende. In 2003 kwam de
Opvoedingswinkel Oostende erbij, nadien omgebouwd tot opvoedingshuis
en nog later De Katrol (opvoedingsondersteuning en studieondersteuning
aan huis bij kwetsbare gezinnen) en Het Verschil (kleuterparticipatie bij
alleenstaande kansarme moeders). In 2012 gingen ze van start met Het
Ontmoetingshuis Oostende, mede geïnspireerd op het Franse voorbeeld ‘Lieu
de Rencontre’.
Blondé: “Doorheen onze werking hebben we veel geleerd van de ouders. Dat
heeft ook telkens geleid tot de bijkomende initiatieven. Voor ons bleek al snel
dat veel ouders geen echte hulp nodig hebben, maar wel veel steun i.f.v. hun
dagelijks leven. Daarnaast bleek ook dat vooral kwetsbare gezinnen waarvan
ouders zelf een hulpverleningsgeschiedenis kennen, zeer grote weerstand
vertonen t.a.v. hulpverlening. Het gevoel ‘ze gaan mijn kind afpakken’ is anno
2013 nog steeds actueel. We hebben ons in deze weerstanden vastgebeten,
met het Ontmoetingshuis als resultaat. En wat blijkt, het werkt. Ouders leren
er elkaar kennen, geven raad aan elkaar, kinderen leren in groep spelen, eigen
ervaringen worden gedeeld, ouders maken elkaar wegwijs in het kluwen van
het welzijnswereldje. “
Wat maakt simpele ontmoeting net zo
waardevol voor gezinnen?
Blondé: “Vandaag de dag worden
ouders met hoge verwachtingen
geconfronteerd: de ideale job
vinden, evenwichtig samen
wonen, voorbeeldige kinderen hebben die de
beste zijn op school, een
huishoudbudget hebben
met overschot voor ontspanning, vakantie, dure
hobby’s en culturele activiteiten, enzovoort. Die verwachtingen zadelen mensen op met een grote onzekerheid, een gevoel van falen.”
“Waar ontmoeting centraal staat is
er ruimte voor uitwisseling van ervaringen. Hoe meer we als mens en ouder dat
wat ons bezig houdt, waar we ongerust, fier of verlegen over zijn ook bij andere ouders (her)erkennen, hoe gemakkelijker we
hierover durven praten, hoe hoger ons zelfbeeld en hoe kleiner ons gevoel
van mislukken. Ontmoeting is dus in feite een spiegelen van je eigen leefsituatie aan die van anderen, waarbij je ongewild tot reflectie komt met zowel
positieve als prikkelende belevingen. Het samen vertellen, luisteren, erkennen, resulteert in nieuwe inzichten die ouders en kinderen sterker maken. “
Waarom zijn dergelijke initiatieven vooral belangrijk voor
maatschappelijk kwetsbare gezinnen?
Blondé: “Onze samenleving is zo ver geïndividualiseerd dat vooral zij die het
moeilijkst hebben om aan het ideale maatschappijbeeld te voldoen, het
kleinste sociale netwerk hebben. Hierdoor hebben zij ook de minste kansen
tot reflectie, wat resulteert in meestal een isolement, die een negatieve kijk
en spiraal in hun gezinsleven installeert. Ongewild vanuit een schuldgevoel
haken deze mensen af, zowel bij oudercontacten op school, het goedbedoelde hulpverlenersgesprek, de vele loketten waar ze terecht moeten om hun
rechten te verkrijgen, de plaatselijke sport- of jeugdclub. Door hun minder
gunstige leefomstandigheden en omdat ze veel van hun energie steken in
het overleven en creatief zijn met hun beperkte middelen wekken ze bovendien de indruk dat ze falen in hun opvoeding. Het tegendeel is waar. Ouders
uit kwetsbare groepen, hebben evenveel en soms veel meer opvoedingscapaciteiten dan modale ouders, ze hebben alleen de pech te weinig sociale en
emotionele steun te vinden bij anderen. Tijdens ontmoetingsmomenten vinden ze net dat terug. Bij ontmoeting gaat het niet zo zeer over een doelgroep.
Ontmoeting staat open voor iedereen, elke ouder heeft af en toe twijfels bij
zijn functioneren en handelen. Kwetsbare gezinnen hebben er enkel nog een
zware rugzak bij die ze moeten meesleuren.”
Sterke mamaʼs terug naar school
SEPTEMBER 2013
7
INSPIRATIEMOMENT
Sociale huisvesting toegankelijker
voor kwetsbare groepen.
Stroomversnelling.
Sociale cohesie in landelijke gemeenten
Deze publicatie bundelt inspiratie, reflectie, tips en
tricks over gemeenschapsvorming op het platteland
en presenteert zijn inhoud op 4 kapstokken (praktijk, ervaring, beleid en reflectie). Je leest er o.m. een
bijdrage van Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen
‘Van bewonersparticipatie naar duurzame dialoog’
Uitgave van LOCUS-steunpunt voor lokaal cultuurbeleid, de gemeente Zwalm, met de steun van Leader.
(juni 2013)
Bestellen of downloaden
via http://www.locusnet.be/publicaties
Vrijdag 18 oktober 9u - 12u30
Provinciehuis Boeverbos – Brugge
VIVAS Bewonerscongres 2013
zaterdag 30 november in ROESELARE
VIVAS, het samenwerkingsverband van de lokaal
georganiseerde bewonersgroepen organiseert jaarlijks zijn bewonerscongres waarbij ontmoeting, informatie-overdracht en discussie centraal staan. Deze
congressen zijn steeds succesvol qua opkomst en
inhoud. Ze bieden ook steeds de gelegenheid om
een lokale werking van een SHM in de kijker te plaatsen en om nieuwe bewoners en/of bewonersgroepen te verwelkomen.
Het centrale thema ‘Waarheen met bewonersparticipatie in Vlaanderen?’ komt in de voormiddag aan
bod. In de namiddag kunnen de deelnemers een
keuze maken uit diverse activiteiten. Naast een verdieping over het thema in kleinere werkgroep(en),
wordt er een bezoek georganiseerd naar de lokale
sociale huisvestingsmaatschappij, in dit geval De
Mandel.
Vanaf september meer concrete informatie via de
website http://www.vob-vzw.be (klik VIVAS).
Kwetsbare groepen hebben het moeilijk op de
woningmarkt. Een stabiele woonsituatie is voor
hen cruciaal. Sociale huisvesting kan een uitweg
zijn, maar allerlei drempels bemoeilijken dit. Met
dit inspiratiemoment willen we aantonen hoe
samenwerking tussen de sectoren wonen en welzijn daarbij een verschil kunnen maken: hoe kunnen die groepen op de wachtlijst komen en blijven? Hoe kunnen ze gemakkelijker in een sociale
woning terechtkomen? Hoe kunnen ze die woning
behouden?
Deze voormiddag ontsluit de praktijk van initiatieven in West-Vlaanderen die duidelijk resultaat boeken, vooral door samenwerking wonen-welzijn.
Een initiatief van Samenlevingsopbouw WestVlaanderen, alle West-Vlaamse Centra voor
Algemeen Welzijnswerk (CAW’s) en de Provincie
West-Vlaanderen.
Volledig programma zie:
www.samenlevingsopbouwwvl.be
INSPIRATIEMOMENT
Sociale huisvesting toegankelijker voor kwetsbare groepen.
COLOFON
Samenlevingsopbouw
West-Vlaanderen vzw
[email protected]
www.samenlevingsopbouwwvl.be
SECRETARIATEN:
Torhoutsesteenweg 100A 8200 BRUGGE
050 39 37 71
Hoogstraat 98 bus2 8800 RUMBEKE
051 24 29 28
WERKTEN MEE AAN DIT NUMMER
Lieze Pareit, Dirk Sansen, Anje Huysentruyt,
Tineke Decroos, Elyne Meulenbergs,
Jimmy Vancalbergh, Myriam Deroo,
Chris Verstraete, Hilde Coudenys
SSP Provincie W-Vl., Stijn Oosterlynck
Centrum OASeS Universiteit Antwerpen,
Annick Vansevenant, Jan Loeman (cartoon)
EINDREDACTIE
[email protected]
ADRESBEHEER
[email protected]
VORMGEVING
FOLIO www.folioatelier.be Brugge
VERANTWOORDELIJKE UITGEVER
Chris Verstraete
Torhoutsesteenweg 100 A 8200 Brugge
Doel
Outfit
ongelooflijke. Er is sprake van ademende shirts die je lichaam
1.uitmonstering,1.mikpunt
uitrusting
2. kledij
2.vastgesteld eindpunt
3.ruimte waar men de bal moet brengen (sport)
4. waar men naar streeft
IS
ABONNEER NU GRAT
E
r gaat geen week voorbij of de wakkere burger wordt geappelleerd voor een of ander goed doel. En hoe goed dat doel ook moge zijn, de meeste mensen hebben een stilzwijgende afkeer van
goede werken. Misschien is het de herinnering aan misplaatste filantropie, de weeë geur van heiligheid, dat niet beter willen zijn dan de rest omdat het vroeger zo nodig moest.
En dus missen die acties voor een goed doel hun doel, namelijk veel geld opbrengen. En dan is het de vraag welke middelen dit doel heiligen?
Het lijkt in dat opzicht erg logisch om wat hoger te mikken als je die drang tot scoren voelt. Je moet doelbewust het geld zoeken waar het te vinden is en aangezien veel medeburgers meer bezig
zijn met het zoeken naar een kick of een verbluffend shot, moet je het een met het ander combineren.
Waarom kwam niemand op het idee om een coup de téléphone te plegen met Kate Middleton?? Je brengt haar en de piepjonge George (de zoon van Charles mag erbij maar dat is geen must)
in beeld met een paar toffe joggingsloffen aan de kleine tenen. Vooraf had je natuurlijk een en ander gearrangeerd met ofwel Nike ofwel Dreamland. Het is intussen een vaststaand feit dat wat
die Kate of George dragen, in minder dan 24 uur is uitverkocht. Een kleine deelname in de winst en de mensheid gaat reuzenstappen vooruit dankzij kleine teentjes.
Of om nog in de royale sferen te vertoeven: straks verschijnt de kersverse biografie van de kersverse koning Philippe. Koninklijke hoogheden zijn het aan zichzelf verplicht om royaal te zijn en
dus stelt het weinig voor Mathilde zo te bewerken dat haar eega de royalties van zijn boek met royaal gebaar afstaat aan jouw goede doel. De koning mag in dat verband zelfs een paar woordjes zeggen. Meer moet dat niet zijn (als het al meer zou kunnen zijn).
Of je trekt naar de Zoo van Antwerpen (niet verwarren met ’t Schoon Verdiep) en je vraagt wat voor exotisch beest daar geboren wordt binnen de maand. IJsberen en olifantjes hadden we al.
Misschien een breedsmoelkikker, een bidsprinkhaan of een ontroerende woelrat? Je geeft het dier een koosnaam, je kijkt met natte ogen in de camera (een pluspunt als het dier die ook bezit)
en bingo, de kassa rolt!
En wie het echt hoog zoekt, ziet alleen de sky als limiet.
Waarom geen stukjes Mars verkopen? Voor alle duidelijkheid: ik bedoel de planeet, niet het niet te vreten snoepgoed met gelijkaardige naam. Blijkbaar hebben veel aardse bewoners er miljoenen voor over om even Marsmannetje te spelen. Je bouwt er een kleine Apollo-hotel, kamer 13 sla je over, en je start met het aanbod van de uiteraard beperkte plaatsen. Rood is raak!
Nog niet tevreden?
Misschien ben je als socialprofitorganisatie aardser aangelegd en vergader je nog in die ene bruine kroeg die je provincie rijk is. Drink je daar een ferme trappist en laat je geest werken of komen.
Prima idee! Als trappisten met trappist een nieuw klooster kunnen betalen dankzij een eenmalige verkoop van hun spirituele elixir in de Colruyt, dan moet er toch een weg te vinden zijn naar
een alternatieve tap? Opbrengen doet het zeker.
Kortom, het doel is in zicht. De middelen zijn op deze planeet zeker aanwezig. Het komt er op aan out of the box te denken om de kassa te laten rinkelen. Alles voor een betere wereld.
Die begint bij jezelf... een waarheid als een koe. Die begint namelijk daar waar ideeën ontstaan.
Annick Vansevenant
U KRIJGT SURPLUS
VOOR HET EERST IN HANDEN?
Dit plezier gunnen we u 4x per jaar!
voor GRATIS ABONNEMENT SURPLUS
mail [email protected]
met vermelding: abonnement SurPLUS
+ naam en adres
ADRESWIJZIGING ABONNEES
[email protected]
SEPTEMBER 2013
8
Download
Random flashcards
mij droom land

4 Cards Lisandro Kurasaki DLuffy

Rekenen

3 Cards Patricia van Oirschot

Create flashcards