De Franse Revolutie Lotte Hoofdstukken: Voorwoord Hoofdstuk 1

advertisement
De Franse Revolutie
Lotte
Hoofdstukken:
Voorwoord
Hoofdstuk 1: De franse revolutie
Hoofdstuk 2: Hoe ontstond de revolutie
Hoofdstuk 3: De guillotine
Hoofdstuk 4: Het verloop van de revolutie
Hoofdstuk 5: De val van de Bastille
Hoofdstuk 6: Het einde van de franse revolutie
Boekenlijst
Voorwoord
Ik doe mijn werkstuk over de franse revolutie omdat ik er een boek over heb
gelezen en ik het een leuk onderwerp vind.
Het spreekt mij aan omdat het volk uiteindelijk won van de koning.
1. De franse revolutie
De franse revolutie was een erg bloederige opstand aan het einde van de 18e
eeuw. Het volk kwam in opstand tegen de koning, Lodewijk XVI, en de
regering.
Tijdens de revolutie zijn 35.000 tot 40.000 mensen vermoord, de meeste waren
aristocraten met hun gezin. Maar ook de koning Lodewijk XVI met zijn vrouw
Marie Antoinette stierven onder de guillotine.
Tijdens de revolutie werd ook de Bastille tijdens een opstand veroverd. De
Bastille was de staatsgevangenis van Frankrijk.
Ook werd er een soort club op gericht: de Jacobijnen, ze waren echte
voorstanders van de revolutie.
2. Hoe ontstond de revolutie
Frankrijk toen:
Rond 1780 was Frankrijk één van de grote landen van Europa. Het
bevolkingsaantal was zesentwintig miljoen. Frankrijk werd geregeerd door
koning Lodewijk XVI en zijn ministers.
Problemen:
Frankrijk had meegedaan aan de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog
(1775-1783). Ze vochten aan de kant van de Amerikanen tegen Groot Brittannië.
Daarna werd de machtige positie van Frankrijk verzwakt door problemen.
Het grootste probleem was tekort aan geld.
Tijdens de oorlog kostten het leger en de vloot een fortuin.
In 1785 was duidelijk dat Frankrijk aan de rand van bankroet stond. De koning
en zijn ministers besloten dat de belasting om hoog moest. Het Franse volk
kwam toen in opstand tegen de vraag om geld.
De drie standen in Frankrijk:
De drie standen waren in volgorde van belangrijk naar niet-belangrijk:
De eerste stand: mensen van adel (aristocraten, de koning).
De tweede stand: geestelijken (priesters, monniken).
De derde stand: het volk.
Het volk kreeg wantrouwen in de eerste stand.
3. De guillotine
Tijdens de franse revolutie is de guillotine gemaakt. De guillotine is een
instrument waarmee een ter dood veroordeelde snel en zonder kans op misslaan
onthoofd kan worden. Het mes viel van 3 meter hoogte. Ze zeiden dat je binnen
10 seconden dood was maar nu is bewezen dat het wel 30 seconden duurde.
Voordat de guillotine gebruikt werd, werden in de franse revolutie vooral
mensen gedood door onthoofding maar ook door vierendelen, levend
verbranden, wurgen, hangen, villen en radbraken.
Naam:
De guillotine is vernoemd naar Joseph Ignace Guillotin, hij had de guillotine
gemaakt. Joseph was eigenlijk een fel tegenstander van de doodstraf.
Hij hoopte dat de guillotine een tussenstap was naar de afschaffing van de
doodstraf. Koning Lodewijk de XVI verbeterde de guillotine om er uiteindelijk
zelf onder te sterven.
4. Het verloop van de franse revolutie
De franse revolutie begon toen het volk een parlement vormde. Vervolgens liet
koning Lodewijk XVI op verzoek van zijn vrouw Marie-Antoinette de
vergaderzaal sluiten. Het parlement ging toen vergaderen op de kaatsbaan. Hier
werd de Eed op de Kaatsbaan gezworen waarin ze zworen dat ze niet uit elkaar
zouden gaan voordat ze in het land een grondwet hadden.
Er braken rellen uit doordat de koning de populaire minister Necker ontsloeg.
Het volk nam het niet, kwam in opstand en viel de aristocratie aan. Tijdens deze
opstand werden veel aristocraten vermoord, vaak door de guillotine.
Het parlement splitste zich op. Een groep vertegenwoordigde de aristocraten,
een andere groep bestond uit democraten of Jacobijnen, waaronder Maximilien
Robespierre. De Jacobijnen eisten algemeen stemrecht (voor mannen).
De koning en de koninklijke familie probeerden op 20 juni 1791 het land uit te
vluchten, maar werden de volgende dag ontdekt in Varennes. Ze werden terug
gebracht naar Parijs. Daar werd overlegd wat ze met hem gingen doen.
Uiteindelijk werd de hele Koninklijke familie vermoord in 1793.
In 1791 kreeg Frankrijk een nieuwe grondwet. Het parlement kreeg toen de
macht. Maar het parlement werd nog voor het grootste deel gevormd door
aristocraten.
In 1792 woerd het koningschap afgeschaft. Toen ontstond de Franse Republiek
en die voerde een nieuwe kalender in. De maanden van het jaar kregen een
nieuwe naam.
Een spotprent over de franse revolutie
5. De val van de Bastille
De Bastille:
De Bastille is een fort uit de 14de eeuw, het had 150 jaar dienst gedaan als
gevangenis. De mensen uit Parijs dachten dat de Bastille vol zat met ketters,
onruststokers en schrijvers van gevaarlijke stukjes. Maar in 1789 zaten maar 7
echte misdadigers gevangen in de Bastille.
Bestorming:
In 1789 werd de Bastille bestormd. Het volk vond de Bastille een teken van
onderdrukking door de eerste en tweede stand, met name door de aristocraten,
van het volk. Daarom werd de Bastille aangevallen.
Een menigte van bijna duizend mensen kwam aan bij de Bastille. Ze riepen: “À
nous la Bastille” (“Geef ons de Bastille”). Ze vochten tot de middag om de
Bastille. In de loop van de middag sloten steeds meer soldaten zich aan bij het
volk en toen gaf commandant de Launay zich uiteindelijk gewonnen. De Bastille
was voor het volk.
6. Het einde van de franse revolutie
Aan het einde van de revolutie probeerden twee groepen, de Jacobijnen en de
Girobijnen, de macht over te nemen.
De Jacobijnen:
De Jacobijnen waren onder leiding van Maximilien Robespierre. Ze wilden
Frankrijk met strenge hand regeren om de Revolutie te beschermen. Deze groep
was ook verantwoordelijk voor de dood van de koning. Toen ze de macht
kregen, vermoorden ze hun vijanden de Girobijnen.
Napoleon Bonaparte:
In 1794 liet de regering van toen Robespierre en zijn volgelingen vallen. Hun
werd de macht ontnomen en ze werden geëxecuteerd. Het volgende jaar nam het
vijfkoppige bestuur de macht over. Zij hielden het vol tot 1799. Toen kwam één
van de succesvolste generaals uit de geschiedenis aan de macht: Napoleon
Bonaparte. Hij kroonde zichzelf tot keizer van Frankrijk en dit betekende het
einde van de franse revolutie.
Boeken- en bronnenlijst
1. De val van de Bastille; A. Gilbert
2. De franse revolutie; S. Ross
3. www.Google.nl
4. www.Wikipedia.nl
Download