Samenvatting scheikunde Een zuivere stof heeft een kook- en smeltpunt. Een mengsel heeft een kook- en smeltraject Covalentie 1 H=waterstof F=fluor Cl=chloor Br=broom I=Jood covalentie 2 O=zuurstof S=zwavel covalentie 3 N=stikstof P=fosfor covalentie 4 C=koolstof Verdampen gevolgd door condenseren is destillatie. Dit kan bij een mengsel van vloeistoffen of een vloeistof met een vaste stof. Het berust op verschil in kookpunt. Met adsorberen kun je geur-, kleur- of smaakstoffen uit water halen. Het hecht zich. We noemen een stof zuur als deze een pH-waarde van lager dan 7 heeft. Een stof is basisch als de pH tussen de 7 en 14 ligt. Een neutrale stof heeft een pH van 7. Een chemische reactie kun je herkennen aan het veranderen van stofeigenschappen. Een exotherme reactie is een reactie waarbij energie vrijkomt, een endotherme reactie is een reactie waarbij continu energie nodig is. Een verbrandingsreactie is een reactie van een stof met zuurstof, waarbij meestal vuurverschijnselen te zien zijn. Er zijn drie voorwaarden voor het verlopen van een verbrandingsreactie: -Er moet een brandbare zijn. -Er moet voldoende zuurstof zijn. -De ontbrandingstemperatuur moet bereikt zijn. Bij een verbrandingsreactie komt warmte vrij, dit kan leiden tot vuurverschijnselen: -Vlammen: een hoeveelheid gloeiend gas. -Vonken: wegspringende deeltjes van een gloeiende vaste stof. Na de reactie kun je te maken hebben met: -Rook: een fijn verdeelde vast reactieproduct. -As: een vast reactieproduct dat niet zo fijn verdeeld is, of het deel van de brandstof dat niet brandbaar was. Als je een element verbrandt, ontstaat maar één reactieproduct, een oxide. Een oxide bestaat uit twee atoomsoorten: zuurstof en een andere atoomsoort. Bij verbranding van een element ontstaan twee of meer oxiden. Elk atoomsoort in de verbinding levert zijn eigen oxide. Dat geldt niet voor zuurstof. Een reagens is een stof die zichtbaar van kleur verandert in aanwezigheid van de stof die je wilt aantonen. Deze stof moet: -Selectief zijn: alleen veranderen als de stof die je wilt aantonen echt in de oplossing is. -Gevoelig zijn: al veranderen als er maar een heel klein beetje van de stof aanwezig is.4 Wit kopersulfaat is de reagens voor water, deze wordt blauw als het met water (l)/(g) in aanraking komt. Kalkwater is de reagens voor koolstofdioxide, kalkwater is kleurloos en wordt troebele suspensie in aanraking met koolstofdioxide. Broomwater is de reagens voor zwaveldioxide. Broom is helder en bruingeel. De gele kleur verdwijnt als het in aanraking komt met zwaveldioxide. Papierchromatografie: er is een loopvloeistof in een bekerglas, dit is een vloeistof waarin de kleurstoffen kunnen oplossen. Sommige kleurstoffen adsorberen sterker aan het papier dan andere, deze stoppen dus eerder met ‘lopen’. Sommige kleurstoffen lossen beter op dan andere, deze kunnen dus hoger komen. Drie typen ontledingsreacties: -thermolyse: ontleding waar warmte voor nodig is. -elektrolyse: ontleding waar elektrische energie voor nodig is. -fotolyse: ontleding waar licht voor nodig is. Een ontleedbare stof is altijd een verbinding. Als je deze ontleedt, zijn de reactieproducten vaak elementen. Maar dit kunnen ook verbindingen zijn. Bij ontleding is er één beginstof en meerdere reactieproducten. Elementen Metalen -glans -vervormbaar -geleiden warmte en stroom -kunnen legeringen vormen Metalen Zeer onedel Reageren snel met zuurstof en water niet metalen hebben geen gemeenschappelijke eigenschappen onedel half edel reageren gemakkelijk reageren alleen bij met zuurstof en water verhitten met zuurstof en water Soorten mengsels Ondoorzichtig, gekleurd of wit, niet kleurloos Vast + gas=rook Vloeistof + vloeistof=emulsie Vloeistof + vast=suspensie Vloeistof + gas=nevel/schuim Doorzichtig, kleurloos of gekleurd, niet wit Gas + gas=gas Vloeistof+vloeistof/vloeistof+vast/vloeistof + gas= oplossing edel reageren niet met water en zuurstof