File

advertisement
1
Het tropisch regenwoud in Amazonië
werkbladen
A. Situering.
1. Zoek eerst in je atlas (De Boeck atlas) waar Amazonië zich bevindt. K nr: …
Hier bevindt zich ook het Tropisch Regenwoud. Duidt dit aan op kaart A in het groen.
Het tropische regenwoud van Amazonië bevindt zich in ……….. …………….
Latijns-Amerika bestaat uit ……… Amerika + ……………. Amerika.
Het grootste deel van het Tropisch regenwoud bevindt zich in ……………….
2. Zoek in je atlas de andere landen waar het tropisch regenwoud ook in ligt.
1) Brazilië
2) ………………
3) ………………
4) ………………
5) ………………
6) ………………
7) ………………
8) ………………
9) ………………
a) ………………
b) ………………
B. Klimaat en vegetatie.
1. Zoek met je determineertabel in welk klimaat het tropisch regenwoud zich bevindt.
……………………………………………………
Kenmerken van temperatuur:
……………………………………………………
Kenmerken van neerslag:
(augustus twijfelgeval: D wanneer 2x T < N)
……………………………………………………
Vegetatie:
……………………………………………………
Zowel de constant hoge luchtvochtigheid als de
grote hoeveelheid neerslag zijn zeer belangrijk
voor het tropisch regenwoud. De luchtvochtigheid
daalt niet onder de 80% en de temperaturen
schommelen tussen 22°C (’s nachts) en 31°C
(overdag). Sommigen beweren dat er geen
seizoenen zijn in de tropen, dit is fout! Er zijn wel
degelijk seizoenen, het droogseizoen en het
natseizoen/ regenseizoen. In het tropisch regenwoud zijn 12 groeimaanden, bladval, bloei en
vruchtzetting gaan alsmaar door. Door de eeuwige strijd om het licht en de voedingstoffen
2
heeft de natuurlijke selectie een enorme verscheidenheid doen ontstaan. De tropische
regenwouden hebben nu dan ook de grootste biodiversiteit ter wereld.
2. Kenmerken van het tropisch regenwoud.
Regenwouden hebben een gelaagdheid:
1) De woudreuzen: Ze zijn ongeveer 40m hoog en
kunnen vrij genieten van de zon en lucht.
2) De boomlaag: Hier gebeurt de meeste
fotosynthese. 90% van het zonlicht wordt door
deze laag opgevangen.
3) De struiklaag en kruidlaag: Weinig zonlicht. Geen
dichte begroeiing in deze lagen. Hier is het koeler
dan in de twee bovenlagen, maar de vochtigheid
is hier wel zeer hoog.
4) De bodemlaag: deze bodem is vrij arm maar
doordat er een snelle recyclage is van dode
bladeren, kadavers en dierlijke uitwerpselen die
op de bodem wegrotten komen er voldoende
voedingsstoffen vrij in dit ecosysteem. Via een
netwerk van oppervlakkige wortels putten de
bomen rechtstreeks hun voedsel uit deze bron.
De kenmerken:
Na wat je gelezen hebt in het bovenste zoek je de belangrijkste kenmerken en vul je deze in.

……………………………………………………..

……………………………………………………..

……………………………………………………..

……………………………………………………..

……………………………………………………..

……………………………………………………..

……………………………………………………..
3
3. Wat houdt het woud in stand?
…………………………
Vul het juiste nummer in binnen de vierhoekjes op de tekening.
1) Een groot deel van het water word dat de
bomen en planten opgenomen hebben wordt
via transpiratie opnieuw in de atmosfeer
gebracht.
2) De verdamping van water dat door het
bladerdek word opgevangen speelt ook ene
rol.
3) De verdamping vanuit de vochtige bodem
daarentegen is zo goed als verwaarloosbaar.
4) Het water dat in de grond sijpelt (percolatie)
5) Het water dat over de bodem wegstroomt
komt uiteindelijk in een rivier (rechtstreeks of
via grondwatertafel).
Welk water word terug in de cyclus gebracht
komende van de plaats waar het viel? … … … …
Het bos heeft dus een pomp en spons functie!
Welk water verlaat het gebied? …
Nu je dit weet, wat zou er dan kunnen gebeuren als het woud gekapt wordt?
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
4
C. Traditionele levenswijze met respect voor het woud.
1. Landbouw van de indianen.
Eeuwenlang gebruikten de talrijke indianenstammen de zwerflandbouw zonder dat dit het
woud in gevaar bracht. Het succes van deze traditionele praktijken. Het succes van deze
traditionele praktijken is gebaseerd op 2 elementen:
 De bevolkingsdichtheid van deze inheemse
gemeenschappen is veel kleiner dan die van de
kolonisten. Er kan dus gemakkelijk 15 jaar of meer
verlopen vooraleer eenzelfde perceel opnieuw
gebruikt wordt. Dit voorkomt overexploitatie van de
bodem en de bomen kunnen er terug opschieten.
Dode bladeren en ander organisch afval bemesten
de grond in afwachting van toekomstig agrarisch
gebruik.
 De indianen exploiteren kleine percelen die ver van
elkaar liggen. Elk gezin heeft meestal 2 of 3 tuinen
in het bos. Elke tuin is ongeveer1 hectare groot. 1
tuin wordt vaak uitsluitend gebruikt voor teelt van
diverse soorten maniok1. Maar in andere tuinen
staan vele soorten gewassen door elkaar. (bijv
mais, pinda’s, spaanse peper, kalebassen, katoen
en geneeskrachtige kruiden)
Deze teelt is voorzien voor zichzelf te onderhouden en wordt niet geëxporteerd of verkocht.
Het is dus ……………………. degene die het teelt, nuttigt het ook.
Welke gevolgen heeft deze vorm van landbouw op de natuur?
……………………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………
1
Maniok = eetbare wortelknol, oorspronkelijk uit Brazilië.
5
2.
Het woud is een kwetsbaar ecosysteem.
Wat is een ecosysteem?
……………………………………………………
……………………………………………………
……………………………………………………
……………………………………………………
……………………………………………………
……………………………………………………
……………………………………………………
……………………………………………………
……………………………………………………
Waarom is dit een kwetsbaar ecosysteem?
……………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………
De habitat van organismen is belangrijk voor:

…………………

…………………

…………………
6
D. De ontginning van het tropisch regenwoud.
1. Omvang van de ontbossing.
Tussen 1980 en 1990 is ……. van het tropisch regenwoud verdwenen. Ondertussen is dat al
meer geworden. Nu is nog meer dan de helft van het overblijvende regenwoud bedreigd!
Bekijk in het HB p78 foto 4bedreigde en beschermde delen in het Amazonegebied.
2. Oorzaken van de ontbossing.
Lees in het HB p 79 de tekst (2. oorzaken van de ontbossing) en beantwoordt de volgende
vragen.
Er zijn 3 oorzaken voor de ontginning van het regenwoud:

………………………………
Door wie werden er kolonisatieprojecten opgezet?
……………………………………………………………………………
Voor wie waren deze projecten bedoelt?
……………………………………………………………………………
Wie vestigde zich nog in het Amazonegebied?
……………………………………………………………………………
Waarom werden deze boeren verdreven uit hun oorspronkelijk woongebied?
……………………………………………………………………………
Op wat richtte de landbouw zich nu?
……………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………
Waarom hadden de landbouwkolonies maar beperkt succes?
……………………………………………………………………………
Wat werkte de problemen in de hand?
…………………………………………………………………………...
……………………………………………………………………………
Wie verdreven de grootgrondbezitters en waarvoor gebruikten ze de gronden?
……………………………………………………………………………
7
……………………………………………………………………………

………………………………
Wat doet de ontbossing toenemen (3)?
…………………………………………………………………………
Wat is het gevolg van stuwdammen?
…………………………………………………………………………
Wat gebeurt er door de mijnbouwprojecten?
…………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………

………………………………
Wie heeft het regenwoud in Azië al bijna helemaal weggekapt?
…………………………………………………………………………
Waarom zijn ze nu naar het Amazonegebied gekomen?
…………………………………………………………………………
Waarom is dit geen kaalkap? En wat zet dit in gang?
…………………………………………………………………………
Wat is hier het gevolg van?
…………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………
3. Armoede.
Lees de paragraaf onderaan p79 in het H..
Wat doet Brazilië en waarom?
…………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………
8
E. Gevolgen voor mens en milieu.
1. De koolstofkringloop en opwarming van de planeet.
Wat doen bomen met de CO2 in de lucht?
……………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………
Wat gebeurt er bij het afbranden van het woud?
……………………………………………………………………………………………………
Dus
minder / meer opslag van CO2
minder / meer uitstoot van CO2
Gevolg
 …………………………………………
 …………………………………………
2. Verstoring van het leefgebied.
Lees de tekst p81 in het HB.
Wat gaat er verloren door de boskap en wat gebeurt er met sommige organismen?
…………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………
Waarvoor is het tropisch regenwoud nog belangrijk?
…………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………
Wie zijn de grootste slachtoffers van de boskap?
…………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………
3. Verstoring van de kringloop van het water.
Waarvan is de meeste neerslag in het regenwoud afkomstig? (zie regenwatercyclus)
…………………………………………………………………………………………………
Wat gebeurt er met de neerslag als het woud verdwijnt?
(Lees tekst bodemerosie HB p81 + figuur 1 ecologische gevolgen van ontbossing HB p80)
9
…………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………
Wat betekent dit voor het herstel van het woud?
…………………………………………………………………………………………………
Wat betekend verdamping voor de omgevingstemperatuur?
Wat betekend dit dan voor dit gebied?
…………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………
Dus minder bomen  minder / meer verdamping  stijging / daling temperatuur
 minder / meer regen
Gevolg? …………………………………
F. Het nut van de wouden voor de mensheid.
Waarom is het woud goed voor de mensen? (lees tekst p83 onderaan in het HB)







…………………………...
……………………………
……………………………
……………………………
……………………………
……………………………
……………………………
10
Kaart A
Download
Random flashcards
fff

2 Cards Rick Jimenez

Create flashcards